CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Transcriptverslag raadsvergadering 29 mei 2024

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 29 mei 202430.742 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dat klopt toch of niet? De voorzitter: De heer Van der Waal want het is een vraag aan u. Ja, of u die mail heeft gekregen? De heer Van der Waal: Daar kan ik op dit moment geen bevestigend antwoord op geven maar dat zal ongetwijfeld. De voorzitter: Mooi. Nou, dan hebben we dat helder. Dan mag u doorgaan, wethouder. Volgens mij komt u dan bij de volgende fractie uit. De heer Christenhusz: Ja, dan kom je op een gegeven moment heel veel vragen over, hoe gaan we nou om met de toekomst? Want er is wel degelijk natuurlijk gesignaleerd dat er vanuit de buurt een emotie zit zeg maar op de vraagstukken van parkeren, emotie zit zeg maar op het vraagstuk van -18-

verkeersveiligheid. Volgens mij heeft een van de insprekers ook wel aangegeven dat ook, nou ja, de ontwikkelingen rondom de school en het halen en brengen zeg maar van kinderen die naar die school toe moeten tot verkeersonveilige situaties leiden. Nou, dat laatste zeg maar heb ik ook in het politiek forum aangegeven dat dat toch vaak ook wel met gedrag van mensen van doen heeft. Want we kunnen nog zoveel infrastructurele aanpassingen in dat gebied doen in de hoop zeg maar dat ouders toch de auto niet het liefst in het schoolgebouw parkeren op momenten dat het regent om te zorgen dat hun kinderen droog naar school toe gaan. Maar dat is echt gedrag beïnvloeden en dat is in het verleden heel moeilijk gebleken en dat zal ook in de toekomst denk ik heel moeilijk blijven. Laat onverlet zeg maar dat we misschien wel met het onderwijs het gesprek moeten voeren om dat wel continu in de richting van ouders te gaan benoemen. Dan even het aspect van verkeersveiligheid en parkeren. Ik heb natuurlijk zeg maar ook gezien wat er gebeurde in het politiek forum en ook de insprekers gehoord. Dat was voor mij ook aanleiding zeg maar om op vrij korte termijn de insprekers uit te nodigen om nader bestuurlijk ambtelijk van gedachten te wisselen hoe wij nu onder of uit deze impasse zouden kunnen komen.

Dat heeft er ook geleid dat we gezegd hebben van, ervan uitgaande dat het bestemmingsplan wordt aangenomen, dan ervaart de buurt nog steeds parkeerdruk. Er is ook sprake dat zij in onze richting signalen afgeven van verkeersonveilige situaties maar laten we hem dan ook echt integraal gaan oppakken. Want het is niet dan alleen een situatie die speelt rondom de herontwikkeling van de kerk naar een andere bestemming toe. Maar we weten ook zeg maar dat collega Rödel binnenkort ook nog de ambitie heeft om met de Drieëenheidsschool aan de slag te gaan. Dat zal uiteindelijk ook weer zeg maar mogelijk consequenties hebben voor parkeerdruk, voor verkeerssituaties. In die zin hebben we ook binnen het college daarover gesproken vanuit diverse verantwoordelijkheden, ruimtelijke ordening zoals die hier staat, onderwijskant van mevrouw Rödel. Mevrouw Zingweg is vandaag niet aanwezig maar vanuit verkeer en mobiliteit. En vanuit dat oogpunt ben ik het gesprek met de buurt ingegaan dat we gezegd hebben, wij willen echt gaan kijken de komende tijd, energie steken in wat ervaart die buurt nu en welke oplossingsrichtingen zijn er mogelijk? Ik heb ook heel eerlijk tegen de buurt gezegd, als u denkt zeg maar dat dan alles kan, dat is ook niet aan de orde. U moet dan ook zeg maar van onze kant soms durven accepteren dat een nee een nee is.

Maar ik heb een goed gevoel aan dat gesprek overgehouden en ik durf vanuit deze kant het volste vertrouwen zeg maar de gesprekken met de buurtdelegatie, met de buurt te gaan voeren hoe we hier tot een plan van aanpak kunnen gaan komen. En daar hebben we ook gewoon ... De voorzitter: Ja, nee, maak uw zin af. En dan ga ik naar de heer Van der Waal want die was als eerste en dan komt mevrouw Berger. Maar maak uw zin af. De heer Christenhusz: Daar heb ik ook gewoon bij gezegd, dat is niet iets zeg maar wat we binnen een maand afgerond hebben, dat vergt langer de tijd. Dat vergt meerdere gesprekken, dat vergt capaciteit vrijmaken in dit huis, dat vraagt het onderwijsvraagstuk erbij betrekken. Maar het gaat er uiteindelijk om in hoeverre we met elkaar in gezamenlijkheid die handschoen willen gaan oppakken. En dat is, de heer Maartens, een harde toezegging. Ja, want u vraagt om die harde toezegging, die hebt u dus bij deze van mij. En dan wil ik straks nog even iets rondom het proces doen in de richting van de heer Kramer. Maar ik stop nu even, ik zet een punt. De voorzitter: Ja, nee, heel mooi. Ja, heel goed. Die hoorde ik ook. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Ik hoor de heer Rob iets vertellen over het overleg dat ... Christenhusz, o, sorry.

Dat er in het overleg door ons besloten is, wij hebben besloten hoorde ik hem letterlijk zeggen, dat we in overleg gaan en blijven. Dat is een andere formulering dan dat we in gezamenlijkheid hebben besloten dat. Ik hoor de wethouder zeggen, ik heb een goed gevoel van het overleg. Ik heb inwoners gesproken en die hadden een ander gevoel bij het overleg. Een ander in de -19-

zin van een niet goed gevoel. Dat is voor mij de reden om te vragen, jongens, laten we het bestemmingsplan een maand uitstellen, dat kan het lijden. Laten we in die maand proberen het vertrouwen van de inwoners te krijgen. Niet om de inwoners volledig gelijk te geven, dat moet niet een doelstelling zijn, maar de inwoners moeten zoveel mogelijk begrijpen wat er gebeurt en uitgaan van dezelfde getallen als waar de gemeente van uitgaat. Kan de wethouder daarop reageren? De voorzitter: Ja, daar gaat de wethouder nu op reageren. Ik zag, is dat een interruptie op de interruptie? Dan kom ik eerst bij mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Ik zou toch echt de heer Van der Waal willen vragen om te beperken tot hoofdlijnen en niet de portefeuillehouder in zijn beantwoording van de vragen te pakken op woordvolgorde en op detail van de woorden die hij gebruikt. Volgens mij doet dat het debat geen goed en al zeer zeker niet dit onderwerp. Ik snap dat u daar vragen over heeft maar ik zou echt de oproep willen doen om alleen de meest noodzakelijke vragen te stellen. Want dit, ik vind het heel erg jammer van de tijd die u daar nu in vraagt. Ja, nee, ik zie allemaal reacties omhooggaan maar volgens mij moeten we ons echt tot de hoofdlijnen beperken.

En laten we alsjeblieft ook de portefeuillehouder zijn verhaal af laten maken en de antwoorden geven op de vragen die gesteld zijn door ons allemaal. De voorzitter: Zullen we nu weer naar, dan gaan we nu weer naar, u mag allemaal daar wat van vinden maar volgens mij gaan we nu eerst voor de inhoud en dat is gegeven door de wethouder. En dan kom ik vervolgens bij mevrouw Berger want die heb ik ook toegezegd dat ze dan aan de beurt zou zijn. De wethouder. De heer Christenhusz: De term besloten is meer dat er sprake is zeg maar van collegiaal bestuur en dat op een moment dat je kijkt naar die integraliteit, dat niet alleen zeg maar vanuit het ruimtelijke ordening aspect aangevlogen moet worden maar ook vanuit verkeers- en mobiliteitsportefeuille ook. De portefeuille van onderwijs is daarbij betrokken. Dus eigenlijk zeg maar de manier waarop we vervolgens bestuurlijk ambtelijk het gesprek met de delegatie van de wijk, de buurt zijn ingegaan zeg maar daar hebben we met elkaar even dat besluit over genomen. Ja, dus zo moet u dat even interpreteren. Even kijken, ja, dan wou ik nog … De voorzitter: Nee, dan stop ik u. De heer Christenhusz: Maar ik ben ‘…’. De voorzitter: Nog steeds bezig met … Oké, dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger, uw interruptie mag u nu stellen. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter.

Mag ik ook nog interrumperen op de inbreng van mevrouw Oude Engberink? De voorzitter: Ja, u mag uw inbreng zelf omlijsten dus maar volgens mij is het gesprek vooral met de wethouder. Maar ga uw gang. Mevrouw Berger: Allereerst even een interruptie op mevrouw Oude Engberink want wij onderschrijven dat natuurlijk allerminst, allerminst op hoofdlijnen, iedereen mag hier alles vragen wat diegene wil. De onderste steen moet boven. En dan ben ik heel benieuwd naar de wethouder want ik hoor hem heel vaak zeggen over de goede dialoog wat er is en we hebben snel een afspraak gemaakt na het forum. Nou, snel is subjectief want ik vind anderhalf jaar wachten tot iemand een -20-

gesprek krijgt met de wethouder best wel heel erg lang. En dan kom ik tot mijn vraag, wat maakt dat u nu wel nut en noodzaak ziet om met de buurt in gesprek te gaan? En zij wachten daar al anderhalf jaar op. Ik hoor u ook alvast tussendoor alvast een beetje zeggen, men moet ook accepteren dat er nee is en dat iedereen niet in zijn of haar wensen wordt voorzien. Dat geeft mij alvast een voorzet, wij gaan dadelijk, wij niet maar de rest, geeft een klap op dit voorstel, inclusief de parkeerplaatsen. Wat kan de buurt dan nog inbrengen dat u zegt, nou, dan komen er toch twee of drie of vier parkeerplaatsen bij? Hoe gaat dat proces? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Volgens mij moet je dan als laatste, te beginnen met de laatste vraag die u stelt, nog een keer weer kijken naar die parkeerdruk en ook kijken zeg maar of er op andere plekken dan in de nabije omgeving waarin we nu gezocht hebben en waar we volgens mij het maximale ook qua parkeerruimte hebben weten te realiseren, kijken of we toch parkeerplekken kunnen toevoegen. En daar speelt het aspect zeg maar van de herontwikkeling van de school ook een rol in. Dan kom je dus op een punt uit dat dat niet zeg maar iets is wat je binnen een maand afgerond hebt met elkaar maar dat kost iets meer tijd.

Maar uiteindelijk zeg maar op het moment dat u als raad het bestemmingsplan goedkeurt is het ook nog niet zo zeg maar dat overmorgen de verbouwing van de kerk gaat beginnen. En dan even naar, voorzitter, als dat mag. De voorzitter: Ja, kijk, ik kijk even naar mevrouw Berger, wilt u op dit punt nog een … Ga uw gang en dan kan de wethouder vervolgen met zijn betoog. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Als ik het goed zeg heb ik zojuist een toezegging gekregen van een nieuw parkeeronderzoek. Dat wil ik graag even verifiëren. En mag ik nu aannemen dat de wethouder Christenhusz, Rödel maar ook Zingweg die er nou niet is want het gaat over verkeer, allemaal integraal de Kruisstraat, kunnen we dan misschien meenemen, dit samen met elkaar gaan oppakken? De voorzitter: Ja, u moet daar echt van uitgaan dat als het college dus een wethouder daar spreekt, dan doet die dat namens het college. Volgens mij is dat echt overbodig om dat nog eens een keer te benadrukken maar daar moet u echt van uitgaan. Maar wethouder, er wordt nog een vraag gesteld dus ga uw gang. De heer Christenhusz: Nou, voorzitter, de laatste vraag hoef ik dus niet te beantwoorden met dank daarvoor. Ja, om het meteen weer te zeggen zeg maar parkeeronderzoeken, dan gaan we weer discussies krijgen over wat is een parkeeronderzoek? Daar wil ik uit wegblijven.

Ik wil gezamenlijk met ambtelijk bestuurlijk met de delegatie van de buurt aan de slag. En dan zitten er twee aspecten die echt nadere aandacht nodig hebben, dat is de ervaren parkeerlast in de buurt en de verkeersveiligheid. Dat ga ik dus en gaan we dus met deze buurt doen. Dan even naar het proces want u reflecteert toch ook altijd wel even zeg maar naar aanleiding van het politiek forum op het proces. Dat is eigenlijk ook wel waar in ieder geval PvdA maar volgens mij ook de VVD wel naar vroeg. Maar wat je met elkaar moet concluderen dat is dat we uiteindelijk zeg maar het bestemmingsplan ter inzage hebben gelegd en dat er zeg maar vanuit de buurt zienswijzen ingediend zijn. En vervolgens, en dat heb ik ook in het politiek forum aangegeven, heeft het heel lang geduurd voordat het bestemmingsplan in het politieke besluitvormingsproces kwam. Dus dat we uiteindelijk zeg maar een reactie gaven op die zienswijzen in uw richting, wat dan eigenlijk ook de buurt op dat moment zeg maar zou kunnen lezen. En dat heeft er natuurlijk alles mee te maken, en dat heb ik ook in het politiek forum uitgelegd, dat dat akoestisch onderzoek echt veel tijd gekost heeft. Maar heeft er -21-

ook mee te maken dat we in de aanloop zeg maar naar 1 januari van dit jaar, en dat weet u net zo goed als ik, een hoos aan bestemmingsplannen hebben moeten afwerken in verband met de invoering zeg maar van de Omgevingswet. Ja, en dan had de heer Nijland een paar hele mooie Twentse uitdrukkingen. Hij zal het misschien wel of niet geloven maar ik had er ook een opgeschreven. In die zin is het jammer dat de heer Winkelhuis vanavond niet aanwezig is want die had het waarschijnlijk heel mooi gevonden. Maar mijn oma zei altijd, achteraf kun je een koe in de kont kiek n. Dus dat is er nog eentje die ik eraan toe wil voegen. En wat wil ik daarmee zeggen? Vanuit een lerend perspectief en we zeggen wel eens met elkaar, we moeten leven lang leren en ontwikkelen, denk ik dat als je terugkijkt zeg maar naar de duur van het proces, ja, dan hadden de initiatiefnemer maar ook wij als gemeente uiteindelijk toch zeg maar wat proactiever die rol moeten oppakken naar de indieners van de zienswijze toe. Dat is wel een leerpunt zeg maar vanuit het kader van een leven lang ontwikkelen en een leven lang leren wat ik hieruit geleerd heb. Gaat het dan ten alle tijden goed, laat ik ook gewoon daar heel eerlijk in zijn, ook in dit huis is het zowel bestuurlijk als ambtelijk mensenwerk.

En waar mensen werken kunnen soms dingen ook niet zo gaan of precies zo gaan wat we uiteindelijk achteraf wel gewild zouden hebben. Maar dan geef ik een reflectie zeg maar op het proces en ik hoop dat het u dat geruststelt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik zie nog de heer Van der Waal een interruptie willen plaatsen. En dan ga ik kijken of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Wethouder, u verontschuldigt zich voor de duur van het bekijken van de zienswijze van alles. Niemand heeft daar een kritiek op gegeven dus die excuses zijn door iedereen welwillend aanvaard. Ik moet even denken, ik ben even een stuk geheugen kwijt. Ik laat de vraag even zitten, dan komt die misschien in tweede termijn. De voorzitter: Goed. Dank u wel, wethouder. Dan kijk ik even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik zie dat dat het geval is, in ieder geval bij een aantal leden van de raad. Dan ga ik het rijtje gewoon weer langs en mag u vanaf uw plek doen. Ik begin bij de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ik hoor de wethouder op het laatst zeggen, waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt, het is mensenwerk. Ik ben de eerste die dat onderschrijft. Dat is het probleem denk ik niet. Maar het is de derde keer in een jaar tijd dat we hier zitten te praten over communicatie.

En dan vraag ik mij af, dan is er toch iets, we zeggen iedere keer, we hebben ervan geleerd en we nemen het mee. Maar als het drie keer in een jaar gebeurt, één keer is een incident, twee keer is toeval en drie keer kunnen we spreken van een structureel iets. Dus ik wil eigenlijk vragen van, wat is er nou in de tussentijd gedaan in de procesvorming dat we dit soort discussies de komende, in ieder geval de komende twee jaar in deze raadsperiode niet meer mee gaan maken? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even verder kijken. Ja, de heer Snijders want ja, dat klopt, dat was wel de volgorde. De heer Snijders. De heer Snijders: Mooi. Ik ‘…’ de heer Bouwman, die is me voor, helaas. Ik had dezelfde vraag. Ik denk ook niet dat we daar nog van gaan leren dus ik denk dat we dat proces moeten aanpassen. Oké. Daar hebben we het heel veel over gehad maar nou is het mij nog niet helemaal duidelijk. Ik vind het een prima plan, ik zal dat ook voorstellen, maar ik vind het vreemd dat je nog bezig bent met een stukje participatie en je stemt het al af. Dus ik hoor graag wat die participatie dan nog voor zin heeft? Is het alleen mensen overtuigen van dat het goed is of zit daar ook nog wat ruimte? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Waal. -22-

De heer Van der Waal: Dank u wel. Toen Solidair Oldenzaal bezig was met de tweede ronde dacht ik, hé, dat was het tweede deel van mijn vraag dus die is daarbij gesteld. Dan heb ik een tweede vraag. Ik heb genoemd, afgelopen week is er duidelijkheid gekomen dat er een zienswijze was ingediend die over het hoofd is gezien. Hoe is dat mogelijk geweest? Dat wil ik alleen beantwoord hebben. Het lijkt heel veel op de zienswijze nummer drie maar hoe is het mogelijk dat een zienswijze over het hoofd is gezien? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even het CDA, de heer Maarten. De heer Maarten: Ja, heel kort. Ik ben blij met de toezegging van de wethouder. Voor ons dus voldoende aanleiding om voor het plan te stemmen. En over communicatie wil ik graag nog iets zeggen. Het is drie keer fout gegaan begrijp ik en hoe vaak is het goed gegaan? Want we hebben heel veel andere voorstellen en plannen hier besproken waarvan ik denk van, hé, zo slecht was dat niet en daar wordt wel goed gecommuniceerd. Dus misschien moeten we ook tevreden zijn met het feit dat het zo nu en dan fout gaat. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik of er vanuit de Partij van de Arbeid? Niet het geval. Dan ga ik naar de WG, de heer Bekke. De heer Bekke: Dank u wel, voorzitter. Twee dingen.

Ik heb goed begrepen dat het overleg met de buurt niet alleen met de indieners van de zienswijze is maar ook met andere partijen die in die buurt zitten en die mogelijkerwijs ook met de toekomstige plannen ook waarschijnlijk te maken krijgen. Ik denk dat dat een voldoende toezegging is. De laatste opmerking van de wethouder over wie werkt maakt fouten, moet ik denken aan volgens mij was dat vroeger een keer een oude gemeentesecretaris die mij dat vertelde. Die zegt van, mensen die hard werken maken veel fouten, mensen die weinig werken maken weinig fouten, ik ken ook mensen die geen fouten maken. De voorzitter: Dank u wel. Dan tot slot de heer Nijland. De heer Nijland. De heer Nijland: Ja, voorzitter, in het kader van vooraf de koe in de ogen kijken had ik één vraag en dat betreft het direct meenemen van de kruising Kruisstraat, Ootmarsumsestraat. Dat is het. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder. De heer Christenhusz: Van de andere meteen achteraf beginnend reagerend op de vraag van de heer Nijland en die was ik inderdaad vergeten te beantwoorden. Aanpassing van de Kruisstraat zeg maar zit daarin, in het een plan van aanpak. Dus op dit moment al.

De heer Maartens die haalt mij met zijn opmerking de beantwoording en maait mij het gras voor de voeten weg op het moment zeg maar dat ik een antwoord zou willen geven in de richting van de heer Bouwman en GroenLinks. En D66, de zienswijze over het hoofd gezien. Volgens mij doelt u dan op het nog een keer een schrijven van dezelfde mensen zeg maar die de derde zienswijze ingediend hebben maar wat niet als zienswijze meegenomen kon worden omdat die gewoon zeg maar buiten de termijn viel. De voorzitter: De heer Van der Waal, zou u dat punt nog willen toelichten? De heer Van der Waal: De indieners van zienswijze drie die hebben inderdaad later nog een aanvulling gemaakt. Die bedoel ik niet. Er is van de week bij de griffie een mail binnengekomen, nadat die eerst bij mij was binnengekomen, van iemand die iets had opgestuurd en door de jurist van de afdeling toegezegd had gekregen in de beantwoordingsmail dat het als een zienswijze gezien kon

-23-

worden. Dus ik vermoed dat de argeloze inwoner dit als een zienswijze indiening heeft gezien. Ik heb het niet teruggezien. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Volgens mij zeg maar alle zienswijzen die op een bestemmingsplan binnen de gestelde termijn ingediend worden, worden ingeboekt. Dus u stelt mij een vraag die ik zeg maar niet langs heb zien komen dus ik kan daar ook niet een ander antwoord op geven. Maar ik kan mij voorstellen zeg maar dat er misschien een mail binnen is gekomen buiten de indieningstermijn waarop je op het moment dat het bestemmingsplan ter inzage ligt een zienswijze moet indienen. De voorzitter: Goed. Ja, ik constateer dat we daar toch nu niet uitkomen. Nog één keer de heer Snijders en dan wil ik de beraadslagingen beëindigen. De heer Snijders. De heer Snijders: Dank u, voorzitter. Ik denk dat ik niet goed op heb gelet want ik begrijp nou nog niet wat nou eigenlijk de ruimte is die er nog is nadat we het bestemmingsplan aftikken? Welke onderhandelingen, ik bedoel, want als het gewoon in kannen en kruiken is, dan kun je een gesprekje doen, dan kun je ze koffie aanbieden, is hartstikke leuk allemaal maar dan hebben ze niks meer. De voorzitter: Nee, maar volgens mij is uw punt duidelijk. De wethouder.

De heer Christenhusz: Op het moment zeg maar dat een bestemmingsplan voorligt dan is het omzetten zeg maar van de bestemming zoals die nu heeft maatschappelijk, kerkinvulling naar wonen toe, daar zit een parkeervraagstuk omheen. Dit hebben we ook opgenomen in het bestemmingsplan. Dat betekent zeg maar dat we in het bestemmingsplan aangeven dat er in ieder geval ook extra parkeerplaatsen bij komen. Mijn beantwoording in uw richting is er een dat we ook nog met andere ontwikkelingen in die wijk bezig zijn wat het op dit moment dan ook mogelijk maakt om het nog een keer integraal op te gaan pakken. En daar zit ook dat toekomstig onderwijsvraagstuk bij. Niet het inhoudelijk onderwijsvraagstuk maar wel zeg maar van de aanpassing, de realisatie van de Drieëenheidskerk. Nou, en daar moet je volgens mij goed met de buurt een de goede dialoog plan op gaan zetten. Die uitdaging willen wij als college ook aan gaan. En dan zit er zeg maar buiten de plekken die nu in het bestemmingsplan zitten en die blauw gearceerd zijn als zijnde waar zijn plekken, parkeerplaatsen gerealiseerd en waar waren die parkeerplekken? Moeten we echt gaan kijken of we nog parkeerplekken kunnen toevoegen in dit gebied. Maar dat is dus buiten de 100 meter grens zeg maar van de kerk om maar eens even zo te noemen. De voorzitter: Ja, nog één keer en dan wil ik echt tot een afronding komen. De heer Snijders.

De heer Snijders: Ja. Begrijp ik goed dat het een toezegging is? Want ik zie de griffier eigenlijk niet meeschrijven of hij heeft het al opgeschreven maar de toezegging nog niet genoemd. De voorzitter: Ja, maar uiteindelijk komt het ook altijd al allemaal in het verslag terug dus dat komt altijd goed. Ik wil de beraadslagingen als beëindigd beschouwen. Ik kijk even rond want er zijn geen moties of amendementen ingediend dus ik kan het voorstel zo in stemming brengen. Wie wil nog een stemverklaring uitbrengen? O, dat ging heel snel. Dat had ik natuurlijk ook kunnen verwachten. Ik begin allereerst bij GroenLinks kort zijn stemverklaringen. De heer Snijders. De heer Snijders: Het moet kort zijn. Ja, ik ga voorstemmen onder de toezegging die ik net gehoord heb dat er in de onderhandeling nog ruimte is voor parkeerplaatsen.

-24-

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouwman van SO. De heer Bouwman: Dank u. Wij gaan tegen het bestemmingsplan stemmen. Niet omdat wij tegen functiewijziging zijn appartementen maar omdat wij op dit moment het bestemmingsplan nog niet rijp achten. We hadden graag gewild dat de bespreking met de bewoners nog even was afgewacht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik zou het misschien anders geformuleerd hebben als Solidair Oldenzaal maar ik stem volledig met hun woorden in. De voorzitter: Oké, zijn er nog andere raadsleden of fracties? Dat is niet het geval. Dan breng ik het voorstel ongewijzigd in stemming. Wie is tegen dit voorstel? Ik constateer dat dat D66 één en Solidair Oldenzaal met twee is. Daarmee is het voorstel aangenomen, met inachtneming natuurlijk van de stemverklaringen. 7.

Visie digitale overheid De voorzitter: Dat betekent dat ik bij het volgende onderwerp kom en dat is de visie op de digitale overheid. Ik heb vooraf begrepen dat Solidair Oldenzaal, ondanks het feit dat ze het wel als een bespreekpunt hadden aangemerkt, dat dat nu niet meer het geval is. Twee andere fracties, zijnde GroenLinks en D66, hebben het wel aangegeven. Ik zie dat D66 daar nu anders over denkt maar de heer Van der Waal even om te checken. De heer Van der Waal: Voorzitter, na overleg met mijn fractie gaan we akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nog even naar GroenLinks, wilt u het bespreken? Want dan moet ik het stokje namelijk overdragen. De heer Snijders: Nee. Reactie is idem. De voorzitter: Oké. Nou, heer Bekke, ja, het gaat over. Dat betekent dat ik het voorstel in stemming breng. Want ik ga ervan uit dat verder niemand het wil bespreken. Want anders had ik de heer Bekke namelijk gevraagd om van mij het stokje over te nemen omdat het een onderwerp is van mij. We hebben geen andere voorzitters dus daarom kom ik bij de heer Bekke uit. Maar de heer Bekke. De heer Bekke: Ik ben haast geneigd om een stemverklaring af te leggen maar laat ik het daar maar niet bij doen. De voorzitter: Mooi. Ik kijk even rond, is er nog behoefte aan een stemverklaring? Niet het geval. Dan breng ik het in stemming. Excuus, mevrouw Oude Engberink.

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Even los van dit onderwerp, mijn fractiegenoot Evi Nijendijk heeft zojuist de raad verlaten dus we zijn met één stem minder. De voorzitter: Ja, dat had u voor die tijd al aangegeven. Dank daarvoor dat u dat aangeeft. Dat betekent dat we dat ook zo in het verslag moeten opnemen. Dan breng ik het voorstel rondom de visie op de digitale overheid in stemming. Wie is tegen dit voorstel? Niet het geval, dan is het unaniem aangenomen. Achttien om dan precies te zijn, zal ik ook noteren. -25-

6. Visie wonen, welzijn, zorg De voorzitter: En daarmee kom ik bij het volgende onderwerp op onze agenda en dat is de visie op wonen, welzijn en zorg. Volgens mij daarvoor iedereen die het woord wil voeren. Nou, mevrouw Nevels, dan begin ik als eerste bij u. Mevrouw Nevels, want ik ben net rechtsom begonnen, nu begin ik linksom. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u, voorzitter. Dat is heel sympathiek. Ik worstel een beetje met de microfoon. Goed. Voorzitter, de woonzorgvisie die voorligt die kan op onze steun rekenen. In het politiek forum hebben we enkel bevlogen partners gehoord. Het is mooi dat de handen ineen worden geslagen. Iets waar wij ook in ons raadsprogramma op gedrukt hebben, samenwerking. Enthousiast worden we ook van de ideeën die zijn ingebracht door de heer Brons van de KBO om al in het voortraject ouderen te informeren over opties die er zijn voor langer thuiswonen. Publiciteit opzoeken op een juiste manier en positief. Ouder worden doe je samen en de senior is zelf aan zet. Dat vonden wij hele mooie woorden. We vinden het ook belangrijk dat Noabershof goed aangelijnd blijft. Ze hebben al projecten en locaties op hun wensenlijstje staan en hebben immers ervaring opgedaan met een eerste project. Het zou mooi zijn dat deze stichting los van het landelijke knarrenhof op zijn Twents gezegd een poot aan de trap krijgt en de WBO hier goed in meedenkt.

E veerkrachtkaarten, hier is al het nodige over gezegd. Deze staan wel in de tekst van het raadsbesluit maar zijn niet meegenomen. In de schriftelijke beantwoording van de vragen naar aanleiding van het politiek forum lezen we dat dit niet in de tekst staat, maar daar zou ik graag duidelijkheid over willen hebben van de portefeuillehouder. Ik heb de tekst gevonden op de eerste pagina van het raadsbesluit in de laatste alinea. De portefeuillehouder heeft toezegging gedaan dat de raad uiterlijk in december wordt bijgepraat over de voortgang van de zogenoemde actielijnen en om te zorgen dat deze visie niet alleen een praatstuk wordt. Wij zijn dus voorstander van het voorkomen van dure zorg en van zorg binnen handbereik voor hen die zorg nodig hebben. Tot slot wensen wij de partners en de ambtelijke organisatie heel veel succes met het uitwerken van de actielijnen. Wij kunnen niet wachten tot december. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de WG, de heer Yildirim, het raadslid. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Microfoon staat nog aan dus dat scheelt weer. Voorzitter, gemeenteraad en geachte luisteraars, voor ons hebben we het voorstel visie wonen, welzijn en zorg. Als WG Oldenzaal kunnen we zeggen dat we blij worden van de samenkomst en samenwerking van de gemeente Oldenzaal met de verschillende partners.

Tijdens het politiek forum konden we aan insprekers namens de ouderenorganisatie Oldenzaal, WBO Wonen en de welzijnsorganisaties en de heer Brons namens KBO horen hoe trots ze op het resultaat waren. Nog mooier is dat de partners de samenwerking te lijf gaan met de vraag, wat kunnen wij bijdragen aan de samenwerking? Hoe mooi is dat? De zorg staat onder druk, de woningmarkt staat ook onder druk. Combineer je dat, dan krijg je druk, druk. Het college heeft ervoor gekozen om er ook nog eens welzijn aan toe te voegen. Wat ons betreft een hartstikke goede keuze. Wonen en zorg kan niet zonder het welzijn van onze inwoners. We zijn niet de enige die een oplossing moeten vinden. Het is dus goed dat we op regionaal niveau in Twente en met de Oldenzaalse zorgpartners samenwerken. Door nu al op basis van cijfers concreet actielijnen uit te zetten kunnen we op tijd inzetten om toekomstige problemen te verhelpen. Als we op basis van inwoneraantallen naar de regio kijken zien we dat er per inwoner de benodigde ouderenhuisvesting in Oldenzaal relatief hoger is. In het voorstel is te lezen dat er maar liefst 675 woningen geschikt moeten gemaakt of bijgebouwd moeten worden voor de ouderenhuisvesting. Een flinke klus maar onmogelijk, zeker niet. Het is belangrijk dat onze inwoners de zorg krijgen die ze verdienen maar met alleen huisvesting voor ouderen gaan we het niet redden.

WG Oldenzaal heeft daarom ook eerder geopperd om de jongeren niet uit het oog te verliezen. Laten we zorgen dat -26-

Oldenzaal aantrekkelijk blijft voor de jongeren en jonge gezinnen. Laten we ook vooral uitkijken dat we geen vicieuze cirkel starten door de aandacht alleen maar op de ouderen te richten. De verzorgingsstaat staat onder druk waardoor inwoners vaak aan zet zijn. Waar we ons echter niet in kunnen vinden is dat we zomaar moeten accepteren dat de verzorgingsstaat er niet meer is. De overheid heeft een zorgplicht richting de inwoners, het is aan ons allen om dit in stand te houden. We zullen dus ook op onze hoede moeten zijn als het gaat om commerciële partijen in de zorg. Hoe voorkomen we dat we op een geleiden schaal formele zorg naar de informele zorg schuift, waarbij winst een drijvende factor wordt, de winstgevende zorg formeel wordt en minder winstgevende zorg informeel wordt verklaard. De druk op het geringe aantal mantelzorgers moet niet te hoog worden, waardoor het aantal nog minder wordt. Laten we vooral met elkaar kijken wat wel kan en hierbij een goede afweging maken in enerzijds aandacht hebben voor de toenemende zorgvraag en passende huisvesting voor onze ouderen. Anderzijds voor de toenemende zorgvraag zijn we verplicht aan onze inwoners om Oldenzaal ook aantrekkelijk te houden voor de jongeren. Laten we daarom kritisch optimistisch blijven. Passende huisvesting betreft alle doelgroepen dus laten we het begrip doorstroming daarin vooral niet vergeten.

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid, de heer Kramer. De heer Kramer: Voorzitter, dank u wel. In 2012 publiceerde NRC een van de mooiste interviews ooit. Dat was een interview met ex-burgemeester van Amsterdam en ex-minister Ed Van Thijn. Ed Van Thijn die werd op 78-jarige leeftijd geïnterviewd en in dat interview werd teruggeblikt op zijn leven. In dat interview zegt hij, in mijn leven werd ik vaak geconsulteerd. Dat mijn missie niet meer relevant is vind ik moeilijk, ik hoor er niet meer bij. Ik begrijp de wereld om mij heen niet meer en daarom richt ik mij op de mensen die ik liefheb. Voorzitter, in dit interview lezen wij waarom die visie op wonen, welzijn en zorg zo belangrijk is want gezondheid gaat om meer dan alleen het ontbreken van fysiek ongemak. Gezondheid gaat ook over mee kunnen doen, het gaat ook over het geven en voelen van affectie. Het is daarom mooi om te lezen dat die hernieuwde perceptie van gezondheid nu volledig omarmd lijkt te zijn. Nog mooier is dat er nu ook aandacht lijkt te komen voor de zogeheten yep, de young elderly person. Dit is een geheel nieuwe doelgroep die ontstaat nu we na ons pensioen nog langer vrijgesteld worden van fysiek ongemak.

Juist wanneer werkgerelateerde sociale relaties wegvallen is het belangrijk om als individu te investeren in diezelfde sociale relaties en bezig te zijn met de vraag hoe je als individu oud wilt worden. Actielijn één kunnen wij daarom niet genoeg onderschrijven. In het kader hiervan wel een vraag aan het college. Er wordt voorgesteld om een platform te bieden alwaar yeps het gesprek kunnen voeren over ouder worden. Het probleem is echter dat deze groep zeer moeilijk te motiveren is om dergelijke gesprekken bij te wonen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat deze groep actief benaderd wordt om deel te nemen aan dergelijke gesprekken zodra de visie verder uitgewerkt wordt in een operationele uitvoeringsagenda? Ja, voorzitter, ook de krappe arbeidsmarkt en het toenemende aantal ouderen maakt dat we actie moeten ondernemen. Wat voor de Partij van de Arbeid vooropstaat is echter de opvatting dat gezondheid meer is dan het ontbreken van fysiek ongemak alleen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga gewoon het rijtje langs van de partijen die hebben aangegeven dat dit een bespreekvoorstel zou moeten zijn dus kom ik uiteindelijk bij SO. De heer Bouwman. Ja. De heer Bouwman: Voorzitter, dank u. Onze fractie is blij met deze visie. We zijn blij om te lezen dat de problematiek van de komende jaren nadrukkelijk in de visie naar voren komt.

Wat we in het politiek forum ook al hebben benoemd is dat de wat-vraag goed is beantwoord maar de hoe-vraag nog niet. In het forum hebben we daar ook nadrukkelijk aandacht voor gevraagd en de wethouder heeft toegezegd de komende maanden actief aan de slag te gaan met de zorgpartners om met de -27-

verschillende partijen de woonzorgvisie te vertalen naar verschillende acties. Daarbij willen wij de wethouder en het college ondersteunen met deze woonzorgvisie. Ter aanmoediging een motie want wat ons betreft ligt bij collectieve woonvormen een sleutel, dus niet de sleutel maar een sleutel, tot het succes. De motie de beperkt zich tot collectieve woonvormen in relatie tot de woonzorgvisie maar we hadden nog talloze andere voordelen van collectieve woonvorm op kunnen schrijven maar dat vonden wij geen recht doen aan het onderwerp woonzorgvisie. En als u mij toestaat wil ik de hele motie voorlezen want dan heb ik gelijk de argumentatie van de motie naar voren gebracht. Constaterende dat Oldenzaal de komende jaren vergrijst en Oldenzaal daardoor te maken krijgt met een toenemende zorgvraag. Het zorgaanbod juist de komende jaren daalt. Het aanbod van geschikte woonvormen voor de ouder wordende Oldenzaler niet past bij de toekomstige vraag. Overwegende dat de verzorgingsstaat niet meer vanzelfsprekend mag worden beschouwd en zelfredzaamheid van onze inwoners moet worden gestimuleerd. Omkijken naar elkaar, noaberschap de sleutel is tot de oplossing, een sleutel. Collectieve woonvormen zoals het Noabershof alle facetten omvat om het zorgprobleem het hoofd te bieden. Denk aan zelfredzaamheid, aanbod van geschikte woningen, omkijken naar elkaar.

Een zelfredzame samenleving alleen slaagt als er een goede samenwerking bestaat tussen inwoners, overheid, woningbouwcorporaties en welzijnsorganisaties. De lokale overheid de publiekrechtelijke rol en taak heeft om de juiste voorwaarden te scheppen om de voorliggende woonzorgvisie te laten slagen via het omgevingsplan, grondbeleid of eventueel beschikbaar stellen van gronden. Initiatieven van collectieve woonvormen vaak sectoraal worden benaderd door gemeenten met als gevolg dat woningen in collectieve woonvormen moeilijk bereikbaar zijn voor inwoners met een smalle beurs. En roept het college hierbij op collectieve woonvormen te omarmen om daarmee vorm en inhoud te geven aan de woonzorgvisie, actief in gesprek te blijven met initiatiefnemers van collectieve woonvormen, woningbouwcorporaties en welzijnsorganisaties met als grondhouding om collectieve woonvormen in Oldenzaal mogelijk te maken en betaalbaarheid van woningen in de collectieve woonvorm als belangrijke doelstelling te hanteren, en gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan, o, ik zie een aantal interrupties. Dan ga ik allereerst naar de heer Maartens. De heer Maartens. De heer Maartens: Ja, een aanvullende vraag. Zelfredzaamheid, helemaal mee eens en ook het idee om dat in collectieve woonvormen te doen. Maar er bestaat in Nederland ook nog een begrip als samenredzaamheid.

Dat pleit er heel erg voor om in collectieve woonvormen niet alleen mensen met problemen, misschien door ouderdom, misschien door andere dingen, te huisvesten maar nou juist ook mensen die die problemen niet ondervinden en die nog heel erg goed in staat zijn om in die collectieve woonvormen die samenredzaamheid te bevorderen. Ik neem aan dat u dat hiermee ook bedoelt? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, hij staat niet nadrukkelijk in de motie maar dat onderschrijf ik zeker. We kennen ook al meer generatiehoven waar jongeren met ouderen samenwonen. Nou ja, dat kunnen wij van harte ondersteunen. Dus als u dat wilt dat we dat expliciet in de motie opnemen dan kunnen we het erover hebben. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Yildirim, het raadslid. De heer Yildirim: Ja, dank u wel, voorzitter. Mij is nog niet helemaal duidelijk wat u precies bedoelt met collectieve woonvormen? En dan bedoel ik vooral van, wat maakt een collectieve woonvorm nou -28-

een collectieve woonvorm? U geeft als voorbeeld Noabershof maar ja, een groep huizen bij elkaar, is dat een collectieve woonvorm? Kunt dat nader definiëren? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, ik had ook het Noabershof kunnen noemen of de Knarrenhof maar volgens mij doe je dan niet recht aan alle vormen van initiatieven die ook op eenzelfde manier samen willen leven zoals het Noabershof. Maar het is natuurlijk niet alleen bedoeld om een Noabershof te laten ontwikkelen of een tweede Noabershof. Als zo’n initiatief er ligt dan valt het onder de noemer collectieve woonvormen. Dus eigenlijk bedoelen we daarmee mensen die in gezamenlijkheid samen willen leven, naar elkaar om willen kijken in het kader van noaberschap. En dat dat ook verschillende voordelen met zich meebrengt aan de achterkant dus. De voorzitter: De heer Yildirim nog een keertje. De heer Yildirim: Even ter verduidelijking. Dus dan hoeft het niet per se noabershof te heten maar dan moet het in de vorm van een noabershof zijn waarbij dan de woningen richting elkaar zijn op een soort van pleintje of begrijp ik dat verkeerd? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, in Nederland zijn tal van verschillende verschijningsvormen. In Zutphen aan het spoor heb je bijvoorbeeld een knarrenhof dat in verschillende appartementenlagen is gebouwd.

Het gaat erom dat mensen ervoor kiezen om met elkaar samen te leven en bewust voor dat concept kiezen. En dan inderdaad zo gericht dat men elkaar ook ontmoet en spreekt en elkaar ook ondersteunt in de dagelijkse taken die op hun afkomen. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan ga ik nu naar het college. Dank u wel. Nee, ja, u had zelf aangegeven dat het voor u kon het forum. U heeft nog wel de tweede ronde zeg ik met enige aarzeling. Volgens mij niet. Maar ik ga nu naar het college. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik ben enorm blij en ook opgelucht dat wij vanavond samen met u, net als wat wij ook samen met onze samenwerkende partners ook hebben gedaan in de vorming van deze wonen-, welzijn- en zorgvisie, dat u het belang benadrukt en dat u het ook inziet dat wij gezamenlijk dit probleem ook moeten aanpakken. Dus waarvoor ook dank. Als we kijken naar de bijdrages dan heb ik daar niet zo heel veel vragen gezien. Vanuit de VVD, mevrouw Nevels, die gaf nog toch even aan van, nou ja, hoe zit het nou met die veerkrachtkaarten? U heeft gelijk, in de visie staat niet op die manier in dat wij dus hebben geanticipeerd maar in het raadsvoorstel staat dat wel. Daarmee hebben we eigenlijk proberen aan te geven in die beantwoording in een mail dat wij nu nog niet iets kunnen delen maar we zitten wel in een proces wat nog loopt.

Vanavond is er nog zelfs een bijeenkomst voor die veerkrachtkaarten. Dus waar wij op hebben kunnen inspelen, waar we op hebben kunnen anticiperen hebben we al wat mogelijke stappen gezet maar het zijn nog niet concrete acties die we ook met u vanavond ook kunnen delen of via de mail hadden kunnen delen. Dus u heeft gelijk, daar heeft het in gestaan. En net als ook de toekomstvisie 2040, die staat ook hierin genoemd maar het zijn processen die nog lopende zijn. Dus waarvoor, nou ja, uw begrip hoop ik dan. Vanuit WG geen vragen. Vanuit de Partij van de Arbeid, de heer Kramer die vroeg nog even over de yep. Hoe gaan we deze doelgroep bereiken? Ja, dat geldt eigenlijk vind ik voor alle inwoners van ons, hoe gaan we ze allemaal bereiken? Maar hier hebben we het over een specifieke doelgroep ook nog die, nou ja, zoals u ook aangeeft, niet altijd even makkelijk te bereiken zijn. Nou, dat vergt

-29-

dus van ons een extra inzet op die doelgroep om te gaan kijken of we dat toch op een creatieve manier kunnen doen door ze toch wat in groepsverband maar ook misschien toch die persoonlijke band. Want ja, het lijkt wel zo'n gevormde groep maar volgens mij zijn ze ook niet echt verenigd dus we moeten samen kijken naar creatieve oplossingen, anders gaan denken hierin en dat we toch wel mogelijkheden vinden om met hun in contact te komen. En ook, nou ja, bij hun duidelijk te maken dat het kansen zijn voor hun om juist nu over hun toekomst ook mee te denken en hierin ook te anticiperen. Dus we gaan daar inderdaad ook afzonderlijk ons op inzetten. Want ja, uiteindelijk blijf ik erbij, ook voor hun is een kans. Voorzitter, dan de vragen. Ik kan ingaan ook op natuurlijk de motie van Solidair, dat zal ook voor de tweede termijn helpen. Ja, wat hier in de motie staat, we hebben het hier over collectieve woonvormen maar we hebben het ook over geclusterde woonvormen. Ze komen heel dicht bij elkaar dus we moeten heel goed kijken met elkaar, hoe gaan we hier invulling aan geven? Maar als ik kijk naar de oproep die hier in de motie staat, het omarmen van collectieve woonvormen, nou ja, dat doen wij al. Dus we hebben al een voorbeeld in Oldenzaal en dat we nog meer mogelijkheden moeten bekijken, bespreken met initiatiefnemers, dat kunnen we zeker wel omarmen.

Dus de eerste twee punten willen we graag ook steunen. Alleen dit derde punt, de betaalbaarheid, ja, daar moet u toch wat meer duidelijkheid in geven. Want op dit moment hebben wij bepaalde beleidsregels waar we gewoon in moeten opereren en daarin moeten gaan werken. Dus daarin proberen wij daar zo goed mogelijk invulling aan te geven met wat er nu speelt. Mijn voorstel zou zijn om hier of in op te nemen dat die discussie dus in gezamenlijkheid later gaat volgen of dat u hem volledig hier uit die motie haalt maar dat is alleen maar mijn voorstel vanuit het college. En dit te bespreken ook in de nota grondbeleid die nog in de komende periode nog ook bij u langskomt. En dan is het moment om te gaan kijken, wat zijn de randvoorwaarden, wat zijn de uitgangspunten, welke regels wilt u daarin opgenomen hebben? En daar kan ook de betaalbaarheid voor dit soort vormen kan daarin meespelen. En een laatste oproep die ik daar nog wil aan toevoegen. Natuurlijk, we moeten denken aan die betaalbaarheid, daar heeft u ook een motie als raad zijnde ook voor aangenomen. Maar we moeten ook nog steeds breder ook kunnen kijken, ook naar de duurdere varianten, die moeten we niet uitsluiten, ook die moeten we in gezamenlijkheid gaan bekijken. De voorzitter: Goed. Ja, ik merk dat er een soort impliciete uitnodiging is aan de heer Bouwman om te reageren. Nou, die wil ik graag een kans geven.

Dus de heer Bouwman, als u wilt reageren mag dat nu. De heer Bouwman: Ja, wij hebben punt 3 nadrukkelijk opgenomen omdat wij zien bij het Noabershof op De Thij dat het in principe een hartstikke mooi hof wordt, iedereen heeft het kunnen zien inmiddels. Maar ja, er komen best wel veel mensen vanuit van buiten Oldenzaal die wel kapitaalkrachtig zijn om een woning te kunnen realiseren. Sociale huurwoningen zijn in dat concept helaas niet opgenomen en ja, dat komt toch denk ik door het grondbeleid wat wij hier hanteren. Dan kunt u zeggen, ja, dan gaan we dat een keer bij de nota grondbeleid bespreken. Uiteraard maar zie het ook eventjes als een aanmoediging en een boodschap van de raad richting het college dat we daar wel aandacht voor willen hebben. Dus wat mij betreft laat ik hem staan. De voorzitter: Oké. Ik zag ook nog mevrouw Nevels en de heer Maartens. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. Even interrumperen op de heer Bouwman. Het Noabershof in Oldenzaal, dat is een initiatief geweest van het Knarrenhof, een landelijke organisatie. Dat maakt ook, tenminste zo hebben wij het begrepen uit het gesprek wat wij hebben gehad met de huidige bewoner ook, dat maakt ook dat iedereen zich daarvoor kon inschrijven.

En als we dat misschien in de toekomst neerleggen bij het Noabershof, de plaatselijke organisatie, dan kan daar ook anders mee om worden gegaan en misschien is het dan niet alleen een geldzaak. -30-

De voorzitter: Ja, ik begrijp dat dit vooral nu gaat over die motie. Het is uiteraard zo dadelijk aan de heer Bouwman om zelf te bepalen hoe die daar invulling aan geeft. Ik geef u nog de gelegenheid om te reageren en ik zag nog een paar anderen die ook nog over de motie neem ik aan iets willen zeggen. Volgens mij kan ik de wethouder nu uitnodigen om weer te gaan zitten. Dus geef ik nu nog even de gelegenheid voordat we naar de tweede termijn gaan om dat punt nog even goed door te spreken. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, het feit dat er geen sociale huurwoningen in het hof waren gerealiseerd was omdat de WBO de stichtingskosten te hoog vond om daar sociale huurwoningen te realiseren. Dus en dat is geen gevolg dat de WBO niet wil maar gevolg dat de grondprijs marktconform gehanteerd werd. En dat bedoel ik in de motie met sectoraal denken, dat we alleen vanuit grondbeleid daar heel strak op hebben gezeten waardoor we nu tot de conclusie moeten komen dat mensen die daar dus niet kunnen kopen uit Oldenzaal maar wel graag sociale huur hadden willen wonen, dat dat dus niet mogelijk is. Vandaar dat ik oproep in de motie om daar iets integraler naar te kijken. De voorzitter: Ja, nog één keer mevrouw Nevels en volgens mij kunnen we dan ook in de tweede ronde kan het college daar nog weer op reageren. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dank voor het antwoord van de heer Bouwman.

Ik verzoek om een korte schorsing omdat ik heel even met een aantal mensen over de motie kort het wil hebben om te kijken of we daar dan al of niet in meegaan. Is dat mogelijk? De voorzitter: Ja, dat is zeker mogelijk maar dat doen we dan zo dadelijk want ik merkte dat er nog een aantal mensen wat mee willen geven voordat we naar die schorsing gaan. Ik zag in ieder geval de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. De wethouder heeft moeite met het woord betaalbaarheid want we weten niet wat dat betekent. Ik heb een raadsstuk ergens gelezen deze week waarin betaalbaarheid door dezelfde wethouder wordt omschreven. Dat begreep ik ook niet. Daar wordt gezegd, ja, betaalbaarheid is datgene wat je kan betalen dus als je veel geld hebt kan je een dure woning kopen. Ik stel voor om in dit geval de zin wat te wijzigen want ik neem aan dat de bedoeling is dat er een vorm van sociale woningbouw gaat plaatsvinden. Dus in die zin zou ik het aanbevelen en zouden we het toejuichen. De voorzitter: Goed, dat is volgens mij nu gedeeld met elkaar. Dan ga ik nog naar de heer … Nee, ik ga nog eerst de raad en dan mag het college. Ja, ja, ja. De heer Maartens nog. De heer Maartens: Ik heb op dit moment geen vragen. Ik wil graag even de bespreking in de schorsing afwachten. De voorzitter: Oké, dan raadslid Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter.

Nou, op zich kunnen we instemmen met de visie wonen, welzijn en zorg. Ik wil even ingaan op de motie. Als we het hebben over de motie dan delen wij de mening van het college. Initiatieven om noaberschap te stimuleren kunnen wij onderschrijven alleen zoals gezegd punt één en twee kunnen we dus in meegaan, punt drie kunnen we niet in meegaan. Daar zouden we later over in gesprek willen gaan. Dus straks, ik wil nu alvast even delen dus dan zou het voorstel zijn om punt drie eruit te halen of eraan toe te voegen dat we samen in gesprek gaan met elkaar.

-31-

De voorzitter: Ja, maar daar is volgens mij ook de schorsing voor bedoeld geweest om dat nog met elkaar scherp te krijgen. En ik denk dat het goed is om vanuit de zijde van het college voordat we tot de schorsing overgaan nog dingen aan u mee te geven. Dan ga ik, ja, dan geef ik voordat ik schors de heer Snijders nog de gelegenheid. Maar nu eerst het college, wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil toch even reageren op toch het woordje betaalbaar. Alles wat je kunt betalen is dan betaalbaar. Nou, als dat de definitie moet zijn ook voor woningbouw, dan wil ik dat toch ook van u dan horen wat voor een prijs hoort hier dan bij? En we hebben ook in de beantwoording in de schriftelijke vragen die u ook heeft ontvangen zijn we wel ingegaan op de betaalbaarheid en hoe we daar tegenaan kijken. Dus wij begrijpen wel heel degelijk wat betaalbaar is. En dat het allemaal zo moeilijk is om te regelen en ook aan knoppen te draaien, ja, dan moeten we wel met elkaar aan de slag. En dat is niet alleen dat wij voor daarvoor aan de lat staan maar we weten dondersgoed wat dat betekent. De voorzitter: Tot slot, de heer Snijders en dan gaan we over tot schorsing. De heer Snijders. De heer Snijders: Ja, ik herinner mij dat tijdens de ideeëncommissie Noabershof werd genoemd. En dat ging op een gegeven moment richting subsidie.

Ze wilden geld van de gemeente zodat de grond betaalbaar was voor mensen met een kleine beurs. Dat had een beetje een speculatief effect en dan krijg je een ongelijkheid. Dan krijg je namelijk mensen die bij de Noabershof gaan inwonen krijgen de grond goedkoop en die dan dat niet doen moeten gewoon betalen. Toen heb ik gezegd, nou, dan kun je voor alles een hof bedenken. Dus ik wil voordat ik instem met die motie want ik vind het een heel goed idee, heel duidelijk hebben dat het voor alle Oldenzalers gelijk wordt getrokken. En niet dat je zegt, deze groep mag anders. De voorzitter: Ja, maar ik heb nu net afgesproken dat we nu schorsen anders doe ik ook het punt van orde geen recht. Dus we schorsen nu. Hoelang zou u willen schorsen, mevrouw Nevels? Mevrouw Nevels, hoelang wilt u schorsen? Vijf minuten? Vijf minuten. Ik schors voor vijf minuten. De voorzitter: Goed, de vijf minuten zijn voorbij dus ik wil heel graag weer beginnen. Ik kijk nog wel even rond of dat kan. Ik hoop van wel. Ik zie nog niet iedereen aanwezig. Ik mis nog in ieder geval bij de WG een aantal mensen. O, zo, nee, daar kan die niet tegen. Voor de mensen thuis, er viel een glas water over een iPad, o nee, over een computer, laptop. Ja, goed. Als iedereen op zijn plek wil gaan zitten dan wil ik de vergadering heropenen.

Ik heropen de vergadering en ik geef mevrouw Nevels, want die heeft de schorsing aangevraagd, als eerste de gelegenheid. Mag vanaf uw plek. Ga uw gang. Mevrouw Nevels: Dank u, voorzitter. Alles op de kop want ik heb er één natte bende van maar goed. Het is zo. Voorzitter, dank u wel. Wij hebben net een korte schorsing gehad om te kijken of de motie nog wat kon worden aangescherpt of wat veranderd kon worden. Helaas ben ik niet overtuigd, ook samen met mijn fractieleden, van nut en noodzaak van de motie. Hoewel wij hem wel heel sympathiek vinden gaan wij niet mee met de motie. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan ga ik nu naar de tweede termijn. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie dat dat het geval is. Ik ga gewoon het rijtje langs. Kom ik allereerst bij mevrouw Nevels, behoefte aan een tweede termijn? Ga uw gang. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had keurig antwoord gekregen op de vraag van de portefeuillehouder, waarvoor dank. Ook fijn dat ik het stuk zo scherp gelezen had dat ik het er nog

-32-

even uit kon halen. Ik had nog gevraagd om, ja, de toezegging staat al wel in het politiek forum maar nog even een keer met een bevestiging dat we ook echt in december met elkaar aan tafel zitten om die actielijnen te bespreken. Dat is hem, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de WG, raadslid Yildirim of mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. We hebben geen vraag of opmerking meer richting de portefeuillehouder. Wel zouden wij Solidair Oldenzaal nog willen vragen of datgene wat zojuist besproken is om de motie eventueel aan te passen nog te herhalen. Want dan kunnen ook andere raadsleden daarin, nou, meekrijgen wat u daar nu mee van plan bent. In de eerste termijn is zojuist al aangegeven dat wij de oproep één en twee, dat we daarover de visie van het college in volgen. Maar wij hebben nog geen standpunt ingenomen of wij dan de motie zullen steunen omdat oproep nummer drie nog niet uitgesproken is. Dank u wel. De voorzitter: Gaan we zo dadelijk horen. Dank u wel. Dan ga ik nog even naar de Partij van de Arbeid, de heer Kramer. De heer Kramer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording. Mijn doel is eigenlijk bereikt toen ik het woord yep over diens tong hoorde rollen dus dat is mooi. Dan als reactie op de motie.

Ja, nou ja, gegeven het feit dat het college ook al aangeeft dat er achter de schermen allerlei planvorming loopt om na te denken over creatieve woonvormen en het feit dat ik, zeg ik op persoonlijke titel, niet geloof dat dergelijke vormen de toekomst hebben, gaan wij niet mee met de motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij SO, de heer Bouwman. Ja, ik ga, ik kijk zo meteen of u, want u krijgt in een tweede termijn, ook al heeft u bij het politiek forum aangegeven het als een conform, dan krijgt u in de tweede termijn de gelegenheid om nog inbreng te leveren. Dat geldt ook voor de heer Snijders. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja. Wij willen de motie wijzigen op punt drie waar dus stond, betaalbaarheid van woningen collectieve woonvormen als belangrijke doelstelling te hanteren, en deze te wijzigen in, het realiseren van sociale huurwoningen in collectieve woonvormen als belangrijke doelstelling te hanteren. Dat is de motie zoals ik hem in ga brengen. De voorzitter: Oké. Ik kijk even naar links of de griffier … Nou, dat is goed om dat zo meteen nog even met de griffier kort te sluiten. Ja, dan zag ik, maar ik ga eerst naar GroenLinks want die was in de vorige en dan kom ik daarna bij de andere fracties die ook nog wat willen inbrengen in de tweede termijn. De heer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter.

Wij hadden het inderdaad conform doorgedaan. Excuus. Nou, wat zeg ik, wij zijn tevreden met dit plan. Het is fijn dat het een integraal plan is dat met alle partners samen is opgesteld, breed gedragen en niet opgelegd vanuit de gemeente. Daar houden wij wel van en wij hopen dat dit plan een voorbeeld is voor de opvolgende plannen en hopen dat de wethouder kan bevestigen dat deze werkwijze in de toekomst wordt vastgehouden, vraagteken. De voorzitter: Dank u wel. Daar zal de wethouder zo dadelijk in zijn tweede termijn op gaan reageren. Dan kom ik bij de heer Van der Waal.

-33-

De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik ga even in op een aantal inbrengen die gedaan zijn. De WG beweert terecht dat de zorg een overheidstaak is en dat de overheid er maar voor moet zorgen. Dan vraag ik me af, hoe gaan zij dan om met een komend tekort aan personeel niet omdat er nu een tekort is aan personeel maar omdat het aantal cliënten gigantisch gaat toenemen. Verder zeggen ze dat winst een slechte drijfveer is. Een slechte winst is niet goed maar ondernemers mogen een beetje winst houden, dat lijkt mij. Ik wil PvdA complimenteren met een mooi betoog. Ik ken de details niet meer maar ik vond het mooi. Solidair heeft een hele mooie motie waar we absoluut in meegaan. Er wordt gezegd, stimuleren van vrijwilligers door onderlinge hulp. Of is dat mijn suggestie? Dat weet ik niet meer. Samenredzaamheid is genoemd. En ik vraag me af of een gebouw zoals De Walgaarden, de gezamenlijke huiskamer waar de bewoners gezamenlijk kunnen bijeenkomen, of dat ook niet een onderdeel kan zijn dan wel gaat worden voor een systeem van onderlinge zorg? Als laatste opmerking kan ik opmerken dat ik zelf waarschijnlijk een yep ben maar ik zit in de ontkenningsfase en dat is bij een heleboel yeppers het geval. Dus ja, daar zullen we iets aan moeten doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot van deze ronde naar de heer Maartens van het CDA.

De heer Maartens. De heer Maartens: Nou, eerst even ingaan op de laatste opmerking van mijn buurman. Ik behoor tot dezelfde categorie zo ongeveer. We hebben geprobeerd daar wat aan te doen en ik hoop dat dat voor de toekomst voldoende is. Ja, die sociale huur. Een van de ergernissen die wij hadden bij initiatiefnemers als Knarrenhof is dat het in nagenoeg alle omstandigheden alleen koop is. We hebben ook hier in Oldenzaal toen gepleit voor, kunnen we daar geen op een of andere manier sociale huur aan toevoegen? Daar waren allerlei belemmeringen voor en voor mij zijn een deel van die belemmeringen horen bij de werkwijze van de landelijke Knarrenhof. Wij zouden het toejuichen als het lukt om in collectieve woonvormen echt zodanig collectief te maken dat we daar dus ook een afspiegeling van de samenleving in kunnen krijgen en dat daar zowel koop als huur onderdeel van uitmaakt. Met die aanpassing steunen wij in ieder geval de motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar het college, wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Even naar aanleiding van de opmerking vanuit de VVD. De toezegging die wij in politiek forum hebben gedaan, nou ja, die hou ik ook inderdaad aan. Dat wij eind van dit jaar ook de raad bij gaan praten over de actielijnen. Dus hiermee zeg ik hem nogmaals toe. Hij stond al mooi op papier dus maar nu staat die ook in het verslag.

De vraag vanuit de GroenLinks met het vraagteken, zoals de heer Snijders ook net aangaf, of wij deze werkwijze vasthouden? Nou, wij proberen zoveel mogelijk toch wat we ook doen, die samenwerking op te pakken en hierin … Ook hiervoor hadden we nog een aantal zeker geslaagde projecten net zo. Oldenzaal staat ook bekend om juist die netwerken en de samenwerking die wij daarin hebben en dat willen we graag ook voortzetten. En natuurlijk, de ene keer is dat wat breder inzetbaar en meer mogelijk maar we proberen in ieder geval wel die werkwijze vast te houden dus daar zullen wij ons ook voor inzetten. Dan kom ik toch bij de motie en ook de wijziging. Maar ja, dat raakt toch de collega-portefeuillehouder die dan over toch grondbeleid gaat. Dus dat stukje wil ik dan toch even de heer Christenhusz de gelegenheid geven om daarop te reageren. De voorzitter: De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Ja, misschien is het goed om dat even van mijn kant te doen, voorzitter. We kennen natuurlijk een beleidsnotitie grondbeleid. Dat is ook een afgeleide daarvan is op welke wijze -34-

zeg maar wij de grondprijzen jaarlijks, nee jaarlijks, maar eens in de zoveel tijd vaststellen met elkaar. Daar hebben we recentelijk, dat had u ook kunnen zien zeg maar in het B&W-besluit van 21 mei weer opnieuw gedaan, grondprijzen vastgesteld ook voor sociale sector grondgebonden woningbouw. Dat is altijd 70 procent zeg maar van de grondprijs die we vragen voor de vrije sector grondgebonden woningbouw. Die nota grondbeleid die gaan we herijken. Ja, dat is ook het moment zeg maar dat u een discussie kunt voeren over, het moet 70, 75 worden of het moet 70, 65 procent worden. Waarmee ik meteen een winstwaarschuwing meegeef. Denk nu niet zeg maar dat u als raad naar een situatie toe kunt dat u zegt van, die sociale woningbouwprijs, dat wordt bij wijze van spreken 10 procent, en ik chargeer hem even bewust, van de grondprijs vrijesectorwoningen. Want dan kom je wel in een dispuut terecht van Wet Markt en Overheid. Dat gaan we allemaal uitleggen in die nota grondbeleid, dan is het moment zeg maar waarop u aan die knop kunt draaien. Maar ik vind wel zeg maar dat u dat in de beraadslagingen ten aanzien van punt drie mee moet kunnen nemen. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil de beraadslagingen beëindigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14272283/2