CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Transcriptverslag raadsvergadering 15 december 2025

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Transcriptverslag van de vergadering van 15 december 202540.652 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dat zou ik doen als ik er altijd van uitgegaan was dat een gemeente, mensen uit die gemeente, geen onderdeel zouden zijn van een Sociaal Plein. Meer dan de helft van onze begroting gaat richting sociaal domein. Dat betekent dat hier heel veel mensen heel erg hun best doen om zoveel mogelijk mensen uit deze stad te ondersteunen en te helpen. Die mensen hebben wij keihard nodig in een Sociaal Plein. Dat zijn allemaal, niet allemaal, maar dat zijn voor een deel ook mensen van die gemeente. Ik kan mij niet voorstellen dat een Sociaal Plein zonder die ambtenaren van de gemeente kan functioneren. Welke dat precies zijn, dat gaat straks wel blijken in de wat verdere toekomst als we het daadwerkelijk met elkaar ontwikkelen. Daarom steunen wij ook van harte deze motie. Ik moet mee -32-

indienen. Je hebt gelijk. Maar ook vooral omdat wij van begin af aan, toen wij een motie sociaalmaatschappelijk Oldenzaal ingediend hebben, ervan uitgingen dat maatschappelijke instellingen, de gemeente is wat mij betreft ook een maatschappelijke instelling, allemaal deel zouden uitmaken van dat Sociaal Plein. Heel graag op die manier. Voor ons was het altijd al zo. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb verder geen vragen gehoord. Dank, mijnheer Lulolfs. Dan ga ik door naar de volgende partij die ook een motie heeft ingediend. Dat is D66. De heer Van der Waal: Voorzitter, drie onderwerpen. Bij het eerste forum van 8 september is D66 onder voorbehoud akkoord gegaan met de vernieuwbouw van het stadhuis om het efficiënter en energiezuiniger te maken. Echter, nu is er meer informatie, ook andere informatie, dan bij het eerste forum. Het eerste is de wens van het Cuypersgenootschap om aan het huidige, overigens verminkte intussen, ontwerp van het stadhuis vast te houden en aan de buitenkant niets te veranderen. De reden zou zijn dat elk ander ontwerp er een kantoorgebouw van maakt. Wat schetst dan mijn verbazing wanneer ik andere gebouwen zie die er hetzelfde, zij het iets groter, uitzien die toch echt kantoorgebouw zijn.

De eerdere alternatieve ontwerpen laten een mooi gemeentehuis zien wat beter in de binnenstad van Oldenzaal past en bovendien recht doet aan het oorspronkelijk ontwerp. Een mooie combinatie van factoren. Het verbaast en stoort D66 dat de Cuypersstichting inspraak ontraadt, waar zij zelf inspraak forceert, voor zichzelf. En ook dat de Cuypersstichting zich uitspreekt over de afgestoten L-vleugel, die totaal niet past bij het stadhuis, maar dat even daarnaast. Althans, niet past, een totaal ander ontwerp heeft. D66 vindt dat wanneer het gemeentehuis in de oorspronkelijke stijl moet worden gerenoveerd, dat dat dan ook geheel in de oorspronkelijke stijl moet gebeuren. Met een trap met duidelijke binding met het voorliggende plein. Ook behoud van een bordes draagt bij aan de luister van het gemeentehuis. D66 geeft het college en de architect het dringend verzoek hier aandacht aan te besteden. Dan onderwerp twee, het Sociaal Plein. Dat zit nu heel kleinschalig in een paar kamers in de L-vleugel. Enkele jaren terug is het hiernaar verplaatst. Sinds die verplaatsing bleek al heel snel dat het wenselijk was aanpassingen te doen. Maar sinds die tijd is niets aan de organisatie en de routering veranderd. Het Sociaal Plein zit nog steeds in dezelfde kleine ruimte, zonder goede bewegwijzering.

In de omschrijving van de noodzaak het Sociaal Plein elders te verhuizen, althans aan te passen, lees ik geen noodzaak dat dit per se naar de oude bibliotheek moet verplaatst worden. Alle argumenten leiden slechts tot de conclusie dat er aanpassingen nodig zijn. Daarover hoeft denk ik geen discussie te zijn. Zeker. Maar de conclusie naar de oude bibliotheek is in de ogen van D66, dat hebben we eerder ook aangegeven, te snel getrokken. Toen de beslissing over de verplaatsing door het college werd genomen en vervolgens door de raad werd goedgekeurd, heeft D66 hier uitdrukkelijk haar vraagtekens bijgezet. D66 ziet graag een vrij en onafhankelijke afweging van argumenten voor het gebruik van de L-vleugel of de oude bibliotheek. Wij doen daar op dit moment nog geen uitspraak over. Mocht hieruit als conclusie alsnog komen dat de oude bibliotheek de aangewezen weg is, stemt D66 hier graag mee in. Maar voor nu is de conclusie voorbarig. Ik moet even een ander blaadje pakken, zij het dat ik daarna nog niet klaar ben. Het exploiteren van de L-vleugel door deze als gemeente te verhuren keurt D66 streng af. Hiervoor zijn investeringen nodig en een risicodragende organisatie voor de verhuur. Hiervoor is de overheid niet bedoeld en ook niet uitgerust. Alleen wanneer het een nutsfunctie betreft, wil D66 meedenken vastgoed te exploiteren. Dat is hier duidelijk niet het geval.

D66 gaat dan ook mee met elke motie of amendement om te onderzoeken de L-vleugel een andere invulling te geven, of de Lvleugel op zinvolle wijze af te stoten. De overheid dient geen risicodragende activiteiten te ontwikkelen. De overheid is er voor haar inwoners. Dan ga ik naar het derde onderwerp, voorzitter, dat brengt mij naar de motie. Het gemeentehuis is in de jaren zestig gebouwd. Het precieze jaartal heb ik niet kunnen vinden. Op het kadaster heb ik gezocht wanneer dat veranderd is. Daar zie ik pas in 1975 het verdwijnen van de synagoge en het ontstaan van het stadhuis. Maar het moet eerder -33-

gebeurd zijn, begrijp ik. Voor de bouw stonden ter plekke historische gebouwen die triest tegen de vlakte zijn gebracht om de bouw van het gemeentehuis mogelijk te maken. Eén van die gebouwen was de oude synagoge, die niet meer als zodanig in gebruik was en als opslagruimte werd gebruikt. De reden dat de synagoge niet meer in gebruik was, was een heel trieste. De gebruikers zijn in de Tweede Wereldoorlog, zonder al te veel tegenwerking van de Oldenzaalse overheid, afgevoerd en omgebracht. Als gevolg hiervan waren er te weinig gebruikers meer over. Naast, beter achter, het gemeentehuis is onopvallend de grondlijn van de oude synagoge nog zichtbaar, evenals een mooie herdenkingstuin. Er wordt aandacht gegeven aan het bestaan van die oude Joodse traditie in Oldenzaal. Echter, de elementen die er nu zijn, zijn eenvoudig te verplaatsen en te verwijderen. Ik zou niet verbaasd zijn als dat tijdelijk verplaatst of verwijderd wordt bij de verbouw van het stadhuis. Hoe mooi zou het zijn een onuitwisbaar herdenkingsteken in de muur van het gemeentehuis te hebben, door steenkleuren, reliëf, metselverband of wat dan ook, zo eenvoudig mogelijk. Alleen zo zijn we zeker dat zolang het gemeentehuis op deze plaats staat, aangegeven wordt dat de historische synagoge moest worden afgebroken ten behoeve van het toen nieuwe stadhuis.

Met de vernieuwing van de muur en van het gemeentehuis hebben we een unieke kans dit aan te brengen. D66 brengt daarom een motie in om een herdenkingsteken in de nieuw aan te brengen muur van het stadhuis mogelijk te maken. Dat brengt mij tot de dictie van de motie. Dictum. In de motie roept D66 het college op, en hopelijk de raad roept het college op, met de Joodse gemeenschap in Oldenzaal, de regio of Nederland in overleg te gaan om te onderzoeken hoe te komen tot een eenvoudig, maar onuitwisbaar aandenken aan de synagoge die voor de bouw van het gemeentehuis, van het stadhuis is afgebroken. Daarna de resultaten van het onderzoek aan de raad te presenteren. Als derde, op basis van het onderzoek een budget aan de raad voor te stellen voor het realiseren van een herdenkingsteken. Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage in de eerste termijn. Ik kijk even rond of er nog vragen zijn aan de heer Van der Waal van de andere fracties. Die zijn er niet. Dan gaan wij met gezwinde spoed door in de eerste termijn. Dan gaan we naar de heer Snijders van GroenLinks. De heer Snijders: Gezwinde spoed, zullen we het dan maar gewoon kort houden. Voorzitter, we hebben het voorstel getoetst op hetgeen we als GroenLinks Oldenzaal belangrijk vinden en kunnen instemmen met dit plan. We zijn voor een duurzaam en functioneel gebouw.

Het mag best mooi zijn, maar mooi is ook maar een mening. Ooit is zelfs dit gebouw door een raad aangenomen. Het kost allemaal veel geld, maar om echt te beoordelen of het duur is, zouden we moeten benchmarken met andere gemeenten wat een werkplek uiteindelijk kost. Die behoefte hebben we niet en daarom krijgt u van ons het vertrouwen om er een duurzaam, functioneel en toekomstbestendig stadhuis van te maken. Succes. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Wilt u nog even blijven staan, mijnheer Snijders? Er is een interruptie van de heer Visscher van de VVD. De heer Visscher: Voorzitter, misschien is het een beetje flauw, maar voor de inrichting van het stadhuis heeft de heer Snijders misschien nog gordijnstof beschikbaar? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dan moet ik u teleurstellen, dat is allemaal onderbroek geworden. De plaatsvervangend voorzitter: Wilt u nog even blijven staan? We hebben nog een interruptie van mevrouw Berger van SO. -34-

Mevrouw Berger: Een bestelling? Voorzitter, voor de goede orde, ik ga geen gordijnen noch onderbroeken bij de heer Snijders bestellen. Maar ik houd het in mijn achterhoofd. Ik werd getriggerd door uw inbreng over duurzaamheid. Wat is de mening van GroenLinks, want u gaat instemmen met het voorstel dat voor ligt. U stemt ook in met de L-vleugel die niet ParisProof wordt ingericht. Wat is uw visie daarover? De plaatsvervangend voorzitter: Zou u nog willen reageren? De heer Snijders: Daar wil ik best op reageren. Ik zou natuurlijk het liefst zien dat alles ontzettend duurzaam en liefst zelfs ENG werd gemaakt. Maar dat is niet realistisch. Ik ga mee in het voorstel van het college. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Dan hebben we alle fracties in eerste termijn gehad. Grapje, mijnheer Winkelhuis. CDA. Gaat uw gang. De heer Wagelaar: Voorzitter, dank u wel. Nog niet iedereen heeft u gehad, onder andere het CDA niet. Maar we nemen vanavond wel een go/no-go-besluit over de vernieuwbouw van ons stadhuis. Menig college in het land is in het verleden op een dergelijk onderwerp al eens gevallen. College, u hoeft u vanavond geen zorgen te maken. Onze fractie stuurt u vanavond op dit onderwerp niet naar huis. Neemt niet weg dat we het vanavond over een gevoelig onderwerp hebben, wat ook in onze stad de tongen los heeft gemaakt.

Vele inwoners van de stad hebben hun mening over de verbouw van het stadhuis in de afgelopen periode geuit. Die meningen zijn verdeeld. Van, 17 miljoen, het is wel heel veel geld. Maar bouwen is ook schreeuwend duur. Tot, waarom wel miljoenen uitgeven aan het stadhuis, terwijl ik nog geen traplift krijg? Of, het is ook wel heel oud en gedateerde bende daar en ze horen alles wat je aan de balie zegt. Mooi dat het een goede opknapbeurt krijgt. Allemaal geluiden die bij ons binnenkwamen in de afgelopen periode en die vast ook bij uw fractie naar binnen is gekomen. In het gehele proces en in de afgelopen weken en maanden zijn wij als raad door het college uitgebreid, en voor ons in alle openheid, meegenomen in de uitwerking en de planvorming van de vernieuwbouw. De raad heeft hierover ook zijn eigen stem veelvuldig kunnen uitbrengen in verschillende sessies. Voor ons heel waardevol, dank hiervoor aan het college. Hopelijk draagt dit ook bij aan een slagvaardige besluitvorming vanavond. We houden onze bijdrage vanavond dan ook kort. Zoals ook vorige week in het politiek forum door onze fractie aangegeven, zien wij de noodzaak van vernieuwbouw van het stadhuis. Dit kijkend naar de technische staat van het pand, de verduurzamingsdoelstellingen en de verplichtingen in combinatie met aantrekkelijk werkgeverschap en voor optimale dienstverlening richting onze inwoners.

Beseffend dat voor zeker de optimale dienstverlening en goed werkgeverschap meer nodig is dan alleen een aantrekkelijk en duurzaam pand. Met ruim 18 miljoen wat het geheel moet gaan kosten, een absoluut vorstelijk bedrag. Maar we hebben echt niet het beeld dat de gemeente straks op pluche komt te zitten. We hebben met onze kennis en de gegeven informatie alle vertrouwen in de ambtenaren en de diverse externe adviseurs die hun huiswerk in dit traject hebben gedaan. En dat zij goed hebben geluisterd naar de uitgangspunten van de raad. Doelmatig en sober, geen gouden kranen. Wij hebben er ook vertrouwen in dat zij met hun werk Haagse perikelen in de Boeskoolstad gaan voorkomen. Oftewel, wij verwachten niet dat de vernieuwbouw van ons stadhuis 5 keer zo duur zal worden als begroot, zoals dat bij de Tweede Kamer waarschijnlijk wel gaat geschieden. De L-vleugel. Vorige week, in het politiek forum, bestond er nog veel onduidelijkheid over de verhuur rondom de L-vleugel en het waarmaken hiervan. Onduidelijkheid en nog niet de beste kansen waar we ja tegen kunnen zeggen. Om uiteindelijk een goede afweging te kunnen maken dienen wij samen met de PvdA, VVD en WG het amendement in waarin wij het college oproepen om ook nog eens andere mogelijkheden te verkennen naar verhuur. Met het resultaat van het aanvullende onderzoek hopen wij brede inzage te -35-

krijgen in de mogelijkheden voor onze vleugel. Zo kunnen we een passende afweging maken voor een optimale invulling. Dan het Sociaal Plein. Het werd even weer gespreksonderwerp in deze discussie. Als CDA Hart voor Oldenzaal hebben wij ons altijd ingezet voor de komst van het Sociaal Hart van Oldenzaal, oftewel het Sociaal Plein aan de Ganzenmarkt 11. Een wens die ook door het merendeel van de raad is overgenomen in de motie die wij hierover hebben ingediend. De heer Maartens heeft net al aangegeven waarom wij ook de gemeente in het Sociaal Plein aan de Ganzenmarkt 11 terug willen zien. We willen samen met zoveel mogelijk van onze sociale partners één sociaal hart vormen voor de inwoners die dat nodig hebben. In een pand dat qua structuur onderlinge samenwerking bevordert. Laagdrempelig, vanuit eenheid en daarmee slagvaardig. Daarom onze gezamenlijke motie om te onderzoeken op welke wijze hier invulling aan gegeven kan worden. Wij kijken uit naar de uitkomsten hiervan. Wat ons betreft geven we vanavond een klap op het voorstel, inclusief het amendement wat de heer Visscher net al heeft toegelicht, en ik hier net ook. Dan kan de organisatie echt aan de slag met de realisatie van een toekomstbestendige, duurzame en prettige werkomgeving voor medewerkers en inwoners. Dan kunnen we als raad weer de focus leggen op alle andere zaken om onze stad samen nog mooier te maken.

Tot zover deze termijn. De plaatsvervangend voorzitter: Ik dank u wel. Ik kijk even rond of er vragen zijn vanuit de raad aan de heer Wagelaar. Die zijn er niet. Dank voor uw inbreng. Dan ga ik naar de heer Winkelhuis van de WG. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel dat u mij niet vergeten bent. Ik zal proberen het kort te houden, zoals u van mij gewend bent. Maar ik kan het niet garanderen, want vanmiddag om 16:00 uur kregen we nog 3 bijlagen toegestuurd. Die heb ik toch nog geprobeerd in ons verhaal te verwerken. Om u een stukje mee te nemen in de geschiedenis hebben we een aantal van de dingen die vanavond ook de revue zijn gepasseerd vastgelegd. We hebben een aantal foto's en die willen we graag door onze bijdrage heen laten zien. Qua inhoud had de bijdrage van de VVD onze inhoud kunnen zijn. Die ga ik niet herhalen. Dank u wel, mijnheer Visscher, voor die toelichtingen. We nemen u graag even mee in de geschiedenis, want wij gaan vandaag toekomst schrijven. Op 15 april 2024 hebben wij als raad gekozen voor scenario 3, verkleinen en verbouwen van het stadhuis. Daarmee kwam de Oldenzaalse politiek, de Oldenzaalse huiskamers en kantines binnen. Veel mensen vonden er van alles van. Het betekende veel discussie, veel gesprekken, veel overleg. Het leidde uiteindelijk tot heel veel vragen. Zoveel vragen zelfs dat het besluit meerdere malen werd uitgesteld.

Daar hebben we in het politiek forum van afgelopen maandag het college een compliment voor gegeven. Maar we denken, volgens mij zei SO het ook al, dat we onszelf hierbij niet moeten vergeten. Vanuit alle partijen klonk de roep om meer duidelijkheid. Wij hebben als raad goed geluisterd naar de geluiden in de samenleving. Wij moeten een besluit uiteindelijk uit kunnen leggen aan Toos en Henk. Dan hoeven Toos en Henk het er niet mee eens te zijn. Wij moeten uit kunnen leggen waarom we ergens wel of niet voor kiezen. Vanavond wordt ons als raad gevraagd een besluit te nemen over de vernieuwbouw van het stadhuis en de plannen voor de L-vleugel. Nou ben ik benieuwd of het lukt. Kijk eens aan dan toch. Dit is wel helder waarschijnlijk, de foto van de nieuwbouw van het stadhuis. 1967 trouwens, 1966 ook. Laten we beginnen met de vernieuwbouw van ons stadhuis. Wij denken dat iedereen het er inmiddels wel over eens is dat na bijna 60 jaar dat wel mag gebeuren. We gaan alle mankementen hier niet nog een keer benoemen. Die staan voldoende beargumenteerd in de stukken. Dat zo'n vernieuwbouw een hele klap geld kost, is duidelijk. Maar het is ook een investering voor vele jaren. Met de vernieuwbouw, dat gaf GroenLinks ook in de bijdrage aan, zorgen we voor een toekomstbestendig stadhuis. Misschien wel weer voor de komende 60 jaar.

Een stadhuis in het hart van onze stad, in 1961-1962 ontworpen door ingenieur Robert Frederick Bauer. Die foto komt overigens uit een krantenbericht. Een hele krant van 1967, die we afgelopen maandag nog bij ons hadden. We nemen u even mee naar die tijd met een citaat uit deze krant, die ter gelegenheid van de -36-

opening van het stadhuis op vrijdag 12 mei 1967 is uitgebracht. Het Oldenzaalse stadhuis, en dat is een citaat, is in enkele ruwe lijnen op de achterkant van de enveloppen tot stand gekomen. Het waren maar hoofdlijnen en het was ook maar een klein schetsje, maar ingenieur Robert Frederick Bauer uit Amsterdam, wist op dat moment dat hij aan de hand van die ruwe schets het nieuwe gemeentehuis voor Oldenzaal moest gaan bouwen. Weken van uitproberen en denken waren aan dit simpele schetsje vooraf gegaan. Want ingenieur Bauer zijn grootste probleem was, hoe plaats ik naast die eeuwenoude Plechelmusbasiliek een passend en modern huis voor de gemeente Oldenzaal? Hij had maar één houvast, namelijk de hoogte die hem door stedenbouwkundige de heer Wieger Bruin was aangegeven. Het was voor hem voldoende. Hoe moeilijker de opgave, hoe meer het hem prikkelde. Hij ging ter plaatse kijken, hij sloot zich op in zijn Amsterdamse werkkamer en opeens had hij een idee. Hij greep een potlood en papier, het werd een gebruikte envelop, een voor Oldenzaal achteraf bekeken, heel belangrijke envelop. Om u maar mee te nemen in, hoe is zo'n tekening tot stand gekomen, hoe hebben we dit stadhuis gerealiseerd gekregen. Ingenieur Bauer heeft de realisering van de tot op dat moment belangrijkste opdracht in zijn leven niet meer mogen meemaken. Hij overleed op 19 mei 1962, nog maar 32 jaar oud.

Hij had op dat moment de plannen voor ¾ klaar. WG Oldenzaal vindt het passend, ik gaf het al aan, om ingenieur Bauer hier vandaag te noemen. Oldenzalers, inclusief mijn persoontje, vinden van alles van het stadhuis. Dan is het goed om dieper de geschiedenis in te duiken. Ik wil hier niet zeggen dat ik het stadhuis mooi vind. Straks ook waarschijnlijk niet. Zeker niet. Maar ik begrijp het verhaal erachter steeds beter. Ik kan aan Toos en Henk uitleggen waarom het er zo uitziet. Ook al vinden Toos en Henk het misschien nog steeds niet mooi. Terug naar de krant. Want, daar las ik, vanmiddag kwam het in, ik denk bijlage 7, nog een keer voorbij. Daar komt hij, het balkon. Beeldhouwer Carel Visser kreeg de opdracht een stalen balkon te ontwerpen, dat niet opdringerig mocht zijn en toch de gevel in de strakheid even zou onderbreken. Mooier kan ik het niet zeggen. Collega Leon Lulofs maakte mij zaterdag attent op een tekst uit het boek Van Balderik tot Boeskoolmenneke. Op pagina 27 staat onder het kopje het bordeshek het volgende: de functionele stijl van het stadhuis komt op een bijzondere manier tot uiting in een speciaal kunstwerk. Een kunstwerk. Het bordeshek, een ontwerp van kunstenaar Carel Visser, oogt onopvallend en eenvoudig. Wie goed kijkt, ziet echter een sterke en doorzichtige stalen constructie die het bordes een zekere lichtheid geeft.

Daarmee komen we bij onze opmerkingen in het politiek forum van vorige week. We beseffen ons heel goed dat het balkon of bordes, volgens mij voor de heer Visser opgemerkt, ten opzichte van de keuzes die wij vanavond hier maken, maar een speldenprik is. Maar als we het vandaag niet aan de orde stellen, zijn we het balkon of het bordes kwijt. Vanmiddag kregen we informatie over onze vraag in het politiek forum. Daar lezen we een aantal redenen waarom door het Cuypersgenootschap is gekozen om het balkon te verwijderen en te kiezen voor een luifel. Wij zijn geen architect. Wij zijn Toos en Henk en snappen dit niet als we in dezelfde bijlagen het volgende lezen van het Cuypersgenootschap, aandachtspunt balkonhek. Ik citeer, uit archiefstukken is gebleken dat het balkonhek een kunstwerk is van Carel Visser. Dat wisten we al. Het kunstwerk is niet passend conform het welstandsadvies. Zie standpunt welstand en architect. En voldoet niet meer aan de bouwtechnische eisen. Dat zou kunnen. Er zal dan ook de nodige aandacht en zorgvuldigheid zijn voor het in werking zetten van een afstotingstraject. Helder dat ze van het balkon afzien. Maar, en nu komt het, datzelfde Cuypersgenootschap schrijft in een brief van 26 november, zoals wij tijdens verschillende overleggen hebben benadrukt, heeft het stadhuis van Oldenzaal een grote architectuur- en cultuurhistorische waarde.

Het is een in alle opzichten zorgvuldig ontworpen gebouw, opgetrokken met hoogwaardige materialen als kostbaar natuursteen. Het behoud, en nu komt het, van het oorspronkelijke karakter van dit kandidaat monument dient voorop te staan. Nu snappen Henk en Toos het even niet meer. Portefeuillehouder, nogmaals de oproep om naar aanleiding van de opmerking in deze raad die wij hier maken, uit te zoeken wat de meerkosten zijn, en daarna de raad te vragen of er voldoende draagvlak is om alsnog een poging te wagen om het balkon of het bordes te behouden. We willen hier geen motie voor -37-

indienen, maar zijn ook benieuwd naar de reactie van de andere partijen. Als wij hierin alleen staan, heeft de democratie zijn werk gedaan, dan is het gebeurd met het balkon. Het college heeft vanmiddag bij de stukken een reactie toegevoegd, naar aanleiding van de vraag van collega Maarten van der Waal, die hij vanavond duidelijk heeft toegelicht voor de plaatsing van een herdenkingsplaat of iets anders in de gevel. Die reactie van het college onderschrijven wij. Want in hetzelfde boek Van Balderik tot Boeskoolmenneke vinden we ook informatie over de herdenkingstuin. We lezen daar, 2 gevelstenen uit de voormalige synagoge zijn in 2015 in de herdenkingstuin geplaatst. U ziet ze hier. WG Oldenzaal vindt dat we met welke herdenking of wat dan ook nooit goed kunnen maken wat er met de Joodse inwoners in Oldenzaal in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Maar met de plaatsing van die gevelstenen, de plaquette met de namen van alle 63 Joodse slachtoffers en het monument heeft het wel een plek gekregen. Extra aandacht in een gevel voegt in de ogen van WG Oldenzaal helaas niets toe. Voorzitter, we gaan over naar de L-vleugel. We hadden als WG Oldenzaal de grote hoop op een invulling met appartementen, voor jong en oud en 1- en 2-persoonshuishoudens of een functie als stadshotel. Helaas is dat een utopie gebleken.

Onbetaalbaar, netcongestie en gebrek aan parkeerplaatsen maken dit onmogelijk. Toch willen we nog een verkenning doen voordat we een besluit nemen over de werkelijke invulling. Daarom is er namens de Partij van de Arbeid, VVD en de CDA een amendement ingediend om nog eens extra goed te kijken welke functie de L-vleugel in de toekomst kan krijgen. Daarmee, voorzitter, ben ik bijna aan het eind van ons verhaal. Komen we bij het laatste punt. De verplaatsing van het Sociaal Plein is linksom of rechtsom een gevolg van vernieuwbouw van het stadhuis. Daar hebben we een heldere keuze in gemaakt en de VVD heeft onlangs, vanavond, heel duidelijk toegelicht waarom we daarvoor gekozen hebben. Samen met de Partij van de Arbeid, de VVD en de CDA dienen we een motie in waarin we het college oproepen te onderzoeken op welke wijze de gemeente Oldenzaal toch nog een plek kan krijgen in dit te realiseren Sociaal Plein aan de Ganzenmarkt 11. Ik weet niet wie die opmerking maakte, maar het schoot me ineens te binnen dat het Huis van de Stad zou hier misschien gevestigd, zou de naam kunnen krijgen. Maar wellicht is het Hart van de Stad misschien straks niet hier, maar is het Hart van de Stad juist daar. En is dat misschien wel een mooie titel om die mee te geven voor Ganzenmarkt 11. Voorzitter, het is met recht een historische avond.

Vanavond nemen we een besluit voor misschien wel de komende 60 jaar. Net zoals dat meer dan 60 jaar geleden gebeurde toen de toenmalige gemeenteraad het besluit nam een nieuw stadhuis te bouwen. Ter gelegenheid van de opening, ik zei het al, werd er zelfs een hele krant aan gewijd. Deze raad schrijft vanavond geschiedenis als we akkoord gaan met de vernieuwbouw van het stadhuis. Hiermee maken we onze bijdrage van vanavond rond. We hebben u meegenomen naar de begin 60’er jaren van de vorige eeuw. We sluiten af. We wensen onze stad, onze inwoners, onze ambtenaren en Toos en Henk over een jaar of twee alle geluk met het vernieuwde stadhuis. We gaan ervan uit dat de gemeenteraad van Oldenzaal in 2085 zal opmerken dat de gemeenteraad van Oldenzaal van 2025 een heel wijs besluit heeft genomen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage, mijnheer Winkelhuis. We hebben een stukje inzicht gekregen in de geschiedenis van het stadhuis. Dat zal onze portefeuillehouder zeker waarderen. Ik heb een interruptie van de heer Van der Waal van D66. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat u nog meer tegenstrijden heeft gevonden in de brieven van het Cuypersgenootschap. Het is net alsof u nog een brief extra heeft. Wat u aangeeft is dat het ontwerp van het stadhuis snel op een klein blaadje is geschetst, zoals een schets normaal ontworpen wordt.

Heeft u ook gelezen waarom de gebruikte grijze gevelstenen gebruikt zijn in het stadhuis, om het stadhuis daarmee te verfraaien? Dat is één vraag. Een andere vraag is, de herdenkingstuin die u hebt laten zien, die is er, die is mooi, daar heb ik geen kritiek op. Maar die is weggestopt, verborgen voor degene die de plaats niet weet van de herdenkingstuin. Als -38-

je langs het stadhuis loopt, dan denk je, hier moet iets zijn. Hoe komt de bezoeker erachter dat daar een herdenkingstuin is? Is dat voldoende, in uw ogen, om te herdenken dat daar een synagoge is afgebroken, waarvan het gebruik om trieste redenen niet meer nodig was? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Om op uw eerste reactie te reageren, ik ben geen architect en ik kan niet in de gedachtewereld van architecten en van het Cuypersgenootschap kijken. Alleen bespeur ik hier een tegenstrijdigheid in die ene brief. Aan de ene kant wilden ze dat historische karakter, en hoe ze het allemaal zo mooi benoemen, behouden. Aan de andere kant, ik heb de foto's nog hier even net kunnen zien, staat dat balkon er heel prominent vanaf 1967. Dat begrijp ik niet. Als ze aan mij, aan Toos en Henk, uit kunnen leggen waarom dat dan wel weg moet, daar lees ik wel wat van, maar dat is voor mij onvoldoende. Er staat wel in, het zou technisch gezien behouden kunnen worden. Daarom ook de vraag aan de portefeuillehouder wat de kosten dan zouden zijn. Dan kunnen we eventueel kijken of we daar iets mee kunnen. Aan de andere kant,, zij hebben er meer verstand van dan ik, maar ik wil de vraag hier gewoon neergelegd hebben. Waarom ze voor die grijze stenen hebben gekozen, in verband met de Plechelmusbasiliek zal daar ongetwijfeld een link hebben gelegen.

Daar kun je van alles bij bedenken. Op de tweede vraag, kom ik weer bij de herdenkingstuin. Ik ben oprecht zielsgelukkig dat dat ding er is. Dat is niet netjes gezegd, dat ding, dat die plek er is. Ik ben er vaak met mijn leerlingen geweest. Als je hem wilt vinden, vind je hem. Als je hem niet wilt vinden, dan is hij er niet. Maar als je hier komt, naar Oldenzaal, en je wilt speciaal echt mooie dingen zien, dan weet ik zeker dat die herdenkingstuin ergens bij de tien favoriete dingen zijn om daar eens even rustig rond te gaan kijken. Dan komt die geschiedenis die ik net een klein beetje benoemd heb, echt wel tot zijn recht. Ook alle triestheid van al die Joodse slachtoffers komt daar echt, in mijn beleving, ik hoop dat ik namens meer fracties spreek, dat hoeft trouwens ook niet, maar namens onze fracties spreek, is dat meer dan voldoende. Het is nooit voldoende, gaf ik ook aan. Ik weet nog dat u, toen u mij belde, ook zei van, misschien stel je voor dat ooit die herdenkingstuin weggaat. Ik kan je toch wel vertellen, als er iemand met dat idiote idee komt om daar maar eens even een eind aan te maken, dan zijn we in Oldenzaal ver weg van samenleving en verbinding. Ik kan me niet voorstellen dat dat ooit gaat gebeuren. Dat is zo echt, dan denk ik dat ik ga verhuizen.

De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb nog een interruptie van … Mijnheer Van der Waal, wilt u nog een keer reageren? Gaat uw gang. De heer Van der Waal: Ik vind me voor een heel groot deel in uw rededering. In mijn motie wordt opgeroepen om contact op te nemen met de Joodse gemeenschap om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Als zij zeggen, de herdenkingstuin is wat ons betreft voldoende, heb ik daar vrede mee. Ik heb een ernstige wens om in de muur, die hoe dan ook toch opnieuw wordt aangebracht, om daar een goed herkenbaar herdenkingsteken aan te brengen. Bent u daarop tegen of wilt u dat niet of vindt u het wel zat zo, Oldenzaal doet al voldoende? Wat is uw reactie? De plaatsvervangend voorzitter: Zou u het kort kunnen beantwoorden? De heer Winkelhuis: Ik heb volgens mij mijn reactie net gegeven. Ik waardeer echt uw inzet ervoor. Maar u krijgt bij ons helaas de handen niet voor op elkaar. Als u zelf contact zou op willen nemen met de Joodse gemeenschap moet u het vooral doen. Maar ik denk niet, het gaat in dit verhaal waar we het met elkaar over hebben voor mij te ver. De plaatsvervangend voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie van CDA, mijnheer Maartens. -39-

De heer Maartens: Heel kort en vooral een opmerking. Het doet mij deugd dat de heer Winkelhuis de term Sociaal Hart gebruikt voor de Ganzenmarkt 11. Dat is precies wat wij bedoeld hebben met onze motie in 2023. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. De heer Winkelhuis vroeg om een reactie vanuit de raad betreffende het bordes. Deze Toos en Henk vinden het bordes ook heel waardevol. Wat ons betreft steun, hij mag blijven. Even voor de goede orde, als dan de hele gevel nog veranderd wordt, daar waren mevrouw Vloothuis en ik het over eens, daar moet de inwoner zeggenschap over hebben. Maar wij steunen uw oproep om het bordes te behouden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Dan geef ik graag het woord aan de portefeuillehouder, aan het college, voor de beantwoording van de vragen in de eerste termijn. Dank u wel, mijnheer Winkelhuis. De heer Welman: Dank, voorzitter. Dank voor de inbreng die geleverd is. Ik, en ook de rest van het college, is zich er nadrukkelijk van bewust hoe ingewikkeld, maar ook af en toe hoe emotioneel dit thema, dit onderwerp, dit dossier is. Het raakt ook immers meerdere portefeuilles, meerdere thema's, meerdere onderwerpen die ons allemaal lief, dierbaar zijn. Vandaar ook dat ik veel respect heb voor de wijze waarop u daar vanavond over gesproken heeft.

Maar ook de wijze waarop onze collega's hier achter mij, maar ook u, maar ook de collega's in het college, het geduld hebben gehad en het respect hebben gehad om er samen uit te komen. Ik hoop dat we dat echt oprecht ook vanavond gaan krijgen. Ik denk dat de heer Winkelhuis heel terecht zegt, dit stadhuis, het oude gedeelte, dames en heren, is afkomstig, opgeleverd in 1965, maar officieel in gebruik genomen, de heer Winkelhuis zei het al, in mei 1967. Toevallig, of niet toevallig, het geboortejaar en de geboortemaand van uw burgemeester. Het is voor mij wel extra bijzonder om hier te mogen staan namens u om een toelichting te geven op het dossier, het stadhuis. Een aantal van u heeft denk ik terecht gezegd, dat hebben wij ook continu benadrukt, de noodzaak om dit stadhuis aan te pakken. Sinds 1965 zijn er wel een aantal verbeteringen en aanpassingen geweest, maar niet is het teruggebracht of gebracht naar wat de huidige markt, de huidige dienstverlening, maar ook de toekomstige dienstverlening van dit gebouw vraagt. Daar zal ik zo dadelijk nog wel wat uitdrukkelijker bij terugkomen als je het hebt over de moties en amendementen die u naar voren heeft gebracht. Het is wel goed om te benadrukken met hoeveel inzet er getracht is om u zo maximaal mogelijk in stelling te brengen. U geeft daarbij aan dat dat ons gelukt is. Mooi.

Het is niet zo dat we al zeven jaar met de verbouwing van dit stadhuis bezig zijn. Die periode is korter. Even uit mijn herinnering, we hebben volgens mij aan het eind van de vorige periode een eerste keer een architect, van het oude architectenbureau waar de heer Bauer en de heer Tauber ook deel van uitmaakten, hier in het stadhuis gehad om ons mee te nemen in, wat voor waarde zit er nog in dit gebouw? Zij gaven aan, het zou echt eeuwig zonde zijn om dit gebouw en de waarde die er in dit gebouw is, om dat niet te blijven gebruiken. Zo is op een gegeven moment ook de gedachte ontstaan om er een Huis van de Stad van te maken. Met de gedachte om niet alleen onze eigen dienstverlening daarin onder te brengen, maar ook om daar andere partijen, de bibliotheek is wel eens genoemd, zo zijn er nog meer te noemen, om die daar ook een plek in te geven. Die gedachte is vervolgens verder uitgezocht, past dat en hoe kijken inwoners daarnaar, wat verwachten wij ervan, kunnen we waarmaken hoe we dat voor ons zien? Welke visie hebben we nou op alle dienstverleningen die we dan in dit gebouw terug willen laten komen? Daar hebben we u ook eerder in meegenomen, daar is een keuze gemaakt om dat in te vullen, zoals nu voor ligt. Namelijk om te verkleinen en om een deel van onze dienstverlening, samen met partners, op een andere plek terug te laten komen, Ganzenmarkt 11.

Ik snap wel dat steeds weer het terug -40-

laten komen van die term, Huis van de Stad, ook af en toe wat verwarrend is. Waar hebben we het nou over? Is dat nou wel of niet het stadhuis, dan heb ik het over het oude gedeelte, of zou dat een titel moeten zijn die we op een ander gebouw plakken? Ik merk wel dat dat af en toe wat verwarrend is, de wijze waarop we die term hanteren. Maar als wij het hebben over het stadhuis, dan heb ik het echt over het oude gedeelte waar we met plannen zijn gekomen om dat te vernieuwbouwen. Daarmee kom ik meteen op een eerste, volgens mij is dat een motie, of nee een amendement van de Partij van de Arbeid en van een aantal andere partijen, rondom het zichtbaar maken van de gemeente in de Ganzenmarkt 11, in het Sociaal Plein. Ik hoop dat u mij niet kwalijk neemt, maar zou u dat toch nog wat nader kunnen duiden? Waar denkt u dan precies aan? Op het moment dat u daaronder verstaat dat daar ook burgerzaken een plek gaat krijgen, dan moet ik u meteen uit de droom helpen. Dat is echt vanuit het Programma van Eisen wat op burgerzaken van toepassing is gewoon niet haalbaar. Die eisen zijn zo streng, ook vanuit het Rijk. Als je het hebt over beveiliging en alles wat daar annex aan is, dat moet je niet uit dit gebouw halen. Temeer omdat er in dit gebouw al een beveiligde omgeving is, denk bijvoorbeeld ook aan een kluis, die je daar echt niet in de Ganzenmarkt 11 een plek kunt gaan geven.

Maar als u daar andere beelden bij hebt, dan horen wij dat graag hoe u dat voor zich ziet. Ik vond zelf de bijdrage vanuit de heer Visscher, die had het volgens mij, u had het daar in iets andere woorden ook over, het zou een plek moeten zijn waarin je vragen die er breed leven bij inwoners, die zou je ook daar kunnen creëren. Dan hebben we het over een iets andere invulling dan ik in eerste instantie dacht toen ik dit zag. Wellicht dat u daar in de tweede termijn toch nog iets meer over kunt zeggen, wat u daar precies onder verstaat. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Lulofs. Wellicht krijgt u nu al direct antwoord op uw vraag. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. We hebben het bewust heel ruim aangegeven. Echt heel bewust, want die expertise die hebben we gewoon in huis. Geef die ook daar alle ruimte. Laat ook zien dat die expertise van de gemeente daar op die plek aanwezig is. We begrijpen dat het een probleem is om te gaan sjouwen met paspoorten, rijbewijzen en dergelijke aktes en dat die niet daar naartoe kunnen. Daarvoor zal dan hier in dit stadhuis nog een keer een loket gebouwd moeten worden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lulofs. Ik geeft het woord graag weer aan de heer Welman. De heer Welman: Dan zie ik vanuit de zijde van D66 dat u weer terugkomt op de trap.

Het was even zoeken wat u nou precies bedoelt, maar volgens mij was het op de plaatjes van de heer Winkelhuis zichtbaar. Dat is volgens mij, als ik u goed begrijp, de trap die bedoeld is als een entree in het stadhuis vanuit de Ganzenmarkt 11. Die was er vroeger inderdaad, maar die is door een kleine verbouwing aan die zijde van het stadhuis op een gegeven moment anders ingevuld. Dat heeft ook te maken met de eisen die de huidige tijd stelt aan hoe je als gebouw, als overheidsgebouw toegankelijk bent. Vandaar ook dat die hellingbaan daar op een gegeven moment gekomen is. Als u zegt, kijk daar toch eens naar of je daar iets mee kunt, dan zou ik willen voorstellen om dat mee te nemen bij de inrichting rondom het stadhuis. Maar ik kan nu niet een toezegging doen dat we die trap, zoals die destijds was, weer terug laten komen. Omdat ik de indruk heb dat we aan de eisen die de huidige tijd, en naar wij verwachten ook de toekomst, daar aan gaat stellen, gewoon niet haalbaar is. Dan heeft u een vraag, daar had u net ook een klein debatje over met de heer Winkelhuis, over de herdenkingstuin. De herdenkingstuin is met heel veel zorg, ik zou bijna zeggen met heel veel passie, maar met veel zorgvuldigheid tot stand gekomen, mede op initiatief van een aantal zeer betrokken en bevlogen Oldenzalers. Eén van de argumenten bij het tot stand komen van de herdenkingstuin was -41-

ook om in die tuin, op die plek, alles terug te laten komen wat tijdens de Tweede Wereldoorlog, niet alleen naar de joden, maar ook richting de Sinti, zo zijn er nog een aantal groepen in onze Oldenzaalse samenleving geweest, die onder die nazi-verdrukking hebben geleden, om die daar een plek te geven. Dat is met heel veel zorg en toewijding gebeurd. Het is niet alleen in de fysieke omgeving, als het silhouet van de synagoge is daar teruggekomen, maar de planten die daar zijn geplant, zijn ook met zorg gekozen. Die hebben te maken met de Bijbel. Kortom, wat ik hiermee wil zeggen is, op het moment dat je daar nu iets aan gaat veranderen, lopen we aan tegen de afspraken die we destijds gemaakt hebben. Nog even los van of je dat ook zou moeten willen, gelet op de inbreng die toen geleverd is. Ik zou u echt willen adviseren om dat niet te doen. Om die discussie niet met elkaar aan te gaan, dan wel te openen. Want ik vind echt dat de manier waarop dat destijds gebeurd is meer dan recht doet aan het leed wat al die verschillende groepen, zeker de joden, in onze stad is aangedaan. Ik wil u echt dringend verzoeken om dat niet te doen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, alles wat u zegt over de huidige vorm van de herdenkingstuin en het proces daarnaartoe, daar heb ik nul kritiek op.

Vertrouw ik dat dat goed is, dat iedereen het prachtig vindt en dat het goed gedaan is. Wat we nu hebben is een unieke kans om daar een aanvulling op te geven, een onuitwisbare aanvulling. Hoe moeilijk is het om met de betrokkenen gewoon een telefoontje te hebben van, er is een unieke kans, kunnen we dat nog aanvullen? Zonder afbreuk te doen aan de bestaande herdenkingstuin. Als die blijft, graag. De plaatsvervangend voorzitter: Uw vraag is helder. Mijnheer Welman. De heer Welman: Mijn korte antwoord is, nee, tenzij u mij de opdracht geeft om dat wel te doen. Maar mijn advies naar u toe is, gelet op de wijze waarop het destijds tot stand is gekomen, u moet zich daar nog één ding bij bedenken. We hebben de afgelopen periode sinds de totstandkoming van de herdenkingstuin nog één keer een aanvraag gehad om iets aan de tuin toe te voegen, dat hebben we toen ook aan de stichting voorgelegd. Die hebben toen heel duidelijk aangegeven, dat zien wij vanuit de emotie die een rol heeft gespeeld, ook bij de totstandkoming van de herdenkingstuin, niet zitten. Ik zou dat gesprek niet willen openen, tenzij u mij daar expliciet de opdracht voor geeft. Voorzitter, dan ga ik naar, tot slot, de inbreng vanuit de WG rondom het bordeshek. Ik probeer het even goed te begrijpen.

Inderdaad, wij hebben in de stukken die u zijn toegestuurd aangegeven dat het ons niet verstandig lijkt, dan druk ik me nog gematigd uit, om het bordeshek, zoals u dat nu ziet, terug te brengen. Dat heeft ook te maken met de discussie die we met Welstand en met het Oversticht en het Cuypersgenootschap hebben gehad. Inderdaad, zij hebben daarbij aangegeven, wel het oorspronkelijke karakter van het stadhuis, nu komt het even nauw, dat kan ook op een andere manier, niet zijnde het huidige bordeshek. Wat zij, naar mijn mening, zoals ik het heb begrepen, hebben aangegeven, je zou wel in de stijl van de rest van het stadhuis iets kunnen creëren wat lijkt op een balkon. Zonder dat je het huidige hek daarvoor gebruikt, en zonder, daar zit ook het verschil, dat je het nog blijft gebruiken als balkon. Op het moment dat je dat wel doet, dan moet het aan allerlei eisen voldoen, namelijk qua draagvermogen, en daarmee heb je een verbinding naar het stadhuis zelf. Dat doet wat met warmte, koude constructies. Kortom, dat moet ik u echt dringend afraden. Tenzij u zegt, en daar geldt weer hetzelfde voor, als u zegt, ik vind het toch belangrijk. Dan hebben we waarschijnlijk wel extra budget nodig. Maar ik denk dat vanuit de techniek het zeer wordt afgeraden om die verbinding van buiten naar binnen, om dat nog te laten standhouden.

Maar ik hoop dat u kunt leven met mijn toezegging dat ik ga kijken of we toch het genootschap en het Oversticht wat in beweging kunnen krijgen, of ze toch iets met dat hek willen doen. Maar het is in ieder geval die

-42-

gedachte die wij hebben proberen te verwoorden, is ontstaan vanuit het idee dat oorspronkelijke karakter, dat kun je ook op een andere manier recht doen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Het is niet zo dat wij zeggen dat het balkon dezelfde functie moet terugkrijgen als het ooit gehad heeft. Maar het hoort wel, ik denk in de beleving van heel veel Oldenzalers, onlosmakelijk bij het aanzicht zoals wij tegen ons stadhuis aankijken. Dat krijgt straks een nieuw aanzicht, dat begrijp ik heel goed. Maar we hebben bij de technische beantwoording, dat is geloof ik 2 weken terug geweest, 2 foto's gezien. Die ene met het messing, waar ook nog stad Oldenzaal op stond. Ik heb afgelopen maandag nog aangegeven namens onze fractie, het voelt haast een beetje arrogant om zoiets, tenminste zo komt het bij mij binnen. Toen heb ik nog gevraagd, kunnen we die tweede foto, waar het wat soberder en doelmatiger, had de heer Visscher het net nog over, is neergezet, kunnen we die foto nog eens krijgen? Die heb ik nog niet gezien, maar u weet wel wat ik daarmee bedoel. Waar ik naartoe wil, als we een balkon terugplaatsen ten opzichte van al die dingen die we nu vanavond gaan besluiten, 250.000 euro kost, ik noem maar wat, dan zeg ik, stop met die discussie, gaan we echt helemaal niet doen.

Kap er mee, kijk gewoon naar welke variant het beste is, 1 of 2, en tik hem af. Maar op het moment dat dat 10, 20.000 euro kost, dan vind ik het wel te moeite waard dat u zich inzet om nog eens een keer met het Cuypersgenootschap die discussie aan te gaan. Ik wil daar gewoon realistisch naar kijken. Ik zeg altijd, ik ga er geen motie over indienen. Het is ook wat de rest van de fracties ervan vindt. Als jullie allemaal zeggen, waar ben je mee bezig, dan moet ik er gewoon mee stoppen. Dat hoor ik misschien straks ook nog wel. Ik hoop dat u begrijpt waar ik een beetje naartoe wil. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Ik begrijp wel degelijk wat de strekking is van wat u naar voren brengt. Alleen, ik hoop ook duidelijk te hebben gemaakt hoe je daar architectonisch en ook vanuit een beeld naar kijkt. Dan zou het zomaar kunnen zijn dat het handhaven alleen van het hek, niet van de balkonfunctie, maar van het hek, echt misstaat bij hoe je het gebouw zou willen presenteren en hoe je het gebouw zou willen maken. Ook daarover kun je weer van mening verschillen, dat realiseer ik me ook heel goed. Ik wil met liefde nog een keer kijken of daar wat haalbaar is. Ik zeg u ook eerlijk, ik ben daar niet zo optimistisch over wat de reactie zal zijn vanuit Welstand en vanuit andere deskundigen.

Maar ik kan wel eens kijken wat daar toch nog haalbaar is. Ik denk dat u uit uw hoofd moet zetten om die functie daar nog te houden. Dat zouden we echt, want dan heb je het echt over andere bedragen, zouden we niet moeten willen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb nog een andere interruptie voor u. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde wel mijn steun uitspreken voor de heer Winkelhuis. Ik vind het heel jammer om te horen dat er zoveel waarde wordt gehecht aan die Cuypersgenootschap. Wij zijn de inwoners van Oldenzaal, of in ieder geval de volksvertegenwoordigers. Ik zou het wel heel leuk vinden als onze Sinterklaasgoedheiligman weer op dat bordes kwam en dat alle kindjes daarbij konden kijken. Misschien moeten we toch er een motie voor indienen, want onze fractie steunt de heer Winkhuis volledig in hoe belangrijk het is om dat bordes weer terug te zien. De plaatsvervangend voorzitter: Zou u willen reageren?

-43-

De heer Welman: Natuurlijk wil ik wel reageren. Nog voordat er überhaupt een discussie was over de functie van het bordes, heeft de Goedheiligman al besloten om niet meer op het bordes zijn opwachting te maken. Om daar op een andere manier invulling aan te geven. Om het daarvoor te doen, daar moet ik u echt van zeggen, dat moet niet het argument zijn. Als u andere argumenten heeft, waarvan u zegt, dat vind ik wel belangrijk, dan graag, dan hoor ik ze, dan kan ik ze meenemen. Maar ik zou het argument van de Goedheiligman daar niet bij gebruiken. De plaatsvervangend voorzitter: Er zijn nog een aantal interrupties. Ik wil u wel verzoeken om het kort te houden. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Met het verdwijnen van de oorspronkelijke trap waarvan u zegt, dat kan allemaal niet, want we hebben een hellingbaan nodig, heel eenvoudig aan te brengen. En het verdwijnen van het balkon, halen we toch een aantal essentiële onderdelen van het oorspronkelijke gebouw weg. Als het oorspronkelijk moet blijven, moet het ook oorspronkelijk blijven. Ik ondersteun een oproep, heel ernstig, om een balkon, desnoods aangepast met een aantal ondersteuningspaaltjes eronder om de stevigheid te garanderen, ik ondersteun zoiets volledig. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb verder geen vraag gehoord. Ik ga door naar de volgende spreker, mijnheer Lulofs.

De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Dat hek is getransformeerd. Het is niet meer een hek, het is kunstwerk. In principe, daar hebben we in de raad al weleens vaker over gesproken, van kunst blijven we af. We hebben ook al eens een keer een hele discussie gehad over de sokkel van Plechelmus. Die werd net al genoemd, dat hij mee zou luisteren. Maar toen kwam er een keer een voorstel om die sokkel naar beneden te brengen. Ik denk dat hij uit zijn vel knapt. Maar in dit geval, u zegt, bouwtechnisch is het een probleem. Een uitdaging om dat goed te doen. Laat dat balkon weg, maar dat hek dat kan wel blijven. Op een andere manier kan dat eraan geschroefd worden, bij wijze van spreken. Neem dat gewoon mee. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik heb weer geen vraag gehoord. Ik ga door naar de volgende spreker, mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Volgens mij hebben we het er afgelopen maandag ook over gehad. We willen niet dat door discussie met het Cuypersgenootschap de vernieuwbouw van een stadhuis twee jaar lang op zich laat wachten, omdat er heen en weer gepingpongd wordt. Daar heb ik helemaal een donderse hekel aan. Dat wil ik echt niet. Het is een gesprek en kijken of er wat mogelijk is of niet. Dan klap erop of klap ernaast. In aansluiting op wat collega Lulof zegt, ik heb het net voorgelezen.

Dat zijn de letterlijke woorden van het Huppelepupgezelschap, ik ben het even kwijt. Er zal dan ook de nodige aandacht en zorgvuldigheid zijn voor het in werking zetten van een afstotingstraject. Omdat er sprake is van een kunstwerk. Ze geven zelf al aan, het wordt nog een ding. In mijn bewoording. Ik begrijp toch wel dat er wat meer steun is in de raad. Als er vanuit de gemeenteraad een dringende oproep komt om te kijken, wat kunnen we dan wel bewaren? Zodat het kunstwerk, in welke vorm dan ook, min of meer toch kan blijven. Ik schaam me er haast voor dat we nog een half uur over een balkon kletsen. Daar baal ik ook van. Maar als we het nu niet doen, dan is het weg. Korter kan ik het niet. Sorry. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb wederom geen vragen gehoord. Ik ben consequent, ik ga naar de heer Visscher als laatste.

-44-

De heer Visscher: Het gaat niet over het balkon. Mijn vraag naar aanleiding van de interruptie van de heer Lulofs op de vraag van de heer Welman over de burgerzaken. Ik wilde hem in tweede termijn zeggen, maar ik denk dat het toch goed is om hem nu te stellen. Als ik nu een paspoort nodig heb, dan doe ik de aanvraag bij het loket en ik haal hem op bij de balie. Daar komt geen kluis aan te pas bij mijn weten. Nu wil ik niet u vragen om het hele proces aan ons uit te leggen, maar ik wil meer aangeven, wees daar nou creatief in om te kijken hoe maximaal mogelijk je zaken naar de overkant kan brengen en ze niet hier houden. Dat is mijn oproep. De plaatsvervangend voorzitter: Uw vraag is helder. Ik geef het woord weer terug aan de heer Welman. De heer Welman: Die ruimte hebben we gehoord. Dan gaan we kijken, want u doet een oproep om daarop terug te komen. Ten aanzien van het balkon en dan met name het hek. Ik begrijp wel dat dat wat reacties oproept. Ook in een wat sterkere mate dan wellicht op andere onderdelen die net voorbij kwamen. Het enige wat ik heb geprobeerd aan te geven is dat ik niet echt optimistisch ben of ik groen licht krijg van Welstand en het Cuypersgenootschap om het te behouden. Maar ik wil u een toezegging doen dat we gaan kijken of dat wel haalbaar is.

Per slot van rekening, we hebben ook nog wel even tijd op het moment dat we vanavond groen licht geven, om te kijken, hoe geven we dat invulling en rechtdoende aan de opmerkingen die u daarover heeft gemaakt? Daar zullen we u ook over berichten wat dat heeft opgeleverd. Meer kan ik nu, ook omdat mij die deskundigheid ontbreekt, op dat punt niet toezeggen. Maar ik wil u zeker toezeggen dat we nog een keer gaan kijken of we dat hek, niet de functie, want dat moeten we echt niet willen, maar het hek op die plek kunnen behouden. Wat daarvoor nodig is. De plaatsvervangend voorzitter: Ik sta nog omwille van de tijd nog een laatste interruptie toe. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Die had ik net, maar ik heb net de toezegging van de portefeuillehouder gehoord. Ik wil toch even de heer Winkhuis daarin steunen dat hij zich daarvoor schaamt, wat hij net zei, dat hij daar heel lang over praat. Maar u hoeft zich er absoluut niet voor te schamen, want het is juist heel belangrijk, het behoud van cultuurhistorische aspecten in onze stad, onze steun. Ik denk ook nu uit de meerderheid van de raad die ze heeft aangegeven. Ik hoop dat het college dat ook dan meeneemt, dat vanuit de meerderheid van de raad daar dan ook een duidelijk signaal is gegeven. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is helder.

Wilt u nog reageren? Dan ga ik kijken naar mijn rechterkant, wie kan ik het woord geven? Wethouder Oude Engberink, gaat uw gang. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Goedenavond, allemaal. Als portefeuillehouder vastgoed neem ik de beantwoording op mij als het gaat over het onderdeel van het raadsbesluit over de Lvleugel. Mijn voorganger, de heer Welman, heeft zojuist ook al enige vragen beantwoord over het stadhuis zelf. Dan ga ik als eerste in op het amendement dat namens meerdere fracties is ingediend door de partij van de VVD. In het amendement roept u op om een nieuw onderzoek te starten waarin we zoeken naar de invulling van de ruimte met een andere functie. Als het dan gaat over de L-vleugel en het zoeken van een andere functie, geeft u daar ook nog bij aan, anders dan verhuur. Voordat ik daarop inga, neem ik u graag nog even mee in een aantal stappen in wat het college de afgelopen maanden heeft onderzocht ten aanzien van de invulling van de L-vleugel, waar wij hier achter naar kijken. Op 8 september 2025 heeft deze gemeenteraad tijdens het politiek forum aangegeven nog geen besluit te kunnen nemen over de vernieuwbouw van het stadhuis. Aanleiding daarvoor was het -45-

ontbreken van cruciale informatie over de L-vleugel. Die cruciale informatie had u nodig voor een zorgvuldige besluitvorming. Het college was in eerste instantie van plan om dat in een andere fase op te pakken, namelijk eerst besluitvorming aan uw vragen over het stadhuis en in een andere, daarna te starten met besluitvorming van de L-vleugel. Maar op uw verzoek is dat vervolgens versneld opgepakt. Waarbij het besluit van het stadhuis tijdelijk op on hold is gezet en waarbij wij de ruimte hebben gepakt binnen dit stadhuis om naar de invulling te kijken van die L-vleugel. We zijn aan de slag gegaan om verschillende varianten te onderzoeken om tot het afstoten van de L-vleugel te komen. Want zoals ik ook bij het politiek forum heb aangegeven, u heeft zelf als raad het besluit genomen om die L-vleugel te zijner tijd af te gaan stoten. Daar hebben we ons op gefocust. We hebben daarbij eerst de verkoop van de L-vleugel onderzocht om daar stadsappartementen of een stadshotel te kunnen creëren. Dat zijn dan de varianten één en twee die u ook terugvindt in het raadsbesluit. Maar gezien de huidige boekwaarde en de netcongestie die vormen een dusdanig obstakel dat deze opties voor ons niet haalbaar zijn. Dat zijn de redenen waarom deze varianten voor het college ook zijn afgevallen. Vervolgens zijn we aan de slag gegaan met andere opties, namelijk verhuur van de L-vleugel.

Ook dat hebben we onderzocht. Tijdens de gesprekken die portefeuillehouder de heer Welman met u heeft gehad is gevraagd of het Sociaal Plein mogelijk ook gehuisvest kan worden in de L-vleugel. Uit dit onderzoek kwam als conclusie dat het inderdaad mogelijk is om het Sociaal Plein te huisvesten in de L-vleugel. Daarop kwam het college vervolgens tot twee verschillende varianten. Een variant waarbij het Sociaal Plein gepositioneerd wordt in de Lvleugel en de overige vierkante meters verhuurd wordt aan externe partners. Maar ook een variant waarin de L-vleugel volledig wordt verhuurd aan externe partners, zonder het Sociaal Plein. Dat zijn de varianten drie en vier uit het raadsbesluit. In uw amendement geeft u vervolgens aan dat u het college de opdracht wil geven om een nieuw onderzoek te starten naar de invulling van de L-vleugel met een andere functie. Anders dan verhuur, zoals ik net ook al in het begin van mijn betoog aangaf. Deze opdracht vinden we nogal diffuus. Want als we kijken naar wat de mogelijkheden zijn voor de Lvleugel zien we daar drie verschillende varianten op dit moment in. Eén is ongewijzigd gebruik door de gemeente. Dat besluit heeft u al genomen van, we gaan die L-vleugel afstoten. Vervolgens verkoop. Daarvan heb ik u zojuist ook aangegeven, dat hebben we ook in het besluit staan, dat verkoop op dit moment niet voor ons haalbaar is.

Dan is er nog één optie over, dat is de variant verhuur. Wat ik dan vervolgens daarin zie, is dat het dusdanig vaag is en onduidelijk dat ik daar graag een verduidelijking van u op zou willen vragen. Ik heb ook genoemd dat we verhuur verder willen onderzoeken. Wat we verder hebben, waar we ook naar hebben gekeken, is de haalbare invulling van die vleugel. Dat we het verhuurbaar kunnen krijgen. Maar ook dat we de aanpassingen mee kunnen nemen voor de verbouw van het stadhuis. We zullen ook ergens een afscheiding moeten maken tussen deze twee verschillende panden. Dat besluit hebben we ook voor liggen bij u, om daar middelen voor beschikbaar te krijgen, om ook daadwerkelijk die scheiding te kunnen maken tussen het stadhuis en de L-vleugel. Als het dan gaat over verduidelijkende vragen van het amendement, daarin zijn we wel heel erg benieuwd welke variant deze raad dan verder nog wenst te laten onderzoeken met dit amendement? Want verkoop en verhuur hebben we al onderzocht. U geeft in uw betoog aan dat u bijvoorbeeld ook kijkt naar sport, eventueel invulling door culturele partners. U heeft ook het woord sloop in de mond genomen. Waarbij mogelijk ook parkeer of andere vormen van invulling van ruimte mogelijk is. Maar dan ben ik wel erg benieuwd hoe u dat dan ziet.

Want als we niet mogen verhuren en we kunnen het op dit moment niet verkopen, dan zou er maar één optie nog open zijn. Dan ben ik heel erg benieuwd hoe u daar dan naar kijkt. Wat we ons ook afvragen is met welke invulling u als gemeenteraad dan tevreden bent over de uitkomst van dit onderzoek? U geeft aan de resultaten van het onderzoek in februari al gereed te willen zien. Zoals u allen weet is volgende week start van het kerstreces. We zullen hier ongetwijfeld ook met externe partners over moeten spreken. Als u hier in februari al een eerste reactie op wenst en een definitieve invulling, dan betekent dat concreet dat we maar een aantal weken de tijd hebben om tot een onderbouwd plan bij -46-

u te komen, hoe wij denken de volledige L-vleugel in te vullen. Daar waar wij vorige week hebben aangegeven dat als u besluit om een budget beschikbaar te stellen, wij aan de slag zullen gaan met de nadere invulling van de L-vleugel. Dat kost voor ons meer tijd dan die paar weken die u ons daarin gunt om dit onderzoek te kunnen doen. Dat even over de vragen die wij u nog mee zouden willen geven. Daarnaast zou ik ook nog een aantal risico's willen benoemen waar we zeker ook rekening mee moeten houden als u dit amendement gaat aannemen. Op het moment dat u een onderzoek wilt laten uitvoeren betekent dat mogelijk ook een stukje uitstel van de verbouwing van de L-vleugel. Wij hebben juist ook de vernieuwbouw van het stadhuis en de verbouwing van de L-vleugel aan elkaar willen koppelen om daar tegelijkertijd mee te kunnen starten. Maar als u een onderzoek wilt en wij gaan daarmee aan de slag, dan kan dat mogelijk ook een vertraging opleveren voordat u gaat besluiten om daar budget voor beschikbaar te stellen. Als we komen tot een uitstel van de L-vleugel dan betekent dat dat we ook twee verschillende verbouwingen op ons moeten nemen en dat mogelijk niet met elkaar in, niet synchroon gaat lopen. Dan nog een vraag over de termijn. U geeft aan dat u de resultaten van het onderzoek in februari wenst te ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16451670/1