03 Programmabegroting 2022 - Programmabegroting 2022
Tekst van het document
Uitvoering
Kwaliteit Planning/toekomst
Budget
Confrontatie Conclusie
wettelijke vereisten. Wij willen efficiënt met ons vastgoedbezit omgaan en zien vastgoedeigendom niet als een doel op zich. Door te zoeken naar optimalisatie in het gebruik verwachten we dat er de komende jaren gebouwen worden afgestoten of ingevuld worden met een andere functie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Al deze gebouwen worden jaarlijks door onze bouwkundige medewerkers geïnspecteerd. Indien nodig wordt daarbij externe expertise ingehuurd. De onderhoudsgegevens worden ingevoerd in een meerjarenprogramma. Uitgangspunt bij het onderhoud van onze gebouwen is ‘sober en doelmatig’. Tijdens de jaarlijkse inspectie wordt de noodzaak van het geplande onderhoud beoordeeld. Daar waar mogelijk worden werkzaamheden doorgeschoven naar volgende jaarschijven. Bewaakt wordt wel dat er geen kapitaalvernietiging optreedt door te laat preventief onderhoud. Vervanging van (installatie)onderdelen vindt pas plaats als deze niet meer functioneren of als wordt verwacht dat ze op korte termijn gaan uitvallen. In de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid is verwoord dat er bij vervanging wordt gekozen voor de meest duurzame en energiezuinige oplossing, mits er sprake is van een reële terugverdientijd. In 2022 zal het aangepaste gebouwenbeheerplan gereed zijn en vastgesteld.
Zie: uitvoering Na inspectie door onze bouwkundige medewerkers aangevuld met externe expertise worden, waar nodig, onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Passend binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid. Met bovengenoemde uitgangspunten voor beheer wordt de Voorziening Gebouwenbeheerplan Overige Gebouwen, met de in deze programmabegroting geraamde dotaties voor de komende 10 jaar, voldoende gevoed. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 629.000. Het saldo van de Voorziening Gebouwenbeheersplan per 1 januari 2021 is € 1.460.541. Zie: budget De overige gebouwen voldoen aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid en het budget is in 2022 voldoende om deze kwaliteit te behouden.
3.2.11 Sportaccommodaties Product Doel Beleid
Uitvoering
74
Onder het product sportaccommodaties vallen buiten en binnensport accommodaties: Ons doel is om álle inwoners te laten genieten van sport en beweging. Daarom investeren wij in sportaccommodaties en sportverenigingen Wij willen er voor zorgen dat er voldoende en kwalitatief hoogwaardige binnenen buitensportaccommodaties beschikbaar zijn en blijven voor vitale sportverenigingen. Dit omvat naast beheer ook de verdere ontwikkeling en verbetering van accommodaties. De visie op sport en bewegen is in 2016 vastgesteld. Er is een nieuwe tarievenstructuur vastgesteld. De buitensportverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Verdere privatisering van de buitensportaccommodaties is nog niet in ontwikkeling. Naast de gedeeltelijke privatisering van werkzaamheden zijn ook ontwikkelingen in de sport van belang voor het toekomstige beheer van de sportaccommodaties. Zo neemt het meisjesvoetbal en het zaterdagvoetbal een vlucht waar de accommodaties niet op ingericht zijn. Doelstelling is om de gevolgen per vereniging in kaart te brengen en voor te leggen. Voor het uit te voeren beheer en onderhoud is het “Sportbeheerplan 2013” maatgevend. Dit plan is in 2020 geactualiseerd. De sportvelden (buitensport) worden eenmaal per drie jaar door een externe organisatie uitgebreid kwalitatief
Kwaliteit
Planning/toekomst
Budget
Confrontatie
Conclusie
beoordeeld. In het opgestelde rapport wordt, naast de advisering voor het reguliere beheer en onderhoud, speciale aandacht besteed aan geplande (vervangings-)investeringen in de nabije toekomst. Wel wordt de afweging gemaakt dat bij voldoende technische kwaliteit de investeringen naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Voor het onderhoudsniveau van de buitensport accommodaties wordt aansluiting gezocht bij de onderhoudscriteria zoals deze door NOC*NSF, in samenwerking met de sportbonden, zijn geformuleerd In het jaar voorafgaande aan de investering zal worden beoordeeld of de technische levensduur langer is dan de economische levensduur en afhankelijk daarvan kan de vervangingsinvestering eventueel worden uitgesteld. De integrale afweging van (vervangings-)investeringen in de sport vindt jaarlijks plaats in de programmabegroting. In de begroting is voor elke sportaccommodatie afzonderlijk budget opgenomen voor het dagelijks en reguliere beheer en onderhoud alsmede kleine vervangingsinvesteringen. De budgetten voor de schil (=vastgoed) van de binnen- en buitensportaccommodatie zijn ondergebracht in de Voorziening Gebouwenbeheerplan (zie Overige gebouwen). Het budget voor onderhoud Binnensportaccommodaties bedraagt: € 95.167 (KP 6530 – 438025/438050/438052).
Het budget voor onderhoud Buitensportaccommodaties bedraagt: € 359.696 (KP 6531 – 4380-/10/23/25/28/29/33/50/52) Eind 2020 is het sportbeheerplan geactualiseerd. Dit nieuwe beheerplan is richtinggevend voor het beheer en onderhoud van onze sportaccommodaties. Aansluitend zal de confrontatie met de beschikbare budgetten inzicht moeten geven of deze voldoende zijn om het beheer en onderhoud op het afgesproken niveau uit te voeren. Afhankelijk van de verdere uitwerking van het sportbeheerplan is aan te geven of de beschikbare budgetten voor 2022 en verder, voldoende zekerheid bieden. Mocht op dat moment geconstateerd worden dat beschikbaar budget en voorgenomen maatregelen niet met elkaar in overeenstemming zijn, zullen er maatregelen worden getroffen opdat deze overeenstemming alsnog ontstaat
75
3.3 3.3.1
Financiering Algemeen
Het treasurystatuut Oldenzaal 2018 is uitgangspunt voor alle treasuryactiviteiten. Dit statuut is door het college vastgesteld in de vergadering van 5 december 2017 en is met ingang van 1 januari 2018 in werking getreden. De raad is hiervan via een infobrief op de hoogte gebracht. Het treasurystatuut is aangepast vanwege o.a. gewijzigde wet en regelgeving: De wet Fido is gewijzigd om het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden te kunnen invoeren; De Regeling Ruddo is gewijzigd waarmee de richtlijn voor het inzetten van derivaten is aangescherpt. In ons treasurystatuut is bepaald dat het gebruik van derivaten niet is toegestaan. Ook is een artikel toegevoegd waarin is vastgelegd dat toekomstige organisatiewijzigingen zonder collegebesluit van toepassing worden geacht op het huidige treasurystatuut. 3.3.2
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Deze limiet wordt elk kwartaal getoetst en mag in beginsel niet worden overschreden. Wanneer de limiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wel wordt overschreden moet de provincie Overijssel daarvan op de hoogte worden gebracht. Daarbij moet tevens een plan om binnen de limiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd. De limiet voor 2022 bedraagt 8,5% van de lasten van de begroting bij aanvang van het jaar, 8,5% van afgerond € 97 mln. is € 8,2 mln. 3.3.3
Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering en/of renteherziening. Elke gemeente loopt een financieel risico wanneer de rente onverwacht stijgt. Door te zorgen voor voldoende spreiding in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille en/of door te kiezen voor een annuïtaire- of lineaire aflossingsvorm kunnen de effecten van een renteverandering worden afgevlakt. De renterisiconorm voor 2022 bedraagt 20% van het totaal van de lasten op de begroting, 20% van afgerond € 97 mln. is € 19,4 mln. Gelet op de opbouw van onze leningenportefeuille zal de renterisiconorm in 2022 niet worden overschreden. 3.3.4
Financieringsbehoefte
De financieringsbehoefte is onder meer afhankelijk van het tijdstip waarop investeringen tot uitvoering komen. Daarnaast is herfinanciering van de leningenportefeuille bepalend voor de liquiditeitspositie als ook het moment van uitgifte van bouw- en bedrijfskavels. In beginsel worden kortlopende leningen aangetrokken om in de financieringsbehoefte te voorzien. De ervaring leert namelijk dat de rente op kortlopende leningen nagenoeg altijd lager is dan op langlopende geldleningen waardoor (tijdelijk) een rentevoordeel kan worden behaald. Wel worden de renteontwikkelingen gevolgd zodat zo nodig adequaat gereageerd kan worden. 3.3.5
Liquiditeitsplanning
De liquiditeitsplanning voor de geldstromen binnen onze organisatie wordt minimaal elk half jaar geactualiseerd. Daarnaast wordt onze liquiditeitspositie continu bewaakt. Met een degelijke planning kan intern een betere afstemming plaatsvinden over betalingsactiviteiten en de effecten daarvan op de gemeentelijke financiering. In het verlengde daarvan vormt de planning een basis voor meer onderbouwde financieringsactiviteiten. 3.3.6
Rentevisie
De rentevisie wordt gebaseerd op de rentevisie van enkele financiële instellingen, waaronder die van onze huisbankier. De Europese Centrale Bank beslist maandelijks over de officiële rentetarieven in het eurogebied en heeft diverse instrumenten om die te beïnvloeden. Factoren die van invloed zijn op de rente zijn o.a. economische groei, inflatie en monetair beleid. Hoofddoel van de ECB is de prijzen stabiel 76
houden, dat biedt zekerheid en vertrouwen en bevordert economische groei. Het rente-instrument is voor de ECB een heel doeltreffend instrument om de hoogte van de rente op de geldmarkt en daarmee de groei en inflatie te sturen. De herfinancieringsrente, het tarief waartegen banken geld kunnen lenen, staat op 0 procent. De depositorente, de vergoeding die banken krijgen om bij de ECB geld te stallen, is -0,5%. Het coronavirus dat ons vanaf begin 2020 in de greep houdt heeft een enorme economische impact. De pandemie heeft een wereldwijde recessie veroorzaakt. De verwachting is dat de beleidsrentes zeker tot in 2022 zeer laag blijven en eerst wanneer de inflatie voor langere tijd in de buurt van de door de ECB beoogde 2% uitkomt zal worden verhoogd. Afstemming van het te voeren financieringsbeleid kan betekenen dat er (zo mogelijk) gewacht wordt met het aantrekken van een langlopende geldlening wanneer een rentedaling wordt verwacht of dat een lening wordt aangetrokken op het moment dat de rente erg laag is. Nu de kapitaalmarktrente zich op een laag peil beweegt, is ons beleid erop gericht om bij het aantrekken van nieuwe leningen, leningen met een looptijd van 10 jaar of langer aan te trekken waardoor de fluctuaties van de omslagrente, zoals gewenst, beperkt zullen blijven. 3.3.7
Leningenportefeuille
De leningenportefeuille bestaat op het moment van het opstellen van deze paragraaf uit acht leningen met een restant schuld per 1 januari 2022 van € 33,4 mln. De gemiddelde rente van deze leningen bedraagt 1,01% (1 januari 2021 1,16%). Vervroegde aflossing van deze leningen is niet mogelijk en de rente staat gedurende de gehele looptijd vast. 3.3.8
Uitzettingen
Door een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013 zijn decentrale overheden met ingang van 2014 verplicht tot schatkistbankieren. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist, waardoor de financieringsbehoefte van de Nederlandse staat vermindert en de staatsschuld zal dalen. Het is decentrale overheden wel toegestaan om overtollige middelen uit te zetten bij andere overheden, met dien verstande dat er geen toezichtrelatie mag bestaan tussen de betrokken overheden. Uitgangspunt is dat uitzettingen een prudent karakter moeten hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van een overmatig risico. Het komende jaar zal er door de gemeente Oldenzaal geen geld voor een langere tijd worden uitgezet. Omdat het verstrekken van leningen niet tot de kerntaken van de gemeente behoort, is in het treasurystatuut de bepaling opgenomen dat de gemeente zelf geen leningen verstrekt. Het verstrekken van garanties, evenals het aangaan van financiële participaties, wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het verstrekken van garanties, en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak, bedingt het college indien mogelijk zekerheden.
Ter beperking van het financieel risico wordt geen garantie verstrekt indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds. 3.3.9
Relatiebeheer
De BNG Bank in Den Haag is onze huisbankier. In 2021 is de BNG Bank gevraagd een offerte uit te brengen voor een nieuwe overeenkomst vanaf 1 januari 2022. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe overeenkomst Bancaire dienstverlening met de BNG Bank voor één jaar die elk jaar stilzwijgend verlengd wordt. Er is gekozen om niet weer een gezamenlijk aanbestedingstraject te starten vanwege het lage bedrag voor de gemeente Oldenzaal. Bij het Ministerie van Financiën hebben we een rekening-courant ten behoeve van het schatkistbankieren. Het contante betalingsverkeer, zoals de parkeergelden en de leges Publiekszaken, wordt door RJ Geld- en Waardevervoer uit Enschede afgehandeld. 3.3.10 Renteomslag In onderstaande tabel treft u de actuele berekening van de renteomslag aan. Deze wordt gebruikt voor toerekening van rente aan de diverse taakvelden.
77
Berekening rente-omslag 2022 A. Boekwaarde Af: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten A1. Gecorrigeerde boekwaarde
Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 97.147.832 101.495.334 105.946.816 102.457.622 8.978.513 4.495.762 88.983.347
8.978.513 3.955.762 93.012.541
8.978.513 3.615.762 88.901.060
8.978.513 3.375.762 84.793.557
B. Staat reserves en voorzieningen C. Staat van geldleningen D. Financieringstekort (A-B-C)
41.051.771 33.455.783 27.950.068
40.271.998 27.019.941 38.654.877
39.958.773 23.577.487 37.959.074
39.782.339 20.135.033 37.230.460
Begrotingsomvang 2021 (aanvaard beleid) E. Norm voor kasgeld 8,5% van begrotingsomvang F. Aan te trekken vaste geldlening (D-E)
94.000.000 7.990.000 19.960.068
94.000.000 7.990.000 30.664.877
94.000.000 7.990.000 29.969.074
94.000.000 7.990.000 29.240.460
260.446 0 -31.960 0 228.486
218.862 0 -15.980 61.330 264.211
190.978 0 0 119.876 310.854
163.094 0 15.980 175.443 354.517
35.914 55.175 137.397
35.914 48.875 179.422
35.914 44.175 230.765
35.914 40.475 278.127
Netto percentage renteomslag (G gedeeld door 1% van A1) Afronden, met maximaal 0,5 verschil
0,15 0,5%
0,19 0,5%
0,26 0,5%
0,33 0,5%
Door te berekenen rente volgens berekening rente omslag Doorberekende rente volgens exploitatiebegroting 2022 Renteresultaat op taakveld treasury
228.486 531.988 303.502
264.211 548.123 283.912
310.854 522.901 212.047
354.517 499.799 145.282
4.383.225 4.915.213
4.383.225 4.931.348
4.352.502 4.875.403
4.268.750 4.768.548
Rente vaste geldleningen Bespaarde rente Rente Financieringstekort via kasgeldlimiet E Rente Financieringstekort nog aan te trekken vaste geldlening F F. Totale rente Af rente voor: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten (m.n.ambtenarenhypotheken) G. Rente voor berekenen rente-omslag
Afschrijvingen volgens staat activa Totaal kapitaallasten (afschrijving + rente)
Het gehanteerde renteomslagpercentage bedraagt voor de komende planperiode afgerond 0,5%. Deze afronding betekent voor de jaren 2022-20225 een verwacht positief renteresultaat op het taakveld treasury renteresultaat, zoals u ook kunt zien in bovenstaande tabel.
78
3.4
Bedrijfsvoering
3.4.1
Algemeen
De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. De bedrijfsvoering is daarbij randvoorwaardelijk. Maatschappelijke ontwikkelingen en (ingrijpende) veranderingen in wet- en regelgeving zijn van grote invloed op ons werk; op wat we doen, hoe we dit doen en met wie we dit doen. Complexe vraagstukken en samenwerkingsvormen (zowel lokaal als regionaal) vergen andere sturing en flexibele inzet van mensen en middelen. Daarnaast vragen onze eigen ambities en het streven naar optimale dienstverlening aan de stad om een duidelijke focus op onze doelen en taakuitvoering. Wij zetten in op samenwerking, vernieuwing en transparantie. Samen met de samenleving werken wij aan een leefbare stad. We zijn continu bezig onze werkwijzen te verbeteren en efficiënter in te richten. Dit kunnen kleine aanpassingen zijn in processen, maar ook complete herinrichtingen van processen met behulp van bijvoorbeeld de LEAN-methodiek. Ondanks dat de financiële situatie iets lijkt te verbeteren, blijft de urgentie van efficiëntere processen.
Het jaar 2022 staat op het gebied van bedrijfsvoering, net als de afgelopen jaren, in het teken van het verbeteren van de (digitale) dienstverlening, het doorvoeren (en digitaliseren) van de nieuwe P&C-cyclus en het oppakken van belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen. Digitale dienstverlening wordt aan de ene kant verbeterd richting onze inwoners, maar dit betekent ook wat voor onze medewerkers. Het is belangrijk dat we inzetten op een verdere doorontwikkeling van onze medewerkers om ervoor te zorgen dat ook zij mee kunnen in de ontwikkelingen die op ons af komen. In 2022 richten we ons op de volgende hoofdthema’s: verbeteren en doorontwikkelen van onze dienstverlening; (wettelijke) ontwikkelingen en rechtmatigheid.
3.4.2
Dienstverlening
Om als gemeente verbinding te blijven maken met onze stakeholders is het noodzakelijk om mee te gaan in de maatschappelijke ontwikkelingen. De buitenwereld vraagt steeds vaker om een andere rol van de overheid en bovenal meer flexibiliteit. Deze veranderende rol betekent het een en ander voor onze medewerkers. Namelijk een andere manier van (samen)werken, een nog meer klantgerichte houding, meer wendbaar en duurzaam inzetbaar zijn. Voor het slagen van onze opgave om de dienstverlening naar een hoger niveau te tillen is het noodzakelijk dat de drie onderwerpen (mens, gebouw en ICTvoorzieningen) in gezamenlijkheid worden gezien en opgepakt. De combinatie van werken op kantoor, thuis of een andere plek is gemeengoed geworden. De thuiswerkregeling die einde 2021 gereed is, wordt in 2022 tegen het licht gehouden en zo nodig bijgesteld. Daarnaast is in 2021 het ICT-werkplekconcept vastgesteld. Door technische onmogelijkheden wordt het concept in 2 fasen ingevoerd. In het gewenste eindplaatje is maximale flexibiliteit gecreëerd voor medewerkers om tijd en plaatsonafhankelijk te kunnen werken. Dit draagt bij aan de verdere optimalisatie van onze dienstverlening. Naast een visie op het stadhuis is er in 2021 organisatiebreed een werkstijlanalyse uitgevoerd.
Hierbij is in beeld gebracht welke behoefte er bestaat aan verschillende soorten werkplekken om beter invulling te geven aan onze veranderende rol. In 2022 wordt deze input vertaald naar een concreet plan voor aanpassing van onze huisvesting. Uitvoeringsagenda verbeteren onlinediensten 79
In het coalitieprogramma 2018-2022 is aangegeven dat wij onze dienstverlening doorontwikkelen. In lijn hiermee ligt de focus onder meer op de verbetering van de digitale dienstverlening, zodanig dat we tegemoetkomen aan de wensen en behoeften van onze inwoners. Hierin vinden we kwaliteit, integraliteit en voortgang belangrijk. Er is een uitvoeringsagenda digitalisering opgesteld, waarmee we de onlinediensten voor onze inwoners verbeteren. We blijven bereikbaar voor dienstverlening op locatie. De inwoner kan zo zelf de afweging maken of ze kiest voor digitale dienstverlening of een afspraak op het stadhuis. Mens & Gedrag Er loopt een aantal programma’s waarin het gedrag van de medewerker een belangrijke component is. Dit zijn programma’s zoals de omgevingswet, masterplan sociaal domein (nieuwe dialoog) en dienstverlening. Vanuit deze programma’s brengen we in beeld wat het gewenste gedrag is in onze dienstverlening naar inwoners. In 2022 wordt een start gemaakt met het ontwikkelplan van het gewenste gedrag en de bijbehorende competenties. In de nog af te sluiten Cao Gemeenten wordt duurzame inzetbaarheid een verplicht item voor werkgevers om beleid op te maken. Op dit thema lopen al diverse activiteiten. Deze worden in 2022 voortgezet. Meer informatie over het programma Dienstverlening staat in het programma Dienstverlening en Veiligheid. 3.4.3
Belangrijke (wettelijke) ontwikkelingen en rechtmatigheid
Informatieveiligheid We voldoen als gemeente inmiddels voor een groot gedeelte aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). In 2022 worden in dat kader wederom een aantal maatregelen (verder) geïmplementeerd. Dit zijn ICT-technische maatregelen, maar ook control- en bewustzijnsacties. Zo organiseren we diverse initiatieven om bewustwording en kennis over informatieveiligheid te bevorderen. De digitale criminaliteit neemt toe en we zijn ons bewust van het belang van informatieveiligheid en informatieveiligheidsbewustzijn. We toetsen voortdurend kritisch hoe en waar we onze informatieveiligheid verder kunnen verbeteren. In 2022 leggen we voor de 5e keer middels éénduidige normatiek single information audit (ENSIA) verantwoording af over onze status van informatieveiligheid aan de wettelijke toezichthouders, maar ook aan de gemeenteraad. Een externe auditor checkt daartoe de zelfevaluatie-vragenlijst en onze collegeverklaring en stelt een Assurance Verklaring op. Wet open overheid (Woo) en Wet elektronische publicaties (Wep) De Wet open overheid (Woo) heeft tot doel om overheden en semi-overheden transparanter te maken, om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen.
De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. In 2021 is een implementatieplan opgesteld. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan het implementatieplan. We hebben 8 jaar om onze informatiehuishouding op dit vlak op orde te brengen. Het rijk heeft incidenteel (ca. € 60.000 voor de jaren 2022-2026) en structureel budget (€ 50.000 in 2022 oplopend tot € 100.000 in 2026) beschikbaar gesteld om de wet uit te voeren. Juridische zaken In 2021 is een aanbesteding gestart voor het inschakelen van juridisch advies. Doel hiervan is het afsluiten van een raamovereenkomst met één aanbieder voor het leveren van juridisch advies. De aanbieder is in staat om op meerdere juridische gebieden advies te kunnen geven. Tevens wordt een back up aanbieder geselecteerd. Door concurrentiestelling wordt met deze aanbesteding een kostenreductie verwacht. Eind 2021 hebben de audits plaatsgevonden over de genomen besluiten van 2020. De acties en aanbevelingen die hieruit voortvloeien worden in 2022 opgepakt. Het huidige mandaatbesluit wordt eind 2021 geactualiseerd. De verwachting is om in de eerste helft van 2022 te werken met het nieuwe mandaatbesluit.
80
Financiën In 2022 gaan we werken met een nieuwe P&C-cyclus. In 2021 is een voorstel voor een nieuwe cyclus door de auditcommissie aangenomen en verder geconcretiseerd. Wij werken in 2022 verder aan het digitaliseren van onze financiële processen en de P&C producten. In 2021 hebben we ons actief georiënteerd op een softwareoplossing voor het digitaliseren van de P&C producten. In 2022 vindt de aanbesteding plaats waarna de software geïmplementeerd wordt. Ook gaan we verder met het onderzoek of het huidige financieel systeem nog voldoet aan de eisen die wij als gemeente stellen. Belangrijkste doel is om de informatievoorziening richting de inwoner en de raad verder te optimaliseren. Inkoop: rechtmatigheid en professionalisering De afgelopen jaren zijn er flinke stappen gezet in het verbeteren van de rechtmatigheid op het gebied van inkoop en aanbesteden. Het streven is om het percentage rechtmatig inkopen over 2022 op minstens 97% uit te laten komen. Dit is de norm voor een goedgekeurde accountantsverklaring. Daarnaast wordt er ingezet op een verdere professionalisering van de inkoopfunctie. Hierin is er aandacht voor contractmanagement, inzet op duurzaamheid en social return on investment (en de meetbaarheid hiervan), het opzetten van een inkoopdashboard en een onderzoek naar het verminderen van de kwetsbaarheid van de inkoopfunctie.
Inspelen op digitale ontwikkelingen Inwoners en ondernemers zien om hen heen veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van informatie(technologie) en verwachten van ons dat wij hierop inspelen. Wij volgen de ontwikkelingen en gaan ontwikkelingen toepassen als dit in het belang is van de ambitie van onze gemeente. De strategie die wij hierin hanteren is die van “slimme volger”. Als basis hiervoor is flexibele automatisering nodig. Hiervoor zetten we samen met andere gemeenten in de regio (IT Platform Twente), onze ICT partner gemeente Hengelo, in de coöperatieve vereniging Dimpact en landelijk (VNG realisatie) stappen door uitvoering te geven aan de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), Gemeentelijk Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) en Common Ground architectuur. Belangrijke inrichtingskeuzes leggen we vast in architectuurprincipes die we gebruiken als toetsingskader bij nieuwe projecten en veranderingen in de informatievoorziening en ICT. Op het gebied van technologie worden de ontwikkelingen rondom blockchain, datamining, algoritmen en internet of things gevolgd en passen we dit toe in onze gemeente indien dit van belang is. We zetten daarnaast stappen om meer datagedreven sturing toe te passen, door met behulp van technologie onze data beter te combineren en analyseren, met inachtneming van de privacyregels.
De toename van digitalisering vraagt om adequaat gegevensbeheer en informatiemanagement. We organiseren zo onder andere de terugvindbaarheid en toegankelijkheid van onze informatie en zo faciliteren we het locatie- en tijdonafhankelijk werken. Projectmatig werken en activiteit gericht werken willen we doen binnen een samenwerkomgeving, MS Teams. Deze gaan we in 2022 en 2023 inrichten binnen Microsoft 365 voor documentcreatie en informatiedeling. Voorafgaand zal een informatiebeheerplan worden gemaakt en treffen we andere maatregelen en acties waarmee we onze automatisering flexibiliseren. Ten slotte wordt in 2022 ons huidige intranet vervangen. De keuze voor een nieuw (sociaal) intranet zal aansluiten op de samenwerkingsomgeving, zodat we onze medewerkers een centrale digitale werkplek kunnen bieden. De verandering die het werken in de digitale samenwerkomgeving met zich meebrengt zal een inspanning van de organisatie vergen. Besluit digitale toegankelijkheid overheid De EU-richtlijn Digitoegankelijkheid trad op 23 september 2020 in werking met de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid’. Deze AMvB is een voorloper op de wet Digitale Overheid. In Nederland willen we dat openbare voorzieningen toegankelijk zijn voor alle burgers. Dat geldt ook voor onze digitale dienstverlening.
In onze samenleving kun je bijna niet meer zonder het internet en computers. Daarom is digitale toegankelijkheid belangrijk, én verplicht voor de (semi)overheid. Onze website(s) en digitale kanalen moeten goed in elkaar zitten zodat deze door iedereen kunnen worden gebruikt, ook door bezoekers met een beperking. In 2022 wordt de gemeentelijke website vernieuwd in verband met noodzakelijk technisch onderhoud. Bij de ontwikkeling van de nieuwe website worden alle eisen van digitale toegankelijkheid meegenomen. Bij oplevering van de nieuwe website in 2022 vindt ook een audit plaats door een onafhankelijke auditor zodat we er zeker van zijn dat aan alle toegankelijkheidseisen wordt voldaan.
81
Archivering Voor de digitale archivering van op termijn te vernietigen documenten maken we gebruik van het zaaksysteem. Op termijn te vernietigen documenten werden hiermee al volledig digitaal verwerkt. Ook langdurig en permanent te bewaren archiefdocumenten archiveren we digitaal sinds 2021. Dit maakt nagenoeg ons gehele archief digitaal in 2022. In 2022 bekijken we op welke wijze we het archief toegankelijker en aantrekkelijker gemaakt kan worden voor bezoekers.
82
3.5 3.5.1
Verbonden partijen Algemeen
De op dit begrotingsonderdeel van toepassing zijnde, door de raad vastgestelde, beleidsnotities; Intergemeentelijk samenwerking binnen de Regio Twente, vastgesteld 1 januari 2016; Beleidskader Verbonden Partijen 2012, vastgesteld 5 maart 2012. Artikel 1 van het BBV geeft als definitie: “een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft”. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Diverse gemeentelijke doelstellingen worden niet alleen door de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook door of in samenwerking met anderen gerealiseerd. De relatie van de gemeente met deze verbonden partijen kan sterk verschillen. Het belang dat de raad heeft bij inzicht in de verbonden partijen is tweeledig. De verbonden partijen voeren vaak een taak uit die de gemeente ook zelf kan doen. De werkzaamheden zijn als het ware gemandateerd/gedelegeerd aan de verbonden partij.
De gemeente blijft wel de verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen uit de programma‟s. Dus de kaderstellende en controlerende taak van de raad blijft overeind. De doelstellingen van de verbonden partij dienen dus - blijvend - overeen te stemmen met die van de gemeente en gecontroleerd dient te worden in hoeverre dit gerealiseerd wordt. De budgettaire consequenties ten behoeve van de verbonden partijen dienen geautoriseerd te worden, waarbij tevens aandacht dient te zijn voor de financiële risico‟s in dat verband. Naast de verbonden partijen heeft de gemeente Oldenzaal ook deelnemingen. Een deelneming is een participatie in een naamloze of besloten vennootschap, waarin de gemeente Oldenzaal aandelen heeft. 3.5.2
Ontwikkelingen bestaande verbonden partijen
Regio Twente In 2021 is de GR Regio Twente opgeheven en zijn de aktiviteiten van de Regio Twente ondergebracht bij: - Openbaar Lichaam Gezondheid (GGD) - Recreatieschap Twente - Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking. De middelen die in de vastgestelde begroting 2022 van de Regio Twente zijn aangewend voor bovenstaande aktiviteiten zijn met de oprichting van deze entiteiten mee overgegaan. Voor het boekjaar 2023 zal iedere afzonderlijke entiteit de begroting voor wensen en bedenkingen voorleggen aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Twence We streven nog steeds naar verkoop van de aandelen Twence. Samen met de gemeente Almelo en Twenterand blijven we de mogelijkheden onderzoeken om de aandelen te vervreemden. Overzicht verbonden partijen.(Voor specifieke informatie zie bijlage verbonden partijen) Gemeenschappelijke regelingen. Openbaar Lichaam Gezondheid Recreatieschap Twente Veiligheidsregio Gemeentelijke Belastingkantoor Twente Openbaar Lichaam Crematorium Twente Omgevings-dienst Twente Stadsbank Oost-Nederland Bestuursovereenkomst Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES)
83
Deelnemingen Tot de verbonden partijen behoren ook deelnemingen in: BNG Twence Twente Milieu Cogas Enexis Holding NV Sport Oldenzaal BV Stichting Werkprojecten Oldenzaal. Claim Staat Vennootschap BV (tijdelijke BV, als gevolg van de verkoop aandelen Essent aan RWE). Publiek Belang Elektriciteitsproductie ( tijdelijke BV, als gevolg van de verkoop aandelen Essent aan RWE)
84
3.6
Grondbeleid
3.6.1
Visie op het grondbeleid
Onze visie op het grondbeleid is een voorzichtig actief grondbeleid om beleidsdoelen op het gebied van de beleidsvelden volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, leefbaarheid, economie, natuur en groen, infrastructuur en sociale en maatschappelijke voorzieningen te kunnen realiseren. Hiervoor zijn in de nota Grondbeleid 2020 de volgende doelstellingen opgenomen: 1. Interveniëren op de grondmarkt om het feitelijke ruimtegebruik te laten aansluiten op het maatschappelijk gewenste ruimtegebruik, zowel kwantitatief als kwalitatief; 2. Bevordering van de kwaliteit van het ruimtegebruik, evenals de zeggenschap die de burger daarover heeft; 3. Een rechtmatige verdeling van kosten en baten die ontstaan door overheidsinterventies (zoals bestemmingsplanwijzigingen, uitgebreide Wabo procedures en investeringen in de openbare ruimte). Een voorzichtig actief grondbeleid biedt de vrijheid om situationeel te schakelen naar een faciliterend grondbeleid dan wel een samenwerkingsvorm te zoeken die de (voordelen van een) actieve grondpolitiek het dichtst benadert. De wijze waarop het grondbeleid uitgevoerd wordt en het beleid omtrent reserves Bovengenoemde beleidsvelden geven met de structuurvisie en onderliggende beleidsnota’s (Woonvisie, Bedrijventerreinenvisie, e.d.) antwoord op de vragen ‘welke’, ‘waar’, en ‘wanneer ruimtelijke ingrepen ongeveer gaan plaatsvinden’.
Het grondbeleid ondersteunt het ruimtelijk beleid van de gemeente. De nota Grondbeleid en de in te zetten instrumenten moeten het mogelijk maken om deze ruimtelijke doelstellingen waar mogelijk te faciliteren. Strategische voorraad: verwerving en waarderingsgrondslag Verwerving is voor Oldenzaal hét instrument bij uitstek om de regiefunctie bij de ontwikkeling van projecten te voeren. Vanuit de eigendomspositie ontstaat de mogelijkheid om actief sturing te geven aan de programmatische en ruimtelijke ontwikkeling, binnen eventueel gestelde kwalitatieve en financiële kaders. Het waarderen van verworven gronden op de balans gebeurt tegen de waarde bij huidige bestemming. Hogere aankoopkosten ca. en jaarlijkse rentekosten worden gedekt uit de reserve strategische voorraad dan wel de bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. De zo gevormde boekwaarde blijft op dit niveau tot circa 1 à 2 jaar voor de start van de werkzaamheden in het plangebied. Vanaf dat moment start de exploitatiefase en worden initiële aanloopkosten voor de ontwikkeling gemaakt (planontwikkeling, bestemmingsplanwijziging enz.). Reserve strategische voorraad De reserve strategische voorraad dekt het risico af over de voorraad grond die nog niet in exploitatie (productie) is genomen.
Het gewenste volume van de reserve strategische voorraad wordt mede vastgesteld met het oog op de toekomstige ontwikkeling van Oldenzaal. De reserve strategische voorraad is van cruciaal belang om de door de gemeente Oldenzaal voorgestane actieve grondpolitiek in de praktijk ook daadwerkelijk gestalte te geven. Zij staat borg voor continuïteit en consistentie en geeft maximale politieke beleidsvrijheid voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Bouwgrond in exploitatie Voor elk ruimtelijk plan wordt een grondexploitatieberekening opgesteld. Dit is een financiële doorrekening van de kosten en opbrengsten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep uitgezet in de tijd. Deze berekening geeft (een financieel) inzicht in het geheel van activiteiten en werkzaamheden voor verwerving, het bouw- en woonrijp maken en de uitgifte van gronden.
85
Algemene reserve grondexploitatie De algemene reserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen om algemene risico’s te kunnen opvangen. De omvang van deze reserve wordt begrensd door het volume onderhanden werk en de omvang van de risico’s. Om algemene risico’s in beeld te brengen wordt de projectenportefeuille doorgelopen en een risicoparagraaf opgesteld. Risico’s worden zoveel mogelijk gekwantificeerd. Vervolgens wordt rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Over het resultaat hiervan wordt een minimumpercentage en een maximumpercentage toegepast omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig voor (kunnen) doen. De omvang van de algemene reserve grondbedrijf moet minimaal 1% van het volume aan onderhanden werk, 15% van de omvang van de risicoparagraaf van het Grondbedrijf en een risicobuffer van € 500.000,- bedragen. Maximaal mag de reserve 2% van het volume onderhanden werk, vermeerderd met 30% van de risicoparagraaf bedragen. Verliesneming Als een project (bij aanvang of tijdens de loop van het project) geen sluitende grondexploitatie heeft, wordt het tekort direct afgedekt uit de algemene reserve grondexploitatie. Voor (deel)gebieden binnen het Masterplan Oldenzaal Centraal geldt dezelfde handelswijze, alleen worden resultaten verrekend met de speciale bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal.
Resultaatneming Als een grondexploitatie afgesloten wordt met een positief resultaat of tussentijds een winst genomen wordt, wordt dit ten gunste van de algemene reserve grondexploitatie gebracht. Voor (tussentijdse) winstneming geldt de ‘percentage of completion’ methode (POC). Voor zover kosten zijn gemaakt en opbrengsten zijn gerealiseerd en rekening houdend met risico’s die in het project nog aanwezig zijn, moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Reserve Oldenzaal Centraal (OC) De reserve Oldenzaal Centraal is ingesteld om herinrichting van de stationsomgeving aan beide zijden van het spoor mogelijk te maken. Het is een omvangrijk stadsvernieuwingsproject met een substantieel financieel tekort. Daarom is een aparte reserve in het leven geroepen om realisatie mogelijk te kunnen maken. De reserve Oldenzaal Centraal wordt vanuit een inspanningsverplichting binnen de grondexploitaties gevoed met maximaal € 2 miljoen per jaar, indien en voor zover het bedrijfsresultaat en de ondergrens van de algemene reserve dit toelaten. Om ongebreidelde reservevorming te voorkomen is een plafond vastgesteld. Dit plafond ligt vast in de nota Grondbeleid op € 6,5 miljoen vrij besteedbaar. Wat nog resteert is het gebied aan de noordzijde van het spoor van het Landreben tot de parkeervoorzieningen nabij het station.
Daarnaast kunnen zich bij de uitvoering van de plannen aan de zuidzijde van het spoor nog tegenvallers voordoen waarvoor alsnog een beroep wordt gedaan op de reserve Oldenzaal Centraal. De voorziening nazorg afgesloten complexen De grondexploitaties van de projecten waarin alle grond is verkocht en de eventueel resterende werkzaamheden goed te overzien zijn, worden afgesloten in de jaarrekening. De eventueel nog uit te voeren werkzaamheden worden inclusief budget overgeheveld naar het complex “nog af te werken exploitaties”. Beschikbare middelen worden overgeheveld naar de “Voorziening nazorg afgesloten complexen”.
86
Vennootschapsbelasting (VpB) Wij hebben een vennootschapsbelastingplicht voor activiteiten waarin wij deelnemen aan het economisch verkeer en waarbij wij ons als fiscale onderneming opstellen. Over de fiscale winst wordt belasting afgedragen. Het leveren van bouwgrond is VpB-plichtig.
De invloed van het coronavirus op het grondbedrijf Woningbouwmarkt De vooruitzichten voor de Nederlandse economie zijn gunstig. De economie herstelde zich snel toen het aantal besmettingen afnam en nu de vaccinatiegraad toeneemt. De permanente economische schade van de coronapandemie blijft naar verwachting beperkt. Op dit moment is de behoefte aan woningen onverminderd groot. Samen met de lage hypotheekrente drijft dit momenteel de prijzen van woningen op. De afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters begin januari heeft vermoedelijk de vraag naar huizen vergroot en de huizenprijs verder doen stijgen. Daarnaast blijft als gevolg van corona en getroffen coronamaatregelen de productie van bepaalde grondstoffen achter en ook de balans in transportketens is zoek. Hierdoor hebben we wereldwijd te maken met tekorten aan grondstoffen en stijgende grondstofprijzen (over het algemeen een prijsindexering van 3,8%, maar pvc, asfalt, brandstof en gebakken stenen ondergaan een prijsstijging van ca. 10%) en komen projecten onder druk te staan. Ondanks de landelijke toename in woninginvesteringen, zijn deze naar verwachting onvoldoende om de krapte op de woningmarkt te verminderen. Daardoor zal ook volgend jaar sprake zijn van een duidelijke stijging van de huizenprijzen.
Op termijn is er een aanvullend risico waarvoor gewaarschuwd wordt: De internationale behoefte aan kapitaal voor nationale steunpakketten zal naar verwachting een stijgende rente en dalende waardeontwikkeling in regio’s met een redelijk ontspannen woningmarkt veroorzaken. Markt voor bedrijfskavels Naast de gevolgen voor de woningbouwmarkt, heeft corona ook gevolgen voor de markt voor bedrijfskavels. Er zijn bedrijven die profiteren van de coronacrisis. Denk aan handels- en vervoersbedrijven gericht op voedingsmiddelen en e-commerce, bedrijven die gespecialiseerd zijn in – of snel de omslag maken naar – de productie/distributie van medische producten en industrie- en bouwbedrijven die medische hulpmiddelen en noodvoorzieningen produceren. De toenemende omzet en de gunstige omzetverwachtingen zorgen voor stijgende bedrijfsinvesteringen. Een aantal van deze bedrijven zullen willen uitbreiden of verplaatsen naar een groter bedrijfskavel. Mede daardoor is de belangstelling vanuit de markt voor bedrijfskavels op Jufferbeek Zuid op dit moment erg groot. Het beschikbare areaal uit te geven bedrijfsterrein loopt in Oldenzaal fors terug. De meest courante kavels zijn inmiddels uitgegeven of in optie genomen.
De verkaveling van het bedrijventerrein maakt dat nieuwe bedrijfsvestigingen zich soms wat meer naar de situatie moeten plooien of een hogere prijs voor een zichtlocatie moeten betalen en aan hogere beeldkwaliteitseisen moeten voldoen. Maar er zijn ook nog steeds veel bedrijven bezig met overleven. Onzekerheid en minder vertrouwen remmen investeringen. De balanspositie van veel bedrijven is tijdens de coronarecessie verslechterd. Bedrijven zetten uitbreiding of verplaatsing in de ijskast en maken een pas op de plaats als het gaat om investeringen in pand en productieproces. Er zullen ongetwijfeld bedrijven zijn die het niet redden. Hierdoor komen bedrijfspanden leeg te staan. Risicomaatregelen grondbedrijf Oldenzaal Hoe de woningmarkt er over enige tijd uit ziet is vrij onzeker en mede afhankelijk van de duur van de coronacrisis en de ontwikkeling van de hypotheekrente.
87
Mochten zich nadelige ontwikkelingen voor gaan doen voor de woningmarkt of de behoefte aan bedrijfskavels dan zullen de gevolgen het grootst zijn voor het complex Bedrijventerrein Jufferbeek Zuid en voor die woningbouwcomplexen waar nog veel werkzaamheden uitgevoerd moeten worden dan wel grondverkopen moeten plaatsvinden (met name Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2e fase maar ook Saasvelderlaan). In de complexen waar nog (veel) grond uitgegeven moet worden, houden we onder de project specifieke risico’s al rekening met vertraging in de uitgifte. Daarnaast bevat de algemene reserve grondbedrijf een bedrag voor markt- en conjunctuurrisico’s in relatie tot de nog te maken kosten die de bovengenoemde risico’s ten gevolge van het coronavirus vooralsnog afdekken. Er zijn op dit moment nog geen aanvullende maatregelen nodig. Actuele prognose van de te verwachten resultaten van de bouwgrond in exploitatie Vanaf 2022 bedragen de nog te maken kosten voor de complexen bouwgrond in exploitatie (op basis van de exploitatieopzetten 2020) € 29.293.761,- en de opbrengsten € 38.961.835,- voor de resterende looptijd van de complexen. Het verschil tussen de nog te maken kosten en te realiseren opbrengsten bestaat uit de gerealiseerde kosten en opbrengsten (de boekwaarde) van de complexen. Per grondexploitatiecomplex worden kosten en/of opbrengsten geraamd voor de looptijd van het project.
Deze ramingen worden opgedeeld in jaren. Wanneer in enig jaar meer of minder kosten worden gemaakt dan begroot betekent dit dat minder respectievelijk meer kosten resteren voor de volgende jaren om het totale complex te realiseren. En ditzelfde principe geldt voor de opbrengsten. Opbrengsten
Kosten
7%
16%
0% 0%
18%
35%
18%
14%
48%
24%
18% 1%
Verwerving Bouw- en woonrijp maken Resultaat Project specifieke risico's Overig
Bedrijfsgrond toplocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond zichtlocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond reguliere kavels (incl. in optie) Kantoorkavels Grondgebonden woningbouwkavels Gestapelde woningbouw Maatschappelijke voorzieningen Nog te ontvangen bijdragen
In de huidige begrotingspersiode worden met name kosten gemaakt voor het bouw- en woonrijp maken van de complexen Jufferbeek Zuid, Oldenzaal Centraal Stakenbeek fase 1 en 2, Singelpark Deurningerstraat en mogelijk voor de Thijsniederweg/Hogenkampweg ten behoeve van de Knarrenhof. En omvat de jaarlijkse prognose voor grondverkopen ca. € 5.000.000,-. Dit betreffen met name verkopen op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid en woningbouwkavels aan de Kaltersweide, Thijsniederweg/Hogenkampweg, De Graven Es gebied 9 en Oldenzaal Centraal fase 1 en 2. Elk grondexploitatiecomplex bevat de kostenpost ‘resultaat’. Wanneer de overige kosten gerealiseerd worden en grondverkopen conform de begroting plaats vinden zal de komende jaren winst kunnen worden genomen uit de complexen bedrijventerrein Jufferbeek Zuid, Hogenkampweg en De Kalterswiede. De actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie (looptijd 2022 tot en met 2030) bedraagt € 7.021.000. Dit resultaat wordt hoger wanneer project specifieke risico’s zich niet voordoen.
88
De risico’s zijn het hoogste voor de complexen Jufferbeek Zuid en Oldenzaal Centraal Stakenbeek fase 2. Ook complex Saasvelderlaan kent een hoog risicoprofiel, maar dat is met name voor de jaren na 2024. De project specifieke risico’s worden binnen elke grondexploitatie afgedekt. Totaal bestaat deze risicoreserve uit 5,3 miljoen. Wanneer risico’s zich niet voordoen, vallen bijbehorende bedragen vrij via winstneming uit de complexen en neemt het resultaat toe. De algemene risico’s (risico’s ten gevolge van conjunctuurschommelingen, inflatie, veranderende wet- en regelgeving) worden binnen marges afgedekt met de algemene reserve van het grondbedrijf. Kosten en opbrengsten 2022 t/m 2025 8000000 7000000
Verwerving
6000000
Bouw- en woonrijp maken
5000000
Resultaat
4000000
Project specifieke risico's
3000000
Overig: ambtelijke inzet, rentekosten en beheerslasten Opbrengsten
2000000 1000000 0 2022
2023
2024
2025
Bovenstaande figuur laat na een aanvankelijke toename een verwachte terugloop in kosten en jaarlijkse afname van het resultaat zien van de huidige complexen bouwgrond in exploitatie inclusief het complex van de Knarrenhof aan de Hogenkampweg/Thijsniederweg. Ook de ambtelijke inzet, de rentekosten en beheerlasten voor deze complexen nemen evenredig af. Wanneer plangebieden bouwrijp zijn (en het grootste deel van de kosten is gemaakt) volgt uitgifte van de kavels. Tijdelijk wordt een toename in de opbrengsten verwacht, maar deze zal in de jaren na 2025 evenals de bouw- en woonrijp maak kosten een afnemende trend laten zien. De risico’s zijn bij aanvang van de projecten hoog en hoe verder een project vordert, hoe meer de risico’s afnemen. De project specifieke risico’s laten de komende jaren nog een stijgende lijn zien. Ook de looptijd (tot soms wel tien jaar) van een aantal projecten zorgt voor risico’s en onzekerheid vanwege een mogelijk veranderende behoefte aan kavels, prijsstijgingen van bouw- en woonrijp maak kosten enz. De risico’s voor de planontwikkeling Oldenzaal Centraal zijn in de reserve Oldenzaal Centraal nu redelijkerwijs gezien bijna volledig afgedekt. In de komende begrotingsperiode wordt de mogelijkheid voor het vormen van een reserve voor de planontwikkeling Jufferbeek Noord in ogenschouw genomen.
Er zullen de komende jaren een aantal nieuwe complexen in exploitatie worden genomen. Het aantal grondbedrijf complexen dat daarbij een flink positief resultaat oplevert neemt de komende jaren echter af.
89
3.7 3.7.1
Lokale heffingen Algemeen
Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vindt plaats in december 2021. De in december vast te stellen tarieven kunnen o.a. door afrondingen afwijken van de in deze paragraaf vermelde tarieven. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB en hondenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten.
De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten: de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. een aanduiding van de lokale lastendruk een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Oldenzaal.
3.7.2
Inkomsten lokale heffingen
Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2021 3,7% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 5,2% voor hun rekening, de rijksoverheid 94,8%. Het aandeel van de gemeente Oldenzaal aan ontvangen belastingen en retributies bedraagt in dit geheel circa € 17 miljoen.
90
Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2021
3.7.3
Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen 2020
Gemeentelijk heffing
raming
Afvalstoffenheffing
3.163.714 201.649 166.694 563.499 719.000 56.337 51.014 6.183.073 1.548.683 3.023.741 763.629 20.968 101.750 47.671 16.611.422
Begraafplaatsrechten Hondenbelasting Leges burgerzaken Leges omgevingsvergunning Leges overig Marktgelden OZB eigenaren woning/niet-woning OZB gebruikers niet-woning Rioolheffing c.a. Parkeerbelastingen 59 Precariobelasting Reclamebelasting Toeristenbelasting Totaal
3.7.4
realisatie 2.957.093 129.676 162.704 301.390 1.016.249 25.633 28.295 6.256.257 1.587.074 2.992.676 519.852 0 96.845 39.556 16.113.300
2021 Realisatie raming t/m aug 3.886.854 201.649 169.611 453.613 719.000 56.337 51.014 6.642.527 1.650.410 3.018.386 780.465 20.968 103.531 48.475 17.802.840
3.176.673 215.732 171.380 175.246 471.587 1.480 20.030 6.659.900 1.679.697 3.011.717 344.451 0 99.415 0 16.027.308
2022 raming 4.005.719 201.649 117.877 448.913 719.000 56.998 51.014 6.884.164 1.697.447 3.120.389 783.391 21.618 106.482 96.140 18.310.801
Beleid ten aanzien van de lokale heffingen en ontwikkeling tarieven
Beleidskaders Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in: de diverse belastingverordeningen en -regelingen; het coalitieakkoord 2018-2022; landelijke wet- en regelgeving. Dossier hervorming lokaal belastinggebied Het kabinet heeft 24 juni 2016 de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijke herziening van het lokaal belastinggebied. Het kabinet schetst de knelpunten en mogelijke oplossingen, maar de te maken keuzes worden overgelaten aan het nieuwe kabinet. In het regeerakkoord van Rutte III komt de mogelijke herziening en/of uitbreiding van het lokaal belastinggebied niet aan de orde. De staatssecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het syntheserapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport over de uitbreiding bevat meerdere varianten en ondersteunt de door de VNG uitgesproken wens om te komen tot een uitbreiding van het eigen belastinggebied. De volgende kabinetsformatie is hét moment om op te koersen om e.e.a. in beleid om te zetten. In de komende periode zal de VNG in samenspraak met de leden - mede op basis van dit rapport - de koers uitzetten om een kleinere financiële afhankelijkheid te realiseren. 91
Zonnepanelen De WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de Wet WOZ. Op de uitvoering van deze wet door gemeenten wordt toegezien door de Waarderingskamer. Jaarlijks controleert de Waarderingskamer of GBTwente de wet uitvoert conform de wettelijke bepalingen. Bij de waardebepaling moet de onroerende zaak worden gewaardeerd. De waarde in het economisch verkeer wordt bepaald op basis van marktgegevens. Tot de onroerende zaak behoren ook eventuele zonnepanelen. GBTwente heeft dus geen beleidsvrijheid om zonnepanelen niet in de waarde te betrekken. In hoeverre de aanwezigheid van zonnepanelen van invloed zijn op de waarde, blijkt uit de beschikbare marktinformatie. Uit de permanente marktanalyse tot nu toe is niet gebleken dat de aanwezigheid van zonnepanelen van invloed is op de verkoopwaarde. Mocht het in de toekomst zo zijn dat uit onze permanente marktanalyse blijkt dat de aanwezigheid van zonnepanelen wel van invloed is op de verkoopwaarde, dan heeft een gemeente bij een positieve invloed de mogelijkheid een facultatieve vrijstellingsbepaling op te nemen. GBTwente zal dan per object met zonnepanelen moeten bepalen wat de waarde is van de zonnepanelen op basis van levensduur, kwaliteit, aantal, ligging, etc.
Bij de behandeling van het Belastingplan 2019 (fiscale vergroeningsmaatregelen 2019) in het najaar van 2018 is de regering bij motie (Lodders / Van Weyenberg1) verzocht een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de onroerendezaakbelasting (ozb) gehouden worden en tevens te onderzoeken hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. Minister Ollongren heeft begin 2021 hierover een brief verzonden aan de 2 e Kamer. Ollongren geeft hierin aan dat een wettelijke belastingvrijstelling via de OZB of de WOZ de nodige uitvoeringsproblemen kent. Een subsidie of ‘groene’ heffingskorting is volgens haar een beter oplossing. De groene heffingskorting kan worden vormgegeven door een vermindering van de verschuldigde belasting nadat het verschuldigde belastingbedrag (bijvoorbeeld voor ozb) is berekend. Een eventuele verplichte groene heffingskorting vraagt wel om een wetswijziging. De minister gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan bijdraagt. Amendement Omtzigt De Gemeentewet maakt voor de OZB onderscheid tussen woningen en niet-woningen.
Eigenaren van woningen worden in de OZB-eigenarenheffing betrokken, de gebruikers van woningen betalen geen OZB en de eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen respectievelijk de OZB eigenaren niet-woning en gebruikersheffing niet-woning. Beide tarieven voor niet-woningen zijn hoger dan het eigenarentarief voor woningen. Sportvelden, dorpshuizen, sportkantines, dorps- en buurthuizen worden voor de OZB aangemerkt als niet-woning en worden dienovereenkomstig in de belastingheffing betrokken. Een aantal gemeenten compenseert buiten de belastingheffing om de OZB geheel of gedeeltelijk of overweegt dit te doen. In het Belastingplan 2019 is het zogenaamde amendement Omtzigt opgenomen waardoor artikel 220f van de Gemeentewet per 1 januari 2019 is gewijzigd in die zin dat voor - nader door de gemeente te bepalen - sociaal behartigende instellingen niet de hoge niet-woning tarieven kunnen gelden, maar het woningtarief. In de OZB-verordening van een gemeente kan (het amendement biedt de mogelijkheid om dit te doen, het is niet verplicht) een bepaling opgenomen worden strekkende tot het toepassen van het woningtarief voor nader te bepalen onroerende zaken. De toelichting op het amendement en de wettekst zijn op onderdelen tegenstrijdig en niet duidelijk.
Wij volgen de ontwikkelingen en zolang er geen duidelijkheid is, is het advies vooralsnog geen gebruik te maken van de wetswijziging. Op 30 november 2020 heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomst van het gesprek met de VNG over de toepassing van artikel 220f Gemeentewet (amendement Omtzigt). De minister schrijft nu in een brief aan de Tweede Kamer dat deze wettelijke bepaling voor gemeenten niet toepasbaar is. Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken kan onderzocht worden hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden. Ollongren is bereid om dit onderzoek op te starten. Dit onderzoek kan leiden tot 92
een aanpassing van artikel 220f Gemeentewet (of een alternatieve bepaling of instrument die het doel beter bereikt). De keuze hiertoe is voorbehouden aan een nieuw kabinet. Wij volgen de ontwikkelingen en zolang er geen duidelijkheid is, is het advies vooralsnog geen gebruik te maken van de wetswijziging. De Omgevingswet en leges Op 1 januari 2022 zou de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking treden. Dit is echter voorlopig uitgesteld tot 1 juli 2022. Dit geeft het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden. Door deze inwerkingtreding van beide wetten kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen:
Nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen (Mogelijk) minder vergunningplichten De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning Gemeentelijke kosten worden hoger of lager Gemeentelijke kosten verschuiven Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken) Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer)
De VNG vraagt met de notitie 'Discussie-leidraad leges en de stelselwijziging Omgevingswet' aandacht voor het onderwerp en het belang voor gemeenten om hier - op basis van de eigen keuzes - over na te gaan denken. Ook worden suggesties gedaan voor de onderwerpen. Zij vragen gemeenten om hierover met hen van gedachten te wisselen. Via de regionale implementatiecoaches (RIO's) zullen er (digitale) discussies-sessies worden opgezet, om deze materie samen verder uit te diepen. Bezwaar en beroep bij kwijtschelding Op dit moment is er geen bezwaar mogelijk tegen een beschikking uitstel van betaling. Tegen een beschikking kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is nu administratief beroep bij het college mogelijk. In de toekomst is in beide gevallen eerst bezwaar bij de invorderingsambtenaar mogelijk en is daarna de fiscale rechter bevoegd (rechtbank in eerste aanleg, gerechtshof in hoger beroep en Hoge Raad in cassatie). Wanneer deze landelijke wijziging in werking treedt is nog niet bekend. Gebruiksoppervlakte Wet WOZ Met ingang van 2021 wordt voor alle woningen in de gemeente de gebruiksoppervlakte gebruikt om de WOZ-waarde te bepalen. Tot 2021 gebruikten we de bruto inhoud. De Waarderingskamer heeft gesteld dat alle woningen in Nederland op 1 januari 2022 gewaardeerd dienen te worden op basis van de gebruiksoppervlakte.