CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Programmabegroting 2023 - bijlage Programmabegroting 2023

Gemeenteraad 7 november 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Programmabegroting 202337.560 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. In 2021 is een implementatieplan opgesteld. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan het implementatieplan. We hebben 8 jaar de tijd om onze informatiehuishouding op dit vlak op orde te brengen. Het rijk heeft incidenteel (ca. € 60.000 voor de jaren 2022-2026) en structureel budget (€ 50.000 in 2022 oplopend tot € 100.000 in 2026) beschikbaar gesteld om de wet uit te voeren. Juridische zaken Sinds het voorjaar van 2022 neemt de gemeente Oldenzaal juridisch advies en diensten af van een huisadvocaat. Dit kantoor biedt op een groot aantal terreinen specialistisch, juridisch advies. Hiertoe is een aanbesteding gevolgd en een raamovereenkomst afgesloten. Eind 2021 hebben de audits plaatsgevonden over de genomen besluiten van 2020. Deze audits leiden op een aantal terreinen tot verbetertrajecten. Deze trajecten worden in 2023 verder voortgezet en monitoren we of de verbeteringen ook daadwerkelijk plaatsvinden. Het huidige mandaatbesluit wordt eind 2022 geactualiseerd. De verwachting is om in de eerste helft van 2023 te werken met het nieuwe mandaatbesluit. Financiën In 2024 moet de huidige financiële applicatie worden vervangen door een ander. Reden is dat het onderhoud op deze applicatie per 1 januari 2024 stopt.

Daarom is reeds gestart met het opstellen van een programma van eisen en voorbereiding op de aanbesteding om in 2023 daadwerkelijk te kunnen overgaan naar een nieuw financieel systeem. Daarnaast kan het proces van de totstandkoming van de P&C-producten (programmabegroting, jaarrekening en BURAP), alsmede de inhoud (niveau van omschrijven ambities) en de opmaak op een meer efficiënte manier worden ingericht. Tegelijkertijd met het vervangen van het financieel systeem zal ook een P&C-tool worden aangeschaft waardoor onze p&c-cyclus volledig digitaal en ook meer integraal wordt. Op dit moment kost het actualiseren van informatie veel tijd en vraagt het veel handmatige handelingen. We gaan daarmee tevens de stap maken van lijvige boekwerken naar levendiger en meer publieksvriendelijker documenten. Inkoop: rechtmatigheid en professionalisering De afgelopen jaren zijn er flinke stappen gezet in het verbeteren van de rechtmatigheid op het gebied van inkoop en aanbesteden. Het streven is om het percentage rechtmatig inkopen over 2023 op minstens 97% uit te laten komen. Dit is de norm voor een goedgekeurde accountantsverklaring. Daarnaast wordt er ingezet op een verdere professionalisering van de inkoopfunctie. Dit is in 2022 al vormgegeven door meer inzet op de inkoopfunctie en het aantrekken van een contractmanager.

Het komend jaar wordt met de aanstelling van een contractmanager ingezet op een kwaliteitsslag in 72

professioneler opdrachtgeverschap wat uiteindelijk moet leiden tot kwalitatief betere dienstverlening en kostenreductie. In 2023 willen we de kennis en kunde op inkoop en contractmanagement van de interne organisatie beter inbedden in de organisatie en een zakelijker benadering van onze contracten bewerkstelligen. Informatieveiligheid We voldoen als gemeente inmiddels voor een groot gedeelte aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). In 2023 worden in dat kader wederom een aantal maatregelen (verder) geïmplementeerd. Dit zijn ICT-technische maatregelen, maar ook control- en bewustzijnsacties. Zo organiseren we diverse initiatieven om bewustwording en kennis over informatieveiligheid te bevorderen. We zien een toenemend aantal (geslaagde) hack-aanvallen op gemeenten. De digitale criminaliteit neemt toe en we zijn ons bewust van het belang van informatieveiligheid en informatieveiligheidsbewustzijn. We toetsen voortdurend kritisch hoe en waar we onze informatieveiligheid verder kunnen verbeteren. In 2023 leggen we voor de 6e keer middels éénduidige normatiek single information audit (ENSIA) verantwoording af over onze status van informatieveiligheid aan de wettelijke toezichthouders, maar ook aan de gemeenteraad. Een externe auditor checkt daartoe de zelfevaluatie-vragenlijst en onze collegeverklaring en stelt een Assurance Verklaring op.

Inspelen op digitale ontwikkelingen Inwoners en ondernemers zien veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van informatie(technologie) en verwachten van ons dat wij hierop inspelen. Wij volgen de ontwikkelingen en gaan ze toepassen als dit in het belang is van de ambitie van onze gemeente. De strategie die wij hierin hanteren is die van “slimme volger”. Als basis hiervoor is flexibele automatisering nodig. Hiervoor zetten we samen met andere gemeenten in de regio (IT Platform Twente), onze ICT partner gemeente Hengelo, in de coöperatieve vereniging Dimpact en landelijk (VNG realisatie) stappen door uitvoering te geven aan de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), Gemeentelijk Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) en Common Ground architectuur. Belangrijke inrichtingskeuzes leggen we vast in architectuurprincipes die we gebruiken als toetsingskader bij nieuwe projecten en veranderingen in de informatievoorziening en ICT. Op het gebied van technologie worden de ontwikkelingen rondom blockchain, datamining, algoritmen en internet of things gevolgd en passen we dit toe in onze gemeente indien dit van belang is. We zetten daarnaast stappen om meer datagedreven sturing toe te passen, door met behulp van technologie onze data beter te combineren en analyseren, met inachtneming van de privacyregels.

De toename van digitalisering vraagt om adequaat gegevensbeheer en informatiemanagement. We organiseren zo onder andere de terugvindbaarheid en toegankelijkheid van onze informatie en zo faciliteren we het locatie- en tijdonafhankelijk werken. Projectmatig werken en activiteit gericht werken willen we doen binnen een samenwerkomgeving, MS Teams. Deze gaan we in 2023 en 2024 inrichten binnen Microsoft 365 voor documentcreatie en informatiedeling. Voorafgaand zal een informatiebeheerplan worden gemaakt en treffen we andere maatregelen en acties waarmee we onze automatisering flexibiliseren. Ten slotte wordt in 2023 ons huidige intranet vervangen. De keuze voor een nieuw (sociaal) intranet zal aansluiten op de samenwerkingsomgeving, zodat we onze medewerkers een centrale digitale werkplek kunnen bieden. De verandering die het werken in de digitale samenwerkomgeving met zich meebrengt zal een inspanning van de organisatie vergen. Besluit digitale toegankelijkheid overheid De EU-richtlijn Digitoegankelijkheid trad op 23 september 2020 in werking met de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid’. Deze AMvB is een voorloper op de wet Digitale Overheid. In Nederland willen we dat openbare voorzieningen toegankelijk zijn voor alle burgers. Dat geldt ook voor onze digitale dienstverlening.

In onze samenleving kun je bijna niet meer zonder het internet en computers. Daarom is digitale toegankelijkheid belangrijk, én verplicht voor de (semi-) overheid. Het gefaseerd invoeren van de EU-richtlijn Digitoegankelijkheid zal in 2023 worden voorgezet. Archivering In 2023 zal gewerkt worden aan het organisatie breed implementeren van een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer. Een kwaliteitssysteem is een continu en systematisch proces van meten, verbeteren en vernieuwen van processen en producten. Het hebben van een dergelijk systeem is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of het informatiebeheer voldoet aan de wensen en eisen die eraan gesteld worden. Vanuit de Archiefregeling (artikel 16) is een kwaliteitssysteem een wettelijke verplichting; het ontwikkelen 73

en implementeren van een kwaliteitssysteem is dan ook aanbevolen in het rapport van de archiefinspectie en de jaarlijkse KPI rapportages. In 2023 bereiden we ons ook voor op het invoeren van de Nieuwe Archiefwet. Als alles volgens planning verloopt zal de gemoderniseerde Archiefwet samen met het Archiefbesluit en de Archiefregeling op 1 januari 2024 in werking treden. De gemoderniseerde Archiefwet is volledig gericht op het digitale informatietijdperk en vervangt de verouderde Archiefwet uit 1995. Een belangrijke wijziging is de verplichting al na 10 jaar documenten over te dragen naar een archiefdienst in plaats van na 20 jaar. Onder documenten vallen ook bijv. Whatsappberichten en databases. Grootste uitdaging die het implementeren van de Nieuwe Archiefwet gaat brengen is het op orde brengen van onze informatiehuishouding en het streven naar integraal informatiebeheer. De Nieuwe Archiefwet hangt samen met verplichtingen uit onder andere de Wet open overheid (WOO), de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet hergebruik van overheidsinformatie (WHO), de Wet digitale overheid (WDO), de Wet elektronische publicaties (WEP) en de Auteurswet.

3.5

Verbonden partijen 3.5.1

Algemeen

De op dit begrotingsonderdeel van toepassing zijnde, door de raad vastgestelde, beleidsnotities;  Intergemeentelijk samenwerking binnen de Regio Twente, vastgesteld 1 januari 2016;  Beleidskader Verbonden Partijen 2012, vastgesteld 5 maart 2012. Artikel 1 van het BBV geeft als definitie: “een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft”. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Diverse gemeentelijke doelstellingen worden niet alleen door de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook door of in samenwerking met anderen gerealiseerd. De relatie van de gemeente met deze verbonden partijen kan sterk verschillen. Het belang dat de raad heeft bij inzicht in de verbonden partijen is tweeledig.  De verbonden partijen voeren vaak een taak uit die de gemeente ook zelf kan doen. De werkzaamheden zijn als het ware gemandateerd/gedelegeerd aan de verbonden partij.

De gemeente blijft wel de verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen uit de programma‟s. Dus de kaderstellende en controlerende taak van de raad blijft overeind. De doelstellingen van de verbonden partij dienen dus - blijvend - overeen te stemmen met die van de gemeente en gecontroleerd dient te worden in hoeverre dit gerealiseerd wordt.  De budgettaire consequenties ten behoeve van de verbonden partijen dienen geautoriseerd te worden, waarbij tevens aandacht dient te zijn voor de financiële risico’s in dat verband. Naast de verbonden partijen heeft de gemeente Oldenzaal ook deelnemingen. Een deelneming is een participatie in een naamloze of besloten vennootschap, waarin de gemeente Oldenzaal aandelen heeft. 3.5.2

Ontwikkelingen bestaande verbonden partijen

Regio Twente In 2021 is de GR Regio Twente opgeheven en zijn de activiteiten van de Regio Twente ondergebracht bij: - Openbaar Lichaam Gezondheid (GGD) - Recreatieschap Twente - Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking. De middelen die in de vastgestelde begroting 2022 van de Regio Twente zijn aangewend voor bovenstaande activiteiten zijn bij de oprichting van deze entiteiten mee overgegaan. Voor het boekjaar 2023 is inmiddels voor iedere afzonderlijke entiteit de begroting voor wensen en bedenkingen voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De gemeenteraad van Oldenzaal heeft ten aanzien van de begrotingen van deze “nieuwe” verbonden partijen geen wensen en of bedenkingen ingediend. 74

Twence We streven nog steeds naar verkoop van de aandelen Twence. Samen met de gemeente Almelo en Twenterand blijven we de mogelijkheden onderzoeken om de aandelen te vervreemden. In 2022 is voor de derde keer een traject gestart om de aandelen aan 1 of meerdere geïnteresseerde aandeelhoudende gemeenten van Twence te verkopen. Medio oktober van dit jaar zal blijken of er voldoende belangstelling is voor het totale aandelenpakket van de gemeenten Almelo, Oldenzaal en Twenterand. Afvalverwerkingsbedrijf Rijnmond (AVR) heeft Twence en alle aandeelhoudende gemeenten gedagvaard in verband met het volgens AVR in strijd handelen van Twence en de aandeelhoudende gemeenten met de Europees Aanbestedingsrecht (quasi-inhouse aanbesteding). De verwachting is dat deze juridische procedure een lange doorlooptijd zal hebben. Overzicht verbonden partijen. (voor specifieke informatie zie bijlage verbonden partijen) Gemeenschappelijke regelingen.

 Openbaar Lichaam Gezondheid (Samen 14)  Recreatieschap Twente  Veiligheidsregio  Gemeentelijke Belastingkantoor Twente  Openbaar Lichaam Crematorium Twente  Omgevings-dienst Twente  Stadsbank Oost-Nederland Bestuursovereenkomst  Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES) Deelnemingen Tot de verbonden partijen behoren ook deelnemingen in:  BNG  Twence  Twente Milieu  Cogas  Enexis Holding NV  Sport Oldenzaal BV  Stichting Werkprojecten Oldenzaal.  Claim Staat Vennootschap BV (tijdelijke BV, als gevolg van de verkoop aandelen Essent aan RWE).  Publiek Belang Elektriciteitsproductie (tijdelijke BV, als gevolg van de verkoop aandelen Essent aan RWE)

75

3.6

Grondbeleid 3.6.1

Visie op het grondbeleid

Onze visie op het grondbeleid is een voorzichtig actief grondbeleid om beleidsdoelen op het gebied van de beleidsvelden volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, leefbaarheid, economie, natuur en groen, infrastructuur en sociale en maatschappelijke voorzieningen te kunnen realiseren. Hiervoor zijn in de nota Grondbeleid 2020 de volgende doelstellingen opgenomen: 1. Interveniëren op de grondmarkt om het feitelijke ruimtegebruik te laten aansluiten op het maatschappelijk gewenste ruimtegebruik, zowel kwantitatief als kwalitatief; 2. Bevordering van de kwaliteit van het ruimtegebruik, evenals de zeggenschap die de burger daarover heeft; 3. Een rechtmatige verdeling van kosten en baten die ontstaan door overheidsinterventies (zoals bestemmingsplanwijzigingen, uitgebreide Wabo procedures en investeringen in de openbare ruimte). Een voorzichtig actief grondbeleid biedt de vrijheid om situationeel te schakelen naar een faciliterend grondbeleid dan wel een samenwerkingsvorm te zoeken die de (voordelen van een) actieve grondpolitiek het dichtst benadert. 3.6.2 De wijze waarop het grondbeleid uitgevoerd wordt en het beleid omtrent reserves Bovengenoemde beleidsvelden geven met de structuurvisie en onderliggende beleidsnota’s (Woonvisie, Bedrijventerreinenvisie, e.d.) antwoord op de vragen ‘welke’, ‘waar’, en ‘wanneer ruimtelijke ingrepen ongeveer gaan plaatsvinden’.

Het grondbeleid ondersteunt het ruimtelijk beleid van de gemeente. De nota Grondbeleid en de in te zetten instrumenten moeten het mogelijk maken om deze ruimtelijke doelstellingen waar mogelijk te faciliteren. Strategische voorraad: verwerving en waarderingsgrondslag Verwerving is voor Oldenzaal hét instrument bij uitstek om de regiefunctie bij de ontwikkeling van projecten te voeren. Vanuit de eigendomspositie ontstaat de mogelijkheid om actief sturing te geven aan de programmatische en ruimtelijke ontwikkeling, binnen eventueel gestelde kwalitatieve en financiële kaders. Het waarderen van verworven gronden op de balans gebeurt tegen de waarde bij huidige bestemming. Hogere aankoopkosten ca. en jaarlijkse rentekosten worden gedekt uit de reserve strategische voorraad dan wel de bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. De zo gevormde boekwaarde blijft op dit niveau tot circa 1 à 2 jaar voor de start van de werkzaamheden in het plangebied. Vanaf dat moment start de exploitatiefase en worden initiële aanloopkosten voor de ontwikkeling gemaakt (planontwikkeling, bestemmingsplanwijziging enz.). Reserve strategische voorraad De reserve strategische voorraad dekt het risico af over de voorraad grond die nog niet in exploitatie (productie) is genomen.

Het gewenste volume van de reserve strategische voorraad wordt mede vastgesteld met het oog op de toekomstige ontwikkeling van Oldenzaal. De reserve strategische voorraad is van cruciaal belang om de door de gemeente Oldenzaal voorgestane actieve grondpolitiek in de praktijk ook daadwerkelijk gestalte te geven. Zij staat borg voor continuïteit en consistentie en geeft maximale politieke beleidsvrijheid voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De Gebiedsvisie Jufferbeek Noord is vastgesteld op 28 juni 2021. Op het geheel van Jufferbeek Noord zit op basis van de visie een indicatief tekort van € 4 tot € 6 miljoen met name voor het deelgebied “Maken”. Binnen de reserve strategische voorraad wordt vanaf 2021 gespaard om de gewenste ontwikkeling van het gebied “Ontmoeten en verbinden” in het complex Jufferbeek Noord te kunnen realiseren. Jaarlijks wordt zo mogelijk uit het bedrijfsresultaat van het grondbedrijf een werkkapitaal van € 500.000 aan de strategische voorraad toegevoegd. Deze middelen kunnen worden ingezet voor strategische grondaankopen, optimalisering van (verkeer en water) voorzieningen en bijdragen in gewenste/noodzakelijke verhuizingen van bewoners etc. 76

Bouwgrond in exploitatie Voor elk ruimtelijk plan wordt een grondexploitatieberekening opgesteld. Dit is een financiële doorrekening van de kosten en opbrengsten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep uitgezet in de tijd. Deze berekening geeft (een financieel) inzicht in het geheel van activiteiten en werkzaamheden voor verwerving, het bouw- en woonrijp maken en de uitgifte van gronden. Algemene reserve grondexploitatie De algemene reserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen om algemene risico’s te kunnen opvangen. De omvang van deze reserve wordt begrensd door het volume onderhanden werk en de omvang van de risico’s. Om algemene risico’s in beeld te brengen wordt de projectenportefeuille doorgelopen en een risicoparagraaf opgesteld. Risico’s worden zoveel mogelijk gekwantificeerd. Vervolgens wordt rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Over het resultaat hiervan wordt een minimumpercentage en een maximumpercentage toegepast omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig voor (kunnen) doen. De omvang van de algemene reserve grondbedrijf moet minimaal 1% van het volume aan onderhanden werk, 15% van de omvang van de risicoparagraaf van het Grondbedrijf en een risicobuffer van € 500.000 bedragen. Maximaal mag de reserve 2% van het volume onderhanden werk, vermeerderd met 30% van de risicoparagraaf bedragen.

Verliesneming Als een project (bij aanvang of tijdens de loop van het project) geen sluitende grondexploitatie heeft, wordt het tekort direct afgedekt uit de algemene reserve grondexploitatie. Voor (deel)gebieden binnen het Masterplan Oldenzaal Centraal geldt dezelfde handelswijze, alleen worden resultaten verrekend met de speciale bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. Resultaatneming Als een grondexploitatie afgesloten wordt met een positief resultaat of tussentijds een winst genomen wordt, wordt dit ten gunste van de algemene reserve grondexploitatie gebracht. Voor (tussentijdse) winstneming geldt de ‘percentage of completion’ methode (POC). Voor zover kosten zijn gemaakt en opbrengsten zijn gerealiseerd en rekening houdend met risico’s die in het project nog aanwezig zijn, moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Reserve Oldenzaal Centraal (OC) De reserve Oldenzaal Centraal is ingesteld om herinrichting van de stationsomgeving aan beide zijden van het spoor mogelijk te maken. Het is een omvangrijk stadsvernieuwingsproject met een substantieel financieel tekort. Daarom is een aparte reserve in het leven geroepen om realisatie mogelijk te kunnen maken.

De reserve Oldenzaal Centraal wordt vanuit een inspanningsverplichting binnen de grondexploitaties gevoed met maximaal € 2 miljoen per jaar, indien en voor zover het bedrijfsresultaat en de ondergrens van de algemene reserve dit toelaten. Om ongebreidelde reservevorming te voorkomen is een plafond vastgesteld. Dit plafond ligt vast in de nota Grondbeleid op € 6,5 miljoen vrij besteedbaar. Wat nog resteert is het gebied aan de noordzijde van het spoor van het Landreben tot de parkeervoorzieningen nabij het station. Daarnaast kunnen zich bij de uitvoering van de plannen aan de zuidzijde van het spoor nog tegenvallers voordoen waarvoor alsnog een beroep wordt gedaan op de reserve Oldenzaal Centraal.

77

De voorziening nazorg afgesloten complexen De grondexploitaties van de projecten waarin alle grond is verkocht en de eventueel resterende werkzaamheden goed te overzien zijn, worden afgesloten in de jaarrekening. De eventueel nog uit te voeren werkzaamheden worden inclusief budget overgeheveld naar het complex “nog af te werken exploitaties”. Beschikbare middelen worden overgeheveld naar de “Voorziening nazorg afgesloten complexen”. Vennootschapsbelasting (VpB) Wij hebben een vennootschapsbelastingplicht voor activiteiten waarin wij deelnemen aan het economisch verkeer en waarbij wij ons als fiscale onderneming opstellen. Over de fiscale winst wordt belasting afgedragen.

3.6.3 De invloed van de oorlog in Oekraïne, het stikstofbeleid en corona op het grondbedrijf Woningbouwmarkt Groei van de woningvoorraad, nieuwe woonconcepten, krimp en vergrijzing, duurzaamheid en gasloos zijn de actuele aandachtspunten bij woningbouwontwikkelingen. Naast nieuwbouw wordt de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad een steeds grotere opgave waarvoor met name woningbouwverenigingen zich geplaatst zien. De behoefte aan woningen is onverminderd groot. De prijsstijging van koopwoningen is nog steeds aanwezig, maar vlakt steeds verder af. Wanneer de bouwkosten blijven stijgen kan dit tot gevolg hebben dat de residuele grondwaarde van bouwgrond afneemt. Markt voor bedrijfskavels Landelijk zijn het aanbod van bedrijfspanden en leegstand in bedrijfspanden gedaald en is een krapte ontstaan. De vraag naar bedrijfskavels is momenteel dan ook groot. Het beschikbare areaal uit te geven bedrijfsterrein loopt in Oldenzaal fors terug. De meest courante kavels op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid zijn inmiddels uitgegeven of in optie genomen. De verkaveling van het bedrijventerrein maakt dat nieuwe bedrijfsvestigingen zich soms wat meer naar de situatie moeten plooien of een hogere prijs voor een zichtlocatie moeten betalen en aan hogere beeldkwaliteitseisen moeten voldoen.

Parameters De nasleep van de Corona-pandemie en de ontwikkelingen in Oekraïne zijn van invloed op de marktontwikkelingen. De oorlog in Oekraïne heeft ervoor gezorgd dat er nauwelijks handel met Oekraïne en geen handel met Rusland mogelijk is. De tot stilstand gekomen handelsstromen hebben geleid tot een schaarste aan bouwmaterialen als metaal en hout met flinke prijsstijgingen tot gevolg. Daarnaast zijn de prijzen van energie ook hard gestegen door de oorlog. Dit heeft tot gevolg dat de productie van bouwmaterialen waarvoor veel energie benodigd is (bijvoorbeeld cement, isolatiematerialen en staal) veel duurder is geworden. Op basis van de Outlook Grondexploitaties 2022 en de CBS indexcijfers is in de herzieningen van de grondexploitaties 2022 rekening gehouden met bouwkostenstijgingen en GWW kostenstijgingen van minimaal 6 en maximaal 12% (afhankelijk van welke werkzaamheden in het betreffende complex nog moeten plaatsvinden). Daarnaast is de verwachting dat de rente gaat stijgen (kortlopend van minimaal 1 tot maximaal 2% en langlopend met minimaal 2 en maximaal 3%). De rente voor de herzieningen is op basis van het BBV berekend op 0,34% en mag daar in de herzieningen maximaal 0,5% van afwijken. Vanwege de verwachte rentestijging is in de herzieningen 2022 een percentage van 0,84% gehanteerd.

Risicomaatregelen grondbedrijf Oldenzaal Hoe de markt er over enige tijd uitziet is gezien bovenstaande ontwikkelingen erg onzeker en met name afhankelijk van de duur van de oorlog in Oekraïne. Mochten zich verdere nadelige ontwikkelingen voor gaan doen dan zullen de gevolgen het grootst zijn voor het complex Bedrijventerrein Jufferbeek Zuid en 78

voor die woningbouwcomplexen waar nog veel werkzaamheden uitgevoerd moeten worden dan wel grondverkopen moeten plaatsvinden (met name Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2e fase maar ook Saasvelderlaan). In de complexen waar nog (veel) grond uitgegeven moet worden, houden we onder de project specifieke risico’s rekening met vertraging in de uitgifte. Gezien de ontwikkeling van de inflatie de afgelopen maanden is de verwachting dat de inflatie ca. 10% zal bedragen. Hier houden we rekening mee in de algemene risicoreserve van het grondbedrijf bij het bepalen van de omvang van markt- en conjunctuurrisico’s in relatie tot de nog te maken kosten voor de grondexploitaties. 3.6.4 Actuele prognose van de te verwachten resultaten van de bouwgrond in exploitatie Vanaf 2023 bedragen de nog te maken kosten voor de complexen bouwgrond in exploitatie € 27.980.000 en de opbrengsten € 34.480.000 voor de resterende looptijd van de complexen. Per grondexploitatiecomplex worden kosten en/of opbrengsten geraamd voor de looptijd van het project. Deze ramingen worden opgedeeld in jaren. Wanneer in enig jaar meer of minder kosten worden gemaakt dan begroot betekent dit dat minder respectievelijk meer kosten resteren voor de volgende jaren om het totale complex te realiseren. En ditzelfde principe geldt voor de opbrengsten. Kosten 13%

Opbrengsten

3%

0% 1% 18%

20%

38% 8% 59% 28% Verwerving Bouw- en woonrijp maken Resultaat Project specifieke risico's Overig

10% 1%

Bedrijfsgrond toplocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond zichtlocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond reguliere kavels (incl. in optie) Kantoorkavels Grondgebonden woningbouwkavels Gestapelde woningbouw Maatschappelijke voorzieningen Nog te ontvangen bijdragen

In de huidige begrotingsperiode worden met name kosten gemaakt voor het bouw- en woonrijp maken van de complexen Jufferbeek Zuid, De Graven Es gebied 10a, Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2 en voor Singelpark Deurningerstraat. En omvat de jaarlijkse prognose voor grondverkopen ca. € 6.700.000. Dit betreffen met name verkopen op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid en woningbouwkavels aan de Kaltersweide, de Graven Es gebied 10a en Oldenzaal Centraal fase 2. Elk grondexploitatiecomplex bevat de kostenpost ‘resultaat’. Wanneer de overige kosten gerealiseerd worden en grondverkopen conform de begroting plaats vinden zal de komende jaren met name winst kunnen worden genomen uit de complexen bedrijventerrein Jufferbeek Zuid, Hogenkampweg, De Kaltersweide en De Graven Es gebied 10a. De actuele prognose van het verwachte resultaat van de totale grondexploitatie (looptijd 2023 tot en met 2030) bedraagt € 7,8 miljoen. Dit resultaat wordt hoger wanneer project specifieke risico’s zich niet voordoen. De risico’s zijn het hoogste voor de complexen Jufferbeek Zuid, Kaltersweide en Oldenzaal Centraal Stakenbeek fase 2. De project specifieke risico’s worden binnen elke grondexploitatie afgedekt. Totaal 79

bestaat deze risicoreserve uit € 5 miljoen. Wanneer risico’s zich niet voordoen, vallen bijbehorende bedragen vrij via winstneming uit de complexen en neemt het resultaat toe. De algemene risico’s (risico’s ten gevolge van conjunctuurschommelingen, inflatie, veranderende wet- en regelgeving) worden binnen marges afgedekt met de algemene reserve van het grondbedrijf. Kosten en opbrengsten 2023 t/m 2026 10.000.000,00 9.000.000,00 Verwerving 8.000.000,00 Bouw- en woonrijp maken

7.000.000,00

Resultaat

6.000.000,00 5.000.000,00

Project specifieke risico's

4.000.000,00

Overig: ambtelijke inzet, rentekosten en beheerslasten Opbrengsten

3.000.000,00 2.000.000,00 1.000.000,00 2023

2024

2025

2026

Bovenstaande tabel laat een verwachte terugloop in kosten en jaarlijkse afname van het resultaat zien van de huidige complexen bouwgrond in exploitatie. Ook de ambtelijke inzet, de rentekosten en beheerlasten voor deze complexen nemen evenredig af. Wanneer plangebieden bouwrijp zijn (en het grootste deel van de kosten is gemaakt) volgt uitgifte van de kavels. Tijdelijk wordt een toename in de opbrengsten verwacht, maar deze laat vanaf 2025 evenals de bouw- en woonrijp maak kosten ook een afnemende trend zien. De risico’s zijn bij aanvang van de projecten hoog en hoe verder een project vordert, hoe meer de risico’s afnemen. De looptijd (tot soms wel tien jaar) van een aantal projecten zorgt eveneens voor risico’s en onzekerheid vanwege een mogelijk veranderende behoefte aan kavels, prijsstijgingen van bouw- en woonrijp maak kosten enz. Voor twee grondexploitaties is een specifieke reserve gevormd. De risico’s voor de planontwikkeling Oldenzaal Centraal zijn in de reserve Oldenzaal Centraal nu bijna volledig afgedekt. Daarnaast is gestart met het vormen van een reserve voor de planontwikkeling van het plangebied “Ontmoeten en verbinden” in Jufferbeek Noord. Om planontwikkeling in dit gebied mogelijk te maken, zal deze reserve de komende jaren verder gevuld moeten worden (zie paragraaf 3.6.2). Er zullen de komende jaren een aantal nieuwe complexen in exploitatie worden genomen.

Het aantal grondexploitaties dat daarbij een flink positief resultaat oplevert neemt de komende jaren echter af.

80

3.7

Lokale heffingen 3.7.1

Algemeen

Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vindt plaats in december 2022. De in december vast te stellen tarieven kunnen o.a. door afrondingen afwijken van de in deze paragraaf vermelde tarieven. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven.

Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:  de geraamde inkomsten;  het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;  een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.  een aanduiding van de lokale lastendruk  een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Oldenzaal.

3.7.2

Inkomsten lokale heffingen

Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2022 3,3% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 4,7% voor hun rekening, de rijksoverheid 95,3%. Het aandeel van de gemeente Oldenzaal aan ontvangen belastingen en retributies bedraagt in dit geheel circa € 18 miljoen.

81

Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2022

3.7.3

Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen 2021

Gemeentelijk heffing

Afvalstoffenheffing Begraafplaatsrechten Hondenbelasting Leges burgerzaken Leges omgevingsvergunning Leges overig Marktgelden OZB eigenaren woning/niet-woning OZB gebruikers niet-woning Rioolheffing c.a. Parkeerbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Toeristenbelasting Totaal 3.7.4

raming

3.997.472 231.649 169.611 453.613 719.000 56.337 0 6.642.527 1.650.410 3.018.386 780.465 0 103.531 48.475 17.871.476

realisatie

4.002.631 296.119 170.242 395.346 689.374 21.168 24.606 6.684.293 1.669.523 3.001.253 665.201 0 95.898 83.528 17.799.182

2022 Realisatie raming t/m juli

4.005.719 201.649 117.877 448.913 719.000 56.998 51.014 6.896.164 1.735.447 3.120.389 783.391 21.618 106.482 96.140 18.360.801

3.202.729 97.082 116.581 233.098 173.538 3.317 13.409 6.796.857 1.694.766 3.082.716 391.665 700 96.555 7.842 15.910.855

2023 raming

3.934.698 201.649 0 448.913 719.000 56.998 51.014 7.442.527 1.858.837 3.135.035 686.069 0 112.285 96.140 18.743.165

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen en ontwikkeling tarieven

Beleidskaders Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in:  de diverse belastingverordeningen en -regelingen;  het coalitieakkoord 2022-2026;  landelijke wet- en regelgeving. Hervorming lokaal belastinggebied In 2015 kondigde het Rijk destijds een belastingherziening aan. Grote veranderingen in lokale heffingen hebben zich sinds die tijd niet voorgedaan en de richting is niet eenduidig: tegenover het verdwijnen van de macronorm voor de OZB (minder Rijksbemoeienis) staat het afschaffen van de precario op ondergrondse leidingen (verkleinen gemeentelijk belastinggebied). In het coalitieakkoord van het huidige kabinet is nu het volgende opgenomen: “Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB in de beschouwing betrokken.” Daarmee is de discussie over een ruimer (lokaal) belastinggebied weer actueel. Uitbreiding kan echter in 2026 (inzet coalitieakkoord) slechts aan de orde komen als aan de geformuleerde randvoorwaarden is voldaan. Daarbij vormen met name ‘de financiële verhoudingen op orde’ en 'geen verhoging van de lastendruk’ harde ijkpunten.

Zonnepanelen De WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de Wet WOZ. Op de uitvoering van deze wet door gemeenten wordt toegezien door de Waarderingskamer. Jaarlijks controleert de Waarderingskamer of GBTwente de wet uitvoert conform de wettelijke bepalingen. Bij de waardebepaling moet de onroerende zaak worden gewaardeerd. De waarde in het economisch verkeer wordt bepaald op basis van marktgegevens. Tot de onroerende zaak behoren ook eventuele zonnepanelen. GBTwente heeft dus geen beleidsvrijheid om zonnepanelen niet in de waarde te betrekken. In hoeverre de aanwezigheid van zonnepanelen van invloed zijn op de waarde, blijkt uit de beschikbare marktinformatie. Uit de permanente marktanalyse tot nu toe is niet gebleken dat de aanwezigheid van zonnepanelen van invloed is op de verkoopwaarde.

82

Mocht het in de toekomst zo zijn dat uit onze permanente marktanalyse blijkt dat de aanwezigheid van zonnepanelen wel van invloed is op de verkoopwaarde, dan heeft een gemeente bij een positieve invloed de mogelijkheid een facultatieve vrijstellingsbepaling op te nemen. GBTwente zal dan per object met zonnepanelen moeten bepalen wat de waarde is van de zonnepanelen op basis van levensduur, kwaliteit, aantal, ligging, etc. Bij de behandeling van het Belastingplan 2019 (fiscale vergroeningsmaatregelen 2019) in het najaar van 2018 is de regering bij motie (Lodders / Van Weyenberg1) verzocht een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de onroerendezaakbelasting (ozb) gehouden worden en tevens te onderzoeken hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. Minister Ollongren heeft begin 2021 hierover een brief verzonden aan de 2 e Kamer. Ollongren geeft hierin aan dat een wettelijke belastingvrijstelling via de OZB of de WOZ de nodige uitvoeringsproblemen kent. Een subsidie of ‘groene’ heffingskorting is volgens haar een beter oplossing. De groene heffingskorting kan worden vormgegeven door een vermindering van de verschuldigde belasting nadat het verschuldigde belastingbedrag (bijvoorbeeld voor ozb) is berekend. Een eventuele verplichte groene heffingskorting vraagt wel om een wetswijziging.

De minister gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan bijdraagt. Amendement Omtzigt De Gemeentewet maakt voor de OZB onderscheid tussen woningen en niet-woningen. Eigenaren van woningen worden in de OZB-eigenarenheffing betrokken, de gebruikers van woningen betalen geen OZB en de eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen respectievelijk de OZB eigenaren niet-woning en gebruikersheffing niet-woning. Beide tarieven voor niet-woningen zijn hoger dan het eigenarentarief voor woningen. Sportvelden, dorpshuizen, sportkantines, dorps- en buurthuizen worden voor de OZB aangemerkt als niet-woning en worden dienovereenkomstig in de belastingheffing betrokken. Een aantal gemeenten compenseert buiten de belastingheffing om de OZB geheel of gedeeltelijk of overweegt dit te doen. In het Belastingplan 2019 is het zogenaamde amendement Omtzigt opgenomen waardoor artikel 220f van de Gemeentewet per 1 januari 2019 is gewijzigd in die zin dat voor - nader door de gemeente te bepalen - sociaal behartigende instellingen niet de hoge niet-woning tarieven kunnen gelden, maar het woningtarief.

In de OZB-verordening van een gemeente kan (het amendement biedt de mogelijkheid om dit te doen, het is niet verplicht) een bepaling opgenomen worden strekkende tot het toepassen van het woningtarief voor nader te bepalen onroerende zaken. De toelichting op het amendement en de wettekst zijn op onderdelen tegenstrijdig en niet duidelijk. Daarnaast zijn er ten aanzien van de praktische uitvoering ook de nodige vragen bij gemeenten. De gevolgen van de eventuele toepassing van dit amendement, door wijziging van de OZB-verordening, zijn op dit moment dan ook niet goed in te schatten. Verwacht wordt dat de toepassing van dit amendement vooralsnog zal leiden tot juridische procedure en bijbehorende jurisprudentie. De VNG heeft namens de gemeenten een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Financiën, waarin diverse vragen worden gesteld en knelpunten worden gesignaleerd. Op 30 november 2020 heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomst van het gesprek met de VNG over de toepassing van artikel 220f Gemeentewet (amendement Omtzigt). De minister schrijft nu in een brief aan de Tweede Kamer dat deze wettelijke bepaling voor gemeenten niet toepasbaar is. Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken kan onderzocht worden hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden.

Ollongren is bereid om dit onderzoek op te starten. Dit onderzoek kan leiden tot een aanpassing van artikel 220f Gemeentewet (of een alternatieve bepaling of instrument die het doel beter bereikt). De keuze hiertoe is voorbehouden aan een nieuw kabinet. Op 30 mei 2022 heeft minister Bruins Slot (BZK) in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat een lager ozb-tarief voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere sociaal belang behartigende instellingen moeilijk is te realiseren via een wettelijke regeling. Uit overleg met gemeenten is 83

geconstateerd dat er bij deze fiscale mogelijkheid zwaarwegende praktische uitvoerings- en toepassingsvraagstukken spelen, met betrekking tot de afbakening, die niet eenvoudig op te lossen zijn. Daarom geeft de minister opdracht tot een extern onderzoek. Aan dit onderzoek zullen het Rijk, de VNG en gemeenten deelnemen. Het college volgt de ontwikkelingen uiteraard met aandacht en zal op een later moment een afweging maken over de toepassing van de wettelijke mogelijkheden. De Omgevingswet en leges Op 1 juli 2022 zouden de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking treden. Dit is echter vooralsnog uitgesteld tot 1 januari 2023. Dit geeft het Rijk, gemeenten provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet opeen zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden. Door deze inwerkingtreding van beide wetten kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen:       

Nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen (Mogelijk) minder vergunningplichten De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning Gemeentelijke kosten worden hoger of lager Gemeentelijke kosten verschuiven Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken) Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer)

De VNG vraagt met de notitie 'Discussie-leidraad leges en de stelselwijziging Omgevingswet' aandacht voor het onderwerp en het belang voor gemeenten om hier - op basis van de eigen keuzes - over na te gaan denken. Ook worden suggesties gedaan voor de onderwerpen. Zij vragen gemeenten om hierover met hen van gedachten te wisselen. Via de regionale implementatiecoaches (RIO's) zullen er (digitale) discussies-sessies worden opgezet, om deze materie samen verder uit te diepen. Waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Meer percelen kunnen in de heffing worden betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. De huidige verordening Rioolheffing (model VNG) dekt dan niet meer de lading Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Bij belastingplichtigen die daar niet op zijn aangesloten roept dat weerstand op. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er over een droge weg kan worden gereden. Iedereen heeft daar profijt van.

De VNG heeft hiervoor een nieuw modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld. Bij invoering is een zorgvuldige communicatie en belangenafweging naar nieuwe belastingplichtigen van belang. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken. Uitvoering motie vereenvoudiging gemeentelijke belastingen gemeente Oldenzaal Uw raad heeft bij de behandeling van de Kadernota 2023 ingestemd met de uitwerking van de motie vereenvoudiging gemeentelijke belastingen. Bij een vereenvoudiging van het belastingstelsel is het logisch om belastingen met relatief hoge perceptiekosten in relatie tot de opbrengsten af te schaffen en daarvoor de OZB te verhogen, zodat de totale belastinginkomsten gelijk blijven. Aan de hondenbelasting en precariobelasting zitten relatief veel perceptiekosten. Deze belastingen lenen zich er goed voor om af te schaffen en daarvoor de OZB te verhogen. De OZB moet met 1,66% stijgen om dezelfde belastingopbrengsten te behouden als de hondenbelasting en de precariobelasting wordt afgeschaft. Deze aanpassing is verwerkt in deze Programmabegroting en wordt verwerkt in de Belastingverordeningen 2023. Ontwikkeling tarieven

84

De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De voor 2023 geldende tarieven voor de OZB stijgen met een gemiddelde inflatiecorrectie van 5,45% en met 1,66% als gevolg van het afschaffen van de hondenbelasting en de precariobelasting. Deze inflatiecorrectie kan overigens voor meerdere belastingen en rechten van de gemeente Oldenzaal worden doorgevoerd indien u daartoe besluit. Dit geldt uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd. 3.7.5

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2023 in Oldenzaal worden geheven zijn: Ongebonden belastingen: Onroerendezaakbelastingen Parkeerbelastingen Reclamebelasting Toeristenbelasting

Gebonden belastingen: Afvalstoffenheffing Leges en Rechten Rioolheffing Marktgelden Begraafrechten

Ongebonden belastingen Onroerendezaakbelastingen Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting. Er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar. Belastingplichtige  eigenaren van woningen;  eigenaren van niet-woningen;  gebruikers van niet-woningen. Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen. Grondslag De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZwaarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend.

De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt. De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt. Overigens zal vanaf 2022 de waarderingen

85

van panden worden afgeleid van een prijs per m2 in plaats van de tot nu toe gehanteerde waardering in m3. Parkeerbelastingen Op basis van artikel 225 Gemeentewet kunnen gemeenten in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen. Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden twee belastingen geheven:  De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst;  De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning. Hiermee kunnen gemeenten op efficiënte en financieel verantwoorde wijze hun parkeerbeleid realiseren. Er is dus een link naar de financiering van het parkeerbeleid. Maar de opbrengst van het parkeren vloeit in de algemene middelen. Reclamebelasting Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten reclamebelasting heffen. Reclamebelasting kan worden geheven over openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Het gaat om aankondigingen in letters, symbolen, voorwerpen kleuren of een combinatie daarvan. De reclamebelasting is in overleg met ondernemers ingevoerd. Voorbeelden zijn gevelreclame, bestickering ramen, posters, vlaggen, uithangborden, luifels of spandoeken.

Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Gebonden belastingen Afvalstoffenheffing De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt uitgevoerd door Twente Milieu. De verwerking van met name restafval en GFT vindt plaats bij Twence. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing. Belastingplichtige Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt. Grondslag De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd.

De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. Met ingang van 2017 wordt iedere belastingplichtige een vast bedrag in rekening gebracht en daarnaast een variabel bedrag op basis van het aantal keren dat huisvuil is aangeboden. Tarieven per keer afval aanbieden Vast bedrag Grijze restafvalcontainer 140 ltr Grijze restafvalcontainer 240 ltr Ondergrondse container (milieupas) Groene gft-container 140 ltr Groene gft-container 240 ltr Oranje verpakkingencontainer 240 ltr

86

2022 € 226,90 € 5,57 € 9,55 € 1,18 € 0,00 € 0,00 € 0,00

2023 € 220,00 € 5,34 € 9,16 € 1,14 € 0,00 € 0,00 € 0,00

Afval Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen

3.603.391 -740.809

Toe te rekenen kosten Overhead Openbare orde en veiligheid Verkeer en vervoer Inkomensregelingen BTW Totaal toe te rekenen

53.875 62.407 50.000 195.345 710.489 1.072.116

Totale kosten Opbrengst heffingen

3.934.698 -3.934.698

Dekkingspercentage

100%

Uit vorenstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het bedrijfs- en huishoudelijke afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Daarnaast begroten wij het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Naar verwachting zal geld worden uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Kwijtschelding Sommige huishoudens kunnen een tegemoetkoming in de kosten krijgen. Deze huishoudens betalen anders door de invoering van Diftar extra afvalstoffenheffing of kosten die zij niet kunnen opbrengen. Het gaat hierbij om huishoudens die in aanmerking komen voor kwijtschelding en huishoudens met onvermijdbaar medisch afval. Wanneer men in aanmerking komt voor kwijtschelding, krijgt men het vaste bedrag en voor het variabele deel maximaal 6 ledigingen van een 240 liter mini container of gelijkwaardig kwijtgescholden. Leges en rechten De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten.

Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening. Kostendekkendheid De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie titels:  titel 1, algemene dienstverlening;  titel 2, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning;  titel 3, dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn. Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook moeilijk realiseerbaar zijn gezien het feit dat de kosten voor de individuele diensten moeilijk zijn te bepalen. Dat neemt niet weg dat een gemeente wel een kostendekkendheid per dienst of per samenhangende groep van diensten mag nastreven, als de gemeente in dit opzicht maar een consequente lijn volgt.

87

Op grond van het bovenstaande is het mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Daarnaast kan bij de tariefstelling uitdrukking worden gegeven aan het profijtbeginsel. Dat is een aparte beleidsmatige afweging. Onderlinge verschillen in, op zichzelf geoorloofde, kostendekkingspercentages tussen groepen van diensten zijn niet in strijd met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel. De mogelijkheden tot kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) beperkter geworden. De EDR maakt kruissubsidiëring binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels mogelijk. Dit betreft alleen de diensten aan dienstverrichters waarop de EDR van toepassing is (titel 3 van de Legesverordening). De wetgever heeft hierin geen aanleiding gezien om artikel 229b van de Gemeentewet te wijzigen. De EDR doorkruist daarmee de wettelijke regeling van artikel 229b Gemeentewet. Bij de introductie van de Wabo in 2010 (omgevingsvergunning, zie titel 2 van de Legesverordening) ging de wetgever ervan uit dat kruissubsidiëring tussen het cluster omgevingsvergunning en andere in de legesverordening opgenomen dienstverleningen niet mogelijk is.

De wens van de wetgever is echter niet in een wettelijke bepaling vastgelegd, zodat in principe artikel 229b van de Gemeentewet onverkort geldt. Wij gaan echter uit van maximaal 100% kostendekkendheid binnen titel 2. Voor een aantal tarieven binnen titel 1 geldt dat deze door het rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens.

88

Kostendekkendheid leges per titel

Omschrijving

1.1

Burgerlijke Stand

63.354

19.139

82.493

-70.291

-70.291

85,21%

1.2

Reisdocumenten/Ned. Identiteitskaart

136.654

34.057

170.711

-196.800

-196.800

115,28%

1.3

Rijbewijzen

80.988

20.213

101.201

-169.253

-169.253

167,24%

1.4

Verstrekking basisregistratie personen

69.268

46.826

116.094

-14.012

-14.012

12,07%

1.7

Bestuursstukken

0

0

0

-625

-625

100%

1.8

Vastgoed informatie

0

0

0

-1.737

-1.737

100%

1.9

Overige publiekszaken

26.073

0

26.073

-12.000

-12.000

46,02%

1.18

Verkeer en vervoer

13.397

5.284

18.681

-117.762

-117.762

630,40%

1.19

Diversen

330.435

236.397

566.832

-35.000

-35.000

6,17%

720.169

361.916

1.082.085

-617.480

-617.480

57,06%

1.640.045

703.493

2.343.538

-719.000

-719.000

30,68%

Totaal titel 2

1.640.045

703.493

2.343.538

-719.000

-719.000

30,68%

Totaal leges

2.360.214

1.065.409

3.425.623

3.425.62 -1.336.480 -1.336.480 -1.336.480 3 -1.336.480 -1.336.480

39,01% -1.336.480

Totaal titel 1 2.2

Diensten leefomgeving en Wabo

Lasten taakveld

Leges / andere inkomsten

Leges verordening

Totale lasten

Overhead

89

Totale baten

Kostendekke ndheid

Begraafrechten Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen. Begraafplaatsen Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen

350.899 -8.351 342.548

Toe te rekenen kosten Overhead Tractie / gebouwenonderhoudsplan Totaal toe te rekenen

97.259 11.920 109.179

Totale kosten Opbrengsten

451.727 -201.649

Dekkingspercentage

44,64%

Marktgelden Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet kan de gemeente een recht heffen voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een deel van de openbare ruimte die gebruikt wordt voor een markt. Belastingplichtig is degene aan wie de standplaats beschikbaar is gesteld. In totaal verwachten we het komende jaar € 17.715 aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken.. Markten Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen

Toe te rekenen kosten Overhead Totaal toe te rekenen

17.715 -51.014

0 0

Totale kosten Opbrengsten

17.715 -51.014

Dekkingspercentage

287,97%

Rioolheffing De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing. 91

De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. Wij hanteren één rioolheffing voor alle watertaken. Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. U heeft in 2020 het GRP 2021-2025 vastgesteld en bepaald dat deze jaarlijks wordt geactualiseerd. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen. Riolering Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen

2.103.244 -621

Toe te rekenen kosten Overhead Tractie (onderhoud voertuigen) Verkeer en vervoer Onderhoud Wadi’s Storting in voorziening Inkomensregelingen BTW Totaal toe te rekenen

116.204 53.420 475.000 27.373 46.003 71.969 339.692 1.129.661

Totale kosten Opbrengsten

3.232.284 3.135.035

Dekkingspercentage

96,99%

In totaal verwachten we het komende jaar € 3.232.284 aan kosten te maken om de zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het dekken van deze taken. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering (€2.102.623). De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Straatvegen doet de gemeente Oldenzaal om drie redenen. Voor het functioneren van de riolering, vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen verkeerd aanbieden (weggooien) en voor de verkeersveiligheid. Een exacte verdeling tussen de drie redenen is niet te bepalen. Bladafval verstopt de kolken van het rioolstelsel en veroorzaakt gladheid en daarom weegt die functie zwaarder mee. Op grond van bovenstaande inschatting rekening wij circa 60% toe aan de rioolheffing. Naar verwachting zullen wij € 475.000 uitgeven aan taken die onder het taakveld verkeer en vervoer vallen. Zo passen we wegen en straten op zo een manier aan dat het hemelwater bij hevige regenval enige tijd op straat kan worden geborgen en vertraagd kan afvloeien. Dit voorkomt overbelasting van het stelsel bij piekbelasting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11995025/2