CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04a. Verslag van de vergadering van 10 november 2025

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van a. 10 november 2025 en; b. 24 november 202533.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De Oldenzaalse VVD is een partij die de OZB, als het kan, wil verlagen, maar dat dat zijn wel drie hele belangrijke woorden. Ik zou graag hopen dat ik de woorden hier zou kunnen bezigen. Het kan wel, maar helaas we hebben tot op heden nog nergens een goede structurele dekking gevonden om die OZB-indexatie nu, die niet alleen voor dit jaar geldt, zoals u terecht zegt, maar die ook voor volgend jaar geldt en voor het jaar daarop en voor het jaar daarop, dus om die structurele inkomsten of inkomstenverlies om dat goed op te vangen. Dus het liefst verlagen wij de OZB, maar het moet wel kunnen. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind gekomen, want volgens mij was het een een-tweetje tussen hun. Maar u wilt nog reageren. De heer Bouwman: Voor de duidelijkheid, het gaat hier ook niet expliciet om een verlaging. Want ik kom de raad al een gedeeltelijk tegemoet hier op basis van wat de raad vorig jaar op heeft geschreven. Het gaat hier om een, niet om verlaging, maar ook niet om verhoging. Nul level. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee komen we aan het eind van de eerste termijn van de raad. Wij schorsen kort, een half uur, de vergadering. Volgens mij is de snack is in het restaurant, met nog iets erbij en ik wil om 20.00 uur, laten we zeggen 20.05 uur, want dan hebben we een half uur voor de pauze, 20.05 uur gaan we weer door. Ik schors de vergadering.

Schorsing De voorzitter: Het is 20.05 uur. Ik heropen de vergadering en wij zijn aanbeland bij de eerste termijn van het college. En ik ga als eerste naar de portefeuillehouder, mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Dit is de laatste programmabegroting die dit college presenteert en die nu voorligt bij u, bij de raad. En ik kan eigenlijk wel vertellen dat ik wel als trotse wethouder financiën hier sta. En dat is niet alleen maar omdat we er financieel goed voorstellen, maar ook vooral omdat we de afgelopen jaren heel veel stappen hebben gezet om ons Oldenzaal, wat ons allen volgens mij heel erg lief is nog mooier te maken. Niet alleen voor Oldenzaal, maar -36-

vooral voor de inwoners en voor de ondernemers die actief zijn en ook alle partijen, verenigingen, dat soort zaken. Dus met elkaar hebben we volgens mij mooie stappen kunnen zetten. En het mooie daarbij is dat we dan ook nog steeds financieel gezond zijn, want dat is wel nodig om ook in de toekomst weer te kunnen blijven investeren in onze stad. Dus dat even als aftrap en dat alles dat komt natuurlijk niet vanzelf, want we hebben de afgelopen jaren gemerkt dat vanuit het Rijk wat grilligheid kon ontstaan. We hadden te maken met een ravijn wat op ons afkwam. Dat was in 2026 en daar hebben we met elkaar, dus het college en de raad, op geanticipeerd. We hebben een mooi programma samengesteld, ambities en middelen in balans, waarbij we de keuzes hebben voorgelegd, zoals het college die voor zich zag, hoe we om konden gaan met die tekorten. Maar we hebben daarbij ook u ruimte gegeven om een andere keuzes in te maken. Uiteindelijk zijn we met elkaar tot de conclusie gekomen dat we een mooi pakket aan maatregelen hadden die vooral goede balans in de samenleving met zich meebrachten. Dus het was niet alleen maar de woningeigenaar die weer werd belast, maar het was een samenstelling. Iedereen die kreeg hier iets van mee en dat is natuurlijk nooit fijn want het gaat om bezuinigingen en lastenverzwaringen.

Maar het was wel noodzakelijk, want op dat moment waren we echt in de veronderstelling dat we dit jaar met rode cijfers te maken hadden. En de jaren die komen nog veel meer. Gelukkig heeft het Rijk dat ook ingezien en heeft hij besloten om in ieder geval voor de komende twee jaar en wat ruimte te geven. Helaas is dat nog steeds niet zo dat we met elkaar konden concluderen en daar werd net al wel een beetje aan gerefereerd want u had toch toegezegd dat u dan dingen zou terugdraaien. We hebben daar echt heel goed met elkaar over gesproken en we zijn tot de conclusie gekomen dat het terugdraaien van de voorgestelde bezuinigingen en ook al doorgevoerde bezuinigingen, dat dat niet verstandig zou zijn voor de lange termijn. En er zijn inmiddels ook wat handreikingen geboden. Want u kunt ook inderdaad de algemene reserve inzetten dus ook daar heeft het college naar gekeken of dat een oplossing is om anders met die voorgestelde bezuinigingen om te gaan. Maar met elkaar hebben wij in ieder geval geconcludeerd dat dat niet verstandig is, want we hebben te maken met structurele uitgaven en die willen wij ook met uiteindelijk onze structurele middelen kunnen bekostigen en niet te veel naar die incidentele spaarpot kijken.

Wat we wel hebben gedaan en daar heeft u ook allemaal de klap op gegeven is dat wij een aantal bezuinigingen hebben uitgesteld, dus we hebben daar een fasering in aangebracht waarin we in 2026 nog geen bezuinigingen voor een aantal partijen doorvoeren. Dat brengt met zich mee dat die partijen en dat zijn veelal de verenigingen waar u volgens mij ook op doelt in uw amendement, waardoor die partijen meer ruimte krijgen om te kijken of er ook andere oplossingen zijn. En wellicht dat er toch, het Rijk alsnog over de brug gaat komen nog met nog meer middelen, of dat u straks in een andere samenstelling, andere keuzes gaat maken. Maar voor nu zegt dit college, het pakket aan maatregelen, zoals wij die eerder hebben neergelegd, die willen we graag uit blijven voeren. Of graag, liever niet. Maar dat is wel naar ons idee wel noodzakelijk en daarbij zijn we wel blij dat we die fasering hebben kunnen doorvoeren. Even kijken. We willen, want we hebben het natuurlijk nu over bezuinigingen, maar we zijn ook het college die volgens mij heeft laten zien dat ze goed wil investeren in de stad en ook dat blijven we het komende jaar weer doen. We hebben natuurlijk, we willen groeien, groeien in hoeveelheid inwoners, maar dat betekent dus meer woningen, maar ook meer scholen, meer wegen, dat soort zaken, dus daar blijven we volop inzetten.

Maar ook het onderwerp vergroenen vinden we belangrijk om ook voor de toekomst groen en klimaat adaptief te zijn. En we willen natuurlijk ons blijven inzetten om iedereen in de samenleving mee te laten doen, want dat is het voornaamste en daarmee zijn we volgens mij ook een sterke gemeente en dat willen we naar de toekomst toe zo blijven. Deze begroting is een doorvertaling van de kadernota, werd net al een aantal keren benoemd. Wij hebben daar geen ander nieuw beleid de afgelopen maanden in toegevoegd, maar we hebben ook genoeg te doen als we kijken naar de naar de zaken die allemaal in de programmabegroting staan. Dus dat was even de algemene aftrap. Ik wilde graag een reactie geven op de bijdrage van een aantal partijen. Daar staan een aantal vragen in die richting mij zijn gesteld en mijn collega's zullen zo meteen de andere vragen -37-

beantwoorden. Allereerst over de binnenstad zijn er een aantal vragen gesteld. Hoe staat het met extra Shop and Go parkeerplekken? Die hebben wij in samenspraak met de Stadsnoabers aan het kijken waar daar de beste plekken kunnen komen, want het is niet zo dat we dat bij iedere Shop and Go parkeerplaats daar per se ook de uitbreiding willen. Het is belangrijk om te kijken waar is de behoefte en dan ook daar gaan in te zetten. We verwachten dat we daar het eerste kwartaal een besluit over kunnen nemen en ook daarna dan te kunnen realiseren. Dat is het eerste kwartaal 2026, moet ik dan zeggen, want anders dan kunt u daar misschien nog andere ideeën bij hebben. Dan ga ik ook even meteen naar de vraag van de VVD over de parkeerplaatsen van de Driehoek. Zoals u weet hebben we het parkeer onderzoek uit laten voeren. Daar zijn we ook tot conclusie gekomen dat op een aantal plekken er eigenlijk te veel geparkeerd wordt door mensen die vergunningen hebben en daarom er geen plekken meer beschikbaar zijn voor de bezoeker. Daar willen we graag verandering in aanbrengen. Daar zijn we dus ook mee bezig met de parkeerverordening en regels daaromtrent. Dat wordt binnenkort door ons college vastgesteld en komt bij u voor te liggen. En u heeft het over de Driehoek, de Driehoek is natuurlijk niet van ons, maar we zijn wel aan het kijken hoe we daar in de toekomst mee om kunnen gaan.

Daar is op dit moment nog geen concrete reactie op te geven. Maar dat is wel iets waar we naar kijken. Dan de ontwikkeling op het gebied van de speelvoorzieningen van CDA ook de vragen. Daar heeft u inderdaad vragen over gesteld. Zijn we ook druk mee bezig en we verwachten dat we aan het eind van het jaar, begin volgend jaar u over kunnen informeren wat daar de mogelijkheden zijn. Dus daar komen we hopelijk op korte termijn bij u op terug. Dan ga ik naar de bijdrage van de VVD en die heeft ook een tweetal moties die zich richten op de financiën. Dat zit hem allereerst op de onderuitputting. Dat is de motie, minder beloven, meer doen, en ook de prioriteitsstelling die u daaraan wil geven. Dus meer grip op wat eerst moet. Tijdens het politiek forum heeft u dat al kort aangestipt en heb ik daar al een reactie op gegeven, want wij zijn ons als college echt heel erg bewust dat we niet altijd alles uitvoeren zoals we dat hebben beloofd. En dan komen we natuurlijk bij u terug in de voor- en najaarsnota, waarin we uitleggen wat we wel en niet doen. Dat heeft financiële gevolgen en dat is ook de reden dat we bij de ambities en middelen in balans al een bedrag van 650 duizend euro als stelpost op hebben genomen over, wat projecten die we niet verwachten uit te voeren.

Dat weten we op dat moment nog niet wat we niet gaan uitvoeren want anders hoeven we het ook niet op te nemen in de programmabegroting en dat is ook wel een lastige. Dat is ook niet altijd helemaal scherp te krijgen, want gedurende het jaar kunnen zich allerlei zaken voordoen waardoor we toch anders besluit, of dat het niet goed komt zoals we het hadden bedacht en dat ligt niet alleen maar aan personeel, maar dat kan soms ook liggen aan de partners. Denk aan de netbeheerder die nog wat aan moet leggen en wat een jaar duurt. Dat ligt aan de mate van participatie die we juist groter willen maken, waarbij we de inwoners meer inspraak willen geven. Dat vraagt ook meer tijd dan dat hoe we het altijd deden en wij denken soms nog in hoe we het deden. Dus wij moeten daar soms ook aan wennen. Maar wat ik al zeg het is niet alleen maar de capaciteit waar we mee te maken hebben of aan de participatie. Dat heeft gewoon een veeltal aan factoren waardoor dit komt. De motie, daar kunnen we ons wel wat in vinden, maar ik denk dat het wel goed is om met elkaar scherp te krijgen waar de behoefte precies ligt. Dus volgens mij is het goed als we daar het gesprek met elkaar over voeren, dat we horen wat die behoefte is, want zoals die nu voorligt vind ik hem iets te ver gaan, omdat daar ook al staat dat we na moeten denken wat we niet gaan doen.

Als we dat al weten dan hoeven we niet op te nemen in de programmabegroting dus die gaat net nog een stapje te ver. Dan de motie over het stellen van de prioriteiten. Want inderdaad als we die beperkte capaciteit hebben dan wilt u graag weten wat we dan als eerste gaan doen. Op dit moment ligt dat bij het college en dat doen we ook aan de hand van de programmabegroting zoals u die natuurlijk vaststelt en op basis daarvan maken wij de keuze wat wij denken dat u belangrijk vindt. Maar goed, u kunt ons wellicht wel meegeven wat u dan echt belangrijk vindt en dat is ook hier het moment. Er liggen nu een aantal dingen voor in onze programmabegroting wat we volgend jaar van plan zijn. Geef ons mee wat u belangrijk vindt en dan kunnen wij dat ook meenemen volgend jaar, als -38-

het toch ergens iets knel zit en dat we ergens iets niet waar kunnen maken, waar we dan wel onze tijd en middelen op gaan inzetten. Dus geef ons dat vooral nu mee, maar ook hierbij als u het anders bedoelt of wat, laten we ook aan tafel gaan zitten om te kijken hoe we hier een goede invulling aan gaan geven. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank u wel. Heel praktisch gezegd, als wij beide moties, beide moties zijn eigenlijk oproepen om onderzoek te doen naar, hoe kunnen wij minder onderuitputting in onze begroting krijgen? Dan kunnen we zeggen, dit is de laatste boel, dat laten we weg bij programmabegroting overzicht die we niet willen gaan doen in het begrotingsjaar. Dan gaan we dus gaan we bewuster sturen op minder onderuitputting. Ik denk dat we elkaar daar dan best wel goed kunnen vinden. Als ik in ieder geval de beantwoording van portefeuillehouder beluister. En bij die tweede, de andere motie, grip op wat eerst moet, dan kunnen we … Ik ben voornamelijk, want waar we naar op zoek zijn is, wat moeten we nou doen? Wat is noodzakelijk om te doen? Zou moeten wettelijk, wat is noodzakelijk om te doen? En wat is gewoon de ambitie die wij vanuit de raad, het college hebben opgelegd? Die drietrap verdeling, ik denk dat het mooie is om dan in eerste instantie in beeld te krijgen. De voorzitter: De wethouder.

Mevrouw Zinkweg: Over de eerste, het zit hem inderdaad in, wat is die onderuitputting? Maar als we dat moeten gaan uitzoeken dan vraagt dat natuurlijk ook weer de nodige tijd. En wat we dus al hebben gedaan is bij ambitie middelen in balans. Hebben wij al die inschatting gemaakt dat wij 650 duizend euro aan kapitaalslasten minder doen dan dat we hebben beloofd. Dat is best fors en ik verwacht dat we daarmee ook echt al wel in de buurt komen van wat die onderuitputting in het verleden was. Dus daarbij kunnen we nu nog weer een extra exercitie doen, maar we kunnen ook het komende jaar even kijken, waar komen we dan op uit als we volgend jaar of misschien over afgelopen jaar het al bekijken en als er dan nog ruimte is, dan met elkaar het gesprek voeren van moeten we dan nog meer opnemen of niet? Dus dat even daarover en het tweede met prioriteiten. Volgens mij kunt u dat ook echt nu meegeven of bij een volgende kadernota. Wat zijn voor de echte speerpunten? Die staan natuurlijk in een programmabegroting en dat zijn er een heleboel maar als u daarbij meer meegeeft van nou dit vinden wij heel erg belangrijk. Dat mag echt niet misgaan. Dan helpt ons dat dan kunt u ons al wat richting meegeven. Hebben wij op basis daarvan, kunnen wij bepalen wat dan echt eerst moet. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, volgens mij des te meer reden om juist die motie zo meteen wel in te gaan dienen en wel uit te gaan voeren. Want dat helpt ons in ieder geval gezamenlijk om een beeld te krijgen. U zegt zelf, portefeuillehouder zegt zelf dat er een gigantische lijst is met allemaal ambities. Maar hoe krijgen we nou het overzicht dus tussen van dit moeten we doen van vanwege wetgeving? Dit is noodzakelijk om te doen, want anders hier, heel flauw, heel plat gezegd, de bende omvalt hier in huis. En wat willen we doen en waar is onze ambitie nou opgericht? Mevrouw Zinkweg: U mag ervan uitgaan dat dat wat moet en wat echt noodzakelijk is dat wij daar echt prioriteiten leggen. Dat hebben we afgelopen jaar ook gedaan. En geef ons ook terug als u van mening bent dat we een verkeerde prioritering maken. Dus we wij doen het vanuit onze portefeuilles hebben wij daar een beeld bij wat belangrijk is en wat wij denken dat u belangrijk vindt. En als het -39-

anders is, geef dat ook mee. Dus dat even als reactie op die twee moties. Dan ga ik naar het amendement van de Partij van de Arbeid, terugdraaien taakstellingen en bezuinigingen en dat dan met een dekking van de algemene reserve. Ik begon er eigenlijk al mee. Vorig jaar hebben we natuurlijk besloten om dat pakket aan maatregelen in te zetten om het hoofd boven water te houden en daarin hebben we dus ook echt die goede balans gezocht. Zodat iedereen een beetje daarvan voelt en niet één partij heel erg veel. En we hebben de ruimte gekregen om te faseren dus volgens mij is die ruimte er gaan we het komende jaar op die partijen waar u volgens mij op doelt gaan we nog niet op bezuinigen. Dat zit pas in 2027 voor tien procent. Dus we hebben wat tijd daarmee gekocht en we kunnen ook, we hebben ook al toegezegd en dat deden we al, de gesprekken met die partijen aan te gaan, dus wellicht dat daar inhoudelijk zo meteen nog wat meer over gezegd kan worden over hoe die gesprekken zijn. Maar het college is van mening dat we dit nu niet uit die algemene reserve moeten halen, want dan gaan we dus bepaalde stappen die naar ons idee wel gezet moeten worden, omdat we naar de toekomst toe wel in die rode cijfers gaan komen. Gaan we nu blokkeren en dan moeten we die over drie jaar weer opnieuw gaan voeren en dan moet opnieuw weer in de stand krijgen. Dat ze toch naar de begroting moeten kijken.

Dus wat ons betreft is het zo dat we die algemene reserve voor incidentele tegenvallers moeten gebruiken. Of juist in moeten zetten om structureel te kunnen bezuinigen, dus dat je incidenteel geld zet om structureel te besparen. Dus dat als reactie op dat amendement en hetzelfde geldt dan eigenlijk ook voor het amendement voor Solidair Oldenzaal. Die verzoeken om de 3,6 procent indexatie op de OZB te schrappen. Dit college, maar ook voorgaande colleges hebben altijd als standpunt gehad, dat we een indexatie op de OZB moeten doorvoeren. Om hetzelfde te kunnen doen als dat we het jaar daarvoor zouden doen. Als we dus geen indexatie doorvoeren zullen we moeten vragen, wat kunt u dan, wat wilt u daar niet mee doen, want dan hebben we gewoon minder geld ter beschikking. Dus de oplossing die u nu biedt dat lijkt een hele mooie. En dan zeggen we ja dan gaan we dat, die algemene reserve gebruiken. Maar dit is niet voor één jaar want u noemt van hè dan kunnen we een jaar uitstellen nou dat is dan een jaar, 460 duizend euro ongeveer, maar dat is volgend jaar ook weer 460 duizend euro, het jaar daarna ook en het jaar daarna ook, want een OZB-verhoging geldt gewoon, wordt gewoon doorgetrokken. Dus als we het nu schrappen, schrappen we de komende jaren. Het betekent dat we over vier jaar 1,7 miljoen uit de algemene reserve moeten halen.

Dus volgens mij heeft u dat, moet daar even goed over nadenken en het is dus niet incidenteel. Het is niet voor een jaar of u moet volgend jaar dubbelop willen doen, dat u dan 3,6 voor dit jaar en dan meteen voor het jaar daarna ook willen doen. De voorzitter: Ik zie de heer Bouwman willen reageren. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. In mijn betoog heb ik het duidelijk aangegeven dat dat een standpunt is wat vorig jaar in de begroting is vastgesteld. Op het moment als het Rijk met middelen over de brug komt, dat we dan de OZB weer gaan verlagen, dat is één. En u zegt, wilt u dan volgend jaar die OZB volgen? Nee, dat hebben we vorig jaar al gedaan met 13.49 procent. Waarmee je drie jaar lang de inflatiecijfers kan dekken, even afhankelijk dat er dit jaar uit de inflatiecijfers komt. Maar ik vermoed dat dat ruimschoots dekkend is. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: We hebben een hele forse algemene reserve, dus we kunnen daar best veel mee doen. Maar zoals ik al zeg als we 3,6 procent nu niet gaan doorvoeren, is dat niet alleen nu een incidentele last, maar dan hebben we daar ook volgend jaar mee te maken en het jaar daarna ook en het jaar daarna ook. Dus als u dat niet een keer gaat pakken dan hebben we dus te maken met nou ja misschien vier keer. Dan zit je wat ik al zeg 1,7, 1,8 miljoen wat je dan uit de algemene reserve -40-

moet halen. Het is een keuze. Er zijn allemaal keuzes die u als raad mag maken. Daar gaan we niet over. Maar dit is wel het advies van het college om dat niet te doen, dus het mag wel. En dat komt ook door de extra regels die er zijn gemaakt door het Rijk. Omdat ze ook zagen dat we allemaal te kort kwamen. Maar het is niet de manier die dit college zou willen doen. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. De argumentatie die u dan gebruikt, de komende jaren en, en, en. Maar hetzelfde geldt, zou je kunnen zeggen, over de forse OZB-verhoging vorig jaar dat is natuurlijk de basis voor de komende jaren dus dat is en, en, en, en, dus heeft hij vorig jaar ook al doorgevoerd. U zegt ja de komende jaren, maar wij zeggen juist, u heeft dat vorig jaar alvast verhoogd, dus we kunnen nu wat we in een programmabegroting hebben afgesproken doorvoeren. Dus linksom of rechtsom, volgens mij moeten we gewoon consistent handelen. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Dat is dan … Dan is het goed dat u denk ik in uw amendement aangeeft dat het gaat dat dus 1,8 miljoen uit de algemene reserve wil halen en niet 460 duizend euro, want het gaat niet om 460 duizend euro en dat is juist het lastige.

Ik probeer het duidelijk te maken, maar als u minder inkomsten krijgt is dat niet alleen dit jaar, maar is dat ook volgend jaar, het jaar … Als u dat allemaal uit uw spaarpot moeten halen, dan heeft uw spaarpot op een gegeven moment ontoereikend. Dus volgens mij gaat het daarom en ik weet niet … Wellicht begrijpen we elkaar niet goed, maar daar gaat het wel om. Het is niet iets incidenteels. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik begrijp wel wat u bedoelt, maar het gaat hier om dat die, volgens OZB volgen. Wij kijken alles hier vanuit de gemeente bril. Maar wanneer gaan we een keer vanuit de bril van de inwoners, de verenigingen denken die continu die cumulatieve lastenverzwaringen elk jaar maar weer doorgevoerd krijgen. Kun je wel zeggen, dan kost dat een 1,8 miljoen over zoveel jaar. Dan hadden we dat in de begroting maar niet op moeten nemen op die manier. Dat is dus inherent wat we vorig jaar hebben afgesproken. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Nu komt de heer Bouwman die komt met de suggestie, we gaan dat ook niet naar de verenigingen doorbelasten, dus hij wil enerzijds wil hij meer geld geven aan verenigingen anderzijds wil hij minder geld verkrijgen van inwoners. Waar komt dat dan vandaan? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik snap niet wat u bedoelt.

Op moment als wij, als u dit amendement steunt, dan voert u door wat u vorig jaar in de programmabegroting hebben afgesproken op moment als het Rijk met middelen over de brug komt dan zullen we de OZB weer verlagen, wat we vorig jaar dus enorm hebben verhoogd, waardoor we de komende jaren aan het inflatiecijfer ruimschoots voldoen. En anderzijds steun ik straks van harte het amendement van de PvdA. Dus ik snap niet zo goed wat u bedoelt met uw opmerking. De voorzitter: Ik ga terug naar de wethouder.

-41-

Mevrouw Zinkweg: Toch even, als de afspraak die we hebben gemaakt is, dat wij het bezuinigingspakket zoals we die hebbe, de maatregelen die we met die we met elkaar hebben afgesproken, dat we die terug konden draaien op het moment dat het Rijk over de brug zou komen met geld. Het Rijk is twee jaar over de brug gekomen met geld, dus het is niet verstandig om voor die twee jaar nu iets terug te draaien en dan over twee jaar weer te moeten doorvoeren. Dus dat is de reden waarom dit college zegt, dat is niet zoals wij het willen. Als het Rijk goed over de brug was gekomen, gewoon structureel. Dan had u helemaal een punt gehad, want dan hadden wij ook heel graag die OZB-verhoging weer teruggebracht. Die bezuinigingsmaatregelen die elkaar opgeschreven weer teruggedraaid. Maar dat is op die manier aan de orde. Dat is wel de reden waarom dit college voorstelt. Laten we een aantal van die bezuinigingen faseren en dan kunnen we ook zeggen dat gaan we doen met de OZB, maar dan kunnen we over twee jaar weer een extra verhoging doorvoeren. Dus ik weet niet of u dat prettig vindt voor de inwoners dat ze eerst wat extra moeten betalen, dan weer minder, dan weer meer. Dus dat is de reden waarom wij nu daar niet aan gaan tornen maar wel een fasering doorvoeren van die bezuinigingsmaatregelen.

Maar goed daar kunnen we natuurlijk over van mening verschillen wat het verstandigste is voor onze inwoners en daarvoor zitten we ook hier. Dus dat is hartstikke mooi. Dan het andere amendement van Solidair Oldenzaal en dat gaat over het schrappen van de honderdduizend euro voor water en klimaatmaatregelen. In de kadernota is dat ook toegelicht waar dat voor bedoeld is, want we hebben de afgelopen jaren middelen ingezet voor water en klimaatmaatregelen, dus een aantal subsidies, maar ook een aantal acties die we met elkaar hebben doorgevoerd om ons aan te passen aan het veranderende klimaat. Dat willen we het komende jaar ook door blijven doen, maar we hebben nog geen nieuw water en klimaat programma, dus we willen dat eigenlijk doen op de manier zoals we dat de afgelopen jaren hebben gedaan en dat is vooruitlopend op het nieuwe programma, wat dan straks wordt vastgesteld. Dus dat is een ton wat we nu willen voorstellen of wat we hebben voorgesteld en ook in de begroting hebben opgenomen en wij zijn van mening dat we daar dus niet mee moeten stoppen, want anders gaat het gewoon een jaar stilvallen, terwijl we juist een goede schwung te pakken hebben met het onteigenen dat soort zaken. Dus daar willen we graag mee doorgaan en vandaar dat wij dit amendement ontraden. En dat is volgens mij wat er richting mij is gesteld. De voorzitter: Mooi.

Dan ga ik gauw naar wethouder Christenhusz die het stokje van overneemt. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Een aantal vragen van de kant van D66 en een van de kant van de VVD, die in mijn portefeuille liggen. Mijn heer Van der Waal, ik heb nog even uitgezocht waar Oldenzaal ligt, Oldenzaal ligt nog steeds in Twente en niet in Gallië. En in die zin ben ik het eens met de opmerking van de heer Mekelenkamp dat we moeilijk een hek rondom Oldenzaal heen kunnen zetten. Oldenzaal ligt in Twente en het ecosysteem van onze arbeidsmarkt en onze economie die is en steekt zo in orde dat mensen uit Enschede in Oldenzaal werken, mensen uit Oldenzaal in Enschede werken, mensen uit het Achterland, Dinkelland, Losser naar Oldenzaal gaan, maar ook mensen vanuit Oldenzaal naar het Achterland gaan. Volgens mij moeten wij ervoor zorgen dat we goede werkgelegenheid in Oldenzaal realiseren. En als we dat doen we dat ten behoeve van ons Twentse ecosysteem. En we kunnen ook overigens moeilijk Oldenzaalse werkgevers verplichten om Oldenzaalders in dienst te nemen. Dat is iets waar wij ons als overheid niet mee moeten bemoeien daar staan die ondernemers maken daar hun eigen keuze in. De voorzitter: Nu hoor ik een punt de heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb het niet gehad over de plaats waar Oldenzaal ligt en ik weet wel degelijk dat Oldenzaal in het centrum van Twente ligt. Ik heb ook niet gezegd dat we een kader of een muur om Oldenzaal zal heen willen doen. Ik hou me verre van dat frame. Ik vind het ook niet -42-

eerlijk om op die manier te denken. Ik zeg alleen zolang duidelijk is uit de economische visie die een anderhalf jaar geleden besproken is, wanneer daaruit blijkt dat er relatief ongelooflijk veel Oldenzaalders buiten Oldenzaal werken, dan is de werkgelegenheid in Oldenzaal niet geschikt voor de Oldenzaalse inwoner. Bij het aantrekken van nieuwe bedrijven kan wel degelijk geselecteerd worden op bedrijven die voor Oldenzaal al interessant zijn. Bestaande bedrijven die kunnen selectief veel of wat minder geholpen worden om hier in Oldenzaal te blijven. Ik bedoel niet dat Oldenzaal, dat bedrijven moeten worden weggestuurd, maar als bedrijven willen uitbreiden moeten we kijken naar het nut voor de Oldenzaalse samenleving. Dus nogmaals, geen dwang voor Oldenzaalse werknemers om in Oldenzaal te werken, maar een gelegenheid bieden zodat Oldenzaalders kunnen kiezen voor werk in Oldenzaal. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Daar verschillen we dan van mening met elkaar. Ik denk dat we heel erg blij mogen zijn met een hele sterke Oldenzaalse economie die nog steeds meer arbeidsplaatsen kent dan een beroepsbevolking van Oldenzaal is en we zullen het niet op Oldenzaalse niveau moeten gaan oplossen. Maar als we kijken naar Twente dan denk ik dat we er met elkaar belang bij hebben dat we een sterke economie in heel Twente hebben. Want dat is wel het geval.

Het merendeel van de beroepsbevolking in Twente werkt ook in Twente. Dan heeft u wat vragen gesteld rondom woningen en woonwagens. Eerste vraag is, waar blijven de beloofde woonwagens op Gravenbeek? En daar hebben we vanmiddag navraag naar gedaan bij de WBO en de planning is dat die in de tweede helft van 2026 geplaatst gaan worden. Kunnen wij aandringen om die zo snel mogelijk te plaatsen? Ja dat kunnen we maar u zou zelf daar ook een lans voor kunnen breken door dit te gaan benoemen in het politiek Forum, waar binnenkort gepland wordt met het thema wonen, want daar zal de WBO ook bij aanwezig zijn. Dan even het eerste gedeelte van de Gravenbeek u zegt, er zijn tot nu toe vier huizen in aanbouw. Nou ik rijd er iedere dag langs dus dat signaleer ik inderdaad ook wel, maar ik heb ook goed nieuws voor u, want alle 188 kavels, in deze eerste fase van Gravenbeek die zijn inmiddels uitgegeven of zit een optie op en inmiddels zijn er ook voor 61 woningen al vergunningen verleend, dus ik hoop net als u dat de komende tijd wij meer bouwkranen in dat gebied zullen zien, want daar doen we het natuurlijk allemaal voor. Dan heeft u nog een vraag met betrekking tot de Stakenbeek in eerste instantie zouden we eerst met de uitgifte van kavels in de Stakenbeek beginnen binnen en daarna de Gravenbeek.

Dat hebben we uiteindelijk omgekeerd in verband ook met problemen rondom de aanleg van elektriciteit en ook het bouwrijp maken van de Stakenbeek maar de uitgifte van kavels in de Stakenbeek daar beginnen we in 2026 mee en dat zijn dan de projectkavels in dat gebied, de eigen kavels die we daar kennen, daar beginnen we 2027 mee en net zoals ik het net benoemde over de Gravenbeek, hopen we daar dan ook zo snel mogelijk met de bouw te kunnen gaan starten. Wel heeft u een vraag over de asielopvang. Een tijdje geleden hebben we in een politieke avond, politiek forum meegenomen over de hele problematiek rondom de migratieketen. Daar hebben we ook in uw richting aangegeven dat wij bezwaar hadden aangetekend tegen het aanwijzingsbesluit van de spreidingswet. Dat bezwaar dat hebben we ambtelijk bestuurlijk in mei 2025 toegelicht bij het ministerie. Het ministerie gaf aan op redelijk korte termijn met een uitspraak te komen. Nou blijkbaar is alle bezwaarschriften die tegen het aanwijzingsbesluit zijn ingediend, maakte toch iets lastiger met elkaar, want eind september zijn wij bericht door het ministerie dat besluitvorming op het bezwaarschrift van ons nog even op zich laat wachten.

Op dit moment 10 november, is er ook nog geen besluit binnen gekomen en we weten ook niet wanneer dit besluit wel genomen zal gaan worden en we hebben in dat politieke forum ook aangegeven dat we eerst weer met de opgave in het kader van de spreidingswet aan de slag gaan als de uitslag van het bezwaar wat we hebben aangetekend als dat binnen zou komen.

-43-

De voorzitter: Ik zie een interruptie hierop van de heer Van der Waal, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Dank u wel voor de antwoorden wat betreft het asiel. Voor zover ik heb kunnen verstaan in verband met allerlei hoest acties. De regietafel in Twente kunt u daar in het algemeen iets over vertellen voor wat betreft de asielopvang in Twente dus ook buiten Oldenzaal. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Er zijn gemeenten in Twente die aan de taakstelling voldoen. Er zijn gemeenten in Twente die niet aan de taakstelling voldoen op dit op dit moment. Wat de regietafel wel uiteindelijk ons geleerd heeft, dat als je hem terugbrengt naar de opgave die in de spreidingswet genoemd wordt, dat uiteindelijk toch heel veel op lokaal niveau gerealiseerd moet worden. En daarmee bedoel ik te zeggen dat er weinig gemeenten zijn, die echt heel veel meer opvang realiseren die je dan zou kunnen compenseren met gemeenten die dat wat minder doen. Ik neem aan dat u naar dat antwoord op zoek bent. De voorzitter: Ik wil u vragen om het, want dit is niet echt een onderwerp nu nadrukkelijk op de agenda staat, dan had u dat een keer apart moeten agenderen. We hebben het nu over de programmabegroting. Ik sta toe dat we iets uitweiden maar ook weer niet te veel. De heer Van der Waal: Duidelijk. Maar ik heb een extra vraag.

Ik begrijp dat de regietafel niet effectief zijn werk doet of kan doen. En dat oplossingen op lokaal terrein gebeuren, kunt u uw best doen om in Oldenzaal alsnog asielopvang te creëren? Nog afgezien van het bezwaarschrift dat door de gemeente is ingediend. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Volgens mij hebben we met u de afspraak gemaakt dat we eerst de uitkomst van het bezwaarschrift afwachten. En als u raad daar anders over denkt op dit moment, dan hoor ik dat graag van u. Dan de laatste vraag en dat heeft betrekking op de Participatiewet in balans. Dat klopt dat die wetgeving is aangenomen. Dan gaan we dus ook mee aan de slag. En dat betekent dat u in het tweede kwartaal van volgend jaar, zoals nu de planning eruitziet, van ons daarvoor voorstellen ook in de richting van uw raad mag verwachten. En voorzitter, volgens mij heb ik dan … Nee dan heb ik nog een vraag. Sorry. Ik dacht dat ik alleen maar vragen had van D66, maar dat was ook nog een vraag bij, ik zag de Mekelenkamp al reageren van de VVD. Dat ging over die groeiambitie van Oldenzaal. En volgens mij hebben we daarvan afgesproken dat we daar in het proces met betrekking tot de nieuw op te stellen Omgevingsvisie met een nadere onderbouwing zouden gaan komen. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter.

De WG, de heer Yildirim vraagt ons om geen onomkeerbare besluiten te nemen als het gaat om Sociaal Plein en de Ganzenmarkt. Daar kan ik u toezeggen. Wij wachten af en nemen geen onomkeerbare besluiten. De voorzitter: Als u nog precies als u nog een keer wilt inloggen. Mevrouw Rödel: besluitvorming …

-44-

De voorzitter: Hij blijft nog … Of Rob gaat erop vooruit, maar dat laten we in het midden. Maar ik zou zeggen probeer het nog een keer. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Moet ik dan ook opnieuw beginnen? Wij gaan geen onomkeerbare besluiten nemen als het gaat om Sociaal Plein. En dat was ook de vraag van de heer Yildirim van de WG. De heer Van der Waal, die gaat met zijn amendement in op het Sociaal Domein en preventie en dat is verdeeld over onze drie portefeuilles waar mijn collega vast zo meteen ook nog iets over gaat zeggen, want u doelt op ouderenzorg en gezondheid, maar ook jeugd heeft u benoemd. Volgende week bespreken wij de Najaarsnota en daarin doen wij een voorstel om het incidentele geld wat van het Rijk naar ons toe is gekomen, te reserveren en een bestemmingsreserve om echt preventief en jeugd te besteden en het stelsel te veranderen. Maar misschien heeft u dat nog niet gelezen dus dat in zoverre de behoefte aan gelden voor jeugd vanuit die drie ton hebben we op dit moment niet en zal volgende week komen. Maar mijn collega zal ook nog zo verder kijken. Ik kijk even … De voorzitter: De heer Van der Waal maakt geen aanstalten, maar heeft hem nu ook impliciet uitgedaagd. Om dat wel te doen hoeft u de volgende keer niet nog een keer te doen? Wat mij betreft, maar de heer Van der Waal. Want nu hebben we hem wel de gelegenheid gegeven. De heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Even een verduidelijkende vraag. Er komt dus een voorstel in de Najaarsnota. De Najaarsnota is volgens mij voor 2025, in 2026 heb ik gevraagd voor een aanvullend bedrag kunt u iets aangeven over de grootte van het bedrag wat in de Najaarsnota komt en over welke periode dat kan worden uitgegeven? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Dat is 1,4 miljoen euro wat vanuit uit het Rijk naar ons toe is gekomen, maar wij nog niet besteed hebben. Ook uit voorzorg om te kijken van hoe de nieuwe aanbesteding en dergelijke eruit zou zien. Dus dat bedrag hebben wij nu incidenteel over. Daar zou je voor kunnen kiezen om het terug te laten stromen naar de algemene reserve. Maar daarvan hebben wij gezegd er ligt ook echt een grote opdracht onder en dat is namelijk te komen tot die hervormingsagenda die het Rijk ons heeft opgelegd en waarvan wij ook vinden dat de richtlijnen die daarin staan echt leidend moeten zijn, ook voor ons Jeugdbeleid preventief. Dus vandaar dat wij hebben gezegd, niet terugstromen naar de algemene reserve zoals we altijd in Oldenzaal doen en gewend zijn, maar dit te bestemmen in de bestemmingsreserve, zodat we daarmee uit de voeten kunnen voor de komende jaren. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Rödel: Dus op die manier. De heer Snijders. U komt met hele mooie grafieken.

Ik moet zeggen ik heb er met bewondering naar gekeken dat u dat heeft gemaakt van de cijfers die u heeft ontvangen. Maar ik hoorde u ook zeggen dat u niet zeker wist of die klopte naar aanleiding vraag van de heer, op de vraag van de heer Mekelenkamp, dus ik ga daar ook maar niet verder op in als u dat zelf niet zeker hebt. Maar wij vinden in ieder geval dat wij preventief heel veel inzetten op allerlei gebied. En daar kan ik een heel mooi rijtje met voorbeelden van noemen. Maar ik ben het ook met u eens. Preventiviteit daar kan je niet van aantonen, wat heeft nou gewerkt wat niet? U heeft mij een hele mooie Driehoek gegeven. Dank u wel daarvoor. Maar van haaientanden op de weg weet je ook niet hoeveel ongelukken dat heeft volkomen. Wij geloven daar wel heel sterk in dat preventiviteit ongelukken voorkomt en in ieder geval voorkomt dat in sommige gevallen, dat er dure maatwerk zorg -45-

nodig is en wij willen gewoon niet duurdere maatwerk zorg ook beschikbaar houden voor degenen die in Oldenzaal, die dat heel erg nodig hebben. En het begint wat ons betreft al bij een kansrijke start al voor de geboorte door preventief de gesprekken aan te gaan. Ook met de woorden van de heer Kramer. Hoe zei u dat zo mooi? Ik heb opgeschreven, even kijken. Ultieme vorm van preventie, zoals u hem omschrijft, kansen en mogelijkheden zijn afhankelijk van de randvoorwaarden van de samenleving. Dat is het volgens mij precies. Waar ben je geboren? In welke wijk groei je op? Welke kansen krijg je? In welk onderwijs? In welke klasse kom je terecht? Dus alles heeft te maken met preventie en dat valt niet allemaal in cijfers uit te drukken. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Snijders. De heer Snijders: Ik denk ook even aan het Rekenkamerrapport. Daar staan wat aanbevelingen in. U heeft het misschien al gezien? Kunt u daar kort een reactie op geven of moeten we wachten tot het behandeld wordt? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Het is goed om even te wachten tot het behandeld wordt, maar ik denk dat wij zeker de aanbevelingen mee gaan nemen die in het Rekenkamerrapport naar voren komen. Dat lijkt me logisch. De voorzitter: De heer Snijders nog een keer.

De heer Snijders: Ik vind het ook logisch, maar bij het vorige rapport van de Rekenkamer over beleidsindicatoren. Daar hebben we eigenlijk niet zo gek veel mee gedaan en dat ligt aan de raad. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Dan doe ik u een suggestie om wanneer we het behandelen om dan met iets te komen. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. De heer Snijders wil … Excuus, wethouder. De heer Snijders. De heer Snijders: Dat zal ik net als bij de vorige niet nalaten. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Dank u. Volgens mij heb ik dan al … De overlast in Berghuizen. Wij hebben daar veel aandacht voor. Niet alleen voor Berghuizen maar sowieso overlast hangjongeren. We hebben ook toegezegd van dan gaan we op meerdere plekken kijken hoe we daarmee omgaan. En daar zijn diverse overleggen over geweest met collega's van veiligheid, boa's, politie, Impuls, maar ook ondernemers en zelfs mensen uit de wijk. Morgen vindt er weer een gesprek in Berghuizen plaats bijvoorbeeld met bewoners in die wijk. We hebben natuurlijk ons zevenstappenmodel, maar het liefst blijven we daarvoor, want dat is ook preventie, om ervoor te zorgen met elkaar dat je begrip hebt voor ieders rol. Verantwoordelijkheid, ook begrip voor wat jongerenwerkers kunnen doen ten opzichte van handhavers kunnen doen. Er wordt ook strakker gehandhaafd.

Dat dat levert al positief berichten op, maar moeten we er ook bij zeggen dat niet alle berichten negatief zijn geweest. We hebben ook berichten gehad van inwoners die dit beeld niet herkennen. Er zijn in ieder geval gesprekken ook met

-46-

de directeur van de school om te kijken wat er rondom de school kan gebeuren. Er wordt op fors op ingezet en nou ja daar blijven we mee bezig. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, kan ik niks anders dan de wethouder complimenteren met haar voortvarendheid. Wij opvangen dezelfde berichten uit de wijk, dus positieve berichten uit de wijk. Dat ook de inwoners het gevoel hebben veiliger is geworden. Voor hen in ieder geval dus ja niets dan complimenten daarvoor. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Rödel: Maar dat is niet alleen, dat is ook voor de mensen van veiligheid, boa’s, jongerenwerkers. Kijk ze moeten met veiligheid, moet je met zijn allen voor zorgen en samenwerking daarin en verbinding, dat is gewoon heel erg van belang. We hebben het de hele avond over preventiviteit, echt preventiviteit bestaat uit samenwerking en verbinding onderling. Of nou om ouders, onderwijs wat dan ook gaat. Volgens mij heb ik … De voorzitter: Dank u wethouder, ja, ik zie nog de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, niet uit kritiek, want al die inspanningen die nu genoemd worden, zijn zeker op de plaats. Maar het is een voorbeeld van preventie op het moment dat het probleem zich voordoet en waar ik een sterk voorstander voor ben, is preventie voordat het probleem zich voordoet.

Wat kan daaraan gedaan worden op basis van de ervaringen die nu opgedaan worden? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Wij zijn het helemaal met elkaar eens en dat is wat ik net zeg. Preventie doe je door samen te werken op moment dat er rondom of in een gezin iets plaatsvindt en het wordt gesignaleerd op een andere plek, dan stap je al binnen maar dan heb je al een signalering van iets en daar begint het mee, want preventie begint dus ook met in de gaten hebben en benoemen, zoals de heer Kramer aangaf, wat gebeurt er in een wijk? Zie je iemand alleen naar huis lopen, pak dat op met elkaar en vroeger was dat heel vanzelfsprekend. Tegenwoordig is dat wat minder, maar dat is wel wat we moeten doen. En ik ben het helemaal met u eens. Dat moet je voor zijn. Maar vaak zie je het pas op het moment dat er iets gebeurt en dan moet je preventief zorgen dat het niet erger wordt en escaleert. Dus dat is ook een vorm van preventie. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik volgens mij naar de volgende in het rijtje. Dan kom ik bij wethouder Oude Engberink uit. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. In de bijdrages van de fracties heb ik geen vragen ontvangen ten aanzien van mijn portefeuille dus ik beperk me even tot drie onderdelen. De eerste is daarvan de motie van de VVD, energie steken in de toekomst.

Wij herkennen als college de constateringen de overwegingen die ook in de motie genoemd staan. Als we gaan kijken naar het aanpakken van de netcongestie, vinden we dat ook een erg belangrijke randvoorwaarde om bijvoorbeeld invulling te kunnen geven aan onze woningbouwopgave. En het oppakken van de netcongestie levert ook ruimte voor bedrijven om te kunnen innoveren, eventueel te kunnen groeien en samenwerking te bevorderen. En dat gezegd hebbende omarmen wij als college ook deze motie. Dus ik ben benieuwd hoe u als raad daar dan in stemt. Dan is net ook door mijn de mijn collega portefeuille financiën, mevrouw Zinkweg inhoudelijk ingegaan op het amendement van de Partij van -47-

de Arbeid, het terugdraaien van de bezuinigingen voor de vereniging en taakstelling cultuur. Wat ik zelf merk in de gesprekken die ik voer met de verschillende verenigingen, is dat op dit moment door de mededeling die we hebben gegeven over het besluit wat genomen is om tot overgaan, om over te gaan tot het doorvoeren van die taakstelling, dat best veel creativiteit bij de Vereniging aanwezig is. Zij zoeken actief het gesprek met ons als Gemeente op. Maar daar waar de gesprekken nog niet op gang zijn gekomen, zoeken wij ook actief het gesprek met de verenigingen op om te kijken wat nodig is om een eventuele taakstelling op te kunnen vangen als vereniging. Daarbij merken we dat niet alle verenigingen in staat zijn om daar echt al actief in mee te denken en wij hebben hen wel de hand gereikt om daarin samen op te trekken. En dat betekent dat we met een aantal verenigingen ook wel intensiever het gesprek gaan voeren dan we voorheen deden. Voorheen spraken we verenigingen een à twee per jaar en waar nodig gaan we dat ook intensiveren. En de motie die u heeft aangenomen om tot een innovatiefonds verenigingen te komen en daar ook een bedrag voor beschikbaar te stellen. Dat moet overigens nog uitgevoerd worden, daar wordt u nog over geïnformeerd.

Maar dat helpt de verenigingen wel om een stukje van de financiën, de financiële zorgen op te kunnen vangen, incidenteel om naar de toekomst toe financieel zelfredzaam daarin te zijn. Dat is even de inhoudelijke toelichting, zoals ook mevrouw Zinkberg aangaf, naast het financiële ook hoe we daarin inhoudelijk vanuit portefeuille sport en cultuur naar kijken. En dan onderwerp, de vraag van D66 inzake de preventie. Want mijn collega mevrouw Rödel, die heeft net ook al vanuit haar portefeuille aangeven wat hoe zij denkt over preventie en welke inzet dat we daar plegen. Maar ik merk ook dat vanuit mijn portefeuille WMO en de volksgezondheid dat er fors wordt ingezet door de gemeente op preventie. En dan kunt u denken bijvoorbeeld aan ontwikkelen van een andere vorm van cultureel aanbod voor jongeren, maar ook het GALA, het gezond en actief leven akkoord, het versterken van inloopvoorzieningen voor ouderen en actieve ontmoeting, automaatje, het Alzheimercafé. Maar ook als we gaan kijken naar de hele wonen, welzijn en zorgvisie. Daar zitten allerlei elementen onder, die gaan over samenwerken met de verschillende partners waar wij in de gemeente mee te maken, om te kijken hoe wij daar de inwoners in kunnen helpen. En u stelt dan in uw amendement dat u een bedrag voor driehonderdduizend euro beschikbaar wilt stellen.

Ik zie op dit moment niet aanleiding om de subsidieregelingen die wij hebben te verhogen met dat bedrag, omdat ik daar ook nog geen aanleiding zie om bepaalde partijen … Ik krijg daar geen verzoeken van, van die partijen om daar aanspraak op te kunnen maken. Dus ben even naar op zoek van, hoe komt u aan dat bedrag en waar vindt u waar we dat dan voor moeten inzetten? De voorzitter: Dank u wel, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Laatste vraag, hoe komt u aan het bedrag? Ik heb een bedrag gekozen wat ik zelf hoger wil, maar wat ik denk acceptabel te zijn voor de raad. U ziet geen vraag vanuit de organisaties. Dat kan misschien zijn omdat de organisaties denken dat er geen extra geld is. Wat ik graag wil, is dat de gemeente investeert in de inwoners door preventieve maatregelen te genereren. Dat is wat anders dan genereren in de stenen stad. Dat wil ik even tegenover elkaar zetten en dat is wat ik erover wil zeggen. Dus investeer in de inwoners en zoek naar extra mogelijkheden van preventie om dat gigantische bedrag van sociale domein uitgaven om dat te verminderen. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zat daar geen verdere vraag aan mij, dus ik zou het graag aan de raad over willen laten hoe zij over dit amendement denkt. De voorzitter: Dank u wel, de heer Bouwman.

-48-

De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb nog wel een vraag aan de portefeuillehouder over dit amendement, mocht dit amendement het halen. Kijk, dan hebben we driehonderdduizend euro. Die gaan we dan, is trouwens ook niet opgenomen in het amendement maar die gaan we dan verdelen over die subsidieverordeningen. Maar heeft u een idee hoe dat in de praktijk tot uiting komt? Want we gaan dan driehonderdduizend euro verdelen over de zorgpartijen. Maar hoe … U zit zelf ook al bedenkelijk te kijken. Dus ik ben even aan het zoeken van hoe werkt het in de praktijk? De voorzitter: Ik zie de heer Van der Waal, maar het is een vraag gericht aan de wethouder, dus zij krijgt eerst de gelegenheid en dan kom ik bij u. De wethouder. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel voor uw vraag. Ik zou die vraag dan ook zeker ook weer terug willen leggen bij de raad. Want u geeft ons opdracht om een subsidieverordening of meerdere subsidieverordeningen te verhogen met het totale bedrag van driehonderdduizend euro. En ik denk dat we dan zeker ook eerst met elkaar het gesprek moeten voeren van, hoe had u dat dan als raad gezien? Welke kaders geeft u ons als college daar dan in mee? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, het probleem wat de heer Bouwman noemt, is een reëel probleem, maar alleen maar veroorzaakt door de portefeuilleverdeling binnen het college.

Geen kritiek daarover, want het is goed dat drie mensen over een geweldig complex probleem nadenken en handelen, maar het college krijgt de vrijheid om de driehonderdduizend te verdelen, zoals het haar goed dunkt, als de preventieve maatregelen maar uitgebreider worden uitgerold. De voorzitter: Dank u wel. Ik weet niet of de wethouder daar nog op wil reageren. Mevrouw Oude Engberink: Laat ik vooropstellen dat het feit dat er verschillende portefeuilles die binnen de Sociaal Domein operationeel zijn. U stelt dat daardoor het lastig is om bepaalde subsidieverordeningen in te zetten of dat dat lastig is. Ik kan u verzekeren dat we juist als college daarin elkaar heel erg in vasthouden om met elkaar daar in de goede lijn te kiezen. Voor de Oldenzaalse inwoners en ook binnen het totaal van Sociaal Domein. En nogmaals, op moment dat u een knelpunt signaleert, dan horen wij die graag. Dan kunnen we daarmee aan de slag. Maar alleen het stellen dat wij een bedrag ontvangen van u en dat wij zelf moeten bepalen hoe we dat moeten gaan inzetten, dat zou ik graag bij u terug willen leggen. De voorzitter: De heer Van der Waal nog een keer en dan heb ik ook de heer Mekelenkamp gezien. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voor deze slotopmerking, u vraagt mij een knelpunt. Het knelpunt is 63 miljoen euro groot, dat lijkt me een heel groot knelpunt op een begroting van 136 miljoen.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, de vraag was niet expliciet gesteld door nog mevrouw Berger, nog door mij. Het ging in ieder geval even over de Cultureel Erfgoed, de reserve die wij daarvoor ingesteld hebben. Zeker aangezien ik aanneem. Dat was ook tegen schorsen dat we vorige tijd nog even een beetje een beeld willen hebben van wat is nu het plan? Kan portefeuillehouder niveau cultuur, ik ben even aan het kijken, volgens mij is mevrouw Oude Engberink is de portefeuillehouder cultuur. Dus kan zij iets zeggen van een beeld van wat er nog in de reserve zit waar nog niet bestemd is? -49-

Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. De portefeuille cultuurhistorische waarde van de gemeente Oldenzaal dat behoort tot de voorzitter van deze raad, mijn portefeuille beperkt zich tot de culturele instellingen in deze raad. Maar als u de vraag heeft gesteld dan kunnen we daar als college tijdens de eventueel schorsing nog even op terugkomen bij, maar ik ben even benieuwd of de vraagstelling nu wel voldoende is. Dank u wel. De voorzitter: Ja. Als het als u mij toestaat om het zo even snel te doen dan graag. We hebben u daar al een keer over bericht hoe wij de middelen die we toen hebben gekregen van u hebben belegd en ook welke voortgang daar we hebben ingeboekt. Ik dacht dat dat begin van dit jaar was, maar dat heb ik niet helemaal scherp. En volgens mij zijn eigenlijk alle met uitzondering van een subsidieregeling die we daar ook in hadden ondergebracht, alle middelen ook belegd en ook toegezegd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van het college. Ik kijk even of er nog behoefte … De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Volgens de in uw rol als portefeuillehouder heeft u zelf nog geen … De voorzitter: Nee, die had ik niet. Ik heb volgens mij goed opgelet, mocht dat wel zo zijn, dan hoor ik het terug in de tweede termijn.

Ik weet niet of er nog behoefte is aan een schorsing en anders gaan we meteen door naar de tweede termijn van u en dan kunnen we altijd nog kijken of die behoefte er is. Dan ga ik door met de tweede termijn. De heer Mekelenkamp: Voorzitter? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Zeker behoefte aan schorsing. Ik zou willen voorstellen tot 21.15 uur. De voorzitter: Dat is 20 minuten schorsing. De heer Mekelenkamp: Het mag wat mij betreft ook in een kwartier. Tien minuten? De voorzitter: 21.05 uur? De heer Mekelenkamp: 21.05 uur. De voorzitter: 21.05 uur, schors ik nu de vergadering tot 21.05 uur. Schorsing a.

WG Oldenzaal

De voorzitter: Ik wilde de vergadering zo weer openen dus als iedereen weer op zijn plek gaat zitten. Als ik iedereen mag uitnodigen om te gaan zitten, dan wil ik heropenen. Ik zie meeste mensen. De fractievoorzitters zijn er volgens mij allemaal. Ik heropen bij deze de vergadering en ik begin zoals afgesproken met het rijtje zoals we dat in de eerste termijn ook kenden. U mag dat vanaf uw plek doen. Ik wil u uitnodigen om het kort en bondig te houden. En als dat kan ook al als u dat wenst te reageren op amendementen, moties die zijn ingediend voor zover u dat nog niet heeft gedaan. Ik begin bij de heer Yildirim namens zijn fractie de WG.

-50-

De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Is het nou gelijk tweede min of ook de stemverklaring? Even voor de duidelijkheid. De voorzitter: Nee, dit is de tweede termijn. De heer Yildirim: Tweede termijn, dan wacht nog even met mijn stemverklaring. De voorzitter: U heeft geen tweede termijn, dat kan natuurlijk ook. Dan ga ik door naar D66. De heer Van der Waal. b.

D66

De heer Van der Waal: Voorzitter. Preventie is in onze ogen dermate belangrijk dat we ons amendement tenminste handhaven, eigenlijk graag zouden willen uitbreiden, maar dat is helemaal niet haalbaar. Als signaal dat preventie belangrijk is. Althans in onze ogen laten we het amendement staan. Ik ga even in op het tweede amendement van de VVD. Daar wordt gesproken over het evalueren van projecten binnen de gemeente bij de Voorjaarsnota op basis van voortgang. Wij zouden daarin mee kunnen gaan, als dat ook gekoppeld wordt aan doelstellingen in de wandelgangen, ook wel genoemd de KPI's, want wat nu in de motie staat, wordt al gedaan in de bestaande Voorjaarsnota met allerlei stoplichten. Laatste waar ik iets over ga vertellen is de tweede motie van Solidair over water en klimaat. Dat onderwerp is voor ons dermate belangrijk dat wij daar het nieuwe beleid voor 2026 alvast vooruitlopend een budget voor willen hebben. Wij vinden dat deze raad verantwoordelijk is voor de begroting van 2026 en mocht de nieuwe raad er helemaal niet mee eens zijn, dan hebben ze in de Voorjaarsnota de gelegenheid om dat aan te passen. Tot zo ver. c.

CDA

De voorzitter: Dank u wel dan ga ik naar het CDA. De heer Maartens: Ik heb verder geen tweede termijn d.

GroenLinks

De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks de heer Snijders. De heer Snijders: Kan zeggen wat met de moties en amendementen doe? Ik ga in alles mee wat met preventie te maken heeft. Ik ga niet mee met de moties en amendementen van VVD vind ik zinloos en verder is niet. En ik ben tegen de begroting maar dat heb ik al aangegeven. e.

VVD

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik, het was al een bruggetje naar de VVD. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Nog een kleine inbreng van onze kant vorige week tijdens de bijpraatsessie over de ambtelijke organisatie is ons ook verteld dat we ambtelijk heel veel onder druk staan, dat we heel veel dingen willen doen, dat de capaciteit hier in huis onder druk staat. Dus daarom lijkt ons nog steeds goed idee om in ieder geval in kaart te brengen van wat gaan we dan daadwerkelijk doen en wat gaan we dan, als we keuzes moeten maken, als eerste doen en als tweede doen? Dus daarom zullen we beide moties gewoon handhaven. Die gaan we gewoon indienen. Zo op het moment, zoals ze nu voorliggen in ieder geval. Dan wel even een aanvullende,

-51-

korte aanvullende vraag. We begrijpen in ieder geval dat er binnen alle bestemmingsreserves eigenlijk wel plannen zijn om gelden uit te voeren. Tegelijkertijd zien wij in de meerjarenbegroting en de meerjarenstand van de verschillende de reserves, geen veranderingen daarin. Hoe zit dat en is zit daar een planning van de plannen die er zijn? f.

PvdA

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik val wellicht wat uit de toon, want ik heb wel een wat langere bijdrage. Maar allereerst even de techniek. Indachtig de interruptie van de heer Mekelenkamp tijdens mijn bijdrage van de eerste termijn. Uit de beantwoording van het college blijkt dat hier geen maximum in zit in termen van jaren. En dan doel ik op het aanspreken van het surplus van de algemene reserve. Het maximum wordt bepaald door de mate waarin het weerstandsvermogen aanspreekbaar is. Dus dat we dat even uit de wereld hebben. Dan de politiek, volgens mij, voorzitter, kunnen we concluderen dat ons amendement waarschijnlijk alleen steun krijgt van de oppositie en van enkele coalitiepartijen horen we dan het argument dat men geen nieuw beleid wil vaststellen, omdat er verkiezingen aankomen. Maar, voorzitter, deze begroting is van deze raad niet van de volgende, wij zijn nu aan zet. En bovendien dit amendement introduceert geen nieuw beleid. Het voorkomt juist dat we bestaand beleid afbreken.

En verder, als de komst van de verkiezingen reden is om geen keuzes meer te maken, wat zijn we hier dan in vredesnaam aan het doen? En ik begrijp de VVD vanuit haar ideologische lijn is het standpunt heel goed in te nemen, al heb ik stille hoop dat mijn tripje naar Thorbecke hen toch op andere gedachten heeft weten te brengen. Maar bij het CDA, dat zegt hart vol Oldenzaal te hebben. En bij de WG die zich altijd sterk maakt voor verenigingen, vraag ik me af, hoe legt u deze voortzetting van onzekerheid uit? Aan al die vrijwilligers die het cement van onze gemeenschap vormen. Ook het college heeft haar licht laten schijnen op ons amendement. En komt met de volgende zienswijze de bezuinigingen gaan niet volgend jaar in, dus er is hoop. En er vinden gesprekken plaats. Daarnaast zou het tegemoetkomen van de verenigingen kunnen resulteren in het feit dat verenigingen worden ontslagen van de verplichting om naar de eigen bedrijfsvoering te kijken mijn reactie is dan, dat klinkt heel redelijk goede argumenten, want het punt dat ik wil maken wordt hiermee geneutraliseerd. Dus dat is echt goed geredeneerd. Want voorzitter dat de bezuinigingen ingaan betekent niet dat de onzekerheid er niet is. Verenigingen plannen ook op de lange termijn. De aankondiging alleen al heeft gevolgen. Hoop is geen beleid.

Dat er gesprekken plaatsvinden is verder positief maar zolang de uitkomst ongewis blijft, blijft ook de druk bestaan. En met dit amendement bieden we juist rust en duidelijkheid, zodat de gesprekken niet plaatsvinden onder de dreiging van bezuiniging. En verder voorzitter, het argument dat financiële steun verenigingen zou ontheffen van de plicht om naar de eigen bedrijfsvoering te kijken gaat eraan voorbij dat verenigingen juist al jarenlang hun eigen broek ophouden. Vrijwilligers draaien de bouw, repareren het dak, zoeken sponsors en jagen hun leden langs de deur voor wild, kerstboom potgrond acties en ga zo maar verder het is niet zo dat verenigingen afhankelijk willen zijn van de lokale overheid, maar ze mogen erop vertrouwen dat de gemeente betrouwbaar is in haar partnerschap. Zeker nu het geld tegen de plinten op klotst. Als de Partij van de Arbeid geven wij dan ook geen vrijbrief met dit vertrouwen, of met dit amendement, maar juist vertrouwen. Vertrouwen in de motor van onze lokale samenleving. En voorzitter, tot slot wordt het argument van het noodfonds gemunt. Het klopt dat er een noodfonds is voor verenigingen, maar het doel van dat fonds is juist om te kijken, of om verenigingen te helpen bij structurele verduurzaming. Niet om gaten te dichten die de gemeente nu zelf dreigt te slaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16338000/2