04a. Verslag van de vergadering van 10 november 2025
Tekst van het document
U bent alleen maar achterover aan het leunen en u doet voor de rest helemaal niks. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Zo kun je het zien, maar het heeft mij best wel veel tijd gekost om dat uit te zoeken. We zijn met een kleine fractie. Ik heb al een aantal keren gezegd en gewezen op preventie en moties ingediend om dat niet te doen. Maar ja, die machtige coalitie doet daar niks mee. En dan word je een beetje zinloos van. Ik denk van daar ga geen tijd meer in stoppen. Ik probeer de raad bewust te maken van het feit dat ze zo blind zijn als een pasgeboren konijn en dat we eigenlijk totaal stuurloos zijn en zeker niet in control. U kunt ermee doen wat u wilt. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u, voorzitter. Ben ik zo duidelijk hoorbaar? Ja? Dit was eigenlijk een interruptie op de felle aanval van de heer Mekelenkamp, want de coalitie dertienkoppig samen …
-18-
Nee, zij zitten daar zelf bij. WG gaat geen nieuw beleid toevoegen en moties indienen, amendementen, negen zetels. En de CDA. En dan gaat u zo fel op een eenmansfractie? Dan had ik toch wel iets meer gas gegeven aan de andere kant, want ik begrijp heel goed waar u vandaan komt. Dus ik moet u wel een beetje half staan hierin. De voorzitter: De heer Snijders nog. De heer Snijders: Dat vind ik heel aardig. Ik zou u een kusje willen geven, maar dat mag tegenwoordig niet meer. De voorzitter: We gaan gauw door. De heer Van der Waal. De heer Snijders, als u toch nog even voor de zekerheid, in meerdere opzichten, weer terug wilt naar … De heer Van der Waal. Even weer serieus beste mensen, even weer serieus. De heer, inderdaad, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Ik constateer dat de heer Mekelenkamp kritiek heeft op het niet indienen van een motie door GroenLinks. Ik moet zeggen, ik waardeer de inspanning van GroenLinks. Ik heb dat van enigszins nabij, maar toch op afstand meegemaakt. De man heeft zich ongelooflijk ingezet om daar een goed verhaal van te maken. Hij komt met een mooi verhaal. Hij heeft alleen niet voldoende tijd gehad om daar een motie van te maken. Dat enig hout snijdt, wat dan ook.
U zegt hem, je had een motie in kunnen dienen, ik daag u uit om een motie in te dienen op basis van dit verhaal, om een goed verhaal te hebben richting de Oldenzaalse Inwoner. Ik ben benieuwd wat uw commentaar daarop is. De voorzitter: Ik zie dat de heer Mekenkamp daarop wil reageren. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Ik had met allerliefste een motie ingediend naar aanleiding van het verhaal van de heer Snijders. Alleen ik ben het volledig niet met hem eens. De voorzitter: Ik ga weer terug naar de heer Snijders. Volgens mij verder niemand. Dan dank ik u hartelijk. Ga veilig weer terug. Voordat we verdergaan, kijk ik toch nog even met een schuin oog of dat allemaal goed gaat. Het gaat allemaal goed. Heel goed. Nee, maar dat zit wel goed. Het zijn goede buren van elkaar. Volgens mij kan ik nu door naar de VVD, de heer Mekelenkamp. e.
VVD
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik ben toch blij met de nieuwe indeling van de raadszaal. Dat iedereen op elke plek kan gaan zitten en dat we gewoon kunnen wisselen van plek, in ieder geval. Voorzitter, eigenlijk kunnen we onze beschouwing op deze begroting kort houden, het is immers een op een doorvertaling van de kadernota die wij als raad hebben vastgesteld. Als verdere financiële gevolgen van de meicirculaire ook nog eens voor een positief effect zorgen, dan zou het weleens een hamerstuk kunnen zijn. Maar achter de keuzes gemaakt in de kadernota met betrekking tot de verdeling van lasten en investeringen staan wij nog steeds. We denken dat als deze plannen uitgevoerd gaan worden, Oldezaal weer een stap mooier wordt en voorzieningen beschikbaar en toegankelijk blijven. En dat is per slot van rekening waar wij het voor doen. Maar voorzitter, dan moeten de plannen wel uitgevoerd worden. En daar wringt het. Bij de afgelopen jaarrekeningen zagen we het meermaals en ook in de auditcommissie gaf de accountant dit aan. We hebben te kampen met onderuitputting en dat is zonde. Ten eerste is het zonde van het geld, want dat staat stil. Bovendien is het zonde van de gemaakte plannen. Inwoners zien namelijk weinig veranderen. Maar het allerbelangrijkste het is zonde van het vertrouwen, want als je iets belooft, dan moet je het waarmaken.
Voorzitter, wij maken hier keuzes die grote impact hebben op Oldenzaalders. Inwoners -19-
en verenigingen worden geconfronteerd met soms de pijnlijke gevolgen hiervan en dan is het wel extra jammer om te zien dat bijvoorbeeld de verkeersveiligheid, die met dit geld verbeterd had kunnen worden, vanwege een gebrek aan capaciteit, niet opgepakt is. Kortom, plannen maken is niet hetzelfde als iets doen. Daarom vragen wij als ons als Oldenzaalse VVD ons het volgende af, ligt het misschien aan de te grote ambities die we hebben? Willen we te veel? Zorgen minder ambities, misschien wel voor meer resultaat op straat? Allemaal vragen waar wij als fractie graag een antwoord op willen hebben en daarom dienen wij een motie in om onderuitputting actief tegen te gaan. We vragen het college om realistisch te plannen, projecten beter te beheersen. En als die echt niet lukt, wees daar transparant over, zodat wij als raad keuzes kunnen maken op basis van feiten en niet op basis van mooie plannen die op papier blijven staan. De voorzitter: Ik hoor een punt. De heer Van der Waal per interruptie. De heer Van der Waal: Voorzitter, voordat de motie of amendement, wat dan ook, wordt voorgelezen stel ik de heer Mekelenkamp de vraag, is het niet belangrijk, naast datgene wat hij wil, om ook per onderwerp aan te geven wat je wil bereiken? Want als je wil bereiken dan kan je aangeven waar de bestaande capaciteit het beste op ingezet kan worden. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, daar kom ik zo meteen in mijn verhaal op. Ik wil in eerste instantie ons richten op de onderuitputting. Dus we maken hier keuzes, we maken als raad maken we keuzes voor bepaalde verdeling van gelden. Tegelijkertijd, daar zijn allerlei doorrekeningen achter, maken we op basis daarvan keuzes om dingen wel te doen, om dingen niet te doen. En dan is het jammer dat als wij als raad een keus maken om iets te gaan doen, dat het dan omwille van ambtelijke capaciteit dat dat plan niet uitgevoerd kan worden. Dan hadden we met hetzelfde geld hadden we ook andere dingen kunnen doen. De voorzitter: Mevrouw Berger, dacht ik. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een goede motie en ik wil hem ook wel graag steunen. Maar ik zou hem misschien nog breder willen trekken, want wij hebben in ons raadsprogramma met zijn allen bepaalde gelden gereserveerd. Bijvoorbeeld cultuurhistorische potje en dergelijke. Die gelden zijn geoormerkt, maar die zijn allemaal nog niet uitgegeven. Ik zou misschien met u in de schorsing daar wel even over willen hebben of wij dit misschien hierbij kunnen toevoegen. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Even voor mijn, verduidelijking van mijn beeld.
Want doelt mevrouw Berger dus op alle bestemmingsreserves die wij bij de allereerste begrotingsbehandeling echt bij het raadsprogramma die wij bij vaststelling daarvan die wij toen in hebben gesteld en die wilt u nu allemaal overhevelen naar iets? De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Ik zou graag inzichtelijk willen, want u heeft het, zijn wij misschien te ambitieus over de doelen die wij stellen, kunnen wij ze niet waarmaken? Wij hebben heel veel ambities gesteld in begin van onze raadsperiode. Lang niet al die doelen hebben wij gehaald. Nu blijkt dat wij helemaal muurvast zitten in de begroting. Is het misschien een idee om de ambities die niet gehaald zijn, -20-
inzichtelijk te krijgen en misschien terug laten vloeien naar de algemene reserves. Dat biedt ons allemaal wat meer bewegingsruimte. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe je daarnaar kijkt. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, hangt ervan af. Ik sta er niet onwelwillend tegenover. Ben ook voornamelijk heel benieuwd van, hebben we ambities en hebben we al plannen, maar zijn die nog niet uitgevoerd of hebben we alleen maar een zak geld en hebben nog geen plannen eronder liggen. Dat is voor ons wel een wezenlijk verschil natuurlijk. Dan zouden we het bij wijze van spreken met een heel mooi woord een ambitie reserve kunnen noemen om zo op te bouwen, bij wijze van spreken. Maar dat is zeker iets waar we tijdens de schorsing over kunnen spreken. De voorzitter: Dan zou ik zeggen gebruikt u de schorsing daarvoor. Ik kijk even verder. Gaat u verder met uw betoog. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Ik beschouw bij deze even de motie als ingediend omwille van de tijd. Met schuin oog naar de klok. De voorzitter: Heel goed. Gaat u verder. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Als we het hebben over de uitvoering dan moeten we het ook hebben over prioriteiten, want niet alles kan.
Wat moet er dan als eerste gebeuren? Daarom willen wij als Oldenzaalse VVD graag meer duidelijkheid over de manier waarop er momenteel keuzes worden gemaakt binnen de verschillende programma's. Daar hintte de heer Van der Waal net al op. Door de onderuitputting moeten er keuzes gemaakt worden. Maar wij weten niet op grond waarvan dit gebeurt en dat is dus nu exact het probleem. Hoe kunnen wij controleren als we niet weten wat er als eerste zou moeten gebeuren? En daarom dienen wij als Oldenzaalse VVD een motie in die ons als raad meer inzicht in prioriteiten geeft. De voorzitter: Ik zie dat u zelf al een ruimte in uw betoog creëert. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Alweer voor het voorlezen van de motie, de vraag allereerst, bij de bezuinigingsmaatregelen die vorig jaar besproken zijn, was ook een spoor onderuitputtingen. Is dat wat anders dan de onderuitputtingen die u hier noemt? Dan de prioriteitstelling, zijn die niet gekoppeld aan doelstellingen door andere partijen, ook wel KPI’s genoemd een lelijk woord voor doelstellingen die je kan testen of die gehaald zijn.
De heer Mekelenkamp: Om de eerste vraag te beantwoorden, dat hebben we vorige week, in het politiek Forum hebben we het hierover gehad en heeft portefeuillehouder keurig aangegeven dat wij rekening hebben gehouden met een onderuitputting van zes ton jaar op jaar op jaar, dus dat we ieder jaar zes ton meer in de boeken zetten dan dat we daadwerkelijk uitgeven. Maar dat is zeker iets. En ook de accountant heeft aangegeven in de auditcommissie, waar nog wel meer lucht in zit. En zeker als we jaar op jaar terug gaan kijken op welke programma's en op welke onderdelen was er sprake van onderuitputting? Dan denk ik dat we daar in ieder geval een gat in onze capaciteit kunnen gaan vinden. Enerzijds dat we dan realistisch kunnen plannen en B, met de gaten die we dan zien dus met de berg aan plannen die we hebben en de beperkte capaciteit waarmee we het uit kunnen voeren, zou dat dus kunnen zijn, is een indicatie in ieder geval, van een plek waar er prioritering zou moeten gaan plaatsvinden. En wij hebben hem heel breed opgesteld in ieder geval, om in ieder geval het
-21-
college de opdracht te geven om uit te werken op welke manier we kunnen gaan prioriteren binnen deze raad. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik hoor impliciet uit uw uitspraak, dat kan zijn dat ik het verkeerd concludeer, dat u zegt, we moeten zes ton uit de begroting halen, want die hebben we toch niet nodig? Het gevaar daarbij is dat op projecten dat daar te weinig geld wordt neergezet, omdat verwacht wordt dat dat niet besteed gaat worden. Wordt dat in uw ogen ook een gevaar? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dat is een hele mooie vraag, maar ik begrijp alleen niet. Kan de heer van der Waal hem iets verder verduidelijken? De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: U hebt bezwaar tegen onderuitputting oftewel, het niet besteden van zes ton uit de begroting. Het is op voorhand niet aan te geven op welke onderwerpen die zes ton niet gaat worden uitgegeven of onderdelen van die zes ton natuurlijk. Dus hoe krijgen we die zes ton bij het opstellen van de begroting al duidelijk, zodat de begroting gaat voldoen aan datgene wat gaat kunnen worden uitgevoerd? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter.
We hebben gewoon, zoals ik het me heb laten vertellen vorige week in het Forum, in ieder geval een min van zes ton ieder jaar in de begroting staan, dus alle plannen die we maken, daar trekken we gewoon zes ton vanaf en dat dat zou dan in principe op nul moeten uitkomen. Maar ik hoor zo meteen allicht van de wethouder dat ik het verkeerd begrepen heb. Tenzij ik het goed begrepen heb dan hoor ik het des te meer graag van de wethouder. Alleen de vraag hoe komen we bij dat bedrag en hoe gaan we dat onderzoeken? Dat is mooi, want ik hoop ik in ieder geval met onze motie meegaat, want we willen gewoon terugkijken naar de afgelopen boekjaren. En we willen gaan kijken, wat zijn nou patronen die er zich in de onderuitputting doen voorkomen? Wat zien we daar nou in? En op basis van die patronen kunnen we dan zien op welke programma's of binnen welke domeinen we nou echt er sprake is van structurele onderuitputting. De voorzitter: Volgens mij kunt u gerust verder gaan met uw betoog. De heer Mekelenkamp: Dat is mooi. Dan ga ik verder. Voorzitter. En als we dan kijken naar de financiële kant van onze begroting, dan zien we dat er positieve saldi zijn en dat onze reserve goed gevuld is. Echter als Oldenzaalse VVD zijn we geen voorstander van het inzetten van onze algemene reserve om de normale bedrijfsvoering op te vangen.
En als we eruit gaan putten, dan moeten we dit doen om te investeren in de stad, zodat we ook in de toekomst geld overhouden. En daarbij moeten onze ogen voornamelijk denken aan uitdagingen die grote impact gaan hebben op de leefbaarheid in Oldenzaal de komende jaren. Wonen, stroom en water. Natuurlijk … De voorzitter: Ik zie een interruptie voordat u verder … De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Ik repeteer datgene wat voorgedragen is en wat ik ook gelukkig kan voorlezen. Als we eruit gaan putten dan moeten wij dit doen om te investeren zodat wij ook in de -22-
toekomst geld over kunnen houden. Geldt dat zelf niet voor preventie waar wij proberen uitgaven in het Sociaal Domein tegen te gaan. Ik hoop dat u het antwoord van de heer, van mevrouw Nevels goed hebt verstaan zodat u dat kunt naar voren brengen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Ook zonder het antwoord van mevrouw Nevels, had ik hier ook wel op kunnen antwoorden. De voorzitter: En volgens mij hebt u dan meteen uw antwoord, gaat u verder met uw betoog. De heer Mekelenkamp: Natuurlijk weten we dat netcongestie is een groot probleem is, maar door slim te investeren kun je een hoop problemen wegnemen. Neem het voorbeeld van het bedrijventerrein Voorst, in Zwolle, waar vijf grote bedrijven gezamenlijk gewerkt hebben aan oplossingen, zoals gezamenlijke batterij. In samenwerking met onder andere de gemeente, Oost NL en de provincie Overijssel. Hierbij hebben ze gekeken wat het beste is voor het hele gebied en niet voor eenieder voor zich. De provincie wil deze aanpak graag verder uitrollen, met de focus op cluster zes industrie. Veel gebruikers. Oldenzaal heeft hier ook heel veel van en er zijn al vele initiatieven op dit gebied, maar we begrijpen dat het veelal vastloopt op de verbinding van verbruikers met elkaar, om hun gebruik data te delen.
Het initiatief van de provincie biedt ons mogelijkheid om de industrie te verduurzamen, waarbij tegelijkertijd wordt gekeken naar economische haalbaarheid. Een winwinsituatie dus. We zijn goed op weg op het gebied van netcongestie … De voorzitter: Voordat u verdergaat, excuus, u was al iets verder in uw betoog dan ik in de gaten had. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Ik vind het een hele mooie alinea. Ik heb toch een verduidelijkende vraag. U begrijpt … Loopt het meestal vast op de verbinding van gebruikers met elkaar om hun verbruik data te delen. Is dat een technisch probleem of is dat een probleem van onderlinge samenwerking? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het is een juridisch probleem. We hebben te maken met de AVG en daardoor mag men niet met elkaar delen wie hoeveel data heeft, wie welke capaciteitscontracten heeft. Dat is momenteel de uitdaging waar wij nou in ieder geval horen dat men veel tegenaan loopt. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dit antwoord verbaast mij wat, want AVG geldt over data van anderen. Als ik deze raad wil mededelen dat ik zweetvoeten heb en dat heb ik, dan ben ik daar de volle vrijheid toe dus de ondernemer mag binnen een organisatie waar die zelf deel van uitmaakt zijn eigen data zeker delen. De voorzitter: Ik hoop dat u uw schoenen aanhoudt.
De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Ik kijk toch met een heel andere blik in een keer naar de heer Van der Waal in een keer, die hier over het algemeen met zijn sandalen staat. Maar dat terzijde. We zijn goed bezig op het gebied van netcongestie, maar met een jaarlijks budget van 25 duizend euro het liefste willen we deze volledig inzetten om Oldenzaalse ondernemers te helpen met een probleem. -23-
Helaas resulteert het erin dat er weinig tot geen ruimte is om te kijken naar innovatieve technieken, zoals bijvoorbeeld waterstof. De voorzitter: Voordat u verdergaat. Ja, maar ik heb het idee dat de heer Van der Waal vindt dat hij nog geen antwoord op uw of geen antwoord van u op zijn vragen heeft gekregen. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik vind dat u het geweldig mooi samenvat. De voorzitter: Dus kom ik weer terug bij u, mijn heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dit is wat we horen in gesprek met ondernemers en met de provincie. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Van der Waal: Maar als een ondernemer aangeeft zijn data te willen delen in zijn eigen belang, wie houdt dat tegen? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het is niet, het is niemand die het tegenhoudt, alleen er is gewoon … We horen in ieder geval dat het probleem netcongestie oplossen, wat deels overigens niet een daadwerkelijk probleem is, maar een technisch probleem, of nee, ik moet zeggen een administratief probleem. Kijk, nu word ik wel geholpen door mijn fractie in ieder geval. Dat is eigenlijk het probleem waar we nou tegenaan lopen.
Alleen er zijn nog steeds een aantal uitdagingen, voornamelijk op de AVG, maar ook op andere gebieden, die voorkomen, waardoor en voornamelijk op juridisch vlak, ik ben geen expert wat dat betreft, die ervoor zorgen dat bedrijven niet met elkaar in verbinding kunnen worden gebracht. En dat we dit probleem niet gezamenlijk kunnen oplossen. En zeker met het initiatief wat de provincie Overijssel nu heeft genomen, met de stap die zij nu hebben genomen, denk ik dat wij als gemeente ook onze industrie kunnen verduurzamen en onze bedrijven weer ruimte kunnen geven om te kunnen innoveren en te kunnen uitbouwen. De voorzitter: Ik zag de heer Van der Waal instemmend knikken. Dus volgens mij kunt u verdergaan met uw betoog. De heer Mekelenkamp: Het liefste willen wij deze volledig inzetten, deze 25 duizend euro om Oldenzaalse ondernemers te helpen met hun problemen op het gebied van netcongestie. Helaas resulteert het erin dat er weinig tot geen ruimte is om te kijken naar innovatieve technieken, zoals bijvoorbeeld waterstof en daarom dienen wij een motie in die de financiële ruimte geeft om, zodra dit onderwerp gaan spelen in Oldenzaal, met de volgende strekking. Laat ik wederom even de in de inhoud van de motie laat ik even zitten. De voorzitter: Iedereen heeft die ook gekregen. De heer Mekelenkamp: Dat is mooi. Dan gaan we door naar een aantal korte vragen richting het college.
Welke ontwikkelingen zijn er nog? Na de overlast die in Zuid-Berghuizen is geweest, er werd net al aan gerefereerd. Heeft de integrale aanpak inmiddels al enig effect gehad? En wat is de stand van zaken van het parkeren in de garage van de Driehoek? We zien namelijk nog steeds weinig beschikbare parkeerplaatsen op het maaiveld voor de bezoekers van onze mooie stad. En de laatste, -24-
als raad hebben wij meermaals de discussie gehad over de groeiambities van onze stad. Een heikel punt daarbij is dat de ambitie om te groeien om voorziening in stand te houden, nergens officieel door de raad is vastgesteld. In hoeverre kunnen wij dit nog doen? Voorzitter, als Oldenzaalse VVD blijven we kiezen ook al is het moeilijk, voor het waarmaken van beloften, stellen van duidelijke prioriteiten en het doen van slimme investeringen in de toekomst. Echter, dit betekent echte uitvoering, geen plannen die op papier blijven, transparantie en richting, geen onduidelijke prioriteiten en gerichte investeringen met een blijvend effect. Oldenzaal verdient een bestuur dat gewoon doet, heldere keuzes maakt en niet vooruitschuift, maar wel vooruitkijkt. Genoeg gepraat, tijd voor actie. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Bouwman nog. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Twee opmerkingen. U wilt niks uit algemene reserve halen, maar deze motie roept op om die vijftienduizend uit algemene reserve te halen. Dat één, dus een discrepantie. En twee, u heeft over de parkeerplaatsen in de Driehoek garage op het maaiveld, maar op de verdieping is nog meer dan voldoende plek voor bezoekers om daar te parkeren. Dus ik ben even benieuwd waar die vraag vandaan komt. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, als de heer Bouwman mijn betoog goed heeft gelezen, want dat heeft hij kunnen doen, omdat wij ons betoog wel gedeeld hebben, dan had de heer Bouwman kunnen zien dat wij niet willen, als algemene reserve willen gaan gebruiken om onze lopende bedrijfsvoering te dekken. Onze algemene reserve willen wij juist gebruiken om te kunnen investeren in onze stad. En de tweede vraag over parkeren in de parkeergarage van de Driehoek. Ja, dat is ook onze constatering. Dat zeker door onze verdieping helemaal leeg staat. Een doorn in het oog voor ons. We zien dat er heel veel mensen … Ik was, mooi voorbeeld, ik was toevallig was ik van vanochtend was ik boodschappen aan het doen met mijn vriendin en het was plus minus 12.00 uur en 75 procent van de parkeerplaatsen bij de Albert Heijn in het centrum waren al bezet. Dat is niet gebruikelijk voor maandagmiddag. En dat nodigt niet uit voor mensen die naar onze stad komen om te denken, weet je wat is? Ik ga even gezellig naar Oldenzaal, want daar dat is alles zo makkelijk bereikbaar. Het ziet eruit alsof de stad al vol is en dat is niet wat we willen. Dus wij willen graag kijken, hoe kunnen we minder vaste parkeerplekken, of parkeerplekken die vast in gebruik zijn op het Maaiveld, hoe kunnen wij dat die bezetting minder maken door te kijken naar de Driehoek? De voorzitter: De heer Snijders.
Of de heer … Dan bent u eerst, de heer Bouwman. Eerst de heer Bouwman, dan kom ik bij de heer Snijders. De heer Bouwman: Ik vraag me toch een beetje af waar dat beeld dan vandaan komt want ik kom ook regelmatig in de parkeergarage van de Driehoek en dan met name de verdieping onder het Maaiveld en daar is meer dan voldoende ruimte voor auto's om daar te parkeren. Dus er is geen parkeerprobleem of mensen die geen plek hebben om te parkeren. Dus ik begrijp niet zo goed wat of misschien praten we langs elkaar heen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ik denk het wel, voorzitter. Ik denk dat de heer Bouwman en ik namelijk exact hetzelfde idee hebben. Er is ruimte in de Driehoek. We zien auto's op het Maaiveld, laten we die auto's van het Maaiveld zo mooi mogelijk maken dat we die naar de Driehoek kunnen krijgen, zodat die parkeergarage gevuld is en dat alles op het Maaiveld, dat we dat kunnen gebruiken voor de
-25-
mensen die hier wil komen shoppen, recreëren, gezellig een terrasje willen pakken, dat allemaal. Volgens mij zijn we volledig met elkaar eens. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders, want dat is een mooie conclusie. De heer Snijders: Heeft u ook overwogen om het fietsen te bevorderen? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja, ik heb het overwogen. En ja, ik heb ook vanmorgen overwogen om mijn boodschap op de fiets te gaan doen. Alleen het is toch onpraktisch om met de boodschappen van de hele week, om die op de fiets mee te nemen. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Ik bedoel niet dat u met de fiets gaat, maar ik bedoel dat u de mensen in de stad bevordert om te gaan fietsen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja. De voorzitter: Dan de heer Van der Waal tot slot. De heer Van der Waal: Voorzitter, Mekelenkamp en ik zijn het helemaal eens om geld in investeren om daar rendement uit te halen om geld daarmee te verdienen. De heer Mekelenkamp wil geld investeren in de stad om daar geld uit te halen ik wil met mijn amendement geld investeren in de inwoners van deze stad. De heer Mekelenkamp is daarop tegen. Wat is het verschil tussen een investering met rendement van het een, investering en het rendement van het ander kan dat aannemelijk maken? De voorzitter: Dat gaan we nu horen. De heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Dat was een gesloten vraag, dus ik kan hem ja beantwoorden. Ga ik deze keer niet doen. Nee, zeker dat daar zit een verschil tussen, alleen het verschil is wat u wilt doen. U heeft een, u heeft het gevoel dat er ergens nog drie ton goed besteed kan worden, maar u heeft niet een idee waar u het wil ingaan zetten, waarvoor het wil gaan gebruiken en u heeft een, zoals ik net al gezegd, een magic touch waarmee u dingen meetbaar wil maken die tot op heden nog niemand die meetbaar heeft gekregen. Ook wat de heer Snijders zei, de Rekenkamer heeft terecht geconcludeerd we investeren veel in preventie, maar het meetbaar krijgen van de effecten van preventie is ons gewoon als Oldenzaal niet gelukt. En dan wil de heer Van der Waal wil ieder voorstel wat er komt, wil die gaan meten of een ballotagecommissie in het leven gaan roepen, om te bepalen of iets nou wel of niet uitgegeven mag worden. Dat is zo ongrijpbaar. Dan zetten wij, voor die drie ton die de heer Van der Waal wil inzetten, heb ik liever twintig waterstof oplossingen die we in operatie kunnen krijgen. De voorzitter: De heer Van der Waal nog en dan, ik heb de heer Snijders ook gezien. De heer Van der Waal: Waterstof is iets wat je niet apriori moet kiezen, want dat is weliswaar een buffer, maar dat kost wat energie.
U wil, even los daarvan, investeren in een innovatiefonds en bij een innovatiefonds staat apriori alvast dat je niet weet wat er uitkomt. Dat je een goede hoop hebt, en -26-
daar ben ik het volledig met u eens, dat er iets moois uit komt, dat daar geld aan rendeert. En dan nogmaals, is dat niet hetzelfde als dat je investeert in preventie om te voorkomen dat je kosten maakt? De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders. De heer Snijders: Heeft hij het rapport gelezen van de rekenkamercommissie over de efficiëntie van het Sociaal Domein? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Jazeker heb ik dat met belangstelling gelezen, voorzitter. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Heeft u dan ook gezien dat het niet zo is dat preventie niet te meten is, maar dat Oldenzaal gewoon geen monitoring tools heeft ingericht? De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja voorzitter. Dat was exact wat ik zei net, dat de Rekenkamer heeft geconcludeerd dat wij als Oldenzaal niet goed kunnen meten wat het effect is van onze preventie. Dat is wat ik gezegd heb. De voorzitter: Ik had het idee dat het zich aan het opbouwen is. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik denk dat u het misschien nog een keer moeten lezen, want we hebben het gewoon niet ingericht en daarom kunnen we het niet meedoen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp, ik weet niet of u daar nog op wilt reageren. De heer Mekelenkamp: Ik concludeer dat de heer Snijders mijn woorden herhaald, maar net in een andere volgorde en net met een andere woordkeuze.
De voorzitter: Dan kom ik nu … Nee, want ik rond … Ja, dat mag. Ik kom nu tot een afronding van deze termijn van de VVD en ik ga door naar de Partij van de Arbeid. f.
PvdA
De voorzitter: En dat is de heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Vandaag ga ik u overtuigen van drie zaken. Ten eerste dat de bezuiniging die nu voorligt niet ingegeven is door economische noodzaak, maar het gevolg is van een politieke keuze. Ten tweede dat iedereen in deze raad zegt te staan voor een sterk verenigingsleven, maar dat we die woorden nu moeten omzetten in daden. En ten derde dat we dat ook kunnen doen, omdat we de financiële ruimte hebben om deze bezuinigingen niet verder door te zetten. Maar voorzitter, eerst even een persoonlijke biecht want ik heb geen enkele reden om een sociaaldemocraat te zijn. Ik ben namelijk opgegroeid in ongekende welvaart, met geweldig liefhebbende ouders en fantastische vrienden. En ik mocht daarbij ook opgroeien binnen de veilige sociale structuur van Zuid-Berghuizen, waar leraren korte lijntjes onderhielden met ouders, -27-
voetbaltrainers een extra oogje in het zeil hielden en verenigingen een plek waar, verenigingen plekken waren waar je naartoe ging om meer te doen dan te sporten of muziek te maken. Ik ben daarmee opgegroeid in een netwerk van mensen dat naar elkaar omkeek. Waar een jochie of een meisje dat net iets te laat naar huis liep, door de voetbaltrainer naar huis werd gebracht. Een plek waar je niet alleen groot werd door je gezin of door je familie, maar door de gemeenschap om je heen. En ik ben daarmee opgegroeid in de luxe van een samenleving die werkt. Later toen ik sociologie ging studeren, begreep ik beter wat ik eigenlijk toen zag. Dat kansen en mogelijkheden niet alleen afhangen van inzet of talent, maar van de randvoorwaarden die de samenleving biedt. En precies daar raken we de kern van dit debat, want verenigingen zijn zo’n randvoorwaarde. Zij zorgen ervoor dat kinderen en volwassenen een plek hebben waar ze kunnen groeien, elkaar kunnen ontmoeten, zich kunnen ontwikkelen en zich thuis kunnen voelen. Niet iedereen heeft dat vanzelf, maar verenigingen maken dat verschil wel. En, voorzitter, als je dan door de begroting bladert, zie je dat er met de kleinste vlooienkam gezocht is naar bezuinigingen, niet naar grote structurele oplossingen, maar naar kleine euro's. En precies die kleine euro's hebben de grootste impact.
Ze raken niet een abstract potje of een beleidsmatige marge, maar het hart van onze samenleving, onze verenigingen. Want sociaal-culturele verenigingen en Sportvereniging gingen zijn niet zomaar een voorziening. Ze zijn de stad. Zij geven kleur aan onze pleinen, dragen generaties, zorgen voor ontmoeting, brengen mensen uit verschillende bubbels bij elkaar. Zij houden buurten leefbaar, creëren sociale veiligheid en zorgen ervoor dat mensen niet pas geholpen hoeven te worden als het misgaat. Waar verenigingen sterk zijn, heeft de overheid minder te repareren. Voorzitter, onze algemene reserve is fors. We hebben een algemene reserve waar andere gemeenten jaloers op zouden zijn. Er is dus geen economische noodzaak om hier te snijden. Wat we nu doen is niet gedwongen door cijfers. Het is een politieke keuze en dat moeten we dan ook durven zeggen met elkaar. Dit is niet een bezuiniging, omdat het niet anders kan, maar omdat we ervoor kiezen om onze buffer ongemoeid te laten en verenigingen wel te raken. En ik weet, voorzitter, er zullen straks tegenargumenten komen. Ik zie hier links naast mij al een vinger die onderweg is. Dat sommigen straks zullen zeggen, als we dit doen, wil straks iedereen uit die reserve putten. Dat klopt, voorzitter. En precies daarom is dit een politieke keuze.
Wij maken vandaag zichtbaar wat wij belangrijk vinden en voor ons zijn dat verenigingen, de mensen en gemeenschappen die deze stad dragen. Tijdens de behandeling van de kadernota hebben we allemaal uitgesproken dat we staan voor een sterk verenigingsleven, want we weten allemaal wat verenigingen betekenen voor Oldenzaal. Ze verbinden generaties, dragen buurten en wijken, zorgen voor ontmoeting, voor sociale veiligheid en bovenal hebben ze een preventieve werking. Je hoeft geen socioloog te zijn om te snappen dat dit de motor is van een sterke samenleving. Maar, voorzitter, verenigingen zijn geen bedrijven. Je kunt ze niet afbouwen alsof er ergens een reorganisatie team klaar zit. Je kunt vrijwilligers niet opleggen om met minder geld hetzelfde te doen. En wie is er straks nog gek genoeg om vrijwillig voorzitter of penningmeester te worden van een club of vereniging die elk jaar moet inleveren. Voorzitter, als we allemaal zeggen dat verenigingen zo belangrijk zijn en ik heb volgens mij niemand horen beweren dat dat niet zo is, dan moeten we ook de consequenties daarvan durven dragen. Daarom wil ik vandaag de kwartjes waar we het in de kadernota ook al over hadden, op een andere manier aanspreken. Niet met een subsidiepot, niet met een OZP-verhoging, maar met onze algemene reserve en dan om het heel technisch te zeggen, met het surplus uit onze algemene reserve.
Want daarmee mogen wij tijdelijk, structurele lasten dekken vanuit incidentele middelen. En ik beschouw het amendement daarmee ook nu als ingediend. Voorzitter, laten we de voorgenomen bezuiniging op verenigingen niet doorvoeren, maar dekken vanuit de buffer die we hebben opgebouwd. Daar is die buffer namelijk voor bedoeld om te beschermen wat waardevol is, juist in onzekere tijden. Niet om hem te koesteren op een spaarrekening terwijl het sociale weefsel van onze stad langzaam afbrokkelt. Voorzitter, een buffer is geen doel op zich, een samenleving wel. Dank u wel.
-28-
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, zoals we van hem gewend zijn heeft de heer Kramer natuurlijk een mooi en gloedvol betoog waarvoor complimenten, maar vraag aan de heer Kramer, hoe betaalt hij zijn krantenabonnement, betaalt hij die van zijn salaris of betaalt hij die uit een spaarpotje waar hij maandelijks geld in stort om zijn drogen te kunnen vervangen op moment dat die één keer de geest geeft. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Ik snap waar de heer Mekelenkamp naartoe wil. De heer Mekelenkamp wil mij ertoe verleiden om te zeggen dat ik met geld wat ik niet structureel binnenkrijg, structurele lasten wil dekken. Nou goed, daar wil ik u in tegemoetkomen. Daarin heeft de heer Mekelenkamp ook helemaal gelijk, maar als we dan het amendement is goed doorlezen, staat daar ook een extra besluit punt in opgenomen, namelijk dat wij het college op willen dragen om op de korte termijn met een alternatief te komen voor een structurele dekking. Want ja, ik weet dit krantenabonnement waar de heer Mekelenkamp aan refereert, kunnen we niet tot in het eind der tijden blijven betalen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Dus dan constateer ik dat het amendement van de fractie van de PvdA, dat het een amendement is om tijd te kopen, zodat de heer Kramer … Zoals de heer Kramer het college een opdracht geeft om op zoek te gaan naar een dekking voor langere termijn. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Ja, dat klopt en ik denk dat de VVD daarin ook wel een heel eind met mij mee kan gaan, want als we het originele gedachtegoed van het liberalisme er eens op naslaan. En ik heb natuurlijk zoals u gewend bent, voorzitter, even weer in de boekenkast lopen rommelen. Dan komen we uiteraard op verschillende biografie over Thorbecke. En Thorbecke die zei, inderdaad wat de heer Mekelenkamp nu ook zegt, namelijk dat we als overheid niet moeten voorzien in welzijn of welvaart, maar moeten zorgen voor een goed functionerend kader waarin in de individuen kunnen floreren. En gemeenten zouden zich vanuit dat gedachtegoed moeten onthouden van financiële bevooroordeling van particuliere initiatieven, tenzij en daar komt hij, er een algemeen belang mee gediend is. Dat het betreffende belang niet ingevuld zou kunnen worden zonder overheidshandelen. En daar hebben we bij uitstek nu mee te maken. Namelijk dat we met een aantal kwetsbare doelgroepen zitten die vaak via overheidswege niet te bereiken zijn maar via dergelijke initiatieven wel.
Dus ik reken eigenlijk op de steun van de heer Mekelenkamp. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik word toch weer verleid om een reactie te geven. Ten eerste, de dekking die de PvdA voorstelt, mag niet eens, want wij mogen een dergelijk surplus uit de reserve, mogen we maximaal voor een termijn van 3 jaar, gebruiken niet voor de periode 4 vier jaar, zoals de heer Kramer in zijn amendement voorstelt. Tegelijkertijd, en dat is een veel belangrijker argument, de heer Kramer zegt dat er dan, dat de overheid moet ingrijpen of ingaan springen op het moment dat er problemen gaan ontstaan, dat er tekorten gaan ontstaan. Welke signalen heeft de Kamer ontvangen vanuit deze, door hem op opgesomde verenigingen, stichtingen dat er volgen volgend jaar dingen gigantisch onder druk komen te staan, waardoor er problemen gaan volgen die we namelijk ook niet
-29-
kunnen opvangen, met het Vereniging duurzaamheidsfonds waar wij gezamenlijk tijdens kadernota in hebben gediend? Maar volgens mij zie ik dat als een heel goed redmiddel in ieder geval, om in ieder geval voorkomen komend jaar die problemen op te vangen. Dan kan de heer Kramer alsnog oproepen aan het college, zoek op lange termijn deze zaak uit, maar pak in ieder geval, gebruik in ieder geval dat fonds van 2 ton meer die 125 duizend dan die 12,5 duizend euro die u voor volgend jaar erin heeft gezet en pak die 2 ton, ga die volgend jaar gebruiken en dan moet u het college oproepen, zoek een alternatieve dekking voor deze bezuinigingen. De voorzitter: Ik ga snel naar de heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Samengevat hoor ik twee vragen. Hoe willen we dit technisch realiseren? Die vraag hebben we voorafgaand aan deze gemeenteraadsvergadering ook gesteld in een technische bijeenkomst. En dat zou op deze manier kunnen. En als dat uiteindelijk niet zo blijkt te zijn hoor ik dan graag straks en dan kunnen we uiteindelijk gewoon gaan kijken hoe het wel technisch sluitend krijgen. Maar ik wil voor nu graag het debat op de politieke inhoud houden en niet op de techniek. En vervolgens stelt de heer Mekelenkamp mij de vraag, welke signalen heeft de heer Kramer gekregen dat er anders volgend jaar vervelende situaties gaan ontstaan.
Volgens mij hebben we tijdens verschillende politieke fora, verschillende insprekers gehad die het nog beter hebben kunnen verwoorden dan wij dat kunnen, over welke problematiek zij gaan ervaren. En daar zou ik er nog wel eentje aan toe willen voegen, namelijk het feit dat we hen alweer of dan weer een jaar in onzekerheid laten zitten. Je hoeft maar een paar keer in de kantine te gaan zitten en het gaat er over. Een dreigende bezuiniging is net zoiets ergs als een bezuiniging waarvan je weet dat die morgen al is. En wij willen als Partij van de Arbeid perspectief verlenen aan die verenigingen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp nog een keer en dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Mekelenkamp: Dan nog de derde vraag die eigenlijk verstopt zat in mijn verhaal. Mijn excuses, heer Kramer, maar ik had het gewoon korter moeten maken, maar ik kreeg niet zo veel interruptie van de voorzitter. We hebben een noodfonds samen opgericht tijdens de kadernota. Is dat noodfonds ontoereikend in uw ogen? Is dat noodfonds ontoereikend om in ieder geval komend jaar dan die 12,5 ton, 12,5 duizend daaruit te dekken of in ieder geval de gevolgen daarvan om te buigen? De voorzitter: Heldere vraag, de heer Kramer en dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Kramer: Voorzitter. Dat noodfonds dat hebben we inderdaad in gezamenlijkheid in het leven geroepen.
Maar de insteek daarvan was dat wij verenigingen wilden helpen met incidenteel geld om structurele lasten te verlagen. En dan is vervolgens de vraag van de heer Mekelenkamp, is dat dan niet voldoende? Nee, dat is niet voldoende, want de bezuinigingen waarmee verenigingen op dit moment geconfronteerd worden. Want het gaat natuurlijk niet alleen maar over sportvereniging en sociaal-culturele verenigingen, het gaat ook over andere zaken die in het voorstel zitten. Die kunnen we daarmee niet opvangen, nee. De voorzitter: Ik ga naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, drie elementen die ik even naar voren wil brengen. Allereerst de definitie van liberaal is in de loop van de tijd ontwikkeld. Wordt gerefereerd aan nogal oude mensen die het ongetwijfeld in een tijd volledig juist hadden, maar er is wat ontwikkeling in dat begrip net zo goed als dat in de chemie niet altijd meer wordt gebruikgemaakt van het atoommodel van Bohr om even wat technisch te zijn.
-30-
De voorzitter: U dwaalt nu wel iets af. De heer Van der Waal: Dat was het eerste punt, voorzitter, dank u wel. Daar hoef ik geen antwoord verder op te hebben. In het amendement wordt gewag gemaakt van bezuinigingen op verenigingen. Mijn vraag is, is dat niet wat te beperkt of gaat het meer om organisaties in het algemeen? Ik kan me voorstellen dat er ook stichtingen zijn die aan de doelstelling die hiermee bedoeld wordt, voldoen, dus zou dat woord niet veranderd moeten worden? Als laatste voorzitter, als u mij toestaat. Hier wordt nogal nadruk gelegd op verenigingen. Ik vind het prima. Maar worden hier niet de individuelen vergeten. Als ik denk aan mijn eigen jeugd, mijn ouders niet het geld om mij op een sportvereniging te zetten. Daar is tegenwoordig een noodfonds voor, maar we weten allemaal dat voor het noodfonds niet iedereen, laten we zeggen, de toegang krijgt door verschillende oorzaken. En dat wordt niet tegengehouden door de gemeente. Ben ik van overtuigd. Dus hoe gaat u daarmee om? De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Vraag één dat ging over de klassieke liberaal. Die probeer ik in de heer Mekelenkamp wakker te maken. En verder constateer ik dat onze boekenkast er heel anders uitziet, want die auteur kende ik niet. Dan vraagt de heer Van der Waal, waarom heeft u het niet over in zijn algemeenheid over verenigingen.
Volgens mij en dat is mij ook onlangs geleerd moet je in een amendement heel specifiek zijn over welk geld je naar welke post toe wilt sturen en dat heb ik gedaan door het beestje bij naam te noemen. En de derde vraag is, doet u hier niet iets mee voor individuen? Volgens mij iets in die trant. Volgens mij ben je als individu lid van een collectief en dat is een vereniging dus daarmee dragen we natuurlijk ook bij aan de kwaliteit van het welbevinden dat door een individu ervaren wordt. De voorzitter: De heer Van der Waal. Ik hoop niet dat u het nog heeft over de boekenkast. Gaat u verder. De heer Van der Waal: Ik heb het over het collectief van eenzamen, eenzamen zijn geen lid van een vereniging. Dus hoe komt u toch zover dat eenzamen aan het sociale leven mee kunnen doen? Daarnaast even specifiek over het amendement. U hebt het over verenigingen, maar u noemt dan en dat is alleen bedoeld als voorbeeld het Twents Zilver, dat is geen Vereniging. Dus hoe betrekt u die twee dingen bij elkaar? De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Door het beestje bij naam te noemen en hier specifiek over Twents Zilver te praten. De voorzitter: Goed, daar moeten we het mee doen. Ik kijk even of we nog de heer Bouwman nog en dan hoop ik dat we zo dadelijk naar de heer Bouwman kunnen gaan. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel.
Onze fractie, die wilde dus beginnen met een amendement op basis van de programmabegroting, totdat we uw amendement al zagen opgeladen. Het komt niet vaak voor maar we zijn het 100 procent met u eens en eigenlijk was dit precies de kern die wij wilden indienen dus, wat ons betreft complimenten voor het werk dat u heeft verricht en onze volle steun. Straks. Dank u wel. De voorzitter: Mooi. Laten we dit dan zien. Dank aan de heer Kramer, als een bruggetje naar de laatste bijdrage in de eerste termijn van de raad en dat is van SO dus de heer Bouwman is aan zet.
-31-
g.
Solidair Oldenzaal
De heer Bouwman: Geintje. Wat zegt u? Dank u, voorzitter. We gaan het kort houden, want wat we zien in de begroting en waar we de afgelopen jaren over hebben gehad met alle dossiers die voorliggen, is het ons wel helder inmiddels dat Oldenzaal zo'n beetje financieel klem zit door vast te houden aan het peperdure klimaatbeleid, verbouwing van het stadhuis en daarbovenop nog eens het dossier IHP, wat ons miljoenen gaat kosten. En wat ons opvalt, is dat het college vaak de bal bij het Rijk legt in een naderend ravijn om haar financiële positie te verantwoorden. Maar wat zou de wereld er anders uit hebben gezien als onze raad met onze voorstellen afgelopen jaren was meegegaan, want dat hoeven we het niet te hebben over ravijnjaren en claims op het Rijk. Dan hadden we een scenario vier uitgewerkt, voor het stadhuis, scheelde ons al miljoenen, hadden we voor scholen ‘BENG’ in plaats van ‘ENG’ gebouwd zolang de wet ons dat voorschrijft en dan hadden we het klimaatbeleid anders ingericht, waardoor dat ons ook al miljoenen zou schelen. En wat hadden we daar onze inwoners, sportverenigingen, sportclubs mee kunnen helpen. De voorzitter: Ik hoor een punt over … De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter de heer Bouwman had een vraag, hoe had Oldenzaal eruitgezien als de fractie, als de raad de amendementen en moties van SO had gesteund. Dat kan ik u heel simpel vertellen.
Dan waren we in artikel 12 gemeenten geweest, hadden we onder curatele gestaan bij de provincie, want geen enkel voorstel wat de fractie van Solidair Oldenzaal de afgelopen vier jaar hier heeft gepresenteerd, had een deugdelijke, degelijke financiële dekking. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Dat vind ik een hele bijzondere opmerking, want met zo'n suggestieve claim op onze amendementen wil ik dat ook wel voorbeelden noemt. Welk amendement u bedoelt waar wij geen financiële dekking hebben, deugdelijke financiële dekking. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, laten we beginnen met de amendementen en de motie stroom die wij uit mijn hoofd programmabegroting twee jaar geleden hebben gehad, waarbij de heer Bouwman structureel geld pakte en dat wilde, structurele lasten wilde gaan verlagen en die wilden gaan dekken door incidenteel geld uit klimaatprogramma te halen, omdat zich als je hem helemaal doorrekende ons ongeveer, ik denk ongeveer een miljoen per jaar zou hebben gekost. Dat is een voorbeeld. Nou zodoende kan ik nog wel meerdere voorbeelden noemen in ieder geval.
Dan denk ik dat wij, zoals de fractie van Solidair Oldenzaal nu wel gaan hebben, of het verlagen van een OZB-indexatie hadden wij gewoon letterlijk ieder jaar de OZB verplicht moeten verhogen vanuit de provincie, omdat we anders gewoon niet uit onze rode cijfers kwamen. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. De heer Mekelenkamp had het over meerdere voorbeelden. Ik heb een voorbeeld genoemd gehoord van de heer Mekenkamp en dat voorbeeld dat hebben wij dus de afgelopen Auditcommissie met de accountant besproken. Daar is ook expliciet door een ander audit lid de vraag gesteld of wij incidenteel geld kunnen gebruiken om structurele geld te kunnen dekken en het antwoord van de accountant was dat dat mogelijk is en dat ondersteunde juist ook onze inbreng bij dat amendement. Dus ik vind die claim van de heer Mekelenkamp eigenlijk een beetje
-32-
vervelend want dit is dus niet hetgeen wij naar voren hebben gebracht afgelopen jaren. En ik zou toch wel graag willen dat de heer Mekelenkamp dan toch met wat meer voorbeelden komt, want u geeft nu een valse claim op ons werk de afgelopen vier jaar. Dat vind ik gewoon heel vervelend. Ik ga verder met mijn … De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dat is mooi, want u heeft inderdaad de vraag gesteld tijdens de auditcommissie aan … Er is de vraag gesteld, tijdens de auditcommissie is die daar aan orde geweest. En toen heeft de accountant gezegd, inderdaad, dat mag maximaal voor een periode van drie jaar, waar u het in destijds een motie, amendement heeft aangegeven dat u het doorlopend wil doen. Dus dat is reden één dat het niet mag. En ten tweede, ten tijde van het inbrengen van uw moties en amendementen was dit nog niet toegestaan. We praten over de programmabegroting van twee jaar geleden en dit is pas vorig jaar ingegaan. De voorzitter: Ik zie ook nog de heer Van der Waal, maar gaat u maar eerst op de heer Bouwman reageren. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Dit is natuurlijk welles-nietes spelletje. U zegt dat we dat voor meerdere jaren hebben uitgewerkt. Volgens mij was het een eenmalig bedrag wat we met incidenteel geld wilden dekken. Als u wilt kan ik zo meteen met u het amendement nog even tevoorschijn halen.
Maar dat was een heel redelijk amendement. En wat we bij de auditcommissie hebben besproken, daar is niemand bij geweest want er staan geen camera’s op, maar in onze ogen hebben we daar de goedkeuring van accountants op gekregen. Maar goed, ik heb een voorbeeld gehoord dus ik hoop dat de heer Mekelenkamp nog meer meerdere voorbeelden komt. De voorzitter: Maar dan ga ik nu naar de heer Van der Waal, want die had ik ook beloofd. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik ga de heer Bouwman even wat helpen verdedigen. Veel amendementen en moties van de heer Bouwman ben ik het niet mee eens geweest. Maar de aantijging dat hij het al te ruw omgaat met de gemeentegelden wil ik door ernstig bestrijden. Hij heeft politieke keuze waar hij het recht toe heeft waar wij allemaal op voor of tegen kunnen stemmen. Maar hij heeft het recht om moties zoals hij dat wil in te dienen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: De heer Bouwman, gaat u verder. De heer Bouwman: Dank u wel. Moet ik even kijken waar ik was. Daar hadden we dus met dat geld onze inwoners, sportclubs en verenigingen mee kunnen helpen. En wat had ons dat ook een hoop insprekers gescheeld bij de kadernota's die allen pleiten vanuit hun inhoud, vanuit hun expertise voor het behoud van hun subsidie en voor het niet doorvoeren van extra lastenverzwaringen.
En ik vind dat we als raad ook echt wat meer mogen luisteren naar de mensen in de praktijk die echt niet zomaar komen inspreken en we kiezen nu dus juist wel heel bewust met deze programmabegroting wel voor lastenverzwaringen. Zowel voor woningeigenaren, ondernemersverenigingen, sportclubs, om de grote projecten in deze stad te kunnen financieren. Want we stellen, het college stelt voor aan de raad om de bezuinigingen uit ambitie van middelen en balans gefaseerd door te voeren. Maar tegelijkertijd nog wel honderdduizend euro te begroten voor nieuw beleid, het Water- en Klimaatadaptatie programma dat de raad eigenlijk nog niet eens heeft vastgesteld. Dus we gaan eigenlijk al vooruitlopen op hetgeen de raad nog moet vaststellen en dan wil het college ons als raad
-33-
voorstellen om daar nu al honderdduizend euro voor beschikking te stellen. En dat is ons toch echt wat te gortig. Ik heb net al mooie betogen gehoord van enkele coalitiepartijen dat zij geen nieuw beleid willen toestaan. Dus ik hoop dat de coalitiepartijen zo'n zo meteen dan ook met ons amendement, die ik bij deze dan ook indien om de honderdduizend euro WKP 2026-2030 die daarvoor geoormerkt is om die nog niet door te voeren. Laten we eerst de beraadslagingen in de raad afwachten op moment als dat aan de orde is. En dan zien we dus dat er dus wel honderdduizend euro aan nieuw beleid voor klimaat beschikbaar gesteld kan worden en eigenlijk in de praktijk kun je van die honderdduizend euro SAVO, OTDIB en Twents Zilver een jaar lang draaiende houden met alle sociale meerwaarde die dat met zich meebrengt. En wat stelt het college aan de raad voor? Om dat geld dan in een klimaat potje te stoppen. En wij krijgen er eerlijk gezegd een klein beetje plaatsvervangende schaamte van. Want hoe gaan we dit aan onze inwoners uitleggen? Gelukkig was er nog een partij die opkomt voor de belangen van die mensen en dat heb ik zojuist besproken. En dan de belofte uit de vorige programmabegroting de OZB zou verlaagd worden als het Rijk met geld over de brug zou komen. Het Rijk is met geld over de brug gekomen. Een deel van het geld zou daarvoor gebruikt worden.
We konden het lezen op pagina zeven van de programmabegroting 2025. Alleen wordt de OZB niet verlaagd zoals afgesproken, maar wederom geïndexeerd. Weer een belofte die niet nagekomen wordt en dat kunnen wij niet uitleggen aan onze inwoners. En we vinden het dan ook jammer om daar dan weer een amendement over in te moeten dienen om ons aan de afspraken, waar we vorig jaar met zijn allen een besluit over hebben genomen, om dat recht te trekken. Dus bij deze dan ook het amendement om de indexatie van 3.6 voor de OZB te schrappen uit de programmabegroting. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Dat is de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, volgens mij hebben we vorig jaar met zijn allen geconstateerd en de ambitie uitgesproken om de OZB te gaan verlagen als het Rijk met structurele middelen over de bal, over de brug zou komen. Tot op heden is dat helaas uitgebleven, ondanks alle druk die vanuit verschillende gemeenten op het Rijk zijn gelegd. En we zien nog steeds dat er een ravijnjaar aankomt we zien nog. Het is nu niet 2026, het is 2028, maar dan alsnog blijft er een ravijnjaar aankomen. Tegelijkertijd, en dat weet de heer Bouwman ook goed dit is, hij presenteert het nu als een verhoging van OZB, het is slechts een indexatie, een indexatie als gevolg van inflatie.
Want, de heer Bouwman is het met me eens, inflatie zien we overal en zien we de hele tijd als je kijkt bijvoorbeeld naar stadhuis, is al in één jaar tijd is 5,8 procent duurder geworden dan het was. Dus dan is het toch niet meer dan, zoals ik net ook al zei, nodig en logisch en boekhoudkundig verstandig om in ieder geval ook de inflatie aan de OZB-kant mee te nemen. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat zou verstandig zijn. Maar we hebben vorig jaar bij de programmabegroting, heeft de raad, we hebben onze handtekeningen overigens niet ondergezet, maar heeft de raad besloten om de OZB te indexeren met 3.49 procent. Plus daarbovenop nog eens 10 procent extra te indexeren, wat inhoudt dat je met 13,49 procent vorig jaar verhoogd hebt. We kunnen het allemaal in de stukken lezen. En daarmee heb je voor minimaal twee jaarschijven sowieso al de inflatie waar de heer Mekelenkamp het over heeft geïndexeerd. En de inflatie voor het komend jaar moet dan ongeveer op 5,75 procent uitkomen. Dan heb je ook het derde jaar nog meegepakt als het over de inflatiecorrectie hebben. Dus dat argument gaat niet op wat ons betreft. De voorzitter: De heer Mekelenkamp.
-34-
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, gelukkig houdt een ander argument ook niet op, namelijk het feit dat Solidair Oldenzaal vorig jaar tegen de inflatiecorrectie heeft gestemd. Ik heb hier namelijk amendement twee voor mij. Amendement twee van Solidair Oldenzaal en daarin staat de verhoging van de OZB-belasting voor 2025, maximaal de inflatiecorrectie te laten zijn. Dus u moet niet gaan schermen dat nou niet de inflatiecorrectie wil hebben. Vorig jaar wilde u het wel, nu wil u het niet en dat vind ik een beetje meten met twee maten. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat zeg ik niet, ik zeg niet dat ik de inflatiecorrectie niet wil doorvoeren, ik zeg dat wat we op papier hebben afgesproken bij de programmabegroting 2025 en ik zou de zin, de letterlijke zin even voorlezen, dat we daar ons aan moeten houden. En die zin die luidt als volgt, mocht het Rijk over de brug komen met financiële middelen, dan gebruiken we een deel van de extra middelen om de OZB weer te verlagen. Kijk, dan kan de heer Mekelenkamp wel zeggen, het zijn geen structurele middelen, maar dit hebben we dus niet afgesproken. Kijk, we hebben wat in de begroting staat, daar hangt een besluit onder en tekstueel wat je vaststelt, daar beroep ik nu op dat we dit moeten doorvoeren.
Dit is … Op het moment, als de raad zo'n besluit neemt, heeft het een verplichting richting haarzelf, maar ook richting de inwoner, dat het moet voldoen aan het de tekst die in de vastgestelde begroting staat. Dan kunt u wel zeggen, de middelen zijn ontoereikend, dus we doen we het dan niet. Dan had u daar een explicietere voorwaarde aan moeten verbinden, want u gaat nu, voorwaardelijke verplichting heeft opgenomen in de programmabegroting. Dat kan alleen maar bij de overheid, in de bedrijfswereld werkt het natuurlijk niet zo dat ik een afspraak maak met een opdrachtgever of leverancier en dat ik dan zeg, ik heb het wel met u afgesproken, ik heb mijn handtekeningen ondergezet, maar wat ik daar eigenlijk zei, dat klopt eigenlijk niet, dus daar wil ik eigenlijk een beetje op terugkomen. Zo werkt de wereld toch niet mijn heer Mekelenkamp? De voorzitter: Ik ga naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dit is nou exact het toonbeeld van wankel financieel beleid vanuit de kant van Solidair Oldenzaal, waar ik net aan ageerde. Er worden structurele lasten met incidentele middelen gedekt. Voorzitter, Sinterklaas komt aanstaande zaterdag pas aan in het land. Maar het lijkt alsof sint Solidair inmiddels al in Oldenzaal is aangekomen. Want de heer Bouwman is alleen maar cadeautjes uitdelen, maar hij vertelt niemand waar de zak met geld vandaan komt. De voorzitter: De heer Bouwman.
De heer Bouwman: Dank u wel. Ik vind een beetje jammer dat u niet op mijn inbreng ingaat en het gaat hier niet over structurele middelen. Het gaat hier over een jaarschijf waarop we de OZB niet indexeren. En dat gaan we dan ook een keer halen uit de algemene reserve, waardoor het geen gevolg heeft voor structurele middelen. Dus ik begrijp niet zo goed waar die opmerking vandaan komt. Kunt Sinterklaas daar wel bij halen, maar dat slaat kant noch wal, mijnheer Mekelenkamp. De voorzitter: Volgens mij zijn we hiermee aan het eind gekomen, want volgens mij had u al die aanzet om weer naar uw plek … Ik zie toch nog de heer, hoe kan het ook anders, want dat zou geen recht doen. Volgens mij heeft u bij iedereen een interruptie geplaatst, dus dan zou dat ook bij Solidair Oldenzaal zaal moeten. De heer Van der Waal, ga u gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik zit in de raad om af en toe een mening te verkondigen. Mijn mening op dit moment. Ik heb weer drie onderdelen. De eerste is dat ik hogelijk verbaasd ben dat de
-35-
VVD tegen een verlaging van de OZB is, maar daarvan akte. Dat laat ik dan nu even zitten. Mijn vraag aan de heer Bouwman is, over hoeveel geld gaat het en wat is daarvan het gevolg voor de komende jaren als we deze indexatie zouden schrappen? Het derde onderdeel gaat over het amendement voor de Water- en Klimaatadaptatie. Voor zover ik weet, maar men kan mij daarop corrigeren, is dat een wettelijk voorschrift dat daar een beleid op komt. En zou het niet zonder zijn van de tijd als we nu al daar niet wat geld voor reserveren, omdat we anders een jaar vertraging daarin oplopen. Tot zover. De voorzitter: Twee punten. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Eerste vraag is 465 duizend euro en de tweede vraag, ik snap het argument wel om dan nu alvast die gelden te reserveren, maar dat is niet hoe zoiets werkt. Je kunt nieuw beleid of gelden reserveren voor een nieuw beleid, maar als een nieuw beleid nog niet is besproken in de gemeenteraad, dan gaat het college er eigenlijk van uit dat de raad dat dan wel vaststelt. Dus dat is eigenlijk veel te voorbarig wat ons betreft. De voorzitter: Volgens mij ben ik daarmee wel aan het eind. Nee, toch niet. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik ben door de heer Van der Waal uitgedaagd. Dan wil ik daar toch even op reageren natuurlijk.