Vaststelling Programma Water en Riolering 2023 - 2027 - Bijlage 1 PWR 2023-2027, d.d. 24 mei 2023
Tekst van het document
In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen continueren we het streven om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij liften we zoveel als mogelijk mee met geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Het gaat dan om het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water en groen. We benutten de reikwijdte van de zorgplicht riolering om voor maatregelen die bijdragen aan een goed functionerend stedelijk watersysteem uren en middelen beschikbaar te stellen. Bij ruimtelijke inrichtingen houden wij rekening met de gevolgen van de klimaatverandering om zo waterschade te voorkomen en de gevolgen indien er schade optreedt te beperken. Om toe te werken naar een robuust watersysteem nemen we daarom bij elke ontwikkeling van de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen en waterrobuustheid mee. Bij (her) inrichting van en/of aanpassingen in de openbare ruimte dient de bestaande berging op straat minimaal gehandhaafd te blijven. Bij (her)inrichting en aanpassingen in de openbare ruimte komt het voor dat de hoogte van het maaiveld wordt aangepast (veelal om esthetische overwegingen).
Hierdoor leidt eventueel water op straat makkelijker tot schade bij hevige neerslag dan in de oorspronkelijke situatie.
27
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
4. We voeren af indien nodig Als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, voeren we het hemelwater af. Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren of buffers, die vooral aan de kernranden aanwezig zijn. De ontwerpuitgangspunten voor het rioolstelsel zijn verderop toegelicht in hoofdstuk F: Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel. Samen met het waterschap onderzoeken we of de berging- en afvoercapaciteit van het watersysteem toereikend is en/of er geen onwenselijke beïnvloeding van het oppervlaktewater- en rioleringssysteem optreedt. 5. We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag Het is (economisch) onmogelijk om iedere neerslaggebeurtenis te verwerken in hemelwatervoorzieningen. Om te voorkomen dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of -schade optreedt, hanteren we de volgende voorzorgsmaatregelen: a. Voldoende hoog bouwpeil b. Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil c. Waterslimme inrichting d. Aangepast gedrag weggebruikers e. Begaanbaarheid calamiteitenroutes a. Voldoende hoog bouwpeil Het vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken dient minimaal 0,20 m boven het wegpeil te liggen. Hierdoor is altijd een waterbergende schijf van 0,20 m mogelijk in de buitenruimte, voordat het water panden instroomt.
Het (tijdelijk) Omgevingsplan is het meest geëigende instrument om een regeling voor de aanleghoogte (vloerpeil) op de nemen. Een dergelijke regeling kan echter de gewenste flexibiliteit in het bouwproces verkleinen en de gemeente opzadelen met een aansprakelijkheidsprobleem (een onjuiste aanleghoogte kan tot grote schade leiden). Om deze reden willen we in het (tijdelijk) Omgevingsplan de aanleghoogte globaal omschrijven (orde grootte 20 cm boven wegpeil). De aanleghoogte kan dan vervolgens meer gedetailleerd in een grondexploitatieplan of exploitatieovereenkomst worden vastgelegd afhankelijk van de situatie. De ontwikkelende partij dient in een maatwerkoverleg met de adviseur stedelijk water van de gemeente Oisterwijk het minimaal gewenste vloerpeil en de haalbaarheid daarvan te bespreken. b. Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil Conform de voorschriften uit het Bouwbesluit moeten rioolaansluitingen onder straatniveau, bijvoorbeeld van souterrains, lozen via een pomp. Dit voorkomt inpandig uittredend rioolwater bij een hoge waterdruk. c. Waterslimme inrichting We richten het straatprofiel bij voorkeur zodanig in dat we tijdelijk ‘water op straat’ kunnen bergen. Daarnaast beperken we de risico’s van afstromend hemelwater door aanpassing van de wegverkanting, het opheffen van obstakels of het aanbrengen van lokale waterkerende constructies. d.
Aangepast gedrag weggebruikers Het tijdelijk bergen van water op straat vergt een aangepast gedrag van weggebruikers. Door hard rijden kan een zodanige golfslag ontstaan, waardoor water alsnog in panden kan stromen. Daarnaast zijn mogelijk losliggende putdeksels niet/slecht zichtbaar, waardoor het risico bestaat dat personen of voertuigen in een rioolput terecht komen. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zullen de hulpdiensten op verzoek van de gemeente wegafzettingen plaatsen. e. Begaanbaarheid calamiteitenroutes De begaanbaarheid voor hulpdiensten op calamiteitenroutes bij extreme neerslag kan worden verbeterd. Komende planperiode brengen we inzichtelijk welke maatregelen we daarvoor kunnen treffen.
28
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
C - Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in De voorgaande paragraaf beschrijft de wijze waarop de gemeente Oisterwijk met hemelwater wil omgaan. Bij nieuwbouwplannen kunnen deze hoofdprincipes direct toegepast worden. In het grootste deel van de gemeente is de uitgangssituatie het bestaande riool- en watersysteem. In deze gebieden geeft de gemeente in combinatie met reconstructieplannen (werk-met-werk) geleidelijk aan invulling aan de gewenste hemelwaterverwerkingswijze. Om te beoordelen wanneer ingrijpen in bestaande gebieden noodzakelijk is, maakt de gemeente gebruik van de afwegingssystematiek in Tabel 3. Tabel 3. Afwegingsmethodiek voor gemeentelijk ingrijpen tegen wateroverlast. Typering Omschrijving Aanpak gemeente Hinder Kortdurende periode van water op straat; In geval van hinder treffen we niet direct waarbij verkeer nog mogelijk is. maatregelen. We doen een beroep op het acceptatievermogen van onze inwoners en passanten en aanpassing van hun gedrag. Indien nodig plaatsen we wegafsluitingen om te voorkomen dat water op straat door hekgolven alsnog woningen binnenstroomt; Ernstige Langer durende periodes van water op straat; In geval van ernstige hinder treffen we als gemeente hinder verkeer is niet meer overal mogelijk. Verkeer op direct maatregelen om de hinder weg te nemen en doorgaande wegen blijft wel mogelijk. de oorzaak (tijdelijk) weg te nemen.
Bij de uitvoering (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). van (reconstructie-)werken worden zodanige maatregelen getroffen, dat de kans op het optreden aanmerkelijk kleiner wordt. Schade Economische schade; In geval van waterschade treffen we allereerst groot risico op gezondheidsschade (ziekten of tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen letsels die direct te relateren zijn aan water op om het acute risico op schade te beperken. Ter straat); voorkoming van structurele overlast onderzoeken we water in (winkel)panden met materiële schade mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en tot gevolg. brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Het optreden van schade en een ernstige belemmering van het (economische) verkeer vinden we niet acceptabel.
D - Wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen Nieuwbouwplannen van woningbouw en infrastructuur leiden tot afvoerend verhard oppervlak. Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater met mogelijk wateroverlast tot gevolg. Bij dergelijke ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen hydrologisch neutraal of positief uit worden gevoerd en dat percelen zo minimaal als mogelijk verhard zijn. Het Bouwbesluit vereist dat nieuwe bebouwing wordt voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon en afvalwater. Voor de dimensionering van infiltratie-/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering hanteert de gemeente de uitgangspunten uit hoofdstuk G: ontwerpuitgangspunten hemelwatervoorzieningen. De eigenaar van een perceel heeft na omgevingsvergunning-plichtige bouwactiviteiten of na aanbrengen van verharding de verplichting om al het hemelwater dat op dat betreffend perceel valt op eigen terrein te verwerken. De eigenaar heeft daarbij vrije keuze in de toe te passen voorziening(en) waarbij het volgende geldt: • •
deze moet 0,06 (60 mm per m2) x oppervlak (m2) x gevoeligheidsfactor (volgens keur waterschap) in 1 uur kunnen verwerken of tijdelijk kunnen bergen. de snelheid van verwerking van het geborgen hemelwater dient dusdanig te zijn, dat de berging na 48 uren weer leeg is. Bij aanvraag wijziging bestemmingsplan / omgevingsplan of omgevingsvergunning dient dit beschreven en berekend te worden.
Overtollig hemelwater (meer dan 60 mm mag enkel via een overstortconstructie zichtbaar geloosd worden naar een gemeentelijke voorziening, niet zijnde drukriolering. Voor technische specificaties van de voorziening, de 29
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
berekeningswijze van het volume van de voorziening, en voor uitzonderingsgevallen: zie de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022 van de gemeente Oisterwijk. Voor de lozing van het (overtollige) hemel- en/of grondwater op gemeentelijke voorzieningen wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: • • • • • • • •
Op open maaiveld; Op niet afvoerende sloot (berging en infiltratie) Op open retentievoorziening; Op infiltratie riolering; Op afvoerende sloot; (evt. toestemming waterschap) Op hemelwater riolering; Op gemengde riolering; Op vuilwater riolering.
Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf of omgevingsvergunning. Gemeente Oisterwijk is onderdeel van de Stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT). ‘Gemeenten, de waterschappen en de provincie gaan afspraken maken over de belangrijke opgave in de regio Breda-Tilburg voor de komende 10 jaar. Die worden vastgelegd in een verstedelijkingsakkoord met het Rijk.’ ‘Het Rijk heeft gevraagd wat de regio kan betekenen in de oplossing van het nationale woningtekort. De schept de mogelijkheid om tegelijk met woningbouw te investeren in bereikbaarheid/mobiliteit, het groene open landschap, het bekenherstel, in ecologie, biodiversiteit en klimaat.’ De ontwikkelingen als gevolg hiervan in de gemeente Oisterwijk zullen we wat betreft de waterbelangen met het waterschap afstemmen ten tijde van het meer concreet worden van deze opgave.
E - Wateropgave bij afkoppelen Met afkoppelen bedoelen wij: minder hemelwater naar de zuivering brengen, maar vasthouden om te laten infiltreren in de ondergrond. Dus ook niet afvoeren via sloten of anderszijds. Afkoppelen is maatwerk. Bij projecten maken we een doelmatigheidsafweging. Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt gelijktijdig voorzien van een schoon- en vuilwateraansluitleiding. Per project wordt beoordeeld of het wel/niet doelmatig (kosten/baten-afweging) is. De gemeente stimuleert particulieren en bedrijven om eigen dak- en terreinverhardingen af te koppelen. Indien mogelijk wordt de regenpijp aan de voorzijde van het pand in overleg en met toestemming van de bewoners door de gemeentelijke aannemer aangesloten op het regenwaterriool. Uitgangspunten Voor afkoppelen hanteert de gemeente onderstaande uitgangspunten. • • •
30
Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(re) verwerking van hemelwater. De gemeente hanteert een bergingscapaciteit van 60 mm/m2 verhard oppervlak bij een omvang van het een totaal verhard oppervlak. Groene-blauwe daken tellen mee bij het bepalen van de bergingscapaciteit. Afhankelijk van de constructie mag rekening worden gehouden met de bergingscapaciteit van het groene dak tot maximaal 60 mm (100%). Hemelwater dat van afgekoppeld verhard oppervlak afstroomt, kan op verschillende manieren worden behandeld. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde hier: 1. Gebruik makend van lokale voorzieningen het water bovengronds infiltreren. 2. Gebruikmakend van oppervlakkige afstroming (goten en bestaande groenstructuren) om het water in de nabije omgeving te bergen en infiltreren. 3. Door middel van ondergrondse infrastructuur ((infiltratie)-leidingen) overtollig water bergen, infiltreren en naar de rand van de kernen transporteren. Aan de randen wordt het water geborgen, deze berging wordt geledigd door middel van een voorziening (met beperkte afvoer) naar het oppervlaktewater.
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Bij de uitvoering van maatregelen, welke uit bovenstaande voorkeursvolgorde volgen, wordt bij elke voorziening lokale infiltratie en berging als positief effect gezien. Als laatste optie wordt directe afvoer naar het oppervlaktewater toegepast. Voor grotere gebieden (toename van verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2) dient de wijze van hemelwaterverwerking in een waterhuishoudingsplan onderbouwd te worden. Uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in de Brabant Keur van de Brabantse waterschappen. Hierbij geldt dat na sloop de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave.
F - Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel Tot op heden heeft de gemeente Oisterwijk de afvoercapaciteit van het bestaande rioolstelsel gebaseerd op neerslaggebeurtenis Bui08 (herhalingstijd 1x/2j) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het uitgangspunt hierbij is dat dan geen water op straat optreedt. Indien het bestaande rioolstelsel niet voldoet aan dit uitgangspunt, voert de gemeente in combinatie met reconstructiewerkzaamheden verbeteringsmaatregelen uit. Om te anticiperen op klimaatverandering ontwerpt de gemeente de afvoercapaciteit van nieuwe of te reconstrueren rioolstelsels op geen water op straat bij een composietbui met een herhalingstijd van T=2. Het gemengde riool wordt getoetst op geen verslechtering bij deze bui. Aanvullend op bovengenoemde toetsbuien heeft de gemeente het rioolstelsel doorgerekend met een klimaatscenario met verschillende herhalingstijden om kwetsbare locaties te identificeren. Hierbij geldt het uitgangspunt dat geen wateroverlast/schade mag optreden door afstromend hemelwater, water op straat wordt wel getolereerd. Indien van wateroverlast/schade wel sprake lijkt te zijn, treft de gemeente bovengrondse beheersmaatregelen. De maatregelen worden zo doelmatig mogelijk getroffen, met aandacht voor de beheerbaarheid.
In bestaande gebieden volgt de gemeente de strategie zoals toegelicht in hoofdstuk C: Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in?
G - Ontwerpuitgangspunten hemelwatervoorzieningen Om ervoor te zorgen dat hemelwatervoorzieningen goed blijven functioneren, stellen we de volgende eisen aan het ontwerp en de constructie: • • • • •
Toepassing van hemelwatervoorzieningen overeenkomstig de voorkeursvolgorde zoals benoemd onder hoofdstuk B: Hoe gaan we met hemelwater om? Controleerbaar op werking (zichtbaar of toegankelijk). Mogelijkheid tot reiniging, inspectie en onderhoud met gangbare technieken. Aanwezigheid van een overloopconstructie voor de verwerking van piekbuien. Lokale voorzieningen hebben de voorkeur boven centrale voorzieningen. Wanneer deze lokale (particuliere) voorzieningen de hoeveelheid regenwater niet kunnen verwerken (> 60 mm), is er een overstort naar een openbare voorziening. Deze bergt en infiltreert en stort bij onvoldoende capaciteit over op bij voorkeur oppervlaktewater (sloten) of anders gemengde riolering.
H - Klimaatdialogen Als gemeente hebben we in lijn met de stappen in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie een klimaatstresstest opgesteld en klimaatdialogen gevoerd. Daar waar de vervolgacties hieruit bijdragen aan de waterzorgplichten geven we met dit PWR invulling hieraan. Samengevat kwam uit de dialogen het volgende naar voren: Hitte en wateroverlast op bedrijventerreinen De algemene conclusie van de dialoog met ondernemers en pandeigenaren op bedrijventerreinen is dat er een grote bereidheid is tot samenwerking tussen ondernemers en gemeente Oisterwijk. Men wil gezamenlijk aan de slag met klimaatadaptatie. Voor nu is er met name behoefte aan communicatie. Communicatie in de breedste zin van het woord, denk aan: 31
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
• • • •
In beeld brengen van mogelijke maatregelen, kosten en baten, en terugverdientijd. Pilot, casus, stip op de horizon: ervaringen, tips, inspirerende verhalen, voorbeelden delen: zone langs het spoor als mogelijke eerste locatie van casus / onderzoek. Een dergelijke pilot is nodig om de interne prikkel bij ondernemers voor het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte en eigen percelen aan te wakkeren. Kansenkaart maken met geschikte locaties / percelen en passende klimaatadaptieve maatregelen. Gemeente in de lead: ondernemers contacteren om gezamenlijk aan de slag te gaan met klimaatadaptatie.
Hitte, wateroverlast en droogte in het centrum van Oisterwijk De algemene conclusie van de dialoog met inwoners, ondernemers, zorginstellingen en gemeente is dat de gevolgen van extremer weer herkend en ervaren worden. Met name hittestress op het Lindeplein en KVL-terrein worden genoemd als kwetsbare locaties. Kansen worden gezien in het ontstenen van kwetsbare locaties en vergroenen waar mogelijk. Bij het klimaatbestendig inrichten van het centrum ligt de rol van de gemeente met name bij het communiceren, enthousiasmeren en duidelijk beleid en regelgeving. De bijdrage van bewoners en ondernemers op het klimaatbestendig inrichten van de gemeente ligt op praktische acties als het ontstenen van de eigen woon-, werk- en leefomgeving. Daarvoor is wel bewustwording nodig, welke onder andere vanuit de gemeente gecreëerd moet worden. De gemeente Oisterwijk moedigt het op eigen percelen nemen van klimaat adaptieve maatregelen aan. Deze maatregelen kunnen op vele manieren genomen worden. Het wordt aan de perceeleigenaren zelf overgelaten om in eigen situatie de best toepasbare maatregel te nemen. Voorstellen voor klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte worden met positieve grondhouding naar haalbaarheid beoordeeld. Zorginstellingen en -organisaties, zoals SKN en Thebe, zien een rol in het creëeren van bewustwording.
De wil is er, maar er zijn ambassadeurs nodig die klimaatadaptatie onder de aandacht brengen. Tevens is goede afstemming met de gemeente nodig aangaande het klimaatadaptief bouwen en verbouwen van panden.
4.4.3
Strategie grondwater
ZORGPLICHT GRONDWATER Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem.
We continueren ons grondwatermeetnet Het beheer van ons grondwatermeetnet ligt bij Brabant Water. We continueren onze samenwerking met Brabant Water. Als er om gevraagd wordt verschaffen wij informatie over inzicht in de grondwatersituatie. Sturen op het voorkomen van grondwaterover- en onderlast Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met het waterschap een watertoetsprocedure. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en beoordeeld. Met het doorlopen van de watertoetsprocedure als onderdeel van de ruimtelijke procedure voorkomen we dat ‘natte’ gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. We ontwikkelen hydrologisch neutraal, en bij voorkeur hydrologisch positief, in gebieden waar mogelijke veranderingen in de grondwaterspiegel als gevolg van deze ingrepen een negatief effect heeft. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld ten gunste van langdurige droge perioden en we hiermee mede het risico op grondwateronderlast kunnen beperken. Als gemeente dragen we zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouwgebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 4 het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting.
Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen.
32
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Tabel 4: Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw
Functie
Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (meter t.o.v. gemiddeld hoogste grondwaterstand) Bebouwing met kruipruimte* 0,7 Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren* 0,7 Tuinen/groenvoorzieningen 0,5 Hoofdwegen** 1,0 Secundaire wegen en woonstraten** 0,7 * t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg Grondwaterconvenant Brabantse grondwaterpartners hebben een grondwaterconvenant opgesteld. De bouwstenen van dit convenant zijn: Meer water vasthouden Minder grondwater gebruiken en minder verdamping Ruimtelijke aspecten om dat te bereiken of de gevolgen hiervan te beperken Innovatie Governance Een doel dat hierin is besproken is dat ten opzichte van referentiejaar 2002 (KRW) in 2027 de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand verhoogd moet worden. Hoeveel is sterk afhankelijk van de locatie. Dit wordt nader afgestemt met de grondwaterpartners. Het convenant wordt nog verder afgestemd met gemeenten in Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg.
We analyseren de droogtesituatie in onze gemeente Om inzicht te krijgen in eventuele trends en lokale verschillen in de droogtesituatie analyseren we de meetreeksen van ons grondwatermeetnet. We werken mee aan initiatieven van derden ten behoeve van droogtebestrijding In het agrarisch gebied worden de veranderende weersomstandigheden en vooral de droogte in de bedrijfsvoering ervaren. Door in de natte periode het regenwater niet af te voeren, maar vast te houden in sloten of op land, wordt op een natuurlijke wijze het grondwater aangevuld en kunnen de langere periodes van droogtes beter worden overbrugd. Als gemeente en waterschap hebben we een adviserende en faciliterende rol. We infiltreren hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen Via ons hemelwaterbeleid realiseren we hemelwaterberging bij nieuwe ontwikkelingen en koppelen we af in bestaand gebied. Dit draagt bij aan het tegengaan van wateroverlast, én door het infiltreren van hemelwater naar grondwater houden we water langer vast en faciliteren ook droogtebestrijding hiermee. We onderzoeken de mogelijk drainerende werken van onze infiltratieriolen en nemen waar nodig maatregelen om het grondwater vast te houden
33
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
‘Zonder water, geen later’ Dat is de titel van het eindrapport van de adviescommissie Droogte, over de aanpak van droogte in Brabant. Het eindrapport is op 15 september 2022 gepresenteerd tijdens de Brabantse Waterdag. “De uitkomsten van het advies bevestigen de urgentie van de aanpak van droogte; het (grond)watersysteem en watergebruik moet weerbaar worden voor (langere) periodes van droogte. Er moet op termijn een nieuw evenwicht ontstaan tussen afvoer, onttrekking en aanvulling. Het advies draagt bij aan de verdieping en verbreding van het politiek en maatschappelijk debat over klimaatadaptatie en vraagt aandacht voor de droogteproblematiek, ook bij het Rijk. Dit advies is onderscheidend vanwege de tijdshorizon die reikt tot 2040.” Bron: Provincie Noord-Brabant (brabant.nl)
Faciliteren bij grondwateroverlast Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. We treffen alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de functie van het gebied (zie Tabel 4) en indien het treffen van maatregelen doelmatig is. De gemeente is het eerste aanspreekpunt (waterloket) bij grondwateroverlast, na ontvangst van een melding onderzoeken we de situatie. Conform de zorgplicht gaan we alleen over tot het treffen van maatregelen als het op openbaar gebied op te lossen is, het structureel nadelige gevolgen heeft, en het doelmatig is.
34
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
DEFINITIES STRUCTUREEL, NADELIGE GEVOLGEN, DOELMATIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig vullen we als volgt in: Structureel Situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte gedurende vier weken per jaar wordt overschreden. Voor nieuwbouwgebieden gelden daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 4. Bestaande gebieden worden afzonderlijk beoordeeld, omdat destijds nog geen ontwateringsdiepten waren geformuleerd. In alle gevallen betreft het een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceelseigenaar. Nadelige gevolgen Indien in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheids-problemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen daarbij te voldoen aan de bouwregelgeving.
Doelmatig In de toelichting op de wetgeving is ten aanzien van de doelmatigheidsvraag onder andere het volgende geschreven: ‘factoren als de omvang en de duur van de overlast, het aantal getroffen percelen, evenals de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan, kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig zijn’. Bij de doelmatigheidsafweging dient ook te worden nagegaan of eventuele maatregelen niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren. Dit ligt vooral voor de hand in het buitengebied.
Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op hemelwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering. Bronneringen Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater zijn de waterschappen het bevoegd gezag. Voor de lozing van bronneringswater op de riolering zijn we als gemeente het bevoegd gezag. Als uitgangspunt geldt dat schoon bronneringswater niet op het riool mag worden geloosd, maar dient te worden teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. We hanteren daarbij de onderstaande voorkeursvolgorde: 1. Retourbemalen op eigen perceel of in de directe omgeving 2. Lozen op oppervlaktewater 3. Lozen op riolering De doelstelling is retourbemalen op eigen perceel. Als dat niet mogelijk is dan kan worden geloosd op oppervlaktewater, en indien dat eveneens niet mogelijk is dan op de riolering.
In dit geval kunnen we als gemeente onder voorwaarden toestemming verlenen om op het riool te lozen. Het doelmatig functioneren van de riolering mag niet negatief worden beïnvloed door ofwel het volume/debiet van de lozing, ofwel de samenstelling van het te lozen water. Zoals opgenomen in de Verordening hemelwater en grondwater 2022: Voor het droog houden van een ontgraving kan tijdelijk de grondwaterstand worden verlaagd. Het opgepompte (grond-)water bevat vaak gebiedseigen stoffen. Infiltratie in de bodem in de directe nabijheid heeft de sterke voorkeur. Afhankelijk van het debiet en omvang van de lozing kan het ook de riolering overbelasten. Als noodgedwongen toch 35
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
water geloosd wordt, is registratie van hoeveelheden verplicht. Voor het lozen op een gemeentelijke voorziening wordt een vergoeding doorberekend. Zolang in de legesverordening hierover niets is opgenomen bedraagt deze € 0,25 / m3. Bij het lozen van grondwater of bronneringen op het vuilwaterriool of regenwaterriool hanteren we aanvullend de volgende uitgangspunten: Vuilwaterriool Het lozen van grondwater of bronneringswater op het vuilwaterriool is niet toegestaan tenzij: • Het lozen van minimale hoeveelheden < 5m3/uur gedurende een kortere periode. Bijvoorbeeld voor het reinigen/verversen van een zwembad. • Het lozen van grondwater en bronneringswater op locaties waar sprake is van een gemengd stelsel kan met een vergunning bij specifieke situaties (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). • Het lozen van grondwater of bronneringswater bij een grondwatersanering kan onder voorwaarden (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). Regenwaterriool Voor het lozen van grondwater of bronneringswater op het regenwaterriool sluiten we aan bij de waterschapsregels uit de Brabant Keur en hierbij gelden op dit moment de volgende uitgangspunten: • Geen meldplicht (vergunningsvrij) bij lozingen tot 50 m3/uur. • Meldplicht en eventuele maatwerkvoorschriften bij lozingen van 50 tot 100m3/uur. • Vergunningsplicht bij lozingen boven de 100m3/uur.
Actuele informatie hierover kunt u hier vinden: Grondwater lozen | Waterschap De Dommel. Risicobeheersing Het grondwater in de kernen wordt middels een grondwatermeetnet gemonitord. Jaarlijks worden de metingen met waterschap geanalyseerd en zodoende krijgen we inzage in (sterke) wisselingen van de grondwaterstand. Op basis van deze analyses kan worden bepaald of maatregelen nodig zijn.
36
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
4.4.4
Overige zorgplichten in de waterketen
Strategie drinkwater ZORGPLICHT DRINKWATER Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur.
Duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening Duurzaam schoon drinkwater is een gezamenlijke zorg! De zorg voor de bescherming van het grondwater als bron voor drinkwater is verankerd in wet- en regelgeving waarbij elke overheid van lokaal tot nationaal verantwoordelijkheden heeft. Deze zorgplicht is onder meer verankerd in de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en de Wet milieubeheer (art.1.2). In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is gesteld dat “achteruitgang van de kwaliteit van het grondwaterlichaam voorkomen moet worden”. Op provinciaal niveau is het beleid voor onder meer de veiligstelling van de drinkwatervoorziening vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en verder uitgewerkt in het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027. De regels zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. De Provincie Noord Brabant De Provincie Noord Brabant heeft een uitvoeringsprogramma drinkwaterwinningen Noord Brabant opgesteld. Onderstaande informatie komt uit dit uitvoeringsprogramma. Drinkwater in Brabant wordt gewonnen uit grondwater. Waterleidingbedrijven Brabant Water en Evides pompen dit grondwater op in 37 waterwingebieden. Van deze waterwingebieden zijn er 23 kwetsbaar voor verontreinigingen door grondgebruik.
De overige 14 winningen zijn minder kwetsbaar, doordat het grondwater dat wordt gewonnen tegen verontreinigingen wordt beschermd door slechtdoorlatende kleilagen. Voor de levering van goed drinkwater is het belangrijk het grondwater waaruit drinkwater wordt gewonnen te beschermen. De provincie Noord-Brabant is beheerder van dit grondwater en geeft middels beleid en regelgeving invulling aan de bescherming. Om goed invulling te kunnen geven aan deze verantwoordelijkheid is inzicht nodig in de risico’s die het bereiken van een duurzaam veilige drinkwatervoorziening in de weg staan. In landelijk verband is afgesproken om dit vast te leggen in zogenaamde gebiedsdossiers. In de periode 2018 t/m 2020 hebben Provincie Noord-Brabant (als initiatiefnemer en regievoerder) en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (als penvoerder en medeprocesbegeleider) in samenwerking met de drinkwaterbedrijven, waterschappen en gemeenten voor alle drinkwaterwinningen in Noord-Brabant een gebiedsdossier opgesteld. Hierbij is het landelijk protocol voor het opstellen van gebiedsdossiers uit 2016 gevolgd. Het gebiedsdossier bevat feitelijke informatie over het beschouwde gebied waarmee de problemen en risico’s voor de winning zo volledig mogelijk in beeld komen. Deze problemen en risico’s die er zijn voor het duurzaam veiligstellen van de drinkwaterwinningen vormen de restopgave.
Waterkwaliteitsdoelstelling ▪ Geen achteruitgang van de waterkwaliteit (resultaatverplichting); ▪ Streven naar verbetering waterkwaliteit met oog op vermindering zuiveringsinspanning (inspanningsverplichting). Deze doelen moeten uiterlijk 2027 zijn gehaald. Waterkwantiteitsdoelstelling De drinkwaterwinning mag geen gevaar lopen vanwege kwantiteitsproblemen: ▪
▪
37
Voor grondwaterwinningen moet hiervoor worden getoetst of de vergunde hoeveelheid te onttrekken grondwater kan worden benut; Bij oppervlaktewaterwinningen moet er rekening mee worden gehouden dat bij verminderde kwantitatieve beschikbaarheid de kwaliteit van het water sterk kan verslechteren vanwege een toename van concentraties van stoffen. Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Restricties ten aanzien van waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebieden in gemeente Oisterwijk Voor de bescherming van het grondwater waaruit het drinkwater wordt gewonnen zijn regels vastgelegd in (interim) omgevingsverordening van de Provincie. Hierin zijn ook de beschermingszones opgenomen. De restricties ten aanzien van activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden zijn genoemd in Tabel 5. Voor de bescherming van deze winningen worden richting het einde van de planperiode (2026/2027) aanvullende regels geïntroduceerd.
Figuur 4: Grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden in gemeente Oisterwijk (bron: Provincie Noord-Brabant)
Tabel 5: Restricties waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (Provinciale Milieuverordening)
Activiteit
Waterwingebied*
Grondwaterbeschermings-gebied
Boringsvrije zone
Inrichtingen met (potentieel) voor het grondwater gevaarlijke stoffen Boorputten en grond- of funderingswerkzaamheden
Verboden
Gevaarlijke stoffen verboden, potentieel gevaarlijke stoffen gelimiteerd en met beschermende voorzieningen
Geen restricties
Verboden
Tot drie meter geen regels. Dieper dan drie meter mogen alleen boorputten tbv drinkwaterwinning, Wbb en grondwateronttrekkingen waarvoor provincie en waterschap bevoegd gezag zijn; er gelden geen regels
Dieper dan tien meter en boven kleilaag onbeperkt; bij bereiken kleilaag zie grondwaterbeschermingsgebied
Buisleidingen
Verboden behalve gasleidingen Verboden
Gebouwen, wegen en parkeren Bodemenergiesysteem Meststoffen Bestrijdingsmiddelen
Verboden Verboden Verboden
Begraafplaatsen en IBCbouwstof
Verboden
38
Grondwerkzaamheden onder voorwaarden Verboden behalve gasleidingen
Geen uitloogbare materialen (gebouwen) of doelmatige zuivering. Verhard parkeren of tijdelijk onverhard onder voorwaarden. Verboden Conform Meststoffenwet, geen zuiveringsslib e.d. Conform toelating bestrijdingsmiddelen. Er zijn middelen die geen toelating hebben in grondwaterbeschermings-gebieden en wel daarbuiten. De geldende beperkingen zijn te vinden op het etiket. Verboden
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
Geen restricties
Geen restricties
Toegestaan boven kleilaag Geen restricties Geen restricties
Geen restricties
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Strategie oppervlaktewater De waterschappen en gemeenten hebben een zorgplicht voor het oppervlaktewater. Zij leggen hun waterbeleid vast in regionale waterbeheerplannen. Het Rijk stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, waterkwaliteit, zwemwaterkwaliteit en waterveiligheid. De gemeente kan ervoor kiezen om aanvullende of strengere omgevingswaarden vast te leggen, bijvoorbeeld voor de te behalen waterkwaliteit. Eventuele omgevingswaarden krijgen hun beslag in het Gemeentelijk Omgevingsplan. Uitgangspunt is dat de gemeente (of waterschap) verantwoordelijk is voor het opstellen van een programma bij dreigende overschrijding van de omgevingswaarde, ook als die waarde door rijk of de provincie is vastgesteld.
Beheren duikers Komende planperiode inventariseren we de duikers in de B-watergangen die afvoercapaciteit moeten behouden voor het functioneren van ons stedelijk watersysteem. Het beheer en onderhoud hiervan nemen we mee, en hiervoor stellen we een beheerplan op. Schone bodem vennen In onze gemeente hebben we veel vennen. Twee van deze vennen (Klompven en Eikenven) zijn als retentievijvers in het beheer van de gemeente. Het waterschap monitort de waterkwaliteit. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een schone bodem. Komende planperiode ontwikkelen we kennis hierop, onderzoeken we de bodemkwaliteit, en zetten we een monitoringsplan op. Bergingsvijvers en watergangen Standaard worden deze eenmaal per jaar gemaaid. In geval van bijv. het optreden van blauwalg of wanneer het water zuurstofloos dreigt te worden, worden maatwerkacties verricht. Beekherstelmaatregelen Langs de Reusel en Achterste Stroom heeft de gemeente opgaven voor rioolrenovatie en de ecologische verbindingszone (EVZ). Het waterschap moet de KRW-doelen behalen en de overige keringen herstellen. Met een klimaatrobuuste inrichting kunnen ook opgaven zoals hittestress, droogtebestrijding en stedelijke wateroverlast meegenomen worden.
4.4.5
Strategie bedrijfsvoering en overig
Inzicht in ons systeem Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld. •
We breiden ons beheersysteem uit met ontbrekende gegevens We onderzoeken ontbrekende huisaansluitinggegevens en verwerken deze in ons beheersysteem. Daarnaast zetten we gemalen, pompen van randvoorzieningen en meetopstellingen van ons meetnet in het beheersysteem.
•
We onderzoeken het energieverbruik van onze gemalen en drukriolering
•
We verwerken de ondergrondse voedingskabels van de drukriolering in ons beheersysteem
Doelmatig beheer Onderhoud en vervanging Door een traditioneel planmatige benadering van het stedelijk watersysteem kunnen we de kwaliteit monitoren en preventief maatregelen treffen. Op basis van inspectieresultaten, klachten en verbeteringsopgaven stellen we een 39
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
investeringsprogramma voor het vervangen en renoveren van de bestaande riolering op. Hierdoor zijn we in staat om werkzaamheden in de openbare ruimte integraal af te stemmen. Vervanging van de riolering combineren we zoveel als mogelijk met weg- en/of vernieuwings-werkzaamheden. Op deze manier besparen we als gemeente kosten en wordt hinder tot een minimum beperkt. Per project maken we een afweging tussen vervangen en renoveren. Factoren die daarbij een rol spelen zijn onder andere de planning van andere werkzaamheden in de openbare ruimte, het al dan niet moeten vervangen van huisaansluitingen en de verwachte levensduur van een wijk. Om het stedelijke watersysteem goed te laten functioneren voeren we periodiek onderhoud uit. Voorbeelden hiervan zijn het reinigen van riolen, kolken, gemalen en het uitvoeren van reparaties. Deze onderhoudsactiviteiten worden volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Waar mogelijk saneren we pompen door ombouw van verbeterd gescheiden stelsels naar gescheiden stelsel Alle B en C wateren worden door gemeente Oisterwijk één keer (geheel) per jaar gemaaid De eigenaar van het aangelegen perceel aan de overzijde wordt geacht het maaisel te ontvangen en te verwerken daar zij mede verantwoordelijk zijn voor onderhoud aan de sloot. (Gelijk aan Waterwet artikel 5.23).
Is dit redelijkerwijs niet mogelijk of is de eigenaar daar niet toe genegen, dan pleegt ieder onderhoud tot het midden van de sloot conform de verplichting uit de legger. Duikers in B-wateren, waar we als gemeente deels verantwoordelijkheid hebben, worden geheel onderhouden door de gemeente Oisterwijk (preventief en calamiteiten) De verantwoording voor de bouwkundige constructie van een duiker ligt conform de legger van het waterschap bij degene die belang heeft bij de aanwezigheid ervan, ongeacht het type (A, B of C) van de sloot. Samenwerking (intern en extern) Om invulling te geven aan een meer waterbestendige gemeente zoeken we samenwerking met waterpartners (o.a. Waterschap De Dommel en omliggende gemeenten) en afstemming met andere beleidsthema’s (weg, verkeer, groen, recreatie) via het uitvoeringsprogramma. De insteek hierbij is dat maatregelen bijdragen aan meerdere doelen en de beschikbare budgetten gezamenlijk effectiever kunnen worden ingezet. We willen nieuwe thema’s in regionaal verband oppakken Met de huidige samenwerking binnen Hart van Brabant kunnen we de gemeentelijke watertaken doelmatig invullen. Nieuwe thema’s zoals de energietransitie en de aanpak van microverontreinigingen zullen meer aandacht vragen, waardoor de noodzaak tot samenwerken en specialiseren verder toeneemt. Waar doelmatig pakken we thema’s op binnen het samenwerkingsverband.
Klimaatadaptatie pakken we al gezamelijk op. Binnen onze gemeente hebben we een duurzaamheidsagenda opgesteld. “Om invulling te geven aan de uitvoering van de duurzaamheidsagenda, bestuurlijke advisering hierover en het stimuleren van duurzaamheid binnen alle afdelingen in de gemeentelijke organisatie is voldoende deskundigheid én ambtelijke capaciteit op dit terrein noodzakelijk. Naast de capaciteit in de eigen organisatie is het van belang dat samen met belangrijke stakeholders in de gemeente invulling wordt gegeven aan de ambities rondom duurzaamheid. Alleen vanuit een gezamenlijkheid kan de grote opgave rondom duurzaamheid ingevuld worden. Om dit te bereiken heeft de gemeente Oisterwijk in 2019 een zogenaamde Koploperstafel Duurzaamheid opgezet. Een groep betrokken en belangrijke stakeholders uit de Oisterwijkse samenleving die zich willen inzetten voor de gezamenlijke opgave rondom duurzaamheid. In 2020 heeft de koploperstafel besloten zich op het thema klimaatadaptatie te richten en zijn de eerste activiteiten en projecten rondom klimaatadaptatie in gang gezet. De gemeente Oisterwijk heeft MVG Duurzaam Perspectief gevraagd hen te ondersteunen bij de begeleiding van de Koploperstafel Duurzaamheid in 2022.” (bron: Begeleiden Koploperstafel Duurzaamheid gemeente Oisterwijk, 2022)
40
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Voor het kunnen realiseren van onze ambities op het gebied van water zien we de waterbeheerder als een logische partner en in drinkwaterbeschermingsgebieden ook de drinkwaterbeheerder. We gaan vroegtijdig in gesprek om af te tasten waar de samenwerking een impuls kan geven aan een voor inwoners en ondernemers betere leefomgeving. We stellen ons omgevingsgericht op De thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie leiden ertoe dat we over de grenzen van ons eigen werkveld en over de grenzen van onze eigen afdeling werken, zowel intern (bijvoorbeeld de afdeling RO) als extern (bijvoorbeeld het waterschap). We houden hierbij onze eigen doelen en ambities voor ogen en dragen naar eigen draagkracht bij aan gezamenlijke doelen en ambities. Zo gaan we bijvoorbeeld, vanwege de klimaatopgave, intensiever samenwerken met instanties als de GGD en woningbouwcorporaties. Daarnaast continueren we onze samenwerking met het waterschap. Ondermeer stellen we samen met het waterschap een klimaatuitvoeringsagenda op. Het waterschap wil de maatregelen hierin meefinanciëren.
We gaan in de komende periode ook met het oog op de bruidsschat onder de Omgevingswet de verbeterkansen voor onder andere het watertoetsproces afstemmen in relatie tot de invulling van de Keur en het hemelwaterbeleid van de gemeente, ook met het oog op het faciliteren van de samenwerking en vroegtijdige betrokkenheid bij ontwikkelingen. In onderstaand kader is een toelichting opgenomen over het waterbeheerplan van waterschap De Dommel. Waterbeheerplan 2022-2027 waterschap De Dommel Het waterschap De Dommel heeft voor 2050 de ambitie gesteld voor een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door de dempende sponswerking van de bodem en ondergrond in te zetten. Er zijn drie principes gericht op een inhoudelijke sturing aan de watertransitie voor de planperiode van 2022 tot 2027. De drie principes zijn: elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; wat schoon is moet schoon blijven. Naast de drie inhoudelijke principes hanteert het waterschap ook vier uitgangspunten die typerend zijn voor de werkwijze van de komende planperiode. Het waterschap is een activerende overheid en stelt kaders en agendeert.
Daarnaast stimuleert het waterschap anderen om te veranderen middels strengere regelgeving en kaders maar ook via subsidieregelingen. Het waterschap verbreed de huidige wateropgaven naar een integrale gebiedsgerichte aanpak door het benutten van de verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur en een transparante afweging en aanpak van alle belangen en doelen in het gebied. Als laatste, wil het waterschap differentiëren per gebied aan de hand van knelpunten, door de grote verscheidenheid aan gebieden te erkennen middels maatwerk.
Toetsing water en riolering bij nieuwbouw Er wordt getoetst op de “Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022”, hoofdstuk 3. Onze vervangingsplanning is afgestemd op onze integrale meerjarenpanning Met de vakdisicplines binnen het ruimtelijk domein hebben we onze meerjarenplanningen op elkaar afgestemd, of zo zoveel mogelijk werk met werk te kunnen maken en zodat onze inwoners en ondernemers zo weinig mogelijk hinder ondervinden van de werkzaamheden. Participatie en communicatie Inwoners en bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van onze watertaken, bijvoorbeeld door het verminderen van verhardingen, het lokaal bergen van water en afkoppelen van verhard oppervlak. Vooralsnog betrekt de gemeente hen op vrijwillige basis. De gemeente intensiveert hiervoor de algemene en projectgebonden ‘water’- communicatie door het starten van een communicatiecampagne, en door deelname aan bijvoorbeeld het Nederlands Kampioensschap tegelwippen.
41
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Daarnaast is de gemeente op het moment van schrijven bezig met het realiseren van een stichting voor bewustwording en acties met betrekking tot afkoppeling, vasthouden en infiltreren van hemelwater. Het doel van deze stichting/dit initiatief is het faciliteren van een samenwerkingsverband dat inwoners en kleine ondernemers in de gemeente stimuleert tot het vasthouden van water door gebruik te maken van verschillende methodieken en technieken.
42
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
5
Uitvoeringsagenda en kosten
In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen wij als gemeente Oisterwijk in samenwerking met onze waterpartners of zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit PWR. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming en onderzoek, onderhoud, maatregelen, overig, en personele middelen. We maken onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en worden geactiveerd.
De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, - de kapitaallasten - bestaan uit rente en afschrijvingen.
Toerekening kosten klimaatadaptatie en andere programma’s De gemeente draagt vanuit de rioolheffing ook bij aan voorzieningen en activiteiten van andere taakvelden, voor zover deze functioneel bijdragen aan de gemeentelijke watertaken en het waterrobuust & veerkrachtig maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, of waterpartijen voor de opvang van regenwater.
5.1
Gezamenlijk uitvoeringsprogramma
Regionaal werken we samen met buurgemeenten en waterpartners zoals waterschap De Dommel, provincie NoordBrabant, drinkwaterbedrijf Brabant Water, etc. Deze samenwerking continueren we de komende planperiode. Budget hiervoor is opgenomen onder planvorming en onderzoeken die we waar mogelijk in regionaal verband oppakken.
5.2
Gemeentelijk uitvoeringsprogramma
Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en facilitair/overig.
5.2.1
Planvorming
Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Onderstaande budgetten zijn in de planperiode opgenomen voor planvorming. Tabel 6: Overzicht planvorming. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Actualisatie GRP/BRP
€ 12.500
€ 12.500
€ 12.500
€ 12.500
€ 12.500
Advies en planvorming
€ 17.500
€ 17.500
€ 17.500
€ 17.500
€ 17.500
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
TOTAAL
43
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
5.2.2
Onderzoek
Om inzicht te behouden en verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. Onderstaande budgetten zijn in de planperiode opgenomen voor onderzoek. Tabel 7: Overzicht onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Monitoring
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
Onderzoek algemeen
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 23.500
€ 23.500
€ 23.500
€ 23.500
€ 23.500
TOTAAL
5.2.3
Cyclisch onderhoud/maatregelen
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente Oisterwijk. Deze kosten bestaan grotendeels uit het onderhoud van rioleringen, gemalen en rand- en hemelwatervoorzieningen. We maken onderscheid tussen dagelijks onderhoud en planmatig onderhoud. Tabel 8: Overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Gemalen en bassins – dagelijks onderhoud
€ 221.500
€ 221.500
€ 221.500
€ 221.500
€ 221.500
Gemalen en bassins – planmatig onderhoud
€ 194.300
€ 194.300
€ 194.300
€ 194.300
€ 194.300
Infiltratievoorzieningen – dagelijks onderhoud
€ 3.100
€ 3.100
€ 3.100
€ 3.100
€ 3.100
Infiltratievoorzieningen – planmatig onderhoud
€ 4.500
€ 4.500
€ 4.500
€ 4.500
€ 4.500
Aansluitingen – dagelijks onderhoud
€ 140.300
€ 140.300
€ 140.300
€ 140.300
€ 140.300
Aansluitingen – planmatig onderhoud
€ 107.300
€ 107.300
€ 107.300
€ 107.300
€ 107.300
Hoofdriool – dagelijks onderhoud
€ 62.600
€ 62.600
€ 62.600
€ 62.600
€ 62.600
Hoofdriool – planmatig onderhoud
€ 46.700
€ 46.700
€ 46.700
€ 46.700
€ 46.700
Open water (inclusief peilbuizen, maaien retentievijvers, sloten en duikers) – dagelijks onderhoud
€ 105.600
€ 105.600
€ 105.600
€ 105.600
€ 105.600
Open water (inclusief peilbuizen, maaien retentievijvers, sloten en duikers) – planmatig onderhoud
€ 48.200
€ 48.200
€ 48.200
€ 48.200
€ 48.200
€ 934.100
€ 934.100
€ 934.100
€ 934.100
€ 934.100
TOTAAL 44
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
5.2.4
Investeringen: vervangings- en verbeteringsmaatregelen
Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen of een mogelijkheid om werk met werk te maken bij door andere disciplines geïnitieerde werkzaamheden. Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd. Hieronder zijn de budgetten voor deze maatregelen weergegeven. Tabel 9:Overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Open water - peilbuizen
€ 9.200
€ 9.200
€ 9.200
€ 9.200
€ 9.200
Open water - duikers
€ 11.300
€ 11.300
€ 11.300
€ 11.300
€ 11.300
€ 3.372.300 € 3.372.300
3.372.300
3.372.300
3.372.300
Vervangings- en verbeteringsmaatregelen* Rioolgemalen bouwkundig
€ 20.400
€ 20.400
€ 20.400
€ 20.400
€ 20.400
Drukriolering bouwkundig
€ 77.900
€ 77.900
€ 77.900
€ 77.900
€ 77.900
Randvoorzieningen bouwkunding
€ 71.000
€ 71.000
€ 71.000
€ 71.000
€ 71.000
Infiltratievoorzieningen
€ 19.400
€ 19.400
€ 19.400
€ 19.400
€ 19.400
€3.581.500 €3.581.500 €3.581.500 €3.581.500
€3.581.500
TOTAAL
* Dit is op basis van een financiële afschrijvingstermijn voor vrijvervalriolering van 50 jaar, volgens huidige financiële verordening.
Als onderdeel van de vervangingsmaatregelen worden in 2024 een aantal sensoren vervangen. Bijdragen waterpartners Bij de uitvoeringsprojecten maken we gebruik van de verschillende subsidieregelingen, zoals de impulsgelden en de bijdragen vanuit het nieuwe beheerplan van waterschap De Dommel. Waterschap De Dommel stelt gedurende de planperiode een budget beschikbaar (op basis van cofinanciering van 50%) van circa € 450.000. In afstemming met het waterschap mag de gemeente dit bedrag aanwenden voor maatregelen die op de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie staan, voor zover deze maatregelen bijdragen aan het voorkomen of beperken van wateroverlast, en voor maatregelen ter beperking van de gevolgen van droogte en overstromingen. Deze cofinanciering is niet meegenomen in het kostendekkingsplan omdat nog niet is vastgesteld (samen met het waterschap) of en waaraan deze financiering wordt toegekend.
45
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
5.2.5
Overig
Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd onder ‘Overig’. Energiekosten zijn bij de gemaalkosten inbegrepen. Tabel 10: Overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Licenties
€ 14.000
€ 14.000
€ 14.000
€ 14.000
€ 14.000
Gegevensverwerking
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 22.000
€ 22.000
€ 22.000
€ 22.000
€ 22.000
TOTAAL
5.2.6
Personele middelen
Om onze ambities te realiseren beschikken we over de volgende personele middelen: Tabel 11: Overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Intern
€ 302.400
€ 302.400
€ 302.400
€ 302.400
€ 302.400
Inning rioolbelasting
€ 67.000
€ 67.000
€ 67.000
€ 67.000
€ 67.000
Overhead
€ 555.000
€ 555.000
€ 555.000
€ 555.000
€ 555.000
€ 924.400 € 924.400
€ 924.400
€ 924.400
€ 924.400
TOTAAL
46
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
6
Financiële middelen
De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Oisterwijk bedraagt ca. € 175 miljoen. Voor het beheer van dit systeem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode hebben we hier gemiddeld € 3,5 miljoen per jaar aan opbrengsten voor nodig. Geld dat bewoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in gemeente Oisterwijk.
6.1
Uitgangspunten
Rioolheffing • • • • • •
De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid bedraagt in 2023 € 147,92. Dit komt overeen met het tarief voor de waterverbruiksklasse tot 130 m3 / jaar (eigenarendeel en gebruikersdeel). De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken. Kwijtschelding van de rioolheffing (minimabeleid) komt niet voor rekening van het heffingstarief.
Rente & inflatie • • •
De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt in 2023 0.5%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen. In 2023 vindt 3,0% indexatie van de uitgaven plaats + inhaalindexatie 2022 van 1,8%. Vooralsnog wordt gerekend met 3,0% voor de jaren na 2023.
BTW •
Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van de directe kosten en de afschrijving en rente van de investeringsbedragen.
Voorziening • • •
Het saldo van de voorziening per 01-01-2022 is € 0. Het saldo van de Voorziening mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening wordt begroot.
Heffingseenheden • •
47
Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2023: 23.894. Dit aantal eenheden is berekend uit het totaal aan begrote inkomsten in 2023 (€ 3.534.349) gedeeld door het tarief voor de waterverbruiksklasse tot 130 m3 / jaar (eigenaren- en gebruikersdeel); Het aantal (equivalente) heffingseenheden stijgt tot het jaar 2032 met 150 heffingseenheden per jaar. Dit komt neer op een totale stijging van 1350 eenheden tot 2032.