Rapport DoeMee Armoede en ongelijkheid
Tekst van het document
Armoede en ongelijkheid in de gemeente Oisterwijk DoeMee-onderzoek naar armoede en ongelijkheid
Rekenkamer Oisterwijk
1
Colofon: Datum: 4 oktober 2024 – versie rapport t.b.v. bestuurlijk wederhoor
Opdrachtgever: Rekenkamer Oisterwijk T.a.v. Aletta van der Veen, secretaris Aletta.vanderVeen@Oisterwijk.nl
Onderzoekers: Robert Klaassen Imke Kruitwagen Pien Duffhuis Sigrid Jansen
2
Inhoudsopgave Colofon: .......................................................................................................................................................................... 2 Onderzoeksverantwoording ........................................................................................................................................... 5 1.
Vooraf: de context van Oisterwijk ........................................................................................................................ 9 1.1. Het kwantificeren van armoede en ongelijkheid ............................................................................................. 9 1.2. Wat kenmerkt de inwoner van Oisterwijk? ..................................................................................................... 9 1.3. Maak kennis met Dennis, Shannah en Omar ................................................................................................. 17
2.
Armoedebeleid in de gemeente Oisterwijk ........................................................................................................ 19 2.1. Beleidskader en visie ...................................................................................................................................... 19 2.2. De vier bouwstenen voor een samenredzaam Oisterwijk ............................................................................. 25 2.3. Monitoring en evaluatie ................................................................................................................................. 38 2.4.
3.
Rol van de gemeenteraad ......................................................................................................................... 41
Beleid omtrent ongelijkheid ............................................................................................................................... 38 3.1. Beleidskader en visie omtrent ongelijkheid ................................................................................................... 38 3.2. De Oisterwijkse aanpak gespiegeld aan de inwoners .................................................................................... 39
Bijlage 1.
Indicatoren en technische onderzoeksverantwoording ............................................................................ 52
Bijlage 2.
Lijst met partners ...................................................................................................................................... 47
Bijlage 3.
Interviews en bronvermelding .................................................................................................................. 50
3
Bestuurlijke nota
4
Onderzoeksverantwoording Waarom dit onderzoek? Aanleiding Armoede en ongelijkheid in de samenleving zijn actuele politieke en maatschappelijke onderwerpen. Het aantal personen in armoede leek de laatste jaren te stijgen. Het kabinet Rutte IV heeft hierop met een maatregelenpakket ingegrepen waardoor in 2022 en 2023 het aantal personen dat in armoede leeft is gedaald. Wel blijkt keer op keer uit onderzoek dat de buurt waarin je opgroeit bepalend is voor de kansen die je krijgt in het leven, zoals onder meer de opleiding die je volgt.1 Alleen kijken naar koopkracht om ongelijkheid te duiden blijkt niet voldoende te zijn, zo concludeert onder meer het SCP. Zij publiceerden in maart 2023 een onderzoek naar eigentijdse ongelijkheid. Uit deze studie komt naar voren dat eigentijdse ongelijkheid niet alleen voortkomt uit koopkrachtproblemen en armoede, maar ook samenhangt met ongelijkheid in andere hulpbronnen zoals sociaal en economisch kapitaal. Volgens het SCP liggen er kansen voor de overheid om armoede en ongelijkheid actiever tegen te gaan. Zo kan de overheid specifiek beleid voeren dat urgente financiële tekorten aanvult of aanpassingen doorvoeren in het structurele beleid en systemen. Daarbij is vooral de lokale overheid aan zet.
Begin 2024 heeft de rekenkamer Oisterwijk een overleg gevoerd met een afvaardiging van de gemeenteraad.2 Tijdens dit overleg is besproken dat de rekenkamer in 2024 een onderzoek uitvoert naar armoede en sociale ongelijkheid. Door de aanwezige fracties is verzocht om de onderwerpen eenzaamheid en gezondheid ook in het onderzoek mee te nemen. Doelstelling: terugkijken om stappen vooruit te kunnen maken Dit onderzoek is gericht op het evalueren van het huidige beleid en de werkwijze van de gemeente, zodat handvatten kunnen worden aangedragen voor de verdere aanpak van armoede en sociale ongelijkheid in de komende jaren. Het doel van het onderzoek is om na te gaan welke middelen de gemeente inzet om armoede en sociale ongelijkheid tegen te gaan, tot welke resultaten deze inzet leidt en wat de verklaring is voor de resultaten. Op basis daarvan is de rekenkamer in staat concrete aanbevelingen te doen om de gemeentelijke aanpak te verbeteren. Dit onderzoek betreft een zogeheten DoeMee-onderzoek: een rekenkameronderzoek dat met dezelfde opzet in verschillende gemeenten tegelijkertijd wordt uitgevoerd. De meerwaarde hiervan is dat resultaten uit verschillende gemeenten met elkaar kunnen worden vergeleken en dat best practices kunnen worden uitgewisseld.
1 2
Een rijke buurt lijkt een betere voorspeller van je opleiding dan een arme | Trouw Vijf van de zeven fracties waren bij dit overleg aanwezig.
5
Onderzoeksvragen We hebben de volgende centrale vraag geformuleerd voor het onderzoek: Welke middelen zet de gemeente Oisterwijk in om armoede en sociale ongelijkheid tegen te gaan en in hoeverre zijn deze doeltreffend en doelmatig? De hierboven geformuleerde centrale onderzoeksvraag zullen wij beantwoorden door antwoord te geven op een aantal deelvragen. Beleid 1. Welke ambities en doelstellingen heeft de gemeente vastgesteld ten aanzien van armoede en sociale ongelijkheid? 2. Welke (beleids-)instrumenten past de gemeente toe om armoede en sociale ongelijkheid tegen te gaan? 3. Hoe zijn in de gemeente rollen en verantwoordelijkheden verdeeld in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? Uitvoering en praktijk 4. Hoe werken betrokken gemeentelijke afdelingen samen op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid? 5. Hoe werkt de gemeente samen met maatschappelijke partners in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? Hoe is die samenwerking georganiseerd? 6. Welke inspanning wordt geleverd door gemeente en maatschappelijk partners om alle inwoners in beeld te krijgen die gebruik zouden moeten en kunnen maken van regelingen op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid? 7. Hoe ziet de toegang tot de gemeentelijke dienstverlening ten aanzien van armoede en sociale ongelijkheid er vanuit het perspectief van de cliënt uit? 8.
In hoeverre worden eenzaamheid onder en de gezondheid van de Oisterwijkse inwoners door de gemeente en haar samenwerkingspartners betrokken in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? 9. Wat zijn ervaren knelpunten in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid, en wat gaat er goed? 10. Welke mogelijkheden voor de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid worden momenteel niet door de gemeente opgepakt? Monitoring en evaluatie 11. Hoe en in welke mate heeft de gemeente inzicht in het behalen van doelen? 12. Hoe wordt kwantitatieve en kwalitatieve informatie gebruikt in de analyse van de effectiviteit van het beleid?
6
Evaluatie en lessen 13. In hoeverre bereikt de gemeente de door haar gestelde doelen voor de aanpak van armoede en ongelijkheid en hoe doelmatig is die aanpak? 14. Welke lessen zijn voor de gemeente te formuleren voor de toekomstige aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? Gemeenteraad 15. In hoeverre heeft de gemeenteraad voldoende zicht op de effectiviteit en efficiëntie van het beleid om zijn kaderstellende en controlerende taken uit te kunnen voeren? 16. Hoe vervult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol op dit moment als het gaat om armoede en sociale ongelijkheid, en hoe zou die rol er in de toekomst uit moeten zien?
7
Onderzoeksverantwoording Het rekenkameronderzoek begon met een startgesprek met de organisatie op 16 april 2024. Bij de organisatie is vervolgens een verzoek gedaan om documentatie aan te leveren. In mei 2024 is de documentatie ontvangen. In mei en juni 2024 zijn de interviews met ambtenaren, maatschappelijke partners en de plaatsvervangend portefeuillehouder gevoerd. Deze gesprekken zijn vastgelegd in een gespreksverslag dat door de betrokkenen is geaccordeerd. In september 2024 is de rapportage verzonden voor ambtelijk wederhoor (feitenverificatie). De ambtelijke reactie is vervolgens verwerkt, waarna de rekenkamer conclusies en aanbevelingen heeft opgesteld. Het rapport is op DATUM aangeboden aan het college voor bestuurlijk wederhoor. De bestuurlijke reactie is op DATUM ontvangen en integraal, met een nawoord van de rekenkamer, opgenomen in het rapport. Het eindrapport is op DATUM aangeboden aan de raad. De gemeente Oisterwijk hanteert in (beleids-)documenten de term ‘bestaanszekerheid’ in plaats van armoede. Omdat dit onderzoek onderdeel uitmaakt van een DoeMee-onderzoek, is ervoor gekozen om in dit rapport de term ‘armoede’ te gebruiken. Waar wordt verwezen naar Oisterwijkse (beleids)documenten of hieruit wordt geciteerd, wordt de term ‘bestaanszekerheid’ gebruikt. De gemeente Oisterwijk werkt op het gebied van armoede veel samen in de regio.
In het DoeMeeonderzoek staat deze regionale samenwerking minder centraal. Er wordt voornamelijk gefocust op de onderdelen van het beleid waar de gemeente, specifiek de gemeenteraad, min of meer direct op kan sturen.
Leeswijzer De rapportage is opgebouwd langs de twee onderdelen van het onderzoek: armoede en ongelijkheid. De structuur van dit rapport is voor iedere gemeente die deelneemt aan het DoeMee onderzoek hetzelfde. Hoofdstuk 1 richt zich op de inwoner van Oisterwijk en de samenstelling van de gemeente. Hoofdstuk 2 richt zich op het armoedebeleid, de uitvoering hiervan en monitoring en evaluatie. Hoofdstuk 3 richt zich op ongelijkheid. De gemeente Oisterwijk heeft weinig beleid specifiek gericht op het tegengaan van ongelijkheid. Daarom is Hoofdstuk 3 kleiner dan de andere hoofdstukken. Om te zien hoe het beleid van de gemeente Oisterwijk in de praktijk werkt, maken we gebruik van drie fictieve, maar realistische klantreizen: Dennis, Shannah en Omar. Deze drie fictieve inwoners worstelen met armoede en schulden. Door het hele rapport heen volgen we de reizen van Dennis, Shannah en Omar door de gemeentelijke procedures: hoe zouden zij geholpen worden door de gemeente Oisterwijk? In paragraaf 1.3. worden Dennis, Shannah en Omar voorgesteld.
8
Nota van Bevindingen
9
10
1. Vooraf: de context van Oisterwijk Een onderzoek naar armoede en ongelijkheid moet starten met een nadere kennismaking met de inwoners van Oisterwijk. Armoedebeleid en beleid om ongelijkheid tegen te gaan moet passen bij, en afgestemd zijn op, de inwoners van de gemeente. Waar de ene gemeente veel ZZP’ers heeft met een groot armoederisico, heeft een andere gemeente vooral veel intergenerationele armoede.3 In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de specifieke context van de gemeente Oisterwijk en maken we kennis met Dennis, Shannah en Omar: drie fictieve personen in Oisterwijk met armoede- en schuldenproblematiek die tijdens het rapport worden gevolgd.
1.1. Het kwantificeren van armoede en ongelijkheid Hoewel economische ongelijkheid in het publieke debat veel aandacht krijgt, bestaat ongelijkheid uit meerdere facetten. Er bestaan verschillende manieren en theorieën om ongelijkheid te beschrijven en te duiden. In recent onderzoek, bijvoorbeeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau, wordt naast economisch kapitaal ook naar de verdeling van andere hulpbronnen gekeken. Dit komt voort uit de hulpbronnentheorie die voor het eerst werd uitgewerkt door de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft in het onderzoek ‘Eigentijdse Ongelijkheid4’ het onderscheid gemaakt tussen economisch, sociaal, cultureel en persoonskapitaal. Economisch kapitaal wordt bepaald door je vermogen en je bereikte onderwijsniveau. Sociaal kapitaal houdt in dat je toegang hebt tot een netwerk dat steun biedt of je verder helpt. Cultureel kapitaal houdt onder andere in dat iemand kan voldoen aan wat de moderne maatschappij van iemand vraagt (zoals het kunnen gebruiken van een computer of de Engelse taal spreken).Een groot persoonskapitaal betekent niet alleen fysiek gezond zijn, maar ook mentaal. Dit zijn allemaal elementen die bepalend zijn voor posities in de samenleving, en die de kansen van mensen kunnen vergroten of beperken. Deze vier typen kapitaal zijn met elkaar verbonden en kunnen elkaar versterken.
Bijvoorbeeld, economisch kapitaal kan worden omgezet in cultureel kapitaal door middel van onderwijs, of in sociaal kapitaal door middel van strategische investeringen in sociale netwerken. Door deze vier vormen van kapitaal in Oisterwijk in beschouwing te nemen, kan een diepgaander begrip van ongelijkheid worden ontwikkeld, aangezien ze elk verschillende dimensies van macht en toegang tot hulpbronnen binnen een samenleving belichten. In dit onderzoek wordt ongelijkheid dan ook beschreven aan de hand van deze vier typen kapitaal. In bijlage 1 staat een overzicht van de indicatoren die daarvoor worden gebruikt. Deze zijn deels gebaseerd op eerder uitgevoerd onderzoek door het CBS of de GGD en deels verzameld voor dit onderzoek via het Citisenspanel. De typen kapitaal worden besproken en toegelicht langs de lijnen van acht typen inwoners uit de gemeente Oisterwijk.
1.2. Wat kenmerkt de inwoner van Oisterwijk? Tot het eind van de vorige eeuw stonden er in Oisterwijk een leerlooierij en een aantal kleine schoenfabrieken. Oisterwijk had een brede laag inwoners die als boer, arbeider of middenstander 3 4
Armoede die overgaat van generatie op generatie Sociaal Cultureel Planbureau (2023). Eigentijdse ongelijkheid.
11
rondkwamen. Tegenwoordig is deze geschiedenis niet meer af te lezen aan het straatbeeld. Oisterwijk kenmerkt zich door de mooie natuur, het historische stadscentrum, de luxe winkels en de bourgondische restaurants. De gemeente oogt van buitenaf als een relatief welvarende gemeente met een gemiddeld hoog inkomen en relatief hoge woningprijzen. Daarnaast kenmerkt Oisterwijk zich volgens gesprekspartners door een sterke sociale basisstructuur. Er is een relatief hechte gemeenschap met veel onderlinge betrokkenheid. Door het dorpse karakter en de Brabantse toegankelijkheid heerst er een sociale cohesie van ‘ons kent ons.’ Door die factoren kunnen inwoners die te maken hebben met armoede en ongelijkheid mogelijk buiten beeld raken. Deze inwoners komen vaak terecht in een sociaal isolement en accepteren niet altijd hulp van anderen, zeker niet van de overheid. Dit is een risico wat de gemeente erkent en waar blijkens de gevoerde gesprekken ook aandacht voor is. Om een beeld te krijgen van de kenmerken van groepen inwoners is in dit onderzoek een model gebruikt dat op basis van een grote hoeveelheid data en indicatoren een inschatting geeft van de groepen inwoners in Oisterwijk, en hoe deze vertegenwoordigd zijn. In bijlage 1 is een technische verantwoording opgenomen waarin is toegelicht hoe deze profielen tot stand zijn gekomen. 1.2.1.
Kenmerken van de acht inwonerprofielen Elk van deze acht profielen heeft eigen kenmerken. Deze profielen zijn ingedeeld aan de hand van inkomen, de wijze waarop ze contact willen hebben met de gemeente, opleidingsniveau en sociale omgeving. Op sommige onderdelen overlappen de profielen elkaar, of lijken profielen een brede groep mensen te beschrijven. Elk profiel wijkt echter af in de dynamiek tussen enkele bepalende kenmerken: het inkomen, het opleidingsniveau, het sociaal netwerk en de houding ten opzichte van de overheid. Om goed onderscheid te maken tussen inwonersprofielen heeft elke profiel een eigen kleur gekregen. Om te voorkomen dat de namen van de profielen onbedoelde associaties oproepen, is ervoor gekozen om de profielen eenvoudig te onderscheiden op basis van kleuren en deze geen andere naam te geven. Vooral inwoners met het bruine, groene en roze profiel hebben te maken met uitdagingen op het gebied van bestaanszekerheid. Profiel: Oranje Verdeeld over alle leeftijden. Praktisch opgeleid. Inkomen modaal of onder modaal. Weinig vertrouwen in de gemeente; moet actief worden opgezocht.
Profiel: Rood Leeftijd 55 jaar en ouder. Opleidingsniveau theoretisch. Inkomen hoger dan gemiddeld. Met (pre)pensioen. Kent de wegen binnen de gemeente.
12
Profiel: Groen Leeftijd 65 jaar en ouder. Inkomen beneden modaal. Praktisch opgeleid. Gepensioneerd, wonen alleen of met hun partner. Vaker eenzaam en worden lastig bereikt door de gemeente.
Profiel: Geel Leeftijd tussen de 30 en 65. Inkomen modaal of boven modaal. Opleidingsniveau theoretisch.
Profiel: Bruin Leeftijd 30 - 65 jaar. Inkomen beneden modaal of modaal. Opleidingsniveau praktisch. Gezinnen met kinderen. Veel last van schaamte rondom geldproblematiek.
Profiel: Roze Leeftijd 30 tot 65 jaar. Praktisch opgeleid. Beneden modaal inkomen. Weinig vertrouwen in de overheid en moeilijk te bereiken.
Profiel: Paars Leeftijd tussen de 18 en 40. Theoretisch opgeleid. Verdienen boven modaal óf gaan dit binnenkort doen.
Profiel: Blauw Leeftijd tot 45. Praktisch of theoretisch opgeleid. Gemiddeld inkomen. Alleenstaand of samenwonend, vaak voor het eerst in een koopwoning.
1.2.2. De verdeling over de gemeente Oisterwijk Onderstaande grafiek laat zien hoe de inwoners van Oisterwijk zijn verdeeld over de acht inwonersprofielen. Op de verticale as staan de percentages van de verschillende groepen inwoners. De horizontale as laat de verschillende inwonersprofielen zien: de grijze linkerbalk het gemiddelde in Nederland en de gekleurde rechterbalk is de samenstelling van de gemeente Oisterwijk.
13
25
20
15
10
5
0 Oranje
Groen
Bruin
Paars
Rood
Geel
Roze
Blauw
Figuur 1: inwonersprofielen Oisterwijk
In figuur 1 is te zien dat, in vergelijking met heel Nederland, in Oisterwijk relatief veel mensen met inwonersprofielen rood en geel wonen. Deze inwonersgroepen hebben een relatief hoger inkomen, zijn vaak theoretisch opgeleid en zijn veelal van middelbare leeftijd of ouder. Het inwonersprofiel bruin is op zijn beurt minder vertegenwoordigd in Oisterwijk, vergeleken met de rest Nederland. In Oisterwijk wonen dus relatief minder inwoners die praktisch geschoold zijn, een modaal of lager dan modaal inkomen hebben en vaak één of meer kinderen hebben. De verdeling van de profielen in Oisterwijk wordt hieronder geduid volgens de vier typen kapitaal van het SCP die in de vorige paragraaf zijn toegelicht. Daarnaast is opgenomen wat de rol van gemeente zou kunnen zijn in het vergroten van deze vier typen kapitaal bij de inwoners van Oisterwijk. Later in de rapportage (hoofdstuk 3) wordt ingegaan op het gemeentelijke beleid hieromtrent en in hoeverre dat aansluit bij de problematiek waar de grootste profielen in de gemeente Oisterwijk mee te maken hebben. 1.2.3. Economisch kapitaal – ‘wat je hebt’ De gemeente Oisterwijk heeft meer theoretisch opgeleiden dan gemiddeld in Nederland. Bijna de helft van de inwoners van de gemeente Oisterwijk valt namelijk in het rode of gele profiel.
Het rode profiel betreft voornamelijk inwoners van 45 jaar of ouder met een theoretische opleiding en een inkomen boven modaal. Veel van hen zijn (bijna) met pensioen. Het gele profiel bestaat veelal uit gezinnen waarvan de ouders theoretisch opgeleid zijn. Daar staat tegenover dat er minder inwoners binnen het oranje, groene en bruine profiel vallen. Deze profielen verdienen doorgaans minder dan modaal en zijn praktisch opgeleid. 2,8% van de inwoners van Oisterwijk is werkloos, dit is minder dan in de rest van Noord-Brabant waar 3,3% werkloos is. In
14
gemeenten die qua grootte vergelijkbaar zijn met Oisterwijk is gemiddeld 3,1% van de inwoners werkloos. De werkloosheid in Oisterwijk ligt dus lager dan in de rest van Nederland. Samenvattend: het economisch kapitaal in Oisterwijk is, in vergelijking met heel Nederland, hoog. Hoe vergroot je economisch kapitaal? Het vergoten van economisch kapitaal krijgt veel aandacht in de lokale en landelijke politiek. De rol van gemeenten hierin bestaat vooral uit inwoners met lagere inkomens ondersteunen met gemeentelijke regelingen. Het is daarbij cruciaal dat inwoners die het hardst hulp nodig hebben worden ondersteund. Daarnaast kunnen gemeenten investeren in het op lange termijn vergroten van economisch kapitaal door middel van preventie (lessen in omgaan met geld) en investeren in kansengelijkheid op scholen (bijvoorbeeld in zwakkere wijken).
1.2.4. Sociaal kapitaal – ‘wie je kent’ De meerderheid van de inwoners in Oisterwijk heeft een grote sociale kring. Dit betekent dat zij relatief gemakkelijk hulp kunnen vinden binnen hun eigen netwerk. Denk daarbij aan inwoners die aan elkaar vragen om te helpen met klussen of voor het doen van boodschappen. Inwoners van Oisterwijk hebben gemiddeld genomen minder vrienden, collega’s of kennissen die specialistische kennis hebben over juridische of medische kwesties of iemand van wie zij een groter geldbedrag kunnen lenen. Buurtinitiatieven en maatschappelijke organisaties in de wijk kunnen bijdragen aan het versterken van het sociale wijknetwerk. Een wijknetwerk kan sterker worden wanneer de organisaties in een wijk samenwerken vanuit dezelfde visie en verbonden zijn met de gemeente. Op deze manier kunnen zij een laagdrempelige hulpbron vormen voor kwetsbare bewoners. Ook kunnen zij helpen met het vinden van de juiste hulp wanneer het bijvoorbeeld een juridische of medische kwestie betreft. Hoe vergroot je sociaal kapitaal? Sociaal kapitaal gaat over netwerk en omgeving. De afgelopen jaren is het versterken van de omgeving van inwoners in veel gemeenten integraal onderdeel geworden van het beleid voor het sociaal domein. De eigen verantwoordelijkheid van inwoners staat dan voorop.
Gemeenten proberen sociale netwerken veelal te versterken door buurtontmoetingspunten te realiseren, bijvoorbeeld in combinatie met inloopmiddagen van wijkteams. Hier komen sociale interactie en vroegsignalering samen.
1.2.5. Cultureel kapitaal – ‘waar je bij hoort’ De meeste inwoners in de gemeente Oisterwijk hebben de vaardigheden om mee te draaien in de maatschappij. Ze zijn goed in staat om de communicatie van de gemeente te begrijpen. Ook hun beheersing van de Engelse taal is redelijk goed. Inwoners uit het blauwe en gele profiel hebben daarnaast goede digitale vaardigheden. Voor de oudere inwoners uit het rode profiel is het lastiger om zaken te regelen op de computer. Ook voor inwoners die lager zijn opgeleid is dit een uitdaging. Zo zijn inwoners uit het roze en bruine profiel weinig lid van een club of vereniging en hebben ze weinig vertrouwen in de gemeente en andere instellingen. Ze weten dan ook vaak de gemeente niet te vinden
15
als ze hulp nodig hebben of vinden het lastig om zelf contact op te nemen. Toch heeft deze groep het hardst hulp nodig. Ze hebben namelijk geen reserves achter de hand wanneer zij hun baan verliezen. Ten opzichte van andere gemeenten in dit onderzoek valt op dat inwoners van Oisterwijk vaker lid zijn van een sport-, spel- of gezelligheidsvereniging. Dit hangt samen met het opleidingsniveau. Naarmate het opleidingsniveau hoger wordt zijn volwassenen vaker lid van een vereniging. Vooral bij de laagst opgeleiden blijft het lidmaatschap van verenigingen achter. Hoe vergroot je cultureel kapitaal? Cultureel kapitaal beschrijft de hulpbronnen die gaan over wie je bent. Vaak is dit afhankelijk van opvoeding en de sociale omgeving waarin je opgroeit. De rol van de gemeente in het vergroten van cultureel kapitaal is beperkt. Wel voeren gemeenten in toenemende mate beleid op het tegengaan van laaggeletterdheid en het ondersteunen van inwoners met het invullen van formulieren of ingewikkelde procedures van de overheid. Daarnaast hebben vrijwel alle gemeente een ‘meedoenbudget’. Bijvoorbeeld in de vorm van een pas met tegoed, of een kindpakket. Dit zorgt ervoor dat mensen mee kunnen doen in de maatschappij door bijvoorbeeld naar de bioscoop of sportclub te gaan.
1.2.6. Persoonskapitaal – ‘wie je bent’ In de gemeente Oisterwijk is ongeveer 5% van de bevolking laaggeletterd. Dit is aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde van 12%. Een groot deel van de inwoners van Oisterwijk bestempelt hun eigen gezondheid als goed. Oisterwijk heeft veel oudere inwoners. Bijna de helft van de oudere inwoners is beperkt in het dagelijks leven door problemen met gezondheid. Als het gaat om psychische gezondheid ervaart 21% van de inwoners van Oisterwijk tussen de 18 en 65 jaar psychische klachten. Dit is net wat lager dan het landelijke gemiddelde van 25%. Het percentage van mensen met overgewicht is hetzelfde als het Nederlands gemiddelde. Oisterwijk heeft gemiddeld minder mensen met lichamelijke beperkingen of langdurige aandoeningen dan andere gemeenten. De inwoners in Oisterwijk voelen zich gemiddeld 6% minder eenzaam dan inwoners in andere gemeenten. Het percentage wekelijkse sporters ligt 6% hoger dan gemiddeld in Nederland. Over het algemeen kan gesteld worden dat Oisterwijk een gemeente is met inwoners die goed voor zichzelf zorgen en hun gezondheid in acht nemen. Hoe vergroot je persoonlijk kapitaal? Persoonlijk kapitaal richt zich primair op mentale en fysieke gezondheid. Gemeenten investeren via het Sportakkoord of het JOGG-programma (jongeren op gezond gewicht) in de fysieke gezondheid van inwoners.
In bepaalde regio’s, bijvoorbeeld in Twente, wordt er fors geïnvesteerd in het terugbrengen van drankgebruik onder jongeren. Dit gebeurt veelal in samenwerking met de GGD. Mentale gezondheid is voor een gemeente lastiger om te verbeteren. Laagdrempelige mentale ondersteuning voor jongeren, bijvoorbeeld op scholen of door een POH GGZ Jeugd bij de huisarts, zijn manieren om voorzieningen te bieden die hieraan bijdragen.
16
1.3. Maak kennis met Dennis, Shannah en Omar In dit onderzoek heeft de rekenkamer gekozen om de handelingswijze van de gemeente te onderzoeken aan de hand van drie casussen, ofwel klantreizen. Deze casussen zijn realistisch, maar fictief. Gedurende het rapport wordt in kaders de reis van deze personen door de gemeentelijke procedures van Oisterwijk geschetst. De casussen zijn gebaseerd op de typen kapitaal. Het betreffen drie fictieve inwoners, Dennis, Shannah en Omar, die in een situatie zitten waarbij ze ondersteuning nodig hebben van de gemeente. Dennis, Shannah en Omar vallen respectievelijk onder het bruine, roze en groene profiel. Deze profielen zijn relatief kwetsbaar en vragen om een specifieke aanpak vanuit de gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan communicatie, het in beeld brengen van de situatie of zorgen dat de juiste mensen samenwerken om de inwoner te helpen. Deze profielen zijn niet de meest voorkomende profielen in de gemeente Oisterwijk, maar vormen desondanks gezamenlijk 34% van de inwoners. Omdat deze personen in deze doelgroepen vallen, geven zij een goed beeld over hoe deze doelgroepen die in Oisterwijk misschien minder prominent aanwezig zijn door de gemeente worden geholpen. Bij een effectieve aanpak van armoede is het immers juist van belang dat inwoners die minder goed in beeld zijn worden geholpen.
Dennis: alleenstaand, (dreigende) schuldenproblematiek: “Mijn naam is Dennis. Ik ben een alleenstaande man van 32 met een dochter van 11 en ben een halfjaar geleden ontslagen. Ik had weinig spaargeld en ontvang geen uitkering. Ik heb nog geen nieuwe baan gevonden. Ik heb al een paar maanden mijn huur en energierekening niet betaald. Een incassobureau heeft me al twee brieven gestuurd. Ik heb weinig vertrouwen in de overheid en krijg hier heel veel stress van. Kan de gemeente mij helpen?” Dennis heeft vooral een financieel probleem. In de praktijk zien we echter dat financiële problematiek ook kan leiden tot een kleinere sociale kring, en is er vaak geen geld over voor sport, cultuur of vrijetijdsactiviteiten. Dit leidt tot een teruggang in alle vier de kapitalen. Dennis past in het bruine profiel.
Shannah: zwanger, slechte woonruimte “Ik ben Shannah, 26 jaar, zeven maanden zwanger en woon in een huis met slechte isolatie met een hoge energierekening waardoor ik mijn rekeningen niet meer kan betalen. De kraamzorg zegt dat mijn huis niet goed is voor de baby. Ik weet niet waar ik naartoe moet. Ik heb geen contact met mijn ouders en ook niet met de vader van de baby.“ Shannah heeft meerdere soorten problemen en is daarom gebaat bij een integrale aanpak. Haar financiële problemen veroorzaken een acuut probleem. Daarnaast heeft ze een beperkt sociaal netwerk waar ze op terug kan vallen. De situatie van Shannah valt onder het roze profiel.
17
Omar: armoede en weigert hulp van de overheid “Mijn naam is Omar, 74, en ik heb een klein pensioentje. Ik kan niet zo goed met geld omgaan en heb al best veel schulden gemaakt. Er zijn al weleens mensen van de gemeente bij mij langs geweest maar meestal stuur ik ze snel weer weg. Mijn Nederlands is niet zo goed.” Er is in elke gemeente, ook in Oisterwijk, een aanzienlijk aantal mensen met een laag vertrouwen in de overheid. Deze mensen worden een stuk lastiger bereikt. Dit geldt ook voor Omar, die onder het groene profiel valt. De situatie wordt nog complexer doordat hij niet zo goed Nederlands spreekt.
18
2. Armoedebeleid in de gemeente Oisterwijk In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het armoedebeleid van de gemeente Oisterwijk eruitziet, hoe hier in de praktijk uitvoering aan wordt gegeven en op welke manier de successen van het armoedebeleid worden gemonitord en het beleid en de uitvoering worden geëvalueerd. Tenslotte gaat dit hoofdstuk in op de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het gevoerde beleid. Op verschillende plekken in dit hoofdstuk wordt een specifiek onderdeel van het beleid of de uitvoeringspraktijk uitgelicht in een apart kader. In de grijze kaders wordt een vergelijking gemaakt met hoe andere gemeenten hetzelfde aandachtspunt aanpakken. In de rood omlijnde kaders wordt een bepaald begrip of een bepaalde maatregel wat uitgebreider toegelicht. Verder wordt in de blauwe kaders toegelicht hoe de fictieve personen Dennis, Shannah en Omar geholpen zijn met de Oisterwijkse aanpak.
2.1. Beleidskader en visie Oisterwijk heeft verschillende kaders opgesteld voor het tegengaan van armoede en ongelijkheid De gemeente Oisterwijk heeft in 2019 een overkoepelend koersdocument opgesteld voor het gehele sociaal domein. In ‘Koers Sociaal Domein’ zijn vier bouwstenen vastgelegd die de rode draad vormen van het gemeentelijk beleid: 1. Inclusief, 2. Duidelijk en begrijpelijk, 3. Dichtbij en 4. Integraal. Deze vier bouwstenen zijn gericht op een samenredzaam Oisterwijk. De gemeente Oisterwijk heeft haar beleidsvisie op armoede vastgelegd in verschillende documenten, die in samenhang moeten worden gezien. Hieronder is een overzicht opgenomen van de beleidsstructuur van de gemeente met daarin overkoepelende visiedocumenten, beleidskaders en uitwerkingen (bijvoorbeeld verordeningen). Daarbij is kort samengevat waar ieder document zich op richt. Figuur 2: (beleids-)documenten gemeente Oisterwijk op het gebied van armoede
Relevante (beleids-)documenten
Datum
Samenvatting inhoud
Overkoepelend document
Koers Sociaal Domein
2019-2030
Koersdocument voor het gehele sociaal domein, bestaande uit vier bouwstenen met ambities voor een ‘samenredzaam’ Oisterwijk.
Beleidsvisie voor armoede en ongelijkheid Strijdplan Sociaal Domein
Maart 2020
Een pakket aan maatregelen om hulp en ondersteuning te bieden aan
19
inwoners die het nodig hebben, met name gericht op Wmo en Jeugdhulp.
Nota Bestaanszekerheid
Beleidsplan Schuldhulpverlening
Mei 2020
Beleidskader voor de Oisterwijkse aanpak op het gebied van bestaanszekerheid, voortbouwend op de Koers Sociaal Domein.
2022-2026
Dit plan bestaat uit twee onderdelen: een visie op de schuldhulpverlening in Oisterwijk en de uitwerking hiervan in een lokale schuldenaanpak.
Uitwerking in specifieke regelingen
Verordening beslistermijn schuldhulpverlening
Beleidsregels eenmalige energietoeslag
Beleidsregels bijzondere bijstand
Verordening Declaratiefonds
2022
Deze verordening gaat in op de beschikking of de afwijzing van de schuldhulpverlening en de beslistermijn die daarbij hoort. De verordening is gericht op de gemeentelijke organisatie.
2023
In deze beleidsregels wordt er ingegaan op de situaties, de voorwaarden aan huishoudens om in aanmerking te komen voor de eenmalige energietoeslag en hoe het werkt met de toekenning van de toeslag.
2023
Deze beleidsregels gaan in op de gevallen en voorwaarden voor mensen met een minimuminkomen waardoor ze in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Dit wordt berekend aan de hand van de draagkracht die de inwoner heeft.
2023
Deze verordening heeft als doel meer inzicht te geven in de financiële tegemoetkomingen op het gebied van sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten. De voorwaarden, aanvraag, procedure en wijziging van het fonds worden hierin toegelicht.
20
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Monitor Sociaal Domein
Interne Sociale Kaart voor professionals
Regeling subsidie bestaanszekerheid
Verordening individuele inkomenstoeslag
Beleidsregels Individuele studietoeslag
2023
Deze verordening verruimt de vermogensnorm in het kwijtscheldingsbeleid. Hiermee komen ook inwoners met een kleine financiële buffer in aanmerking voor kwijtschelding.
2023
Deze monitor geeft door middel van cijfers en beschrijvingen inzicht in wat er speelt in het Sociaal Domein. De monitor gaat in op: Oisterwijk in het algemeen, zorg en ondersteuning en maatregelen om bij te sturen.
2024
Dit document biedt voor professionals een overzicht van de beschikbare minimaregelingen. Het biedt per situatie een toelichting over mogelijke stappen en beschikbare informatie.
2024
Deze regeling geeft informatie over het aanvragen van subsidies voor activiteiten die bestaanszekerheid stimuleren, gericht op initiatiefnemers in de gemeente.
2017
In deze verordening is bepaald in welke gevallen men recht heeft op deze (jaarlijkse) toeslag die met name bedoeld is voor mensen met een langdurig laag inkomen.
2024
In deze beleidsregels is bepaald onder welke criteria studietoeslag wordt toegekend aan diegenen die als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat zijn naast de studie inkomsten te verwerven.
Bestaanszekerheid staat centraal in de Oisterwijkse visie op armoede en ongelijkheid Woorden doen er toe als het gaat om de aanpak van armoede en ongelijkheid. Bepaalde termen met lading kunnen ervoor zorgen dat mensen op een negatieve manier worden weggezet. De gemeente Oisterwijk heeft tot en met 2019 in beleidsplannen de term ‘armoede’ gehanteerd. Volgens gesprekspartners is dit een term die veelal slaat op de financiële situatie van inwoners, terwijl de
21
problemen waar deze doelgroep mee te maken heeft vaak breder zijn.5 Sinds het vaststellen van de Kadernota bestaanszekerheid wordt in plaats daarvan de term ‘bestaanszekerheid’ gehanteerd in de aanpak van armoede en ongelijkheid door de gemeente. Deze term komt steevast terug in de verschillende beleidskaders, net als de term ‘samenredzaamheid’. Dit wordt verderop in deze paragraaf nader toegelicht. De wijziging in terminologie ging binnen de gemeente niet samen met een nieuwe aanpak - een ruimhartig minimabeleid is al langere tijd een belangrijk streven van de gemeente Oisterwijk. De Koers Sociaal Domein bevat vier bouwstenen voor de Oisterwijkse aanpak Het sociaal domein kent veel uitdagingen en tegelijkertijd is er nog ruimte om in te zetten op de kansen die er liggen. Verschillende organisaties en overheden zetten zich dagelijks in voor (kwetsbare) inwoners en hun sociale vraagstukken. Toewerken naar een integrale aanpak waarin de krachten worden gebundeld, kan bijdragen aan het oplossend vermogen van een grote organisatie als een gemeente. In 2019 is de Koers Sociaal Domein opgesteld in samenwerking met inwoners en (maatschappelijke) partners. De koers is tot stand gekomen om een meer integrale aanpak binnen het sociaal domein te kunnen voeren.
Gemeente Oisterwijk kijkt naar het sociaal domein als het totale domein wat gericht is op inwoners ondersteunen in het sociaal maatschappelijke leven. Het belangrijkste uitgangspunt van de Koers Sociaal Domein is toewerken naar een ‘samenredzaam Oisterwijk’. Dat houdt in: er samen voor zorgen dat er problemen worden voorkomen. Dit overkoepelende document bevat vier etappes (vanaf hier: bouwstenen), namelijk: 1. inclusief, 2. duidelijk en begrijpelijk, 3. dichtbij en 4. integraal. Per onderwerp worden ambities en doelstellingen beschreven. In paragraaf 2.2. wordt nader ingegaan op hoe deze in de praktijk vorm krijgen. De Koers Sociaal Domein bevat een aantal speerpunten op basis van de lessen sinds de decentralisatie van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet in 2015. Bij de totstandkoming van de Koers zijn hierover gesprekken gevoerd met inwoners en maatschappelijke partners, waaruit een aantal scherpe lessen naar voren kwamen:
De toegang tot het sociaal domein was in 2019 niet duidelijk voor inwoners. Ook was het aanbod van de gemeente op het gebied van hulp en ondersteuning voor inwoners niet goed vindbaar. Om die reden is een belangrijke doelstelling van de Koers om één duidelijk punt in te richten waar inwoners terecht kunnen met al hun hulpvragen.6 Hulpvragen van inwoners werden vaak niet voldoende integraal opgepakt. De gemeente en samenwerkingspartners dachten nog te veel vanuit de individuele regelingen. Daardoor was vaak ook niet duidelijk bij wie de verantwoordelijkheid voor het oppakken van een hulpvraag lag. Om die reden willen de gemeente en samenwerkingspartners meer inzetten op maatwerk, waarbij uitgegaan wordt van een oplossing die het beste bij de situatie van een inwoner past.7
5
Zie ook: Brabants Dagblad (2020), 'Oisterwijk schaft armoede af': https://www.bd.nl/tilburg-e-o/oisterwijk-schaftarmoede-af-maar-ook-de-abonnementen-bij-staalbergven~afc51c59/. 6 Koers sociaal domein (2019) 7 Koers sociaal domein (2019), p. 10.
22
In de samenwerking tussen de gemeente en samenwerkingspartners was vaak onduidelijk wie wanneer welke rol had en wie ‘regie’ had. In de Koers Sociaal Domein is daarom per bouwsteen aangegeven welke acties bij de gemeente en welke bij samenwerkingspartners liggen.
De beleidsvisie voor bestaanszekerheid is uitgewerkt in verschillende plannen De Koers Sociaal Domein is gericht op het gehele sociaal domein. Voor de verschillende onderdelen van het sociaal domein zijn – al dan niet expliciet voortbouwend op de Koers – nadere beleidsplannen uitgewerkt. Het Strijdplan Sociaal Domein (2020) bevat een pakket aan maatregelen om hulp en ondersteuning te bieden aan inwoners die het nodig hebben, met name gericht op Wmo en Jeugdhulp. Op het gebied van bestaanszekerheid zijn de Kadernota Bestaanszekerheid (2020) en het Beleidsplan Schuldhulpverlening (2022) de leidende beleidsdocumenten voor de gemeentelijke aanpak. Op 1 september 2020 is de gemeente Oisterwijk gestart met het Strijdplan Sociaal Domein.8 Eén van de doelen van dit Strijdplan was om het sociaal domein beter financieel te kunnen beheersen, zonder daarbij af te doen aan het belang van hulp en ondersteuning aan inwoners die het nodig hebben. Een besparing die bijvoorbeeld gedaan wordt is het afschalen van 30% van de aanvragen voor maatwerk naar de basisstructuur. Ook wordt het voornemen uitgesproken om een pilot in te voeren om weer een inkomensafhankelijke Wmo-bijdrage in te stellen, in plaats van één “abonnementstarief” voor iedereen. Na nader onderzoek is ervoor gekozen om niet te werken met een inkomensafhankelijke Wmo-bijdrage.
Dit is vanwege het invoeren van een landelijk abonnementstarief door het Rijk namelijk niet mogelijk gebleken. Inwoners die volgens de gemeente financieel zelfredzaam zijn worden door de gemeente gevraagd de voorziening zelf te financieren.9 De Kadernota Bestaanszekerheid en het Beleidsplan Schuldhulpverlening bouwen voort op het streven in de Koers Sociaal Domein naar bestaanszekerheid voor alle inwoners. Daarnaast is het streven dat elke inwoner naar eigen vermogen fysiek en mentaal gezond is. In beide beleidsplannen valt op dat wordt ingezet op zelfredzaamheid: dit betekent dat er beroep wordt gedaan op de eigen kracht van inwoners en hun sociale omgeving. Zelfredzaamheid wordt gestimuleerd, zodat de gemeente voldoende middelen heeft om inwoners te ondersteunen die er zelf niet uitkomen. Hoe dit zich precies verhoudt tot het begrip samenredzaamheid, dat in beide documenten naast zelfredzaamheid wordt gebruikt, is niet nader toegelicht in het beleidsplan. In de aanpak van bestaanszekerheid staan drie uitgangspunten centraal:
8 9
De gemeente investeert in bestaanszekerheid om zorgkosten op lange termijn te verminderen; De gemeente zet in op proactief en preventief beleid. Daarbij staat de dienstverlening aan inwoners centraal. Dit is ook in lijn met het uitgangspunt uit de Koers Sociaal Domein dat de gemeente waar mogelijk maatwerk aan inwoners biedt. In lijn met het Strijdplan Sociaal Domein wordt aangegeven dat de aanpak voor bestaanszekerheid rekening moet houden met de financiële situatie van de gemeente. Daarom worden geen additionele middelen gevraagd. Wel wil de gemeente het ruimhartig vangnet voor
Strijdplan Sociaal Domein (2020). Zo komt naar voren uit de feitenverificatie door de ambtelijke organisatie.
23
minima handhaven en blijven inzetten op de projecten en samenwerkingen met maatschappelijke partners die reeds zijn gestart, waaronder het Maatpact (zie ook paragraaf 2.2.).10 In het Beleidsplan Schuldhulpverlening wordt de preventieve aanpak van de gemeente uitgewerkt in een drietal actielijnen: het voorkomen van schulden, het verlichten van schulden en het verkorten van schulden. Het voorkomen van schulden bestaat onder meer uit vroegsignalering: op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven benadert de gemeente inwoners met betaalachterstanden om hen proactief hulp te kunnen bieden. Voor het verlichten en verkorten van schulden heeft de gemeente verschillende regelingen en initiatieven opgezet. Hier wordt in paragraaf 2.2. verder op ingegaan. Oisterwijk in vergelijkend perspectief: een overkoepelend integraal beleidskader De gemeente Oisterwijk heeft met het Koersdocument Sociaal Domein een integraal beleidskader voor het sociaal domein opgesteld, waarbij de aanpak op het gebied van armoede en ongelijkheid is uitgewerkt in een nota bestaanszekerheid en beleidsplan schuldhulpverlening. Een integraal beleidskader voor armoede is niet uniek, maar ook niet gebruikelijk. Bijna alle aan dit DoeMeeonderzoek deelnemende gemeenten hebben een beleidskader voor schuldhulpverlening.
De overige ondersteuning voor inwoners is dan gevat in verschillende regelingen en beleidsnotities. Wat opvalt in Oisterwijk is dat er in het koersdocument Sociaal Domein, de nota bestaanszekerheid en het beleidsplan schuldhulpverlening veel nadruk wordt gelegd op preventie. Ook in andere gemeenten wordt die link in het armoedebeleid steeds vaker gelegd. De gemeente Venray maakt bijvoorbeeld in haar beleidskader ‘Aanpak van Armoede en Schulden 2024-2027’ een directe link tussen het ondersteunen van inwoners in financiële problemen en het begeleiden naar duurzaam werk, een passende opleiding of een andere duurzamere oplossing. De aanpak bestaat daarbij dus niet alleen uit inkomensregelingen, maar vooral uit maatregelen die moeten voorkomen dat inwoners in de problemen komen. Oisterwijk heeft een aanzienlijk aantal minimaregelingen ingericht voor de inwoners Minimaregelingen zijn in het leven geroepen om inwoners met een laag inkomen of weinig middelen extra te ondersteunen. Dit kan zijn in de vorm van een financiële ondersteuning, kwijtscheldingen, sociale activiteiten en bijvoorbeeld een sportbudget. In lijn met andere gemeenten heeft de gemeente Oisterwijk een aanzienlijk aantal minimaregelingen in aanvulling op de voorzieningen vanuit de Wmo en de Jeugdwet.
Dit betreft de Bijzondere bijstand, Collectieve ziektekostenverzekering/Gemeentepolis, Declaratiefonds, Individuele inkomenstoeslag, Individuele studietoeslag, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de Energietoeslag. Hieronder wordt kort een toelichting gegeven op deze regelingen:
10
Inwoners hebben recht op de bijzondere bijstand met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm en een vermogen dat lager is dan de geldende vermogensgrens . In het geval van
Nota Bestaanszekerheid (2020), pp. 4-5.
24
een hoger inkomen wordt er een draagkrachtberekening uitgevoerd11. Hiermee kan een inwoner in sommige gevallen alsnog aanspraak maken op een deel van de bijzondere bijstand. Onder bijzondere bijstand vallen onder andere: woonkostentoeslag, medische kosten, jongerentoeslag, reiskosten, maaltijdvoorziening en ouderbijdrage peuterspeelzaal. Bij de aanpak van schulden wordt ingezet op maatwerk, dit is afhankelijk van de situatie van de inwoner. Bij maatwerk zet de gemeente in op mogelijkheden die de inwoner wél heeft en deze te bevorderen. Inwoners kunnen gebruik maken van een collectieve zorgverzekering. Als er sprake is van een laag inkomen, niet hoger dan 120% van de geldende bijstandsnorm en een vermogen dat lager is dan de geldende vermogensgrens, kan er een bijdrage worden verstrekt voor de aanvullende zorgverzekering (CZ of VGZ)12. In 2023 is vanuit de Participatiewet het Declaratiefonds opgezet13. Dit biedt een financiële tegemoetkoming aan inwoners met een bijstandsuitkering via de participatiewet of een inkomen onder 120% van de geldende norm en een vermogen dat lager is dan de geldende vermogensgrens. Dit budget wordt jaarlijks uitgekeerd en kan ingezet worden voor sociale, culturele, sportieve en educatieve doeleinden. De gemeente wil hiermee voorkomen dat inwoners met een laag inkomen in sociaal-maatschappelijk isolement raken.
In het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid is ervoor gekozen om waar mogelijk te verruimen. Een voorbeeld is de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen voor inwoners binnen de Participatiewet. Begin 2023 is deze regeling verruimd, waardoor deze doelgroep ook met een grotere financiële buffer in aanmerking komt voor kwijtschelding14. Huishoudens met een laag inkomen konden tweemaal (in 2022 en in 2023) een energietoeslag krijgen als tegemoetkoming voor de stijgende energiekosten15. Ook studenten kwamen in aanmerking voor de eenmalige energietoeslag.
2.2. De vier bouwstenen voor een samenredzaam Oisterwijk In het Koersdocument Sociaal Domein heeft de gemeente in 2019 vier bouwstenen opgenomen om toe te werken naar een samenredzaam Oisterwijk in 2030. In deze paragraaf wordt ingegaan op hoe het beleidskader voor bestaanszekerheid wordt vertaald naar een concrete aanpak. Daarbij worden de vier bouwstenen van het Koersdocument als rode draad gebruikt. Aan het eind van deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop in de aanpak aandacht is voor eenzaamheid en gezondheid. Bouwsteen 1: Inclusief Een belangrijke term binnen de gemeente Oisterwijk voor de komende periode is sociale inclusie. Inwoners zijn gelukkig(er) en meer betrokken als ze, naar eigen vermogen, mee kunnen doen. Het doel hierbij is om de samenleving zo in te richten dat elk persoon zoveel mogelijk zelfstandig kan leven. Voor de gemeente Oisterwijk, waar de vergrijzing sterk toeneemt, betekent dit bijvoorbeeld het zorgen voor voorzieningen zodat ook inwoners op leeftijd zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dit betekent
11
Beleidsregels bijzondere bijstand 2023, H2 Draagkrachtbepalingen Beleidsregels bijzondere bijstand 2023, H5 Medische Kosten 13 Verordening Declaratiefonds 2023 14 Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen, 2023 15 Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023 Oisterwijk 12
25
ook iets voor de werkwijze van de gemeente. De gemeente probeert daarbij de behoefte van de inwoner als uitgangspunt te nemen, en niet de regels of regelingen. Uitgelicht: gemeentelijke tegemoetkoming tandartskosten Een voorbeeld waaruit blijkt dat de gemeente Oisterwijk meebeweegt met de vraag vanuit inwoners is de regeling omtrent tandartskosten. Vanuit inwoners kwam bij de gemeente het signaal binnen dat er behoefte was aan een tegemoetkoming van de gemeente. Dit signaal is in het periodieke overleg tussen betrokken ambtenaren besproken. Vanuit de Participatiewet is er geen gelegenheid om tandartskosten te vergoeden, dus is er intern gezocht naar een manier om inwoners tegemoet te komen. Inmiddels is er een werkafspraak gemaakt, die blijkens de gevoerde gesprekken nog moet worden uitgewerkt in een beleidsregel. Het bereik van de minimaregelingen is een belangrijk aandachtspunt Het is voor zowel de gemeente als maatschappelijk partners lastig om de gehele doelgroep te bereiken, zo blijkt uit de gevoerde gesprekken. Er is een deel van de doelgroep dat niet zelf aanklopt voor hulp, maar alleen via onderlinge contacten bereikt kan worden. Dit zijn de zogeheten zorgmijders. Deze doelgroep ervaart een hogere drempel om hulp te vragen en heeft doorgaans minder vertrouwen in overheidsinstellingen. Het is dan ook een uitdaging om gegevens over deze inwoners inzichtelijk te krijgen.
In Oisterwijk speelt hierbij mee dat deze doelgroep niet de boventoon voert in het straatbeeld. Dit leidt niet alleen voor buitenstaanders tot een vertekend beeld, maar ook bij inwoners onderling. Daarnaast dragen wisselingen in het ambtenarenbestand ertoe bij dat contacten in de haarvaten van deze doelgroep verloren gaan. Voor nieuwe medewerkers kost het tijd om dit persoonlijk weer op te bouwen. Uit onderzoek door KWIZ uit 2023 bleek dat het bereik van de minimaregelingen in Oisterwijk relatief hoog was16. Een derde tot de helft van de doelgroep maakt gebruik van de regelingen. De energietoeslag zat hier nog boven. De gemeente en maatschappelijke partners zetten zich in op verschillende manieren om de inwoners van Oisterwijk te informeren over de beschikbare regelingen. De gemeente informeert de doelgroep over beschikbare regelingen via het boekje ‘uitkering’ en de folder ‘minimaregelingen’. In deze folder worden de meest voorkomende minimaregelingen weergegeven, namelijk: collectieve zorgverzekering, individuele inkomenstoeslag, declaratiefonds en bijzondere bijstand. Er wordt hierin kort en bondig beschreven waar de regelingen voor zijn, hoe er gebruik van gemaakt kan worden en hoeveel de regeling kan opleveren. Ook plaatst de gemeente artikelen over regelingen in het huis-aan-huisblad Nieuwsklok en op drie digitale dorpsplatformen.
Inwoners kunnen ook telefonisch of per mail informatie opvragen. Daarnaast kunnen inwoners op afspraak langskomen bij Loket Wegwijs, en is er elke week een inloopspreekuur in zowel Oisterwijk, Moergestel als Haaren. Jaarlijks is er een kerstactie via Charitas, alle personen met een uitkering of die in het afgelopen jaar gebruik hebben gemaakt van een minimaregeling ontvangen een brief met informatie hierover.
16
Factsheet Armoede Index en Scenarioanalyse Gemeente Oisterwijk, KWIZ, mei 2023
26
Uitgelicht: de Nederlandse Schuldhulproute De gemeente Oisterwijk is in 2022 aangesloten bij de Nederlandse Schuldhulproute (NSR). Om inwoners te stimuleren naar één van de kanalen van de NSR te gaan, wordt door Stichting NSR data-analyse en marketingcampagnes ingezet. De NSR verzorgt deze communicatie. Op de route van de NSR staan de bezoekers verschillende mogelijkheden ter beschikking. De bezoeker kan tips en tools krijgen (afslag 1), waarmee hij of zij zelf aan de slag kan gaan (bijvoorbeeld een huishoudboekje, bespaartips of het aanvragen van een betalingsregeling), al dan niet met hulp van een online vrijwilliger. De bezoeker kan ook worden geadviseerd zich direct aan te melden voor hulp bij een vrijwilligersorganisatie of het gemeenteloket in zijn of haar eigen woonplaats (afslagen 2, 3 en 4). De kanalen waar men terecht kan zijn voor volwassenen geldfit.nl, voor jongeren moneyfit.nl en voor ondernemers geldfitzakelijk.nl. Een aantal maatschappelijke partners waar de gemeente Oisterwijk mee samenwerkt zijn ook op één of meer van deze kanalen aangesloten. Geldfit is een online platform waar informatie over geldzaken opgezocht kan worden.
Het biedt inzicht in de persoonlijke situatie en het is mogelijk om persoonlijk advies te vragen.17 De gemeente Oisterwijk investeert in communicatie om het bereik te vergroten Passende communicatie is van belang om de juiste doelgroep te bereiken. Er zijn meerdere factoren om rekening mee te houden. Denk bijvoorbeeld aan het niveau taalgebruik, of de beschikbare talen, maar ook aan de persoon of organisatie die de informatie deelt. Verschillende type inwoners hebben verschillende voorkeuren in hoe, en van wie, zij informatie willen ontvangen. In het Beleidsplan Schuldhulpverlening is communicatie als nadrukkelijk aandachtspunt benoemd.18 De gemeente Oisterwijk wil laagdrempelig en toegankelijk zijn voor inwoners met een hulpvraag. Daarom wordt er in Oisterwijk toegewerkt naar een werkwijze waarin het perspectief van de inwoner centraal staat. Dit betekent dat de communicatie moet worden aangepast aan de behoefte en het niveau van de cliënt. Er is blijkens de gevoerde gesprekken geïnvesteerd in toegankelijke en begrijpelijke informatievoorziening over de regelingen, zowel op de website, als op sociale media en in gedrukte folders. Ook de aanvraagformulieren zijn ‘smart’ gemaakt, wat betekent dat deze zijn toegespitst op verschillende doelgroepen. Ondanks de inzet van de gemeente liggen hier nog kansen.
In zowel de brieven als beleidsdocumenten vanuit de gemeente worden bijvoorbeeld juridische termen gebruikt. Deze zijn voor inwoners mogelijk lastiger te begrijpen. Wat we leren van Omar: Inwoners uit het groene profiel, zoals Omar, hebben in verhouding weinig sociaal kapitaal. Dit betekent dat het lastig is om iemand te vinden die kan helpen bij relatief eenvoudige hulpvragen zoals het vertalen van een brief van de gemeente. Zelfs wanneer de taalbarrière wegvalt kan deze doelgroep tegen obstakels aanlopen. Oudere generaties zijn bijvoorbeeld minder
17 18
Nederlandse Schuldhulproute, 2024: https://nederlandseschuldhulproute.nl/over-ons/aanpak/. Beleidsplan Schuldhulpverlening (2020), p. 4.
27
bedreven in het opzoeken van informatie wanneer zij deze niet in één keer begrijpen. Omar heeft moeite met de Nederlandse taal en staat wantrouwend tegenover de gemeente. De communicatie van de gemeente Oisterwijk is vooral in het Nederlands, wat het lastig maakt voor Omar om de regelingen te begrijpen. De gemeente Oisterwijk heeft aandacht voor begrijpelijke communicatie die past bij verschillende doelgroepen. Daardoor is de informatie voor Omar al wat beter te begrijpen, al blijft de taal voor hem een uitdaging. Oisterwijk heeft specifieke regelingen voor ondernemers ingericht In vergelijking met andere gemeenten heeft Oisterwijk duidelijke en uitgebreide regelingen voor ZZP’ers en kleine ondernemers met geldproblemen. Er zijn processen ingeregeld om met deze inwoners in gesprek te gaan. Wanneer nodig kunnen deze casussen regionaal belegd worden bij gemeente Tilburg. Er is een stroomschema opgesteld voor wanneer ondernemers met schulden zich melden met een hulpvraag. Hierin is uitgewerkt welke stappen worden genomen door de gemeente, Kredietbank Nederland, Over Rood en Ondernemersadvies Tilburg. Oisterwijk in vergelijkend perspectief: het bereik van regelingen Net als in andere gemeenten wordt een deel van de inwoners in armoede in Oisterwijk niet bereikt. De ervaring leert dat een deel hiervan geen hulp wíl ontvangen.
Desalniettemin kan bereik vergroot worden door inzet ervaringsdeskundigen, vroegsignalering, huisbezoeken of passende communicatie. In Diemen kunnen inwoners bijvoorbeeld een stadspas gebruiken voor korting op sport en culturele activiteiten. En in de gemeente Druten worden alle ouderen boven de 70 preventief bezocht door een medewerker van een welzijnsorganisatie. Dit zorgt ervoor dat ‘stille armoede’ in deze doelgroep niet onzichtbaar blijft. De vrijwilligers zijn getraind om zowel geldproblematiek, eenzaamheid als zorgbehoefte te signaleren. Om het bereik van regelingen te vergroten wordt in bepaalde gemeenten gekozen om sommige regelingen automatisch toe te kennen aan inwoners die aanspraak maken op bijstand. De gemeente Hoorn heeft ervoor gekozen om de Hoornpas automatisch toe te kennen aan mensen in de bijstand. Dat zorgt ervoor dat mensen die vrijwel zeker recht hebben op deze voorziening (en in de bijstand zitten) deze sowieso toegekend krijgen. In de gemeente Venray wordt gewerkt aan een versimpeld toekenningsproces van inkomensregelingen. De gemeente Venray stelt zich op de positie dat een toets door Stichting Leergeld voldoende zou moeten zijn om ook andere regelingen toe te kennen. Dit voorkomt dat inwoners meermaals hun hele financiële situatie bloot moeten geven. Het risico hiervan is dat de strengste norm leidend wordt.
28
Bouwsteen 2: Duidelijk en begrijpelijk In 2018 heeft de gemeente zichzelf ten doel gesteld om een centrale, overzichtelijke toegang in te regelen waar inwoners terechtkunnen met hun hulpvraag. Ambities bij dit doel waren het tegengaan van versnippering door middel van afstemming en duidelijke regie. Inmiddels is dit gerealiseerd in Loket Wegwijs. Uitgelicht: Loket Wegwijs Uit de gesprekken met de organisatie blijkt dat Loket Wegwijs een centrale plek heeft in de aanpak omtrent bestaanszekerheid. Voor veel inwoners is Loket Wegwijs de eerste ingang voor hun vragen, zorgen en twijfels. Binnen het loket wordt samengewerkt door de gemeente, MEE en Farent. De medewerkers van de verschillende organisaties werken samen als collega’s. Het loket gaat over allerhande vraagstukken binnen de Wmo, Jeugdwet en het domein Werk en Inkomen. Het loket stelt de gemeente in staat effectiever grip te krijgen op verschillende vraagstukken. Deze samenwerking tussen verschillende expertises leent zich goed voor casussen met multiproblematiek. Ook werkt een centrale toegang drempelverlagend, omdat inwoners niet steeds opnieuw dezelfde informatie hoeven op te geven bij verschillende loketten. De gemeente streeft ernaar om zoveel mogelijk hulpvragen die bij Loket Wegwijs binnenkomen op te lossen zonder door te verwijzen. Om dit te meten legt Loket Wegwijs vast hoe en naar wie er wordt doorverwezen.
Hierbij is het streven dat tenminste 30% van de hulpvragen wordt opgelost door eigen kracht, samenredzaamheid of een oplossing binnen de sociale basisstructuur.19 In de eerste helft van 2023 lag dit percentage op 32%.
Wat we leren van Dennis: Inwoners zoals Dennis uit het bruine profiel hebben een lager inkomen en een huishouden met één of meer kinderen. Naast de stress die geldproblematiek met zich mee brengt, vormt de zorg voor kinderen een extra uitdaging. Het bruine profiel heeft doorgaans voldoende sociaal kapitaal, maar beperkt economisch kapitaal. Zij hebben vaak beperkt vertrouwen in de overheid. In deze gevallen is een zorgvuldige ondersteuning van belang, omdat de gemeente niet alleen de huidige situatie kan verbeteren, maar er ook voor kan zorgen dat de kinderen op de lange termijn voor minder uitdagingen komen te staan. Dennis zou in eerste instantie via de gemeente zelf worden geholpen. Iedere cliënt krijgt een klantmanager werk en inkomen en een participatiecoach. In een intakegesprek zou eerst worden gekeken naar hoe de problematiek is ontstaan. Schulden worden gemeld bij schuldhulpverlening (Kredietbank Nederland) of via 19
De sociale basisstructuur is een term voor het geheel van personen, voorzieningen en diensten in het dagelijks leven van een inwoner. Denk aan de partner, het gezin, familie en vrienden, school, werk en verenigingen of organisaties waar een inwoner lid van is. Ook 'lichte ondersteuning' als het consultatiebureau, welzijnswerkers, vrijwilligers en mantelzorgers vallen onder de sociale basisstructuur.