05 Notulen van de raadsvergadering van de gemeente Oldenzaal van 24 maart 2025
Tekst van het document
Ze hebben dit onderzoek ondergedeeld in zeven groepen, waarbij de eerste groep tot de conclusie komt dat de opwarming van de aarde voor meer dan 50 procent komt door de mens. De tweede groep gaf aan dat de mens een rol heeft in de opwarming. De derde groep gaf alleen aan dat CO 2 leidt tot toename van de opwarming. De vierde groep geeft aan dat er onduidelijkheid is over de opwarming en onduidelijkheid over de rol van de mens hier invloed op heeft. De vijfde groep geeft aan dat de mens minimale invloed heeft, dus let op: minimaal op de opwarming. De zesde groep gaf aan, de mens veroorzaakt waarschijnlijk niet de opwarming van de aarde. Ik hoor hiernaast dat het een hoorcollege is, maar mijnheer Mevlid Yildirim, die vraagt mij … De voorzitter: Ik reageer niet op u. Ik reageer alleen omdat ik het wat onrustig vind worden en daarom tik ik even op de tafel om iedereen weer bij de les te krijgen. U geeft antwoord op de vraag die gesteld is en dat doet u zoals dat hoort. Maar ik houd wel de tijd in de gaten. De heer Bouwman: Precies. Dank u wel. De zevende groep, de laatste groep, geeft aan dat de opwarming van de aarde komt voor minder dan 50 procent voor rekening van de mens. En wat hebben de onderzoekers dus gedaan? De categorie 1, 2 en 3 zijn samengevoegd en dat noemen ze de zogenaamde groep die voor het standpunt staat dat de mensheid daar verantwoordelijk voor is.
Maar dan moet u er dus bij opletten, dat die derde groep alleen gaat over dat CO2-toename leidt tot opwarming van de aarde. Die zegt nog niks over de rol van de mens. Dus heb je 33 procent die is echt voor, die ondersteunt de stelling dat de mens hoofdverantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Maar 67 procent, zoals ik het begrijp, geeft aan dat daar geen uitspraak over gedaan kan worden. De vierde groep die hier heel neutraal in staat, die is, wat ik begrijp, uit het onderzoek gehaald, waardoor de verhouding heel anders komt te liggen. En dan komt er een conclusie uit van John Cook en zijn onderzoekers waaruit blijkt dat 97 procent achter deze stelling staat. Vervolgens wordt dat door allerlei politici de wereld in geslingerd via tweets. Volgens mij ook was het Barack Obama die dat destijds in 2013 … De voorzittter: Ik hoop toch dat we even weer teruggaan naar het voorstel …
De heer Bouwman: Dus om even uit te leggen hoe dat narratief tot stand is gekomen, waarom wij daar onze twijfels bij hebben, heb ik hierbij dit beantwoord. Ik ga verder met mijn betoog. De voorzitter: Nee, want ik heb nog een andere interruptie staan en de heer Mekelenkamp krijgt ook van mij het woord. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik zat zo geboeid te luisteren dat ik überhaupt vergeten was dat ik mijn knopje nog in had gedrukt. Maar ik heb toch nog twee vragen voor de heer Bouwman. De heer Bouwman is voornamelijk aan het spreken over de kosten die dergelijke investeringen met zich meebrengen, maar hij heeft het nergens over opbrengsten. Zou hij daarop in kunnen gaan? En aan de andere kant merk ik dat de heer Bouwman zegt, we gaan heel veel geld uitgeven aan klimaat en het is maar een hele kleine druppel op een hele grote gloeiende plaat. Dus waarom zouden we doen? Tegelijkertijd neemt de heer Bouwman het ons wel kwalijk dat wij als raad van Oldenzaal niet een oproep tot vrede van de fractie van Solidair Oldenzaal steunen, terwijl dat misschien nog wel een kleinere druppel is op een nog veel grotere gloeiende plaat. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, twee vragen. De heer Bouwman: De eerste vraag. U gaf aan wat levert het onze Oldenzalers op? Ik kom daar straks nog verder in mijn betoog op terug.
Ik vraag me inderdaad af, wat gaat het de Oldenzaler eigenlijk opleveren? Dat is echt een oprechte vraag die ik heb. Ik heb daar heel lang over nagedacht. Van alle goede bedoelingen die op papier staan, wat is nou echt daadwerkelijk in de toekomst het plaatje waar Oldenzaal de vruchten van gaat plukken? Ik heb de wethouder ook gevraagd. Dan krijg je een antwoord volgens mij van, waar iedereen prettig in samenleeft, een stad waarin … Ons inziens is dat volgens mij ook … Volgens mij leven we nu ook prima in een stad samen waar iedereen het naar zijn zin kan hebben. Dus ik ben echt op zoek naar een antwoord. Maar misschien kunt u hem mij geven. De voorzitter: Volgens mij had u nog een tweede vraag van de heer Mekelenkamp gekregen. De heer Bouwman: De tweede vraag ging over de gloeiende plaat van onze oproep. Als u die oproep had gesteund – en ik had gehoopt dat meer partijen in Nederland die oproep zouden steunen – dan hadden we in ieder geval een signaal vanuit de volksvertegenwoordiging gehad, dat wij in ieder geval niet zitten [wachten] op een escalatie van de oorlog en dat wij alles op alles moet zetten om in te zetten voor vrede. Ik begrijp eerlijk gezegd nog steeds niet waarom die motie niet gewoon gesteund werd. Dan hadden we volgens mij … Je kunt niks doen, maar je kunt bijvoorbeeld ook zorgen dat er een signaal richting Den Haag komt waar wat gedaan moet worden.
Of daar nu wat mee gedaan gaat worden of niet, misschien moeten we daar ook niet heel naïef in zijn, maar dat is mijn antwoord. Ik denk … Volgens mij moeten we het via de diplomatieke weg aanvliegen en niet via allerlei andere … De voorzitter: Dan ga ik nog één keer weer naar de heer Mekelenkamp. Ik houd ook een beetje de tijd in de gaten, want de heer Bouwman moet zijn betoog nog af kunnen ronden. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik begin met een constatering en dan eindig ik met een vraag. Mijn constatering is in ieder geval … Als ik de woorden van de heer Bouwman van net pak in antwoord op mijn tweede vraag en ik verander de woorden oorlog en vrede door klimaatverandering en oplossingen voor klimaatverandering, dan, als wij het woordelijk verslag teruglezen, dan is volgens mij de heer Bouwman een groot voorstander van het aanpakken van klimaatverandering. Dus volgens mij maakt hij twee vergelijkingen waarbij hij de ene keer linksom gaat en de andere keer rechtsom gaat. Volgens mij is dat niet heel erg sterk. En
de tweede, de opbrengst. Dat vroeg de heer Bouwman naar mij naar wat de opbrengsten kunnen zijn. Ik ben vooral benieuwd welke mogelijkheden de heer Bouwman ziet op het gebied van banen en het gebied van economische opbrengsten. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. En dan hoop ik dat hij zo dadelijk ook weer zijn betoog vervolgt en afrondt. De heer Bouwman: Op het gebied van banen en werkgelegenheid. Dat is nu net een punt wat ik eigenlijk verder in mijn betoog wilde maken. Daar maken we ons heel erg zorgen over het vestigings- en ondernemingsklimaat in Nederland naar aanleiding van dit in ieder geval het klimaatakkoord, wat wij als Nederland voorstaan. Want je ziet gewoon in het land dat ondernemers te maken krijgen met een enorme regeldruk om CO2-uitstoot te registreren, om bij te houden hoeveel mensen waar vandaan komen met de auto en wat het allemaal aan CO2-uitstoot oplevert. Allemaal dat soort regeldruk zorgt ervoor dat ondernemers eigenlijk na gaan denken of het wel verstandig is om nog in Nederland te blijven ondernemen, of dat het toch handiger is om naar landen te vertrekken, waar de energievoorziening wel constant is en waar de energie goedkoper is en waar de minder betutteling geldt op basis van het klimaat. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er … U bent volgens mij tot een afronding gekomen.
Nog niet? Ik hoop dat u dat wel nu gaat doen, want dat zou wel fijn zijn. Gaat u verder. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb nog wel eventjes, maar ik word iedere keer geïnterrumpeerd, dus dan lijkt het dat het heel lang duurt. Maar ik heb volgens mij meer vragen beantwoord dan dat ik aan het woord ben geweest. Dus ik hoop dat … De voorzitter: Volgens mij zijn die interrupties vooral bedoeld om u te begrijpen en ik hoop dat u ook begrip heeft voor de rest van de raad of u ze nog wel weet te boeien en daarmee weet te pakken en dat u ook argumenten naar voren haalt waarmee u de raadsleden kunt overtuigen. Ik heb daar mijn twijfels eerlijk gezegd over, maar daarom ook mijn oproep om tot een afronding te komen. Maar gaat uw gang. Ik houd het in de gaten. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik ga gewoon verder. Het ministerie heeft in 2022 toegezegd dat gemeenten volledig vergoed zouden worden. Uit navraag blijkt dat het nog steeds niet het geval is. Sterker nog, er moeten allerlei aanvragen gedaan worden om het beloofde bedrag terug te krijgen. Gemeenten die niet meegingen in opgelegde adviezen, bleken uiteindelijk spekkoper en waren veel goedkoper uit. Mijn vraag aan het college is: Wanneer gaat het college een keer met de vuist op tafel slaan om haar beloofde geld binnen te krijgen? En nu komen we gelijk op het punt wat we willen maken.
Want alles wat in het programma staat, wordt ons opgelegd door de Verenigde Naties, de Europese Unie, het RIVM en de rijksoverheid. Maar zijn deze instituten betrouwbaar genoeg om lokaal blindelings uitvoering te geven aan hun ambities en beweringen? Een simpele compensatie voor de energiecontracten is bijvoorbeeld nog steeds niet geregeld – met gevolgen voor onze begroting en negatieve gevolgen voor mooie initiatieven van onze inwoners. Het stikstofdossier volgen we ook blindelings, terwijl nu blijkt dat het RIVM een factor 90 naast de ammoniakemissie uit zee zat. Vissers en boeren in de kuststrook is op een schandalige manier hun brood ontnomen, terwijl dit niet nodig bleek te zijn. En we weigeren om verantwoordelijken aan te wijzen. Sterker nog, we gaan vrolijk verder met het volgen van top-downbeleid en zo ook in dit programma. Het volgende, narratief, 97 procent. Daar heb ik net ook al wat over verteld. Wij zetten daar vraagtekens bij. En ook dit soort conclusies kun je nog de hele avond doordiscussiëren, want ook al zou het haalbaar zijn, dan nog zijn deze maatregelen onhaalbaar, onuitvoerbaar en onbetaalbaar. Alle miljarden die gespendeerd worden aan een maatregelenpakket van het kabinet leveren slechts – en dat is volgens het ministerie – 0,00037 graden minder opwarming op. Dat is compleet
verwaarloosbaar, met als gevolg een inwoner die compleet afhankelijk wordt gemaakt van de grillen van het stroomnet, een verregaande beknotting van zijn privé en een verminderde individuele vrijheid. We volgen namelijk het narratief, dat STOMP-principe. Ik heb er net ook al wat over verteld. Stappen, dan gaan we trappen, dan gebruiken we het openbaar vervoer en mobiliteitsdiensten en als laatste de privéauto, komt dus in het verdomhoekje en 15 minutensteden alleen maar veel goeds kan brengen voor onze inwoners. Er wordt hiermee ernstig getornd aan de bewegingsvrijheid van het individu. Het leidt tot ontmoediging van het autogebruik waar parkeervergunningen een eerste stap zijn. De tweede stap zou zijn dat auto's geregistreerd worden in bepaalde delen van de stad, zoals we nu ook al kunnen zien in zero-emissiezones. Auto's worden gevolgd en bij een verkeerde afslag bent u aan de beurt: een boete. Gedragsbeïnvloeding en gedragsverandering speelt hier een grote rol, iets wat ook door het college als speerpunt wordt gezien. Ons inziens is het toepassen van gedragsbeïnvloeding enkel voorbehouden aan therapeuten, psychologen en psychiaters en niet aan een overheid die met geld aan het smijten is, waar grote vraagtekens gesteld kunnen worden bij het effect van deze uitgaven en de boodschap die ons van hoger hand allemaal wordt meegegeven.
Heeft het echt met het klimaat te maken, vragen we ons af. Of toch meer met controle? Die vraag mogen we ons langzamerhand wel eens gaan stellen. We moeten niet naïef zijn, helemaal in het licht van ontwikkelingen van het CO2-paspoort en het CBDC. Dat schreef in 2020 al een heel document met al deze ontwikkelingen en de gevolgen daarvan. En dan de vraag wat deze hele exercitie betekent voor het vestigings- en ondernemersklimaat in dit land. Heb ik net ook al wat kort over gezegd, dus dat sla ik even over. We vroegen de wethouder hoe hij aankijkt tegen het risico van volledige elektrificatie voor onze samenleving. Er kwam geen antwoord. Terwijl we in de krant konden lezen dat de Twentse burgemeesters zich voorbereiden op een totale black-out, zijn dit soort vragen dus heel legitiem. Jammer dat een simpele vraag geen antwoord krijgt. Elektrificatie moet bepaald worden door zon op dak te stimuleren. Hoe kan het college dit nog met droge ogen opschrijven? Hoe kan de raad hier zonder kanttekeningen nog in meegaan, wetend dat de salderingsregeling is afgeschaft en de terugverdientijd van zonnepanelen sterk is toegenomen? Waarom zou de inwoner hier nog in investeren zonder gebruik te maken van al die dure overheidssubsidies, die ook voor andere goede doeleinden gebruikt kunnen worden. We zien dat de inwoner eerst een worst wordt voorgehouden met de boodschap: ‘Vooral doen.
Het is uiteindelijk heel erg gunstig voor u.’ De voorzitter: Mag ik u vragen om tot een afronding te komen? De heer Bouwman: Ja, dat ga ik doen. Waarna in de tussentijd ineens de spelregels worden veranderd, voorzitter, met daarna de boodschap: ‘We kunnen er niks aan doen. Dat is heel jammer voor u.’ En na verloop van tijd word je gewoon gestraft voor goed gedrag. Dat is niet alleen bij zonnepanelen, maar ook bij elektrisch rijden. Langzaam wordt elektrisch rijden namelijk niet voordeliger en ook niet goedkoper. Kan ik nog allerlei redenen bij verzinnen, maar ik moet afronden. Genoeg redenen genoemd, voorzitter, om tegen dit klimaatakkoordprogramma te stemmen. Wij kiezen met de stem tegen dit klimaatakkoordprogramma heel bewust voor de belangen van onze inwoners, voor hun individuele vrijheid en voor onze welvaart. We achten onze welvaart, onze individuele vrijheid en haalbaarheid van onze plannen belangrijker dan met honderden miljard te smijten om een onrealistische doelstelling te behalen. Vergroenen en verduurzamen van onze leefomgeving is prima tot op een bepaalde hoogte, maar laat onze inwoner in haar waarde en geef onze inwoner een keuze. Stop met het blijven financieren van het klimaatakkoord. Stop met de doelstelling van volledige elektrificatie. Stop met gedragsbeïnvloeding van onze inwoners en houdt u bezig met uw kerntaken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Ik zie een drietal interrupties. Ik hoop dat ze kort zijn om de snelheid in de vergadering niet te verliezen. Ik heb de heer Van der Waal als eerste genoteerd staan. Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. U heeft het over een bedrag van nul komma nul en nog een aantal nullen en dan geloof ik een drie procent dat wij maximaal kunnen beïnvloeden op de temperatuur van de aarde. Dat doen we met ons allen. Op het moment dat we op een plein zijn en we gooien allemaal een propje weg, dan is elk propje dat percentage zo klein als dat u noemt. Met zijn allen maken we daar wel 100 procent van. En dat is bij de beïnvloeding van de opwarming van de aarde door CO 2-beperking ook het geval. Het tweede wat ik hier op heb genomen is … De voorzitter: Nee, we hebben afgesproken een interruptie is een vraag. Ik hoor nog steeds geen vraag. Het is allemaal nog een inleiding. De heer Van der Waal: Bent u het met me eens dat Oldenzaal net zoveel moet doen als elk ander dorp, elke andere stad op de wereld waar dan ook? Het andere, de gedragsbeïnvloeding. Bent u het niet met mij eens dat de overheid de inwoners mag verleiden tot een aangepast gedrag, zodat alle omstandigheden die u noemt, een goede welvaart, goede leefomstandigheden, zo goed mogelijk zijn en blijven? De voorzitter: Ik ga naar de heer Bouwman. De heer Bouwman mag daar kort op reageren. De heer Bouwman: Dank u wel.
De eerste vraag die u stelt, is moeten wij als Oldenzaal evenveel doen als andere landen of andere steden? Mijn betoog is juist dat we hier het braafste jongetje van de klas zijn, dat er in andere landen nog steeds kolencentrales wordt geopend. Als je kijkt in China, dat daar rond de zeshonderd kolencentrales nog op de planning staan om geopend te worden, die, naar wat ik gelezen heb, verantwoordelijk zijn voor tien keer zoveel uitstoot als wat heel Nederland op dit moment uitstoot, dan is het toch zeer onrealistisch en ook zeer ondoelmatig om nog aan deze exercitie zoveel gelden uit te geven. Dat is antwoord op vraag 1 en vraag 2 ben ik even kwijt. Wellicht kunt u die nog eventjes stellen. De voorzitter: Dan kan de heer Van der Waal meteen zijn tweede interruptie plaatsen. Dus als u dat wilt combineren, heel graag. En ik constateer, mijn indruk, dat u elkaar toch niet gaat overtuigen. Maar dat is het gevoel wat ik erbij heb. Maar mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dat we elkaar niet kunnen overtuigen is een onderdeel van een discussie. Dus laten we de discussie hier in alle openheid wel voeren. Over China: even een tegenopmerking. China, inderdaad, opent een heleboel kolencentrales, maar China is ook heel actief op het winnen van duurzame energie. China is bezig de economie op peil te brengen. Dat wat dat betreft.
De tweede vraag waar u naar vroeg is de mogelijkheid van gedragsbeïnvloeding van de overheid door inwoners te verleiden bepaald gedrag te vertonen, of dat kan of niet kan in uw ogen. De voorzitter: Tot slot de heer Bouwman. En dan ga ik naar de heer Nijland. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. We zien dat dat de afgelopen jaren steevast is gebeurd. Ik heb het net ook al verteld. Met zonnepanelen, elektrisch rijden. Op een gegeven moment worden de spelregels veranderd en dan blijkt toch dat de boodschap die de overheden jarenlang hebben uitgedragen toch niet zo effectief en ten gunste kwam van de inwoner. Dus wat ons betreft stoppen we daarmee en houden we ons gewoon bezig met de kerntaken waar we als gemeente voor aan de lat staan. Dus wat ons betreft geen gedragsbeïnvloeding. Laten we de keuze bij de inwoner hoe zij haar energievoorziening op orde wil brengen en hoe zij haar leven wil vormgeven. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Nijland. Mijnheer Nijland.
De heer Nijland: Voorzitter, dank. Korte vraag. Even uitzoomend. Hoe kijkt de heer Bouwman naar het feit dat we dit jaar wederom in de top vijf staan van meest gelukkige landen ter wereld? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja, dat is natuurlijk een heel mooi gegeven. En ik pleit ervoor dat wij vooral die positie moeten behouden. En dat is niet door dit klimaatakkoordprogramma te steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik heb eigenlijk … Ja, ik heb wel meer vragen, maar dat doe ik niet. Een basisvraag. Ik gun u uw gelijk en u heeft argumenten om zo tegen het klimaat aan te kijken. Zo heb ik argumenten om er anders tegenaan te kijken. Dat kan en dat mag. U noemt de kosten die we nu investeren, omdat wij … De mainstream die volgt het gaat mis met het klimaat, we moeten wat doen. Daar moet heel veel geld in gaan. Ik denk dat maar een deel van het geld verloren is als het zinloos is geweest. Want je krijgt er ook dingen voor terug. Maar stel nu, dat u niet gelijk hebt en dat het dus wel degelijk goed misgaat met het klimaat. Dan moet je heel snel schakelen. Heeft u weleens bedacht wat dat kost en wat voor ellende dat veroorzaakt? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Daar denk ik heel vaak over na, van stel nu dat het niet klopt hoe ik denk.
Maar dan kom ik toch altijd tot de conclusie dat … Daarmee suggereert u dat wij helemaal niks willen doen aan het klimaat. Daarmee zegt u dus eigenlijk: jullie stoppen de persen en jullie leven gewoon verder en jullie maken je verder nergens druk om. Dat is natuurlijk niet waar. We gaan straks de motie over de kernenergie steunen, dus we zetten ook in op innovatie. Er zijn andere manieren om te verduurzamen dan wat op deze manier gedaan wordt. Dus dat is mijn antwoord. De voorzitter: Dan ga ik nu naar D66 voor haar eerste termijn, de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Dank u wel. Voorzitter, ik was heel blij met de inbreng van de WG. Ik heb het niet woordelijk kunnen volgen. Maar ik denk dat we het aardig met de WG eens zijn en dat is een unicum. Daar gaan we vanavond een biertje op drinken, hoop ik. Met Solidair Oldenzaal, niet onverwacht, zijn we het niet helemaal eens. Maar voorzitter, op 21 september 2020 is door onze gemeenteraad de Warmtevisie Noordoost-Twente vastgesteld. In de routekaart van deze visie wordt aangegeven dat in 2021 het eerste wijkuitvoeringsplan klaar zou zijn voor zowel De Thij, Graven Es als Stakenbeek. Het is nu maart 2025, vier jaar na 2021 als ik het goed reken. Er is slechts één plan gemaakt; voor de andere plannen zien we nog geen begin.
In 2030 moeten de WUP’s, de wijkuitvoeringsplannen worden afgerond met WUP, voor alle andere wijken klaar zijn. En De Thij moet dan van het aardgas af zijn volgens de planning van die warmtevisie. En die warmtevisie is vastgesteld door onze gemeenteraad in 2020. In 2021 wordt de RES Twente 1.0 – vreselijke aanduiding, maar het is niet anders – als strategisch koersdocument door onze raad vastgesteld. In dit document staat dat de vergunningen voor windturbines en zonneprojecten uiterlijk 1 januari 2025 moeten zijn verleend. In de periode daarvoor moet duidelijk zijn geworden hoe en waar de infrastructuur voor warmte gerealiseerd kan zijn in Twente. Het is nu maart 2025. Is er, is mijn vraag, een begin van een plan voor een infrastructuur voor warmte? We lezen nu in het voorstel op pagina 11 dat er een warmteprogramma moet zijn uiterlijk december 2026. Dat is twee jaar na de in de RES genoemde planning en die RES is vastgesteld door onze gemeenteraad in 2021. Voorzitter, het is duidelijk: het schiet niet op met de beperking van het
energieverbruik in Oldenzaal en de bijbehorende transformatie. Weliswaar wordt gewerkt aan isolatie van woningen, aan het aanleggen van laadstructuur voor auto's, er is een energieloket en er zijn individuele subsidies. Er is in 2022 een poging gedaan om middels een wijkuitvoeringsplan voor de wijk De Thij deze wijk gasloos te maken. Maar dit is, jammer genoeg, jammerlijk mislukt. Er is een actieve en enthousiaste groep van inwoners die nu goed bezig is met maatregelen om in De Thij het energieverbruik terug te dringen, maar grootschalige maatregelen kan deze goedwerkende groep niet nemen of voorbereiden. Hiervoor is coördinatie vanuit de gemeente noodzakelijk. Door dit getreuzel besluiten enthousiaste inwoners individuele maatregelen voor verwarming te nemen, waardoor het voor hen niet zinvol zal zijn om aan bijvoorbeeld een warmtenet deel te nemen. Dit terwijl deelname van zo veel mogelijk inwoners grootschalige maatregelen betaalbaar kan maken. Voorzitter, wat we in het stuk zien, het van het gas afgaan heeft niets te maken met het stoppen van de gaswinning in Groningen en ook niet met het stoppen van de import van gas uit Rusland, zoals op pagina 10 wordt genoemd. De doelstelling is fossiele brandstoffen op den duur niet meer te gebruiken voor energieopwekking. We kunnen het voorgestelde programma niet afkeuren, ook al staat er geen programma in het programma.
Dit, omdat we anders helemaal geen plan hebben om in Oldenzaal energiegebruik met de bijbehorende CO2-uitstoot te verminderen. Maar we dringen er wel bij het college en de raad op aan om vanaf nu tempo te maken en te houden bij noodzakelijke studies en maatregelen, om het energieverbruik haalbaar en betaalbaar terug te dringen. We hebben snel een toekomstig uitvoeringsplan nodig voorzien van piketpaaltjes en begrotingen. We zouden dat het liefst zien in de vorm van een planning waarop de raad en het college kunnen worden aangesproken. We steunen dan ook van harte de motie van GroenLinks om duidelijke doelstellingen en planningen te laten zien, al dan niet in een bijlage. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar het college, wethouder Yildirim. Gaat uw gang. Wethouder Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd. En ook goede gesprekken zijn er gevoerd. Of we allemaal dan tot dezelfde conclusie gaan komen en of we tot elkaar gaan komen, dat is altijd natuurlijk de vraag. Alleen wij hebben hier wel een klimaatakkoordprogramma liggen waarbij we focus leggen op de periode 2025 tot 2030. En niets doen is geen optie. Hierin hebben we in ieder geval een leidraad en zoals ik net al heb aangegeven, een focus gelegd op besparen, het slim opwekken en ook lokaal samenwerken.
Als ik kijk naar de vragen en de moties … Na zo'n lang betoog zitten daar niet zo heel veel vragen in, maar ik zal toch een aantal die ik zo heb opgepikt, even op reageren en natuurlijk ook een inzage geven in de moties. Als ik heel even begin met alleen al de vragen. WG heeft geen vragen gesteld. Solidair Oldenzaal heeft een aantal opmerkingen gemaakt waarin ook wat vragen staan. Daar pak ik even een aantal van uit, met name de vragen waarvan ik denk van, het is wel goed om daar dan een goed en realistisch beeld van weer te geven. U heeft het over bijvoorbeeld de compensatie van de energiekosten vanwege de stijgende gasprijzen van ruim anderhalf, twee jaar terug. U geeft aan van, wat krijgen we nu terug? Wij hebben een aanvraag ingediend voor 2023. Voor ’24 gaan we die nog indienen, want je kunt elke keer na het aflopen van een jaar zo'n aanvraag doen. Alleen daarin zijn een aantal spelregels mee gemoeid en daarbij is het ook belangrijk dat we dat ook volgens die spelregels doen. Dus we hebben onze aanvraag ingediend en u heeft ook in de beantwoording kunnen lezen dat daar een deel van is al terugbetaald aan ons en een deel van 2023 wordt nog aangevraagd en die komt nog terug. De voorzitter: Ik zie een interruptie, wethouder, van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel.
Het punt is een beetje … In 2022 werden wij geïnformeerd toen we vragen stelden, ja, we worden volledig vergoed tussen het oude en nieuwe contract. Toen zagen we verder in de P&Cstukken op een gegeven moment werd het woord nivelleren ergens gebruikt. Toen hadden we al zo'n gevoel
van, krijgen we dan wel alle gelden terug die ons beloofd zijn? En nu zien we dus bij navraag dat we nog steeds niet het beloofde geld terug hebben gekregen. U zegt, dat wordt meegenomen met de aanvraag. Maar als ik u toezeg dat ik u geld geef, dan mag u verwachten dat ik met geld over de brug kom en dan hoeft u bij mij geen aanvraag te doen om geld te krijgen. Dat is toch de omgekeerde wereld? Dan krijgt u dat toch van het Rijk? Waarom moet u dan een aanvraag doen en hopen dat het goedgekeurd wordt? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Er zitten een aantal gewoon regels aan verbonden, waar wij ook aan moeten voldoen. En als het Rijk zegt dat het op deze manier moet, dan doen we dat op deze manier. Anders krijgen we helemaal niks terug. Dus wij hebben gewoon, zoals die aanvraag bij ons is neergelegd, hebben we hem ingediend. Daar kunnen we van mening over verschillen, maar wij volgen gewoon de spelregels die erbij horen. En uiteindelijk krijgen wij het geld terug, zoals die ook is toegezegd. Daar gaat het ons om, dat wij gewoon ons geld terug kunnen krijgen, zoals dat met elkaar is afgesproken. En u geeft dan ook aan van, daar is die discussie net ook even over gevoerd, wat doet dit dan met die hele opwarming? Sorry hoor, maar ik wil dit toch even kwijt.
Ook al is dat die 0,0003 procent, volgens mij wat u zei, als ik niet tenminste één nul ben vergeten nog, maar dan is dat toch die drie tienduizendste wat dan weer scheelt. En dat hebben wij dan in Oldenzaal in ieder geval aan bijgedragen. En daar kunnen we van mening van elkaar verschillen. Dan de vraag van D66 over een aantal meer opmerkingen eigenlijk ook van, waar staan we nu ook met de warmtevisie, RES Twente 1.0. We hebben een aantal afspraken gemaakt. U heeft het hier in de gemeenteraad inderdaad ook vastgesteld welke lijn we daarin volgen. Alleen, ook hier zien we gewoon, dat daar in het beleid wel een en ander is veranderd. En daarom moeten wij dus daarin ook mee en meeveranderen. We hebben u geprobeerd in ieder geval op de hoogte te houden via de raadsinformatiebrieven. Als dat onvoldoende is, dan horen we dat graag en dan gaan we u nogmaals bijpraten. Wij hebben ook nog een warmteprogramma die gaat komen nog en ook over de RES Twente 1.0, die straks omgezet wordt naar de EST 2.0 – Energiestrategie Twente wordt het dan in plaats van de Regionale Energiestrategie – daar nemen we jullie ook mee zodra daar informatie over is. Maar daar is nog niet een besluit over genomen en daar is nog steeds met de andere gemeenten nog het gesprek over gaande. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, per interruptie. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter.
Ik heb genoemd twee zaken, de warmtevisie en de RES die door de gemeenteraad zijn geaccordeerd, goedgekeurd. U zegt, daar is nog beleid bijgekomen waardoor het allemaal wat anders werd. Bij mijn weten zijn de doelstellingen nog steeds hetzelfde. Dus het had door kunnen gedaan op de besluiten die indertijd door de gemeenteraad – niet alleen de Oldenzaalse gemeenteraad, maar ook door de gemeenteraden in de omgeving – waren genomen. Dus waarom is dat niet gedaan waardoor we nu op behoorlijke achterstand staan, in ieder geval ten opzichte van 2030? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Yildirim: Ik ben het met u niet eens dat wij echt een achterstand hierin hebben. Misschien in de tijd. Inderdaad, zoals u hem nu leest en interpreteert, lijkt het zo. Maar we hebben echt niet stilgestaan, ook niet met de RES Twente 1.0. Daar hebben we echt wel … Zon op dak hebben we heel veel gerealiseerd. Dus aan die doelstellingen proberen we ons nog steeds wel te houden en ook ons ervoor in te zetten. Dus wat dat betreft, blijven we nog steeds doelstellingen volgen. Alleen het totaalplaatje wordt elke keer door veranderende spelregels in die wedstrijd wordt dat toch wat lastig om het in één keer zo te gaan realiseren. Maar wees ervan bewust dat wij hier ook goed bijblijven en ook blijven trekken aan het geheel, zodat we nog
steeds wel onze doelstellingen zo veel mogelijk halen. Planning en doelstelling. Dan kom ik terug even bij de motie van GroenLinks. Voorzitter, dan heb ik de twee moties. Motie van de VVD. Ik zei net al, we hebben zoveel mogelijk een focus op gelegd, ook vooral op de grootste impact, en dat is dus besparen waar mogelijk, het slim opwekken en lokaal en regionaal samenwerken. Dat is de focus die we hier hebben aangebracht. En we willen eigenlijk ook met het programma voorkomen dat we juist verzanden in allerlei discussies over welke technieken je hier dan wel of niet kunt gaan toepassen. Vandaar ook dat niet alles hierin is opgenomen, dus daar geef ik ook de VVD gelijk in, maar wel in ieder geval voor onze beleving is daar wel ruimte toe gegeven. En dan is het net inderdaad, hoe ga je dit dan interpreteren? Ga je hem toch wat breder interpreteren? Hoe breed kun je daar ook mee omgaan? Dus vandaar dat ik ook denk van, als ik de motie zo lees, geeft dat alleen maar steun en het onderstreept alleen maar wat wij ook met elkaar willen. En daarom zou ik al zeggen van, het eerste punt om het breder te interpreteren, willen we omarmen. Er was ook al een discussie van, wat heb je dan voor invloed op kernenergie? Daar heb je lokaal niet zo heel veel invloed op, maar het is wel goed om inderdaad ook weer aangehaakt te blijven op wat er allemaal gebeurt op dat gebied.
En laat het nu ook zo zijn, dat vanuit de provincie het eerste rapport beschikbaar is gesteld nu. Een verkennend onderzoek naar kleinschalige kernenergie in Overijssel. Die is van de provincie. Die sluit dan ook weer bij de motie goed aan. Dus wij willen als college deze motie graag omarmen, om juist vanuit de raad die steun te horen, dat we wat breder ook moeten gaan kijken en ook die gesprekken met elkaar willen gaan voeren. Wat ga je dan anders doen? Dat was de vraag vanuit het CDA. In principe dus inderdaad, zoals hier ook staat, er is al heel veel in het klimaatakkoordprogramma opgenomen, maar dat geeft net weer iets meer verbreding in het totaal. En zo pakken we dit ook op. Dus heel veel anders zal het niet zijn, maar het geeft wel de stem van de gemeenteraad van Oldenzaal geeft u wel mee in hetgeen wat we hierop allemaal gaan doen. Dan de motie van GroenLinks. Daarbij kwam … Nog even één vraag voor ik op de motie inga, ook vanuit GroenLinks. De kabelgoten kwamen net even aan de orde. Wat gaat daar nu mee gebeuren? Ik kreeg net vanuit mijn collega ook even aangegeven, er volgt een pilot, dus binnenkort gaan wij daarmee een pilot uitvoeren. De details kunt u dan te zijner tijd ook van de collega weer krijgen. Dan de motie zelf. Vorige week maandag heb ik aangegeven in het politiek forum al dat wij echt wel voorstander zijn van transparantie.
Die behoefte heeft u, maar ook wij als college hebben die behoefte om dat ook zo te houden en zo transparant mogelijk te zijn van, wat doen we nou hier op dit gebied, hoeveel kost dit nu, wat hebben we nou bereikt? En daarvoor hebben wij een rapportage in voorbereiding. Die komt, als het allemaal meezit, in mei van dit jaar naar u toe, wordt hij gepresenteerd. Daarin kunt u kennisnemen van harde cijfers, maar ook wat minder harde gegevens. En daarop kunt u ook baseren van, is dit nou een nulpunt om bepaalde dingen wel of niet te doen? Geeft dat nu informatie, ook voor de KPI’s, om dat weer op te pakken? En bij dit klimaatakkoordprogramma hoort een jaarprogramma, een soort uitvoeringsprogramma, die we gewoon jaarlijks gaan delen met u. Daar kunt u juist die KPI's opnemen. Dus niet in het klimaatakkoordprogramma, zou ik zeggen, maar neem deze straks op in die uitvoeringprogramma en neem dat mee. Dus ik zou willen zeggen, ik wil die toezegging doen om die punten wat u nu in die motie heeft, om die in ieder geval mee te nemen in de uitwerking straks van die rapportage en ook de uitvoeringsprogramma. Ik hoop dat u zich daarin zo meteen kunt vinden. De voorzitter: De heer Snijders wil volgens mij nu al daarop reageren. Dus dat krijgt hij van mij, die gelegenheid. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Het is wat ik gezegd heb. Wij zijn van de praktische.
Dus als u toch wel gaat doen wat in de motie staat, dan trek ik bij dezen motie in. Maar ik houd u in de gaten. Dan dien ik hem ook zo weer in. De voorzitter: Dan hebben we dat als zodanig genoteerd. De heer Van der Waal, want volgens mij wilde de wethouder tot een afronding komen, de heer Van der Waal per interruptie.
De heer Van der Waal: Voorzitter, ik vind het jammer dat de motie wordt ingetrokken, want dat was voor ons juist een sterk punt. Dan vraag ik aan de wethouder waarom dit stuk een klimaatakkoordprogramma heet, terwijl het programma ontbreekt. Het is een visie. We hebben afgesproken dat we geen visies meer zouden ontwikkelen. Daar heb ik graag wat commentaar op van u. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Yildirim: Daar kunnen we ook weer een hele avond mee vullen, denk ik. Maar het is zoals het nu hier voorligt. En als u het anders ziet, dan hoor ik het van u en zie ik u graag amenderen. En dan is het aan de rest van de raad om daar dan weer op in te gaan. Maar het is nu als programma hier opgenomen, maar uiteindelijk hebben wij, zoals ik net heb aangegeven, in ieder geval geprobeerd een focus aan te brengen en een leidraad te vormen van 2025 tot 2030. De voorzittter: Ik zie nog één interruptie van de heer Bouwman, voordat u het spreekgestoelte verlaat. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb nog één prangende vraag. Dat klimaatakkoordprogramma gaat, denk ik, door de raad gesteund worden. Maar ik heb toch een vraag richting de toekomst aan het college. Stel nu dat de komende jaren blijkt dat er toch wel andere uitgangspunten gehanteerd kunnen worden waaruit blijkt dat de klimaatverandering niet zozeer door toedoen van de mens komt.
Bijvoorbeeld als we erachter komen dat de invloed van de zon toch wel heel erg veel invloed heeft op de opwarming van de aarde – dat zou best zomaar eens kunnen – hoe gaat het college daar dan op acteren in relatie tot alles wat het nu vaststelt en waar het naartoe wil? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Yildirim: We hebben al eerder aangegeven dat dit niet een document is die in beton is gegoten. Er zit genoeg flexibiliteit in om in te spelen op de actualiteiten. Ik blijf er ook bij, ik heb geen glazen bol. Ik weet niet of u dat heeft. Maar voor zover dat kan, gaan wij gewoon vooruitdenken, u meenemen en zodra daar weer aanpassingen noodzakelijk zijn, ziet u het college weer hier staan met ook dan de actualiteiten, die dan ook weer verwerkt moeten worden. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Daarmee komen we aan het eind van de eerste termijn. Ik kijk even rond of er bij de raadsleden behoefte is aan een tweede termijn of dat we over kunnen gaan tot stemming. Ik zie in ieder geval de heer Van der Waal en de heer Liebrand. Mijnheer Van der Waal. Het mag vanaf uw eigen plek. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. We hebben in deze raadsperiode nu drie jaar gewacht zonder grootschalige maatregelen. Er is geen programma binnen dit programma.
Mijn vraag aan de wethouder is: Hoe groot acht hij de kans dat wij alle opgenomen doelstellingen in 2030 gaan halen, fysiek gaan halen? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Liebrand. Mijnheer Liebrand. De heer Liebrand: Dank u, voorzitter. Wij gaven in de eerste termijn al aan dat wij innovatieve oplossingen omarmen. Dus wat betreft de ingediende motie van de VVD, die gaan wij uiteraard ondersteunen.
De voorzitter: Dank u wel. Dan, volgens mij, is er nog één vraag nu open voor de wethouder. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond of ik daarmee de tweede termijn van de raad recht heb gedaan. Ik zie niemand aanstalten maken. Dan ga ik nog naar de wethouder. Wethouder Yildirim voor antwoord op de net gestelde vraag. Wethouder Yildirim: De vraag is hoe groot acht u de kans dat de doelen gehaald worden. Wij gaan ons best doen in zoverre dat waar wij invloed op hebben. En meer kan ik daar op dit moment niet zeggen, want ook landelijk zien we dat daar wet- en regelgeving veranderende is. Er worden spelregels tijdens het spel nog weer veranderd. Dus wat wij kunnen doen, zullen we ook hier in de uitvoering doen. En de rest kan ik helaas niet al te veel nog meer zinnigs over zeggen. De voorzitter: Ik zie nog één interruptie van de heer Van der Waal en dan wil ik tot stemming overgaan. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: In het Latijn schijnt het te heten ‘ceteris paribus’, ofwel als de rest gelijk blijft, de wetgeving gelijk en dat soort dingen meer, hoe groot acht u de kans dat wij onze doelstellingen in 2030 halen. Ik kan me voorstellen dat u dat niet hard kunt maken, omdat na deze raadsperiode er misschien een nieuw college is. Ik hoop u erop aan te kunnen spreken in de volgende raadsperiode waarbij u in 2030 aan gaat komen.
Dan hoop ik u van harte te feliciteren met de behaalde resultaten. Maar ik wil van u graag weten hoe groot u de kans daarop acht, gegeven constantheid van omstandigheden. De voorzitter: Wethouder Yildirim. Tot slot. Wethouder Yildirim: Er wordt keihard gewerkt, er gaat keihard gewerkt worden en we doen ons stinkende best. De voorzitter: Mooier kunnen we het niet maken. Dat is dan even mijn conclusie. Dan dank allen. Dan gaan we over tot stemming, maar niet voordat ik u de gelegenheid heb gegeven om nog een stemverklaring, als u dat wilt uitbrengen, te doen. Ik zie in ieder geval de heer Maartens. Mijnheer Maartens, u krijgt van mij de gelegenheid. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn. Wij hadden dit wat ons betreft door laten gaan als conformvoorstel. We hebben goed geluisterd naar alle goede argumenten. Naar ons idee ook naar een aantal slechte argumenten. En we hebben onze mening niet veranderd, dus we zullen voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik ook mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Voorzitter, dank u wel. Persoonlijk ben ik geen voorstander van het nationaal klimaatakkoord, omdat het wat mij betreft geen haalbare kaart is. Dat maakt het ook lastig voor mij om akkoord te gaan met het klimaatakkoordprogramma voor Oldenzaal zoals dat voor ons ligt.
Maar door de toevoeging van onze eigen motie en omdat ik ervan uitga dat ons college en de meerderheid van de raad het beste voorheeft met alle Oldenzalers, zal ik meegaan met de stemming van mijn fractie. De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik tot slot de stemverklaring naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb eerst even een vraag aan de voorzitter. Is dit een stemverklaring alleen voor het klimaatakkoordprogramma of ook voor de bijbehorende moties?
De voorzitter: Nee, dat laatste. U mag ook meteen de moties … Dan hebben we dat in één keer gehad. Dus een stemverklaring over het totaal. En stemverklaringen zijn kort, dat weet u. De heer Van der Waal: Jazeker. Zoals ik al gezegd heb: het programma is summier en weinig programma daarin. Maar het is het enige wat we hebben. Dus daar ga in mee. Motie van GroenLinks is jammer genoeg ingetrokken en van de VVD vind ik heel sympathiek, maar ik vind hem te beperkend. Ik ben sterk voor innovatie maar dan op innovatie voor alle terreinen. Vandaar dat ik daar niet mee akkoord ga. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik overgaan tot besluitvorming en dan breng ik allereerst het voorstel zelf in stemming. Dat is het klimaatakkoordprogramma Oldenzaal 2025-2030 vast te stellen zoals u dat ook terugziet in het voorstel wat voor u ligt. U mag nu stemmen. U ziet het hier. Er zijn twee tegen. En u ziet ook wie en u ziet ook wie voorgestemd hebben. Het voorstel is aangenomen. Dank u wel. Dan ga ik naar de motie ‘Meerdere wegen naar Parijs’, ingediend door de VVD. Want de andere motie ‘Beleidsindicatoren klimaatakkoordprogramma’ door GroenLinks naar voren gebracht, is ingetrokken. Dus de motie van de VVD breng ik nu in stemming. U kunt uw stem uitbrengen. Dank u wel. U ziet het; voldoende partijen voor en ook ziet u wie tegengestemd heeft. De motie is aangenomen. Dank u wel.
C(onform)-voorstellen [niet behandeld] D(irecte)-voorstellen 7.
Kredietaanvraag Parallelstraat 50-52 De voorzitter: Dat betekent dat we nu naar het volgende deel op onze agenda kunnen gaan en dat betreft de directvoorstellen. Want conformvoorstellen hebben we deze avond niet en ik begin bij Kredietaanvraag Parallelstraat 50-52. Ik kijk even rond wie hierover vanuit de raad het woord wil voeren. Dat is niet het geval. Dan kijk ik even of er behoefte is aan een stemverklaring. Ook dat is niet het geval. Dan breng ik het voorstel in stemming. Ja, dat is dan jammer. Dan had hij maar niet moeten vertrekken, denk ik dan maar. Ik kan nog even een heel korte minuut wachten. Ik weet niet of hij heel snel deze kant weer opkomt. Dus of het toevallig is. Oké, dan breng ik hem toch in stemming. U mag uw stem nu uitbrengen. U ziet het: unaniem met uitzondering van de heer Liebrand voor, dus betekent twintig voor. Voorstel is aangenomen.
8.
Controleprotocol 2024 en Normenkader 2024 De voorzitter: Dan kom ik bij het Controleprotocol 2024 en het Normenkader 2024, agendapunt 8. Ik kijk even rond of er vanuit de raad iemand het woord wil voeren. Dat is het geval. Dat mag u vanaf uw plek doen. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u. Ik had alleen een vraag. En dat ging over de Controleprotocol/Normenkader, is ook voor 2024. Stellen we dat dan met terugwerkende kracht vast? De voorzitter: Wat zegt u? Ik ben afgeleid door het scherm, want hij doet het niet. Dus nog één keer. Mevrouw Berger: Ik wilde even verifiëren of dit ook met terugwerkende kracht wordt vastgesteld.
De voorzitter: Daar gaat de wethouder antwoord op geven. Ik kijk nog of er nog meer zijn die hier het woord over willen voeren. Dat is niet het geval. Wethouder Zinkweg, gaat uw gang. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Dank u wel, voorzitter. Ja, dit is inderdaad iets wat met terugwerkende kracht wordt vastgesteld. Heeft ook deels te maken met dat we te maken hebben met een nieuwe accountant. Dus normaal gesproken was dat nog doorgelopen, dat controleprotocol. Maar zoals u ook kunt lezen, door de nieuwe accountant moet dat dus nu opnieuw vastgesteld worden. En een normenkader, dat is iets wat gebruikelijk is, dat we dat pas iets later vaststellen. Dat gaat over boekjaar ’24, omdat die nu nog gecontroleerd moet worden door de accountant. De voorzitter: U heeft antwoord. Ik kijk even. Is er nog behoefte aan … Niet? Dan breng ik het voorstel in stemming. Maar eerst, ik kijk nog even rond of er nog behoefte is aan een stemverklaring, want die gelegenheid wil ik wel geven. Niet? Goed. Dan breng ik het nu in stemming. U mag uw stem uitbrengen op het voorstel Controleprotocol 2024 en Normenkader 2024. U ziet het: unaniem nu eenentwintig voor. Het is aangenomen. Dank u wel. 9.
Vreemd De voorzitter: Dat betekent dat we nu naar de motie vreemd kunnen, zoals ook bij aanvang van deze avond aangekondigd. We hebben één motie vreemd en die is afkomstig van Solidair Oldenzaal. Ik hoef niet te kijken wie hem gaat toelichten, want dat is mevrouw Berger. Ze staat al klaar. Gaat u gang. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond college, leden van de raad, mensen op de tribune en kijkers thuis. Iets minder zwaar onderwerp dan we net hebben gehad. Mijn motie gaat namelijk over het prachtige initiatief voor de skatebaan op Het Hulsbeek en om deze te revitaliseren. Initiatiefnemers zijn hier al een geruime tijd mee bezig en hebben hier zelfs een stadsidee voor ingediend. Middels een politiek forum hebben zij ons verteld wat de mooie plannen zijn, maar ook wat de destijds geraamde kosten zouden worden: 400 duizend euro. Een behoorlijke smak geld, maar ze hebben de gemeenteraad van Oldenzaal niet gevraagd om dit bedrag. Zij vroegen ons om mee te denken in de vervolgstappen en hoe ze dit het beste konden aanpakken. Het stadsidee was dan ook niet concreet genoeg om doorgang te vinden naar deze zaal. In mijn beleving zou de Stichting Urban Sports samen met het ambtelijke apparaat kijken naar de mogelijkheden om dit uit te werken. In de eerder besproken ingekomen stukken lezen we een brief met het collegebesluit.
Omwille van de hoge kosten is er door het college besloten hier geen verdere invulling aan te geven. Gezien het komende ravijnjaar is dat allicht een begrijpelijke keuze. Voorzitter, de fractie van Solidair Oldenzaal denkt liever in mogelijkheden. Zoals u van ons gewend bent, scharen wij ons graag achter maatschappelijke initiatieven en hopen we een politieke steen bij te kunnen dragen en de verbindende factor te kunnen zijn. Maar hoe pas je dit in een begroting die al zoveel van ons vraagt? In het politiek forum heb ik geleerd dat de skateboardbaan op Het Hulsbeek de oudste skateboardbaan van Europa is. En tezamen met de urban sportscultuur brengt mij dit bij het potje Cultuurhistorisch initiatief. Navraag bij de wethouder leert ons dat uit het potje Cultuurhistorisch initiatief nog ruim 650 duizend euro ter beschikking is. Dit budget hebben wij als raad in eerste instantie geaccordeerd voor initiatieven uit de binnenstad, maar de enige keer dat wij hier als raad een kredietaanvraag voor hebben gedaan, is dankzij het leuke idee van de VVD voor het ‘…’-festival en naar mijn idee zijn de voorbereidingen daarvoor in volle gang. Momenteel zijn er naar mijn weten verder geen plannen noch lopende kredietaanvragen om dit budget te financieren, terwijl deze gelden er al bijna drie jaar voor ter beschikking liggen. Uiteraard, raadsleden, dit is slechts mijn inbreng.
Er is nog mogelijkheid om hierover met elkaar in discussie te gaan, want ik hoop van harte dat wij dit mooie stadsidee tot uitvoering kunnen brengen. Hiervoor heb ik goed mijn huiswerk gedaan en ik heb de fractievoorzitters alvast wat vragen
gesteld over mijn motie en om input gevraagd. Vele tips en tops kwamen tot mij, zoals hoe het bijvoorbeeld zit met onderhoud en waarom willen wij een bedrag van 200 duizend euro hiervoor reserveren. In het dictum van de motie hoop ik hier duidelijkheid over te geven. Verder kreeg ik vragen over de totale kostenaanvraag. Waarom gaan we niet alleen het onderzoek financieren, maar ook gelijk zo'n smak geld erachteraan? Ik zou het heel jammer vinden om enkel en alleen het onderzoek te financieren en er vervolgens geen steun aan te geven. Want dan ben ik bang dat het nog geen doorgang vindt. En dan vind ik het eigenlijk jammer geld om het onderzoek te laten doen.
Als ik van de voorzitter toestemming heb en ik krijg geen interruptie van de VVD, dan ga ik mij richten tot het dictum van de motie, waarin ik het college verzoek om: het initiatief te nemen tot het uitvoeren van het onderzoek en daarbij Stichting Urban Sports en het Recreatieschap Twente te betrekken, en de kosten, dat geoffreerd is op een bedrag van 14 duizend euro exclusief BTW, te dekken uit de reserve Cultuurhistorisch initiatief; indien uit het onderzoek blijkt dat de revitalisatie haalbaar is een eenmalig incidenteel bedrag van 200 duizend euro toe te zeggen voor de revitalisatie van de oudste skatebaan van heel Europa en ook dit te dekken uit de reserve Cultuurhistorisch initiatief en daarbij tevens het Recreatieschap Twente te verzoeken om een officieel standpunt in te nemen over de borging van de vernieuwde skatebaan, inclusief het onderhoud, groot onderhoud en de juridische aansprakelijkheid en dit standpunt te delen met de raad; als laatste de raad te informeren over de uitkomsten van het onderzoek en de mogelijke vervolgstappen ten aanzien van het behoud en/of de ontwikkeling van de skatebaan, al dan niet middels een politiek forum met de betrokken partijen. De voorzitter: Dank u wel, want ik merk aan u dat u tot een afronding bent gekomen. Nu heeft de raad de gelegenheid om verduidelijkende vragen aan de indiener van deze motie te stellen.
Ik zie dat mevrouw Nevels dat graag wil doen. Mevrouw Nevels, gaat u gang. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. In het stuk van mevrouw Berger verwijst ze naar de raadsinfobrief of de beantwoording van de vragen door het college. Daar staat eigenlijk niet in dat het zozeer wordt afgewezen, maar wel dat er afspraken zijn gemaakt en dat de stichting is doorverwezen naar serviceclubs, om de bijdrage, dus die offerte van die 14 duizend euro, bij elkaar te krijgen. In de krant hebben wij, als we de krant mogen geloven, kunnen vernemen, dat er ook al partijen bij elkaar zijn gebracht hiervoor. Wat is daar dan de status van? Dat zou ik dan eerst willen weten, voordat we dan een hele smak geld neer gaan leggen waarvan we niet weten wat er uit zo'n onderzoek komt en daaraan nog eens vastknopen die twee ton. Dat vind ik eigenlijk wel heel ver gaan, ook als je kijkt naar andere sportclubs in Oldenzaal. Ik vind het echt heel veel geld voor betrekkelijk weinig sporters uit Oldenzaal zelf. En hoewel ik het initiatief en de initiatiefnemer destijds dat heel bevlogen heeft gebracht, helaas is de beste man overleden en dat is heel jammer, want hij was echt een kartrekker daarvan, dat hebben we ook kunnen lezen in dat stuk.
Maar ik vind wel … Laten we ook eens kijken van, zijn ze ook echt met die serviceclubs in gesprek gegaan? Komt daar geld uit en hoe dan verder? Zo staat het ook in de beantwoording en waarom kunnen we dat dan niet afwachten? De voorzitter: Mevrouw Berger mag daar eerst op reageren en dan ga ik naar de heer Van der Waal, die ik ook heb genoteerd staan. Mevrouw Berger op de vragen van mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel. Ook bedankt voor de vragen. In eerste instantie even als antwoord over ‘en de andere sportclubs dan?’ Veel sportclubs hebben leden die contributie betalen. En dat is in dezen niet het geval. Dit is een maatschappelijk stuk plein waar iedereen gebruik van kan maken. Dus ik vind dit een beetje appels met peren vergelijken. En dat bedoel ik niet vervelend, maar ik zie dat dan wel degelijk anders hier in dezen. Ik heb met Recreatieschap Twente en de initiatiefnemers telefonisch gesprek gehad hierover. Ik vroeg ook van, waarom betalen jullie zelf niet dat bedrag, die 14 duizend euro voor het onderzoek? Twee redenen.
Eén: ze hebben het geld niet, heel simpel gezegd. En twee: ze zouden het ook jammer vinden als ze … Stel, ze zouden wel het geld voor het onderzoek wel bij elkaar krijgen, dan is alsnog, stel, het zou drie of vier ton, want het ligt er ook aan of ze de hele baan willen renoveren of allicht willen downsizen, misschien de rechterbak niet, dan hebben zij nog de financiële middelen niet om zo’n groot bedrag gefund te krijgen. Wat ik wel heb vernomen is, als wij als Oldenzaal ons beste beentje voorzetten, dat er zeker ondernemers welwillend zijn en ook uit de cultuur van de urban sports mensen acties gaan ondernemen om het restbedrag bij elkaar te krijgen. De voorzitter: Ik ga nu naar de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een heel sympathieke motie en het komt een beetje neer op mijn inbreng op het forum, toen dat stadsidee naar voren werd gebracht. Toch heb ik wat moeite op dit moment met de formulering van punt 2. Ik vind het heel mooi dat er een studiefinanciering gaat komen. Maar daar komt een resultaat uit voor een hoeveelheid geld die benodigd is en misschien ook de financiering en serviceclub, andere bedrijven, wat dan ook. En dan blijkt er een bedrag vanuit de raad nodig te zijn. En of dat twee ton zal zijn of anderhalve ton of vijf ton ...
De voorzitter: Ik heb het gevoel dat u al met een stellingname bezig bent. Het gaat echt om verduidelijkende vragen richting de indiener van de motie. Zo hebben we dat met elkaar afgesproken. Dus verduidelijkende vragen. De heer Van der Waal: Excuseer, voorzitter. Acht u het nuttig om punt 2 iets anders te formuleren, zodat dat af gaat hangen van de resultaten van punt 1, de resultaten van de studie? De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Zeker. Ik heb hier natuurlijk hoop er het maximale uit te halen. Want dat is natuurlijk mijn intentie, maar hier kunnen we natuurlijk met zijn allen over in discussie gaan. Ik denk dat dit initiatief met alle kleine beetjes is geholpen. Ik persoonlijk zou ze wel geld willen toezeggen, helemaal omdat wij als raad hier nog gewoon een Cultuurhistorisch initiatief klaar hebben liggen om dit dan te kunnen financieren. Maar als u zegt, we gaan dadelijk even schorsen en ik wil het hier over hebben, dan ben ik daartoe zeker bereid. De voorzitter: Ik zie mevrouw Nevels ook nog voor een tweede keer. En dan heb ik de heer Lulofs. Dus ik denk dat ik mevrouw Nevels net niet helemaal recht heb gedaan. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Het zij u vergeven. Ik had inderdaad even een aanvullende vraag op mijn interruptie.
Weet mevrouw Berger al van de initiatiefnemer of die ook al geprobeerd heeft om met die serviceclubs in contact te komen? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag: Is het misschien een idee, ik doe maar een idee aan de hand, dat we misschien niet die 14 duizend euro voor dat onderzoek, maar dat we ze gaan ondersteunen met het kijken naar eventueel Europese of andere subsidies. Is dat misschien een plan? Maar die twee ton in uw motie, dat is mij een brug te ver. De voorzitter: Mevrouw Berger, gaat u reageren en dan ga ik vervolgens nog naar de heer Lulofs. Mevrouw Berger.
Mevrouw Berger: Dank u wel. Ik bedoel het niet vervelend, maar ik had eigenlijk gehoopt dat de Europese subsidies al wel misschien als tips waren meegekregen vanuit de gesprekken die het ambtelijk apparaat met die instantie heeft gehad, maar dat lijkt niet zo te zijn. En uw eerste vraag, wilt u mij die nog heel even herhalen? De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Zeker wil ik dat. Weet u of de initiatiefnemer al de moeite heeft gedaan om met serviceclubs in contact te komen om die 14 duizend euro te bekostigen? De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Als ik mij goed kan herinneren, hebben zij hier wel, maar vergeef me als het niet zo is, met verschillende clubs over gesproken. Maar het is zo dat op het moment dat ze 14 duizend euro gaan bekostigen – dat geld hebben ze al niet – en er komt uit van, het wordt drie ton of vier ton, ook daar is geen geld voor. Dus hoe dan ook hebben zij hulp nodig van ons als stad Oldenzaal en ik ben bereid om die hulp te geven. Maar ik weet ook dat twee ton heel veel geld is. En ik wil daar heel graag met jullie voor in discussie, zodat we dit wel kunnen halen. Want let wel, het is en blijft een stadsidee. Ik wil heel graag van de fractievoorzitters weten, wat … De voorzitter: Die oproep heeft u net al gedaan, volgens mij. Ik ga nu naar de heer … Mevrouw Berger: Nee.
De voorzitter: Ja, ik ga nu naar de heer Lulofs. Mijnheer Lulofs, gaat u gang. De heer Lulofs: Dank u wel. Ik ga een heel eind met de heer Van der Waal mee. Voor wat betreft punt 2: 200 duizend euro is heel veel geld. Wij zijn als fractie van de PvdA best wel bereid om te zeggen van, die 14 duizend euro voor dat onderzoek zouden wij best wel kunnen gaan financieren. Want als het uiteindelijke resultaat wordt, dat die skatebaan voor Oldenzaal behouden blijft, is dat een goed ding. Maar alles heeft zijn prijs. En we gaan moeilijke tijden tegemoet. Voor wat betreft dan punt 2. U zegt nu al, ik wil daar wel 200 duizend euro voor neerleggen als het zou kunnen lukken. Maar het zou best eens kunnen zijn, dat uit het onderzoek zal blijken dat revitalisatie haalbaar is, maar voor een veel hoger bedrag. Ik zou willen zeggen … De voorzitter: Maar ook voor u geldt: verduidelijkende vragen. Die heb ik u nog niet horen zeggen. Verduidelijkende vragen. De heer Lulofs: Maar wilt u dat punt 2 in eerste instantie … We hebben het altijd over een eentraps- of een tweetrapsraket. Maak van dit voorstel een eentrapsraket. Ga terug. Vraag aan de raad 14 duizend euro voor dat onderzoek en kom dan terug. Als blijkt dat er een revitalisatie haalbaar is, kunt u dan zeggen van, dan gaan wij akkoord met een maximale bijdrage van 200 duizend euro of maximaal 50 procent van de kosten.
En wij kunnen als Oldenzaal, als bestuur kunnen wij best wel mensen enthousiasmeren om bij te gaan dragen. De voorzitter: In alle kritische reactie terug, ik heb u nog niet echt een verduidelijkende vraag horen stellen. Maar volgens mij wat u bedoelt, is de indiener van de motie bereid om de motie aan te passen, zoals u dat net bepleitte. Dat gaan we nu horen. Mevrouw Berger, aan u tot slot het woord. En dan ga ik over naar het college, zoals we dat ook hebben afgesproken. Mevrouw Berger.
Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter voor het concretiseren van de vraag. Ik heb zelf heel lang nagedacht. Zou ik 50 procent neerzetten? Zullen wij 50 procent van wat uit het onderzoek komt, zal ik dat in de motie zetten? En toen dacht ik, dadelijk komt uit het onderzoek het is zes ton. En dan zitten we daaraan vast. Maar ik zou wel punt 2 met jullie in discussie willen stellen. Ik wil hier graag over, als dat mag van de voorzitter, gaan schorsen, zodat wij het erover kunnen hebben. Ik zou hun een hele grote financiële steun in de rug willen geven. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het goed is dat het college nog een reactie geeft. Dan bent u helemaal geïnformeerd en dan kunnen we een korte schorsing doen. Ik weet niet hoelang u zou willen schorsen zo dadelijk? Tien minuten? Oké. Ik geef nu graag het college nog, zoals we al hebben afgesproken, de gelegenheid en dan schors ik daarna. Ik zie de heer Van der Waal nog. Gericht aan de indiener? Ik kijk even … Mijnheer Van der Waal, licht uw punt toe. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb een punt-van-orde-vraag. De heer Lulofs en ik werden bijna, terecht, geïnterrumpeerd, omdat we bezig waren met oordeelsvorming. Krijgen wij nog gelegenheid tot oordeelsvorming voor of na de schorsing? De voorzitter: Jazeker. Dat hebben we zo met elkaar afgesproken. Dus er komt een tweede termijn.
Maar we hebben afgesproken, we maken eerst een rondje verduidelijkende vragen aan. Ik merk dat we daar nog wat moeite mee hebben. En vervolgens is het college aan zet en dan bent u om uw mening te geven. Dank u wel, mevrouw Berger. Dan ga ik nu naar de wethouder, naar het college. Ik zie dat wethouder Christenhusz het woord wil voeren namens het college, dus wethouder Christenhusz. Wethouder Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat het college bij haar standpunt blijft zoals verwoord in de raadsinfobrief. Laat ik ook meteen één ding heel duidelijk zijn. De beide dekkingen die in de motie worden aangegeven, zijn gewoon niet realiseerbaar. Want het cultuurpotje wat u wilt aanspreken is volledig inmiddels gereserveerd en bestemd. Daar bent u ook over geïnformeerd in een raadsinfobrief van juni 2024. De vraag is inderdaad of je op voorhand al je moet committeren aan de helft van de geraamde kosten die tijdens de inbreng in het stadsidee, het politiek forum, uiteindelijk zijn ingebracht. Ook wij hebben natuurlijk even contact gezocht met het Recreatieschap en zij hebben inderdaad op dit moment niet de financiële middelen om in ieder geval het groot onderhoud van de baan te realiseren, laat staan dat zij financieel in staat zijn om de skatebaan als investering op hun balans te zetten.