05 Transcriptverslag van de Gemeente Oldenzaal Gemeenteraad 2025.07.07
Tekst van het document
De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: U zegt, ik kan het wel uit de algemene reserve pakken, maar dat kan niet zomaar. Dus dat argument gaat ook niet op.
De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dan heeft u ook een probleem met de oortjes, want dat heb ik namelijk niet gezegd. Ik zeg, ik had heel eenvoudig kunnen zeggen, haal het maar uit de algemene reserve, want dat wordt heel veel gedaan. Dat vond ik te simpel. Dus het mag wel uit een of andere reserve komen, maar ik accepteer ook als het bijvoorbeeld op het resultaat drukt. Onderaan de lijst staat een bepaald getal. Als daar 60.000 af is, de meesten valt dat helemaal niet op. Of je haalt het ergens anders vandaan en dat inzicht heb ik niet. Maar zij hebben dat wel. Dus ik kan gewoon een voorstel doen van, dit is … Maak maar een keus. De voorzitter: De heer Yildirim nog en dan ga ik nog even naar de heer Mekelenkamp. De heer Yildirim: Ik concludeer dat ik de heer Snijders wel goed heb begrepen. U kunt structurele uitgaven niet met incidenteel geld uit de algemene reserve dekken. Dat kan gewoon niet. Maar goed, als u vindt dat dat blijkbaar wel kan … En dan uw argument van, ik laat het over aan het college, dan mogen die maar even kijken hoe ze het gaan doen. Dat is wel heel breed. De voorzitter: Nog één keer de heer Snijders en volgens mij begrijpt u elkaar wel, maar komt u niet tot elkaar. Maar dat gaan we nu merken. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dit is een very belangrijk amendement, dus ...
Ik zeg niet dat ik vind dat het uit de algemene reserve moet komen, want ik snap ook wel, als je iets structureel uit de algemene reserve haalt, dan gaat het er elk jaar een stuk af. Financieel zou dat kunnen als er heel veel in staat, maar dat is niet gebruikelijk. Maar ik ben geen financieel expert. Ik heb wel wat ideeën waar het weg zou komen, maar ik heb veel liever dat het college zegt, we nemen het mee, dan moeten we daar of daar wat gaan doen. En daar wil ik best bij gaan zitten. Maar op basis van de gegevens die ik nu heb, kan ik dat eigenlijk niet. De voorzitter: Volgens mij valt u in herhaling. U heeft uw punt al een paar keer gemaakt. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Desondanks blijft de conclusie, wij vinden de dekking onvoldoende, dus we gaan … De voorzitter: Oké. Dan ga ik nu naar … De heer Yildirim: … hier niet in mee. De voorzitter: Ik dacht dat ik ook … Niet? Oké. Gaat u verder. De heer Yildirim: En daarnaast ook motie 10 van PvdA. Die dienen we samen in. Gaan we natuurlijk in mee stemmen. De voorzitter: Dan zie ik nog een andere interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb al heel lang een hekel aan het ene geld of het andere geld. Investering en onderhoud of structureel en individueel. Een euro heeft twee kanten, ik weet het, maar ze zijn allebei evenveel waard.
In dit geval gaat het om een investering die geld opbrengt. Dus of het dan structureel is of incidenteel, maakt niet uit. Het wordt betaald met geld van over drie jaar. De voorzitter: Mijnheer Yildirim.
De heer Yildirim: Ik hoorde geen vraag. Amendement van PvdA om de bezuinigingen terug te draaien. Ook daarbij vinden wij niet dat er op de juiste manier gedekt wordt. Dus daar gaan we niet in mee. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66. O, de heer Kramer nog een interruptie dan. Eerst de heer Kramer en dan ga ik naar D66. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de heer Yildirim zeggen van, niet op de juiste manier gedekt worden. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat wij geen dekking geven, terwijl wij, volgens mij, heel expliciet zijn over de dekking. Kan de heer Yildirim mij meenemen in de overweging waarom een minimum ozb-verhoging ten opzichte van de reeds voorgestelde ozb-verhoging dan niet het juiste middel is om al die verenigingen overeind te houden voor de komende jaren? De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Met ‘juiste’ bedoelen wij volgens ons de juiste dekking. De ozb is al omhooggegaan, flink ook. En daarnaast hebben wij in ‘ambities en middelen in balans’ een best gelijkmatige verdeling gedaan van de bezuinigingen van de taakstelling die we hebben gekregen. En nu stelt u voor om de taakstelling bij de sportvereniging compleet weg te doen en dat te laten dekken door alle huishoudens in Oldenzaal. Dat is wat ons betreft niet juist. De ozb is al flink omhooggegaan.
Daarnaast heeft u het natuurlijk wel heel mooi geframed, ook in de kranten zagen we dat afgelopen week. U noemt het dan kwartjes van Kramer en dan noemt u het 50 cent, maar in 2031 gaat het om 10 euro per huishouden. Ik begrijp wel, veertig kwartjes van Kramer klinkt misschien niet zo mooi, maar dat is wel de werkelijkheid. De voorzitter: Dan ga ik nu naar D66. O, de heer Snijders nog. Ik probeer een beetje tempo erin te krijgen. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik word steeds wakkerder, denk ik. U zegt iets van, u kunt niet verantwoorden dat de ozb wordt verhoogd voor een bepaalde groep. Heb ik dat verkeerd begrepen? Want dan zou mijn argument zijn, de ozb is eigenlijk voor heel Oldenzaal. Dus niet elke euro wordt voor iedereen uitgegeven. De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Voorzitter, ik zal mezelf verduidelijken. Het gaat erom dat in ‘ambities en middelen in balans’ hebben wij de taakstelling aardig evenredig verdeeld over de verschillende groepen, verenigingen, stichtingen, huishoudens, et cetera. Daar gaat het om. Als we nu zeggen, we halen bij één groep een taakstelling weg en dan gaan we het compleet leggen bij een andere groep, dan vinden wij dat niet rechtmatig. De voorzitter: Nu ga ik wel naar D66. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, eindelijk is het gelukt. Ik zal een beperkte mededeling doen.
Ik heb al gezegd dat onze amendementen 7 en 8 worden ingetrokken. Maar als compensatie daarvoor sluiten wij ons aan bij GroenLinks/PvdA, Talenthouse/Studio15 met ook overigens daarbij Twents Zilver. Dan ga ik gelijk over naar een tweetal moties. De motie voor de privatisering en van de sportaccommodaties en het innovatiefonds van de verenigingen, daarvan heb ik van de indieners wat argumenten gehoord die ik noem als zijnde ‘bijgeruchten’. Ze zijn bij de verenigingen geweest, hebben ermee gepraat. Ik vind dat van hoge kwaliteit. Maar die verenigingen zijn ook vorige week hier geweest en daar hebben we met geen woord over gesproken.
Dus de argumentatie is voor mij een vorm van bijgeruchten en om die reden gaan we met die moties niet mee. De rest houd ik voor de borst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar het CDA. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Voorzitter, ik loop niet alle amendementen en moties langs. En eigenlijk denk ik … Ja, één. Als ik kijk naar het amendement Studio15, daar vragen wij structureel geld 98.000 permanent in dat amendement. Daar kunnen wij ons niet in vinden. Studio15 heeft de opdracht gehad om bij de beide partners te kijken hoe kun je gezamenlijk iets financieren met de gemeente? Hebben ze niet aan voldaan. Wij kunnen ons wel vinden in het voortzetten van Studio15 en we hebben daar ook een soort max voor over. Dan gaan we ook maar afbouwen. Van 98 dit jaar of in 2026 naar 60 2027 naar 50 in 2028 gewoon naar 40, zoals die nu in de kadernota staat. Als iemand zich daarin kan vinden en een amendement wenst aan te passen, dan zullen wij daaraan meedoen en anders doen wij daar niet aan mee. En verder wat het college overbodig heeft verklaard, ontraden heeft, daar gaan wij in mee. En meer zeg ik er maar niet van. Dat zien we straks wel bij de stemming. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar GroenLinks. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ik ga ze ook niet allemaal na. Ik heb wel een aantal stemverklaringen. Die hoor je straks wel.
Dat amendement van Studio15, ik hoor net dat het er waarschijnlijk niet doorkomt. Als ik een aanpassing doe, ben ik benieuwd of recht tegenover mij dan van mening verandert, of ze dan wel meegaan, mijnheer Yildirim? Want dan ben ik bereid om het aan te passen. Ik ben een praktisch mens. En ik zit nog even met het innovatiefonds van de PvdA. Ik ga wel een beetje mee met de wethouder, die zegt van, hoe kan ik uitleggen dat jullie 500.000 moeten besparen in zes jaar en dat wij 500.000 in een fonds stoppen voor zes jaar? Dus daar moet wat vanaf. En misschien moet je dat gewoon open en eerlijk met de verenigingen bespreken. Dus zeggen gewoon, wat vinden jullie een redelijk bedrag wat is goed uit te leggen? Maar het zal wel niet die 500.000 zijn. Dus als u daar een toezegging in kunt doen, dan stem ik daar wel voor. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. De PvdA is zo dadelijk aan de beurt. Nu ga ik eerst nog naar de VVD. Mijnheer Mekenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik wil beginnen met een constatering dat wij als raad vanavond ons van onze slechtste kant hebben laten zien op het gebied van financiële deugdelijkheid. We hebben moties en amendementen ingediend met daarbij de notie, ‘dit gaan we ergens later wel een keer terugverdienen’ of ‘die strepen we weg bij het resultaat’.
Dat kan toch niet als wij onszelf als raadslid serieus in de spiegel aan willen kijken? Ik vind het echt een kwalijke zaak. Heel simpel, ik kan er kort over zijn: alle moties en amendementen waar geen deugdelijke dekking onder ligt, kunnen wij totaal niet in meegaan, puur omdat het ingaat tegen alle fatsoenlijke boekhoudkundige principes. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Snijders. Mijnheer Snijders. Ja, ik heb de anderen ook gezien. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Volgens mij is dit een kadernota en geven wij de kaders aan. Ik begrijp dat … Ik ben niet een boekhouder of zo, maar ik begrijp dat als dat je aangeeft waar je ongeveer met je geld zit. Dit is nog geen begroting. Die wordt daar uitgemaakt. En ik denk dat je bij de vertaling van kadernota naar begroting best alternatieven neer kunt leggen.
De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, als wij vanavond als kader meegeven dat iemand buiten de lijntjes mag kleuren, dan zal er buiten lijntjes gekleurd worden. Dus volgens mij moeten we gewoon in ieder geval als kader meegeven dat er binnen de lijntjes en binnen het redelijke gekleurd zal moeten mogen worden. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik krijg even een lesje college van de VVD blijkbaar over boekhouding. Maar wat ik toch even wil vragen: Waar haalt u de dekking voor 1 miljoen indexatie stadhuis vandaan? Waar haalt u de 16,1 miljoen vandaan. Daar worden ook geen voorstellen voor gedaan. U gaat ervan uit dat het ook ergens vandaan komt. Maar daar ben ik toch wel benieuwd, als u daar straks mee instemt, waar dat geld dan vandaan haalt? De voorzitter: Ik weet niet of de heer Mekelenkamp nog wil reageren? De heer Mekelenkamp: Voorzitter, er zit verschil tussen hoe een bedrag gedekt wordt en hoe een bedrag tot stand komt. Volgens mij heeft de heer Bouwman voornamelijk behoefte aan het tweede, niet aan het eerste. Maar ik zal even voorgaan om het tempo een beetje in de vergadering te houden. Onze motie leegstandsverordening is aangepast en ik ben nu met een heel schuin oog richting … Kijk, dat is mooi. Van die grote schermen, daar kan alles op getoond worden.
We hebben de woorden van de portefeuillehouder ter ore genomen, dus we hebben hem aangepast, in ieder geval waarbij we het college oproepen te erkennen dat een leegstandsverordening een mogelijkheid is om langdurige leegstand het hoofd te bieden. En de bijeenkomst in september hebben we iets ruimer gemaakt, omdat er ook agenda's zijn die nog afgestemd moeten worden dus uiterlijk oktober duiding te geven over de daadwerkelijke leegstand binnen Oldenzaal, inclusief de inspanningen die het opstellen en handhaven van de leegstandsverordening met zich meebrengt. En dan 3: Indien de raad alsnog besluit een leegstandsverordening vast te willen stellen, bij verdere invulling de verordening actief kaders bij de raad op te halen en uiterlijk eerste kwartaal – hebben we eerste kwartaal van gemaakt, omdat als we opschuiven of we willen gaan zeggen dat we een leegstandsverordening willen hebben, dan moet dit ook op gaan schuiven – de Oldenzaalse leegstandsverordening gereed te hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan zullen we conform die aanpassing die motie ook meenemen. Ik ga nu naar … Ik was nog bij de heer Bouwman en dan ga ik naar de heer Van der Waal. Eerst de heer Bouwman nog. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik zou even willen verzoeken of het weer terug mag op het scherm, want ik had nog een opmerking over. De voorzitter: Ja, dan halen we hem er weer even bij.
De heer Bouwman: Dank u wel. De voorzitter: Misschien is het goed om ‘ons’ weg te halen, zodat het iets beter in beeld is. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Punt 3, “indien de raad alsnog een besluit”. Dat is wel heel uitvoerig op dit moment. Volgens mij kunt u die punten scherpstellen op het moment als u dat voorstel alsnog in de raad indient. Dus ik begrijp eerlijk gezegd niet … U bent nu heel voorbarig dat u het uiterlijk eerste kwartaal ’26 allemaal gereed
wil hebben. Maar volgens mij kunnen we daar pas iets over zeggen of dat haalbaar is op het moment als we die sessie hebben gehad. De voorzitter: Dat gaan we zo meteen merken en dan ga ik nu naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik wil het hier over hebben maar ook eerst even over het college boekhouden. Gelukkig heb ik een hekel aan boekhouden, maar ik vond het ondernemen toen ik dat deed, heel kleinschalig, wel leuk. Ik vond het altijd leuk om te investeren, om daar later iets meer geld uit terug te halen. En dat is wat we doen en beogen met Studio15 en Twents Zilver. Even over deze motie. Deze motie is volledig overbodig, in ieder geval ontijdig. Dus ik zal daar niet in meegaan. Na oktober, na de politieke avond of hoorden we net wat het is, denk ik dat de VVD zinvol met een dergelijke motie kan terugkomen, want dan weten we waar we het over hebben. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond verder. Niet? Dan ga ik nu naar de PvdA, tweede termijn. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. In de eerste termijn probeerde ik u te overtuigen van een vijftal zaken en afgaande op het aantal interrupties dat ik gekregen heb, durf ik te concluderen dat het aardig gelukt is.
In deze tweede termijn wil ik u overtuigen van één ding, namelijk dat uit een aantal reacties van politieke partijen blijkt, dat verenigingen ten onrechte worden aangezien als ondernemingen, terwijl ze dat per definitie niet zijn. En daarnaast wil ik u uiteraard overtuigen dat het daarom niet meer dan logisch is, dat wij massaal voor ons amendement moeten stemmen. Voorzitter, ik heb zojuist geluisterd naar het college en een aantal politieke partijen en ik merk dat zij best enthousiast zijn over het feit dat wij bezuinigingen gefaseerd door kunnen voeren. En heel eerlijk, ik snap hier helemaal niks van. Het is een spreekwoordelijke wassen neus en ik wil u uitleggen waarom. Hier ligt namelijk de aanname aan ten grondslag, dat verenigingen bedrijven zijn die hun interne bedrijfsvoering efficiënter in kunnen richten. En zelfs het college, in de persoon van wethouder Zinkweg, veegt deze aanname van tafel. Want eerder tijdens de bespreking van de voorjaarsnota gaf wethouder Zinkweg op de vraag waarom we de structurele lasten van het zwembad niet ad hoc terug kunnen dringen, het volgende antwoord: We kunnen hier geen bedrijfsmatige benadering hanteren, omdat het om een organisatie gaat die een maatschappelijk doel dient. Aan eenieder van u de vraag: waarom doen we dat bij verenigingen dan wel? Daar snap ik helemaal niks van.
Het product dat verenigingen leveren, is individueel welbevinden. Iets dat niet vermarkt kan worden en een gefaseerde afbouw is daarmee een wassen neus. Verenigingen en voorzieningen kosten nu eenmaal geld en wij bij de PvdA zijn er echt van overtuigd, dat Oldenzalers bereid zijn om die extra lasten te dragen. Mensen vinden het fantastisch om in Oldenzaal te wonen, omdat zij dan wonen in een stad die kleur krijgt door verenigingen met al haar vrijwilligers. Ik reken dan ook echt op de steun van de politieke partijen onder ons die al heel lang pretenderen voor verenigingen door het vuur te gaan. En voorzitter, de heer Yildirim had het net over veertig kwartjes van Kramer. Het historisch geweten van mijn partij heeft mij verteld dat tien gulden vroeger een joetje heette. Ik bespeurde wat jaloezie bij de heer Yildirim over het frame dat ik gecreëerd heb over de kwartjes van Kramer en ik bied de heer Yildirim daarom een soortgelijk frame aan waarmee hij verenigingen kan redden in 2031: het joetje van Yildirim. Verder hebben wij vanuit het college verschillende vragen mogen ontvangen over het gezamenlijke voorstel over het innovatiefonds. In het kort: als we even naar de wijzigingen kijken, het eenmalige bedrag ten behoeve van de inzet van de ambtelijke capaciteit, die hebben wij verhoogd naar 75.000 euro.
En de grootte van het fonds hebben wij in het licht van de beantwoording van de wethouder teruggebracht naar 200.000 euro. Tegelijkertijd hebben we ook expliciet gemaakt – en dat ziet u als het goed is bij punt 5 van de overwegingen – dat het aan verenigingen is om ervoor te zorgen dat zij vitaal zijn en niet aan de gemeente. En voor wat betreft de kaders waar het college om vraagt, deze hebben wij bewust niet meegegeven en dat
willen we alsnog niet doen. Door die vrijheid te geven, wordt het college namelijk in staat gesteld om met een voorstel te komen dat maximaal invulling geeft aan de behoefte van verenigingen. Zij weet immers als geen ander wat die behoefte is. Hier laat ik het voor nu even bij, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Ik zit even te kijken. Dit is de amendement of is dit de motie? De heer Kramer: Dit is de motie. De voorzitter: Dit is de motie. Even kijken. Motie 10. Dat had u ook aangegeven. Gewijzigd. Oké. Ik zie een interruptie bij de heer Yildirim. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Heel leuk bedacht van de heer Kamer. Maar ik hoef geen frame op mijn naam die niet klopt, dus ik hoop dat hij dat zelf ook niet wil. De voorzitter: Ik kijk nu even of de heer Kramer gereed is met zijn bijdrage in tweede termijn. Ik kijk even richting het college of er vanuit de zijde van het college nog punt … Ik zie nog één … [onverstaanbaar; geen microfoon] Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer het heel snel te doen. Even gericht aan de heer Kamer. Een zwembad is iets wat vanuit de overheid gefaciliteerd wordt. Dat is nu eenmaal zo. Een vereniging is iets wat zichzelf opricht en ook eigenlijk zichzelf in leven moet houden. Hoezeer wij ook begaan zijn met de verenigingen die inderdaad kleur geven aan Oldenzaal met al hun vrijwilligers.
En daar gaan wij zeker niet langs. Daar denken we wel aan. Alleen op de manier zoals u het brengt, vergelijkt u wel appels met peren. Ik had het u al eerder gezegd, maar ik wil het hier toch nog een keer duidelijk maken. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Maartens en dan mag u nog in één keer reageren. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ik wil toch reageren op de veronderstelling dat de heer Kramer denkt dat wij denken, dat verenigingen bedrijven zijn. Ik heb nog nooit zoveel waanzin ten top gehoord. Het is werkelijk onvoorstelbaar en ik vind het een belediging naar de andere fracties in deze raadszaal. Wij zijn, denk ik, met zijn allen heel erg ons ervan bewust dat verenigingen sociale groepen zijn en sociale groepen die in onze maatschappij functioneren, waarin mensen elkaar opzoeken om voor elkaar betekenis te hebben. En dan zeggen dat andere raadsleden dat bedrijven vinden, echt, ik vind het te gek voor woorden. En ik zou … De voorzitter: Mijnheer Maartens … De heer Maartens: … de heer Kramer ook willen verzoeken om die woorden terug te trekken. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Even reageren op mevrouw Nevels. Een zwembad hoeven we ook niet te hebben. Daar kiezen we ook als gemeente voor om dat in leven te houden.
En volgens mij hebben wij als gemeenteraad van Oldenzaal de taak om te onderzoeken hoe wij met al die schaarse middelen die we hebben, hoe we daarmee om willen springen om vervolgens te doen wat goed is voor onze stad. Volgens mij onderschrijven we met elkaar dat Oldenzaal een sociale stad is en daar horen verenigingen bij. Dus dat even als reactie op mevrouw Nevels. En de heer Maartens, die is gekrenkt, merk ik. En verwijt mij waanzin. Weet u, voorzitter, wat ik waanzinnig vind? Dat wij hier met droge ogen gaan korten op ons verenigingsleven, terwijl de heer Maartens tegelijkertijd erkent hoe belangrijk die verenigingen zijn. Ik heb geen zin om nu functioneel een discussie aan
te gaan en te laten zien hoe gekrenkt we allemaal zijn. Dat heeft geen zin. Maar dat even als reactie op de heer Maartens. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Het voelt kennelijk als gekrenkt. Dat vind ik prima. Dat mag. Laat ik helder zijn. Ik denk dat wij heel gek zijn met onze verenigingen. Ik denk ook dat wij als gemeente nog steeds – dat heb ik in eerdere termijn ook gezegd – ontzettend veel geld in verenigingen gingen steken en soms is het ook gewoon genoeg. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman. Dan beschouw ik deze termijn als beëindigd. Ik begreep … O, toch vanuit het college nog wethouder Rödel. Wethouder Rödel. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Want ik was nog een antwoord verschuldigd aan de heer Snijders. Want die heeft mij een vraag gesteld over de afname van preventie naar aanleiding van het antwoord wat wij hebben toegestuurd afgelopen maandag, waarin hij de vraag heeft gesteld hoeveel geld wij aan preventie uitgaven op verschillende vlakken. Die antwoorden hebben wij toegestuurd en hij heeft daarin een inflatie op toe gepast vanaf 2020 en daarin kun je constateren dat het af zou nemen. Maar wij hebben daar echt meer tijd voor nodig. Want ik weet het op dit moment niet of het zo is. We vermoeden dat het door tijdelijke gelden komt, zoals coronagelden, de NPO-middelen dus, de galagelden bijvoorbeeld.
Maar dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Dus mijn verzoek aan u, mijnheer Snijder, mag ik dit uitzoeken en daarop terugkomen met u? Met wel de politieke opmerking dat wij zeker niet op preventie willen bezuinigen als college. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik ben blij dat ik een keer een moeilijke vraag heb gesteld en ik accepteer uw eerlijke antwoord. Ja, u mag erop terugkomen. De voorzitter: Mooi. Die is genoteerd. Volgens mij mag ik nu de beraadslagingen bij dit agendapunt, kadernota 2026 en verder, als beëindigd beschouwen. Nog niet. Oké, dan kom ik bij de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Wij hadden aan u nog, aan de portefeuillehouder gevraagd om een toezegging als het gaat om transparantie openbaar bestuur. En daarnaast zouden wij alsnog wel even 5 minuten willen schorsen voor de beraadslaging. De voorzitter: Oké, dat recht heeft u natuurlijk altijd. Ik had in de pauze al met de griffie afgesproken dat wij naar aanleiding van de motie van Solidair Oldenzaal nog eens goed zouden kijken van hoe wij informatie op onze website, maar ook sowieso hoe wij daarover communiceren. En daarbij hebben we ook afgesproken, eigenlijk ook analoog aan wat u al aangaf, of wij afwijken. Wij denken het zelf van niet, van wat de wet ons daarin meegeeft.
En ik denk dat je niet in dit geval alleen naar de wet moet kijken, maar ook naar hoe de wet tot stand is gekomen. Want ik begrijp ook uit de krantenberichten van de oud-hoogleraar, dat je ook daarnaar moet kijken, want daar zijn ook wat uitspraken gedaan. Ik begrijp ook dat een minister van Binnenlandse Zaken, die weliswaar demissionair is, ook wat uitspraken heeft gedaan die je ook hierbij moet betrachten. Dus dat alles nemen wij mee en kijken hoe we het nu doen en of we iets moeten aanpassen. Daar komen we in het presidium op terug. Dat naar aanleiding van, maar ook naar aanleiding van de opmerkingen in de eerste termijn van de heer Bouwman.
De heer Yildirim: Dank u wel. Helder. De voorzitter: Alstublieft. Dan schors ik nu voor vijf minuten. [Schorsing] De voorzitter: Ik zie dat we weer allemaal aanwezig zijn. Ik ga allereerst de amendementen langs, dan het voorstel zelf en tot slot de moties. En wat we doen is, op het moment dat de gewijzigde motie aan bod komt, dan zullen we die nog een keer laten zien, zodat er echt geen misverstand is over waar u voor of tegen gaat stemmen. Ik heb ook genoteerd welke moties of amendementen zijn ingetrokken. Mocht ik dat onverhoopt toch niet goed genoteerd hebben, hoor ik het wel van u. Wij gaan over tot de stemming, maar niet voordat ik nog even rondkijk of er behoefte is aan stemverklaringen. Ik zie in ieder geval de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Voorzitter, dank u wel. Dit is eigenlijk nog niet voor de stemverklaring, maar ik heb een vraagje. De voorzitter: Eigenlijk heb ik die ronde gehad, maar ... De heer Snijders: Maar die vraag kon ik niet eerder stellen … De voorzitter: Nee. Stel uw vraag. De heer Snijders: De vraag is of de WG naar aanleiding van de opening van de heer Maartens – ik weet niet of het overleg daarvoor was – is veranderd in de mening van, dat als we het dan toch afbouwen, dat ze wel voorstemmen voor het amendement? Want dan pas ik hem namelijk aan. De voorzitter: Ik kijk even naar de WG. Mijnheer Yildirim.
De heer Yildirim: Kunt u misschien iets duidelijker vertellen wat u gaat aanpassen? De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Sorry, ik wilde het een keer snel doen. De heer Maartens heeft voorgesteld om bij Studio15 om het langzaam af te bouwen. Toch? Of heb ik dat verkeerd begrepen? 60-50-40. Ik dacht 98-60-50-40, maar goed. Zou dat voor u een reden kunnen zijn, als ik het abonnement daarop aanpas, om voor te stemmen? Want dan pas ik hem aan. De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Haalt u het uit de algemene reserve? De voorzitter: Waar u de dekking vandaan haalt. De heer Snijders: Nee, niet uit de algemene reserve. Ik heb graag van het college en ik wil ook met het college wel in overleg, waar ik het weghalen. Ik heb die financiële kennis gewoon niet. Het mag ook uit de ozbverhoging. Dat is dan een paar cent. Dat is minder dan een kwartje, denk ik.
De voorzitter: Mijnheer Yildirim, hom of kuit. Zegt u het maar. De heer Yildirim: Voorzitter, het is onduidelijk. Als het uit de algemene reserve gaat, dan zijn we het er wel mee eens om het eenmaal te verhogen naar 60 en dan 50. De voorzitter: Nee, volgens mij komt u hier niet uit. Dan gaan we over tot stemverklaren. Is er vooraf iemand die een stemverklaring wil uitbrengen? Zo niet, dan hoor ik het wel per motie. Ik ga er gewoon even langs en dan hoor ik wel of mensen een stemverklaring bij een amendement of motie willen uitbrengen. Maar voordat we dat doen, zie ik nog de heer Yildirim. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Voordat we, denk ik, verder gaan, is het handig om te weten van, wat gaat de heer Snijders nu precies doen? De voorzitter: Wat mij betreft zien we dat zo meteen als wij bij zijn amendement of motie zijn aangekomen. Want ik probeer nu wel even wat tempo te maken. Dus dan ga ik die vraag nog een keer stellen of de motie een amendement blijft, zoals die ook is ingediend of later gewijzigd. Maar dat komt dan wel aan bod op het moment dat ik daar ben. Allereerst het amendement 1 en dat is het amendement van SO, schrappen verhogen toeristenbelasting. Behoefte aan een stemverklaring? Niet? Ja, dat is de heer Snijders. Een stemverklaring. De heer Snijders: Wij gaan hierin mee. Sorry.
We gaan hier niet in mee, omdat de wethouder heeft aangetoond dat het geld wat binnen wordt gehaald met toeristenbelasting onvoldoende is om de bijdrage aan dingen die we voor toeristen doen te betalen. De voorzitter: Oké. U mag uw stem uitbrengen. Volgens mij hebben een aantal dat van u al gedaan. Amendement 1, Solidair Oldenzaal. Ja, maar volgens mij had nog niet iedereen gestemd. Amendement 1, Solidair Oldenzaal, schrappen. Kijk, hier is de uitslag. Eén voor, Solidair Oldenzaal, en de rest tegen daarmee is dit amendement verworpen. Gaan wij door naar het volgende amendement ook van Solidair Oldenzaal, behouden preventiegelden Twents Zilver, SAVO en OTDIB. Behoefte aan een stemverklaring? Niet? Dan kunt u nu uw stem uitbrengen. Ik constateer dat vijf voor, de rest tegen. Daarmee is dit amendement verworpen. Dan ga ik door naar amendement 3, ook van SO. Schrappen indexatie stadhuis. Is er behoefte aan een stemverklaring? Niet? Dan mag u nu uw stem uitbrengen. Ja, ik had gezegd, stem is open. Mag nog een keer. Even zien. Twee voor, de rest tegen. Daarmee is dit amendement verworpen. Dan ga ik naar amendement 4. Dat is ook van SO, schrappen incidentele kosten communicatie. Ik weet niet of er behoefte is aan een stemverklaring? Niet? Dan mag u uw stem uitbrengen. Ik constateer dat twee voorgestemd hebben raadsleden, de rest tegen. Daarmee is het verworpen.
Dan kom ik bij amendement 5, ook van SO. Dat betreft het schrappen verhogen ozb, verhoging van 36 procent, zoals ik hier zie staan. Ja, maar hier staat 36 procent. Ik zei het al. 3,6. Nog behoefte aan een stemverklaring? Niet? Dan mag u uw stem uitbrengen. Eén voor, Solidair Oldenzaal, de rest tegen. Daarmee is het verworpen. Dan kom ik bij amendement 6, ook van SO, schrappen 100.000 euro voor water- en klimaatadaptatie. Behoefte aan een stemverklaring? Niet? U mag uw stem uitbrengen. Even kijken. Eén voor, de rest tegen. Daarmee is het amendement verworpen. Dan kom ik bij amendement 7 en dat is ingetrokken. Namelijk van D66, behoud Twents Zilver. Amendement 8, ook van D66, behoud Studio15, ook ingetrokken. Kijk ik met een schuin oog naar de heer Van der Waal. Ik zie hem instemmend knikken met mijn conclusie. Dan kom ik bij amendement 9. Dat is een amendement ingediend door GroenLinks en PvdA en is later ook omarmd door D66. Talenthouse. Er werd nog wel aangegeven Twents Zilver, maar daar heb ik hier niet in terug zien staan. Maar volgens mij het amendement is niet gewijzigd, dus het ongewijzigde amendement brengen we in stemming. U kunt uw stem uitbrengen. Ik constateer dat er vijf voor en de rest tegen. Amendement is verworpen. En dan kom ik tot slot bij amendement nummer 10 van de
PvdA en GroenLinks. En dat is het terugdraaien bezuinigingen verenigingen. Ook hier de vraag: Is er behoefte aan een stemverklaring? Ja. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik hoorde net vanuit de PvdA dat wij door het vuur gaan voor verenigingen. Dat gaan wij ook. Maar ik vind het dan een beetje flauw om dat aan te hangen op het moment dat wij argumenten naar voren dragen, dat wij ook aan andere knoppen kunnen draaien om de lastenverlichting voor de sportclubs nog optimaler te maken. Dat hebben we zojuist voorgesteld. Daar werd niet positief op gereageerd. Helaas. Wij vinden het de omgekeerde wereld. Vorig jaar hebben wij al nadrukkelijk opgeroepen om de lasten zo laag mogelijk te houden. Daar werd niet mee ingestemd. Nu gaan we de ozb weer verhogen en daarbovenop komt dan een kwartje, twee kwartjes. Dat is natuurlijk niet hoe wij hier in de wedstrijd staan. Dus wij stemmen zo meteen tegen. De voorzitter: Dan breng ik het amendement ongewijzigd in stemming. U kunt uw stem uitbrengen. Ik constateer drie voor, de rest tegen. Daarmee is dit amendement verworpen. Dan breng ik het voorstel zelf, de kadernota 2026, in stemming. Waar wij in acht neem ik natuurlijk de amendementen voor zover ze zijn aangenomen en ik zie de heer Kramer. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter.
U kent ons als een constructieve oppositiepartij en het doet ons dan ook pijn om tegen de kadernota te moeten stemmen, maar dat doen we met de volgende reden. Wij hebben in onze inbreng gestreden voor een aanpassing van die kadernota. Die aanpassing heeft het zojuist niet gehaald en wij zouden geen knip voor de neus waard zijn als wij nu voor deze kadernota zouden stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. De heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. Gaat uw gang. De heer Van der Waal: Ik heb dezelfde argumentatie, maar ik stem voor, omdat ik goed tegen mijn verlies heb leren kunnen dankzij de medewerking van al deze raadsleden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Was de heer Snijders niet eerst? De voorzitter: Ik ga even het rijtje langs. De heer Bouwman: Dank u wel. Het moge wel duidelijk zijn. Onze amendementen hebben niet gehaald. Dat was waar wij voor gestreden hebben vanavond. Dus we gaan zo meteen logischerwijs tegen de kadernota stemmen. De voorzitter: Dan kom ik tot slot bij de heer Snijders. De heer Snijders: Alsof we al gefuseerd zijn. Maar dat is niet zo. Ik heb dezelfde argumentatie als de heer Kamer. Te weinig aan preventie, dus doen we niet mee. De voorzitter: Daarmee breng ik het voorstel in stemming. U kunt uw stem voor de Kadernota 2026 uitbrengen. Hier is de uitslag. Voor 16 en 4 tegen.
Daarmee is die aangenomen. Dan kom ik nu bij de moties, want die hebben we er ook een aantal. Die lopen we langs. Ik begin bij motie nummer 1 en die is ingediend door SO, kerntaken gemeente Oldenzaal. Ik weet niet of er nog behoefte is aan een stemverklaring? Niet? Dan kunt u nu uw stem uitbrengen.
De heer …: Ik heb een stemverklaring. De voorzitter: U heeft nog een stemverklaring. Dat kan nog snel. Wat doet u? Gaat uw gang? De heer …: Nee. De voorzitter: O, u wilt stemmen. Maar als u dan weer op het knopje wilt drukken en dan uw stem uitbrengen. Volgens mij is het nu gelukt. Twee hebben voor deze motie gestemd, de rest tegen. Daarmee is de motie verworpen. Dan kom ik bij motie nummer 2, ook van SO, overwegen om te stoppen met harmonisatie buitensport. Ik zie dat de heer Snijders een stemverklaring wil uitbrengen. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Wij gaan hier voorstemmen, omdat we denken, als de wethouder tempo maakt met de gesprekken met de verenigingen, dan is de motie ook opgelost. De voorzitter: Ik kijk even rond. Verder niet. U kunt uw stem nu uitbrengen. U kunt stemmen. Dit is motie nummer 2, overwegen om te stoppen met harmonisatie buitensport. Als u dat nog even wilt aan… Daar is hij. U kunt uw stem uitbrengen. Mooi is dat. Ik ga sneller dan het systeem. Heerlijk. Hier is de uitslag. Twee voor, de rest tegen. Dat betekent dat de motie is verworpen. Dan motie nummer 3, transparantie openbaar bestuur. Even kijken of er nog behoefte is aan een stemverklaring. Mijnheer Snijders, u nog stemverklaring? Gaat uw gang. De heer Snijders: Wij gaan voorstemmen.
De reden is dat wij vinden dat we ons aan de wet moeten houden, niet omdat we tegen gesloten sessies zijn met de beentjes op tafel. De voorzitter: U kunt uw stem uitbrengen. Motie 3. Hier hebben we de uitslag al. Drie voor, de rest tegen. Daarmee is die verworpen. Dan ga ik naar motie 4, ook van Solidair Oldenzaal, verkenning tweede woningbouwvereniging in Oldenzaal. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. U kunt uw stem uitbrengen. We hebben de uitslag. Vier voor, de rest tegen. Daarmee is die verworpen. Dan kom ik bij motie nummer 5, woningbouw voormalige locatie Windroos van de WG. Stemverklaring de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik zal voorstemmen, maar wel met de opmerking dat ik hier heel graag ook bij ga meemaken, dat de Knarrenhof als bestaande partij hier ook in de gesprekken wordt meegenomen. De voorzitter: Verder geen inbreng. Dan kunt u nu uw stem uitbrengen. Ik constateer drie tegen van het CDA, de rest voor. Daarmee is die aangenomen. Dan kom ik bij motie nummer 6 van het CDA, preventief armoedebeleid. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een stemverklaring. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Punt 3, daar zijn we niet van overtuigd. Maar desondanks wil ik toch steun uitbrengen voor deze motie, behoudens punt 3. De voorzitter: Dank u wel. Het is alles of niets.
Maar goed, daar is een stemverklaring voor bedoeld. Dus u heeft uw stemverklaring daarbij gegeven. De heer Van der Waal zie ik ook nog. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik twijfelde heel sterk voor dit geheel. Preventief armoedebeleid, heel graag. Ik zie hier heel graag een plan bij. Ik kan het nu niet meer vragen, maar dat is wel waar ik op ga letten, dat dit niet als zodanig als vaagheid wordt uitgevoerd.
De voorzitter: Ik begrijp dat u dus voorstemt, maar dat gaan we zo dadelijk ook zien. Anderen niet? U kunt uw stem nu uitbrengen. Ik constateer unaniem voor. Daarmee is het aangenomen. Dan ga ik naar maar de motie nummer 7 van de VVD en dat betreft de leegstandsverordening. Goed om die er nog een keer voor te toveren als dat kan, zodat u dat nog een keer goed kan zien. Want dat is natuurlijk wel in afwijking van wat u eerder heeft gezien. Ik weet niet of dat nog lukt, want het zou mooi zijn. Daar is hij. Als hij nog iets groter gemaakt kan worden. Het gaat dan vooral om ‘roept het college op’, zoals ook al eerder toegelicht. Ik zie de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja. Ik ga zo meteen tegenstemmen. Niet omdat ik de leegstandsverordening niet omarm als middel, maar omdat ik punt 3 veel te prematuur vind. En daar wordt nu al een duidelijke uitspraak gedaan dat we dat dan moeten zouden realiseren. Dat vind ik nu veel te vroeg, dus ik kan nog niet voorstemmen voor deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Verder niet? Dan breng ik de motie zoals die hier nu voorligt en op het scherm staat … Ik zie toch nog twee anderen. Die breng ik zo dadelijk in stemming. Ik zie nog twee stemverklaringen. Allereerst de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik was bijna voor.
Maar toen ik hoorde dat er in oktober een sessie komt om de toestand in kaart te brengen, vind ik deze motie ontijdig. Dus veel te vroeg. Om die reden ga ik tegenstemmen in dit geval. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Maartens. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Wat ons betreft … We hebben bij de ‘…’ ook tegengestemd. Wij denken dat dat in oktober aan de orde moet komen. Wij denken dat ook dit in oktober aan de orde zou moeten komen en we dan zouden moeten bepalen of we die leegstandsverordening daadwerkelijk willen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Snijders. De heer Snijders: Exact dezelfde reden. De voorzitter: Ik zie nog een andere stemverklaring. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Zoals ik ook al eerder aangaf, we hebben niet de juiste cijfers hierin en daarnaast hebben we in oktober een gesprek. Dus we stemmen tegen. De voorzitter: Dan gaat u nu uw gang. U kunt uw stem uitbrengen op de gewijzigde motie zoals ook net getoond van de VVD met als onderwerp leegstandsverordening. Hij is uitgebracht. Zes voor, de rest tegen. Daarmee is hij verworpen. Dan ga ik naar motie nummer 8 van de VVD, privatisering sportaccommodaties. Daar nog behoefte aan een stemverklaring? Dat is de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Had ik al gezegd, voorzitter. De sportverenigingen gaan dit niet aankunnen in mijn ogen.
Vandaar dat ik tegen ga stemmen. De voorzitter: Anderen nog? Niet? Dan kunt u nu uw stem uitbrengen. Motie 8, privatisering sportaccommodaties. Hier is het resultaat. Vijf voor, de rest tegen. Daarmee is deze motie verworpen. Dan kom ik bij motie nummer 9 van de VVD, de WG en het CDA, aanvullende subsidie Oldenzaal Promotie. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een stemverklaring. Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Voorzitter, ik vind het een hele lastige. Maar ik denk dat ondernemers goed in staat zijn dan wel zouden moeten zijn onderling zichzelf goed te organiseren en hun eigen reclame daarbij ook te bekostigen. Dus ik zal tegenstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog meer zijn. Niet? Dan kunt u nu uw stem uitbrengen op motie nummer 9, aanvullende subsidie Oldenzaal Promotie. O, dat heeft u al gedaan. Hier ziet u … Nee. Nog een keer. We gaan hem opnieuw openen. Motie nummer 9, aanvullende subsidie Oldenzaal Promotie. U kunt uw stem uitbrengen. Hier is het resultaat. Twee tegen, de rest voor. Deze motie is aangenomen. Dan kom ik bij motie nummer 10. Dat is een gewijzigde motie van de PvdA, verenigingen samenwerking. Ook hiervoor geldt, goed om die nog even te laten zien. Als die nog … Hier ziet u het. In geel gearceerd wat gewijzigd is. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een stemverklaring. Dat is het geval. De heer Maartens was de eerste. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: De motie is enigszins aangepast. Blijft voor ons eigenlijk nog steeds veel te veel geld om daarin te steken, nu op dit moment zeker. Het is nu de helft van daarvoor. We hebben nu de uitvoeringskosten weer 75.000 euro van gemaakt. Wij denken dat we dat op dit moment niet kunnen verantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Er wordt vanavond heel veel gesproken over heel veel geld. Dat we dat vooral niet uit moeten geven. Dit fonds is gebaseerd op wat ik heb genoemd geruchten. Ingeval dat verenigingen bij ons langskomen om een daartoe behorend bedrag aan te vragen, zal ik er positief tegenin staan. Maar dit gaat mij te ver. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij SO. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. We hebben al eerder de opmerking gemaakt dat we vorig jaar de sportclubs ontzettend hoog hebben belast en dan nu met een oplossing komen. Dat vinden wij echt de omgekeerde wereld. Het wordt nu van vijf ton naar twee ton gebracht. Maar als je ziet wat wij de komende jaren aan besparingen opleveren ten aanzien van de huurverhoging van de sportclubs, dan denken wij, ga aan die knoppen zitten en ga dan niet uiteindelijk met een potje daarna nog proberen de sportclubs te redden. Dus wat ons betreft tegen. De voorzitter: Dan tot slot de heer Snijders. De heer Snijders: Wij gaan voorstemmen, maar we hopen wel dat er duidelijke doelen worden gesteld, dat het geld niet verspild wordt. De voorzitter: Dan volgens mij voldoende. Dan kunt u nu uw stem uitbrengen op motie nummer 10 van de PvdA, verenigingen samenwerking. Een gewijzigde, maar die heeft u net gezien. Tegen vijf en de rest voor. Dat betekent dat deze motie is aangenomen.
Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit onderwerp, de Kadernota 2026. C(onform)-voorstellen Niet behandeld.
D(irecte)-voorstellen 7.
Voorbereidingskrediet TCC: Lyceumstraat 8 De voorzitter: Zonet heb ik al gekeken wie er het woord wilde voeren bij agendapunt ‘Voorbereidingskrediet TCC: Lyceumstraat’. En dat was de heer Winkelhuis. En dat mag vanaf uw plek. Want volgens mij wilde u enkel en alleen een stemverklaring uitbrengen. Gaat uw gang. De heer Winkelhuis: ‘Enkel en alleen’ is nog wel een dingetje. Want wij staan eigenlijk samen met een collega van mij van de WG Oldenzaal voor een duivels dilemma. Aan de ene kant gunnen wij elke leerling in Oldenzaal het beste qua onderwijshuisvesting. Maar dat gunnen we ze ook op het moment dat er les gegeven moet worden. Wij weten dat er op de Lyceumstraat veel onrust is. Dat heeft zijn weerslag ook op de cijfers die er nu bij de havo bijvoorbeeld zijn op het gebied van slagingspercentages. De directeur heeft ook aangegeven dat ze daar de komende jaren flink in willen investeren. Wij komen allebei uit het onderwijs en we weten dat je de energie maar één keer kunt verdelen. Op het moment dat je het komend jaar gaat gebruiken om heel zorgvuldig te gaan kijken, hoe gaan we dat schoolgebouw inrichten, hoe gaan we met elkaar om, hoe moet dit eruit komen te zien, dan heb je voor bepaalde dingen geen tijd meer. Dus er zullen belangrijke keuzes gemaakt moeten worden bij TCC en wat ons betreft zijn die op dit moment te vroeg.
Doet ons wel pijn, want, nogmaals, we gunnen iedereen het allerbeste. Maar met ons onderwijshart kunnen we hier niet in mee. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij zag ik de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Klopt, voorzitter. Ik wil alleen even herhalen dat we destijds tegengestemd hebben voor het behoud van de gevel en dat zijn we nog steeds tegen. Maar we gaan wel voorstemmen. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog meer … Ik zie de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb geen stemverklaring. Ik heb alleen een vraag aan de heer Winkelhuis. Geeft hij aan dat de verbouwing in zijn ogen later moet gebeuren? En dan is de vraag daarbij: Waarom is hier geen motie voor ingediend? Want daar zou ik dan waarschijnlijk sympathiek tegenover staan. Als de behoefte zo is, dan wil ik daar graag over meedenken. De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Weet u, voorzitter, soms is het heel moeilijk om uit te leggen wat je gevoel is. En er zijn heel veel dingen waar ik mij samen met een collega van mij erg veel zorgen over maak. Daarvoor hebben we ook een brief ingediend. Daar hebben we een reactie op gekregen. Daar zijn onze zorgen niet mee weggenomen. Wij denken dat het nu gewoon te vroeg is om twee hele belangrijke zaken in één schoolgebouw op te pakken met personeelsleden.
Dat ga je niet redden, is onze stellige overtuiging. Vandaar dat wij zeggen, stel het een jaar uit. De voorzitter: Ik kijk even rond. Ik zie nog mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ik heb ook een vraag aan de heer Winkelhuis en mevrouw Egbers. Ik hoor nu voor het eerst dat een partij met veel raadsleden ineens draait vanaf het IHP, iets wat wij hebben afgesproken met elkaar. Maar is dat nu omdat u zich zorgen maakt over de opleiding? En hoe verhoudt zich dat dan tot het gebouw? Ik probeer het alleen maar heel even te begrijpen.
De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voor de duidelijkheid. Ik geloof dat ik daar toch mee begonnen was. Het gaat om twee van de negen mensen vanuit de WG die dus tegen zullen stemmen. En wij doen dat vanuit de stellige overtuiging dat je geen twee dingen tegelijk kunt doen in één schooljaar. Dat gaat of ten koste van onderwijs of het gaat ten koste van de invulling van het gebouw. Want we gaan nu 1,1 miljoen beschikbaar stellen voor gesprekken met omwonenden, maar ook gesprekken met personeelsleden. En die hebben een hell of a job te doen. Zo'n schoolgebouw inrichten, opnieuw helemaal voor elkaar maken, dat is geen sinecure. Daar moet je goed met elkaar over nadenken. Daar moet je vele sessies over hebben voordat je zegt, dit wordt ons gebouw, dit is wat wij willen. En daar maken wij ons zorgen over. Ik denk dat je het alleen maar kunt begrijpen als je zelf uit het onderwijs komt. Dat is een signaal wat wij af willen geven. En daar moet u het mee doen. De voorzitter: Ik kijk nog even tot slot naar mevrouw Nevels en dan kijk ik daarna nog naar de wethouder of er vanuit de zijde van het college nog behoefte is aan een reactie. Maar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Uiteraard, mijnheer Winkelhuis, ontzettend bedankt voor uw toelichting. Ik snap wel waar uw gevoel vandaan komt in de zin dat het personeel misschien dan overbelast raakt met de taken.
Maar ik zie het als volgt. Wij zitten hier niet om invulling te geven aan de opdrachten van de leerkrachten binnen het onderwijs, omdat wij daar simpelweg niet over gaan. Ik snap uw zorgen wel, maar is het niet aan de opleiding zelf om die keuze te maken? Want dat IHP, dat hebben we met zijn allen vastgesteld. Dat komt netjes terug bij de raad voor het kredietvoorstel. Maar moeten wij dan op die stoel gaan zitten? Ik vind dat nog wel een lastige. De voorzitter: Tot slot de heer Winkelhuis en dan ga ik naar het college. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ik vind het nog veel lastiger, kan ik u vertellen. En ik begon niet voor niks met de woorden ‘het is een duivels dilemma’. Als raadslid ga ik hier niet over, maar ik heb hier ook nog geweten zitten. En ik ga niet tegen mijn geweten stemmen. Doe ik niet. De voorzitter: Ik kijk even rond of er vanuit de zijde van de raad … Niet het geval. Ik kijk nog even naar het college. Wethouder Rödel. Wethouder mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij was dit een stemverklaring. Normaal gaan wij daar geen reactie op geven volgens mij. Dit is in dezen wel gebeurd. Het is voor mij nieuwe informatie. Na alle besproken haalbaarheidsonderzoeken, noem maar op, is dit volledig nieuw. Ook de beantwoording van de vragen ging over andere thema's, dus ik snap niet waar dit vandaan komt ineens.
Maar goed, ik leg me daarbij neer en ik ga uit van de rest van de raad op dit moment. De voorzitter: Ik ga nu kijken … Wij kunnen, volgens mij, nu over tot de besluitvorming. Ik heb geen amendementen of moties voorbij zien komen. Dus het voorstel zoals voorligt, brengen we nu in stemming. Wie is voor en wie is tegen? U kunt uw stem nu uitbrengen. Ik constateer, zoals aangekondigd, twee tegen en de rest voor. Dat betekent dat het voorstel is aangenomen.