05 Transcriptverslag van de Gemeente Oldenzaal Gemeenteraad 2025.07.07
Tekst van het document
Maar het punt is met deze motie, dat wij als raad niet weten welke stukken er op tafel hebben gelegen van het college, om uiteindelijk aan de raad de sporen uit te werken waarin het kon bezuinigen. Ik kan me voorstellen dat ook nog hele andere taken, activiteiten op tafel hebben gelegen waar de raad geen inzicht in heeft. En wat in het oog van het college echt doorgang heeft moeten vinden, maar waar we dus geen inzicht in hebben. En de motie is eigenlijk bedoeld om ons als raad die inzicht te verschaffen, zodat we daar zelf ook met een kritisch oog naar kunnen kijken. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: U kunt zien in de besluitenlijst van het college en de stukken die daarbij liggen wat ervoor heeft gelegen. Dus daar kunt u de stukken inzien. Uiteindelijk het grote totale
rapport met alle … Eigenlijk dat is de beheersbegroting waarin dus wordt uitgelegd wat wel en niet, dat is gewoon iets waar … Daar staat alles in, dus daar kunt u, wat ik zeg, ook nog wat dingen uit putten als u wilt naar de toekomst toe. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat is ten dele waar. In die stukken staat natuurlijk alles benoemd, maar er staat dus niet benoemd wat wij daar aan de achterkant hier in huis allemaal mee doen. En of het wettelijk verplicht is, hoeveel fte eraan gekoppeld is, hoeveel geld er uiteindelijk mee gemoeid is, wat we daar uiteindelijk voor gaan bereiken. Dat soort discussie zou ik toch wel graag op gang willen brengen, want ... De voorzitter: De wethouder. Wethouder Zinkweg-Ankoné: Dit college is van mening dat we dat vorig jaar dus hebben gedaan. En wij zijn niet van plan, tenzij u ons met een raadsbreed of in ieder geval met een aangenomen motie de opdracht toe geven en dat vraagt om heel veel capaciteit die daarmee gemoeid gaat. Hebben we vorig jaar ook gedaan. Dus om dat nu alsnog te doen met een net iets andere opdracht, dat lijkt ons niet dat het dat de moeite waard is. Kijk ik naar de volgende motie. Die gaat over Oldenzaal Promotie. Daar heb ik tijdens het politiek forum ben ik daar ook al kort even op ingegaan.
Als college hebben we een aantal jaren geleden voorgesteld om extra geld te geven aan Oldenzaal Promotie, een aantal extra taken te doen, waarbij we ook uit hebben gelegd toen, het zou goed zijn om dat gefaseerd af te bouwen. Toen heeft u in alle wijsheid besloten om dat toch op een hoger niveau te houden, ook naar aanleiding van een verzoek van de directeur-bestuurder destijds en dat zou dus in één keer teruglopen in 2026, komend jaar. Nu wordt er dus opnieuw voorgesteld om een fasering door te voeren daarin, naar iets wat het college dus een aantal jaren geleden al eerder had voorgesteld. Het is aan u of u dat nu wilt doorvoeren. Dat laat ik ook aan u. Dat lag ook niet voor in de kadernota, maar ik begrijp wel dat u hem nu hier aan de orde stelt. Dus volgens mij is het helemaal aan u, hoe u daar mee om wilt gaan dan. Dan een aantal amendementen, onder andere het schrappen van de verhoging van de toeristenbelasting. Zoals aan het begin al aangegeven, heeft het college geprobeerd om echt wel een voorstel te maken vorig jaar, waarbij het evenwicht was in de samenleving wie wat ongeveer gaat druk … Waar de bezuinigingen zouden landen. Dus dit was er ook een. Als je er nu één of meer – en er komen er zo nog een paar – uit gaat trekken, dan is dat evenwicht wat ons betreft weg. Dus wij ontraden dit punt. Hetzelfde geld voor de ozb-verhoging.
Dat is een iets ander amendement, want daarbij stelt voor om de ozb-verhoging te schrappen. Daarmee krijg je wel naar de toekomst toe problemen, want je hebt wel kostenverhogingen, dus dan moet u volgens mij ook gaan zeggen wat u dan niet meer wilt in taken, want je kan niet zeggen, dat we voor minder geld hetzelfde nog uit moeten voeren. Dus daar ben ik benieuwd naar. Maar goed, die ontraden wij ook. De voorzitter: Ik zie in ieder geval twee interrupties. Allereerst de heer Snijders De heer Snijders: Wat betreft de toeristenbelasting. Wij zien dat toch een beetje als een specifieke belasting. De ozb is redelijk algemeen. Dit is wat specifieker. Is het mogelijk om te oormerken waar de opbrengsten van de toeristenbelasting naartoe gaan? Want je zou eigenlijk zeggen, dat een specifieke belasting naar een specifiek doel moet. Hondenbelasting naar honden. Toeristenbelasting naar toerisme. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Ja, dat kunt u allemaal doen. Ik kan u wel vertellen dat er op dit moment meer geld naar toerisme gaat vanuit onze gemeentelijke begroting dan dat we aan toeristenbelasting
ophalen. Dat kunt u doen. Maakt u het allemaal wel wat lastiger voor uzelf. Maar uiteraard, dat is aan u. Als u zegt, we willen dat heel specifiek houden en we willen dat alleen maar gaan besteden voor toerisme, dan zullen we wat andere dingen wellicht moeten schrappen. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Over de toeristenbelasting. We hebben daar in februari nog even kort over gesproken met elkaar. Toen heb ik ook geopperd om wellicht toeristen die naar Oldenzaal komen tegemoet te komen op het moment als de raad wil dat we toeristenbelasting verhogen, om wellicht iets te doen met korting op parkeerkosten in de binnenstad of een parkeerkaart. Het college zou daarop terugkomen, maar ik heb daar nog niks van vernomen. Dus ik hoor graag of dat gebeurd is of niet. En het tweede, dat is een beetje een repeterende discussie over de lokale belastingen. We hebben voldoende voorstellen, ook in de moties en andere amendementen gedaan om ergens anders geld te schrappen. Dat zijn best aanzienlijke bedragen, dus het is beetje flauw om dan te zeggen, dan moet u met een tegenvoorstel komen.
Het college moet uiteindelijk ook de kadernota verwerken welke kaders er worden meegegeven uiteindelijk in de programmabegroting, dus dan laat ik het ook wat dat betreft aan het inzicht van het college op dat moment hoe zij die kaders die wij hebben meegegeven, kunnen verwerken. Mochten we het dan nog daar niet mee eens zijn, dan komen we bij de programmabegroting met een dekkingsvoorstel. De voorzitter: Wethouder Zinkweg. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Volgens mij de eerste vraag inderdaad, die toeristenbelasting. Daar kunnen we inderdaad naar gaan kijken welke mogelijkheden er zijn. Wat we nu voorstellen, is dat de toeristenbelasting voor volgend jaar nog niet verhoogd wordt en dat er daarna een fasering ingevoerd wordt, net zoals dat ook bij een aantal andere bezuinigingen wordt gedaan. Dus voor nu is daar geen sprake van. Het is wel iets wat we verder willen uitwerken op een moment dat we wel die bezuiniging of die toeristenbelasting gaan verhogen. Over de ozb. Ik denk dat we daar van mening verschillen. Normaal gesproken is het zo, dat je per amendement een dekking zoekt en niet verschillende amendementen die dan zeggen van, de ene werkt voor de andere dekking. Maar ook daarbij, het is weer aan u als raad. Het college zou deze in ieder geval ontraden, omdat wij het niet verstandig vinden om de indexatie van de ozb te schrappen.
Dan kan ik ook melden dat het college het schrappen van de 100.000 euro voor water- en klimaatactiviteiten, dat we die ook ontraden. Dat heeft er alles mee te maken dat we het verstandig vinden om ermee door te gaan. Heeft ook een preventieve werking. Moet u ook aanspreken, want uiteindelijk zijn de dingen die we doen bij het wateren klimaatprogramma vooral het bewust worden dat het belangrijk is, dat we wat moeten vergroenen en uiteindelijk helpt vergroenen ook weer tegen grotere lasten, bijvoorbeeld meer rioolvoorzieningen aanleggen, et cetera. Dus dit is een preventief middel en die willen we liever niet schrappen. De voorzitter: Ik zie een interruptie bij de heer Bouwman vandaan komen. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik vind het preventieve middel wat u nu als argument naar voren brengt wel heel vergezocht. Dat steun ik ook niet. Maar ik vraag me toch eigenlijk af … Want er komt tussen neus en lippen door wordt even 100.000 euro bepaald dat we dat toekennen om onze werkzaamheden voort te zetten. Maar ik kan me dan niet aan indruk onttrekken dat we in het verleden daar niet scherper op zijn geweest, dat we daar steken hebben laten vallen in de budgettering. Hoe kan het in een keer dat we nu 100.000 euro daarvoor nodig hebben? En waar is het eigenlijk voor bedoeld? Want dat zien we ook niet in de stukken.
Is dat om ambtenaren aan het werk te laten zijn? Of is het om onderzoeken te doen?
De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Het is om een aantal zaken en dan gaat het vooral over de acties voor bewustwording, om die voor het komende jaar voort te zetten. We hebben de afgelopen jaren daar middelen voor gehad en dat houdt op normaal gesproken na dit jaar, omdat we met een nieuw water- en klimaatprogramma bezig zijn. We hadden verwacht dat dat al eerder klaar was. Maar dat is nog niet het geval. En omdat we niet willen dat nu een jaar helemaal stilvalt met al die bewustwordingsactiviteiten, hebben we gemeend dat het goed is om dat nu wel voor te leggen. Dus dat is het verhaal. Dat doen we ermee. We blijven gewoon ons inzetten. Bijvoorbeeld het ‘Groen er maar op ook los’-actie die we belangrijk vinden. En zo zijn er nog een aantal meer. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Dan heb ik er nog één staan voor mij en dat gaat ook over een aantal bezuinigingen voor verenigingen schrappen en de ozb verhogen. Dat is het amendement wat wordt ingediend door de heer Kramer, door de PvdA. Daarbij is dit college ook van mening dat dat niet de juiste weg is, juist om dat evenwicht te bewaren in onze samenleving. Er werd net ook al wel aangegeven. Daar gaan heel veel middelen van onze gemeentelijke begroting naar sport, maar ook naar andere partijen, andere verenigingen.
Dus als college vinden we dat heel erg belangrijk dat dat inderdaad levendig blijft en bloeiend blijft. Maar daar waar … We kunnen niet alles op onze woningeigenaren neer gaan leggen of onroerendgoedbezitters, dus we willen juist goed dat evenwicht hebben. Wij zijn van mening dat het pakket zoals we dat hebben liggen, dat het evenwicht biedt, dus dit willen we niet ondersteunen. Die ontraden we. Dan wil ik ook nog één ding kwijt, want ik hoor een paar keer, volgens mij zelfs verschillende mensen zeggen, dat er sprake is van en een ozbverhoging en een WOZ-waardeverhoging, dus dat zou dubbele lasten met zich meebrengen. Dat is niet het geval. Het ozb-tarief wordt bepaald naar aanleiding van het gemiddelde woningwaarde in Oldenzaal, dus op het moment dat de WOZ-waarde stijgt, daalt het tarief. Dus daarmee … Kijk, als we nul procent zouden stijgen, de ozb, en uw WOZ-waarde stijgt, blijft u nog steeds evenveel ozb betalen. Wilde ik toch nog even verduidelijken, want het is ook goed dat u dat ook aan uw inwoners natuurlijk goed uit kan leggen. Dat was de beantwoording van mijn kant. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even met een schuin oog naar de klok.
Het is nu 23 op mijn … En ik denk dat een volgende wethouder, ook gelet op de interrupties, iets meer tijd nodig heeft dan de afspraak die we met elkaar gemaakt hebben om 18.30 uur aan het eten te beginnen, ook daarmee recht te doen aan de cateraar. Dus ik wil voorstellen om nu te schorsen en dan te schorsen tot … Even kijken. Het is nu 23. Vijftig minuten te schorsen, dus dan hoop ik dat wij … Pak ik de agenda er even bij. 19.30 uur. Ja, dan zou ik zeggen, wij beginnen om 19.15 uur weer. 19.15 uur. Dat moet toch lukken. 19.15 uur. Ik schors de vergadering. Schorsing De voorzitter: Ik wilde zo beginnen, maar misschien toch nog wel een leuk nieuwtje. Ik weet niet dat iedereen dat weet, maar ons raadslid Rutger Bouwman is een paar dagen geleden getrouwd. Dat is toch wel een applaus waard. Het is je gegund. Dan gaan wij met gezwinde spoed en ik heropen bij dezen de vergadering en ik geef het woord aan wethouder Christenhusz. Wethouder Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen algemeen betoog, zoals collega Zinkweg dat had. Dus ik begin met de bijdrage van de verschillende fracties door te nemen en de vragen te beantwoorden. Beginnen we bij SO. Geen vragen in mijn richting. Wel een motie. Kom ik straks op terug. WG. Eigenlijk ook
geen vragen. Wel een motie. Kom ik straks op terug. Dan de bijdrage van D66, als het gaat van, kan de portefeuillehouder aangeven welke besprekingen hier over gepland zijn en wat het doel daarvan is. Volgens mij zijn dat zaken die we op gaan pakken in het kader van de regionale ontwikkelingsstrategie Twente. Over dit proces bent u per raadsinfobrief uitdrukkelijk en uitvoerig geïnformeerd. Dus u moet even teruggrijpen op de raadsinfobrief van 20 mei 2025, ‘Plan van aanpak ruimtelijke ontwikkelingsstrategie Twente’, en dan vindt u al uw antwoorden terug die u zoekt. De voorzitter: Voordat u verdergaat, wethouder, want ik zie dat de heer Van der Waal daar een vraag over heeft. Of een interruptie. In ieder geval de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Bent u het met me eens dat het proces ongelofelijk traag verloopt en dat er geen voortgang in lijkt te zijn? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: Voorzitter, over welk proces heeft de heer Van der Waal het? De voorzitter: Zou de heer Van der Waal dat willen toelichten? De heer Van der Waal: Jazeker. Het gaat om het proces om de doelstellingen geformuleerd in de kadernota en uiteindelijk in de taakstelling, om die te realiseren. De voorzitter: De kadernota die nu voorligt, om nog specifieker te zijn? De heer Van der Waal: Excuseer. Ik ben helemaal in mijn bonen na het eten.
Het gaat uiteraard om de Spreidingswet. Wethouder Christenhusz: Voorzitter, met alle respect, maar mijn antwoord wat ik net gegeven heb, heeft niets met de Spreidingswet van doen. Maar de laatste vraag waar u nu aangeeft van, kan de portefeuillehouder aangeven welke besprekingen gepland zijn en dan slaat dat volgens mij op uw opmerking die gaat over de positionpaper. Als ik hem anders moet in interpreteren, dan hoor ik het graag van de heer Van der Waal. De voorzitter: Ik zie de heer Van der Waal instemmend knikken. Dus volgens mij kunt u verder gaan. Wethouder Christenhusz: Dan verwijs ik nog steeds naar de raadsinfobrief van mei van dit jaar. Dan de Spreidingswet. Daar zit een extra vraag bij. Eigenlijk de vraag waarom heeft de COA zich teruggetrokken en heeft de gemeente Oldenzaal zich wel voldoende ingespannen? Volgens mij zijn dat ook vraagstukken die in het politiek forum van 7 april ook aan de orde zijn gekomen, waar ik u bij – wat was het – volgens mij de Voorjaarsnota ook aan refereerde. Want daar vindt u heel veel van deze informatie terug. Even het geheugen opfrissen. Wij zijn in ’23 echt uitvoerig met de COA in overleg geweest om te kijken of we een locatie in Oldenzaal zouden kunnen gaan vinden. Daar hebben we aan de voorkant van gezegd, als we een locatie hebben, dan is het voor een maximale periode van vijf jaar om moverende redenen.
Die heb ik ook al een keer eerder toegelicht. We zijn een heel proces met de COA ingegaan en als het dan drie minuten voor twaalf is en de COA komt met het verzoek onze richting uit, maar dan krijgen we – en vergeef me het woord, want we hebben het hier over mensen – maar dan praten we toch blijkbaar dan soms over een businesscase. We krijgen de businesscase niet rond. We krijgen de financiën niet rond. Dat kan alleen als u wilt bewegen als
gemeente richting de tien jaar. Dan zijn ze wel bij ons aan het verkeerde adres. Vanaf begin af aan vijf jaar. Niet meer. In alle gesprekken. Vijf jaar. Niet meer. Dan moet je niet om drie minuten voor twaalf aankomen met het feit van, we gaan het alleen voor tien jaar doen. De voorzitter: Ik zie de heer Van der Waal nog een keer. Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. De heer Van der Waal: De raad is bedoeld om dit soort discussies te voeren, voorzitter. Waarom houdt de wethouder onverkort vast aan vijf jaar en denkt hij niet mee met het COA in de richting van tien jaar? Heeft hij werkelijk geen mogelijkheden gevonden om binnen vijf of tien jaar een locatie te creëren, eventueel in samenwerking met de omliggende gemeenten? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: We hebben vastgehouden aan de periode van vijf jaar, omdat de locatie ook voor andere doeleinden uiteindelijk beschikbaar gesteld moet worden. Dat is één. We hebben nog wel even onderzocht of we er zes van konden maken of misschien wel zeven. Maar uiteindelijk bleef het bij de kant van de COA over de periode van tien jaar en dat was voor het college op dat moment geen optie. Als u even kijkt naar wat de ontwikkelingen zijn rondom azc's in buurgemeenten, dan verwijs ik u alleen maar even soms naar krantenartikelen. Dan is dat volgens mij uw vraag al beantwoord.
Want zoveel mogelijkheden met buurgemeenten om te kijken of je een gezamenlijk azc, want daar refereert u dan aan, kunt gaan opstarten, die zijn er volgens mij niet meer. En dan refereer ik alleen maar aan een discussie die recentelijk in een buurgemeente heeft plaatsgevonden. Waar zijn we dan niet meer met de COA in een gesprek? Volgens mij hebben we heel nadrukkelijk aangegeven dat wij tegen het aanwijzingsbesluit van de Spreidingswet een bezwaarschrift hebben ingediend. Dat vindt u dus bij die stukken van 7 april terug. In dat bezwaarschrift, die uitspraak, daar zijn we in afwachting op. Feitelijk had het Ministerie van Veiligheid en Justitie, die behandelt, gezegd dat ze voor 7 juli een uitspraak zouden doen op ons bezwaarschrift. Het is vandaag 7 juli. Wij hebben vanuit die kant nog niets vernomen, behalve een mail die er enigszins misschien wel op kan wijzen, dat de bezwaren die door vier gemeenten in de provincie Overijssel ingediend zijn, uiteindelijk ook het ministerie weer tot een puzzel laten leiden. Dat betekent dat men uiteindelijk misschien van bij een bepaalde gemeente – ik noem maar even gemeente X – iets af gaan halen van de aantallen die men moet opvangen in de Spreidingswet, dan moet het er bij de andere gemeenten in de provincie Overijssel weer bij en dat wordt best wel een ingewikkelde procedure.
Maar toezegging van voor 7 juli een uitspraak, die heeft het ministerie dus niet weten te realiseren. Uiteindelijk zal het college zich houden aan datgene wat u als raad ons als college op 7 april heeft meegegeven. Dat is zelf regie houden op het proces. Daarmee wachten we wel de uitkomst van het bezwaarschrift af en zal het college ook op dat moment weer gaan beoordelen wat de vervolgstappen zijn. Zelf regie houden op het proces houdt niet in, dat u op 7 april gekozen heeft voor de realisatie van een azc. Dat zeg ik u heel nadrukkelijk er nogmaals en duidelijk bij. De voorzitter: Ik sta toe dat u nog heel kort hier langer over doorgaat, maar we hebben het echt wel over de kadernota en niet over alles wat met asielopvang te maken heeft. Dus de heer Van der Waal nog één keer heel kort en dan gaan we echt door met het betoog van de wethouder op de andere onderwerpen. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, we hebben het over de kaders van volgend jaar. Daar hoort dit onderwerp ook bij.
De voorzitter: Ja, maar u heeft echt wel de gelegenheid gehad, zoals de wethouder dat net ook al betoogde, om dat op andere momenten ook naar voren te laten komen. We hebben meer onderwerpen in de kadernota staan die ook aandacht behoeven. Maar ik geef u nog één keer de mogelijkheid om op dit onderwerp wat uitgebreider, althans kort, stil te staan. De heer Van der Waal: Voorzitter, op 7 april was er een forum. Daar heeft de raad niet besloten, maar er is een mening gepeild. Niet meer dan dat. Van de raad. Ik constateer al met al dat de wethouder onvoldoende creatief heeft meegedacht om tot een oplossing te komen voor een opvang in Oldenzaal. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder Christenhusz: Ik ben erg benieuwd naar de rest van de mening van de raad, voorzitter. Daar laat ik het even bij. Dan de vraag van het CDA. Mooi dat wonen uiteindelijk best ook wel vaak naar voren kwam. Want dat geeft wel aan hoe de raad het dossier wonen, hoe belangrijk de raad dat vindt. Een aantal vragen vanuit de kant van het CDA. Kan het college vertellen wat we hier nog extra voor moeten doen en op welke termijn dat gerealiseerd kan worden? Volgens mij zit daar een drietrapsraket in, mijnheer Maartens. We hebben de kortste termijn en dat is de woondeal en de herijkte woondeal.
En als het gaat om de herijkte woondeal en de inzet die wij daar als gemeente Oldenzaal in plegen, dan bent u daar op 8 april door een uitgebreide raadsinfobrief over geïnformeerd. Dus die zou ik daar nog even bij willen pakken. Kijk je naar de middellange termijn, dan moet je echt kijken naar nieuwe inbreidingslocaties in Oldenzaal. Ik heb wel eens eerder met deze raad gedeeld, dat je dan naar inbreidingslocaties moet gaan kijken als bijvoorbeeld de noordzijde van de stationsomgeving, het voormalige NS-terrein, terrein Heisterkamp. Kijk je naar de lange termijn, dan is natuurlijk die ruimtelijke ontwikkelstrategie die we met alle 14 Twentse gemeenten opstellen, dat wordt een hele belangrijke, want daar zal op een gegeven moment verdeeld moeten worden waar uiteindelijk de totale woningopgave in Twente gaat landen. Dat kan dus ook, dat het voor een deel in Oldenzaal zal moeten gaan plaatsvinden. Maar we zullen meer ruimtelijke zaken in die ruimtelijke ontwikkelstrategie moeten gaan realiseren. Naast de opgave van wonen hebben we natuurlijk ook op de lange termijn de opgave van, en waar situeren we dan industrie in Twente. Dus ook daar zullen we met elkaar over moeten gaan nadenken. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Bouwman, wethouder. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. U heeft het over de regionale ontwikkelingsstrategie.
Uw college heeft de positionpaper vastgesteld met bepaalde ambities. Kunt u wellicht een beetje een klein beeld schetsen in hoeverre de positionpaper ingrijpt op de regionale ontwikkelingsstrategie? Want ik hoor u zeggen, wellicht moeten dan woningen ook in Oldenzaal gebouwd worden. Heeft dat ook te maken met de richting die het college al met de positionpaper heeft meegegeven of staat het er los van? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Christenhusz: De positionpaper is input voor zowel de ruimtelijke ontwikkelstrategie als ook de omgevingsvisie, die we nu aan het opstellen zijn. Maar over beide mag u als raad het definitieve oordeel vellen. En ik denk dat u daarnaar op zoek was. Dacht ik al. Dan wonen, splitsen evenals vraag … Misschien is dat nog wel even goed om aan te geven. Wij willen als college in september, oktober weer een politiek forum gaan gebruiken om u mee te nemen rondom het totale woondossier. Daar zou dit ook heel goed in passen. We zouden u ook wel mee willen nemen in ontwikkelingen die we tegenkomen als het gaat om het
stikstofdossier, netcongestie. Dus er komt een hele avond als het presidium daarmee instemt met het thema wonen en daar zou het woningdelen ook een belangrijk punt kunnen zijn. Want het rapport wat in gezamenlijkheid is opgesteld met de WBO is beschikbaar. We weten ook dat we met de uitkomsten van het rapport, wat ook nog door het college bekrachtigd moeten worden, dat we ook moeten kijken welke mogelijkheden zien we dan allemaal met elkaar? Maar als we nu ook zouden kunnen zeggen dat we bij die avond in september slash oktober ook de WBO uitnodigen, dan zou ook de raad in de richting van de WBO kunnen vragen, hoe zij tegen dit dossier aankijken. En ik kom daar straks in de beantwoording richting de VVD rondom een vraag ook op die manier nog een keer op terug. De voorzitter: Per interruptie de heer Maartens. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ik hoor de wethouder zeggen, een rapport van de WBO. Volgens mij kennen wij dat rapport nog niet. Is dat beschikbaar? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: Het is een gezamenlijk rapport van de WBO en de gemeente Oldenzaal. Het is ook nog niet officieel in het college geweest. Na de zomervakantie komt het rapport inclusief een raadsinfobrief uw kant. Dan de vraag over het laaghangend fruit.
Ik zou bijna willen zeggen, in de complexe wereld van woningbouw is bijna geen laaghangend fruit meer te vinden, want ook het woningdelen an sich, wat u als vraag heeft, komt nog wel een aantal zaken meer bij kijken, waarbij je niet kwalificeren kunt als laaghangend fruit. Maar ik zou zeggen, laat u verrassen op de bijeenkomst die we in september, oktober willen organiseren gezamenlijk met u. Dan ga ik even door naar GroenLinks. Daar zaten geen vragen in mijn richting in. VVD wel. Het vraagstuk van de leegstand. Ik denk dat dit een onderwerp is wat ik ook graag zou willen agenderen, wat het college graag zou willen agenderen, in die bijeenkomst van september, oktober. Ik wil het bespreken met de WBO voor de tijd, maar het is, denk ik, ook goed dat we die discussie met elkaar gaan voeren, van vinden we deze leegstand in Oldenzaal – want uiteindelijk gaat het maar om een bepaald percentage – vinden we dat wel of niet acceptabel ook op de eventuele inzet die we daarop moeten gaan plegen? De voorzitter: Ik zag hem wel aanstalten maken, wethouder, maar nog niet definitief. Maar nu inmiddels wel. De heer Mekelenkamp, per interruptie. De heer Mekelenkamp: Lichtelijk geforceerd door de portefeuillehouder, voorzitter.
Natuurlijk willen we graag deze discussie voeren en natuurlijk willen wij graag deze discussie inhoudelijk voeren, maar dan is het onze ogen wel goed om al een goed geïnformeerde, goed beslagen discussie te voeren. Dus op het moment dat wij bij wijze spreken nu zeggen, laten wij vast de piketpalen slaan als raad en dat we dan de inhoudelijke discussie gaan voeren over hoe gaan we het aankleden, dan kunnen we in september al veel grotere slag slaan. Ik hoop dat de portefeuillehouder dat met me eens is. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Christenhusz: Ja, dat ben ik met u eens. Maar volgens mij begint het met de vraag, de aantallen en hoe zwaarwegend vinden we dat. Op het moment dat we het zwaarwegend vinden, zouden we in september, oktober ook een indicatie kunnen geven over hoeveel ambtelijke capaciteit het nu kost om die verordening vast te stellen en op te stellen. En wat nog veel belangrijker is, wat voor handhavingscapaciteit vraagt dat dan van ons. Want dat zullen we dan ook structureel in moeten zetten. Dat zijn eigenlijk de dingen die ik dan in september, oktober klaar zou willen hebben liggen voor u. En dan zou het advies van het college zijn … Ik mag
volgens mij geen oproep meer doen om u een motie te laten intrekken, maar dan is eigenlijk de formele bewoording, kijk ik even naar de voorzitter, heb ik vandaag ook weer geleerd, dat ik moet zeggen, dat de motie voorlopig volgens het college overbodig is. Dat het voorstel dan van het college is om de discussie en het goede gesprek in september, oktober af te wachten. En dan kunt u natuurlijk altijd die voorlopig overbodige motie in oktober of in november bij de behandeling van de begroting weer van stal halen. De voorzitter: Ik zie de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik ben toch even aan het kijken of wij voor de portefeuillehouder toch deze motie wat minder overbodig kunnen laten zijn. Dat we in ieder geval alvast wat richting en wat sturing mee kunnen geven richting september. We houden hem zeker nog even aan voor nu, maar vooralsnog dienen we hem in. Misschien dat we hem nog even aan gaan passen. De voorzitter: De wethouder. Als de heer Bouwman. De wethouder kan dit even op de heer Mekelenkamp reageren. Dan kom ik bij u. Wethouder Christenhusz: Voorzitter, ik denk dat het verstandig is om met elkaar een goede discussie te voeren, ook door ambtelijk ondersteund over van, waar hebben we het nu eigenlijk over als we het over leegstand hebben in zijn totaliteit.
Welke aantallen betreft het dan, dat je ook moet redeneren van bruto naar netto leegstand. Als je die discussie goed gevoerd hebt en we vinden met elkaar dat we echt wat aan die leegstand moeten doen, dan vindt u echt mij aan uw zijde. Laat dat ook heel nadrukkelijk de opmerking zijn die ik in uw richting nu al als toezegging meegeef. Als het echt zo groot is, dan irriteert mij dat ook. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik kan me helemaal vinden in het betoog van de wethouder. Ik hoorde dat de VVD hem dan toch wellicht wil indienen. Maar dan zou ik toch willen vragen, als u dat doet, verander dan de oproep aan het college. Want zoals het er nu staat, gaan wij dingen vragen van het college waar wij in september, oktober dan over gaan spreken. U vraagt eind 2025 het gereed te hebben, dat soort dingen. Als u daar een aanpassing in doet, dan heeft u wellicht de steun van ons. De voorzitter: Dat is aan de heer Mekelenkamp. Wethouder, gaat u verder. Wethouder Christenhusz: Onder het motto … De voorzitter: O. Gaat u verder en dan kom ik bij de heer Yildirim. Wethouder Christenhusz: Als het nog over dit onderwerp gaat, dan zou ik de heer Yildirim de gelegenheid bieden via u om het woord te voeren, want ik wilde door naar de andere motie. De voorzitter: Ja, helemaal eens. Dus dan gaan we nu naar de heer Yildirim.
Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik had het knopje ook ingedrukt. Maar als VVD straks een motie aanhoudt, is voor ons wel belangrijk dat wij weten om welke aantallen het gaat. Want op basis daarvan gaan wij een keuze maken van wel of niet. De heer Mekelenkamp benoemde net 340, dacht ik, of 380, terwijl het ambtelijk apparaat 17 aangeeft. Dat is wel een flink verschil. Uiteindelijk willen wij natuurlijk ook geen exclusieve leegstand. Dus heeft u misschien nog een inkijk op de cijfers en de aantallen?
De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: Het is, denk ik, goed om in die bijeenkomst van september, oktober die cijfers er nog een keer weer bij te pakken. Wat zijn nu die cijfers van het CBS? Want in die zin mooi dat u die vraag stelt van die 17. Die behoort ook nog wel een stukje nuancering in de zin dat het percentage 17 procent moet zijn, heb ik net ambtelijk begrepen, maar dat het aantal iets hoger ligt. Dat zit op 50. Vandaar ook mijn tegemoetkoming in de richting van de VVD dat ik zeg van, als dat zo is, dan vindt u mij ook wel aan de zijde. Maar laten we echt even de goede discussie voeren in september, oktober. Uitzoeken welke ambtelijke capaciteit dat dan ook kost en ook uiteindelijk dan gaan kijken van, hoe regelen we dan die handhaving met elkaar? Want dat is iets waar ik op dit moment als bestuurder wel een vraag bij heb. Maar als u mij dat op dit moment vraagt, kan ik dat het antwoord niet op geven. Want als je een verordening opstelt, dan vind ik ook zeg dat je een verordening moet opstellen waarop je handhaven kunt en wilt gaan op te treden. Want anders hebben we met elkaar papieren tijger gecreëerd. En dat moet je, volgens mij, ook niet willen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, bij de laatste woorden van de portefeuillehouder kan ik me alleen maar bij aansluiten.
Op het moment dat we een verordening hebben, moeten we ook gaan handhaven. Anders heeft die helemaal geen nut. Maar ik sloeg bijna stijl van mijn stoel dat de portefeuillehouder zei 17 procent. Ik neem toch niet aan dat 17 procent van de woningen in Oldenzaal leegstaat. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: Nee, volgens mij, maar dan kijk ik even naar Mark, is het 17 procent van het bruto aantal van 320 ongeveer wat bij het CBS staat. Maar juist om dit soort discussies op dit moment niet te voeren, is het, denk ik, goed om het in september, oktober met elkaar over te hebben. Dan is er ook goede ambtelijke ondersteuning beschikbaar die input kan leveren. Dat is bij een raadsvergadering natuurlijk niet het geval. Dus volgens mij kunnen we dan het goede gesprek met elkaar voeren. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Christenhusz: Onder het motto van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ zegt het college ook ten aan aanzien van de motie van de WG ‘Voormalige locatie Windroos’ niet dat u hem in moet trekken, maar hij is voorlopig overbodig. Ook daar willen we in september, in oktober met u het goede gesprek over voeren. En dan is het aan u wat u daarmee meedoet. Maar u zou hem ook in de achterzak kunnen houden om eventueel naar aanleiding van die discussie in september, oktober op een later tijdstip daarop terug te komen. Dan is er nog één motie die over blijft.
Dat is de motie van SO om te komen tot een tweede woningbouwvereniging. Die ontraadt het college. Wel om de volgende redenen. Wij willen graag hebben dat in een omvang van een stad als Oldenzaal met 32.000 inwoners met het aantal huurwoningen wat we hier kennen, dat we een financieel stabiele corporatie in Oldenzaal hebben, die de ruimte heeft om en te investeren in nieuwbouw en ook te investeren in verduurzaming en het opknappen en renoveren van woningen. Als je een tweede woningbouwvereniging in Oldenzaal zou gaan realiseren, los van het feit of dat binnen corporatieland of daar op dit moment coöperaties toe bereid zijn, dan betekent dat, dat dat die tweede woningcorporatie eigenlijk alleen maar zich kan richten op nieuwbouwprojecten. Maar dat doet iets met de verdiencapaciteit van de WBO. Want de WBO zijn verdiencapaciteit zit niet in het renoveren en in het verduurzamen van woningen, maar de grootste verdiencapaciteit zit hem in uiteindelijk de nieuwbouw die men kan realiseren in Oldenzaal. Dus eigenlijk ga je met een tweede woningcorporatie de financiële spankracht van onze huidige
woningcorporatie tenietdoen. En vanuit die optiek ontraadt het college deze motie. En ja, er zijn meerdere woningcorporaties soms in steden actief, maar dan wel, volgens mij, in steden als een omvang van Enschede. Want pak de grootste gemeente daarna in Twente – en dat is Hengelo – en daar is maar één woningcorporatie actief. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Een groot gedeelte kan ik meegaan met de wethouder en de argumentatie. Echter was deze motie bedoeld op het moment als de WBO niet wil investeren in projecten die wel van belang zijn voor de gemeente Oldenzaal en haar inwoners. Dan raakt dat volgens mij niet de belangen van WBO op het moment als daar wel een andere partij instapt die zegt, ik zie hier wel brood in. Dat was eigenlijk de kern van de oproep in de motie, om in ieder geval te verkennen of er partijen zijn die wellicht projecten kunnen oppakken waarbij het soms onze doelstelling in ons woonbeleid wel kunnen behalen ten opzichte van als een WBO onverhoopt ergens niet in wil stappen. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: Bedankt voor de toelichting, mijnheer Bouwman, op uw motie. Dan is het, denk ik, nog steeds zo dat het college deze motie ontraadt. Want dan gaat er nog steeds dat ontstaan waarvan we als college zeggen, dat we dat juist niet moeten willen.
Volgens mij is dan veel meer de vraag die we aan de richting van de WBO moeten gaan stellen, hoe kunnen wij als gemeente eventueel, ook met inzet van middelen die u als raad ter beschikking heeft, projecten dan wel vlot gaan trekken? En dat vind ik een discussie die zouden we in september en oktober dan ook maar eens met elkaar in samenspraak met de WBO in beeld erbij moeten pakken. En ook dan refereer ik aan een ontwikkeling die recentelijk in de gemeente Hengelo plaatsvond, waarbij de gemeente Hengelo samen met de WBO op een gegeven moment wel een groot complex kon aanschaffen en dat weer tot ontwikkeling brengen. Ik zou het veel meer in dat soort dingen gaan zoeken dan dat wij een tweede corporatie in de omvang van Oldenzaal, in deze gemeente, naar binnen halen. Dat moeten we, volgens mij, niet willen, aldus het college. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Ik herinner mij het bestemmingsplan Stakenbeek – II, I, ik weet niet wat voor nummer eraan hing – dat daar geen sociale woningen werden gebouwd, omdat WBO daar op dat moment geen capaciteit voor had. We moesten tekenen bij het kruisje. Er was verder geen tijd meer om dat te veranderen. Dat was een ideaal moment geweest, om ook te vragen om een woningbouwvereniging uit een van de omliggende gemeenten te laten helpen bij de bouw van een projectje daar.
Dan komen ze wat over de grenzen heen. Maar dat hoeven we WBO ook niet te ontzeggen, om ook bij andere steden een keer in te grijpen om daar te helpen woningen te bouwen. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Christenhusz: Met dezelfde argumentatie die ik in de richting van de heer Bouwman heb gegeven, ontkracht ik dat. Dus die ga ik niet herhalen. Even kijken. Destijds heeft de WBO de keuze gemaakt om niet in sociale woningbouw te investeren in die wijk door te zeggen van, we hebben al een groot contingent sociale woningbouw in de wijk Zuid-Berghuizen beschikbaar. Dus we willen onze investeringscapaciteit, die we ook maar één keer kunnen inzetten, graag in andere wijken in zetten. Dat is onder meer in de Graven Es. Maar we moeten ons ook realiseren dat er een richtlijn ligt die uiteindelijk wel zegt, dat in de totaal
nieuwbouwcontingent wat we in Oldenzaal moeten gaan plegen, uiteindelijk 30 procent sociale woningbouw gerealiseerd moet worden. Dus dat betekent dat op het moment dat we vraagstukken krijgen als de ontwikkeling van Gravenbeek, meer dan 35 woningen, mijnheer Bouwman, dus u blijft altijd voor Gravenbeek aan zet om een discussie met het college daarover te voeren. Dus wees gerust. Maar dat ook het college dan echt wel in de richting van de WBO op gaat sturen, dat als wij daar honderd woningen gaan realiseren – ik noem maar even een dwarsstraat –, dat minimaal 30 procent daarvan ook onder de sociale woningbouw valt. Volgens mij heb je dan precies datgene bewerkstelligd wat u eigenlijk met Stakenbeek wilt doen. Maar uw aanvliegroute is een andere. Voorzitter, dan volgens mij heb ik alle vragen en moties beantwoord. De voorzitter: Mooi. Dan gaan we met gezwinde spoed naar de volgende in de rij. En dat is wethouder Rödel. Gewoon het knopje indrukken en dan ... Wethouder mevrouw Rödel: Ja, hij doet het, voorzitter. Dank u wel. Mijn collega's in de regio SamenTwente en Twente in het algemeen, dat zijn veertien wethouders, die maken zich vaak druk om het voorliggend veld en wat er gebeurt op het moment dat er sprake was van een ravijnjaar en waar de gemeenteraden van hen zich allemaal over zouden buigen. Want dat is eigenlijk het enige waar je als gemeenteraad aan kunt draaien.
Op het moment dat je het over maatwerk hebt en geïndiceerd maatwerk kun je eigenlijk niet meer zoveel. En dan zeg ik altijd met trots dat ze in Oldenzaal heel goed begrijpen dat preventiviteit maatwerk doet voorkomen of minder doet maken. Dus ik ben ook heel blij te horen vanavond dat dat wederom aan de orde is. Dan ga ik daarmee eerst naar de vraag van het CDA, want die zegt heel terecht wat mij betreft van, als wij echt in het preventieve, dat voorliggend veld en maatwerk willen voorkomen, moeten wij ook wat met die integrale toegang. Daar zijn wij heel hard mee aan het werk. En u vraagt naar de planning van het sociaal plein. We hebben straks nog een besluit voorliggen als het gaat om het voorbereidend krediet. Op het moment dat dat wordt aangenomen, kunnen wij heel gauw overgaan tot het programma van eisen, inclusief vlekkenplan, tot na de opening die gepland staat voor begin 2027. Daarvoor heb ik een hele mooie planning van één A4’tje, maar dat wil ik u bij dezen even onthouden. Mag u van mij hebben. Op het moment dat u dat wilt, dan stuur ik dat naar u toe. Dan Studio15. Dat was een onderwerp wat veelvuldig aan de orde kwam vanavond. En dat snap ik ook, want het is een mooi concept. Dat is wat het is. Dat kan ik ook niet minder mooi maken dan het is. Het is wel een mooi concept voor een beperkte groep. Want ik weet niet of jullie er zijn geweest.
Maar het is ook een beperkte ruimte. Daar kunnen niet heel veel mensen in, dus dan kun je al wel zien van, dit is voor een beperkte groep. Dus in feite zijn de kosten best hoog voor die beperkte groep die hier onbeperkt toegang toe heeft. En drempelloos. Dat is enerzijds heel mooi, maar anderzijds kun je ook denken van, andere mensen met talent moeten betalen voor een zangles. Of voor een sportvereniging. Noem maar op. En dit wordt onbeperkt aangeboden. Nogmaals, een heel mooi concept. Maar moet dat dan op deze manier? En draait het dan alleen om die cofinanciering? Nee, daar draait het niet alleen om. Maar het zijn wel de afspraken waar we mee zijn begonnen. Met de twee partners, Kaliber en Impuls, zijn de afspraken gevoerd en daarmee hebben we gezegd, voor twee jaar willen we dit financieren. Het is een pilot. En daarna gaan we kijken hoe verder. Daarbij is financiering of herallocatie van middelen gewenst vanuit Kaliber en Impuls. Daar hebben we allemaal met volle verstand ja tegen gezegd. Deze beide partners, die ik zeer serieus neem, mijnheer Snijders, maar ik verwacht dat ook andersom op het moment dat ik afspraken met ze maak. U vraagt terecht naar afspraken, prestatieafspraken op basis van subsidies die wij afgeven. Dit is zo’n afspraak, die niet helemaal is nagekomen en dat terecht bij de evaluatie steeds terugkomt.
Wij hebben gekeken van, hoe kan het dan wel? Moet ik nu … ?
De voorzitter: Ik was gewoon even op zoek naar een natuurlijk moment. Wat mij betreft is die er nu. Dan ga ik eerst naar de heer Snijders, want die had ik als eerste gezien en dan kom ik bij de heer Van der Waal. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Het kan aan ons liggen, maar ik kan mij niet herinneren dat Kaliber en Impuls zo'n probleem hebben gemaakt van die eigen bijdrage. Of hebben ze, maar dan spreken ze zichzelf tegen, daar geen probleem van gemaakt? Ik bedoel, dan is de brief correct die ik gelezen heb, evaluatie correct wat ik gelezen heb, maar anders had ik toch wel graag gehoord dat in de evaluatie staat ‘ze moeten zelf bijdragen, maar ze zeggen zelf dat het niet realistisch is.’ Dan had ik misschien een andere keus gemaakt. De voorzitter: De wethouder. De heer Snijders: Wacht even. De voorzitter: U heeft nog wat? De heer Snijders: Sorry, voorzitter. Ik heb nog een vraag. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Snijders: U zegt dat het een hoge prijs is voor een betrekkelijk kleine groep. Dan hoor ik graag van u wat u vindt wat een normale prijs is of een prijsrange voor preventie van dit type. Want niet alle mensen waar preventie voor is, is hetzelfde. De een kan naar de voetbalvereniging, wordt daar happy van, een ander wordt daar zeer depressief van en wil daar helemaal niet heen.
Dus je hebt verschillende soorten preventie nodig om heel Oldenzaal te kunnen bedienen. De voorzitter: Nu zag ik de beweging. Nu durf ik het. De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Ga ik eerst op de laatste vraag in. Ik kan daar niet een exact getal voor geven wat ik vind dat preventie mag kosten per deelnemer, want dat is ook maatwerk en verschillend. Ik ben het met u eens dat we een dekkend aanbod moeten hebben in Oldenzaal. Maar ik ben het ook eens met de uitspraak die ik doe van, maar dat moet dan wel voor iedereen hetzelfde. Dus op het moment dat een jongere ontdekt dat hij zangtalent heeft en daar misschien op een bepaalde manier kennis mee kan maken en daarna naar betaalde reguliere aanbod gaat, dan zou dat ook hiervoor kunnen gelden. Dat zou een manier zijn. Ik zeg niet dat het zo moet, maar dat zou een manier zijn om cofinanciering te regelen met elkaar. Als je kijkt naar de afspraken die er zijn gemaakt, in feite, voordat we begonnen met de tweejarige pilot hebben we afspraken gemaakt van ja, we gaan het voor twee jaar financieren, daarna moet u dat zelf doen door heralloceren van middelen of zelf middelen te vinden. We hebben heel geregeld gesprekken gevoerd met beide partners van, dat wordt moeilijk om dat geheel zelf te financieren en daarom hebben wij daar ook een gedeelte aan bijgedragen.
Helemaal na twee jaar, toen dit zou stoppen, hebben zij aangegeven, we hebben niet voldoende tijd gehad om die gesprekken te voeren, ook niet met partners, ook niet voor doorverwijzing naar het reguliere aanbod of doorstroom naar het reguliere aanbod waarmee het onbeperkt bleef. Dus goed, daar hoef ik niet op terug te komen. Heb ik net wat over gezegd. Maar dat betekent wel dat wij hen nog een jaar de tijd hebben gegeven om te zoeken naar cofinanciering voor een beperkt gedeelte. Wij hebben gezegd, wij willen bijdragen, maar ook toen is het niet gelukt. Nu kan ik voor de derde keer hetzelfde gesprek aangaan, want ik neem u als raad ook heel serieus en ik heb beloofd bij aanvang van Studio15 hier in deze raad, er moet cofinanciering komen of het moet gefinancierd worden vanuit Kaliber en Impuls. We gaan dit op pilotbasis
doen en daarmee financieren. Op basis daarvan ben ik voor uw raad gaan staan en op basis daarvan sta ik nu weer voor uw raad. En als u denkt dat het anders moet, dat heb ik ook gezegd in het forum, dan laat ik dat aan u en de meerderheid om te besluiten om hiermee door te gaan, al dan niet. Maar dan heb ik wel gedaan wat ik met u af heb gesproken. De voorzitter: De heer Snijders nog een keer. Gaat uw gang. De heer Snijders: Met het amendement hebben wij dus aangegeven dat wij vinden dat het anders moet. Kijk, ik ben geen expert in de domein van preventie. Maar ik kan mij eigenlijk niet voorstellen, omdat het zo belangrijk is, dat er nergens onderzoek naar is gedaan wat een redelijk bedrag is. Wat ik zelf heb gevonden is dat tussen de 500 en de 2000 zit en daar zit dus ruim tussen met 650. Dus dan is het niet duur of zo. Snapt u? Ik bedoel, je kunt het pas duur noemen als het ruim buiten het bereik ligt wat normaal aanvaardbaar wordt genoemd. Dus als u zegt, het is duur, dan zeg ik nee, dat is het niet. Want het zit binnen het bereik van wat normaal preventie verwacht is. De voorzitter: Ik weet niet of de wethouder … Wethouder mevrouw Rödel: Laat ik het dan anders formuleren. Het is voor een zeer beperkte doelgroep toegankelijk op dit moment. En dan kijk ik naar ruimte en mogelijkheden. Laat ik het dan zo brengen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan ga ik naar de heer Van der Waal en ik heb de heer Yildirim gezien. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. De ruimte is beperkt en dat is waar. Twee opmerkingen. De wethouder doet alsof het Studio15 en Kunstenschool is. Dat is het ten dele. Maar de hoofdfunctie in de zin van preventie is de opvang, de vrije inloop voor jongeren. Dat nog weinig jongeren komen, heeft te maken met bekendheid, met de grootte van de ruimte, wat dan ook. Maar die lijkt heel effectief te zijn. Dan over de afspraken die gemaakt zijn. Mag ik een type afspraak noemen die ik vroeger in mijn jonge jaren heb meegemaakt? Dan … De voorzitter: Interrupties kenmerken zich wel door het kort te houden. De heer Van der Waal: Ik hou het heel kort, voorzitter. Dat spreken we dan nu blijkbaar af. De voorzitter: Nee, dat doen we altijd. De heer Van der Waal: Mijn ouders zeiden mij hoe het was en die vroegen mij, is dat afgesproken? De enige juiste antwoord was ja, want anders bleef het nog veel langer duren. Was het een dergelijke onderhandeling met Kaliber/Impuls, of was het op een andere manier? Daarnaast is het zo, stel dat het in redelijkheid samen afgesproken en het blijkt niet mogelijk te zijn, dan komt er een nieuwe situatie en daar zou je allebei op een of andere manier in kunnen meebewegen. Is daarover nagedacht om mee te bewegen? De voorzitter: De wethouder.
Wethouder mevrouw Rödel: Ja, daar is uitvoerig in meebewogen en over nagedacht. Want wij hebben heel veel gesprekken gevoerd met deze beide partners. En vandaar dat we ook niet naar nul hebben terugbezuinigd. We hebben gezegd van, bekijk met 40.000 euro wat je met de culturele partners samen om
samen te kunnen komen tot een aanbod voor talentontwikkeling. En ja, dat is breder dan alleen wat u net aangaf. Nee, ik wil het daar even bij laten, want uw geschiedenis daarbij, die vraag begrijp ik niet helemaal. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Yildirim. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Wij vroegen ons nog wel af, zijn er ook nog afspraken gemaakt over de hoogte van de cofinanciering en hoe verhoudt dat zich tot de 40.000 die we nu hebben opgenomen? Want wij vinden uiteindelijk wel belangrijk dat beide partijen de afspraken nakomen. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Nee, we hebben op dit moment geen hoogte van cofinanciering afgesproken. We hebben dat wel gedaan bij verlenging van het jaar na die twee jaar. Toen hebben wij gezegd de cofinanciering moet 30.000 euro's zijn van beide partijen samen. Dus daar zou je naar kunnen kijken. Maar wij willen dat zij zelf komen met een plan, want dat vraagt D66 bijvoorbeeld ook in de motie van, kom met een plan, college, maar wij vinden niet dat wij moeten komen met een plan, maar zij met de culturele partners samen om te komen met een plan voor talentontwikkeling voor deze kwetsbare groep. De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Toch even voor de duidelijkheid. 30.000 vanuit gemeente Oldenzaal en 30.000 vanuit Kaliber/Impuls.
Of is het 30.000 totaal? Wethouder mevrouw Rödel: Nee, dat was naar aanleiding van de raadsinformatiebrief en de verlenging van de pilot na twee jaar. Om u uit te leggen van, wij gaan op dat moment vragen wij 30.000 van Impuls en Kaliber en dat was voor de verlenging van het jaar. Dat zegt niks over de eigen bijdrage op dit moment. Dit is wat wij besloten hebben als college. En als u daar anders over besluit, dan horen we dat graag. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder, met de andere onderdelen. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel. Even kijken. Het armoedefonds. Solidair Oldenzaal vraagt mij hoe zit het eigenlijk met het armoedefonds? En dan bedoelt u, denk ik, het noodfonds. Daar heeft u 23 juni onlangs een besluit over genomen, dat wij de verordening hebben aangepast om dat noodfonds beter toegankelijk te maken ook voor consulenten om aan te vragen, omdat wij merkten dat er weinig gebruik van werd gemaakt. Nu kan beter integraal worden afgewogen en kunnen ook mensen daar gebruik van maken die overal net buiten de boot vallen. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, per interruptie. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik moet even graven in mijn geheugen. Niet tot 23 juni, voordat de mensen daar opmerkingen over maken, maar verder terug hebben wij volgens mij als raad eenmalig bedrag in dat noodfonds gestopt.
Mijn vraag was eigenlijk, hoe zit het daarmee? Wat zit daar nog in aan gelden? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Het exacte bedrag weet ik op dit moment niet. Ik weet dat u daar destijds 1 miljoen in heeft gestopt. Daar hebben we vorig jaar gezegd, het wordt niet gebruikt, is dat afgerond naar vier ton. Daar werd ook heel weinig gebruik van gemaakt, omdat mensen aan allerlei regels moesten voldoen.
Toen hebben we gezegd, die verordening moet aangepast worden, zodat hier daadwerkelijk ook het juiste mee gedaan wordt. En ook voor mensen die net buiten de boot vallen, de stille armoede, noem maar op, om erger te voorkomen, dus ook preventieve inzet. En daar is 23 juni de verordening op aangepast door u als raad. En er zal wat minder dan 400.000 in zitten, maar niet veel minder. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder mevrouw Rödel: U vraagt ook wat wij verder nog doen aan armoede en inzetten daarop. Wij hebben natuurlijk een armoedebeleid … Of was uw buurman het? Het kan ook zijn dat het de heer Van der Waal is. Dat heb ik niet opgeschreven. De voorzitter: We gaan het vanzelf merken. Wethouder mevrouw Rödel: Ja, dan hoor ik dat graag terug. Wij hebben een armoedebeleid vastgesteld en daarmee willen we de netwerkstructuur herstructureren. Daar zijn wij ook volledig mee bezig. De integrale werkwijze willen we versterken. Intensievere samenwerking bij signaleren. De financiële basiskennis bij kinderen en jongeren, daar willen we educatie op zetten en doen wij ook middels samenwerking met scholen. De lokale aanpak jongeren en schulden. En die wil ik er even uitlichten, want die gaat goed. Wij hadden beoogd dertig jongeren te bereiken, maar dat zijn er inmiddels honderd. De kosten voor die preventieve aanpak stijgen dan, want het kost 3000 euro per jongeren om die te begeleiden.
Maar ik heb begrepen dat dat 10.000 euro op termijn oplevert of bespaart op maatwerkzorg. En dat betekent dat wij daar meer budget voor nodig hebben dan wij vooraf hadden gedacht. We geven kledingbonnen uit, is bijvoorbeeld wat we ook nog doen. Energietoeslag. Noem maar op. Maar wij merken dus ook dat de kosten stijgen en dat bijvoorbeeld de stichting Leergeld zegt van, we komen niet meer weg met de middelen die wij hebben, want de lidmaatschappen, de tarieven die stijgen, de zwemleskosten stijgen, fietskosten of het aanschaffen van een fiets dat stijgt. Dus die komen bij ons op de lijn van, we hebben wat meer geld nodig. Dan hebben we nog het jeugdeducatiefonds. Vanuit de overheid wordt daar 15.000 beschikbaar gesteld voor scholen die aan een bepaald aantal leerlingen die in armoede leven, moeten voldoen. Op dit moment zit er bij het jeugdeducatiefonds iemand die daar wat soepeler mee omgaat. En dat betekent dat er met meer aanvragen bij de gemeente terecht wordt gekomen waar wij ook weer 5000 euro per school aan financieren. Dus dat betekent dat de vraag daarnaar groter is. Wij willen wat doen met wat u aangaf als D66 met de formulierenservice, om de formulieren wat te vereenvoudigen. Ook dat kost inzet en geld.
Zo kan ik nog meerdere zaken noemen waar we eigenlijk als een soort van, het klinkt een beetje laatdunkend, maar handgeld nodig hebben om die preventieve maatregelen goed te kunnen doorvoeren op het moment dat het ook goed blijkt te werken. Vandaar dat wij best heel blij zijn met deze handreiking voor een motie, want anders was ik volgend jaar zelf bij u teruggekomen van, ik ga over mijn budget heen. Volgens mij, voorzitter, heb ik daarmee de vragen beantwoord. Ik wilde nog wel even ingaan op de moties. Zoals ik zei, de motie armoede of het armoedefonds heet die volgens mij, die wil ik wel omarmen. Als het gaat om Studio15, dan wil ik het echt bij u als raad laten. Wij hebben geadviseerd daarin aangegeven wat wij daarvan vonden als college. En als u in een meerderheid besluit dat u daarmee door wil gaan, dan ben ik daar niet tegen. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik ben nog een kleinigheid vergeten. Staat wel in het amendement opgeladen. Ik heb in het politiek forum gevraagd, wat de gemeente denkt uit te geven aan preventie. En als ik die cijfers met de inflatie corrigeer, dan geven we steeds minder uit. Dus we zeggen in allerlei documenten, we steken in op preventie,
maar financieel doen we dat niet. Zijn we ontzettend veel efficiënter geworden of steken we gewoon echt niet meer in op preventie? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Rödel: Wat mij betreft steken we heel erg veel in op preventie, zoals ik u net al zei. Als raad wilt u ook dat we preventief werken en volgens mij doen wij dat ook. Ik heb de cijfers gezien en ik zie inderdaad ook een dalende lijn. Ik zal daar verder ook nog wat dieper op induiken, maar volgens mij doen wij heel veel aan preventie. De voorzitter: Nog één keer de heer Snijders en dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Snijders: Wat mij betreft zijn cijfers feit. Hard. Als die dalen, dan moet u een hele goede reden hebben om uit te leggen waarom die daling erin zit. Wethouder mevrouw Rödel: Kom ik in tweede termijn even op terug. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, de wethouder heeft het heel veel over Studio15. Ik heb haar niet horen spreken over Twents Zilver. Wat is daar haar verhaal? Ik zie dat dat een andere wethouder is. Dus de jongeren is bij de een en de ander is bij de ander. De voorzitter: Ja, dat is wel vaker zo. Dus daar komt zo meteen wethouder Oude Engberink nog op terug. U gaat even terug naar … Wethouder mevrouw Rödel: Nee, u heeft zelf het antwoord al gegeven. Ik kom even in de tweede termijn daarop terug. Graag. Dank u wel.
De voorzitter: Goed. Dank u wel. Dan ga ik nu naar wethouder Oude Engberink. Wethouder mevrouw Oude Engberink: Dank u wel. Niet voor niets merken we hier op met elkaar dat sport de hoeksteen van de samenleving is. Want in alle bijdrage van de fracties vandaag wordt gesproken over sport, de sportverenigingen, maar ook over de harmonisatie waar we mee aan de slag gaan. Laat ik dan maar beginnen met alle vragen die over dit onderwerp gaan, want er worden ook drie moties bij genoemd. En daarna pak ik de andere vragen op die u gesteld heeft. Dan begin ik bij vraag van Solidair Oldenzaal en u geeft aan dat naar aanleiding van het forum van vorige week op schriftelijke wijze is gereageerd op de kosten die gemaakt zijn voor de harmonisatie. U benoemt daarbij dat het antwoord wat gegeven is, dat dat onjuist is, omdat in uw beleving veel meer kosten zijn gemaakt. Maar wat ik daarover kan aangeven, is dat we bij de beantwoording vooral zijn ingegaan op de inzet van de afgelopen jaren. Dat zijn dan de jaren waar we aan de slag zijn gegaan na het uitkomen van het rapport van Synarchis. Als we daar dus uw vraag verkeerd hebben geïnterpreteerd, hebben we ook even nagekeken wat dan de kosten zijn geweest die we daarvoor hebben gemaakt en dan wil ik ook graag verwijzen naar de raadsinformatiebrief van 20 september 2022.
Die staat ook opgeladen in Notubox en daarin is de raad geïnformeerd over het in te zetten onderzoek van Synarchis. Het onderzoek zelf, daarvoor stond 14.000 euro begroot. Maar het uitwerken van dat onderzoek en ook alles wat daarna gebeurt, dat hebben we bekostigd vanuit de reguliere inzet van dit huis. Dat kunt u dan als aanvulling zien op de vragen die wij schriftelijk aan u hebben beantwoord.
De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik wil er niet heel vervelend over doen, maar ik vind het wel een beetje vervelend hoe dit nou gebracht wordt. Want de vraagstelling vorige week was heel helder: Welke kosten zijn er tot nu toe gemaakt voor harmonisatie van de buitensport? Dus daar valt natuurlijk ook de onderzoekskosten van Synarchis uit het verleden bij, ambtelijke uren, bestuurlijke uren. Dus eigenlijk had ik daar een opsomming van willen hebben. Maar goed, we gaan de stukken doornemen. Na 2022 zijn nog heel veel raadsmemo’s, raadsinfobrieven onze kant op gegaan. Dat heeft natuurlijk ook allemaal geld en capaciteit gekost. Dus daar was ik eigenlijk naar op zoek. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik door met de vraag van WG Oldenzaal. Mijn collega Zinkweg heeft al een gedeelte van de vraag daarin beantwoord. Wij zijn als college van mening dat wij structurele lasten met structurele middelen moeten blijven dekken. In uw bijdrage heeft u de aanvullende vraag gesteld van, hoe gaan we er dan voor zorgen dat er een structurele oplossing komt voor de financiële en organisatorische vitaliteit van de verenigingen.
En nog aanvullend van, welke randen durft het college dan op te zoeken om incidenteel versus structureel in te zetten? Daarin sluit ik volledig aan ook bij de beantwoording die mevrouw Zinkweg heeft gegeven. Wij blijven bij het standpunt dat we structurele lasten met structurele middelen gaan dekken. Dat geldt dus ook voor de verenigingen. Natuurlijk is het zo dat wij continu op zoek zijn naar mogelijkheden. Dat doen we door bijvoorbeeld constructief met u in gesprek te blijven als het gaat ook over voor de P&C-cyclus. Daar waar we kansen en mogelijkheden zien, leggen we die ook aan u voor. Maar u mag van ons verwachten, dat wij daarin niet over die financiële grens heen stappen en ons houden aan datgene wat we met u hebben afgesproken om ook netjes op onze middelen te blijven passen. Door CDA zijn ook een aantal vragen gesteld over sport. U stelt ons de vraag of wij de onrust bij de sportverenigingen kunnen wegnemen en ook op welke termijn het onderzoek wat wordt uitgevoerd, wanneer dat klaar is. In de beantwoording neem ik ook meteen de vragen die de heer Kramer heeft gesteld van de PvdA mee. Want die vragen lagen wel in het verlengde van elkaar. Als u het noemt over onrust bij de verenigingen, die herken ik. In die paar weken dat ik nu als wethouder sport hier in dit huis werkzaam ben, heb ik al met diverse verenigingen daarover gesproken.