CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 transcriptverslag raad 29 januari 2024

Gemeenteraad 26 februari 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 29 januari 202430.191 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN DE GEMEENTE OLDENZAAL van 29 januari 2024

Aanvang 19.30 uur Aanwezig:

de heer P.G. Welman, voorzitter

de dames:

R. Berger, N. Nevels-ter Brake, E.G. Nijendijk, P.J.H. Oude Engberink-Weideveld en M.J. Seijger

de heren:

J.A.M. Bekke, R. Bouwman, L.J. Gelevert, E. Kangus, N. Kramer, Y.B. Liebrand, L.T. Lulofs, H.J.M. Maartens, Y.B.S. Mekelenkamp, G.F.M. Nijland, H.W.M. Snijders, X.E.N. Visscher, M.J. van der Waal, A.A.M. Wagelaar, R.T. Wienk, H.H.W. Winkelhuis en M. (Mevlid) Yildirim Mevrouw I.C.M. IJland, griffier mevrouw M.E.A. Rödel, wethouder de heer M. (Murat) Yildirim, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder

Afwezig:

mevrouw J.M. Egbers, de heer R.G.H. Christenhusz (wethouder)

Algemeen 1. Opening De voorzitter: Goedenavond allemaal, het is half acht en dan wil ik graag beginnen. Wij hebben bericht van verhindering van mevrouw Egbers. Zoals u ziet is zij vanavond niet aanwezig en daarnaast is ook wethouder Christenhusz afwezig en de laatste in verband met ziekte. Verder wil ik voordat wij overgaan naar het vaststellen van de agenda het volgende onder uw aandacht brengen. We hebben namelijk bericht gekregen dat een voormalig raadslid, de heer P. J. Roos geboren te Leiden op 8 juni 1932, onlangs is overleden. Raadslid was de heer P. J. Roos voor de VVD van 21 maart 1985 tot en met 28 april 1986 en dat was naar aanleiding van het overlijden van de heer H. W. Dalenoord op 28 januari 1985. De heer Roos is dus ruim een jaar lid van de raad van Oldenzaal geweest voor de VVD. Hij wordt getypeerd als een man uit het bedrijfsleven met een praktische aanpak die relativerend op kon treden, iets waar in zijn afscheidsspeech uitdrukkelijk aandacht aan is gegeven. Hij werd mede geprezen om het vele werk dat hij heeft verzet voor de gemeente Oldenzaal. Hij is overleden in Tegelen op 25 december 2023. De heer Roos is 91 jaar geworden. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Dan wil ik graag nu overgaan naar het vaststellen van de agenda. Ik kijk even rond. De heer Bouwman.

De heer Bouwman: Ja, er staat een bespreekvoorstel op de agenda over het bestemmingsplan natuurbegraafplaats. Dat hebben wij besproken maar wij wensen daarover niet het woord dus dank u wel. -1-

De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we dat noteren en fijn dat u dat aan het begin van de vergadering doet. Dank u wel. Dan gaat dat door als direct voorstel en dan kijken we op het moment dat het aan de orde is of iedereen zich nog aan de inbreng houdt zoals bij het politiek forum is geleverd. Het vaststellen van de agenda, verder nog op- of aanmerkingen? Niet, dan gaan we van deze agenda uit. 3. Vragenuur De voorzitter: Dan kom ik bij het vragenuur en dan gaan wij dat doen op basis van volgorde van binnenkomst. De vragen van de VVD over de Smart Energy Hub van de heer Mekelenkamp was als eerste binnengekomen dus ik geef hem graag de gelegenheid om zijn vragen toe te lichten en uit te spreken. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u, voorzitter. Voorzitter, de afgelopen jaren zijn wij als raad bij discussies over duurzaamheid meerdere malen geëindigd met de conclusie dat we wel iets willen doen maar dat het niet kan in verband met netcongestie. Dit dichtslibben van het net zorgt er namelijk voor dat het momenteel niet mogelijk is om grootverbruikersaansluitingen te krijgen op het elektriciteitsnet. Hierdoor is het voor veel bedrijven niet mogelijk om een verdere verduurzamingsslag te slaan op het gebied van bijvoorbeeld elektrificatie van het wagenpark of productieprocessen.

Ook kan men niet terugleveren aan het net waardoor de verdere energietransitie stil komt te liggen. Het mooie is dat we tegenwoordig steeds meer dingen smart gaan maken. Waar we begonnen met een normale phone hebben we nu een smartphone en onze tv werd een smart-tv en zelfs onze verlichting werd smartverlichting. Ook de gemeente Oldenzaal zaal ging mee en maakt de begroting zelfs smart. Smart oftewel slim lijkt de oplossing voor al onze problemen. Ja, dus dan denk je al wel, ook voor de netcongestie, daar zal ook wel weer een smarte oplossing zijn. En dat klopt, in 2022 heeft onderzoeksbureau Royal Haskoning DHV in opdracht van OostNL een onderzoek gedaan naar de mogelijke toepassing van Smart Energy Hubs. Een slimme regelknop voor het balanceren van vraag en aanbod in een energiesysteem. Hierbij was de conclusie dat de zogeheten SEH's van meerwaarde kunnen zijn voor het beheersen van de netcongestie en dat er veel waarde zat in de bekeken pilots. Onder andere in Almelo, die inmiddels gerealiseerd is. Wij als Oldenzaalse VVD zien ook de toegevoegde waarde van de Smart Energy Hubs in Oldenzaal. Zeker omdat niet alle industrie in Oldenzaal op dezelfde tijd energie nodig heeft. Daarom hebben wij de volgende vragen.

Hoe staat de portefeuillehouder tegenover Smart Energy Hubs? Is er naar zijn oordeel potentie in Oldenzaal voor dergelijke oplossingen? In hoeverre worden in gesprekken met ondernemers samenwerking op het gebied van duurzaamheid en elektriciteitsverbruik meegenomen? Zijn er contacten geweest met Almelo op het gebied van hun ervaring met de Smart Energy Hub? En als laatste, welke contacten zijn er met andere partijen, onder andere netbeheerders en de provincie, geweest over de mogelijkheden van een hub? Dus ik zou zeggen, hup hup met de hub. De voorzitter: Tada. Wethouder, aan u de eer. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. De VVD-fractie heeft een aantal vragen gesteld rondom de Smart Energy Hubs. Ja, we weten allemaal hoe problematisch het is rondom de netcongestie op dit moment. De raad heeft ons in het verleden een opdracht gegeven om in ieder geval op dit soort initiatieven ook faciliterend op te treden en we proberen dat ook zo goed mogelijk op te pakken. Wat ons betreft zijn de Smart Energy Hubs een van de oplossingsrichtingen die op de middellange termijn een oplossing zullen bieden en die wij ook zeker omarmen. Of dit potentie biedt voor Oldenzaal zijn we nu ook aan het onderzoeken. Samen met de ondernemers zijn we aan het kijken wat er vanuit opslag gedaan kan worden en wat wij ook kunnen doen om de boel aan elkaar te koppelen in de -2-

vraag en het aanbod en over de technische mogelijkheden. We zijn dus inmiddels in gesprek met diverse ondernemers om te kijken naar hun verduurzaming en ook het elektriciteitsverbruik en we zijn ook in overleg met GoTech hierover. We zijn samen aan het kijken naar oplossingen zoals gezamenlijk energiecontracten maar ook de ontwikkeling van lokale hubs, zoals u dat ook hier heeft aangegeven. Zoals ik net al heb aangegeven, we proberen daarin vraag en aanbod aan elkaar te koppelen en onder de aandacht te brengen. De pilot die in Almelo heeft gelopen daarvan zegt u van, ja, heeft u al contact gehad met Almelo? Nou, dit soort initiatieven die maken we bespreekbaar in regionaal verband. Met name in de organisatie RES Twente en daarin kijken we naar innovaties en de mogelijkheden die interessant zijn ook voor deze regio om dan met elkaar van te leren maar ook her en der misschien op te schalen in andere gemeenten. Nou ja, de Smart Energy Hub is daar in ieder geval ook een onderwerp die bij ons op de agenda al heeft gestaan, zowel ambtelijk als bestuurlijk in de RES Twente overleggen. De overlegmomenten, nou ja, of in ieder geval contacten met andere partijen.

Wij zijn op dit moment in een overleg een sprintsessie aan het voorbereiden met de provincie Overijssel en ook de netbeheerder GoTech waarbij we samen gaan kijken naar ook de uitdaging op het gebied van de netcongestie problematiek en ook de mogelijke korte en middellange termijn oplossingen. Waaronder ook de focus op de hubs die wel of geen mogelijkheden zullen gaan bieden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even richting de heer Mekelenkamp of er vanuit zijn zijde nog aanvullende vragen zijn? De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Eén kleine vraag. Portefeuillehouder heeft het over dat er momenteel onderzoek wordt gedaan en er een sprintsessie voorbereid gaat worden. Wanneer im Großen und Ganzen zouden wij de eerste resultaten kunnen verwachten? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Het is in voorbereiding dus die zal ik nog even nakijken ook, ik wil daarop terugkomen bij u als daar wat definitiefs over ook te zeggen is. Maar we zijn in voorbereiding en dit zal ook niet op al te lange termijn moeten gebeuren want dit zijn ontwikkelingen die je gewoon al snel wel in gang wil zetten. De voorzitter: Dan kijk ik nog even rond of er vanuit andere raadsleden, ik zie in ieder geval de heer Van der Waal. De heer Van der Waal, gaat uw gang.

De heer Van der Waal: Ja, ik verbaas me een klein beetje over de vraag, hoewel de vraag wel helemaal correct is. De verbazing is hierom, omdat de VVD is voor een kleine overheid en dit is een belasting voor de overheid. We zijn voor vrijheid van de ondernemers waarbij ondernemers oplossingen aandragen voor problemen en past dat niet in dit plaatje? Dat is mijn enige vraag, ik ga er verder geen discussie over. Dank u wel. De voorzitter: Nou ja, ik heb even geluisterd omdat ik niet wist waar uw vraag naartoe ging. Maar als ik het goed begrijp is het een vraag aan de VVD. Ja, dat kan niet via het vragenuurtje. Dan heeft u daar andere middelen voor. Het vragenuurtje is echt bedoeld een interactie tussen het college en de raad en daar hebben we gewoon spelafspraken over gemaakt. Maar nou, dan weet u in ieder geval voor de volgende keer dat we het niet meer op deze manier moeten doen. Dan geef ik graag het stokje over aan de heer Lulofs voor de rest van het vragenuurtje. De heer Lulofs als voorzitter.

-3-

De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan is er een volgende vraag en die komt van D66 dus ik geef het woord aan de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Als vervangend voorzitter, dank u wel. Bij een controle op 10 augustus 1923 is door de ODT geconstateerd dat er 30 kubieke meter gevaarlijk afvalwater op het terrein van de voormalige houthandel, houtzagerij, timmerfabriek aan de Enschedesestraat was opgeslagen waar op dat moment een verfspuitbedrijf actief was. Dit is meer dan de toegestane maximale 10 kubieke meter. Op 30 oktober krijgt de onderneming een mededeling van een voornemen, het is allemaal ingewikkeld, van een last onder dwangsom. Oftewel ze krijgen een waarschuwing, als je niet opruimt dan krijg je een last onder dwangsom en dat leidt uiteindelijk tot een boete. De onderneming krijgt dus een waarschuwing het afvalwater ordentelijk af te voeren. Op 7 december, maar ik heb ook op andere plaatsen gevonden 6 december, wordt de onderneming failliet verklaard, waarop de toezichthouder ODT op 12 december het terrein inspecteert. Geconstateerd wordt dat de hoeveelheid van 30 kubieke meter gevaarlijk afvalwater is toegenomen tot ruim 150 kubieke meter. De ODT adviseert op 22 december aan het college een last onder bestuursdwang op te leggen om de gevaarlijke aanwezige situatie zo snel mogelijk op te heffen.

Het ODT schat de situatie in als te gevaarlijk en risicovol om langdurig te laten bestaan. Het ODT schetst mogelijkheden tot het geven van een last onder dwangsom en geeft hierbij direct aan dat wanneer op voorhand duidelijk is dat wegens gebrek aan financiële middelen niet aan de last onder dwangsom kan worden voldaan, zo snel mogelijk een last onder bestuursdwang moet worden afgegeven. Bij een last onder bestuursdwang kan de vereiste actie op kosten van de ontvanger van de last door de lastgever worden uitgevoerd. De curator van de failliete boedel gaf aan dat er niet voldoende baten zijn om de overtreding op te heffen dus het afvalwater af te voeren. Toch is op 28 december door het college tegen het advies van het ODT in een last onder dwangsom opgelegd aan de onderneming die op 7 december failliet is verklaard. De dwangsom wordt verbeurdverklaard wanneer op 10 januari 2024 de overtreding niet is opgeheven door afvoer van het afvalwater. Op dit moment is de gemeente dus schuldeiser voor het bedrag van de 160.000 euro dwangsom in de failliete boedel maar het gevaarlijke afvalwater is nog niet afgevoerd. Geschat kan worden dat afvoer naar een gecertificeerd verwerker ergens 114.000 euro of 144.000 euro, afhankelijk van welk stuk je leest, zal kosten wat uit het bedrag van de dwangsom zou kunnen worden betaald.

Enerzijds, het college schat in haar eigen advies de situatie als niets spoedeisend in. Ze geeft aan dat het terrein is afgesloten en verzegeld, evenals alle bouwwerken op het terrein waar IBC’s, dus die tanks waar het afvalwater in zit, staan. Volgens het college is het terrein voor derden afgesloten en bestaat er geen directe gevaarzetting. Het college geeft aan dat wanneer de overtreding door de curator niet wordt opgeheven, alsnog kan worden overgegaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Anderzijds, de ODT geeft aan dat het milieurisico groot is indien lekken ontstaan. Er is geen toezicht, de IBC-vaten zijn onbeheerd aanwezig waardoor niet adequaat kan worden ingegrepen bij lekkage. Er zijn mogelijk zwakke IBC’s, het is niet bekend of de IBC’s tegen de gevaarlijke stof in het water zit, of dat daartegen kan en bij mogelijk optredende brand kunnen IBC’s smelten met lekkage als gevolg. De stoffen dienen volgens de ODT zo spoedig mogelijk te worden afgevoerd om het risico op lekken tot een minimum te beperken, om zo mogelijk bodemverontreiniging tegen te gaan. Lekkage leidt tot langdurig onbruikbare grond, bodemwaterverontreiniging en aanzienlijke kosten voor sanering. De kosten voor dan noodzakelijke sanering zijn in veelvoud van de te verwachten afvoerkosten.

In het collegeadvies wordt trots aangegeven dat van de Global Goals die Oldenzaal wil nastreven het genoemde optreden een bijdrage levert aan een goede gezondheid voor inwoners, een verantwoorde ontwikkeling van producten en een goed woon- en leefmilieu. Nou is D66 het met het college eens dat onderhavige overtreding met deze drie Global Goals te maken hebben, maar in dit geval wel in heel negatieve zin. Het optreden van het college lijkt geen positieve bijdrage te leveren aan de genoemde doelstelling. Op basis van al deze tekst heeft D66 de volgende vragen aan het college. -4-

Vraag één. Hoe risicovol en hoe gevaarlijk schat het college de situatie op het terrein waar de vaten afvalwater zijn opgeslagen in? Vraagt twee. Welke maatregelen neemt het college om de vaten met gevaarlijk afvalwater conform het advies van de ODT zo snel mogelijk correct af te voeren om te verwerken? De derde vraag. Indien de vaten om enige reden gaan lekken en daardoor bodemverontreiniging optreedt en ook waterverontreiniging, hoe denkt het college de sanering van de verontreinigde bodem aan te pakken en te bekostigen? Nu de in de last onder dwangsom genoemde termijn is verlopen heeft D66 daarna de volgende vragen. Is het college actief met het innen van de dwangsom die al opgelegd is? Is het college bezig met het opstellen en versturen van een last onder bestuursdwang? En als laatste vraag, is het college bezig met het opstellen en uitvoeren van een plan het afvalwater zo snel mogelijk af te voeren naar een gecertificeerd verwerker? Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, bedankt. Ik zie dat de heer Welman staat te popelen om u te beantwoorden. Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. De vragen van D66. Vraag één. Er zijn altijd risico's, het leven is niet zonder risico's echter deze IBC's staan verdeeld over een opslaghal en een drietal zeecontainers en deze zijn allemaal afgesloten en verzegeld.

Daarnaast heeft het college in afstemming met de curator en de eigenaar van de gronden inmiddels ook nog een aantal aanvullende maatregelen getroffen en daar moet u onder andere cameratoezicht onder verstaan op het terrein zelf. U heeft in uw tweede vraag, gaat u ervan uit dat wij nog steeds handelen conform een last onder dwangsom. Ik kan u zeggen dat wij inmiddels het besluit hebben genomen om niet meer een last onder dwangsom maar een last onder bestuursdwang toe te passen. Daarom is er ook geen sprake meer van een dwangsom want de curator heeft ook gevraagd om, althans had die, om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank en daarom heeft het allemaal ook iets langer geduurd dan wij in eerste instantie wilden. Dat heeft allemaal nog betrekking op die last onder dwangsom. We kregen ook nog geen zittingsdatum want daar ben je dan afhankelijk van. En de periode dat dat duurde, er werd op een gegeven moment, het duurde zo lang dat ook de aandacht die vervolgens in media ontstond ons heeft gemaakt dat wij gezegd hebben, wij gaan nu tot die maatregelen over. Namelijk we gaan camera's daar neerzetten en we hebben het besluit genomen om niet meer last onder dwangsom toe te passen maar de bestuursdwang toe te gaan passen.

Dat heeft wel allerlei gevolgen voor de termijn waarin je tot actie over kunt gaan omdat je vervolgens ook met wettelijke termijnen gaat komen, bijvoorbeeld rondom de begunstigingstermijn. Dat wil ik u toch nog wel even meegeven voordat ik overga tot de andere vragen. Dus de situatie is in dat opzicht wel wat anders geworden dan waar u met uw vragen zich op baseert. Daarmee heb ik volgens mij vraag twee ook voor een groot deel beantwoord. Dan ga ik naar drie. Daarin heeft u het over dat er mogelijke lekkages gaan optreden. Nou, wij gaan ervan uit dat dat niet het geval is en ook niet het geval zal zijn. Wij werken nauw samen met de toezichthouders van het ODT en ook onze eigen toezichthouders gaan ook frequent controles uitoefenen op het perceel. Daarnaast hebben we natuurlijk in afstemming met de andere partijen cameratoezicht geplaatst. Dan ga ik naar de vragen vier, vijf en zes. Even kijken. Vier heb ik al iets over gezegd namelijk dat we nu een last onder dwangsom ingestoken hebben. Je kunt geen twee bestuursrechtelijke sancties tegelijk opleggen dus dan moet je de keuze maken om de last onder dwangsom in te trekken. Dat hebben we inmiddels ook gedaan en we hebben dus nu de last onder bestuursdwang mogelijk gemaakt. Ik zei al iets over die termijnen die je vervolgens moet hanteren.

Die last onder bestuursdwang hebben wij overigens op 23 januari 2024 daar hebben we toe besloten. Vervolgens hebben alle drie de partijen, de curator, de eigenaar van het terrein en de voormalig eigenaar van het bedrijf van ons een schrijven gekregen en daar hoort dan ook weer een termijn bij. Dat is een termijn van drie weken om een zienswijze in te dienen en daar moeten we ons aan houden. U moet zich bedenken dat hier verschillende juridische -5-

trajecten, ik zou bijna zeggen, door elkaar heenlopen. Je hebt aan de ene kant natuurlijk het bestuursrecht maar aan de andere kant ook het faillissementsrecht. Want hier is een bedrijf failliet gegaan en dat betekent dat op het moment wij kosten moeten maken om de spullen op te ruimen, dan wil je die kosten kunnen verhalen op de partijen die de kosten veroorzaakt hebben. Vandaar dat wij gezegd hebben, wij doen het via, ook in afstemming met onze advocaat, via deze route zodat op het moment wij een besluit gaan nemen als wij zeker zijn dat de partijen die het zouden op moeten ruimen het niet gaan doen, alsnog dat opruimen voor onze rekening gaan nemen en de kosten kunnen verhalen. En daar hoort bij dat je deze stappen allemaal zet om aan het eind niet het risico te lopen dat je die kosten niet kunt verhalen in het kader van het faillissementsrecht. Nou, we hebben inmiddels via ODT een aantal offertes uitstaan bij erkende inzamelaars. Die staan ook klaar op het moment dat de begunstigingstermijn van die drie weken is afgelopen en we zeker weten dat geen van de drie partijen de spullen opruimen, dat wij dan tot actie over kunnen gaan. Dat waren de antwoorden, voorzitter, op de gestelde vragen. De voorzitter: Mijnheer Welman, bedankt. Ik kijk even naar de heer Van der Waal en ik zie dat hij daar nog op wil reageren. Mijnheer Van der Waal denk eraan, één termijn op dit moment.

De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen mij eraan te houden. U schetst juridisch een mooi verhaal maar was het niet sneller en daardoor beter geweest om in te gaan op het advies van de ODT om direct bestuursdwang toe te passen.? Dat is wat het ODT heeft aanbevolen in verband met het gevaar, het risico. Bovendien daarbij gecombineerd met wat bekend is, zoals ik uit de stukken lees, dat degene die het zou moeten opruimen niet in staat is om financiële redenen. Dat is een reden om bestuursdwang toe te passen. Voor de rest als laatste vraag heb ik dan, wanneer schat het college in dat het spul afgevoerd kan zijn? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat is een duidelijke vraag. Ik kijk even naar de heer Welman, wilt u hem nu beantwoorden? Het woord aan de heer Welman. De heer Welman: Ja, dank u wel, voorzitter. Op het moment dat wij de last onder dwangsom als middel hebben ingezet om de curator ertoe aan te zetten om de spullen waar we het over hebben op te ruimen, was bij ons nog niet bekend of de curator echt niet over voldoende financiële middelen beschikte om dat te doen. Weliswaar heeft ODT daar het een en ander over opgenomen maar dat hebben wij zelf nog niet geconstateerd. De berichtgeving was daar ook wat, nou ja, niet helder genoeg voor.

Aan de andere kant hebben wij ook de inschatting gemaakt, is er nu sprake van een acute situatie om tot actie over te gaan of zouden we daar ook nog wat meer de tijd voor kunnen geven? Het derde punt wat ik hierbij wil maken is, wij wilden onze eigen positie ook niet ondermijnen door te snel actie te ondernemen om die kosten voor onze rekening te nemen. Dus kortom, er waren een aantal argumenten om over te gaan tot last onder dwangsom en op een gegeven moment is die situatie wat veranderd en hebben wij een andere afweging gemaakt en zijn wij overgegaan op last onder bestuursdwang. Even kijken, er was een tweede vraag maar die ben ik eerlijk gezegd even in de snelheid kwijtgeraakt dus die kon ik niet zo snel noteren. Excuus daarvoor. De voorzitter: Dan gaat het woord toch even weer terug naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: De tweede vraag gaat over de verwachting wanneer het opgelost is? De heer Welman: Nou, op het moment dat de drie weken begunstigingstermijn zijn verstreken dan hopen wij dat wij duidelijkheid hebben, daar ga ik eerlijk gezegd wel vanuit, wat de drie partijen die wij hebben aangeschreven wel of niet gaan doen. Dan hoop ik ook dat er niet nog een juridische -6-

procedure loopt want dat kan natuurlijk ook altijd nog, dat een van de drie naar de rechter stapt. Maar als dat allemaal niet het geval is dan hoop ik dat we daarna echt binnen een paar dagen tot actie over kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel voor het beantwoorden. Ik ben bang dat de heer Van der Waal, die zou graag nog een keer het woord willen hebben maar die krijgt die op dit moment niet van mij. Ik vraag eerst, is er nog iemand in de zaal? Ja, ik zie een vinger van de heer Winkelhuis dus eerst de heer Winkelhuis, aan u het woord. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik denk dat het college heel zorgvuldig opereert in zo'n complexe situatie. Tenminste, het is wel heel lastig als ik dat allemaal zo beluister. Cameratoezicht, ik denk dat het heel goed is dat het gebeurt maar er zijn natuurlijk kosten mee gemoeid. Kunnen we die ook dan weer verhalen op de verantwoordelijke partij? De voorzitter: De heer Winkelhuis, dank voor deze vraag. De heer Welman mag deze vraag beantwoorden. De heer Welman: Daar ga ik wel vanuit. Als ik het goed heb begrepen zou je dat onder de boedelschulden kunnen plaatsen. Alles wat te maken heeft met het opruimen van zou je daaronder kunnen scharen en we gaan ervan uit dat dit daar ook onder past. Dan heb je wel een andere positie ten opzichte van andere schuldeisers.

Het is wel heel complex dus je hebt met heel veel verschillende factoren. Je hebt ook nog eens een keer met de Rijksoverheid zijnde de Belastingdienst van doen die natuurlijk ook iets van de curator wil. Maar we doen ons best om onze positie zo stevig mogelijk te houden, dan wel te krijgen om de kosten die wij moeten maken te kunnen verhalen. De voorzitter: Ik denk dat het een duidelijk antwoord was. Ik zie de heer Winkelhuis knikken. Ja, dan zijn de spelregels op dit moment zo veranderd, er mag nog een nabrander voor de heer Van der Waal. Dus de heer Van der Waal, grijp uw kans. De heer Van der Waal: Dank u wel. De portefeuillehouder geeft aan dat op het moment dat de last onder, wat is die eerste, dwangsom, gegeven werd, dat niet bekend was dat de onderneming niet voldoende geld had om het op te ruimen. De last onder dwangsom, daar is een voornemen van kenbaar gemaakt aan de curator. Toen heeft de curator gezegd, er is niet voldoende geld. Dus het was bekend dat er niet voldoende geld was. Daarom mijn vraag, waarom is niet direct met bestuursdwang gewerkt? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Een redelijk beknopte vraag. De heer Welman, aan u het woord. De heer Welman: Ik heb geleerd om nooit op blauwe ogen te vertrouwen. Ik wil het zwart op wit zien. Dat was hier in onze optiek onvoldoende het geval, vandaar dat wij voor deze aanpak gekozen hebben.

Op het moment dat iemand tegen mij zegt, zo zit het, wil ik het wel zien en dat was onvoldoende het geval. De voorzitter: Goed, duidelijk antwoord. Ik zie ook geen reactie meer. Helemaal goed. Dan gaan we over naar de volgende vraag en die is van Solidair Oldenzaal. Ik zie mijnheer Bouwman aanstalten maken om naar het spreekgestoelte te gaan. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. Bij de begrotingsbehandeling in november dienden wij een motie in voor het intern aanlichten van de glas-in-loodramen van de Sint-Plechelmusbasiliek. Op dringend verzoek destijds van de portefeuillehouder hebben wij de motie ingetrokken om op een later -7-

moment wederom in te dienen. De portefeuillehouder gaf daarbij aan dat er voorzichtige gesprekken worden gevoerd met het parochiebestuur, de Stichting Oldenzaalse musea en de Stichting tot Steun aan de Sint-Plechelmusbasiliek. We hebben destijds, ook op nadrukkelijk verzoek van de raad, we weten het allemaal denk ik nog wel, aangegeven de motie uit te stellen tot februari om de portefeuillehouder de ruimte te geven om eerst het gesprek aan te gaan met de partijen. En om nou niet gelijk de volgende vergadering de motie in te dienen zonder eerst even van de portefeuillehouder stand van zaken te horen hebben wij de volgende vragen. Hebben er gesprekken inmiddels plaatsgevonden? Zo ja, wat kunt u ons daarover melden? En zo nee, wanneer staan de voorgesprekken dan gepland? Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouwman, dank u wel. Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik ben heel blij met alle aandacht vanuit de raad bij dit onderwerp. Maar zoals ik net al zei, ik heb ook nog één ander ding geleerd naast blauwe ogen, dat is namelijk dat je een broedende kip nooit moet storen. En dat wil ik u in dit geval ook meegeven. Wij zijn, we doorlopen een heel zorgvuldig proces.

Ik snap uw ongeduld, die heb ik ook, maar die ongeduld moet ik echt wel voor mezelf wat temperen omdat ik merk dat op het moment dat ik nu de betrokken partijen te veel, ik zit even naar een goed woord te zoeken, te veel aandring op snelheid, dan kan het ook zomaar misgaan. Ik hoop echt dat wij u, en wij is de samenwerkende partijen, u eind maart, begin april, daar is alles wel op gericht, nader te kunnen informeren. We hebben vorige week een eerste goed concept met elkaar over de plannen waar ook dit in zit met elkaar besproken. Er moeten nog wat puntjes op de i gezet worden. Daar is nog wat tijd voor nodig omdat ook nog met een aantal achterbannen geraadpleegd moet worden. Maar ik heb ook al met de griffie samen gekeken of we ergens eind maart, begin april ook de raad mee kunnen nemen in de plannen die dan op tafel liggen. Dus ik hoop dat u dat geduld samen met mij nog eventjes wilt en kunt betrachten. De voorzitter: Bedankt voor deze beantwoording. Ik zie dat de heer Bouwman toch nog even wil reageren. Het woord is aan de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel.

Ja, u had het over een broedende kip maar ja, wij zijn openbaar bestuur, wat zou erop tegen zijn als wij gewoon een richtinggevende uitspraak doen dat wij dat als raad een heel mooi idee vinden? Ik bedoel, het kan toch niet heel erg een probleem zijn in de gesprekken die u daarover voert? De voorzitter: Mijnheer Welman, aan u het woord. De heer Welman: Nee, dat is op zich geen probleem alleen het is geen eigendom van ons, het is eigendom van de parochie. Ik wilde u ervoor bewaren om nu iets te doen waarbij ook het parochiebestuur nog niet zover is dus er moeten echt nog wel een paar stappen gezet worden. En uw aanmoediging, dat vind ik ook fijn alleen gun mij nou nog net even die tijd om het echt zo te doen dat het resultaat gewoon maximaal is. Daar mag u echt van verzekerd zijn, daar doe ik samen met een aantal collega's en met de betrokken partijen ons uiterste best voor. Dus laat u aangenaam verrassen over de uitkomst. De voorzitter: Nee, mijnheer Bouwman, we gaan niet pingpongen hier, gaan we niet doen. Ik kijk even rond, ik zie dat niemand wil reageren. Dan wil ik u als nestor nog een raad meegeven. Misschien dat u kunt proberen met kardinaal Schuttelkamp en misschien dat die nog wat voor u kan betekenen in deze. Dan gaan we over naar de volgende vraag en die is ook van Solidair Oldenzaal en wederom het woord aan de heer Bouwman. -8-

De heer Bouwman: Ja, dank u wel maar weer. Onze fractie heeft kennisgenomen van de raadsinfobrief waarin het college de raad informeert over de begroting van de personeelskosten. Want het college meldt dat de daadwerkelijke personeelskosten minimaal 900.000 euro hoger uitvalt dan begroot. Met verbazing hebben we die brief gelezen. Temeer dit grote gevolgen heeft voor onze begroting de komende jaren, alsmede het feit dat de afgelopen begrotingsbehandeling er belangrijke afwegingen zijn gemaakt op basis van onjuiste cijfers. Een verschil tussen de daadwerkelijke kosten en de raming van bijna een miljoen euro kunnen wij gerust alarmerend noemen. Wij vragen ons af hoe dit heeft kunnen gebeuren? Vandaar dat we de volgende vragen hebben aan het college. Eén, er heeft de laatste jaren geen gedetailleerde nacalculatie op de personeelslasten plaatsgevonden. Hoe is dit mogelijk in een professionele organisatie met honderden medewerkers? Gebrek aan personeel mag wat ons betreft nooit een excuus zijn. Dit soort tekorten is namelijk direct van invloed op de overwegingen die onze raad moet maken op belangrijke dossiers.

Twee, waarom heeft de portefeuillehouder jaren nagelaten om een daadwerkelijke inzage te krijgen in de daadwerkelijke personeelskosten? Drie, is de portefeuillehouder met ons eens dat er bij de programmabegroting 2024 ons een verkeerde voorstelling van zaken is gegeven? Vier, waarom zit er zo'n groot verschil in het beeld uit de monitoring en de daadwerkelijke calculatie? Vijf, zijn er nog meer zaken die op basis van monitoren aan onze raad zijn voorgelegd maar waarvoor de daadwerkelijke kosten nog inzichtelijk gemaakt moeten worden? Vijf A, zo ja, waar gaat het specifiek om? En de laatste vraag, waarom schuift het college in de raadsinfobrief deze situatie af op ziekte en langdurig uitval van medewerkers terwijl het college te alle tijden zelf verantwoordelijk is? Wij hadden hier graag gezien dat het college hier meer verantwoordelijkheid in had genomen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouwman, dank u wel voor deze vragen. Dan wederom het woord aan de heer Welman. U heeft echt wel een drukke inleiding van deze vergadering vanavond. De heer Welman: Ja, soms is dat zo. Dank u wel, voorzitter. Tussen de regels door lees en voel ik ook wel de emotie die de heer Bouwman heeft bij de raadsinfobrief en de situatie waar hij het over heeft. Ik kan u verzekeren, dat had en heeft het college ook. Daarom zijn wij ook nader, hebben wij nader onderzoek gedaan naar de situatie.

Daar hebben we in eerste instantie in de Najaarsnota ook al verslag van gedaan. Althans, we hebben aangegeven dat we dat onderzoek gingen doen en in de brief hebben wij u aangegeven wat de resultaten daarvan waren. Dat betekent niet dat de emotie minder is maar ik probeer daarmee wel aan te geven dat het gevoel wat u net uitsprak en ook in uw vragen terug laat komen, dat dat ook de emotie was die het college erbij had. Het is daarom ook verschillende keren in het college besproken en wij kijken echt wel kritisch naar allerlei processen en zeker ook naar dit proces. Conclusie is echter wel, en ik kan het gewoon niet mooier maken dan dat het is, namelijk in de brief die wij u toe hebben gestuurd de feiten staan zoals wij ze nu eerder hebben aangetroffen en ook nu weten. Het leek me toch goed om dat allereerst, voordat ik overga tot de beantwoording van de vragen, u mee te geven. Als ik kijk naar vraag één, daar komt het mooier maken dan het is al naar voren. Ja, door uitval van personeel hebben we echt te maken gehad dat werkzaamheden die te maken hadden met risico-inschatting en ook de prioritering niet zijn verdeeld of opgevangen. Daar hadden we gewoon mee te maken. Ook de raming van de personeelslasten gaf gewoon op hoofdlijnen geen aanleiding om een diepgaande calculatie, nacalculatie te verrichten. Vraag twee.

Wij hebben de personeelslasten dus op hoofdlijnen gemonitord en daarbij kunnen nadelen worden gecompenseerd door voordelen, dat is zoals dat vaak gebeurt. En die tussentijdse monitor bij de Najaarsnota 2023 gaf dus wel aanleiding om dat nader onderzoek te doen, daarvoor niet. Wij hebben die diepgaande verdiepende analyse dus ook gedaan. Vraag drie. Nee, wij zijn niet van mening dat wij u een verkeerde voorstelling van zaken hebben gegeven. Ik hoop dat ik u heb duidelijk gemaakt dat wij echt gehandeld hebben en ook u geïnformeerd hebben op basis van de ons toen beschikbare informatie. Daar hebben we u echt over geïnformeerd. Waarom zit er een groot -9-

verschil in het beeld uit de monitor en de daadwerkelijk calculatie? Ja, de werkgeverslasten en overige vergoedingen en inhoudingen zijn in de begroting, is een groot percentage. U moet zich bedenken dat de omvang van onze salarissen of van de salarissen van onze organisatie, zo moet ik het zeggen, is 21 miljoen op een totale begroting van 120 miljoen. Dus als daar enkele procenten van afwijken dan zie je dat dat niet direct opvalt maar heeft dat toch het effect van die 900.000 euro. Dus wellicht dat dat kan verklaren waarom u de vraag stelt zoals u net heeft gedaan. Dan vraag vijf. Daar is het antwoord op, nee, maar wij blijven wel heel kritisch kijken naar onze processen en die gaan we ook en willen we ook continu blijven analyseren. Maar uiteindelijk blijft het altijd mensenwerk. Daar wil ik nog één andere opmerking bij maken. U heeft gezien dat er ook in het Verenigd Koninkrijk zelfs ictsystemen niet altijd betrouwbaar zijn, met grote gevolgen van dien. Dus ja, daarom blijven wij ook kritisch continu kijken naar en kun je nooit compleet afhankelijk zijn van waar een systeem mee komt. Dus vandaar ook dat wij continu daarnaar blijven kijken. Tot slot, nee, wij schuiven verantwoordelijkheid zeker niet af op medewerkers.

Maar nogmaals, ik hoop dat ik u heb duidelijk gemaakt dat de hoofdlijnen van de begroting op personeelslasten tot aan de Najaarsnota 2023 geen aanleiding gaf voor afwijkingen en dus ook vervolgens voor onderzoek. Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen om de raad zo snel mogelijk te informeren. En dat hebben we ook bij, en dat zullen we ook in de Jaarrekening 2023 zult u dat weer terugzien. We hebben nog een aantal andere, en daar hebben we ook in de raadsinfobrief u over geïnformeerd, een aantal beheersmaatregelen genomen. Dus we willen een dashboard gaan inrichten met ook een prognose van de personeelslasten. Tot het moment dat we dat hebben geïmplementeerd gaan wij handmatig allerlei tussentijdse analyses van zowel de begrootte als de werkelijke kosten verrichten om te voorkomen dat deze situatie zich nog een keer gaat voordoen. Dat zijn de antwoorden, voorzitter, op de vragen van SO. De voorzitter: De heer Welman, bedankt voor deze beantwoording. Ik zie dat de heer Bouwman hier nog op wil reageren. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, in de eerste vraag zegt u eigenlijk hoe het mogelijk is? Ja, toch zegt u dan, ja, dat komt door een gebrek aan personeel of een capaciteitsprobleem. Maar ja, volgens mij zitten we hier in een politiek bestuurlijke setting, alle informatie die vanuit het college naar de raad toekomt is vanuit het college.

Ik hoor nergens in een verhaal enige uitleg wat de rol van het college hier nou bij is geweest, behalve dat de capaciteit van de ambtenaren ontoereikend was. Heeft u in al die jaren niet gedacht, goh, die kosten voor het personeel die zijn zo hoog. Op het moment als er een percentage eventueel niet klopt, dan gaat het richting dit bedrag wat we aan tekorten zouden hebben. Ja, dat zijn eigenlijk even de twee vragen die ik daarover heb, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Goed, de heer Bouwman, dank u wel voor deze vraag. De heer Welman, u mag deze beantwoorden. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. Nogmaals, het staat volgens mij ook wel in de raadsinfobrief, er was sprake van een langdurige ziekte van een van de collega's juist op dit dossier. En ja, ik snap wel dat u die vraag stelt over de bestuurlijke betrokkenheid dan wel de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Maar als je de informatie niet hebt dat er iets aan de hand is, kun je vervolgens ook niet handelen omdat je die informatie gewoon niet hebt. Er was vanuit zowel vanuit de organisatie maar ook vanuit allerlei andere checks en balances geen signaal dat er iets aan de hand was om te handelen. Dat heeft ons ook tot het denken toe aangezet van, goh, hoe kan het nou dat we dat gemist hebben? Vandaar ook dat we nu een aantal stappen hebben gezet om te kijken of we dat in de toekomst kunnen voorkomen.

Het is ook heel frustrerend, dat mag u echt van mij aannemen, dat ons dit is overkomen want het is absoluut niet de intentie geweest maar het is wel -10-

gebeurd. En echt, we hadden niet eerder kunnen handelen omdat ons die informatie gewoon niet bereikt had. Er was geen enkel signaal, er waren geen bellen afgegaan tot het moment waar ik u net in uw vragen ook al een antwoord op heb gegeven en toen zijn we ook direct tot actie overgegaan. Mooier kan ik het echt niet maken, voorzitter. De voorzitter: Goed. Ja, duidelijk beantwoord. Ik weet niet of de heer Bouwman daarmee tevreden kan zijn maar hij krijgt van mij het woord niet. Ik kijk even rond, ik zie dat de heer Mekelenkamp aanstalten maakt, maakte om wat te willen zeggen. Ik zie verder niemand. Dus het woord is aan de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja, voorzitter, ik heb eigenlijk een tweetal vragen nog. We hebben natuurlijk ook al hier in huis hebben we een accountant. Een accountant ook die meer ervaring heeft bij andere gemeenten. Die zou dan toch moeten kunnen constateren dat als bij gemeente A de personeelslasten met zoveel procent stijgen dat het ook bij gemeente B zou moeten gebeuren. Dus ja, misschien dat de portefeuillehouder daarop kan reflecteren van, waarom is het de accountant niet opgevallen? Wat is daar in het proces gebeurd? En ik hoor de portefeuillehouder net zeggen dat het uitval van het personeel, dat heeft te maken met werkzaamheden met betrekking tot risicoanalyse.

Klopt het als ik dat dan constateer dat wij dus onze risicoanalyse niet goed hebben uitgevoerd? Lees, welke risico's lopen wij dan momenteel nog meer op onze gemeentelijke begroting? De voorzitter: Dank u wel voor deze vragen, de heer Mekelenkamp. Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. De accountant hebben wij zeker naar gekeken. We gaan ook nog wel in gesprek met de accountant van, nou, wij hebben het gemist maar waarom zij ook? Ik heb wel begrepen dat de accountant een ander doel heeft om hiernaar te kijken naar onze cijfers en ook een andere opdracht heeft. Maar toch constateren wij wel dat ook het hun niet is opgevallen dus dat is zeker nog wel de moeite waard om daar met elkaar over in gesprek te gaan. Al was het maar om daar ook samen weer van te leren dus dat gesprek zal zeker komen. Het tweede is, ik heb niet een relatie, als ik dat heb gedaan dan mijn excuus daarvoor, een relatie willen leggen tussen de medewerker die zich hiermee bezighield in relatie tot risicoanalyse. Zeker niet. Maar wel in relatie tot het analyseren van kosten die hiermee te maken hebben en dat is toch iets anders dan risicoanalyse. Dus ik ben in dat opzicht wel blij dat u die vraag stelt, dan kan ik dat misverstand ook meteen wegnemen. De voorzitter: De heer Welman, dank u wel voor dit antwoord.

Dan kijk ik nog even naar Solidair Oldenzaal, wilt u daar nog op reageren? Dat is mevrouw Berger. Dit is eigenlijk nu buiten de orde. Nou, mevrouw Berger legt zich daarbij neer dus het woord gaat terug aan de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Lulofs. 4. Vaststellen notulen van de vergadering van 18 december 2023 De voorzitter: Dan ga ik met gezwinde spoed naar, even kijken, het vaststellen van de notulen van de vergadering van 18 december 2023. Vooraf heeft zich niemand bij de griffie gemeld maar toch kijk ik nog even voor de zekerheid rond of er nog opmerkingen dan wel andere zaken zijn die met het verslag betrekking hebben? Niet het geval, dan zijn ze bij deze vastgesteld.

-11-

5. Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen van de lijst ingekomen stukken. A. Algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen - zie link naar lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Ik ga naar A, algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen. Volgens mij is daar niets opgeladen. B.

Vragen volgens art. 32 van het Reglement van orde voor de raad 2023 De voorzitter: Ik ga wel naar vragen volgens artikel 32 dus dat is wel een wijziging. Vroeger stond daar een ander artikelnummer, nu is het artikel 32 van het Reglement van orde van de raad 2023. Een vijftal stukken opgeladen. De heer Winkelhuis, ga uw gang. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van de stukken 1a en 1b, dat zijn schriftelijke vragen die we hebben gesteld met betrekking tot de benaming van het plein in het marktstraatje, zoals wij het hier lieflijk noemen. Ja, we hebben inmiddels wel contact gehad met een van, ik zou zeggen de mensen, een van de gebruikers en die persoon is de nieuwe bestuurderdirecteur van de Oldenzaalse Musea. En ik mocht hier mededelen dat zij onnodig enthousiast is mocht die naamswijziging er komen. Inmiddels hebben we informatie dat het bordje zoals het er altijd hing inmiddels is verwijderd. Dat zou een voorbode kunnen zijn natuurlijk maar we hebben ook begrepen dat het te maken heeft met schilderwerkzaamheden. Dat is dan wel weer jammer. Maar wellicht is het toch handig om nog eens te kijken van, waar komt het uiteindelijk vandaan die benaming? Want als je kijkt in de officiële stukken vind je nergens de naam Johan Sebastian Bach plein. Dus wellicht kunnen we het echt in no time oplossen zonder dat het ons veel tijd en daarmee veel geld kost.

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, wij zijn bezig met de beantwoording van die vragen. U heeft gelijk. Ik kan u wel zeggen, in het verleden is er wel een besluit genomen in het kader van een aanvraag van de Bachstichting of de Mattheus Passion Stichting, ik weet niet precies wat de naam destijds was, om die naam daar op dat plein van toepassing te verklaren. Maar dat is nooit een echt officieel of formeel besluit geweest. Ja, de gedachten die u heeft zijn zeker interessant dus we zijn ook aan het kijken, en daarom duurt het wat langer, om het ook echt met alle partijen te doen voordat wij met een reactie naar u toekomen. Maar, nou, ik hoop echt dat we dat op zeer korte termijn naar u toe kunnen laten komen. Ik kijk nog even rond of er nog anderen zijn bij de raadsinfobrieven. Mevrouw Berger. O, oké. Ja, klopt, artikel 32. Ga uw gang. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik was even, we zijn niet bij raadsinfobrieven, we zijn bij schriftelijke vragen. En ik wacht eigenlijk heel even tot het CDA het woord nam maar dat doen ze dus niet. Ik heb namelijk vragen over hun beantwoording. Op 19 december hebben jullie schriftelijke vragen ingediend over het Psy-Fi festival. Op 16 januari hebben we daar het lang verwachte antwoord op mogen krijgen en eigenlijk is het één antwoord, er is geen vergunningsaanvraag ingediend dus het probleem bestaat niet.

Vraag twee, zie hiervoor eerdere algemene antwoorden. Vraag drie, antwoord, zie hiervoor vraag één. Vraag vier, zie hiervoor antwoord vraag één. Dus eigenlijk hebben we een hele maand moeten wachten op, er is geen vergunningsaanvraag ingediend, dus er wordt geen antwoord gegeven. Ik vind dat persoonlijk heel erg jammer. Want ook als je kijkt bij de ingekomen stukken zien we een hele mooi brief aan het Psy-Fi festival dat zij in gesprek gaan met omwonenden, zij zijn in gesprek met ondernemers, zij gaan in gesprek met Recreatieschap Twente

-12-

over hoe transparant en open zij hun project aanvliegen. Ja, dan vind ik het toch erg jammer dat wij op deze manier dan zo deze beantwoording krijgen. Want kunnen we dan niet met zijn allen hier een gesprek over voeren of moeten wij echt wachten tot zij dat vergunningsaanvraag indienen? Ik had gehoopt met het oog op ons raadsprogramma dat de gemeente de verbindende factor zou zijn. De voorzitter: Maar nou ben ik even aan het zoeken wat u wenst? Want als u wilt agenderen dan heeft u het presidium om iets te agenderen, heeft u dit moment aangegrepen om een vraag richting het college te stellen, dan kunt u dat nu doen. Maar dus ik ben even aan het zoeken wat nou precies uw bedoeling is. Mevrouw Berger: Waarom treedt de gemeente niet op als de verbindende factor zoals wij in het raadsprogramma graag zouden willen zien? En onze fractie heeft geprobeerd dit te agenderen in het presidium maar dat is ons helaas niet gelukt. De voorzitter: Dan is mijn vraag nog steeds, aan wie richt u die vraag? Mevrouw Berger: Ik richt mijn vraag aan het college. De voorzitter: Oké, dan is dat duidelijk, dan ga ik nu richting het college. Zal ik hem beantwoorden of, ik kijk even richting wethouder Zinkweg. Ja, wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, we hebben dit ook al eerder wel besproken in de raadsvergadering. Daarbij hebben we wel aangegeven dat we wel allemaal in onze rol moeten blijven.

Dus op het moment dat er allerlei gesprekken gevoerd gaan worden aan de voorkant en dat we al gaan kijken naar regels, dan zijn we niet meer zuiver op het moment dat er een vergunningsaanvraag wordt ingediend. Dus op het moment van het schrijven van de reactiebrief was er nog geen vergunningsaanvraag ingediend door de organisator dus kunnen we dat ook nog niet beoordelen. Dus we hebben inderdaad al gesprekken gevoerd met het Recreatieschap, met ondernemers. We proberen ervoor te zorgen dat op het moment dat een organisator iets organiseert, dat daar inderdaad ook de verbinding is met omwonenden. Maar het blijft nog steeds een feit dat wij moeten toetsen of iets voldoet aan de regels die u heeft vastgesteld en dat kan niet eerder dan dat er ook daadwerkelijk een aanvraag binnen is gekomen. Dus verbinding willen we zeker zoeken maar het gaat ook wel om, wat is onze rol en dat is het toetsen van een evenement aan de regels. De voorzitter: Ik kijk even of er nog meer zijn bij de … De heer Maartens. De heer Maartens: Ja, ik heb eigenlijk maar één vraag. Bij het schrijven van deze brief was er nog geen vergunning aangevraagd. Ik heb begrepen van de organisatie dat vorige week die vergunning is aangevraagd. Kunt u dat bevestigen? De voorzitter: Ja. Ja, ik wil het, ja, nee, dat kan ik bevestigen, is ingediend dus dan begint het proces te lopen.

Nee, nee, nee ik ga niet want dan gaan we een discussie voeren, daar is dit agendapunt gewoon niet voor bedoeld. Ja, het spijt me zeer maar zo hebben we dat wel met elkaar afgesproken. Daar heeft u andere mogelijkheden voor om iets te agenderen en dat weet u. Ik kijk even rond of er nog anderen zijn bij vragen volgens artikel 32 van het Reglement van orde? Niet? Dan zijn ze conform. C.

Raadsinfobrieven De voorzitter: Dan ga ik door naar de raadsinfobrieven. De heer Van der Waal. -13-

De heer Van der Waal: Voorzitter, het gaat over de brief over de RES, de vertraging vaststelling RES 2.0. RES 2.0 zou oorspronkelijk ongeveer 5 december vastgesteld gaan worden. Dus ik kan me niet voorstellen dat het college niet eerder op de hoogte was van vertraging en daarbij mogelijkerwijs de raad had kunnen inlichten. Kan het college daar een commentaar op geven? En de tweede vraag is, is er een nieuwe planning voor het vaststellen van de RES 2.0? De voorzitter: De heer Yildirim, als hij kort wil reageren. Wethouder Yildirim, excuus. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Wij proberen in ieder geval hier goed aan te sluiten ook op de communicatie en ook de informatie die wij binnenkrijgen. Op dit moment is het toch zoeken naar, wat is nou de juiste planning? Want daarin zie je ook heel veel toch verschuiven. Vandaar ook dat wij soms wat later zijn in het reageren van want wij wachten uiteindelijk op ook de besluitvorming binnen de RES Twente. Maar wij proberen u zo goed mogelijk hierin mee te nemen en is er een nieuwe planning, dit is zoals die nu voorstaat. En zodra wij weer meer duidelijkheid hebben zullen wij u ook opnieuw weer informeren hierover en we proberen dat ook zo volledig mogelijk en zo snel mogelijk ook u in mee te nemen.

Maar dit blijft voor ons ook op dit moment gewoon soms zoeken omdat vanuit de provincie bepaalde besluiten zijn genomen die van invloed zijn op de rest van de besluitvorming van de RES. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog anderen zijn? Niet het geval, dan bij deze vastgesteld. D.

Stukken ter afdoening in handen van college te stellen (10) - Zie link naar lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan ga ik naar, even kijken, stukken ter afdoening in handen van het college te stellen. Niemand? Mooi.

E.

Stukken in handen van presidium te stellen (2) De voorzitter: Dan stukken in handen van het presidium te stellen. Niet het geval. Conform.

F.

Stukken om preadvies in handen van het college te stellen - Geen De voorzitter: Stukken om preadvies, dat was niet het geval. B(espreek)-voorstellen

6. Voorstel tot ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Begraafplaats Schipleidelaan – Groote Veld De voorzitter: Dan hoop ik dat u mij niet euvel duidt maar ik had in eerste instantie gezegd, we gaan nu over naar het volgende onderwerp en dat zijn de bespreekvoorstellen, dat we het voorstel tot ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan begraafplaats Schipleidelaan – Groote Veld iets naar achteren zouden zetten. Maar ik zie dat daar mensen op de tribune zitten dus ik wil toch voorstellen om hem nu als eerste te kijken of u daar het woord over wil voeren zodat ook voor hun die duidelijkheid bestaat. Meer naar aanleiding ook van uw opmerking, heer Bouwman, aan het begin van de vergadering. Ik kijk even rond voor de zekerheid, is er iemand die het woord wil voeren over dit agendapunt? Niet het geval. Mag ik dan concluderen dat we over kunnen gaan tot stemming? Dat

-14-

is het geval. Iemand nog een stemverklaring? Niet het geval. Dan vraag ik, wie is tegen dit voorstel? Mooi, dan concludeer ik dat 22 raadsleden voor zijn, dan is het bij deze aangenomen. 7. Voorstel tot het realiseren van woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens De voorzitter: Dan ga ik snel naar het volgende agendapunt op de agenda. En dat betreft het voorstel tot het realiseren van woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. Alle partijen hebben aangegeven in het politiek forum dat zij dit wilden bespreken. Er zijn twee fracties geweest die aan hebben gegeven of met een amendement dan wel met een motie te willen komen. Ik geef dus eerst de gelegenheid aan GroenLinks, de heer Snijders, om het woord te voeren namens zijn fractie. De heer Snijders. De heer Snijders: Zo, dat is alweer een tijdje geleden. Dank u wel, voorzitter. Even kijken, ik wilde het in mijn betoog met het voorliggende raadsvoorstel met u hebben over participatie. Het voorstel voor het realiseren voor woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens dat voor ons ligt is opgesteld om het probleem van het gebrek aan woonruimte in Oldenzaal te verminderen. Net als in de rest van Nederland is er in Oldenzaal een tekort aan woonruimte. Om dat probleem op te lossen is ervoor gekozen om de komende jaren veel woningen te bouwen.

Oldenzaal is een stad met beperkte in- en uitbreidingsmogelijkheden en daarom zal er altijd wel iemand opstaan die het niet eens is met de bouwplannen omdat het zijn of haar woongenot schaadt. Dat is helaas niet te verkopen, denken wij van GroenLinks. Maar als inwoners, zoals aangegeven in het raadsvoorstel, mogen meedenken en meebeslissen over de inrichting van hun woonomgeving, mogen participeren zeg maar, dan creëer je meer begrip. Logisch. Oldenzaal heeft voor zo'n dergelijk traject de Oldenzaalse participatieroute opgesteld en dat beleid is in 2022 aangenomen. Toch gaat bij het aanwijzen van een potentiële bouwlocatie het al fout, getuigen de vele inwoners op de tribune, het zijn er nou wat minder maar er zitten nog steeds mensen, en het betoog van de insprekers bij het politiek forum. Logisch vinden wij als GroenLinks. En waarom? Om drie redenen. Eén, wantrouwen. Wantrouwen richting gemeente en WBO. Niet geheel ten onrechte gezien incidenten uit het recente verleden. Daar hebben we nog wel wat werk te verrichten. Vroegtijdig. Waarom niet de inwoners al bij het kiezen van locatie betrekken of vroegtijdig de buurt informeren over de problemen waar we als Oldenzaal voor staan en de keuze van een locatie in hun omgeving. Waarom doen we dat niet eerder? En top down samen met de WBO een schetsontwerp maken.

Dus zeg maar het bestuur en de WBO gaan een werk maken en dan kunnen anderen daarop reageren. Waarom niet gelijk bij het ontwerp al buurtbewoners of misschien zelfs woningzoekenden betrekken? Een van de insprekers omschreef zijn angst voor meedenken en beslissen alsof er alleen nog over de kleur van de stenen en locatie van de parkeerplaatsen inspraak mogelijk was. Klopt dat een beetje? De participatie moet beter. De participatieroute moet in een vroeger stadium alle belanghebbende betrekken bij het oplossen van problemen zoals gebrek aan woonruimte. Daarom zullen we als GroenLinks tegen dit raadsvoorstel stemmen, tenzij ons voorgestelde amendement wordt aangenomen. Niet omdat we tegen het bouwen van woningen zijn maar omdat we vinden dat de participatieroute beter eerder moet worden ingezet. Dat kan heel goed binnen de vastgestelde route waar bewust niet alles is vastgelegd, om te kunnen richten naar de aard van het project. Het kan gewoon. Zal ik overgaan tot het amendement? De voorzitter: Ja, als u wilt aangeven wat u wilt geamendeerd dus wat u gewijzigd wilt hebben. Overwegingen hoeft verder niet maar dat andere dat wel, dan is dat ook voor de mensen thuis goed te volgen. De heer Snijders: Ja, ik twijfel, moet ik dan de oude en de nieuwe tekst of alleen de nieuwe?

-15-

De voorzitter: Ik zou dat laatste doen, alleen de nieuwe. De heer Snijders: Alleen de nieuwe. Oké. Oké, te wijzigen in de tekst, inwonersparticipatie vinden wij zeer belangrijk bij de ontwikkeling van woningbouw in een bestaande buurt. Het creëert draagvlak voor een plan. Bij de ontwikkeling van de twee locaties pakken wij dit op voor verdere plannen met de buurt contact te zoeken en hen te informeren over de woonopgave waar Oldenzaal voor staat. Dat is geen geheim. O, sorry, dat staat er niet. Sorry. We leggen uit waarom een locatie bij hen uit de buurt is gekozen. We leggen de Oldenzaalse participatieroute uit en stemmen deze binnen de mogelijk kaders met alle betrokken partijen af. Pas als dit traject is afgesloten worden verdere stappen ondernomen waarbij gemeente, WBO Wonen en buurtbewoners samen optrekken. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel. Ik zie een tweetal interrupties. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. U zegt dat u gaat participeren met de buurt, althans de gemeente gaat participeren met de buurt en wat gebeurt er dan? Wat lees ik. Wij leggen uit en we leggen uit. Is dat participeren? Dat is toch een vorm, participeren is toch een vorm van samenspraak? Daarnaast is het zo, op een moment dat we zeggen, we gaan daar wat bouwen, dan weet de buurt eigenlijk nog niet wat er gebeurt.

Bouwhoogte, aantal woningen, het aantal parkeerplaatsen en dat soort dingen. Dus wat houdt dit amendement in? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dit amendement houdt in dat we niet gewoon een locatie aanwijzen maar dat we eerst aan de … Dat we in feite het liefste zou ik zien dat we heel Oldenzaal zouden doen, dat we voorleggen wat het probleem is waar we voor staan. Daarmee creëer je al begrip. Je legt dan uit, we moeten veel bouwen dus het is kans dat ergens in Oldenzaal woningen gebouwd gaan worden. Ja? Dan leg je uit wat die participatieroute betekent. Maar dat staat al op papier maar er staat ook ruimte voor maatwerk. Dus hoe ga je die invullen? Dat leg je uit en dat stem je misschien af. Ja, u zegt, leg uit, maar ja, leg uit, daar kan je ook reacties bij krijgen. En dan vervolgens ga je die plannen opstellen samen met de buurt. In het eerdere voorstel staat WBO en gemeente, dat is top down, maar nu trek je de bewoners erbij. En ik zou me zelfs voor kunnen stellen dat je nieuwkomers die graag een huis willen hebben ook bij het opstellen van die plannen betrekt. Dat is participatie. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat mijn inbreng een beetje hetzelfde is als de buurman hiernaast. Die buurman, ja, twee deuren verder zeg maar. Want participeren is een heel groot woord.

Iemand informeren staat ook op de participatieladder. Dus dat bewoners in de krant lezen dat daar een woning komt, ja, dan ben je geïnformeerd, dan is er geparticipeerd. Dus als ik het goed begrijp in uw amendement zou u dit niet alleen willen informeren maar dat mensen ook echt mogen meebeslissen. Klopt dat? Want dan had ik het graag iets scherper gezien. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Nou, kort maar krachtig. In het participatiebeleid staat een definitie van wat participatie is en dat staat ook in het amendement heb ik geciteerd. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik volgens mij einde van … O nee, toch niet, de VVD. Excuus. De heer Mekelenkamp.

-16-

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik moet volgens mij mijn armen wat langer laten groeien, dan ben ik eerder in beeld. Een reflectieve vraag aan de heer Snijders. Welke impact denkt hij dat dit gaat hebben op de snelheid waarin wij onze woningbouwopgave kunnen voldoen? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dat we een woningtekort hebben, dat wil niet zeggen dat we als de sodemieter overal maar wild moeten gaan bouwen. Ik vind dat je dat gewoon niet kunt maken. Die woningen staan er vele, vele jaren en je ontregelt de buurt. Dit hoeft niet enorm vertragend te werken. Je kunt bij wijze van spreken volgende week een avond organiseren, dan kun je al input krijgen. Het is niet zo moeilijk. Als je zegt dat je participatie wilt dan betekent dat gewoon iets. Dan moet je gewoon zeggen, we doen niet aan participatie, het gaat gewoon veel sneller, we bouwen daar gewoon, klaar. De kraan staat er al. De voorzitter: De heer Mekelenkamp, tot slot. De heer Mekelenkamp: Ja, voorzitter, ik heb nog nooit gezegd dat wij zomaar in het wilde weg moeten gaan bouwen. Zeker als liberalen steekt het ons een beetje in het hart om dat zomaar te gaan doen. Ondanks dat het natuurlijk ieder zijn vrijheid is om maar, ja, goed te kunnen wonen waar die wil. Tegelijkertijd denk ik in ieder geval dat de heer Snijders wel hier een terecht punt heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13820884/3