CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 transcriptverslag 8 november 2021

Gemeenteraad 20 december 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergaderingen van 8 november 2021 en 29 november 202140.875 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Maar voor wat betreft de Sedum daken is dat ook weer een onderdeeltje. En dat is ook het geval bij de regentonnenactie waar mevrouw Ailo zojuist ook mee kwam, tenminste de motie die is ingediend. Binnenkort hebben we weer een sessie en dat gaat over het GRP. Dan kijken we altijd even terug en dan kijken we ook vooruit, wat gaan we doen. En dan zouden we ook graag met u de discussie willen voeren als we kijken op stimuleren van klimaatadaptatie. Hoe kunnen wij onze inwoners het beste meenemen in de opgave die we hebben? En wat zijn dan de beste methoden die we kunnen gebruiken? En misschien ook acties. En -31-

misschien is dit er dan een van, of misschien is dat de regentonnenactie wel. Maar volgens mij moeten we daar het gesprek met elkaar over voeren voordat we nu op een actie ingaan. Dus voor 8 en 10 wil ik allebei ontraden om die reden. De voorzitter: Mijnheer Lulofs zag ik per interruptie. De heer Lulofs: Ja, deze motie hebben we eigenlijk ingediend, omdat je met mensen heel snel over dit soort onderwerpen praat, dan wordt er direct gevraagd van: wat is de subsidiepot? Hoe kunnen we daarbij komen? Nou, als je dat via een subsidie doet, dan heb je heel snel een bedrag wat eindig is. Dus de snelsten die hebben wat en die daarna komen, ja, die hebben pech of die moeten wachten tot een volgende keer. De bedoeling van deze motie is eigenlijk dat we met elkaar eens flink nadenken en dat we het andersom draaien. Mensen zoeken naar een bepaald voordeel. Nou, hoe kan je een voordeel krijgen? Gezamenlijke inkoop, dus groter. En daarbij krijg je een win-win situatie. Eigenlijk een win-win-win situatie. Voordeel voor de gemeente, voordeel voor de burger, maar ook voor het klimaat. Deze had ik u op deze manier willen meegeven. En ja, ik snap ook wel dat het misschien voor een aantal raadsleden hier te ver gaat en dan wordt die zo meteen afgeschoten. Prima, maar misschien komt die later op een andere manier nog wel een keer terug. De voorzitter: Ik zag nog een interruptie. Mevrouw Ailo-Zaia.

Mevrouw Ailo: Ja, ook naar aanleiding van onze eigen motie van de regentonnen. Nou, heel mooi dat er inderdaad gesproken gaat worden over het een en ander, maar dan wil ik graag ook even de wethouder erop attenderen dat er heel veel gemeentes al zijn die hier gebruik van maken. ieder op zijn of haar eigen manier, zeg maar. Maar ik denk dat we dit niet eens, het hoeft gewoon niet zo veel te kosten, met 10 duizend ben je al uit. En ik denk dat dat zo’n makkelijke actie is, met de juiste prikkel richting inwoners. Ik zou het echt jammer vinden als dit niet door kon gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga weer terug naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ik zeg volgens mij ook niet dat dit niet door kan gaan. Volgens mij kunnen we het daar met elkaar over hebben binnenkort en dan gaan we ook gericht daarop in, op: wat is nou het meest geschikte middel om onze inwoners mee te krijgen in het hele verhaal klimaatadaptatie? Dus ik denk dat deze voorbeelden dan zeker terug kunnen komen. En misschien dan ook wel de subsidie waar meneer Lulofs over praat, misschien is dat een middel. Ja, zo kunnen we naar verschillende middelen kijken en dan met elkaar het erover eens worden wat dan het meest geschikt is. De voorzitter: Mijnheer Otter zag ik nog. De heer Otter: Ja, ook even bij interruptie. Dat is nou iedere keer het probleem.

Als we dus voorstellen doen of moties indienen of wat dan ook, dan wordt het toch vaak door u weg gewuifd. Op een of andere manier komen we er dan later op terug, of wat dan ook. Bijvoorbeeld zon op daken, wij hebben daar zelf een motie voor ingediend om dus op de OZB dan wat korting te geven. Ja, daar wordt ook weer weggewuifd. Dus u vraagt om voorstellen, u vraagt om ideeën, we dienen wat dingen in, verschillende partijen. En dan wordt het toch weer gewoon weggewuifd en van: daar komen we wel een keer op terug. Dus dat is het punt gewoon denk ik vooral. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een interruptie op de interruptie. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ja, voorzitter. Ik maak mij wat zorgen. Ik hoor allerlei dingen oppiepen en die zouden allemaal op zich hun voordeel kunnen hebben. Daar zou je misschien wel echt iets mee -32-

kunnen. Maar ik bespeur ook dat daar geen enkel verband tussen zit en dat vind ik wel een probleem. Ik denk dat we echt met elkaar op zoek moeten: waar zit nou dat verband en hoe kunnen we nou tot een aantal van dit soort maatregelen komen, waarmee je mensen echt triggert en echt resultaat kunt bereiken. Dat je denkt van: hé, er gebeurt wat in Oldenzaal. En dat doen we niet met het een en niet met het ander, maar ik denk met een combinatie van een aantal factoren. En daar moeten we volgens mij gezamenlijk naar zoeken. De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis, die had ik beloofd om nu. En dan zie ik nog mijnheer Snijders. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Nog in aanvulling op wat meneer Maartens zegt. Ik hoor de wethouder praten over een totaalplaatje, waarin meerdere dingen meegenomen kunnen worden. Opnieuw mijn vraag: wanneer gaan we dit dan doen? Want dat is wel inderdaad volgens mij waar we behoefte aan hebben. De voorzitter: Dan ga ik nog even naar de wethouder. En dan kijk ik nog even of mijnheer Snijders nog wil interrumperen. Maar dan ga ik nu naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, bij het behandelen van het GRP is of 6 december gepland of de week erna, volgens mij 6. Dan is het de bedoeling dat we daar de discussie over voeren en dat u het college wat richting meegeeft waar u aan denkt. Dus dan komt dit aan de orde.

En het is inderdaad precies wat meneer Maartens zegt, volgens mij is het goed om het totale beeld te kijken en niet teveel in verschillende acties te komen. Ik denk dat u als raad ook naar dat niveau erboven moet kijken van: hoe willen we bepaalde dingen bereiken? En dat kan natuurlijk met die acties, maar dat is dan een onderdeel van waar u dan een besluit over moet nemen. De voorzitter: Ja, ik merk aan mezelf dat ik nog af en toe echt moet wennen dat alle raadsleden dan meedoen bij programmabegrotingen. Dat is echt anders dan vanuit de mores die ik heb meegekregen. Maar dat is niet erg, daar moet ik nog steeds aan wennen. Mijnheer Maartens. Oh, die gaat uit. Mijnheer Maartens, daar ga ik nu naartoe. En ik heb mevrouw Weideveld ook genoteerd. En ik zag mijnheer Snijders nog. Dus eerst nu mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ja, ik wou nog even twee dingen, voorzitter. U gaat vast wennen, want u bent al een tijdje hier, dus dat moet uiteindelijk toch gaan lukken denk ik. Ik wou nog even terugkomen op het betoog van mevrouw Ailo. Die gebruikt een quote van Nelson Mandela, en eigenlijk zegt die daarin uiteindelijk: een visie met een gedegen plan en uitvoering verandert de wereld. En ik hoor een heleboel dingen, maar ik hoor daarin nog geen echte visie en ik hoor ook geen echt plan wat de wereld moet gaan veranderen. Laten we dat nou in december dan met elkaar gaan doen.

De voorzitter: Ja, ik zag echt uw vinger wel, maar ik wil mijnheer Maartens eerst uit laten praten, voordat ik u het woord geef. Want u wil weer reageren op mijnheer Maartens, ik probeer het allemaal een beetje in een overzicht te houden. Mevrouw Ailo-Zaia en dan ga ik nog even kijken wie er nog meer wil reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Ailo: Ja, dank u, voorzitter. Dat had ik inderdaad door hoor. Maar als ik even zo doe, dan bedoel ik niet van: ik wil nu per direct. Nee hoor, hij slaat de spijker op zijn kop, mijnheer Maartens inderdaad. En als ik er niet achter zou staan, dan zou ik het ook niet gezegd hebben. Alleen we zitten nu in het hier en nu, we zitten naar een begrotingsbehandeling te kijken en we kijken wat missen we op dit moment. En het enige wat je dan kan doen als raadslid op dit moment is reageren op dat stuk

-33-

en misschien met moties komen die daar dan wat verandering in brengen. Voor ons gaat het op dit moment niet snel genoeg, maar ik ben het ontzettend er mee eens inderdaad dat zodra er straks een nieuwe collegeperiode ingaat, dat dan heel duidelijk die duurzaamheid op de agenda staat en wij daar goed beleid over gaan voeren. Daar ben ik het zeer zeker mee eens. Maar we doen het nu met de riemen die we kunnen roeien. De voorzitter: Ja, laatste en dan ga ik naar mijnheer Snijders. De heer Maartens: Dus geen actie zonder visie, volgens mij. De voorzitter: Heel kort en dan ga ik echt naar mijnheer Snijders en mevrouw Weideveld had ik ook nog staan. Mevrouw Ailo: Excuses, maar dat vind ik echt veel te kort door de bocht. We zijn hier aan het werk en ik neem aan dat iedereen ook aan het werk blijft tot aan de verkiezingen. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ja, allereerst zijn het niet visies en plannen die de wereld veranderen, maar acties. Want visies en plannen doen niks, maar die kunnen acties uitzetten. Dan is er een verband tussen al deze dingen, dat is namelijk het klimaat, CO2-reductie en zo. Daar is het allemaal voor gedaan.

En als ik dan kijk naar onze motie, dan gaat het niet alleen maar om in de planning een beleidsindicator te zetten, maar dat gaat erom om te kijken van: wat gebeurt er nou daadwerkelijk? En dat vervolgens communiceren naar de burgers en dat gewoon dichterbij brengen. Want wij zien eigenlijk niet in Oldenzaal wat we nu daadwerkelijk aan CO2 gereduceerd hebben. En dat is gewoon inzichtelijk te maken. En dat is iets anders dan een beleidsindicator in een programmabegroting onder te sturen. Het gaat gewoon erom dat je burgers meekrijgt. Laat zien gewoon je hebt je huis geïsoleerd, je kijkt in de straat en je ziet de CO2 reductie. En dat kan, de data is er. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat is een oproep en daar zal de wethouder … Mevrouw Weideveld. Mevrouw Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Maar ik hoor net genoemd dat wij al een datum hebben om met elkaar over dit thema in gesprek te gaan. U geeft daarbij aan dat het aansluit bij het thema van de GRP, volgens mij is dat het gemeentelijk rioleringsplan. En volgens mij zijn de thema’s waar we het hier over hebben breder dan alleen het rioleringsplan. Dus ik ben even op zoek naar een stukje verduidelijking of dat wel het moment is om dan over deze brede agenda te hebben. Want volgens mij kunnen we daar bijna wel een heel weekend mee vullen en misschien zelfs wel meer.

Dus wellicht dat we daar ook wat beter in kunnen stroomlijnen dat we daadwerkelijk de tijd daarvoor hebben om dit thema goed bij de kop te pakken. En of dat nu in een politiek forum gaat of in een politieke avond of ochtend. Maar goed, dat laat ik graag aan degene over die die bijeenkomst voorbereidt. Maar wellicht dat we daar wat breder bij moeten stilstaan dan alleen bij dat onderwerp van de GRP. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan gaat de wethouder hier nog op reageren en dan komt ze tot een afronding, denk ik. Wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat gesprek gaat inderdaad over het gemeentelijk rioleringsplan. En waar ik ook op doel is over de klimaatadaptatie. Dus hoe kunnen wij onze stad aan laten passen aan het klimaat? Daar hebben we ook al een nota klimaatverandering voor, daar zijn we ook al acties voor aan het uitvoeren. En die acties die zijn vooral gekoppeld aan het gemeentelijk -34-

rioleringsplan. Dus dan hebben we het over meer wateropvang, de blauwe aders, dat soort zaken. Maar daarnaast moeten wij ook onze inwoners mee gaan krijgen. Er zijn natuurlijk al een aantal acties, kleine stimuleringsacties, en bewustwordingsacties die we doen. Maar we moeten volgens mij het gesprek gaan voeren over: welke acties gaan het beste bijdragen tot een betere klimaatadaptieve stad? Dus daar moeten we het over hebben en daarom is die ook gekoppeld aan het gemeentelijk rioleringsplan. Omdat we het dan hebben over groen en blauw, zoals wij dat dan noemen, over het water maar ook wel het groen in onze stad. Dus het gaat dan niet over energieopwekking. De voorzitter: Tot slot. Mevrouw Weideveld: Dank u wel. Hoor ik u daarbij zeggen dat we daar dan twee verschillende stromen in een avond gaan bespreken? Enerzijds groen en blauw, maar anderzijds ook van welke rol wij als gemeente breed dan pakken en hoe we daarin naar de toekomst toe willen optreden? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, dan gaat het over dat GRP, maar dan gaat het ook over: wat is onze rol de komende jaren op het gebied van klimaatadaptatie en hoe willen we daar invulling aan geven? De voorzitter: Mooi. Ik zie nog mijnheer Visscher. Ja, ik zit ook met een schuin oog, ja, u hoort dat niet graag van mij, maar ik zeg het toch maar even: met een schuin oog naar de klok.

Want we hebben nog drie portefeuillehouders te gaan. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk belangrijk dat we daarover gaan praten. En prima als we dat op 6 december gaan doen. Maar ik denk wel als we met zijn allen gaan nadenken welke rol we als gemeente moeten aanmeten, als die rol dan betekent dat wij allemaal dingen willen gaan betalen en subsidiëren. Dan denk ik wel dat we met zijn allen duidelijk moeten hebben dat we daar geen geld voor hebben. Dus dan is het ook zaak dat iedereen die dat graag wil ook met dekkingsvoorstellen komt waar het geld dan vandaan moet komen. De voorzitter: Helder. De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, eens. Dat is altijd zo dat er keuzes gemaakt moeten worden. Dus als wij iets willen uitgeven, dan moeten we daar geld voor vrijmaken. Nog even een ding en dat zijn de amendementen, daar zijn er drie van ingediend. En op een wil ik reageren, dat is de post onvoorzien. Ja, daar werd eigenlijk ook al in debat aangegeven dat we natuurlijk die Zinkwegnorm hebben, zoals we die hebben genoemd, waarbij we wat ruimte in de begroting overhouden om toch wat te sparen, of om gedurende het jaar andere keuzes te maken. Daar is die eigenlijk voor bedoeld. Dus om nou een post onvoorzien met 400 duizend euro te vullen, dat lijkt mij wat te veel.

Wat we wel hebben gezegd is dat we wel een post onvoorzien, of dat we nog een scan gaan maken van de budgetten die we hebben. En kijken als daar nog wat over is van bepaalde budgetten, dat we daarmee de post onvoorzien gaan vullen. Maar dan moet u meer denken aan een ton ongeveer en niet zo zeer aan vier ton. Dus volgens mij is vier ton erg veel en als college willen we die dan ook ontraden. De voorzitter: Mijnheer Lulofs, tenminste dat dacht ik non-verbaal te zien. De heer Lulofs: Goed gezien. Maar die Zinkwegnorm, die is ingesteld waarbij we hebben gezegd van: als wij zeg maar lopende het jaar nog beleidswijzigingen zouden willen doorvoeren, dus wat grotere dingen. Laten we zeggen, als gezin wil je een auto kopen, dan heb je daar zeg maar voor gespaard, -35-

daar heb je geld voor apart staan. Maar dan kan het toch niet de bedoeling zijn dat je dat geld gaat uitgeven aan, ik noem maar wat, een mixer of een stofzuiger. Dat komt ergens anders vandaan. Daarom pleit ik ervoor, en dat is afgelopen jaar hebben we dat ook gehad in eerste instantie geen post onvoorzien, later hebben we hem wel toegevoegd en daar hebben we ook dankbaar gebruik van gemaakt. Het zou dus jammer zijn dat als zeg maar, u zegt misschien een ton, dat is al een heel groot bedrag, dat ben ik met u eens. Maar als we daaraan tekort komen, dan zou het toch jammer zijn dat we daar dingen van de Zinkwegnorm gaan afknabbelen. En daarvoor pleit ik ervoor, kijk dan wat we afgelopen jaar hebben uitgegeven aan zeg maar onvoorziene uitgaven, en we zullen ergens in die buurt moeten gaan eindigen. Anders dan bind je het nieuwe college en de nieuwe raad toch wel een hand op de rug en dat zou ontzettend jammer zijn. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ja, we hebben al jaren geen post onvoorzien. Dus we hebben toevallig dit jaar een post onvoorzien, die hebben we gevuld met inderdaad de gelden vanuit Den Haag omdat de opschalingskorting niet doorging. Dat was 280 duizend euro, dat geld is nog niet op. en als ik dan kijk naar hoe we het de afgelopen jaren hebben gedaan, dan hebben we het daar ook mee gered.

We moeten wel keuzes maken en we moeten ook scherp zijn, soms kunnen we dan dingen niet. En dat moeten we ook accepteren. Dus volgens mij is hoe wij het nu voorstellen, dus wat ruimte in de begroting, moet dat voldoende zijn. En daarnaast nog een post onvoorzien die nog wat gevuld kan worden en daar komen we bij de decembernota op terug met middelen die dan uit die scan van die budgetten komen. Dus volgens mij moeten we daar, dat is in ieder geval de kijk vanuit het college hierop, dus vandaar het ontraden. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van mijnheer Visscher en dan ga ik naar de volgende wethouder. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Ja, dank u wel. Dus als ik het goed begrijp, als die motie wordt aangepast naar een ton dat het college hem dan wel aanvaard? Moet ik hem dan zo vertalen? Mevrouw Zinkweg: Volgens mij hebben wij al de toezegging gedaan dat wij voor het vormen van die post onvoorzien, dat we die scan al gaan doen. Daar zijn we tenminste al wel mee bezig. Dus daar moet u even wachten straks bij de decembernota wat daaruit is gekomen. En misschien is het wel 120 duizend of misschien is het 80 duizend. Maar kijk, we kunnen nu gaan zeggen: er moet per sé een post onvoorzien instaan. Dat betekent wel dat ik nu in de begroting een ton over had moeten halen en dat ik ook een jaar dan weer negatief uit ga komen.

Dus dat moet u wel meenemen in uw afweging hierop. Volgens mij kunnen we ook gewoon even afwachten wat die scan gaat doen en dan kunt u dat in de decembernota meegeven. De voorzitter: Ja, ik had mijnheer Lulofs nog beloofd, maar ik weet niet of die daar gebruik van wil maken. Dat hoeft niet. De heer Lulofs: Nee, oké, Heb ik eindelijk een keer het woord. Eigenlijk sluit mijn vraag aan bij die van mijnheer Visscher. En u zegt: ja, sommige dingen kunnen ook niet doorgaan. Nou, dat snappen we hier als raad snappen we dat ook. Het is ook niet zo dat we daar een post in fietsen, en voor mijn part is dat 1,5 ton, die we er gewoon maar doorheen jubelen. Het moet wel echt een nut en noodzaak hebben dat we dat geld gaan uitgeven.

-36-

De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan ga ik door naar de volgende wethouder en dat is mijnheer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Nou, aan mij de schone taak om te proberen iets op de tijd in te gaan lopen. Ik begin met de bijdrage van de VVD en daar eindig ik ook mee. Want mijnheer Visscher die zegt van: het college moet niet gaan uitbollen, zoals die dat zo zei. Nou, ik denk ook niet dat we dat als college, dat we dat niet van plan zijn. Deze wethouder is dat zeer zeker niet van plan. En waarom nou zeg maar deze begin om straks even het bruggetje te maken naar de moties van GroenLinks en mijnheer Snijders. Ik denk zeg maar dat we nog heel hard aan het werk zijn binnen het sociaal domein. Ik pak alleen maar even zeg maar het voorbeeld van er was een strijkservice waar de komende tijd nog hard mee aan de slag moeten, waarvan we ook denken dat ons dat vanaf 2023 boven op de reeds ingeboekte bezuiniging van 175 duizend euro, dat dat ons naar 300 duizend euro extra kan gaan opleveren. Dus er zijn nog heel veel zaken de komende maanden binnen het sociale domein wat de aandacht gaat vragen. En vandaar zeg maar even het bruggetje naar de motie van GroenLinks toe. Dat is dan de motie betreffende samenwerking binnen het sociaal domein, die gaat het college afraden.

En wel om de volgende redenen: wij ontberen op dit moment gewoon ook de capaciteit binnen het ambtelijk apparaat zeg maar om deze motie uit te gaan voeren. En als je dit echt wil gaan uitwerken, dan zou je hem echt ook moeten gaan pakken zeg maar in het thema waarvan de WG een motie heeft ingediend. Op het moment zeg maar dat je nieuwe taken bij ons wil neerleggen voor de komende periode, zeker in het sociale domein, dan zul je er ook knaken bij toe moeten voegen. Dus dan graag budget erbij. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ja, het is verwonderlijk. Want eigenlijk sluit deze motie heel erg aan bij een motie die is aangenomen, dat is namelijk transformatie en preventie. En daar gaat ook samenwerking in op. De heer Christenhusz: Het college heeft deze motie toch wat anders geïnterpreteerd. Want als het zeg maar aansluit of eigenlijk een motie is wat u al heeft aangenomen, dan is dit bij wijze van spreken een overbodige motie. Maar als u een inzicht wil zeg maar in alle samenwerking die er in dat hele grote vorm van het sociaal domein die wij kennen, dan ga ik u echt zeggen van: dan zult u extra budget daarvoor vrij moeten maken. Maar volgens mij, en dat was ook de oproep van de wethouder van financiën, moet u ook de dekking erbij aangeven. De voorzitter: Wethouder, als u nog een moment heeft. Mijnheer Snijders heeft nog een interruptie.

De heer Snijders: Mag ik daaruit begrijpen dat het inzicht er nu niet is? De heer Christenhusz: ik denk dat het inzicht er wel is, maar dat het er bij u niet is. En ik heb u wel vaker gezegd van: goh, kom eens een keer een kop koffie drinken, want dan zouden we zeg maar dit soort zaken met elkaar kunnen bespreken. Maar ik zou echt, het college is echt van mening om deze motie te gaan ontraden. Wij moeten nog aan de slag zeg maar met de preventieparagraaf vanuit het masterplan. Er ligt heel veel werk op ons bordje. Als u zeg maar een dusdanig geformuleerde opdracht nog een keer bij ons neer wil leggen, dan ga ik echt tegen u zeggen: dan zult u ook de knaken erbij moeten geven. De voorzitter: Mijnheer Snijders.

-37-

De heer Snijders: Ja, dat begrijp ik toch niet helemaal. Betekent dat dat als ik naar een ambtenaar heen ga en ik ga daar een uurtje zitten, dan weet ik alle samenwerkingsverbanden. Zit het zo in elkaar? Is het zo simpel? De heer Christenhusz: Was het maar zo simpel. En misschien moeten we dan vaker koffie drinken dan een keer, meneer Snijders. De heer Snijders: Ja, en dat is dus precies mijn angst. Deze motie is gedaan omdat wij bang zijn dat de samenwerkingsverbanden niet helemaal duidelijk zijn bij iedereen en dat het daarom misgaat. Dus dat je dingen misloopt en dat je daardoor dus bijvoorbeeld die autonome groei niet ziet aankomen. Want ik bedoel, als ik zeg maar technisch, ik heb een klein beetje verstand van auto’s. Als ik rook uit de motorkap zie komen, dan weet ik dat het tijd is voor de garage. Dan rij ik niet door tot die uit elkaar ploft, dan zeg ik: oh, dit is een signaal, dat moet ik even oppakken en dan ga ik daarmee naar de garage. En dat verwacht ik eigenlijk van het sociaal domein ook. Het is in coronatijd, dan zitten mensen meer thuis. Als psychiater denk ik van: nou, mensen zitten meer thuis, dicht op elkaar, gaan elkaar naar de haren vliegen. Dus let op, daar komt weer meer werk uit. Zoiets.

Nogmaals ik ben geen specialist in het sociaal domein, maar als ik dat wel zou zijn dan had ik het mijzelf heel kwalijk genomen als ik dat soort ontwikkelingen niet had zien aankomen. En daar gaat het eigenlijk over. De voorzitter: Ik zag nog mevrouw Nevels en dan ga ik weer terug naar de wethouder. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik heb geen verstand van auto’s, maar ik vind die vergelijking denk ik ook wel iets te ver gaan. Inhoudelijk snap ik de oproep in de motie heel goed. En het triggert mij ook wel, het triggert onze fractie ook wel om te weten hoe de hazen lopen. Maar ik snap ook van de wethouder dat daar op dit moment gewoon geen capaciteit en geen geld voor is. Is het dan een optie, meneer Snijders, dat we dat meenemen zoals die oproep die ik heb gedaan in het forum, dat we het parallel aan het college met de raad samen dit onderwerp goed en duidelijk op de agenda zetten. En dat we zelf ook wat voorwerk doen, is dat misschien een optie om nu niet als motie in te dienen, maar om hem op die manier bij de kop te pakken? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nog even weer terug naar mijnheer Snijders. Want het was een oproep naar hem. De heer Snijders: Ja, een heel sympathiek voorstel. Want ik denk namelijk dat dan de optie als het ware wordt aangenomen.

Ja, niet de motie, maar ik bedoel: het maakt mij niet uit hoe ze het gaan doen, als ze het maar gewoon doen. Want als er iets belangrijk is, dan is het dat je weet hoe de organisatie werkt. En dat hebben we bij het masterplan ook gezien, dat op een gegeven moment iemand naar je toekomt, die zegt: goh, dit is wel verhelderen. Dat was iemand uit het sociaal domein zelf. Dat vind ik altijd een beetje gevaarlijk. Net zoals terug naar de auto, dat de monteur zegt: goh, waar die peilstok precies zit dat weet ik eigenlijk niet. Nou, dan zit je waarschijnlijk bij de verkeerde garage. Maar dat neem ik dankbaar aan, dan trek ik de motie in. De voorzitter: Oké, dan ga ik weer terug naar de wethouder. Wethouder. De heer Christenhusz: Dank u, voorzitter. Dan de tweede motie van GroenLinks betreffende de onzichtbaren in het sociaal domein. Nou, volgens mij heeft u daar in de raad ook al een discussie gevoerd van: hoe vind je die onzichtbaren dan? Maar ik denk zeg maar, en ook daarvoor geldt weer dit uitnodiging om die kop koffie eens een keer te drinken, want dan had ik u kunnen vertellen rondom

-38-

deze motie dat wij heel veel van dit soort netwerken kennen. U pakt een voorbeeld op zeg maar van het niet betalen van de huur als een signaal naar de gemeente toe. Nou, dan had ik tegen u kunnen vertellen: daar kennen wij het project vroeg erop af voor. Dat hebben we al, op het moment zeg maar dat iemand in Oldenzaal niet de huur betaalt, dan komt er een signaal bij ons binnen. En dan gaan wij daar binnen het sociaal domein op acteren. En we kennen dat niet alleen zeg maar in het kader van het project vroeg erop af, waar we afspraken hebben gemaakt met ziektekostenverzekeraars, met energiebedrijven, met woningbouwcorporaties. Maar we hebben een meldpunt verward gedrag, we kennen bemoeizorg in Oldenzaal, we hebben een armoede preventie coördinator. We kennen allerlei zorgnetwerken in het onderwijs waaruit ook signalen uit voortkomen, dus er is al heel veel in Oldenzaal. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Daarmee is het antwoord op de motie dus heel erg simpel te geven. Want kijk, ik weet het niet. Ik had misschien bij u koffie moeten drinken, dat heb ik niet gedaan. Dat zal ik misschien in de toekomst, maar ik doe geen toezegging. Dat hoeft niet, hè. Ik wil het best wel, maar dan moet je het ook nog doen. Dat is zo van: ik kom nog wel een keer langs. Maar dan is de motie heel eenvoudig te beantwoorden met een simpele brief van de ambtenaar.

Het probleem is minimaal en er zijn geen onzichtbaren en noem maar op, want we hebben alle tentakels uitstaan en het werkt goed. Maar dat weten wij dus niet, nou goed, dat komt door het gebrek aan die kop koffie. Maar ja, als u dat dus wel weet, dan is die vraag ook gewoon heel simpel te beantwoorden en dan ben ik tevreden. Dan zegt u gewoon: het is geen probleem of het probleem is minimaal, daar kunnen we niks aan doen, klaar. De voorzitter: Wethouder. De heer Christenhusz: Voorzitter, wat ik zeg: we kennen heel veel netwerken met heel veel signaleringsfuncties in Oldenzaal. Als u daar de conclusie aan verbindt, want die heb ik dus niet getrokken, dat we daardoor geen zorgen in Oldenzaal hebben, dat is een hele andere discussie. Maar dan denk ik weer van: hoe willen we dat dan met elkaar in beeld gaan brengen? Roept u dan op om inderdaad een heel bataljon aan consulenten en mensen aan te trekken zeg maar die huis aan huis gaan kijken of er zorgmijders zijn, dan ben ik erg benieuwd naar welke oplossingsrichting u heeft. Er is heel veel in Oldenzaal, ik durf de stelling en de discussie met u aan dat dat voldoende is. Maar u hoort mij niet zeggen dat we daarmee iedere zorgmijder in beeld hebben.

Iemand die bij wijze van spreken geen overlast pleegt in Oldenzaal die gewoon zijn huur netjes betaalt, maar misschien wel zeg maar op andere stukken een stukje ondersteuning van ons als overheid zou kunnen gebruiken, maar vanuit zichzelf en de intrinsieke motivatie vanuit zichzelf geen gebruik van wil maken, die hebben wij niet altijd in beeld. Mooier kan ik het ook helaas voor u niet maken. De voorzitter: Ik zag mijnheer Winkelhuis nog en dan ga ik weer terug naar u, mijnheer Snijders. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, collega Snijders. Ik denk dat een kop koffie sneller gaat dan een brief. De voorzitter: Dan ga ik nog even naar mijnheer Visscher, want die wilde u ook nog iets meegeven. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Nou, meer een reactie op wat de wethouder zegt. Ik hoor heel veel netwerken. Is het misschien dan niet zo dat we teveel netwerken hebben of dat mensen

-39-

dan door de veelheid aan netwerken niet meer bij het juiste loket terecht komen? En dan kom ik weer op de centrale toegang tot het sociaal domein, wat al eerder genoemd is. Dus ik denk dat we daar dan vooral de focus op moeten leggen, meer dan op wat GroenLinks voorstelt. En ik denk ook, we maken wel als gemeente heel veel reclame en promotie voor alle loketten die wij hebben. Dus ik denk dat het daar niet zo zeer aan schort. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visscher. Of mijnheer Visscher, mijnheer Snijders. Dat komt in de buurt. En dan ga ik naar de wethouder. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ja, dank u wel, voorzitter. Kijk, eigenlijk zit de gedachte erachter, dat is dat mensen die recht hebben op zorgen of die dat nodig hebben maar dat niet zelf melden, dat je die wil helpen. Dat is een soort van barmhartigheidsprincipe ofzo, of hoe noem je dat, dat weet ik niet. Maar daarnaast is er nog zoiets, als die mensen in een later stadium, doordat het verschil arm-rijk toeneemt, zouden ze ook wel eens de cliënten kunnen zijn die de autonome groei veroorzaken. Dus er zit nog een gedachte bij achter. Misschien komen ze vroeg of laat toch in dat domein terecht. Nou, en dan is het wel prettig als je dat een beetje ziet aankomen. Dus stel dat in Oldenzaal twee mensen zitten die niet zichtbaar zijn, dan is het niet zo’n heel groot probleem.

Maar als het er honderden zijn, dan maak ik mij wel zorgen. En om de menen, en om de eventuele autonome groei die eraan gaat komen. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer Christenhusz: Dat suggereert zeg maar dat er een correlatie ligt tussen de autonome groei die we bijvoorbeeld zien in de jeugdzorg, en het aspect van zorgmijders. En die correlatie, die durf ik niet zeg maar als wethouder te beweren. De voorzitter: Gaat u vooral door. Want ik zie non-verbaal in ieder geval geen aanstalten, dus gaat u vooral door. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Nou, dan gezien de snelheid geen opmerkingen bij het betoog van de WG. Heel snel even kijken naar de PvdA, die maakt een opmerking over de energiearmoede. En die denken inderdaad, de WG heeft daar volgens mij ook wel iets over genoemd, dat is wel een thema zeg maar waar we de komende tijd in de gaten zullen moeten gaan houden en ook op rijksniveau en op landelijk niveau is hier reeds aandacht voor. Dus ook de VNG is al bezig om te kijken of we rondom het thema van energiearmoede toch niet het Rijk moeten zien te bewegen om daar wat extra financiële middelen voor beschikbaar te gaan stellen. Dan in het betoog van het CDA staan er wel wat specifiekere vragen in de richting van deze portefeuillehouder.

En dat gaat in eerste instantie over de stand van zaken van de Twentse samenwerking rondom de ontwikkeltafels Twente. Nou, het is denk ik goed om te weten dat wij op 13/12 wederom een breed bestuurlijk overleg hebben over die ontwikkeltafels. En ik kan me inderdaad wel voorstellen dat we over die uitkomsten eens een raadsinformatiebrief maken en u bijpraten over wat nou eigenlijk de stand van zaken van die ontwikkeltafels is. Dus wat dat betreft kan de griffier die als toezegging van deze kant uit noteren. De collectieve verzekering, waarom duurt dat zo lang? Vorige keer heeft u het Emmens model aangekaart, u zei van: goh, college, ga eens kijken naar de gemeente Emmen, want daar heeft men een zorgverzekering gemaakt waarbij men ook in staat is zeg maar om te besparen. Nou, we hebben wel degelijk naar dat Emmens model gekeken. Maar het Emmens model is nou net geen zorgverzekering. Het is geen collectieve zorgverzekering voor de doelgroep zoals wij die nu in Oldenzaal en in Twente geformuleerd hebben. Het is eigenlijk niet meer en niet minder dan een vergelijkingsportaal, waarin je als inwoners van Emmen je persoonlijke situatie kunt intoetsen. En dan -40-

maakt dat vergelijkingsportaal geeft aan wat dan voor jou de meest passende zorgverzekering was. Dat is een optie waar u straks als raad voor kunt gaan kiezen. Maar het leek ons wel verstandig om daar nog wat andere opties naast te gaan zetten. En ik heb eerder aangegeven: dat doen we samen met de gemeente Enschede, want die zit ook in zo’n ontwikkeltraject. En wij denken, en volgens mij kom ik dan tegemoet aan uw oproep, dat in het eerste kwartaal nog te kunnen gaan presenteren. De voorzitter: Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Kijk, het Emmens model is natuurlijk juist een alternatief voor die collectieve zorgverzekering. Dat is in ieder geval waar onze fractie ook in ieder geval onderzoek naar wil doen. Want het alternatief kan een hele mooie besparing opleveren en bedient wel een stukje maatwerk nog steeds naar onze inwoners van: wat heeft die inwoner dan echt nodig? Wij zijn van mening dat de inwoner soms nu ook wel eens te veel betaalt voor een zorgverzekering en heel erg over verzekerd is. En dat willen we ook graag dan in het onderzoek zien. Maar fijn dat de toezegging er is en dat nog voor de volgende raadsperiode naar voren komt. De heer Christenhusz: En we zijn heel druk met de integrale toegang, daar zitten we echt in een afrondende fase.

Het enige aspect zeg maar waar we op dit moment echt nog de aandacht aan moeten hebben, dat is de huisvesting van het team. Dat is nog wel even een aandachtspunt. Waar gaan we zeg maar het team uiteindelijk zeg maar definitief huisvesten? En moet er als opmaat daar naartoe nog tijdelijke huisvesting gevonden worden en waar is dat dan? POH Jeugd. De voorzitter: Wethouder, als u nog een momentje heeft. Mijnheer Maartens, per interruptie. De heer Maartens: Ja, wij hebben over die centrale toegang en huisvesting al eens een keer wat geroepen. Ik merk ook dat wij in de raad het lang niet allemaal met elkaar eens zijn. Maar wat ik wel heel erg belangrijk vind is dat met name de betrokken organisaties en het gedachtegoed van die betrokken organisaties daarin meegenomen wordt. Ik hoor al te veel in de wandelgangen nog dat het per sé in het stadhuis moet. En daar maak ik mij zorgen over. De heer Christenhusz: Volgens mij hebben wij aangegeven dat we over de definitieve huisvesting echt nog met u als raad aan de slag moeten. De discussie zeg maar over: kun je dat dan zeg maar in dit huis huisvesten? Dat heeft alles ook te maken zeg maar met de discussie die u als raad nog moet gaan voeren over het stadhuis of het huis van de stad. Nou, die discussie vindt onder de verantwoordelijkheid van portefeuillehouder Welman plaats, onze burgemeester.

In opmaat daar naartoe zullen we ook naar een stukje tijdelijke huisvesting moeten en dat is op dit moment wel iets waar we heel erg naar aan het kijken zijn. En de geluiden zijn divers, als je meerdere partijen aan tafel hebt dan is de ene partij neigt er wat meer naar zeg maar om het buiten het stadhuis te plaatsen. Voor de andere partij is het stadhuis bespreekbaar of zelfs een must. En ik denk zeg maar dat we daar met elkaar, met de partijen die de integrale toegang zullen gaan vormen, daar uiteindelijk zeg maar met een goed advies in uw richting moeten gaan komen. De voorzitter: Dat was het, wethouder? De heer Christenhusz: Nee, dan nog even de vraag over de financiering van de praktijkondersteuning jeugd, een vraag van volgens mij was het meneer Ten Vergert van de CDA fractie die daar de vorige keer aandacht aan vroeg. Daar zijn inderdaad besprekingen over gevoerd met Menzis. Menzis stelt zich op het standpunt dat zij de praktijkondersteuner GEZ financieren, dus eigenlijk de 18 plus. En dat lees ik even letterlijk voor: financiering van andere interventies liggen op het terrein van de

-41-

gemeente. Dus helaas zeg maar heeft die gesprekken in het werkgebied van Menzis niet wat opgeleverd. De voorzitter: Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Dat is wel spijtig, want in andere regio’s wordt het toch wel anders ingericht. En wellicht zou dat ook nog een keer op de agenda kunnen worden gezet van bijvoorbeeld een VNG bijeenkomst. Dat eigenlijk zorgverzekeraars daar landelijk anders mee omgaan en dat de VNG misschien toch wel werkcontact kan opnemen met de NZA om dat beter geborgd te krijgen. Dus ik zou het wel prettig vinden als de gemeente hier nog wel blijvend actie op houdt eigenlijk. De heer Christenhusz: Dat nemen we mee. Terechte opmerking. D66 had geen vragen in mijn richting. En dan ga ik door naar de moties van de VVD, maar gezamenlijk ingediend zeg maar met het CDA. Dat begint met de centralisatie van de agenda POH Jeugd. Even zeg maar voor de beeldvorming, alle POH’s die wij hebben in Oldenzaal, die zijn in dienst bij Mediant. En Mediant moet de planning en de urenverdeling doen. Nou, op basis van uw signalen zijn we tot de conclusie gelopen dat we daar volgens mij maar eens nadrukkelijker in gesprek moeten met Mediant. En dat gaan wij de komende tijd ook doen. Dat wordt zowel ambtelijk als bestuurlijk gedaan. En het lijkt mij goed zeg maar dat we de uitkomsten van dit overleg, dat we u daarover informeren.

En daarmee nemen we dus in feite de motie over, wat dat betreft. De motie rondom de een keukentafelgesprekken, dat is echt een onderdeel zeg maar binnen het proces van de integrale toegang. Dus ook die motie, die neemt het college wat dat betreft dus ook over, want dat zult u terugvinden zeg maar in de zaken die u straks hoort als wij de integrale toegang aan u presenteren. En dan de derde motie, daar zitten we misschien net iets even anders in. Want we kennen natuurlijk nu een pilot rondom anders indiceren, dat doen we met twee zorgaanbieders. Wij zouden toch vanuit de kant van het college toch ook wel graag even de uitkomsten van die pilot willen afwachten. Maar willen wel de komende tijd de voorbereidingen treffen c.q. de afwegingen gaan maken om anders indiceren zeg maar ook naar andere onderdelen van onze zorg, om die uit te breiden. En ik ben erg benieuwd zeg maar hoe u als raad tegen die suggestie van het college aankijkt. De voorzitter: Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik merk dat wij er net iets van mening verschillen. Wij willen gewoon echt die vaart erin houden en niet teveel een afwachtende houding aanhouden. Maar we willen gewoon echt graag stappen zetten. Wij hebben vanuit het werkveld teruggekregen van: hé, dit wordt heel positief ervaren.

Laten we dan ook met het werkveld gaan kijken van: waar liggen nu nog kansen om het stukje zelf indiceren ook gewoon, ja, door te gaan zetten? Denk aan meerdere zorgaanbieders, die we echt als partner zien, maar denk ook aan andere vormen van indiceren. Het zit nu heel erg op het stukje dagbesteding volgens mij, maar dat zou misschien ook wel op de individuele begeleiding kunnen. En daar gaat het ons om, van: laten we vooral dat gesprek op korte termijn gaan voeren. De heer Christenhusz: Maar volgens mij dat bijt elkaar niet. En ik snap zeg maar en ik ben ook blij zeg maar dat de zorgaanbieders positief zijn over anders indiceren. Ik vind ook wel zeg maar dat we hun ervaringen even naast de ervaringen bij ons intern moeten gaan leggen. Dus ervaar vooral zeg maar mijn opmerking er niet een van remmen. Maar ik zou even wat meer tijd willen hebben en even een pas op de plaats willen maken door te zeggen: wat levert dit nou op vanuit die visies van die zorgaanbieders? Hoe wordt er intern tegenaan gekeken? En wat zijn dan, als je die beide beelden bij elkaar brengt, onderdelen zeg maar van de zorg waar we dat anders indiceren ook nog kunnen gaan -42-

uitbreiden? Dus even een evaluatie afwachten duurt niet zo lang, als die gaat komen, voorbereidingen treffen en dan doorschakelen. De voorzitter: Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Ja, dan de logische vraag, en ik zag mevrouw Nevels ook al wenken: wanneer is de evaluatie dan? De heer Christenhusz: Volgens mij zijn wij in het project voor de zomervakantie gestart en zou de evaluatie na een jaar plaatsvinden. De voorzitter: Goed, het is mooi voor de tweede termijn. Dan kunt u in de schorsing er nog mooi over nadenken. Dan ga ik naar mevrouw Renkema. Mevrouw Renkema: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kijk ook met een schuin oog naar de klok. En ik wil gewoon even op alle verschillende bijdragen ingaan, inclusief de moties die door verschillende partijen zijn ingediend. GroenLinks had geen opmerkingen en geen moties betreffende mijn portefeuille. WG wel eigenlijk, hè. Er waren geen vragen gesteld, maar er waren wel twee moties ingediend. De eerste motie, motie nummer 4, die ging over het stadstoilet. Over dat stadstoilet, daar hebben we met verschillende leden van uw fractie ook al wel de afgelopen tijd contact gehad. Er zijn ook al op verschillende manieren zijn er ondernemers benaderd. Soms waren de gesprekken al heel ver, dan dachten we: nou, nu gaat het echt gebeuren. En dan gebeurde het toch niet.

En meneer Van de Biggelaar die heeft ook in een nieuwsbrief heeft die ook ondernemers opgeroepen om dat te doen. Maar tot nu toe is het gewoon niet gelukt. En wij vinden eigenlijk het wel horen bij gastvrij Oldenzaal, dus het is niet alleen een taak van de gemeente, maar het is ook een taak van ondernemers zeg maar om de inclusieve samenleving ook daar gewoon te bevorderen. Tot nu toe is het gewoon niet gelukt. Nou zijn er natuurlijk wel alternatieven te bedenken dat de gemeente dat bijvoorbeeld zelf op gaat pakken. Nou, dan moet je gaan denken aan, dan moeten we eerst een locatie vinden, want we hebben zelf geen vastgoed. Je moet denken aan schoonmaakkosten, toezichtkosten, et cetera. Dat zou een alternatief kunnen zijn. Nou, dat kost wel eventjes tijd om dat uit te rekenen van: welke alternatieven zijn er allemaal? Dus wat u in uw motie aangeeft van nog voor de decembernota, dan zou die volgende week al in het college moeten zitten. En ik wil eigenlijk, als ik heel eerlijk ben zou onze energie moeten zitten in het stimuleren en het oproepen van ondernemers om dit te gaan doen. Want je weet gewoon dat die andere variant ons heel veel geld gaat kosten.

Maar ik kan u wel zeg maar toezeggen om in het voorjaar daar een memo richting de raad te doen van waar die verschillende alternatieven zijn uitgerekend ook van: wat kan wel? Maar we blijven wel ook stimuleren dat ondernemers dit zelf oppakken. Want het is met name in de avonduren een probleem, niet overdag. Want dan zijn er wel een aantal alternatieven. Het gaat om die avonduren van dat er dan geen invalidetoilet beschikbaar is. Want de invalidetoiletten die wij hebben, die zijn al tijdens daguren wel beschikbaar, maar juist tijdens avonduren niet. Dus we kunnen een memo maken om die verschillende alternatieven, maar het gaat niet lukken voor de decembernota, zoals het in uw motie is aangegeven. De voorzitter: Goed, wethouder. Als u even een momentje heeft, want er zijn in ieder geval twee interruptieverzoeken. Mevrouw Rödel en mijnheer Visscher zag ik. Mevrouw Rödel: Mevrouw Rödel: Ja, dank u wel. Ja, ik heb even een vervolgvraag aan de wethouder. Wij hadden destijds gevraagd of u eens mee wil gaan met een klas op wielen bijvoorbeeld, om te kijken hoe inclusief Oldenzaal eigenlijk is. Mijn vraag komt nu op van: in hoeverre heeft u dat inmiddels gedaan? -43-

En als u dan komt met een advies over een openbaar toilet zou u wellicht ook kunnen komen met adviezen om een meer inclusievere stad te worden, voor onze mindervalide mensen. De voorzitter: Nog even naar mijnheer Visscher. De heer Visscher: Eigenlijk een heel goed idee dat bedrag. Mijnheer Lulofs woont op een prachtige plek in de binnenstad, dus misschien dat hij gewoon dat toilet ter beschikking kan stellen. De heer Lulofs: Nou, dan heb ik een ander voorstel. De grootste fractiekamer hier die is van de WG. Daar kan je ook een stukje afhalen en een oprijlaantje ervoor, dat zou ook passen. De voorzitter: Goed, de wethouder. Mevrouw Renkema: Ja, om op het laatste in te gaan. We hebben hier natuurlijk een invalidetoilet hier in het stadhuis. Maar het gaat juist om die avonduren en dan om het toezicht en de schoonmaak. Dus dat willen we eigenlijk wat efficiënter regelen dan alleen maar een toilet beschikbaar te stellen tijdens de openingstijden van het gemeentehuis. De heer Yildirim: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel. Het gaat juist ook om, inderdaad zoals u ook aangeeft, de avonduren. Zelfs misschien de nachturen. En er komt ook een kostenplaatje bij, maar vandaar ook dat wij het uitgezocht willen hebben. En dat het dan niet volgende week lukt, daar kunnen we wel iets op met elkaar bedenken.

Maar uiteindelijk wel dat we wel iets gaan realiseren en niet in die wachtstand gaan zetten, zoals we eigenlijk in die afgelopen periode. Het was geen wachtstand, we hebben heel veel initiatieven ondernomen. Maar elke keer moesten we wel op het resultaat wachten en we hadden geen resultaat. En nu moeten we toch denk ik als gemeente ook, als raad, in ieder geval iets vinden en ook gewoon doorpakken nu. En die oproep willen we wel gaan doen. Kijk, dat februari nog prima, maar dan moeten we wel met elkaar dan wel bepaalde scenario’s hebben dat we ook gewoon keuzes kunnen maken. De voorzitter: En dan ga ik nog even naar mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Ja, ik had net nog een vraag gesteld. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Renkema: Ja, die had ik nog staan. Nou, we hebben het niet elke keer op de wachtstand gestaan, want meneer Van de Biggelaar is echt bij verschillende ondernemers ook langsgegaan. Maar ja, dan moet je wel op een reactie moet je wachten of zij het wel of niet willen. Maar goed, ik ben blij ook dat u zegt van: het kan inderdaad volgende week niet. Wij leveren dan gewoon een notitie aan waarin verschillende alternatieven zijn uitgewerkt. En of het er drie zijn of twee of vier, ik denk dat dat u niet zo heel veel uitmaakt, denk ik. De voorzitter: Dan ga ik naar mijnheer Lulofs. Ja, u heeft eerst mevrouw Rödel nog, dat klopt. En dan ga ik naar mijnheer Lulofs.

En om iedereen daar alvast even op voor te bereiden, dan schors ik even. Want anders wordt de pizza koud. Dus dan gaan we na de schorsing met de wethouder weer verder.

-44-

De wethouder maakt eerst haar verhaal even richting mevrouw Rödel af en dan kom ik bij mijnheer Lulofs. Mevrouw Renkema: Ja, de klas op wielen, ik ben nog niet met hen op pad geweest. Ik weet wel dat er contacten zijn en de klas op wielen is volgens mij ook op bezoek geweest in de Vijfhoek om te kijken van hoe toegankelijk die nou was. Nou, daar was ik niet bij. Maar we willen natuurlijk allemaal toe naar een inclusieve samenleving. Ik ben al heel blij dat zeg maar die varkentjes ook, er mankeert aan sommige mensen zeg maar, dat is niet helemaal, maar dat gaat ook uit daarvan. In dat opzicht ben ik daar wel blij om, want een inclusieve samenleving, iedereen moet daar gewoon aan mee kunnen doen. En dat vind ik heel erg belangrijk en daarom wil ik zeg maar ook die klas op wielen verder daarbij betrekken, bij de verdere invulling van: hoe toegankelijk is de binnenstad? Maar ook door corona, er heeft eens een keer een afspraak gestaan en door corona is daaraan geen doorgang gegeven. Maar ik weet wel dat onze verkeersambtenaar regelmatig contact heeft met die klas op wielen om te kijken hoe zij tegen bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld op die hellingbaan in die Vijfhoek, hoe zij daar tegenaan kijken. Dus het heeft wel degelijk onze aandacht, de klas op wielen. De voorzitter: Mevrouw Egbers heeft hier nog weer een interruptie op en dan ga ik naar mijnheer Lulofs. Mevrouw Egbers.

Mevrouw Egbers: Ja, de klas op wielen is inderdaad al in de Vijfhoek geweest, samen met een ambtenaar van u. En daar hebben we de hellingshoek iedere keer bekeken, ook de ingang van de Vijfhoek aan de parkeerplaatskant die hebben we bekeken. Dus daar is inderdaad al contact geweest met de klas op wielen en met de ambtenaren. Mevrouw Renkema: Dat is ook iets waar ik constant ook bij de ambtenaren naar vraag, om zeg maar contact op te zoeken bij bepaalde ontwikkelingen gewoon ook. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, dan wou ik nog een suggestie meegeven voor een openbaar invalidetoilet. Wij zijn in Oldenzaal toch wel heel sterk met het maken van werk van werk. En we moeten nog bewaakte fietsenstallingen inrichten. Neem dat mee, net zoals ze dat in Zwolle doen en volgens mij ook in Deventer. Dat zou in ieder geval een goede toevoeging kunnen zijn. De voorzitter: De wethouder tot slot en dan ga ik over tot de schorsing voor de pizza. Mevrouw Renkema: Ik heb zonet al toegezegd dat ik graag een memo, daar dat allemaal ook wel aangeef. Want het gaat niet om het realiseren, het gaat erom hoe je de toezicht en schoonmaak kunt regelen en welke exploitatiekosten dat met zich meebrengt. De voorzitter: Goed, ik schors de vergadering tot 7 uur. En u weet allemaal, op het moment dat u de raadszaal verlaat, om dan de mondbescherming voor te doen. Heel mooi.

Dan zie ik u om 7 uur in deze raadszaal weer terug. Ik wou zo weer beginnen, dus ik weet niet waar iedereen is, maar ik mis nog twee fracties. Ik mis nu nog een fractie. Dus als iedereen weer op zijn plekje wil gaan zitten. Heel goed. Goed, ik heropen de vergadering. En ik nodig wethouder Renkema uit om weer te starten bij waar ze gebleven was. Mevrouw Renkema: Ja, dan ga ik inderdaad verder. Ik was bij de WG gebleven en dat ging over de motie archeologie. Ik wil die eigenlijk in een breder verband, mijn reactie op die motie, toelichten. Want wat zijn wij nu ook van plan? En dat staat ook wel in de begroting als zodanig beschreven dat -45-

we willen volgend jaar kijken hoe we de locatie van topsportpand, hoe we daar een nieuwe invulling aan kunnen geven. En nou, er wordt gekeken van: hoe moet dat eruit zien in het kader van de verdere aanpak van het Singelpark? Dat staat voor volgend jaar op het programma. En omdat natuurlijk die opgaven liggen daarnaast, willen we dan gelijktijdig ook het proces rondom de archeologie verder invulling van die locatie willen we kijken om archeologie zichtbaarder te maken. in het huidige ontwerp van het Singelpark staat ook een moderne verbeelding van de Deurningerpoort bijvoorbeeld. Dat zijn van die stalen palen zijn dat. In feite is dat het vastgestelde ontwerp. Maar gelet op wat er vorig jaar is gebeurd hier in Oldenzaal en welke reacties dat te weeg bracht hebben wij natuurlijk ook wel door dat we die stalen palen, die zijn nog niet besteld, maar willen we daar toch op een andere manier daar invulling aan geven. Hoe en op welke wijze, daar willen we graag ook de bevolking van Oldenzaal willen we daarbij betrekken, dat willen we breed doen. Dat willen we doen met de Oldenzaalse musea, een aantal erfgoedclubs. Maar wie we daar ook bij willen betrekken zijn de jongeren. We willen daar eigenlijk een proces op zetten dat we ze zo veel mogelijk en zo breed mogelijk dit in de stad ophalen.

Dus als ik dan naar de motie kijk, dan wordt er gevraagd om ruimte te geven en medewerking te verlenen aan verschillende ideeën en initiatieven van de bevolking zelf. Ja, volmondig ja, dat willen we heel graag. Een gedragen plan te maken, dat willen we dan op basis van wat we op gaan halen willen we kijken van: nou, wat past dan het beste op die plek? En dan wordt er gevraagd om verdere uitwerking van bovenstaande financiële middelen in de decembernota op te nemen. Nou, als we naar de huidige begroting kijken, dan is er al voor archeologie geld opgenomen. Dat is 20 duizend structureel, dat is onder andere bedoeld voor initiatieven die voorbij komen. Bijvoorbeeld het textielfestival, boom met beren, maar ook archeologie. Daar hadden we nooit bedragen voor opgenomen. En wat je ook ziet van de Oldenzaalse erfgoed is ook heel erg populair, maar ook rijk aan wat er onder de grond zit. Dus vandaar, dat is ook op die manier op bladzijde 159 van de begroting is dat beschreven. Dus daar is inderdaad ook al geld voor gereserveerd. Maar als ik het, zeg maar in feite voeren we die motie uit. Ja, en 3 hoefde eigenlijk niet, want we hebben al financiële middelen. Maar dat willen we graag oppakken in het kader van als we met het topsportpand, als we daarmee bezig gaan, om ook dan te kijken hoe we archeologie zichtbaar kunnen maken. Dus dat is eigenlijk mijn reactie op deze motie.

Dan gaan we naar de bijdrage van de PvdA, daar zaten eigenlijk geen vragen in. Wel werd daar in de tekst vermeld dat er voor startersleningen zes ton beschikbaar zou zijn. Nou, volgens mij stellen we nu weer voor om twee ton voor het nieuwe jaar beschikbaar te stellen. Daar kunnen we ongeveer vijf starters mee helpen. En dan wij melden wel als dit budget weer op is, dat we de gemeenteraad daarvan informeren. Want wij hebben ook niet precies kunnen we helder, ja, we kunnen het wel helder krijgen, maar het is natuurlijk een resolverend fonds, er komt ook steeds weer geld terug. Dus er komt wat terug en dan kunnen we dat ook weer investeren. Dus we gaan nu weer twee ton, dat staat ook in de begroting, beschikbaar stellen. We hebben per 1 oktober ook twee ton beschikbaar gesteld. Dus als het op is dan melden we dat bij de gemeenteraad. Dan de CDA-fractie, die vroeg naar de stand van zaken over de sloop van de Deurningerpoot. Ja, de sloop van de poot naar de Deurningerstraat, het is maar net, maar iedereen weet wel wat ik bedoel. Zoals voor zover wij het nu weten heeft er vorige week een interne asbestsanering plaatsgevonden en is het de bedoeling dat de poort er deze week of begin volgende week gesloopt wordt. Tenminste, dat staat in de sloopmelding, dat hoor ik ook van de opzichter buiten dat die afspraken heeft gemaakt met de sloper.

Dus ik ga ervanuit dat dat ook invulling gaat krijgen. Dus als het goed is wordt er in november wordt die poot nog gesloopt. Dan over de PostNL. De voorzitter: Ja, mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Krijgen wij daar een uitnodiging van? Het is natuurlijk een …

-46-

Mevrouw Renkema: Wij zijn daar niet de organiserende partij voor om daar iets van te maken. Dus ja, ik heb ook geen uitnodiging ontvangen zeg maar. De HMO die stelt dat in zijn werk. Dus ik weet niet precies hun planning, maar ik denk dat we het vanzelf wel merken dat die poot inderdaad gesloopt wordt. En ik moet eerlijk zeggen dat ik regelmatig deze week de stad in ga lopen ook puur uit nieuwsgierigheid of het inderdaad ook, want ik ben ook wel benieuwd hoe dat er dan uitziet. Want het heeft natuurlijk jaren heeft die poort daar gestaan. Dan de PostNL locatie. Wij hebben bij het HMO zeg maar, die locatie is van hen. Wij hebben bij de HMO het verzoek liggen om met een plan te komen waar ook een oplossing voor het parkeren is. En tot op heden hebben wij dat nog niet mogen ontvangen. Daar zitten ook verder geen contracten onder, het is hun locatie en zij moeten daar plannen ontwikkelen die ook door ons goedgekeurd worden. En tot nu toe hebben we nog geen oplossing voor het parkeren gezien. Maar we hebben de laatste tijd ook geen nieuw plan meer ontvangen. Dus dat is gewoon inderdaad nog afwachten. Dan de Dr. Kuijpersstraat daar vraagt u aandacht voor. Ik wil eigenlijk voorstellen, u zegt van: misschien daar nog een motie over. Maar twee keer per jaar worden de verkeersknelpunten worden hier aan u voorgelegd, ook qua prioritering welke we de komende tijd gaan aanpakken.

En ik stel voor, hij staat er al op, om in die integrale afweging dan ook de Dr. Kuijpersstraat op basis van veiligheid, ongevallen en financiële middelen, werk met werk maken, dat zijn ongeveer de criteria voor de prioritering van die lijst. Om dan te kijken van of die Dr. Kuijpersstraat ook inderdaad omhoog moet of niet en dan een integrale afweging met de andere verkeersknelpunten in onze stad. De voorzitter: Mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Maar denkt u dat we dan op tijd zijn voor het plan Kuipers? Mevrouw Renkema: Dat denk ik wel, het is ook van u van waar u de klap op geeft. We hebben natuurlijk wel voor 2022 al plannen op stapel staan, die heeft u ook goedgekeurd de laatste keer. Maar bij Kuipers moeten we eerst nog een bestemmingsplanprocedure moet er nog plaatsvinden. Dus voordat dat zijn beslag krijgt denk ik inderdaad dat we dan wel in 2023 zijn. Dan heeft u genoeg mogelijkheden om nog deze straat eventueel hoger te prioriteren. Dus ik zou zeggen van: breng het daar dan als we die knelpuntenlijst bespreken, breng het dan daar in. Dan het amendement over Oldenzaal Promotie, dat is door D66 naar voren gebracht. Nou, volgens mij werd dat in het debat ook al aangegeven, het geld voor Oldenzaal Promotie, u zegt: ja, we gaan korten. Maar we krijgen nu iets extra’s zeg maar waar we inderdaad een bepaalde afbouw in hebben aangebracht. En die afbouw is niet voor niks.

We hebben gezegd: zij kunnen middelen kunnen ze genereren als die digiborden ook inderdaad er zijn, daar kunnen ze op verdienen. En dat is de bedoeling dat die in maart ongeveer geplaatst gaan worden. Dus dan kunnen zij zeg maar een bepaald verdienmodel creëren en wij vinden ook, het is natuurlijk ook een fonds marketing en promotie is ook wel iets van voor en door ondernemers. Dat ook Oldenzaal Promotie geprikkeld moet worden om ook daar zeg maar geld vandaan te halen. De voorzitter: Ja, mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo: Dank u, voorzitter. Ik begrijp heel goed inderdaad dat er een verdienmodel aan zit. En ook heel goed dat er vanuit het college daarnaar wordt gekeken, want het is inderdaad niet de bedoeling om onze ondernemers te gaan pamperen, daar zijn we ook niet voor. Alleen we zijn nu wel met zijn allen een initiatief begonnen en dat heeft zich geuit in Oldenzaal Promotie onder andere. Er is echt heel wat geld daarin gepompt. Het gaat nu gewoon de goede kant op. Je geeft een goed sein af en dat wordt heel positief door ondernemers gezien. En nou begint het balletje eigenlijk net te rollen. En dan is het maar net, iedereen heeft zo zijn eigen perceptie natuurlijk en daar heeft iedereen -47-

ook recht op en daarom zitten we hier ook als raad om daar een oordeel over te vellen. Maar als je erover nadenkt, je hebt die prikkel eindelijk, je hebt die ondernemers die positiviteit inzien. Er is al het nodige in geïnvesteerd. Is het dan echt die 20 duizend euro, is dat het waard om dat dan weer terug te trekken steeds en dan elk jaar weer te minderen, in plaats van dat je zegt van: wij zijn hier ook voor jullie, maar jullie moeten er ook zijn voor ons. En al is het maar die drie jaar die er nu staat, als we dat eventjes volhouden met die 150 duizend euro, dan geef je heel duidelijk ook een signaal af richting je ondernemers van: wij nemen verantwoordelijkheid. Dan is het ook jullie verantwoordelijkheid om daar goed mee om te gaan en verantwoord mee om te gaan. Want het is belastinggeld en dat heeft betrekking op al onze inwoners. En de bedoeling is dat we samen … De voorzitter: Ja, mevrouw Ailo-Zaia, u bent nu een statement aan het maken. Maar een interruptie is vooral bedoeld om een vraag te stellen. Dit is een hele lange inleiding die u gebruikt. Ik zal er zo meteen op letten dat u in de tweede termijn daar dan even wat sneller mee omgaat. Want ja, dit gaat allemaal wel ten koste van de snelheid van deze vergadering. Dus ik wil u echt oproepen om als u een interruptie plaatst, om het dan te houden bij een vraag.

Eventueel met een inleiding, maar dan wel een korte inleiding. Mevrouw Ailo: Dank u wel, voorzitter. Ik zal mijn best doen inderdaad, u heeft gelijk. Maar mijn vraag aan de wethouder is dan in deze: is dat daadwerkelijk wijs om dan met die 20 duizend te beginnen te korten richting ondernemers? Dank u wel. De voorzitter: Eerst de wethouder en dan kom ik bij u, mijnheer Visscher. Mevrouw Renkema: Ik denk dat wij met deze bijdrage die we nu doen goed laten zien dat wij de binnenstad willen ondersteunen, daar kansen te bieden. Maar aan de andere kant bieden wij ook mogelijkheden om geld te verdienen en daar moet ook een bepaalde prikkel vanuit gaan. Dus ik denk dat dit een heel redelijk alternatief is. Zij kunnen geld met de digiborden gaan verdienen, het is ook voor en door ondernemers. En u zegt steeds korten, ik vind dat wij met een bijdrage van 150 duizend euro voor stadspromotie vind ik dat wij als gemeente zeer zeker onze rol op ons nemen en dat ook stimuleren. En dat daar een bepaalde prikkel ook inzit, dat vind ik eigenlijk ook heel erg normaal. De voorzitter: Mijnheer Visscher. Want dat had ik u beloofd. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik denk ook dat we met elkaar moeten beseffen dat die digiborden en die abri’s, dat die daar veel meer geld mee kan verdienen dan die korting die wij erop gooien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10934384/3