CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Transcriptverslag van de Gemeente Oldenzaal Gemeenteraad 2025.07.07

Gemeenteraad 22 september 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 7 juli 202560.654 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Bovendien geven wij jaarlijks in gesprekken met de bestuurdersvereniging hebben we ook die contacten waar we hetzelfde aangeven. Dus volgens mij doen wij al wat we kunnen en zeker door de keuze die wij willen maken en niet te gaan zeggen we gaan links en rechts overal geld uitdelen, zoals het bij deze kadernota gaat bij sommige partijen. Dat zijn wel de keuzes die wij maken om in ieder geval het zo draaglijk mogelijk te houden. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga door. Gaat u verder. De heer Mekelenkamp: Ik ga zelf door, denk ik, voorzitter. De voorzitter: Zeker. U heeft nog 1 minuut 10. De heer Mekelenkamp: Dan de financiële keuzes binnen het sociaal domein. We staan achter de keuze om niet door te gaan met de subsidie van Studio15. Het op een andere manier vormgeven van deze subsidie is een goede zet van de wethouder. We vinden het moeilijk te verkopen dat er jaarlijks 97.000 euro wordt besteed aan een initiatief dat weinig vaste bezoekers heeft. Bovendien is het aanbod uitgebreid met onlinecursussen en zelfs kleding. Dit valt in mijn ogen moeilijk te rijmen met preventie. De voorzitter: Heel mooi dat u een stilte laat vallen, want ik zie de heer Van der Waal en ik zie de heer Snijders. Eerst de heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, de heer Mekelenkamp vindt het heel fijn dat bijna 3,5 miljoen uit de algemene reserve wordt ingezet voor allerlei ongetwijfeld zeer goede zaken. Maar hij vindt het prachtig dat een goed preventief gebeuren als Studio15 en zo meteen zal hij het ook nog hebben over Twents Zilver, samen goed voor slechts 150.000 euro, dat dat wordt weggestreept. Waarom is dat? Omdat de mensen er plezier aan beleven en als gevolg van dat plezier goed in hun vel komen zitten, zodat ze op het goede pad blijven, gezond blijven en daarmee kosten voor jeugdzorg en andere zorg voorkomen? Ik begrijp het niet. Kan u me dat echt uitleggen?

De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik hoor ten eerste de heer Van der Waal het verschil maken tussen jaarlijks terugkerende lasten en een investering. Wij investeren 3,5 miljoen. Ik heb niet gezegd dat we jaarlijks 3,5 miljoen uit onze algemene reserve gaan halen. Zou in mijn ogen ook niet goed zijn. Tegelijkertijd heb ik ook de vraag die ik net aan de heer Snijders zeg, wat is het resultaat wat er bij Studio15 bereikt is? De heer Snijders is fan van KPI’s, dat weten we allemaal. En ook daar kon hij mij geen antwoord op geven, wat nou het preventieve resultaat is van Studio15. Tot zover. Ik dacht dat de heer Snijders nog een interruptie had. De voorzitter: Jazeker, maar ik kijk nog even, want ik ben nog bij de heer Van der Waal. Dan ga ik nu naar de heer Snijders. Mijnheer Snijders. Of wilde u alsnog wat … Krijgt u van mij eerst de gelegenheid. Maak ik dat stukje eerst af. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. De inspreker bij het forum, mevrouw Schonewille, gaf aan dat voor Studio15, ik geloof dat het daar één op twee was, dat de winst was. En voor Twents Zilver één op zes. De getallen kunnen er iets naast zitten. Maar het was in ieder geval positief, dat de opbrengsten meer waren dan de investering. Als investeringspartij, als liberale partij, als de VVD, moet je daar toch geweldig blij mee zijn? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het enige wat ik van mij van het forum kan herinneren qua resultaten, is dat mevrouw Schonewille refereerde aan een landelijk onderzoek, maar niet specifiek wat voor Studio15 en niet specifiek wat voor Twents Zilver. En dat ze aan heeft gegeven dat de Twentse rekenkamers bezig zijn met de doorrekening van de effecten van deze initiatieven. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: U zei veel geld voor een kleine groep bezoekers. Ik weet niet hoe de VVD tegen preventie aankijkt. Wat mag dat kosten per bezoeker? Dat is één. En dan zit je met garanties. Het is altijd moeilijk als je een investering doet om te kijken of daar gegarandeerd in de toekomst wat uitkomt. Het was makkelijker geweest, als er een seriemoordenaar bij Studio15 kwam die stopte met zijn seriemoorden. Maar zo extreem ligt het niet. Dus je zou dicht moeten gooien en dan over vijf jaar kijken of wat meer is gebeurd. Maar dat doen we eigenlijk met heel veel dingen niet. We zijn zelfs niet bereid eigenlijk om KPI’s op te nemen, waar we dat soort afspraken voor dingen die wel redelijk goed meetbaar zijn, om dat te doen. Terwijl dat in preventie algemeen bekend is, dat dat moeilijk meetbaar is. Maar als je kijkt naar de bedragen die geïnvesteerd worden per persoon, dan is dat laag.

De marge is 500 tot 2000 euro wat je mag investeren in preventie, maar dat is een redelijk bedrag. Daar komen we hier niet aan. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, er zijn bij Oldenzaal heel veel initiatieven die allemaal dezelfde rol kunnen vervullen als Studio15. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daarnaast zien we … Neem bijvoorbeeld een ‘Actief na school’, waar de jeugdraad ook op bezoek is geweest. Dan zie ik dat de heer Snijders nog een vraag heeft. De voorzitter: U was nog bezig met uw beantwoording, maar u gaat over uw eigen bijdrage. Dan ga ik nu naar de heer Snijders.

De heer Snijders: Het is een begrijpelijk antwoord. Daar heb ik met de jeugdraad ook over gehad. Als je denkt dat de mensen die bij Studio15 komen, dezelfde zijn als die bij ‘Actief na school’ komen of misschien bij voetballen zitten, dan heeft u gelijk. Maar de ellende is, dat die mensen allemaal een soort van neurodivers is, geloof ik, een of andere ‘…’. Want het zijn allemaal verschillende mensen. De een die tikt heel goed bij Studio15, de ander tikt goed bij ‘Actief na school’. Ik stel mijzelf voor dat mensen die bij Studio15 zitten, niet bij ‘Actief na school’ komen. Dan moet je dus als je bijna dertig bent, moet je naar het Thijcollege of zo, waar is dat, en dan moet je daar gaan zitten? Ik stel me voor dat dat niet gebeurt. Dus je kunt niet één oplossing maken voor iedereen die buiten de boot valt. En je hebt ook geen hele grote groepen, want als dat zo zou zijn, dan is het systeem nog slechter dan het nu al is. Het systeem van preventie werkt voor mensen die een beetje buiten de boot vallen. En dat is niet de meerderheid, maar dat is de minderheid. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekenkamp: Voorzitter, ik constateer alleen dat de heer Snijders en ik het niet eens zijn over wat het begrip preventie inhoudt, dat wat ons betreft in ieder geval preventie geen duizenddingendoekje is. Maar dan ga ik even snel door. De heer Snijders: Wacht even.

De voorzitter: Daar ga ik nog steeds over. Maar u wilt nog … Ik heb net nog even gecheckt, maar ik begrijp dat u nog een keer wilt interrumperen. U krijgt nu de laatste keer en dan ga ik echt weer terug naar de heer Mekelenkamp. Gaat uw gang. De heer Snijders: Ik vroeg u wat u denkt dat er dus uitgegeven mag worden voor preventie per persoon. Heeft u daar een bedrag bij? Of vindt u gewoon 100.000 euro voor 150 mensen gewoon te veel? En op basis van wat is dat dan te veel? De voorzitter: Gaan we nu horen. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het gaat ten eerste om de gedachte, hoor ik hier net van links. En ten tweede is het ook gewoon wat voorkomen wij? Preventie voor … Bijvoorbeeld valpreventie. Eerstegraadspreventie waar we het over hebben. Ik heb vanmorgen nog even naam exact … Ik wist dat we deze discussie vandaag zouden gaan hebben. Dus ik heb even uitgezocht wat voor soorten preventie er allemaal zijn. Eerstegraadspreventie is gewoon voorkomen dat er iets gebeurt. En dat is gewoon … Dat mag veel minder kosten dan een tweede- of een derdegraadspreventie. Dus wat dat betreft hangt het ervan af wat je wilt voorkomen, afhankelijk van het bedrag wat je gaat investeren. Dus ik denk dat ik daar mijn antwoord even bij laat. De heer Snijders: ‘…’ De voorzitter: Nee, het gaat even via mij. De heer Mekelenkamp maakt nu zijn bijdrage af.

Volgens mij heeft u nu genoeg uitgewisseld. Mijnheer Mekelenkamp, gaat u verder. De heer Mekelenkamp: Uiteindelijk nog een opmerking over Twents Zilver. We begrijpen niet goed waarom we deze subsidie in vijf jaar afbouwen, terwijl andere initiatieven zoals OTDIB en SAVO met een aanzienlijk langere subsidierelatie in dezelfde tijd worden afgebouwd. Bovendien hebben wij het sterke vermoeden dat er volop geïnvesteerd wordt in preventie voor deze doelgroep. Daarom onze vraag aan de portefeuillehouder:

Kan zij ons inzicht geven in de meetbare uitkomst van Twents Zilver en de mate waarin er sprake is van dubbelingen. Tot slot. We hebben de afgelopen jaren een mooie ontwikkeling gezien binnen onze binnenstad. Minder leegstand, beter bezochte evenementen en natuurlijk enkele mooie prijzen. Oldenzaal Promotie heeft hier een grote bijdrage aan geleverd. Met het oog op de gewenste groei richting veertigduizend inwoners zal onze stad nog verder gepromoot moeten worden. We zouden het jammer vinden als de energie en de middelen die wij de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd in onze binnenstad voor niets zijn geweest. Ons lijkt het beter om de middelen van Oldenzaal Promotie gefaseerd af te bouwen en daarom dienen wij met de WG en het CDA de volgende motie in. Dan ben ik door mijn tijd heen. Maar … De voorzitter: U mag uw laatste alineaatje nog afmaken, dan hoeft u de motie, want die is al toegelicht door de heer … Gaat uw gang. De heer Mekelenkamp: Precies. Voorzitter, keuzes maken vraagt soms om lef. Niets doen is zelden een oplossing. Dat wil ik graag nogmaals benadrukken. Als Oldenzaalse VVD denken wij dat dit de keuzes zijn die ervoor zorgen voor duidelijkheid bij de verenigingen, zorgen voor meer doorstroom op de woningmarkt en betere betaalbare voorzieningen voor Oldenzalers. Keuzes met lef die resultaat leveren. Geen stap op de plaats, maar stappen vooruit.

Wat ons betreft in de richting van veertigduizend inwoners. Want nu is het tijd voor actie. En voorzitter, het staat niet in mijn bijdrage, maar toch nog een kleine opmerking. De heer Snijders was ons voor met het aanbieden van een cadeautje, maar het viel ons op, dat bij de presentatie in de politieke fora steevast een extra ambtenaar is om door de PowerPoint heen te klikken. Dat moet natuurlijk slimmer kunnen. Daarom bieden wij via de voorzitter aan de gemeentesecretaris graag een kleinigheidje aan. De voorzitter: Dank u wel. Dat mag u doen en dan mag u … Ja, laten we het maar zo doen. U kunt het zo aanbieden, maar ik zie nog een aantal interrupties. Laten we dat maar eerst afhandelen en dan mag u uw cadeautje aanbieden. De heer Snijders als eerste en daarna de heer Van der Waal. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Bij preventie heeft u het over wat het dan werkelijk oplevert. Dan kan ik ook stellen: Wat levert Oldenzaal Promotie ons op? Zijn daar harde cijfers van? Als ik dan kijk naar het politiek forum vorige week, daar schoot ik bijna in de lach. We hebben ontzettend lang geakkerd over die reclameborden. Tweeënhalve ton heeft het gekost, als ik het goed heb herinnerd. En vervolgens zegt hij doodleuk, de voorzitter van Oldenzaal Promotie, ze zijn te klein en ze staan op de verkeerde plek. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, in het verleden gemaakte keuzes kunnen wij helaas niet omdraaien, maar met de kennis van nu hadden wij inderdaad die borden misschien op andere plekken en van andere formaten neergezet. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. Ik ga nog eerst naar de … Ja, gaat uw gang. Heel kort, want dan ga ik echt door naar de heer Van der Waal. De heer Snijders: Ik had twee vragen gesteld. Een was op preventie kun je niet zeggen wat het oplevert. Maar u investeert wel in Oldenzaal Promotie. Wat denkt u dat dat opleeft? Kunt u dat wel van tevoren aangeven? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, volgens mij heeft tijdens het bezoek wat Oldenzaal Promotie ons gebracht heeft, hebben ze keurig met cijfers kunnen onderbouwen wat zij zien in de groei van het aantal bezoekers in de stad, wat zij zien in de aantal transacties, allerlei kwantitatieve resultaten die ze gewoon allemaal kunnen onderbouwen, die ze allemaal kunnen laten zien. Wij vinden het heel moeilijk te geloven dat het niet een deelinvloed is van Oldenzaal Promotie. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. De getallen die vorige week werden getoond worden inderdaad voor een deel door Oldenzaal Promotie veroorzaakt, gerealiseerd. Maar worden ook gerealiseerd door autonome invloeden. Er is geen corona meer, het was mooi weer en dat soort dingen meer. Daarnaast is mijn vraag aan u: Oldenzaal Promotie, waar doet hij de promotie voor? Is dat in het belang van de ondernemers of is dat in het belang van zegt u het maar? Als het voor de ondernemers is, is het dan niet mogelijk dat de ondernemers ook wat meer bijdragen aan de promotie van Oldenzaal, zodat hun omzet en daarmee hun winst ook wat gaat toenemen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ook wederom kan ik verwijzen naar het bezoek wat wij hebben gehad met Oldenzaal Promotie. Contact wat wij hebben gehad met Oldenzaal Promotie.

Ze zijn bezig met een plan met Vrienden van Oldenzaal, waarbij ze het hele concept aan het uitrollen zijn. Daarom ziet de heer Van der Waal, als hij de motie goed bekijkt, ziet hij ook een afname in de bijdrage die we willen doen, omdat wij geloven dat dat aanjagende effect gaat werken, gaat helpen. En daarom denken wij dus dat er ook ondernemers gaan bijdragen. Tegelijkertijd is Oldenzaal Promotie niet alleen voor ondernemers, maar voor alle Oldenzalers. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de … U mag uw cadeautje natuurlijk geven. Ja, dat is natuurlijk wel … Tenminste, mag ik het uitpakken? Dan kan ook iedereen meteen zien in het kader ook van transparantie … Dit is de laser presentation remote, oftewel de laserpointer. Daar gaan we ons voordeel mee doen. Dank richting de VVD. g.

PvdA De voorzitter: En dan is nu als laatste en als ik afga op de bijdrage die is toegezonden ook de kortste … Ik zie een hele zuinige glimlach. Mijnheer Kramer, namens zijn partij, de PvdA, gaat uw gang. De heer Kramer: Voorzitter, vandaag ga ik u overtuigen van een aantal zaken. 1: Een sterk verenigingsleven geeft kleur aan een stad. 2: Een sterk verenigingsleven kost geld, terwijl een sterk verenigingsleven zich niet direct laat vangen in financiële baten. 3: Oldenzaalse verenigingen hebben de afgelopen jaren veerkracht getoond en weten dat de samenwerking noodzakelijk is. Dit moeten wij als gemeente aanmoedigen. 4: Om de kleur van de stad te behouden, moet iedereen bijdragen en dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. En tot slot: De taakstelling die bij een aantal verenigingen terechtkomt, is onbedoeld gebaseerd op willekeur. Ik begin met die eerste en dan neem ik u mee naar de week van 9 juni 2025 in mijn agenda. In die week hebben verenigingen mijn leven extra kleur gegeven. TZB organiseerde een bloementoernooi en FC Berghuizen organiseerde wederom een knotsgek weekend, de Zomerfeesten. In die week daarop sloot ik aan bij een fantastisch tennistoernooi georganiseerd door Quick’20 en mocht ik de week besluiten met een fantastische klootschietronde door het Lutterzand, georganiseerd door K.V. De Toekomst.

Wat hebben deze zaken met elkaar gemeen? Dat deze evenementen mensen bij elkaar brengen en hen uitdagen om naar buiten

te gaan en mee te doen. Belangrijker is echter, deze evenementen zijn belangeloos georganiseerd door vrijwilligers. Vrijwilligers die tot diep in de nacht munten tellen in de feesttent van FC Berghuizen of een ouder echtpaar dat achter klootschieters aanrijdt met zelfgemaakte hapjes en te lauw bier. En daar, voorzitter, raakt u de kern van wat ik vandaag wil bepleiten. Want achter elk muntje dat wordt geteld en achter elke lauwe puls schuilt iets dat onbetaalbaar is: sociale samenhang. Het verenigingsleven fungeert als smeerolie in de Oldenzaalse samenleving. Mensen leren elkaar kennen buiten hun bubbel, ontwikkelen nieuwe vaardigheden, signaleren elkaars zorgen vroegtijdig en vangen die op voordat dure formele zorgstructuren in moeten grijpen. Een goed draaiende club is daarmee onze eerste verdedigingslinie tegen eenzaamheid, tegen inactiviteit, tegen de sluipende verharding van onze maatschappij. Wie zijn kind leert samenwerken op het sportveld, hoeft later minder te investeren in herstelprogramma's tegen sociale uitsluiting. Wie via de muziekvereniging een nieuw netwerk opbouwt na pensionering, heeft minder kans op geestelijke gezondheidsproblemen. Elke euro die wij vandaag in verenigingen steken, bespaart morgen een meervoud aan zorg-, handhavings- en welzijnskosten.

Het is preventie in de puurste vorm en het is gedragen door vrijwilligers – Oldenzalers die hun tijd en energie belangeloos investeren. Daar zit de motor. Daar zit de veerkracht. Wij doen er als raad goed aan om die motor te blijven smeren en niet af te knijpen. Want waar de samenleving het zelf oppakt, hoeft de overheid niet uit te rukken. Dat, voorzitter, is de opbrengst die niet als post op de balans verschijnt, maar wel degelijk voelbaar is op onze pleinen, sportvelden en in onze buurthuizen. Voorzitter, het afgelopen jaar hebben de Oldenzaalse verenigingen laten zien van welk hout ze gesneden zijn. Coronanaschokken, stijgende energieprijzen en krapper wordende sponsorbudgetten hebben hen niet lamgeslagen, integendeel. Ze hebben de krachten gebundeld. Zo delen voetbal- en handbalclubs inmiddels materiaalopslag en onderhoudsploegen, trekken verenigingen samen op bij het werven van nieuwe jeugdleden en delen verenigingen expertise met elkaar door samen op te trekken. Die voorbeelden bewijzen dat verenigingen zelf allang beseffen dat één plus één meer dan twee is. Ze tonen veerkracht, maar botsen ook tegen grenzen aan. Administratie die professionele moet, subsidiestromen die lastiger te vinden zijn en kennis die verspreid zit over vrijwilligers die niet oneindig beschikbaar zijn.

Daarom stellen wij samen vandaag met de Oldenzaalse VVD en WG Oldenzaal voor om hun eigen initiatief te ondersteunen met een eenmalig samenwerkingsfonds van 500.000 euro. Hiermee geven wij het college de mogelijkheid om met een passend voorstel te komen dat aansluit op de behoeften van verenigingen. Maatwerk is daarbij nodig. Zo versterken we de motor van onze samenleving in plaats van deze af te remmen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Een vraagje over … We hebben samen voor Studio15 ingediend, dus dat kunt u haast niet ontkennen. Niet iedereen is gebaat bij een vereniging. Niet iedereen wil bij een vereniging. Voor die mensen moet je ook een plek hebben. Maar ik denk niet dat u dat zult ontkennen. Maar dat is even een vraag. Hoor ik graag van u. Dan, in de motie sluit u professionele verenigingen uit; in bullet 2 sluit u dus verenigingen uit. Wij zouden heel graag zien dat u dat integraler oppakt, want ik zou me voor kunnen stellen dat bepaalde kennis die bij professionele organisaties zit, heel goed gedeeld kan worden bij vrijwilligersorganisaties. Heb je een win-winpunt. Als je dan zegt, dan gaat het geld de verkeerde kant op, dan zou je daar een keuze kunnen maken.

Zo van, als je helemaal vrijwillig bent, dan krijg je meer dan als je zelf ook al een budget hebt waar je dingen van kunt doen. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Vraag 1. De heer Snijders vraagt zich af, is het niet zo, heeft iedereen eigenlijk wel belang bij een vereniging? Nee, dat ontken ik niet. Ik denk niet dat iedereen op het verenigingsleven zitten te wachten.

Tegelijkertijd moeten we wel met erkennen dat verenigingen ook voor niet-leden soms een significante bijdrage leveren aan hun individuele welbevinden. Bijvoorbeeld omdat er sociale veiligheid ontstaat in een wijk, bijvoorbeeld omdat er opruimacties georganiseerd worden, bijvoorbeeld omdat er toch een keer een tentfeest georganiseerd wordt waar ik ook als niet-lid voor welkom ben. Dus ik denk daar iets genuanceerder over. En de tweede vraag van de heer Snijders is van, waarom sluiten we nu stichtingen uit in dit innovatiefonds? Het antwoord daarop is dat stichtingen in de regel toch vaak een iets meer professionelere bedrijfsvoering hebben. Zij kunnen doorgaans punten op expertise die wel aanwezig is bij professionals, daar waar dat voor vereniging in de regel niet het geval is. De voorzitter: Mijnheer Snijders. Ja, dat is de heer Bouwman. Precies. Ik heb u genoteerd. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: En als nu een stichting zich bij u meldt en die zegt, ik vind dat een heel mooi initiatief, ik wil ook meedoen, maar ik heb het geld niet. Zegt u dan van, sorry, uitgesloten, bullet 2? Of zegt u van, kom eens, praten we, misschien kun je toch meedoen? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ik moet daar even over nadenken, zeg ik via u, voorzitter, tegen de heer Snijders. Daar moet ik even over nadenken. Dat antwoord heb ik niet paraat. De voorzitter: Oké.

Dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Op zich waardeer ik het dat u een innovatiefonds wil instellen van 500.000. Maar ik vraag me tegelijkertijd af, waarom gaan we nu een innovatiefonds voorstellen? U kunt ook aan andere knoppen draaien waarmee u het verenigingsleven ook helpt. U heeft vorig jaar de ozb verhoogd. De lastenverzwaringen zijn dit jaar daarvoor al doorgevoerd. In de kadernota staan ook voorstellen vanuit de tariefsverhoging voor de buitensport en binnensport. Kunt u ook heel makkelijk en eenvoudig aan die knoppen draaien, zodat verenigingen daar ook lucht krijgen. Maar u gaat nu eenmalig een half miljoen uit de algemene reserve trekken. Dus ik ben even benieuwd welke afweging u daarin heeft gemaakt. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Daar zijn andere methoden voor en straks, later in mijn betoog ga ik zo'n methode voor het voetlicht brengen, namelijk wel degelijk een minieme verhoging van de ozb bovenop de reeds voorgestelde verhoging. Dus er zijn inderdaad meerdere knoppen. Wij wedden niet graag op één paard. Dat doen we graag op meerdere. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat doe ik ook. Dank u wel. De voorzitter: Dan zag ik nog de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Het bedrag van een half miljoen euro voor samenwerken van de verenigingen.

De verenigingen die willen samenwerken, zoeken elkaar wel op. En die hebben daar misschien een klein beetje hulp nodig, maar 500.000 euro, hoe komt u tot dat bedrag? Als ik denk aan eerdere fondsen die via u als ons terecht zijn opgericht, dan zie ik dat minder dan de helft van het geld is nodig geweest. Hoe komt u hier tot het bedrag van 500.000 en bovendien voor de dekking van de gelden door de ozb te

verhogen? Dat vind ik een makkelijke manier om geld extra binnen te schrapen, zonder dat ik overigens tegen ozb ben wanneer dat nodig is. Dus nogmaals, hoe komt u tot het bedrag van 500.000 euro? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Het korte antwoord zou zijn: het hoeft niet op. Wij reserveren liever te veel middelen dan te weinig. Als uiteindelijk vanuit het college een hartstikke slim voorstel komt waaruit gaat blijken dat het met minder kan, dan zou dat hartstikke mooi zijn. Dus het korte antwoord is: het hoeft niet op. En ja, die 500.000 euro is vrij arbitrair. We hebben een richting moeten geven met elkaar. Daar zit geen financiële doorrekening onder. Maar goed, het hoeft niet op. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. Als de heer Snijders nog even zijn lichtje … De heer Van der Waal: Het hoeft niet op. Nu ga ik even handjeklap doen. Stel dat we het voor een nulletje minder doen, 50.000 euro. Dan kan je ook een heleboel voor doen, zeker voor vrijwilligersverenigingen. Dan hoeft het ook niet op. Ik zie geen onderbouwing voor de 500.000, dus ik ben hier niet gelukkig mee. De voorzitter: Volgens mij is dat een statement. Dan kom ik bij de heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Toch ook de vraag naar een half miljoen, om eens een andere term te gebruiken. Dat is echt ontzettend veel geld. Daar bent u zichzelf ook van bewust, dat snap ik.

Maar wij gaan met die sportverenigingen, als we alle bezuinigingen doorvoeren, hebben we het over 75.000 euro. Met een half miljoen kan ik dus zes jaar lang al die bezuinigingen weghalen. En wat gaan we bereiken? Welke kaders geeft u mee aan het college? Het college moet met een mooie regeling komen, maar welke kaders geeft u mee? Hoe je dat die samenwerking op gang moet krijgen, hoe je de inspiratie, de onderlinge verbinding op gang krijgt? Daar moeten we dan wel iets van vinden. En ik denk dat dat voor veel minder geld dan dat half miljoen kan. En de ozb zeg ik straks nog wat over. De voorzitter: Mijnheer Kramer, wilt u daar nog op reageren? De heer Kramer: Spannend. Een cliffhanger. Ik wil niet namens de WG en de VVD spreken, maar in dit geval durf ik het, denk ik, wel. Want wij hebben allemaal de opvatting, dat goed bestuur gebaat is bij een gezonde wisselwerking tussen college en raad. En in dit geval hebben we er ook bewust voor gekozen om de kaders iets abstracter te laten, want uiteindelijk is het wel zo, dat het college de behoefte van verenigingen nog scherper voor de bril heeft dan wij dat hebben. Die ambtenaren staan dag in, dag uit in contact met sportverenigingen. Dus die zijn veel beter in staat om de daadwerkelijke behoefte te kunnen formuleren dan wij dat kunnen. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dan nog een aanvulling.

Die ambtenaren zijn daar beter toe in staat. Hebt u bij die ambtenaren gevraagd of er behoefte is aan een fonds als dit? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ja. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders.

De heer Snijders: Het heeft even geduurd, maar ik moest terugdenken aan het raadsprogramma. Er kwamen allerlei zorgverleners naar voren en bijna iedereen had het over samenwerking. En dat hadden ze niet in die week bedacht. Dat roepen ze eigenlijk al jaren. Het sluit een beetje aan bij wat de vorige sprekers gezegd hebben. Als je wilt samenwerken en dat brengt wat op, dan zoek je elkaar automatisch al op. Heb je nu dan middelen nodig om ze elkaar op te laten zoeken, wat ze nog niet gedaan hebben? Hoe ga je dan zorgen dat ze dat geld eigenlijk niet over de balk gooien? En dan krijg je hetzelfde als bij de heer Maartens, dat je gewoon gaat zeggen van, stel wel bepaalde kaders mee, dat je iets wil bereiken. Dus zeg niet gewoon, je moet tien keer vergaderen, maar zeg gewoon dat ze ook daadwerkelijk gaan samenwerken. Of dat ze tot een besparing of liever nog tot een verbetering komen van hun service. Besparen wordt altijd gezegd, maar in feite is het veel beter ‘…’ De voorzitter: Ja, volgens mij … Ik kan nu naar de heer Kramer, denk ik. Volgens mij is uw betoog helder. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: En ik snap de vraag ook. Ik merk ook bij andere partijen wat meer behoefte aan kaders en ik denk dat het goed is dat we daar ons ten tijde van het eten even over gaan buigen. De voorzitter: Nog tot slot de heer Bouwman en dan kunt u uw betoog vervolgen. Mijnheer Bouwman.

De heer Bouwman: Dank u wel. Er werd net gevraagd of dat u navraag heeft gedaan bij het ambtelijk apparaat. U zei ja. Maar ik ben toch benieuwd wat het antwoord was vanuit de ambtelijke organisatie. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ik kan me herinneren dat ik een keer in een te warme overlegruimte heb gezeten en toen heb ik inderdaad letterlijk gevraagd: Zou er behoefte zijn of zou dit helpend zijn? En toen was het antwoord ja. Ik kan er niet meer van maken, want meer is er niet gezegd. Het was een gesloten vraag. Ik zal hem in het vervolg open formuleren. De voorzitter: Daar moet u het dan meer doen. Mijnheer Kramer, u kunt uw betoog vervolgen. De heer Kramer: Voorzitter, om de kleur van onze stad te behouden, moet iedereen een steentje bijdragen en dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. Het college stelt een minimale ozb-stijging voor, maar met een extra bijdrage van ongeveer vijftig cent per inwoner in 2026, anderhalve euro in 2027 en twee euro zestig in 2028 kunnen wij alle bezuinigingen op ons verenigingsleven voorkomen. Voor een gemiddeld huishouden is dat minder dan een kopje koffie per jaar. Voor sport- en cultuurclubs betekent het ademruimte om hun werk voor de gemeenschap voort te zetten. Ik hoor u denken, voorzitter.

Geven we hiermee geen verkeerd signaal af aan onze inwoners? Mijn antwoord zou dan zijn: Is het werkelijk onredelijk om twee kwartjes te vragen wanneer daar een levendig toegankelijk verenigingsleven tegenover staat, waar de hele stad van profiteert? Ook niet-leden genieten immers van open toernooien, wijkfeesten, onderhoudsactie en de sociale veiligheid die verenigingen organiseren. Met dit kleine bedrag bevestigen we ons karakter als sociale stad en tonen we solidariteit wanneer het ertoe doet. De voorzitter: Mooi dat u een stilte laat vallen, want ik zie een aantal interrupties. Ik zie eerst de heer Mekelenkamp en daarna ga ik naar de heer Bouwman. Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, Tubantia kopte heel mooi “Het kwartje van Kramer”. Eigenlijk zijn het de twee kwartjes van Kramer. Kun je toch zien wat inflatie doet in de afgelopen jaren. En het siert de heer Kramer, moet ik wel eerlijk zeggen, het kwartje van Kok destijds beloofd om het terug te gaan draaien. De heer Kramer belooft niet terug te gaan draaien, maar die maakt er alleen maar meer van. Mijn eerste vraag: Wat is volgens de heer Kramer het bedrag wat de ozb-verhoging gaat zijn in 2031? De voorzitter: Mijnheer Kramer De heer Kramer: Geen idee. We hebben het nu over de kadernota van 2026. De voorzitter: Mijnheer Mekenkamp. Als de heer Bouwman het knopje … Ja, ik heb u genoteerd. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik heb een korte rekensom gemaakt. Dat komt al met al neer op een kleine 15 euro per huishouden. En als we dan kijken waar momenteel in Oldenzaal, maar ook zeker landelijk, de grootste armoede is, dat is onder werkenden met een eigen huis. Dit is stille armoede. Als we dit voorstel van de PvdA gaan invoeren, voorzitter, dan gaan we deze stille armoede alleen maar verder vergroten in plaats van juist verkleinen. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Allereerst, ik laat me niet verleiden om hier mee te doen aan een quiz met allerlei moeilijke rekensommetjes, want een socioloog rekenmachine geven, dat zou strafbaar moeten zijn.

Maar even terug. Want we zeggen, daar zal uiteindelijk een lastenverzwaring tegenover staan in 2031. Maar wat is het alternatief, vraag ik dan, voorzitter? De heer Mekenkamp heeft het over armoede onder werkenden. Ik heb het dan over sociale armoede van de stad. Ik vind dat wij best tegen onze inwoners mogen zeggen, dat goede voorzieningen geld kosten. En ja, dat kost veel geld. Voor een gemiddeld huishouden is dat veel geld. Maar het verenigingsleven is ons zoveel waard. Het voorkomt ook heel veel kosten. Dat is uiteindelijk het politieke dilemma waar we voor komen te staan met elkaar. Ik denk dat dit ook de essentie is van een goede politieke discussie en wij kiezen er uiteindelijk voor om sociale armoede te voorkomen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp tot slot. En dan ga ik naar de heer Bouwman. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, tot slot dan. Daarom wil ik juist de heer Kramer een compliment geven over de motie die hij heeft ingediend, die in ieder geval ervoor zorgt dat verenigingen financieel duurzamer kunnen worden, zodat ze op termijn ook zonder extra lastenverzwaring naar onze inwoners hun eigen bestaan kunnen garanderen. De voorzitter: Ik weet niet of u daar nog op wilt reageren, want dan ga ik naar de Bouwman. Ik zie u neeknikken. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel.

Ik waardeer het op zich van de PvdA dat zij proberen voor hun verenigingen op te komen. Het is toch een beetje mosterd aan de maaltijd. Want u heeft op 16 december 2024 de belastingverordening vastgesteld. Daarin heeft u gestemd voor ozb-verhoging van 13,49 procent. Dat was de 3,49 procent indexaties doorgevoerd plus de 10 procent vanuit de ‘Ambitie en Middelen in Balans’ maakt 13,49 procent. Daarmee zegt u dus eigenlijk, eerst gaan we de lasten voor de verenigingen verhogen, dan komen al die sportverenigingen bij ons inspreken: “We redden het niet meer.” Cumulatief wordt het allemaal

hoger, want we hebben ook te maken met een WOZ-waardestijging. En vervolgens zegt u, we gaan er een kwartje bij op doen en zo redden wij de sportclub. Maar waar was u vorig jaar dan, toen u ook dat verhaal van de sportclubs hebt gehoord, dat zij op dat moment ook al niet meer redden? Waar was u toen op het moment dat deze belastingverordeningen in stemming werd gebracht? U had toen ook kunnen kiezen om die ozbverhoging niet door te voeren, waardoor we dit hele verhaal niet hadden hoeven te houden op dit moment. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Het klopt dat de PvdA vorig jaar voor de begroting heeft gestemd. En daar zat inderdaad een meerjarenraming bij en een set van uitgangspunten over mogelijke zaken die we konden verrichten op het moment dat het Rijk niet over de brug zou komen met extra financiële middelen. We hebben toen echter geen besluit genomen over wat er in 2026 zou moeten gebeuren. Dat doen we vandaag ten dele, dat we de kaders meegeven voor de begroting voor 2026. Dus het klopt niet dat wij destijds lam langs de zijlijn hebben gestaan. Integendeel zelfs, wij hebben destijds het eerste voorstel gedaan tot ook een soortgelijk innovatiefonds voor verenigingen, omdat we toen ook al de noodzaak inzagen om voor verenigingen wat te doen. Dus het klopt niet helemaal. De voorzitter: Mijnheer Bouwer. De heer Bouwer: Dank u wel.

Ja, dat klopt volgens mijn informatie wel, want ik heb hier de belastingverordening voor mij en daar staat toch duidelijk dat de totale ozb-opbrengst 2025, dus dit jaar, wat in dit jaar in rekening is gebracht, stijgt met 13,49 procent ten opzichte van 2024. Daar heeft u voor gestemd. Onze fractie heeft tegengestemd. Dus wat er uiteindelijk in de praktijk is gebeurd, is dat de verenigingen dit jaar al te maken hebben met een lastenverzwaring. Daar komt de voorstel van het college om in 2026 nogmaals te indexeren met 3,6 procent voorbij. Die gaat u ook zo meteen steunen, als ik het goed begrijp. En dan zegt u, laten we nog even een kwartje erbij doen, want daar zijn alle verenigingen gered. Maar waar is uw voorstel om die ozb-tarieven naar beneden te doen of gelijk te houden in ieder geval? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ik ben blij dat de heer Bouwman mijn stemgedrag zo intrigeert en dat hij dat zo gedetailleerd heeft uitgezocht. Dat voorstel over die ozb, om die gelijk te houden, die gaat van ons niet komen vandaag. En waarom niet? Om hetzelfde wat ik net tegen de heer Mekelenkamp zeg. Wij mogen best naar onze inwoners laten zien dat goede voorzieningen, goede verenigingen, sociale veiligheid, dat dat geld kost. En dat moeten we met elkaar betalen. Voorzitter: Nog één keer de heer Bouwman en dan ga ik naar de heer Van der Waal.

En dan hoop ik wel dat we dit debatje kunnen afronden, ook gelet op de tijd. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Daar gaat de discussie niet over, of voorzieningen extra geld kosten of niet. Het gaat erom, dat u eerst de verenigingen exorbitant hoog, in mijn ogen, belast met 13,49 procent. Die verenigingen komen weer bij de kadernota inspreken, omdat ze het allemaal niet meer kunnen bolwerken. Het wordt en-en-en, omdat grondslagen ook veranderd zijn. En dan komt u met het kwartje van Kramer. Dus ik denk, had vorig jaar voor lastenverlichting voor de sportclubs … U had kunnen stemmen, maar ik vind het een beetje mosterd na de maaltijd. De voorzitter: Mijnheer Kramer.

De heer Kramer: Mooi. De voorzitter: Goed. Kort antwoord. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. U zoekt voor uw doelstelling – goede doelstelling – dekking door de ozb te verhogen. Hebt u ook de begroting van afgelopen jaar doorge… in combinatie met de kadernota zoals die voorligt, om te zien of er nog ergens wat geld kan worden weggeschraapt? Binnen de organisatie, binnen de bouw en verbouw van delen van de stad, daar lijkt mij ook wel het een en ander weg te halen. Dat is een keuze. Waarom valt uw keuze op het verhogen van de belasting tegenover de bezuiniging op andere projecten? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ik ben inderdaad door de begroting gegaan en door de kadernota. En ik ben uiteindelijk op de ozb-verhoging uitgekomen. En waarom? Omdat ik vind, net zoals een socioloog geen rekenmachine mag bedienen, dat een gemeenteraadslid zich op operationeel niveau niet dient te bemoeien met de manier waarop in de uitvoering geld wordt uitgegeven. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. En dan hoop ik echt dat we tot een afronding kunnen komen. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: We hebben allemaal trek, dus ik probeer het kort te houden. De begroting gaat niet om de operationele uitvoering. De begroting gaat over budgetten die ter beschikking worden gesteld als kader voor het uitvoeren van het een en ander.

Een klein voorbeeld in dit geval. We zijn bezig met een Singelpark. Wij zouden kunnen bedenken, dat we – ik noem een heel vaag voorstel waar ik zelf maar ten dele achter zou staan – we zouden kunnen bedenken om het Singelpark vertraagd uit te voeren of delen daarvan niet uit te voeren, omdat het nu al groen is. Het ziet er dan misschien minder mooi uit, het eindresultaat, maar dat zou een optie zijn. Zo zijn er vast nog wel andere projecten waar ook naar gekeken kan worden, of die of langzamer of misschien zelfs helemaal niet meer worden uitgevoerd. Hebt u daarnaar gekeken? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ik ben blij dat de heer Van der Waal dit voorbeeld noemt, want dit is precies mijn definitie van operatieniveau waar we ons niet meer moeten bemoeien. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Kramer: Daarom dienen wij vandaag samen met GroenLinks een amendement in die deze extra ozbbijdrage regelt en de voorgenomen bezuinigingen op sport- en cultuurverenigingen terugdraait. Niet omdat wij verzot zijn op belastingen, maar omdat we staan voor een florerend verenigingsleven. Tegelijkertijd daag ik iedereen uit om met alternatieve dekkingen te komen. Niemand houdt tenslotte van hogere lasten, zelfs niet wanneer het om maar twee kwartjes gaat.

Voorzitter, de voorgenomen taakstelling raakt slechts een handjevol verenigingen en dat gebeurt op basis van puur toeval, niet op basis van draagkracht of maatschappelijk rendement. Waarom? Omdat deze bezuiniging technisch wordt binnengehaald via een huurverhoging op de accommodaties die in de exploitatiehuur bij de gemeente zitten. Dat zijn vooral bepaalde voetbalclubs. Hun velden zijn gemeentelijk eigendom, dus het college kan de exploitatievergoeding eenzijdig opschroeven. Andere buitensportverenigingen blijven buiten schot, niet omdat zij zwakker of socialer zijn,

maar simpelweg omdat zij ooit op erfpacht of pacht gaan bouwen. Hun contract staat in een notariële akte. De canon mag hooguit worden geïndexeerd, niet plots met een taakstellingspercentage worden verhoogd. Het gevolg is dat twee buurtverenigingen op één sportpark radicaal verschillende lastendruk krijgen, terwijl zij evenveel vrijwilligers in een clubhuis hebben zitten, evenveel jeugd trainen en evenveel uren in het groenonderhoud steken. Daarmee is de verdeling willekeurig. Ze zegt niets over wie het meeste kan dragen, niets over maatschappelijke impact en niets over de investering die clubs al uit eigen zak doen. Sterker nog, de clubs die het hardst worden geraakt, zijn vaak de grootste jeugdaanbieders, precies de organisaties die we vanuit preventief oogpunt zouden moeten koesteren. Die scheefgroei holt het draagvlak onder de taakstelling uit en ondergraaft de onderlinge solidariteit tussen verenigingen. Het harmonisatieproces dat nu loopt, is daarom essentieel. Het brengt alle contractvormen onder één eerlijk stelsel, voorkomt willekeur en zorgt voor draagvlak. De eerste stappen zijn gezet en kunnen met de beschikbare interne middelen worden voortgezet. Maar transparantie over de voortgang is cruciaal voor ons als raad. Ik heb daarom twee vragen aan het college.

Kan de raad gedurende het harmonisatietraject ieder kwartaal een voortgangsbericht ontvangen, zodat wij tijdig kunnen bijsturen op het moment dat dat nodig blijkt? En twee: Kan het college ons een globale tijdlijn schetsen waarin duidelijk wordt, op welk momenten wij welke tussen- en eindresultaten mogen verwachten, zodat verenigingen en raad weten waar zij aan toe zijn? Voorzitter, tot slot. Dit is het moment waarop wij laten zien waar Oldenzaal voor staat. Gedeeld eigenaarschap van onze leefomgeving en gelijke kansen om mee te doen. Met een bescheiden en eerlijk verdeelde ozb-bijdrage investeren we samen in de netwerken die onze stad dragen. Zo beschermen we niet alleen de vrijwilligers die de kar trekken, maar ook alle inwoners die dankzij hun inzet kunnen sporten, musiceren of elkaar kunnen ontmoeten. Wij kiezen voor solidariteit die verder reikt dan cijfers en voor preventie die versterkt wat al goed is, voordat problemen escaleren. Wie vandaag in zijn verenigingen investeert, kiest voor een toekomst waarin iedere Oldenzaler zich gezien voelt en volwaardig bij kan dragen aan een kleurrijke en verbonden stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie in ieder geval nog de heer Bouwman met een interruptie. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u. U dient een amendement in en een motie, allebei om de verenigingen te ondersteunen.

Zit daar nog een volgordelijkheid in? Want ik kan me voorstellen, als uw amendement het haalt, dat u dan … Over die half miljoen, dan zegt u eigenlijk, dan zijn de verenigingen min of meer gered met uw voorgestelde ozb-verhoging. Maar moeten we dan nog dat fonds instellen van een half miljoen? De voorzitter: Mijnheer Kamer. De heer Kramer: Ja, dat moet. Want je kunt nooit te weinig investeren in verenigingsleven. De voorzitter: Mijnheer Bouwman tot slot. De heer Bouwman: Investeren? Maar aan de andere kant heeft u de lasten dusdanig verzwaard en daarna gaat u investeren. Dus wat ons betreft hadden we het eerder voor elkaar gemaakt in plaats dat we nu dingen gaan repareren die we vorig jaar hadden kunnen voorkomen. Dus we gaan weer geld richting verenigingen brengen wat voorkomen had kunnen worden. Dus volgens mij gaan we hier extra geld in pompen, wat niet nodig was geweest. De voorzitter: Mijnheer Kramer, tot slot. De heer Kramer: Waarvan akte.

De voorzitter: Daarmee zijn we aan het … Nee, de heer Winkelhuis? Ja, oké. De heer Winkelhuis nog en de heer Mekelenkamp. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Nog even over die ozb-verhoging, die we vorig jaar met pijn in het hart hebben moeten doorvoeren. Doordat we die 10 procent verhoging hebben doorgevoerd, hebben we heel veel bezuinigingen niet hoeven te doen. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nog voor veel meer zware keuzes gestaan. Dus het was voor niemand fijn om dat door te voeren. Maar om een aantal bezuinigingen niet door te hoeven te laten gaan, hebben we die 10 procent toen toch maar door laten gaan. Dat wilde ik nog even noemen. De voorzitter: Dank u wel. Dank ga ik naar de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, even een verduidelijkende vraag. De ozb-aanpassing waar de heer Kramer het over heeft, is die ook van toepassing op de verenigingen? Want het gaat over bedrijfspanden. Want anders zou het een beetje broekzak-vestzak zijn namelijk. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ja, technisch gezien is die ook van toepassing op de verenigingen. Dat klopt. En tegelijkertijd verwacht ik ook wel dat de totale opbrengst uiteindelijk ook wel een positief resultaat zullen bewerkstelligen voor de verenigingen.

Ja, er zal een deel extra betaald moeten worden door diezelfde verenigingen die uiteindelijk profiteren van het extra resultaat dat we ophalen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dus dan rest mij de vraag: Als de verenigingen meer gaan betalen om meer over te houden, moeten we dan niet de ozb nog verder verhogen, om dan in het voorstel van de heer Kramer überhaupt tot het volledige bedrag te komen? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dat gaan we tijdens de bespreking van de begroting zien, want in het amendement roep ik het college op om uiteindelijk met een gedegen voorstel te komen. Dan zullen we zien wat de uitwerking precies is. En nogmaals, ik ben geen financieel adviseur en het is gevaarlijk dat je als individueel raadslid met cijfers gaat stuntelen. Dus daar laat ik graag de experts voor aan zet. De voorzitter: Dank u wel. En dan volgens mij had de heer Maartens nog een interruptie en dan kom ik tot een afronding van de eerste termijn van de raad. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ik hoor de heer Kramer zeggen, je kunt nooit te weinig investeren in verenigingen. Ik snap wat hij bedoelt. Maar dat leidt ook tot de conclusie, je kunt wel te veel investeren in verenigingen, denk ik dan. Ik ben wel benieuwd hoe hij daar dan tegenaan kijkt. De voorzitter: Mijnheer Kramer, tot slot.

De heer Kramer: Mijn partij staat voor een rijk en florerend verenigingsleven. En vanuit dat gedachtegoed kun je nooit te veel investeren in verenigingsleven. Nooit.

De heer Maartens: Ik vraag mij af of de heer Kamer bewust is, hoeveel geld wij als Oldenzaal in sport stoppen. Dat is een ongelooflijk bedrag. Verenigingen betalen op dit moment ergens tussen de 20 en 30 procent, denk ik, van de daadwerkelijke kosten die er gemaakt worden. We steken ongelooflijk veel geld in verenigingen en ik vraag mij wel af, waar dan ergens die grens zit. En ik ben het met u eens als u het hebt over het belang van verenigingen, sociale kracht, maatschappelijke betekenis, helemaal. De voorzitter: Oké. De heer Maartens: Maar dat kost wel geld. De voorzitter: Tot slot … De heer Maartens: En de vraag is hoever dat mag gaan. De voorzitter: Mijnheer Kramer. En nu echt het laatste woord. De heer Kramer: Daar ben ik het volkomen mee eens en dan sluit ik ook af. En als je daar twee kwartjes bij opplust, zijn de verenigingen nu uit de brand geholpen. Twee kwartjes. De voorzitter: Dank u wel. Ik schors de vergadering, al was het maar om de voorzitter een sanitaire stop te gunnen, voor een kwartiertje. Niet dat ik zolang nodig heb, maar dan heeft u ook de gelegenheid om daar nog gebruik van te maken of voor andere noden. Om 18.00 uur gaan we door. Dan heeft het college een halfuur om aanvang te maken met haar eerste termijn, de reacties op u. Dan hebben we de pauze voor het diner en dan gaan we verder met het vervolg van de eerste termijn van het college.

Dus nu even tot 18.00 uur een schorsing en om 18.00 uur gaan we verder met de eerste termijn van het college. Ik schors de vergadering. Schorsing h. College De voorzitter: Het is 18.00 uur, want de pieper van Sander ging af. Ik heropen de vergadering bij dezen en het college is aan zet om haar bijdrage voor de eerste termijn te leveren. Wethouder Zinkweg staat bij het spreekgestoelte als portefeuillehouder voor de kadernota. Wethouder Zinkweg, gaat u gang. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Dank u wel, voorzitter. De kadernota, mensen. Ik heb vorige week al vanuit het college hebben we al een presentatie gehouden. Allereerst natuurlijk teruggekeken naar de jaarrekening, de Voorjaarsnota en vervolgens de kadernota. Dus er is al heel veel gezegd over de richting die dit college mee wil geven aan deze laatste kadernota van deze collegeperiode. We hadden natuurlijk een ravijnjaar, nee, een ravijn aan zien komen. Daar is al door meerdere partijen wat over gezegd. Gelukkig hebben we gezien dat het Rijk bereid is geweest, dat er toch wat extra middelen richting de gemeenten moet. Maar helaas maar voor twee jaar. Dat betekent dat wij ook in 2029, dat er dan sprake is van rode cijfers. En daarom heeft het college ook de keuzes gemaakt zoals die er nu voorliggen.

Aan de ene kant hebben we vorig jaar een pakket aan maatregelen samengesteld waarbij we echt hebben gepoogd om evenwicht samen te brengen in de samenleving. Dus iedereen die zou iets voelen van die bezuinigingen die eraan zaten komen. En dan hebben we het over een flinke ozb-verhoging die al dit jaar is ingegaan, maar ook de toerist die Oldenzaal aandoet en ook iedereen die sport in Oldenzaal, die zal dat voelen. Cultuur. Zo zijn er een aantal genoemd, maar daar blijft het niet bij. Dus het is nog veel meer dan dat. Dat was het pakket wat we als college voor hebben gesteld na een zorgvuldig traject, Ambities en Middelen in Balans, iets waar ik zo meteen nog even op

terugkom, in het kader van de oproep van Solidair Oldenzaal, de kerntakendiscussie. We hebben dat pakket samengesteld en we hebben daarbij ook aangegeven, mocht het Rijk nu over de brug komen met meer middelen, dan gaan wij daar ook weer wat van afhalen. En dat zouden we dan ook doen met de ozb-verhoging die we al door hadden gevoerd. Van dat alles is voor ons als college geen sprake, want we zien nog steeds dat dit geen structurele oplossing heeft geboden. En daar blijven we zeker ons voor inzetten en lobbyen richting Den Haag, samen met natuurlijk alle andere Nederlandse gemeenten, dat is iets wat we doen. Ook het blijven oproepen als er meer taken komen, dan horen daar ook echt knaken bij. Dus daar blijven we ons voor inzetten. En het is ook goed als u dat binnen uw eigen partij blijft doen, want er worden natuurlijk weer nieuwe programma's geschreven de komende tijd voor de verkiezingen, dus wellicht dat dat nog impact kan hebben. Dan toch die tijdelijke ruimte. We hebben gemeend dat dat goed is, dat wij kijken van, waar zit dan nu de pijn? Wie heeft hier het meeste pijn, voelt die meeste pijn en hoe kunnen wij daar dan toch een goede invulling aan geven die tijdelijk van aard is? Daarbij hebben wij voorgesteld om een aantal bezuinigingen te faseren. Dat heeft u ook gezien.

Daarmee komen wij deels ook tegemoet aan de wens van die partijen, want die hebben aangegeven, bezuinigen snappen we. In lastige tijden is dat nodig. Maar geven ons wat rust en wat ruimte, zodat we goed kunnen kijken hoe we dat kunnen inbedden in onze eigen vereniging. Daarbij dus het voorstel zoals we dat nu hebben gedaan. Het eerste jaar nog niet, in 2026. Maar dan begint wel die fasering te lopen. Daarnaast ook een belangrijk punt is blijven investeren in onze gemeente. We investeren fors en dat doen we ook vooral uit incidenteel geld. Dus onze algemene reserve gebruiken we om de goede dingen voor onze stad te doen. Daar hebben we een aantal speerpunten voor. Dat weet u ook. Dus daar zetten we ons op in. Maar er komen soms ook andere dingen voorbij waarvan wij van mening zijn, dat dat door moet gaan. Volgens mij, hoe kan ik daar nog meer over zeggen? Maar u heeft natuurlijk uw stukken gelezen en vorige week hebben we daar een presentatie over geven. Dus ik wil nu gewoon ingaan op de vragen die zijn gesteld in de bijdrages die u heeft gedaan. Allereerst de WG. Die geeft ook aan van, die structurele oplossing, kunnen we niet vaker wat incidenteel geld inzetten, zodat we dan toch ook structureel daar de oplossingen in vinden.

Wij blijven als college wel van mening, dat kan natuurlijk tijdelijk en we hebben inderdaad een spaarpot, dus we kunnen ook – en dat mag ook van de provincie, van onze toezichthouder – wat incidenteel geld inzetten voor de structurele lasten. Maar dat kan niet maar door blijven gaan. Uiteindelijk moeten we natuurlijk komen tot de situatie waarbij we de structurele inkomsten en lasten in balans hebben. Dus daarbij soms ook het goede gesprek aangaan met die partijen, om te kijken, wat kunnen jullie wel en niet dragen en hoeveel ruimte hebben jullie ervoor nodig om dat op te kunnen vangen? Dat is daarbij van belang. Dan het CDA, die heeft het over de binnenstad. Zijn er tweetal vragen die daarover zijn gesteld. Allereerst de blauwe parkeerplaatsen, de shop & go-parkeerplaatsen, zoals we die een tijd geleden hebben ingesteld. Daarvan hebben we gezegd ook bij het parkeeronderzoek, dat we die blauwe parkeerplaatsen gaan evalueren en dat we vervolgens gaan kijken, hoeveel en hoelang moet dat dan bijvoorbeeld? Want de winkeliers gaven ook aan, zouden we het niet tot een uur kunnen verlengen, die korte duur? En het aantal wordt dan ook bekeken.

Dus die evaluatie gaan we doen en we hopen – wij zijn natuurlijk al druk bezig met de verdere vervolg naar aanleiding van het onderzoek – dat we dan ook volgend jaar in 2026 die extra parkeerplaatsen kunnen realiseren, als blijkt dat het nodig is. Maar dat verwachten we wel. Dat is ook echt wel een wens vanuit de winkeliers, want ze worden gewoon voor zover we dat nu dus kunnen zien en beoordelen, goed gebruikt. Dan de speelvoorzieningen in de binnenstad. Daar zijn vragen over gesteld en die gaan wij beantwoorden. Die hebben wij voor nu voorzien voor volgende week, dus ik wil daar ook niet op vooruitlopen, maar wij delen in ieder geval wel de richting van uw fractie, om daar wat meer in te gaan doen. Dus daar komen we dan bij u op terug. En als u dan naar aanleiding van de beantwoording nog vragen heeft, dan horen we dat uiteraard ook graag. Dan GroenLinks. Het rapport van de Rekenkamer over de KPI’s. Het is een veelbesproken onderwerp hier in deze raadszaal, waarbij ook het college heeft gemeend dat het goed is om dat op te pakken. Dat hebben we gedaan met een programma met een aantal afgevaardigden van u. En daar is het bij gebleven. Dit college is van mening dat het

niet onze taak is, om die kaders en die KPI’s vast te stellen, maar dat is echt iets wat u zelf moet doen. Daar heb ik in het verleden al vaker teruggegeven, kom op, u bent daarbij aan zet, dus als u dat graag wilt, dan zorgen wij voor die ondersteuning. Maar het is niet andersom dat wij nu aan zet zijn. Die oproep heeft u, volgens mij, ook al eerder gedaan. Ook alweer een tweede motie die u daarvoor heeft ingediend en toen werd hij niet gesteund. Dus ik leg het echt bij u terug. Dat is nu niet aan ons en ik vind het ook bijzonder dat eigenlijk een beetje nu naar ons wordt gekeken als zijnde dat dat niet hier voorligt. De voorzitter: De heer Snijders per interruptie. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik volg u in dat de raad niet heel enthousiast is over het inzetten op KPI’s. Daarom heb ik zelf de stoute schoenen aangetrokken. Ik heb geprobeerd om een voorbeeld KPI’s te doen en daar heb ik ook contact gezocht met de ambtenaren. Daar is niet op gereageerd, dus ik loop een dood pad in. Ik ben best bereid om daar veel tijd in te stoppen, maar ik kan het niet alleen. Ik heb ook ambtenaren nodig, omdat dat de specialisten zijn. Dus ik doe een voorstel voor een KPI en dan wil ik graag een weerwoord. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Ambtenaren willen alles voor u doen als daar een raadsbrede meerderheid voor is.

Als er maar één partij is die wat wil indienen, dat heeft volgens mij weinig zin om daarmee aan de slag te gaan. Dus vandaar destijds ook de oproep, ga kijken of er meer collega's zijn die daaraan bij willen dragen. Soms kunt u specialistische vragen prima bij de ambtelijke organisatie neerleggen. Die geven daar antwoorden op. Maar in dit geval is dat iets waar we al vaker mee bezig zijn geweest en waar dus geen meerderheid in de raad voor is. Dus dan is het volgens mij niet zinvol om daar de ambtelijke capaciteit op in te zetten. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dat is dan wel een heel wonderlijk proces, want het is unaniem aangenomen. Dan kijk ik even mijn raadsleden aan. Zijn jullie zo ontzettend veranderlijk of vergeetachtig of dement of weet ik veel wat, dat jullie dat niet meer weten en niet meer willen steunen? De voorzitter: Ik zie de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik hoor de wethouder zeggen, de heer Snijders moet met meer partijen komen om ambtenaren de vraag uit te laten werken. Ik vind het wel een gevaarlijk snijvlak, want een raadslid heeft recht op technische ondersteuning, ambtelijke ondersteuning. Ik snap dat het misschien veel werk is, maar ik denk dat we dan toch in het presidium een keer goed over moeten spreken bij welk punt dat het college dan kan zeggen, dat het te veel werk is om iets uit te zoeken.

Want in principe hebben wij gewoon recht op technische ondersteuning. De voorzitter: Dat klopt. Daar zitten wel wat grenzen aan. Het is niet in het oneindige, die technische bijstand of ambtelijke bijstand, waar je dan een beroep op doet. Maar dit lijkt mij prima om dit punt een keer op de agenda van het presidium te stellen. Hebben we al eerder gedaan, geef ik u meteen aan. Want volgens mij de heer Snijders refereerde daar in zijn betoog ook al aan. En daar werd, laat ik het maar zo zeggen, niet direct enthousiast gereageerd. Maar dat gaf u zelf ook al aan. Ik denk dat het goed is om, ook gelet op de discussie van nu, om nog een keer op de agenda te zetten en dan echt om hom of kuit van onze van de raadsleden te vragen hoe hiermee om te gaan. Ook richting de wethouder. Volgens mij moeten we dat nu op deze manier

afhechten en daar in het presidium op terugkomen. Ik zie u beiden instemmend knikken. Wethouder, gaat u verder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Er wordt weer verwezen naar een motie die unaniem is aangenomen. Die is ook uitgevoerd en daarna zou er een vervolg moeten komen. En daar heeft u geen aangenomen motie voor gekregen, want dat was wel de oproep. Dus we blijven volgens mij over en weer hierover praten. Maar volgens mij is hier echt steun van u allen nodig. U kunt niet als enige partij de KPI’s voor de begroting gaan bepalen. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik denk dat de motie ten dele is uitgevoerd. Maar goed. De voorzitter: Wethouder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Dan bent u aan zet om dat aan de kaak te stellen en niet opnieuw weer te zeggen dat dat niet juist is. Dan werd er gevraagd over een aantal versnellingsmogelijkheden van woningprojecten. Eentje is de Nieuwe Post. Aangezien dat in de binnenstad is, pak ik even kort die beantwoording voor mijn rekening. De Nieuwe Post, daar zijn we druk mee in gesprek en ambtelijk zijn we daar in ieder geval zetten we daar alle zeilen bij, om waar wordt om gevraagd, om dat ook te kunnen leveren. En niet alleen ambtelijk, ook bestuurlijk, want op het moment dat er wordt gevraagd om in de vakantieperiode terug te komen, zijn we daar ook toe bereid.

Dus we proberen er alles aan te doen, om zo snel mogelijk dat project van de grond te krijgen. Want het zou natuurlijk prachtig zijn, als daar weer wat moois gaat verrijzen. Dat waren de vragen voor mij. Er zijn ook nog een aantal moties zojuist ingediend en daar ook even een reactie van het college. Allereerst de kerntakendiscussie van Solidair Oldenzaal. Geeft ook aan, het zou goed zijn als we eens een keer met de stofkam erdoorheen gaan. Dat is iets waar we vorig jaar heel hard aan hebben gewerkt. Een flink dossier wat u allemaal heeft ontvangen. En dan heb ik het over Ambities en Middelen in Balans, waarbij we dus daadwerkelijk die hele beheersbegroting door zijn gegaan. Wat doen we? Wat is wettelijk verplicht? Wat is niet wettelijk verplicht of misschien deels? En hoeveel geld geven we dan uit? Dus daar hebben wij hele flinke exercitie uitgevoerd. En daar kunt u ook nog steeds uit putten op een moment dat u denkt, ik wil toch liever iets anders of qua bezuinigingen, kunt u daar ook heel mooi gebruik van maken. Dus om dat nog een keer te doen, die wil het college in ieder geval ontraden. De voorzitter: Ik zie de heer Bouwman per interruptie. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik begrijp dat het college vindt dat het al gedaan heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15914519/3