04b. Transcriptverslag raadsvergadering 2 juni 2026
Tekst van het document
Mevrouw Oorthuis: Het is dus een opgelegde standaard en daar heeft u een hekel aan? Maar weet je? Dat is het verhaal van oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt. Je hebt iets wat gewoon prima werkt. Ik heb ze net opgenoemd, niemand heeft er iets op tegen. En mijnheer Demir kon mij niet uitleggen waarom die nou opeens aan de kant … En u kunt niet uitleggen waarom ze aan de kant moeten. Omdat ze niet altijd perfect gebruikt worden. Maar dat is geen uitleg. Dan moet je beter je werk doen als je ze niet goed gebruikt. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Daar ben ik weer, voorzitter. Ik was even van mijn plaats verdwenen, zonder dat ik er wel daadwerkelijk was. Mevrouw Oorthuis, even terug naar voordat wij de Global Goals hadden, toen hadden we namelijk de Bush-goals. Dus even dat eerlijke verhaal, we kunnen wel denken dat Solidair Oldenzaal tijdens de afgelopen raadsperiode het idee van Bush-goals, dat het heel leuk en heel interessant was en dat het een heel mooie voorspeling was, maar die waren er al. Toen hebben we vervolgens als gemeente Oldenzaal besloten om ons te committeren aan de Global Goals. Vervolgens hebben wij als onderhandelende partijen geconstateerd dat het ons onvoldoende bood, omdat het vaker werd gezien als een invuloefening dan dat het werkelijk werd gebruikt om integraal te kijken naar de problemen die we hebben.
Dus daar hebben wij de keuze van gemaakt, dat willen we niet meer. We willen het lokaal gaan trekken, omdat wij denken dat we daar meer uit kunnen halen. En daarom denken wij, hebben wij in dit coalitieakkoord zo opgeschreven dat wij terug willen naar een lokale vertaling van de Global Goals. De voorzitter: Nog één keer de heer Yildirim en dan wil ik echt naar de volgende passage. De heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Dan constateer ik dat het probleem niet bij de Global Goals ligt, maar bij hoe je het gebruikt. Klopt dat, de heer Mekelenkamp? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. -32-
De heer Mekelenkamp: Als het systeem niet werkt, ligt dat dan aan het systeem of aan de mensen die het gebruiken? En ons betreft is dat in ieder geval, hebben we nu te maken met een systeemuitdaging, de manier hoe de Global Goals werken en hoe we de Global Goals interpreteren. En is er daarom een andere manier nodig om naar te kijken. De voorzitter: Niet op het knopje drukken. Gaat u vooral door. De heer Mekelenkamp: Voor u het weet, ben ik weer weg, voorzitter. Dus laten we dat niet doen. Dan ga ik even van boven naar beneden schuin door de vragen heen die allemaal gesteld zijn. Verenigingen, de vraag van de Partij van de Arbeid over verenigingen. Waarom kan dit nu ineens wel? Wij hebben hier altijd gezegd in deze raadszaal, ook als Oldenzaalse VVD, dat wij die bezuiniging op verenigingen liever niet doorvoeren. Alleen, we zagen er geen structurele dekking voor. Dat de PvdA kwam met het Kwartje van Kramer, zal dat nu misschien de Euro van Egberink gaan worden. Dat is misschien wel een beetje de consequentie ervan. Maar we hebben deze altijd willen dempen, al die bezuinigingen. Want we zien gewoon de impact die het heeft op alle Oldenzalers. En het stond ook in ons verkiezingsprogramma. Daarom hebben wij samen zelfs met de fractie van de PvdA het verduurzaamheidsfonds voor de verenigingen ingediend, juist om de verenigingen te helpen.
Mevrouw Kielstra sprak er in haar bijdrage ook al over. Dat zijn allemaal goede initiatieven hoe wij het verenigingsleven in Oldenzaal op de lange termijn financieel en ook qua kadertechnisch gezien duurzamer willen krijgen. Dan door naar de … De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Egberink. Kort graag. De heer Egberink: Voorzitter, die euro die kon ik niet laten lopen. Maar dat laat ik mij niet aanpraten, voorzitter. Wij gaan hier geen Euro van Egberink introduceren. U heeft een aantal dingen die in dit coalitieakkoord staan die gewoon kunnen. Opnieuw, ik val continu herhaling. Het zwembad kan wel, de verenigingenbezuinigingen kan niet. Wat is dat nou? Leg dat nou eens uit. Hoe kan het ene wel en het andere niet? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dat is verschil van de manier van lezen tussen de heer Egberink en mij. Het coalitieakkoord hebben wij echt geschreven met de gedachtegang, dit is de ambitie, dit is het doel. En zo begon ik ook mijn verhaal, dit is het doel dat wij voor Oldenzaal hebben. Dit is de kant die wij met Oldenzaal op willen. En dat betekent dat wij zeggen, wij vinden, daarbij dit doel, bij een leefbare stad. En zeker als je kijkt naar de gezonde mix van jong en oud, waar we zo meteen nog op terugkomen, als je het hebt over de groeiambities. Dat het nog steeds betekent dat het zwembad daarin belangrijk is.
Dat is de ambitie die we hebben. Tegelijkertijd hebben we ook de ambitie om de lasten voor verenigingen en voor inwoners te gaan verlagen. Dat betekent dat we dat allebei willen, alleen, dat is het uitvoeringsprogramma. Hoe gaan we dat doen, hoe gaan we het regelen? De voorzitter: Nog één keer de heer Egberink, echt nog één keer en dan ga ik weer door met de heer Mekelenkamp. De heer Egberink: Voorzitter, hebben we dan onze eerste coalitie-uitdaging te pakken? Want ik kreeg toch volgens mij net een toezegging van de heer Demir over dat het zwembad sowieso doorgaat. Dat is belangrijk voor de stad. En u schaart zich nu achter een vage ambitie? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. En daarna kunt u uw betoog weer vervolgen.
-33-
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, we hebben nog steeds dezelfde ambitie als volledige coalitie. We willen nog steeds gewoon een mooie, veilige, leefbare, sterke stad hebben en dat staat bovenaan. Laat ik verdergaan met mijn bijdrage. De groeiambitie, ook de vraag van de PvdA. Waarom kan het nu wel, waarom kon het nu niet? Omdat, het doel is voor ons niet om te groeien. Wij willen niet, wij moeten niet mikken op 40.000 inwoners. 40.000 inwoners is niet een doel, iets waar we een prijs voor krijgen, iets waar we weer een beker voor krijgen. Wederom, wij willen die leefbare stad hebben, een gezonde mix van jong en oud. Dat er niet veel mensen zijn die afhankelijk zijn van de Wmo, terwijl er maar weinig mensen zijn die de gelden daarvoor op kunnen brengen. Dat zijn allemaal keuzes die we nu echt willen en moeten maken en dat betekent gewoon dat wij nog wel organisch zullen gaan groeien, zoals de heer Demir het net als zo mooi zei. Maar dat betekent ook dat we keuzes moeten maken in onze woonprogrammering, dat soort dingen allemaal. Maar dat zijn allemaal wel keuzes die nog echt voor gaan liggen de komende jaren. En ook keuzes die ik en mijn fractie niet zullen gaan ontwijken. Het terugvloeien van het geld naar de gemeenschap, ook een vraag van de Partij van de Arbeid. Volgens mij is dat ook een ambitie die wij al meermaals hebben geuit.
Wij willen heel graag zorgen dat als er geld overblijft bij de jaarrekening, dat het terugvloeit naar de gemeenschap. Daarvoor hebben wij het OZB-compensatiefonds afgelopen begrotingsplan, bij de najaarsnota hebben wij die ingediend trouwens, voor de correctheid. Dus daar zijn wij altijd voorstander van geweest. Dat is niet een vraag, waarom kan het nu wel? Dat willen wij graag en dat zullen we ook altijd graag willen. Dan ga ik door naar de bijdrage van GroenLinks. Mevrouw Oorthuis over het schrappen van regels. Welke, waarom en waarom is het nog niet gebeurd? In onze verkiezingscampagne hebben ook met best wel veel ondernemers gesproken en die gaven aan … En ook niet alleen ondernemers, maar ook verenigingen, ook stichtingen. Als je het hebt over een terugkerende evenementenvergunning, waarom moet ik ieder jaar weer dezelfde bijlages invullen? Dat zijn gewoon regels die onnodig zijn, die Oldenzaalse vrijwilligers kwetsen. Die onze vrijwilligers telkens weer door dezelfde molen moeten laten gaan. Als wij daarmee die mensen een stukje verlichting kunnen bieden, zou dat heel fijn zijn. Tegelijkertijd, als we het hebben over de netcongestie, toch ons paradepaardje. Dat betekent wel dat dat ook voor 80, 85 procent een administratief probleem is.
Dat zijn regels die bedrijven tegenhouden om bepaalde initiatieven te nemen, om bepaalde capaciteitscontracten en capaciteitsuitwisseling onderling te gaan doen. Die regels die willen wij graag verminderen. En we willen kijken hoe we daarmee kunnen helpen zodat we die druk op het elektriciteitsnet kunnen gaan verminderen. En dat zijn echt wel concrete voorbeelden, maar dat zijn niet dingen die je over één nacht ijs doet. Dus daarom moeten we een goede en zorgvuldige afweging gaan maken. De voorzitter: Is het … U maakt een punt voor mevrouw Oorthuis. Heel kort, korte interruptie. De heer Mekelenkamp: Even een slok water. Mevrouw Oorthuis: Mag ik daar kort op ingaan? Ik ben heel benieuwd waarom er nog niet mee gestart is als … Dit is niet iets nieuws. Dus dat heb ik nog niet gehoord. En ik, u vindt mij geen tegenstander in het verminderen van regels, als dat regels zijn die overbodig zijn. Maar bijvoorbeeld het aanvragen van evenementenvergunningen, daar hebben we het over gehad en daar zit ook een reden achter waarom dat iedere keer weer moet gebeuren. Omdat er jaarlijks dingen veranderen bij evenementen. Maar u vindt in mij geen tegenstander voor het verminderen van onnodige regels. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Mekelenkamp: Ben in ieder geval blij om dat te horen, voorzitter.
Even één opmerking van GroenLinks, was geen vraag van GroenLinks, over het ontduiken van verantwoordelijkheid op het -34-
gebied van asielzoekers. Het eerlijke geval is natuurlijk wel, als alle gemeenten Nederland hun verantwoordelijk hadden genomen op de huisvesting van statushouders, hadden er nu in Ter Apel niet zoveel mensen 's nachts buiten moeten overnachten. En dat is wel een belangrijk punt dat we hier moeten … We verduiken niet voor onze verantwoordelijkheid, maar de oproep is voornamelijk van richting andere gemeenten, pak allemaal je verantwoordelijkheid op het gebied van statushouders, zodat we die keten kunnen verlichten met ons allen. En het laatste blokje dat is het blokje van veiligheid. Kreeg een opmerking van tweetal kanten. Enerzijds van de WG, over veiligheid, veiligheidsbeleving, dat ze daar meer van hadden verwacht en of we tevreden zijn met die vijfenhalve regel die … Hoe we veiligheid nu beschrijven. Dan heb ik persoonlijk eigenlijk meer een vraag dan een antwoord op deze vraag. De vraag is, waarom vindt de WG dat zo belangrijk? Maar de reden dat ik ook zo vraag, is dat wij in maart of februari van dit jaar nog een raadsvergadering hebben gehad waar we het hebben gehad over een integraal onderzoek naar de veiligheidsbeleving. En de fractie van de WG, zonder enige ruchtbaarheid, zonder enige bemoeienis met de beraadslaging gewoon plotsweg tegenstemde. En als ze dit nu in één keer belangrijk vinden dan vind ik dat op zijn minst gezegd heel bijzonder.
De voorzitter: Wacht even voordat u verdergaat. Ik zag mevrouw Kamphuis, maar ik begrijp dat dit een uitnodiging is voor de WG om te reageren. Eerst de WG en dan kom ik bij mevrouw Kamphuis van D66. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. De heer Mekelenkamp doet het weer op dezelfde wijze. Op de vragen die gesteld worden, stelt hij, geeft hij als antwoord een wedervraag. Volgens mij is het niet aan mij om te beantwoorden wat in de vorige collegeperiode is geantwoord door de fractie van de WG. Mijn vraag was, namens onze fractie, bent u als fractie zelf tevreden over de wijze waarop het thema veiligheid in dit, in uw coalitieakkoord terecht is gekomen? U heeft tijdens de hele campagne daar fantastisch mee uitgepakt. U heeft van allerlei filmpjes online gezet, u heeft daar vol van de Plechelmustoren bijna afgetoeterd. En dan refereer ik ook even aan de vorige periodes die we hebben gehad. Een van uw forumleden heeft in het verleden ook in het kader van straatintimidatie een motie ingediend. We hebben zelf als partij ook nog voor Orange the World gepleit. Maar u heeft in uw campagneperiode gepleit van, veiligheid en veiligheidsbeleving vinden we ontzettend belangrijk.
En dan is mijn vraag van, hoe kan het dat u zelf ervoor kiest om in uw akkoord maar vijfenhalve regen aan dit hele thema te wijden? De voorzitter: Ik ga nu naar de heer Mekelenkamp. Volgens mij is uw vraag duidelijk. De heer Mekelenkamp. De voorzitter: Voorzitter, less is more. Er is binnen de coalitie en binnen de vertaalslag en de ambitie die we hebben, zijn deze vijfenhalve regels duidelijk. En zeker gegeven de moties die bijna raadsbreed aangenomen zijn. Als die allemaal gewoon raadsbreed aangenomen zijn en de uitvoering doorgaat zoals de uitvoering door de voormalige raad bedacht is, dan zijn wij … Dan zijn de huidige samenwerkende partijen daar heel erg echt tevreden over. En daarvoor hoeven wij niet meer dan vijfenhalve regels op te nemen. Dat is een beetje overbodig. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis-Ankoné: Dank u wel. Ik wilde even terugkomen. U noemde net toch even de spreidingswet. We hebben in het coalitieakkoord kunnen lezen dat u zegt, we hebben geen locatie kunnen vinden. Dus dat wekt bij mij dan de vraag op, hoe goed is er eigenlijk gezocht? Ik heb dat eigenlijk nergens kunnen vinden. En vervolgens ook wordt weer genoemd van, we willen graag -35-
samenwerken met buurgemeenten. Dat is misschien een heel goed idee, maar ik heb daar ook niet over gehoord welke concrete afspraken er eigenlijk gemaakt zijn. En er wordt wel heel eenvoudig gezegd van, hier kunnen we niks mee. En ik ben toch heel bang dat dat er straks gewoon dwang komt van een stap hoger. En dan kunnen ze ongetwijfeld wel in één keer een plek vinden waar we misschien niet blij mee zijn. De voorzitter: Helder. Volgens mij kan hij nu naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik zal ingaan in ieder geval op het tweede punt van mevrouw Kamphuis, dat ging over … Wacht even, u heeft twee vragen. Enerzijds heeft u het over locaties gehad en anderzijds ging u in over … Dat was het tweede punt en die ben ik heel even kwijt. De voorzitter: Het tweede punt ging over dat de dwang kan toegepast worden. Volgens mij ging hij daar … Maar goed, mevrouw Kamphuis, ga uw gang. Mevrouw Kamphuis-Ankoné: Het ging over inderdaad een locatie zelf zoeken, aar er stond ook over samenwerken met buurgemeenten. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, wij zien, zeker in college-, coalitieakkoorden of raadsakkoorden zelfs in ook omliggende gemeenten, dat eigenlijk alle die ik voorbij heb zien komen, alle gemeenten pleiten voor een regionale samenwerking.
Dus, en ik denk dat ik namens de die partijen kan spreken als wij ook zeggen dat wij die ambitie hebben om regionaal samen te werken. Omdat dit niet een dossier is waar het makkelijk is om lokale oplossingen te vinden. Juist door de regionale verbinding te zoeken, kunnen wij voor deze vraagstelling betere antwoorden verzinnen dan door het allemaal lokaal te gaan doen. De voorzitter: Volgens mij bent u daarmee aan … Nog één keer de heer Christenhusz en dan wil ik echt tot een afronding komen van de heer Mekelenkamp zijn betoog. De heer Christenhusz tot slot. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het met de heer Mekelenkamp eens dat je op dit thema regionaal kunt gaan samenwerken. Natuurlijk zijn we in de vorige raadsperiode ook op die manier uitgedragen. Betekent wel dat je op een gegeven moment misschien moet nadenken van wat je dan kunt uitwisselen met elkaar. Het kan zijn dat een regiogemeente bereid is om een iets groter asielzoekerscentrum te realiseren dan dat die gemeente qua taakstelling van de spreidingswet moet realiseren. Maar dan kan ik me ook voorstellen dat die gemeente tegen ons als gemeente Oldenzaal gaat zeggen, dan moet u wat extra statushouders van ons gaan huisvesten. Bent u dan ook bereid om dat soort stappen te gaan zetten, ook gezien de huidige druk op de woningmarkt? De voorzitter: De heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, we hebben de ambitie om deze problematiek regionaal aan te pakken. En ik denk dat dat het beste antwoord is wat ik de heer Christenhusz kan geven. De voorzitter: Ik kijk even naar u, of u daarmee aan het eind bent gekomen van uw bijdrage? De heer Mekelenkamp: Ik had nog één kleine uitnodiging. De voorzitter: Ga uw gang. -36-
De heer Mekelenkamp: Een uitnodiging voor mevrouw Oorthuis. Ze had het over veiligheid en zij ging het een beetje downplaying richting dat het alleen maar verkeersveiligheid was. Ik zou graag met mevrouw Oorthuis samen met de mensen in gesprek gaan die zich niet veilig voelen in Oldenzaal. Ik zou graag samen met mevrouw Oorthuis de verhalen lezen van de mensen die zich niet veilig voelen op straat in Oldenzaal. Zodat we het niet kunnen afdoen als van, het is alleen maar een verkeersveiligheidsissue, maar het is daadwerkelijk een probleem wat speelt in Oldenzaal. De voorzitter: Ik zag mevrouw Oorthuis knikken. Volgens mij kan ik nu naar de WG. Mevrouw Oude Engberink. En mevrouw Oorthuis heeft zo dadelijk ook nog de gelegenheid om te reageren, maar nu de WG. En ik zit even te kijken. Eigenlijk is het de afspraak dat we om 22.30 uur stoppen, maar ik ga ervan uit dat we deze avond gewoon, dus dit agendapunt vanavond willen doorlopen. Dus dat we niet morgen nog weer hiervoor terug gaan komen. Dus ik ga ervan uit dat u allen instemming heeft om vanavond dit agendapunt netjes af te maken. En ik hoop en ik doe een beroep op u allen om dat nog een beetje op een christelijke tijd voor elkaar te krijgen. Mevrouw Oude Engberink, het woord is aan u. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage houd ik kort.
We hebben alle vragen die wij wilden stellen aan de partners die aan het coalitieakkoord hebben gewerkt, gesteld. We hebben niet op alle vragen antwoord gekregen, maar dat komt verder in de uitwerking dan nog wel. Wij pakken graag de handschoen op om samen met het college en de coalitie samen te werken om tot het uitvoeringsprogramma te komen. En we kijken uit naar de samenwerking. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de Partij van de Arbeid. De heer Egberink. De heer Egberink: Voorzitter, bedankt voor de hulp. Allereerst wil ik mevrouw Kielstra, de heer Demir en de heer Mekelenkamp bedanken voor hun beantwoording van de vragen. Zeker de heer Demir en mevrouw Kielstra. Ik sta hier ook vandaag voor het eerst. Dat is niet eenvoudig en u heeft dat met overtuiging gedaan. Betekent niet dat wij hier heel gerustgesteld staan. Wij ervaren toch wel dat, hoewel u continu de oproep doet alsof u een minderheidscoalitie bent die elke keer op zoek moet gaan naar meerderheden, dat er wel heel veel oproepen aan ons zijn. En ik wil u er toch op wijzen dat hier vier fulltime wethouders zitten, waarvan wij verwachten dat zij met goede plannen komen voor Oldenzaal die wij kunnen gaan beoordelen. Ik vind dat u wel erg veel aan ons vraagt. Wij zullen alle energie in goede moties en bijdragen stoppen. De heer Mekelenkamp, ik zie u al kijken.
Maar u mag ook verwachten en volgens mij zei u het vanmiddag ook nog, wij hebben bijgedragen aan dit coalitieakkoord, het is nu aan het college om dit te gaan uitvoeren in plannen. Dus daar hopen wij op en daar kijken wij ook naar uit. Voorzitter, ik heb een aantal dingen gehoord over … We hebben vooral ingezet op de dingen die ons verbazen. Het ene kan wel, het ander kan niet. Wij zijn daarom ook heel benieuwd naar hoe dat er straks gaat uit komen te zien en of wij elkaar kunnen vinden. Want ik heb het idee, voorzitter, dat wij op veel vlakken elkaar vaak gaan vinden. En we zullen ook vast veel discussie gaan voeren, maar dat is goed en daar zullen plannen alleen maar beter van worden. Ik heb eigenlijk … Tenslotte wil ik vooral zeggen, als je kijkt naar het coalitieakkoord, dan staan daar enorme ambities in. Keuzes die grote invloed gaan hebben op de stad. En wij wensen zeker deze coalitie samen met dit college daar heel veel succes mee en wij zien de plannen heel graag tegemoet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik met gezwinde spoed door naar mevrouw Oorthuis van GroenLinks.
-37-
Mevrouw Oorthuis: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het deze keer kort houden. Ik heb daarnet, ben ik lang genoeg aan het woord geweest. Dus om te beginnen het college heel veel succes wensen met het opstellen van een uitvoeringsprogramma voor dit akkoord. Heel veel van mijn vragen zijn volgens mij niet echt beantwoord. Ik heb dat … Maar dat komt dan later nog wel. Ik denk dat we elkaar op heel veel dingen kunnen vinden, omdat alle partijen de ambities die we voor Oldenzaal hebben, een mooier Oldenzaal, die zijn niet zo heel verschillend van elkaar. Dus daar zal het hem niet in zitten. Het is soms de manier waarop en ook daar kunnen we elkaar wel vinden, ook al vind ik de ideeën nog niet vernieuwend genoeg. Misschien als we samen met goede ideeën komen, dan wordt het echt iets moois. Ik maak me wel … Blijf me heel veel zorgen maken over het groen. Daar is geen antwoord op gegeven, door niemand. En ook voor de lange toekomst het perspectief. Maar daar ga ik dan gewoon mijn best voor doen om dat GroenLinkse woord terug te laten komen in alle volgende vergaderingen. In de hoop dat ook die stoel van de toekomst misschien ons daarbij kan helpen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan we aan het eind van de eerste termijn of tweede termijn van de raad naar mevrouw Kamphuis, D66. Mevrouw Kamphuis-Ankoné: Dank u wel, voorzitter.
Er is echt al heel veel over van alles en nog wat gezegd en ik ga het ook zeker geen lang verhaal van maken. Ik worstelde vooral een beetje met de termen ambitie of belofte, want we hebben echt in het coalitieakkoord beloftes gehoord. Over het zwembad, over het parkeertarief en nog wel meer beloftes. En anderzijds wordt het hier ook in één keer een ambitie genoemd. Dus ik ben heel benieuwd in de komende periode, hoe dat er dan eigenlijk uit gaat zien. En ik heb ook zorgen over … Er zijn een heleboel dingen waar we heel veel geld aan uit willen gaan geven, staat in het coalitieakkoord. En maar waar dat geld eigenlijk vandaan moet komen? Ik zag in de gespreksverslagen dat dat veelal uit het klimaatakkoordprogramma zou moeten komen. Dat klinkt heel mooi, maar het klinkt ook heel abstract van, maar welke dingen willen we dan eigenlijk op gaan bezuinigen? Ik hoorde de VVD eerder ook zeggen, soms moeten we ook nee zeggen tegen dingen. Maar ook daar werd niet op ingegaan van waar willen we dan eigenlijk nee tegen zeggen? Want het is heel mooi om allemaal te zeggen wat we allemaal willen, maar hoe gaan we het betalen? Ga ik vast vandaag geen antwoord op krijgen. Maar ik hoop in de komende periode wel. Dank u wel. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan gaan we naar de reactie van het college. En volgens mij kan ik als eerste beginnen met de heer Bouwman.
Net zoals de rest van de raad wil ik u uitnodigen om ook daar plaats te gaan nemen, want dan doe ik geen eer aan de inbreng ook van de raad. De heer Bouwman: Hij doet het. Dank u wel, voorzitter. Het college heeft voor mijn portefeuille eigenlijk één vraag over het college-uitvoeringsprogramma gekregen vanuit de WG. De WG vroeg zich af wanneer de raad informatie krijgt over het college-uitvoeringsprogramma en het mist ook prioriteringsoverzicht. Op dit moment zijn we al begonnen met het uitvoeren, of uitvoeren, van het opstellen van een college-uitvoeringsprogramma, om het maar zo te zeggen. We hebben daar een strakke planning in en dat betekent ook dat we begin september als college zijnde het collegeuitvoeringsprogramma klaar willen hebben. En het college-uitvoeringsprogramma, daarin gaan we ook nadrukkelijk in op de prioritering. Wat vinden we als eerste belangrijk, waar gaan we als eerste mee aan de slag? Wat is een continu proces voor ons als college, maar ook voor de raad? Daar gaan we dan ook de budgetten aan hangen. En dat is eigenlijk … Die college-uitvoeringsprogramma is de input die we straks voor de programmabegroting kunnen gebruiken om hier in de raad dat debat over de begroting te kunnen gaan houden. En dat is eigenlijk de vraag van de heer Christenhusz.
-38-
De voorzitter: Ik zie een interruptie, maar ik ben even benieuwd wie van de twee. Want ik zag zowel de fractievoorzitter als de heer Christenhusz reageren, maar … De fractievoorzitter, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Maar daar in ieder geval een vraag ter bevestiging. Van u geeft aan, in september heeft u het collegeplan klaar. Hoe gaat u die naar de raad toe doen en gaat u daar ook de inwoners al bij aftappen? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Het is een college-uitvoeringsprogramma, dus wij zijn ook van plan om het als college dan ook vast te stellen en u als raad daarvan op de hoogte te stellen. En we hebben nadrukkelijk ook gezegd, als bestuurlijke vernieuwing willen we nadrukkelijk ook de inwoner daarbij betrekken. Dus we gaan ook per hoofdlijnenakkoord wat we in het akkoord hebben staan, gaan we ook in het uitvoeringsplan opnemen hoe we de inwoner daarbij gaan betrekken. En hoe inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties of ondernemers ook daarbij kunnen helpen om ons, die samenwerking op te zoeken, om juist die doelen gezamenlijk te kunnen gaan bereiken. Dat is één. Ik zie alsnog een interruptie van de heer Christenhusz. De voorzitter: U mag gerust naar mij kijken. De heer Bouwman: Ik loop al vier jaar mee, dus ik weet inderdaad dat ik door moet gaan.
De tweede vraag van de heer Christenhusz was, wordt het dan een tweede of een toevoeging aan de P&Ccyclus? Dat is niet de bedoeling. Het is wel bedoeld als input voor de programmabegroting. Tegelijkertijd willen we ook evaluatiemomenten inplannen voor het college uitvoeringsprogramma om te kijken of wij ons gaan houden aan de planning die we daarin op hebben genomen. En ik ben het met u eens, dat kan voelen als een toevoeging van nog een P&C-document naast de voorjaarsnota, de kadernota en de najaarsnota. Maar ook daar gaan we over in gesprek om te kijken hoe we dat ordentelijk, uitvoerbaar kunnen organiseren, zodat dat niet een opeenstapeling wordt van documenten. Dus ik snap de zorgen van de heer Christenhusz. De voorzitter: De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dan toch even, voorzitter, naar de tijdslijn toe. Ik snap dat u zegt dat het college-uitvoeringsprogramma een collegebevoegdheid is en dat u ons als raad daarin wilt meenemen. Ik ga er dan wel vanuit dat we door middel van een raadsinfobrief over geïnformeerd worden. Mooi, dat zie ik als een toezegging, die knik van u. Dan hebben we natuurlijk wel als raad de mogelijkheid om die raadsinfobrief te agenderen in een politiek forum en u vervolgens weer ook wat wensen en bedenkingen mee te geven in opmaat naar de programmabegroting toe.
Nou weet u ook wanneer de programmabegroting door de raad vastgesteld moet worden en wanneer dan die programmabegroting ook in een politiek forum behandeld moet worden. Hoe ziet u die tijdslijn voor u? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Die tijdslijn is volgens mij helder. We gaan begin september, staat op de planning dat het college het uitvoeringsprogramma vaststelt. Dan gaan we de vertaling daarvan opnemen in de programmabegroting. En dan gaan we van september al mee bezig. Als we vanuit uw raad dan ook signalen krijgen dat het op andere manieren ingevuld moet worden, dan horen we dat dan ook zo spoedig mogelijk tijdens een raadsvergadering of anderszins. En die kunnen we uiteraard altijd nog
-39-
meenemen in de verwerking van de programmabegroting. Dus ik zie daar geen spanning of iets dergelijks. De voorzitter: En ik kan me voorstellen, maar nu spreekt even de voorzitter van het presidium, dat we dat ook in het presidium nog even met elkaar samen, op voorstel van het college, goed kunnen bediscussiëren, wat de juiste planning daarin is. De heer Christenhusz nog tot slot en dan ga ik weer door naar de wethouder. De heer Christenhusz: Mooi dat de voorzitter van de raad en voorzitter van het college die handreiking doet, want ik zie planningtechnisch gezien misschien nog wel wat hiccups daarin verschijnen. Maar dat kan dan mooi in het presidium besproken worden. De voorzitter: Mooi, de heer Bouwman, gaat u verder. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik wilde geen dus … Maar ik was toch even benieuwd welke hiccups de heer Christenhusz dan ziet in de planning, want dan kunnen we dat misschien direct meenemen in onze overwegingen. De voorzitter: Ik denk dat het goed is, als ik mag, om dat mee te nemen via uw fractievoorzitter in het presidium, zodat we kunnen kijken wat dat dan betekent. En ook wat dat betekent, hoe we daar goed invoering en invulling, ook voor de agenda van de raad, aan kunnen geven. Maar nou kijk ik weer even naar u, want u mag uw betoog vervolgen. De heer Bouwman: Dank u wel.
Ik heb volgens mij de twee vragen die vanuit de WG over het uitvoeringsprogramma zijn gesteld, beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan ga ik naar de volgende in de rij en dan kom ik bij mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik heb van een aantal fracties vragen gekregen uiteraard over de spreidingswet. En ik begrijp uw zorgen, daar begin ik ook gelijk met beantwoorden. Anderhalve week geleden, op 21 maart, ben ik aangesteld als wethouder. 1 week later op donderdag zou ik aan mogen schuiven bij de Twentse Regietafel Asiel. Om wat wij in het coalitieakkoord besproken hebben regionaal op te lossen van het probleem in Ter Apel. Helaas zijn wij als college van Oldenzaal te snel geweest. Wij zijn een van de weinige colleges die op dat moment al zitting hadden genomen en er waren te weinig wethouders die die post bestierden om die afspraak door te laten gaan. Dus deze is verplaatst naar een andere datum en dat is 1 juli. Dat is helaas vlak voor het reces, dus ik hoop zo snel mogelijk na het reces met u daarover terug te komen wat er regionaal aan tafel is besproken. Dus ik hoop dat u mij daar de tijd voor gunt. Ik had het liever eerder gehad, maar helaas, vanuit de regio is het verplaatst. Dan … De voorzitter: Ik zag een interruptie. En zou u wat meer in uw microfoon … Mevrouw Berger: Sorry, altijd hetzelfde.
De voorzitter: Dat is niet erg, maar moeten allemaal nog … En de heer Egberink, want die had … De heer Egberink. Want anders is het bijna thuis niet te volgen, vandaar. De heer Egberink. De heer Egberink: Voorzitter, dank je wel. Die tijd krijgt u zeker, want u moet het gaan uitvoeren. Tegelijkertijd heeft ook twee maanden met elkaar nagedacht over dit onderwerp en wat was behalve -40-
deze, er is op dit moment geen azc-locatie beschikbaar in Oldenzaal, wat waren nog meer … Wat is de strategie? Is die alleen maar hopen dat op 1 juli een antwoord komt van iemand anders die het dan voor Oldenzaal besluit? Wat is uw strategie? Mevrouw Berger: Nee. De voorzitter: Wethouder Berger. Mevrouw Berger: Dank u, voorzitter. De strategie is om het regionaal op te pakken. Daar hebben wij met zijn allen coalitieonderhandelingen over gehad en wij zetten de regionale de lijn voor die we altijd hebben gehad. En die kan ik dus alleen op dat moment met elkaar bespreken. Maar wij hebben heel lang in onderhandeling gezeten, maar ik kon niet eerder aan tafel bij die mensen. Ik had het heel graag gewild. Ik heb wel een afspraak laten plannen met de voorzitter van de Twentse Regietafel. Ik hoop dat dat eerder kan dan 1 juli, zodat ik eerder bij u terug kan komen en de strategie bespreken. Maar ik zit even tussen wal en schip met alle andere coalitieonderhandelingen. De voorzitter: De heer Egberink, want het was naar aanleiding van uw vraag. En ik heb de andere handen ook gezien. Eerst de heer Egberink. De heer Egberink: Dank u wel, voorzitter. Heeft u met het ambtelijk apparaat de afgelopen anderhalve maand juridisch uit laten zoeken wat de consequentie is van deze strategie? Mevrouw Berger: Ja. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Sorry, voorzitter.
De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Berger: Dank u, voorzitter. Ik heb me natuurlijk eerst ambtelijk heel erg laten bijpraten over de afgelopen tijd, wat daar is gebeurd. U weet dat de gemeente bezwaar heeft gemaakt tegen de taakstelling. Dat is nu afgerond. Uiteindelijk is er een tweede brief gekregen, de gemeente heeft daar antwoord op gestuurd. Die brief is weer teruggekomen, dus wij zijn daarmee bezig. Ik weet dat de wet … Stel, worst case scenario, er zou toezicht komen, de wet houdt ons niet voor iets wat onmogelijk is. En ik wil ook heel graag met de inwoner om tafel. Want u hoort net bij de heer Christenhusz, je kan in onderhandelingen met andere gemeenten over of je dan misschien meer Oekraïense vluchtelingen wil opnemen of dat je misschien meer statushouders zou willen kunnen huisvesten. Binnenkort heb ik daar met WBO een gesprek over, om te kijken of dat al dan niet een mogelijkheid zou zijn. Dus de strategie voor mij nu is om tot aan het zomerreces dit allemaal duidelijk in kaart te brengen. Ik hoop dat u mij de tijd gunt om dit dossier eigen te maken en vooral ook tijd gunt om de inwoner hier ook bij te betrekken. Rekening houdend dat we in een vakantieperiode gaan en dat vind ik toch wel dan heel gevaarlijk. De voorzitter: Nog één keer heel kort de heer Egberink en dan ga ik naar mevrouw Oorthuis en dan ga ik naar de heer Yildirim.
En ik heb mevrouw Kamphuis en de heer Christenhusz gezien. Maar eerst nu heel kort de heer Egberink. De heer Egberink: Dank je wel, voorzitter. Ik gun u die tijd. Het is een belangrijk dossier en dat willen we goed en zorgvuldig doen. Kunt u hiermee dan ook bevestigen dat wij niet door de minister gebeld -41-
worden om acuut asiel te organiseren, met alle gevolgen van dien, die wij op dit moment zien? Heeft u daar ook de tijd voor? De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Ik sta natuurlijk niet in voor wat de minister bedenkt om te gaan doen. Maar wij zitten nou nog niet in die trede dat het gevaarlijk is. Dus onder die noemer ben ik daar niet bang voor, nee. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mevrouw Oorthuis, dat had ik afgesproken. Mevrouw Oorthuis en ik hoop dat het allemaal kort kan. Mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis: Dank u wel, voorzitter. De meeste vragen zijn al gesteld, dus ik kan het kort houden. Ik hoorde u al iets zeggen over dat u de inwoners mee wil nemen. En dat is eigenlijk een deel van wat mijn opmerking was, zorg dat er draagvlak komt. Ik denk dat er draagvlak is in de Oldenzaalse bevolking, maar breid dat vooral uit bij degenen waar dat nog niet is. Dus als u dat, naast dat u dus andere gemeentes betrekt, ook gaat doen, dan zou dat mooi zijn. De voorzitter: Wethouder Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mevrouw Oorthuis. Dat ben ik ook zeker van plan en helemaal gezien … Ik denk dat iedereen elke dag wel op het nieuws ziet wat er gaande is op het moment dat er maatschappelijke onrust is. Dat wil je ten alle tijden voorkomen.
Dus ik vind dat we hier heel zorgvuldig en secuur mee om moeten gaan, juist op zoek naar dat draagvlak. Maar voor nu zet dit college in op de regionale samenwerking, de lijn die wij in hebben gezet. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Yildirim en dan kom ik bij mevrouw Kamphuis. De heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. De heer Mekelenkamp heeft zojuist de gemeenten opgeroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Mijn vraag is, gaat u ook uw verantwoordelijkheid nemen of kiest u ervoor om uw verantwoordelijkheid door te schuiven aan andere gemeentes? De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u. Dank u wel voor uw bijdrage. Binnen de kaders van de wet is deze mogelijkheid er, dus ja, ik neem mijn verantwoordelijkheid. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis-Ankoné: Dank u wel. Het is eigenlijk meer een opmerking. U zegt van, we willen graag samen met andere gemeenten kijken. Dat is heel fijn. Ook mooi in juli, prima. Ik verwacht alleen eigenlijk niet dat op 1 juli dan ook meteen een oplossing er ligt, dus dat is enigszins wel zorgelijk. U zegt ook, misschien kunnen we iets uitruilen. Dat wij wel plek maken voor Oekraïners of statushouders.
Maar dan komt toch bij me op van, daar moet dan toch ook plek voor komen? Op diezelfde plek, waarom kunnen daar dan geen asielzoekers opgevangen worden? De voorzitter: Mevrouw Berger.
-42-
Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat lokaal D66 die vraag stelt. Ik hoop maar dat het gauw naar landelijk gaat. Dat is alles wat ik mee kan geven. De voorzitter: Dan volgens mij de heer Christenhusz nog en dan kijk ik weer naar u om uw betoog verder te vervolgen. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk krijgt mevrouw Berger de tijd tot 1 juli, want ik weet als geen ander hoe ingewikkeld dit dossier is. En je kunt natuurlijk ook die regionale samenwerking op gaan zoeken, maar dat betekent wel dat we ons moeten realiseren dat ergens anders in een gemeente een college met een voorstel moet gaan komen richting hun gemeenteraad toe om een stapje extra te zetten voor datgene wat Oldenzaal nalaat. En daar zullen ze wat voor terug willen. Dat zal heel klip en klaar op de tafel komen, zo is daar in de achterliggende periode ook over gesproken. Dus mijn vraag aan u, bent u bereid om op een gegeven moment een uitruil te doen ten opzichte van de taakstelling in het kader van de spreidingswet, om die bij een andere gemeente neer te leggen? Om daar vervolgens meer statushouders voor in Oldenzaal te gaan huisvesten? En als u bereid daartoe bent, de vraag of u dan inmiddels contact heeft gehad met onze woningcorporatie om te kijken of zo'n planning dan ook realistisch en haalbaar is. De voorzitter: Mevrouw Berger.
Mevrouw Berger: Bedankt. Leuke vraag, maar ik wil dit niet in mijn hoedanigheid vragen. Ik wil hier heel graag met de inwoner over communiceren, want dat vinden wij ook onder bestuurlijke vernieuwing heel belangrijk en ook voor het vinden van draagvlak. Wat vindt de Oldenzaler hier nou eigenlijk van? Ik wil niet over hun beslissen, maar met hun. En mevrouw van de WBO was toevallig net bij de inloopavond van het coalitieakkoord. We hebben elkaar gesproken, we gaan met elkaar contacten en afspreken over inderdaad het huisvestingsprobleem van statushouders. De voorzitter: Ik kijk nog even dan, u kunt uw betoog vervolgen. Mevrouw Berger: Dank u. De WG had mij geen vragen gesteld direct, die waren aan de fractievoorzitters gesteld. Dus ik ga naar PvdA. Spreidingswet. Dan GroenLinks, StadsID. Had u een vraag gesteld? Was dat aan mij gesteld? Want dan ga ik hem graag beantwoorden. De vraag was, hoeveel geld kost dit? Het bestaat al, dus wij hopen en wij roepen jullie allen op, mochten mensen gebruik willen maken van het StadsID, want dat is een onderdeel van participatie, maar wij vinden dat dat heel weinig gebruikt is. In mijn raadstermijn denk ik twee keer? Ik kijk even Rutger aan. Dus wij hopen dat iedereen daarin meedoet en dat deelt met de achterban. STOMP-principe wil ik ook nog graag op reageren.
Want in de leefwereld van GroenLinks zien we alleen maar auto's en verder helemaal niks. In Nederland is het altijd zo dat de voetganger en de fietser een hele grote hoofdrol speelt in het verkeer. Wij willen dat nog steeds houden. Het gaat ons er alleen om dat de realiteit om de auto en vooral de privéauto op de allerlaatste plaats te zetten bij het ontwerpen van gebiedsontwikkeling, de realiteit is anders. Mensen, helemaal in onze regio, en wat u vertelt over slechte verbinding met het openbaar vervoer, men heeft de auto nodig. Dus wij zouden het de STPMprincipe willen noemen. Stappen, trappen, privéauto, openbaar vervoer, mobility en service. Dus het is niet zo vreselijk als het lijkt, maar we moeten dit wel vastleggen in beleid. De voorzitter: Mevrouw Oorthuis, ik zag … U blijft heel voorzichtig, maar ik honoreer hem toch. Mevrouw Oorthuis.
-43-
Mevrouw Oorthuis: Dank u wel. We begrijpen elkaar gewoon niet, denk ik. U zegt, ik ook, wij zeggen allebei, de realiteit is op dit moment dat de auto de hoofdrol heeft. U zegt, nee, de fiets heeft ook heel belangrijk. Maar wij maken fietspaden zodat fietsers niet doodgereden worden door auto's. Wij hebben stoepen om te zorgen dat voetgangers niet doodgereden worden door auto's. Wij hebben een parkeerplaats waar kinderen niet kunnen spelen, omdat auto's geparkeerd moeten worden. Daar kunt u dan anders naar kijken, maar wij richten alles in voor auto's. En als je het STOMP-principe loslaat, blijf je dat doen. En mijn visie is nou voor de lange termijn dat als je dat STOMP-principe handhaaft, kun je met een visie voor de verre toekomst het ov verbeteren, waardoor die auto minder nodig gaat zijn op de lange termijn. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Bedankt voor uw inbreng. De inwonersparticipatie die hier vaak op los is gelaten, zegt daar anders over, maar ik zal uw mening meenemen. Het college is daar echter, denkt daar anders over. Even kijken, dan heb ik D66 gehad. Ik wil nog een toevoeging doen. De mobiliteitstransitie vanuit de ROS, mevrouw Oorthuis, waarin het gebruik van het openbaar vervoer gestimuleerd wordt, die ondersteunen wij en die staat er ook in. Dus dat is misschien nog een handreiking. Had ik al uw vragen beantwoord, mevrouw Kamphuis? Kijk aan.
De voorzitter: Dat is heel mooi. Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik jullie als raad allemaal bedanken voor het zorgvuldig doorlezen van dit akkoord en alle geluiden die u heeft afgegeven. Want wat er al eerder is gezegd, ik ben blij in ieder geval om te horen dat dit akkoord niet is dichtgetimmerd, dat er heel veel ruimte voor jullie is, voor inbreng. Die ruimte hebben jullie genomen vanavond. Zijn wij heel erg blij mee. Ik heb er zin in om met dit college te komen tot een uitvoeringsprogramma en dat aan jullie te presenteren, zodat wij daarmee gezamenlijk verder kunnen de komende vier jaar. Dus en ik denk dat het gaat lukken, want u geeft al van vele kanten uit aan dat we veel gezamenlijke punten hebben. Dus ik denk dat dat goed gaat lukken. En de discussie zoals die is geweest, die is ook goed om de scherpte in deze raad te houden en het juiste doen voor Oldenzaal. En daar gaan wij voor. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik tot slot naar mevrouw Nevels. En dan komen we aan het eind van deze vergadering. Maar eerst mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Hij doet het. Ook ik, namens mij, wil de raad bedanken voor de input. Fijn dat we met zijn allen kritisch hebben gekeken naar het coalitieakkoord, een akkoord waar wij als coalitiepartners ook echt achter staan.
Ook ik heb zin om aan de slag te gaan. Niet alleen met de coalitie, maar ook met de oppositie, met u als raad. En ik hoop dat we samen mooie dingen gaan bereiken voor Oldenzaal, de stad waar we allemaal zo veel van houden. Ik heb verder geen directe vragen ontvangen en ik zie u graag de volgende keer terug. De voorzitter: Dank u wel. En daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit agendapunt. Agendapunt 9 is niet door u ingevuld.
-44-
9. Sluiting De voorzitter: En dan kom ik bij agendapunt 10 en dat betreft de sluiting. De volgende agenda, of eigenlijk moet ik zeggen de volgende raadsvergadering, staat gepland voor maandag 29 juni. Ik hoop u daar allemaal weer te mogen zien. De vergadering is gesloten. Afsluiting om 22.51 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 juni 2026, de plaatsvervangend griffier,
de voorzitter,
{{esl:Signer2:Capture:size(250,55), offset(-50,-6)}}
W. Knobben
P.G. Welman
-45-