CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Programmabegroting 2024 - Programmabegroting 2024

Gemeenteraad 13 november 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Programmabegroting 2024 inclusief bijlagenboek35.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

meerjaren planning wordt de noodzakelijke vervanging opgenomen passend binnen het beschikbare budget. We verwachten dat het budget voldoende is om de werkzaamheden uit te voeren.

3.2.4 Verkeersregelinstallaties (VRI’s) Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget Confrontatie

Conclusie

Onder het product verkeersregelinstallaties (VRI’s) vallen de 10 VRI’s in Oldenzaal Goed ingerichte, voldoende werkende installaties en daarmee het borgen van de verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’). In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn tevens de VRI’s opgenomen. Aan de VRI’s wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud wordt uitgevoerd door derden en is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht. Wij hebben hierin de regierol. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregel-installaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. We hebben hiertoe een informatiesysteem ingericht en sturen, waar nodig, op basis van deze verkregen informatie tijdig bij. Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld.

De gemeente Oldenzaal heeft 10 VRI’s in beheer. Deze installaties zijn aangesloten op het laagspanningsnet van Coteq netbeheer en hebben daardoor een relatie met de openbare verlichting. Er wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het geldende beleidsplan. Het onderhoudsbudget in 2024 bedraagt € 29.000 (kostenplaats 621032104). Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde onderhoud uit te voeren. Indien oudere verkeersregelinstallaties door een storing uitvallen, waar reparatie geen oplossing meer biedt en vervanging van de betreffende verkeersregelinstallatie noodzakelijk is, moet een voorstel worden gedaan voor de benodigde financiële middelen. Waar nodig wordt aan de VRI’s onderhoud gepleegd. We verwachten dat het budget in 2024 toereikend zal zijn om het noodzakelijke onderhoud uit te voeren en de kwaliteit te behouden.

3.2.5 Civiel technische kunstwerken Product

Doel Beleid

De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige. De civieltechnische kunstwerken moeten heel en veilig zijn. Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. Deze scenario’s van beheer gelden nog steeds. In de “Visie beheer 55

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget Confrontatie

Conclusie

openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn ook de Civiel technische kunstwerken opgenomen. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden, aangevuld met eigen dienst. De werkzaamheden worden conform de regels aanbesteed. De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. In oktober 2022 is er een nieuwe inspectieronde uitgevoerd. Ook wordt incidenteel gebruik gemaakt van een betontechnisch adviesbureau. Aan de hand hiervan is het uitvoeringsprogramma voor de komende 2 jaar opgesteld. In 2024 zal het onderhoud op basis van dit programma worden uitgevoerd. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk. Het aantal kunstwerken is de laatste jaren uitgebreid van 74 naar ruim 100 objecten. De recente areaaluitbreidingen betreffen nieuwe civiel technische kunstwerken en die vragen nu nog relatief weinig onderhoud. De uitkomsten van de inspectieronde van oktober 2022 en de daaruit volgende meerjaren planning die voor de komende periode is opgesteld laat zien dat het budget toereikend is. Volgende inspectierondes zullen meer inzicht moeten geven in de benodigde (extra) middelen om het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren uit te kunnen voeren. Het budget voor het noodzakelijke onderhoud bedraagt in 2024 € 145.000 (kostenplaats 621004090).

Het bedrag in de begroting is in 2024 toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren. Echter, door het gestaag toenemen van het aantal kunstwerken is het mogelijk dat het huidige budget op termijn niet meer toereikend is. Hier zullen te zijner tijd passende financiële maatregelen voor worden genomen. De viaducten vormen de grootste investering en hebben een lange levensduur van 60 jaar. Ze zijn bijna allemaal van recente datum; vervangingen van deze kunstwerken worden niet op korte termijn verwacht. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk en we verwachten dat het budget voldoende is om de het opgestelde uitvoeringsprogramma over 2024 uit te voeren.

3.2.6 Openbaar groen Product Doel

Beleid

Uitvoering

56

Onder het product openbaar groen vallen bomen, heesters, grassen, water en paden/(half)verhardingen De aanwezigheid van goed onderhouden openbare groen, draagt bij aan de leefbaarheid en een gevoel van veiligheid voor onze inwoners. De kwaliteit van de openbare ruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze stad. Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “Anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 20152025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. Wel heeft er een wijziging op de beeld/kwaliteit plaatsgevonden van niveau C naar B (cfm. CROW systematiek). Deze is opgewaardeerd en inmiddels in uitvoering genomen. Biodiversiteit en duurzaamheid blijven uitgangspunten voor het toekomstig beheer en ontwerp van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook het openbaar groen opgenomen. Wij laten beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door de eigen dienst, waarbinnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam zijn. Daarnaast worden werkzaamheden uitgevoerd door derden. Dit gebeurt via aanbestedingen. Daarnaast stimuleren wij steeds meer inwonerinitiatieven voor (openbaar) groen.

Hierbij krijgen de inwoners steeds meer een rol in aanleg,

Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie Conclusie

beheer en onderhoud. Het openbaar groen wordt standaard onderhouden op een CROW-beeldkwaliteit niveau B (Basis), uitgezonderd het stadscentrum en de begraafplaatsen (niveau A). Hiermee wordt de leefbaarheid, de veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad op het gewenste niveau gehouden. Ook is het de bedoeling om, vanuit de visie, uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie steeds meer vorm te geven. Om het kwaliteitsniveau van het openbaar groen te controleren, wordt maandelijks een schouw uitgevoerd. Dat is inclusief onkruid op elementverharding. Deze schouw wordt digitaal verwerkt met ons eigen beheersysteem van Obsurv. Waar nodig wordt direct gestuurd op de uitvoering. Binnen Obsurv is ook een module voor het bomenbestand opgenomen. Hierin worden de controles en de vervolgacties bewaakt. De boominspecties worden uitgevoerd via het programma GRIB 2.0. Zowel in het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen, maar ook bij grootschalige renovatie, wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de overige aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor een zo integraal mogelijke aanpak wordt nagestreefd. De planning hierin wordt in het meerjaren uitvoeringsprogramma (MJUP) gepresenteerd. De daadwerkelijke realisatie gebeurt middels een uitvoeringsplan.

Jaarlijks zal het proces van inspectie, inventarisatie vervolgacties en uitvoering plaatsvinden. De onderhoudsbudgetten voor 2024 bedragen: € 1.460.000 Openbaar groen (kp 656011-grb 4380..) € 221.000 Bomen (kp 656013-grb 4380..) Het totale budget 2024 voor Openbaar groen en Bomen bedraagt: € 2.792.000 Openbaar Groen (kp 656011) € 327.000 Raadspr Nr 36; extra budget meer vergroenen 2023-2025 € 385.000 Bomen (kp 656013) Het budget voor het openbaar groen is voor dit moment toereikend om het openbaar groen te onderhouden. Het openbaar groen voldoet aan het afgesproken onderhoudsniveau en wordt geborgd door periodieke schouw. De verwachting is dat het budget in 2024 toereikend is.

3.2.7 Speelvoorzieningen Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Onder het product speelvoorzieningen vallen speelplekken in de openbare ruimte en speelplekken bij de scholen. Goed ingerichte en veilige speelplekken die een stimulans zijn voor ontmoeten en spelen. In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer aandacht voor natuurlijk spelen en ruimte voor buurtparticipatie. Het speelbeleid is in 2020 verder uitgewerkt in het ‘Beheersplan Spelen’. Op de 126 speelplekken zijn in totaal 727 speeltoestellen aanwezig. De beheers- en onderhoudswerkzaamheden en de aanschaf van nieuwe speeltoestellen worden door het Team Buitenbeheer uitgevoerd. De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(WAS). Hierin is aangegeven hoe om te gaan met onderhoud en vervanging. Minimaal 1x per jaar (scholen 2 x per jaar) worden de speeltoestellen geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten in het systeem ABS-spelen. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige 57

afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Uitgangspunt is dat er een kwalitatief goed en veilig speelaanbod is dat duurzaam in stand kan worden gehouden. Daarnaast geeft het beheersplan inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves. Openbare ruimte Het opgestelde beheersplan spelen geeft inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves voor de langere termijn. Voor 2024 is een budget opgenomen van € 65.000 (kostenplaats 656015001) voor het uitvoeren van inspecties en herstelwerkzaamheden aan de toestellen in de openbare ruimte. Voor het vervangen van speeltoestellen in de openbare ruimte is voor 2024 een krediet beschikbaar van € 75.000.

Budget

Scholen Voor de basisscholen is een bedrag opgenomen voor onderhoud van € 12.250 en € 46.325 voor vervanging van toestellen (kostenplaats 656015002 en dekking via de Reserve speeltoestellen scholen). Het beschikbare budget is de afgelopen jaren aangewend voor reparatie en onderhoud van de speeltoestellen. Daarnaast zijn er investeringen gedaan voor de aanschaf van nieuwe toestellen. Het in 2020 vastgestelde beheersplan is onder andere opgesteld om de benodigde investeringen in de toekomst te borgen. De speeltoestellen voldoen aan het Warenwet besluit Attractie en speeltoestellen. Het speelbeleid 2016-2025 wordt uitgevoerd. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Bij het niet beschikbaar stellen van het in het beheersplan gevraagde krediet kan een kwalitatief goed en veilig speelaanbod niet duurzaam in stand worden gehouden conform het vastgestelde beheersplan.

Confrontatie

Conclusie

3.2.8 Riolering Product

Riolering

Doel

Oldenzaal wil de beschikking hebben over een goed functionerend rioolstelsel, waardoor we gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. Daarnaast heeft riolering een belangrijke rol in het klimaatadaptief maken van Oldenzaal. Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld voor de periode van 5 jaren. Hierin zijn de zorgplichten voor hemel-, grond- en afvalwater opgenomen. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg. In het nieuwe GRP wordt het bestaande beleid voortgezet. Wel komt er steeds meer aandacht voor de effecten van de klimaatverandering en de manier hoe we daar in Oldenzaal (overheid, inwoner en ondernemer, enz.) mee om willen gaan. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook de riolering opgenomen en zal deel uit maken van een integrale aanpak. Door projecten uit te voeren, het bewustzijn te vergroten door goede communicatie, de kwaliteit in stand te houden door goed risico gestuurd beheer en onderhoud wordt invulling gegeven aan de visie, doelen en ambities uit het GRP en visie beheer openbare ruimte. De werkzaamheden worden door onze eigen teams Projecten en Buitenbeheer uitgevoerd, maar ook door aannemers. Kwaliteitsniveau B Basis is uitgangspunt.

Voor de gemeente Oldenzaal is het beeld dat de riolering in redelijke staat verkeert en dat er weinig achterstallig onderhoud

Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

58

Planning/ Toekomst

Budget

Confrontatie

Conclusie

is. Wel zien we in recente inspecties dat de kwaliteit van de rioleringen inde wijk Glinde Hooiland versneld achteruit is gegaan. Hier wordt op korte termijn geanticipeerd; te beginnen met de rioolvervanging en aanleg van blauwe aders in de Zeeheldenbuurt in 2024. In dit kader moet ook de toestand van de riolering in Zuid Berghuizen vermeld worden. Inspecties laten zien dat ook hier de toestand van de riolering minder wordt; vooralsnog zetten we hier in op relining en zullen we de toestand de komende jaren goed monitoren. Voor een betere monitoring hebben we in 2023 het programma Rasmariant in gebruik genomen. Dit systeem gaat ons helpen beter te analyseren welke riolering welk onderhoud nodig heeft en op welke termijn. In de jaarlijkse voortgangsnotitie wordt per situatie omschreven welke doelen we stellen en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Speerpunten daarbij zijn samenwerken in de waterketen, inzet op duurzaamheid en klimaatverandering. Komende jaren ligt de focus op de wijk Glinde-Hooiland. Over een jaar of 5 zal een wijkgerichte aanpak voor Zuid Berghuizen ontwikkeld gaan worden. Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. De voor beheer en onderhoud van het huidige stelsel benodigde middelen zijn beschikbaar.

Het budget voor 2024 bedraagt: € 1.722.000 Dagelijks onderhoud riolering (672201). Voor 2024 is er een investering geraamd van € 3.260.000. Bovenstaande investering is inclusief de werkzaamheden die in de wijk Glinde Hooiland gepland staan. In het nieuwe GRP is een balans gezocht tussen de ambitie voor goed rioolbeheer en aanpassing aan de klimaatverandering (vernieuwen riolering/blauwe aders) versus het beheersbaar houden van de rioolheffing (toepassen relining). In de jaren ’50 en ’60 is bijna 50 km nieuwe riolering aangelegd. We voorzien hier een onderhouds-/vervangingspiek voor de komende 10-20 jaar. De riolering voldoet over het algemeen aan het onderhoudsniveau, echter door de noodzaak eerder te vervangen in delen van de wijk Glinde Hooiland en de toestand van de riolen in Zuid Berghuizen mag aangenomen worden dat de voorspelde vervangingspiek aan het beginnen is. Dat kan de komende 10-20 jaar extra druk op de rioolheffing leggen.

3.2.9 Schoolgebouwen Product

Doel Beleid

Uitvoering

Onder het product schoolgebouwen vallen de aanvragen voor nieuwbouw of grootschalige revitalisatie. Het onderhoud (zowel binnen als buiten) en beheer komt voor rekening van de schoolbesturen. Uitgezonderd scholencomplex De Essen, waarin de basisscholen De Linde en De Esch zijn gehuisvest. Bij dit gebouw komt het beheer en onderhoud voor rekening van de gemeente. Aanwezigheid van een efficiënte en goede verdeling binnen de wijken van de schoolgebouwen We hebben een zorgplicht voor: (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, gebruik, terrein, eerste inrichting en schade / constructiefouten, tenzij een gevolg van nalatigheid. Al het onderhoud is voor rekening van de schoolbesturen, waarvoor zij een rechtstreekse vergoeding ontvangen van het Rijk. In 2021 is het IHP vastgesteld en vanaf 2022 werken we met dit plan. Doelstelling van dit plan is om te zorgen voor duurzame en gezonde schoolgebouwen en te komen tot een efficiënte en goede verdeling binnen de wijken van deze onderwijsgebouwen. Aangezien de onderhoudsverplichting is komen te vervallen laten we de schoolgebouwen niet meer jaarlijks inspecteren. 59

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget

Confrontatie Conclusie

Het schoolgebouw De Essen wordt periodiek door medewerkers van onze eigen dienst geïnspecteerd en waar nodig onderhoud ingepland en uitgevoerd. Deze is binnen het IHP vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van Frisse Scholen klasse B (goed) Overeenkomstig het IHP worden de schoolvervangingen ingepland. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt de actuele stand van zaken weergegeven. Voor de nieuwbouw of grootschalige revitalisatie dient een afzonderlijk krediet te worden aangevraagd. Voor de ver- en nieuwbouw van verscheidene scholen in het primair en voortgezet onderwijs is in het IHP een budget opgenomen. De opgenomen bedragen zijn ramingen. Na het uitvoeren van de haalbaarheidsonderzoeken vindt een verfijning van het krediet plaats inclusief zaken zoals eventueel vrijvallende restantboekwaarde, sloop- en verhuiskosten en tijdelijke huisvestingskoten. Ook wordt hierbij rekening gehouden met het huidige rentepercentage. Zie budget Via het IHP zijn de middelen voor de komende planningsperiode veiliggesteld binnen de begroting. Het gaat hierbij om geraamde bedragen. In de kredietaanvraag worden deze bedragen geactualiseerd en aangevuld met overige kosten.

3.2.10 Overige gebouwen Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit Planning/toekomst

60

Onder het product overige gebouwen vallen alle gebouwen in eigendom van de gemeente, uitgezonderd schoolgebouwen. Als eigenaar hebben we de verplichting voor een veilig te gebruiken gebouw en voldoen aan de wettelijke vereisten. Het beheer en onderhoud van het maatschappelijk vastgoed (uitgezonderd schoolgebouwen) worden afgestemd op de situatie van het gebouw. Het huidige beleid voor beheer en onderhoud is gericht op een voortdurende instandhouding van ons vastgoedbezit. Wij hebben verplichtingen als eigenaar, verhuurder of exploitant. Gebouwen moeten veilig te gebruiken zijn en voldoen aan de wettelijke vereisten. Wij willen efficiënt met ons vastgoedbezit omgaan en zien vastgoedeigendom niet als een doel op zich. Door te zoeken naar optimalisatie in het gebruik verwachten we dat er de komende jaren gebouwen worden afgestoten of ingevuld worden met een andere functie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Al deze gebouwen worden jaarlijks geïnspecteerd. Indien nodig wordt daarbij externe expertise ingehuurd. De onderhoudsgegevens worden ingevoerd in een meerjarenprogramma. Uitgangspunt bij het onderhoud van onze gebouwen is ‘sober en doelmatig’. Tijdens de jaarlijkse inspectie wordt de noodzaak van het geplande onderhoud beoordeeld. Daar waar mogelijk worden werkzaamheden doorgeschoven naar volgende jaarschijven.

Bewaakt wordt wel dat er geen kapitaalvernietiging optreedt door te laat preventief onderhoud. Vervanging van (installatie-)onderdelen vindt pas plaats als deze niet meer functioneren of als wordt verwacht dat ze op korte termijn gaan uitvallen. In de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid is verwoord dat er bij vervanging wordt gekozen voor de meest duurzame en energiezuinige oplossing, mits er sprake is van een reële terugverdientijd. In 2022 is het gebouwenbeheerplan opgesteld en geactualiseerd. In oktober 2022 is deze vastgesteld. De gebouwen worden onderhouden op de afgesproken kwaliteit vallend binnen de termen sober en doelmatigheid. Na vaststelling van het MJOP zal er jaarlijks worden geïnspecteerd en gemuteerd. Het MJOP is leidend voor de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden, passend binnen de uitgangspunten van het

Budget

Confrontatie Conclusie

gemeentelijk vastgoedbeleid. Met bovengenoemde uitgangspunten voor beheer wordt de Voorziening Gebouwenbeheerplan Overige Gebouwen, met de in deze programmabegroting geraamde dotaties voor de komende 10 jaar, voldoende gevoed. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 685.000. Het saldo van de Voorziening Gebouwenbeheersplan bedroeg per 1 januari 2023 € 1.771.000 Zie: budget De overige gebouwen voldoen aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid en het budget is in 2024 voldoende om deze kwaliteit te behouden.

3.2.11 Sportaccommodaties Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Onder het product sportaccommodaties vallen buiten en binnensport accommodaties: Ons doel is om álle inwoners te laten genieten van sport en beweging. Daarom investeren wij in sportaccommodaties en sportverenigingen Wij willen er voor zorgen dat er voldoende en kwalitatief hoogwaardige binnenen buitensportaccommodaties beschikbaar zijn en blijven voor vitale sportverenigingen. Dit omvat naast beheer ook de verdere ontwikkeling en verbetering van accommodaties. De visie op sport en bewegen is in 2016 vastgesteld. Er is een nieuwe tarievenstructuur vastgesteld. De buitensportverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Verdere privatisering van de buitensportaccommodaties is nog niet in ontwikkeling. Naast de gedeeltelijke privatisering van werkzaamheden zijn ook ontwikkelingen in de sport van belang voor het toekomstige beheer van de sportaccommodaties. Zo neemt het meisjesvoetbal en het zaterdagvoetbal een vlucht waar de accommodaties niet op ingericht zijn. Doelstelling is om de gevolgen per vereniging in kaart te brengen en voor te leggen. Synarchis voert dit onderzoek uit zal dit met advies begin 2024. Voor het uit te voeren beheer en onderhoud is het “Sportbeheerplan 2013” maatgevend. Dit plan is in 2020 geactualiseerd.

De sportvelden (buitensport) worden eenmaal per drie jaar door een externe organisatie uitgebreid kwalitatief beoordeeld. In 2023 zal opnieuw dit plan worden geactualiseerd. In het opgestelde rapport wordt, naast de advisering voor het reguliere beheer en onderhoud, speciale aandacht besteed aan geplande (vervangings-) investeringen in de nabije toekomst. Wel wordt de afweging gemaakt dat bij voldoende technische kwaliteit de investeringen naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Voor het onderhoudsniveau van de buitensport accommodaties wordt aansluiting gezocht bij de onderhoudscriteria zoals deze door NOC*NSF, in samenwerking met de sportbonden, zijn geformuleerd In het jaar voorafgaande aan de investering zal worden beoordeeld of de technische levensduur langer is dan de economische levensduur en afhankelijk daarvan kan de vervangingsinvestering eventueel worden uitgesteld. De integrale afweging van (vervangings-)investeringen in de sport vindt jaarlijks plaats in de programmabegroting. In de begroting is voor elke sportaccommodatie afzonderlijk budget opgenomen voor het dagelijks en reguliere beheer en onderhoud alsmede kleine vervangingsinvesteringen. De budgetten voor de schil (=vastgoed) van de binnen- en buitensportaccommodatie zijn ondergebracht in de Voorziening Gebouwenbeheerplan (zie Overige gebouwen).

Het budget voor onderhoud Binnensportaccommodaties bedraagt: € 97.816 (KP 6530 – 438025/438050/438052). Het budget voor onderhoud Buitensportaccommodaties bedraagt: 61

Confrontatie

Conclusie

62

€ 370.643 (KP 6531 – 4380-/10/23/25/28/29/33/50/52) Eind 2020 is het sportbeheerplan geactualiseerd. Dit nieuwe beheerplan is richtinggevend voor het beheer en onderhoud van onze sportaccommodaties. Aansluitend zal de confrontatie met de beschikbare budgetten inzicht moeten geven of deze voldoende zijn om het beheer en onderhoud op het afgesproken niveau uit te voeren. Afhankelijk van de verdere uitwerking van het sportbeheerplan is aan te geven of de beschikbare budgetten voor 2024 en verder, voldoende zekerheid bieden. Mocht op dat moment geconstateerd worden dat beschikbaar budget en voorgenomen maatregelen niet met elkaar in overeenstemming zijn, zullen er maatregelen worden getroffen opdat deze overeenstemming alsnog ontstaat.

3.3

Financiering

3.3.1 Algemeen Het treasurystatuut Oldenzaal 2018 is uitgangspunt voor alle treasuryactiviteiten. Dit statuut is door het college vastgesteld in de vergadering van 5 december 2017 en is met ingang van 1 januari 2018 in werking getreden. De raad is hiervan via een infobrief op de hoogte gebracht. Het treasurystatuut is aangepast vanwege o.a. gewijzigde wet- en regelgeving:  De wet Fido is gewijzigd om het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden te kunnen invoeren;  De Regeling Ruddo is gewijzigd waarmee de richtlijn voor het inzetten van derivaten is aangescherpt. In ons treasurystatuut is bepaald dat het gebruik van derivaten niet is toegestaan. Ook is een artikel toegevoegd waarin is vastgelegd dat toekomstige organisatiewijzigingen zonder collegebesluit van toepassing worden geacht op het huidige treasurystatuut. 3.3.2

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Deze limiet wordt elk kwartaal getoetst en mag in beginsel niet worden overschreden. Wanneer de limiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wel wordt overschreden moet de provincie Overijssel daarvan op de hoogte worden gebracht. Daarbij moet tevens een plan om binnen de limiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd. De limiet voor 2024 bedraagt 8,5% van de lasten van de begroting bij aanvang van het jaar, 8,5% van € 116 mln. is € 9,9 mln. 3.3.3

Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering en/of renteherziening. Elke gemeente loopt een financieel risico wanneer de rente onverwacht stijgt. Door te zorgen voor voldoende spreiding in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille en/of door te kiezen voor een annuïtaire- of lineaire aflossingsvorm kunnen de effecten van een renteverandering worden afgevlakt. De renterisiconorm voor 2024 bedraagt 20% van het totaal van de lasten op de begroting, 20% van afgerond € 116 mln. is € 23,2 mln. Gelet op de opbouw van onze leningenportefeuille zal de renterisiconorm in 2024 niet worden overschreden. 3.3.4

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is onder meer afhankelijk van het tijdstip waarop investeringen tot uitvoering komen. Daarnaast is herfinanciering van de leningenportefeuille bepalend voor de liquiditeitspositie als ook het moment van uitgifte van bouw- en bedrijfskavels. In beginsel worden kortlopende leningen aangetrokken om in de financieringsbehoefte te voorzien. De ervaring leert namelijk dat de rente op kortlopende leningen nagenoeg altijd lager is dan op langlopende geldleningen waardoor (tijdelijk) een rentevoordeel kan worden behaald. Wel worden de renteontwikkelingen gevolgd zodat zo nodig adequaat gereageerd kan worden. 3.3.5

Liquiditeitsplanning

De liquiditeitsplanning voor de geldstromen binnen onze organisatie wordt minimaal elk half jaar geactualiseerd. Daarnaast wordt onze liquiditeitspositie continu bewaakt. Met een degelijke planning kan intern een betere afstemming plaatsvinden over betalingsactiviteiten en de effecten daarvan op de gemeentelijke financiering. In het verlengde daarvan vormt de planning een basis voor meer onderbouwde financieringsactiviteiten. 3.3.6

Rentevisie

De rentevisie wordt gebaseerd op de rentevisie van enkele financiële instellingen, waaronder die van onze huisbankier. De Europese Centrale Bank beslist maandelijks over de officiële rentetarieven in het eurogebied en heeft diverse instrumenten om die te beïnvloeden. Factoren die van invloed zijn op de 63

rente zijn o.a. economische groei, inflatie en monetair beleid. Hoofddoel van de ECB is de prijzen stabiel houden, dat biedt zekerheid en vertrouwen en bevordert economische groei. Het rente-instrument is voor de ECB een heel doeltreffend instrument om de hoogte van de rente op de geldmarkt en daarmee de groei en inflatie te sturen. Door de oplopende inflatie was de ECB in 2023 genoodzaakt om het ruime geldbeleid verder in te perken en de (korte termijn) rente tarieven te verhogen. De herfinancieringsrente, het tarief waartegen banken geld kunnen lenen, is op 14 september 2023 verhoogd van 4,25 procent naar 4,5 procent. De depositorente, de vergoeding die banken krijgen om bij de ECB geld te stallen werd verhoogd van 3,75% tot 4%. De ECB verwacht dat de tot nu toe doorgevoerde monetaire verkrapping zal leiden tot een substantiële daling van de inflatie in de richting van de doelstelling van 2 procent. Hiermee maakt de centrale bank duidelijk dat de rente mogelijk niet meer verder zal worden verhoogd. Afhankelijk van de daadwerkelijke inflatieontwikkelingen is de verwachting dat de beleidsrentes in 2024 licht hoger danwel stabiel zullen blijven. Afstemming van het te voeren financieringsbeleid kan betekenen dat er (zo mogelijk) vervroegd langlopende geldlening worden aangetrokken wanneer een verdere rentestijging wordt verwacht.

Uitgangspunt in ons beleid is om bij het aantrekken van nieuwe leningen, leningen met een looptijd van 10 jaar of langer aan te trekken waardoor de fluctuaties van de omslagrente, zoals gewenst, beperkt zullen blijven. 3.3.7

Leningenportefeuille

De leningenportefeuille bestaat op het moment van het opstellen van deze paragraaf uit vijf leningen met een restant schuld per 1 januari 2024 van € 23,5 mln. De gemiddelde rente van deze leningen bedraagt 0,73% (1 januari 2023 0,78%). Vervroegde aflossing van deze leningen is niet mogelijk en de rente staat gedurende de gehele looptijd vast. 3.3.8

Uitzettingen

Door een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013 zijn decentrale overheden met ingang van 2014 verplicht tot schatkistbankieren. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist, waardoor de financieringsbehoefte van de Nederlandse staat vermindert en de staatsschuld zal dalen. Het is decentrale overheden wel toegestaan om overtollige middelen uit te zetten bij andere overheden, met dien verstande dat er geen toezichtrelatie mag bestaan tussen de betrokken overheden. Uitgangspunt is dat uitzettingen een prudent karakter moeten hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van een overmatig risico. Het komende jaar zal er door de gemeente Oldenzaal geen geld voor een langere tijd worden uitgezet. Omdat het verstrekken van leningen niet tot de kerntaken van de gemeente behoort, is in het treasurystatuut de bepaling opgenomen dat de gemeente zelf geen leningen verstrekt. Het verstrekken van garanties, evenals het aangaan van financiële participaties, wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het verstrekken van garanties, en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak, bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

Ter beperking van het financieel risico wordt geen garantie verstrekt indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds. 3.3.9

Relatiebeheer

De BNG Bank in Den Haag is onze huisbankier. In 2021 is de BNG Bank gevraagd een offerte uit te brengen voor een overeenkomst vanaf 1 januari 2022. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe overeenkomst Bancaire dienstverlening met de BNG Bank voor onbepaalde tijd. Bij het Ministerie van Financiën hebben we een rekening-courant ten behoeve van het schatkistbankieren. Het contante betalingsverkeer, zoals de parkeergelden en de leges Publiekszaken, wordt door Brink’s Solutions Nederland B.V afgehandeld. 3.3.10 Renteomslag In onderstaande tabel treft u de actuele berekening van de renteomslag aan. Deze wordt gebruikt voor toerekening van rente aan de diverse taakvelden.

64

Berekening rente-omslag 2024 A. Boekwaarde Af: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten A1. Gecorrigeerde boekwaarde

Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 107.411.039 109.306.196 107.761.674 129.847.129 3.909.484 2.811.495 100.690.061

3.909.484 2.555.592 102.841.121

3.909.484 2.302.147 101.550.043

3.909.484 2.051.134 123.886.512

B. Staat reserves en voorzieningen C. Staat van geldleningen D. Financieringstekort (A-B-C)

48.033.715 33.577.487 25.799.837

47.741.616 29.935.033 31.629.547

47.405.023 27.092.579 33.264.072

47.203.212 24.250.125 58.393.792

Begrotingsomvang 2024 (aanvaard beleid) E. Norm voor kasgeld 8,5% van begrotingsomvang F. Aan te trekken vaste geldlening (D-E)

101.000.000 8.585.000 17.214.837

101.000.000 8.585.000 23.044.547

101.000.000 8.585.000 24.679.072

101.000.000 8.585.000 49.808.792

469.106 0 276.351 568.090 1.313.546

469.381 0 276.351 767.383 1.513.116

424.812 0 276.351 821.813 1.522.976

380.242 0 276.351 1.344.837 2.001.431

31.276 30.117 1.252.154

31.276 26.354 1.455.486

31.276 22.633 1.469.067

31.276 18.951 1.951.204

Netto percentage renteomslag (G gedeeld door 1% van A1) Afronden, met maximaal 0,5 verschil

1,24 1,25%

1,42 1,25%

1,45 1,25%

1,57 1,50%

Door te berekenen rente volgens berekening rente omslag Doorberekende rente volgens exploitatiebegroting 2022 Renteresultaat op taakveld treasury

1.313.546 1.337.383 23.837

1.513.116 1.338.439 -174.677

1.522.976 1.356.881 -166.095

2.001.431 1.692.143 -309.287

Afschrijvingen volgens staat activa Totaal kapitaallasten (afschrijving + rente)

4.766.843 6.104.226

4.808.522 6.146.962

5.158.545 6.515.426

5.158.545 6.850.688

Rente vaste geldleningen Bespaarde rente Rente Financieringstekort via kasgeldlimiet E Rente Financieringstekort nog aan te trekken vaste geldlening F F. Totale rente Af rente voor: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten (m.n.ambtenarenhypotheken) G. Rente voor berekenen rente-omslag

Het gehanteerde renteomslagpercentage bedraagt voor de komende planperiode afgerond 1,25%. Deze afronding betekent voor 2024 een verwacht positief renteresultaat, en voor de overige jaren een negatief resultaat op het taakveld treasury, zoals u ook kunt zien in bovenstaande tabel.

65

3.4

Bedrijfsvoering

3.4.1 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. De bedrijfsvoering is daarbij randvoorwaardelijk. Maatschappelijke ontwikkelingen en (ingrijpende) veranderingen in wet- en regelgeving zijn van grote invloed op ons werk; op wat we doen, hoe we dit doen en met wie we dit doen. Complexe vraagstukken en samenwerkingsvormen (zowel lokaal als regionaal) vergen andere sturing en flexibele inzet van mensen en middelen. Daarnaast vragen onze eigen ambities en het streven naar optimale dienstverlening aan de stad om een duidelijke focus op onze doelen en taakuitvoering. Wij zetten in op samenwerking, vernieuwing en transparantie. Samen met de samenleving werken wij aan een leefbare stad. We zijn continu bezig onze werkwijzen te verbeteren en efficiënter in te richten. Dit kunnen kleine aanpassingen zijn in processen, maar ook complete herinrichtingen van processen met behulp van bijvoorbeeld de LEAN-methodiek. We streven ernaar om onze organisatie voortdurend zo optimaal mogelijk te laten functioneren.

Het jaar 2024 staat op het gebied van bedrijfsvoering, zoals de afgelopen jaren ook reeds is ingezet, in het teken van het verbeteren van de (digitale) dienstverlening, het doorvoeren en digitaliseren) van de nieuwe P&C-cyclus en het oppakken van belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen. Digitale dienstverlening wordt aan de ene kant verbeterd richting onze inwoners, maar dit betekent ook dat onze medewerkers voortdurend mee moeten gaan in deze ontwikkelingen. Daarnaast besteden we aandacht aan het openbaar maken van onze informatie conform de Wet open overheid. In 2024 richten we ons op de volgende hoofdthema’s:  verbeteren en doorontwikkelen van onze dienstverlening;  (wettelijke) ontwikkelingen en rechtmatigheid  Openbaarheid van informatie

3.4.2 Dienstverlening De afgelopen jaren zijn we druk bezig geweest met de uitbreiding en verbetering van onze digitale dienstverlening. Voor 2024 blijven we kijken naar ontwikkelingen waarmee we onze digitale dienstverlening nog verder kunnen verbeteren. Daarnaast blijven we bereikbaar voor de dienstverlening op locatie. De inwoner kan zo zelf de afweging maken of ze kiest voor digitale dienstverlening of een afspraak op het stadhuis. Mens & Gedrag Op dit moment zijn 3 factoren van invloed op ons HR beleid, namelijk:  de veranderende maatschappij en eisen die worden gesteld aan gemeenten en ambtenaren;  de toenemende complexiteit en hoeveelheid opgaven;  de veranderende arbeidsmarkt (krapte, vergrijzing, visie op arbeid door de jongere generatie en digitalisering). Deze factoren maken dat we in 2024 het HR beleid vooral richten op het vinden, behouden en ontwikkelen van medewerkers. Dit zijn dan ook de belangrijkste strategische HR doelen voor 2024 en verder. Voor het realiseren van deze HR doelen zetten we diverse HR instrumenten in. De belangrijkste instrumenten waar we in 2024 aan werken zijn:  het ontwikkelen van eigentijdse wervingsstrategieën om nieuwe medewerkers aan te trekken;  de implementatie van een nog beter onboarding-proces voor nieuwe medewerkers;  diverse projecten om een aantrekkelijke werkgever te blijven; 66

activiteiten om de ontwikkeling van medewerkers en het vakmanschap van de ambtenaren te versterken.

Het jaar 2024 staat daarnaast voor een groot deel in het teken van de implementatie van het functiewaarderingssysteem HR21 (van de VNG). Een flexibel en transparant beloningssysteem is belangrijk om in deze krappe arbeidsmarkt een aantrekkelijke werkgever te blijven en om als organisatie wendbaar te blijven. Meer informatie over het programma Dienstverlening staat in het programma Dienstverlening en Veiligheid.

3.4.3 Belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen en rechtmatigheid Inspelen op digitale ontwikkelingen Inwoners en ondernemers zien veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van informatie(technologie) en verwachten van ons dat wij hierop inspelen. Wij volgen de ontwikkelingen en passen ze toe als dit in het belang is van de ambitie van onze gemeente. De strategie die wij hierin hanteren is die van “slimme volger”. Als basis hiervoor is flexibele automatisering nodig. Hiervoor zetten we samen met andere gemeenten in de regio (IT Platform Twente), onze ICT partner gemeente Hengelo, in de coöperatieve vereniging Dimpact en landelijk (VNG realisatie) stappen. Op het gebied van technologie worden de ontwikkelingen rondom blockchain, datamining, algoritmen en internet of things gevolgd en passen we dit toe in onze gemeente indien dit van belang is. In 2024 verwachten we over te gaan naar een nieuw meldingensysteem Signalen dat voldoet aan Common Ground architectuur en gebruik maakt van kunstmatige intelligentie. Ook treffen we voorbereidingen voor het vervangen van het gemeentelijk zaaksysteem. We zetten daarnaast stappen om meer datagedreven sturing toe te passen, door met behulp van technologie onze data beter te combineren en analyseren, met inachtneming van de privacyregels. Adoptie en implementatie Microsoft 365 In 2024 stappen we over naar Microsoft 365.

Hiermee werken we volledig in de cloud. Dit betekent dat je overal, op elk apparaat veilig ‘samen’ kunt werken met de Office applicaties, opgeslagen informatie en documenten. Dit sluit goed aan bij de groeiende behoefte aan nieuwe manieren van (samen)werken, zowel intern als extern. De overstap is meer dan een technische exercitie. Voor medewerkers betekent dit een andere manier van werken. Het adoptietraject dat bijkomend wordt opgezet ondersteunt de medewerkers in het leren werken met Microsoft 365, door het aanbieden van de juiste documentatie, training en ondersteuning. Het gehele traject is op te splitsen in 4 projecten:  Implementatie Office online; vervanging van de huidige office-pakketten  Implementatie Telefonie; vervanging van de huidige telefooncentrale  Implementatie Samenwerkomgeving; inrichtingen van de nieuwe samenwerkomgeving  Implementatie Intranet; vervanging van het huidige intranet Nieuwe informatiewetten Verschillende informatiewetten die van invloed zijn op gemeenten treden binnenkort in werking of zijn reeds van kracht, zoals de Wet Digitale Overheid, de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer en het Besluit digitale Toegankelijkheid. Gemeenten moeten zich voorbereiden op de verplichtingen die voortvloeien uit deze wetgeving. In 2024 vindt er een inventarisatie plaats om de impact te beoordelen en specifieke acties te identificeren.

Dit omvat onder andere het verbeteren van digitale dienstverlening, elektronisch bestuurlijk verkeer en digitale toegankelijkheid van apps en websites. Samenwerking gemeenten en ICT leveranciers is belangrijk om onze informatiesystemen aan te passen. Uiteindelijk kan de gemeente Oldenzaal voldoen aan de nieuwe vereisten en zorgen voor een efficiënte en toegankelijke digitale dienstverlening. Archivering De toename van digitalisering vraagt om adequaat gegevensbeheer en informatiemanagement. In 2024 onderzoeken we onze inrichting van taken, rollen en verantwoordelijkheden in informatiebeheer. We

67

organiseren zo onder andere de terugvindbaarheid en toegankelijkheid van onze informatie. Daarnaast faciliteren we zo het locatie- en tijdonafhankelijk werken. In 2024 implementeren we ook een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer. Het hebben van een dergelijk systeem is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of het informatiebeheer voldoet aan de wensen en eisen die eraan gesteld worden. Vanuit de Archiefregeling (artikel 16) is een kwaliteitssysteem een wettelijke verplichting; het ontwikkelen en implementeren van een kwaliteitssysteem is dan ook aanbevolen in het rapport van de archiefinspectie en de jaarlijkse KPI rapportages. In 2024 bereiden we ons ook voor op het invoeren van de nieuwe Archiefwet. De gemoderniseerde Archiefwet is volledig gericht op het digitale informatietijdperk en vervangt de verouderde Archiefwet uit 1995. Grootste uitdaging die het implementeren van de Nieuwe Archiefwet gaat brengen is het organiseren van onze informatiehuishouding en het streven naar integraal informatiebeheer. De Nieuwe Archiefwet hangt samen met verplichtingen uit onder andere de Wet open overheid (WOO), de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet hergebruik van overheidsinformatie (WHO), de Wet digitale overheid (WDO), de Wet elektronische publicaties (WEP) en de Auteurswet.

Informatieveiligheid Voortdurend spannen we ons in om de ratrace met hackers voor te blijven. Wetten en normen worden hiervoor aangescherpt en wij bereiden mens en techniek hierop voor. We voldoen als gemeente voor een groot gedeelte aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). In 2024 worden in dat kader wederom een aantal maatregelen (verder) geïmplementeerd. Dit zijn ICT-technische maatregelen, maar ook control- en bewustzijnsacties. Zo organiseren we diverse initiatieven om bewustwording en kennis over informatieveiligheid te bevorderen. We zien een toenemend aantal hack-aanvallen op gemeenten. De digitale criminaliteit neemt toe en we zijn ons bewust van het belang van informatieveiligheid en informatieveiligheidsbewustzijn. We toetsen voortdurend kritisch hoe en waar we onze informatieveiligheid verder kunnen verbeteren. Digitale ontwikkelingen zoals Artifcial Intelligence (AI), Large Language Models (LLM, bijv. ChatGPT), algoritmen maar ook sensoren volgen we op de voet evenals de (Europese) wetgeving die hierover volgt. We geven adviezen over een veilig gebruik ervan en waarschuwen voor de risico’s. In 2024 leggen we wederom middels éénduidige normatiek single information audit (ENSIA) verantwoording af over onze status van informatieveiligheid aan de wettelijke toezichthouders, maar ook aan de gemeenteraad.

Een externe auditor checkt daartoe de zelfevaluatie-vragenlijst en onze collegeverklaring en stelt een Assurance Verklaring op. Bedrijfscontinuïteit In 2023 is het bedrijfscontinuïteitsplan vastgesteld. Doel van het continuïteitsplan is om de effecten van een crisis zoveel mogelijk te reduceren, verdere schade en escalatie te voorkomen, de dienstverlening te continueren en het herstel te bespoedigen van de meest bedrijfskritische processen. Binnen het bedrijfscontinuïteitsplan richten we ons op 3 pijlers:  Uitval van het gebouw  Uitval van middelen (ICT, stroom, telefonie)  Uitval van medewerkers Het continuïteitsplan wordt 1 keer per jaar getest op actualiteit en bruikbaarheid. Deze oefening is een mix van gepland en onverwacht, papier en digitaal en een mix van calamiteitenscenario’s. De oefening wordt door de concernstaf geïnitieerd. Financiën Met ingang van 1 januari 2024 werken we met een nieuwe financiële applicatie. Tegelijkertijd met het vervangen van het financieel systeem is in 2023 een P&C-tool aangeschaft waarmee onze P&C-cyclus volledig digitaal en de P&C-producten (programmabegroting, jaarrekening en BURAP) meer integraal worden samengesteld. In 2024 zullen we daar waar nodig de puntjes op de i zetten.

Inkoop: rechtmatigheid en professionalisering De afgelopen jaren is vooruitgang geboekt in het verbeteren van de rechtmatigheid op het gebied van inkoop en aanbesteding. We blijven werken aan het streefpercentage rechtmatig inkopen, namelijk 97%. 68

Dit is de norm voor een goedgekeurde accountantsverklaring. Om nog beter in control te zijn wordt gestart met een verplichtingenadministratie. Hierbij worden de grotere opdrachten gekoppeld aan een contract of opdracht inclusief bijbehorende uitgaven. De ingezette professionaliseringslag wordt in 2024 voortgezet, zowel op gebied van inkoop en rechtmatigheid als op contractmanagement en contractbeheer. Zo wordt o.a. meer gestuurd op naleving van contractafspraken en op beloften die zijn gedaan tijdens aanbestedingen. En wordt geïnventariseerd welke subsidies geclassificeerd moeten worden als inkoop. Audit In het najaar van 2023 volgen interne audits over de genomen collegebesluiten van 2022. Deze audits kunnen leiden tot aanpassingen of verbetertrajecten, die vervolgens in 2024 in werking worden gezet. Verbeteringen kunnen o.a. zijn het verrijken van kennis of het actualiseren van beleid. Evaluatie mandaat Het huidige mandaatbesluit is medio 2023 ingetrokken en vervangen door een zogeheten negatief mandaatstelsel. Dit systeem wordt als goed werkend voorbeeld genoemd in de VNG-handreiking 'attributie, mandaat en delegatie'. Het uitgangspunt hierbij is dat alle bevoegdheden die het werkterrein van een bepaalde ambtenaar aangaan, aan deze functionaris worden gemandateerd behoudens enkele bevoegdheden die het college of burgemeester aan zichzelf houdt.

Deze laatste bevoegdheden worden dan apart genoemd in een bijlage bijbehorend het mandaatbesluit. Alle bevoegdheden die niet in een van de bijlagen staan, zijn dan gemandateerd aan de medewerker. Dat geldt zowel voor publiekrechtelijke bevoegdheden als voor privaatrechtelijke bevoegdheden en voor feitelijke handelingen. Eind 2023 wordt het mandaatbesluit geëvalueerd. Eventuele actiepunten worden in 2024 opgepakt. Overgang Overijsselse Ombudsman naar Nationale Ombudsman Op 12 juli 2023 nam het bestuur van Stichting de Overijsselse Ombudsman een voorgenomen besluit aangaande de toekomst van Stichting de Overijsselse Ombudsman. Concreet betekent dit dat de regionale externe klachtrechtvoorziening van Stichting de Overijsselse Ombudsman beëindigd wordt per 1 januari 2024, met dien verstande dat het bestuur zich inzet voor een goede, warme en vloeiende overdracht naar de Nationale Ombudsman. Voor de gemeente Oldenzaal vereist dit een wijziging van het huidige klachtenbeleid. In het geval een inwoner het niet eens is met de klachtenafhandeling van de gemeente, kan de inwoner na 1 januari 2024 terecht bij de Nationale Ombudsman.

3.4.4 Openbaarheidsparagraaf De Wet open overheid De Woo (opvolger van de WOB) beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de inwoner van Oldenzaal, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. Dienstverlening bij Woo-verzoeken Het uitgangspunt van de gemeente Oldenzaal bij Woo-verzoeken is ‘ja, tenzij’. Woo-verzoeken kunnen per brief of digitaal ingediend worden. De gemeente neemt vaak contact op met verzoekers om meer duidelijkheid te krijgen welke informatie de verzoeker precies nodig heeft. De meeste verzoeken handelt de gemeente Oldenzaal binnen de wettelijke termijn van vier weken af. De schriftelijke motivatie op afgewezen verzoeken is vaak kort. Verantwoording bij Woo-verzoeken Er zijn geen afspraken over informatievoorziening aan de raad over de afhandeling van Woo-verzoeken. Ook zijn er geen jaarverslagen die registraties van Woo-verzoeken bevatten. Om toch een goed beeld te geven van de afgehandelde verzoeken, worden de genomen Woo-besluiten gepubliceerd op www.oldenzaal.nl. De gemeentelijke website van Oldenzaal bevat daarnaast een pagina met algemene informatie over de Woo.

69

3.5

Verbonden partijen

3.5.1 Algemeen De op dit begrotingsonderdeel van toepassing zijnde, door de raad vastgestelde, beleidsnotities;  Intergemeentelijk samenwerking binnen de Regio Twente, vastgesteld 1 januari 2016;  Beleidskader Verbonden Partijen 2012, vastgesteld 5 maart 2012. Artikel 1 van het BBV geeft als definitie: “een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft”. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Diverse gemeentelijke doelstellingen worden niet alleen door de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook door of in samenwerking met anderen gerealiseerd. De relatie van de gemeente met deze verbonden partijen kan sterk verschillen. Het belang dat de raad heeft bij inzicht in de verbonden partijen is tweeledig.  De verbonden partijen voeren vaak een taak uit die de gemeente ook zelf kan doen. De werkzaamheden zijn als het ware gemandateerd/gedelegeerd aan de verbonden partij.

De gemeente blijft wel de verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen uit de programma‟s. Dus de kaderstellende en controlerende taak van de raad blijft overeind. De doelstellingen van de verbonden partij dienen dus - blijvend - overeen te stemmen met die van de gemeente en gecontroleerd dient te worden in hoeverre dit gerealiseerd wordt.  De budgettaire consequenties ten behoeve van de verbonden partijen dienen geautoriseerd te worden, waarbij tevens aandacht dient te zijn voor de financiële risico’s in dat verband. Naast de verbonden partijen heeft de gemeente Oldenzaal ook deelnemingen. Een deelneming is een participatie in een naamloze of besloten vennootschap, waarin de gemeente Oldenzaal aandelen heeft.

3.5.2 Ontwikkelingen bestaande verbonden partijen Twence We streven nog steeds naar verkoop van de aandelen Twence. Medio 2023 hebben enkele gemeenten en Twence interesse getoond in alle aandelen van de gemeenten Oldenzaal, Almelo en Twenterand. Vanaf oktober 2023 worden de onderhandelingen gestart. Het onderhandelingsresultaat zal begin 2024 ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Afvalverwerkingsbedrijf Rijnmond (AVR) heeft Twence en alle aandeelhoudende gemeenten gedagvaard in verband met het volgens AVR in strijd handelen van Twence en de aandeelhoudende gemeenten met de Europees Aanbestedingsrecht (quasi-inhouse aanbesteding). De rechtbank Almelo heeft de vordering van AVR afgewezen. Tegen deze afwijzing is AVR in hoger beroep gegaan. Tevens is AVR een procedure bij de rechtbank gestart om getuigen te horen (zgn. artikel 843a Rv-incident) Overzicht verbonden partijen. (voor specifieke informatie zie bijlage verbonden partijen) Gemeenschappelijke regelingen.  Samen 14  Recreatieschap Twente  Veiligheidsregio  Gemeentelijk Belastingkantoor Twente  Openbaar Lichaam Crematorium Twente  Omgevings-dienst Twente  Stadsbank Oost-Nederland

70

Bestuursovereenkomst  Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES) Deelnemingen Tot de verbonden partijen behoren ook deelnemingen in:  BNG  Twence  Twente Milieu  Cogas  Enexis Holding NV  Sport Oldenzaal BV  Stichting Werkprojecten Oldenzaal.  Publiek Belang Elektriciteitsproductie (tijdelijke BV, als gevolg van de verkoop aandelen Essent aan RWE)

71

3.6

Grondbeleid

3.6.1 Visie op het grondbeleid Onze visie op het grondbeleid is een voorzichtig actief grondbeleid om beleidsdoelen op het gebied van de beleidsvelden volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, leefbaarheid, economie, natuur en groen, infrastructuur en sociale en maatschappelijke voorzieningen te kunnen realiseren. Hiervoor zijn in de nota Grondbeleid 2020 de volgende doelstellingen opgenomen: 1. Interveniëren op de grondmarkt om het feitelijke ruimtegebruik te laten aansluiten op het maatschappelijk gewenste ruimtegebruik, zowel kwantitatief als kwalitatief; 2. Bevordering van de kwaliteit van het ruimtegebruik, evenals de zeggenschap die de burger daarover heeft; 3. Een rechtmatige verdeling van kosten en baten die ontstaan door overheidsinterventies (zoals wijzigingen van het omgevingsplan, buitenplanse omgevingsplan activiteiten en investeringen in de openbare ruimte). Een voorzichtig actief grondbeleid biedt de vrijheid om situationeel te schakelen naar een faciliterend grondbeleid dan wel een samenwerkingsvorm te zoeken die de (voordelen van een) actieve grondpolitiek het dichtst benadert.

3.6.2 De wijze waarop het grondbeleid uitgevoerd wordt en het beleid omtrent reserves Bovengenoemde beleidsvelden geven met de structuurvisie en onderliggende beleidsnota’s (Woonvisie, Bedrijventerreinenvisie, e.d.) antwoord op de vragen ‘welke’, ‘waar’, en ‘wanneer ruimtelijke ingrepen ongeveer gaan plaatsvinden’. Het grondbeleid ondersteunt het ruimtelijk beleid van de gemeente. De nota Grondbeleid en de in te zetten instrumenten moeten het mogelijk maken om deze ruimtelijke doelstellingen waar mogelijk te faciliteren. Strategische voorraad: verwerving en waarderingsgrondslag Verwerving is voor Oldenzaal hét instrument bij uitstek om de regiefunctie bij de ontwikkeling van projecten te voeren. Vanuit de eigendomspositie ontstaat de mogelijkheid om actief sturing te geven aan de programmatische en ruimtelijke ontwikkeling, binnen eventueel gestelde kwalitatieve en financiële kaders. Het waarderen van verworven gronden op de balans gebeurt tegen de waarde bij huidige bestemming. Hogere aankoopkosten ca. en jaarlijkse rentekosten worden gedekt uit de reserve strategische voorraad dan wel de bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. De zo gevormde boekwaarde blijft op dit niveau tot circa 1 à 2 jaar voor de start van de werkzaamheden in het plangebied.

Vanaf dat moment start de exploitatiefase en worden initiële aanloopkosten voor de ontwikkeling gemaakt (planontwikkeling, bestemmingsplanwijziging enz.). Reserve strategische voorraad De reserve strategische voorraad dekt het risico af over de voorraad grond die nog niet in exploitatie (productie) is genomen. Het gewenste volume van de reserve strategische voorraad wordt mede vastgesteld met het oog op de toekomstige ontwikkeling van Oldenzaal. De reserve strategische voorraad is van cruciaal belang om de door de gemeente Oldenzaal voorgestane actieve grondpolitiek in de praktijk ook daadwerkelijk gestalte te geven. Zij staat borg voor continuïteit en consistentie en geeft maximale politieke beleidsvrijheid voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De Gebiedsvisie Jufferbeek Noord is vastgesteld op 28 juni 2021. Op het geheel van Jufferbeek Noord zit op basis van de visie een indicatief tekort van € 4 tot € 6 miljoen met name voor het deelgebied “Ontmoeten en verbinden” en ca. € 12 miljoen voor het deelgebied “Maken”. Binnen de reserve strategische voorraad wordt vanaf 2021 gespaard om de gewenste ontwikkeling van het gebied “Ontmoeten en verbinden” in het complex Jufferbeek Noord te kunnen realiseren. Jaarlijks wordt zo mogelijk uit het bedrijfsresultaat van het grondbedrijf een werkkapitaal van € 500.000 aan de strategische voorraad toegevoegd.

Deze middelen kunnen worden ingezet voor strategische 72

grondaankopen, optimalisering van (verkeer en water) voorzieningen en bijdragen in gewenste/noodzakelijke verhuizingen van bewoners etc. Naar verwachting volgt hiervoor in 2024 een nadere uitwerking op basis van verdere planontwikkeling voor de locatie Jufferbeek Noord. Bouwgrond in exploitatie Voor elk ruimtelijk plan wordt een grondexploitatieberekening opgesteld. Dit is een financiële doorrekening van de kosten en opbrengsten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep uitgezet in de tijd. Deze berekening geeft (een financieel) inzicht in het geheel van activiteiten en werkzaamheden voor verwerving, het bouw- en woonrijp maken en de uitgifte van gronden. Algemene reserve grondexploitatie De algemene reserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen om algemene risico’s te kunnen opvangen. De omvang van deze reserve wordt begrensd door het volume onderhanden werk en de omvang van de risico’s. Om algemene risico’s in beeld te brengen wordt de projectenportefeuille doorgelopen en een risicoparagraaf opgesteld. Risico’s worden zoveel mogelijk gekwantificeerd. Vervolgens wordt rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Over het resultaat hiervan wordt een minimumpercentage en een maximumpercentage toegepast omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig voor (kunnen) doen.

De omvang van de algemene reserve grondbedrijf moet minimaal 1% van het volume aan onderhanden werk, 15% van de omvang van de risicoparagraaf van het Grondbedrijf en een risicobuffer van € 500.000 bedragen. Maximaal mag de reserve 2% van het volume onderhanden werk, vermeerderd met 30% van de risicoparagraaf bedragen. Verliesneming Als een project (bij aanvang of tijdens de loop van het project) geen sluitende grondexploitatie heeft, wordt het tekort direct afgedekt uit de algemene reserve grondexploitatie. Voor (deel)gebieden binnen het Masterplan Oldenzaal Centraal geldt dezelfde handelswijze, alleen worden resultaten verrekend met de speciale bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. Resultaatneming Als een grondexploitatie afgesloten wordt met een positief resultaat of tussentijds een winst genomen wordt, wordt dit ten gunste van de algemene reserve grondexploitatie gebracht. Voor (tussentijdse) winstneming geldt de ‘percentage of completion’ methode (POC). Voor zover kosten zijn gemaakt en opbrengsten zijn gerealiseerd en rekening houdend met risico’s die in het project nog aanwezig zijn, moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Reserve Oldenzaal Centraal (OC) De reserve Oldenzaal Centraal is ingesteld om herinrichting van de stationsomgeving aan beide zijden van het spoor mogelijk te maken.

Het is een omvangrijk stadsvernieuwingsproject met een substantieel financieel tekort. Daarom is een aparte reserve in het leven geroepen om realisatie mogelijk te kunnen maken. De reserve Oldenzaal Centraal wordt vanuit een inspanningsverplichting binnen de grondexploitaties gevoed met maximaal € 2 miljoen per jaar, indien en voor zover het bedrijfsresultaat en de ondergrens van de algemene reserve dit toelaten. Om ongebreidelde reservevorming te voorkomen is een plafond vastgesteld. Dit plafond ligt vast in de nota Grondbeleid op € 6,5 miljoen vrij besteedbaar. Wat nog resteert is het gebied aan de noordzijde van het spoor van het Landreben tot de parkeervoorzieningen nabij het station. Daarnaast kunnen zich bij de uitvoering van de plannen aan de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13451251/2