04 transcriptverslag 8 november 2021
Tekst van het document
zeer kritisch over de begrootte kosten voor de binnenstad en Oldenzaal Promotie. We wilden toen niet dat zoveel geld uit algemene reserve werd weggepompt. De meerderheid van de raad stond achter de begroting, maar wat merken we vandaag op? We zien dat Oldenzaal Promotie een positieve bijdrage levert en verschillende stakeholders bij elkaar brengt. Er is een spirit aanwezig om samen aan het werk te gaan. En juist nu Oldenzaal Promotie de eerste zichtbare stappen zet, gaat het college het budget vanaf 2022 afbouwen. En wij begrijpen dit niet. Of je voert een plan uit en zorgt voor een budget zolang dat echt nodig is, of je stopt vanaf het begin. Want als wij gaan minderen, dan mindert ook de interesse en de gewenste uitvoering. Dan haal je je doel niet en heb je onnodig belastinggeld van inwoners uitgegeven. Dat is wat D66 betreft zonde en ontoelaatbaar. Wie A zegt moet ook voet bij stuk houden. Oldenzaal Promotie is er niet voor vier jaar. Wij willen de ondernemers niet pamperen, want ze betalen nu ook mee en blijven dit doen als de gemeente besluit minder geld bij te dragen. Daarom komen wij met het volgende amendement. We willen het besluit toevoegen bij aanvullend nieuw beleid in 2022 een budget op te nemen van 150 duizend euro, zoals dit jaar, ten behoeve van Stadspromotie. En geen kortingen te laten plaatsvinden voor de jaren 2022 tot en met 2024.
Voorzitter, deze collegeperiode kwam meer aandacht voor participatie. Raad en college hebben een participatieroute omarmd. Inwoners worden vaker en eerder betrokken bij beleid, met Wup op de Tij en Juffenbeek Noord als voorbeeld kunnen we ook zeggen dat tijd en verwachtingsmanagement heuse toverwoorden bleken. Laten we onze aanpak voortzetten en finetunen, want we zijn er nog niet. Te beginnen met de RES. Daarnaast zijn we blij dat het college eindelijk meebeweegt in het online streamen van forumvergaderingen. Zo blijven wij toegankelijk en transparant richting onze inwoners. We horen graag van het college wanneer de live stream voor alle forums beschikbaar wordt. Tot slot, het nieuw en duurzame gebouw van Nutsschool is fijn voor de leerlingen, docenten en de buurt. En de aanpak rondom de dienstverlening loopt goed, er wordt over alles nagedacht. Van flexibiliteit, doorloop, aanbod richting inwoners, vragen vanuit inwoners, digitalisering, tot privacy en beveiliging. Tevens zijn wij content over de ondersteuning van onze cultuursector. Daarnaast geven we het college mee om meer woningen te bouwen en meer mogelijkheden te bieden voor verschillende woonsoorten, zoals hofjes, woonwagens en tiny houses. Ik eindig mijn betoog met een passende quote van Nelson Mandela, dat doe ik wel eens vaker: een visie zonder actie, dat blijft een droom.
En met actie zonder visie blijf je in de waan van de dag. Een visie met een gedegen plan en uitvoering verandert de wereld. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even, er zijn een aantal interrupties zag ik al. Ik begin bij mijnheer Visscher. De heer Visscher: Ja, voorzitter. Ik kan wel een kwartier interrumperen, maar dat lijkt me niet verstandig, dus ik hou me beperkt maar even tot de kern van de zaak. Dat begint al met de oranje maatregelen. Alweer zegt D66 dat ze niet de kans hebben gehad om daarover te praten. Ik heb de afgelopen driekwart jaar denk ik 150 keer over oranje maatregelen gesproken, samen met andere fracties en onze eigen fractie. Dus ik begrijp niet zo goed waar dan de voorstellen van D66 waren om daar met elkaar over te praten. Want als raadslid hebben we nog altijd het recht om dat soort vergaderingen bij elkaar te roepen. Dus daar begint het als eerste mee. Dan als het gaat om duurzaamheid, ik hoor hele grote opmerking over waar dan windmolens en waarom geen zonnevelden? Nou, ik ben dan wel eens benieuwd: waar moeten die zonnevelden dan komen volgens D66? Waar hebben wij in Oldenzaal plek om grootschalige zonnevelden te plaatsen? Ik ben heel benieuwd. Dan over Oldenzaal Promotie. Ja, ik begrijp de motie. Ik ben al vandaag daarover gebeld, iemand die daar heel enthousiast over was, over deze motie.
Maar we hebben Oldenzaal Promotie hebben wij een heel groot bedrag gegeven namelijk om digitale schermen te realiseren. We hebben ook abri’s aangekocht, zodat Oldenzaal Promotie zelf inkomsten kan genereren. Die hele afbouw is bedoeld dat ze zelf inkomsten gaan genereren en dat wij als gemeente minder geld hoeven -16-
te betalen. En het tweede punt is dat de ondernemers zelf een deel van hun marketingbudget moeten gaan overdragen aan Oldenzaal Promotie. De gemeente betaalt heel veel hieraan, het is echt belangrijk. En ik ben het met u eens dat de voordelen daar nu van naar buiten komen, daar komen signalen dat het goed werkt. Maar dan nog gaat het erom dat uiteindelijk zelf geld gegenereerd gaat worden. En het laatste, en dat is iets waar ik echt ontzettend boos over kan worden, dat is het verhaal over de reserves. Alweer de opmerking dat wij als coalitie 25 miljoen er doorheen gejast hebben. We hebben in onze begroting verschillende soorten reserves. We hebben de algemene reserve, en ja, daar ben ik het eens, daar hebben we wat op ingeboet. Maar dat komt ook door de tekorten in het sociaal domein. Maar vervolgens hebben we de bestemmingsreserves die wij als gemeenteraad met elkaar hebben vastgesteld, dat zijn gewoon dingen die uitgevoerd zijn. Dat is niet potverteren, dat zijn gewoon dingen die wij voor Oldenzaal gerealiseerd hebben. Ik vind dat echt, ik neem heel erg veel afstand van de opmerkingen over de reserves. En hetzelfde geldt eigenlijk voor dat verhaal van de 6,6 procent naar twee procent. Nee, het is niet twee procent, het is 6,6 procent naar twee. Niet 2 procent, maar 2. Ons weerstandsratio is twee.
En dat betekent dat wij al onze risico’s die we hebben twee keer zouden kunnen betalen. Dus het gaat helemaal niet slecht met onze financiën. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66, mevrouw Ailo. Mevrouw Ailo: Ja, dank u, voorzitter. Het waren een aantal vragen inderdaad, maar ik was blij dat ik mijn pen mee had om dat even op papier te zetten. Die eerste vraag, de oranje maatregelen. Nou, u geeft aan: het is heel vaak hier benoemd, ook door uzelf, ook door mij inderdaad en door een aantal andere raadsleden. Dat klopt zeer zeker. Maar er is geen enkele keer op de inhoud gegaan. We hebben een keer een forum gehad waarbij wij de hele lijst aan maatregelen kregen, klopt. We mochten kiezen: het werd een groen vinkje, het werd een oranje vinkje of het werd een rood vinkje. We hebben geen mogelijkheid gehad om het te bespreken. Dus als u nu zegt dat dat besproken is, dan ben ik het er faliekant mee oneens. Een tweede, het punt over duurzaamheid. Even kijken, die windmolens en die zonneparken, die werden altijd wel benoemd inderdaad met het idee van: ja, dat is dus de reden dat wij onze inwoners er niet bij kunnen betrekken. Want het is wat verder van ons af, het zit niet in Oldenzaal. En daar zijn wij het wederom niet mee eens.
Als je het hebt over Noordoost Twente, dan hebben onze inwoners daar ook iets van te vinden, ook al is het ergens anders als een winkelpand. In onze optiek moet je dat alsnog ook aan jouw inwoners in Oldenzaal meegeven en hun ook de kans geven om daarover mee te discussiëren. Dat is niet gebeurd en dat vinden wij gewoon ontzettend jammer. Dan heeft u het over Oldenzaal Promotie, waarbij wij dus ook inderdaad met een amendement komen. Ik geef u gelijk dat er heel veel geld aan is uitgegeven, en dat heb ik eigenlijk in mijn betoog net ook aangekaart. Er is ook teveel uitgegeven en dat was überhaupt de reden dat wij in eerste instantie ontzettend kritisch erop waren om zoveel geld daaraan en aan de binnenstad te besteden. Maar goed, het is gebeurd, dus wij passen ons aan en wij kijken: wat is nu goed voor onze inwoners? En als je dan vervolgens besluit: Oldenzaal Promotie, nou, die spirit zit erin inderdaad. Nou, daar ben ik eigenlijk ook heel trots op, want ik was laatst ook aanwezig bij de bijeenkomst van ondernemers. Ik denk van: nou, we hebben eindelijk bereikt waar we naartoe willen, de spirit is aanwezig en we gaan gewoon gelijk vooruit. Maar wat gebeurt er? Vervolgens lees ik: ja, juist omdat het goed gaat, dan gaan wij nu minderen. En dan denk ik van: dan sla je weer de plank mis. Geef nou dat geld even uit, zorg er nou voor dat ze die structuur goed op orde hebben.
We hebben al zoveel geld eraan uitgegeven, die 20 duizend euro voor 2022 is echt niet zoveel meer dan dat. Maar dan geef je wel een verkeerd seintje af richting je ondernemers en je inwoners en het geld wat daaraan is uitbesteed. Dat is de reden dat wij met dat amendement kwamen en ik sta daar nog steeds op die manier ook achter. Ik wil dat de energie die er nu is, dat dat blijft, ook na die drie jaar. En dat is de reden dat er geen geld weg moet daar. Dan de reserves. Ik kan me enigszins voorstellen -17-
dat het u zo langzaamaan irriteert. Het begon mij bijna te irriteren, als vierde keer op rij om het over de totale reserves te hebben. Eerst de algemene reserve het eerste jaar en vervolgens ben ik alleen maar over die totale reserves gaan praten. Alleen ik kan er niet aan ontkomen dat die totale reserves met 55 procent, van 100 naar 55 procent, dat is gewoon ontzettend veel. En nou heb ik een vraag ook richting het sociaal domein, want u vraagt hem aan mij. Maar ik ben hier niet de 100 procent de kenner. Hoeveel is er dan daadwerkelijk van die totale reserves die we hadden uitgegeven aan het sociaal domein? Daar ben ik dan wel heel erg benieuwd naar. Want we hadden het laatst over 1,1 miljoen. Wat is 1,1 miljoen van de 25 miljoen? Dus ik ben even benieuwd. En dan de laatste vraag, van die twee procent. Die zou ik ook graag weer terug willen leggen bij de wethouder. Die misschien daar een antwoord op kan geven, want ik heb het wel degelijk gelezen als 6,6 procent weerstandsratio is geworden twee procent. Dus als dat niet correct is, dan hoor ik dat graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat mijnheer Visscher nog een tweede interruptie wil plaatsen, dus gaat uw gang, mijnheer Visscher. De heer Visscher: Nou voorzitter, het niet antwoord geven op mijn vragen zal wel nieuw leiderschap heten bij D66, dus ik ga de vraag ook maar verder niet herstellen.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. CDA, mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk nog een vraag of het amendement en hoe D66 dat denkt te gaan dekken. Want er is geen voorstel voor dekking opgenomen. De voorzitter: Dank u wel. D66. Mevrouw Ailo: Nou, volgens mij is dat ook best wel redelijk simpel. De PvdA kwam net met een post onvoorzien, dat zou een mogelijkheid kunnen zijn. Ja, ik ben nog niet zover. Wij van D66 zijn inderdaad heel erg flexibel en dat duidt op dat leiderschap waar net over is gesproken. Nee, we hebben de Zinkwegnorm, dat is aangenomen. En komend jaar kunnen we daar 450 duizend euro voor gebruiken en het jaar daarop 900 duizend euro. Ik denk dat dat een aardig bedrag is en daar kunnen we vast wel die 20 duizend voor volgend jaar aan slijten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat mijnheer Ten Vergert nog een tweede interruptie wil plaatsen. Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Dan voel ik me toch geneigd om te zeggen dat het dan gewoon weer een dekking is uit de algemene reserve, wat u juist niet wil. Dus dat vind ik wel heel bijzonder, maar goed. Mevrouw Ailo: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik neem aan dat de Zinkwegnorm is ontstaan uit het feit, we willen de raad meer mogelijkheid geven om met nieuw beleid te komen en aanvullend beleid.
En ik vind dit als aanvullend nieuw beleid, nou ja nieuw, eigenlijk beleid waar de coalitie mee is begonnen, die willen wij wel netjes afmaken. De voorzitter: Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Volgens mij is dat toch echt een andere insteek. Want we willen daar een buffer opbouwen van: mocht er wat op ons afkomen, dan kunnen we dat geld gebruiken. En nu introduceert u eigenlijk een stukje extra beleid. En daar is volgens mij die nog niet voor bedoeld. Maar we discussiëren er nog wel een keer over. -18-
De voorzitter: Dank u wel. Ja, gaat uw gang. En dan ga ik naar mijnheer Lulofs. Mevrouw Ailo: Dan refereer ik graag naar wat er staat in de programmabegroting. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk een vraag aan mijnheer Visscher. Want die opmerking van mijnheer Visscher die heb ik al een paar keer gehoord. Die 22 duizend euro wat hij zei van: dat kan gekort worden op het budget van Stadspromotie. Hij beschouwt het als een soort aansporing dat ze dan zeg maar beter hun best gaan doen. Mijn vraag is, u geeft net ook aan van: we hebben geld gegeven voor die reclameborden en die zijn nog niet gerealiseerd. Maar is dat beïnvloedbaar door Stadspromotie of ligt dat ergens anders? De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ja, eigenlijk wat meneer Lulofs zegt, dat hebben wij bij de behandeling van de kadernota ook gezegd. Als Oldenzaal Promotie doordat die schermen vertraagd worden minder inkomsten kan genereren, dan kunnen ze voor dit jaar en voor volgend jaar die 20 duizend euro gewoon weer bij ons indienen. En wat mij betreft voor de jaren daarna, laten we eerst maar zien hoe die schermen gaan lopen. En dan kunnen we daarna de volgende periode wel eens gaan kijken hoe we met dat geld om moeten gaan. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, dat is dan zeg maar een acceptabel antwoord.
Want wat ik tot nu toe heb begrepen is dat het vastzat op de vergunningverlening hier vanuit het huis. Maar als het anders is, dan hoor ik het graag. De voorzitter: Goed, ik zie mijnheer Visscher geen aanstalten maken. Ik zie verder ook geen interrupties. Mevrouw Ailo-Zaia wil nog wel een opmerking maken. En dat heeft u, want het was uw termijn. En dan komen we denk ik tot een afronding van die termijn. Gaat uw gang. Mevrouw Ailo: Toch een laatste reactie inderdaad naar aanleiding wat zich hier afspeelt. Het lijkt wel een beetje alsof bepaalde raadsleden iets meer weten dan andere raadsleden, dat vind ik best wel gek. Ik baseer me puur op die begrotingsbehandeling en wat wij ervan vinden. En als dat betekent dat daar een mindering staat van Oldenzaal Promotie, dan ga ik daar ook gewoon daadwerkelijk vanuit. En dat is ook de reden dat zo’n amendement er komt. En dan is niet de bedoeling dat we nu achterkamerpolitiek van als dan, dan had het er moeten staan. De voorzitter: Mijnheer Lulofs, volgens mij wilde u nog interruptie plaatsen op het laatste wat net naar voren kwam. Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Daar komt het stokpaardje weer naar voren, achterkamertjespolitiek. Nou, dat is het absoluut niet. Maar je zou het ook kunnen vertalen door te zeggen van: opletten bij andere vergaderingen, want dit is al een keer aan de orde geweest.
Maar je zou het ook kunnen zeggen van dat je gewoon met twee voeten in de samenleving staat, dat je ook op straat allerlei andere dingen hoort. En die kan je afwegen, die kan je inbrengen in vergaderingen en dan krijg je hier ook antwoorden van het bestuur. Dus dat is het.
-19-
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat mijnheer Gelevert op ditzelfde punt ook een opmerking wil maken. Mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Nou ja, op dit punt. Wat ik even wil aangeven is dat het verschil met de weerstandsratio in die 6,6 procent en die twee, dat is minstens twee keer heel duidelijk uitgelegd wat het verschil daartussen is. En mevrouw Ailo snapt het nog steeds niet, dus dat geeft wel aan dat bepaalde dingen worden dan besproken. En dan kunt u wel zeggen: dat is achterkamertjespolitiek. Alleen misschien is het ook soms gewoon niet duidelijk. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ailo, ja, u heeft uiteraard nog gelegenheid om te reageren. Mevrouw Ailo: Ja, dank u wel. Nou, misschien dat dat inderdaad wel is gebeurd. Alleen ik heb wel te maken met een eenmansfractie, en dat betekent dat ik echt niet alle vergaderingen kan bijwonen. En daar kunnen jullie niks aan doen, maar helaas kan ik daar zelf ook heel weinig aan doen. Dank u wel. De voorzitter: Nee, elke keer roept dat weer een reactie op. Dat snap ik, maar ook eenmansfracties, het is belangrijk, nee. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Ook wij nemen afstand van die uitspraak van achterkamertjespolitiek, want dat is gewoon hier in de raad besproken. Het is met elkaar gedeeld, met name ook over de beslissing van de abri’s en dat soort zaken.
Dus het is niet door inderdaad het feit van een eenmansfractie of zo, het is hier gewoon met elkaar gedeeld. Dus ik wil gewoon alleen maar zeggen van: we nemen afstand van achterkamertjespolitiek, want we bespreken alles gewoon in de openheid hier. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag volgens mij mijnheer Gelevert nog, dat weet ik niet helemaal zeker. Mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Ja, ik wou even zeggen dat mevrouw Ailo-Zaia daar gewoon bij was, die keren dat dat goed uitgelegd is. Dus. De voorzitter: Wil u nog reageren? Hoeft niet? Mevrouw Ailo: Dan kan ik het me blijkbaar niet herinneren. Maar het is goed zo. De voorzitter: Dank u wel. Even voor de leden, mag ik nog even uw aandacht, nog even uw aandacht. Beste raadsleden, even voor de boekhouding. Ik heb een amendement genoteerd staan van D66, budget voor Stadspromotie. Dat heb ik genoteerd staan als amendement 3. En dan heb ik nog een motie van D66 en dat betreft de stimulering van de regenton. En dat heb ik genoteerd staan als motie nummertje 9. Goed, dan ga ik nu richting de VVD, mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Er gaan nou toch dingen door elkaar lopen. Want dat van die actieve herinnering was volgens mij van iemand anders, dacht ik.
Maar goed, voorzitter, de laatste algemene beschouwingen in deze raadsperiode, een mooi moment om even terug te blikken en ook vooruit te blikken. En dat doen we met cadeautjes voor het college. En nog niet openmaken, dat gaat op volgorde zo meteen. Als ik naar de afgelopen vier jaar kijk, dan is er een ding wat ons in het vooruitzicht hebben gehad, dat is geldgebrek. De afgelopen vier jaar hebben we continu achter de feiten aangelopen als het gaat om geld. Nee, nog niet. Ho, ho, ho. En toen wij dachten over geldgebrek, toen dachten wij aan een dier, namelijk het spaarvarken. Dus als jullie, er zitten dus allemaal spaarvarkens, allemaal andere spaarvarkens. Even rammelen, als jullie er even mee willen rammelen, dat bewijst ook dat ze leeg zijn. Dus ik ga beginnen met onze burgemeester, u mag hem -20-
openmaken. Eerste spaarvarken. En ik zeg er gelijk bij: wat je van dichtbij haalt is lekker. Dus Noordoost Twente heeft ons heel veel lekkers te bieden, dus dit is een varken met verschillende vleessoorten. Ik zou zeggen: achterham uit Te Bergen, varkensrib uit Dinkelland. En wij zijn natuurlijk een beetje exclusief in Oldenzaal, dus ik zeg de varkenshaas dan uit Oldenzaal. Maar duidelijk hebben we heel veel stappen gezet als het gaat om samenwerking Noordoost Twente en dat smaakt absoluut naar meer. Dan gaan we naar mevrouw Zinkweg, ook een varken. Ja, het varken van mevrouw Zinkweg, kunt u zien, is nogal rood aangelopen. En ja, ik denk als schatbewaarder en al die bezuinigingen denk ik dat er heel veel mensen ook rood zijn aangelopen als mevrouw Zinkweg in overleg kwam van: het moet weer minder, we moeten weer met zijn allen weer gaan bezuinigen. Dus ik denk dat het rode, dat dat wel hopelijk een keer eraf kan de komende tijd. Dan gaan we naar mevrouw Renkema. Dit wordt een ander varken, dan ga ik ook toelichten waarom. Ander kleurtje ook. Ja, en nou lijkt het, als u hem even een kwartslagje draait nog, dan lijkt het alsof die gehandicapt is. Hij heeft namelijk een pootje minder. Die poot ligt bij de Deurningenstraat. Dus als u die snel afbreekt, dan kan dit varken ook weer vrolijk de wei in. Dan meneer Christenhusz als laatste.
En ja, deze … De heer Christenhusz: Ik durf hem bijna niet uit te pakken, voorzitter. De heer Visscher: Nou, dat kan ik mij voorstellen. Ik zeg er ook bij, dit is echt niet persoonlijk bedoeld, dat zeg ik er vast bij. Want we hebben meneer Christenhusz, het is moeilijk uitpakken natuurlijk. En dit is het bodemloze varken. En daarmee doel ik uiteraard op de tekorten in het sociaal domein. En we zijn gelukkig op de goede weg om die bodem er weer in te krijgen, maar dat zal nog wel even duren voordat we de bodem erin hebben zitten. Overigens zal ik de gele varkens straks nog vervangen door een echte, dat jullie ook met iets fatsoenlijks naar huis komen. O, daar zijn ze al. Goed, voorzitter, klaar met de gekkigheid. Dit college startte in 2018 vol vertrouwen en met een redelijk gevuld spaarvarken. Het bleek van korte duur, want het grootste deel van de afgelopen vier jaar stond toch in het teken van tegenvallende uitgaven, schommelingen in het gemeentefonds, tekorten op de begroting en daaruit voortvloeiend heel veel bezuinigingen. Dat we dit de afgelopen vier jaar toch goed zijn doorgekomen is een verdienste van dit college, maar ook een verdienste van ons als raad. We weten het allemaal, het sociaal domein doet ons financieel pijn, heel veel pijn.
Als Oldenzaalse VVD hebben we veel initiatieven genomen om deze pijn proberen te verzachten en inderdaad zowel voor als achter de schermen. En de meerderheid van deze raad heeft ook haar verantwoordelijkheid genomen ten aanzien van dit dossier en heeft diverse, in eerste instantie groene, maatregelen genomen. Wij staan er denk ik dan iets beter voor dan vier jaar geleden, maar we zijn er nog lang niet. Grote schommelingen in de jeugdzorg blijven een bedreiging voor onze financiële situatie. En daarom moeten we door met het nemen van maatregelen. Dat het college daar even pas op de plaats heeft gemaakt, dat begrijp ik. Na alle ombuiging is het wel een keer klaar, dankzij in dit geval incidentele meevallers die we voor 2022 kunnen gaan inzetten. En daarmee kunnen we het gelukkig ook tot en met eind volgend jaar uitzingen. Voor de gemeenteraad ligt dat wat ons betreft anders. We hebben recent weer diverse voorbeelden gezien van situaties waarbij we door moeten ontwikkelen en waar kansen liggen om de kosten te verlagen, zonder dat dit ten koste gaat van de zorg zelf. Ik doel, het is al eerder genoemd, op de discussieavond in de Hofkerk, waar we gezien hebben dat het wellicht anders kan met het aansturen van de praktijkondersteuning jeugdzorg, dat we anders kunnen omgaan met de ouderenadviseurs, dat we anders kunnen omgaan met het zelf indiceren door zorgpartners.
En nogmaals zonder in te boeten op de kwaliteit van de zorg zelf. Dit gezien hebbende dwingt ons als raad, althans dat vinden wij, om door te gaan met ons masterplan met het voorbereiden van nieuwe maatregelen van welke kleur dan ook. En natuurlijk moeten we niet alleen dat doen voor de financiën op de korte termijn, maar ook voor de lange termijn. En zeker ook voor onze inwoners. Want een ding staat vast, het zal de komende tijd alleen maar duurder worden. Als we naar de vergrijzing kijken. En we willen toch ook graag in de verre toekomst -21-
onze inwoners nog zorg kunnen aanbieden. En daarom dienen wij samen met het CDA de volgende moties in, die zal ik aan het eind even voorlezen, dat gaat over de ontdubbeling van de gesprekken in de ouderenzorg, het zelf indiceren door zorgpartners en de centralisatie van de agenda van de praktijkondersteuning huisarts. Voorzitter, de afgelopen vier jaar is er heel veel in de steigers gezet. Ik denk aan duurzaamheid, Juffer-Noord, Oldenzaal Promotie, binnenstad, dienstverlening, omgevingswet, IHP. Maar er zijn ook uitdagingen bijgekomen waar we vier jaar geleden nog geen weet van hadden. Ik noem stikstofcrisis, de PFAS, maar ook de crisis op de woningmarkt. Vooral die eerste of die laatste eigenlijk, ik heb ze verkeerd opgelezen, de woningmarkt is een hele grote uitdaging voor alle gemeenten en dus ook voor Oldenzaal. We zullen heel veel moeten gaan bouwen en daar zullen we dus ook heel veel voor moeten gaan realiseren. Als ik spreek over bouwen, dan kom ik toch nog een klein beetje terug op die varkentjes. Want de komende vier jaar beloven toch allesbehalve makkelijk te gaan worden. En daarom moet ons huis stevig en stabiel zijn. En dan kennen we natuurlijk allemaal het verhaal van de drie biggetjes en de wolf die buiten staat te blazen. Want als die wolf nou steeds harder gaat blazen, dan moeten onze drie biggetjes zorgen voor een stevig huis wat niet omver geblazen wordt.
Gelukkig zijn deze drie biggetjes slim en houden ze stand, maar toch pleiten we ervoor dat we over de komende vier jaar een extra big bijplaatsen. Want dat kan zijn een extra slot op de deur of een designated survivor, of gewoon iemand met meer handjes. Dus wat ons als VVD betreft is een uitbreiding van drie naar vier wethouders in de komende periode niet onbespreekbaar, en misschien moeten we dat gewoon doen. En dat heeft financiële consequenties, maar onze uitdaging ligt vooral op uitvoeringsniveau. En daarom kan een vierde wethouder het verschil dan gaan maken. Dit is uiteraard iets voor na 16 maart, maar dan kan iedereen daar alvast over nadenken. Voorzitter, in het wielrennen spreken we wel eens over uitbollen. Uitbollen dat is de wielrenner die heel ver voorligt en die heel rustig naar de finish kan rijden. Ons college kan helaas nog niet uitbollen en zal tot en met de verkiezingen en tot na de verkiezingen nog volle bak vooruit moeten. Wij wensen het college daar veel succes mee. En voor de raad geldt eigenlijk precies hetzelfde. Wij hebben geen lauweren om op te rusten, ook voor ons wachten voor en na 16 maart grote taken. En ik wens onszelf daar ook succes mee. Tot slot, voorzitter, de drie moties.
De eerste is de motie over PH Jeugd met het dictum: onderzoeken of de agendering van de PH Jeugd bij de huisartsen gecentraliseerd kan worden om te komen tot een efficiëntere werkwijze. Tweede motie gaat over het ontdubbelen van de keukentafelgesprekken, aan te sturen op een keukentafelgesprek vanuit het sociaal team en dit mee te nemen in ontwikkelingen naar de centrale toegang. En het zelf indiceren is de derde. In gesprek met partners om te kijken waar we kansen krijgen om zelf te indiceren uit te breiden. Tot zover. Uiteraard ook, dat had ik al gezegd, mede-ingediend door het CDA. De voorzitter: Dat klopt, dat heeft u een aantal keren aangegeven. Ik zie een aantal mensen die een aantal reacties willen geven. Allereerst mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een vraagje met betrekking tot het feit van of in ieder geval de opmerking dat de VVD in ieder geval bespreekbaar wil maken om van drie naar vier wethouders te gaan. In het verleden zijn wij juist van vier naar drie gegaan, om juist eigenlijk in die organisatie te gaan snijden. Ik kan me heel goed herinneren, en u doet wel vaker die oproep ook, juist in die organisatie moeten we gaan kijken naar wat kunnen we met minder. Zelfs die 1 procent komt daar ook van. En nu gaan we van drie naar vier, zoals u dat zegt, zouden we kunnen gaan.
Natuurlijk, het moet wel bespreekbaar blijven, maar in hoeverre past het dan in dat totaalplaatje wat u altijd eigenlijk heeft voorgesteld hier? Kunt u daar misschien nog op ingaan. De heer Visscher: Nou, wat we natuurlijk de afgelopen vier jaar gezien hebben, dat het echt wel knelt. En met alle respect, we hadden 3,5 wethouder maar eigenlijk hadden we vier wethouders. Want een -22-
halve wethouder werkte gewoon fulltime. Dus ik heb wel gezien de afgelopen vier jaar dat op heel veel onderdelen het knelt en dat we echt daar ruimte voor moeten gaan realiseren. En ik heb ook in mijn verhaal gezegd: ja, dat kost geld. Maar ik denk dat er zoveel uitvoerende uitdagingen op ons pad komen, dat we echt ook op politiek niveau meer handjes nodig hebben om dit te realiseren. En wat de financiële consequenties zijn, ja, daar zullen we het met elkaar over moeten gaan hebben en of het wel of niet past. Daarom zeg ik ook: het is iets voor na 16 maart, het is niet iets wat we nu moeten besluiten. Maar het is meer een schot voor de boeg. De heer Yildirim: Dank u wel. Bent u dan voorstander om daar een soort evaluatie van eerst te doen? Of hoe ziet u dit? De heer Visscher: Ja hoor, ik ben altijd voorstander van evaluaties. En misschien is het ook inderdaad goed om aan het college te vragen van: hoe heb je de afgelopen vier jaar op dat punt gefunctioneerd? En zou er inderdaad behoefte zijn aan een extra wethouder? Want ik zie dat natuurlijk een beetje van de zijlijn, maar dat zou prima zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Ankone. De heer Ankone: Ja, voorzitter, dank u wel. Laatste motie, die u samen met het CDA in heeft gediend, voor wat betreft het zelf zeg maar indiceren.
Daar kunnen wij als Partij van de Arbeid wel in meegaan, maar ik wil nog wat iets meer scherpte erin hebben om aan die voorkant zeg maar wel een goede zeg maar criteria neer te zetten, waarin mensen zich als zorgaanbieder kunnen manifesteren of niet. Dus er moet wel een goede borging aan voor komen te zitten, wat ons betreft. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dat hebben wij duidelijk ook gehoord in die avond in de Hofkerk, waar duidelijk gezegd werd door de instantie die dat nu doet als pilotproject, dat ze echt zien van: wij hebben helemaal niet de behoefte om verkeerde indicaties te doen. Wij hebben er gewoon behoefte aan dat we het zelf en sneller kunnen gaan doen. Maar eens, helemaal eens, zullen aan de voorkant criteria moeten komen om dat heel duidelijk te maken binnen welk speelveld ze opereren. Dus daar absoluut mee eens, ja. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Ja, mijnheer Otter. De heer Otter: Ja, ik heb ook nog even een vraag aan meneer Visscher. Ik heb in uw betoog geen enkele keer het onderwerp klimaatverandering horen noemen. Vindt uw partij dat geen belangrijk onderwerp om dat in Oldenzaal goed op de agenda neer te zetten en aandacht te geven? Of zeg u van: nou ja, laat maar waaien. De heer Visscher: Ik heb het ook niet over de economie gehad, ik heb het ook niet over de binnenstad gehad. Dat heeft daar niks mee te maken.
De heer Otter: Klimaatverandering is het allergrootste probleem waar wij mee te maken hebben, al een aantal jaren. En steeds in stijgende mate mee te maken zullen krijgen. Het is het grootste probleem op dit moment. De voorzitter: Mijnheer Visscher.
-23-
De heer Visscher: Ja, dat is uw mening daarover. Ik denk dat wij daar ietsje anders over denken, al ben ik het wel eens dat we een uitdaging hebben met elkaar. Of dat we de allergrootste uitdaging is die we nu hebben, dat weet ik niet als gemeente. De voorzitter: Mijnheer Otter nog een keertje. De heer Otter: Uiterst kwalijk dat u dat zo zegt hoor. Dus heel teleurstellend. Laat ik het daar maar bij laten. De heer Visscher: De grote vraag is natuurlijk van: wat kunnen wij als gemeente nou aan die grote opgave doen? Dat is de grote vraag die ik heb met de beperkte mogelijkheden die wij hebben om, wat ik net al zei, windmolens en zonnevelden. We kunnen dat allemaal niet, we kunnen heel veel stimuleren. Maar als gemeente, kijk, dat we als samenleving een uitdaging hebben ben ik het helemaal met u eens. Maar als we dat als gemeente hebben, nou goed, daar moeten we het dan maar ook de komende tijd over hebben met elkaar. De voorzitter: Oké, mijnheer Maartens volgens mij. De heer Maartens: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou toch nog even terugkomen op die wethouders. We hebben er volgens mij heel bewust voor gekozen om dat naar drie te doen. Ik kan me daar nog voorstellen dat je daar misschien iets mee moet doen. Maar dan maak ik mij nog veel meer zorgen om, je hebt het ook over uitvoering, om het uitvoeringsniveau.
Wat betekent dat als we meer moeten gaan bouwen, meer andere dingen moeten oppakken? Wat betekent dat voor het uitvoeringsniveau, dus de ambtenaren van de gemeente. Daar hebben we ook vaak tegen elkaar gezegd van: daar moeten we wel scherp op blijven. Maar ik zie ook daar best wel problemen komen. Ik ben ook benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Volstrekt mee eens wat meneer Maartens zegt, uiteraard. Ook op uitvoeringsniveau zullen we bij moeten gaan schakelen. Ja, helemaal eens. De voorzitter: Goed, ik kijk nog even rond. Ja, mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Visscher, zou u nog kunnen vertellen, de ontdubbeling van de keukentafelgesprekken. Wordt specifiek alleen bij de ouderenzorg benoemd, is daar een reden voor? De heer Visscher: Nou, ik moet eerlijk zeggen of daar een specifieke reden voor is, we hebben het tijdens die avond in de Hofkerk hebben we het over de ouderenzorg gehad. En daar komt die vandaan. Maar ik denk dat het op meer punten gebeurt. Mevrouw Oorthuis: Zou het misschien nog breder getrokken mogen worden? De heer Visscher: Ja, dat het toch op veel meer plekken dubbele gesprekken gevoerd worden. Dus mee eens, ja. Deze motie gaat dan puur over ouderenzorg, maar misschien dat we hem ook nog kunnen uitbreiden. Maar dat vraag ik straks even aan degene die de motie gemaakt heeft.
De voorzitter: Oké, dan kom ik tot een afronding. En dan nog even voor de boekhouding, dank u wel mijnheer Visscher. Vanuit de VVD samen met het CDA ingediend een drietal moties. De motie POH -24-
Jeugd heb ik staan als motie 10. Dan de motie over keukentafelgesprekken, ouderenzorg, wellicht wat breder, motie 11. En tot slot de motie over het zelf indiceren door zorgaanbieders als motie 12. Daarmee hoop ik alle moties en amendementen recht gedaan te hebben door ze ook een nummer te geven en in een volgorde te hebben geplaatst. Dan schors ik even de vergadering voor een sanitaire stop of anderszins. En dan wil ik, ik zit even te kijken, ik heb hier op dit klokje 37 staan. Nou, tot kwart voor. Kwart voor weer beginnen. En dan kwart voor op die klok. Goed, mag ik weer iedereen uitnodigen om zo langzamerhand toch wel richting zijn of haar plek te gaan. Dan wil ik toch weer de vergadering heropenen. Goed, dan heropen ik de vergadering. En dan beginnen we met de eerste termijn van het college. En volgens mij mag ik mevrouw Zinkweg uitnodigen om achter het spreekgestoelte plaats te nemen. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Ja, het college is blij met de presentatie van de sluitende begroting 2022, waarbij ook nog wat extra ruimte is overgebleven die u ook de komende jaren kunt gebruiken voor dat wat u maar wil, de zo genoemde Zinkwegnorm. En we hebben de afgelopen jaren, zoals u ook kunt zien, heel veel geïnvesteerd in de stad, samen met u natuurlijk. Maar ook onze ambtenaren zijn daar erg druk mee geweest en allerlei partners die daarbij aanwezig zijn.
Maar de afgelopen jaren hebben we ook best wel wat moeten bezuinigen. En uiteindelijk resulteert dat wel in de situatie waar we nu staan, dat we weer wat ruimte hebben. Maar die situatie die blijft ook wel onzeker en ik ben ook wel van mening als portefeuillehouder financiën dat we echt voorzichtig moeten blijven en dat we constant moeten kijken: loopt het allemaal nog zoals we willen of moeten we eventueel toch weer een tandje bijschakelen om weer onze begroting op peil te houden? Dus dat even om af te trappen. U heeft ook verschillende moties en amendementen ingediend. En er werd al een paar keer gevraagd van: wat is dan de dekking daarvoor? Dat werd onder andere gevraagd bij het amendement wat mevrouw Ailo-Zaia heeft ingediend. En toen werd alweer verwezen naar een amendement die vanuit de PvdA is ingediend. Maar ik wil wel zeggen dat we hebben een begroting en die moet sluitend zijn en die moeten we ook indienen bij onze provincie. Die controleren dat ook of wij dat doen. En nou, als wij gewoon naar de moties en amendementen kijken, dan zien wij uiteraard ook dat dat geld kost. Ik wil u ook meegeven dat wij dus voor die sluitende begroting moeten zorgen en dat we daardoor ook soms nee moeten zeggen richting een amendement of een motie, omdat we anders niet meer kunnen voldoen aan de eisen die de provincie aan ons stelt.
Dus dat wil ik ook wel even vanuit de financiën kant meegeven. Wat mij ook positief verrast is vele geluiden in de bijdrages over het klimaat. Het ging over klimaatadaptatie, maar ook over het besparen van energie. Dus op beide terreinen zien we dat dit leeft. En dat is natuurlijk ook waar wij ons de afgelopen jaren voor hebben ingezet, vooral de bewustwording bij onze inwoners. Maar dat zien we dus ook heel goed terug bij u. Het leeft, we moeten ermee aan de slag, we zijn nog lang niet klaar. Maar we moeten het ook gaan hebben met elkaar over: wat is dan de rol en de taak van ons als gemeente? Wij hebben een taak gekregen vanuit het Rijk, en dat is natuurlijk het klimaatakkoord waarbij we ook de opdracht hebben gekregen om een regionale energiestrategie te maken. Dat hebben wij ook gedaan en daarin geven wij ook aan wat wij verwachten te kunnen gaan doen. Maar als we dan na gaan denken: wat gaan we dan doen? Dan moeten we volgens mij kijken: wat gaat Oldenzaal doen, de Oldenzaalse samenleving, en niet zo zeer de gemeente Oldenzaal. En ik ben dus heel erg benieuwd de komende tijd hoe dat vorm gaat geven en ik denk dat wij daar met elkaar het gesprek over moeten hebben. Wat is de rol van de gemeente? Wij hebben eigenlijk een regierol gekregen, alleen sommige gemeenten die denken: dan moeten we het gaan uitvoeren.
En anderen denken: nee, we moeten alleen stimuleren en faciliterend zijn. Dus daar moeten we het volgens mij met elkaar over hebben voordat we in die actiestand komen. Want ik krijg echt wel mee van u dat u zegt: en nou door. En dat moeten we volgens mij ook met elkaar willen. Maar hoe door, daar moeten we het met elkaar over hebben. Dus laten we daar het over gaan hebben. Want als je gewoon financieel er ook naar kijkt, dan … -25-
De voorzitter: Ja, u zag hem eerder dan ik, dat is heel goed. Van uw alertheid maak ik graag gebruik. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, mooi idee van de wethouder. En ik ben ook gelijk benieuwd van welke termijn moeten we daar dan aan denken? Mevrouw Zinkweg: Ja, ik kan zeggen: dat kunnen we op korte termijn doen. Maar het is ook wel een thema wat volgens mij politiek best wel spannend kan zijn. En ik weet niet of het dan verstandig is om dat de komende maanden nog te gaan doen. Maar het lijkt me wel heel verstandig om dat bij het vormen van een nieuw coalitieakkoord of raadsakkoord, hoe we het maar gaan noemen, dat we dan dus hebben nagedacht over: wat is de rol van ons als gemeente? En hoe gaan we dan de komende jaren daarmee om? Dus volgens mij is het wel goed om het daar te gaan doen en niet te lang daarmee te gaan wachten. Want anders dan gaan we volgens mij dingen doen die misschien niet passen bij onze rolopvatting. Dus dat even over de rol. En die wil ik ook nog even benadrukken, financieel gaat het daar natuurlijk ook om. Dus vandaar dat ik hem ook weer even financieel pak. Want als wij zeggen: we gaan in de uitvoerende rol. Dan betekent dat nogal wat voor onze gemeente financiën. En wij hebben niet daar de knaken voor gekregen.
Dus als we het dan hebben over geen knaken, geen taken, dan is het best raar dat we wel taken op gaan pakken terwijl we daar geen knaken voor krijgen. Dus dat wil ik ook nog weer meegeven dat we daar ook over na moeten denken als we het hebben over die rol. Dan kijk ik even, dat is even het algemene verhaal. Dan ga ik even naar de verschillende fracties. Ja, Partij van de Arbeid geeft ook aan van: dat zou fijn zijn als wij de programmabegroting, dat ook als een eenvoudiger stuk kunnen produceren. Nou, volgens mij wordt u dan op uw wenken bediend, want als we het hebben over de digitalisering van de planning- en control cyclus, dan is dat ook een onderdeel waarbij we het makkelijker willen maken niet alleen voor u als raad, maar ook voor onze inwoners. Dat ze ook snel inzicht kunnen hebben in: waar staan we, waar gaat ons geld naartoe? Dat we dat op een eenvoudige manier kunnen brengen bij onze inwoners. Dus dat is er een. Dan heeft u het ook over het verhogen van de toeristenbelasting. En u benoemde daarbij dat we aan zouden kunnen sluiten bij Twente. Nou hebben wij natuurlijk als we kijken naar de motie die is aangenomen door u als raad de opdracht om aan te sluiten bij Noordoost Twente. En nou, u kunt ook in de begroting zien dat wij aan die motie, dat wij die hebben ingevuld.
Want wij hebben onze toeristenbelasting verhoogd naar een niveau wat ook een Dinkelland op dit moment zit. Dus daar sluiten wij aan bij de gemeente die op dit moment de hoogste belastingen heeft. En daar zijn we ook met de verschillende ondernemers over in gesprek, dus dat loopt. Maar goed, de vraag is dus even: moeten we dat ook nog weer naar Twente halen? Dus volgens mij hebben wij de motie zoals die is ingediend uitgevoerd. En als u zegt: daar moet nog weer een tandje bovenop. Ja, dan hoor ik het graag of daar dan ook een meerderheid voor is. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Nou, wat mij betreft mag daar wel een tandje bovenop. We hebben daar wel eens vaker het zo over gehad, dat als je ziet wat ondernemers nemen voor hotelovernachtingen als servicekosten, en daarin zit dan zeg maar de toeristenbelasting, nou, dan is die al meer dan voldoende gedekt. Laat ik het daar maar even op houden. en de laatste tijd bij de laatste begrotingen zie je in andere plaatsen in Twente ook een duidelijke stijging. En dan is het natuurlijk wel heel raar dat als Noordoost Twente daar verder in achterblijft ten opzichte van de rest. Daar zou je best wel een stap meer kunnen doen, want het komt toch van toeristen die deze kant opkomen. En die komen op dit moment vrij massaal.
-26-
Mevrouw Zinkweg: Ja, daar kunnen we een stap in meegaan. Maar ik denk de stap die we nu hebben gezet, dat die best al fors is. En ik denk ook dat met de extra middelen die we daarmee krijgen als gemeente, dat we daar ook weer mooie dingen voor kunnen doen om Oldenzaal aantrekkelijker te maken, maar ook om juist nog meer toeristen te gaan trekken. En dan niet alleen Oldenzaal, maar eigenlijk hee Noordoost Twente. En ik denk vanuit mijn kijk op toerisme in Noordoost Twente dat het belangrijk is dat we ons vooral daar op moeten gaan richten. Dat we proberen daar mensen, toeristen, te verleiden om naar aantrekkelijke punten in Noordoost Twente te gaan. En daar hoort uiteraard soms ook een Enschede bij of als iemand een keer naar Almelo wil of Rijsholte, prima. Maar volgens mij is het sterk om ons te bundelen. En dat doen we op dit moment ook met zijn vieren, dat we ons daarop gaan richten en daarom ook een toeristenbelasting hebben. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Ik snap die denkwijze die daarin zit. En wij zitten heel snel te denken van: zal dit niet te hoog zijn? Maar het gaat erom, degene die die hotelovernachtingen of campingovernachtingen aanbieden, die nemen al een veel hoger bedrag. Dus het is niet zo dat dat de toeristen die van elders komen afschrikt. En ik denk dat we daar best eens goed met elkaar over na moeten denken.
En wat ook in het amendement staat van: doe het dat al dat geld ook gewoon richting toeristische activiteiten teruggaat. En daar stoppen we al veel geld in, dus dan hebben we daar nog een klein beetje dekking voor. Mevrouw Zinkweg: Nou ja, zoals ik al zei: ik ben benieuwd. Ik heb volgens mij mijn reden gegeven waarom ik daar niet direct voor zou gaan. Maar ik ben benieuwd hoe u als raad daar dan naar kijkt. Kijken naar de belastingvereenvoudiging, ja, daar nemen we uw suggesties mee. Dan kijk ik even naar het CDA, die had volgens mij geen directe vraag aan mij. En ook GroenLinks en WG ben ik volgens mij ook in mijn algemene verhaal al even teruggekomen. De moties en amendementen zal ik zo ook nog op ingaan. Dan kijk ik nog even naar de bijdrage van D66. Ja, u stelt daarbij dat het Rijk verplicht aan gemeenten om duurzaamheid te agenderen. Volgens mij deden wij dit de vorige periode ook al. Wij hadden toen een wethouder van GroenLinks hier in het college zitten die duurzaamheid echt hoog had. En die heeft ook regionaal was hij trekker van zon op dak. Wij lopen als Oldenzaal ook voorop als we kijken naar zon op dak. Dus ik begrijp niet helemaal wat u hiermee bedoelt. U doet net alsof wij als college duurzaamheid niet hoog in het vaandel hebben staan, maar dat hebben wij volgens mij zeer zeker wel.
We hebben daar ook veel geld voor gereserveerd, daar zijn we het afgelopen jaar ook druk mee bezig geweest. Dus ik begrijp niet helemaal wat u bedoelt als u nu zegt van: als het Rijk iets verplicht stelt aan de gemeente, dat we dan pas in actie komen. Want dat is niet het geval. De voorzitter: Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo: Ja, dank u, voorzitter. Toch even interruptie inderdaad. Wat wij aangeven is dat duurzaamheid onder andere ook in de krant en hier ook heel vaak, ja, het onderwerp duurzaamheid is heel vaak naar voren gekomen. Als je kijkt naar wat wordt er gedaan inderdaad op het niveau van Noordoost Twente, regionaal niveau. Daar wordt best wel wat gedaan en er wordt heel veel over gesproken. Alleen waar wij tegenaan hikken is: wat doet Oldenzaal? Heel specifiek Oldenzaal. Niet Noordoost Twente, niet de regio, specifiek Oldenzaal. Wat doen zij om de inwoners te triggeren, te helpen, te kijken: wat kunnen ze doen en wat laten die financiën toe? En wij zijn van mening dat het college op dit moment daar echt steken laat vallen. Dank u wel.
-27-
Mevrouw Zinkweg: Ja, dat mag u dan vinden. Maar volgens mij hebben we dan een ander beeld bij wat dan de taak is voor ons als gemeente. Zoals ik net ook al aangaf hebben wij vooral de afgelopen jaren ingezet op het stimuleren, op het mensen aanjagen. En als ik dan hoor wat hier nu gebeurt, dan hoor ik dat juist heel veel partijen het onderwerp klimaat aandragen en daar ook hun acties bij benoemen. Maar ja, u zegt nu van: er gebeurt zo weinig. Volgens mij hebben we genoeg stappen gezet de afgelopen jaren. En als u kijkt naar hoeveel zonnepanelen bijvoorbeeld al op daken liggen, dat zijn er een heleboel. En van de bonnen is ook heel veel gebruik gemaakt. Dat is misschien niet ons geld geweest, we hebben inderdaad geld van het Rijk gekregen. Maar het is wel het initiatief van de gemeente en Noordoost Twente geweest om dat middels bonnen te doen. De voorzitter: D66. Mevrouw Ailo: Dank u, voorzitter. Ja, dan sluit u inderdaad de spijker op zijn kop. Ik was ontzettend blij te horen dat er nu ook veel meer, naast GroenLinks, ook andere partijen aanwezig zijn die klimaat nu heel duidelijk naar voren hebben gebracht. Ik denk juist dat dat mede is ontstaan om het feit dat we als raad continu bleven hameren van: joh, zorg er nou voor dat we iets meer aan die duurzaamheid doen. Zorg er nou voor dat, daar heeft het echt wel mee te maken.
En daarnaast hebben we te maken met de algemene pers op landelijk niveau en ver daarboven, waarbij heel duidelijk wordt gekenschetst hoe belangrijk duurzaamheid is op dit moment voor ons, vooral voor onze kinderen. Dus door nu te gaan zeggen van: ja, dat getuigt juist dat iedereen vindt dat wij met klimaat bezig zijn. Dat is eigenlijk bij mij meer een sein: dat getuigt juist dat we aangeven met zijn allen, beste mensen we moeten nog meer aan klimaat gaan doen in Oldenzaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie in ieder geval mijnheer Visscher nog een interruptie, al denk ik op de interruptie, plaatsen. Dus dat gaat voor, gaat uw gang. De heer Visscher: Ja, wat ik altijd bijzonder vind aan dit soort opmerkingen: waarom komt er nou geen concreet plan? Waarom komt er nou geen concreet voorstel met: we willen 10 miljoen investeren in duurzaamheid, of we willen dit of we willen dat. Het blijft altijd bij het vage begrip: we moeten meer doen, het college moet meer doen. We hebben hier het recht van initiatief als raad, we kunnen initiatiefvoorstellen indienen, we kunnen moties indienen, we kunnen amendementen indienen, we kunnen alles doen. Maar ik hoor nooit een concreet voorstel van: we moeten zoveel X geld daarin aanbesteden. Want volgens mij doen we inderdaad al heel veel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ailo-Zaia.
Mevrouw Ailo: Ja, ik kan inderdaad alleen vanuit onze partij spreken. Het is helaas niet zo dat we een wethouder hebben die zich daarvoor kan inzetten vanuit onze kant. Wat wij wel kunnen doen, en dat is wat wij nu op dit moment ook doen en meerdere keren, denk aan groene schoolpleinen, denk aan het laadpalenplan. Wat wij wel degelijk nu aan het doen zijn is: wat kunnen wij vanuit onze partij bereiken voor onze inwoners wat betreft duurzaamheid? U vraagt ons met een heel plan te komen, dat kunnen wij helemaal niet. Dat kunnen wij niet. En wat wij wel doen is dat wat wij mogelijk kunnen maken, en dat is door moties in te dienen. En dat doen wij nu dus ook met de regenton. Kleine initiatieven die niet teveel geld kosten, maar dat geld hebben we niet als gemeente. Maar wel om onze inwoners te gaan prikkelen iets met duurzaamheid te doen. En dan zijn wij al dankbaar dat het speelt en dan hopen we in een volgende collegeperiode nog meer qua duurzaamheid te kunnen doen, dat er een groter budget komt. Maar dat is nu niet aan ons. Dank u wel.
-28-
De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik maak dit nog even af, want ik zag ook dat mijnheer Snijders nog wilde reageren. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Nou, mevrouw Ailo noemt dus een paar dingen, groene schoolpleinen en laadpalen. Nou, dat wordt gedaan. Dus ik begrijp nog steeds niet wat er dan niet gedaan wordt wat we dan wel hadden moeten doen. En daar gaat het mij om. En ik vraag mevrouw Ailo niet om een heel plan uit te werken, maar het zou op zijn minst handig zijn als er een keer een concreet voorstel kwam in een concrete motie, waar we dan met zijn allen ja of nee tegen kunnen zeggen. De voorzitter: Wil u daar nog op reageren? En anders ga ik naar mijnheer Snijders. Mevrouw Ailo: Twee punten inderdaad. Op de eerste plaats is, als u dat graag zou willen zien, dan zou ik u en andere partijen heel graag willen uitnodigen voor over een paar maanden wanneer de verkiezingen bekend zijn. Misschien dat we dan wel met een leuk plan zouden komen richting andere partijen. Ja, daar zou ik dan even op moeten wachten, want op dit moment kunnen we dat nog niet presenteren. En het tweede punt is, ik blijf er wel bij, je wil die mind-set van jouw inwoners gaan wijzigen. En als je dat wil doen, dan doe je dat niet door grootschalig net als de rest meteen inhammen en alles moet anders worden en de hele inrichting wordt anders.
Nee, pak het juist heel kleinschalig aan, zorg voor die kleine prikkels. Neem jouw inwoners mee en zorg ervoor dat je verder komt met zijn allen. De voorzitter: Goed. Ja, ik had mijnheer Snijders beloofd en gelukkig de verkiezingen zijn bekend, die zijn 16 maart. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Misschien dat ik het woord eerst had moeten hebben, want wij hebben een geniale motie ingediend. Die maakt een eind aan deze discussie. We doen heel veel waarschijnlijk in Oldenzaal voor het klimaat. Maar als je nou gewoon eens de thermometer erin stopt en kijkt wat je bereikt, dan weet je of dat genoeg is. Daar ligt trouwens een thermometer, maar die is daar niet geschikt voor. Dan kun je zien wat wij terugbrengen aan CO2. En daar is data voor. Je kunt op postcodeniveau kan je zien wat er in een wijk verbruikt wordt. En je kunt dan gaandeweg zien of dat afneemt. Doen we dat niet, dan doen we niet genoeg. Zo simpel is het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Oké, dan ga ik weer terug naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, nou hoor ik wel weer dingen van: dan doen we niet genoeg of dan moeten we meer in actie komen.
Maar dan blijft nog steeds mijn vraag aan u, en daar moeten we het volgens mij later over hebben: welke rol pakken we dan? Gaan wij dan die windmolen plaatsen? Nou, volgens mij moet dat niet onze taak zijn, maar dat is wel waar we het over moeten gaan hebben. En dat is ook als we het dan over die kleine initiatieven hebben. Ja, is dat dan onze taak? Maar daar kom ik zo nog even op terug. Want u had het over, mevrouw Ailo zei ook van: die windmolens die kunnen volgens u niet en de zonneparken ook niet. Nou, als u heeft gekeken in ons concept windvisie in ons windbeleid, dan staat daar wel degelijk een klein stukje in Oldenzaal waar wij best wel een windmolen zouden kunnen toestaan. Het is dan wel een plek waar de windmolens niet hoog mogen zijn in verband met het vliegveld, maar waar wel degelijk mogelijkheden bestaan. Dus het is helemaal niet zo dat wij als Oldenzaal zeggen: nou, het mag overal behalve in Oldenzaal. Wij kijken ook zeker wat er kan. En we willen vooral inzetten op dat wat gewoon het meest voor de hand liggend is. En dat is volgens mij zon op dak. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ailo-Zaia.
-29-
Mevrouw Ailo: Ja, ik denk dat dat inderdaad, misschien dat ik dat verkeerd heb overgebracht. Want meneer Visscher die heeft mij daar ook een vraag over gesteld toen ik daar stond. Waar het om gaat, het is niet zo zeer dat hier in Oldenzaal windmolens komen of zonneparken, dat is het doel niet waar wij het over hebben. Waar wij het over hebben is dat onze inwoners ook meegenomen moeten worden. Dat is onze essentie. En dat betekent niet dat wij nu al aangeven, wij weten ook hoe Oldenzaal in elkaar zit en dat dat wel degelijk moeilijk is om hier een windmolen of zonneparken te plaatsen. Zover zijn wij natuurlijk ook. Maar betrek onze inwoners erbij, dat is wel een andere benadering dan dat u hier aangeeft. De voorzitter: De wethouder. Dan ga ik weer … Ah, ik zie toch mijnheer Ankone. Mijnheer Ankone. De heer Ankone: Dank u wel, voorzitter. Misschien moeten we eens ophouden met vitamine A teveel te gaan. Vitamine A staat voor vitamine aandacht. En laten we eens wat meer ons gaan focussen op vitamine attention, dus dat we scherp zijn en helder zijn in de dingen die we doen. En als ik, en dan neem ik het, het is natuurlijk een beetje een naamgenoot. Als ik zie wat wij hier in deze gemeente aan dit onderwerp doen, hoe dat ook de aandacht krijgt van allemaal, dan denk ik dat we hier best wel blij mogen zijn dat we in deze gemeente wonen.
Dat we hier wel het maximale zeg maar eruit halen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een keer mijnheer Snijders voor mevrouw Ailo-Zaia. En dan wil ik toch echt weer terug naar de wethouder. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ja, daar kan ik op zich misschien iets minder vitamine B slikken, we doen het geweldig. De voorzitter: Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo: Ja, als aandacht vragen moet ik denk ik toch wel reageren hierop. Ik voel me best wel persoonlijk aangesproken bij deze. Ik vind het heel erg jammer dat u dat aangeeft. Ik ben het er pertinent niet mee eens. Ik ziet hier toch voor verschillende onderwerpen en elk onderwerp geniet mijn aandacht. Dat klopt, dat klopt. Het onderwerp geniet mijn aandacht. En ik ga mijn mond niet houden als iets op een verkeerde manier wordt gezegd of iets waar mijn partij niet achter staat. Laat dat even helder zijn. En als u dat ziet als aandacht voor mezelf, dan mag u dat vinden. Maar mijn partij denkt anders over klimaat dan u. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik zie dat mijnheer Ankone daar nog op wil reageren. Dat snap ik. De heer Ankone: Volgens mij hebben wij hier best wel een gemeenschappelijkheid in. Waar het mij over gaat is dat we scherp moeten hebben van waar we het over hebben. Dat is een. Dat we vervolgens daar ook met plannen mee komen, dat is twee.
En wat ik u hoor zeggen is veel in het grote, het maak rol gedachte. Wij zijn hier raadsleden van een kleine gemeente, van gemeente Oldenzaal. Dus het gaat over de invloed die wij als kleine gemeente hebben. En dat is onze cirkel van invloed en daar wil ik het over hebben. En ik wil het niet hebben over de cirkel van invloed waar ik geen invloed op heb. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer terug naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, volgens mij is er al veel gezegd en ik hoef ik daar niet meer direct op te reageren. Dus ook volgens mij voldoende daarover. Dan kom ik nog even op een ander punt van mevrouw Ailo, dat ging over de reserves. Nou, daarbij is volgens mij ook al wel onderliggend het een -30-
en ander gewisseld. Het zijn volgens mij heel bewust keuzes door uzelf gemaakt waar u ook ja tegen heeft gezegd als raad om geld te investeren in onze stad, in onze gemeente. Dus ja, dat dan daarmee de reserves afnemen, dat is dan volgens mij heel logisch. Als ik spaar voor een auto en het bedrag is 10 duizend euro en ik heb de auto gekocht, dan is mijn spaarpot ook leeg. Maar volgens mij werkt het dus ook zo. Dus je spaart soms voor dingen en als je het dan investeert, ja, dan is het geld weg. Volgens mij hebben we daarmee ook de juiste dingen gedaan, dat heb ik ook veel terug gehoord van u. Maar als u het dan heeft over die 6,6 procent en de 2.0 weerstandsratio, ja, dan kan ik ook wel vinden in wat meneer Gelevert aangaf. We hebben meerdere keren uitgelegd hoe het zit. Het is niet helemaal zoals u het zegt, maar ik kan weer opnieuw het riedeltje gaan doen hoe het wel zit, maar volgens mij kunt u ook eventjes contact opnemen met een van onze ambtenaren. Die willen u daar gerust nog even over, ja, dat even uitleggen. Dus volgens mij is dat verstandig, zodat u dat ook scherp heeft hoe het zit. Want het is niet zoals u het zegt dat wij zover zijn gedaald en dat we nu niet meer voldoende hebben. We hebben echt een zeer ruime reserve positie en daar mogen we als Oldenzaal trots op zijn. Maar dan moeten we ook behoeden dat dat ook zo blijft, dus dat wil ik ook meegeven.
Even kijken, dan reageer ik ook nog even op de VVD, want die stellen: ja, dat is mooi een extra wethouder, als we extra veel taken hebben. Maar daarbij moet ik ook meegeven: als er een extra wethouder is, dan is het ook vaak dat er wat meer ambitie komt. En dan zijn er ook wel ambtenaren nodig om dat dan weer uit te voeren. Dus met uw oproep van: eventueel zou er een extra wethouder mogelijk zijn. Dan is het ook volgens mij goed om daarbij in het achterhoofd te houden dat er dan ook meer uitvoeringscapaciteit moet zijn, dus ambtenaren. En dat dat ook extra geld kost. Dus die wil ik wel meegeven. Dan kom ik nog even op de moties, want daar hebben wij als college ook naar gekeken. Motie 1 van GroenLinks ging over klimaat. Dat gaat dan echt over de beleidsindicatoren op klimaat, dat vind ik een hele mooie. Volgens mij hebben we ook in de auditcommissie al meerdere keren het gehad over beleidsindicatoren, dat het goed is om per onderwerp te gaan kijken: wat zijn goede indicatoren voor welk onderwerp, zodat we goed kunnen monitoren of dat op schema loopt. Dus volgens mij moeten we dat daar gaan bespreken. En daarom zou ik deze motie willen ontraden. Dus ik sta wel achter wat u hier benoemt, maar volgens mij moeten wij het als we het totale plaatje met beleidsindicatoren gaan aanpakken, dan moeten we het daar gaan doen. Dan de volgende, dat is motie 6, geen knaken, geen taken.
Ja, die sluit eigenlijk al aan bij de inzet vanuit de VNG, die al richting het Rijk wordt gedaan. Er is een uitspraak ook van de voorzitter die dat vaak doet. Dus dit doen we al, maar hier kunnen we eigenlijk niet tegen zijn. Want we zijn het helemaal met u eens dat als er meer taken op ons bordje komen, dat er uiteraard ook de knaken bij horen. Dus ja, deze kunnen we wel steunen. Dan duurzaamheidsfonds. Ja, die wil ik nog even ontraden. En dat heeft er ook alles mee te maken wat ik net heb gezegd. Moeten volgens mij moeten we het eerst met elkaar gaan hebben over: wat is nou de rol van ons als gemeente. En als wij nu een fonds gaan samenstellen, dan moeten we daar volgens mij wel goede criteria bij hebben. Het lijkt mij verstandig dat als wij die criteria gaan opstellen, dat we dan eerst weten wat onze rol als gemeente is. Dus als wij dan denken dat wij bepaalde partijen willen stimuleren, dan is zo’n fonds goed en dan moeten we het daarover hebben. Maar ik denk dat het verstandig is om eerst dus dat gesprek aan te gaan. Dus nu nog even ontraden. Dan vergroeningsvoordeel van de Partij van de Arbeid. Ja, dat is eigenlijk een beetje hetzelfde verhaal. We hebben ook op het gebied van klimaatadaptatie natuurlijk best wel een opgave. En u noemt nu Sedum daken, maar u zegt ook: het hadden ook andere dingen kunnen zijn.