03 Programmabegroting 2024 - Programmabegroting 2024
Tekst van het document
73
zuidzijde van het spoor nog tegenvallers voordoen waarvoor alsnog een beroep wordt gedaan op de reserve Oldenzaal Centraal. De voorziening nazorg afgesloten complexen De grondexploitaties van de projecten waarin alle grond is verkocht en de eventueel resterende werkzaamheden goed te overzien zijn, worden afgesloten in de jaarrekening. De eventueel nog uit te voeren werkzaamheden worden inclusief budget overgeheveld naar het complex “nog af te werken exploitaties”. Beschikbare middelen worden overgeheveld naar de “Voorziening nazorg afgesloten complexen”. Vennootschapsbelasting (VpB) Wij hebben een vennootschapsbelastingplicht voor activiteiten waarin wij deelnemen aan het economisch verkeer en waarbij wij ons als fiscale onderneming opstellen. Over de fiscale winst wordt belasting afgedragen.
3.6.3 Actualisatie van de nota Grondbeleid 2020 In 2024 actualiseert de gemeente de nota Grondbeleid. Het gevoerde grondbeleid heeft zijn vruchten afgeworpen. De gewijzigde wet- en regelgeving, met name de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt, en de veranderde situatie op de markt (zowel voor woningbouwgrond als voor bedrijfsgrond) geven aanleiding tot actualisatie van de Nota Grondbeleid. Het grondbeleid voor de komende jaren moet de ruimtelijke ontwikkeling van Oldenzaal blijven waarborgen.
3.6.4 De invloed van de oorlog in Oekraïne, het stikstofbeleid en marktomstandigheden op het grondbedrijf Woningbouwmarkt Groei van de woningvoorraad, nieuwe woonconcepten, krimp en vergrijzing, duurzaamheid en gasloos bouwen en opvang van assielzoekers zijn de actuele aandachtspunten bij woningbouwontwikkelingen. De behoefte aan woningen is onverminderd groot. Met de gemeentelijke sleutelprojecten Graven Es Gravenbeek en Stakenbeek 2e fase biedt de gemeente de komende jaren een gevarieerd aanbod aan kavels aan voor particulieren en ontwikkelende partijen. Daarnaast zijn diverse kleinere locaties in ontwikkeling, zoals de Kaltersweide en de Graven Es Gravenweide. De prijsstijging van koopwoningen is nog steeds aanwezig, maar lijkt op dit moment wel wat af te vlakken. Daarnaast is de hypotheekrente flink gestegen. De hoge rente zet de financierbaarheid van woningen voor particulieren stevig onder druk. Mogelijk zullen als gevolg hiervan de woningprijzen de komende jaren iets dalen (verwachting op basis van de Outlook Grondexploitaties 2023). Risico daarbij zijn de nog steeds flink stijgende civiele kosten waardoor de haalbaarheid van kleinschalige ontwikkelingen steeds meer onder druk komt te staan. De gemeente toetst regelmatig of de grondprijzen nog marktconform zijn. Markt voor bedrijfskavels In de regio zijn steeds minder bedrijfskavels beschikbaar.
De vraag naar bedrijfskavels op Jufferbeek Zuid is dan ook groot. Veel kavels zijn in optie genomen. De laatste tijd worden echter ook steeds meer opties beëindigd en kavels teruggegeven. Stijgende bouwprijzen en steeds meer eisen waaraan voldoen moet worden bij realisatie van een bedrijfsgebouw maken het steeds lastiger om een bedrijfspand te realiseren. De economische onzekerheid maakt ondernemers voorzichtiger. De uitgiftecriteria voor de nog beschikbare kavels zijn eind 2023 vastgesteld. De kavels zijn vanaf dat moment weer actief in de verkoop gezet. De verkaveling van het bedrijventerrein maakt dat nieuwe bedrijfsvestigingen zich soms wat meer naar de situatie moeten plooien en daarbij soms een hogere prijs voor een zichtlocatie moeten betalen en aan hogere beeldkwaliteitseisen moeten voldoen nu de meeste courante kavels uitgegeven zijn. 74
Parameters De ontwikkelingen in Oekraïne zijn van invloed op de marktontwikkelingen. De oorlog in Oekraïne heeft ervoor gezorgd dat er nauwelijks handel met Oekraïne en geen handel met Rusland mogelijk is. De tot stilstand gekomen handelsstromen hebben geleid tot een schaarste aan bouwmaterialen als metaal en hout met flinke prijsstijgingen tot gevolg. Daarnaast zijn de prijzen van energie ook hard gestegen door de oorlog. Dit heeft tot gevolg dat de productie van bouwmaterialen waarvoor veel energie benodigd is (bijvoorbeeld cement, isolatiematerialen en staal) veel duurder is geworden. Daarnaast heeft de grond-, weg- en waterbouw sector ook steeds meer te maken met personeelstekort. Naar verwachting op basis van de Outlook Grondexploitaties 2023 zullen de GWW-kosten op korte termijn blijven stijgen (max. 8%) en op (middel)lange termijn gaan afvlakken (van 5 naar 2%). In Oldenzaal worden de civiele werken nu bovendien meer uitgespreid in de tijd vanwege stikstofmaatregelen. Dit zorgt ervoor dat op korte termijn werkzaamheden over het algemeen 8 tot 10% in kosten zullen gaan stijgen (afhankelijk van welke werkzaamheden binnen een project nog plaats moeten vinden). Daarnaast is de verwachting dat de rente gaat stijgen (kortlopend van minimaal 1,5 tot maximaal 2,5% en langlopend met 2 %).
De rente voor de herzieningen is op basis van het BBV berekend op 0,24% en mag daar in de herzieningen maximaal 0,5% van afwijken. Vanwege de verwachte rentestijging maakt de gemeente gebruik van deze mogelijkheid. Risicomaatregelen grondbedrijf Oldenzaal Hoe de markt er over enige tijd uitziet is gezien bovenstaande ontwikkelingen erg onzeker en ook afhankelijk van de duur van de oorlog in Oekraïne. Mochten zich verdere nadelige ontwikkelingen voor gaan doen dan zullen de gevolgen het grootst zijn voor het complex Bedrijventerrein Jufferbeek Zuid en voor die woningbouwcomplexen waar nog veel werkzaamheden uitgevoerd moeten worden dan wel grondverkopen moeten plaatsvinden (met name Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2e fase, Graven Es Gravenbeek en Saasvelderlaan/Kaltersweide). In de complexen waar nog (veel) grond uitgegeven moet worden, houden we onder de project specifieke risico’s rekening met vertraging in de uitgifte. Gezien de ontwikkeling van de inflatie de afgelopen maanden en de inflatiestijging waar Outlook Grondexploitaties 2023 mee rekent, is de verwachting dat de inflatie maximaal 5,5% zal bedragen. Hier houden we rekening mee in de algemene risicoreserve van het grondbedrijf bij het bepalen van de omvang van markt- en conjunctuurrisico’s in relatie tot de nog te maken kosten voor de grondexploitaties.
3.6.5 Actuele prognose van de te verwachten resultaten van de bouwgrond in exploitatie Vanaf augustus 2023 bedragen de nog te maken kosten voor de complexen bouwgrond in exploitatie € 31.840.000 en de opbrengsten € 28.902.000 voor de resterende looptijd van de complexen (op basis van de herzieningen 2022). Per grondexploitatiecomplex worden kosten en/of opbrengsten geraamd voor de looptijd van het project. Deze ramingen worden opgedeeld in jaren. Wanneer in enig jaar meer of minder kosten worden gemaakt dan begroot betekent dit dat minder respectievelijk meer kosten resteren voor de volgende jaren om het totale complex te realiseren. En ditzelfde principe geldt voor de opbrengsten. In de huidige begrotingsperiode worden met name kosten gemaakt voor het bouw- en woonrijp maken van de complexen Jufferbeek Zuid, De Graven Es Gravenweide en Gravenbeek, Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2 en voor Singelpark Deurningerstraat. En omvat de jaarlijkse prognose voor grondverkopen ca. € 6.700.000. Dit betreffen met name verkopen op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid en woningbouwkavels aan de Kaltersweide, de Graven Es gebied 10a en Oldenzaal Centraal fase 2. 75
Opbrengsten
Kosten 14%
5% 20%
16% 43%
10% 53% 14%
22%
2%
Verwerving Bouw- en woonrijp maken Resultaat Project specifieke risico's Overig
Bedrijfsgrond toplocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond zichtlocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond reguliere kavels (incl. in optie) Kantoorkavels Grondgebonden woningbouwkavels Nog te ontvangen bijdragen
Elk grondexploitatiecomplex bevat de kostenpost ‘resultaat’. Wanneer de overige kosten gerealiseerd worden en grondverkopen conform de begroting plaats vinden zal de komende jaren met name winst kunnen worden genomen uit de complexen bedrijventerrein Jufferbeek Zuid, Hogenkampweg, De Kaltersweide en De Graven Es Gravenweide. De actuele prognose van het verwachte resultaat van de totale grondexploitatie (looptijd augustus 2023 tot en met 2030) bedraagt € 6,9 miljoen. Dit resultaat wordt hoger wanneer project specifieke risico’s zich niet voordoen. De risico’s zijn het hoogste voor de complexen Jufferbeek Zuid, Kaltersweide en Oldenzaal Centraal Stakenbeek fase 2. De project specifieke risico’s worden binnen elke grondexploitatie zoveel mogelijk afgedekt. Totaal bestaat deze risicoreserve uit € 5,1 miljoen. Wanneer risico’s zich niet voordoen, vallen bijbehorende bedragen vrij via winstneming uit de complexen en neemt het resultaat toe. De algemene risico’s (risico’s ten gevolge van conjunctuurschommelingen, inflatie, veranderende wet- en regelgeving) worden binnen marges afgedekt met de algemene reserve van het grondbedrijf.
76
Omvang van de kosten en opbrengsten in euro's
Kosten en opbrengsten 2024 t/m 2027 8.000.000,00 7.000.000,00
Verwerving
6.000.000,00
Bouw- en woonrijp maken Resultaat
5.000.000,00
Project specifieke risico's 4.000.000,00 Overig: ambtelijke inzet, rentekosten en beheerslasten Opbrengsten
3.000.000,00 2.000.000,00 1.000.000,00 2024
2025
2026
2027
Jaar
Bovenstaande tabel laat een verwachte terugloop in kosten en jaarlijkse afname van het resultaat zien van de complexen bouwgrond in exploitatie (op basis van de herzieningen 2022). Ook de ambtelijke inzet, de rentekosten en beheerlasten voor deze complexen nemen de komende jaren langzaam af. Wanneer plangebieden bouwrijp zijn (en het grootste deel van de kosten is gemaakt) volgt uitgifte van de kavels. In 2025 wordt bijna een verdubbeling van de opbrengsten verwacht ten opzichte van de overige jaren. De risico’s zijn bij aanvang van de projecten hoog en hoe verder een project vordert, hoe meer de risico’s afnemen. De looptijd (tot soms wel tien jaar) van een aantal projecten zorgt eveneens voor risico’s en onzekerheid vanwege een mogelijk veranderende behoefte aan kavels, prijsstijgingen van bouw- en woonrijp maak kosten enz. Voor enkele grondexploitaties is een specifieke reserve gevormd. De risico’s voor de planontwikkeling van Oldenzaal Centraal Stakenbeek 1e en 2e fase zijn in de reserve Oldenzaal Centraal afgedekt. Er zullen de komende jaren een aantal nieuwe complexen in exploitatie worden genomen. Het aantal grondexploitaties dat daarbij een positief resultaat oplevert neemt echter af.
77
3.7
Lokale heffingen
3.7.1 Algemeen Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vindt plaats in november 2023. De in november vast te stellen tarieven kunnen o.a. door afrondingen afwijken van de in deze paragraaf vermelde tarieven. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten.
De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten: de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. een aanduiding van de lokale lastendruk een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Oldenzaal.
3.7.2 Inkomsten lokale heffingen Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2023 3,2% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 4,6% voor hun rekening, de rijksoverheid 95,4%. Het aandeel van de gemeente Oldenzaal aan ontvangen belastingen en retributies bedraagt in dit geheel circa € 20 miljoen.
78
Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2023
3.7.3 Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen 2022 Gemeentelijk heffing Afvalstoffenheffing Begraafplaatsrechten Hondenbelasting Leges burgerzaken Leges omgevingsvergunning Leges overig Marktgelden OZB eigenaren woning/niet-woning OZB gebruikers niet-woning Rioolheffing c.a. Parkeerbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Toeristenbelasting Totaal
raming
4.005.719 201.649 117.877 448.913 719.000 56.998 51.014 6.896.164 1.735.447 3.120.389 783.391 21.618 106.482 96.140 18.360.801
realisatie
3.994.274 213.893 116.579 400.006 1.046.014 12.914 21.283 6.914.499 1.807.123 3.081.344 769.491 0 96.255 107.392 18.581.067
2023 Realisatie raming t/m 9 juli
3.934.698 201.649 0 448.913 719.000 56.998 51.014 7.442.527 1.858.837 3.135.035 686.069 0 112.285 96.140 18.743.165
3.106.190 74.465 0 203.863 203.136 30.433 11.774 7.409.249 1.822.830 3.176.473 307.029 0 92.455 -28.646 16.409.251
2024 raming 3.889.714 219.515 0 448.913 719.000 56.998 51.014 8.041.184 1.993.603 3.545.358 686.069 0 112.285 96.140 19.859.793
3.7.4 Beleid ten aanzien van de lokale heffingen en ontwikkeling tarieven Beleidskaders Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in: de diverse belastingverordeningen en -regelingen; het coalitieakkoord 2022-2026; landelijke wet- en regelgeving. Verruiming lokaal belastinggebied Al jaren wordt een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied bepleit. In het regeerakkoord van december 2021 is opgenomen dat een nieuwe financieringssystematiek wordt uitgewerkt voor de periode na 2025 om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten. Waarom is uitbreiding nodig?
• Het zorgt voor meer ruimte om eigen keuzes te maken voor lokale prioriteiten. Nu bestaat minder dan 20% van de gemeentelijke inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen. • Het heffen van belasting vergroot de betrokkenheid van burgers met de gemeente als decentrale overheid. • Een eigen belastinggebied geeft de gemeenteraad de mogelijkheid verantwoording af te leggen over financiële keuzes en een buffer op te bouwen. • Het maakt gemeenten minder afhankelijk van het rijk. Meer dan 60% van de inkomsten van gemeenten komt nu uit het gemeentefonds. Deze financiële afhankelijkheid kan voor complicaties zorgen in de samenwerking met het rijk bij de aanpak van maatschappelijke opgaven. Momenteel wordt er tussen rijk en gemeenten hierover gesproken. De randvoorwaarden beschreven in een notitie van Alexander Rinnooy Kan en Maarten Allers zijn daarbij van belang. Deze zijn: • De financiële verhoudingen zijn op orde. Uitbreiding van het belastinggebied moet immers macrobudgettair neutraal en lost daarmee bestaande financiële tekorten van gemeenten niet op. • Geen verhoging vindt plaats van de totale lastendruk. Uitbreiding van de gemeentelijke belastingen is onlosmakelijk verbonden met een navenante verlaging van de rijksbelastingen (mogelijk gemaakt door een verkleining van het gemeentefonds). 79
• Een groter belastinggebied is geen doel op zich, maar dient om de band tussen bepalen, betalen en verantwoorden te versterken. • Het moet gaan om een substantiële uitbreiding. • De horizontale, democratische verantwoording waarborgt verantwoorde heffing. Limitering van de opbrengsten via rijksregelgeving past daar niet bij. • Gemeenten beslissen zelf in welke mate ze welke lokale belasting gebruiken. • Voor de belastingbetaler is de herziening zo veel mogelijk inkomensneutraal. Koopkrachteffecten moeten waar mogelijk door het rijk worden geneutraliseerd. • Voor de belastingbetaler moet zichtbaar zijn dat er sprake is van een verschuiving en geen verhoging. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van rijk en gemeenten. • Vereenvoudiging door afschaffen van kleinere heffingen is alleen mogelijk als er sprake is van aanvaardbare financiële gevolgen op gemeentelijk niveau. • De regeling is uitvoerbaar voor gemeenten. • Bij de verdeling van het gemeentefonds blijft verevening van belastingcapaciteit een van de uitgangspunten. De VNG zet zich hiervoor in. De komende maanden verwachten we meer duidelijkheid. De Omgevingswet en leges De Omgevingswet treedt definitief in werking op 1 januari 2024. Door deze inwerkingtreding kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van onze lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes.
In het transitieplan voor de gemeente Oldenzaal om te komen tot een omgevingsplan maakte de gemeenteraad de keuze om in principe beleidsneutraal over te gaan en stapje voor stapje toe te werken naar een omgevingsplan. Voor de leges veranderen er een aantal zaken:
De Omgevingswet staat nieuwe activiteiten toe om leges over te heffen (Op termijn ontstaan mogelijk) minder vergunningplichten Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken) Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer)
Naast de Omgevingswet krijgen we te maken met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In juli 2022 is in de eerste kamer de motie Crone aangenomen. De inwerkingtreding van de Wkb wordt hiermee mogelijk opgeschort. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer deze wet dan wel in gaat. Op het moment dat de Wkb in werking treedt, veranderen er een aantal zaken:
De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning Gemeentelijke kosten worden op onderdelen hoger of lager Gemeentelijke kosten verschuiven gedeeltelijk naar de private kwaliteitsborging
Waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Meer percelen kunnen in de heffing worden betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. De huidige verordening Rioolheffing (model VNG) dekt dan niet meer de lading Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Bij belastingplichtigen die daar niet op zijn aangesloten roept dat weerstand op. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er over een droge weg kan worden gereden. Iedereen heeft daar profijt van. De VNG heeft hiervoor een nieuw modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld. Bij invoering is een zorgvuldige communicatie en belangenafweging naar nieuwe belastingplichtigen van belang. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken. Administratief beroep kwijtschelding Tegen beschikkingen over uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingen is op dit moment alleen administratief beroep mogelijk. De wetgever wil dit wijzigen.
In de toekomst is in beide gevallen eerst bezwaar bij de invorderingsambtenaar mogelijk en daarna is de fiscale rechter bevoegd (rechtbank in 80
eerste aanleg, gerechtshof in hoger beroep en Hoge Raad in cassatie). De Invorderingswet is hiervoor al eerder aangepast, voor inwerkingtreding is alleen nog een Koninklijk Besluit nodig. Het voorstel maakt onderdeel uit van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden door de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft aangegeven hier meer tijd voor nodig te hebben. Er zijn politieke geluiden dat de invoering mogelijk per 2024 wordt ingevoerd. No cure – no pay bij de uitvoering van de Wet WOZ wordt aangepakt Gemeenten moeten een vergoeding betalen als via no cure – no pay bureaus (NCNP-bureaus) de WOZ waarde van woningen en bedrijven wordt aangepast. Dat kan gebeuren wanneer NCNP-bureaus namens burgers een bezwaarschrift indienen bij de gemeente of door een beroep bij de rechter. Dat levert die bureaus zo veel geld op dat er sprake is van een verdienmodel. Burgers profiteren daar niet van. Terwijl de regeling is bedoeld als kostenvergoeding voor burgers. De enorme toename van de bureaus heeft een aantal maatschappelijk ongewenste gevolgen: 1. De uitvoering van de Wet WOZ loopt vast. 2. De rechters komen te weinig toe aan andere zaken. 3. De relatie met de burger formaliseert. 4. In 2021 keerden gemeenten € 18 miljoen uit aan kostenvergoedingen.
Naar aanleiding van deze maatschappelijk ongewenste gevolgen, hebben 15 uitvoeringsorganisaties, waaronder GBTwente, een brandbrief verstuurd naar staatssecretaris Fiscaliteit, de heer mr. Marnix van Rij. De staatssecretaris kondigde vervolgens aan maatregelen te nemen. Dit heeft hij bij de VNG Belastingconferentie op 21 en 22 maart 2023 in Arnhem (Papendal) toegelicht. Enkele dagen later (23 maart) heeft hij een plan van aanpak naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin zijn een aantal maatregelen opgenomen die zich richten op het wegnemen van de financiële prikkel om namens belanghebbenden te procederen met alleen als doel een proceskostenvergoeding of een vergoeding van immateriële schade te krijgen. De voorgestelde maatregelen zijn: 1. Standaard uitbetalen van de vergoedingen voor de WOZ aan de belanghebbende. 2. Een apart regime voor het recht op een proceskostenvergoeding voor de WOZ. 3. Geen toekenning van proceskostenvergoeding als de WOZ-waarde slechts licht wordt bijgesteld. 4. Verplicht informeel traject voor de WOZ. 5. Intensiveren van de handhavingsstrategie bij de zogenoemde parallelimport van motorrijtuigen. 6. Niet langer uitkeren van de vergoeding van immateriële schade bij de WOZ. Met de VNG wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van de nieuwe regels die vanaf 2024 moeten worden ingevoerd.
Ontwikkeling tarieven De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De voor 2024 geldende tarieven voor de OZB stijgen met een gemiddelde inflatiecorrectie van 7,25% als u akkoord gaat met het aangeboden dekkingsplan. Deze verhoging kan overigens voor meerdere belastingen en rechten van de gemeente Oldenzaal worden doorgevoerd indien u daartoe besluit. Dit geldt uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd.
3.7.5 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2024 in Oldenzaal worden geheven zijn:
81
Ongebonden belastingen: Onroerendezaakbelastingen Parkeerbelastingen Reclamebelasting Toeristenbelasting
Gebonden belastingen: Afvalstoffenheffing Leges en Rechten Rioolheffing Marktgelden Begraafrechten
Ongebonden belastingen Onroerendezaakbelastingen Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting. Er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar. Belastingplichtige eigenaren van woningen; eigenaren van niet-woningen; gebruikers van niet-woningen. Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen. Grondslag De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZwaarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend.
De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt. De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt. Overigens zal vanaf 2022 de waarderingen van panden worden afgeleid van een prijs per m2 in plaats van de tot nu toe gehanteerde waardering in m3. Parkeerbelastingen Op basis van artikel 225 Gemeentewet kunnen gemeenten in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen. Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden twee belastingen geheven: De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst; De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning. Hiermee kunnen gemeenten op efficiënte en financieel verantwoorde wijze hun parkeerbeleid realiseren.
Er is dus een link naar de financiering van het parkeerbeleid. Maar de opbrengst van het parkeren vloeit in de algemene middelen. Reclamebelasting Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten reclamebelasting heffen. Reclamebelasting kan worden geheven over openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Het gaat om aankondigingen in letters, symbolen, voorwerpen kleuren of een combinatie daarvan. De reclamebelasting is in overleg met ondernemers ingevoerd. Voorbeelden zijn gevelreclame, bestickering ramen, posters, vlaggen, uithangborden, luifels of spandoeken. 82
Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Gebonden belastingen Afvalstoffenheffing De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt uitgevoerd door Twente Milieu. De verwerking van met name restafval en GFT vindt plaats bij Twence. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing. Belastingplichtige Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt. Grondslag De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd.
De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. Met ingang van 2017 wordt iedere belastingplichtige een vast bedrag in rekening gebracht en daarnaast een variabel bedrag op basis van het aantal keren dat huisvuil is aangeboden. Tarieven per keer afval aanbieden Vast bedrag Grijze restafvalcontainer 140 ltr Grijze restafvalcontainer 240 ltr Ondergrondse container (milieupas) Groene gft-container 140 ltr Groene gft-container 240 ltr Oranje verpakkingencontainer 240 ltr
2023 € 219,96 € 5,34 € 9,16 € 1,14 € 0,00 € 0,00 € 0,00
2024 € 210,60 € 5,88 € 10,08 € 1,26 € 0,00 € 0,00 € 0,00
83
Afval Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
3.495.300 -659.223
Toe te rekenen kosten Overhead Openbare orde en veiligheid Verkeer en vervoer Inkomensregelingen BTW Totaal toe te rekenen
57.095 66.079 50.000 195.345 685.118 1.053.637
Totale kosten Opbrengst heffingen
3.889.714 -3.889.714
Dekkingspercentage
100%
Uit vorenstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het bedrijfs- en huishoudelijke afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Daarnaast begroten wij het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Naar verwachting zal geld worden uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Kwijtschelding Sommige huishoudens kunnen een tegemoetkoming in de kosten krijgen. Deze huishoudens betalen anders door de invoering van Diftar extra afvalstoffenheffing of kosten die zij niet kunnen opbrengen. Het gaat hierbij om huishoudens die in aanmerking komen voor kwijtschelding en huishoudens met onvermijdbaar medisch afval. Wanneer men in aanmerking komt voor kwijtschelding, krijgt men het basistarief van € 210,60 kwijtgescholden en maximaal € 60,48 voor het variabele tarief (afvalstoffenheffing variabele deel voor 6 keer = 6 * € 10,08). In totaal is de kwijtschelding afvalstoffenheffing maximaal € 271,08. Leges en rechten De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet.
De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening. Kostendekkendheid De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie hoofdstukken: hoofdstuk 1, algemene dienstverlening; hoofdstuk 2, dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; hoofdstuk 3, dienstverlening vallend onder dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook moeilijk realiseerbaar zijn gezien het feit dat de kosten voor de individuele diensten moeilijk zijn te bepalen. Dat neemt niet weg dat een gemeente wel een kostendekkendheid per dienst of per samenhangende groep van diensten mag nastreven, als de gemeente in dit opzicht maar een consequente lijn volgt. 84
Op grond van het bovenstaande is het mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Daarnaast kan bij de tariefstelling uitdrukking worden gegeven aan het profijtbeginsel. Dat is een aparte beleidsmatige afweging. Onderlinge verschillen in, op zichzelf geoorloofde, kostendekkingspercentages tussen groepen van diensten zijn niet in strijd met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel. De mogelijkheden tot kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) beperkter geworden. De EDR maakt kruissubsidiëring binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels mogelijk. Dit betreft alleen de diensten aan dienstverrichters waarop de EDR van toepassing is (hoofdstuk 3 van de Legesverordening). De wetgever heeft hierin geen aanleiding gezien om artikel 229b van de Gemeentewet te wijzigen. De EDR doorkruist daarmee de wettelijke regeling van artikel 229b Gemeentewet. Bij de introductie van de Wabo in 2010 (omgevingsvergunning, zie hoofdstuk 2 van de Legesverordening) ging de wetgever ervan uit dat kruissubsidiëring tussen het cluster omgevingsvergunning en andere in de legesverordening opgenomen dienstverleningen niet mogelijk is.
De wens van de wetgever is echter niet in een wettelijke bepaling vastgelegd, zodat in principe artikel 229b van de Gemeentewet onverkort geldt. Wij gaan echter uit van maximaal 100% kostendekkendheid binnen hoofdstuk 2. Voor een aantal tarieven binnen hoofdstuk 1 geldt dat deze door het rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens.
85
Kostendekkendheid leges per titel
Legesverordening OMSCHRIJVING
Lasten Totale Overhead taakvelden lasten
Leges/andere totale inkomsten baten
Kostendekkendheid
1.1
Burgerlijke Stand
66.261
19.139
85.400
-70.291
-70.291
82,31%
1.2
Reisdocumenten/Ned. Identeitskaart
135.785
33.350
169.135
-196.800
-196.800
116,36%
1.3
Rijbewijzen
83.596
20.770
104.366
-169.253
-169.253
162,17%
1.4
Verstrekking basisregistratie personen
67.270
44.953
112.223
-14.012
-14.012
12,49%
1.7
Bestuursstukken
0
0
0
-625
-625
100,00%
1.8
Vastgoed informatie
0
0
0
-1.737
-1.737
100,00%
1.9
Overige publiekszaken
26.073
0
26.073
-12.000
-12.000
46,02%
1.18
Verkeer en vervoer
13.302
4.801
18.103
-117.762
-117.762
650,51%
1.19
Diversen
357.657 749.944
256.323 613.980 379.336 1.129.280
-35.000 -617.480
-35.000 -617.480
5,70% 54,68%
3.375.362 1.190.309 4.565.671
-719.000
-719.000
15,75%
totaal hoofdstuk 2
3.375.362 1.190.309 4.565.671
-719.000
15,75%
totaal leges
4.125.306 1.569.645 5.694.951
-719.000 -1.336.480 1.336.480
totaal hoofdstuk 1 2
86
Diensten Omgevingswet
23,47%
Begraafrechten Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen. Begraafplaatsen Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
393.585 -9.094 384.491
Toe te rekenen kosten Overhead Tractie / gebouwenonderhoudsplan Totaal toe te rekenen
106.044 11.862 117.906
Totale kosten Opbrengsten
502.397 -219.595
Dekkingspercentage
43,71%
Marktgelden Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet kan de gemeente een recht heffen voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een deel van de openbare ruimte die gebruikt wordt voor een markt. Belastingplichtig is degene aan wie de standplaats beschikbaar is gesteld. In totaal verwachten we het komende jaar € 51.014 aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken.. Markten Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
Toe te rekenen kosten Overhead Totaal toe te rekenen
51.014 0
0 0
Totale kosten Opbrengsten
51.014 -51.014
Dekkingspercentage
100,00%
Rioolheffing De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing. 87
De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. Wij hanteren één rioolheffing voor alle watertaken. Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. U heeft in 2020 het GRP 2021-2025 vastgesteld en bepaald dat deze jaarlijks wordt geactualiseerd. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen. Riolering Kosten taakvelden incl. omslagrente Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
2.367.355 -676 2.366.679
Toe te rekenen kosten Overhead Tractie (onderhoud voertuigen) Verkeer en vervoer Storting in voorziening Inkomensregelingen BTW Totaal toe te rekenen
129.109 58.175 475.000 62.952 71.969 381.474 1.178.679
Totale kosten Opbrengsten
3.545.358 -3.545.358
Dekkingspercentage
100%
In totaal verwachten we het komende jaar € 3.545.358 aan kosten te maken om de zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het dekken van deze taken. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering (€2.366.679). De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Straatvegen doet de gemeente Oldenzaal om drie redenen. Voor het functioneren van de riolering, vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen verkeerd aanbieden (weggooien) en voor de verkeersveiligheid. Een exacte verdeling tussen de drie redenen is niet te bepalen. Bladafval verstopt de kolken van het rioolstelsel en daarom weegt die functie zwaarder mee. Op grond van bovenstaande inschatting rekening wij circa 60% toe aan de rioolheffing. Naar verwachting zullen wij € 475.000 uitgeven aan taken die onder het taakveld verkeer en vervoer vallen (bestaande uit € 410.000 straatreiniging, € 50.000 waterlopen en € 15.000 baggeren). Zo passen we wegen en straten op een manier aan dat het hemelwater bij hevige regenval enige tijd op straat kan worden geborgen en vertraagd kan afvloeien.
Dit voorkomt overbelasting van het stelsel bij piekbelasting. Vanwege areaaluitbreiding rekenen wij in 2024 ook een bedrag van ruim € 27.000 toe voor onderhoud Wadi's. Daarnaast begroten wij ruim € 129.000 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De tarieven voor 2024 komen dan uit op: Eenheidstarief 2024 € 114,60 (was 2023 € 101,64) (totaal aantal eenheden voor berekening eenheid tarief: 30.951)
88
3.7.6 Woonlastenontwikkeling De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van de woonlasten 2023 ten opzichte van 2022 van alle diverse Overijsselse gemeenten weergegeven: bruto woonlasten éénpersoonshuishouden
Almelo Borne Dalfsen Deventer Enschede Haaksbergen Hardenberg Hengelo Losser Oldenzaal Raalte Twenterand Zwartewaterland Zwolle Overijssel Nederland
2022 943 884 793 869 927 973 804 860 960 828 815 916 728 740 835 826
2023 967 936 790 869 938 1039 805 889 1028 856 803 940 745 778 867 867
meerpersoonshuishouden 2022 986 914 822 917 962 1021 849 901 990 864 860 957 799 800 868 904
2023 1011 967 818 913 966 1039 848 928 1059 892 848 981 818 815 896 944
stijging in % tov 2022 1meerpers pers 2,5% 5,9% -0,4% -0,1% 1,2% 6,8% 0,1% 3,4% 7,0% 3,4% -1,5% 2,6% 2,4% 5,1% 3,8% 5,0%
2,5% 5,8% -0,5% -0,4% 0,5% 1,8% -0,1% 3,0% 6,9% 3,2% -1,4% 2,6% 2,3% 1,9% 3,2% 4,4%
89
De woonlasten van Oldenzaal behoren tot de laagste in de regio. In onderstaand overzicht is de rangorde op de woonlastenladder van Coelo vermeld. In 2023 had de nummer 1 de laagste woonlasten, nummer 352 de hoogste, in 2022 waren er 349 gemeenten. rangorde Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden
2022 260 174 140 236 290 161 159 0* 268 112 1 56 230 150
2023 260 203 117 202 276 169 165 250 289 121 5 38 225 146
nummer 1 laagste woonlasten, nummer 349 de hoogste
nummer 1 laagste woonlasten, nummer 352 de hoogste
* De OZB tarieven in Hof van Twente voor 2022 waren ten tijde van het maken van de Coelo Atlas 2022 nog niet bekend, daarom kon de rangorde voor deze gemeente in 2022 niet berekend worden.
3.7.7 Kwijtscheldingsmogelijkheden De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt: Voor de riool- en voor de afvalstoffenheffing (vast bedrag en deel variabel bedrag) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen; Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing eigenaar; Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm; Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren; Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en; Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm. Het totale bedrag aan wettelijk toegestane financiële middelen wordt in de gemeente verhoogd met: 1. het maximumbedrag van € 2.000,- genoemd in artikel 4, onder a, van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot, 2. 75% van het bedrag genoemd onder 1 voor een alleenstaande, en 3. 90% van het bedrag genoemd onder 1 voor een alleenstaande ouder. Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in het kader van het minimabeleid is voor 2024 uitgegaan van een totaalbedrag van € 267.314.
Hierbij gaat het om: Afvalstoffenheffing € 195.345 Rioolheffing € 71.969 De gederfde inkomsten voor de riool- en afvalstoffenheffing worden gecompenseerd via een verhoging van het tarief van de betreffende heffing.
90
3.8
Handhaving
3.8.1 Missie Volgens het Twentse VTH-beleid is de missie een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Om dat te bewerkstelligen, werken we intensief samen met tal van partijen, zoals politie, brandweer, Veiligheidsregio, Provincie Overijssel, etc.
3.8.2 Visie Wij werken aan optimale bescherming en duurzame benutting van de fysieke leefomgeving; veilig wonen, werken en leven. Kwaliteit staat centraal in ons werken. Professionele medewerkers maken hierbij het verschil. Ze zijn deskundig, weten wat speelt en zijn uitstekend bereikbaar en benaderbaar. Na vele jaren van uitstellen is per 1 januari 2024 de Omgevingswet van kracht. In het kort betekent de Omgevingswet dat ruimtelijke functies bij gemeenten zich meer gaan richten op beleid maken, het proces regisseren en burgerparticipatie initiëren. Het bouwkundige aspect verhuist naar het bedrijfsleven onder de Wet Private Kwaliteitsborging. Deze wet gaat tegelijkertijd in met de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet kunnen twee omgevingsvergunningen nodig zijn: een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk.
3.8.3 Wabo en Bijzondere wetten Voor 2024 wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin op programmatische wijze toezicht, handhaving en vergunningverlening voor WABO-taken, APV, bijzondere wetten, inclusief de Alcoholwet wordt beschreven. Voor een goede uitvoeringscyclus van vergunningverlening en toezicht en handhaving is het noodzakelijk om de planning van alle vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken onder te brengen in één integraal uitvoeringsprogramma. Ons beleid is onder andere gebaseerd op het volgende: vertrouwen in onze inwoners, bedrijven en instellingen; wij willen graag meedenken met de wensen en behoeften van burgers en ondernemers; ons credo is “ja, mits” in plaats van “nee, tenzij”; bij vergunningverlening ligt de nadruk op veiligheid en gezondheid; toezicht en handhaving dient op professionele wijze te worden uitgevoerd met beperking van toezichtdruk; toezicht en handhaving geschiedt op basis van duidelijke prioriteiten met nadruk op veiligheid en gezondheid; vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan klantgerichtheid en transparantie en leiden tot een goed product; vergunningverlening en toezicht en handhaving gebeurt slim en samen. Wij beseffen dat vergunningverlening, toezicht en handhaving als onprettig kan worden ervaren.
De aanvraag van een vergunning is niet vrijblijvend, controles worden soms ervaren als onnodige werkonderbreking en handhaving wordt niet altijd als gewenst ervaren. Wij voeren deze activiteiten uit omdat wij voor al onze inwoners, instellingen en bedrijven een veilige, gezonde en duurzame leef-, woon, en werkomgeving willen bieden. De belangen van onze inwoners verschillen namelijk per vraagstuk in de openbare ruimte. Wij weten ook dat het onmogelijk is om in onze samenleving alle risico’s uit te sluiten. Het volledig voorkomen van risico’s, door vergunningverlening of toezicht en handhaving is dus niet voor 100% mogelijk. Er worden prioriteiten gesteld. Om de (impact van de) risico’s in te schatten wordt jaarlijks een risicoanalyse uitgevoerd voor toezicht en handhaving. De risicoanalyse vormt de basis voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Voor de jaarlijkse risicoanalyse wordt gebruik gemaakt van een risicoanalysemodel dat transparant is en aansluit op hetgeen in onze regio wordt toegepast. 91
3.9
Taakstellingen
Bij de presentatie van de Programmabegroting 2021 werd duidelijk dat de financiële positie van de gemeente Oldenzaal noodzaakte tot het doorvoeren van een pakket van bezuinigingsmaatregelen. In het kader van deze ‘ombuigingsoperatie’ werden bij de programmabegroting 2021 onderstaande taakstellingen opgenomen:
voor 2021 € 2.070.000 voor 2022 € 2.526.000 voor 2023 € 2.781.000 voor 2024 € 2.786.000
Aanvullend op de taakstellingen uit de Programmabegroting 2021 stond nog een ingeboekte ombuiging ‘Preventieve maatregelen’ ter grootte van € 175.000 open uit de Programmabegroting 2019. Bij vaststelling van de Programmabegroting 2023 resteerde per saldo een te realiseren bedrag aan openstaande taakstellingen van € 1.291.370. In 2023 is verder invulling gegeven aan het realiseren van de diverse taakstellingen. Dit resulteert in onderstaande geactualiseerde overzicht met nog te realiseren taakstellingen ter grootte van € 180.000. Inmiddels is ter invulling daarvan een collegebesluit genomen voor een voorgenomen verkoop van het pand Paukenlaan 1. Na effectuering zal deze in mindering worden gebracht op de Algemene taakstelling vastgoed. TE REALISEREN OMBUIGINGEN PROGRAMMABEGROTING 2024 EINDTOTAAL TE REALISEREN SOCIAAL DOMEIN + ORGANISATIE 2023
-1.291.370 -1.291.370 -1.291.370 -1.291.370
GEREALISEERDE OMBUIGINGEN
2024
2025
2026
2027
Verwerken ombuigingen sociaal domein 2023 e.v. (INTB-22-07505) OMB: Samenwerking zoeken Buitenbeheer (Najaarsnota 2022) OMB 2021: Accountmanagers en andere coaches (Najaarsnota 2022) OMB: Organisatie (Najaarsnota 2022)
827.427 200.000 20.000 63.943
827.427 200.000 20.000 63.943
827.427 200.000 20.000 63.943
827.427 200.000 20.000 63.943
EINDTOTAAL TE REALISEREN 2024
-180.000
-180.000
-180.000
-180.000
OMB 2021: Algemene taakstelling (vastgoed) * OMB 2021: Verbonden partijen
-150.000 -150.000 -150.000 -150.000 -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000
* OMB 2021: Algemene taakstelling (vastgoed) Voorgenomen Verkoop Paukenlaan INTB-23-05940)
92
53.000
53.000
53.000
53.000
4.
Budgetautorisatie
4.1
Algemene financiële beschouwingen
De financiële positie kan beoordeeld worden vanuit 2 verschillende perspectieven. de budgettaire positie de vermogens- en financieringspositie De budgettaire positie blijkt vooral uit de meerjarige presentatie van de financiële resultaten van 2024 tot en met 2027. Teneinde op dit gebied nog meer inzicht te verstrekken, presenteren we u in dit hoofdstuk, paragraaf 4.1.2, ook een overzicht van incidentele baten en lasten. Deze lijst geeft een goed inzicht in het materieel evenwicht van de Oldenzaalse begrotingspositie. Anders gezegd: in hoeverre worden de structurele lasten gedekt door de structurele baten. De vermogens- en financieringspositie wordt weergegeven door middel van het opnemen van een geprognosticeerde begin- en eindbalans van de actuele planperiode. Uit deze balans blijkt minimaal dezelfde informatie als uit de eerder voorgeschreven investerings- en financieringsstaat. Aan de hand van deze balans kan ook het EMU-saldo worden berekend. In paragraaf 4.1.4 wordt hierop verder ingegaan.
4.1.1 De budgettaire positie In de Kadernota 2024 hebben we u, op basis van de op dat moment bekende informatie, een financieel perspectief voor de planperiode 2024-2027 gepresenteerd met meerjarig positieve begrotingssaldi. Zoals u bekend, zijn de ramingen in de Kadernota gebaseerd op hoofdlijnen. De ramingen in de nu voorliggende begroting zijn verder verfijnd en gebaseerd op de meest actueel bekende informatie. In de onderstaande tabel ziet u de verdeling van de verschillende onderdelen van de programmabegroting 2024. Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Aanvaard beleid (excl. mutaties reserves)
N
2.287
N
451
N
5.064
N
2.951
Aanvullend beleid Nieuw beleid Saldo voor bestemming
N N
0 20 2.307
N N N
32 8 491
N N N
179 8 5.251
N N N
198 8 4.783
Dotaties reserve
N
403
N
371
N
216
N
193
Onttrekkingen reserves Saldo na bestemming
V N
1.574 1.136
V V
1.494 632
V N
991 4.476
V N
485 4.491
93
4.1.2 Incidentele baten en lasten Met dit overzicht wordt beoogd om inzicht te geven in de aard van de baten en lasten. Door een indicatie te geven van de incidentele baten en lasten wordt informatie gegeven die relevant is voor het beoordelen van de financiële positie van de gemeente en de meerjarenramingen. Incidentele lasten
Progr.
2024
2025
2026
2027
Bedragen x € 1.000
Aanvaard beleid: Werkbudget integrale veiligheidszorg
1
27
27
Totaalpakket Podium dienstverlening
1
33
33
Budget bewustwording Klimaatakkoord
2
49
49
Budget gevarieerdere natuur buitengebied
2
54
54
Stimuleringsregeling Water & Klimaat
2
100
100
Budget vergroenen (meer groen in Oldenzaal)
2
327
327
Oldenzaal aantrekkelijke woonstad
3
200
Subsidieregeling Evenementen Binnenstad
3
25
25
Binnenstadsmonitor
3
11
11
Faciliteren wooninitiatieven overige locaties
3
54
54
Uitbreiding Hanzepoort West
3
54
Onderhoud De Essen
5
48
Verhuiskosten Drieëenheidsschool
5
Talenthouse Studio 15
5
79
Intercultureel werken Primair Onderwijs-Voortgezet Onderwijs
5
42
42
FAD
16
16
Handgeld data gedreven werken (licenties, etc.)
185 25
Aanvullend en nieuw beleid: TCC Lyceumstr: Aflossing restant boekwaarde gebouw uit 2002
5
1.670
TCC Lyceumstr: sloopkosten gebouw uit 2002
5
346
Totaal excl. reserves
529
2.374
0
0
Mutatie reserves
2
101
101
0
0
Mutatie reserves
3
0
0
0
0
Mutatie reserves
5
48
48
49
48
Mutatie reserves
FAD
806
176
124
104
1.484
2.699
173
152
Totaal incidentele lasten incl. reserves
94
Incidentele baten
Progr.
2024
2025
2026
2027
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
Aanvaard beleid: n.v.t. Aanvullend en nieuw beleid: n.v.t. Totaal excl. reserves Mutatie reserves
2
162
145
33
57
Mutatie reserves
3
88
107
16
0
Mutatie reserves
4
60
60
0
0
Mutatie reserves
5
217
2201
0
0
Mutatie reserves
FAD
1.296
667
615
104
1.823
3.180
664
161
Totaal incidentele baten incl. reserves
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat we in de jaren 2024-2027 meer incidentele baten hebben dan incidentele lasten. In principe zijn alle mutaties in de reserves incidenteel van aard. De bestemmingsreserves voor de dekking van kapitaallasten zijn hierop een uitzondering. Wanneer de bestemmingsreserves dekking kapitaallasten worden gevormd voor de dekking van de kapitaallasten van een geactiveerde investering, dan is de dekking van de kapitaallasten structureel geregeld. Door de onttrekkingen aan bestemmingsreserves dekking kapitaallasten apart te benoemen is het duidelijk dat deze een structureel karakter hebben. De looptijd van de ingestelde reserve is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de geactiveerde investering. Hierdoor hebben zowel de kapitaallasten als de onttrekkingen aan deze reserve geen invloed op het structurele begrotingssaldo. In onderstaand overzicht staan de structurele mutaties genoemd van de dekkingsreserves kapitaallasten. Omschrijving
Progr.
2024
2025
2026
2027
Bedragen x € 1.000
Structurele dotaties reserves (lasten aanv.beleid): Dekkingsreserve kap.lasten reconstr.Groote Markt
2
3
3
3
3
Dekkingsreserve kap.lasten aanleg fietssnelweg
2
3
3
3
3
Dekkingsreserve kap.lasten uitv.verkeersknelpunten 2024
2
0
8
8
8
3
30
29
28
27
3
6
6
6
6
Dekkingsreserve kap.lasten nieuwbouw Windroos
5
5
4
2
1
Dekkingsreserve kap.lasten aanpassing fietsenkelder
FAD
1
1
1
1
48
54
51
49
Dekkingsreserve kap.lasten revitalisering Vijfhoek Dekkingsreserve kap.lasten herinrichting de Tuinen
Totaal structurele dotaties reserves Structurele onttrekkingen aan reserves (baten aanvaard beleid): Dekkingsres. kap. lasten fietspad Stakenbeek
2
4
4
4
4
Dekkingsres. kap. lasten Verkeersmaatregelen
2
5
5
5
5
95
Omschrijving
Progr.
2024
2025
2026
2027
Bedragen x € 1.000
Schapendijk Dekkingsres. kap. lasten reconstr. Groote Markt
2
15
15
14
14
Dekkingsreserve kap.lasten aanleg fietssnelweg
2
14
13
13
13
Dekkingsreserve kap.lasten verkeersknelpunten
2
26
26
26
26
2
2
2
2
2
2
0
28
28
28
Dekkingsreserve kap.lasten revitalisering Vijfhoek
3
120
119
118
116
Dekkingsreserve kap.lasten herinrichting de Tuinen
3
26
26
26
26
Dekkingsreserve kap.lasten toplaag Bully
4
19
1
1
1
Dekkingsreserve kap.lasten kunstgras tennis Berghuizen
4
2
3
3
3
5
103
101
100
99
5
10
10
10
10
FAD
5
5
5
5
Totaal structurele onttrekkingen reserves
351
358
355
352
Saldo structurele mutaties reserves
-303
-304
-304
-303
Dekkingsreserve kap.lasten beheerscentrale verkeerslichten Dekkingsreserve kap.lasten uitv.verkeersknelpunten 2024
Dekkingsreserve kap.lasten nieuwbouw Windroos Dekkingsreserve kap.lasten verv.nieuwbouw Nutsschool Dekkingsreserve kap.lasten aanpassing fietsenkelder
In onderstaand overzicht wordt het structureel begrotingssaldo gepresenteerd: Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Saldo baten en lasten
N
2.307
N
2.527
N
5.271
N
4.803
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming
V N
1.171 1.136
V V
3.159 632
V N
795 4.476
V N
312 4.491
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
V N
339 1.475
V V
481 151
V N
491 4.967
V N
9 4.500
Uit vorenstaande overzichten blijkt enerzijds dat het resultaat van de incidentele baten en lasten een positieve invloed heeft op het uiteindelijke totaal resultaat. Overzicht Taakvelden Op de volgende pagina’s treft u een overzicht aan van de op basis van de aangepaste BBV-voorschriften op te nemen Taakvelden. Met behulp van deze voorgeschreven taakvelden is de wijze waarop de informatie voor derden wordt verstrekt, gewijzigd en vereenvoudigd. De taakvelden betreffen een vervanging van de eerder bekende beleidsproducten/productenraming. Indien gewenst kunnen de taakvelden nader worden onderverdeeld in deeltaken en activiteiten. Dit maakt het mogelijk de taakvelden naar eigen behoefte in te zetten als instrumenten voor interne sturing bij de uitvoering van de programma’s. Vooralsnog is van die verdere detaillering geen gebruik gemaakt.
96