CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Programmabegroting 2022 - Programmabegroting 2022

Gemeenteraad 8 november 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Programmabegroting 202237.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Publieke Gezondheid 2022-2026. Sport en bewegen stimuleren omwille van maatschappelijke effecten verbondenheid en gezondheid

We richten ons op de aandachtspunten uit de nota Publieke gezondheid 2022-2026. Zie hiervoor Programma 4 Cultuur, Sport en Ontspanning.

Cultuur in het sociaal domein Algemeen: cultuur als bindmiddel in het sociaal domein. Cultuur wordt waar mogelijk (preventief) ingezet  Zie hiervoor Programma 4 Cultuur, Sport en Ontspanning. ten behoeve van de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen; Blijvend aandacht voor binnen- en buitenschoolse cultuureducatie; Betrekken bij en interesseren van jongeren voor cultuur.

51

2.5.3

Hoe gaan we meten of we succesvol zijn in het realiseren van onze ambities?

2.5.3.1 Wettelijke verplichte beleidsindicatoren

Maatschappelijke ondersteuning

Indicator

Eenheid

Periode

Oldenzaal

Trend Provincie

25.000 – 50.000 inw.

Bron

1 Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2019

0,00

1,70

1,80

DUO – Dienst Uitvoering Onderw ijs

2 Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2019

36

23,00

22,00

DUO – Dienst Uitvoering Onderw ijs

2020

1,0%

1,5%

1,4%

Ingrado

2020

964,8

828,9

705,2

LISA

2019

1,00%

1,00%

1,00%

Vroegtijdige schoolverlaters % deelnemers aan het VO en 3 zonder startkw alificatie (vsv-ers) MBO onderw ijs Aantal per 1.000 inw oners in 4 Banen de leeftijd van 15 – 64 jaar Jongeren met een delict voor de 5 % 12 t/m 21 jarigen rechter

Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel

6 Kinderen in uitkeringsgezin

% kinderen tot 18 jaar

2019

5,00%

5,00%

4,00%

7 Netto arbeidsparticipatie

% van de w erkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking

2020

69,5%

68,6%

69,0%

CBS

8 Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

2019

1,00%

2,00%

1,00%

Verw ey Jonker Instituut - Kinderen in Tel

Personen met een bijstandsuitkering

Aantal per 1.000

2020

35,3

42,7

30,4

CBS

10 Lopende reïntegratie-voorziening

Aantal per 1.000 inw oners van 15 – 64 jaar

2020

16,2

13,8

11,9

CBS

11 Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2020

9,3%

9,8%

10,3%

CBS

12 Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2020

0,9%

1,3%

1,1%

CBS

13 Jongeren met jeugdreclassering

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

2020

0,2%

0,5%

0,3%

CBS

Cliënten met een 14 maatw erkarrangement WMO

Aantal per 1.000 inw oners

2020

86

71

62

GMSD

9

Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Absoluut verzuim betreft het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school per 1.000 inw oners in de leeftijd van 5-18 jaar 1.2 Relatief Formatie verzuim betreft betreft de toegestane het aantal leerlingen formatie in dat aantal w el staat fte van ingeschreven het ambtelijk opapparaat een school, per maar 1.000ongeoorloofd inwoners op afw basis ezig van is,de per begrote 1.000 inw salarisstaat oners in de leeftijd van 5-18 jaar Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkw alificatie betreft het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat w il zeggen zonder 2.3 Bezetting betreft het werkelijk aantal fte dat werkzaam is startkw alificatie, het onderw ijs verlaat, 3.4 Banen Apparaatskosten betreft het aantal zijn banen de noodzakelijke per 1.000 inw financiële oners in middelen de leeftijdvoor van het 15-64 inzetten jaar van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d.

voor de uitvoering van de organisat 4.5 Jongeren Externemet inhuur en delict betreft voor hetde uitvoeren rechter betreft van werkzaamheden het percentageinjongeren opdracht(12-21 van een jaar) bij dat de organisatie met een delict in voor dienst dezijnde rechter opdrachtgever is verschenen door een private organisatie met winstoogmerk, zonder dat daar een 6 Kinderen in uitkeringsgezin betreft het percentage kinderen tot18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen 7 Netto arbeidsparticipatie betreft het percentage van de w erkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking 8 Werkloze jongeren betreft het percentage w erkloze jongeren (16-22 jaar) 9 Personen met een bijstandsuitkering betreft het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inw oners van 18 jaar en ouder 10 Lopende reïntegratie uitkeringen betreft het aantal lopende re-integratievoorzieningen (eind peilperiode) per 1.000 inw oners (15-64 jaar) 11 Jongeren met jeugdhulp betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 12 Jongeren met jeugdbescherming betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdberschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 13 Jongeren met jeugdreclassering betreft het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte

van alle jongeren (12-22 jaar) 14 Cliënten met een maatw erkarrangement WMO betreft het aantal cliënten per 1.000 inw oners met een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de WMO

2.5.3.2 Aanvullende beleidsindicatoren Naast de wettelijk verplichte beleidsindicatoren, is er binnen het sociaal domein voor gekozen een aantal aanvullende indicatoren te monitoren. Hierbij gaat het om indicatoren die rechtstreeks verband houden met de beleidsambities zoals deze specifiek voor 2022 geformuleerd zijn. Op de verschillende beleidsterreinen zijn deze specifieke indicatoren gekozen, in samenhang met en in aanvulling op de maandelijkse rapportages/factsheet sociaal domein. Zij geven inzicht in de realisatie van deze ambities en bieden aanknopingspunten voor het doorontwikkelen van beleid. Afhankelijk van trends en beleidsontwikkelingen kunnen deze indicatoren jaarlijks worden aangepast. Beleidsterrein

Indicator

Onderwijs

Aantal meldingen schoolverzuim 18primair onderwijs Aantal meldingen schoolverzuim 18voortgezet onderwijs

52

Beoogde ontwikkeling Daling

Bron

Daling

Jaarverslag RMC 2020-2021

Jaarverslag RMC 2020-2021

Werken

WMO

Jeugd en gezin

Gezondheid

Sport

Aantal meldingen schoolverzuim 18middelbaar beroepsonderwijs Aantal meldingen schoolverzuim 18+ Procentuele groei van loonwaarde bij cliënten die met loonkostensubsidie zijn geplaatst Percentage WSW-ers dat gedetacheerd werkt bij een reguliere werkgever Aantal geholpen huishoudens in het kader van project vroegsignalering schulden Percentage cliënten Wmo-maatwerkvoorziening dat zich beter kan redden. Aantal overbelaste mantelzorgers Aantal verwijzingen naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders door huisartsen Aantal verwijzingen naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders door GI’s Aantal verwijzingen naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders door overige verwijzers Percentage inwoners dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen Percentage inwoners op gezond BMI Lidmaatschap sportverenigingen

Daling

Jaarverslag RMC 2020-2021

Daling

Jaarverslag RMC 2020-2021

Stijging

Arbeidsdeskundige Gemeente Oldenzaal

Stijging

Kwartaalrapportage WSW

Nulmeting

Verantwoording project vroegsignalering schulden

Stabilisatie

Landelijk verplicht cliënttevredenheidsonderzoek

Daling

Monitor Sociaal Domein

Daling

Factsheet/maandrapportage Sociaal Domein

Daling

Factsheet/maandrapportage Sociaal Domein

Daling

Factsheet/maandrapportage Sociaal Domein

Stijging

Jeugdsport monitor Fit en Gezond monitor

Stijging

Jeugdsport monitor Fit en Gezond monitor KISS monitor

Stabilisatie

53

2.5.4

Betrokkenheid verbonden partijen

Verbonden partij Openbaar Lichaam Gezondheid (GGD) (voormalig Regio Twente) Stadsbank Oost Nederland Stichting Werkprojecten Oldenzaal

2.5.5

Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen De nieuwe gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Gezondheid (GGD) voert de publieke gezondheid en jeugdgezondheidzorg uit. Het OZJT voert een aantal taken uit op het gebied van jeugdhulp en Wmo. De Stadsbank voert namens de gemeenten de integrale schuldhulpverlening uit. Dit geldt ook voor de preventie en nazorg activiteiten. De stichting Werkprojecten Oldenzaal treedt namens de gemeente Oldenzaal op als werkgever voor de Oldenzaalse Wsw-medewerkers. De uitvoering van de Wsw gebeurt door het Maatschappelijk Plein.

Wat mag het kosten?

Budget per programma

Realisatie

Begroting

Begroting

Bedragen x € 1.000

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

57.263

51.611

50.764

50.408

50.009

54

34

139

109

533

158

158

2.697

2.095

1.923

1.596

1.596

Aanvaard beleid

50.495

Aanvullend beleid Nieuw beleid

Meerjarenbegroting

Dekkingsplan Gevolgen 3e Fin. bijstelling

Baten

Totaal lasten

57.263

53.192

53.815

53.274

52.196

51.902

Aanvaard beleid

-16.550

-11.164

-11.947

-11.947

-11.947

-11.947

-1.800

-411

-240

Aanvullend beleid Nieuw beleid Gevolgen 3e Fin. bijstelling

Saldo

Saldo

54

Totaal baten

-16.550

-12.964

-12.358

-12.187

-11.947

-11.947

vóór bestemming

40.713

40.228

41.457

41.087

40.249

39.955

Dotaties aan reserves

355

1.153

38

38

37

37

Onttrekking reserves

-955

-1.293

-464

-197

-110

-91

40.113

40.088

41.031

40.928

40.176

39.901

na bestemming

2.6

Financiële algemene dekkingsmiddelen

2.6.1

Algemeen

Onder dit programma vallen de volgende taakvelden: a. b. c. d. e.

OZB woningen en niet woningen Belastingen overig Beheer overige gebouwen en gronden Algemene uitkering en gemeentefonds Overige baten en lasten

f. g. h. i.

Vennootschapsbelasting Overhead Treasury Mutaties reserves en voorzieningen

In dit, volgens de BBV tot het programmaplan behorende onderdeel, wordt inzicht verschaft in de baten en lasten die niet als zodanig in de verschillende programma’s zijn opgenomen. Ook worden hier nieuwe beleidsvoornemens en heroverwegingen opgenomen die (vooralsnog) niet rechtstreeks aan een concreet programma toebedeeld kunnen worden. Daarvoor worden dezelfde tabellen gebruikt die u ook aantreft in de verschillende programma’s. De algemene doelstelling, met betrekking tot de financiële positie van de gemeente, is het jaarlijkse streven naar een structureel en reëel evenwicht van onze (meerjarige) begroting. 2.6.2

Beleidsindicatoren

Indicator

Eenheid

1 Gemiddelde WOZ w aarde Gemeentelijke w oonlasten 2 eenpersoonshuishouden Gemeentelijke w oonlasten 3 meerpersoonshuishouden

25.000 – 50.000 inw.

Bron

231

280

CBS

761

757

?

COELO

772

785

813

COELO

Periode

Oldenzaal

Duizend euro

2020

242

In Euro’s

2021

In Euro’s

2021

Provincie

Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Gemiddelde WOZ-w aarde betreft de gemiddelde WOZ-w aarde van w oningen 2 Gemeentelijke w oonlasten eenpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een eenpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten 3 Gemeentelijke w oonlasten meerpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan w oonlasten

2.6.3

Betrokkenheid verbonden partijen

Verbonden partij Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente)

Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen Het GBTwente voert, in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de aanslagoplegging, heffing en invordering uit van de in dit programma genoemde lokale heffingen en belastingen. Dit doen ze eveneens voor de in de overige paragrafen aangegeven lokale heffingen, o.a. voor afvalstoffen- en rioolheffing. Bovendien ondersteunt het GBTwente bij het verstrekken van informatie, uitbrengen van rapportages en de handhaving en toezicht. Voor de belangrijkste bron van inkomsten, de OZB, verzorgt het GBTwente de taxaties en de daarvan afgeleide werkzaamheden. In eerste instantie worden ook de klachten, bezwaren, beroepszaken behandeld en afgedaan. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeentelijke organisatie. Vanaf 2018 geldt voor dit pakket aan werkzaamheden de nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO 20182021) als basis.

55

2.6.4

Wat mag het kosten?

Budget per programma

Realisatie

Begroting

Begroting

Bedragen x € 1.000

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

16.044

11.732

11.433

11.412

11.468

111

143

143

143

-480

-589

-589

-589

-589

Aanvaard beleid

13.680

Meerjarenbegroting

Aanvullend beleid Nieuw beleid Dekkingsplan Gevolgen 3e Fin. Bijstelling

Baten

Totaal lasten

16.044

13.200

11.254

10.987

10.966

11.022

Aanvaard beleid

-69.701

-68.141

-69.684

-69.433

-69.153

-69.522

-1.434

-497

-380

-240

-1.569

-14

-14

-14

-14

Aanvullend beleid Nieuw beleid Dekkingsplan Gevolgen 3e Fin. bijstelling

Saldo

Saldo

2.6.5

Totaal baten

-69.701

-69.710

-71.132

-69.944

-69.547

-69.776

vóór bestemming

-53.657

-56.510

-59.878

-58.957

-58.581

-58.754

Dotaties aan reserves

1.499

Onttrekking reserves

-2.846

-611

-55

-55

-55

-5

na bestemming

-55.004

-57.121

-59.933

-59.012

-58.636

-58.759

Realisatie

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Resultaatbestemming

Bedragen x € 1.000

Lasten

Aanvaard beleid

112.793

95.668

94.350

93.191

92.628

92.087

Aanvullend beleid

0

0

0

217

286

533

Nieuw beleid

0

0

992

1.633

1.143

834

Dekkingsplan

0

0

0

0

0

0

0

3.235

1.702

1.364

1.037

1.037

Totaal lasten

112.793

98.903

97.044

96.405

95.094

94.491

Aanvaard beleid

-113.609

-92.500

-94.775

-94.560

-94.140

-94.509

Aanvullend beleid

0

0

0

-84

-147

-198

Nieuw beleid

0

0

0

0

0

0

-1.434

-497

-380

-240

Gevolgen 3e Fin. Bijstelling

Baten

Dekkingsplan Gevolgen 3e Fin. bijstelling

0

-3.748

-425

-254

-14

-14

-113.609

-96.248

-96.634

-95.395

-94.681

-94.961

vóór bestemming

-816

2.655

410

1.010

413

-470

Dotaties aan reserves

9.037

1.207

57

56

55

54

Onttrekking reserves

-9.459

-4.118

-1.097

-845

-487

-300

Totaal baten Saldo

56

Meerjarenbegroting

Bedragen x € 1.000

Saldo

na bestemming

Realisatie

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

-1.238

-256

-630

Meerjarenbegroting 2023 221

2024 -19

2025 -716

57

2.6.6

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

2022

2023

2024

2025

Lokale middelen waarvan de besteding niet gebonden is

-8.506

-8.558

-8.610

-8.788

Gemeentefonds

-58.052

-57.748

-57.462

-57.679

Dividend

-1.400

-1.407

-1.407

-1.407

-304

-284

-212

-145

311 -67.951

278

288

298

-67.719

-67.403

-67.721

Saldo van de financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal

2.6.7

Overzicht overhead

Na aanpassing van het BBV in 2016 moet in de begroting in het programmaplan een apart overzicht worden opgenomen van de kosten van overhead. De definitie van overhead luidt in dit verband: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Door die definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden. In de programma’s worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Het centraal begroten van de kosten van overhead betekent dat het niet langer mogelijk is om uit de taakvelden (voorheen de producten) alle tarieven te bepalen. Onderstaand is opgenomen hoe de overhead is vastgesteld en op welke wijze deze overhead is toegerekend aan de taakvelden/producten. De gehanteerde uitgangspunten bij de bepaling van de kosten zijn:  Directe kosten zoveel mogelijk toerekenen aan de desbetreffende taakvelden  Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten tot de overhead.  Sturende taken, vervuld door hiërarchisch leidinggevenden, behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead.

 De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. In deze lijn is bijvoorbeeld managementondersteuning in de lijn beoordeeld als overhead. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten zijn de totale kosten verdeeld naar de taakvelden. Voor wat betreft de verdeling van de loonkosten is er gebruik gemaakt van de bezettingslijst per augustus 2021. Bij het eindtotaal van de overhead worden correctie boekingen toegepast voor de grondexploitatie en investeringsprojecten. Deze correcties zijn gebaseerd op de overheadlasten die specifiek hiervoor worden gemaakt en zijn geheel toe te rekenen aan het betreffende project. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan projectcontrollers of andere overheadfuncties die alleen ten behoeve van specifieke investeringsprojecten werkzaam zijn. Over de dan nog resterende overhead is een algemene verdeelsleutel toegepast op basis van personeelslasten. Deze methode van verrekenen zal een relatief groter bedrag toerekenen aan arbeidsintensieve taken, dus meer aan de dienstverlening (leges) en minder aan de investeringen (rioolheffing). De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de leiding voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.

In de paragraaf Lokale heffingen wordt ingegaan op de overhead welke extracomptabel wordt toegerekend aan de diverse heffingen en de wijze van berekening hiervan. De berekening wordt aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen.

58

Specificatie Overhead Overhead personeel Overhead middelen (excl. kapitaallasten) Kapitaallasten Totaal Overhead (04)

2022 € 5.687.900 € 4.251.758 € 401.104 € 10.340.762

Overhead naar GREX Overhead naar Projecten Totaal om te slaan naar taakvelden

€ -/-430.409 € -/-260.068 € 9.650.285

Directe personeelslasten naar taakvelden

€ 14.328.189

Overheadpercentage Het overheadpercentage geeft de verhouding van de totale overhead (taakveld 04) ten opzichte van het begrotingstotaal weer. De totale lasten in de gemeente Oldenzaal voor 2022 worden begroot op afgerond 94 miljoen euro. Het aandeel overhead (taakveld 04) daarin is circa 10,3 miljoen. De overhead maakt dus 10,95% van de begroting uit. Opslagpercentage Voor het berekenen van de kostendekkendheid van leges en tarieven en de toerekening van indirecte kosten aan grondexploitaties (GREX) en kapitaalwerken wordt een opslagpercentage gehanteerd. Dit opslagpercentage moet niet worden verward met ons overheadpercentage. Het opslagpercentage drukt de kosten van de onverdeelde overhead (Taakveld 04) uit in een percentage van de verdeelde directe (personeels-)lasten naar de taakvelden. Dit levert voor de programmabegroting 2022 een opslagpercentage op van 72% (€ 10.340.762 / € 14.328.189). 2.6.8

Vennootschapsbelasting

Bedragen x € 1.000

2022

Vennootschapsbelasting

2.6.9

2023 27

2024 27

2025 27

27

Onvoorzien

Bedragen x € 1.000

Onvoorzien

2022

2023 0

2024 0

2025 0

0

De post onvoorzien is bedoeld als dekking voor (een schatting van) uitgaven die niet zijn voorzien in de begroting. Het is wettelijk voorgeschreven dat er een post onvoorzien wordt opgenomen in de gemeentebegroting. Er wordt echter niet verplicht gesteld hiervoor een bedrag te ramen, het mag dus ook € 0 zijn. We kennen in Oldenzaal al jaren een systematiek van regelmatige tussentijdse rapportages waarmee onvoorziene zaken alsnog worden geregeld. Daarmee wordt een raming onvoorzien eigenlijk overbodig. Om aan de wettelijke verplichting te voldoen is bovenstaande raming opgenomen c.q. zichtbaar gemaakt.

59

3.

Paragrafen

Algemeen Als gevolg van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen in de begroting, naast de diverse programma’s, in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd te worden met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting staan worden gebundeld in een kort overzicht, waardoor uw raad voldoende inzicht ten aanzien van het betreffende onderwerp kan krijgen. De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting. Met de paragrafen is een groot financieel belang gediend. Ze geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn. In titel 2.3 van het BBV wordt per verplichte paragraaf aangegeven welke informatie de betreffende paragraaf minimaal dient te bevatten. In de financiële verordening (ex art. 212 gemeentewet) is dit nog weer nader uitgewerkt. Naast de verplichte paragrafen kennen we, gelet op het inhoudelijke en financiële belang van deze beleidsterreinen, al jaren een tweetal facultatieve paragrafen, te weten handhaving en sociaal domein. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de paragrafen kan verschillen. Indien er voor een onderwerp een actuele notitie bestaat kan in de betreffende paragraaf worden volstaan met een korte berichtgeving van de stand van zaken.

Indien deze actuele notitie ontbreekt wordt een uitvoerigere paragraaf gemaakt; de paragraaf vervult dan nadrukkelijker een rol in de kaderstelling. Het streven is er op gericht voor elke paragraaf over een beleidsnotitie te beschikken, welke vervolgens met een bepaalde frequentie geactualiseerd gaat worden. In de jaarlijkse paragrafen van de programmabegroting kan dan volstaan worden met een verwijzing naar de laatst vastgestelde beleidsnotitie en behoeft slechts ingegaan te worden op de actuele stand van zaken, en de verwachtingen voor de korte termijn, gebaseerd op de vastgestelde beleidslijn. Voor de goede orde merken wij op dat op basis van de financiële verordening (ex artikel 212 van de Gemeentewet) financiële kengetallen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. De Oldenzaalse paragrafenstructuur bestaat uit:  Weerstandsvermogen en risicomanagement  Onderhoud kapitaalgoederen  Financiering  Bedrijfsvoering  Verbonden partijen  Grondbeleid  Lokale heffingen  Handhaving  Sociaal domein

61

3.1

Weerstandsvermogen en risicomanagement

3.1.1

Inleiding weerstandsvermogen en risicomanagent

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. In de programmabegroting 2022 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats in paragraaf 3.6. Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. 3.1.2

Incidentele componenten weerstandscapaciteit

Van de reserves, waarmee invulling wordt gegeven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie (t/m voorstellen aanvullend beleid uit deze begroting. In onderstaande paragraaf 3.1.3 is deze info voor wat betreft de algemene reserve geactualiseerd) het volgende overzicht worden gemaakt: Bedragen x € 1.000

Omschrijving/Jaren Algemene reserve Alg.dienst Algemene reserve Grondexploitatie Bestemmingsreserves Alg.dienst Bestemmingsreserves Grondexploitatie Totaal reserves

1-1-2021 6.598 3.737 13.142 11.186 34.663

1-1-2022 5.659 3.237 10.780 11.186 30.862

1-1-2023 5.267 3.237 10.401 11.186 30.091

1-1-2024 5.117 3.237 10.408 11.186 29.948

1-1-2025 5.117 3.237 9.816 11.186 29.356

De stand per 1-1-2021 sluit aan bij de stand van de reserves per 31-12-2020, conform de jaarrekening 2020. 3.1.3

Omvang algemene reserve

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves algemene dienst (5,8 mln. rekening houdend met een rekeningsaldo 2021 na 3e financiële bijstelling) en grondexploitatie (3,2 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s in deze paragraaf (1,9 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (2,4 mln.). Concreet betekent dit voor 2022 een verwachte weerstandsratio van 2,1%. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus naar verwachting komen we het komende begrotingsjaar uit boven de door ons zelf bepaalde norm.

Bij een begrotingsuitvoering conform de nu bekende informatie, en dus rekening houdend met de taakstelling wat betreft ombuigingen, is er de komende planperiode, met uitzondering van jaarschijf 2023, sprake van positief begrotingsresultaten. Met het toevoegen van dit resultaat aan de algemene reserve, inclusief de voorgenomen kritische screening van de aanwezige bestemmingsreserves en het eveneens toevoegen van dit resultaat aan de algemene reserve, verwachten we de weerstandsratio op orde te kunnen houden. Met de negatieve budgetontwikkelingen 62

binnen het Sociaal Domein in ons achterhoofd blijft het echter een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren. 3.1.4

Resultaten

Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s geselecteerd, die opgenomen worden in deze paragraaf. De inventarisatie en bepaling van risico’s heeft plaatsgevonden met behulp van diverse ambtelijke collega’s en bespreking in het managementteam. De geselecteerde risico’s zijn het uitgangspunt geweest voor de bespreking in het managementteam van de gemeente Oldenzaal. Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld:  vaststellen van het risicoprofiel;  een inschatting van de kans van optreden;  een inschatting van de financiële gevolgen. Op basis van de informatie uit de inventarisatie zijn de risico’s gekwantificeerd. Hierdoor is een uitspraak gedaan over de gewenste omvang van de algemene reserve die benodigd is ter dekking van de financiële gevolgen van de risico’s. In de onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks. Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet.

Beschrijving van het risico Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom). Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Renteontwikkeling Extreme weersomstandigheden Stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic) Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Incidenten bij evenementen Legesinkomsten Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken. Gladheidbestrijding Verbonden partijen TOTAAL

Kans aantal / jaar 0,5

Impact Schatting € € 500.000

Risico € 250.000

0,1

€ 2.000.000

€ 200.000

0,5 0,5 0,3

€ 360.000 € 300.000 € 500.000

€ 180.000 € 150.000 € 150.000

0,5 0,5 0,5 0,3 0,3

€ 300.000 € 250.000 € 250.000 € 500.000 € 300.000

€ 150.000 € 125.000 € 125.000 € 125.000 € 90.000

0,5 0,5 0,1 0,5 0,2 0,1 0,3 0,1

€ 150.000 € 100.000 € 500.000 € 100.000 € 200.000 € 400.000 € 60.000 € 100.000

€ 75.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 40.000 € 40.000 € 18.000 € 10.000 € 1.878.000

Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves. 63

Voor een nadere detaillering/toelichting van de risico’s wordt verwezen naar bijlage 10 van het Bijlagenboek. 3.1.5

Grondexploitaties

Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Omdat niet alle risico’s zich voordoen wordt slechts een deel, rekening houdend met de kans hierop, meegenomen in de risicoparagraaf. Het risico is afhankelijk van de omvang van de onderhanden werken (1 tot 2%) en het risico dat in de plannen wordt gelopen (15 tot 30%), vermeerderd met een algemene risicobuffer voor de ondergrens van € 500.000. Dit risico is gebaseerd op berekeningen uit de laatst vastgestelde jaarrekening. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: onverwachte bodem- en grondwatersaneringen, nieuwe wet- en regelgeving en prijs- en afzetrisico’s. Op basis hiervan kan de ondergrens en de bovengrens worden bepaald conform de door de raad vastgestelde methode. Ondergrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Risicobuffer Totaal

Omvang 35.582.000 10.086.000

Percentage 1% 15%

Saldo t.b.v. reserve 356.000 1.513.000 500.000 2.369.000

Omvang 35.582.000 10.086.000

Percentage 2% 30%

Saldo t.b.v. reserve 712.000 3.062.000 3.737.000

Bovengrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Totaal

Ons weerstandsvermogen dient dus een ondergrens te kennen van afgerond € 4,3 mln. (€ 1,9 concern en € 2,4 grondbedrijf). De stand van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt begin 2022 naar verwachting ruim € 3,2 mln., de algemene reserve voor het concern bedraagt afgerond € 5,8 mln. (rekening houdend met het resultaat 2021 conform 3e financiële bijstelling); samen naar verwachting € 9 mln. Daarmee bevinden beide reserves bij elkaar opgeteld zich boven de bovengrens. De omvang van deze reserves is dus voldoende voor afdekking van de mogelijke risico’s. 3.1.6

Verplichte kengetallen BBV:

Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in deze paragraaf een aantal verplichte kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en, omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar.

64

Begroting 2022 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Verloop van de kengetallen 2020 2021 2022 (t) (t-2) (t-1) 69% 78% 65%

2023 (t+1) 69%

2024 (t+2) 73%

2025 (t+3) 97%

62%

73%

59%

64%

68%

92%

28% -1% 2% 95%

25% -2% 3% 96%

27% 0% 4% 97%

27% 0% 4% 97%

25% 0% 4% 97%

21% 1% 4% 97%

Toelichting per kengetal uit de BBV: 

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten (excl. reserves). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken (voorgestelde norm Oldenzaal < 100%);

Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wordt de netto schuld gesaldeerd met de verstrekte leningen. Schulden aangegaan om vervolgens leningen te kunnen verstrekken veroorzaken namelijk per saldo geen lasten. In combinatie met de niet gecorrigeerde netto schuldquote wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Deze quote is per definitie lager dan de netto schuldquote. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze worden terugbetaald, wordt er veelal uitgegaan van de ongecorrigeerde netto schuldquote. Ook de eerder genoemde uitleg van de gewenste hoogte van de quote heeft betrekking op de niet gecorrigeerde netto schuldquote;

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het is het verhoudingsgetal tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (voorgestelde norm Oldenzaal > 30);

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In dit verband wordt het saldo van de structurele baten en lasten, inclusief structurele mutaties in de reserves, gedeeld door de totale baten (excl. reserves);

De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (excl. reserves). Voor de berekening van dit kengetal wordt de niet in exploitatie genomen grond en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (excl. reserves). De boekwaarde van de voorraad grond is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij verkoop;

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van een meerpersoonshuishouden in de gemeente, in enig jaar, zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten in het voorafgaande jaar. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Omdat er vooralsnog geen sprake is van tariefsaanpassingen na de eerste jaarschijf van deze begroting blijft dit kengetal vanaf t+1 ongewijzigd.

65

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

3.2.1

Algemeen

Wij zijn de beheerder van de openbare ruimte en hebben een belangrijke rol in de realisering en instandhouding daarvan. Conform de BBV bevat deze paragraaf de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het overzicht wordt uitgebreid met civiele kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. Per kapitaalgoed wordt het beleidskader inclusief ambitieniveau aangegeven, hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en wat het onderhouds-niveau is. Tenslotte worden de beschikbare middelen weergegeven. De keuzes, die de komende jaren gemaakt worden om de gemeentelijke begroting evenwichtig te houden, hebben ook gevolgen voor het onderhoud van de openbare ruimte. Er wordt van uitgegaan dat de inzet van middelen in de openbare ruimte zodanig gekozen wordt dat er geen sprake is van kapitaalvernietiging. Wel kan dit inhouden dat, als een onderdeel in de openbare ruimte op termijn in zijn geheel vervangen moet worden, de keuze gemaakt kan worden deze vervanging enige jaren uit te stellen. Het betreffende onderdeel wordt dan gedurende die periode op een lager niveau beheerd en onderhouden, maar zodanig dat in ieder geval de veiligheid gewaarborgd is.

Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan geoormerkte wegvakken die op termijn in zijn geheel met fundatie en onderliggende riolering vervangen moeten worden, gebouwen die op termijn op de nominatie staan om gesloopt te worden, stukken openbaar groen die op termijn geheel heringericht worden. In 2019 is hiervoor een integrale beleidsvisie voor de openbare ruimte “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” opgesteld en door de raad in haar vergadering van november 2019 vastgesteld. Deze visie is gebaseerd op de volgende bouwstenen:  Wij zorgen dat de openbare ruimte overal in Oldenzaal goed en veilig gebruikt kan worden;  We beheren de openbare ruimte duurzaam, met oog voor mens en milieu;  Ons beheer zorgt voor een aantrekkelijke en verzorgde openbare ruimte;  Waar mogelijk beheren we samen met bewoners en bedrijven;  We beheren slagvaardig en kosteneffectief. De budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de raad voor het opwaarderen van de openbare ruimte zijn vanaf 2019 verdisconteerd. Integraal beheer en onderhoud In vervolg op de vastgestelde visie is in 2020 het meerjaren uitvoeringsplan(MJUP) opgesteld. In de raadsvergadering van december 2020 is dit uitvoeringsplan vastgesteld. In 2022 zal, overeenkomstig de programmering van dit plan en in navolging van 2021, worden gewerkt aan de uitvoering.

Op deze manier willen we het beheer van de wegen, rioleringen, openbare verlichting, groen, civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen in Oldenzaal inzichtelijker maken. Het onderhoud kan hierdoor meer integraal, efficiënter en doelmatiger worden uitgevoerd. Hierbij wordt gezorgd voor zoveel mogelijk synergie door onderhoudsmaatregelen te combineren en af te stemmen op ruimtelijke, autonome en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt met de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt goed gekeken naar de mogelijkheden van subsidies. We beschikken over veel kennis en ervaring op het gebied van integraal onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteit wordt jaarlijks gemonitord en regelmatig onafhankelijk getoetst. De resultaten worden ingevoerd in de beheerapplicaties zodat alle gegevens centraal en up to date beschikbaar zijn. De beheerdata zijn gekoppeld aan het kaartmateriaal zodat de gegevens ook goed op tekening gepresenteerd kunnen worden.

66

3.2.2

Wegen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget

Confrontatie

Conclusie

Onder het product wegen vallen alle wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het betreft de wegen eigendom van de gemeente. Totaal asfalt: 781.767 m² Totaal elementen: 1.221.404 m², waaronder elementen rijbanen: 405.964 m², elementen fiets en voetpaden: 530.420 m², elementen overig: 285.020 m² Totaal half verhard: 19.837 m², totaal onverhard:14.758 m² Totale lengte van de wegen in Oldenzaal bedraagt: ca. 68 km. Goed ingerichte en veilige wegen. De gemeenteraad heeft in 2009 het beleidsplan wegbeheer “Beheren is vooruitzien” vastgesteld. De oorspronkelijke looptijd van dit plan liep formeel tot en met 2013. In de afgelopen periode waren de beleidsvoornemens uit het plan nog niet verouderd, zodat actualisatie van het beleidsplan nog niet aan de orde was. Inmiddels is in 2019 de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 20202024” vastgesteld. Hierin is het vorige beleidsplan ‘Beheren is vooruitzien’ geïntegreerd. Alle onderhoudswerkzaamheden voor het asfalt worden uitgevoerd door derden. De onderhoudswerkzaamheden aan de elementverharding gebeurt door derden, aangevuld met de inzet van de eigen dienst. De werkzaamheden die uitgevoerd door derden worden conform de regels aanbesteed. De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma ‘Obsurve’. In de zomer van 2019 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus).

De onderhoudswerkzaamheden zijn, waar nodig, afgestemd op deze inspecties. Daarbij is de keuze gemaakt voor uitvoering van scenario 1; dat wil zeggen opheffen achterstallig onderhoud en vervolgens handhaven van ten minste het kwaliteitsniveau C. Niveau C houdt in dat de richtlijn is overschreden en binnen 2 jaar groot onderhoud nodig is. In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden wordt de planning voor de komende 2 jaren voorgesteld. De eind 2020, opgestelde meerjarenplanning, past binnen de beschikbare budgetten voor regulier onderhoud. Het budget voor 2022 bedraagt: € 1.313.670 (kostenplaats 621001), waaronder een bedrag van € 463.805 voor elementenverharding; € 570.470 (kostenplaats 621003 minus kostenplaats 621004090), waaronder een bedrag van € 388.899 voor onderhoud asfalt verharding Totale budget voor Wegen bedraagt € 1.917.0874 (621002/621003). Er is een voorziening van € 450.000 beschikbaar ten behoeve van een inhaalslag onderhoud en verbeteren verhardingen. Dit is uitgezonderd de kosten voor het straatvegen. Het onderhoudsbudget voor elementenverhardingen is in 2022 toereikend om de wegen op basisniveau te houden. Voor asfaltverharding is er (volgens Obsurv) een budget van € 545.000 per jaar nodig en is het beschikbare budget daarom niet toereikend.

Daarbij moet ook opgemerkt worden dat er regelmatig (asfalt)onderhoudsgeld wordt bijgedragen aan civiele projecten. Tevens zijn de werkzaamheden van de netwerkbeheerders aan de kabels en leidingen van invloed op de kwaliteit van onze wegen. Het in 2020 opgestelde meerjaren uitvoeringsplan biedt de mogelijkheid om het onderhoud meer integraal en doelmatiger uit te voeren, waardoor de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet worden om het afgesproken niveau te borgen en kapitaalsvernietiging tegen te gaan. De wegen voldoen, over het algemeen, aan het onderhoudsniveau basis. Het werkbudget is in 2022 toereikend om deze kwaliteit te behouden.

67

3.2.3

Openbare verlichting

Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie 68

Onder het product openbare verlichting valt alles met betrekking tot straatverlichting Goed ingerichte en veilige verlichting In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Het beheerplan is vastgesteld door het college. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: Gewenste onderhoudsniveau Onderhoudsniveau basis geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/ busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling. Verlichtingsniveaus Huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuw aanleg, en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde. Vervanging In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen: 1. Extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; 2. Lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar; 3. Niet- energiezuinige armaturen. Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp. In “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn deze beleidsuitgangspunten overgenomen.

In 2022 wordt een uitvoeringsplan voor de openbare verlichting opgesteld dat aansluit op de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024”. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden en deze worden conform de regels aanbesteed. We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt via een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt, en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen, worden opgelost. De in 2019 gehouden inventarisatie geeft een volledig overzicht van de aanwezige lichtmasten en armaturen, de technische en economische levensduur. Oldenzaal beschikt over 7.818 lichtmasten. 2.331 masten, 30% zijn ouder dan 40 jaar (= einde technische levensduur). 1.360 masten,17% zijn ouder dan 50 jaar. Bijna de helft van alle armaturen nadert het einde van de technische levensduur (20 jaar). Door actualisatie van de digitale arealen is het aantal lichtmasten iets gedaald. In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden is er een planning voor vervanging opgesteld. In 2021 is deze planning geactualiseerd. Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren maar niet toereikend om de grote vervangingsopgave van verouderde masten en armaturen weg te nemen.

Via aanvullend beleid wordt budget beschikbaar gesteld om het structureel in stand houden van de bestaande straatverlichting te garanderen. Budget is € 602.788. Dit bedrag is inclusief aardgas en elektriciteit verbruik (kostenplaats 621021). Voor de jaren 2020-2022 is jaarlijks een krediet van € 500.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van circa 400 verouderde lichtmasten en armaturen per jaar (totaal € 1.500.000 voor 1.200 stuks). Het onderhoudsbudget is in 2022 toereikend om de openbare verlichting op het

Conclusie

3.2.4

Verkeersregelinstallaties (VRI’s)

Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekomst Budget Confrontatie

Conclusie

3.2.5 Product

Doel Beleid

niveau te houden, zoals in het geldende beleidsplan omschreven . Wij voldoen aan de prestatieafspraken dat 98% van de verlichting brandt. In de meerjaren planning wordt de noodzakelijke vervanging opgenomen passend binnen het beschikbare budget. We verwachten dat het budget voldoende is om de werkzaamheden uit te voeren.

Onder het product verkeersregelinstallaties (VRI’s) vallen de 10 VRI’s in Oldenzaal Goed ingerichte, voldoende werkende installaties en daarmee het borgen van de verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van het CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’).. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn tevens de VRI’s opgenomen. Aan de VRI’s wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud wordt uitgevoerd door derden en is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht. Wij hebben hierin de regierol. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregel-installaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. We hebben hiertoe een informatiesysteem ingericht en sturen, waar nodig, op basis van deze verkregen informatie tijdig bij. Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld.

De gemeente Oldenzaal heeft 10 VRI’s in beheer. Daarvan zal 1 oudere VRI op korte termijn uit gebruik genomen worden (Prossinkhof). Deze installaties zijn aangesloten op het laagspanningsnet van Coteq netbeheer en hebben daardoor een relatie met de openbare verlichting. Er wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het geldende beleidsplan. Het onderhoudsbudget in 2022 bedraagt € 26.254 (kostenplaats 621032104) Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde onderhoud uit te voeren. Indien oudere verkeersregelinstallaties door een storing uitvallen, waar reparatie geen oplossing meer biedt en vervanging van de betreffende verkeersregelinstallatie noodzakelijk is, moet een voorstel worden gedaan voor de benodigde financiële middelen. Waar nodig wordt aan de VRI’s onderhoud gepleegd. We verwachten dat het budget in 2022 toereikend zal zijn om het noodzakelijke onderhoud uit te voeren en de kwaliteit te behouden.

Civiel technische kunstwerken De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige. De civieltechnische kunstwerken moeten heel en veilig zijn. Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de 69

kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn ook de Civiel technische kunstwerken opgenomen. Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget Confrontatie

Conclusie

3.2.6

De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk en we verwachten dat het budget voldoende is om de het opgestelde uitvoeringsprogramma over 2022 uit te voeren.

Openbaar groen

Product Doel

Beleid

Uitvoering

70

Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden, aangevuld met eigen dienst. De werkzaamheden worden conform de regels aanbesteed. De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. Eind 2020 is er een nieuwe inspectieronde uitgevoerd. Aan de hand hiervan is begin 2021 het uitvoeringsprogramma voor de komende 2 jaar opgesteld. In 2022 zal het onderhoud op basis van dit programma worden uitgevoerd. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk. Het aantal kunstwerken is de laatste jaren uitgebreid van 74 naar 104 objecten. De recente areaaluitbreidingen betreffen nieuwe civiel technische kunstwerken en die vragen nu nog relatief weinig onderhoud. De uitkomsten van de inspectieronde en de meerjaren planning die voor de komende periode wordt opgesteld zal meer inzicht moeten geven in de benodigde (extra) middelen om het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren uit te kunnen voeren. Het huidige budget voor het noodzakelijke onderhoud bedraagt in 2022 € 129.945 (kostenplaats 62004090) Het bedrag in de begroting is in 2022 toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren. Echter, door het gestaag toenemen van het aantal kunstwerken is het mogelijk dat het huidige budget op termijn niet meer toereikend is.

Hier zullen te zijner tijd passende financiële maatregelen voor worden genomen. De viaducten vormen de grootste investering en hebben een lange levensduur van 60 jaar. Ze zijn bijna allemaal van recente datum.

Onder het product openbaar groen vallen bomen, heesters, grassen, water en paden/(half)verhardingen De aanwezigheid van goed onderhouden openbare groen, draagt bij aan de leefbaarheid en een gevoel van veiligheid voor onze inwoners. De kwaliteit van de openbare ruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze stad. Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “Anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 20152025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. Wel heeft er een wijziging op de beeld/kwaliteit plaatsgevonden van niveau C naar B (cfm. CROW systematiek). Deze is opgewaardeerd en inmiddels in uitvoering genomen. Biodiversiteit en duurzaamheid blijven uitgangspunten voor het toekomstig beheer en ontwerp van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook het openbaar groen opgenomen. Wij laten beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door de eigen dienst, waarbinnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam zijn. Daarnaast worden werkzaamheden uitgevoerd door derden. Dit gebeurt via aanbestedingen.

Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget

Confrontatie Conclusie

3.2.7

Het openbaar groen wordt onderhouden op beeldkwaliteit niveau B (Basis) uitgezonderd het Centrum en de begraafplaatsen (niveau A) van de CROW systematiek. Hiermee wordt de leefbaarheid, veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad op het gewenste niveau gehouden. Ook is het de bedoeling om, vanuit de visie, uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie, meer vorm te gaan geven. Om het kwaliteitsniveau van het openbaar groen te controleren, wordt maandelijks een schouw uitgevoerd. Dat is inclusief onkruid op elementverharding. Deze schouw wordt nu nog digitaal verwerkt in het systeem van “Eyework solutions” maar zal worden overgezet naar ons eigen beheersysteem van Obsurv. Waar nodig wordt direct gestuurd op de uitvoering. Binnen Obsurv is ook de module ten behoeve van het bomenbestand opgenomen. Hierin worden de controles en de vervolgacties bewaakt. Zowel in het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen, maar ook in grootschalige renovatie wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de overige aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor een zo integraal mogelijke aanpak wordt nagestreefd. De planning hierin wordt in het meerjaren uitvoeringsprogramma (MJUP) gepresenteerd. Inmiddels is er een uitvoeringsplan opgesteld en wordt er uitvoering gegeven aan dit plan.

Jaarlijks zal het proces van inspectie, vervolgacties inventariseren, uitvoeren plaatsvinden. Het budget voor Openbaar Groen bedraagt in 2022 € 3.015.000 (kostenplaats 656011/656013). Het budget is afgestemd op het overeengekomen onderhoudsniveau en is voor deze te leveren kwaliteit toereikend. Het budget wordt jaarlijks geïndiceerd, en tevens aangepast op de invulling van de arealen. Het budget voor het openbaar groen is in 2022 toereikend om het openbaar groen te onderhouden. Het openbaar groen voldoet aan het afgesproken onderhoudsniveau, wordt geborgd door de periodieke schouw. De verwachting is dat het budget in 2022 voldoende is.

Speelvoorzieningen

Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Onder het product speelvoorzieningen vallen speelplekken in de openbare ruimte en speelplekken bij de scholen. Goed ingerichte en veilige speelplekken die een stimulans zijn voor ontmoeten en spelen. In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer aandacht voor natuurlijk spelen en ruimte voor buurtparticipatie. Het speelbeleid is in 2020 verder uitgewerkt in het ‘Beheersplan Spelen’. Op de 126 speelplekken zijn in totaal 727 speeltoestellen aanwezig. De beheers- en onderhoudswerkzaamheden en de aanschaf van nieuwe speeltoestellen worden door het Team Buitenbeheer uitgevoerd. De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(WAS). Hierin is aangegeven hoe om te gaan met onderhoud en vervanging. Minimaal 1x per jaar (scholen 2 x per jaar) worden de speeltoestellen geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten in het systeem ABS-spelen. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Uitgangspunt is dat er 71

een kwalitatief goed en veilig speelaanbod is dat duurzaam in stand kan worden gehouden. Daarnaast geeft het beheersplan inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves. Het opgestelde beheersplan spelen geeft inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves voor de langere termijn. Voor 2022 is een budget opgenomen van € 118.811 (kostenplaats 656015) Het beschikbare budget is de afgelopen jaren aangewend voor reparatie en onderhoud van de speeltoestellen. Daarnaast zijn er investeringen gedaan voor de aanschaf van nieuwe toestellen. Het in 2020 vastgestelde beheersplan is onder andere opgesteld om de benodigde investeringen in de toekomst te borgen. De speeltoestellen voldoen aan het Warenwet besluit Attractie en speeltoestellen. Het speelbeleid 2016-2025 wordt uitgevoerd. In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Bij het niet beschikbaar stellen van het in het beheersplan gevraagde krediet kan een kwalitatief goed en veilig speelaanbod niet duurzaam in stand worden gehouden conform het vastgestelde beheersplan.

Budget

Confrontatie

Conclusie

3.2.8

Riolering

Product

Riolering

Doel

Oldenzaal wil de beschikking hebben over een goed functionerend rioolstelsel waardoor we gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld voor de periode van 5 jaren. Hierin zijn de zorgplichten voor hemel-, grond- en afvalwater opgenomen. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg. In het nieuwe GRP wordt het bestaande beleid voortgezet. Wel komt er steeds meer aandacht voor de effecten van de klimaatverandering en de manier hoe we daar in Oldenzaal (overheid, inwoner en ondernemer, enz.) mee om willen gaan. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook de riolering opgenomen en zal deel uit maken van een integrale aanpak. Door projecten uit te voeren, het bewustzijn te vergroten door goede communicatie, de kwaliteit in stand te houden door goed risico gestuurd beheer en onderhoud wordt invulling gegeven aan de visie, doelen en ambities uit het GRP en visie beheer openbare ruimte. De werkzaamheden worden door onze eigen teams Projecten en Buitenbeheer uitgevoerd, maar ook door aannemers. Kwaliteitsniveau B Basis is uitgangspunt. Voor de gemeente Oldenzaal is het beeld dat de riolering in goede staat verkeert en dat er weinig achterstallig onderhoud is.

Alleen de kwaliteit van de riolering in De Thij is een aandachtspunt, hier is al op geanticipeerd. In de jaarlijkse voortgangsnotitie wordt per situatie omschreven welke doelen we stellen en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Speerpunten daarbij zijn samenwerken in de waterketen, inzet op duurzaamheid en klimaatverandering. Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. De voor beheer en onderhoud van het huidige stelsel benodigde middelen zijn beschikbaar. Het budget voor 2022 bedraagt: € 1.393.208 Dagelijks onderhoud riolering (672201) Voor 2022 is er een investering geraamd van € 2.875.000.

Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/ Toekomst

Budget

72

Confrontatie

Conclusie

3.2.9

Dit bedrag is nog wel afhankelijk van definitieve besluitvorming van de gemeenteraad. In het nieuwe GRP is een balans gezocht tussen de ambitie voor goed rioolbeheer en aanpassing aan de klimaatverandering versus het beheersbaar houden van de rioolheffing. De riolering voldoet aan het onderhoudsniveau en naar verwachting is het budget in 2022 voldoende om deze kwaliteit te behouden.

Schoolgebouwen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit Planning/toekomst Budget

Confrontatie

Conclusie

Onder het product schoolgebouwen vallen de aanvragen voor nieuwbouw of grootschalige revitalisatie. Het onderhoud en beheer komt voor rekening van de schoolbesturen. Uitgezonderd het scholengebouwen De Essen, waarin de basisschool De Linde en De Esch is gehuisvest. Bij dit gebouw komt het beheer en onderhoud komt voor rekening van de gemeente. Aanwezigheid van een efficiënte en goede verdeling van de schoolgebouwen De aanvragen van de schoolbesturen hebben vanaf 1 januari 2015 alleen nog betrekking op nieuwbouw en grootschalige revitalisatie. Vanaf 1 januari 2015 hebben we slechts nog een zorgplicht voor: (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, gebruik, terrein, eerste inrichting en schade / constructiefouten, tenzij een gevolg van nalatigheid. Al het onderhoud is voor rekening van de schoolbesturen, waarvoor zij een rechtstreekse vergoeding ontvangen van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In 2021 is het IHP vastgesteld en vanaf 2022 werken we met dit plan. Doelstelling van dit plan is om te komen tot een efficiënte en goede verdeling van de onderwijsgebouwen. Aangezien de onderhoudsverplichting is komen te vervallen laten we de schoolgebouwen niet meer jaarlijks inspecteren. Het schoolgebouw De Essen wordt periodiek door medewerkers van onze eigen dienst geïnspecteerd en waar nodig onderhoud ingepland en uitgevoerd.

Zie: beleid Overeenkomstig het IHP worden de schoolvervangingen ingepland. Voor 2022 staat de Zevenster op de planning voor vernieuwbouw (Andere locatie) Voor de nieuwbouw of grootschalige revitalisatie dient een afzonderlijk krediet te worden aangevraagd. Voor de ver- en nieuwbouw van verscheidene scholen in het primair- en voortgezet onderwijs is in het IHP een budget opgenomen. Echter in de kredietaanvraag zitten ook aanvullende kosten zoals verhuiskosten, tijdelijke huisvesting en sloopkosten. Het onderhoudsbudget voor overige schoolgebouwen is komen te vervallen. Dit is een taak van het schoolbestuur. Voor nieuwbouw of revitalisatie moet afzonderlijk krediet worden aangevraagd. Via het IHP zijn de middelen voor de komende planningsperiode veiliggesteld.

3.2.10 Overige gebouwen Product Doel Beleid

Onder het product overige gebouwen vallen alle gebouwen in eigendom van de gemeente, uitgezonderd schoolgebouwen. Als eigenaar hebben we de verplichting voor een veilig te gebruiken gebouw en voldoen aan de wettelijke vereisten. Het beheer en onderhoud van het maatschappelijk vastgoed (uitgezonderd schoolgebouwen) worden afgestemd op de situatie van het gebouw. Het huidige beleid voor beheer en onderhoud is gericht op een voortdurende instandhouding van ons vastgoedbezit. Wij hebben verplichtingen als eigenaar, verhuurder of exploitant. Gebouwen moeten veilig te gebruiken zijn en voldoen aan de 73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10729217/2