Vaststelling Programma Water en Riolering 2023 - 2027 - Bijlage 1 PWR 2023-2027, d.d. 24 mei 2023
Tekst van het document
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Programma Water en Riolering, 2023-2027 Op weg naar een waterrobuust en klimaatbestendig Oisterwijk Gemeente Oisterwijk 30 mei 2023
2
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Contactpersoon TETJE HENSTRA
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
Auteurs: • Kevin Gortmaker • Tetje Henstra
3
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Inhoudsopgave 1
Inleiding
7
1.1
Wat is een PWR en wat regelt het?
7
1.2
Van gemeentelijk rioleringsplan naar omgevingsgericht programma
8
1.3
Raakvlakken
8
1.4
Leeswijzer
9
2
Kaders
10
3
Huidige situatie
13
3.1
Stedelijk watersysteem
13
3.2
Terugblik afgelopen planperiode
16
4
5
Onze opgave en strategie
19
4.1
Onze visie
19
4.2
Onze doelen
20
4.3
Onze speerpunten
20
4.3.1
Bijdragen aan een hoogwaardige openbare ruimte
21
4.3.2
Bijdragen aan een leefbare en inclusieve openbare ruimte
22
4.4
Onze strategie
23
4.4.1
Strategie afvalwater
23
4.4.2
Strategie hemelwater
26
A - Visie
26
B - Hoe gaan we met hemelwater om?
26
C - Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in
29
D - Wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen
29
E - Wateropgave bij afkoppelen
30
F - Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel
31
G - Ontwerpuitgangspunten hemelwatervoorzieningen
31
H - Klimaatdialogen
31
4.4.3
Strategie grondwater
32
4.4.4
Overige zorgplichten in de waterketen
37
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
4.4.5
5
6
Strategie bedrijfsvoering en overig
39
Uitvoeringsagenda en kosten
43
5.1
Gezamenlijk uitvoeringsprogramma
43
5.2
Gemeentelijk uitvoeringsprogramma
43
5.2.1
Planvorming
43
5.2.2
Onderzoek
44
5.2.3
Cyclisch onderhoud/maatregelen
44
5.2.4
Investeringen: vervangings- en verbeteringsmaatregelen
45
5.2.5
Overig
46
5.2.6
Personele middelen
46
Financiële middelen
47
6.1
Uitgangspunten
47
6.2
Kostendekkingsplan
48
6.2.1
Kostendekkingsplan op basis van financiële afschrijvingstermijn vrijvervalriolering van 50 jaar
49
6.2.2
Vergelijk met alternatief scenario: financiële afschrijvingstermijn vrijvervalriolering van 80 jaar
52
6.2.3
Rioolheffing en risico’s
54
Bijlagen • • •
Bijlage A – Evaluatie vorige planperiode Bijlage B – Externe lozingspunten Bijlage C – Wettelijk kader
Colofon
6
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
71
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
1
Inleiding
Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Zo hebben de riolering en de drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw de kans op ziektes fors teruggebracht, waardoor de levensverwachting aanzienlijk is gestegen. Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank‐ of wateroverlast optreedt, krijgt riolering aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de inwoners voorbij. Toch verrichten we dagelijks veel inspanningen om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Zoals iedereen wel merkt vanuit de berichtgeving komt hevige neerslag steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering, net als langere perioden van droogte. Naast de huidige, vaak ondergrondse en kostbare oplossingen, willen we ook de bovengrondse openbare ruimte benutten om tijdelijk grote hoeveelheden regenwater op te vangen en gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewater, de ondergrond of een andere omgeving. Ons doel is een klimaatadaptief systeem, zowel voor droge als natte extremen. Omdat de onder- en bovengrondse infrastructuur met elkaar verweven zijn is het van belang om goede beleidsafwegingen te maken op het terrein van het beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. Met de komst van de Omgevingswet staat een gezonde fysieke leefomgeving centraal.
Met deze wet kunnen we vanuit een krachtige visie op de leefomgeving via juridische instrumenten en programma’s toewerken naar het wensbeeld. Sinds 1 januari 2021 is de gemeente Haaren, bestaande uit de dorpen Haaren, Helvoirt, Esch en Biezenmortel opgesplitst en is het dorp Haaren bij de gemeente Oisterwijk toegevoegd. Dit brengt nieuw areaal en aandachtspunten met zich mee. In dit Programma besteden we hier geen expliciete aandacht aan, maar is dit integraal meegenomen.
1.1
Wat is een PWR en wat regelt het?
Het Programma Water & Riolering (PWR) is een beleidsplan/uitvoeringsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten weergeeft (zie onderstaand kader). Met de term programma lopen we alvast vooruit op de Omgevingswet, waarbij uiteindelijk drie planvormen ontstaan, de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. In dit programma laten we zien wat we willen bereiken, hoe we daar beleidsmatig uitwerking aan geven en wat we gaan doen. Dit PWR is een dynamisch document. Evaluatie van de voortgang en eventuele tussentijdse bijstelling van het programma vindt jaarlijks plaats en wordt aangepast naar gelang behoefte. Onderstaand lichten we de gemeentelijke zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater toe. ZORGPLICHT AFVALWATER (Wet milieubeheer artikel 10.33) Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater naar de zuivering van het waterschap. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat in het buitengebied doelmatig is.
Bedrijfsafvalwater, dat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering. ZORGPLICHT HEMELWATER (Waterwet artikel 3.5) De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren b.v. omdat infiltratie niet mogelijk is en er geen oppervlaktewater in de buurt aanwezig is.
7
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
ZORGPLICHT GRONDWATER (Waterwet artikel 3.6) Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. Kader: Gemeentelijke waterzorgplichten
1.2
Van gemeentelijk rioleringsplan naar omgevingsgericht programma
In de vorige planperiode heette dit plan het Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (v-GRP). Na het van kracht worden van de Omgevingswet is het v-GRP niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar moeten elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -plan en -programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen, is in verband met het aflopen van het huidige v-GRP besloten om een nieuw plan op te stellen. Het rioleringsplan is een effectief planinstrument om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. Verder vormt het plan nog steeds een goede onderbouwing voor de rioolheffing, en als onderdeel van de begroting is het wettelijk verplicht om een onderbouwing hiervoor te hebben.
1.3
Raakvlakken
Omgevingswet Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit PWR is de komst van de Omgevingswet. Deze wordt naar huidige verwachting per 1 januari 2024 van kracht. De Omgevingswet stelt, veel meer dan de traditionele ruimtelijke ordening, de fysieke omgeving centraal. Leefbaarheid en gezondheid spelen hiermee een meer nadrukkelijke rol in de belangenafweging tussen mobiliteit, water, groen, bebouwing etc. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2024 komt de verplichting tot het opstellen van planinstrumenten te vervallen. Naar verwachting zal de planvorm vanaf deze datum geleidelijk overgaan in een programma dat naast de andere programma’s invulling geeft aan de Omgevingsvisie. Met de komst van de Omgevingswet worden regels vastgelegd in een Omgevingsplan. De kern van de Omgevingswet gaat over ruimte geven (loslaten en vertrouwen) en over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet beoogt meer ruimte te geven voor ideeën van initiatiefnemers. Het maakt niet uit of de gemeente, een bewoner, ondernemer, projectontwikkelaar of maatschappelijke organisatie het initiatief neemt. De Omgevingswet geeft meer ruimte om lokale afwegingen te maken en om de belangen van direct betrokkenen in die afwegingen te betrekken door middel van participatie.
De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar schrijft bewust niet voor hoe dat moet. Dit geeft ons als gemeente de ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past binnen de lokale context. In dit PWR hebben we geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet door rekening te houden met de beoogde opzet van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De Visie Openbare Ruimte In onze Visie op de openbare ruimte beschrijven we hoe we met de bouwstenen ‘een hoogwaardige openbare ruimte’, ‘een leefbare openbare ruimte’, en ‘een inclusieve openbare ruimte’ onze openbare ruimte in willen richten. In dit PWR sluiten we op deze bouwstenen aan. Hierdoor ontstaan nog meer dan voorheen raakvlakken met andere beleidsvelden die bijdragen aan de ruimtelijke inrichting.
8
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de kaders en verantwoordelijkheden van waterpartners die relevant zijn voor dit PWR. Hoofdstuk 3 van dit PWR bevat een beeld van de toestand van het stedelijk watersysteem en de mate waarin wordt voldaan aan de korte- en lange termijn doelen. Dit beeld brengt de aandachtspunten in beeld voor de komende planperiode en vormt het vertrekpunt voor het bepalen van de ambitie en de koers. In hoofdstuk 4 geven we op strategisch niveau invulling aan de zorgplichten en beschrijven we de speerpunten voor de komende planperiode inclusief een ambitie en strategie. De voorgenomen acties en (gebiedsgerichte en gezamenlijke) maatregelen voor het thema (stedelijk) water en de bijbehorende financiële middelen zijn opgenomen in hoofdstukken 5 (uitvoeringsagenda) en 6 (middelen) van dit PWR.
9
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
2
Kaders
Bij het invullen van de zorgplicht riolering hebben we te maken met verschillende taken en bevoegdheden van de diverse waterpartners en nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen waar we op willen anticiperen. De kaders in dit hoofdstuk vormen het speelveld om te komen tot een doelmatig uitvoeringsprogramma. Taken en bevoegdheden De zorg en verantwoordelijkheid voor het water is in handen van gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid. De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit PWR zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Algemene lozingenbesluiten. In bijlage B is een overzicht van relevante wetgeving opgenomen. De taken en bevoegdheden van waterketenpartners zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 1: Taken en bevoegdheden waterketenpartners
Actor Europa
Taken en bevoegdheden Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden.
Rijk
Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie. Het Rijk is opsteller van het Nationaal Waterprogramma 2022-2027. Het Nationaal Waterprogramma vormt de rode draad voor het behalen van omgevingswaarden en andere doelstellingen uit de KRW. Volgens Omgevingsbesluit artikel 8.14 dient het programma elke zes jaar geactualiseerd te worden door het Rijk.
Provincie Noord Brabant
De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP), conform artikel 3.8 uit de Omgevingswet. Hierin zijn de EU-richtlijnen zoals de KRW en de Grondwaterrichtlijn (GWR) geïmplementeerd. De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Industriële onttrekkingen > 150.000 m3 • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning • Bodemenergiesystemen (Warmte koude opslag systemen) De provincie kan een aanwijzing geven indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het PWR en de provinciale plannen. De provincie is opsteller van de Brabantse Omgevingsvisie (2018).
Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat heeft de regiefunctie over drie belangrijke netwerken: het hoofdwegennet, vaarwegennet en hoofdwatersysteem. Ten aanzien van wateren beheert Rijkswaterstaat in de praktijk de oppervlaktewaterlichamen, inclusief kunstwerken en waterkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk. Dit behelst waterkwaliteitsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en waterstaatkundig beheer.
Waterschap De Dommel
Het waterschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. De visie hierop en de bijhorende maatregelen zijn beschreven in Waterbeheerplan 2022-
10
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
2027. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet verandert dit in het Waterbeheerprogramma en moet bij de vaststelling rekening gehouden worden met het Regionale Waterprogramma. Het waterschap heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en naar het oppervlaktewater. Voor de regulering van indirecte lozingen (naar het riool) heeft het waterschap een adviserende rol naar gemeenten. Het waterschap heeft eveneens een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen o.a. middels algemene regels, verordeningen en een Watervergunning. Het waterschap is ook verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties in haar beheergebied, met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Hierbij wordt o.a. toegezien op een hydrologisch neutrale of positieve inpassing van ontwikkelingen. De resultaten hiervan worden vastgesteld in de waterparagraaf. Ten aanzien van het PWR heeft het waterschap een adviserende rol. Brabant Water
Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. Brabant Water zorgt ervoor dat er schoon drinkwater uit de kraan komt. Daarnaast kan Brabant Water zorg dragen voor het (fysiek) inrichten, beheren en onderhouden van grondwatermeetnetten.
Gemeente
De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: • • •
Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk (Wm art. 10.33) Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen (Ww art. 3.5) Treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ww art.3.6)
Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten en de Wet Activiteitenbesluit milieubeheer. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water houdt de gemeente rekening met de wettelijke voorkeursvolgorde. Volgens de wet hebben gemeenten een belangrijke taak in het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken/ WIBON) en het beschikbaar stellen van gegevens over de ondergrond. In het kader van het Besluit op de lijkbezorging hebben gemeenten een toetsende rol in de ontwatering van begraafplaatsen. Perceeleigenaar
11
De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige hemel- en grondwater, is er een taak voor de gemeente of waterschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren.
Omgevingswet Onder de Omgevingswet verhuizen regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. De rijksoverheid zorgt voor een pakket regels dat automatisch onderdeel uitmaakt van het gemeentelijke omgevingsplan of de waterschapsverordening. Deze regels heten de bruidsschat. Gemeenten en waterschappen krijgen dankzij de bruidsschat de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen. Bij de activiteiten die onder de Omgevingswet van rijksregels naar lokale regels verhuizen, gaat het vooral om lokale vraagstukken. Denk hierbij aan geur, horeca of lozingen van huishoudens. De gemeenten en waterschappen besluiten voortaan zelf hoe ze die onderwerpen regelen. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten en waterschappen bruidsschatbepalingen van het omgevingsplan en de waterschapsverordening wijzigen en laten vervallen. Het gaat namelijk om regelgeving die niet meer van het Rijk is.
12
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
3
Huidige situatie
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het areaal, de toestand en het functioneren van het Oisterwijkse stedelijk watersysteem.
3.1
Stedelijk watersysteem
Het rioolnetwerk van de gemeente Oisterwijk bestaat uit 209 km vrijvervalriolering en 101 km drukriolering. Het rioolnetwerk bestaat uit twee soorten rioolstelsels: afvalwaterafvoer en hemelwaterafvoer. Het afvalwaterafvoerstelsel bestaat voor 134 km uit gemengde riolering, 28 km uit vuilwaterriolering, en 101 km uit drukriolering. Het hemelwaterafvoerstelsel beslaat 47 km.
Figuur 1: Riolering in gemeente Oisterwijk
De belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem worden nog eens op een rij gezet in de onderstaande tabel: Tabel 2: Overzicht voorzieningen stedelijk watersysteem gemeente Oisterwijk
Voorziening
Gemeente Oisterwijk
Inzameling
• •
Kolken hemelwaterriolering Kolken gemengde riolering
Afvoer (vrij verval) • Gemengde riolering • Vuilwaterriolering • Hemelwaterriolering • Overstortputten (verbeterd) gemengde riolering (intern en extern) • Hemelwateruitlaten (verbeterd) gescheiden riolering Afvoer (mechanisch) • Drukriolering/persleidingen • Drukriool-pompunits 13
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
4.689 Stuk 13.424 Stuks + 98 handkolken Totaal 209,1 Km 133,8 Km 27,9 Km 47,4 Km 26 Stuks 25 Stuks 107 Stuks uitlaat/lozingswerk 101,2 Km 44 Stuks
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Voorziening
Gemeente Oisterwijk
• Rioolgemalen Bergingsvoorzieningen • Randvoorzieningen • Bijzondere (hemelwater)voorzieningen (bijv. wadi’s) Meetpunten • Grondwater • Oppervlaktewater
18 Stuks 5 Stuks 48 Stuks
61 Stuks 564 stuks
Een overzicht van de externe lozingspunten (gemengde overstorten en hemelwateruitlaten) is opgenomen in Bijlage B. Kwaliteitstoestand riolering De leeftijdsopbouw van ons vrijvervalstelsel is relatief gespreid. De algehele toestand van onze riolering is redelijk tot goed. Met een grootschalige video-inspectie van onze putten is in 2020 meer inzicht hierin gekregen. Aan de hand hiervan stellen we een meerjarenplanning op voor onderhoud.
Figuur 2: Leeftijdsopbouw vrijvervalstelsel
Functioneren bij extreme neerslag In het BasisRioleringsPlan wordt berekend hoe het rioolstelsel van de gemeente Oisterwijk functioneert bij extreme neerslag. Bij een extreme neerslagbui van 70 mm in 1 uur komen onderstaande resultaten voor water op straat in de kernen Oisterwijk en Moergestel naar voren. Vanuit praktijkervaring is de rotonde LaarakkerwegHaarenseweg een overlastlocatie die onder water kwam te staan. Na aanpassing van het stelsel in Kerkhoven is dit niet meer voorgekomen.
14
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Voor de kern Haaren komt uit de modelvalidatieberekening van 2016 het volgende water-op-straat beeld naar voren:
Figuur 3: Water op straat vanuit gemengd stelsel bij bui 10, kern Haaren
15
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
3.2
Terugblik afgelopen planperiode
Het vorige verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP 2015-2019) is verlengd tot en met 2022. Hieronder volgt de samenvatting van de terugblik op de afgelopen planperiode. Daarin komen de volgende aspecten naar voren: • • • •
Wat waren de doelen en hoe is daaraan gewerkt? Hoe is samengewerkt? Was de personele capaciteit voldoende? Wat was de ontwikkeling van de rioolheffing?
Een uitgebreide evaluatie is weergegeven in Bijlage A. Wat waren de doelen en hoe is daaraan gewerkt? Op onze zorgplichten hebben we doelen geformuleerd. In onderstaande tabel is toegelicht wat de status hiervan is.
Doel
Status
Afvalwater Wij willen een duurzame en doelmatige inzameling, afvoer en Blijvend doel. zuivering realiseren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke De efficientie wordt ten tijden van het kosten. Het inzamelen en transporteren van afvalwater doen we, opstellen van dit plan getoetst en mogelijke vanuit hygiënisch oogpunt (volksgezondheid), adequaat. Emissies verbetermaatregelen worden onderzocht in naar bodem, lucht en oppervlaktewater en overlast voor burgers een Basis rioleringsplan (BRP) voorkomen of beperken we zoveel mogelijk. Hemelwater Waterneutraal bouwen is een uitgangspunt. Voor zover burgers en Hoe om te gaan met hemelwater is bedrijven redelijkerwijs niet zelf het hemelwater kunnen vastgelegd in de verordening hemelwater en verwerken, willen wij aan de slag met een duurzame en grondwater 2018. Na ervaringen hiermee is doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. Dit tegen deze herzien tot “Verordening hemelwater en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. In de verwerking van grondwater 2022”. Ons doel van hemelwater zien we een taak voor overige voorzieningen in de waterneutraal bouwen wordt hier in openbare ruimte inclusief het (regionale) watersysteem. Transport overtroffen door bij en berging van hemelwater over/op straat “tussen de banden” omgevingsvergunningsplichtige activiteiten vinden we acceptabel.
Belangrijke voorwaarde is dat dit beperkt ook voor herstructerering voor alle verhard blijft, niet te lang aanhoudt en dat gebieden met een belangrijke oppervlak op het perceel 60mm/m2 aan economische of veiligheidswaarde niet worden belemmerd. We waterberging te eisen. willen niet dat water woningen en andere gebouwen binnenstroomt, of op andere wijze materiële schade tot gevolg We hebben enkele locaties waar water op heeft. straat voorkomt. In 2021 hebben een beperkt aantal overstorten naar het oppervlaktewater plaatsgevonden. Deze worden jaarlijks met het waterschap geevalueerd. Er zijn diverse efficientie maatregelen genomen. Grondwater Met het aanbrengen van een We streven na dat de grondwaterstanden, binnen de gestelde grondwatermeetnet welke digitaal bemeten randvoorwaarden, op natuurlijke wijze kunnen fluctueren. Er mag wordt, zijn we in staat gesteld geen overlast ontstaan als gevolg van structureel te hoge of te grondwaterstanden te monitoren. Over enkele lage grondwaterstanden. Het grondwaterbeleid is gericht op een jaren kunnen hieruit de resultaten van hydrologisch neutrale inrichting. Als grondwater wordt verplaatst, genomen maatregelen worden gehaald. heeft het de voorkeur dit op een geschikte locatie weer in de bodem te infiltreren. Alleen waar infiltratie niet mogelijk is voeren In de hemelwater- en grondwaterverordening we water af naar oppervlaktewater.
Afvoeren via de riolering naar 2018 en 2022 is opgenomen hoe om te gaan een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) is geen optie. We met lozingswater uit bronneringen. beschikken over voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding om meldingen en klachten zorgvuldig en adequaat af te handelen. Structurele grondwaterproblemen op nieuwbouwlocaties worden voorkomen door in de wijze van bouwen en bouwrijp maken rekening te houden met de geohydrologische situatie. 16
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
De activiteiten en maatregelen zoals opgenomen in het vorige vGRP zijn veelal uitgevoerd. Eventuele toelichting hierover staat in Bijlage A. Met het verlengen van dat vGRP is het uitvoeringsprogramma in Bijlage 8 losgelaten. We zijn meer gaan investeren in straten waar het nodig bleek te zijn op basis van de kwaliteit van het stelsel. Aanvullend op de voorziene activiteiten in het vorige plan hebben we de volgende activiteiten/maatregelen uitgevoerd: • • • • • • • • • • •
Ontwikkeling KVL-terrein (inbreidingsplan). Ombouw naar gescheiden stelsel. Het voorheen VGS-stelsel in industrieterrein Kerkhoven is omgebouwd naar volledig gescheiden stelsel. Grondwatermeetnet geïnventariseerd, ontworpen en geautomatiseerd aangelegd. Achterstallig onderhoud gemalen verholpen en onderhoudsregiem verwerkt in werkomschrijving voor minigemalen. Rioolvervanging en reconstructie Peperstraat. Rioolvervanging en reconstructie Telstarlaan. Rioolreparatie (relining) Terburghtweg. Koploperstafel ingesteld met vertegenwoordigers van scholen, woningbouwvereniging, bedrijven en maatschappelijke instellingen voor lokale samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie. Vaststellen in collegebesluit maairegiem sloten en verantwoordelijkheden duikers. Opstellen en vaststellen hemelwater verordening 2022. Verwijderen rioolwater bergingszak Het Brieltje
Hoe is samengewerkt? Met de ondertekening van het Bestuursakkoord Water (2011) hebben het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven verklaard dat zij intensief met elkaar gaan samenwerken in de (afval)waterketen. Deze samenwerking moet leiden tot kostenbesparing, kwaliteitsverbetering, vermindering van de kwetsbaarheid en kennisuitwisseling. In de afgelopen planperiode is samengewerkt in de regio Hart van Brabant (bestaande samenwerking regionaal) en de Meierij (al langer bestaande samenwerking op zuiveringsgebied en doorvoer beken). De toegevoegde waarde om aan beide samenwerkingen deel te nemen bleek echter beperkt. Met de samenwerking Hart van Brabant was meer verbondenheid dan met de Meierij. In februari 2019 is besloten afscheid te nemen bij de Meierij en verder te gaan met de samenwerking Hart van Brabant. In Hart van Brabant is ervoor gekozen om een Regionale Energie en Klimaat Strategie op te stellen. Oisterwijk neemt deel aan de werkgroep klimaatadaptatie. Deze samenwerking verloopt voorspoedig. De gemeente draagt haar grondwatermeetnet in beheer en onderhoud over aan Brabant Water en Waterschap De Dommel. De samenwerking verloopt goed. Het waterschap en de gemeente stemmen jaarlijks het functioneren van de overstorten en eventuele optimalisaties met elkaar af.
Bij de samenwerking wat betreft het watertoetsproces is tijdige betrokkenheid van beide partijen een aandachtspunt, om zo aan de voorkant met elkaar te kunnen afstemmen. De interne samenwerking met afdelingen binnen de gemeente verloopt goed. We hebben een integrale meerjarenplanning opgesteld waarbij ook groen en wegen zijn aangehaakt. Was de personele capaciteit voldoende? Door personele wisselingen, krapte op de arbeidsmarkt en uitval is de personele capaciteit onvoldoende gebleken. Er is een kleine achterstand opgelopen in gegevensbeheer en renovatie. Met tijdelijk twee rioolbeheerders en inzet van externe aannemers maken we hiervoor een inhaalslag.
17
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Hoe hoog waren de inkomsten uit de rioolheffing? In onderstaande tabel zijn de werkelijke inkomsten vanuit de rioolheffing weergegeven. Incidenteel zijn ook inkomsten ontvangen via leges voor rioolaansluitingen. Deze zijn buiten dit overzicht gehouden. In 2020 zijn er hogere inkomsten doordat ook recreatieparken (gedeeltelijk) rioolheffing zijn gaan betalen. De werkelijke inkomsten zijn geïndexeerd en bevatten in 2021 de uitbreiding van de gemeente met een deel van de gemeente Haaren. Jaar
Werkelijke inkomsten
2015
€ 2.454.000
2016
€ 2.562.204
2017
€ 2.483.582
2018
€ 2.446.060
2019
€ 2.501.000
2020
€ 2.704.391
2021
€ 3.157.537
18
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
4
Onze opgave en strategie
In dit hoofdstuk bespreken we achtereenvolgens onze visie, doelen, onze ambities en strategieën in relatie tot het uitvoeren van onze zorgplichten.
4.1
Onze visie
De riolen die we nu aanleggen blijven nog tientallen jaren liggen, daarom moeten we nu goede keuzes maken. We handelen daarom vanuit onderstaand toekomstperspectief op de waterketen, stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterketen We voeren de zorg voor de waterketen zo uit dat we de volksgezondheid beschermen en schade aan het milieu voorkomen. Er bestaat hiervoor al een omvangrijk stelsel aan riolering, dat we goed beheren. Waar nodig leggen we nieuwe voorzieningen aan. We werken goed samen met andere partijen en binnen onze eigen organisatie werken we integraal. Zo creëren we een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. Stedelijk afvalwater Om te voorkomen dat meer afvalwater ontstaat, houden we afvalwater zoveel mogelijk gescheiden van schoon water. Hiervoor volgen we de trits ‘schoonhouden-scheiden-zuiveren’. Het waterschap haalt bij de zuiveringsinstallatie(s) steeds meer reststoffen uit het (afval)water om deze opnieuw te gebruiken als grondstof. Ook wint het waterschap energie terug uit het afvalwater. Met onze riolering en het uitvoeringsbeleid dragen we bij aan een goed functioneren van de zuiveringsinstallatie. Hemelwater Gemeente, waterschap en perceeleigenaar hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor het hemelwater. Bij de verwerking van hemelwater volgen we als gemeente de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’.
Het heeft de voorkeur om water vast te houden in het gebied waar het is gevallen, en daar te infiltreren naar het grondwater. Daar waar dit niet kan, bergen we regenwater bij voorkeur in waterpartijen of bovengronds. Bij de aanleg van verhard oppervlak houden we er rekening mee dat ook extreme buien moeten kunnen worden opgevangen; we gaan daarbij uit van een robuuste aanleg, zodat we niet over enkele jaren constateren dat we opnieuw zijn ingehaald door klimaatverandering. We stellen eisen om in (of in de directe nabijheid van) de nieuwe ontwikkeling waterberging aan te brengen, waar mogelijk in combinatie met vergroening. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het risico op wateroverlast, concreet betekent dit dat we kijken welke functie op welke plek past. Via maatwerk wegen we de impact en eventueel benodigde maatregelen van nieuwe functies op het water- en bodemsysteem af. We houden bij onze werkzaamheden in de bovengrond ook rekening met droogte en hittestress, zodat we tegelijkertijd op meerdere fronten effect sorteren. Waar mogelijk sturen we op het combineren van watergerelateerde maatregelen met groenmaatregelen (en hiermee ook biodiversiteit). Zo slaan we meerdere vliegen in één klap. De huidige opgaven zijn te groot om deze als overheid alleen te kunnen oppakken. De oplossingen zijn niet alleen via de openbare ruimte te realiseren.
Daarom zoeken we verbinding met onze inwoners, bedrijven, lokale en regionale partners. We betrekken deze actoren bij onze werkzaamheden, van informerend tot adviserend tot meebeslissend. Per situatie bekijken we wat een passende manier van betrekken/participeren is. Grondwater Grondwater willen we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier laten functioneren. Het grondwatermeetnet in onze gemeente geeft inzicht in de grondwaterstanden. We zetten in op het voorkomen van structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voor de bebouwing in onze gemeente. We hebben de risicogebieden in beeld en nemen maatregelen waar deze doelmatig zijn. Veelal betekent dit dat we pas maatregelen nemen als er ook andere 19
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
maatregelen in de openbare ruimte plaatsvinden zoals bijvoorbeeld bij vervanging van de riolering en aanleg van regenwaterriolen. Naast grondwateroverlast krijgen we ook steeds meer te maken met de gevolgen van verdroging en lage grondwaterstanden. Voor onder andere droogtebestrijding dient bij alle omgevingsvergunningsplichtige activiteiten ook in het buitengebied water vastgehouden en geïnfiltreerd te worden.
4.2
Onze doelen
Vanuit de wettelijke watertaken delen we verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het woonen leefmilieu. De voorzieningen voor stedelijk afvalwater, regen- en grondwater dragen bij aan de bescherming van de volksgezondheid, droge voeten en schoon water en een schone (water)bodem. Voor de komende planperiode vertalen we de langetermijnvisie en bijbehorende lange termijn doelstellingen door naar de volgende doelstellingen: Stedelijk afvalwater • Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater. • Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving. • Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater. Hemelwater • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. • Beperken van het risico op wateroverlast. • Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater. • Bijdragen aan klimaatadaptatie. Grondwater • Voorkomen van structurele grondwateroverlast en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied of object. • Bijdragen aan gebiedsgericht grondwaterbeheer. • Bijdragen aan klimaatadaptatie. Drinkwater • Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen. Oppervlaktewater • Borgen bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater. • Bijdragen aan het verhogen van de waterbeleving. • Bijdragen aan klimaatadaptatie.
4.3
Onze speerpunten
We continueren onze planmatige taken om de zorgplichten te vervullen. In hoofdstuk 4.4 lichten we onze strategieën daarvoor toe. Daarnaast hebben we specifieke speerpunten waar we onze in deze planperiode op richten. Dit zijn de bouwstenen zoals opgenomen in onze Visie openbare ruimte: • • •
Een hoogwaardige openbare ruimte Een leefbare openbare ruimte Een inclusieve openbare ruimte
Hieronder beschrijven we onze bijbehorende ambities bij deze bouwstenen. De strategieën om deze ambities te realiseren zijn opgenomen in hoofdstuk 4.4.
20
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
4.3.1
Bijdragen aan een hoogwaardige openbare ruimte
Het klimaat is aan het veranderen. Dat leidt o.a. tot zwaardere buien, een toename van warme dagen en langdurig droge perioden en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem en de openbare ruimte, aan de waterketen en aan de omgeving om droge voeten en een leefbare omgeving te behouden. Klimaatadaptatie is het proces waardoor we, als samenleving, de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor we profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ligt hierbij de focus op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, hittestress en droogte. Ook is er een toenemende aandacht voor behoud van biodiversiteit. Rijk en decentrale overheden hebben met betrekking tot klimaatadaptatie afgesproken zich tijdig aan te passen aan de (versnelde) klimaatverandering om schade te beperken en kansen te pakken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is de ambitie opgenomen om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Dat betekent dat alles wat we nu aanleggen ingericht moet zijn op een duurzame toekomst. Zo maken we ook bewuste keuzes over toe te passen materialen: hoogwaardige materialen met een lange levensduur hebben onze voorkeur.
Ontwikkelingen in relatie tot materiaalinnovatie houden we bij, zodat we onze keuzes baseren op de meest actueel beschikbare informatie.
Ambitie Onze ambitie met betrekking tot een duurzame (waterrobuuste en klimaatbestendige) leefomgeving is om (binnen de reikwijdte van de gemeentelijke watertaken) onze bijdragen te continueren aan klimaatthema’s van wateroverlast, droogte, hittestress en aan biodiversiteit. Dit doen we door initiatieven te nemen en mee te werken aan maatregelen die helpen tegen wateroverlast en/of droogte. Tevens werken we mee aan het tegengaan van hittestress en bevordering van biodiversiteit. In 2050 zijn we klimaatbestending en waterrobuust ingericht.
Voor een hoogwaardige openbare ruimte willen we schade als gevolg van water op straat zoveel mogelijk voorkomen. Daarom hebben we een strategie opgesteld met ingrijpmaatstaven. Ook zorgen we dat calamiteitenroutes bij extreme neerslag zoveel als mogelijk begaanbaar blijven, en indien dit niet haalbaar is onderzoeken we alternatieve routes. Daarnaast zetten we komende planperiode in op het ontharden (en vergroenen) van de openbare ruimte. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor het combineren van functies zoals bijvoorbeeld waterberging met een speelfunctie. Om een hoogwaardige openbare ruimte te creeën is vanuit waterbelangen de locatiekeuze van ontwikkelingen relevant. Ook het Rijk onderkent dit en stelde de kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’ op:
21
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Water en Bodem sturend Het kabinet wil water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dat heeft de ministerraad besloten, op voorstel van minister Harbers en staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Om bij de inrichting van Nederland meer rekening te houden met water en bodem heeft het kabinet 33 structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Dit is maatwerk, want er zijn grote verschillen tussen de gebieden. Een aantal voorbeelden van deze keuzen die ook voor Oisterwijk relevant zijn: • • •
We creëren ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in onze ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. We passen de maatlat voor een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwde omgeving toe. Er komen afspraken om de bodem minder te bedekken. Denk bijvoorbeeld aan minder stenen in de stad. Minder bodemafdekking zorgt voor een gezondere bodem, minder hitte en minder wateroverlast.
Vanuit water belangen zullen we kritischer zijn danwel zijn we terughoudend met een positief advies over geschikte ontwikkellocaties. Bij nieuwe ontwikkellocaties zorgen we daarnaast voor een klimaatadaptieve inrichting met betrekking tot de verwerking van hemelwater (zie H4.4.2 voor verdere uitwerking).
4.3.2
Bijdragen aan een leefbare en inclusieve openbare ruimte
De afgelopen planperioden hebben we de samenwerking opgezocht binnen de waterketen en het watersysteem. Dit heeft geleid tot afstemming van maatregelen, uniformering en leren van elkaars kennis en kunde. Met de toenemende aandacht voor klimaatadaptatie neemt de interactie tussen onder- en bovengrond verder toe. Hierdoor krijgen we in toenemende mate te maken met partijen die in de openbare ruimte actief zijn. Dit vraagt om een omgevingsgerichte werkwijze, waarbij we bij elke bovengrondse ingreep een belangenafweging maken waarin water een rol van betekenis speelt. We blijven komende tijd samenwerken met de belanghebbende partijen.
Ambitie Onze ambitie is om integraal te (blijven) werken. In het nastreven van onze (gezamenlijke) doelen sturen we voortdurend op synergie tussen de werkzaamheden in de waterketen, de ondergrond én de bovengrond. We zoeken de samenwerking op met o.a. nutsbedrijven, woningcorporaties, gebouweigenaren, andere beheerders in de openbare ruimte en particulieren. Door samen te werken in de waterketen kunnen we kosten besparen, de kwaliteit verbeteren, de kwetsbaarheid verminderen, kennis uitwisselen en effectiever inspelen op klimaatverandering. We streven ernaar als gemeente Oisterwijk de komende jaren nog leefbaarder en klimaatbestendigder te maken. Dit kan de gemeente niet alleen. Als gemeente geven we het goede voorbeeld, maar we hebben ook onze inwoners en ondernemers nodig. Een groot deel van Oisterwijk is particulier eigendom, daarom krijgt inwonersactie een steeds belangrijkere rol op het gebied van klimaatadaptatie. Samen met inwoners en ondernemers kunnen wij onze leefomgeving verbeteren door bijvoorbeeld hemelwater op eigen terrein te bergen, daken te vergroenen, tegels er uit de
22
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
tuin te halen en meer water in de wijk vast te houden. De komst van de Omgevingswet stimuleert en faciliteert dit proces van samenwerking.
Ambitie We hebben de ambitie om participatie en communicatie in te zetten bij het invullen van onze wateropgaven en andere activiteiten uit onze uitvoeringsprogramma’s. In (potentiële) wateroverlastgebieden en gebieden met gunstige condities voor hemelwaterinfiltratie betrekken we inwoners en ondernemers actief. Bij nieuwe ontwikkelingen dagen we inwoners en ondernemers uit om op het gebied van (hemel-)water de omgeving een impuls te geven. Ook in onze Visie Openbare Ruimte hebben we de ambitie opgenomen om actief en laagdrempelig over onze eigen initiatieven te communiceren en stimuleren we inwoners om actief mee te doen.
4.4
Onze strategie
Met dit PWR dragen we bij aan de volgende omgevingsgerichte lange termijn-doelstellingen: • Bescherming van de volksgezondheid; • Droge voeten (bebouwd gebied); • Schoon water en een schone (water)bodem. In het navolgende zijn de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen. Hierbij is de strategie voor onze speerpunten geïntegreerd. Ook de strategie drinkwater en oppervlaktewater zijn hier beschreven.
4.4.1
Strategie afvalwater
ZORGPLICHT AFVALWATER Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig kunnen verzorgen en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater volgens geldende normen. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, dat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering.
Inzamelen en verwerken van afvalwater Nieuwe afvalwaterlozers dienen te voldoen aan de regels van de lozingenbesluiten. Bij ontwikkelingen waarbij door functiewijzing er meer belasting van afvalwater op het stelsel komt betaalt de ontwikkelaar eventuele meerkosten voor de verwerking. In het buitengebied sluiten we kleinschalige nieuwbouw aan op drukriolering. Lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de afvoercapaciteit van het ontvangende stelsel getoetst. Eventuele nodige aanpassingen komen voor rekening van de initiatiefnemer. In onze aansluitverordening willen we de kosten voor aansluiten van nieuwe lozers op vrijvervalriolering gaan standaardiseren. Komende planperiode onderzoeken we welk bedrag hiervoor doelmatig is. Doordat een deel van de voormalig gemeente Haaren nu onderdeel is geworden van gemeente Oisterwijk, bevinden zich in onze gemeente nu een aantal IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater). De zuiverende werking van IBA’s kan niet worden gegarandeerd, daarom worden nieuwe IBA’s niet toegestaan. Zie hiervoor ook onze Aansluitverordening riolering 2023. 23
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
Voor nieuwe ontwikkelgebieden wordt water gescheiden ingezameld. Bij nieuwe lozingsaanvragen hanteren we onderstaande leidende principes: 1. Voor het bepalen van de lozingsroute dient de voorkeursvolgorde te worden aangehouden. 2. Het geloosde afvalwater mag aantoonbaar geen extra risico’s opleveren met betrekking tot aantasting van de riolering. 3. Om ruimte in het systeem te houden kunnen we als gemeente een aanvraag weigeren en/of een gebufferde lozing vereisen. 4. Potentiële bedrijfsmatige afvalwaterlozers dienen aan te tonen welke risicobeheersmaatregelen zij treffen voor het geval er zich calamiteiten voordoen in het bedrijfsproces (waterkwaliteit/-kwantiteit). Als gemeente staan we open voor innovatieve sanitatievormen vanuit een duurzaamheidsdoel. Hierbij stemmen we af met waterschap De Dommel. Beheer en onderhoud – ook lange termijn – is hierbij een aandachtspunt. Een mogelijke achtervang hiervoor is een overloop op een backupvoorziening zodat de afvoerroute kan wijzigen en alsnog op de riolering geloost wordt. Indien deze initiatieven zich voordoen dan maken we maatwerkafwegingen in de haalbaarheid van deze toepassingen. De voorkeursvolgorde voor de verwijdering van bedrijfsafvalwater is: 1. hergebruiken 2. zuiveren 3. lozen in de bodem 4. lozen op oppervlaktewater 5.
lozen op de vuilwaterriolering (als het niet anders kan) Nieuwe bedrijfsmatige lozers hebben bewijslast voor deze voorkeursvolgende: indien ze hun afvalwater op een lagere trede in de voorkeursvolgorde willen verwerken moeten ze kunnen onderbouwen waarom het niet mogelijk is om hun afvalwater te verwerken op een hogere trede in de voorkeursvolgorde. Vervanging van drukriolering is maatwerk. Hierbij maken we een afweging op basis van doelmatigheid. Landelijk worden op kleine schaal nieuwe sanitatievormen uitgeprobeerd, bijvoorbeeld een aparte inzameling van urine en decentrale zuivering. Dit zijn interessante ontwikkelingen, die binnen het samenwerkingsverband worden gevolgd. Wij hanteren als uitgangspunt dat rioolvoorzieningen robuust dienen te zijn. Grootschalige alternatieven worden pas toegepast als ze voldoende zijn bewezen. We staan open om mee te werken aan wijkgerichte pilots. Uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen de geldende wet- en regelgeving. Bij lozingen van bedrijfsafvalwater op de drukriolering kunnen maximum lozingsdebieten of lozingstijden worden opgegelegd. Komende planperiode gaat de gemeente onderzoeken wat de kwaliteit is van het afvalwater van (de grotere) bedrijfsmatige lozers, en of hier eventuele maatregelen nodig zijn om het water te behandelen alvorens het geloosd wordt.
Lozen van afvalwater We hebben als gemeente met Waterschap De Dommel een Afvalwaterakkoord afgesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over overnamepunten, de afnamehoeveelheden en optimalisaties. Dit akkoord is verouderd en zullen we in komende planperiode actualiseren. De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in onze gemeente mag niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen leiden. Lozingen vanuit het rioolstelsel op oppervlaktewater zijn echter onvermijdbaar. Samen met het waterschap zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we een immissiegerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen om te kunnen gaan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). We hanteren hierbij de zogenoemde 4M-aanpak (4M staat voor monitoren, meten, modelleren en maatregelen) om het rioleringssysteem te optimaliseren. De vrijkomende meetgegevens van het opgerichte meetnet analyseren we 24
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
om zo meer inzicht te krijgen in het aanbod op de zuivering, de lozing van overstortwater en het hydraulisch functioneren. Dit inzicht gebruiken we voor het opstellen van verbetermaatregelen. Opheffen van (schadelijke) lozingen In gebieden met gescheiden riolering komen foutieve aansluitingen voor (afvalwater op hemelwaterriolen of hemelwater op gemengde riolering). Dit kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen in ontvangend oppervlaktewater of capaciteitsproblemen in het rioolstelsel. Samen met de waterschappen bepalen we waar er daadwerkelijk sprake is van een knelpunt. In dat geval onderzoeken we de situatie en werken aan een oplossing. Foutieve aansluitingen zonder impact op het oppervlaktewater, de werking van het rioolstelsel en/of leefomgeving pakken we in principe (vanuit praktische en financiële haalbaarheid) niet aan. Ditzelfde geldt voor rioolvreemd water. Dit is water dat in principe niet op de riolering thuishoort, bijvoorbeeld instromend oppervlaktewater, instromend lekwater, drainagewater maar ook drugsafval etc. Door onjuiste aansluitingen, lekkages in de riolering en overstortend rioolwater kan het afvalwater terecht komen in oppervlaktewater, grondwater en in de bodem. In samenwerking met waterschap De Dommel stemmen we een breder pakket aan emissiereductiemaatregelen af.
Risicobeheersing Onder normale omstandigheden zamelen we afvalwater in en verwerken dit waarbij de kans op contact tussen mens en afvalwater gering is. Onder extreme omstandigheden of bij incidenten/calamiteiten is er een groter risico op contact als gevolg van uittredend afvalwater. Denk hierbij aan rioolwater dat bij hevige regenval vanuit de riolering op straat stroomt, een leidingbreuk, een brand of een incident waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De spreiding van een mogelijk incident of calamiteit in ruimte en tijd is dermate groot dat het voeren van preventief beleid niet (kosten)effectief is. Wel willen we zo efficiënt mogelijk kunnen handelen op het moment dat er zich iets voordoet. Onze eigen buitendienst en/of de calamiteitendienst is met materialen toegerust om beperkte maatregelen te kunnen treffen zoals het afstoppen van kleine leidingen of het dichtzetten van kolken. Wat te doen bij overlast (combinatie tussen afvalwater en hemelwater) 1. Zorgdragen dat meldingen goed worden opgevolgd door de buitendienst. 2. Indien nodig zal de brandweer moeten worden ingeschakeld (kelders leegpompen etc.). 3. Ervoor zorgen dat kritieke straten die blank staan, tijdelijk worden afgezet. Indien nodig wordt een tijdelijke omleidingsroute ingesteld. 4.
Klachten die binnenkomen registeren en zorgen dat ze worden opgevolgd (interactie tussen binnen en buitendienst en ingeschakelde derden). 5. Na een hoosbui (indien nodig) opdracht geven voor een extra veegronde cq. kolkenzuigen, zie ook punt 7. 6. Bij (vermoedelijke) schade of overtreding wordt het voorval onderzocht door de omgevingsdienst. 7. Na klachten als gevolg van een hoosbui de wegen, overstortsloten etc. goed schoonmaken en het vuil afkomstig uit het riool (toiletpapier, ontlasting) opruimen. Met het in werking treden van de Omgevingswet komt o.a. de activiteitengebonden verplichting tot het hebben van een vetafscheider te vervallen. Het is volgens het Kabinet effectiever om gemeenten in het Omgevingsplan te laten bepalen wie wel maatregelen zoals het plaatsen van een vetafscheider moet nemen. Omwille van de doelmatigheid vervalt met de komst van de Omgevingswet ook het afstandscriterium bij de keuze voor riolering of een gelijkwaardig alternatief. Ook is de provincie hierin geen bevoegd gezag meer. Gemeente Oisterwijk en het waterschap maken per situatie een gezamenlijke doelmatigheidsafweging op basis van een gezamenlijk op te stellen transparant afwegingskader.
25
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
4.4.2
Strategie hemelwater
ZORGPLICHT HEMELWATER De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren. Zie ook de ‘Verordening afvoer hemewater en grondwater 2022’ van de gemeente Oisterwijk.
A - Visie Als het regent in de gemeente Oisterwijk wordt het hemelwater zoveel mogelijk gescheiden afgevoerd. Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld: buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt uiteindelijk te kostbaar. Om droge voeten te houden is het noodzakelijk om duurzamer met ons water om te gaan. Inwoners, bedrijven en de gemeente kunnen er voor zorgen dat minder water tot afstroming komt door percelen te vergroenen en minder verharding toe te passen. Daarnaast creëren we ruimte voor water in de bodem, groenvoorzieningen en/of het oppervlaktewater. En op momenten dat het echt hard regent passen we ons (rij)gedrag aan, zodat water veilig tijdelijk op straat geborgen kan worden. Invulling geven aan deze visie kan de gemeente niet alleen. We doen dit samen met waterbewuste burgers, bedrijven en andere waterpartners!
B - Hoe gaan we met hemelwater om? Rekening houdend met het wettelijke kader en de toekomstige uitdagingen hanteert de gemeente Oisterwijk de volgende hoofdprincipes bij de verwerking van hemelwater: 1. We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater. 2. We scheiden schone en vuile waterstromen. 3. We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”). 4. We voeren af indien nodig. 5. We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag. 1. We beperken de hoeveelheid ingezameld regenwater De gemeente streeft naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt. Dit geldt voor openbaar én particulier terrein. Denk hierbij aan grindkoffers, tuinwadi’s, infiltratiebermen, groene daken, niet onnodig verharden en overtollige verhardingsstroken opruimen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het regenwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige regenwater tijdens piekbuien. Hemelwater kan worden hergebruikt in een grijswatersysteem voor toiletspoeling, bevloeiing en koeling. Als gemeente promoten maar verplichten we dit niet.
De voorkeursvolgorde waterkwantiteit en waterkwaliteit is in de huidige situatie wettelijk vastgelegd (Wet Milieubeheer), maar heeft onvoldoende directe werking op initiatiefnemers. De voorkeursvolgorde nemen we op in het (tijdelijk) Omgevingsplan als algemene beleidsregel, zodat deze op alle intiatieven van toepassing is. Bij een niet-meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij te worden geacht rekening te houden met deze beleidsregel. Bij een meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij aantoonbaar te maken dat deze voldoet aan deze beleidsregel.
26
Onze referentie: MEYC7745ATNK-984341972-84:1 - Datum: 30 mei 2023
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2023-2027
2. We scheiden schone en vuile waterstromen Vertrekpunt is het principe dat hemelwater schoon genoeg is voor een lokale verwerking in de bodem of afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw scheiden we stedelijk afval- en hemelwater. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, onderzoeken gemeente en waterschap voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een waterbestendige gemeente en een optimaal zuiveringsproces te bereiken. Een gescheiden riolering betekent niet per definitie twee leidingen. Waar mogelijk laten we water plaatselijk in het groen infiltreren. Hemelwater mag niet aangesloten zijn of worden op onze drukriolering, om schoon water schoon te houden conform de wet Mileubeheer, en omdat drukriolering qua capaciteit alleen op vuilwatertransport is berekend. Overeenkomstig de ‘Voorkeursvolgorde omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron’ worden de inrichting en het beheer van de bebouwde omgeving zodanig aangepakt dat verontreiniging van het milieu door afstromend (hemel)water wordt voorkomen. Bronmaatregelen ter voorkoming van verontreiniging zijn een zorgvuldige materiaalkeuze, waarbij blootstelling van hemelwater aan uitloogbare bouwmaterialen wordt voorkomen en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (conform Barometer Duurzaam Terreinbeheer).
Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Komende planperiode stellen we wanneer er aanleiding voor bestaat per wijk een hemelwaterstructuurplan op, om zo een overzicht te genereren in een optimaal ontwerp van ons hemelwaterstelsel. 3. We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”) Bij de verwerking van hemelwater streeft de gemeente voor het verwerken van het hemelwater op openbaar gebied naar robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een wadi en zaksloot (particulieren en bedrijven mogen het type toe te passen voorziening op eigen perceel zelf bepalen). De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauw/groene voorzieningen en eventueel speelvoorzieningen. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen, zoals infiltratieriolen toegepast. We staan open voor innovaties met betrekking tot het vasthouden of hergebruik van hemelwater.