CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Programmabegroting 2023 - bijlage Programmabegroting 2023

Gemeenteraad 7 november 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Programmabegroting 202337.560 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

53

3.1

Weerstandsvermogen en risicomanagement 3.1.1

Inleiding weerstandsvermogen en risicomanagent

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. In de programmabegroting 2023 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats in paragraaf 3.6. Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. 3.1.2

Incidentele componenten weerstandscapaciteit

Van de reserves, waarmee invulling wordt gegeven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie (t/m voorstellen aanvullend beleid uit deze begroting. In onderstaande paragraaf 3.1.3 is deze info voor wat betreft de algemene reserve geactualiseerd) het volgende overzicht worden gemaakt: Bedragen x € 1.000

Omschrijving/Jaren Algemene reserve Alg.dienst Algemene reserve Grondexploitatie Bestemmingsreserves Alg.dienst Bestemmingsreserves Grondexploitatie Totaal reserves

1-1-2022 6.935 3.603 16.239 10.897 37.674

1-1-2023 13.095 3.603 14.036 11.397 42.131

1-1-2024 12.125 3.603 13.223 11.397 40.348

1-1-2025 11.575 3.603 12.960 11.397 39.535

1-1-2026 11.125 3.603 12.663 11.397 38.788

De stand per 1-1-2022 sluit aan bij de stand van de reserves per 31-12-2021, conform de jaarrekening 2021. 3.1.3

Omvang algemene reserve

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves algemene dienst per 1-1-2023 (€ 13,1 mln. rekening houdend met het rekeningsaldo 2021) en grondexploitatie (€ 3,6 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s in deze paragraaf (€ 2,2 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (€ 2,3 mln.). Concreet betekent dit voor 2023 een verwachte weerstandsratio van 3,7. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus naar verwachting komen we het komende begrotingsjaar uit boven de door ons zelf bepaalde norm.

Bij een begrotingsuitvoering conform de nu bekende informatie, en dus rekening houdend met de taakstelling wat betreft ombuigingen, is er de komende planperiode, sprake van positief begrotingsresultaten. Met het toevoegen van dit resultaat aan de algemene reserve, verwachten we de weerstandsratio op orde te kunnen houden.

54

3.1.4

Resultaten

Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s geselecteerd, die opgenomen worden in deze paragraaf. De inventarisatie en bepaling van risico’s heeft plaatsgevonden met behulp van diverse ambtelijke collega’s. Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld:  vaststellen van het risicoprofiel;  een inschatting van de kans van optreden;  een inschatting van de financiële gevolgen. Op basis van de informatie uit de inventarisatie zijn de risico’s gekwantificeerd. Hierdoor is een uitspraak gedaan over de gewenste omvang van de algemene reserve die benodigd is ter dekking van de financiële gevolgen van de risico’s. In de onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks. Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet. Beschrijving van het risico Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom).

Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Renteontwikkeling Inflatieontwikkeling Extreme weersomstandigheden Stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic) Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Incidenten bij evenementen Legesinkomsten Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken Gladheidbestrijding Verbonden partijen TOTAAL

Kans aantal / jaar 0,5

Impact Schatting € € 500.000

Risico € 250.000

0,1

€ 2.000.000

€ 200.000

0,5 0,5 0,3

€ 360.000 € 300.000 € 500.000

€ 180.000 € 150.000 € 150.000

0,5 0,5 0,5 0,5 0,3 0,3

€ 300.000 € 500.000 € 500.000 € 250.000 € 200.000 € 300.000

€ 150.000 € 250.000 € 250.000 € 125.000 € 60.000 € 90.000

0,5 0,5 0,1 0,5 0,2 0,1 0,3 0,1

€ 150.000 € 100.000 € 500.000 € 100.000 € 200.000 € 200.000 € 60.000 € 100.000

€ 75.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 40.000 € 20.000 € 18.000 € 10.000 € 2.168.000

Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves. 3.1.5

Grondexploitaties

Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Omdat niet alle risico’s zich voordoen wordt slechts een deel, 55

rekening houdend met de kans hierop, meegenomen in de risicoparagraaf. Het risico is afhankelijk van de omvang van de onderhanden werken (1 tot 2%) en het risico dat in de plannen wordt gelopen (15 tot 30%), vermeerderd met een algemene risicobuffer voor de ondergrens van € 500.000. Dit risico is gebaseerd op berekeningen uit de laatst vastgestelde jaarrekening. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: onverwachte bodem- en grondwatersaneringen, nieuwe wet- en regelgeving en prijs- en afzetrisico’s. Op basis hiervan kan de ondergrens en de bovengrens worden bepaald conform de door de raad vastgestelde methode. Ondergrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Risicobuffer Totaal

Omvang 31.846.849 9.886.760

Percentage 1% 15%

Saldo t.b.v. reserve 318.000 1.483.000 500.000 2.301.000

Omvang 31.846.849 9.886.760

Percentage 2% 30%

Saldo t.b.v. reserve 637.000 2.966.000 3.603.000

Bovengrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Totaal

Ons weerstandsvermogen dient dus een ondergrens te kennen van afgerond € 4,5 mln. (€ 2,2 mln. concern en € 2,3 mln. grondbedrijf). De stand van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt begin 2023 naar verwachting ruim € 3,6 mln., de algemene reserve voor het concern bedraagt afgerond € 13,1 mln.; samen naar verwachting € 16,7 mln. Daarmee bevinden beide reserves bij elkaar opgeteld zich boven de bovengrens. De omvang van deze reserves is dus voldoende voor afdekking van de mogelijke risico’s. 3.1.6

Verplichte kengetallen BBV:

Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in deze paragraaf een aantal verplichte kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en, omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar.

56

Begroting 2023 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Verloop van de kengetallen 2021 2022 2023 (t) (t-2) (t-1) 78% 55% 58%

2024 (t+1) 61%

2025 (t+2) 57%

2026 (t+3) 83%

73%

49%

53%

55%

51%

77%

25% -2% 43% 96%

25% 0% 40% 96%

33% 8% 32% 95%

32% 5% 30% 95%

26% 6% 28% 95%

26% 3% 27% 95%

Toelichting per kengetal uit de BBV: 

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten (excl. reserves). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken (voorgestelde norm Oldenzaal < 100%);

Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wordt de netto schuld gesaldeerd met de verstrekte leningen. Schulden aangegaan om vervolgens leningen te kunnen verstrekken veroorzaken namelijk per saldo geen lasten. In combinatie met de niet gecorrigeerde netto schuldquote wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Deze quote is per definitie lager dan de netto schuldquote. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze worden terugbetaald, wordt er veelal uitgegaan van de ongecorrigeerde netto schuldquote. Ook de eerder genoemde uitleg van de gewenste hoogte van de quote heeft betrekking op de niet gecorrigeerde netto schuldquote;

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het is het verhoudingsgetal tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (voorgestelde norm Oldenzaal > 30);

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In dit verband wordt het saldo van de structurele baten en lasten, inclusief structurele mutaties in de reserves, gedeeld door de totale baten (excl. reserves);

De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (excl. reserves). Voor de berekening van dit kengetal wordt de niet in exploitatie genomen grond en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (excl. reserves). De boekwaarde van de voorraad grond is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij verkoop;

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van een meerpersoonshuishouden in de gemeente, in enig jaar, zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten in het voorafgaande jaar. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Omdat er vooralsnog geen sprake is van tariefsaanpassingen na de eerste jaarschijf van deze begroting blijft dit kengetal vanaf t+1 ongewijzigd.

57

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen 3.2.1

Algemeen

Wij zijn de beheerder van de openbare ruimte en hebben een belangrijke rol in de realisering en instandhouding daarvan. Conform de BBV bevat deze paragraaf de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het overzicht wordt uitgebreid met civiele kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. Per kapitaalgoed wordt het beleidskader inclusief ambitieniveau aangegeven, hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en wat het onderhouds-niveau is. Tenslotte worden de beschikbare middelen weergegeven. De keuzes, die de komende jaren gemaakt worden om de gemeentelijke begroting evenwichtig te houden, hebben ook gevolgen voor het onderhoud van de openbare ruimte. Er wordt van uitgegaan dat de inzet van middelen in de openbare ruimte zodanig gekozen wordt dat er geen sprake is van kapitaalvernietiging. Wel kan dit inhouden dat, als een onderdeel in de openbare ruimte op termijn in zijn geheel vervangen moet worden, de keuze gemaakt kan worden deze vervanging enige jaren uit te stellen. Het betreffende onderdeel wordt dan gedurende die periode op een lager niveau beheerd en onderhouden, maar zodanig dat in ieder geval de veiligheid gewaarborgd is.

Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan geoormerkte wegvakken die op termijn in zijn geheel met fundatie en onderliggende riolering vervangen moeten worden, gebouwen die op termijn op de nominatie staan om gesloopt te worden, stukken openbaar groen die op termijn geheel heringericht worden. In 2019 is hiervoor een integrale beleidsvisie voor de openbare ruimte “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” opgesteld en door de raad in haar vergadering van november 2019 vastgesteld. Deze visie is gebaseerd op de volgende bouwstenen:  Wij zorgen dat de openbare ruimte overal in Oldenzaal goed en veilig gebruikt kan worden;  We beheren de openbare ruimte duurzaam, met oog voor mens en milieu;  Ons beheer zorgt voor een aantrekkelijke en verzorgde openbare ruimte;  Waar mogelijk beheren we samen met bewoners en bedrijven;  We beheren slagvaardig en kosteneffectief. De budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de raad voor het opwaarderen van de openbare ruimte zijn vanaf 2019 geïndexeerd. Integraal beheer en onderhoud In vervolg op de vastgestelde visie is in 2020 het meerjaren uitvoeringsplan(MJUP) opgesteld. In de raadsvergadering van december 2020 is dit uitvoeringsplan vastgesteld. In 2023 zal, overeenkomstig de programmering van dit plan en in navolging van 2022, worden gewerkt aan de uitvoering.

Op deze manier willen we het beheer van de wegen, rioleringen, openbare verlichting, groen, civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen in Oldenzaal inzichtelijker maken. Het onderhoud kan hierdoor meer integraal, efficiënter en doelmatiger worden uitgevoerd. Hierbij wordt gezorgd voor zoveel mogelijk synergie door onderhoudsmaatregelen te combineren en af te stemmen op ruimtelijke, autonome en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt met de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt goed gekeken naar de mogelijkheden van subsidies. We beschikken over veel kennis en ervaring op het gebied van integraal onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteit wordt jaarlijks gemonitord en regelmatig onafhankelijk getoetst. De resultaten worden ingevoerd in de beheerapplicaties zodat alle gegevens centraal en up to date beschikbaar zijn. De beheerdata zijn gekoppeld aan het kaartmateriaal zodat de gegevens ook goed op tekening gepresenteerd kunnen worden.

58

3.2.2

Wegen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget

Confrontatie

Conclusie

Onder het product wegen vallen alle wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het betreft de wegen eigendom van de gemeente. Totaal asfalt: 781.767 m² Totaal elementen: 1.221.404 m², waaronder elementen rijbanen: 405.964 m², elementen fiets en voetpaden: 530.420 m², elementen overig: 285.020 m² Totaal half verhard: 19.837 m², totaal onverhard:14.758 m² Totale lengte van de wegen in Oldenzaal bedraagt: ca. 68 km. Goed ingerichte en veilige wegen. De gemeenteraad heeft in 2009 het beleidsplan wegbeheer “Beheren is vooruitzien” vastgesteld. De oorspronkelijke looptijd van dit plan liep formeel tot en met 2013. In de afgelopen periode waren de beleidsvoornemens uit het plan nog niet verouderd, zodat actualisatie van het beleidsplan nog niet aan de orde was. Inmiddels is in 2019 de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 20202024” vastgesteld. Hierin is het vorige beleidsplan ‘Beheren is vooruitzien’ geïntegreerd. Alle onderhoudswerkzaamheden voor het asfalt worden uitgevoerd door derden. De onderhoudswerkzaamheden aan de elementverharding gebeurt door derden, aangevuld met de inzet van de eigen dienst. De werkzaamheden die uitgevoerd door derden worden conform de regels aanbesteed. De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma ‘Obsurve’. In de zomer van 2021 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus).

De onderhoudswerkzaamheden zijn, waar nodig, afgestemd op deze inspecties. Daarbij is de keuze gemaakt voor uitvoering van scenario 1; dat wil zeggen opheffen achterstallig onderhoud en vervolgens handhaven van ten minste het kwaliteitsniveau C. Niveau C houdt in dat de richtlijn is overschreden en binnen 2 jaar groot onderhoud nodig is. In het MJUP dat eind 2022 aan de raad zal worden aangeboden wordt de planning voor de komende 2 jaren voorgesteld. De opgestelde meerjarenplanning kan worden uitgevoerd binnen de beschikbare budgetten voor regulier onderhoud. Het budget voor 2023 bedraagt: € 1.373.000 (kostenplaats 621001), waaronder een bedrag van € 485.000 voor elementenverharding; € 596.000 (kostenplaats 621003 minus kostenplaats 621004090), waaronder een bedrag van € 406.000 voor onderhoud asfalt verharding. Totale budget voor Wegen bedraagt € 2.004.000 (621002/621003). Er is een voorziening van € 450.000 beschikbaar ten behoeve van een inhaalslag onderhoud en verbeteren verhardingen. Dit is uitgezonderd de kosten voor het straatvegen. Het onderhoudsbudget voor elementenverhardingen is in 2023 toereikend om de wegen op basisniveau te houden. Voor asfaltverharding is er (volgens Obsurv) een budget van € 545.000 per jaar nodig. Daarbij moet ook opgemerkt worden dat er regelmatig (asfalt)onderhoudsgeld wordt bijgedragen aan civiele projecten.

Tevens zijn de werkzaamheden van de netwerkbeheerders aan de kabels en leidingen van invloed op de kwaliteit van onze wegen. Het in 2020 opgestelde meerjaren uitvoeringsplan biedt de mogelijkheid om het onderhoud meer integraal en doelmatiger uit te voeren, waardoor de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet worden om het afgesproken niveau te borgen en kapitaalsvernietiging tegen te gaan. De wegen voldoen, over het algemeen, aan het onderhoudsniveau basis. Het werkbudget is in 2023 toereikend om deze kwaliteit te behouden.

59

3.2.3

Openbare verlichting

Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

60

Onder het product openbare verlichting valt alles met betrekking tot straatverlichting, aanlichten van gebouwen, monumenten en bomen Goed ingerichte en veilige verlichting. Het verhogen van persoonlijke- en verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Het beheerplan is vastgesteld door het college. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: Gewenste onderhoudsniveau Onderhoudsniveau basis geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/ busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling. Verlichtingsniveaus Huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuw aanleg, en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde. Vervanging In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen: 1. Extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; (Inmiddels zijn deze uitgefaseerd.) 2. Lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar; 3. Niet- energiezuinige armaturen. Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp.

In “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn deze beleidsuitgangspunten overgenomen. In 2022 is een uitvoeringsplan voor de openbare verlichting opgesteld dat aansluit op de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024”. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden en deze worden conform de regels aanbesteed. We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt via een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt, en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen, worden opgelost. De in 2019 gehouden inventarisatie geeft een volledig overzicht van de aanwezige lichtmasten en armaturen, de technische en economische levensduur. Oldenzaal beschikt over 8086 lichtmasten en 8568 armaturen. 2.331 masten, 30% zijn ouder dan 40 jaar (= einde technische levensduur). 1.360 masten,17% zijn ouder dan 50 jaar. Bijna de helft van alle armaturen nadert het einde van de technische levensduur (20 jaar). Door actualisatie van de digitale arealen is het aantal lichtmasten iets gedaald. In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden is er een planning voor vervanging opgesteld. In 2021 is deze planning geactualiseerd. De uitvoering is gepland voor 2022 en 2023.

Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren maar niet toereikend om de grote vervangingsopgave van verouderde masten en armaturen weg te nemen. Via aanvullend beleid wordt budget beschikbaar gesteld om het structureel in stand houden van de bestaande straatverlichting te garanderen. Budget is € 630.000. Dit bedrag is inclusief aardgas en elektriciteit verbruik (kostenplaats 621021). Voor de jaren 2020-2022 is er een krediet van € 500.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van circa 400 verouderde lichtmasten en armaturen per jaar (totaal € 1.500.000 voor 1.200 stuks).

Confrontatie Conclusie

3.2.4

Het onderhoudsbudget is in 2023 toereikend om de openbare verlichting op het niveau te houden, zoals in het geldende beleidsplan omschreven . Wij voldoen aan de prestatieafspraken dat 98% van de verlichting brandt. In de meerjaren planning wordt de noodzakelijke vervanging opgenomen passend binnen het beschikbare budget. We verwachten dat het budget voldoende is om de werkzaamheden uit te voeren. We moeten wel aandacht hebben voor het budget voor energie staat onder druk i.v.m. de stijgende energieprijzen.

Verkeersregelinstallaties (VRI’s)

Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget Confrontatie

Conclusie

Onder het product verkeersregelinstallaties (VRI’s) vallen de 10 VRI’s in Oldenzaal Goed ingerichte, voldoende werkende installaties en daarmee het borgen van de verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’). In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn tevens de VRI’s opgenomen. Daarnaast heeft in april 2021 de gemeenteraad een eenmalig krediet beschikbaar gesteld voor de ombouw van vier verkeerslichten ten behoeve van de verkeerscentrale en een jaarlijks krediet van € 4.600,- voor inzet van de verkeerscentrale. Aan de VRI’s wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud wordt uitgevoerd door derden en is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht. Wij hebben hierin de regierol. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregel-installaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. We hebben hiertoe een informatiesysteem ingericht en sturen, waar nodig, op basis van deze verkregen informatie tijdig bij.

Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld. De gemeente Oldenzaal heeft 10 VRI’s in beheer. Deze installaties zijn aangesloten op het laagspanningsnet van Coteq netbeheer en hebben daardoor een relatie met de openbare verlichting. Er wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het geldende beleidsplan. Het onderhoudsbudget in 2023 bedraagt € 26.000 (kostenplaats 621032104). Voor de koppeling met de verkeerscentrale bedraagt het budget € 4.600,-. Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde onderhoud uit te voeren. Indien oudere verkeersregelinstallaties door een storing uitvallen, waar reparatie geen oplossing meer biedt en vervanging van de betreffende verkeersregelinstallatie noodzakelijk is, moet een voorstel worden gedaan voor de benodigde financiële middelen. Waar nodig wordt aan de VRI’s onderhoud gepleegd. We verwachten dat het budget in 2023 toereikend zal zijn om het noodzakelijke onderhoud uit te voeren en de kwaliteit te behouden.

61

3.2.5

Civiel technische kunstwerken

Product

De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige. De civieltechnische kunstwerken moeten heel en veilig zijn. Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. Deze scenario’s van beheer gelden nog steeds. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn ook de Civiel technische kunstwerken opgenomen.

Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget Confrontatie

Conclusie

3.2.6 Product Doel

Beleid

62

Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden, aangevuld met eigen dienst. De werkzaamheden worden conform de regels aanbesteed. De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. Tweede helft van 2022 is er een nieuwe inspectieronde uitgevoerd. Aan de hand hiervan is het uitvoeringsprogramma voor de komende 2 jaar opgesteld. In 2023 zal het onderhoud op basis van dit programma worden uitgevoerd. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk. Het aantal kunstwerken is de laatste jaren uitgebreid van 74 naar ruim 100 objecten. De recente areaaluitbreidingen betreffen nieuwe civiel technische kunstwerken en die vragen nu nog relatief weinig onderhoud. De uitkomsten van de inspectieronde en de meerjaren planning die voor de komende periode wordt opgesteld zal meer inzicht moeten geven in de benodigde (extra) middelen om het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren uit te kunnen voeren. Het budget voor het noodzakelijke onderhoud bedraagt in 2023 € 133.000 (kostenplaats 621004090). Het bedrag in de begroting is in 2023 toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren. Echter, door het gestaag toenemen van het aantal kunstwerken is het mogelijk dat het huidige budget op termijn niet meer toereikend is.

Hier zullen te zijner tijd passende financiële maatregelen voor worden genomen. De viaducten vormen de grootste investering en hebben een lange levensduur van 60 jaar. Ze zijn bijna allemaal van recente datum; vervangingen van deze kunstwerken worden niet op korte termijn verwacht. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk en we verwachten dat het budget voldoende is om de het opgestelde uitvoeringsprogramma over 2023 uit te voeren.

Openbaar groen Onder het product openbaar groen vallen bomen, heesters, grassen, water en paden/(half)verhardingen De aanwezigheid van goed onderhouden openbare groen, draagt bij aan de leefbaarheid en een gevoel van veiligheid voor onze inwoners. De kwaliteit van de openbare ruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze stad. Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “Anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 20152025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. Wel heeft er een wijziging op de beeld/kwaliteit plaatsgevonden van niveau C naar B (cfm. CROW systematiek). Deze is opgewaardeerd en inmiddels in uitvoering genomen. Biodiversiteit en

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie Conclusie

3.2.7

duurzaamheid blijven uitgangspunten voor het toekomstig beheer en ontwerp van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook het openbaar groen opgenomen. Wij laten beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door de eigen dienst, waarbinnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam zijn. Daarnaast worden werkzaamheden uitgevoerd door derden. Dit gebeurt via aanbestedingen. Het openbaar groen wordt standaard onderhouden op een CROW-beeldkwaliteit niveau B (Basis), uitgezonderd het stadscentrum en de begraafplaatsen (niveau A). Hiermee wordt de leefbaarheid, de veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad op het gewenste niveau gehouden. Ook is het de bedoeling om, vanuit de visie, uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie steeds meer vorm te geven. Om het kwaliteitsniveau van het openbaar groen te controleren, wordt maandelijks een schouw uitgevoerd. Dat is inclusief onkruid op elementverharding. Deze schouw wordt digitaal verwerkt met ons eigen beheersysteem van Obsurv. Waar nodig wordt direct gestuurd op de uitvoering. Binnen Obsurv is ook een module voor het bomenbestand opgenomen. Hierin worden de controles en de vervolgacties bewaakt.

De boominspecties worden uitgevoerd via het programma GRIB 2.0. Zowel in het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen, maar ook bij grootschalige renovatie, wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de overige aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor een zo integraal mogelijke aanpak wordt nagestreefd. De planning hierin wordt in het meerjaren uitvoeringsprogramma (MJUP) gepresenteerd. De daadwerkelijke realisatie gebeurt middels een uitvoeringsplan. Jaarlijks zal het proces van inspectie, inventarisatie vervolgacties en uitvoering plaatsvinden. Het budget voor Openbaar Groen bedraagt in 2023 € 2.560.983 en bestaat uit € 805.773 doorberekening loonkosten, € 332.072 doorberekening werkplaats en gemeentewerf, € 198.500 doorberekening afschrijving en € 1.224.638 overige kosten en inkoop. (kostenplaats 656011). Het budget is afgestemd op het overeengekomen onderhoudsniveau en areaal. Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd. Het budget voor het openbaar groen is voor dit moment toereikend om het openbaar groen te onderhouden. Het openbaar groen voldoet aan het afgesproken onderhoudsniveau en wordt geborgd door periodieke schouw. De verwachting is dat het budget in 2023 toereikend is.

Speelvoorzieningen

Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Onder het product speelvoorzieningen vallen speelplekken in de openbare ruimte en speelplekken bij de scholen. Goed ingerichte en veilige speelplekken die een stimulans zijn voor ontmoeten en spelen. In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer aandacht voor natuurlijk spelen en ruimte voor buurtparticipatie. Het speelbeleid is in 2020 verder uitgewerkt in het ‘Beheersplan Spelen’. Op de 126 speelplekken zijn in totaal 727 speeltoestellen aanwezig. De beheers- en onderhoudswerkzaamheden en de aanschaf van nieuwe speeltoestellen worden door het Team Buitenbeheer uitgevoerd. De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(WAS). Hierin is aangegeven hoe 63

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie

Conclusie

3.2.8

om te gaan met onderhoud en vervanging. Minimaal 1x per jaar (scholen 2 x per jaar) worden de speeltoestellen geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten in het systeem ABS-spelen. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Uitgangspunt is dat er een kwalitatief goed en veilig speelaanbod is dat duurzaam in stand kan worden gehouden. Daarnaast geeft het beheersplan inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves. Het opgestelde beheersplan spelen geeft inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves voor de langere termijn. Voor 2023 is een budget opgenomen van € 121.865 (kostenplaats 656015) Het beschikbare budget is de afgelopen jaren aangewend voor reparatie en onderhoud van de speeltoestellen. Daarnaast zijn er investeringen gedaan voor de aanschaf van nieuwe toestellen. Het in 2020 vastgestelde beheersplan is onder andere opgesteld om de benodigde investeringen in de toekomst te borgen. De speeltoestellen voldoen aan het Warenwet besluit Attractie en speeltoestellen. Het speelbeleid 2016-2025 wordt uitgevoerd.

In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Bij het niet beschikbaar stellen van het in het beheersplan gevraagde krediet kan een kwalitatief goed en veilig speelaanbod niet duurzaam in stand worden gehouden conform het vastgestelde beheersplan.

Riolering

Product

Riolering

Doel

Oldenzaal wil de beschikking hebben over een goed functionerend rioolstelsel waardoor we gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld voor de periode van 5 jaren. Hierin zijn de zorgplichten voor hemel-, grond- en afvalwater opgenomen. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg. In het nieuwe GRP wordt het bestaande beleid voortgezet. Wel komt er steeds meer aandacht voor de effecten van de klimaatverandering en de manier hoe we daar in Oldenzaal (overheid, inwoner en ondernemer, enz.) mee om willen gaan. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook de riolering opgenomen en zal deel uit maken van een integrale aanpak. Door projecten uit te voeren, het bewustzijn te vergroten door goede communicatie, de kwaliteit in stand te houden door goed risico gestuurd beheer en onderhoud wordt invulling gegeven aan de visie, doelen en ambities uit het GRP en visie beheer openbare ruimte. De werkzaamheden worden door onze eigen teams Projecten en Buitenbeheer uitgevoerd, maar ook door aannemers. Kwaliteitsniveau B Basis is uitgangspunt. Voor de gemeente Oldenzaal is het beeld dat de riolering in goede staat verkeert en dat er weinig achterstallig onderhoud is.

De kwaliteit van de riolering in De Thij was een aandachtspunt, hier is al op geanticipeerd. Recente inspecties hebben laten zien dat de kwaliteit van de rioleringen in de wijk Glinde Hooiland versneld achteruit is gegaan. Hier moet op

Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

64

Planning/ Toekomst

Budget

korte termijn op geanticipeerd worden. In de jaarlijkse voortgangsnotitie wordt per situatie omschreven welke doelen we stellen en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Speerpunten daarbij zijn samenwerken in de waterketen, inzet op duurzaamheid en klimaatverandering. Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. De voor beheer en onderhoud van het huidige stelsel benodigde middelen zijn beschikbaar. Het budget voor 2023 bedraagt: € 1.497.000 Dagelijks onderhoud riolering (672201). Voor 2023 is er een investering geraamd van € 2.125.000. Additioneel is het de noodzaak in de wijk Glinde Hooiland de riolering te vervangen en de openbare ruimte te revitaliseren. Het benodigde budget voor 2023 van € 1.200.000, dat vermeld stond in de Kadernota, dient nog te worden gehonoreerd.

Confrontatie

Conclusie

3.2.9

In het nieuwe GRP is een balans gezocht tussen de ambitie voor goed rioolbeheer en aanpassing aan de klimaatverandering versus het beheersbaar houden van de rioolheffing. De riolering voldoet over het algemeen aan het onderhoudsniveau, echter door de noodzaak eerder te vervangen in delen van de wijk Glinde Hooiland is het de verwachting dat het budget in 2023 niet voldoende is om deze kwaliteit te behouden.

Schoolgebouwen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Onder het product schoolgebouwen vallen de aanvragen voor nieuwbouw of grootschalige revitalisatie. Het onderhoud en beheer komt voor rekening van de schoolbesturen. Uitgezonderd het scholengebouwen De Essen, waarin de basisschool De Linde en De Esch is gehuisvest. Bij dit gebouw komt het beheer en onderhoud voor rekening van de gemeente. Aanwezigheid van een efficiënte en goede verdeling binnen de wijken van de schoolgebouwen De aanvragen van de schoolbesturen hebben vanaf 1 januari 2015 alleen nog betrekking op nieuwbouw en grootschalige revitalisatie. Vanaf 1 januari 2015 hebben we slechts nog een zorgplicht voor: (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, gebruik, terrein, eerste inrichting en schade / constructiefouten, tenzij een gevolg van nalatigheid. Al het onderhoud is voor rekening van de schoolbesturen, waarvoor zij een rechtstreekse vergoeding ontvangen van het Rijk. In 2021 is het IHP vastgesteld en vanaf 2022 werken we met dit plan. Doelstelling van dit plan is om te komen tot een efficiënte en goede verdeling binnen de wijken van de onderwijsgebouwen. Aangezien de onderhoudsverplichting is komen te vervallen laten we de schoolgebouwen niet meer jaarlijks inspecteren. Het schoolgebouw De Essen wordt periodiek door medewerkers van onze eigen dienst geïnspecteerd en waar nodig onderhoud ingepland en uitgevoerd. Deze is binnen het IHP vastgesteld.

65

Planning/toekomst Budget

Confrontatie

Conclusie

Overeenkomstig het IHP worden de schoolvervangingen ingepland. Voor de nieuwbouw of grootschalige revitalisatie dient een afzonderlijk krediet te worden aangevraagd. Voor de ver- en nieuwbouw van verscheidene scholen in het primair- en voortgezet onderwijs is in het IHP een budget opgenomen. Echter in de kredietaanvraag zitten ook aanvullende kosten zoals verhuiskosten, tijdelijke huisvesting en sloopkosten. Het onderhoudsbudget voor overige schoolgebouwen is komen te vervallen. Dit is een taak van het schoolbestuur. Voor nieuwbouw of revitalisatie moet afzonderlijk krediet worden aangevraagd. Via het IHP zijn de middelen voor de komende planningsperiode veiliggesteld binnen de begroting.

3.2.10 Overige gebouwen Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit Planning/toekomst

Budget

Confrontatie Conclusie

66

Onder het product overige gebouwen vallen alle gebouwen in eigendom van de gemeente, uitgezonderd schoolgebouwen. Als eigenaar hebben we de verplichting voor een veilig te gebruiken gebouw en voldoen aan de wettelijke vereisten. Het beheer en onderhoud van het maatschappelijk vastgoed (uitgezonderd schoolgebouwen) worden afgestemd op de situatie van het gebouw. Het huidige beleid voor beheer en onderhoud is gericht op een voortdurende instandhouding van ons vastgoedbezit. Wij hebben verplichtingen als eigenaar, verhuurder of exploitant. Gebouwen moeten veilig te gebruiken zijn en voldoen aan de wettelijke vereisten. Wij willen efficiënt met ons vastgoedbezit omgaan en zien vastgoedeigendom niet als een doel op zich. Door te zoeken naar optimalisatie in het gebruik verwachten we dat er de komende jaren gebouwen worden afgestoten of ingevuld worden met een andere functie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Al deze gebouwen worden jaarlijks geïnspecteerd. Indien nodig wordt daarbij externe expertise ingehuurd. De onderhoudsgegevens worden ingevoerd in een meerjarenprogramma. Uitgangspunt bij het onderhoud van onze gebouwen is ‘sober en doelmatig’. Tijdens de jaarlijkse inspectie wordt de noodzaak van het geplande onderhoud beoordeeld. Daar waar mogelijk worden werkzaamheden doorgeschoven naar volgende jaarschijven.

Bewaakt wordt wel dat er geen kapitaalvernietiging optreedt door te laat preventief onderhoud. Vervanging van (installatie-)onderdelen vindt pas plaats als deze niet meer functioneren of als wordt verwacht dat ze op korte termijn gaan uitvallen. In de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid is verwoord dat er bij vervanging wordt gekozen voor de meest duurzame en energiezuinige oplossing, mits er sprake is van een reële terugverdientijd. In 2022 is het gebouwenbeheerplan opgesteld en geactualiseerd. In oktober 2022 is deze vastgesteld. De gebouwen worden onderhouden op de afgesproken kwaliteit vallend binnen de termen sober en doelmatigheid. Na vaststelling van het MJOP zal er jaarlijks worden geïnspecteerd en gemuteerd. Het MJOP is leidend voor de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden, passend binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid. Met bovengenoemde uitgangspunten voor beheer wordt de Voorziening Gebouwenbeheerplan Overige Gebouwen, met de in deze programmabegroting geraamde dotaties voor de komende 10 jaar, voldoende gevoed. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 672.000. Het saldo van de Voorziening Gebouwenbeheersplan bedroeg per 1 januari 2022 € 1.676.680,Zie: budget De overige gebouwen voldoen aan de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid en het budget is in 2023 voldoende voor kwaliteitbehoud.

3.2.11 Sportaccommodaties Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie

Conclusie

Onder het product sportaccommodaties vallen buiten en binnensport accommodaties. Ons doel is om alle inwoners te laten genieten van sport en beweging. Daarom investeren wij in sportaccommodaties en sportverenigingen Wij willen er voor zorgen dat er voldoende en kwalitatief hoogwaardige binnenen buitensportaccommodaties beschikbaar zijn en blijven voor vitale sportverenigingen. Dit omvat naast beheer ook de verdere ontwikkeling en verbetering van accommodaties. De visie op sport en bewegen is in 2016 vastgesteld. Er is een nieuwe tarievenstructuur vastgesteld. De buitensportverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Verdere privatisering van de buitensportaccommodaties is nog niet in ontwikkeling. Naast de gedeeltelijke privatisering van werkzaamheden zijn ook ontwikkelingen in de sport van belang voor het toekomstige beheer van de sportaccommodaties. Zo neemt het meisjesvoetbal en het zaterdagvoetbal een vlucht waar de accommodaties niet op ingericht zijn. Doelstelling is om de gevolgen per vereniging in kaart te brengen en voor te leggen. Synarchis voert dit onderzoek uit zal dit met advies afronden eind 2022. Voor het uit te voeren beheer en onderhoud is het “Sportbeheerplan 2013” maatgevend. Dit plan is in 2020 geactualiseerd.

De sportvelden (buitensport) worden eenmaal per drie jaar door een externe organisatie uitgebreid kwalitatief beoordeeld. In 2023 zal opnieuw dit plan worden geactualiseerd. In het opgestelde rapport wordt, naast de advisering voor het reguliere beheer en onderhoud, speciale aandacht besteed aan geplande (vervangings-) investeringen in de nabije toekomst. Wel wordt de afweging gemaakt dat bij voldoende technische kwaliteit de investeringen naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Voor het onderhoudsniveau van de buitensport accommodaties wordt aansluiting gezocht bij de onderhoudscriteria zoals deze door NOC*NSF, in samenwerking met de sportbonden, zijn geformuleerd In het jaar voorafgaande aan de investering zal worden beoordeeld of de technische levensduur langer is dan de economische levensduur en afhankelijk daarvan kan de vervangingsinvestering eventueel worden uitgesteld. De integrale afweging van (vervangings-)investeringen in de sport vindt jaarlijks plaats in de programmabegroting. In de begroting is voor elke sportaccommodatie afzonderlijk budget opgenomen voor het dagelijks en reguliere beheer en onderhoud alsmede kleine vervangingsinvesteringen. De budgetten voor de schil (=vastgoed) van de binnen- en buitensportaccommodatie zijn ondergebracht in de Voorziening Gebouwenbeheerplan (zie Overige gebouwen).

Het budget voor onderhoud Binnensportaccommodaties bedraagt: € 97.816 (KP 6530 – 438025/438050/438052). Het budget voor onderhoud Buitensportaccommodaties bedraagt: € 370.643 (KP 6531 – 4380-/10/23/25/28/29/33/50/52) Eind 2020 is het sportbeheerplan geactualiseerd. Dit nieuwe beheerplan is richtinggevend voor beheer en onderhoud van onze sportaccommodaties. Confrontatie met beschikbare budgetten zal inzicht geven of deze voldoende zijn om beheer en onderhoud op het afgesproken niveau uit te voeren. Afhankelijk van de verdere uitwerking van het sportbeheerplan is aan te geven of de beschikbare budgetten voor 2023 en verder, voldoende zekerheid bieden. Mocht op dat moment geconstateerd worden dat beschikbaar budget en voorgenomen maatregelen niet met elkaar in overeenstemming zijn, zullen er maatregelen worden getroffen opdat deze overeenstemming alsnog ontstaat. 67

3.3 3.3.1

Financiering Algemeen

Het treasurystatuut Oldenzaal 2018 is uitgangspunt voor alle treasuryactiviteiten. Dit statuut is door het college vastgesteld in de vergadering van 5 december 2017 en is met ingang van 1 januari 2018 in werking getreden. De raad is hiervan via een infobrief op de hoogte gebracht. Het treasurystatuut is aangepast vanwege o.a. gewijzigde wet- en regelgeving:  De wet Fido is gewijzigd om het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden te kunnen invoeren;  De Regeling Ruddo is gewijzigd waarmee de richtlijn voor het inzetten van derivaten is aangescherpt. In ons treasurystatuut is bepaald dat het gebruik van derivaten niet is toegestaan. Ook is een artikel toegevoegd waarin is vastgelegd dat toekomstige organisatiewijzigingen zonder collegebesluit van toepassing worden geacht op het huidige treasurystatuut. 3.3.2

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Deze limiet wordt elk kwartaal getoetst en mag in beginsel niet worden overschreden. Wanneer de limiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wel wordt overschreden moet de provincie Overijssel daarvan op de hoogte worden gebracht. Daarbij moet tevens een plan om binnen de limiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd. De limiet voor 2023 bedraagt 8,5% van de lasten van de begroting bij aanvang van het jaar, 8,5% van € 101 mln. is € 8,6 mln. 3.3.3

Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering en/of renteherziening. Elke gemeente loopt een financieel risico wanneer de rente onverwacht stijgt. Door te zorgen voor voldoende spreiding in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille en/of door te kiezen voor een annuïtaire- of lineaire aflossingsvorm kunnen de effecten van een renteverandering worden afgevlakt. De renterisiconorm voor 2023 bedraagt 20% van het totaal van de lasten op de begroting, 20% van afgerond € 101 mln. is € 20,2 mln. Gelet op de opbouw van onze leningenportefeuille zal de renterisiconorm in 2023 niet worden overschreden. 3.3.4

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is onder meer afhankelijk van het tijdstip waarop investeringen tot uitvoering komen. Daarnaast is herfinanciering van de leningenportefeuille bepalend voor de liquiditeitspositie als ook het moment van uitgifte van bouw- en bedrijfskavels. In beginsel worden kortlopende leningen aangetrokken om in de financieringsbehoefte te voorzien. De ervaring leert namelijk dat de rente op kortlopende leningen nagenoeg altijd lager is dan op langlopende geldleningen waardoor (tijdelijk) een rentevoordeel kan worden behaald. Wel worden de renteontwikkelingen gevolgd zodat zo nodig adequaat gereageerd kan worden. 3.3.5

Liquiditeitsplanning

De liquiditeitsplanning voor de geldstromen binnen onze organisatie wordt minimaal elk half jaar geactualiseerd. Daarnaast wordt onze liquiditeitspositie continu bewaakt. Met een degelijke planning kan intern een betere afstemming plaatsvinden over betalingsactiviteiten en de effecten daarvan op de gemeentelijke financiering. In het verlengde daarvan vormt de planning een basis voor meer onderbouwde financieringsactiviteiten. 3.3.6

Rentevisie

De rentevisie wordt gebaseerd op de rentevisie van enkele financiële instellingen, waaronder die van onze huisbankier. De Europese Centrale Bank beslist maandelijks over de officiële rentetarieven in het 68

eurogebied en heeft diverse instrumenten om die te beïnvloeden. Factoren die van invloed zijn op de rente zijn o.a. economische groei, inflatie en monetair beleid. Hoofddoel van de ECB is de prijzen stabiel houden, dat biedt zekerheid en vertrouwen en bevordert economische groei. Het rente-instrument is voor de ECB een heel doeltreffend instrument om de hoogte van de rente op de geldmarkt en daarmee de groei en inflatie te sturen. Door de oplopende inflatie was de ECB in 2022 genoodzaakt om het ruime geldbeleid in te perken en de (korte termijn) rente tarieven te verhogen. De herfinancieringsrente, het tarief waartegen banken geld kunnen lenen, in op 21 juli 2022 verhoogt van 0 procent naar 0,5 procent, en op 8 september naar 1,25 procent. De depositorente, de vergoeding die banken krijgen om bij de ECB geld te stallen, is in 2022 respectievelijk verhoogd van -0,5% tot 0% en van 0% tot 0,75%. Afhankelijk van de inflatieontwikkelingen is de verwachting dat de beleidsrentes in 2023 verder zullen worden verhoogd tot het moment dat de inflatie voor langere tijd weer in de buurt komt van de door de ECB beoogde 2%. Afstemming van het te voeren financieringsbeleid kan betekenen dat er (zo mogelijk) vervroegd langlopende geldlening worden aangetrokken wanneer een verdere rentestijging wordt verwacht.

Uitgangspunt in ons beleid is om bij het aantrekken van nieuwe leningen, leningen met een looptijd van 10 jaar of langer aan te trekken waardoor de fluctuaties van de omslagrente, zoals gewenst, beperkt zullen blijven. 3.3.7

Leningenportefeuille

De leningenportefeuille bestaat op het moment van het opstellen van deze paragraaf uit vijf leningen met een restant schuld per 1 januari 2023 van € 27,0 mln. De gemiddelde rente van deze leningen bedraagt 0,78% (1 januari 2022 1,01%). Vervroegde aflossing van deze leningen is niet mogelijk en de rente staat gedurende de gehele looptijd vast. 3.3.8

Uitzettingen

Door een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013 zijn decentrale overheden met ingang van 2014 verplicht tot schatkistbankieren. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist, waardoor de financieringsbehoefte van de Nederlandse staat vermindert en de staatsschuld zal dalen. Het is decentrale overheden wel toegestaan om overtollige middelen uit te zetten bij andere overheden, met dien verstande dat er geen toezichtrelatie mag bestaan tussen de betrokken overheden. Uitgangspunt is dat uitzettingen een prudent karakter moeten hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van een overmatig risico. Het komende jaar zal er door de gemeente Oldenzaal geen geld voor een langere tijd worden uitgezet. Omdat het verstrekken van leningen niet tot de kerntaken van de gemeente behoort, is in het treasurystatuut de bepaling opgenomen dat de gemeente zelf geen leningen verstrekt. Het verstrekken van garanties, evenals het aangaan van financiële participaties, wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het verstrekken van garanties, en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak, bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

Ter beperking van het financieel risico wordt geen garantie verstrekt indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds. 3.3.9

Relatiebeheer

De BNG Bank in Den Haag is onze huisbankier. In 2021 is de BNG Bank gevraagd een offerte uit te brengen voor een overeenkomst vanaf 1 januari 2022. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe overeenkomst Bancaire dienstverlening met de BNG Bank voor onbepaalde tijd. Bij het Ministerie van Financiën hebben we een rekening-courant ten behoeve van het schatkistbankieren. Het contante betalingsverkeer, zoals de parkeergelden en de leges Publiekszaken, wordt door Brink’s Solutions Nederland B.V afgehandeld. 3.3.10 Renteomslag In onderstaande tabel treft u de actuele berekening van de renteomslag aan. Deze wordt gebruikt voor toerekening van rente aan de diverse taakvelden.

69

Berekening rente-omslag 2023 A. Boekwaarde Af: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten A1. Gecorrigeerde boekwaarde

Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 85.871.564 96.016.638 104.106.275 104.861.029 8.978.513 3.955.762 72.937.289

8.978.513 3.615.762 83.422.363

8.978.513 3.375.762 91.752.000

8.978.513 3.135.762 92.746.754

B. Staat reserves en voorzieningen C. Staat van geldleningen D. Financieringstekort (A-B-C)

48.909.109 33.455.783 3.506.672

47.159.271 27.019.941 21.837.426

39.958.773 23.577.487 40.570.015

39.782.339 20.135.033 44.943.657

Begrotingsomvang 2023 (aanvaard beleid) E. Norm voor kasgeld 8,5% van begrotingsomvang F. Aan te trekken vaste geldlening (D-E)

94.000.000 7.990.000 0

94.000.000 7.990.000 13.847.426

94.000.000 7.990.000 32.580.015

94.000.000 7.990.000 36.953.657

191.270 0 18.377 0 209.647

209.891 0 35.156 175.862 420.909

183.150 0 51.136 479.252 713.538

156.409 0 67.116 617.126 840.651

35.914 48.875 124.858

35.914 44.175 340.820

35.914 40.475 637.149

35.914 36.915 767.822

Netto percentage renteomslag (G gedeeld door 1% van A1) Afronden, met maximaal 0,5 verschil

0,17 0,5%

0,41 0,5%

0,69 0,5%

0,83 0,5%

Door te berekenen rente volgens berekening rente omslag Doorberekende rente volgens exploitatiebegroting 2022 Renteresultaat op taakveld treasury

209.647 433.343 223.696

420.909 465.515 44.606

713.538 446.283 -267.255

840.651 433.723 -406.928

4.061.685 4.495.028

4.588.197 5.053.712

4.504.733 4.951.016

4.657.645 5.091.368

Rente vaste geldleningen Bespaarde rente Rente Financieringstekort via kasgeldlimiet E Rente Financieringstekort nog aan te trekken vaste geldlening F F. Totale rente Af rente voor: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten (m.n.ambtenarenhypotheken) G. Rente voor berekenen rente-omslag

Afschrijvingen volgens staat activa Totaal kapitaallasten (afschrijving + rente)

Het gehanteerde renteomslagpercentage bedraagt voor de komende planperiode afgerond 0,5%. Deze afronding betekent voor de jaren 2023 en 2024 een verwacht positief renteresultaat, en voor de jaren 2025 en 2026 een negatief resultaat op het taakveld treasury, zoals u ook kunt zien in bovenstaande tabel.

70

3.4

Bedrijfsvoering

3.4.1

Algemeen

De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. De bedrijfsvoering is daarbij randvoorwaardelijk. Maatschappelijke ontwikkelingen en (ingrijpende) veranderingen in wet- en regelgeving zijn van grote invloed op ons werk; op wat we doen, hoe we dit doen en met wie we dit doen. Complexe vraagstukken en samenwerkingsvormen (zowel lokaal als regionaal) vergen andere sturing en flexibele inzet van mensen en middelen. Daarnaast vragen onze eigen ambities en het streven naar optimale dienstverlening aan de stad om een duidelijke focus op onze doelen en taakuitvoering. Wij zetten in op samenwerking, vernieuwing en transparantie. Samen met de samenleving werken wij aan een leefbare stad. We zijn continu bezig onze werkwijzen te verbeteren en efficiënter in te richten. Dit kunnen kleine aanpassingen zijn in processen, maar ook complete herinrichtingen van processen met behulp van bijvoorbeeld de LEAN-methodiek. We streven ernaar om onze organisatie voortdurend zo optimaal mogelijk te laten functioneren.

Het jaar 2023 staat op het gebied van bedrijfsvoering, zoals de afgelopen jaren ook reeds is ingezet, in het teken van het verbeteren van de (digitale) dienstverlening, het doorvoeren (en digitaliseren) van de nieuwe P&C-cyclus, het implementeren van een nieuwe financieel systeem en het oppakken van belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen. Digitale dienstverlening wordt aan de ene kant verbeterd richting onze inwoners, maar dit betekent ook dat onze medewerkers voortdurend mee moeten gaan in deze ontwikkelingen. In 2023 richten we ons op de volgende hoofdthema’s:  verbeteren en doorontwikkelen van onze dienstverlening;  (wettelijke) ontwikkelingen en rechtmatigheid  Implementatie nieuw financieel systeem en digitalisering P&C-proces 3.4.2

Dienstverlening

De afgelopen jaren zijn we druk bezig geweest met de uitbreiding en verbetering van onze digitale dienstverlening. Voor 2023 blijven we kijken naar ontwikkelingen waarmee we onze digitale dienstverlening nog verder kunnen verbeteren. Daarnaast blijven we bereikbaar voor de dienstverlening op locatie. De inwoner kan zo zelf de afweging maken of ze kiest voor digitale dienstverlening of een afspraak op het stadhuis. We onderzoeken of we in het stadhuis een plek kunnen creëren waar we inwoners kunnen helpen met online aanvragen. Mens & Gedrag Hoewel de krapte op de arbeidsmarkt nog niet leidt tot grote problemen, staan vacatures langer open. In een enkel geval ontvangen we weinig reacties van kandidaten. Om klaar te zijn voor minder goede tijden, bereiden we ons voor om de sterke positie op de arbeidsmarkt te behouden. De werkcultuur staat hierin centraal, namelijk een ongedwongen sfeer, korte lijnen en kunnen rekenen op elkaar. Dat zijn de elementen waarom mensen graag bij ons werken. Dat zijn ook de pijlers voor de arbeidsmarktbewerking. Naast werving is het behoud van personeel belangrijk. We hebben het functioneringsgesprek in een nieuw jasje gestoken. Met het zogenaamde ‘goede gesprek’ hebben we aandacht voor de ander en hebben we de (ontwikkel)behoefte goed in beeld. Meer informatie over het programma Dienstverlening staat in het programma Dienstverlening en Veiligheid. 71

3.4.3

Belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen en rechtmatigheid

Informatieveiligheid We voldoen als gemeente inmiddels voor een groot gedeelte aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). In 2022 worden in dat kader wederom een aantal maatregelen (verder) geïmplementeerd. Dit zijn ICT-technische maatregelen, maar ook control- en bewustzijnsacties. Zo organiseren we diverse initiatieven om bewustwording en kennis over informatieveiligheid te bevorderen. De digitale criminaliteit neemt toe en we zijn ons bewust van het belang van informatieveiligheid en informatieveiligheidsbewustzijn. We toetsen voortdurend kritisch hoe en waar we onze informatieveiligheid verder kunnen verbeteren. In 2022 leggen we voor de 5e keer middels éénduidige normatiek single information audit (ENSIA) verantwoording af over onze status van informatieveiligheid aan de wettelijke toezichthouders, maar ook aan de gemeenteraad. Een externe auditor checkt daartoe de zelfevaluatie-vragenlijst en onze collegeverklaring en stelt een Assurance Verklaring op. Wet open overheid (Woo) en Wet elektronische publicaties (Wep) De Wet open overheid (Woo) heeft tot doel om overheden en semi-overheden transparanter te maken, om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11995025/2