Vaststelling Programma Water en Riolering 2023 - 2027 - Bijlage 1 PWR 2023-2027, d.d. 24 mei 2023
Tekst van het document
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Investeringen en spaarvoorziening • • •
Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering is voor de planperiode bepaald op basis van een theoretische levensduur en financiële afschrijving van 50 jaar. Een vervangingslijn is bepaald met behulp van de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water. Deze investeringen zijn gemiddeld. Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen en randvoorzieningen zijn gebaseerd op de theoretische levensduur en kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water. Via de spaarvoorziening sparen we voor de vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Wanneer het aanwezige spaarsaldo onvoldoende is om het gehele investeringsbedrag af te dekken, wordt het restbedrag geactiveerd en vindt annuïtaire afschrijving plaats (startend in het jaar volgende op de investering) over de door de gemeente vastgestelde termijnen.
6.2
Kostendekkingsplan
De gemeente hanteert een financiële afschrijvingstermijn voor vrijvervalriolering van 50 jaar. Het hieronder beschreven scenario is gebaseerd op deze afschrijvingstermijn. Na deze berekening (in H6.2.1) laten wij in H6.2.2 een vergelijking van dit scenario met een scenario op basis van een financiële afschrijvingstermijn van 80 jaar zien. Een (theoretische) levensduur van 80 jaar voor vrijvervalriolering achten wij reëel op basis van: • • • •
De huidige kwaliteit van onze rioolstelsels en de goede grondslag in onze gemeente; Een groot deel van de huidige riolering is al 70 jaar oud; Technisch gaan de investeringen in riolering veelal 80 jaar of langer mee; Door geavanceerde onderhoudstechnieken gaat riolering langer mee dan in het verleden;
Door een langere financiële afschrijvingtermijn te hanteren worden de lasten gespreid, en sluiten we ook beter aan op de afschrijvingstermijn van wegen, die in 40 jaar worden afgeschreven. Zo kan ‘werk met werk’ worden gemaakt. Een afschrijvingstermijn van 50 jaar voor riolering en van 40 jaar voor wegen leidt tot mogelijk tot kapitaalvernietiging van wegen bij het moeten vervangen van riolering na 50 jaar. Eventuele risicio’s waarbij riolering geen 80 jaar mee kan gaan worden inzichtelijk gebracht via inspectiebeelden of eventuele klachten/meldingen. Wanneer op basis hiervan eerder ingrijpen nodig is dan worden op deze locaties vervroegd maatregelen genomen.
48
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
6.2.1
Kostendekkingsplan op basis van financiële afschrijvingstermijn vrijvervalriolering van 50 jaar
De hiervoor beschreven kosten en de beschreven uitgangspunten leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor de gemeente Oisterwijk in de periode 2024 t/m 2101:
Figuur 5 - Verwacht uitgavenpatroon gemeente Oisterwijk, 2024 t/m 2101. Bedragen op prijspeil 2023.
We hanteren een spaarcomponent in onze rioolheffing, waarmee we in staat zijn 1/3 deel van onze investeringen zonder langjarige kapitaallasten te financieren. Dit leidt tot een verminderde stijging van de totale boekwaarde en hieruit volgen dan ook minder kapitaallasten (afschrijving en met name rente). Bedrag aan nieuwe investeringen -/- spaarbedrag in voorziening in het investeringsjaar (tot maximaal het bedrag van de investering in dat jaar) -/- afschrijvingen op oude investeringen. Het verwachte verloop van de boekwaarde is weergegevens in Figuur 6. Hierin is te zien dat deze toeneemt in de komende 40 jaar.
49
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Figuur 6 - Verwacht boekwaardenverloop gemeente Oisterwijk, 2024 t/m 2101. Bedragen op prijspeil 2023.
Het uitgavenpatroon in Figuur 5, in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 6 leidt tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 7. Hierin zijn ook de benodigde totale baten weergegeven. De benodigde inkomsten uit de rioolheffing volgen de lastenontwikkeling zo goed mogelijk.
Figuur 7 - Verwacht lasten en baten verloop gemeente Oisterwijk, 2024 t/m 2101. Bedragen op prijspeil 2023.
50
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
De benodigde inkomsten uit de rioolheffing zijn in onderstaande grafiek vertaald naar de benodigde rioolheffing. Hierbij gaat het om het tarief voor woningen met een waterverbruik tot 130 m3 per jaar. De komende 20 jaar stijgt het tarief met jaarlijks 1,0%, en de 20 jaar daarna stijgt het tarief jaarlijks met 0,6%. Dit is exclusief jaarlijkse indexering vanwege inflatie.
Figuur 8 - Verwacht verloop rioolheffing (tarief eigenaar- en gebruikersklasse bij waterverbruik tot 130 m3 per jaar) gemeente Oisterwijk, 2023 t/m 2101. Bedragen op prijspeil 2023. Tabel 12: Tarieven in de planperiode (eigenaar- en gebruikersklasse tot 130 m3). Bedragen beleidsmatig en nominaal, op basis van 3% kostenindexatie per jaar.
Jaar 2023 2024 2025 2026 2027
51
Tarief obv financiële afschrijving 50 jaar Tarief Tarief
Tarief obv financiële afschrijving 80 jaar Tarief Tarief
(beleidsmatig)
(nominaal)
(beleidsmatig)
(nominaal)
€ € € € €
€ € € € €
€ € € € €
€ € € € €
147.92 149.40 (+1.0%) 150.89 (+1.0%) 152.40 (+1.0%) 153.93 (+1.0%)
147.92 153.88 (+4.0%) 160.08 (+4.0%) 166.53 (+4.0%) 173.25 (+4.0%)
147.92 148.07 (+0.1%) 148.22 (+0.1%) 148.36 (+0.1%) 148.51 (+0.1%)
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
147.92 152.51 (+3.1%) 157.24 (+3.1%) 162.12 (+3.1%) 167.15 (+3.1%)
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Voorziening Op begrotingsbasis blijft de spaarvoorziening een nulsaldo houden: jaarlijks wordt de toevoeging aan de voorziening (het spaarbedrag) volledig benut voor het dekken van de investeringen.
6.2.2
Vergelijk met alternatief scenario: financiële afschrijvingstermijn vrijvervalriolering van 80 jaar
In de hiervoor beschreven resultaten zijn de investeringen voor vrijvervalriolering afgeschreven op basis van een financiële afschrijvingstermijn van 50 jaar. Er is een alternatief scenario berekend op basis van een financiële afschrijving van 80 jaar voor de investeringen benodigd voor de vrijvervalriolering. Hieronder schetsen we de gevolgen van beide scenario’s voor de hoogte van de rioolheffing en het boekwaardenverloop. •
Scenario financiële afschrijving investeringen in 50 jaar (huidige situatie) o Er is 20 jaar een jaarlijkse tariefsverhoging van 1,0% nodig. De 20 daar op volgende jaren is een jaarlijkse tariefstijging van 0,6% nodig. Daarna blijft de heffing (exclusief indexatie) gelijk. o In dit scenario is het gemiddeld benodigde jaarlijkse investeringbedrag circa € 3,6 miljoen. o Hiervan kan ongeveer 33% worden bekostigd vanuit de spaarvoorziening. De restinvesteringen worden steeds geactiveerd. o Er ontstaat zo een boekwaarde die oploopt tot een maximum van circa € 40 miljoen
•
Scenario financiële afschrijving investeringen in 80 jaar o Er is 20 jaar een jaarlijkse tariefsverhoging van 0,1% nodig. De 20 daar op volgende jaren is een jaarlijkse tariefstijging van 0,3% nodig. Daarna blijft de heffing (exclusief indexatie) gelijk. o In dit scenario is het gemiddeld benodigde jaarlijkse investeringbedrag circa € 2,3 miljoen. o Hiervan kan ongeveer 50% worden bekostigd vanuit de spaarvoorziening. De restinvesteringen worden steeds geactiveerd. o Er ontstaat zo een boekwaarde die oploopt tot een maximum van circa € 25 miljoen
Zoals in onderstaande grafieken naar voren komt leidt een langere afschrijvingsduur van de riolering tot een lager heffingstarief. De langere afschrijving vertaalt zich namelijk in lagere jaarlijkse investeringsuitgaven, die daarmee gemakkelijker voor een groter gedeelte (of zelfs geheel) door spaarbedragen gedekt kunnen worden. Hierdoor worden nieuwe, langjarige kapitaallasten verminderd of zelfs geheel vermeden. Dit voordeel wordt beïnvloed door de rentestanden: bij hogere rentes neemt de spaarruimte in het tarief af (bij onveranderde inkomsten), waardoor er steeds meer nieuwe kapitaallasten (tegen dezelfde hoge rentes) bijkomen.
52
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Afschrijvingtermijn 50 jaar respectievelijk afschrijvingstermijn 80 jaar 50 jaar
80 jaar
Figuur 9 – Alternatief scenario rioolheffing (tarief) gemeente Oisterwijk, 2023 t/m 2101. Bedragen op prijspeil 2023.
50 jaar
80 jaar
Figuur 10 – Alternatief scenario boekwaardeverloop (kapitaallasten vanaf 2023) gemeente Oisterwijk. Bedragen op prijspeil 2023.
53
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
6.2.3
Rioolheffing en risico’s
Bij de interpretatie van de resultaten in dit hoofdstuk dient rekening te worden gehouden met de (actuele) onzekerheden die de rioolheffing zullen beïnvloeden, zoals kostenontwikkelingen van (bouw)materialen, energiekosten, rentestijgingen en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in Figuur 8 weergegeven rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe jaarbegroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Naast deze indexatie moet tenminste de beleidsmatige verhoging behouden blijven voor een kostendekkende rioolheffing. Wanneer het werkelijk aantal eenheden achterblijft, zal het tarief naar rato daarvan extra verhoogd moeten worden, bovenop de indexatie en beleidsmatige verhoging.
54
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
BIJLAGEN • • •
55
Bijlage A – Evaluatie vorige planperiode Bijlage B – Externe lozingspunten Bijlage C – Wettelijk kader
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Bijlage A – Evaluatie vorige planperiode
Evaluatie Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Oisterwijk 2015-2019, tot en met 2022 Op 19-09-2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (v-GRP) 2015-2019 verlengd tot de invoering van de omgevingswet. In dit hoofdstuk evalueren we de uitvoering van het plan, zodat we hieruit lering kunnen trekken voor de nieuwe planperiode. Bij de evaluatie hebben we gebruik gemaakt van de volgende deelvragen: • • • • • •
Wat waren de doelen? Welke werkzaamheden zijn verricht? Hoe is (samen)gewerkt? Wat waren de kosten? Was de personele capaciteit voldoende? Hoe hoog was de rioolheffing?
Wat waren de doelen? In het v-GRP 2015-2019 heeft de gemeente Oisterwijk haar ambitie in samenvattende vorm beschreven in de vorm van de 3 K methode:
Ambitie Kwaliteit • Plannen en investeringen worden (voor zover mogelijk) binnen de regio op elkaar afgestemd; • Het geforceerd behalen van de basisinspanning wordt losgelaten; • De deelnemers dragen bij aan gezamenlijke meet- en monitoringsprogramma’s; • Er is gebruik gemaakt van de gezamenlijke regionale uitgangspunten voor het V-GRP;
Status Binnen Hart van Brabant worden projecten die invloed hebben op de regio afgestemd. Waar verbeteringen worden gezien worden deze zover mogelijk doorgevoerd. Minimaal te behalen grenswaarden worden niet meer gesteld. Meet- en monitoringsprogramma’s worden zo veel mogelijk gezamenlijk uitgevoerd. (o.a. grondwatermeetnet) Ter ondersteuning is met samenwerkende gemeenten binnen Hart van Brabant een blauwdruk PWR opgesteld.
• De doelmatigheidsbesparingen mogen niet leiden tot kwaliteitsvermindering in het functioneren van de (afval)waterketen en de openbare ruimte; • Bij de doelstellingen op het gebied van kwaliteit is duurzaamheid, Bij alle werkzaamheden worden afwegingen in alle vormen, van groot belang; gemaakt tussen duurzaamheid en kostenefficiëntie. Duurzaamheid is hier niet altijd de doorslaggevende factor. • Naast duurzaamheid wordt klimaatontwikkeling meegenomen in Bij alle vervangingen worden er zo veel de afwegingen; mogelijk maatregelen genomen om wateroverlast en verdroging te voorkomen. • De gemeente heeft de ambitie om jaarlijks tussen de 0,5 en 1 % Het geforceerd behalen van deze van het aangesloten verhard oppervlak af te koppelen; basisinspanning wordt losgelaten. Waar mogelijk worden aanpassingen gedaan om regenwater zo efficiënt mogelijk te bergen en te verwerken. • Binnen het kostendekkingsplan wordt rekening gehouden met Bij investeringen wordt uitgegaan van een investeringsbedragen voor klimaatadaptatiemaatregelen. klimaat adaptief ontwerp. Dit wordt standaard gedaan. Er is behoefte aan een modelmatige onderbouwing van geschikte locaties hiervoor 56
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
(een hemelwaterstructuurplan). Klimaatadaptatiemaatregelen worden niet apart van investeringsbedragen begroot. Kosten • De gevolgen van het doelmatig waterbeheer blijven kostenneutraal voor de burger. • De ambitie voor de doelmatigheidsbesparing in de afvalwaterketen is – naar rato van het inwoneraantal – ten minste de landelijke doelstelling van Bestuursakkoord water 2011; • Gemeenten spannen zich in om door heroverweging van voorgenomen verbetermaatregelen doelmatigheidswinst te boeken; • In het operationeel beheer liggen mogelijkheden voor besparingen door samenwerking;
De rioolbelasting is buiten indexering niet verhoogd
Binnen iedere ontwikkeling worden algemene belangen en doelmatigheid overwogen. Eerst waren we zowel bij samenwerkingsverband De Meierij als Hart van Brabant aangesloten. Nu zijn we nog aangesloten bij Hart van Brabant. In de regio hebben we daar de besparingsdoelen gehaald.
• De doelmatigheidswinst wordt benut om de kostenverhogende gevolgen van klimaatontwikkelingen te compenseren; • Iedere deelnemer is autonoom bij de planning en besluitvorming binnen zijn begroting; Kwetsbaarheid (Kracht ontwikkelen) • Wij beperken de nadelige gevolgen van onvoldoende beschikbare menscapaciteit; • Wij zijn ons er van bewust dat vergrijzing en onvoldoende compensatie daarvan door instroom van nieuwkomers op de arbeidsmarkt een ernstige bedreiging is voor de continuïteit van doelmatig waterbeheer in de toekomst; • Wij delen kennis en ervaringen actief;
We wisselen onderling kennis uit. In de regio hebben we een kennistest gedaan in het verleden, om kennis en bekwaamheid in de regio te behouden. In 2018/2019 hebben we hierover sessies gehouden.
• Wij dagen elkaar uit lokaal en regionaal om creatief te blijven werken aan innovatie en ontwikkeling.
Voor de gemeentelijke zorgplichten op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater zijn de doelstellingen geevalueerd in H 3.1.
57
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Werkzaamheden Onderstaande tabellen bieden een overzicht van geplande activiteiten. Bij elke activiteit staat aangegeven of deze is uitgevoerd, in uitvoering of voorbereiding is, is heroverwogen/vervallen of uitgesteld. In het geval de activiteit niet is uitgevoerd staat de reden daarvan vermeld. Legenda: Uitgevoerd In uitvoering In voorbereiding Heroverwogen/niet meer van toepassing Uitgesteld
Activiteiten 2015-2019
Status
Toelichting
PLANVORMING Opstellen Basis Rioleringsplan (BRP)
Vertraging opgelopen door ontbreken revisiegegevens.
Vervangingscyclus riolering van 65 naar 75 jaar
Enkel in financieel opzicht wordt hiermee gerekend. Vervanging in praktijk is afhankelijk van kwaliteit en functie.
Afstemming regionaal (HvB) projecten in de waterketen niet gerelateerd aan de openbare ruimte Uitwerken regionaal (HvB) gezamenlijke teksten V-GRP Uitwerken regionale visie afkoppeling, onderhoud infiltratievoorzieningen enz.
Binnen HvB worden regionale klimaat adaptieve projecten afgestemd. Blauwdruk PWR opgesteld
Samen met andere disciplines wordt gewerkt aan een integrale meerjarenplanning Met name over klimaatadaptatie wordt communicatie versterkt. Riool blijft onderbelicht omdat dit niet wordt beleefd. ONDERZOEK Omdat gebleken is dat de doorlatendheden per locatie behoorlijk kunnen verschillen is van een gemeentebreed onderzoek afgezien. Binnen iedere ontwikkeling wordt de doorlatbaarheid van de grond onderzocht. Hier zijn we nog niet aan toegekomen. Waar het slib niet jaarlijks wordt verwijderd is de noodzaak er wel.
Operationele programma’s Versterken communicatie
Onderzoeken doorlaatbaarheid grond binnen Oisterwijk Onderzoek kwaliteit slib infiltratievoorzieningen Regionaal uitwerken meetnetwerk grondwaterpeilen Meten overstorten en bepalen evt. toekomstige maatregelen
Grondwatermeetnet is gerealiseerd en aangesloten. Overstorten en anderen worden bemeten door het waterschap. Jaarlijks is er overleg met hen over overstortmetingen en te nemen maatregelen. BEHEER & ONDERHOUD
Reiniging riolering cyclus van 7 naar 10 jaar Afronding en implementatie gemalenbeheerprogramma Aankoop en implementatie beheerprogramma gemalen SAM 58
Cyclus, samen met dorp Haaren opnieuw bepaald Aquaview-web is geïmplementeerd Gegevens van gemalen worden beheerd in SAM
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Overgang Xeiz naar GBI-6
Revisiegegevens worden beheerd in GBI VERVANGINGSMAATREGELEN
Dr. Schaepmanplein Valkenierslaan Coolhof Huysackerstraat Kerkackerstraat Kruysackerplein Kruysackerstraat Vervanging drukriolering 2015
Uitgebreid programma in 2022-2023
Burg. Suyslaan Burg. De Keyzerplein Burg. Van Beckhovenstraat Dokter Bolsiuslaan Dokter Desainlaan Juliana Bernhardplein Kerkstraat (Mgt) Vervanging drukriolering 2016
Uitgebreid programma in 2022-2023
Dokter Schrädrelaan Hertog Godfriedlaan Hertog Hendriklaan Apollolaan Vervanging drukriolering 2017
Uitgebreid programma in 2022-2023
Beukendreef Berkenlaan Past. De Louwstraat Vervanging drukriolering 2018
Uitgebreid programma in 2022-2023
Haammakerstraat
Meer prioriteit bij Telstarlaan
Hoefsmidstraat
Meer prioriteit bij Telstarlaan
59
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Nic. Van Eschstraat (ged. CanisusstraatKuiperstraat)
In afwachting van plannen Pro Rail
Waterhoefweg (Relining)
Enkel plaatselijke reparaties
Groenstraat (ged. In plantsoen noordzijde – relining)
Beperkte functie
Vervanging drukriolering 2019
Uitgebreid programma in 2022-2023 FACILITAIR
Implementeren regionale kennis van kostendekkingsplan en wijzingen BBV
Wegens veel personele wijzigingen
Implementeren Incidentenplan
Wordt organisatiebreed gedaan
Bijhouden en delen functionele kennis door cursussen, congressen, seminars
Blijvend
60
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Bijlage B – Externe lozingspunten Bron: concept Basisrioleringsplan gemeente Oisterwijk (ten tijde van het opstellen van dit PWR is dit een parallel traject). Moergestel (inclusief de wijk Oostelvoortjes):
Van de hemelwateruitlaten in Moergestel is geen overzicht beschikbaar. Oisterwijk:
Van de hemelwateruitlaten in Oisterwijk is geen overzicht beschikbaar.
61
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Haaren:
62
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
63
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Bijlage C – Wettelijk kader A) EUROPEES
1.
Europese Kaderrichtlijn Water
B) NATIONAAL
1.
Waterwet (Ww)
2.
Wet Milieubeheer (Wm)
3.
Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater
4.
Lozingen besluit Afvalwater (Wm)
5.
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)
6.
Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)
7.
Basisregistratie Ondergrond
8.
Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)
9.
Nationaal Waterplan 2022-2027
10. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum 11. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 12. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 13. Omgevingswet 14. Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit
NADERE INFORMATIE: ZIE WWW.INFOMIL.NL
64
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
A.1 (EUROPEES) KADERRICHTLIJN WATER (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was. B.1 (NATIONAAL) WATERWET
De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.
Door de Waterwet zijn Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning. Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Waterschap of de Provincie zijn.
65
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: • • • • • • • • •
Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; Stoffen in zee brengen; Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.
B.2 (NATIONAAL)
WET MILIEUBEHEER
De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten. B.3 (NATIONAAL)
ZORGPLICHTEN AFVAL-, HEMEL- EN GRONDWATER
Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2.
De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
66
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. B.4 (NATIONAAL)
LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER
Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren: Bedrijven: Openbaar gebied:
Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozen inrichtingen Besluit lozen buiten-inrichtingen
Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is. Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden.
Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een
67
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen). B.5 (NATIONAAL)
WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: - VROM-wetten Woningwet Gebruiksbesluit Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening - Monumentenwet - Mijnbouwwet - Wet verontreiniging oppervlaktewateren - Flora- en faunawet - Natuurbeschermingswet
(bouwvergunning) (vergunning en melding) (milieuvergunning en meldingsplicht) (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) (monumentenvergunning); (mijnbouwmilieuvergunning); (indirecte lozingen); (ontheffing). (handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten); - Diverse gemeentelijke en provinciale (zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning verordeningen en de aanlegvergunning)
B.6 (NATIONAAL)
WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008)
Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster. B.7 (NATIONAAL)
BASISREGISTRATIE ONDERGROND
Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen. 68
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
B.8 (NATIONAAL)
WET OP DE LIJKBEZORGING EN BESLUIT OP DE LIJKBEZORGING (1991)
In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.
In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven. B.9 (NATIONAAL)
NATIONAAL WATERPLAN 2022-2027
Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2022-2027. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems. B.10 (NATIONAAL) BESTUURSAKKOORD WATER (2011) In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. De ambitie is om vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro te besparen op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: • • • •
69
Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector Cybersecurity binnen de watersector Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Implementatie Omgevingswet in de waterketen.
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
B.11 (NATIONAAL) BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie. B.12 (NATIONAAL) DELTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. B.13 (NATIONAAL) OMGEVINGSWET De Omgevingswet is een integrale wet die de kwaliteit van de leefomgeving borgt en tegelijkertijd ontwikkeling stimuleert. Sleutelbegrippen in de toepassing van de wet zijn eenvoud & efficiency, (integrale) samenwerking, regionaal maatwerk en verbinding naar externe partners. B.14 (NATIONAAL) DRINKWATERWET EN DRINKWATERBESLUIT De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen.
In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. NADERE INFORMATIE?
Nadere informatie over waterbeleid kunt u vinden op: www.helpdeskwater.nl www.infomil.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl
70
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Colofon PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027 OP WEG NAAR EEN WATERROBUUST EN KLIMAATBESTENDIG OISTERWIJK
KLANT Gemeente Oisterwijk AUTEUR Tetje Henstra PROJECTNUMMER 30077541 ONZE REFERENTIE MEYC7745ATNK-984341972-84:1 DATUM 30 mei 2023 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
Kevin Gortmaker Specialist Stedelijk Water en Klimaatadaptatie
71
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 72
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023