CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport DoeMee Armoede en ongelijkheid

RAAD 12 december 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Armoede en Ongelijkheid - AANGENOMEN20.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29

het Loket Wegwijs. Wanneer er een te hoge huurprijs is, kan worden gekeken naar een mogelijke woonkostentoeslag. De participatiecoach kan Dennis begeleiden bij het vinden van een baan. Participatiecoaches werken volgens het principe van de participatieladder: doel is om cliënten zo hoog mogelijk op de participatieladder te krijgen, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Verder zijn er verschillende minimaregelingen en -initiatieven waar Dennis voor zijn dochter een beroep op kan doen, zoals stichting leergeld en het declaratiefonds voor sport (in de vorm van een vast bedrag per jaar; daar hebben inwoners met een bijstandsuitkering automatisch recht op). Het declaratiefonds is ook één van de middelen om eenzaamheid tegen te gaan. Daarnaast worden organisaties en instellingen die zich inzetten op het gebied van eenzaamheid en sociale participatie (zoals het Sociaal Huis) door de gemeente gesubsidieerd. Deze organiseren gerichte activiteiten om mensen in contact met elkaar te brengen. Er is een uitgewerkt proces voor het behandelen van verschillende inwonersvragen Regelingen van de gemeente kunnen zowel digitaal als via een papieren aanvraagformulier worden aangevraagd. Inwoners met een hulpvraag binnen het Sociaal Domein kunnen terecht bij Team Entree van Loket Wegwijs, de medewerker voert volgens een vaste werkwijze de “Entree scan” uit.

Daarnaast hebben deze medewerkers een informatie- en adviesfunctie. Het is dus belangrijk dat zij op de hoogte zijn van de verschillende regelingen, initiatieven en de betrokken organisaties. De gemeente heeft om die reden een ‘sociale kaart’ opgesteld: een intern werkdocument dat medewerkers van de gemeente kunnen gebruiken om te bepalen hoe een hulpvraag van een inwoner opvolging moet krijgen. In de sociale kaart is per onderwerp een aantal mogelijke situaties uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven naar welke organisatie de betrokken inwoner het beste kan worden doorverwezen en welke informatie de medewerker hierover aan de inwoner kan geven. Daarbij zijn ook vaak contactgegevens van de betreffende organisatie opgenomen. Een paar voorbeelden worden hieronder toegelicht:20 

20

Inwoners met een algemene vraag op het gebied van geldzaken, zorg of werk worden doorverwezen naar Loket Wegwijs. Inwoners met schulden kunnen ook worden doorverwezen naar Kredietbank Nederland, die inwoners (gratis) schuldhulpverlening en budgetbeheer aanbiedt, of Over Rood (specifiek voor begeleiding van ondernemers). Inwoners met een hulpvraag voor schuldhulpverlening horen binnen acht weken na het gesprek met de gemeente of zij in aanmerking komen voor een schuldenregeling. Ouders met schoolgaande kinderen die geen geld hebben om kinderen te laten meedoen met sport- of culturele activiteiten, kunnen worden doorverwezen naar Stichting Leergeld. Deze stichting biedt verschillende mogelijkheden om kinderen toch te kunnen laten meedoen aan activiteiten op school. Kinderen uit deze doelgroep kunnen ook via Stichting Leergeld een fiets of laptop krijgen.

Sociale kaart voor professionals ter ondersteuning van minima (versie februari 2024).

30

Inwoners die behoefte hebben aan dringende hulp, maar geen beroep kunnen doen op een voorziening van de gemeente, kunnen worden doorverwezen naar Charitas Oisterwijk. Deze organisatie biedt onder meer noodhulp in de vorm van leefgeld (boodschappen), huur of kledinggeld.

Voor inwoners van Oisterwijk is er door de gemeente zoals benoemd geïnvesteerd in voorlichting en communicatie via de website en folders. Zo heeft de gemeente een folder opgesteld met een overzicht van de meedoen-regelingen voor kinderen. Een overzicht van alle verschillende regelingen, bijvoorbeeld in de vorm van een routekaart, is voor inwoners (nog) niet opgesteld. Op het moment van schrijven is er geen voornemen om een dergelijk overzicht op te stellen. Het proces voor het behandelen van een aanvraag voor een bijstandsuitkering (uitkering levensonderhoud) is uitgewerkt in een nauwkeurig procesdiagram. Hierin is voor verschillende aanmeldvormen weergegeven welke stappen er worden gezet door bijvoorbeeld klantmanagers en backoffice medewerkers.21 Organisaties die een rol spelen in preventie, vroegsignalering of schuldhulpverlening kunnen subsidieaanvragen indienen via het subsidieportaal. Hierbij dienen een activiteitenplan en begroting te worden aangeleverd. Activiteiten moeten gericht zijn op voorlichting, participatie en maatschappelijke ondersteuning van inwoners binnen de gemeente Oisterwijk. Deze activiteiten moeten een bijdrage leveren aan de bestaanszekerheid. De organisaties die een subsidie ontvangen moeten verantwoording aanleveren in de vorm van inhoudelijk verslag waaruit blijkt of de activiteiten zijn uitgevoerd.

Bij bedragen vanaf €5.000,- dient ook een financieel verslag te worden verstrekt. Er kan worden afgeweken van de Subsidieregeling Bestaanszekerheid wanneer het college hiermee instemt.22 Wat we leren van Shannah: Shannah zit in een lastige situatie. Net als andere inwoners uit het roze profiel is ze op zichzelf aangewezen. Dit is de groep die het hardst hulp nodig heeft. Er zijn namelijk geen reserves om op terug te vallen. Het roze profiel staat daarmee bij alle soorten kapitalen voor een uitdaging. Niet alleen economisch en sociaal, maar ook persoonlijk en cultureel. Wanneer Shannah zich bij het Loket Wegwijs met haar situatie zou melden, zou de gemeente als eerste contact zoeken met de wooncorporatie om te overleggen wat er aan de isolatie gedaan zou kunnen worden. In voorkomende gevallen kan afgesproken worden dat de kosten door de gemeente en de wooncorporatie worden gedeeld, waarbij de gemeente de helft vanuit de bijzondere bijstand kan vergoeden. Wanneer Shannah een particuliere huurwoning zou hebben, kan de gemeente minder doen. Bij urgente gevallen kan worden bekeken of zij in een sociale huurwoning terecht kan, maar deze situatie valt daar waarschijnlijk niet onder. In dit soort situaties wordt eerst gekeken of een beroep kan worden gedaan op de 21 22

Procesdiagram Behandelen aanvraag uitkering levensonderhoud. Regeling subsidie bestaanszekerheid gemeente Oisterwijk 2024, art. 21.

31

reguliere regelingen. Waar dat niet mogelijk is kan ook worden gekeken naar alternatieven, zoals een beroep op een instelling als Charitas. De gemeente past in beperkte gevallen maatwerk toe volgens de methode-Maatpact. Er is periodiek (eens in de zoveel weken) overleg over casussen die volgens deze methode kunnen worden opgepakt. Oisterwijk is regionaal aangesloten op Maatpact om inwoners te ondersteunen Maatpact is een methode die de gemeente Oisterwijk gebruikt voor maatwerk bij hulpverlening en ondersteuning aan inwoners. Maatpact is een regionaal samenwerkingsverband wat is opgestart door Hart van Brabant om vanuit alle domeinen en met externe partners samen te werken aan de uitdagingen.23 Maatpact wordt ingezet bij de meest kwetsbare bewoners die in een uitzichtloze situatie zitten. Het doel is deze inwoners en hun situatie weer perspectief te bieden. Gezinnen met kinderen krijgen hierbij extra prioriteit. 24 De gemeente werkt met de overtuiging dat de directe omgeving de hulpvraag van een inwoner het best kent, en daarom effectief daarop kan inzetten.25 Maatpact is een instrument om meer integraal samen te werken, dit brengt ook uitdagingen met zich mee. De regio is opgedeeld voor de verschillende domeinen, denk aan: onderwijs, zorg, participatie.

Door de gemeente wordt ervaren dat de problematiek zich veelal uitstrekt over brede leefdomeinen en inwoners behouden zich tot enkel hun eigen woonplaats. Daarbij komt dat er een aantal thema’s rondom armoede en ongelijkheid regionaal zijn geregeld. Dit beperkt blijkens de gevoerde gesprekken de beslissingsmogelijkheden en flexibiliteit voor het doen van aanpassingen voor de gemeente Oisterwijk. Oisterwijk in vergelijkend perspectief: een integrale intake In de gemeente Oisterwijk kunnen inwoners met veel vragen terecht bij Loket Wegwijs. De wens voor een centrale toegang komt terug bij veel gemeenten. Niet elke gemeente is even ver in de realisatie hiervan, en er zijn meerdere vormen mogelijk. In de gemeente Diemen is er bijvoorbeeld een brede intake wanneer een inwoner bij schuldhulpverlening terechtkomt. Er kan dan ook op andere gebieden worden geadviseerd. De gemeente Hoorn heeft net als Oisterwijk een volledig integrale toegang, genaamd 1.Hoorn. Zowel Wmo, jeugd als armoede zijn hierin ondergebracht. De uitvoering van de participatiewet wordt door een andere partij uitgevoerd. Het voordeel van een gezamenlijke toegang is de mogelijkheid tot integraliteit. Goede interne samenwerking en duidelijke casusregie zijn basisvoorwaarden voor een succesvolle multidisciplinaire

23

Eindrapportage Maatpact 2022 Beleidsplan schuldhulpverlening 2022 25 Koersdocument p.12 24

32

aanpak. Dit vergt meer dan het inrichten van een centrale toegang: het is een bepaalde houding en gedrag. Deze manier van (samen)werken kan ook georganiseerd worden zonder een fysieke plek.

Bouwsteen 3: Sociaal Domein Dichtbij Deze bouwsteen verwijst naar betrokkenheid bij de eigen omgeving en het versterken van de sociale veerkracht. Wanneer de hulp dichtbij is, voorkomt dat eenzaamheid en is hulp vragen laagdrempeliger. Op die manier werkt het inzetten op de omgeving van de inwoner preventief. Preventie staat centraal in de aanpak bij schuldhulpverlening Het voorkomen van schulden is een van de belangrijkste preventiemogelijkheden. De gemeente doet dit door inwoners te helpen bij het aanvragen van (minima)regelingen en voorzieningen. Daarnaast verleent de gemeente subsidies aan netwerkpartners voor het geven van voorlichting aan inwoners. Deze dienen om de kennis en het bewustzijn van geldzaken te vergroten. Thuisadministratie en het Sociaal Huis Oisterwijk bieden inwoners bijvoorbeeld trainingen om te leren hoe zij hun administratie op orde kunnen krijgen.26 In het preventiebeleid van de gemeente Oisterwijk is ook een rol weggelegd voor nazorg, om te voorkomen dat inwoners nadat zij hulp hebben gekregen opnieuw schulden krijgen. Dit betekent dat er na afloop van een schulphulpverleningstraject contact wordt gehouden met de inwoner. De nazorg wordt georganiseerd in het netwerk of door één van de maatschappelijke partners.27 Volgens maatschappelijke partners mag er meer ingezet worden op preventie in de gemeente.

Wanneer kinderen opgroeien in armoede is de kans groot dat zij later ook in armoede zullen leven. Kinderen vormen een ingang om ouders met een mogelijke hulpvraag te bereiken. Zo zouden bijvoorbeeld scholen een rol kunnen spelen in preventie wanneer docenten alert zijn op signalen van armoede. Daarnaast kunnen ouders betrokken worden bij de taallessen van hun kinderen. Dit verlaagt de drempel om de taal te leren. Bij vroegsignalering wordt intensief samengewerkt met maatschappelijke organisaties en gemeenten Vroegsignalering is een belangrijk onderdeel van preventie, en sinds januari 2021 een wettelijke taak van gemeenten. Het dient met name om financiële problematiek in beeld te krijgen, maar kan via die weg ook andere hulpvragen boven tafel krijgen. Gedurende 2019-2020 heeft de gemeente Oisterwijk de handen ineen geslagen met gemeenten Goirle en Hilvarenbeek (de GHO-samenwerking). Zij hebben de pilot Actie op Geldzaken gedraaid voor vroegsignalering van inwoners met schulden. De vroegsignalering volgens de huidige werkwijze is per 2022 van start gegaan.28 Via Loket Wegwijs ontvangt de gemeente Oisterwijk maandelijks een overzicht van inwoners met een achterstand vanuit woningcorporaties, energiemaatschappijen, Brabant Water en zorgverzekeraars. Dit heet ‘Vroeg Eropaf’. Inwoners die hierbij naar voren komen worden door Loket Wegwijs beoordeeld op 26

Sociale kaart voor professionals ter ondersteuning van minima (versie februari 2024). Beleidsplan schuldhulpverlening (2022), pp. 4-6. 28 Beleidsplan schuldhulpverlening (2022), pp. 6-8. 27

33

urgentie. Er wordt contact gezocht via brief, sms, telefoon of huisbezoek. Vervolgens kijken zij met de inwoner op welke manier er hulp geboden kan worden. Het merendeel van de signalen van vroegsignalering zijn afkomstig van zorgverzekeraars, blijkt uit meetgegevens van gemeente Oisterwijk en de Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden. Als de inwoner hulp accepteert dan wordt hij/zij in eerste instantie geholpen met het oplossen van betalingsachterstanden, ook kan er een budgetplan worden opgesteld. Uit de gesprekken blijkt dat er in de praktijk ook een deel van de doelgroep is dat moeilijk hulp accepteert. Oisterwijk in vergelijkend perspectief: vroegsignalering en wijkgerichte aanpak Het inzetten van huisbezoeken en een brede insteek bij vroegsignalering zijn niet uniek. In de gemeente Diemen en de gemeente Hoorn wordt bijvoorbeeld ook vroegsignalering toegepast, meestal door medewerkers van het Sociaal Team. Zij leggen huisbezoeken af en voeren een brede intake uit waarbij gekeken wordt naar de situatie omtrent opvoeding, de financiële situatie, de werksituatie en de invloed van dramatische gebeurtenissen uit het verleden. In de gemeente Venray wordt ervaringsdeskundigheid ingezet bij vroegsignalering, om de drempel voor een gesprek te verlagen. De ervaringsdeskundige kan de inwoner vervolgens warm doorverwijzen naar het juiste loket.

In de gemeente Oisterwijk is geen wijk- of dorpsgerichte aanpak geformuleerd voor bestaanszekerheid. De gemeente Venray zet bijvoorbeeld wel extra wijkteams in op plekken waarvan de gemeente weet dat er meer mensen uit de doelgroep wonen. De wijkteams leggen actief huisbezoeken af – de ervaring in Venray leert dat flyeren en spreekuren vanuit de gemeente minder effectief zijn om de doelgroep echt te bereiken. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden van een wijkgerichte aanpak voor Oisterwijk.

Bouwsteen 4: Integraal samenwerken Binnen de gemeente Oisterwijk is een aanzienlijk aantal partijen actief dat bijdraagt aan het netwerk voor bestaanszekerheid. Dat gebeurt zowel binnen Loket Wegwijs, als in de haarvaten van de gemeente. Er wordt veel onderling samengewerkt en er zijn blijkens de gevoerde gesprekken korte lijnen tussen vrijwilligers van maatschappelijke organisaties en medewerkers van de gemeente. Deze bouwsteen gaat in op deze samenwerking en de rol van de gemeente in dit samenspel. Bij complexe problemen wordt een casusregisseur aangewezen Bij casussen met multiproblematiek, waarbij meerdere disciplines betrokken zijn, is het van belang om een duidelijke casusregisseur te hebben: een medewerker die zicht heeft op de verschillende regelingen, kan schakelen tussen verschillende organisaties en ambtelijk betrokkenen, en inwoners op die manier kan begeleiden naar de juiste plekken. Dit geldt niet alleen intern, maar ook voor de cliënt. Wanneer cliënten één contactpersoon hebben wordt de ondersteuning laagdrempeliger en effectiever. Zodra een casus bij Loket Wegwijs bekend is pakt de gemeente de rol van regisseur. Loket Wegwijs zorgt voor een

34

goede operationele samenwerking en contact met de gemeente rondom casussen. Ook voor samenwerkingspartners vormt deze centrale toegang een duidelijk aanspreekpunt. Samenwerking met maatschappelijke partners verloopt goed, maar kan altijd beter Binnen de gemeente Oisterwijk wordt aan het geheel van vrijwilligers, mantelzorgers, organisaties, onderwijs, adviesraden, sociale ondernemers en andere maatschappelijke partners gerefereerd als “de Ploeg”. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste maatschappelijke partners van de gemeente in de aanpak van armoede en ongelijkheid. Er is blijkens de gevoerde gesprekken een nauwe onderlinge samenwerking tussen de gemeente en maatschappelijke partners. De maatschappelijke partners hebben een vast contactpersoon binnen de gemeente en kunnen terecht bij een beleidsadviseur en Loket Wegwijs. Door de maatschappelijke partners wordt aangegeven dat er korte lijntjes zijn, er goed wordt samengewerkt en dat de gemeente goed bereikbaar is voor hen. Er zijn periodieke overleggen met de gemeente, Loket Wegwijs en maatschappelijke partners. De samenwerking levert veel op, ook op het gebied van kennisdeling. De samenwerking met maatschappelijke partners is van belang omdat zij een brug kunnen slaan tussen de gemeenschap en de overheid.

Ze kunnen ervoor zorgen dat lokaal beleid aansluit op de wensen en behoeften van de inwoners van Oisterwijk. Vanuit de gemeente komt het signaal dat er nog ruimte is voor verbetering als het gaat om de mate waarin maatschappelijke partners elkaar onderling opzoeken. De verbinding tussen verschillende maatschappelijke partners is van belang om het wijknetwerk te versterken. De verschillende partners in Oisterwijk bieden verschillende vormen van hulp aan. Als een partner een inwoner niet kan helpen dan kan wellicht een andere partner dat wel. Vanuit de gevoerde gesprekken komt de vraag naar voren of de maatschappelijke organisaties de onderlinge bekendheid, afstemming en samenwerking optimaal zijn.

Uitgelicht: de Adviesraad Sociaal Domein Binnen ‘de Ploeg’ in Oisterwijk heeft de Adviesraad Sociaal Domein een andere positie dan veel andere professionele of vrijwilligersorganisaties. De Adviesraad is een onafhankelijk adviesorgaan van het college op het gebied van het sociaal domein. Ook adviseert de Adviesraad over de sociale basisstructuur. De Adviesraad adviseert het college gevraagd en ongevraagd, vaak op basis van ervaringen van inwoners met wie de Adviesraad in contact komt.29 De Adviesraad bestaat uit leden die actief zijn of waren in het sociaal domein en een betrokkenheid hebben bij de gemeente Oisterwijk, bijvoorbeeld als (voormalig) inwoner. De Adviesraad heeft een vast maandelijks overleg met de wethouder sociaal domein en een betrokken beleidsambtenaar. In de gesprekken komen in de afgelopen jaren een drietal aandachtspunten steeds naar voren: goede en proactieve communicatie vanuit de gemeente; focus op de inwoners die op zoek zijn naar hulp; en de uitvoerbaarheid van het gemeentelijk beleid en het inzetten op preventie. Deze punten worden door de gemeente in de verschillende beleidskaders meegenomen, maar het is volgens de Adviesraad wel van belang om hier blijvend aandacht voor te hebben. De Adviesraad heeft in haar 29

Adviesraad Sociaal Domein Oisterwijk: https://asd-oisterwijk.nl/.

35

adviezen aan de gemeente ook de nadruk gelegd op goede evaluatie en monitoring van het gevoerde beleid.30 De kosten in de zorg nemen toe, en zo ook voor maatschappelijke partners. Bij vrijwilligersorganisaties zijn er zorgen over financiering. Hun kosten stijgen, waardoor activiteiten niet meer te realiseren zijn zonder donaties. Dit betekent dat zij zich moeten wenden tot fondsenwerving, wat veel tijd kost. Tijd die zij beter kunnen besteden door inwoners te helpen of activiteiten te organiseren. Daarbij is er bij sommige maatschappelijke partners een voorkeur om niet afhankelijk te zijn van gemeentelijke financieringen. Zij willen liever ondersteund worden via een ‘vrienden-van’-constructie. Omdat de activiteiten van deze organisaties niet altijd hetzelfde blijven, is er geen zekerheid is dat zij voor langere termijn aanspraak kunnen maken op hetzelfde fonds. De gemeente heeft een belangrijke rol om onderlinge samenwerking te faciliteren Het contact en de samenwerking met de gemeente wordt door maatschappelijke partners als prettig en persoonlijk ervaren. Desondanks geven zij aan dat er uitdagingen zijn als er wordt gekeken naar de continuïteit van de beleidsambtenaren. Er zijn veel wisselingen onder ambtenaren waardoor het zetten van concrete stappen op de langere termijn soms lastig is.

Daarbij zou het helpend zijn als er meer beschikbare informatie over de doelgroep door de gemeente gedeeld zou worden met maatschappelijke partners. Op die manier kan er gewerkt worden vanuit eenzelfde visie. De samenwerkingspartners zouden ook kunnen profiteren van meer contact met elkaar, zodat ze van elkaar weten wat ze precies doen. De gemeente Oisterwijk zou volgens gesprekspartners meer de regie kunnen nemen in het bij elkaar brengen van deze samenwerkingspartners. Een goede coördinatie is noodzakelijk om mensen in complexe situaties effectief te begeleiden, maar ook om te zorgen dat nuttige informatie bij de gemeente terecht komt en niet bij de partners blijft hangen. De gemeente voert meerdere keren per jaar overleg met Team Vroeg Eropaf (Loket Wegwijs), Over Rood en Kredietbank Nederland. Hierbij wordt bijvoorbeeld besproken hoeveel inwoners een beroep doen op schuldhulpverlening en in welke mate er sprake is van doorstroom. Ook met andere maatschappelijke partners is er periodiek overleg – soms meer structureel, soms op basis van wat er in de praktijk nodig is. Oisterwijk in vergelijkend perspectief: samenwerking met maatschappelijke partners De gemeente Oisterwijk werkt nauw samen met maatschappelijke partners. Ook in andere gemeenten spelen maatschappelijke partners een relevante rol.

Gemeenten verschillen in de mate waarin deze samenwerking is georganiseerd, zoals bijvoorbeeld met structurele overleggen. Het zorgen voor centrale informatie en aansturing kan zorgen voor grip op de uitvoering van deze partners, maar ook op de informatie die zij ophalen in het veld. De gemeente Druten gebruikt sinds kort het Platform Armoede en Ongelijkheid om relevante maatschappelijke partners bij elkaar te brengen en van elkaar op de hoogte te stellen. In Assen heeft de gemeente als oplossing voor het samenbrengen van veel maatschappelijke partners een regisseur armoede in dienst gesteld. Deze regisseur is het aanspreekpunt

30

Adviesraad Sociaal Domein Oisterwijk, adviezen: https://asd-oisterwijk.nl/adviezen/.

36

voor de maatschappelijke organisaties en zorgt ervoor dat regelingen en wetgeving bij alle partners bekend zijn. Zo is er nog meer grip op de uitvoering van het beleid Eenzaamheid en gezondheid zijn belangrijke aandachtspunten in de Oisterwijkse aanpak De grijze druk in Oisterwijk is bovengemiddeld hoog en neemt steeds verder toe. Dit betekent dat de verhouding tussen het aantal inwoners boven de 68 en de werkende inwoners groter wordt. Daar bovenop wegen de praktische gevolgen van de dubbele vergrijzing; binnen de groep 65-plussers neemt het deel 80-plussers toe). Als het gaat om eenzaamheid en gezondheid dan biedt dit voor een gemeente uitdagingen zoals het zorgen voor voldoende zorg en passende woningen. Hiervoor heeft de gemeente Oisterwijk een woonzorgvisie opgesteld. Dit document loopt parallel aan het beleid voor het Sociaal Domein als het gaat om bestaanszekerheid. Zo is bijvoorbeeld het streven om de openbare ruimte zo in te richten dat het faciliterend is voor samenredzaamheid31. De nadruk op het samen zoeken naar oplossingen dichtbij huis klinkt hierin door. Een praktisch voorbeeld is de toename van het aantal inwoners dat aanspraak maakt op Hulp bij Huishouding. Wegens het tekort aan zorgpersoneel, zo wordt geschreven in de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein, kunnen inwoners in sommige gevallen niet de benodigde ondersteuning ontvangen.

Daarom stuurt de gemeente op (financiële) zelfredzaamheid en de inzet van het sociaal netwerk 32. Deze verschuiving is landelijk ook aanwezig. De problemen spelen op een hoger niveau dan gemeentelijk, en zo ligt ook de mogelijke oplossing gedeeltelijk buiten de scope van de gemeente. Dit geldt onder andere voor de zorg die gefinancierd wordt buiten de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet om, zoals huisartsen en ziekenhuizen. De samenhang van het thema gezondheid en ruimtelijk domein is om die reden begrijpelijk. Het stelsel voor zorg is echter complex en voor inwoners is het lastig te herkennen waar de invloed van de gemeente eindigt. De gemeente probeert in samenwerking met partners te zorgen dat inwoners op de juiste plek terecht komen. De gemeente wil onder meer de samenwerking met huisartsen versterken, zoals bij het project Welzijn op Recept. Het doel van dit project is dat huisartsen personen met psychosociale klachten doorverwijzen naar een welzijnscoach van Farent, die met die persoon op zoek gaat naar passende activiteiten als het ontmoeten van andere mensen of vrijwilligerswerk.33 Uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein komt naar voren dat in Oisterwijk 42,8 procent van de inwoners van 18 jaar of ouder zich enigszins tot (zeer) sterk eenzaam voelt.

Het landelijk gemiddelde is 48,6 procent van de inwoners van 18 jaar of ouder.34 Inwoners die te maken hebben met zowel eenzaamheid als gezondheidsproblemen zijn lastig in beeld te brengen voor gemeenten, in Oisterwijk is dat niet anders. Inwoners uit deze doelgroep hebben vaak geen eigen netwerk waar ze een beroep op kunnen doen voor een hulpvraag. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het regelen van vervoer naar een zorgafspraak. Ook heeft deze doelgroep meer problemen met het vinden van online informatie. Dit

31

Woonzorgvisie 2022, pp. 34 Monitor Sociaal Domein 2023, pp. 10 33 Farent, Welzijn op Recept: https://www.farent.nl/nieuws/pilot-welzijn. 34 Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein voor Oisterwijk (2024): https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein. 32

37

maakt dat het voor hen erg lastig is om erachter te komen waar ze terecht kunnen voor de juiste hulp. Als gevolg daarvan komen zij op afstand te staan van de samenleving. Een derde van de inwoners met bijstand in Oisterwijk krijgt langdurig (langer dan vijf jaar) een bijstandsuitkering35. Financiële zorgen gaan gepaard met andere problematieken, zoals psychische en/of lichamelijke problemen. Daarnaast is er het element van schaamte over de situatie, waar deze doelgroep vaak mee kampt. Het langdurig aanhouden van deze zorgen heeft zijn invloed op het gebied van eenzaamheid en gezondheid. De combinatie van de complexe samenhang van eenzaamheid en gezondheid en de nadruk op ondersteuning binnen het eigen netwerk maken vooral de eenzame inwoners kwetsbaar. Ook maatschappelijke partners geven aan dat het lastig is deze inwoners te bereiken. Soms wordt er echter een oplossing gevonden in laagdrempelig contact als samen eten, en kan van daaruit de situatie verder in beeld worden gebracht. Daarmee wordt echter slechts een gedeelte van de doelgroep bereikt.

2.3. Monitoring en evaluatie De gemeente Oisterwijk evalueert en monitort de uitvoering van het armoedebeleid op verschillende manieren: middels beleidsevaluaties en een jaarlijkse monitor sociaal domein (door de gemeente zelf) en op basis van extern onderzoek. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de verschillende vormen van monitoring en evaluatie. Bij de integrale evaluatie van het sociaal domein kwamen veel aandachtspunten naar voren Vooraf aan het opstellen van de Koers Sociaal Domein heeft de gemeente Oisterwijk een zogeheten ‘bouwavond’ georganiseerd met inwoners en partners. In paragraaf 2.1 is hier al kort op ingegaan. Bij de bouwavond is teruggekeken op voorgaande drie jaar in het sociaal domein. Daaruit zijn drie uitgangspunten gekomen waar nog uitdagingen liggen, namelijk: de toegang tot het sociaal domein is niet duidelijk, het aanbod in de basisstructuur is niet vindbaar en de kracht van de basisstructuur wordt niet voldoende benut. Hierdoor kunnen hulpvragen vaak niet integraal worden opgepakt. De samenwerking tussen de verschillende partijen is tot nu toe nog te minimaal. Uit de evaluatie blijkt dat tot dan toe niet altijd duidelijk was bij wie de verantwoordelijkheid ligt bij bepaalde casussen.

Tijdens de evaluatie zijn er ook aspecten naar voren gekomen die goed gaan, namelijk: de out of the box voorzieningen, de eerste stappen in het aansluiten bij de leefwereld van jongeren, het samenwerken met- en leren van andere gemeenten.36 De verschillende verbeterpunten die uit de evaluatie naar voren kwamen zijn verwerkt in de beleidskaders voor bestaanszekerheid en schuldhulpverlening. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de verbeterpunten voor de praktijk, zoals het versterken van de samenwerking met maatschappelijke partners, ook zijn opgepakt. Het meest zichtbare resultaat is het Loket Wegwijs als centraal aanspreekpunt voor inwoners met ondersteuningsvragen. Ook is er blijkens de gevoerde gesprekken gewerkt aan een integrale werkwijze, waarbij er korte lijnen zijn tussen de verschillende betrokken (beleids-)medewerkers. Tegelijkertijd zijn er volgens de gesprekspartners nog wel kansen om de aanpak te verbeteren, met name om het bereik van de verschillende minimaregelingen te vergroten. 35 36

Monitor Sociaal Domein 2023, pp. 14 Koers sociaal domein (2019), p. 10

38

De Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein geeft op hoofdlijnen cijfermatig inzicht De Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) geeft gemeenten op hoofdlijnen inzicht over het gebruik van de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet. Dit interactieve rapport is bedoeld om de cijfers per gemeente overzichtelijk en in samenhang te tonen. De GMSD bestaat uit een gemeentelijk dashboard, een wijkdashboard en een themarapport over beschermd wonen. De cijfers zijn gebaseerd op data van het CBS, die voor een deel door de deelnemende gemeenten wordt aangeleverd en voor een deel door instanties als de GGD.37 Hieronder wordt kort ingegaan op een aantal recente cijfers die de GMSD over Oisterwijk laat zien:38 

 

Het aantal cliënten dat in Oisterwijk een beroep doet op de Wmo was in het tweede halfjaar van 2023 vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Oisterwijk geeft gemiddeld een stuk minder geld uit aan Wmo-maatwerkvoorzieningen dan het landelijk gemiddelde: in 2022 werd in Oisterwijk per inwoner 172 euro uitgegeven, terwijl dit landelijk 291 euro was. In december 2023 deed 2,2 procent van de huishoudens in Oisterwijk een beroep op een bijstandsuitkering. Het landelijk gemiddelde is 4,7 procent van de huishoudens. In het tweede halfjaar van 2023 deed 7,4 procent van de huishoudens een beroep op meer dan één regeling in het sociaal domein. Het landelijk gemiddelde was 9,7 procent.

De cijfers uit de GMSD worden door Oisterwijk meegenomen in een eigen jaarlijkse monitor sociaal domein. Daar wordt in de volgende alinea nader op ingegaan. De gemeente Oisterwijk rapporteert zelf over resultaten in een jaarlijkse monitor Sociaal Domein Op 1 september 2020 is de gemeente gestart met het uitvoeren van maatregelen uit het strijdplan Sociaal Domein. Hieruit kwamen de drie begrippen: zakelijkheid, beheersbaarheid en normalisatie, welke de basis vormen voor de werkwijze van Loket Wegwijs Oisterwijk. Bij Loket Wegwijs Oisterwijk wordt er vastgelegd hoe en naar wie inwoners worden doorverwezen, waarbij wordt gestreefd naar 30% afschalen van nieuw afgenomen intakes. Jaarlijks heeft de gemeente Oisterwijk een monitor uitgebracht over de resultaten van het strijdplan Sociaal Domein. Input van de monitor komt vanuit het CBS, waarstaatjegemeente.nl, de dashboards van de gemeente en van regio Hart van Brabant.39 Een aantal resultaten die hieruit naar voren kwamen zijn: 

Er is inzichtelijk gemaakt met wat voor onderwerpen de inwoners van Oisterwijk terecht komen bij Loket Wegwijs. Bijna 80% van de hulpvragen gaan over gezondheid en regie op eigen leven, wonen en financiën. Als er wordt gekeken naar vroegsignalering is het aantal meldingen ongeveer gelijk gebleven met 2022, waar de meeste meldingen afkomstig zijn van zorgverzekeraars. Uit de monitor blijkt dat door de vergrijzing in Oisterwijk ook de zorgvraag blijft toenemen. Door een tekort aan zorgpersoneel kunnen de inwoners die ondersteuning nodig hebben niet altijd gebruik maken van hulp. Vanuit de Wmo is er een samenwerkingsverband opgezet tussen 10

37

Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (2024): https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/gemeentelijkemonitor-sociaal-domein/inleiding. 38 Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (2024): https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein. 39 Monitor Sociaal Domein 2023 gemeente Oisterwijk.

39

zorgaanbieders, genaamd Siem. In juli 2023 werden er ruim 400 inwoners begeleid bij dagelijkse handelingen via Siem. Uit de monitor blijkt dat 84% aangeeft dat de hulp die ze hebben gekregen van goede kwaliteit is. 5% van de inwoners met een hulpvraag geven aan dat de hulp niet van goede kwaliteit is en dat de hulp niet past bij de hulpvraag. Vroegsignalering wordt gemonitord door deel te nemen aan de monitor van Divosa. Er wordt gestreefd naar een minimaal percentage van hulpacceptatie bij (meervoudige) meldingen. Het percentage wat hier uit komt wordt meegenomen in de begroting en de monitor Sociaal Domein.

Een belangrijke ambitie van de gemeente is meer ‘datagedreven werken’: op basis van monitoringsresultaten actief bijsturen in het gevoerde beleid. Om die reden wil de gemeente gebruik gaan maken van dashboards voor de Participatiewet en de Wet Inburgering. Het streven is blijkens de gevoerde gesprekken om die dashboards in de loop van 2024 live te laten gaan. Onderzoek door KWIZ geeft inzicht in het bereik van de verschillende regelingen Uit de gevoerde gesprekken is naar voren gekomen dat het bereik van de verschillende minimaregelingen een belangrijk aandachtspunt is bij de gemeente en maatschappelijke partners. In mei 2023 is door onderzoeksbureau KWIZ in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar (onder andere) het bereik van de regelingen, naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad over het verhogen van de inkomensnorm van minimaregelingen uit 2022 (zie ook paragraaf 2.4). Op basis van het analysemodel van KWIZ is een inschatting gemaakt van het bereik. Hier komen de volgende resultaten uit naar voren:40 Figuur 3: regelingen gemeente Oisterwijk op het gebied van armoede

Regeling

Doelgroep

Gebruik

Bereik

Individuele bijzondere bijstand

947 huishoudens

98 huishoudens

10 procent

Individuele inkomenstoeslag

417 huishoudens

240 huishoudens

58 procent

Collectieve zorgverzekering

1.261 volwassenen

527 volwassenen

42 procent

Declaratiefonds

947 huishoudens

326 huishoudens

34 procent

Energietoeslag

1.303 huishoudens

1.050 huishoudens

81 procent

40

Factsheet Armoedeindex en scenarioanalyse KWIZ mei 2023, p. 4.

40

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

588 huishoudens

229 huishoudens

39 procent

Stichting Leergeld

527 kinderen

195 kinderen

37 procent

Enkel voor de individuele inkomenstoeslag en de energietoeslag geldt dat meer dan de helft van de doelgroep die in beeld is naar schatting wordt bereikt. Voor de andere regelingen ligt het gebruik een stuk lager. KWIZ heeft in opdracht van de gemeente onderzocht of het bereik verhoogd kan worden door een hogere inkomensgrens te hanteren (130 procent in plaats van 120 procent van het wettelijk sociaal minimum). Voor de meeste regelingen geldt dat met een hogere inkomensgrens enkele tientallen tot honderd huishoudens meer kunnen worden bereikt. Daar gaan wel hogere kosten mee gepaard.41

2.4. Rol van de gemeenteraad De raad wordt in de P&C-cyclus structureel geïnformeerd over de hoofdlijnen van het beleid De gemeenteraad van Oisterwijk wordt - wat betreft de grote lijnen van de effectiviteit en de efficiëntie van het beleid – op de hoogte gehouden via de P&C-cyclus, met name in de jaarstukken. In de jaarstukken van 2022 wordt bijvoorbeeld beschreven op welke manier de aanpassing van de Wet Gemeente Schuldhulpverlening geïmplementeerd wordt. Daarbij wordt ingegaan op de preventieve aanpak van de gemeente en maatschappelijke partners en de inzet van de gemeente om de communicatie richting inwoners laagdrempeliger te maken.42 Ook wordt er in de jaarstukken van 2022 en 2023 aandacht besteed aan de extra subsidies om energiearmoede tegen te gaan: in 2022 kwamen ruim 1.000 inwoners in aanmerking voor een energietoeslag door de gemeente, waarbij een derde hiervoor geen aanvraag hoefde in te dienen.43 44 In de begroting voor 2024 wordt daarnaast aangegeven dat de gemeente Oisterwijk conform de Koers Sociaal Domein inzet op een samenredzaam Oisterwijk in 2030, waarbij wordt geïnvesteerd in de sociale basisstructuur.45 Over dit laatste wordt in de jaarstukken van 2022 aangegeven dat er onderzoek is gedaan naar de toestand van de basisstructuur in Oisterwijk.

Daaruit is naar voren gekomen dat de gemeente het aanbod hiervoor kan versterken, bijvoorbeeld door ervaringsdeskundigen in te zetten in de hulp aan jongeren, vluchtelingen en mensen met een psychische kwetsbaarheid. In de begroting van 2024 wordt hier niet specifiek op ingegaan, maar wordt wel vermeld dat via het Loket Wegwijs meer integraal wordt gewerkt.46

41

Factsheet Armoedeindex en scenarioanalyse KWIZ mei 2023, pp. 6-7. Jaarstukken 2022 Gemeente Oisterwijk, p. 52. 43 Jaarstukken 2023 Gemeente Oisterwijk, p. 3. 44 Jaarstukken 2022 Gemeente Oisterwijk, p. 43. 45 Begroting 2024 Gemeente Oisterwijk, p. 51. 46 Begroting 2024 Gemeente Oisterwijk, p. 52. 42

41

Via de Sociale Dialoog en de monitor Sociaal Domein wordt de raad nader geïnformeerd De Sociale Dialoog is een belangrijk moment voor raadsleden om informatie op te halen over het sociaal domein. Tijdens de Sociale Dialoog heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om in gesprek te gaan met ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners op het gebied van armoede en ongelijkheid. Deze vorm van interactie is tot stand gekomen omdat de raad eerder heeft gevraagd om beter te worden meegenomen op het onderwerp bestaanszekerheid. De Sociale Dialoog wordt jaarlijks georganiseerd, waarbij steeds een specifiek thema wordt gekozen. In 2024 is bijvoorbeeld gekozen voor het thema ‘Ouder worden in Oisterwijk’. Bij deze Sociale Dialoog waren vertegenwoordigers van de Verenigde Senioren Oisterwijk, buurtondersteuning in Tilburg en mantelzorgconsulenten van Contour de Twern aanwezig. Raadsleden konden deelnemen aan thematafels waarbij deze vertegenwoordigers een toelichting gaven op hun werk, waarbij vervolgens door de deelnemers aan tafel een dialoog werd aangegaan. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de Sociale Dialoog niet door alle raadsleden wordt bezocht.

Het college heeft over de Sociale Dialoog van 2024 een raadsinformatiebrief met de raad gedeeld met een uitgebreid verslag, zodat raadsleden die niet aanwezig waren hier ook kennis van konden nemen.47 De gemeenteraad wordt ook op de hoogte gehouden via de jaarlijkse Monitor Sociaal Domein van de gemeente. De monitor geeft bijvoorbeeld inzicht in wie er in- en uitstromen binnen het sociaal domein. Momenteel is hierover alleen data van de gemeente beschikbaar. De gemeente onderzoekt blijkens de gevoerde gesprekken hoe hier data vanuit maatschappelijke partners in meegenomen kan worden. Dit kan een uitdaging zijn, omdat niet alle partners dezelfde methodiek of systemen gebruiken bij monitoring en evaluatie. De raad maakt beperkt gebruik van het instrumentarium om (bij) te sturen op het gevoerde beleid Om te sturen en bij te sturen, maakt de raad blijkens het raadsinformatiesysteem beperkt gebruik van moties of amendementen. Wat opvalt is dat de raad in het jaar 2022 bovengemiddeld aandacht leek te hebben voor het onderwerp bestaanszekerheid: in dat jaar zijn moties ingediend over schuldhulpverlening, bijverdienen in de bijstand en het verhogen van de toetsnorm naar 130 procent van de bijstandsnorm. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de moties en toezeggingen op het gebied van armoedebeleid die in de periode 2016-2023.

De raad heeft in deze periode voor zover de onderzoekers bekend geen schriftelijke of technische vragen aan het college gesteld over armoede en sociale ongelijkheid. Wel heeft het college naar aanleiding van vragen tijdens raadsvergaderingen verschillende toezeggingen gedaan over dit onderwerp.

47

Raadsinformatiebrief Sociale Dialoog 18 april 2024: https://oisterwijk.raadsinformatie.nl/document/14274705/1#search=%22sociale%20dialoog%22.

42

Figuur 4: overzicht moties en toezeggingen op het gebied van armoede

Overzicht moties en toezeggingen 2016 - 2023

Motie of toezegging

Toezegging Kadernota armoedebeleid

Datum

Onderwerp

6 oktober 2016

De kadernota armoedebeleid zal na één jaar worden geëvalueerd.

Aangenomen?

Opvolging?

N.v.t.

December 2019: uitgebreide evaluatie via raadsinformatiebrief naar de raad

Toezegging over 8 november Tijdens de N.v.t. uitval 2018 commissievergadering IZ van schuldhulpverlening 17 september 2018 is toegezegd dat de openstaande vragen van de commissie over uitval schuldhulpverlening schriftelijk worden beantwoord.

De vragen over uitval schuldhulpverlening zijn door de betreffende beleidsadviseur beantwoord tijdens de begrotingsbehandeling. Daarmee is de toezegging afgedaan.

Toezegging modern jongerenwerk

N.v.t.

In de raadsvergadering van 13 april 2023 wordt besloten een jeugdaccommodatie te realiseren aan Lavendel 13 (indien nodig) voor de korte termijn en aan Lavendel 7 voor de lange termijn;

Ja

Uitwerking: geïmplementeerd in vaste werkwijze.

21 juli 2022 Wethouder Dankers zegt toe om voortvarend aan de slag gaan met de investering in modern jongerenwerk, een onderdeel daarvan is een jongerenhonk. Het streven is om in het najaar een raadsvoorstel voor te leggen aan de raad, inclusief de financiën die daarbij horen.

Motie 29 schuldhulpverlening september 2022

Draagt het college op: Specifieke communicatiemiddelen te gebruiken om de doelgroep van middeninkomers sneller te bereiken en hiermee (problematische) schulden te voorkomen

43

Motie Bijverdienen in de bijstand

10 november 2022

Motie Verhoging 10 toetsnorm tot 130% november van de 2022 bijstandsnorm

Het college krijgt de opdracht Ja om te onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van het toepassen van Artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet. Dit om het mogelijk te maken voor bijstandsgerechtigden om een deel van hun verdiensten uit deeltijdwerk te behouden.

Uitgebreide uitleg, met als conclusie: het kabinet komt met een nieuwe regeling. Het ligt voor de hand op deze regeling te wachten zodat we direct structurele maatregelen kunnen nemen.

Draagt het college op om:

Onderzoek uitgevoerd. Conclusie: niet wenselijk om op te hogen naar 130% bijstandsnorm.

Ja

- Te onderzoeken welke financiële gevolgen het (incidenteel) verhogen van de bijstandsnorm naar 130% heeft; - De mogelijkheden te onderzoeken om de randvoorwaarden in regelingen aan te passen zodat meer mensen er gebruik van kunnen maken; - Hier de raad over te informeren met een Raadsinformatiebrief voor 1 februari 2023

Toezegging Incidentele energietoeslag

22 juni 2023 Wethouder Dankers zegt toe in N.v.t. 2023 incidenteel de energietoeslag te verruimen naar 130%.

Toeslagen zijn inmiddels uitgekeerd aan inwoners tot 120%. Gemeente heeft geen zicht op groep tussen 120 en 130%; zij zijn opgeroepen zich te melden en een aanvraag te doen.

De raad van Oisterwijk maakt in vergelijking met andere gemeenten beperkt gebruik van moties en amendementen om bij te sturen op het armoedebeleid. Dat wil echter niet zeggen dat de raad het onderwerp armoede en bestaanszekerheid niet belangrijk vindt. De raad heeft in het verleden bijvoorbeeld gevraagd of vereenvoudiging van de regelingen mogelijk zou zijn. Daar is in de afgelopen jaren bij de herijking van het beleid veel werk van gemaakt. Wel erkennen raadsleden dat de aandacht van de raad momenteel voornamelijk uitgaat naar het ruimtelijk domein, waardoor het sociaal domein minder aandacht van de raad krijgt.

44

Ondanks de verschillende vormen van informatievoorziening door het college ervaren raadsleden niet altijd voldoende grip op het onderwerp armoede en ongelijkheid. In het raadsgesprek kwam naar voren dat sommige raadsleden graag meer cijfers en informatie over dit onderwerp willen hebben. De Adviesraad Sociaal Domein heeft hier in 2020 ook aandacht voor gevraagd bij het college in een advies over de Sociale Dialoog.48 Raadsleden vinden het lastig om op onderwerpen in het sociaal domein, waaronder armoede en ongelijkheid, bij te sturen of de uitvoering te controleren. De effectiviteit van de aanpak is door de aard van het werk dat de gemeente en maatschappelijke partners hierbij verrichten ook lastiger te meten. Raadsleden erkennen wel dat de raad meer gebruik zou kunnen maken van het raadsinstrumentarium, bijvoorbeeld door vaker schriftelijke of mondelinge vragen te stellen of het onderwerp armoede en bestaanszekerheid vaker in de raad te agenderen. Ook zou de raad volgens raadsleden vaker vervolgvragen kunnen stellen op antwoorden die het college geeft. Daarnaast kwamen uit het raadsgesprek verschillende inhoudelijke aandachtspunten voor het armoedebeleid naar voren: 

 

Raadsleden geven aan dat het college in de informatievoorziening over armoede en bestaanszekerheid benadrukt dat de aanpak effectief is, en er niemand buiten de boot valt. Raadsleden zouden graag meer inzicht krijgen in de knelpunten van het armoede- en ongelijkheidbeleid. Raadsleden hebben daarnaast het beeld dat er beperkt armoede is in Oisterwijk, maar erkennen dat er een risico is dat er mensen vergeten worden. Het is van belang dat de doelgroep goed in zicht blijft bij de gemeente. Raadsleden vinden het belangrijk dat Oisterwijk een ruimhartig minimabeleid blijft voeren. Dit is in het beleidskader zoals in paragraaf 2.1. behandeld één van de centrale uitgangspunten.

48

Advies Adviesraad Sociaal Domein over dialoog sociaal domein 10 augustus 2020: https://asdoisterwijk.nl/advies-dialoog-sociaal-domein/.

45

3. Beleid omtrent ongelijkheid Dit hoofdstuk gaat in op de inzet van de gemeente Oisterwijk om ongelijkheid tegen te gaan. Allereerst wordt er gekeken naar het beleid en de visie van de gemeente op het tegengaan van ongelijkheid. Vervolgens wordt er nader ingegaan op hoe het beleid op het gebied van ongelijkheid aansluit bij de inwoners van Oisterwijk, gestructureerd aan de hand van de vier typen kapitaal die in hoofdstuk 1 zijn toegelicht.

3.1. Beleidskader en visie omtrent ongelijkheid De gemeente Oisterwijk gaat in het beleid in op bestaanszekerheid, niet expliciet op ongelijkheid De gemeente Oisterwijk heeft geen beleid dat toegespitst is op ongelijkheid. Er wordt in de beleidskaders ook niet expliciet gerefereerd aan het verkleinen van ongelijkheid. Beleid omtrent ongelijkheid beslaat gewoonlijk aspecten als: ongelijkheid bij jeugd, preventie, diversiteit of kansenongelijkheid. Het gaat om het erkennen dat verschillende typen inwoners verschillende behoeften hebben en hier op een passende manier op antwoorden als gemeente. Op die manier kan er via verschillende wegen worden toegewerkt naar meer gelijkheid. Er is in de gemeente Oisterwijk wel een aantal regelingen dat (in)direct effect heeft op het verkleinen van ongelijkheid, deze vallen in het beleid onder de noemer bestaanszekerheid. Zo is de eerste bouwsteen in het Koersdocument Sociaal Domein “inclusief”.49 Er wordt benoemd dat een inclusieve samenleving zo ingericht moet worden dat iedereen mee kan doen op het eigen niveau. Daarbij zijn de ambities geformuleerd om mee te bewegen met de behoeften van kwetsbaren, te focussen op kwetsbare doelgroepen als jongeren, ouderen, psychisch kwetsbaren en inburgeraars en in te leven in de situatie en het niveau van de klant.

In het Strijdplan Sociaal Domein is in 2020 uitgewerkt welke wijzigingen er doorgevoerd werden in regelingen om het Sociaal Domein betaalbaar te houden. Dit betekende in sommige gevallen een versobering van regelingen of een terugval op de sociale basisstructuur.50 Gelijktijdig werd de focus verlegd naar bestaanszekerheid en proactief en preventief beleid, zoals uitgewerkt in de Nota Bestaanszekerheid.51 Hierbij is een concreet gesteld doel dat geen enkele inwoner een inkomen onder het bijstandsniveau heeft. Wat verder blijkt uit de Nota Bestaanszekerheid, is dat zowel inwoners als maatschappelijke partners aangeven dat er veel verborgen armoede is in Oisterwijk, die niet terug te zien is in de cijfers. In de nota staat daarnaast dat inwoners de indruk hebben dat er andere vormen van armoede zijn die niet aan bod komen in de cijfers en het beleid. Dit betreft bijvoorbeeld onzekerheid rondom WMO-voorzieningen, eenzaamheid, taalachterstanden en kinderen zonder een veilige omgeving om in op te groeien.52

49

Koersdocument Sociaal Domein p.p. 8 Strijdplan Sociaal Domein p.p. 8 51 Nota Bestaanszekerheid p.p. 4 52 Nota Bestaanszekerheid p.p. 9 50

46

Het declaratiefonds betreft een financiële tegemoetkoming voor sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten om te voorkomen of doorbreken dat inwoners niet kunnen deelnemen aan de maatschappij.53 Deze tegemoetkoming is beschikbaar voor zowel volwassenen als kinderen, zodat zij bijvoorbeeld net als klasgenoten een sport kunnen beoefenen. Dit verkleint de kans op buitensluiting en beperkt de verschillen op jonge leeftijd. Voor volwassenen kan het onder andere bijdragen aan het ‘meedoen’ waardoor het sociale netwerk versterkt wordt en de kans op hulp vanuit de omgeving vergroot. Het declaratiefonds bereikt 34% van de doelgroep: 326 huishoudens.54 In het raadsakkoord ‘gezamenlijk perspectief over grenzen heen’ wordt ingegaan op modern jongerenwerk.55 Dit is een programma dat jongeren begeleidt bij zelfontplooiing om te zorgen dat zij zich verder ontwikkelen, de juiste keuzes maken en werken aan hun toekomst. Ook in het koersdocument wordt de ambitie benoemd om jongeren meer te betrekken en te binden met Oisterwijk. Jongerenwerk speelt hierin een cruciale rol. Stichting Leergeld financiert activiteiten op het gebied van school, sport, cultuur en welzijn voor kinderen van 4 tot 18 jaar.56 Dit kan bijvoorbeeld gaan over een laptop voor school of de contributie voor voetbaltraining.

Kinderen van ouders die maximaal 130% van bijstandsniveau verdienen komen hiervoor in aanmerking. Het doel van Stichting Leergeld is om te voorkomen dat kinderen aan de zijlijn belanden: de focus ligt op "meedoen voor alle kinderen". In 2022 bereikte Stichting Leergeld 37% van de doelgroep: 195 kinderen.57 Sinds 2022 is er een nieuw inburgeringsstelsel voor inwoners die verplicht deelnemen aan inburgering speelt de gemeente een rol in de begeleiding58. Hiervoor zijn drie mogelijke routes: De B1-route, voor taal en (vrijwilligers)werk, een onderwijsroute voor jongeren en de zelfredzaamheidsroute. Deze laatste route is vooral gericht op praktisch meedoen in de samenleving. Om te onderzoeken welke route passend is start de inwoner met een intake van 10 weken, waarin gekeken wordt welke talenten, competenties en mensen diegene heeft. In het beleidsplan schuldhulpverlening is aangegeven dat er extra aandacht is voor bepaalde doelgroepen. Hierbij gaat het onder andere over gezinnen met kinderen, ondernemers en inwoners die kwetsbaarder zijn voor de stijgende energieprijzen.59 Opgroeien in armoede heeft invloed op de verdere ontwikkeling en levensloop van kinderen. Ze zijn negatiever over hun eigen toekomst door het gebrek aan stabiliteit en zekerheid in hun eigen leven. Door de coronacrisis hebben veel ondernemers aanspraak gemaakt op financiële steun.

Soms moeten een ondernemers een deel van deze steun terugbetalen, waardoor ze een risico lopen om schulden op te bouwen.

53

Verordening declaratiefonds Factsheet Armoedeindex en scenarioanalyse KWIZ mei 2023, p4. 55 Raadsakkoord 'gezamenlijk perspectief over grenzen heen' p. 17-18. 56 Stichting Leergeld Oisterwijk, Meerjarenbeleidsplan 2021-2024, p. 9-13. 57 Factsheet Armoedeindex en scenarioanalyse KWIZ mei 2023, p. 4. 58 Monitor Sociaal Domein 2023, p.p. 15 59 Beleidsplan Schuldhulpverlening, 2022 pp. 3 54

47

3.2. De Oisterwijkse aanpak gespiegeld aan de inwoners In deze paragraaf wordt beschreven of de aanpak van de gemeente Oisterwijk aansluit bij de inwoners. Hiervoor gaan we terug naar het type inwoners dat de gemeente heeft. Dit is in hoofdstuk 1 uitgelegd aan de hand van de inwonersprofielen. Elk profiel is meer of mindere mate aanwezig in de gemeente en heeft eigen behoeften en uitdagingen. Deze verschillen worden beschreven aan de hand van de vier kapitalen. Wanneer een profiel weinig beschikt over een bepaald kapitaal, dan kan dit namelijk leiden tot een hulpvraag. Daarnaast wordt gekeken naar de verdeling van de verschillende profielen over de wijken in Oisterwijk. Dit vertelt ons meer over het nut en de mogelijke vorm van een wijkgerichte aanpak. 3.2.1. Economisch kapitaal – ‘wat je hebt’ Eén duidelijk doel van beleid voor bestaanszekerheid en schuldhulpverlening is het bestrijden van ongelijkheid op economisch gebied. Deze verschillen drukken we uit in economisch kapitaal. De gemeente Oisterwijk heeft hiervoor bijvoorbeeld het Declaratiefonds opgezet. Dit is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen. Zij kunnen het geld gebruiken voor sociale, culturele, sportieve of educatieve doeleinden. Deze financiële bijdrage zorgt ervoor dat ook kwetsbare inwoners kunnen blijven meedoen in de samenleving.

Door een uitbreiding van de regelingen kunnen ook inwoners die voorheen rondom de inkomensgrens vielen hier aanspraak op maken.

Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Oisterwijk? De meeste inwoners van Oisterwijk vallen onder een profiel dat modaal of meer verdient. In vergelijking met de rest van Nederland heeft Oisterwijk daarmee gemiddeld meer economisch kapitaal. De mensen met minder financiële middelen zijn echter wel aanwezig: ongeveer een derde van de inwoners onder een profiel dat weinig economisch kapitaal heeft. Deze doelgroep kan de ondersteuning van de gemeente soms goed gebruiken. Het Declaratiefonds is een flexibele vorm van ondersteuning, die inwoners naar eigen behoefte in kunnen zetten. Daarmee sluit het aan op de onderlinge verschillen van deze doelgroep. Deze inwoners vinden het vaak lastig om hulp te vragen of hebben weinig vertrouwen in de overheid. Het is dan ook een passende keus om het geld van het Declaratiefonds automatisch over te maken wanneer inwoners er recht op hebben. Toch is er een groep die nog niet in beeld is bij de gemeente en dit geld misloopt. Hier valt nog winst te behalen. 3.2.2. Sociaal kapitaal – ‘wie je kent’ Iedereen heeft wel eens hulp nodig. De mate waarin je iemand uit je omgeving om hulp kunt vragen kunnen we uitdrukken als sociaal kapitaal. De gemeente Oisterwijk kenmerkt zich door het dorpse karakter en de sterke sociale structuur. Inwoners helpen elkaar dan ook waar ze kunnen, en mocht het nodig zijn biedt de gemeente ondersteuning.

Inwoners kunnen met een hulpvraag dan terecht bij Loket Wegwijs. Het beleid voor bestaanszekerheid legt een nadruk op preventie en nazorg. Hiervoor ligt dus een taak bij de directe omgeving.

48

Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Oisterwijk? Het beleid van de gemeente doet een beroep op het eigen netwerk van inwoners. Wanneer iemand over voldoende sociaal kapitaal beschikt, dan kunnen ze zelf onderling een oplossing vinden. Op basis van de profielen zien we dat een groot deel van de inwoners in Oisterwijk theoretisch is opgeleid en goed in staat is om communicatie vanuit de gemeente te begrijpen. Dit deel van de inwoners is onderdeel van de sterke sociale basisstructuur en is in staat hulp te vinden in de omgeving. Er is echter een deel van de doelgroep dat lastiger te bereiken is. Juist dit type inwoner heeft een beperkt eigen netwerk om op terug te vallen, of leeft in eenzaamheid. Wanneer bij preventie de nadruk wordt gelegd op de directe omgeving kan deze groep gemist worden, en ontvangen de meest hulpbehoevenden niet de hulp die zij nodig hebben. Hierbij kan verder inzicht in het bereik een uitkomst bieden, zodat vervolgens een passende (wijkgerichte) aanpak of ervaringsdeskundigheid dit verder kunnen vergroten. 3.2.3. Cultureel kapitaal – ‘waar je bij hoort’ Inwoners van Oisterwijk zijn vaker dan landelijk gemiddeld lid van een sport-, spel- of gezelligheidsvereniging. Dit past bij het beeld van de sociale structuur en het dorpse karakter van de gemeente. De omgeving van de gemeente heeft veel te doen op het gebied van cultuur.

De gemeente heeft een aantal regelingen zodat inwoners met een lager inkomen hier ook aan kunnen meedoen. Er is ondersteuning beschikbaar vanuit het Declaratiefonds, en specifiek voor kinderen vanuit St. Leergeld. Charitas heeft, net als in eerdere jaren, in de zomer van 2024 een actie opgezet zodat inwoners uit de gemeente die het minder breed hebben gratis naar de Efteling kunnen.60 Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Oisterwijk? Oisterwijk heeft veel moois te bieden als het gaat om cultuur. Het merendeel van de inwoners weet zijn weg hier naartoe te vinden en is geworteld in de sociale kern van de gemeente. Er zijn passende regelingen voor hen die hier hulp bij nodig hebben. Het bereik van het Declaratiefonds (34%) geeft echter aan dat deze inwoners niet allemaal gevonden worden, of om hulp durven te vragen. Stichting Leergeld heeft een vergelijkbaar bereik: 37% van de doelgroep wordt bereikt. Voor een hogere effectiviteit van deze regelingen zullen de gemeente en partners dieper door moeten dringen tot de haarvaten van deze doelgroep. 3.2.4. Persoonskapitaal – ‘wie je bent’ In het algemeen scoort de gemeente Oisterwijk beter dan het landelijk gemiddelde als het gaat om (mentale) gezondheid, overgewicht, sporten en gevoelens van eenzaamheid. Desalniettemin is er een

60

Minima gratis naar Efteling met Charitas Oisterwijk, Oisterwijknieuws.nl, 10 mei 2024: https://www.oisterwijknieuws.nl/2024/05/minima-gratis-naar-efteling-met-charitas-oisterwijk/

49

flink aantal inwoners dat kampt met één of meerdere van deze uitdagingen. De gemeente kan met de brede intake van Loket Wegwijs inwoners goed aan de juiste ondersteuning helpen. In de gevoerde gesprekken is naar voren gekomen dat maatschappelijke partners een belangrijke rol hebben in het tegengaan van eenzaamheid. Partners als Allemaal Oisterwijk en het Sociaal Huis zijn in hun aanpak sterk gericht op ontmoeting tussen mensen uit de doelgroep om schaamte tegen te gaan, kennis en ervaringen uit te wisselen en sociale netwerken te versterken. Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Oisterwijk? Zodra een inwoner aanklopt bij de gemeente Oisterwijk zijn er intern heldere processen en werken partners en gemeente samen om de juiste ondersteuning te bieden. Dit past goed bij het deel van de gemeente dat de taal beheerst en de gemeente weet te vinden. Anderen hebben hier meer ondersteuning bij nodig. Niet alleen vanwege taalbarrières, maar bijvoorbeeld ook door beperkte mobiliteit vanwege gezondheidsproblemen. Deze inwoners kunnen in beeld worden gebracht met huisbezoeken. De gemeente legt deze af naar aanleiding van vroegsignalering, maar maakt nog beperkt gebruik van wijkteams of ervaringsdeskundigheid. Maatschappelijke partners staan vaak relatief dichter bij inwoners dan de gemeente, omdat er veelal direct contact is met de doelgroep.

Tegelijkertijd is het ook voor deze partners lastig om inwoners te bereiken die zich schamen of hulp weigeren. Wijkgerichte aanpak Oisterwijk heeft momenteel geen wijk- of dorpsgerichte aanpak op het gebied van armoede en ongelijkheid. Een wijkgerichte aanpak is een mogelijk middel om in kaart te brengen wat er speelt per wijk, zodat de gemeente passende maatregelen kan nemen. In een wijkgerichte aanpak wordt er per wijk of dorp gekeken naar sociale en maatschappelijke problemen en dus kansen. Wijken die naast elkaar liggen kunnen toch heel verschillende problemen kennen en daarom is er soms een andere aanpak nodig. Hoewel Oisterwijk geen wijkgerichte aanpak hanteert, heeft de gemeente wel de ambitie om hulp zo dicht mogelijk bij inwoners te organiseren. Een wijkgerichte aanpak kan in het bijzonder behulpzaam zijn wanneer deze gepaard gaat met een doelgroepgerichte aanpak, waarbij de gemeente zich voornamelijk richt op doelgroepen die momenteel minder goed in beeld zijn. De gemeente zet wel stappen die de opmaat kunnen vormen naar een meer wijkgerichte aanpak. Zo wordt momenteel gewerkt aan het toepassen van wijkanalyses op basis van beschikbare data. Ook worden in samenwerking met Contour de Twern en de bibliotheek informatiepleinen in de dorpen georganiseerd. Loket Wegwijs sluit in Haaren aan bij deze informatiepleinen.

Inwoners kunnen bij deze informatiepleinen terecht voor vragen over bijvoorbeeld zorg, welzijn of wonen. Zowel de wijkanalyses als de informatiepleinen zijn echter niet specifiek gericht op bestaanszekerheid. In tegenstelling tot sommige andere gemeenten heeft Oisterwijk geen specifieke wijken die bekend staan om problemen op het gebied van armoede en ongelijkheid. Dit zien we ook terug wanneer we kijken naar de verdeling van de inwonersprofielen over de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14786596/1