04 transcriptverslag raad 29 januari 2024
Tekst van het document
We kunnen het goed en snel doen dus zou dat tot de mogelijkheden behoren om het amendement aan te passen dat we in ieder geval zeggen dat het niet snelheidsbelemmerend zou moeten werken op de ontwikkeling? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dat vind ik prima maar dat betekent niet dat je de participatie dan gaat veranderen. Want wat ik juist wil is die participatie naar voren halen. Zodat we, ja, ik vind, weet je, als je gaat participeren heeft één partij, die voelt zich al voorbijgestreefd zeg maar, dan is de participatie eigenlijk al niet goed gestart. Dat moeten we herstellen. Als je nu gaat zeggen, ja, snelheid is wel een dingetje dus als het niet binnen acht weken kan dan doen we het niet, ja, doe dan die hele participatie niet. En bovendien, dat staat ook niet in de participatieroute, er is geen termijn. De voorzitter: Goed, ik zag de heer Wagelaar, mevrouw Nijendijk en mevrouw Berger. De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Ja, dank u wel. Ik ben wel even nieuwsgierig wat u verwacht dat hier nog aan gewijzigd wordt en is dit wel de juiste plek om uw punt te maken of zou dat niet veel meer in de participatieladder traject moeten, beleid? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Het hoeft niet in de participatieladder want als je daarin kijkt is er ruimte om dit te doen.
Er staat alleen gewoon, het is per project zeg maar afhankelijk van de impact hoeveel inspraak je kunt hebben, hoe je het project invliegt. Er is een heel belangrijk project woningbouw, dat zit in je buurt, heb je last van. Dat zie je ook hoeveel mensen daarop afkomen. Dan moet je meer aan participatie doen. En als het gaat over de verordening van de gemeente, ja, dan is participatie waarschijnlijk niet zo belangrijk. De voorzitter: De heer Wagelaar, ik zie dat u daar nog een … -17-
De heer Snijders: Het kan binnen de bestaande procedure, ‘…’. De voorzitter: Ja, ik ga nu naar de heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Ja, ik heb nog niet mijn antwoord op de vraag van, wat verwacht u daar dan dat het uiteindelijk een ander resultaat kan zijn, behalve dan dat het proces wordt doorlopen? De voorzitter: De heer Snijders, kort. De heer Snijders: Nou, ik hoop, maar dat heb ik niet geverifieerd, ik hoop dat de bewoners zich meer betrokken voelen. Maar nu zijn ze gewoon gepasseerd. Ze hebben niet eens gehoord dat er iets gaat gebeuren. By the way, er komen er twintig en je kunt helemaal meedoen. Ja, dat is hartstikke mooi maar als je geen vertrouwen hebt in de overheid dan denk je dat je al verloren hebt. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Ook aanvullend op wat al eerder is gezegd, is de heer Snijders het met mij eens dat eigenlijk wat we nu gaan doen is dat gesprek al aangaan en dat daar ergens enigszins dit amendement ook overbodig zou zijn? Heb ik het er niet over dat we het moeten hebben over dit thema communicatie want de gedachte ben ik helemaal met u eens. Maar als we vooruitkijken naar de snelheid en de daadkracht die we ook willen laten zien, dat dat eigenlijk nu al gaat gebeuren? De voorzitter: De heer Snijders.
De heer Snijders: Nee, nou, daadkracht hebben we zeker laten zien, zonder de mensen te informeren gaan we aan het bouwen bij wijze van spreken. Nee, nee, dat is gewoon niet zo. Ik heb het ook heel bewust niet over communicatie want we hebben het altijd over communicatie. Ik denk als we het over communicatie zouden willen hebben, dan zou ik hier de stelling poneren dat de gemeente niet kan communiceren want het gaat te vaak fout. Nee, ik denk dat, en heel wezenlijk, en dat staat er ook in, in het eerdere stuk staat dat de gemeente en WBO een voorstel doen en dat mensen dan daarop kunnen schieten. De voorzitter: Ik ga nu naar … Wilt u nog, anders ga ik naar mevrouw Berger. Niet? Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Het was een tijdje geleden kon ik helemaal onderschrijven wat u zei, over het laten participeren van de inwoners. Maar ik zou dan toch graag bij de overwegingen, het in een vroegtijdig stadium betrekken, want ik vind betrekken te breed. En ik denk dat daarmee ook niet de strekking waarmee u het amendement indient gehaald wordt want betrekken is heel breed. Kunnen we het veranderen in mee laten beslissen? Want dan beslist de inwoner daadwerkelijk over wat er … Ja, de VVD wil dat niet, de WG wil dat niet. Maar goed, solidair ‘…’. De voorzitter: Nou ja, u trekt nu allemaal heel snel conclusies.
Maar heeft u een vraag aan de heer Snijders? Mevrouw Berger: Kan de heer Snijders het met mij eens zijn dat wij het woordje betrekken kunnen veranderen in mee mogen laten beslissen? Omdat ik dan denk dat de strekking van het amendement meer gehaald zou worden. De voorzitter: De heer Snijders.
-18-
De heer Snijders: Ik heb heel bewust betrekken gekozen want elders staat wel over dat participatie meebeslissen is. Ik wil niet helemaal het participatietraject uitstippelen, ik wil alleen maar zeggen dat het meer naar voren gehaald moet worden en dat bij het ontwerp meerdere partijen betrokken moeten zijn. En voor de rest mogen ze het zelf een beetje invullen want als gemeente moeten we wennen aan het feit dat inwoners gaan participeren, meer en meer. Dat hebben we al wel gedaan. Het is ook wel eens goed gegaan maar hier is het nou al twee keer achter elkaar fout gegaan. Daarom zeg ik, haal dat nou iets naar voren en betrek ze erbij. Dat wil niet per se, en dat staat ook in het participatietraject, het wil niet zeggen dat bewoners hun zin krijgen hè. Dat betekent alleen dat ze gewoon zien wat er aan de hand is en dat wij eigenlijk, en dat moet jullie enorm aanspreken, transparant zijn in wat we doen. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja, een klein vraagje aan de heer Snijders nog. Waarom heeft hij gekozen voor een amendement en niet voor een motie? Want het amendement gaat namelijk alleen over het voorliggende stuk dus het gaat alleen maar over de twee reeds aangewezen gebieden waar wij dus verder niks meer mee kunnen.
Waar dus zou ik maar zeggen, we kunnen nog een heel participatietraject op gaan stellen maar ja, daar is al schade toe berokkend, er is al iets niet goed gegaan daar. Dat kunnen we nog herstellen, dat moeten we ook herstellen, maar er wordt geen blik geworpen op de toekomst. Zou dan een motie niet veel krachtiger zijn die hetzelfde oproept maar dan ook naar toekomstige projecten mee gaat nemen? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dat is een hele mooie vraag. Ik heb drie instrumenten overwogen. Ik heb een toezegging van de wethouder overwogen, ik heb een motie overwogen en uiteindelijk dacht ik, een amendement is eigenlijk het meest krachtig. De wedstrijd is nog niet verloren want wat je hier ziet staan is dat ik vraag dat niet de WBO en de gemeente de plannen opstelt maar dat de WBO, gemeente en omwonenden dat doen. Dus dan zijn ze al bij het opstellen van plannen waarvoor een van de insprekers bang was dat ze straks alleen nog maar de kleur van de stenen en de parkeerplaats mogen kiezen. Dus nu kunnen ze bij het opstellen van de plannen al zien wat voor proces daar gebeurt en dan kunnen ze meedenken. En misschien kom je dan uit dat het niet twintig maar dat er een van de, of negentien of achttien.
Bovendien denk ik, als je uitlegt dat wij als Oldenzaal heel veel huizen moeten bouwen, dat mensen zullen begrijpen dat er op de ene plek niet gebouwd wordt, op de andere plek meer gebouwd wordt. Nou, is dat fair? Goed, dus ik denk dat er nog wat te winnen. De voorzitter: Ik proef een punt. Ik ga naar D66. Dank u wel, de heer Snijders. Ik ga naar de heer Van der Waal want hij heeft aangekondigd nog met een motie te willen komen dus vandaar dat ik gekozen heb voor deze volgorde. De heer Van der Waal namens D66. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik ben het grotendeels met GroenLinks eens alleen de formulering heb ik zo meteen nog wat vragen over misschien. D66 stelt het op prijs dat het college probeert snelheid te bereiken bij het bouwen van woningen. Het raadsvoorstel gaat weliswaar nog niet over de bouw van woningen maar stelt slechts vast dat op enkele oppervlakken in Oldenzaal waar eerder scholen actief waren, plannen worden gemaakt om er woningen te bouwen. Aantal en vorm zijn nog te bepalen, daar kan dus nog op geparticipeerd worden. D66 is in principe enthousiast over deze nog wat ik noem wilde plannen en wild omdat ze nog niet gedefinieerd zijn, ze kunnen nog alle kanten opgaan. Echter tijdens het forum van vorige week maandag bleek dat inwoners rond de aangegeven -19-
locaties pas de donderdag ervoor waren ingelicht. Vermoedelijk is dit door de griffie gedaan om deze inwoners, die hun zienswijze hadden ingediend, erop te wijzen dat ze op het forum konden inspreken om hun mening te laten horen. Maar ik heb de griffie genoemd, het mag het college ook zijn. Het maakt niet uit, het gaat om de timing. D66 stelt het met de rest van de raad op prijs dat inwoners voor zover mogelijk volledig en tijdig worden ingelicht over te maken plannen en de realisatie ervan. In het geval van het nu besproken plan had dit beter gekund. Om deze reden dient D66 een motie in om het college voortdurend te stimuleren eraan te denken niet alleen de raad, de pers maar ook de nabije inwoners voor hen relevante plannen in kennis te stellen. Bij nabije inwoners moet ik bij deze corrigeren, betrokken inwoners inclusief nabije inwoners. Bij collegebesluiten zien we aan het eind ervan een korte tabel waar is aangevinkt of aangekruist of en welke stukken naar de raad, naar de pers worden gestuurd. D66 wil met deze motie bereiken dat deze kleine tabel wordt uitgebreid met één kolom, nabije dan wel betrokken inwoners, zodat deze niet meer kunnen worden vergeten. Dan lees ik het dictum van de motie voor.
De raad roept het college op om in de tabel aan het eind van de collegeadviezen één kolom toe te voegen met de inwoners waarmee de betrokken en of nabije inwoners worden bedoeld. Bij elk collegeadvies waar de genoemde kolom positief is ingevuld, de betrokkenen en nabije inwoners proactief te informeren. De tekst van de proactieve informatie is hierbij ook dan onderdeel van de stukken van het collegeadvies. Deze motie wordt ingediend samen met de fractie van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik, als dit uw bijdrage, dat was het, dat constateer ik bij deze, naar de … O, de heer Snijders, excuus. De heer Snijders. Als u nog één momentje heeft, de heer Van der Waal. De heer Snijders, ga uw gang. De heer Snijders: Ja, hoewel ik de motie heel sympathiek vind, vraag ik mij af of het nodig is? Want we hebben een participatieroute beschreven en dan zou je daar eigenlijk, als je het groter over wil pakken, zou je daar iets over communicatie kunnen zeggen. Dan zou je eigenlijk dus de participatieroute zoals die beschreven is moeten aanpassen en daar dit in opnemen. Ik ben benieuwd wat u daarvan vindt? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ben het met u eens en tegelijkertijd zeg ik, het is al zo vaak voorgekomen dat het college vergeet betrokken inwoners te informeren, dat het goed is om dat in de tabel op te nemen.
En ik denk niet dat de participatieroute daarvoor hoeft te worden aangepast. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Maar de gemeente vergeet wel meer dingen, gaan we dan straks overal tabelletjes achter krijgen zodat de gemeente dingen niet vergeet? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Snijders: Dit is eigenlijk te … De voorzitter: Nee, ja, ik snap uw punt. De heer Snijders: Het is gewoon een basisding dat ik denk van, ja. De voorzitter: De heer Van der Waal.
-20-
De heer Van der Waal: Indien nodig, ja. De voorzitter: Ja, dan ga ik naar de heer Bouwman, ik zag uw hand al. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, toch even reageren want u zegt net, ja, we hebben een participatieroute maar de participatieroute is alleen bedoeld als gemeente aan zet is met initiatief zoals nu. Maar ik vraag me toch even af, als we deze motie op die manier indienen, dan gaan we dus bij elk collegeadvies dat ze neerzet, terwijl bij ontwikkelingen voor waarbij ontwikkelaars bijvoorbeeld en derden aan zet zijn, daarvan verwachten wij van de initiatiefnemer dat zij de contacten met de bewoners leggen en niet de gemeente. Dus wellicht dat we daar nog even nuance in kunnen aanbrengen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Deze motie betreft alleen besluiten van het college. Initiatieven van anderen, daarvoor geldt de Omgevingswet tegenwoordig, die heb ik ook nog niet helemaal in mijn hoofd. Maar daar zal aan de initiatiefnemer wellicht een tekst moeten worden uitgereikt van, informeer die en die mensen. Ik heb het hier alleen over collegebesluiten dus het is een beperkte motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de WG. Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Dank u wel, voorzitter. Collega's, publiek op de tribune, wat ontzettend mooi, een voorstel voor één- en tweepersoonshuishoudens wat voor ons ligt.
In Oldenzaal is veel behoefte aan woningen voor de één- en tweepersoonshuishoudens. Dit voorstel biedt een oplossing voor dit probleem, een eerste oplossing, en sluit daarmee enorm aan bij de wensen van onze stad. WG Oldenzaal zet zich al langere tijd in om woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens te realiseren. Wij zijn echt enorm blij met dit voorstel. Wij vragen ons regelmatig af, wat willen wij als Oldenzaal nou met elkaar zijn voor stad? Een stad voor jong en oud, Oldenzaal is en moet een stad voor jong en oud blijven. De vraag van inwoners op leeftijd om oud te worden in hun eigen vertrouwde wijk moeten wij horen. Maar ook de vraag van jongeren om überhaupt een plek te krijgen om te wonen heeft prioriteit. Want beste collega's, laten we alsjeblieft niet vergeten, er is een doelgroep die op dit moment überhaupt geen huis kan vinden voor zichzelf. Zij moeten noodgedwongen thuis blijven wonen of zich in een andere gemeente vestigen. Wij hebben de plicht om deze stad dus te horen want wie gaat voor onze ouderen zorgen als Oldenzaal compleet vergrijst? Doorstroming lijkt de key te zijn en vorige week luisterden wij naar de insprekers en hoorden wij dat de ouderen hier ook voor openstaan.
Wij hebben dan ook de vraag aan de portefeuillehouder, worden deze signalen van de desbetreffende ouderen meegenomen in het plan? Afrondend over de ontwikkelingen van één- en tweepersoonshuishoudens willen we zeggen dat WG Oldenzaal instemt met het voorstel en roept vooral op om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met de vervolgstappen. Ik wil eigenlijk ook nog even wat benoemen over het thema communicatie. Want bij dit thema communicatie hebben we echt geworsteld om een motie in te dienen. En waarom hebben we die worsteling nou? Wij merken dat we echt zoekende zijn en ik wil jullie graag even meenemen in onze worsteling. De insprekers van het politiek forum van vorige week vertegenwoordigen veel van de omwonenden die direct te maken hebben met de uitwerking van het voorstel. Wij vinden dat de insprekers echt een punt hebben en dat willen we ook serieus nemen. Wij zijn ook van mening dat zij eerder geïnformeerd hadden moeten worden. Graag vragen wij dan ook, vragen wij u als raad daar overstijgend naar te kijken met ons. Welke kaders willen wij het college meegeven om inwoners te informeren over de ontwikkelingen? In welk stadium informeren wij wel en wanneer niet in situaties die voorafgaand aan de participatieladder plaatsvinden? We moeten -21-
voorkomen met elkaar dat we om elk klein wissewasje inwoners gaan informeren zonder dat het toegevoegde waarde heeft. Of sterker nog, dat informeren wellicht alleen maar onnodige onrust geeft. In alle situaties vooraf informeren geeft onnodig veel werk. Dit slaat natuurlijk niet op deze situatie van dit onderwerp, we moeten dit daarom echt heel goed met elkaar gaan afwegen. Een van de redenen waarom wij nu geen motie indienen is ook het volgende. Een motie over dit onderwerp moet naar ons idee een toegevoegde waarde hebben en het college handvatten geven om beter te communiceren naar onze inwoners. De mondelinge toelichting bij het politiek forum en de schriftelijke toelichting en toezegging van de portefeuillehouder geven ons voldoende vertrouwen dat er in volgende situaties anders wordt gehandeld. Dan is een motie op dit moment niet nodig. Wel roepen wij ons als raad op om alert te blijven op de communicatie richting onze inwoners in toekomstige situaties. We willen ook een oproep doen naar de fractie dat we elk voorstel zuiver moeten behandelen. Dat de communicatie hierin ontzettend belangrijk is hebben we volgens mij wel helder met elkaar. Maar dit gesprek over thema communicatie heeft raakvlakken met veel meer besluiten en moet daarom naar ons idee ook een keer losstaand worden besproken. Hierover hebben we dus ook een vraag aan de portefeuillehouder.
Hoe staat de portefeuillehouder er tegenover om in gesprek te gaan met de raad om de communicatie van inwoners wat betreft voorafgaand de participatieladder met elkaar te bespreken? En dan specifiek de communicatie richting onze inwoners in situaties dat de participatieladder nog niet wordt toegepast of toegepast is? Is dat iets wat we bijvoorbeeld tijdens een politieke avond of politiek forum met elkaar kunnen gaan bespreken? Want wij denken echt dat we dit weloverwogen met elkaar moeten doen. Wij willen deze bijdrage ook heel graag positief eindigen. Er ligt een heel mooi raadsvoorstel voor ons, een onderwerp dat wij als WG Oldenzaal ontzettend ondersteunen. Wat betreft dit onderwerp gaan wij nu vooruitkijken, we noemden het net ook al. Want actie wat betreft woningen, dat is waar onze inwoners ook om vragen. Duizend woningen in tien jaar, laten we de mouwen alsjeblieft opstropen en gaan bouwen. Ter afsluiting, voorzitter. Wij weten mede uit onze jongerenavond die we bij WG Oldenzaal hebben georganiseerd dat de jongeren qua locatie de voorkeur hebben aan de binnenstad. Wij willen dan ook als laatste vraag stellen aan de portefeuillehouder, in hoeverre neemt het college deze behoefte mee in de aankomende plannen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Mekelenkamp. Ik zie aan de rechterzijde ook een aantal handen omhooggaan maar eerst de heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Ja, voorzitter, ik constateer dat mevrouw Nijendijk een aanzienlijk andere toon aanslaat vandaag ten opzichte van het forum van vorige week. Daar was zij toch wat kritischer, laat ik het maar even zo zeggen. Wat heeft haar van gedachten doen veranderen? En het tweede is, een mooie oproep om gezamenlijk te kijken naar participatie. Maar dan zou ik graag mevrouw Nijendijk willen uitdagen of zij en ik zou haar willen vragen hoe ze tegenover de motie van D66 die wij mede indienen staat en of zij nog ruimte ziet om deze een positieve draai te geven? De voorzitter: Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoorde de vraag, wat heeft mij van gedachten veranderd? Ik denk die kritische blik, die hebben we nog steeds alleen ik denk dat wij hem anders vertalen. En daarmee heb ik ook uitgelegd, zien wij het meer als een gesprek dat we graag met elkaar willen aangaan omdat het overstijgend is bij een politiek forum of politieke avond om hier dus zeker kritisch met elkaar naar te kijken. Gezien dit onderwerp hebben wij het vertrouwen ook in de beantwoording die we van de portefeuillehouder hebben gekregen, dat er vanaf nu geparticipeerd gaat worden. Betekent niet dat alles goed is gegaan, dat zeg ik niet, maar wij willen wel echt heel
-22-
graag hierin vooruit gaan kijken nu. Want dat is wat ik zeg, dat is ook iets waar onze inwoners om vragen. Even kijken, de andere vraag van u, kunt u die nog één keer herhalen? De voorzitter: Ja, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik had gevraagd hoe mevrouw Nijendijk tegenover de motie van D66 staat en of zij nog ruimte ziet om deze een positieve draai te geven zodat wij hem kunnen steunen? De voorzitter: Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Ja, zoals ik net dus al aangaf, wij geven er een andere draai aan. De motie voor nu is voor ons te vroeg, wij willen eerst het gesprek met elkaar aangaan om dus met elkaar kritisch te gaan kijken van, wat willen we hiermee? En niet zomaar al op dit moment op dit onderwerp hier een beslissing over te maken door middel van een motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee punten waar ik op in wil gaan. Twee punten waar ik schrik van de inbreng. De eerste is dat informatie onrust kan geven. We zien hier een situatie dat geen info onrust heeft. Een andere is dat u hebt vertrouwen in het college dat ze vanaf nu de communicatie goed in orde hebben. Dat vertrouwen hebben wij al twee keer eerder en waarschijnlijk vaker aan het college gegeven.
Het is drie keer niet goed gegaan en bij drie keer niet goed gaan, gaan we maatregelen bedenken. Nou, het is nu een klein kolommetje met een klein kruisje. Dan denkt het college voortdurend, is het nodig? En zeker op het moment dat de pers wordt ingelicht denk ik dat de betrokken inwoners ingelicht kunnen worden. Dat is een voorbeeld. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Ik hoor hier geen directe vragen voor de rest. De voorzitter: Dan ga ik dacht ik de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, ik ben heel blij dat de WG na drie maanden van onze zijde probeert om via het presidium zo'n debat aan te vragen, dat u uiteindelijk die noodzaak ook inziet. Hartelijk dank. Ten tweede … De voorzitter: Nee, nee, nee, we gaan hier niet klappen of dat doen we hier niet. Nee, nee, nee, dat is echt niet de bedoeling. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Vraag ik mij af hoe mevrouw Nijendijk aankijkt tegen het feit dat wij nog steeds een unaniem aangenomen initiatiefvoorstel hebben liggen waarvan de helft nu is uitgevoerd, namelijk fysieke locaties zijn door het college aangedragen. Nou ja, daar is heel veel weerstand op gekomen. Maar het initiatiefvoorstel behelsde ook namelijk het onderzoek naar transformatie van leegstaande panden om via flexcontracten en dergelijke.
Wij horen daar niks over in uw betoog want u switcht heel makkelijk van initiatiefvoorstel dat u ook heeft gesteund naar, o prima, we gaan naar één- en tweepersoonshuishoudens. Hoe staat u daar tegenover? De voorzitter: Mevrouw Nijendijk.
-23-
Mevrouw Nijendijk: Nou, hoe sta ik daar tegenover? Ik onderschrijf wat u zegt dus ik zie ook de urgentie om daarnaar te kijken. Dus ook zeker, ik denk niet dat het of is, ik denk dat het hier gaat om en-en. Ik denk dat die leegstaande panden ook zeker iets is wat op dit moment urgentie heeft en waarnaar gekeken moet worden dus daarin ben ik het met u eens. De voorzitter: Volgens mij kunnen we tot een afronding komen en ga ik naar de volgende inspreker. Dank u wel, mevrouw Nijendijk en ga ik naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik sta hier met een dubbel gevoel. Op basis van het forum van afgelopen maandag had ik bijna het gevoel dat wij het stuk hadden moeten aanhouden totdat überhaupt gecommuniceerd was met betrokken inwoners. Tegelijkertijd zijn er vele vervelende en schrijnende verhalen te vertellen, mevrouw Nijendijk refereerde er net ook al aan, over mensen die niet wonen op de plek waar ze graag willen wonen. De realisatie van dit plan kan in ieder geval ervoor zorgen dat veertig huishoudens worden toegevoegd aan de Oldenzaalse woningmarkt. Dit belang weegt in onze ogen toch hoger maar het is wel belangrijk dat de betrokken buurtbewoners vanaf nu goed geïnformeerd zullen worden. De historie op beide locaties op het gebied van flexwoningen is eenieder hier bekend. Inwoners zijn niet geïnformeerd over de voorgenomen plannen.
Er gingen ideale verhalen rond in de betrokken buurten over potentiële bewoners van de flexwoningen en men is veelvuldig in de pen geklommen om een zienswijze te delen, welke we opgeladen zien bij de stukken. Als ik dan persoonlijk in de week voorafgaand aan de besprekingen bijvoorbeeld contact heb met buurtbewoners en bij navraag in de buurt er blijkt dat niemand geïnformeerd is, dan is het toch een zeer kwalijke zaak lijkt me. Wij hopen dat zij in het vervolg van het proces wel goed betrokken zullen worden. En natuurlijk, niet alles kan ook altijd perfect gaan, we zijn immers mensen en mensen maken fouten. Toch wil ik nog even benadrukken dat we enigszins teleurgesteld zijn in het late reflectieve vermogen van de portefeuillehouder. Tijdens het forum vorige week is er meermaals de vraag gesteld welke afwegingen er zijn gemaakt bij het niet informeren van de buurt en buurtbewoners? En eigenlijk is daar geen goed antwoord op gekomen destijds. Tot de mail die wij naar aanleiding van het forum ontvingen. Enerzijds staat daarin opgenomen wat er allemaal gedaan is. Daarnaast staat er nog een tweetal punten opgenomen van wat gedaan had kunnen worden.
Naar aanleiding daarvan zijn wij als Oldenzaalse VVD benieuwd, hoe is het mogelijk dat ondanks de lijst van gerealiseerde communicatie de buurtbewoners niet het gevoel hebben gehad dat zij voldoende betrokken zijn? En ten tweede, wat is de reden geweest om de wat hadden wij nog extra kunnen doen punten niet ten uitvoering te brengen? Daarnaast waarderen we de toezegging van de portefeuillehouder om bij de volgende vraagstukken nadrukkelijke aandacht te hebben voor participatie. Desalniettemin hebben wij wel gemeend de motie van D66 meer in te moeten dienen om hier explicieter bij stil te staan. We denken zelfs dat het breder inzetbaar is om bijvoorbeeld te voorkomen dat inwoners plannen die hun dagelijkse levens beïnvloeden missen omdat zij de KOM niet ontvangen bijvoorbeeld. Hierdoor is er dus geen sprake meer van het aloude kieken of het mitvalt maar eerder, kiek ons is machtig mooi communiceren. Als we dan teruggaan naar het voorliggende voorstel dan zijn de gevolgen van de gebrekkige participatie ernstig. De planvorming voor deze woningen gaat überhaupt al een jaar met zich meebrengen en daarna kan de schop pas in de grond worden gezet voor de realisatie van de woningen. Als, en dat is toch een heel belangrijk woord in deze zin, er geen bezwaren of procedures vanuit de buurt komen. Dit kan namelijk nog, dan kan het dalijk nog een half jaar langer duren.
Kortom, dan mogen wij als Oldenzaalse raad blij zijn dat de woningen er staan voor de volgende verkiezingen in 2026. Kortom, door een gebrek aan participatie kan het alleen maar langer duren voordat de plannen gerealiseerd kunnen worden. We hebben als Oldenzaal de intentie uitgesproken om duizend woningen te realiseren en in dit tempo gaat het zeker lastig worden. Daarvoor zullen we echt onconventionele oplossingen moeten gaan inzetten. De sessie die wij als raad aanstaande zaterdag hebben over de woningbouw is een goed begin maar -24-
een goed begin is maar de helft. De veertig woningen die gerealiseerd gaan worden zullen worden verhuurd via de WBO. Hiervan is bekend dat zij woningen verhuren via het Twentebrede platform, WoningHuren.nl. Dit zou dus ook kunnen gaan impliceren dat woningen die wij hier nu gaan realiseren worden gehuurd door mensen die naar Oldenzaal toekomen en dat de Oldenzalers er eigenlijk niks mee opschieten. In hoeverre kunnen wij als gemeente voorkomen en kunnen wij bijvoorbeeld zeggen, wij willen een X percentage van de woningen voor Oldenzalers reserveren? Kortom, laten we in dit dossier gemaakte fouten zien als leerpunten voor de toekomst. Dit zodat we onze mooie stad de versnelling in de woningbouw kunnen geven die nodig is en iedereen kan wonen in een woning die bij hem of haar past. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog één vinger van de heer Snijders. Bij interruptie, de heer Snijders. De heer Snijders: Ja, ik hoor drie dingen en ik weet niet helemaal hoe je ze wil duiden. U heeft het over informeren, u heeft het over betrokkenheid en u heeft het over participatie. Meer participatie dus ik neem aan dat u mijn amendement gaat steunen want dat gaat over meer participatie. Maar wat bedoelt u met informeren? Als u de buurt informeert is het goed? Dat is geen participatie. En later heeft u het over betrokken, dat mensen erbij betrokken moeten zijn.
Is dat dan informeren of is dat ook meedenken en meebeslissen? Dat is mij niet helemaal duidelijk. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, de portefeuillehouder heeft vorige week aangegeven dat de buurt in het vervolg van het traject beter betrokken zullen worden bij plannenmakerij. U had het over of er nou rijtjeswoningen komen of dat er gestapeld gebouwd gaat worden, dat dat nog allemaal onderwerp van discussie kan zijn. Dus wij gaan ervan uit in ieder geval dat dat in ieder geval, dat de buurtbewoners goed betrokken zullen gaan worden. Met betrekking tot uw amendement, het is goed voor deze casus maar we hadden het graag gezien dat die wat breder getrokken wordt zodat we ook in de toekomst kunnen voorkomen dat dit soort scenario's plaatsvinden. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Ja, het is heel bewust gedaan voor deze casus omdat het hier mis is gegaan. Ik denk ook dat wij van onze fouten nog steeds maar heel weinig leren want het gaat te vaak mis. Maar ik ben nog even op zoek naar in het begin zei u, had u het over informeren. Ik denk als hier de buurt goed geïnformeerd was, dat het nog steeds fout was gegaan. Omdat ze namelijk, zo heb ik de inspreker in ieder geval begrepen, zich niet betrokken voelen omdat de woningbouwvereniging en de gemeente een voorstel gaan doen en mogen zij daarop gaan schieten zeg maar.
Dat is eigenlijk geen participatie, dat is nog het ouderwetse model. De voorzitter: De heer Mekelenkamp en daarna ga ik naar de heer Van der Waal en dan wil ik door. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u. Ik ben het maar zeer ten dele eens met de heer Snijders. In zijn eigen amendement noemt hij ook uitleggen dus informatie overdragen. Op het moment dat het college via dat kruisje of vinkje op 19 december toen ze het besluit nam aansluitend een brief naar de inwoners had gestuurd, hadden de inwoners daarover kunnen nadenken en met zijn allen kunnen inspreken. Dan was het aantal insprekers groter geweest dan nu. Een andere vraag die ik heb aan de heer Mekelenkamp is, ja, niet zozeer een vraag dat die met ja of nee kan beantwoorden. Hij suggereert dat de woningen vooral aan Oldenzalers toegekend kunnen worden. Ik heb het
-25-
vermoeden dat dat op dit moment op basis van diverse regels en reglementen en wetten niet mogelijk is. Ik weet wel dat het in het verleden, in mijn jeugdtijd ongeveer, dat het mogelijk was dat mensen zich alleen maar in een stad konden vestigen als ze een sociale of arbeidsverbinding hadden. Dat is op dit moment denk ik niet het geval dus daar zouden we aan moeten werken. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik heb daar gister even een korte Google zoekopdracht overgegooid en toen kwam ik uit op de Huisvestingswet die per 2023 daar mogelijkheden toe biedt. Maar ik neem aan dat de portefeuillehouder daar meer inhoudelijke kennis over heeft. De voorzitter: Dank u wel. Heel kort kan de heer Snijders nog reageren en dan wil ik door naar de volgende spreken. De heer Snijders: Ja, ‘…’ mijn reactie op de heer Van der Waal. Ik probeer altijd kort te zijn, in tegenstelling tot D66, en dan moet je krachtig omschrijven. Het gaat niet alleen maar over uitleggen, er staat een heel groot wezenlijk verschil in. Dat is dat bij het opstellen van de plannen niet alleen gemeente en WBO maar ook de betrokkenen aan zet zijn. Dat is een heel wezenlijk verschil in participatie, dat is namelijk dat je er meer partijen bij haalt. En niet gewoon van bovenaf ontwerpen en zeggen, kijk maar, dit is het hoe wij het. De voorzitter: Dank u wel.
Dan ga ik door naar de volgende spreker. De heer Mekelenkamp, heel goed, dank u wel. De heer Bouwman. Tenminste neem ik aan namens zijn fractie. Dat is het geval. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. We zijn nu bijna twee jaar onderweg in deze raadsperiode. Een mooi moment om met het voorstel dat voorligt eens te kijken wat Oldenzaal is opgeschoten in het woondossier. Ja, er zijn bestemmingsplannen vastgesteld voor de Stakenbeek tweede fase en ook voor de Gravenweide en de Gravenbeek. Hartstikke mooi maar als je het goed beschouwt is dit laaghangend fruit van wat de vorige raadsperiode allemaal is voorbereid en in gang is gezet. Kijken we naar deze periode dan zien we dat de afgelopen twee jaren de wooncrisis is verergerd en dat vraagt om meer dan alleen laaghangend fruit plukken. Dat vraagt om een visie, om daadkracht, om onconventionele maatregelen en een gedurfde manier om voor onze inwoners een zo optimaal mogelijk woningaanbod te realiseren. En dat vraagt ook om een gemeenteraad die kaders durft mee te geven aan het dagelijks bestuur. We zagen begin 2022 de verkiezingscampagnes losbarsten en natuurlijk had het thema wonen in elk verkiezingsprogramma een prominente rol. We willen nagenoeg allemaal hetzelfde, een oplossing voor het woningtekort en een optimalere verhouding tussen vraag en aanbod. Dan is het maart 2022, de verkiezingen zagen een duidelijke uitslag.
De WG weer de grootste partij in Oldenzaal met negen zetels. Binnen no time was de vorming van het college rond, WG, CDA, VVD. Er was de nadrukkelijke wens om een extra wethouder aan het college toe te voegen en met WG als de grootste partij konden zij ineens twee wethouders leveren. En deze twee wethouders zitten op een sleutelpositie als het gaat om het thema wonen, namelijk de portefeuille ruimtelijke ordening Omgevingswet en de portefeuille wonen volkshuisvesting. Met negen zetels in de raad en nog eens twee wethouders in het college kunnen we gerust stellen dat het woondossier in handen ligt bij de WG en dan mag je wat verwachten. En ja, er zijn grote stappen gezet om extra woningen toe te voegen in Oldenzaal. En ja, er zijn ook woondeals gesloten. Maar zoals eerder gezegd, laaghangend fruit. Als het aankomt op doorpakken en consistentie in beleid, dan moeten wij constateren dat dit beter kan. Met name op het onderdeel consistentie vinden wij dat -26-
dit echt nog ondermaats is. En daar heeft Oldenzaal wel dringend behoefte aan want een zwabberend beleid heeft direct gevolgen op de woonsituatie van onze inwoners. Dat willen wij graag nu verduidelijken met meerdere voorbeeldenwant de raad heeft de afgelopen jaren meerdere kaders meegegeven aan het college. Onder andere een initiatiefvoorstel voor de realisatie van vijftig flexwoningen, unaniem aangenomen. De motie van de Partij van de Arbeid over transformatie van leegstaande panden naar wonen, ook unaniem aangenomen. En een motie van onze zijde over betaalbare woningen, ook unaniem aangenomen. Dat zijn dus genoeg kaders om snel aan de slag te gaan en creatieve oplossingen te vinden. Tot op heden is er van deze kaders nog niets terechtgekomen. Allereerst heeft het proces voor het toewerken naar de flexwoningen geleid tot, en zoals het college het zelf zegt, beroering. Inwoners rond de potentiële locaties moesten uit de krant vernemen dat er in hun omgeving iets ging spelen. Is het een communicatieblunder of is het bewust, dat vragen wij ons af? En daar hadden wij graag het debat over gevoerd in december.
Helaas kon het college hier niet aan voldoen omdat het eerst helder wilde hebben wat precies de bedoeling is van zo'n debat en wat de aanvrager, dus onze fractie, nou precies in het debat aan de orde wilde stellen? Maar hoe kan het nou, voorzitter, onze fractie heeft de bedoeling van het debat toch echt in de openbare raadsvergadering van 27 november uitgelegd en is terug te lezen in de notulen. Zo moeilijk was het niet. Het college kan zich dan niet op het standpunt stellen dat ze niet weet waar het over gaat, of heeft het college er geen zin in om over te praten? Wij weten het niet. Helaas wordt deze discussie nu gevoerd in een niet openbare themabijeenkomst wonen van aankomende zaterdag 3 februari, ondanks pogingen van onze fractie om dit in de openbaarheid te houden. Wij vragen ons echt af wat de reden is dat het zo lastig is om dit gewoon en plein publiek te bespreken? Nou goed, dan komt vervolgens rond de kerstdagen een raadsvoorstel binnen van het college. Het college stelt dat flexwoningen tot beroering hebben geleid en tot zienswijze en er daarom is gekozen voor één- en twee persoonshuishoudens.
Prima, wij zijn echt niet tegen één- en tweepersoonshuishoudens maar was deze doelgroep niet precies hetzelfde als wat wij bedoelden met de flexwoningen? Wat is precies het verschil? Maar dat laat dus onverlet dat er nog steeds een initiatiefvoorstel ligt dat unaniem is aangenomen door ons als raad. En een deel van het initiatiefvoorstel is nu dus niet meer aan de orde want het college heeft de potentiële locaties onderzocht en daaruit kwamen bezwaren dus is het niet mogelijk. Maar het initiatiefvoorstel ging niet alleen over fysieke flexwoningen, het ging ook over het tijdelijk gebruik van leegstaande gebouwen en dat heeft onze fractie nog nadrukkelijk in het voorstel opgenomen. Het hoeven dus niet per se fysieke flexwoningen te zijn. Onze vraag aan het college is, welke status heeft het initiatiefvoorstel op dit moment? Gaat u verder op zoek naar een oplossing voor de realiseren van flexwoningen? Want het kan wat ons betreft niet zo zijn dat een raadslid gebruikmaakt van het recht tot initiatief, de raad vervolgens het initiatief unaniem omarmt en bij een zuchtje tegenwind het initiatief aan de kant schuift zonder dat het initiatief een eerlijke kans van slagen heeft gehad. Dan daarbij, de transformatie van leegstaande gebouwen is nog niet eens onderzocht.
We lezen zelfs in het raadsvoorstel dat er geen capaciteit is, terwijl onze raad volgens mij budget heeft meegegeven bij het raadsprogramma om onder andere het woondossier vlot te trekken. Als er zo wordt omgegaan met een unaniem aangenomen initiatiefvoorstel dan is het een heel slecht signaal voor de positie van ons als gemeenteraad. Met het oogpunt op de motie betaalbare woning en de motie transformatie van leegstaande panden liet de wethouder vorige week weten graag met ons van gedachten te wisselen op de themaochtend van 3 februari. Maar wij vragen ons echt af, waarover moeten wij met de wethouder van gedachten wisselen? Volgens mij is de raad heel duidelijk geweest in de kaderstelling want de wethouder krijgt in november twee unaniem aangenomen moties aangereikt waar hij verder mee kan en een initiatiefvoorstel. Ja, onze fractie zou heel blij zijn en zo snel mogelijk aan de slag gaan. Maar nee, er wordt eerst drie maanden gewacht om vervolgens nog eens te vragen aan de raad wat u nou precies bedoelt. We vragen ons oprecht af of er wel besef van urgentie is? Het feit dat er geen capaciteit beschikbaar is voor het onderzoek naar leegstaande panden strookt ook eigenlijk helemaal niet met wat de wethouder eerder zei. Want in de -27-
raadsvergadering van november zei de wethouder dat het college de motie niet zomaar aan de kant schuift en het college met bepaalde ontwikkelingen bezig is en er bepaalde gesprekken lopen, maar dat het vanuit strategisch oogpunt niet goed zou zijn om aan te geven om welke panden het gaat. Vervolgens zegt de wethouder dat het college heeft gekeken naar eigen panden en andermans panden en vervolgens, en nu citeer ik, daar krijgt u een reactie op vanuit het collegeadvies rondom flexwonen. Einde citaat. Hier horen wij een toezegging van de wethouder. Maar in dit voorstel wat er nu dus voorligt, dat ik maar even aanneem dat de wethouder dat bedoelt, geen enkele reactie op het onderzoek naar eigen panden. We lezen alleen dat er geen capaciteit voor is. Maar hoe kan dat nou, voorzitter, de wethouder riep zelf dat ernaar gekeken is en eigen panden zijn onderzocht en dat hij daar bij de raad op terugkomt. Dat strookt niet met elkaar en is weer een voorbeeld van zwabberend beleid. We horen graag nu van het college hoe het daadwerkelijk zit en of er inderdaad onderzoek is gedaan naar eigen panden en wat daarvan de uitkomst is? En dan het voorstel zelf. Een hoop dingen hebben we al benoemd, dan de informatievoorziening. Het college vindt goede informatievoorziening belangrijk, en zo belangrijk dat omwonenden uit de krant moeten vernemen dat er wat in hun omgeving gaat gebeuren.
Waarom heeft de wethouder zijn gezicht niet even laten zien in de wijk? Om gewoon even aan te geven dat de gemeente met de gedachte speelt om woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens te realiseren. Een kleine moeite en het doet veel in de relatie tussen gemeente en inwoner. En dan, er ligt nu een voorstel voor de realisatie van één- en tweepersoonshuishoudens voor. In de vergadering van 27 november hebben we uitgebreid stilgestaan bij het bestemmingsplan Gravenbeek en de relatie met ons woonbeleid. Wellicht vindt u het flauw dat ik dit nu aanhaal maar het is mijn taak en verplichting als raadslid om u hierop te wijzen. Want in het woonwagenbeleid hebben wij gezegd, bij elke potentiële locatie voor zes woonwagenstandplaatsen wordt er een serieuze afweging gemaakt of de te ontwikkelen locatie wel daar vraag naar is en wat de ruimtelijke financiële mogelijkheden zijn. Ik heb toen nog aan de portefeuillehouder gevraagd, en dan citeer ik weer, hoe gaat u dat doen? Kunt u het ons toezeggen dat er bij elke woonlocatie die in onze raad opkomt, dat u daar een afweging bij zet of u wel of niet woonwagens wenselijk vindt? Einde citaat. Vervolgens zegt de portefeuillehouder, die laatste kan ik met ja beantwoorden. Einde citaat. Hier hoorden we weer een toezegging.
Nu zijn er met dit voorstel nieuwe locaties onder onze raad opgekomen, daar moeten we een besluit over nemen, en nu horen we er niks over. Er zijn inwoners van Oldenzaal die hebben jarenlang gestreden voor woonwagenbeleid. Wat jullie er ook van vinden, wat ik er ook van vind, wat iedereen er ook van vindt. Nou is dat beleid er eindelijk, staan er beleidsregels in en met de eerste de beste potentiële locatie wordt de beleidsregel niet nageleefd. Ik vind dat heel erg kwalijk, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Maartens. De heer Maartens. De heer Maartens: Ja, voorzitter, een punt van orde wat mij betreft. Dit lijkt op een, dat we nu de discussie gaan voeren over het totale woningbeleid. Althans, dat is wat ik nu beluister. En volgens mij hebben we hier slechts een voorstel liggen om op twee locaties één- en tweepersoonshuishoudens te huisvesten. En ik zou het fijn vinden als we ons ook tot dit voorstel beperken en een discussie over dat wonen voeren op een moment dat we dat met elkaar ook willen gaan doen. Ik maak u ook maar erop attent dat u via een interpellatiedebat dit altijd kunt doen. De voorzitter: De heer Bouwman. Ik zie nog even de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis en dan ga ik weer terug naar de heer Bouwman. De heer Winkelhuis.
De heer Winkelhuis: Ja, een vraag aan de heer Bouwman of die inderdaad van beide locaties ook mogelijkheden ziet om daar woonwagens te plaatsen? Zo beluister ik het.
-28-
De voorzitter: De heer Bouwman. En ik probeer er echt wel alert op te zijn maar ik heb de heer Bouwman wat ruimte gegeven om zijn punt te maken. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, allereerst op de heer Maartens te reageren, het is mijn taak om te controleren of het beleid wat wij hier samen hebben vastgesteld in de raad, of dat goed wordt uitgevoerd. Dat wil helemaal niet zeggen, om even in te gaan op wat de heer Winkelhuis nu aan mij vraagt, of ik daar, of ik zelf voor woonwagens. Dat zeg ik helemaal niet. Mijn punt is dat we de beleidsregels die we met elkaar hebben vastgesteld, dat we bij de eerstvolgende locatie die onze raad op komt, het is nota bene nog een toezegging van de wethouder, dat we dat hier dus niet onder ogen krijgen. En dat is eigenlijk, ja, we gaan volledig voorbij aan waar we jarenlang debat over hebben gevoerd. De voorzitter: Gaat u verder, de heer Bouwman, heeft u nog andere punten? Ga uw gang. De heer Bouwman: Ja zeker. Ja, ik wil toch even benadrukken, want de suggestie wordt weer gewekt dat wij dan per se voor woonwagens op die plek zijn, dat is absoluut niet het geval. Ik constateer alleen dat wij de beleidsregels die we samen hebben vastgesteld hier niet worden nageleefd. De voorzitter: Nou, ik heb die suggestie niet gehoord maar dat zal aan mij kunnen liggen. De heer Bouwman: Ja, maar ik wil het toch even benoemd hebben.
De voorzitter: Maar ik wil u wel vragen om tot een afronding van uw betoog te komen. De heer Bouwman: Dat gaan we doen, voorzitter. Dit college gaat dus voorbij aan een toezegging aan de raad en aan vastgesteld beleid. Dat bedoelen wij dus weer met zwabberend beleid en dat gaat een keer mis. Graag horen we nog even een reactie van het college hoe dit kan? En ook vind ik dat we hier als raad scherp op moeten blijven. Dan stelden we in het forum nog de vraag hoe het college de ruimtelijke procedure denkt in te vullen? De wethouder wist het antwoord niet en ik hoop dat die vandaag daar nog wel een antwoord op heeft. Dat is ontzettend belangrijk en daarom ook het volgende. Want gaat dit voor deze locaties het omgevingsplan wijzigen of is het voornemens te werken met een BOPA, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Want ik vraag het om het volgende want onze raad heeft in september ‘22 een besluit genomen over gevallen waarin de raad een bindend adviesrecht heeft als het gaat om het afgeven van een BOPA, een vergunning. Onze raad komt pas aan zet bij woningbouwplannen vanaf dertig stuks. In dit geval gaat het om veertig woningen in totaal maar deze zijn verdeeld over meerdere locaties 20, 20.
Het is nu dus de vraag hoe de ruimte procedure eruit gaat zien? Want worden beide locaties apart beoordeeld of gaan ze bijvoorbeeld tegelijkertijd onder dezelfde procedure ter inzage? Want in dat geval is het een woningbouwbouwplan van veertig stuks en is het aan de raad. En worden het twee aparte procedures met een BOPA, dan is het waarschijnlijk de laatste keer hier dat de raad hier wat van kan vinden. Vandaar dat wij in 2022 hebben geprobeerd met een amendement om het aantal van dertig woningen flink terug te schroeven tot elf of meer zodat de raad wat meer houvast heeft in haar woningbouwprogramma. We zien hier dus al een mooi praktijkvoorbeeld van waar wij destijds onze zorgen over uitspraken. We horen hier graag nog een reactie over van de portefeuillehouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan, ik zie verder geen interrupties. Dan ga ik snel door naar het CDA, de heer Wagelaar.
-29-
De heer Wagelaar: Voorzitter, dank. Gas op de woningmarkt en daarbij specifiek aandacht voor de behoefte van één- en tweepersoonshuishoudens. Dat is de vertaling van een van de kernpunten van het hoofdstuk wonen van het raadsprogramma dat wij in november 2022 met alle partijen in deze raad hebben vastgesteld. Met het voorliggende besluit gaan we een mooie stap zetten in deze ambitie. Wat ons betreft kan het voorstel dan ook akkoord krijgen en zal het ons dan ook verbazen als wij vanavond niet unaniem hierover zullen besluiten. Dat de communicatie in het voortraject en bij de totstandkoming van dit besluit volgens de raad beter had gemoeten is vorige week tijdens het politiek forum wel duidelijk geworden. En ook de wens om vanaf nu het participatietraject met omwonenden goed vorm te geven lijkt ons wel helder. Gelukkig heeft ook de wethouder inmiddels lering getrokken uit het communicatietraject, dat in dit geval dus niet is geweest, en heeft hij toezeggingen gedaan om het komende participatietraject beter vorm te geven. Wat ons betreft gaan we hier dan vanavond ook niet nogmaals uitgebreid over discussiëren. We vertrouwen erop dat met de dedicated capaciteit voor deze projecten binnen afzienbare tijd een gedegen plan komt te liggen voor beide locaties.
We vertrouwen op een plan dat draagvlak heeft in de buurt en niet alleen wordt gekeken naar stenen maar vooral ook ruimte is voor groen. En niet blind wordt gestaard op het aantal van twintig woningen, een paar minder kan ook. En bij de toewijzing straks voor zover mogelijk ook een mix ontstaat van bewoners van jong, oud, stellen en eventueel kleine gezinnen door elkaar. Hopelijk kunnen we dan met alle voorbereidingen en processen daadwerkelijk uiterlijk medio 2025 starten met de bouw, zoals vorige week door de wethouder als doelstelling is benoemd. We blijven graag actief op de hoogte van ontwikkelingen en de voortgang en zien het uiteindelijke plan graag tegemoet in de raad. Al wil ik dan nog wel even expliciet op basis van de input van Solidair Oldenzaal vragen of die ook daadwerkelijk wel in de raad terugkomt? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de … Nog een interruptie, ik hoop dat die kort is. De heer Van der Waal en dan ga ik door naar de Partij van de Arbeid. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Ik begrijp dat het CDA akkoord gaat met de toezegging van de wethouder en dat voldoende vindt. Ik ga daar natuurlijk ook mee akkoord. Het is al een aantal keren voorgekomen dat de participatie niet goed is ingestoken. Wat is uw reden te vertrouwen dat het goed gaat? En na hoeveel keren denkt u van, daar moet een keer ingegrepen worden? Dat.
De volgende vraag is, u zegt, ja, twintig is mooi, minder kan ook. Hebt u geen ambitie voor het aantal woningen om mensen te laten wonen? Dat zijn mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Nou, om met het laatste te beginnen, ik denk dat het uiteindelijk een mix is van aantal, groen, draagvlak en dat soort zaken wat het uiteindelijke definitieve invulling moet gaan bepalen. En ja, we hebben ook de ambitie die we met elkaar ook hebben uitgesproken en daar willen we natuurlijk zoveel mogelijk aan werken. Maar uiteindelijk moet het een mix zijn van en niet alleen maar de twintig als leidend aantal zijn. Wat betreft uw eerste vraag voor wat betreft het participatiegeheel en hoe vaak mag het fout gaan? Als we op dit dossier kijken dan ligt daar, dan heeft de wethouder daar volgens mij expliciet de toezegging op gedaan voor wat betreft het vervolg van de participatie. Op basis daarvan gaan we dan kijken of er aanvullende maatregelen nodig zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid. Ik zie de heer Kramer aanstalten maken dus ik ga ervan uit dat hij namens zijn fractie het woord gaat voeren? De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Gebrekkige communicatie en ontbrekende participatie, deze termen zijn het afgelopen moment al meermaals de revue gepasseerd. Voorzitter, u kent de -30-
toedracht inmiddels, de wethouder gaat in samenspraak met de WBO voortvarend te werk en komt gezamenlijk tot het oordeel dat een aantal locaties uitermate geschikt zijn voor het bouwen van éénen tweepersoonswoningen. De buurt neemt hier via andere communicatiekanalen kennis van met als gevolg dat de publieke tribune tijdens het politiek forum vol zit. De Partij van de Arbeid is zich bewust van het dilemma van de wethouder. De heer Van der Waal vatte het in het politiek forum al treffend samen, wanneer men de raad eerst informeert worden burgers boos, wanneer burgers eerst geïnformeerd worden wordt de raad boos. Voorzitter, in tegenstelling tot anderen wil ik hier geen lans breken voor extra participatie of communicatie maar voor meer politieke sensitiviteit. Procedures zijn er immers om te volgen en dat is tot op heden keurig gedaan. Desalniettemin willen wij de wethouder de volgende vraag ter overweging meegeven. Hoe hadden burgers gereageerd als de wethouder gedurende de planvorming even op de fiets door de wijk was gegaan en aan buurtbewoners had gevraagd hoe het wonen in de betreffende wijk hen bevalt? Ook het stellen van de vraag, wat moeten we in de toekomst met de locaties aan de Molkenboerstraat en de Grensweg, had waarschijnlijk wonderen gedaan. Wij vragen een reactie van de wethouder op deze korte beschouwing.
Voorzitter, ik draai er niet lang omheen, er ligt een fantastisch voorstel waarmee we een groot deel van het aantal woningzoekenden kunnen bedienen. De Partij van de Arbeid zal daarom voor het voorstel stemmen. Desalniettemin wil de PvdA Oldenzaal u uitdagen om uit te zoomen en de woningmarkt even in zijn geheel te bezien. We vergeten vandaag namelijk een groep die op dit moment tussen wal en schip dreigt te vallen, namelijk onze inwoners die te veel verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning en onvoldoende verdienen om in aanmerking te komen voor een koopwoning. Het feit dat deze groep momenteel vergeten wordt maakt pijnlijk duidelijk dat de wisselwerking tussen markt en overheid voor een grote groep inwoners niet werkt. Ook maakt deze ontwikkeling duidelijk dat we niet langer vast kunnen houden aan de traditionele klantreis van een woningzoekende waarbij een starter start op de woningmarkt. De lokale overheid moet uiteraard in afstemming met de markt op zoek gaan naar een oplossing. In het kader hiervan stellen wij de wethouder de vraag, welke mogelijkheden doen zich op dit moment op dit terrein voor? De wethouder gaf in het politiek forum van afgelopen maandag aan dat deze groep zeker niet vergeten wordt. Wij zijn daarom meer dan benieuwd naar een inkijkje en diens kijk op de zaak. Dan iets anders, voorzitter.
Het college is een groot voorstander van een integrale benadering waarbij we geen zaken dubbel doen en geen activiteiten uitvoeren die andere reeds ingezette interventies tegenwerken. Het wordt echter ingewikkeld zodra de behoefte aan integraal werken op gespannen voet komt te staan met het daadwerkelijk uitvoeren van activiteiten. Neem bijvoorbeeld het voorstel dat voorligt. Er wordt in het voorstel geschreven dat andere initiatieven, zoals het zoeken naar leegstaande gebouwen, tijd vragen. Tegelijkertijd wordt geschreven dat het college prioriteit wil geven aan de ontwikkeling van woningbouw. In het politiek forum van afgelopen maandag vroegen wij de wethouder wat concreet de impact is van het bouwen van woningen op andere lopende initiatieven? Diens antwoord op 3 februari willen wij alle wensen die op tafel liggen concreter maken zodat wij die impact samen kunnen beoordelen. Zowel de Partij van de Arbeid als Solidair Oldenzaal namen hier geen genoegen mee. De wethouder deed daarop de toezegging om deze zogeheten praktische implicaties inzichtelijk te maken en te verschaffen voor aanvang van deze raadsvergadering. In het aanvullende bericht wat wij van de wethouder hebben ontvangen werd opnieuw gerefereerd aan 3 februari. Daarmee hebben wij nog steeds geen antwoord op onze vraag en komt er voorlopig geen actie. Gelukkig hebben we daarmee wel integraal gewerkt.
In het raadsvoorstel wordt impliciet gevraagd om in te stemmen met de impact die het bouwen van huizen heeft op andere initiatieven. Het lijkt ons daarom niet meer dan redelijk dat de wethouder het nog één keer probeert. Wat zijn concreet de praktische gevolgen in termen van tijd en geld voor de reeds ingezette initiatieven wanneer dit voorstel wordt aangenomen? Concreter kan het volgens mij niet. Tot slot, voorzitter, ik rond af. Maar niet voordat ik één observatie met u gedeeld heb. Het politiek forum dat besteed werd aan dit onderwerp werd bezocht door veel bewoners van omliggende percelen. Toen gedurende het forum bleek dat een aantal in een eerder -31-
stadium aangewezen locaties voor de bouw van woningen definitief van de baan bleek te zijn, klonk opluchting en verliet een groot deel van de bezoekers de vergadering. Onze partij heeft uiteraard geen inzicht in de daadwerkelijke beweegredenen van deze bezoekers voor hun vroegtijdige vertrek. Al rijst bij ons het vermoeden op dat het maatschappelijke probleem rondom woningbouw niet als collectief probleem wordt gezien, maar als een probleem van pechvogels. Daarom besluit ik vandaag mijn betoog met een oproep tot meer solidariteit. De woningmarktproblematiek is immers een collectief probleem dat alleen door het collectief opgelost kan worden. Of nog concreter gezegd. Als we dit probleem op willen lossen, dan kan dat betekenen dat het straatbeeld van onze inwoners verandert omdat woningen voor een ander segment worden toegevoegd. En voorzitter, dit is geen verlies voor de straat maar een overwinning voor het collectief dat ons allen zo lief is, Oldenzaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee kom ik aan het eind van de eerste termijn van de raad, maar niet voordat ik de heer Van der Waal nog een interruptie gun. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik wil de laatste woorden steunen maar ook tegelijkertijd waarschuwen dat als de woorden als zodanig letterlijk worden uitgevoerd, dat je een voorstel krijgt van, zo wordt het, punt.
Dus vergeet u bij de laatste woorden de participatie niet om al te grote bezwaren van omwonenden niet te vergeten. De voorzitter: Ik kijk nog even of de heer Kramer daar nog op wil reageren, dat wil die. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Dat ben ik met de heer Van der Waal eens. Tegelijkertijd ontslaat dat ons niet van onze plicht om snel te handelen op het moment dat zich een dergelijk collectief probleem voordoet. En tegelijkertijd wil ik op mijn beurt de heer Van der Waal wijzen op het staatsrechtelijke systeem dat we ooit in 1848 met elkaar opgetuigd hebben, namelijk dat van een representatieve democratie waarbij wij als het ware de bewoordingen mogen uiten namens buurtbewoners die wonen aan een dergelijk perceel. Dus we moeten ervoor waken dat wij de snelheid ten koste laten gaan van het alsmaar willen laten participeren van onze inwoners. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik even kort schorsen. Uw voorzitter moet even een stop maken. Ja, soms is dat ook nodig. Dus ik wil de vergadering weer hervatten vijf over half tien. Ik schors de vergadering. De voorzitter: Goed, ik wil u verzoeken om nu plaats te nemen want de vijf minuten die uw voorzitter nodig had zijn inmiddels verstreken.
En ik zie dat nog niet iedereen, maar desondanks heb ik wel voldoende raadsleden en ook de wethouder aanwezig om weer de vergadering te heropenen dus bij deze, de vergadering is heropend. Ik nodig graag het college in de persoon van wethouder Yildirim uit om te reageren op de eerste inbreng van de raad. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de raadsleden voor hun uitgebreide inbreng op dit onderdeel. Laten we met elkaar ook naar mijn idee niet vergeten waar wij voor staan. En volgens mij dienen we allemaal een gezamenlijk doel, we willen zorgen dat er een thuis is voor iedereen in Oldenzaal. De koers die wij als college hierin hebben uitgezet is gebaseerd op de richtlijnen die door uw raad zijn vastgesteld. Deze richtlijnen die komen uit het raadsprogramma, ook de woonagenda en de regionale woondeal. We weten met elkaar ook, en dat heeft u ook zelf net benoemd, hoe hoog de druk is op de woningmarkt. En dat we daar ook op moeten gaan inspelen en dat we niet kunnen blijven stilstaan, er moet actie komen. Dat heeft u zelf ook in eerdere -32-
vergaderingen en overleggen ook aangegeven. Daar hebben wij een poging tot gedaan hierin met dit voorstel. Alleen we hebben ook natuurlijk te maken als college en als bestuur om onze inspanningen zo goed mogelijk te verdelen over de diverse uitdagingen in het woondossier. Heel veel van die uitdagingen heeft u zelf ook vanavond hier benoemd. We vinden het ook heel belangrijk dat we dat ook efficiënt doen. En ook hierbij, zoals u heeft gevraagd, te gaan versnellen maar ook realiseren. En ook nog rekening houden met onderling samenhang. Ja, dat vraagt wel veel, veel van ons allen. Met dit voorliggend voorstel gaan wij veertig woningen op twee locaties realiseren. We hebben verder genoemd, ook vanavond werd dat aan de orde gesteld, dat moet in overleg gaan gebeuren. We hebben natuurlijk ook heel goed geluisterd en ook wel goed gevoeld van, wat heeft dit nu gedaan wat wij de afgelopen periode hierin hebben uitgezet? We hebben omwonenden gezien die bezwaar ingediend hebben, die hier hebben ingesproken. U heeft daarop gereageerd, u heeft ook aangegeven dat u daar zich zorgen over maakt. Het zijn twee punten volgens mij waar we ons, waar u zich ook zorgen om maakt.