04b. Transcriptverslag raadsvergadering 2 juni 2026
Tekst van het document
En net als de financiële bijsluiter die wordt voorgesteld, prima. Maar daarmee heb je nog niet toegankelijkheid te pakken. Want hoe ga je die mensen laten meedoen die nooit iets van zich laten horen? Die de krant niet lezen, die niet op Facebook zitten, die niet met een smartphone of computer overweg kunnen. Mensen voor wie de drempel naar de politiek een kilometer te hoog is. Hier had ik nog graag vernieuwende ideeën voor gezien, maar ik heb ze niet kunnen ontdekken. Waar GroenLinks dan weer wel blij van wordt, ook even iets positiefs, is dat er samenhangend gewerkt gaat worden. Niet per se nieuw, maar dat is mooi. En dat er communicatie- en participatieplannen komen voor alle raadsvoorstellen met maatschappelijke gevolgen, fantastisch. Zal een lieve duit gaan kosten en heel wat capaciteit. En waar moet dat dan wegkomen? Voor zover ik het lees, bij alles wat neigt naar duurzaam en groen. Want ik zie, de Global Goals worden geschrapt. Die doelen, die goals, dat zijn doelen, zijn juist een hulpmiddel om samenhangend te werken, ook voor de lange termijn. Ik snap niet waarom je die zou willen loslaten om dan zelf nieuwe lokale doelen te gaan verzinnen. Behalve als je nu tijd te veel hebt en als je echt alleen voor de komende 4 jaar iets wil betekenen en de toekomst je een worst zal zijn. Misschien dan wel.
Maar zeg nou eerlijk, wat kun je tegen hebben op deze doelen? Ik zei tegen Petra, wilde niet alles gaan noemen, maar ik zal die doel eens even noemen. Geen armoede. Geef maar een gil als je daartegen bent. Geen honger. Goede kwaliteit van gezondheid en welzijn. Kwaliteitsonderwijs, gendergelijkheid. Schoon water en sanitair, betaalbare en schone energie. Eerlijk werk en economische groei. Industrie, innovatie en infrastructuur bevorderen, ongelijkheid verminderen. Duurzaam steden en gemeenschappen, veiligheid en veerkracht in de stad. Verantwoorde consumptie en productie. Klimaatactie, direct maatregelen nemen tegen die klimaatverandering die plaatsvindt. Leven in het water, zodat wij ook schoon drinkwater houden. Leven op het land, zodat onze bodem gezond blijft. Vrede, justitie en publieke diensten, het tegengaan van fraude en vriendjespolitiek. En als laatste, partnerschap om doelstellingen te bereiken. Volgens mij zijn dit gewoon dingen die wij allemaal willen. Ambtenaren werken hier ook al jaren mee en het geeft houvast om precies te doen wat er nou wordt beloofd in dit akkoord. En ik kan me wel 1 reden verzinnen om deze goals los te laten. Vanuit diverse complottheorieën, ik krijg het woord niet eens uit mijn mond, jongens, worden deze doelen heel erg akelig geframed. En dan kan je 2 dingen doen.
Of je gaat daarin mee en je gooit het kind met het badwater weg of je legt gewoon nog eens netjes uit dat deze doelen prima zijn. Dat er al jaren mee gewerkt wordt. En dan gooi je geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt. Alleen maar voor de bühne. Heel simpel. Ik lees nog iets over afschaffen, namelijk het schrappen van regels. En hier verbaas ik me toch ook wel over. Het lijkt mij eerlijk gezegd een typisch VVD-standpunt en laat de VVD nu de afgelopen 8 jaar met een hele goede wethouder, in een coalitie met een zeer ruime meerderheid, in het college hebben gezeten. Waarom is daar dan nog geen begin meegemaakt? Welke regels zijn dat dan die afgeschaft moeten worden? Regels over veiligheid, over -15-
milieuvervuiling, geluidshinder, om dat tegen te gaan? Zijn er echt regels die overbodig zijn en geschrapt kunnen worden? En als die er dan zijn, waarom is dat dan nog niet gebeurd? En waarom denkt u dat het nu opeens wel kan? Heel bijzonder. Ik hoor graag daar een reactie op. Dan gaan we naar wonen, hoofdstuk 2. Het is mooi dat die groei na 40.000 is losgelaten, daar stonden wij ook niet achter. Maar, want groeien om de groei, daar heb je niks aan. Maar je wil wel groeien om je voorzieningen te behouden. En betaalbaarheid voert in dit hoofdstuk de boventoon en wie kan het daar nou niet mee eens zijn? Prachtig. Maar nu, hoe ga je dat dan ook waarmaken? Dat lees ik zo nog niet terug, maar ik ben wel benieuwd. En ook hier zal in samenhang gewerkt moeten gaan worden. Maar welke kaders en doelen gebruik je dan om grip te krijgen als je die Global Goals los gaat laten? Hoe ga je bijvoorbeeld ervoor zorgen dat er voldoende parkeerplekken, en met name in de binnenstad, maar ook in wijken, komen als je het STOMP-principe, en dat is dat lopen en fietsen en ov voorgaat op autogebruik, gaat loslaten? Gaat dat niet ongelooflijk veel geld kosten? Wat kost een extra ondergrondse parkeergarage bijvoorbeeld wel? En weet je, zo'n parkeergarage bijvoorbeeld.
Terwijl iedereen intussen wel weet dat hoe meer voorzieningen je maakt voor auto's, hoe meer auto’s er komen en daar gebruik van gaan maken. Want iedereen weet, elke kilometer snelweg die je extra of extra breed maakt, levert gewoon weer een nieuwe file op. En elke parkeerplek die vult zich weer, zeker als het de gebruiker weinig geld kost. Dat weten we allang. De jeugd heeft de toekomst en uit alle onderzoeken van de afgelopen jaren, want er zijn er al heel wat gedaan, komt het duidelijk naar voren dat de jeugd en veel jonge mensen hier in Oldenzaal een groener Oldenzaal willen. Meer en beter ov, kinderen willen kunnen buitenspelen en de ruimte is schaars. Het is een slecht idee voor de toekomst om de auto nu in de hoofdrol te laten en die in de hoofdrol te laten houden. Want er is heel gemakkelijk scoren nu, maar het is dom en duur. Want we willen wel een aantrekkelijke stad blijven, onze voorzieningen in stand houden. En dat kan vast, maar dan moet je wel een visie hebben. Hoe gaan we dat doen? Beton storten en groen verven? Zoals mijn vader dat altijd gekscherend opmerkte. Of gaan we voor een groen, koel en leefbaar Oldenzaal? Dan hoofdstuk 3, sport en cultuur. Kan ik ook een heel verhaal bij houden, maar mijn collega's hebben dat al gedeeltelijk gedaan.
Daarom wil ik het laten bij, mooi dat de bezuinigingen zo mogelijk worden teruggedraaid, maar dat zo mogelijk, dat mag dan geschrapt worden. Worden teruggedraaid, dat zou mooi zijn. Iets waar ik wel blij van werd, is de duurzame dekking. Tenminste, ik hoop dat ik het goed gehoord heb. Dat als er iets opgezet wordt dat werkt, dat er dan niet omdat het geld op is, er weer mee gestopt gaat worden. Daar maken wij ons als GroenLinks al jaren hard voor, dat als je een zogenaamde pilot of uitprobeersel hebt dat je dan van tevoren ervan uitgaat dat het door moet kunnen gaan. Als het niet werkt, dan stop je, maar niet omdat het geld op is. Je bedenkt van tevoren hoe je ervoor gaat zorgen dat er geld komt om het voort te zetten als het een goed plan is. Dus als dat in het akkoord staat, mooi. Wel wil ik hier weer vanuit integraal werken naar vragen om na te denken, dat moet allemaal integraal, over duurzaamheid. Want verenigingen zijn niet blij met het huren van ruimtes van de gemeente met bijvoorbeeld enkel glas. Dan kan je ze … Als ze zich dan blauw betalen aan de stookkosten of in de kou moeten zitten, dan is aandacht voor de huurprijs, wat dan wel in het akkoord staat, natuurlijk heel belangrijk. Maar als je vervolgens toch de verwarming niet kunt betalen, ben je net zo ver van huis. Dus duurzaamheid is daar ook belangrijk.
Clubs en verenigingen, wijken, dat is Oldenzaal, hoofdstuk 4. Veel mensen voelen zich thuis in hun wijk en ze hebben behoefte om elkaar te ontmoeten. Veel wijkcentra zijn al verdwenen en de ontmoetingsplekken die er wel zijn, worden ook niet altijd goed benut. Wellicht is een schone taak om juist nu niet alleen initiatieven vanuit de wijken te ondersteunen, maar ook zelf daar actief stappen in te zetten. Daarop wens ik de coalitie ook veel succes mee. En verder in die wijken ook, wat ik erin lees, is dat auto hier ook een hoofdrol speelt. Logisch, want in een stad met matig openbaar vervoer heb je dat ding best hard nodig. Maar als je dan mensen vraagt wat ze echt belangrijk vinden, een auto pal voor de deur of veilige en fijne plekken voor hun kinderen om te spelen? Dan zijn de meeste mensen best bereid om ook over veilige en prettige speelplekken na te denken. Verkeersveiligheid -16-
vinden ze opeens ook heel belangrijk in hun wijken en dat er goed en veilig gefietst kan worden ook. En daarom nogmaals vanuit dat idee, laat de auto niet ons openbare leven en onze leefomgeving dicteren en laten we niet alle openbare ruimte laten innemen door parkeerplekken. Op het gebied van asiel, hoofdstuk 5, wordt door het college de huidige koers voortgezet. Die koers vond en vind, deze vind ik beschamend. Het is een koers van uitstel in de hoop dat er ooit van uitstel afstel gaat komen. Hoe kan het nu dat een welvarende gemeente als Oldenzaal niks wil doen voor vluchtelingen? Het opnemen van statushouders in onze gemeenschap verloopt namelijk heel goed. Wij kunnen dat, wij doen dat goed. En vluchtelingen laten we in de kou staan, als ze niet uit Oekraïne komen. Wat is dat voor onzin? Om te beginnen, is het gewoon onze wettelijke taak om deze mensen op te vangen. En mag ik dan van de wethouders vragen om zich gewoon aan de wet te gaan houden? En naast dat wij dit gewoon moeten, hebben we ook een verantwoordelijkheid. Niet alleen naar deze vluchtelingen, maar ook naar andere gemeentes en gemeentebesturen. Nu laten we anderen de protesten en de klappen opvangen en we leunen zelf achterover. Hoe solidair is dat? Ik heb toch echt een ander beeld bij solidariteit dan een ander het werk laten doen en zelf achteroverleunen.
Mijn vraag is, wanneer gaat u de spreidingswet uitvoeren, college en dus aan de slag voor vluchtelingenopvang? En hoofdstuk 6, zorg en ondersteuning. Ik houd het niet kort vandaag. Een integraal plan, daar is een start mee gemaakt. Volgens mij is dat bestaand beleid. En daar zien wij de voordelen van. Inzet op preventie, laagdrempelige toegang en toekomstbestendigheid, zodat mensen, jong en oud, snel geholpen worden en snel weten waar ze aan toe zijn. Mooi zo. 7, jeugd en onderwijs hangt daarmee samen. Goed onderwijs en ruime kansen voor alle kinderen om zich te ontwikkelen, zijn de basis voor onze stad. Kinderen en de jeugd zijn onze inwoners van de toekomst en die hebben ze nog voor zich. Ze moeten alle ruimte krijgen om wat van hun leven te maken en goede en toegankelijke voorzieningen zoals scholen zijn daar een voorwaarde voor. Scholen kunnen het centrum van een wijk vormen, het hart van een wijk voor alle wijkbewoners. Want als je dit stuk leest, krijg je wel eens het idee dat Oldenzaal bestaat uit de binnenstad. Dat alleen daar het geld verdiend wordt, dat daar de activiteiten plaatsvinden en dat daar ook weer het parkeren en dus de auto, ik blijf erop terugkomen, het belangrijkste in het leven van de inwoners is. Het allerbelangrijkste, maar het mag niks kosten. De vervuiler betaalt, hoorde ik mijnheer Yalmar zeggen.
De vervuiler betaalt, maar niet in het geval van parkeren. De voorzitter: Dat is … Mevrouw Oorthuis: Excuses, mijnheer Mekelenkamp zijn … De voorzitter: Excuses hoeft niet, maar het is wel in deze raadszaal de gewoonte om de achternaam te gebruiken. Mevrouw Oorthuis: Ik zal eraan denken. Maar het mag dus niks kosten, dat is het idee erachter. Maar in deze gemeente betekent dat dat iedere inwoner en dus ook alle inwoners die geen auto kunnen rijden, geen auto bezitten, niks met auto’s hebben, moeten betalen voor het gemak van goedkoop parkeren in de binnenstad. Terwijl er niet eens een echt probleem is. Er staat een complete verdieping van een parkeergarage leeg en op de fiets is het in wereldstad Oldenzaal echt nooit meer dan 10 minuten naar het centrum. Wil je meer bezoekers naar deze mooie binnenstad halen, want mooi is die wel, dan ga je vooral voor een langer verblijf in het centrum. Met naast een top horecaplein, wat er gewoon is en wat we hebben en waar we trots op zijn, kun je ook ruimte maken voor verkoeling en vermaak en voor speelplekken voor kinderen. Bankjes, groen, water, het Singelpark dus. Niet minder, maar juist meer aandacht hiervoor. Want dan heb je een schoon en een veilig Oldenzaal, hoofdstuk 9. Veilig is het zeker, want er is niet echt een probleem met de veiligheid en nu gaan we een plan dus opstellen voor een veiligheidsbeleving.
Prachtig, leuk en aardig, maar -17-
vooral de verkeersveiligheid is iets waar mensen zich echt zorgen over maken. En die wordt er niet beter op als we de auto in de hoofdrol laten. Het fietstunneltje bij De Thij bijvoorbeeld, dat wordt heel vaak genoemd. Dat is vooral heel erg eng, omdat wanneer je eruit komt en je rijdt de Vondellaan, Johanna van Burenlaan op, dan komen de auto's met 50 kilometer per uur aanrijden. En wanneer gaan we nou eens haast maken om binnen de kom alles 30 te maken? Dat zou de veiligheid echt ten goede komen. Heel kort over werk en ondernemen. Het economisch klimaat is volgens mij in Oldenzaal prima. Er is meer dan genoeg werkgelegenheid en laten we vooral bij gebrek aan ruimte, want Oldenzaal is niet zo groot, ondernemingen aantrekken die werk bieden aan Oldenzalers, kleinschalige en duurzame ondernemingen en familiebedrijven en die dan voldoende ondersteunen. Laten we de Jufferbeek zo groen mogelijk houden, met eventueel ruimte voor wonen. Als laatste financiering. Zo te lezen, moet er ruimte komen voor lastenverlichting. Betekent dat dat de mensen geld terug gaan krijgen? Is nu al de vraag, hoor ik in de gemeente. Of dat de gemeentelijke belastingen niet omhooggaan? De parkeerkosten mogen ook al niet omhoog. Het klinkt leuk, maar waar gaan we al die plannen dan van betalen? En ten slot lees ik, we onderzoeken … Er staat, ik citeer het even uit het coalitieakkoord.
We onderzoeken of we het Klimaatakkoordprogramma kunnen herijken. Zo laten we de financiële middelen beter aansluiten bij de behoefte van onze inwoners. Daar werd ik wel blij van, ik zal je vertellen waarom. Volgens mij hebben Oldenzalers behoefte aan droge voeten, schone lucht, goede bereikbaarheid, ook als je geen auto kunt rijden. Minder hittestress, een gifvrije grond, geïsoleerde huizen, een lage energierekening en een fijne woonomgeving, ook voor hun kinderen in de toekomst. Dus als dat ermee bedoeld wordt, hartstikke mooi. Want ook als je niet gelooft dat de mens invloed heeft op het klimaat, zul je toch moeten dealen met klimaatverandering zoals die er nu is. Extreme regenbuien, hoge temperaturen, de afname van de biodiversiteit, als je niks doet. Tel daarbij op de hoge prijzen van olie en gas, want vrede is nog ver te zoeken in de wereld, helaas. En ook als je denkt dat die oneindig beschikbaar zijn, duur zijn ze sowieso. Het is niet makkelijk om altijd de blik op de toekomst te houden, want het doen wat nu tot tevredenheid stemt, is merkbaar makkelijk. En lijkt vaak goedkoper, maar dat is schijn. Ik wil daarom voorstellen dat we in deze gemeenteraadszaal een permanente plaats maken voor de toekomststoel van de grootouders voor het klimaat.
Die toekomststoel is een symbool om de rechten van alle toekomstige generaties in het oog te houden bij alle besluitvorming die plaatsvindt. Wethouder Rödel heeft deze vorig jaar in ontvangst genomen. Je kijkt mij aan, maar … De voorzitter: Gaat u vooral door. Ik hoop dat u nu tot een afronding komt. Mevrouw Oorthuis: Ik kom tot een afronding. Van de jeugdraad. In de aanwezigheid van de jeugdraad heeft ze deze stoel in ontvangst genomen. En ik zou hem heel graag hier in onze raadszaal hebben, bij elke vergadering, zodat wij de toekomstige generaties in al onze besluiten mee kunnen nemen. En dan wil ik aan het college er vast een hele kleine stoel van de toekomst aanbieden. Die kunnen ze dan in de collegezaal zetten. … Alstublieft. Om aan de toekomstige generaties te denken. De voorzitter: Ik hoorde een punt. Dank u wel. Ik ga door naar mevrouw Kamphuis en ook voor haar is het de maidenspeech. Mevrouw Kamphuis-Ankoné: Voorzitter, ik zal het iets korter houden. Allereerst feliciteert D66 Oldenzaal de coalitiepartners met het bereikte akkoord. Er is door de partijen voor ons al heel veel over dit akkoord gezegd, in een aantal opmerkingen konden wij ons ook goed vinden. De kernwoorden van het akkoord, doordacht, dichtbij, duidelijk en daadkrachtig, vinden wij sterk gekozen.
Ook voor D66 zijn duidelijke communicatie, transparantie en betrokkenheid van inwoners belangrijke uitgangspunten. Toch missen wij 1 waarde die wat ons betreft onmisbaar is voor het -18-
toekomst van Oldenzaal, namelijk solidariteit. Solidariteit betekent de bereidheid om lasten, middelen en verantwoordelijkheden met elkaar te delen. Bij het lezen van dit akkoord vragen wij ons af of die solidariteit voldoende zichtbaar is. Zijn we vooral solidair met wat we al kennen en hebben of ook met nieuwe inwoners, toekomstige generaties en onze omgeving? Wij hechten net als de coalitie veel waarde aan wat Oldenzaal kenmerkt, onze verenigingen, tradities en het naar elkaar omkijken. Het noaberschap is een kracht van onze stad. Maar solidariteit betekent ook openstaan voor verandering. Groei, vernieuwing en diversiteit maken de gemeenschap sterker. Bovendien staat Oldenzaal niet op zichzelf. Gemeenten zijn steeds meer van elkaar afhankelijk. Wij maken deel uit van Nederland, Europa en een wereld. Vanuit die gedachte hebben wij eerder ook al aangegeven dat wij vinden dat Oldenzaal zich aan de spreidingswet moet houden. Niet alleen omdat wetten nageleefd moeten worden, maar ook vanuit solidariteit met mensen die hebben moeten vluchten en ook met gemeenten die momenteel een groot deel van deze verantwoordelijkheid dragen. Diezelfde blik naar buiten missen wij ook als het gaat over samenwerking. We lezen meerdere keren dat samenwerking alleen wenselijk is wanneer dit direct in het belang is van onze inwoners.
Natuurlijk moeten de belangen van onze inwoners vooropstaan, maar duurzame samenwerking vraagt ook om geven en nemen. Goede regionale en landelijke samenwerkingen leveren op de lange termijn voordelen op voor iedereen. Wij missen op dit punt een duidelijke visie op de toekomst en op de rol die Oldenzaal daarin wil spelen. Ook het woord herijken komt veelvuldig terug, met name als het gaat om klimaat en duurzaamheid. Zo wordt voorgesteld om afstand te nemen van het STOMP-principe, om autogebruik niet te willen ontmoedigen. Daarbij dreigen de voordelen van lopen en fietsen uit beeld te raken. Investeren in veilige fiets- en wandelroutes draagt niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan gezondheid, leefbaarheid en minder parkeerdruk in de binnenstad. Hetzelfde geldt voor energieneutraal bouwen. In een tijd waarin energieprijzen onzeker blijven en geopolitieke spanningen toenemen, biedt een lagere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voordelen die verder gaan dan alleen duurzaamheid. Lagere bouwkosten zijn heel belangrijk, maar zouden niet het enige criterium mogen zijn. Over wonen zijn wij positiever. Het is goed dat er ambitie wordt getoond op woningbouw en dat er aandacht is voor verschillende woonvormen. Ook de nadruk op betaalbaarheid waarderen wij. Tegelijkertijd plaatsen wij een kanttekening bij het gebruik van de NHG-norm als maatstaf voor betaalbare koopwoningen.
De huidige NHG-grens ligt rond de 470.000 euro. Voor een woning in die prijsklasse is een inkomen nodig dat echt ver boven dat van de gemiddelde starter ligt. Wie echt jongeren aan Oldenzaal wil binden, zal dus ook woningen moeten realiseren die voor starters daadwerkelijk bereikbaar zijn. Juist in een gemeente die te maken heeft met vergrijzing, is dat geen luxe, maar een noodzaak. Tot slot willen we stilstaan bij de financiële haalbaarheid van dit akkoord. Er staan veel plannen in die op zichzelf aantrekkelijk klinken, maar waarbij niet altijd duidelijk is hoe deze moeten worden betaald. Tegelijkertijd weten we dat het ravijnjaar er in 2028 aankomt, waarin we miljoenen minder gaan ontvangen vanuit het rijk. Dat vraagt om realisme en duidelijke keuzes. Wij vragen de coalitie daarom om niet alleen ambitieus te zijn in haar plannen, maar ook transparant over de financiële consequenties daarvan. Alleen bezuinigen op maatregelen uit het Klimaatakkoordprogramma gaat zeker niet voldoende geld opleveren. Voorzitter, D66 Oldenzaal kijkt uit naar een constructieve samenwerking in deze raad. Daarbij hopen we dat er niet alleen aandacht blijft voor de mensen die het hardst hun stem laten horen, maar juist ook voor de Oldenzalers die minder zichtbaar zijn.
Uiteindelijk is een sterke gemeente niet alleen doordacht, dichtbij, duidelijk en daadkrachtig, maar ook een gemeente die verder kijkt dan haar eigen grenzen en klaar is voor de toekomst. De voorzitter: Hartelijk dank. Het voorstel vanuit de voorzitter is om even 10 minuten te schorsen. Dan kan het water wat op de tafels staat ook ververst worden. Dan kunt u ook even eventueel gebruikmaken van het toilet. Dus over 10 minuten. Ik heb op mijn … Laten we zeggen, het is nu 21.10 uur, 21.20 uur gaan we weer door. Ik schors de vergadering voor 10 minuten. -19-
Schorsing De voorzitter: Als ik iedereen weer uit mag nodigen om te gaan zitten, dan wil ik de vergadering heropenen. Ik heropen de vergadering. En daarmee zijn we aanbeland bij de tweede termijn bij dit agendapunt. En ik begin weer in dezelfde volgorde en we eindigen dan met eventueel het college om ook een reactie te geven. Maar ik begin bij Solidair Oldenzaal en mag weer vanaf die plek. De heer Demir. Wellicht overbodig, maar korte interrupties zijn toegestaan. Maar dat heeft u ook in de briefing voor deze avond aangetroffen. Korte interrupties zijn dus toegestaan. De heer Demir. De heer Demir: Voorzitter, allereerst wil ik de inbreng van alle partijen, bedanken voor de kritische blik. Ik wil wel even meegeven dat wij absoluut niet bang zijn om keuzes te maken. Dus allereerst wil ik dat voorop gezegd hebben. Het gaat ons er juist om, en dat wil ik ook benadrukken, dat wij hier als raad, maar ook de inwoner, dat wij juist die inwonersparticipatie, maar ook vanuit de raad, de input willen hebben. Dus daarom denk ik ook dat het juist ergens ook een compliment is dat het coalitieakkoord ruimte biedt, waar andere plannen ook ingebracht kunnen worden. Ik wil het een beetje algemeen houden, dus ik ga niet in per partij of wat dan ook. Maar ik kreeg mee dat er veel onderzoek of dingen uitgevraagd moeten gaan worden. Dat klopt, want heel veel heeft te maken ook met de financiën.
Financiën, dat is niet direct gelijk inzichtelijk te maken. Dus dat is waar wij eigenlijk tijdens de formatie ook er continu hebben geschakeld met de ambtelijke organisatie. Hebben wij ook elke keer benadrukt van, kan iets of kan iets niet? Dus al die zaken die worden op dit moment ook een beetje uitgezocht. Dus als ik nu iets ga beloven aan de voorkant, dan krijg ik straks weer alle partijen op mijn dak van, je hebt dit beloofd en dat gedaan. Dus dat wil ik even vooropgesteld hebben. De voorzitter: Ik was even op zoek naar een natuurlijk moment om een interruptie toe te staan. Ik heb maar even deze passage van u als natuurlijk moment gezien. Maar ik zag in ieder geval de heer Christenhusz. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Heel mooi om van de fractievoorzitter van de grootste partij in het college te horen dat hij niet bang is om keuzes te maken. Dan daag ik u uit om vanavond direct al 1 keuze te maken. Volgens mij een keuze waarvoor u niet naar de inwoners terug hoeft. Want u hebt daar echt groots mee op de billboards gestaan, namelijk die wat u noemt bezuinigingen, die lastenverzwaring in de toekomst, om die van tafel af te vegen.
Als u nu een man bent en uw fractie gaat ergens voor staan, als grootste fractie in het college, doet u nu een spijkerharde toezegging dat u die bezuinigingen, die taakstellende verzwaringen voor de komende tijd van tafel afhaalt. Dan maakt u een duidelijke keuze naar uw inwoners toe. En nogmaals, volgens mij hoeft u daarvoor niet de stem van de Oldenzaalse inwoner op te halen. Dat hebt u namelijk al gedaan. De voorzitter: Helder. De heer Christenhusz: Die mensen hebben op 18 maart op u gestemd. De voorzitter: Ik ga nu weer naar de heer Demir. De heer Demir. De heer Demir: Klopt, we hebben eigenlijk ook wel de inwoners meegenomen in het hele verhaal. Maar ik moet erbij … Je kunt natuurlijk niet zonder enig overleg of de financiën in kaart gebracht te hebben, kan ik niet hier gaan roepen dat het een akkoord is. Daar gaan vele andere mensen over, daar ga ik niet alleen over. Dus ik vind, wat dat betreft voel ik me zeker wel de man, dus dat moet ik helaas nog wel even pareren.
-20-
De voorzitter: Ik ga even naar de heer Mekelenkamp, want die wilde ook reageren. En ik heb uw hand ook gezien. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Christenhusz. Als hij dat zo graag wil doen, waar haalt hij de structurele dekking vandaan? De voorzitter: Dan kan de heer Christenhusz dat meteen in zijn bijdrage meenemen. De heer Christenhusz: Voorzitter, die vraag die had ik natuurlijk van de heer Mekelenkamp verwacht. We hadden anders ook met een motie gekomen misschien wel op dit punt. Maar dat heeft in dit geval niet zo heel veel zin, omdat we het raads- of het coalitieakkoord in feite voor kennisgeving aannemen. Dus we zullen uw plannen in het uitvoeringsprogramma ook zeer zeker op dit aspect gaan toetsen. En u mag van ons verwachten dat als u zelf als coalitie niet met dit punt gaat komen, dat wij in samenspraak met misschien andere partijen dan wel met dit punt gaan komen en dan ook op dat moment er dekking aan zullen gaan geven. Op dit moment nog geen station wat we willen pakken, omdat er toch geen besluitvorming voorligt. De voorzitter: U mag daarop reageren en ik zag ook mevrouw Ter Mors. Eerst de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, de bevlogen bestuurder als de heer Christenhusz heeft, geloof ik dat hij met een goede dekking gaat komen, in ieder geval met een dekking gaat komen.
Of het een dekking is waar hij en mijn partij, of in ieder geval misschien ook wel de meerderheid in de raad, het eens over gaan worden, daar durf ik mijn twijfels bij te stellen. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Ter Mors. Mevrouw Ter Mors: Ik heb ook een vraag voor de heer Christenhuis. De voorzitter: Christenhusz, het is Christenhusz. Mevrouw Ter Mors: Christenhusz, mijn excuses. Zijn collega gaf net aan, nat is hoe nat? Wij gaan ernaar kijken, dat is het onderzoek. Dus hoeveel er teruggaat, dat is de vraag. Daar kunnen we nu niet over antwoorden. Dus dat zal moeten wachten. De voorzitter: Ik ben even op zoek naar de vraag, maar wellicht dat de Christenhusz daarop wil reageren. En dan heb ik mevrouw Kamphuis ook gezien. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dat was exact mijn vraag, voorzitter, wat is de vraag? De voorzitter: Zou u daar nog een antwoord op willen geven? Mevrouw Ter Mors: U stelt net de vraag, nat is hoe nat? Ik stel hem terug. U vraagt een besluit, maar waarop, hoeveel? Dat weten wij niet. Daar komen we op terug. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis-Ankoné: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan mijnheer Demir. Hij noemt net financiën en dat er onderzoek moet komen. Maar ik vond het opvallend te lezen dat er in het akkoord staat dat de parkeertarieven niet verhoogd zullen gaan worden.
Eerder dit jaar is er unaniem een motie aangenomen waarin gezegd werd, het parkeerbeleid moet onderzocht worden en herzien. -21-
Hoe ziet u dat gebeuren? Dus enerzijds wordt er gezegd, er is al gezegd, er moet onderzoek gedaan worden naar verkeer en parkeren. En anderzijds zegt u nu, we gaan het parkeertarief niet verhogen. De voorzitter: Gaat u uw gang. De heer Demir: Volgens mij, naast dat de gemeente heel veel reserve heeft overgehouden, is dat eigenlijk ook helemaal niet aan de orde om daar überhaupt over te discussiëren. Maar qua parkeren, volgens mij hoef ik hier niet te zeggen, maar zat het hier bomvol en voelden we ons allemaal volksvertegenwoordigers. En op het moment als iets de inwoner tegenzint, dan hebben we ook wel ergens, is dat ons adviesorgaan. Dus daarmee wil ik hem eigenlijk ook wel een beetje afsluiten. Want de inwoner gaat natuurlijk over hoe de raad ook af en toe zijn inbreng doet. De voorzitter: Gaat u verder met uw bijdrage. De heer Demir: Volgens mij had ik al wel aangegeven dat we de financiën zorgvuldig eigenlijk willen uitzoeken en dat we helemaal niet op voorhand al gelijk overal duidelijkheid in kunnen verschaffen. Want wij hebben ook in de nieuwe portefeuille, bestuurlijke vernieuwing, daar staat letterlijk de inwonersparticipatie. En als wij de inwoner echt willen betrekken bij bepaalde zaken, dan hebben we los van de inwoner, ook de raad bij nodig om daar überhaupt invulling aan te geven.
Dus wij hebben inderdaad in onze campagne heel veel aangegeven, net zoals dat de WG in haar campagne twee weken of een week voor verkiezingstijd heeft aangegeven dat ze de verenigingen willen tegemoetkomen. Dus daar kunnen we elkaar gewoon goed in vinden, dus daar zijn we heel blij mee. De voorzitter: U maakt nu een punt, maar volgens mij kunt u rustig doorgaan met uw bijdrage. Ik zie nog wel een bescheiden vinger, dat wel. Maar mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis, per interruptie. Mevrouw Oorthuis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag. Ik hoor u over inwonersparticipatie en vernieuwing, maar kunt u daar dan een voorbeeld van geven wat voor nieuwe vorm van inwonersparticipatie u voor ogen heeft? Want daar ben ik nou echt zo benieuwd naar. De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Kijk, nieuw is het niet, Stem van Oldenzaal. Maar wel nieuw is de invulling hoe we dat gaan invullen met elkaar. En de belangen ten opzichte van elkaar ook overzichtelijk aan de inwoner willen laten zien. Dus dat is eigenlijk al een voorbeeld. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Egberink. De heer Egberink. De heer Egberink: Voorzitter, dank je wel. Ik was wel nieuwsgierig. De Stem van Oldenzaal is inderdaad niet nieuw. Zijn er ook nog andere manieren van participatie onderzocht? Een burgerberaad of iets anders wat … Want dit lijkt wat karig voor de ambities die heeft.
De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Ik wil hem eigenlijk wel een beetje meenemen, in de zin van, dat wij hier met zijn allen als raadsleden ergens een taak hebben. Een taak, een van de belangrijkste taken die ik voor mij zie in ieder geval, en dat mag u invullen zoals u dat zelf wil, is volksvertegenwoordiging. Dat betekent niet dat ik niet op alle plekken in Oldenzaal kom, maar juist daar waar de mens is mijn gezicht laat zien en ook de inwonersparticipatie aan die kant meeneem. Dus dat is echt ook soms gewoon face to face juist. En wij zijn allemaal volksvertegenwoordigers en uiteindelijk heb je een controlerende taak -22-
en zijn we hier verantwoordelijk ook voor de kaderstelling. Dus wij maken hier gezamenlijk straks de invulling ook misschien wel voor het uitvoeringsprogramma en daar hebben we elkaar allemaal voor nodig. En daar wil ik het bij laten, volgens mij. De voorzitter: Volgens mij, de heer Egberink had nog een tweede interruptie. De heer Egberink. De heer Egberink: Voorzitter, dank je wel. De voorzitter: Zou u de microfoon iets meer naar u toe kunnen … De heer Egberink: Dan kunnen wij elkaar de hand schudden. Wij zijn het daarover eens. We moeten dicht bij die inwoners komen, daar worden … Daar zijn de verhalen, daar moeten we de steun ophalen. Tegelijkertijd is een ambitie van participatie, u kunt niet overal zijn. Stem van Oldenzaal is daarin een mooi middel. Tegelijkertijd, u noemt net het parkeren. Het kan niet zo zijn dat als het een keer niet uitkomt en de zaal zit vol, dat we dan wel ineens luisteren, maar die stem die we niet horen, die we ook misschien niet kunnen ophalen, dat die geen plek krijgt. Hoe gaat u ervoor zorgen dat ook die een stem krijgt? De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Allereerst wil ik aangeven dat als hier de zaal vol zit, dat dat hartstikke mooi is. Maar als dat dus gebeurt, dan hebben we toch ergens iets niet goed gedaan in die volksvertegenwoordiging. De voorzitter: Mevrouw Oorthuis. En dan zou ik zeggen, gaat u weer verder met uw betoog.
Maar eerst nog mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis: Dat ben ik dus niet met u eens. Er zijn altijd bevolkingsgroepen hier in Oldenzaal die precies de raad weten te vinden en die ook altijd hun stem wel laten horen als er iets aan de hand is. En die mensen die tref je dan hier in de raadszaal aan, maar die spreek je sowieso. Het gaat nou juist om dat je een nieuwe vorm van participatie … Dat dat beloofd is, vernieuwing en dat hoor ik gewoon niet en dat vind ik echt bijzonder jammer. De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Ik heb mijn maidenspeech volgens mij al gehad, maar ik denk niet dat ik hier eigenlijk over mezelf moet gaan vertellen. Maar ik heb wel echt het gevoel dat ik in alle lagen van de maatschappij heel laagdrempelig benaderbaar ben. En of het nou die ene vluchteling is of die inburgeraar of aan de andere kant die advocaat die aan de andere kant zit, ik heb mij te verlagen en te verhogen als volksvertegenwoordiger in al die schalen. Dus ik houd daar zelf niet van om te zeggen, maar het is aan de inwoner te beoordelen of ik dat goed doe of niet. En volgens mij zijn we allemaal gekozen als raadslid en daar mogen we hartstikke trots op zijn. De voorzitter: Gaat u verder. Ik wil eerst de heer Engin nog even een verder betoog laten houden en dan komen we weer terug om te kijken of er nog punten zijn die nog aandacht behoeven.
Maar volgens mij is het goed dat de heer Engin eerst nog eens even verder gaat, Demir, excuus, met zijn betoog. De heer Demir. De heer Demir: Ik heb eigenlijk door de vragen al het meeste wel een beetje kunnen beantwoorden, dus het zou wel saai zijn als ik het ga herhalen. Wij zijn wel … Op dat punt van de heer Egberink wil -23-
ik wel even terugkomen. De buurthuizen, eigenlijk iets in die richting hoorde ik. Daar ben ik eigenlijk ook wel voorstander van en ergens gebeurt dat ook wel, maar dat mag wel iets verdikkender en daar kunnen we elkaar in de komende periode echt wel in vinden. Alleen nogmaals, als we nu al beslissingen gaan maken wat consequenties heeft, daar wil ik straks niet tegenaan lopen. Dus dat gaan we mooi samendoen dan. De voorzitter: De heer Egberink. Dat was een uitnodiging. De heer Egberink: Dus die hand, die steek ik uit en dan gaan wij elkaar vinden. Voorzitter, dan wat ik toch vreemd vind, is dat u zegt continu, wij zoeken die financiële dekking. Ik had niet anders verwacht, zeker met de VVD erbij. Maar hoe kan het dan dat het zwembad structureel nu al bekostigd wordt? Hoe kunnen besluiten nu al genomen worden, waarvan ik nog niemand heb gehoord dat die gedekt zijn? Dat kan wel, maar een buurthuis, die komt, daar houd ik u aan, maar die verenigingen een onderzoek. Ik begrijp het niet meer. De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Een zwembad is eigenlijk in alle gemeentes niet een manier van denken van financieel haalbaar of niet. Het kost de gemeente altijd geld. En op het moment als wij dat vinden met elkaar dat we dat belangrijk vinden, dat we allemaal hier een zwembad hebben, dat de jeugd hier zwemonderwijs kan krijgen.
Maar ook dat de ouderen daar een soort sociale ontmoetingen of, ook al is het de aquajoggen of wat ze daar allemaal doen, dat vinden wij inderdaad wel belangrijk. En hetzelfde geldt eigenlijk … Maar dan loop ik een beetje op de zaken vooruit, want ondertussen was er ook bij ingekomen stukken iets over De Höfte. Een kinderboerderij, ik vind het geweldig. Maar als wij dat straks moeten bekostigen, dan moeten we daar wel over in debat. En dat zijn ook van die zaken, dat wil je of dat wil je niet. Dat het geld kost, dat weten we. En daar kunnen we dan iets duidelijker zijn. De voorzitter: Dank u wel. Kijk even of u nog meer tijd nodig heeft, want ik had ook de heer Christenhusz nog aangegeven dat hij nog zijn gelegenheid krijgt. Ik kijk eerst even hier deze kant. De heer Christenhusz, want ik had u beloofd dat … En dan kijk nog even of er nog anderen zijn. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik parkeer mijn vraag even, want ik denk dat het thema straks nog wel aan de orde gaat komen. De voorzitter: Dan kom ik weer bij de heer Egberink terug en ik heb ook mevrouw Oude Engberink gezien. De heer Egberink. De heer Egberink: Dank je wel, voorzitter. Ik ben hier hartstikke blij mee, want dat zwembad is, vinden wij als Partij van de Arbeid ook ontzettend belangrijk. En het siert u weer dat u dat zegt.
En tegelijkertijd ook de moeilijkheid van die financiële keuzes. Ik blijf hem ingewikkeld vinden waarom het ene wel kan en het ander niet. Want ik vind het … U siert het dat u zegt van, mijn fractie vindt dingen belangrijk en dat kost geld. Dat zijn wij met elkaar eens. Laten we de komende periode dan kijken wat we samen nog meer belangrijk vinden en laten we op zoek gaan naar die financiële dekking. Ik denk dat daar onze inwoners het meest aan hebben. Dank je wel, voorzitter De voorzitter: Dank u. Dan ga ik naar mevrouw Oude Engberink.
-24-
Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Na het antwoord van de heer Demir op mijn collega Christenhusz over het terugdraaien van de bezuinigingen van sport, had ik bedacht van, ik ga daar niet op reageren. Maar u sluit nu net af met de woorden, dat wil je of dat wil je niet. En daarbij leg ik hem wel graag bij u terug. Wilt u nu wel of wilt u nu niet die bezuiniging van de sportverenigingen terugdraaien? Want als u dat wilt, had u dat nu vanavond aan ons toegezegd. Want u geeft aan in uw coalitieakkoord, voor het zwembad stellen wij middelen beschikbaar. Dat is een verliesgevend bedrijf. Dat is ook sport, daar komen mensen samen en dat is goed voor het welzijn van de mensen. Maar volgens mij hebben wij tal van verenigingen, sportverenigingen en culturele instellingen waar hetzelfde gebeurt en dat schuift weg in een onderzoek. Dat snap ik niet. De heer Demir: Daar kan ik wel … Sorry. Nog één keer even heel kort? Ik heb hem al. De vereniging … Ik kan daar heel … Als u naar uzelf hebt geluisterd en volgens mij stond er in uw betoog wel iets als de bezuinigingen zijn eigenlijk richting de komende jaren. Er is in bepaalde opzichten nog geen bezuiniging doorgevoerd. Dat klopt, daar kunnen we elkaar in vinden. Dus daarin hebben we ook tijd om te overbruggen. De voorzitter: Ik kijk even rond. Volgens mij kunt u tot een … Kunt u uw betoog verder afmaken. Gaat u verder.
De heer Demir: Ik heb, denk ik alles wel genoemd. Ik was wel een beetje verbaasd over het Global Goals-verhaal. Dit is slechts een instrument. En een instrument kun je eigenlijk naar eigen hand zetten. In de zin, onze partij, onze fractie die heeft ook juist gestreden voor het lokale. Dus wij wilden dat graag lokaal houden en niet opgelegd krijgen. That’s it. De voorzitter: Mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis: Dat is heel mooi, maar dan noemt ze gewoon BUSCO-goals en dan blijft u precies deze Global Goals … Ik heb ze net allemaal opgenoemd. Er was er niet eentje bij waarop ik een reactie van iemand heb gekregen, ook niet een knikje of zo van dat ze erop tegen waren. Misschien kunt u er eentje noemen waar u op tegen bent. Dus u kunt ze gewoon handhaven. De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Wij hoeven niet per se oneens of tegenstrijdigheden te hebben, maar de … Als dat een kwestie van … Volgens mij benoemde ik net al, het is lokaal of het wordt je opgelegd. Wij willen daar zelf invloed op hebben, that’s it. Dus ik weet niet wat u bedoelt. De voorzitter: Ik ga even naar de heer Mekelenkamp, want die had … Toch niet. Dan kijk ik even rond. Dan kom ik weer bij u terecht, de heer Demir. U mag uw betoog verder afronden.
De heer Demir: Als ik hem concluderend mag evalueren, dan denk ik dat wij ook wel een manier van in de raadsvergadering kunnen hebben dat we het daar ook op een open, transparante manier met elkaar over kunnen hebben. En we mogen het best wel oneens zijn en als je goede ideeën hebt, dien ze vooral in. En daar zoeken we meerderheden voor en ik denk niet dat dat heel veel lastigheden moet opleveren. De voorzitter: Dank u wel. Werd als een uitnodiging gezien. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Tijdens onze bijdrage hebben wij twee vragen gesteld aan uw fractie. Een was over het terugdraaien van de bezuinigingen voor sport- en -25-
cultuurorganisaties. En de tweede vraag was van, ging over de groei van Oldenzaal. In uw campagne heeft steeds aangegeven, 33.000 inwoners is genoeg. En nu staat in het coalitieakkoord dat een organische groei prima is en dat het dus ook wel meer mag zijn. Kunt u daar eens op reflecteren vanuit uw fractie? De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Demir. De heer Demir: Organische groei klopt. Dat staat erin en dat zijn we nog steeds voor. Maar volgens mij, als je even de statistieken erbij gaat pakken en ik ga … Ik heb ze niet helemaal paraat, maar de laatste 20, 30 jaar ga je volgens mij met een keer 1000 man of een keer 2000 mensen zijn waar je mee gegroeid bent. Als je dat in je achterhoofd houdt en je wil zo'n groeiambitie van 40.000 erin laten, dan denk ik niet dat dat heel realistisch is. De voorzitter: De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Even voor al de scherpte naar het standpunt van SO en hun manifest. 33.000 inwoners is genoeg. En nu zegt u van dat u voor een organische groei bent. Wat is het nu? 33.000 hebben we, dan is er geen organische groei. Of is er wel een organische groei? En als er wel een organische groei is, dan daag ik u uit nu om een getal te noemen. De voorzitter: De heer Demir. De heer Demir: Ik ga absoluut geen getallen opnoemen, want dat is het domste wat je kan doen.
Maar ik heb net zojuist ook aan uw collega mijn antwoord gegeven en daar houd ik het bij. De voorzitter: Ik kijk even rond. Nog anderen? Niet? Dan dank ik u en dan ga ik naar mevrouw Kielstra. Dank u wel. Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Voorzitter, dank u wel. En dank aan de fractie, die helpen mij mijn pasje mee te nemen, overal aan te denken. En ik ga mijn best doen, want ik merk dat ik dit best een beetje spannend vind. Zo’n mooie maidenspeech, dat is wel te doen, heb je mooi op papier staan. En nu gaan we kijken of ik het een beetje op een rijtje heb kunnen krijgen. In ieder geval zou ik graag iedereen hier in de raad willen bedanken voor jullie feedback op ons akkoord. Want als we alles goed beluisterd hebben, dan is juist gelukt wat we voor ogen hadden. Namelijk, geen raadsakkoord wat helemaal dichtgetimmerd is, wat een jaar geduurd heeft voordat het tot stand is gekomen, maar juist dit hoogover akkoord waar die ruimte blijft voor de raad, voor de input van de inwoners en dus niet alles is dichtgetimmerd. En we horen vanavond al van u wat u allemaal in dat uitvoeringsprogramma terug zou willen zien, dus dat is heel erg fijn. Dat is dus al de input voor het college wat aan de gang gaat de komende periode met het uitvoeringsprogramma. Maar er mag natuurlijk altijd meer input bij.
En ik heb begrepen van het college dat zij het uitvoeringsprogramma zo spoedig mogelijk na het reces zullen presenteren, zodat er in ieder geval tijdens de begroting ook ruimte zal zijn voor de opdrachten en de input vanuit de raad. Dus dat niet dichttimmeren op voorhand, dat is dus gelukt. Dus daarvoor dank en heel erg mooi. Ik heb een aantal vragen gehoord, specifiek aan het CDA Hart voor Oldenzaal. De voorzitter: Als u een momentje heeft? U heeft een interruptie van de heer Christenhusz. Mevrouw Kielstra-Hulsman: De heer Christenhusz.
-26-
De heer Christenhusz: Voorzitter, hoor ik mevrouw Kielstra nu zeggen dat wij een uitvoeringsprogramma gaan behandelen kort na het reces en dat we dan in november de begrotingsbehandeling doen? De voorzitter: Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Zoals ik het net heb doorgekregen, heb ik begrepen dat het uitvoeringsprogramma straks zo spoedig mogelijk na het reces behandeld of in ieder geval klaar zal zijn. De voorzitter: De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: En dat betekent dus dat in de planning- en controlcyclus er een instrument bij gaat komen dit jaar. Want uiteindelijk zal het uitvoeringsprogramma ook nadrukkelijk een financiële onderbouwing moeten kennen. En dat roept dan bij mij en bij onze fractie de vraag op waarom we dan nog in november een begrotingsbehandeling moeten gaan hebben? Want doen we dan niet twee keer over hetzelfde? En een hele goede financiële doorrekening van uw uitvoeringsprogramma, dat kan en dat staat en dat valt met de financiële dekking die daarachter zit. En dan een paar weken later komt u, komt het college met een begroting? Dat is dus eigenlijk wat u als fractievoorzitter van het CDA zegt. De voorzitter: Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit een hele mooie vraag. En om met de woorden van mijnheer Olde Weghuis te spreken, daar komen wij later op terug.
Ik heb daar echt op dit moment geen antwoord op. Ik vind het een hele goede vraag. Ik zal hem doorspelen, denk ik naar het college straks ter beantwoording. En ik zie mijnheer Bouwman wel knikken, wethouder Bouwman, dus daar komt de wethouder straks bij u op terug. Van de WG heb ik wel de vraag gehoord over het masterplan sociaal domein. En het opstellen van dat masterplan is een van de eerste prioriteiten, heb ik begrepen. En dat heeft daarmee te maken, nou pak ik even mijn andere stukje erbij, dat het masterplan al stamt uit 2021, voor zover ik begrepen heb. Toen zat ik nog niet in deze raad. En een aantal doelen daarvan zijn zeker niet behaald of het maatschappelijk effect daarvan is niet voldoende gemeten. En daarnaast zijn er ontzettend veel visies ontstaan. En mevrouw Oude Engberink die noemde er al een heleboel, dus dat klopt helemaal. En soms zijn die opgelegd vanwege een SPUK die er ontvangen is of soms zijn die zelf bedacht hier in deze raad, omdat we dachten daar goed aan te doen. Maar op de vraag aan de ambtenaren, want we hebben bij het schrijven van dit, of bij de onderhandelingen en later bij het schrijven, natuurlijk ook de ambtenaren uit het sociaal domein hierop bevraagd. En daar kwam duidelijk het verzoek wat wij natuurlijk hebben gehonoreerd, om het aantal visies te beperken en juist een overkoepelend plan voor al die leeftijdsgroepen te schrijven.
Waar al die huidige visies onder vallen, als een soort paraplu, een overkoepelend plan. Dus u kunt het zien als een soort vernieuwing van het masterplan sociaal domein. Maar waar dan duidelijk dat integraal werken, en daar heb ik het net al over gehad, hebben we het ook al veel vaker over gehad, waarin dat de boventoon voert tussen de jeugdwet, de wet werk en inkomen en de Wmo. En om deze ontwikkelingen verder vorm te geven, zijn er een aantal zaken nodig die op dit moment nog niet geregeld zijn, namelijk bijvoorbeeld de zogenaamde omgekeerde verordening. En u kunt zich voorstellen dat ik daar wat uitleg voor nodig had om te weten wat dat dan was. En dat is ons door de ambtenaren tijdens de onderhandelingen ook goed uitgelegd, namelijk normaal gesproken werkt een verordening zo dat er eerst een regel is en daarna wordt er gekeken wat iemand krijgt. En bij een omgekeerde verordening, hoe logisch, wordt dat juist andersom gedaan en wordt eerst gekeken wat -27-
iemand nodig heeft en daarna pas welke regels daarbij zouden passen. Dus in het traditionele systeem zou het zijn, u voldoet eigenlijk niet precies aan deze regel, dus u krijgt geen hulp van ons. En de omgekeerde verordening vraagt, wat heeft u nou nodig om mee te kunnen doen? En dan zoeken we daar een oplossing bij. De voorzitter: Dank u wel. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dan even de checkvraag in uw richting, hebt u uiteindelijk een gewijzigd masterplan sociaal domein nodig om die omgekeerde verordening in te voeren? Want ik zou denken, heel loffelijk streven, omgekeerde verordening, liever morgen dan overmorgen. Maar u gaat nu vertellen dat we eerst dat masterplan gaan aanpakken, dat kost tijd. En vervolgens gaan we pas met die omgekeerde verordening aan de slag, want dat zal volgtijdelijk dan uiteindelijk de conclusie moeten zijn. Dus waarom niet dat masterplan wat in essentie volgens mij goed is laten staan en met die omgekeerde verordening aan de slag gaan? De voorzitter: Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde al dat het woord herijken nogal vaak voorkomt in dit akkoord wat voor u ligt. Maar ook dit is de bedoeling dat dat masterplan dus opnieuw herijkt wordt. Omdat we dus dat, de omgekeerde verordening, juist mogelijk willen maken, terwijl dat op dit moment nog niet zo voldoende lukt.
En daarbij kan ik u ook melden dat natuurlijk onze wethouder niet voor niks graag deze zelfde portefeuille wilde houden, omdat het werk hier ook nog niet lang niet klaar is. De voorzitter: Ik ga nog even naar de heer Christenhusz en ik heb de heer Mekelenkamp ook gezien. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dan toch nog even weer de checkvraag. Hebt u een gewijzigd masterplan nodig om de omgekeerde verordening in te voeren? Of kunt u gewoon de omgekeerde verordening als een incidenteel stuk in de richting van de raad brengen? De voorzitter: Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Dank u wel. Nee, dat kan tegelijkertijd, dus dat is een goede checkvraag van u. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik word hier een beetje moe van. De heer Christenhusz, 15 jaar is hij wethouder geweest voor deze gemeente. Daarvoor gaan we binnenkort bedanken, tijdens een welverdiende afscheidsreceptie. Maar dan is er nog maar 1 vraag. Als hij zo graag zo'n omgekeerde verordening wil hebben, waarom ligt hij er nog niet? De voorzitter: De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Voorzitter, heel duidelijk. Ik ben heel blij dat er een omgekeerde verordening gaat komen. Ik geef alleen u als coalitie mee dat je daarvoor geen gewijzigd masterplan nodig hebt. Dat is mijn punt.
-28-
De voorzitter: Dan ga ik weer naar mevrouw Kielstra. De heer Mekelekamp. Jongens, ik zit even te kijken. Ik snap echt heel goed dat we dit debat met elkaar moeten voeren, maar ik kijk ook met schuin oog naar de klok. Maar de heer Mekelenkamp, u wilt nog reageren. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, want ik word er een beetje moe van dat er gewoon mensen die een eerste bijdrage doen hier in de raad … Dat de heer Christenhusz zo meteen en mevrouw Oude Engberink zo fel van leer gaan trekken tegen mij, maakt me geen donder uit. Maar dat de heer Demir en mevrouw Kielstra, die hier vandaag voor de eerste keer staan, dat zij van ervaren bestuurders en ervaren raadsleden als dat de heer Christenhusz en mevrouw Oude Engberink zijn, nu op deze manier hier neer worden gezet. En dat er verwijten naar hun worden gemaakt waarom zij bepaalde dingen niet doen, terwijl er jarenlang die mogelijkheid wel is geweest. Dan vind ik wel dat we daar wel echt wel even stil bij mogen staan. Dus nogmaals de vraag aan de heer Christenhusz, als u het zo graag wil hebben, waarom ligt het er al niet? De voorzitter: De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij was het geen verwijt, maar het was een handreiking in de richting van de coalitie om aan te geven, als je met een omgekeerde verordening wilt werken dat je dat masterplan niet hoeft aan te passen.
Dus je kunt sneller met een omgekeerde verordening aan de slag, wat volgens mij ook de steun van onze fractie krijgt, zonder dat masterplan gigantisch te gaan herijken. Dat was mijn punt. De voorzitter: Mevrouw Kielstra, ik kom weer bij u. Ik ga nu naar mevrouw Kielstra, nu is het genoeg. Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Dank u wel, voorzitter. Dan stel ik voor dat ik verder ga met het beantwoorden van de volgende vraag, namelijk die van de PvdA over de verenigingen en de manier hoe wij daar als CDA Hart voor Oldenzaal blijkbaar nu ineens een andere keus maken. Ook daarin kan ik u vertellen, ik sta hier voor het eerst, maar dat zult u weten. Maar ik weet wel zeker dat de bedoeling was dat de gefaseerde ombuigingen ingevoerd konden worden, wanneer bleek dat de overheid met structurele middelen over de brug kwam. En dat is niet zo. Het zijn geen structurele middelen, maar incidentele middelen. En vandaar dat het onderzoek nodig blijft wat financieel haalbaar is en wat we zouden kunnen faciliteren zonder per se de financiën. Dat heb ik net uitgelegd, in samenwerking, dat soort zaken. En dat komt zo meteen in het uitvoeringsprogramma te staan. En daarnaast zou ik daar nog willen opmerken dat overschotten, zoals in het coalitieakkoord staan, graag terugvloeien naar de samenleving. Maar dat kan op verschillende manieren.
Dat kan rechtstreeks naar de inwoners, maar het kan ook door een doelmatige inzet van de middelen. Dus dat we daarmee Oldenzaal een heel stuk mooier maken, door het geld voor andere zaken te gebruiken die we met zijn allen heel graag willen. En waarbij we natuurlijk alle input van alle inwoners en van jullie als raad meenemen. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee bent u aan het eind gekomen … Mevrouw Kielstra-Hulsman: Daarmee ben ik aan het eind gekomen van volgens mij de beantwoording van de vragen die er voor het CDA waren. De voorzitter: Ik was even aan het checken of dat … Want we moeten elkaar ook non-verbaal goed begrijpen.
-29-
Mevrouw Kielstra-Hulsman: Zeker waar. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de heer Egberink, want ik zag een hele voorzichtige hand. Maar die heb ik dus goed gezien. De heer Egberink. De heer Egberink: Ik zal hem wat agressiever … Ik ben het deels met de heer Mekelenkamp eens, ik wil u niet, net als de heer Demir, aanvallen op ook acht jaar waar u niet bij was. Tegelijkertijd is dat ook ingewikkeld, want acht jaar lang zat uw partij er ook bij en zijn er heel veel dingen niet gebeurd die zo in één keer vandaag in dit coalitieakkoord wel kunnen. Tegelijkertijd vraagt u hier om een onderzoek en vraagt u om het zwembad of over andere dingen die net genoemd zijn, die kunnen ineens wel doorgaan. Dus dat blijft ingewikkeld. Kunt u dan misschien een tipje van de sluier geven van, waarom deze wel een onderzoek, dus de verenigingen wel een onderzoek, maar het zwembad, waar we ook nog geen dekking voor hebben, waarom heeft die het dan niet? Waarom heeft die het wel gered in de onderhandelingen, maar hebben de verenigingen het niet gered in de onderhandelingen? De voorzitter: Mevrouw Kielstra. Mevrouw Kielstra-Hulsman: Ik ben ervan overtuigd dat net mijnheer Demir daar al antwoord op gegeven heeft namens onze coalitie, op deze vraag. De voorzitter: Niet schrikken. Nog één keer en dan gaan we tot een eind komen. de heer Egberink.
De heer Egberink: Dat was volgens mij niet een financieel antwoord, want het was, ik vind het belangrijk. Betekent dat dat u de verenigingen minder belangrijk vindt? Mevrouw Kielstra-Hulsman: Nee, absoluut niet. Sorry, voorzitter. De verenigingen, het Hart van Oldenzaal vinden wij heel erg belangrijk als CDA Hart voor Oldenzaal. Dus wij gaan ook echt op zoek naar manieren, alleen, wij kunnen nog niks beloven. Want wij willen graag juist die betrouwbare coalitie zijn die luistert naar de inwoner, maar die niet belooft wat er niet waargemaakt kan worden. En we zijn een natuurlijk een nieuwe coalitie, want de coalitie waarin we de afgelopen jaren samengewerkt hebben aan een mooi Oldenzaal, die is er niet meer. We hebben een nieuwe coalitie. Dat brengt ook weer nieuwe inzichten met zich mee en de stem van de inwoner die duidelijk ook gevraagd heeft om een stuk vernieuwing, met daarnaast stabiliteit. Ik hoop dat u dat terug kunt vinden in ons akkoord wat hier voorligt. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de VVD, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, laat ik beginnen met mijn blijdschap te uiten dat de uitnodiging tot meedenken goed wordt opgepakt door mijn ambtsgenoten hier in de raad.
Maar tegelijkertijd, als we het hebben over de ambitie die hier voorligt en partijen daar andere gedachten over hebben, dan zou ik … En dan praat ik op persoonlijke titel, maar ik denk dat de rest van mijn partij daar wel hetzelfde over denkt, gelukkig. Hoop ik althans. Dat we dan ook van partijen verwachten dat ze die verantwoordelijkheid nemen en dat ze zeggen van, weet je wat het is? Wij willen deze ambitie niet, wij willen een alternatieve ambitie in het coalitieakkoord hebben of willen dat de coalitie, het college met iets anders bezig gaat, dus we dienen een motie in. Dus met andere woorden, dit is uw kans, grijp hem. De voorzitter: Dat was een uitnodiging. De heer Christenhusz.
-30-
De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. De heer Mekelenkamp weet natuurlijk al wel wat opmerking zal gaan worden. Dan hadden we uiteindelijk in deze raad het coalitieakkoord niet voor kennisgeving moeten aannemen, maar hadden we het moeten vaststellen. Dan heeft het meerwaarde gehad. Wij kunnen op een gegeven moment wel een motie indienen, maar weet je, wat is het coalitieakkoord dan? De raad heeft hem voor kennisgeving aangenomen, niet meer en niet minder dan dat. Dan had er volgens mij besluitvormend over gegaan moeten worden. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, volgens mij is dat in ons reglement van orde, dat zeker ook gedurende de behandeling van een stuk op de agenda van de gemeenteraad, dat het ieder raadslid vrij staat om moties in te dienen, behorende bij dat agendapunt. Als het agendapunt betreft de bespreking van het coalitieakkoord, dan staat het de fractie van de WG nog steeds vrij als de heer Christenhusz het zo graag wil, om een motie in te dienen met een alternatieve dekking voor de bezuinigingen van de verenigingen. Dat staat volgens mij nog steeds in ons reglement van orde, tenzij ik het anders hoor van de griffier. De voorzitter: De Christenhusz, excuus, de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Voorzitter, waar vind ik in het coalitieakkoord de financiële dekking dan? De voorzitter: De heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het coalitieakkoord wat hier voorligt, zoals ik ook mijn bijdrage begon, is een ambitie. Het is niet van, wij gaan … Ik heb vanmiddag vergeleken toen ik met een aantal inwoners in gesprek was. In dit coalitieakkoord staat, wij gaan naar het zuiden. Er staat niet bij of we naar Maastricht gaan, er staan niet bij of we naar Spanje gaan, er staat niet bij of we naar Turkije gaan. Er staat ook niet bij, gaan we met de fiets, gaan met het vliegtuig of gaan we met de auto? Dat kan allemaal nog en dat is aan … Zoals ook mijn oproep tijdens mijn bijdrage aan het college, kom met een uitvoeringsprogramma. Dat hebben ze toegezegd dat ze dat gaan doen en daarmee staat precies van op welke manier dit college invulling denkt te geven aan de ambitie die wij als drie gezamenlijke partijen hebben opgezet. En als de heer Christenhusz denkt dat er een andere ambitie in dit programma moet komen, dan staat het de fractie van de WG vrij om een motie in te dienen. De voorzitter: Ik zag een interruptie van de heer Yildirim. De heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. De heer Mekelenkamp zit er al vier jaar, dus ik hoop dat ik deze vraag mag stellen.
Ik snap dat het ambities zijn, maar wij mogen toch best als raadslid of als fractie of partij verklaring vragen om die ambities, hoe komt u bij die ambities? Waarom maakt u bepaalde keuzes? Een voorbeeld daarvan zijn de Global Goals. Afgelopen zeven jaar hebben wij de Global Goals en de VVD staat er al zeven jaar lang achter. Toen SO vier jaar geleden met twijfels kwam over de Global Goals en bang was dat het een eenheidsworst werd, stond de VVD achter de Global Goals. Wat is er veranderd? En die verklaring willen wij. En zo ook voor andere onderwerpen, wij willen gewoon een verklaring. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dan is de enige vraag die ik aan de heer Yildirim terug heb van, weet hij wat er ambtelijk gedaan wordt met de Global Goals? -31-
De voorzitter: De heer Yildirim. De heer Yildirim: Het gaat nu niet om hoe ze worden gebruikt. Mijn vraag is, u kunt wel steeds vragen terug stellen, en dat zagen we ook bij de andere bijdrages, maar het gaat om de verklaring. Waarom bent u nu opeens tegen het Global Goals? En daar vragen wij een verklaring van, maar die krijgen wij steeds niet. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, toen wij het erover hadden tijdens de onderhandelingen over dit coalitieakkoord, toen werd ons duidelijk gemaakt in ieder geval dat het regelmatig voorkwam … Ik wil niet alle ambtenaren over één kam scheren. Maar dat het regelmatig voorkwam dat de Global Goals bij het einde van een raadsvoorstel, daarna nog even een checkboxje was van, aan welke voldoen we? Dat zijn die en die. En het werd niet doelmatig ingesteld. En juist door het lokaal te gaan trekken, denken wij dat we veel doelmatiger, veel integraler eigenlijk, toch het woord van dit coalitieakkoord, dat we de problemen integraler kunnen gaan bekijken. En dat we weten van, waar hangt allemaal mee samen, waar valt het allemaal mee samen? En daarom denken wij dat een lokale vertaling effectiever, efficiënter is dan het vasthouden aan een opgelegde standaard. De voorzitter: Mevrouw Oorthuis, ik zag ook uw hand.