CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Notulen van de raadsvergadering van de gemeente Oldenzaal van 24 maart 2025

Gemeenteraad 14 april 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 24 maart 202523.084 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE OLDENZAAL d.d. 24 maart 2025

A(lgemeen) 1.

Opening De voorzitter: Goedenavond allemaal. Het is 19.30 uur. En zoals u op uw uitnodiging voor vanavond heeft kunnen zien, is dat het tijdstip waarop we willen beginnen, dus we beginnen ook om 19.30 uur. Welkom allemaal. Ik heb een bericht van verhindering van mevrouw Seijger en de heer Wienk, dus vandaar dat we met 21 raadsleden zijn vanavond. De publieke tribune is niet zo gevuld als anders, maar de Jeugdraad is wel aanwezig. Dus welkom wederom. Mooi dat de Jeugdraad wederom vertegenwoordigd is. En natuurlijk ook de mensen thuis die deze vergadering volgen via de digitale snelweg allemaal van harte welkom.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Ik pak de agenda erbij en ik kijk even rond of daar nog opmerkingen over te maken zijn. Ik kan in ieder geval melden dat we ook een motie vreemd hebben toegevoegd aan de agenda. Dat ziet u onder agendapunt 9 staan. Een motie van Solidair Oldenzaal van de skatebaan Hulsbeek. Ik wilde daar vanavond al de afspraken die we in het presidium hebben gemaakt volgen. Dat betekent dat we bij de motie vreemd een eerste termijn van de raad hebben, waarbij raadsleden aan de indiener vragen kunnen stellen om te begrijpen wat er staat. Vervolgens is het college aan zet en dan hebben we een tweede termijn, waarbij u inhoudelijk over de motie met elkaar in gesprek kunt. Zo hebben we dat in het presidium afgesproken en dat wilde ik vanavond eigenlijk al meteen gaan toepassen. En we hebben een drietal vragen genoteerd staan bij het vragenuur. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond. Dan hebben we de agenda bij dezen vastgesteld.

3.

Vragenuur De voorzitter: Dan begin ik meteen bij het vragenuur. De heer Lulofs kan zich er alvast op voorbereiden. Vraag 3 neemt ondergetekende voor zijn rekening. Dus als u dan de voorzittershamer weer ter hand wilt nemen, heel graag. En we beginnen bij de VVD, voortgang sprintsessies. Ik zie dat de heer Mekelenkamp aanstalten maakt om naar het spreekgestoelte te gaan. Gaat u gang. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het is een steeds groter wordend probleem, netcongestie. Het vollopen van het elektriciteitsnet waardoor nieuwe aansluitingen niet meer mogelijk zijn. Dit heeft impact op zowel bedrijven als inwoners. Om deze problemen het hoofd te bieden, wordt er momenteel extra geïnvesteerd door Enexis en TenneT in de verzwaring van de hoog- en middenspanningsstations, ook hier in Oldenzaal. Tegelijkertijd is er ook veel mogelijk op het gebied van slim omgaan met de huidige capaciteit, bijvoorbeeld door het gebruik van smart energy hubs. Hier kunnen bijvoorbeeld bedrijven hun bedrijfsprocessen onderling afstemmen, waardoor niet iedereen tegelijk de maximale capaciteit nodig heeft. Omdat wij als Oldenzaalse VVD natuurlijk van slimme innovaties houden, hebben wij hier vorig jaar januari mondelinge vragen over gesteld. De portefeuillehouder stond destijds zeer positief tegenover het gebruik van smart energy hubs.

Ik quoot: “Wat ons betreft zijn smart energy hubs een van de oplossingsrichtingen die op middellange termijn een oplossing kunnen bieden en die wij ook zeker omarmen.” Dan hoop je natuurlijk als raadslid daar direct achteraan te horen: “En we gaan het regelen ook.” Helaas moesten we nog even wachten. Want er was

namelijk al een sprintsessie op het bedrijventerrein Eekte-Hazewinkel in voorbereiding, waarbij ook ondernemers betrokken worden. Tot op heden hebben wij helaas niets gezien dan wel gehoord over de conclusies van deze sprintsessie. Mogelijk heeft het altijd goede inzichten opgeleverd, of is er zelfs al een vervolgsprint gepland. Daarom zijn wij als Oldenzaalse VVD benieuwd naar de resultaten. En dan zou natuurlijk mijn eerste vraag kunnen zijn: Hoe zit het met het uithoudingsvermogen van de portefeuillehouder? Want laten we eerlijk zijn: een sprint van een ruim jaar is al met al best knap. Maar even zonder gekheid. Voorzitter, we zijn benieuwd naar de ontwikkelingen op dit vlak en hebben daarom de volgende vragen.

1: Hoe vaak is het de afgelopen jaren voorgekomen dat netcongestie direct of indirect maatschappelijke ontwikkelingen zoals de realisatie van woningen of bedrijven heeft tegengehouden? 2: Wat zijn concrete uitkomsten van de sprintsessie op het bedrijventerrein Eekte-Hazewinkel? Welke maatregelen of vervolgstappen zijn hieruit voortgekomen en op welke termijn worden deze uitgevoerd? 3: Is de doelstelling van deze sprintsessie behaald? Zo ja, op welke manier? Zo nee, welke belemmeringen waren er en hoe gaat het college deze in de toekomst mogelijk oplossen? En 4: Is het college voornemens om ook op andere bedrijventerreinen sprintsessies te organiseren? Zo ja, wat gaat hiervoor nodig zijn en op welke termijn? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar links. En ik zie wethouder Yildirim richting het spreekgestoelte gaan. En als hij daar aangekomen is, dan krijgt hij van mij het woord. Ja, dat is gelukt. Wethouder Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de vragen. En natuurlijk als u vragen al eerder stelt, dan vraagt u ook om een vervolg en hierbij dan het vervolg daarop. Helaas kunnen we niet zelf een-twee de oplossing vinden, maar gelukkig vinden we vaak wel in samenwerking in ieder geval uitkomsten om met elkaar verder te gaan.

Als ik even kijk naar de vragen … Hoe vaak is dit nu al voorgekomen? De netcongestieproblematiek en de afkondiging staat vanaf augustus 2023. En vanaf die periode hebben wij twee gevallen gehad, waarbij directe impact is ervaren en gemeld ook bij de gemeente als gevolg van die netcongestie. Dit heeft ertoe geleid dat een van de ondernemers de bedrijfsvoering in Duitsland heeft voortgezet en de andere ondernemer heeft zich in een andere plaats gevestigd, omdat dat hij in Oldenzaal geen grootverbruikaansluiting kon krijgen. Betekent dit dan nog wat anders, dat we ook nog iets positiefs te melden hebben? Gelukkig hebben we ook nog wat overleggen gehad met andere ondernemers en we hebben voor twee bedrijven ook iets kunnen betekenen in de samenwerking. We hebben samen met ook de netbeheerder gekeken naar diverse oplossingen en vooral ook individuele oplossingen die we kunnen realiseren om de incidentele overschrijding van het gecontracteerde vermogen, toch in ieder geval ruimte te bieden voor ook andere contracten. En voor twee andere ondernemers zijn wij een gesprek aangegaan voor energieopslag en zijn we nu nog in gesprek met ook die twee bedrijven.

Als we kijken naar het kleinverbruik, dan hebben we tot nu toe, nadat ook op kleinverbruik de waarschuwing is afgegeven door Coteq, hebben we nog geen melding ontvangen van stagnatie van nieuwe ontwikkelingen als gevolg van de netcongestie. Wat zijn nou de concrete uitkomsten van die sprintsessie? Met tien deelnemende bedrijven hebben wij hun gebruiksprofielen met elkaar kunnen vergelijken en ze hebben daar zelf nu ook inzage in gekregen. Na het vergelijken van die profielen en de daaropvolgende analyse van energie-infrastructuur is gebleken, en dat hebben we samen met die netbeheerders geconstateerd, dat die tien bedrijven geen collectieve oplossingen voor hun niet mogelijk waren. Met dat inzicht hebben we weer gekeken naar wat zijn dan wel de mogelijkheden, hebben we geprobeerd in ieder geval voor die bedrijventerreinen de structuur in kaart te brengen en op basis van die beschikbare informatie zal nog een vervolgsprintsessie volgen. Daarin gaat weer gekeken worden naar de kansenkaart en ook de energieopslag die eventueel hiervoor nog wel of niet mogelijk zou zijn, zoals een batterij. Is de doelstelling van de sprintsessie behaald? Nu, als u echt vraagt van, wat is nu concreet voor deze bedrijven dan gerealiseerd, dat hebben we helaas niet kunnen realiseren. Maar we hebben wel in ieder geval ervaring opgedaan en ook met elkaar hebben wij die gesprekken gevoerd en ook

gekeken naar waar liggen dan wel de kansen. Dus het zijn waardevolle inzichten die de gemeente en netbeheerder en ook de ondernemers bij het organiseren van deze sessies al hebben opgedaan en bij de vervolgsessies gebruik van gaan maken. Sommige dingen zijn ook op dit moment niet mogelijk geweest, omdat er ook nog een aantal wetgeving op dit gebied in 2024 niet formeel was bekrachtigd en de complexe energie-infrastructuur een andere benadering van congestieprobleem vraagt. Vandaar dat wij ook niet zo eentwee de dingen kunnen gaan realiseren. Is het college voornemens om nog een vervolg te geven? Ja, dat zijn we zeker. Dat zei ik net ook al. Samen met de provincie en Coteq kijken we naar een volgende sprintsessie, die nog voor de zomervakantie zal plaatsvinden met de bedrijven die aangesloten zijn op het station Hazewinkel. Dit zijn zes velden wat het betreft, zoals de data van Coteq dat nu laten zien. En bedrijven waarbij waarschijnlijk ook wel toch die collectieve oplossingen mogelijk zullen zijn. Dus wij zullen hier een voortgang aan geven. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Mekelenkamp of er vanuit zijn kant nog aanvullende vragen zijn. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ja, één.

Dus als ik de portefeuillehouder goed begrijp, dan is dus de uitkomst van de sprintsessie in ieder geval dat er voor deze bedrijven op dit gebied van collectieve voorzieningen niks mogelijk is. Maar er zijn nog wel mogelijkheden om ook voor deze bedrijven nog wat te gaan betekenen – buiten de collectiviteit om dan. En vraag 2 gaat over de uitkomsten van de nieuwe sprintsessie, wanneer we daar de eerste uitkomsten van kunnen verwachten. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Yildirim: Er wordt inderdaad een volgende sprintsessie georganiseerd. Ook voor die bedrijven wordt er nog gekeken wat er nog buiten die collectieve mogelijkheden oplossingen te vinden zijn. En wanneer u dan geïnformeerd wordt … Voor de zomer wordt de sprintsessie georganiseerd voor die andere bedrijventerreinen. En zodra we daar informatie over hebben, zullen we dat ook met u delen. Dus dat zal net voor de zomer- of net iets na de zomervakantie zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er vanuit andere raadsleden zijn die aanvullende vragen hebben voor de wethouder. Ik zie de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel.

Ik heb aan de wethouder de vraag: Wordt er maximaal gebruikgemaakt van de innovatieve kracht van de ondernemers om hun energieverbruik omlaag te houden dan wel te egaliseren? En wordt naar uw indruk wel voldoende onderling overlegd om de piekbelasting onderling te verdelen? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Yildirim: Bij deze sprintsessies zijn in ieder geval ook experts betrokken die dit soort dingen inderdaad met elkaar en met de ondernemers ook zeker doornemen, met elkaar bespreken en kijken naar de mogelijke oplossingen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie anderen niet. Dan gaan we naar de tweede vraag die is ingediend. Die gaat over het openbaar toilet en die is ingediend door de WG. Ik zie de heer Winkelhuis opstaan en naar het spreekgestoelte gaan. En dan krijgt hij zodra hij daar is van mij het woord. Mijnheer Winkelhuis, gaat uw gang.

De heer Winkelhuis: Voorzitter, al vele jaren maken wij ons sterk voor een openbaar toegankelijk rolstoelvriendelijk toilet in de binnenstad, die ook in de avonduren gebruikt kan worden. Dat idee ontstond in de zomer van 2018 bij onze fractie toen een van de begeleiders van Klas op Wielen met René Wubben, die gekluisterd was aan een rolstoel, een kop koffie dronk bij Markt 19. Ook de heer en mevrouw Nijhuis bleken zich in te zetten voor zo’n rolstoelvriendelijk openbaar toilet. Een paar maanden later leek er al een oplossing te zijn. En we spreken over 2018. Helaas gooide corona toen roet in het eten. Op 8 november 2021 is er een motie aangenomen waarin wij het college opriepen nog voor de verkiezingen samen met Oldenzaal Promotie te komen met minstens drie concrete voorstellen voor de realisatie van een stadstoilet. Helaas strandde ook deze poging door allerlei redenen. Na de verkiezingen hebben we uiteraard opnieuw contact gezocht met de gemeente. Er leken concrete plannen voor een plek voor een rolstoelvriendelijk toilet in voorbereiding te zijn. Er werd een combinatie gezocht met een fietsenstalling en een geldmaat. Maar ook dat werd dus geen succes. Uiteindelijk kwam er dan een concreet plan voor een openbaar toilet bij het stadhuis. Daar liep of loopt op dit moment een procedure.

Voorzitter, wij zijn de leukste en ook nog eens de seniorvriendelijkste gemeente van Nederland. En we hebben ons onlangs op de kaart gezet met de nette toiletten. Maar we hebben nog steeds geen openbaar toegankelijk rolstoelvriendelijk toilet. We hoeven u niet te vertellen dat het vandaag maandag 24 maart is van het jaar 2025. We zijn bijna zeven jaar verder sinds de zomer van 2018. En helaas is de man waar het voor onze fractie allemaal mee begon, René Wubben, overleden. Voor hem, maar ook voor de heer en mevrouw Nijhuis en voor iedereen die voor een bezoek aan onze binnenstad aangewezen is op een rolstoel hebben wij voor het college één vraag: Wanneer komt er een openbaar toegankelijk rolstoelvriendelijk toilet in Oldenzaal? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Zinkweg gaat die vraag voor u beantwoorden. Mevrouw Evelien Zinkweg, de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Dank u wel, voorzitter. Het openbaar toilet. Natuurlijk hebben we al wel een openbaar toilet en ook voor mensen die in een rolstoel zitten. Maar dat is natuurlijk niet te allen tijde. Dus in de nacht is dat niet zo, in de avonduren niet, in het weekend soms ook niet in de binnenstad. Dus terecht dat u daar weer even naar vraagt, want het duurt allemaal erg lang. Daar ben ik het ook mee eens. Maar we hebben wel te maken met een procedure die netjes doorlopen moet worden.

Dus allereerst het zoeken naar een geschikte locatie. Dat is in een overvolle binnenstad best lastig, kan ik u vertellen. En als je dan uiteindelijk een geschikte locatie denkt te hebben, dan zijn er natuurlijk ook omwonenden die daar vervolgens ook wat moeite mee hebben en die ook het recht hebben om daar zienswijzen en bezwaren op te mogen indienen. Dus dat is gebeurd. We hebben een zorgvuldig traject doorlopen. Inmiddels is het ook zo dat we zover zijn dat degene die bezwaar heeft gemaakt, zijn we ook wat aan tegemoetgekomen. En dat diegene ook nu is … Dus de bezwaren … Ze zijn wel bij de bezwarencommissie geweest. Die heeft geoordeeld dat het akkoord is zoals we dat hebben besloten en er is geen vervolgstap naar de rechter gemaakt. Daar moesten we op wachten. Dat wisten we begin dit jaar of dat wel of niet was gebeurd, want er zijn ook weer bepaalde wettelijke termijnen aan vast. Dat is dus niet gebeurd, dus wij hebben het toilet kunnen bestellen. En nu is het wachten op de levering daarvan. En ik kan u vertellen dat dat ook weer even op zich laat wachten. Dus als ik het heel erg ruim aanhoud, dit jaar krijgen wij een mindervalidentoilet. Maar ik heb daar al wel wat geluiden gehoord dat de leverdatum echt wat op zich laat wachten. Maar dit jaar gaat het zeker gebeuren en ik hoop zo snel mogelijk. Dus daar gaan we zeker ons best voor doen dat het zo snel mogelijk gebeurt.

Maar we zijn ook daarbij afhankelijk van de leveranciers. Dus weet dat wij ons best doen om dat te vervroegen, maar ik kan daar geen toezegging over doen, omdat wij daar niet over gaan.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even richting de heer Winkelhuis of hij nog aanvullende vragen heeft. Dat heeft hij. Gaat uw gang. De heer Winkelhuis: Ik weet niet of het een aanvullende vraag is. Ik kan wel vragen wanneer het nu concreet is dat we toch de beschikking krijgen over dat openbare rolstoelvriendelijk toilet. Maar u heeft aangegeven dat u daar op dit moment niet van op de hoogte bent wanneer dat exact dan gaat gebeuren. Weet u, het is een traject van zeven jaar. En er zijn ons al heel vaak beloftes gedaan en toezeggingen gedaan. Ik hoop echt namens onze fractie – en ik denk namens nog veel meer mensen hier in Oldenzaal – dat het nu oprecht ook in ieder geval dan dit jaar zover gaat komen dat het er eindelijk komt. En misschien moeten we er dan ook maar een feestje van gaan maken. In ieder geval de heer en mevrouw Nijhuis uitnodigen, want die zijn er gelukkig nog wel. De voorzitter: Ik begrijp dat dat laatste een vraag is, dus wellicht dat daar de wethouder nog even op wil reageren. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Ja, laten we daar inderdaad een moment voor maken. Dat lijkt me goed, ook samen met de Stadsnoabers, maar ook zeker samen met iedereen die daarbij wil zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond of er nog andere raadsleden zijn die bij dit onderwerp ook vragen hebben. Dat is niet het geval. Dank.

Dan kijk ik naar de heer Lulofs om voor mij het stokje over te nemen bij deze derde vragenronde. Mijnheer Lulofs. De plaatsvervangend voorzitter: De volgende vragen worden gesteld door de fractie van GroenLinks. Mijnheer Snijders, aan u het woord. De heer Snijders: Dank, plaatsvervangende voorzitter. Het carnaval. Dat ligt alweer een tijdje achter ons. Het was fantastisch weer en we hebben een aantal hele mooie feestdagen gehad. Feestdagen waaraan heel veel mensen, als ze dat wilden, konden meedoen. En zo zien we dat graag. Als de gemeente bijdraagt aan de organisatie van een feest van deze omvang en in deze setting, dan moet dat voor iedereen toegankelijk zijn. In de pocket, zou ik zeggen, en op naar volgend jaar. Maar volgend jaar is alles anders. Het beruchte ravijnjaar lijkt werkelijkheid te worden. Gelukkig heeft de gemeente Oldenzaal daar al rekening mee gehouden en zijn een aantal helaas pijnlijke maatregelen aangekondigd. Maar in deze lijst van maatregelen ontbreekt het carnaval. In de lijst van ‘Ambities en Middelen in balans’ van de vergadering van 8 juli 2024 wordt onder het kopje Versoberingsvoorstel 1 op pagina 53 carnaval wel genoemd. Carnavalszondag en ontvangst jeugdhoogheden: 38 duizend euro.

Verder wordt op pagina 138 vermeld: ‘Er is een aantal evenementen bij’ – carnaval wordt daar genoemd – ‘waar in de horeca zoveel omzet gemaakt wordt, dat dit hier ook uit bekostigd kan worden. Dit vergt nader onderzoek.’ Voor ons wringt de schoen vooral bij punt 1. Hier valt het vorig jaar ook al besproken Confettidorp … Dit evenement, bekostigd met geld van ons allemaal, heeft wat ons betreft een te exclusief karakter voor een groep mensen die, wederom ons inziens, geen steun van de gemeente nodig heeft. Onze vragen. Kan de portefeuille aangeven welke groepen dit jaar zijn uitgenodigd voor het Confettidorp? Kan de portefeuillehouder aangeven wat het netwerken, een van de argumenten om deel te nemen aan het Confettidorp, de gemeente heeft opgeleverd of gaat opleveren? Wat is de stand van zaken van het onderzoek wat genoemd wordt op pagina 138? En als die resultaten er nog niet zijn, dan zouden we die graag voor de kadernota zien, zodat we die kunnen meenemen. Tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Snijders, bedankt voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de portefeuillehouder, de heer Welman.

Burgemeester Welman: Dank, voorzitter. De vragen van GroenLinks. Die hebben wij natuurlijk bekeken en van een antwoord voorzien. Allereerst: wij hebben u op 10 december vorig jaar een raadsinfobrief gestuurd waarin een aantal dingen die u stelt, al zijn beantwoord. Maar ik wil met alle plezier daar nog een keer naar refereren. Ook in die brief staat welke doelgroepen wij voor het carnaval in 2025, niet alleen in het Confettidorp, maar ook hier in het stadhuis, hebben uitgenodigd. Dan moet u denken aan politiek bestuurlijke externen, zoals minister, staatssecretarissen, Europese en Tweede Kamerleden, de provincie – dan moet u denken aan Gedeputeerde Staten en leden van Provinciale Staten. Waterschapbestuurders hebben wij uitgenodigd, natuurlijk ook collegeleden van andere Twentse gemeenten. We hebben mensen van de Twente Board, van de EUREGIO, maar ook van onze partnergemeente in Duitsland, Rheda-Wiedenbrück, uitgenodigd. En natuurlijk ook hebben we gekeken naar welke zakelijke relaties hebben wij als college, ook ambtelijk, met bedrijven, niet alleen hier in Oldenzaal, maar ook daarbuiten. We hebben ook serviceclubs uitgenodigd die veel voor Oldenzaal doen en veel voor Oldenzaal betekenen. En wat ook de traditie is, dat wij onze ereburgers en voormalig bestuurders van deze stad eveneens een uitnodiging sturen.

We hebben religieuze groeperingen uitgenodigd en natuurlijk hebben wij ook de Oldenzaalse carnavalsverenigingen, hun bestuurders, hun raden van elf uitgenodigd. En daar is, ik vind, best wel goed gebruik van gemaakt van die uitnodiging. Dan heeft u meteen antwoord op wie hebben wij zoal uitgenodigd. Vraag 2 die u stelt, is of wij kunnen aangeven wat het netwerken oplevert. U kunt zich voorstellen dat dat niet meteen in een getal is uit te drukken. Althans, ik hoop dat u begrijpt dat je dat niet meteen in een getal kunt uitdrukken. Wij hebben en daar is ook die raadsinfobrief, waar ik net al op doelde, is daar een bewijs van. We hebben wel in ieder geval bij de vorige, toen was het de eerste keer van het Confettidorp, hebben we wel een evaluatie naar alle deelnemers toegestuurd. En dat hebben we ook in de raadsinformatiebrief u over geïnformeerd. Dat voornemen hadden we dit keer niet. We hebben vooral gekeken en geluisterd van, wat hebben aanwezigen ons aan reacties gestuurd. Ik kan u wel zeggen dat … We hebben als Oldenzaal … In het verleden hadden we meer relatiebijeenkomsten. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwjaarsbijeenkomst of een aantal evenementen die op Het Hulsbeek plaatsvonden. Ook daar werden relaties voor uitgenodigd door de gemeente. Dat doen we nu niet meer. Er is eigenlijk maar één echte relatie-/netwerkbijeenkomst in Oldenzaal.

En dat is de carnavalszondag tijdens de grote Twentse carnavalsoptocht. En wat we hopen is dat, als mensen komen, er interesse in onze stad gaat ontstaan, interesse in ons, om zaken te doen met ons, om relaties aan te knopen voor zover dat nog niet het geval is, maar ook onderling de contacten gaan ontstaan. En ik hoor dat dat het geval is. Dat is niet in een getal uit te drukken. Dan heeft u vraag 3: Wat is de stand van zaken van het hier bedoelde onderzoek? Dat is niet een onderzoek naar carnaval of naar het effect van het Confettidorp. Volgens mij bedoelt u een onderzoek wat te maken heeft met het evenementenbeleid. Dat onderzoek is nog niet afgerond; dat is nog gaande. Het is onderdeel van een bredere evaluatie van het evenementenbeleid. De planning heb ik zo niet paraat, maar ik kan u daar wel nader over berichten. Wat ik in ieder geval weet, is dat er nog een aantal stappen gezet moeten worden. En zo gauw dat gebeurd is, dan zal ongetwijfeld ook het onderzoek afgerond worden. Maar ik kan u daar nog wel even nader bericht over sturen. Dat is wat mij betreft, voorzitter, een toezegging. Dat zijn de antwoorden die ik kan geven op de vragen die gesteld zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, dank u wel voor de beantwoording. Ik kijk naar de heer Snijders. Ik zie dat hij hier nog op wil reageren. Mijnheer Snijders.

De heer Snijders: Dank u wel voor het beantwoorden van de vragen. Er zit natuurlijk een klein addertje onder het gras, wat ik niet gelijk wil vrijgeven. Ik begrijp heel goed dat bij netwerken niet direct is aan te geven wat het opbrengt. Maar bij de bezuinigingsvoorstellen voor het ravijnjaar snijden wij ook in preventie in het sociaal domein. En daar komt ook heel vaak naar voren dat we niet kunnen aangeven wat het oplevert. Maar toch snijden we het weg. Dat is alles.

De plaatsvervangend voorzitter: Dat is dus alleen een opmerking die u plaatst, ik neem aan ter kennisneming. Ik kijk even rond of iemand anders nog wil reageren. Ik zie de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. In het verleden was er geen Confettidorp. Dat Confettidorp bestaat nu twee jaar, twee carnavals. Of carnavallen. De vraag is even: Werd er voor twee jaar geleden niet genetwerkt? Of was dat netwerken niet effectief genoeg? De plaatsvervangend voorzitter: Duidelijke vraag. Mijnheer Welman, aan u het woord. Burgemeester Welman: Dank u wel. Uiteraard was er voor het Confettidorp van vorig jaar ook een evenement. Maar dat vond hier in het stadhuis plaats. De doelgroepen waren grotendeels dezelfde, waarbij we wel elk jaar weer keken van, kunnen we nog een doelgroep die we het jaar daarvoor minder aandacht hebben gegeven voor dit jaar uitnodigen? En zo vul je eigenlijk elke keer je doelgroepen aan of breid je het uit of pas je het aan. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gedaan en ook daar werd genetwerkt. Ik merk dat mensen het enorm op prijs stellen dat ze kunnen komen, dat ze mogen komen en dat ze de gelegenheid krijgen om met elkaar in een mooie, gezellige ambiance – zo heet dat dan met een paar mooie woorden – met elkaar in gesprek kunnen komen.

En dat levert de nodige netwerken, maar ook relaties, contacten voor ons, maar ook voor onze collega's en ook onderling op. Dus in het verleden gebeurde dat ook al. Alleen, doordat de route is verplaatst, hebben we het voornemen gehad en dat hebben we ook in uitvoering gebracht, om het Confettidorp mede in te richten. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, dank u wel voor deze beantwoording. Ik zie dat de heer Bouwman hier nog één reactie op wil geven. De heer Bouwman: Dank u wel. We hebben vorig jaar ook al een keer geopperd en ik ben eigenlijk benieuwd hoe het college daar nu tegen aankijkt, of het een idee is voor het komende Confettidorp om random twee straten in Oldenzaal uit te nodigen voor het Confettidorp? Hoe dat dan vormgegeven wordt, daar moeten we dan even over nadenken. Maar het lijkt ons een heel goed idee als we ook de gewone Oldenzaler de kans geven om een keer gebruik te maken van een Confettidorp. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, aan u de beantwoording. Burgemeester Welman: Dank u wel, voorzitter. Nu lijkt het net alsof de mensen die in Oldenzaal woonachtig zijn en daar geweest zijn geen normale Oldenzalers zijn. Ook dat zijn gewoon normale Oldenzalers. Alleen hebben ze een andere achtergrond dan u waarschijnlijk bedoelt. Dat kan.

Ik vind de suggestie die u doet zeker een interessante, maar we moeten niet doen alsof de mensen die daar waren geen normale Oldenzalers waren. De plaatsvervangend voorzitter: Goed, ik zie dat de vragen beantwoord zijn. Ik zie dat de heer Bouwman graag zou willen reageren, maar we gaan hier niet pingpongen. Nee, één keer. Dat is de afspraak. Mijnheer Welman, dank u wel voor de beantwoording. 4.

Vaststellen notulen van de vergadering van 24 februari 2025 De voorzitter: Dank u wel. Dan neem ik van u weer het stokje over, waarvoor dank. Dan gaan we gauw terug naar waar we gebleven waren. En dat is bij het vaststellen van de notulen van de vergadering van 24 februari

2025. Vooraf heeft zich daarvoor niemand gemeld. Maar ik kijk toch nog even voor de zekerheid rond of dat nog steeds het geval is. Ik zie dat dat nog steeds het geval is. Dan zijn ze bij dezen vastgesteld. 5.

Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen van de lijst ingekomen stukken. En dat doen we weer op de manier die we een tijdje geleden met elkaar hebben afgesproken. Dus de gehele lijst in één keer. Ik kijk even rond of er bij u aanleiding is om hier het woord over te vragen. Dat is niet het geval. Dan ga ik de lijst ook in één keer vaststellen. Dank. Dan hebben we dat ook met elkaar geregeld.

B(espreek)-voorstellen 6.

Klimaatakkoordprogramma Oldenzaal 2025-2030 De voorzitter: Dat betekent dat ik nu bij de bespreekvoorstellen kan komen. En we beginnen met het Klimaatakkoordprogramma Oldenzaal 2025-2030. Ik heb inmiddels begrepen dat de Partij van de Arbeid het stuk als conform ziet. Dat hebben we ook nu genoteerd. Maar dat er nog viertal partijen zijn die graag het woord hierover in eerste termijn willen voeren, waarvan er twee zijn die een motie hebben voorbereid en die krijgen van mij dan ook als eerste de gelegenheid. Ik begin bij de VVD. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dat ons klimaat aan het veranderen is, valt niet meer te ontkennen. Het is dus ook niet de vraag of, maar hoe we zullen moeten handelen. En hierbij geloven wij als Oldenzaalse VVD sterk in de kracht van innovatie. Niet omdat we ervan uitgaan dat innovatie alles als een duizenddingendoekje op gaat lossen, maar juist omdat het op een andere manier kijken naar de werkelijkheid een verfrissende blik kan geven. Want laten we nu eerlijk zijn: de techniek achter microgrids, smart energy hubs en load balancing, daar had men toch ruim dertig jaar geleden nooit bij stilgestaan? En dan is het toch jammer om te zien dat bij het document dat ons de komende jaren richting gaat geven aan het bereiken van de nodige CO2-reductie, er amper tot niet wordt gesproken over ruimte voor innovatie.

Dit terwijl er binnen deze gemeente of zelfs binnen deze raad al meerdere initiatieven zijn ontwikkeld en vragen zijn gesteld naar het slimmer doen in plaats van doen zoals we het altijd al gedaan hebben. Bij aanvang van deze vergadering hebben we nog nota bene stilgestaan bij sprintsessies op Eekte-Hazewinkel, ook een schoolvoorbeeld van hoe een andere blik de potentie heeft om een groot probleem op te lossen. Bovendien kan innovatie ook leiden tot kostenbesparingen bij de uitvoer van het programma. De portefeuillehouder heeft vorige week in het forum al aangegeven dat er vanuit het Rijk CDOKE-gelden beschikbaar zijn voor de uitvoercapaciteit van dit beleid. Maar dit is niet voor de mogelijk stijgende kosten van de investeringen als gevolg van het volgen van deze route. Wij denken dat innovatie een rol hierbij kan gaan spelen. Voorzitter, laten wij voor het gemak even vergelijken met een autorit. Misschien een slecht voorbeeld in het kader van duurzaamheid, maar vergeef het mij. We zijn inmiddels allen op weg naar het doel, Parijs, waar we eenmaal een weg hebben ingeslagen en deze moeten blijven continueren. Het klimaatakkoordprogramma biedt helaas niet de mogelijkheid om te kijken of een van de afritten die wij onderweg tegenkomen mogelijk sneller is of dat we efficiënter ons doel kunnen bereiken. Een gemiste kans.

Vandaar dat wij als Oldenzaalse VVD de portefeuillehouder willen aanmoedigen en uitdagen om de innovatie hier alsnog bij mee te nemen. Over de manier waarop hebben we best wel even zitten nadenken. Eigenlijk, als je het goed wil doen en je wilt de hele rode draad door het hele verhaal aan gaan passen, dan kun je bij wijze van spreken net zo goed het hele stuk opnieuw gaan schrijven. Alleen, dan zou een abonnement logischer zijn geweest, toch? In het kader van de efficiëntie en effectiviteit hebben wij gekozen om het in een motievorm te geven met daarin de volgende oproep. Als eerste: het klimaatakkoordprogramma op een dermate brede manier te interpreteren, waarbij aanvullende innovatie,

waaronder smart energy hubs en waterstof, ook tot de mogelijkheden behoort en deze bij de uitvoer van het klimaatakkoordprogramma verder mee te nemen. En ten tweede: regionaal ook de open discussie over kernenergie als duurzame energiebron te blijven voeren. Deze motie is geen blokkade, maar juist de versneller. We roepen de portefeuillehouder op om niet alleen de gebaande paden te bewandelen, maar ook de slimme en innovatieve routes te verkennen. Kortom, laten we dus niet gewoon naar Parijs rijden, maar dit vooral slimmer doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een aantal interrupties. Ik begin bij de heer Van der Waal, die heb ik hier als eerste staan. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik zie deze motie en die roept op tot innovatie. Dat lijkt mij een overbodig iets, want innovatie is een voortdurend proces en, zoals iedereen weet, zonder meer noodzakelijk voor de transitie in het kader van klimaat en CO2-reductie. Ik zie op punt 2 dat u een discussie wil openen regionaal over kernenergie. Bij mijn weten is kernenergie niet een item waar gemeenten individueel over kunnen beslissen op dit moment. Los daarvan, kernenergie duurt nog even voordat dat gerealiseerd kan worden. Maar hoe zinvol is uw punt 2, het oproepen om te discussiëren over kernenergie in het kader van de klimaattransitie voor 2030. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, als je doet wat je deed, dan zul je krijgen wat je kreeg. Ik denk dat dit wel de beste samenvatting daarin is. Als wij niet de discussie gaan voeren om de optie van kernenergie op tafel te houden, dan ben ik bang dat wij die oplossing, de kernenergie, kernfusie in eerste instantie, eventueel kernsplitsing in de verre toekomst, ver na 2030, maar dan denk ik dat wij die niet gaan meemaken. En ik vind het wel van dermate groot belang dat ik toch wil dat dat op deze tafel besproken blijft worden. En dat vind ik toch heel jammer dat het woord kernenergie überhaupt niet in het stuk voorkomt, ondanks dat wij er als gemeente niet over gaan. Vandaar mijn oproep. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal nog een keer. De heer Van der Waal: Ik ondersteun uw wil tot energie voor kernenergie, maar kernenergie is op gemeentelijk niveau niet een issue waar wij van invloed kunnen zijn. Dus ik denk dat dat punt zeker uit deze motie gehaald kan worden. De voorzitter: Ik ga naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. De laatste opmerking van de heer Mekelenkamp kunnen wij onderschrijven. Toch wil ik toch nog even gezegd hebben dat het toch jammer is dat het toch geen amendement is geworden. Ons inziens had dat mooi met een klein alineaatje toegevoegd kunnen worden. Maar ik snap de overweging ook. Ik heb nog een andere vraag.

We zien hier in dit klimaatakkoordprogramma dat we gaan voor emissievrij vervoer in 2050, waarbij ook de auto uiteindelijk op een minder belangrijke, prominente plek in de samenleving komt te staan dan dat nu het geval is. We werken bij het wijkverbeterplan Glinde-Hooiland nu al met het STOMP-principe. Dus beginnen met stappen, dan trappen, dan openbaar vervoer, dan mobiliteitsdienst en als laatste komt de privéauto. Maar de VVD is toch de partij die de belangen van de autobezitter behartigt en ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe de VVD daar nu tegenaan kijkt. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ik kan een heel mooi betoog houden. De VVD werd vroeger wel eens de vroempartij genoemd. Tegenwoordig als we kijken naar wat er bij een gemiddeld VVD-congres op de parkeerplaats staat, zou ik het dan eerder de zoefpartij willen noemen, als ik eerlijk ben. Maar volgens mij zijn dit twee volledig losstaande discussies. Het gaat hier over het klimaatakkoordprogramma. En het gaat niet over hoe wij mobiliteit in Oldenzaal willen vormgeven, behalve dan een mobiliteitsvorm die zo weinig mogelijk emissie heeft. De voorzitter: De heer Bouwman nog een keer. Mijnheer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: Ik zie dat toch anders. Het speerpunt is duurzame mobiliteit. En daarin wordt toch wel die koppeling gemaakt dat we af moeten van het aantal parkeerplaatsen in de woonwijk, wat we nu al terugzien in het wijkverbeterplan Glinde-Hooiland, waar we met 1,2 parkeerplaats per woning gaan werken. Dus je ziet het nu al in de praktijk gerealiseerd worden. En ik ben toch eigenlijk wel benieuwd of dit ook de ontwikkeling is die de VVD voorstaat. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, gaat u gang. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik blijf bij mijn punt. Ik zie het als twee volledig losstaande discussies. De voorzitter: Volgens mij komt u niet tot elkaar. Dan ga ik naar de Gelevert, want die heeft ook een interruptie. Mijnheer Gelevert.

De heer Gelevert: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag voor de VVD. In het stuk staat – ik citeer even: “Voor het aanjagen van nieuwe initiatieven willen we geen dichtgetimmerd plan. Nieuwe innovaties en doorbraken in de komende jaren kunnen nieuwe inzichten, andere kosten en marktrijpe toepassingen brengen. We volgen deze ontwikkelingen om op het juiste moment toekomstbestendige keuzes te kunnen maken, waarbij we een beroep doen op de samenwerkingsbereidheid en flexibiliteit van alle betrokken stakeholders.” Mijn vraag is: Wat voegt deze motie toe bovenop wat nu in het stuk staat? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Gelevert: En vervolgens… De voorzitter: U heeft nog een punt. De heer Gelecert: Ja en daarna zou ik graag van de wethouder willen weten wat de wethouder dan anders doet dan dat ze nu al zouden doen op basis van dit plan. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we dat zo meteen horen. Dan is nu eerst nog de heer Mekelenkamp aan zet. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, de innovatie zoals de heer Gelevert die omschrijft, zie ik voornamelijk als: we zitten op dezelfde weg en we kunnen kijken of we daar op een andere manier ons gevoel kunnen gaan regelen door een efficiëntere auto, een snellere auto, om dat soort dingen te gaan doen.

Terwijl wij ook benieuwd zijn, wat zijn nu die misschien wel hele slimme omweggetje of slimme andere wegen eigenlijk die ons ook op de bestemming kunnen brengen? En die innovatie, het out-of-the-box-denken, dat is iets en dat is ook een van de redenen om toch nog even terug te komen op de opmerking van de heer Bouwman ‘Jammer dat jullie geen amendement hebben geschreven’, omdat we het out-of-the-box-denken het liefst op zo veel

plekken in het document zouden willen hebben zitten en het stroomt over hele document heen, hebben wij er bewust voor gekozen dus om het in een motie op te nemen in plaats van in een amendement. Het is echt compleet out of the box gaan denken zonder ons daar te gaan beperken eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen andere interrupties. Dan rond ik uw eerste termijn af en dan kom ik bij GroenLinks. U heeft ook een motie ingediend, dus daar wil ik recht aan doen. Dus gaat uw gang, mijnheer Snijders. De heer Snijders: Excuses voor de reactie. Ik dacht dat ik in de tweede termijn pas was, omdat ik niet op het politiek forum was. De voorzitter: Nee, dat klopt. Maar u heeft een motie ingediend. En dan kan ik meteen iedereen de gelegenheid geven om daarop te reageren, mocht dat nodig zijn. De heer Snijders: Sympathiek. Voor ons ligt weer een mooie visie. Ditmaal over het klimaatakkoord. Prima document. Al had het van GroenLinks allemaal wel wat scherper of sneller of strenger gemogen. Maar de raad kennende, hadden we dan de handen niet op elkaar gekregen. In het klimaatakkoord wordt ook de kabelgoot genoemd. We hebben daar op 25 maart 2024 een motie voor ingediend, maar deze was overbodig en daarom hebben we die ingetrokken.

Hoe staat het eigenlijk met deze kabelgoten? Kan de portefeuillehouder een tipje van de sluier oplichten of ze er gaan komen en zo ja, wanneer we ze mogen verwachten? Probleem met dit visiedocument en eigenlijk met de meeste, zo niet alle visiedocumenten: ze zijn weinig concreet. Er wordt wel een inspanning weergegeven, maar niet een resultaat. En daar wringt de schoen. Hoe moet ik als raadslid mijn controlerende taak uitvoeren, als ik niet weet wat ik mag verwachten? Voor GroenLinks is dat een belangrijk punt en het zal u dan ook niet verbazen, dat wij onderstaande motie willen indienen met de volgende dictum: ‘Aan het Klimaatakkoordprogramma Oldenzaal 2025-2030 een aparte bijlage toe te voegen met per klimaatthema en per maatregel uit de paragraaf ‘Wat gaan we doen tot aan 2030?’ een overzicht van beleidsindicatoren; in deze bijlage per indicator minimaal op te nemen: de indicatordefinitie, een nulmeting, een jaarlijkse streefwaarde tot 2030, de bron van monitoring en verantwoordelijke partij; deze bijlage uiterlijk gelijktijdig met de Kadernota 2026 aan de raad aan te bieden.’ Waarom in de bijlage? Want dan kan gewoon het document in stemming worden gebracht. En dan hindert de bijlage niet de voortgang. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een aantal interrupties. Ik heb hier de heer Van der Waal als eerste staan.

Ik ga er maar even vanuit dat het systeem klopt, dus u heeft als snelste gedrukt. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel voor de eerlijke jurering ook in dezen. Ik vind het een heel sympathieke motie en in mijn inbreng ga ik ook zeggen dat ik hem volledig ga steunen. Ik heb alleen een vraag over dictum 2b, een nulmeting. Bedoelt u daarmee de meting van dit moment? Of bedoelt u daar de meting van 1990, de referentiewaarde voor de CO2-uitstoot? De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dat is een hele goede vraag. Ik zou zeggen de meting op dit moment. Dus van al die dingen die we gaan doen, kijken we nu wat de stand van zaken is, als dat beschikbaar is redelijkerwijs. En dan kunnen kijken of we voortgang boeken. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, u mag daar nog op reageren.

De heer Van der Waal: Bent u het dan met mij eens dat de jaarlijkse streefwaarde in 2030, dat dat 45 procent van de referentiewaarde van 1990 zou moeten zijn? De voorzitter: Mijnheer Snijders. Het wordt nu wel heel technisch, maar goed. De heer Snijders nog één keer. De heer Snijders: De vraag is mij niet helemaal duidelijk. U zegt in 2030 moet dus 45 procent zijn van de waarde in 1990? Dus hoeveel moet het dan zijn als we niet van 1990 uitgaat, maar van een andere tijd? Heb ik geen antwoord op. Weet ik niet. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouwman, want die drukte als tweede. De heer Bouwman: Dank u wel. De motie op zich, als je kijkt waar u tot oproept, dan vind ik dat natuurlijk eigenlijk heel goed wat u daarmee bedoelt, ongeacht dat wij straks tegen het klimaatakkoordprogramma gaan stemmen. Dus qua inhoud kunnen wij ons daar niet in vinden. Maar de bedoeling die u hiermee heeft, vinden wij een goede, dus daarom gaan we hem steunen. De tweede vraag die ik aan u heb: u begon uw betoog met “van ons mocht het nog wel een tandje strenger” of iets in die context. Kunt u aangeven wat van u in dit klimaatakkoordprogramma dan strenger of meer aangescherpt had moeten worden in uw ogen? De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Er staat niet zo heel veel in wat ze gaan doen, 2030-2050. Van ons had 2050 2040 mogen zijn.

En van ons hadden ze ook wel iets over afval mogen zeggen. Daar hebben we al eerder een discussie over gehad, dat restafval dan vijftig kilo wordt. Voor ons mag dat dertig kilo zijn. Het jaartal ben ik kwijt wanneer het is. Ik dacht ook 2030. Dus dat soort dingen. Maar dan moet je wel de resultaten benoemen. Die staan hier niet zo heel veel in. Maar het is allemaal vrij veilig. Destijds was de discussie met afval: Oldenzaal hoeft niet het beste jongetje van de klas te zijn. Waarom niet, zou ik zeggen. De voorzitter: Dan ga ik weer terug naar de heer Mekelenkamp, want die had ik ook nog staan. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank. De heer Snijders refereerde net al aan het feit dat hij niet bij het forum was. Heeft hij de vergadering nog even teruggekeken, teruggeluisterd? Want ik denk, zeker met de woorden die wij in het forum hebben gehoord, bemoedigende woorden van de portefeuillehouder, dat deze motie een beetje dubbelop is, omdat namelijk ook al in de P&C-documenten dat in mee gaan nemen. Misschien is dat een beetje dubbelop. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Nee, ik heb het niet teruggekregen. Maar ik ben daar heel praktisch in. Als de wethouder straks een toezegging doet waar deze motie niet door nodig is, dan trek ik hem gewoon in. En als dan die toezegging niet wordt waargemaakt, dan dien ik hem weer in.

De voorzitter: Ik hoor een paar hele mooie punten. Dank u wel, mijnheer Snijders. Dan ga ik gauw door naar de volgende. En dat is vanuit de WG de heer Liebrand. Gaat uw gang. De heer Liebrand: Voorzitter, klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen in onze tijd. Door de opwarming van de aarde ontstaan natuurrampen van grote omvang. Afgelopen januari waren er meer branden in Zuid-Californië. Gevolgen: minstens 28 doden en meer dan tienduizend huizen werden verwoest.

Oktober 2024 zorgt hevige regen met hagelbuien voor plotselinge felle overstromingen in het zuidoosten van Spanje met als gevolg minstens 231 doden, nog vele vermisten en aanzienlijke materiële schade. Afgelopen week werd Zuid-Spanje weer getroffen door de storm Laurence; weer grote overstromingen in dit gebied. En dan in Oldenzaal vorig jaar juli: forse regenbuien, waarbij zelfs de A1 onder water kwam te staan. En voorzitter, zo kan ik nog wel even doorgaan. We hebben geen tijd te verliezen. Het gaat hier om de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen, ook al lijkt het misschien letterlijk een druppel op een gloeiende plaat. Maar we mogen en kunnen onze kop niet in het zand steken. We moeten direct aan de bak. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten wij drastische maatregelen nemen om de CO 2-uitstoot te verminderen. De fractie van WG Oldenzaal is blij met het voorliggende voorstel. Met dit klimaatakkoord worden de eerste belangrijke stappen gezet voor de energietransitie. Wat onze fractie betreft, gaan wij de ambitieuze doelstellingen behalen: geheel CO2-neutraal in 2050. En daarom gaan wij uiteraard nu met dit voorstel akkoord, waarbij onze gemeente een belangrijke voortrekkersrol vervult. Voorzitter, wij gaan inzetten op energie besparen stimuleren voor heel Oldenzaal, het opwekken van duurzame energie en het inzetten op participatie.

Want zo veel mogelijk inwoners en bedrijven moeten meedoen aan deze energietransitie. En wat betreft het aardgasvrij maken van onze wijken vragen wij het college om de nieuwste ontwikkelingen nauw in de gaten te houden. Er lopen in Nederland momenteel 66 pilots; dat worden proeftuinen genoemd. Pilots aardgasvrije wijken waarbij er verschillende technieken en methoden worden getest. Ik noem enkele. Het inzetten van thermische energie uit oppervlaktewater, drinkwater en afvalwater. Geothermische warmte. Restwarmte uit de industrie. Warmte uit biomassa. En het inzetten van de welbekende warmtepompen. Voorzitter, hier liggen echt kansen, want er wordt namelijk niet alleen gekeken naar de bron en de technische opleidingen, maar ook naar de exploitatie, haalbaar en betaalbaar voor inwoners en bedrijven. Voorzitter, ik rond af. Met dit klimaatakkoord zetten wij een goede stap naar een leefbare toekomst voor de komende generaties. Het is ook een voortzetting van onze ambities verwoord in ons raadsprogramma. Ik noem samen zorgen voor een duurzame stad, actief werken aan klimaatakkoord, klimaatrobuuste start, groenblauwe dooradering van onze gemeente. En daarnaast geeft het ook uitvoering aan eerder aangenomen moties. Ik noem als voorbeeld de motie ‘Zon op daken’. Onze gemeente loopt hier voorop met concrete maatregelen die bijdragen aan een schonere, efficiënte en inclusieve start.

Door samenwerking en het omarmen van innovatieve oplossingen – de VVD gaf het ook al aan – zijn wij ervan overtuigd dat wij de doelstellingen van het klimaatakkoord gaan halen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U begon uw betoog met allerlei natuurrampen en aantal slachtoffers wat daar is gevallen. Ik denk dat in de middeleeuwen ook allerlei natuurrampen plaatsvonden met allerlei slachtoffers. Waar haalt u het vandaan dat de CO2-uitstoot hier primair oorzaak van is? De heer Liebrand: Er zijn meerdere wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat dat het geval is, mijnheer Bouwman. De voorzitter: Dan ga ik weer terug naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat zou zo kunnen inderdaad. Er zijn een aantal wetenschappers die de veronderstelling in hun onderzoek hebben gebezigd dat de uitstoot of de opwarming van de aarde, dat de rol van de mens daar invloed op heeft. Er zijn ook heel veel wetenschappers die daar neutraal in zijn, zelfs ook wetenschappers die daar geen uitspraak over kunnen doen op basis van het wetenschappelijk onderzoek die zij doen. Dus mijn punt wat ik daarmee wil maken van, u zegt heel stellig dat het komt door de opwarming van de aarde door de CO2-uitstoot die we als mensen allemaal veroorzaken. Tenminste, dat heb ik u niet letterlijk horen zeggen,

maar dat denk ik wat u suggereert. Wij kijken daar toch echt anders naar. We kijken toch meer met een neutrale blik tegenover het klimaatakkoordprogramma in relatie tot de vele miljarden die daarvoor uitgegeven moeten worden. De voorzitter: Kunt u tot een punt komen? De heer Bouwman: Ik probeer even mijn … De voorzitter: Want uw termijn komt nog. Dus als u met een vraag kunt, want het is een interruptie, dan heel graag. De heer Bouwman: Dank u wel. Mijn vraag is eigenlijk: de vele miljarden die we hieraan gaan spenderen, hoe ziet de WG daar … Tot hoever wil de WG gaan om de doelstellingen uit het klimaatakkoordprogramma te behalen? De voorzitter: Mijnheer Liebrand. De heer Liebrand: Volgens mij, als u goed naar mijn betoog heeft geluisterd, dan weet u hoe de WG in deze zaak staat. En wij geloven echt dat de CO2-uitstoot een gevolg is van de gedraging van wij als mensen. De voorzitter: Ik kijk even rond. Nog anderen? Niet? Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouwman voor zijn eerste termijn. Mijnheer Bouwman. Gaat uw gang. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. Het college heeft in het klimaatakkoordprogramma speerpunten opgenomen om in 2030 50 procent duurzame opwek te realiseren en om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Hoe realistisch is dit allemaal? En wat gaat dit onze samenleving kosten, maar vooral ook opleveren? Het Planbureau voor de Leefomgeving komt afgelopen najaar tot de conclusie dat de doelstelling voor 2030, 55 procent reductie van de uitstoot, al niet gehaald gaat worden. Wat betekent dit voor de rest van de doelstellingen? Er moet dus nog meer geld bij om de doelstelling uit het klimaatakkoord te behalen. En hoeveel extra? Niemand die het weet. En toch blijven we stug doorgaan. We zetten met het klimaatakkoordprogramma een-op-een de lijn voort van het klimaatakkoord van Parijs. Nederland als braafste jongetje van de klas. De grote landen in de wereld houden zich al niet meer aan het klimaatakkoord. Kolencentrales worden nog volop geopend en de Verenigde Staten is inmiddels uit het akkoord gestapt. Waarom gaan we er als klein landje op deze aardbol dan nog zo fanatiek mee door voor iets wat onze welvaart ernstig onder druk zet en voor een zeer klein resultaat, waarvan nog maar is af te wachten of de doelstellingen überhaupt behaald kunnen worden. Voor absurde bedragen komt onze welvaart op het spel te staan. Vasthouden aan deze klimaatdoelstellingen terwijl grote landen nog steeds kolencentrales openen is complete waanzin.

Wat gaat het de inwoner nu al kosten? Het klimaatakkoord van Rob Jetten kost circa 28 miljard, het upgraden van het stroomnet kost circa 200 miljard euro, voorzitter. Dan hebben we het alleen over klimaat al over 228 miljard euro in Nederland. Onze fractie diende de motie ‘Oproep tot vrede in Oost-Europa’ in. Geen enkel raadslid in deze zaal steunde deze vredelievende motie. De raad ziet dus liever dat we ons bewapenen met alle gevolgen van dien. Dat kost ons aan defensiegelden dus al zo'n 20 miljard per jaar. Samen met de klimaatgelden spreek je dan nog over 248 miljard, waarbij we die 20 miljard dus jaarlijks gaan uitgeven. Deel je dit door het aantal huishoudens in Nederland, dat zijn er circa 8,4 miljoen, dan kost klimaat en defensie alleen een gezin al zo'n 29.500 euro. Dat is bijna een modaal gezinsinkomen, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. Gaat uw gang.

De heer Winkelhuis: Ik heb een vraag. Wat defensie-uitgaven nu echt met klimaatuitgaven te maken hebben en wat de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne met dit document te maken heeft waar wij nu hier over spreken? Want dit zijn volgens mij twee totaal verschillende eenheden. De ene doet mij vreselijk pijn, de ander ook, maar op een totaal ander vlak. Ik vind het eigenlijk heel vervelend ook. Ik voel me er ook superongemakkelijk bij dat deze vergelijking wordt gemaakt. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat mag u vinden. Ik ga zo meteen … Hierna wilde ik uitleggen waarom die gelden met elkaar te maken hebben. Dus als u mij toestaat, ga ik nu verder. Tel daarbij de overige maatschappelijke kosten en je merkt dat het een kansloze financiële exercitie begint te worden. Daarnaast zien we dat de raad zich inmiddels ook uitspreekt voor conflicterende belangen. Want heeft de raad enig idee wat de gevolgen van het bewapenen en/of het voeren van oorlog zijn? Betekent voor de zo door hun gewenste terugdringen van de CO2-uitstoot? Het kan niet en/en. Maar blijkbaar moet het koste wat kost allemaal gebeuren. En de inwoner van Oldenzaal wordt uiteindelijk de dupe van al deze conflicterende belangen. En nog even om op uw opmerking in te gaan. Ik sta hier als raadslid, niet alleen om een plan dat voorligt sectoraal te benaderen.

Maar ik kijk het graag in de integrale visie, wat er allemaal om ons heen gebeurt, en daar maak ik mijn afweging over. Wat krijgt onze inwoner hiervoor terug? Een lege portemonnee, minder parkeerplekken, een verkleinde actieradius, minder individuele keuzevrijheid en meer afhankelijkheid van de energievoorziening. En een heel klein beetje minder opwarming van de aarde, als dat al gaat lukken. En wat … De voorzitter: Ik hoor een punt. De heer Winkelhuis bij interruptie. Want u heeft nog een interruptie. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Inmiddels is de heer Bouwman al een stukje verder, dus dan moet ik even eigenlijk weer terugspoelen. Maar ik kijk hier met benul van 80 jaar vrijheid naar ditzelfde stuk, waar u kijkt naar de huidige tijd. En ik hoop eigenlijk elke keer dat we lessen leren van het verleden. Alleen helaas doen we dat blijkbaar niet. De voorzitter: Was dat een vraag? Interrupties hebben wel betrekking op vragen om verduidelijking van de spreker te krijgen. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, daar wil ik wel even op ingaan. Er zijn nu twee grote thema's wat nu op dit moment in Nederland speelt waar ontzettend veel geld naartoe gaat. En als u zegt van, u moet leren van het verleden … We hebben in de jaren zestig in Amerika ook gezien dat er twee grote doelstellingen ontzettend veel geld kostten.

Dat was de Vietnamoorlog en de oorlog tegen armoede in eigen land. We hebben gezien hoe dat is afgelopen. De kosten om die doelstelling te behalen werd uiteindelijk gehaald met het aangaan van flinke schulden. Inflatie liep ontzettend op. En dat is eigenlijk de boodschap die ik hier ook wil afkondigen. We moeten uitkijken wat we hier aan het doen zijn. Want het kan niet en/en. We moeten een keuze maken en daar sta ik voor. Want wat krijgt onze inwoner hiervoor terug? Een lege portemonnee, minder parkeerplekken, een verkleinde actieradius, minder individuele keuzevrijheid en meer afhankelijkheid van de energievoorziening. En een heel klein beetje minder opwarming van de aarde, als dat al gaat lukken. En wat hadden wij het goed voor elkaar, voorzitter. We hadden een goede balans in onze energievoorziening. Gas uit eigen land, een prima, stabiel stroomnet, acceptabele energierekening en een betaalbare aanvoer van gas uit Oost-Europa. Dat beeld is de afgelopen jaren compleet verdwenen. Er werd in eerste instantie gedwongen om geen Russisch gas meer te importeren, hoewel we nu nog steeds Russisch gas gebruiken, zo'n 15 procent, liet het college ons weten. Doelstelling niet behaald. Daar kun je dus de vraag bij stellen wat al die instructies,

want uiteindelijk werd het instructie en geen wettelijke verplichting, van het Rijk onze Oldenzalers eigenlijk oplevert. De kosten per kuub gas bedroeg in 2023 onder het nieuwe contract 1,48 euro, waar het onder het oude contract slechts 17,3 cent bedroeg. Dat is een vereenvoudiging van 755 procent, voorzitter. En we … De voorzitter: Ik zie interruptie s. Die wil ik wel de gelegenheid geven. Ik was even op zoek naar een natuurlijk moment, maar ik proef hem nu. Ik heb de heer Liebrand als eerste staan. De heer Liebrand per interruptie. En u neemt mijn opmerking van zonet hopelijk ter harte. Mijnheer Liebrand. De heer Liebrand: De heer Bouwman noemde net in zijn betoog “Wat levert het op? Een heel klein beetje tegengaan van de opwarming van de aarde.” Betekent dat u ook ermee eens bent, dat wij als mensheid deze opwarming veroorzaken? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik ga niet mee in de narratief dat 97 procent van de wetenschappers het eens is dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Ik weet het simpelweg niet. Er zijn wetenschappers die zeggen dat het wel zo is. Een hele groep wetenschappers, klimaatcritici die zeggen dat we daar geen uitspraak over kunnen doen. Er zijn ook wetenschappers die zelfs een stapje verder gaan.

Die geven wel aan bijvoorbeeld dat CO2, dat dat een nadrukkelijke rol speelt bij de opwarming van de aarde, maar niet zozeer dat de mens daar nadrukkelijk verantwoordelijk voor is. Dus ik kan er geen eenduidige uitspraak over geven. Maar de 97 procent narratief wat altijd gebezigd wordt, dat onderschrijven wij niet. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Gelevert. De heer Gelevert heeft ook een interruptie. Mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we in ieder geval de discussie vandaag niet gaan oplossen of er wel of geen klimaatcrisis is. Ik kan constateren dat Solidair Oldenzaal klimaatontkennend is. Ik denk dat iedereen wel beseft dat de militaire uitgaven die we op dit moment van plan zijn, dat we die gaan doen, plus om tot een duurzamere samenleving te komen, dat dat gaat knellen. De voorzitter: Mag ik ook u vragen om met een vraag richting de inspreker te komen? De heer Gelevert: Daar komen we toch niet uit. U stelt eigenlijk dat u beiden niet wilt. U wilt geen militaire uitgaven en geen uitgaven voor klimaat. U zegt dat beide samen niet gaat, maar u wilt beide niet. Klopt dat? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Nee, dat klopt niet.

Als het gaat om de oorlog hebben wij dus nadrukkelijk die oproep gedaan om de vredesonderhandelingen te openen en nadrukkelijk dat signaal afgegeven dat wij als inwoner hier geen enkele baat bij hebben. Dus aan één kant van de medaille. Als het om klimaatgelden gaat, hebben we meermaals gezegd, dat wij geen klimaatontkenner zijn, want er wordt gelijk gebracht als je ergens vraagtekens bij stelt, dat we dan een klimaatontkenner zijn. Dat is helemaal niet het geval. De aarde warmt op, maar waar dat door komt, daar stellen wij onze vraagtekens bij. En er mag best wel wat geld naar klimaat en duurzaamheid. Maar laten we het binnen normale proporties houden. Dan hebben we het over het vergroenen van de stad, het aanleggen van waterberging waar nodig en ergens de inwoner proberen dat ze zelf ook wat doen. Het hoeft niet allemaal vanuit gemeenschapsgeld te komen. De voorzitter: Ik kijk nog één keer richting de heer Gelevert. Mijnheer Gelevert.

De heer Gelevert: Dan denk ik dat ik u gerust kan stellen, want er staat bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven is ons uitgangspunt dat deze alternatief en haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Ik denk dat dat dan voldoende is. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Mevlid Yildirim, het raadslid. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wel benieuwd waarom de heer Bouwman wetenschappelijke onderzoeken narratieven noemt. Daarnaast doet u zelf ook heel veel beweringen. Daar ben ik wel achteraf benieuwd naar uw bronnen. En als het kan graag wetenschappelijke onderzoeken en geen Facebooklinks. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Een hele flauwe opmerking van u. Het narratief wat gebezigd wordt, dan hebben we het over de narratief dat 97 procent van de wetenschappers het eens is over dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Ik kan u wel even meenemen waar dat narratief vandaan komt. Dat is uit een onderzoek van John Cook uit 2013. Die heeft 11.944 papers onderzocht, waarin het woord climate change en global warming in voorkwam. En wat John Cook en zijn onderzoekers hebben gedaan, is in die onderzoeken, in de samenvatting vooral, opgezocht of de wetenschappers tot de conclusie komen of de mens daar verantwoordelijk voor is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15416467/2