03 Programmabegroting 2024 - Programmabegroting 2024
Tekst van het document
2.2.4
Betrokkenheid verbonden partijen
Verbonden partij
Toelichting
Bestuurlijk Overleg Sociaaleconomische Structuurversterking (onderdeel van Twente Board)
De economische strategie van Twente en de uitvoering daarvan is belegd in Twente Board. In het bestuur van Twente Board zitten ondernemers, onderwijs en overheid elk met eigen vertegenwoordigers aan tafel. Het college van Oldenzaal heeft net als alle Twentse gemeenten via het Bestuurlijk Overleg Sociaaleconomische Samenwerking (BOSS) inbreng in Twente Board. De milieutaken op het gebied van vergunningverlening en handhaving zijn bij het ODT ondergebracht. Verwerkt een deel van onze afvalstoffen. Geeft mede uitvoering aan en advies over afvalbeheer. Het OLCT is eigenaar van het crematorium in Oldenzaal, dat is gevestigd op onze begraafplaats aan de Schipleidelaan. As-verstrooiing kan plaatsvinden op een aangewezen veld op de begraafplaats. Als eigenaar aardgasnetwerk belangrijk voor de energietransitie van aardgas naar alternatieve energiebronnen.
Omgevingsdienst Twente (ODTwente) Twence Twente Milieu Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) Cogas
2.2.5
Wat mag het kosten?
Budget per programma Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Saldo
Saldo
30
Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal lasten Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal baten vóór bestemming Dotaties aan reserves Onttrekking reserves na bestemming
Realisatie Begroting 2022 14.625
2023 16.664
Meerjarenbegroting 2024 16.075
14.625 -9.386
16.664 -10.520
16.075 -9.522
-9.386 5.239 256 -1.200 4.295
-10.520 6.144 603 -1.624 5.123
-9.522 6.553 107 -228 6.432
2025
2026
2027
16.076
15.694
15.712
119 28 16.223 -9.522 -99
278 28 16.000 -9.522 -236
409 28 16.149 -9.522 -344
-9.621 6.602 115 -238 6.479
-9.758 6.242 14 -125 6.131
-9.866 6.283 14 -149 6.148
2.3
Stedelijke en economische ontwikkeling
Onder dit programma vallen de volgende wettelijk verplichte taakvelden: a. b. c. d.
Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Ruimtelijke ordening
e. Grondexploitatie niet-bedrijventerreinen f. Wonen en bouwen g. Musea / Cultureel erfgoed
Oldenzaal is een gastvrije stad, goed bereikbaar en aantrekkelijk voor inwoners, ondernemers en bezoekers. De binnenstad is het kloppend hart van de stad. We zetten in op versnelling van woningbouw om plek te geven aan mensen die in Oldenzaal willen (blijven) wonen en bieden ruimte aan ondernemers die ons economisch klimaat versterken.
Dit programma draagt bij aan de volgende Goals:
2.3.1 Ambitie
Wat zijn onze ambities en doelen Een aantrekkelijke en vitale binnenstad, waarin het prettig winkelen, recreëren en wonen is
Doelen De binnenstad heeft een aantrekkelijke mix van winkelen, horeca, culturele voorzieningen en evenementen zodat meer mensen de binnenstad bezoeken. Oldenzaal wordt ervaren als een aantrekkelijke, gastvrije, bourgondische (binnen) stad met een rijk verleden, in een groene omgeving. De Oldenzaalse cultuur(historie) wordt verder versterkt en ook als zodanig geprofileerd voor de beleving in de binnenstad en de verbinding binnenstad-buitengebied. Meer mensen kunnen prettig in de binnenstad wonen. Ambitie
Een fijn (t)huis voor iedereen: we maken aantrekkelijk wonen mogelijk voor alle groepen in Oldenzaal
Doelen Voor alle groepen in Oldenzaal wordt (samen) wonen in Oldenzaal mogelijk. De komende 10 jaar worden 1000 woningen gerealiseerd zodat Oldenzaal een aantrekkelijke woonstad blijft. Er is een duurzame woningvoorraad die voldoet aan de woningvraag. Grotere ambtelijke inzet om de woonambities voor de komende jaren te realiseren. Ambitie
Oldenzaal heeft een vernieuwend en toekomstbestendig vestigings- en ondernemersklimaat
Doelen Samen met de Twente Board wordt ingezet op een toekomstbestendige economie met als uiteindelijk doel om het Bruto Twents Geluk in onze groene technologische topregio te verhogen. 31
De werkgelegenheid wordt vergroot door ondernemers voor Oldenzaal te behouden en aan te trekken. Er worden toekomstbestendige en goed bereikbare (nieuwe) bedrijventerreinen (her)ontwikkeld. Duidelijkheid over de wijze waarop winkelgebieden zich verder kunnen ontwikkelen tot toekomstige centra rekening houdend met trends en ontwikkelingen. Bredere samenwerking op het gebied van recreatie en toerisme in Noordoost Twente, onder meer door verbinding met cultuur en erfgoed Het versterken van de samenwerking tussen en met ondernemers in de binnenstad om het profiel en de vitaliteit van de binnenstad te verbeteren.
2.3.2 Nr 3.1 3.2
3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12
32
Wat gaan we ervoor doen? Acties We ronden de evaluatie van het masterplan Binnenstad af. We werken met de Stadsnoabers aan: doorontwikkeling binnenstadmonitor, een profiel voor Oldenzaal op basis van Oldenzaal 2040. We continueren de starterslening. We geven prioriteit aan de sleutelprojecten Stakenbeek, Graven Es en Langestraat en bouwen minimaal 50 woningen per jaar. We faciliteren woningbouwinitiatieven op inbreidingslocaties en bouwen minimaal 50 woningen per jaar. We stellen met partners de economische visie op met uitvoeringsprogramma. We pakken kansen op voor de verbetering en revitalisering van bestaande bedrijventerreinen. We werken de Gebiedsvisie Jufferbeek Noord uit We verkennen de mogelijkheden voor de ontwikkeling van Hanzepoort-West ter uitbreiding van bedrijventerrein Hanzepoort. We faciliteren bestaande ondernemers in groei en begeleiden nieuwe ondernemers van elders bij verhuizing naar Oldenzaal. We actualiseren de nota Verblijfsrecreatie NOT en stellen een uitvoeringsprogramma op. We werken de regionale visie Perspectief Vrijetijdseconomie Twente 2030 uit voor NOT. Daarin nemen we de ontsluiting van historische verhaallijnen mee.
Jaar/voortgang 2024 C
2024-2026 2024-2026 2024-2026 2024 C 2024 2024 C 2024 2024
2.3.3
Welke beleidsindicatoren gebruiken we
2.3.3.1
Sted. en econ. ontw.
Indicator
Eenheid
1 Functiemenging 2 Vestigingen (van bedrijven) 3 Nieuw gebouw de w oningen 4 Demografische druk
2.3.4
Wettelijke verplichte beleidsindicatoren
Verhouding tussen banen en w oningen in % Aantal vestigingen per 1.000 inw oners van 15 t/m 65 jaar Aantal nieuw bouw w oningen per 1.000 w oningen Verhouding tussen nietberoeps-bevolking (<15 en 65+) en beroepsbevolking (15-64)
Bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente
Omgevingsdienst Twente (ODTwente)
Bedragen x € 1.000
Baten
Saldo
Saldo
2022
56,9
55,2
50,2
2023
113
111,5
117,0
2022
6,5
7,6
8,1
2022
84,4
73,9
79
Bron Landelijk Informatiesysteem voor arbeidsplaatsen Landelijk Informatiesysteem voor arbeidsplaatsen Basisregistratie adressen en gebouw en CBS
Toelichting De economische strategie van Twente en de uitvoering daarvan is belegd in Twente Board. In het bestuur van Twente Board zitten ondernemers, onderwijs en overheid elk met eigen vertegenwoordigers aan tafel. Het college van Oldenzaal heeft net als alle Twentse gemeenten via het Bestuurlijk Overleg Sociaaleconomische Samenwerking (BOSS) inbreng in Twente Board. Twentse samenwerking voor beleidsmatige aangelegenheden en bedrijfsvoering, waarbij zij voor dit programma o.a. de uitvoerende organisatie is op het gebied van: toeristische routes vrijetijdseconomie recreatieve voorzieningen De milieutaken op het gebied van vergunningverlening en handhaving zijn bij ODTwente ondergebracht.
Wat mag het kosten?
Budget per programma
Lasten
Oldenzaal
Betrokkenheid verbonden partijen
Verbonden partij Bestuursovereenkomst Sociaaleconomische Structuurversterking (BOKSES: onderdeel van Twente Board)
2.3.5
Trend Provincie
25.000 – 50.000 inw.
Periode
Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal lasten Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal baten vóór bestemming Dotaties aan reserves Onttrekking reserves na bestemming
Realisatie Begroting 2022
2023
Meerjarenbegroting 2024
2025
2026
2027
16.490
7.392
7.493
7.309
6.873
6.880
16.490 -12.363
7.392 -2.393
20 7.513 -2.628
7.309 -2.629
6.873 -2.628
6.880 -2.628
-12.363 4.127 7.151 -8.437 2.841
-2.393 4.999 15 -1.095 3.919
-2.628 4.885 36 -234 4.687
-2.629 4.680 35 -252 4.463
-2.628 4.245 34 -160 4.119
-2.628 4.252 33 -142 4.143
33
2.4
Cultuur, sport en ontspanning
Onder dit programma vallen de volgende wettelijk verplichte taakvelden: a. Sportbeleid activering b. Sportaccommodaties c. Cultuurpresentatie, -productie en –participatie
d. Cultureel erfgoed e. Musea f. Media
Oldenzaal zet de kracht van cultuur en sport in ten behoeve van een levendige stad en een prettig leefbare samenleving waaraan iedereen kan meedoen.
Dit programma draagt bij aan de volgende Goals:
2.4.1
Wat zijn onze ambities en doelen?
Ambitie Ons culturele en sportieve ecosysteem is vitaal en toekomstbestendig. Doelen Een klimaat waarin cultuur- en sportverenigingen zich, binnen hun eigen ambities en mogelijkheden, optimaal kunnen ontwikkelen. Cultuur- en sportaccommodaties die aansluiten bij de hedendaagse normen (waaronder verduurzaming) en wensen van de gebruikers. Versterking van aanbod, toegankelijkheid en kwaliteit van cultuur en sport door verbinding en samenwerking met maatschappelijke organisaties. Ambitie
We benutten ons culturele en sportieve ecosysteem voor onze economische doelstellingen
Doelen Cultuur(historie) en sport en bewegen worden ingezet voor het verbeteren van de leefbaarheid, vitaliteit en aantrekkelijkheid van (binnen)stad en buitengebied. Cultuur en erfgoed worden versterkt en nadrukkelijker geprofileerd ten behoeve van toegankelijkheid, bewustwording en beleving. Ambitie
In Oldenzaal kan iedereen meedoen aan cultuur, sport & bewegen en evenementen omwille van gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke verbondenheid.
Doelen De verbinding tussen cultuur- en sportverenigingen, zorginstellingen, welzijn, onderwijs en bedrijfsleven wordt meer gestimuleerd ten dienste van maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid. Meer deelname aan cultuur en sport voor plezier, gezondheid, ontspanning en de ontwikkeling van talenten en vaardigheden.
34
2.4.2 Nr 4.1
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
4.13
4.14 4.15 4.16 4.17
4.18
4.19
4.20
Wat gaan we ervoor doen? Acties We ontwikkelen voor de buitensportaccommodaties vanuit het Synarchis-onderzoek een beheermodel dat toekomstbestendig en geharmoniseerd is. We voeren de maatregelen uit die in het accommodatieplan binnensport zijn opgenomen. We stellen het beheerplan buitensportaccommodaties vast. We continueren de revitalisatiewerkzaamheden voor sportcentrum Vondersweijde. We ronden het onderzoek naar de mogelijkheden van een sportbedrijf in NOT-verband af. We geven samen met lokale partners opvolging aan de ambities van het lokaal convenant cultuureducatie KunstWijs. Samen met Bibliotheek Oldenzaal maken we - in het kader van de Bibliotheek van de Toekomst - een plan van aanpak voor versterking van het aanbod, vooral op het gebied van (digi)taalvaardigheid in aansluiting op de visie Oldenzaal digiTAAL. We evalueren de NOT-samenwerking van de lokale publieke omroepen en anticiperen op (nieuw) Rijksbeleid. We stellen beleidskaders voor beeldende kunst op. We monitoren en evalueren het talent house voor jongeren Studio 15 en nemen een besluit over de voortzetting. We ondersteunen en evalueren de cultureel-maatschappelijke programma’s Twents Zilver en BoesCool 55+. We participeren actief binnen Cultuurregio Twente.
Daarbij hebben we oog voor de belangen van Oldenzaal en wijzen we lokale partijen op de (subsidie)mogelijkheden en projecten van het Uitvoeringsprogramma. We ondersteunen culturele en cultuurhistorische initiatieven die bijdragen aan een levendige (binnen)stad. We stimuleren daarbij samenwerking zowel binnen als buiten cultuur en erfgoed. We werken historische verhaallijnen uit als ‘rode draad’ voor (binnen)stad, (erfgoed)toerisme en projecten als het Singelpark. We geven opdracht aan de stichting Oldenzaalse Musea voor de voorbereiding van Huttenkloasjaar 2025. We zetten lokale verbinders als de buurtbeweegcoaches en de cultuurmakelaar in voor de vitaliteit van verenigingen. We houden aandacht voor de problemen die culturele en sportieve organisaties ondervinden door de sterk gestegen lasten (zoals energie en personeel) en inflatie. We zetten buurtbeweegcoaches en combifunctionarissen cultuur in voor de koppeling tussen het sport-, beweeg- en culturele aanbod en de preventieve thema’s vanuit het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA). Samen met de andere Twentse gemeenten en samen met het SportNetwerk Overijssel starten we met de uitvoering van de nieuwe regionale visie sport en bewegen. We continueren (minimaal 3 jaar) de motorische vaardigheidsscan voor de motorische ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs.
Jaar/Voortgang 2024
2024 2024 2024 2024 2024 2024
2024 2024 2024 2024 C
C
2024 2024 C C
C
2024
C
35
2.4.3
Welke beleidsindicatoren gebruiken we?
2.4.3.1
Indicator
Wettelijke verplichte beleidsindicatoren
Eenheid
1 Niet w ekelijkse sporters
2.4.4
Saldo
Saldo
36
25.000 – 50.000 inw.
2020
47,8%
51,1%
50,5%
Bron CBS & RIVM
Toelichting Exploitatie van sportcluster Vondersweijde
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Baten
Trend Provincie
Betrokkenheid verbonden partijen
Budget per programma
Lasten
Oldenzaal
%
Verbonden partij Sport Oldenzaal BV
2.4.5
Periode
Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal lasten Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal baten vóór bestemming Dotaties aan reserves Onttrekking reserves na bestemming
Realisatie Begroting 2022 6.688
2023 7.732
Meerjarenbegroting 2024 7.780
2025 7.832
2026
2027
7.761
7.706
30
28
6.688 -1.503
7.732 -1.341
7.780 -1.390
7.832 -1.390
7.791 -1.390
7.734 -1.384
-1.503 5.185 62 -322 4.925
-1.341 6.391 0 -573 5.818
-1.390 6.390 0 -81 6.309
-1.390 6.442 0 -64 6.378
-1.390 6.401 0 -4 6.397
-1.384 6.350 0 -4 6.346
2.5
Maatschappelijke Ondersteuning
Onder dit programma vallen de volgende wettelijk verplichte taakvelden: a. b. c. d. e. f. g. h.
Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerlingzaken Cultuurpresentatie, -productie en - participatie Media Wijkteams Inkomensregelingen Samenkracht en burgerparticipatie
i. Begeleide participatie j. Arbeidsparticipatie k. Maatwerkvoorzieningen (WMO) l. Maatwerkdienstverlening 18+ m. Maatwerkdienstverlening 18n. Geëscaleerde zorg 18+ o. Geëscaleerde zorg 18p. Volksgezondheid
We streven naar een krachtige samenleving waarin de inwoner mee doet naar eigen kunnen bijdraagt en daar waar nodig ondersteund wordt. Zo streven we naar een Oldenzaal met zelfredzame, gezonde en verbonden inwoners die zich veilig voelen.
Dit programma draagt bij aan de volgende Goals:
2.5.1 Ambitie
Wat zijn onze ambities en doelen? Voor inwoners die het nodig hebben is een kwalitatief goed ondersteuningsaanbod beschikbaar
Doelen Inzet op vroegsignalering en een passend aanbod van preventieve voorzieningen. Doorlopende ondersteuningslijnen waarbij op- en afschalen vanzelfsprekend is. De ondersteuning is toegankelijk, bereikbaar en betaalbaar. De sociale basisinfrastructuur blijft op orde in de wijken en in de gehele stad. Inwoners worden ondersteund om ze zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg. Inzicht in en grip houden op de resultaten en processen binnen het sociaal domein.
Ambitie Ieder kind groeit kansrijk op in Oldenzaal Doelen De eigen kracht van het gezin wordt vergroot en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin wordt versterkt. De regierol van de gemeente (ten opzichte van de externe verwijzers) wordt versterkt, zodat de best passende en betaalbare ondersteuning aan de inwoner wordt geboden. Een optimale ontwikkeling voor ieder kind en jeugdige met een focus op gelijke kansen. Het realiseren van passende en duurzame schoolgebouwen en een optimaal onderwijsklimaat Ambitie Alle inwoners hebben bestaanszekerheid Doelen Inwoners zijn in staat te voorzien in hun eerste levensbehoeften. Inwoners worden gestimuleerd tot het verkrijgen en behouden van betaald werk of participatie. Armoede is doorbroken zodat iedereen meedoet en vooruitkomt. 37
Een passende, toegankelijke en veilige woon- en leefomgeving voor alle doelgroepen.
Ambitie
Elke inwoner kan actief deelnemen aan een inclusieve samenleving en keuzes maken die gezond leven makkelijker maakt.
Doelen Toewerken naar een inclusieve samenleving, waarin iedereen erbij hoort en kan deelnemen. Een gezonde leefstijl van jong tot oud. Gezondheidsverschillen tussen sociaaleconomische groepen zijn verkleind. Sterkere sociale veerkracht doordat inwoners naar elkaar omkijken en mede zorg dragen voor elkaars welzijn. Cultuur-, sport- en beweegactiviteiten worden ingezet om participatie te vergroten.
Ambitie
Oldenzaal voldoet aan de opgaven rondom het migratievraagstuk en doet dit met een menselijke maat
Doelen Binnen de migratieketen is passende ondersteuning voor het integreren in de samenleving. In regionaal verband wordt een passende bijdrage in de migratieketen geleverd.
2.5.2 Nr 5.1
5.2 5.3
5.4
5.5 5.6
5.7
5.8
5.9 5.10 5.11 5.12
38
Wat gaan we ervoor doen?
Acties We ontwikkelen een uitvoeringsplan voor de toekomst van de integrale toegang (Sociaal Plein). Hierbij houden we rekening met toegankelijkheid, huisvesting, een verbeterde klantreis en samenwerking met en tussen partners. We kijken of de werkwijze van het Project Anders Indiceren breder kunnen toepassen. We bereiden de inkoop en implementatie voor de overige Wmomaatwerkvoorzieningen (begeleiding en dagbesteding) voor (per 2025). We ontwikkelen een visie op de sociale basis in de wijken en in de gehele stad in aansluiting bij de veerkrachtkaarten uit de Woonagenda. We creëren regionaal een beschikbaarheidsvoorziening voor respijtzorgbedden. We voeren de thema’s en bijbehorende ketenaanpakken uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) in, zoveel mogelijk passend bij de huidige structuren en ondersteuningslijnen. We zetten in op normalisering. Dit doen we onder andere door: welzijn op recept; reablement (het ontwikkelen van praktische vaardigheden waardoor zelfredzaamheid vergroot wordt) Dit wordt onder meer opgepakt via pilots onder nieuwe inkoopafspraken over de huishoudelijke ondersteuning (denk aan inzet van functies als ergotherapie om bepaalde vaardigheden aan te leren).
We ontwikkelen ketenaanpak Kansrijke Start uit GALA door, door deze te integreren in de doorlopende ondersteuningslijn voor kinderen en jongeren, die aansluit op de Lokale Educatieve Agenda (LEA). We ontwikkelen lokaal preventief jeugdbeleid. We implementeren en geven uitvoering aan de hervormingsagenda jeugd. We bereiden ons voor op de inkoop jeugdhulp (per 2025). We besluiten of en hoe we de bestaande programma’s continueren: actief na school in het PO en VO;
Jaar 2024
2024 2024
2024
2024 2024
2024
2024
2024 2024 2024 2024
5.13
5.14 5.15 5.16 5.17 5.18
5.19
5.20
5.21
5.22
5.23
5.24
5.25 5.26
5.27 5.28 5.29 5.30
5.31
5.32
intercultureel werken. Dit doen we op basis van het effect op onze ambities. We werken aan de afspraken uit de uitvoeringsagenda LEA en maken een aantal acties concreet in actieplannen (doelgroep peuters, interprofessioneel werken en schoolaanwezigheid). We realiseren in het kader van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) de (ver)nieuwbouw van de Franciscusschool. We bereiden in het kader van het IHP de (ver)nieuwbouw van de Drie-eenheid verder voor en starten met de realisatie. We ronden in het kader van het IHP het haalbaarheidsonderzoek voor de wijken de Thij en de Essen af. We werken in het kader van het IHP de business case voor TCC locatie Lyceumstraat uit. We spelen in op de toenemende vraag in het thema wonen en zorg. Dit doen we: op basis van de lokale woonzorgvisie en woonzorgagenda. vanuit ontwikkelingen rondom (de landelijk vereiste) regionale woonzorgvisie en op te stellen urgentieverordening (voor bepaalde doelgroepen bij sociale woningbouw). We geven uitvoering aan het (overgehevelde) noodfonds voor de ondersteuning van de individuele inwoners in het kader van de Regeling noodfonds Oldenzaal individuele inwoner We geven vorm aan de actielijnen uit het armoedebeleid (waar nodig met inzet vanuit het noodfonds voor maatschappelijke organisaties).
We voeren de verbeterpunten uit die voortkomen uit de evaluatie van de Wet schuldhulpverlening en het verwachte rapport van de Ombudsman over vroegsignalering schulden. We stellen een nieuwe samenwerkingsovereenkomst op voor beschutte werkplekken voor de doelgroepen WSW en Nieuw Beschut. We ontwikkelen een visie en een plan van aanpak voor de basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en digitale kennis (taaloffensief Oldenzaal digiTaal). We implementeren samen met het praktijkonderwijs een goede nazorg voor jongeren die uitstromen uit het onderwijs om uitval op een vervolgplek (werk) te voorkomen. We implementeren de wetswijziging uit het Breed Offensief. We bereiden ons voor op de invoering van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans door ons huidige beleid op Werk en Inkomen te evalueren en te kijken hoe wij de ‘menselijke maat’ optimaal kunnen toepassen. We ontwikkelen een lokale inclusieagenda. We geven lokale invulling aan het landelijk actieprogramma Eén tegen eenzaamheid. We ontwikkelen een preventiebeleid om roken, overmatig alcoholgebruik en drugsgebruik te verminderen. We onderzoeken hoe we de zelfredzaamheid van inwoners die gebruik maken van het doelgroepenvervoer verder kunnen vergroten met gebruik van het aanbod van onze nieuwe vervoerder.
We vervolgen het onderzoek rondom casuscoördinatie en bekijken breed hoe dit past binnen de ondersteuning aan personen met onbegrepen gedrag. We organiseren de opvang en ondersteuning voor de doelgroepen: asielzoekers, statushouders en Oekraïners en werken daarbij samen binnen de Twentse regietafel asiel.
2024
2024 2024 2024 2024 2024-2025
2024
2024-2025
2024
2024
2024
2024
C 2024
2024 2024-2025 2024 2024
2024
C
39
5.33
2.5.3
Welke beleidsindicatoren gebruiken we?
2.5.3.1
Wettelijke verplichte beleidsindicatoren
Indicator
Maatschappelijke ondersteuning
2024-2025
We zetten in op de doorontwikkeling van de nieuwe Wet Inburgering. Dit doen we lokaal maar ook in (sub)regionaal verband.
Eenheid
Periode
Oldenzaal
Trend Provincie
25.000 – 50.000 inw.
Bron
1 Absoluut verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
2022
0,00
5,30
4,20
DUO – Dienst Uitvoering Onderw ijs
2 Relatief verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
2022
22
21
21
DUO – Dienst Uitvoering Onderw ijs
2021
1,1%
1,7%
1,6%
Ingrado
2022
828,7
727,4
603,9
LISA
2021
0.2%
0,30%
?
Vroegtijdige schoolverlaters % deelnemers aan het VO en 3 zonder startkw alificatie (vsv-ers) MBO onderw ijs Aantal per 1.000 inw oners in 4 Banen de leeftijd van 15 – 74 jaar Jongeren met een delict voor de 5 % 12 t/m 23 jarigen rechter
Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel
6 Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
2021
4,00%
5,00%
4,00%
7 Netto arbeidsparticipatie
% van de w erkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking
2021
71,4%
71,4%
71,0%
CBS
8 Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
2021
1,00%
2,00%
2,00%
Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 1.000
2021
31,9
43,1
27,8
CBS
10 Lopende reïntegratie-voorziening
Aantal per 1.000 inw oners van 15 – 64 jaar
2021
15,3
13,4
11,6
CBS
11 Jongeren met jeugdhulp
% van alle jongeren tot 18 jaar
2022
11,7%
12,1%
13,2%
CBS
12 Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren tot 18 jaar
2022
1,2%
1,4%
1,0%
CBS
13 Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
2021
0,2%
0,3%
0,3%
CBS
Cliënten met een 14 maatw erkarrangement WMO
Aantal per 1.000 inw oners
2021
91
76
69
GMSD
9
Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Absoluut verzuim betreft het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school per 1.000 inw oners in de leeftijd van 5-18 jaar 1.2 Relatief Formatie verzuim betreft betreft de toegestane het aantal leerlingen formatie in dat aantal w el staat fte van ingeschreven het ambtelijk opapparaat een school, per maar 1.000ongeoorloofd inwoners op afw basis ezig van is,de per begrote 1.000 inw salarisstaat oners in de leeftijd van 5-18 jaar Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkw alificatie betreft het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat w il zeggen zonder 2.3 Bezetting betreft het werkelijk aantal fte dat werkzaam is startkw alificatie, het onderw ijs verlaat, 3.4 Banen Apparaatskosten betreft het aantal zijn banen de noodzakelijke per 1.000 inw financiële oners in middelen de leeftijdvoor van het 15-74 inzetten jaar van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d.
voor de uitvoering van de organisat 4.5 Jongeren Externemet inhuur en delict betreft voor hetde uitvoeren rechter betreft van werkzaamheden het percentageinjongeren opdracht(12-21 van een jaar) bij dat de organisatie met een delict in voor dienst dezijnde rechter opdrachtgever is verschenen door een private organisatie met winstoogmerk, zonder dat daar een 6 Kinderen in uitkeringsgezin betreft het percentage kinderen tot18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen 7 Netto arbeidsparticipatie betreft het percentage van de w erkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking 8 Werkloze jongeren betreft het percentage w erkloze jongeren (16-22 jaar) 9 Personen met een bijstandsuitkering betreft het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inw oners van 18 jaar en ouder 10 Lopende reïntegratie uitkeringen betreft het aantal lopende re-integratievoorzieningen (eind peilperiode) per 1.000 inw oners (15-64 jaar) 11 Jongeren met jeugdhulp betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 12 Jongeren met jeugdbescherming betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdberschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 13 Jongeren met jeugdreclassering betreft het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte
van alle jongeren (12-22 jaar) 14 Cliënten met een maatw erkarrangement WMO betreft het aantal cliënten per 1.000 inw oners met een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de WMO
2.5.4
Betrokkenheid verbonden partijen
Verbonden partij Samen Twente
Stadsbank Oost Nederland
40
Toelichting SamenTwente is de overkoepelende organisatie voor de organisaties: GGD Twente, Veilig Thuis Twente (VTT) en Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente (OZJT) en voor de coalities: Twentse Koers, Samen14 en Kennispunt Twente. Samen Twente zet zich in voor gezonde, veilige en vitale inwoners van Twente. De Stadsbank voert namens de gemeenten de integrale schuldhulpverlening uit. Dit geldt ook voor de preventie en nazorg activiteiten.
2.5.5
Wat mag het kosten?
Budget per programma
Realisatie Begroting
Meerjarenbegroting
Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten
55.967
59.043
61.600
60.430
59.467
58.877
2.028
107
105
Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid
Baten
Totaal lasten
55.967
59.043
61.600
62.458
59.574
58.982
Aanvaard beleid
-13.372
-11.688
-12.643
-12.502
-12.452
-12.452
Totaal baten
-13.372
-11.688
-12.643
-12.502
-12.452
-12.452
vóór bestemming
42.595
47.355
48.957
49.956
47.122
46.530
756
542
53
52
51
49
Aanvullend beleid Nieuw beleid Saldo
Dotaties aan reserves Saldo
Onttrekking reserves
-1.045
-3.199
-330
-2.312
-110
-109
na bestemming
42.306
44.698
48.680
47.696
47.063
46.470
41
2.6
Financiële algemene dekkingsmiddelen 2.6.1
Algemeen
Onder dit programma vallen de volgende taakvelden: a. b. c. d. e.
OZB woningen en niet woningen Belastingen overig Beheer overige gebouwen en gronden Algemene uitkering en gemeentefonds Overige baten en lasten
f. g. h. i.
Vennootschapsbelasting Overhead Treasury Mutaties reserves en voorzieningen
In dit, volgens de BBV, tot het programmaplan behorende onderdeel, wordt inzicht verschaft in de baten en lasten die niet als zodanig in de verschillende programma’s zijn opgenomen. Ook worden hier nieuwe beleidsvoornemens en heroverwegingen opgenomen die (vooralsnog) niet rechtstreeks aan een concreet programma toebedeeld kunnen worden. Daarvoor worden dezelfde tabellen gebruikt die u ook aantreft in de verschillende programma’s. De algemene doelstelling, met betrekking tot de financiële positie van de gemeente, is het jaarlijkse streven naar een structureel en reëel evenwicht van onze (meerjarige) begroting.
2.6.2
Welke beleidsindicatoren gebruiken we?
Indicator
Eenheid
1 Gemiddelde WOZ w aarde Gemeentelijke w oonlasten 2 eenpersoonshuishouden Gemeentelijke w oonlasten 3 meerpersoonshuishouden
25.000 – 50.000 inw.
Bron
336
366
CBS
856
867
?
COELO
892
896
?
COELO
Periode
Oldenzaal
Duizend euro
2021
336
In Euro’s
2023
In Euro’s
2023
Provincie
Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Gemiddelde WOZ-w aarde betreft de gemiddelde WOZ-w aarde van w oningen 2 Gemeentelijke w oonlasten eenpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een eenpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten 3 Gemeentelijke w oonlasten meerpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten
2.6.3
Betrokkenheid verbonden partijen
Verbonden partij Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente)
42
Toelichting Het GBTwente voert, in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de aanslagoplegging, heffing en invordering uit van de in dit programma genoemde lokale heffingen en belastingen.
2.6.4
Wat mag het kosten?
Budget per programma Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Saldo
Saldo
2.6.5
Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal lasten Aanvaard beleid Aanvullend beleid Nieuw beleid Totaal baten vóór bestemming Dotaties aan reserves Onttrekking reserves na bestemming
Realisatie Begroting 2022
2023
Meerjarenbegroting 2024
2025
2026
2027
13.720
15.366
16.021
15.974
15.849
15.866
13.720 -81.365
15.366 -80.127
16.021 -86.317
15.974 -86.952
15.849 -80.353
15.866 -80.243
-81.365 -67.645 784 -851 -67.712
-80.127 -64.761 4.424 -5.956 -66.293
-86.317 -70.296 807 -1.301 -70.790
-86.952 -70.978 177 -672 -71.473
-80.353 -64.504 125 -620 -64.999
-80.243 -64.377 105 -109 -64.381
Resultaatbestemming
Budget per programma
Realisatie Begroting
Meerjarenbegroting
Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten
114.977
113.667
115.288
113.947
111.910
111.307
Aanvullend beleid
0
0
0
2.147
415
542
Nieuw beleid
0
0
20
28
28
28
Baten
Saldo
Saldo
Aanvaard beleid
Totaal lasten
114.977
113.667
115.308
116.122
112.353
111.877
Aanvaard beleid
-120.634
-108.508
-113.001
-113.496
-106.846
-106.730
Aanvullend beleid
0
0
0
-99
-236
-344
Nieuw beleid
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
-120.634
-108.508
-113.001
-113.595
-107.082
-107.074
vóór bestemming
-5.657
5.159
2.307
2.527
5.271
4.803
Dotaties aan reserves
9.009
5.584
1.003
379
224
201
Onttrekking reserves
-11.855
-12.447
-2.174
-3.538
-1.019
-513
na bestemming
-8.503
-1.704
1.136
-632
4.476
4.491
43
2.6.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen Overzicht algemene dekkingsmiddelen
2024
2025
2026
2027
Lokale middelen waarvan de besteding niet gebonden is
-9.744
-9.800
-9.855
-9.905
Gemeentefonds
-72.371
-72.948
-66.776
-66.776
Dividend
-1.409
-1.409
-880
-735
Saldo van de financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal
-42
98
50
541
1.082 -82.483
1.132 -82.926
1.127 -76.334
636 -76.239
2.6.7 Overzicht overhead Na aanpassing van het BBV in 2016 moet in de begroting in het programmaplan een apart overzicht worden opgenomen van de kosten van overhead. De definitie van overhead luidt in dit verband: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Door die definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden. In de programma’s worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Het centraal begroten van de kosten van overhead betekent dat het niet langer mogelijk is om uit de taakvelden (voorheen de producten) alle tarieven te bepalen. Onderstaand is opgenomen hoe de overhead is vastgesteld en op welke wijze deze overhead is toegerekend aan de taakvelden/producten. De gehanteerde uitgangspunten bij de bepaling van de kosten zijn: Directe kosten zoveel mogelijk toerekenen aan de desbetreffende taakvelden Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten tot de overhead. Sturende taken, vervuld door hiërarchisch leidinggevenden, behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead.
De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. In deze lijn is bijvoorbeeld managementondersteuning in de lijn beoordeeld als overhead. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten zijn de totale kosten verdeeld naar de taakvelden. Voor wat betreft de verdeling van de loonkosten is er gebruik gemaakt van de bezettingslijst per augustus 2023. Bij het eindtotaal van de overhead worden correctieboekingen toegepast voor de grondexploitatie en investeringsprojecten. Deze correcties zijn gebaseerd op de overheadlasten die specifiek hiervoor worden gemaakt en zijn geheel toe te rekenen aan het betreffende project. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan projectcontrollers of andere overheadfuncties die alleen ten behoeve van specifieke investeringsprojecten werkzaam zijn. Over de dan nog resterende overhead is een algemene verdeelsleutel toegepast op basis van personeelslasten. Deze methode van verrekenen zal een relatief groter bedrag toerekenen aan arbeidsintensieve taken, dus meer aan de dienstverlening (leges) en minder aan de investeringen (rioolheffing). De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de leiding voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.
In de paragraaf Lokale heffingen wordt ingegaan op de overhead welke extracomptabel wordt toegerekend aan de diverse heffingen en de wijze van berekening hiervan. De berekening wordt aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen.
44
Specificatie Overhead Overhead personeel Overhead middelen (excl. kapitaallasten) Kapitaallasten Totaal Overhead (04)
2024 € 6.956.923 € 4.446.897 € 704.174 € 12.107.994
Overhead naar GREX Overhead naar Projecten Totaal om te slaan naar taakvelden
€ -/-508.179 € -/-332.581 € 11.267.234
Directe personeelslasten naar taakvelden
€ 16.984.806
Overheadpercentage Het overheadpercentage geeft de verhouding van de totale overhead (taakveld 04) ten opzichte van het begrotingstotaal weer. De totale lasten in de gemeente Oldenzaal voor 2024 worden begroot op afgerond 115 miljoen euro. Het aandeel overhead (taakveld 04) daarin is circa 12,1 miljoen. De overhead maakt dus 10,5% van de begroting uit. Opslagpercentage Voor het berekenen van de kostendekkendheid van leges en tarieven en de toerekening van indirecte kosten aan grondexploitaties (GREX) en kapitaalwerken wordt een opslagpercentage gehanteerd. Dit opslagpercentage moet niet worden verward met ons overheadpercentage. Het opslagpercentage drukt de kosten van de onverdeelde overhead (Taakveld 04) uit in een percentage van de verdeelde directe (personeels-)lasten naar de taakvelden. Dit levert voor de programmabegroting 2024 een opslagpercentage op van 66% (€ 11.267.234 / € 16.984.806). 2.6.8 Bedragen x € 1.000
Vennootschapsbelasting 2024
Vennootschapsbelasting
27
2.6.9 Bedragen x € 1.000
Onvoorzien
2025
2026 27
2027 27
27
Onvoorzien 2024
2025 52
2026 52
2027 52
52
De post onvoorzien is bedoeld als dekking voor (een schatting van) uitgaven die niet zijn voorzien in de begroting. Het is wettelijk voorgeschreven dat er een post onvoorzien wordt opgenomen in de gemeentebegroting.
45
3.
Paragrafen
Algemeen Als gevolg van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen in de begroting, naast de diverse programma’s, in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd te worden met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting staan worden gebundeld in een kort overzicht, waardoor uw raad voldoende inzicht ten aanzien van het betreffende onderwerp kan krijgen. De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting. Met de paragrafen is een groot financieel belang gediend. Ze geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn. In titel 2.3 van het BBV wordt per verplichte paragraaf aangegeven welke informatie de betreffende paragraaf minimaal dient te bevatten. In de financiële verordening (ex art. 212 gemeentewet) is dit nog weer nader uitgewerkt. Naast de verplichte paragrafen kennen we, gelet op het inhoudelijke en financiële belang van deze beleidsterreinen, al jaren een tweetal facultatieve paragrafen, te weten handhaving en sociaal domein. Met ingang van de Programmabegroting 2023 is er voor gekozen om de paragraaf Sociaal Domein te laten vervallen.
Dit is mede ingegeven doordat het, met ingang van het nieuwe verdeelstelsel van het Gemeentefonds per 1 januari 2023, niet meer mogelijk is de baten voor het Sociaal Domein in het gemeentefonds separaat te volgen. Met ingang van de Programmabegroting 2023 is een paragraaf Taakstellingen toegevoegd, waarin wordt gerapporteerd over de te realiseren gemeentelijke ombuigingen. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de paragrafen kan verschillen. Indien er voor een onderwerp een actuele notitie bestaat kan in de betreffende paragraaf worden volstaan met een korte berichtgeving van de stand van zaken. Indien deze actuele notitie ontbreekt wordt een uitvoerigere paragraaf gemaakt; de paragraaf vervult dan nadrukkelijker een rol in de kaderstelling. Het streven is erop gericht voor elke paragraaf over een beleidsnotitie te beschikken, welke vervolgens met een bepaalde frequentie geactualiseerd gaat worden. In de jaarlijkse paragrafen van de programmabegroting kan dan volstaan worden met een verwijzing naar de laatst vastgestelde beleidsnotitie en behoeft slechts ingegaan te worden op de actuele stand van zaken, en de verwachtingen voor de korte termijn, gebaseerd op de vastgestelde beleidslijn.
Voor de goede orde merken wij op dat op basis van de financiële verordening (ex artikel 212 van de Gemeentewet) financiële kengetallen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. De Oldenzaalse paragrafenstructuur bestaat uit: Weerstandsvermogen en risicomanagement Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Lokale heffingen Handhaving Taakstellingen
47
3.1
Weerstandsvermogen en risicomanagement
3.1.1 Inleiding weerstandsvermogen en risicomanagent Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. In de programmabegroting 2023 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats in paragraaf 3.6. Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.
3.1.2 Incidentele componenten weerstandscapaciteit Van de reserves, waarmee invulling wordt gegeven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie (t/m voorstellen aanvullend beleid uit deze begroting. In onderstaande paragraaf 3.1.3 is deze info voor wat betreft de algemene reserve geactualiseerd) het volgende overzicht worden gemaakt: Bedragen x € 1.000
Omschrijving/Jaren Algemene reserve Alg.dienst Algemene reserve Grondexploitatie Bestemmingsreserves Alg.dienst Bestemmingsreserves Grondexploitatie Totaal reserves
1-1-2023 14.168 3.684 15.073 10.197 43.123
1-1-2024 18.002 3.684 17.878 10.197 49.761
1-1-2025 17.452 3.684 17.581 10.197 48.914
1-1-2026 16.951 3.684 17.284 10.197 48.116
1-1-2027 16.501 3.684 16.987 10.197 47.369
De stand per 1-1-2023 sluit aan bij de stand van de reserves per 31-12-2022, conform de jaarrekening 2022.
3.1.3 Omvang algemene reserve De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves algemene dienst per 1-1-2024 (€ 18 mln. rekening houdend met het rekeningsaldo 2022) en grondexploitatie (€ 3,7 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s in deze paragraaf (€ 4,3 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (€ 2,5 mln.). Concreet betekent dit voor 2024 een verwachte weerstandsratio van 3,2. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus naar verwachting komen we het komende begrotingsjaar uit boven de door ons zelf bepaalde norm.
Bij een begrotingsuitvoering conform de nu bekende informatie, en dus rekening houdend met de taakstelling wat betreft ombuigingen, is er de komende planperiode, sprake van positief begrotingsresultaten. Met het toevoegen van dit resultaat aan de algemene reserve, verwachten we de weerstandsratio op orde te kunnen houden.
48
3.1.4 Resultaten Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s geselecteerd, die opgenomen worden in deze paragraaf. De inventarisatie en bepaling van risico’s heeft plaatsgevonden met behulp van diverse ambtelijke collega’s en bespreking in het managementteam. De geselecteerde risico’s zijn het uitgangspunt geweest voor de bespreking in het managementteam van de gemeente Oldenzaal. Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld: vaststellen van het risicoprofiel; een inschatting van de kans van optreden; een inschatting van de financiële gevolgen. Op basis van de informatie uit de inventarisatie zijn de risico’s gekwantificeerd. Hierdoor is een uitspraak gedaan over de gewenste omvang van de algemene reserve die benodigd is ter dekking van de financiële gevolgen van de risico’s. In de onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks.
Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet. Beschrijving van het risico Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom). Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Renteontwikkeling Inflatieontwikkeling Prijsstijgingen realisatie IHP Onderwijs Extreme weersomstandigheden Stijging afvalkosten door afkeuring pmd (plastic) Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Incidenten bij evenementen Legesinkomsten Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken Gladheidbestrijding Verbonden partijen Noodzakelijke intensivering onderhoud wegen Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds TOTAAL
Kans aantal / jaar 0,5
Impact Schatting € € 500.000
Risico € 250.000
0,1
€ 2.000.000
€ 200.000
0,5 0,5 0,3
€ 360.000 € 300.000 € 500.000
€ 180.000 € 150.000 € 150.000
0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,3 0,3
€ 300.000 € 1.000.000 € 500.000 € 2.000.000 € 250.000 € 200.000 € 300.000
€ 150.000 € 500.000 € 250.000 € 1.000.000 € 125.000 € 60.000 € 90.000
0,5 0,5 0,1 0,5 0,2 0,1 0,3 0,1 0,1 0,3
€ 150.000 € 100.000 € 500.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 60.000 € 100.000 € 2.500.000 € 2.000.000
€ 75.000 € 50.000 € 50.000 € 100.000 € 40.000 € 20.000 € 18.000 € 10.000 € 250.000 € 600.000 € 4.318.000
49
Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves.
3.1.5 Grondexploitaties Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Omdat niet alle risico’s zich voordoen wordt slechts een deel, rekening houdend met de kans hierop, meegenomen in de risicoparagraaf. Het risico is afhankelijk van de omvang van de onderhanden werken (1 tot 2%) en het risico dat in de plannen wordt gelopen (15 tot 30%), vermeerderd met een algemene risicobuffer voor de ondergrens van € 500.000. Dit risico is gebaseerd op berekeningen uit de laatst vastgestelde jaarrekening. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: onverwachte bodem- en grondwatersaneringen, nieuwe wet- en regelgeving en prijs- en afzetrisico’s. Op basis hiervan kan de ondergrens en de bovengrens worden bepaald conform de door de raad vastgestelde methode. Ondergrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Risicobuffer Totaal
Omvang 24.490.304 11.524.054
Percentage 1% 15%
Saldo t.b.v. reserve 245.000 1.729.000 500.000 2.474.000
Omvang 24.490.304 11.524.054
Percentage 2% 30%
Saldo t.b.v. reserve 490.000 3.457.000 3.947.000
Bovengrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Totaal
De ondergrens van het totale benodigde weerstandsvermogen van de gemeente bedraagt afgerond € 13,6 miljoen. (€ 11,1 miljoen concern en € 2,5 miljoen grondbedrijf). De stand van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt begin 2024 naar verwachting € 3,7 miljoen, de algemene reserve voor het concern bedraagt afgerond € 18 miljoen; samen naar verwachting € 21,7 miljoen. Daarmee bevinden beide reserves bij elkaar opgeteld zich boven de ondergrens. De omvang van deze reserves is dus voldoende voor afdekking van de mogelijke risico’s.
3.1.6 Verplichte kengetallen BBV: Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in deze paragraaf een aantal verplichte kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en, omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar.
50
Begroting 2024 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Verloop van de kengetallen 2022 2023 2024 (t) (t-2) (t-1) 55% 50% 52%
2025 (t+1) 70%
2026 (t+2) 81%
2027 (t+3) 81%
49%
45%
47%
65%
76%
76%
25% 0% 40% 96%
36% 4% 30% 96%
34% -1% 28% 95%
29% 3% 22% 95%
27% -4% 24% 95%
29% -4% 24% 95%
Toelichting per kengetal uit de BBV:
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten (excl. reserves). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken (voorgestelde norm Oldenzaal < 100%);
Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wordt de netto schuld gesaldeerd met de verstrekte leningen. Schulden aangegaan om vervolgens leningen te kunnen verstrekken veroorzaken namelijk per saldo geen lasten. In combinatie met de niet gecorrigeerde netto schuldquote wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Deze quote is per definitie lager dan de netto schuldquote. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze worden terugbetaald, wordt er veelal uitgegaan van de ongecorrigeerde netto schuldquote. Ook de eerder genoemde uitleg van de gewenste hoogte van de quote heeft betrekking op de niet gecorrigeerde netto schuldquote;
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het is het verhoudingsgetal tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (voorgestelde norm Oldenzaal > 30);
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In dit verband wordt het saldo van de structurele baten en lasten, inclusief structurele mutaties in de reserves, gedeeld door de totale baten (excl. reserves);
De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (excl. reserves). Voor de berekening van dit kengetal wordt de niet in exploitatie genomen grond en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (excl. reserves). De boekwaarde van de voorraad grond is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij verkoop;
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van een meerpersoonshuishouden in de gemeente, in enig jaar, zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten in het voorafgaande jaar. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Omdat er vooralsnog geen sprake is van tariefsaanpassingen na de eerste jaarschijf van deze begroting blijft dit kengetal vanaf t+1 ongewijzigd.
51
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
3.2.1 Algemeen Wij zijn de beheerder van de openbare ruimte en hebben een belangrijke rol in de realisering en instandhouding daarvan. Conform de BBV bevat deze paragraaf de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het overzicht wordt uitgebreid met civiele kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. Per kapitaalgoed wordt het beleidskader inclusief ambitieniveau aangegeven, hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en wat het onderhouds-niveau is. Tenslotte worden de beschikbare middelen weergegeven. De keuzes, die de komende jaren gemaakt worden om de gemeentelijke begroting evenwichtig te houden, hebben ook gevolgen voor het onderhoud van de openbare ruimte. Er wordt van uitgegaan dat de inzet van middelen in de openbare ruimte zodanig gekozen wordt dat er geen sprake is van kapitaalvernietiging. Wel kan dit inhouden dat, als een onderdeel in de openbare ruimte op termijn in zijn geheel vervangen moet worden, de keuze gemaakt kan worden deze vervanging enige jaren uit te stellen. Het betreffende onderdeel wordt dan gedurende die periode op een lager niveau beheerd en onderhouden, maar zodanig dat in ieder geval de veiligheid gewaarborgd is.
Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan geoormerkte wegvakken die op termijn in zijn geheel met fundatie en onderliggende riolering vervangen moeten worden, gebouwen die op termijn op de nominatie staan om gesloopt te worden, stukken openbaar groen die op termijn geheel heringericht worden. In 2019 is hiervoor een integrale beleidsvisie voor de openbare ruimte “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” opgesteld en door de raad in haar vergadering van november 2019 vastgesteld. Deze visie is gebaseerd op de volgende bouwstenen: Wij zorgen dat de openbare ruimte overal in Oldenzaal goed en veilig gebruikt kan worden; We beheren de openbare ruimte duurzaam, met oog voor mens en milieu; Ons beheer zorgt voor een aantrekkelijke en verzorgde openbare ruimte; Waar mogelijk beheren we samen met bewoners en bedrijven; We beheren slagvaardig en kosteneffectief. De budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de raad voor het opwaarderen van de openbare ruimte zijn vanaf 2019 geïndexeerd. Integraal beheer en onderhoud In vervolg op de vastgestelde visie is in 2020 het eerste meerjaren uitvoeringsplan (MJUP) opgesteld. In de raadsvergadering van december 2022 is de laatste versie van dit uitvoeringsplan vastgesteld. In 2024 zal, overeenkomstig de programmering van dit plan worden gewerkt aan de uitvoering.
Op deze manier willen we het beheer van de wegen, rioleringen, openbare verlichting, groen, civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen in Oldenzaal inzichtelijker maken. Het onderhoud kan hierdoor meer integraal, efficiënter en doelmatiger worden uitgevoerd. Hierbij wordt gezorgd voor zoveel mogelijk synergie door onderhoudsmaatregelen te combineren en af te stemmen op ruimtelijke, autonome en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt met de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt goed gekeken naar de mogelijkheden van subsidies. We beschikken over veel kennis en ervaring op het gebied van integraal onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteit wordt jaarlijks gemonitord en regelmatig onafhankelijk getoetst. De resultaten worden ingevoerd in de beheerapplicaties zodat alle gegevens centraal en up to date beschikbaar zijn. De beheerdata zijn gekoppeld aan het kaartmateriaal zodat de gegevens ook goed op tekening gepresenteerd kunnen worden.
52
3.2.2 Wegen Product
Doel Beleid
Uitvoering
Kwaliteit
Planning/toekomst Budget
Onder het product wegen vallen alle wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het betreft de wegen eigendom van de gemeente. Totaal asfalt: 781.767 m² Totaal elementen: 1.221.404 m², waaronder elementen rijbanen: 405.964 m², elementen fiets en voetpaden: 530.420 m², elementen overig: 285.020 m² Totaal half verhard: 19.837 m², totaal onverhard:14.758 m² Totale lengte van de wegen in Oldenzaal bedraagt: ca. 68 km. Goed ingerichte en veilige wegen. De gemeenteraad heeft in 2009 het beleidsplan wegbeheer “Beheren is vooruitzien” vastgesteld. De oorspronkelijke looptijd van dit plan liep formeel tot en met 2013. In de afgelopen jaren waren de beleidsvoornemens uit het plan nog niet verouderd. In 2023 is er een weginspectie gepland en wordt het huidige beleidsplan geactualiseerd. Alle onderhoudswerkzaamheden voor het asfalt worden uitgevoerd door derden. De onderhoudswerkzaamheden aan de elementverharding gebeurt door derden, aangevuld met de inzet van de eigen dienst. De werkzaamheden die uitgevoerd door derden worden conform de regels aanbesteed. De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma ‘Obsurve’. In het voorjaar van 2023 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus). De onderhoudswerkzaamheden zijn, waar nodig, afgestemd op deze inspecties. In het MJUP dat eind 2023 aan de raad zal worden aangeboden wordt de planning voor de komende 2 jaren voorgesteld.
Het huidige budget van uitbestede werkzaamheden (grb 438030) voor 2024 bedraagt: € 536.000 elementenverharding (kp 621001090) € 418.000 onderhoud asfalt (kp 621003010) Het totale budget voor wegen bedraagt: € 1.307.000 dagelijks onderhoud wegen (kp 621001) € 809.000 structureel onderhoud verhardingen € 2.116.000
Confrontatie
Conclusie
In het komende nieuwe beleidsplan komt een nieuwe budgettering. Het onderhoudsbudget voor elementenverhardingen is voor 2024 voldoende om de wegen op een basisniveau te handhaven volgens de oude systematiek. Het jaarlijks beschikbare budget voldoet niet meer om al het onderhoud uit te voeren. Bovendien wordt er regelmatig (asfalt)onderhoudsgeld bijgedragen aan civiele projecten. Daarnaast hebben de werkzaamheden van netwerkbeheerders aan kabels en leidingen invloed op de kwaliteit van onze wegen. Het meerjaren uitvoeringsplan dat in 2022 is opgesteld, biedt de gelegenheid om het onderhoud op een meer integrale en doelmatige wijze uit te voeren. Dit zorgt ervoor dat de beschikbare budgetten op de meest efficiënte manier worden ingezet om het overeengekomen kwaliteitsniveau te waarborgen en kapitaalverlies te minimaliseren. De wegen voldoen, over het algemeen, aan het onderhoudsniveau basis.
53
3.2.3 Openbare verlichting Product Doel Beleid
Uitvoering Kwaliteit
Planning/toekomst
Budget
Confrontatie Conclusie 54
Onder het product openbare verlichting valt alles met betrekking tot straatverlichting, aanlichten van gebouwen, monumenten en bomen Goed ingerichte en veilige verlichting. Het verhogen van persoonlijke- en verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Het beheerplan is vastgesteld door het college. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: Gewenste onderhoudsniveau Onderhoudsniveau basis geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/ busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling. Verlichtingsniveaus Huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuw aanleg, en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde. Vervanging In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen: 1. Extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; (Inmiddels zijn deze uitgefaseerd.) 2. Lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar; 3. Niet- energiezuinige armaturen. Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp.
In “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn deze beleidsuitgangspunten overgenomen. In 2022 is een uitvoeringsplan voor de openbare verlichting opgesteld dat aansluit op de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024”. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden en deze worden conform de regels aanbesteed. We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt via een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt, en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen, worden opgelost. De in 2019 gehouden inventarisatie geeft een volledig overzicht van de aanwezige lichtmasten en armaturen, de technische en economische levensduur. Oldenzaal beschikt over 8079 lichtmasten en 8305 armaturen. 43 masten, 0,53% zijn ouder dan 40 jaar (= einde technische levensduur). 46 masten,0,57% zijn ouder dan 50 jaar. Voor de armaturen is dit percentage iets hoger. Bijna 20% (19,6%) van alle armaturen nadert het einde van de technische levensduur (20 jaar). Door actualisatie en renovatie van de arealen is het aantal lichtmasten iets gedaald. In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden is er een planning voor vervanging opgesteld. Eind 2023 wordt deze planning geactualiseerd.
Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren maar niet toereikend om de grote vervangingsopgave van verouderde masten en armaturen weg te nemen. Via aanvullend beleid wordt budget beschikbaar gesteld om het structureel in stand houden van de bestaande straatverlichting te garanderen. Budget is € 688.000. Dit bedrag is inclusief aardgas en elektriciteit verbruik (kostenplaats 621021). Het onderhoudsbudget is in 2024 toereikend om de openbare verlichting op het niveau te houden, zoals in het geldende beleidsplan omschreven . Wij voldoen aan de prestatieafspraken dat 98% van de verlichting brandt. In de