CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 gemeente Oisterwijk definitief na erratum

RAAD 6 november 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Programmabegroting 2026-2029 - geamendeerd aangenomen27.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daar gaan we activiteitgericht en hybride werken: we kiezen de werkplek die past bij de taak (samenwerken, concentreren, ontmoeten) en combineren werken op kantoor en op afstand. Dit heeft impact op onze samenwerking, bereikbaarheid en aansturing. In 2025 en 2026 geven we hier gericht aandacht aan met heldere (team)werkafspraken, ondersteuning van leidinggevenden en teams, en passende faciliteiten en digitale middelen.

Personeelsbeleid Arbeidsmarkt in beweging Een optimale bezetting blijft ook in 2026 van cruciaal belang voor een goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers en voor het realiseren van de ambities van de gemeenteraad. De arbeidsmarkt blijft krap en naar verwachting zal deze krapte de komende jaren aanhouden. Hierdoor blijft het werven en behouden van talent een uitdaging, zeker met de toenemende concurrentie van andere (grotere) gemeenten en de private sector. In 2025 hebben we al belangrijke stappen gezet: • Kortere doorlooptijd voor het invullen van vacatures • Hogere instroom en lagere uitstroom • Meer inzicht in data over in, door- en uitstroom, waardoor we gerichter strategie kunnen bepalen • Verbeterde arbeidsvoorwaarden, zoals een betere reiskostenregeling • Nieuwe en creatieve wervingsmethoden, waaronder succesvolle videocampagnes Voor 2026 ligt de focus op: • Het bouwen en uitstralen van een sterk werkgeversmerk, zowel intern als extern; • Doorontwikkeling van het onboardingsprogramma • Verder inzet op creatieve wervingsvormen en versterking van ons werkgeversimago; Met deze stappen zorgen we ervoor dat de gemeente Oisterwijk aantrekkelijk blijft als werkgever en voorbereid is op de arbeidsmarkt van de toekomst. Begroting 2026 | 72

Hybride werken en huisvesting De werkplek van onze toekomst is meer dan een gebouw. Het is een plek waar onze maatschappelijke missie zichtbaar en voelbaar is – waar we met trots en plezier werken aan de leefwereld van onze inwoners. In ons nieuwe gemeentehuis creëren we een inspirerende, inclusieve en toekomstbestendige werkomgeving. Een plek die ontmoeting, samenwerking, betrokkenheid en een positieve werksfeer stimuleert. We werken hybride. Onze fysieke werkomgeving ondersteunt verschillende werkvormen; teamwerk, projectmatig werken, reflectie én concentratie – met aandacht voor diversiteit en werkplezier. Onze digitale werkplek is veilig, toegankelijk en vernieuwend en stelt ons in staat om flexibel samen te werken, ongeacht locatie. Zo verbinden we mensen, kennis en ideeën – binnen én buiten ons gemeentehuis.

Leren en ontwikkelen De gemeente Oisterwijk investeert op allerhande wijze in het leren en ontwikkelen van medewerkers om een wendbare en toekomstbestendige organisatie te zijn en te blijven. Bijvoorbeeld via ‘de Oisterwijkse opleidingsweken’ en een recent aangeschaft online leerplatform. Het extra inzetten op leren en ontwikkelen draagt bij aan een constructieve meerwaarde op diverse terreinen: −

Aantrekkelijk werkgeverschap: werven, behouden en binden en boeien van (nieuwe) medewerkers;

−

Up to date houden en krijgen van kennis en vaardigheden van medewerkers: 

Digitale vaardigheden (21e eeuw vaardigheden);

Kennis gerelateerd aan functie);

−

Loopbaanontwikkeling (doorgroeimogelijkheden);

−

Leiderschapontwikkeling (voor leidinggevenden, teams en individuele medewerkers);

−

‘On boarding’ van nieuwe medewerkers (b.v. kennis van gemeentelijke organisatie);

−

Resultaat- en ontwikkelgesprekken (afspraken tussen leidinggevenden en medewerkers);

−

Vitaliteit: gezond werkgeverschap.

Samenwerken met Goirle en Hilvarenbeek Op tactisch en operationeel niveau werken we samen met gemeenten Goirle en Hilvarenbeek (GHO-samenwerking). Dit doen we vanuit een bestuurlijk gedragen visie, vertaald naar een samenwerkingsagenda met daarin werkzaamheden en projecten. We zetten in op een intensivering van deze samenwerking. Hierbij blijven we mogelijkheden verkennen voor het verder delen van kennis, het invoeren van gedeelde werkprocessen, het uitwisselen van personeel en het gezamenlijk in dienst hebben van professionals met specifieke (vakinhoudelijke) kennis en kunde. Samen met Goirle en Hilvarenbeek bieden wij zo een aantrekkelijke werkomgeving en groeimogelijkheden binnen de drie organisaties. We richten ons hierbij op de vier K’s: verminderen van kwetsbaarheid en kosten, verhogen van de kwaliteit van het werk dat de drie gemeenten doen voor inwoners, bedrijven en instellingen, en het vergroten van kansen voor medewerkers. Planning & Control cyclus In de financiële verordening is geregeld hoe de planning & control cyclus is georganiseerd. Samen met de gemeenten Goirle en Hilvarenbeek maken we gebruik van een financieel systeem waarmee we aan de landelijke regelgeving kunnen voldoen.

Begroting 2026 | 73

In navolging van de aangenomen motie van de raad werkten we het afgelopen jaar aan het verbeteren van de leesbaarheid en transparantie van de P&C documenten. In 2025 hebben we hierin een aantal stappen gezet. Zo zijn ze steeds realistischer gaan begroten en hebben we de indicatoren meer SMART gemaakt. In het najaar 2025 starten we onderzoek naar digitale mogelijkheden voor onze P&C producten. Vanaf de begroting 2027 willen wij uw raad een digitale begroting aanbieden. Bij de selectie en inrichting van digitale P&C producten nemen wij ook de wensen vanuit uw raad mee.

Interne controle en interne beheersing In 2026 ontwikkelen we door op de interne beheersing. Het intern beheersplan wordt jaarlijks geactualiseerd vanuit de scope, dat met name voor de belangrijkste en meest risicovolle processen interne controleplannen worden opgesteld. We starten een onderzoek naar de mogelijkheden om de gegevensgerichte audits, die voortkomen uit het intern controleplan uit te besteden. We denken zo scherpere aanbevelingen te krijgen. Daarnaast zetten we ook in op de interne beheersing door de implementatie van procesmanagement en integrale kwaliteitsborging. Informatiebeveiliging en privacy In een tijdperk waarin technologie een integraal onderdeel is geworden van ons dagelijks leven, worden ook gemeenten steeds afhankelijker van digitale systemen en infrastructuur. Voor digitale bestuurskracht is het belangrijk om de basis van processen op orde te hebben. Het beveiligen van de digitale systemen en infrastructuur is hierin van essentieel belang. Gemeenten moeten zich bewust zijn van de cyberrisico’s en hier proactief maatregelen op inrichten. Dit deden we al op grond van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid), waarin normen voor informatiebeveiliging zijn weergegeven.

Vanaf 2026 zijn de normen van de nieuwe BIO2.0 verplicht en opgenomen in de nieuwe Cybersecuritywet (Cbw) die in werking zal treden naar aanleiding van de Europese Richtlijn ‘Network and Information Security directive 2’ (hierna: NIS2). De Cbw en de AVG vereisen dat gemeenten aantoonbaar in control zijn voor informatieveiligheid en privacy. Om deze reden zal er meer aandacht moeten komen voor Governance, Risk en Compliance (GRC) op de afdelingen. In 2025 is hiervoor een voorstel aangenomen in het PMT, dat in 2026 verder uitgewerkt zal worden. Het nieuw opgerichte team Concernstaf (waarin IV en P is ondergebracht) zal hierbij een cruciale rol gaan spelen.

Gegevensmanagement, I-visie en samenwerking op Informatievoorziening De Rijksoverheid stelt hoge eisen aan de digitalisering van de gemeentelijke dienstverlening. Zo moet de inwoner of ondernemer producten digitaal kunnen afnemen, met aandacht voor iedereen die niet of minder digitaal vaardig is. Inspelen op die ontwikkelingen vraagt om digitalisering, om inzicht, om goede interne processen, om heldere communicatie en om ontwikkeling van vaardigheden en kennis van onze medewerkers. Als gemeentelijke organisatie en binnen het samenwerkingsverband van Equalit en de GHOsamenwerking (Goirle, Hilvarenbeek en Oisterwijk), geven we hier dagelijks uitvoering aan. Als gemeente met een beperkte omvang zijn we onvoldoende in staat om zelfstandig in te spelen op een snel veranderende digitale samenleving, waarbinnen ook aspecten van informatieveiligheid en privacy steeds belangrijker worden. Daarom bundelen we kennis, kunde en financiële middelen, zodat we onze organisatie steeds verder meenemen in de digitale toekomst.

Begroting 2026 | 74

Onze dienstverlening is hierbij leidend. Binnen het samenwerkingsverband met onze ICT-partner Equalit stelden we een strategische agenda op om samen te digitaliseren. Deze agenda helpt ons ook om digitalisering van informatie en processen te realiseren voor een betere dienstverlening en bedrijfsvoering. Om in de samenwerking volgende stappen te kunnen zetten, werken we toe naar harmonisatie in uitvoering en applicatielandschap. Zo creëren we samen een eigentijdse, veilige en excellente digitale gemeentelijke dienstverlening. Binnen het samenwerkingsverband GHO, werkt een datateam voor de drie gemeenten aan het ontwikkelen van het datagedreven werken. Met datakwaliteit op orde geven we inzicht in ontwikkelingen. Deze ondersteunen beleidskeuzes en besluitvorming en dragen daarmee bij aan een betere dienstverlening. In 2026 zetten we verder in op het ontwikkelen van de datageletterdheid en werken we toe naar het succesvol data gedreven werken.

Begroting 2026 | 75

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in het weerstandsvermogen van de gemeente en de risicobeheersing door de gemeente. Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de risico’s waar geen maatregelen voor zijn getroffen en de (weerstands)capaciteit die een gemeente heeft om onvoorziene uitgaven, voortvloeiende uit de risico’s, op te vangen. Het is de bedoeling dat de gemeente ook aangeeft hoe zij denkt deze risico’s te beheersen. Voor het kunnen beoordelen van het benodigde (minimale) weerstandsvermogen is het gewenst de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren, in samenhang met de omvang en de achtergronden van de risico’s. Eerst presenteren we de beschikbare weerstandscapaciteit (wat hebben we) en benodigde weerstandscapaciteit (wat is nodig). Vervolgens berekenen we het weerstandsvermogen, waarbij we de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit toelichten. Daarna gaan we in op het beleid rondom het risicomanagement en lichten we de onderkende risico’s toe. Tot slot presenteren we de verplichte financiële kengetallen

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Oisterwijk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. De algemene reserve is de graadmeter voor ons weerstandsvermogen. Daarmee moeten we de berekende risico’s afdekken. Op 1 januari 2026 is onze algemene reserve € 8,9 miljoen. In 2026 onttrekken we €1,4 miljoen voor dekking van incidentele uitgaven en € 5,3 miljoen voor de storting in de reserve WoKT (Woningbouw op Korte Termijn). De storting betreft het geraamde resultaat 2025, zoals is opgenomen in de bestuursrapportage 2025. Daarmee komt de algemene reserve op 31 december 2026 uit op € 4,466 miljoen. Algemene reserve

Bedragen x € 1.000

8.494

Geprognosticeerde stand per 1 januari 2026 Af: onttrekking voor incidentele posten

−

1.287

Af: onttrekking voor storting in de reserve WoKT

−

5.328

Bij: verwachte resultaatbestemming 2025 (saldo Bestuursrapportage) Geprognosticeerde stand per 1 januari 2026

4.466

Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 131.969.000 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Op basis van de risicosimulatie is het weerstandsvermogen berekend: het is voor 90% zeker dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.258.000.

Begroting 2026 | 76

Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. (bedragen x € 1.000) Beschikbare weerstandscapaciteit € 4.466 Ratio weerstandsvermogen = = =2 Benodigde € 2.258 weerstandcapaciteit De normtabel is ontwikkeld door Naris in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Waardering Ratio Betekenis A B C D E F

> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6

Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De ratio valt in klasse B. Dit duidt op een weerstandsvermogen dat ruim voldoende is. De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden, waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In ‘Kadernota Risicomanagement’ worden de doelstellingen en begrippen betreffende het weerstandsvermogen en de risicobeheersing uiteengezet. Er zijn geen landelijke (wettelijke) normen voor de bepaling van de minimale weerstandscapaciteit. Iedere gemeente voor zich bepaalt deze norm. Deze norm staat in relatie tot de risico’s die de gemeente loopt. De gemeente maakt gebruik van de normentabel zoals deze is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. We willen risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie.

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Risico's: Bedrijfsproces Financieel Imago / Politiek Informatie / Strategie

Weerstandscapaciteit: Algemene reserve Algemene bedrijfsreserve Grondbedrijf

Begroting 2026 | 77

Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product

Weerstandsvermogen

Risicoprofiel Om de risico's van Oisterwijk in kaart te brengen is in samenwerking met de afdelingen een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld. Uit de inventarisatie zijn vanuit de afdelingen zijn enkele tientallen risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht wordt echter alleen de vijftien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Risiconr Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Financieel

Invloed

gevolg R213

Garantstellingen /

Financieel -

Actief - Goede

Achtervang-

Communicatie met

overeenkomst

WsW. Vooral als

1%

max.€ 119.446.00 24,44% 0

WsW financieel in de problemen komt. R228

Oisterwijk is in 2023

Financieel -

50% max.€ 878.000

13,36%

ingestapt als aandeelhouder in het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS. Deelname aan het Publiek ontwikkelbedrijf is niet zonder financiële risico's. Het kopen van aandelen kost geld en aan elke bedrijfsmatige activiteit kleeft het risico dat er iets misgaat of anders loopt dan vooraf ingeschat. Doordat het POB nog volop in ontwikkeling is, hebben we dit gekwalificeerd als een gemiddeld risico.

Begroting 2026 | 78

Risiconr Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Financieel

Invloed

gevolg R215

Hoge inflatie en hoge

Financieel -

energiekosten, die

Geen sluitende

onvoldoende

begroting

50% max.€ 850.000

12,93%

10% max.€ 5.000.000

10,14%

30% max.€ 750.000

6,84%

30% max.€ 750.000

6,82%

40% max.€ 500.000

6,07%

gecompenseerd worden door het Gemeentefonds R133

Ondernemers / inwoners Financieel - De Actief dienen

gemeente

Ondersteuning van

(planschade)claims in bij heeft financiële goede juristen. We de gemeente, omdat zij

R218

schade

blijven voortdurend

schade ondervinden

in contact met de

onder andere Reebok.

indieners.

Sociaal domein: diverse

Financieel -

ontwikkelingen, zoals

Geen sluitende

Jeugd (HvB), Beschermd begroting wonen, zorgakkoord, vergrijzing, waarvan onzeker is dat deze door het Rijk niet voldoende gecompenseerd worden. R221

Inbreuk op

Financieel -

privacywetgeving (boete toezichthouder, media aandacht, juridische procedures R217

Krapte op de

Financieel -

Actief - Inzet op

arbeidsmarkt, zowel bij

Moeilijk om

werving & selectie

gemeente als bij

dienstverlening Benadering

leveranciers /

op orde te

inhuurmarkt

maatschappelijke

houden.

Ambities bijstellen

partners

Sociaal domein: Moeilijk om zorg op orde te houden. Risico op calamiteiten in de zorg, langere wachttijden, verergering problemen en inzet duurdere zorg.

Begroting 2026 | 79

Risiconr Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Financieel

Invloed

gevolg R53

Weersinvloeden, zoals

Financieel -

Actief - Periodiek

20% max.€ 500.000

3.03%

Financieel -

50% max.€ 200.000

3.04%

Krapte op de

Financieel -

30% max.€ 200.000

2.44%

arbeidsmarkt waardoor

Moeilijk om

voor onze

zorg op orde te

maatschappelijke

houden. Risico

partners

op calamiteiten

personeelstekorten

in de zorg,

ontstaan en de

langere

dienstverlening onder

wachttijden,

druk komt te staan.

verergering

Financieel -

70% max.€ 100.000

2.13%

Mogelijk sterke

Financieel -

10% max.€ 395.000

1.61%

koerswijziging landelijk

Risico op dak-

asielbeleid

en thuisloze

overstromingen en zware Verhoogde

worden

stormen, die enorme

kans op

onderhoudsplannen

schade aan de

ongevallen,

bijgesteld en

infrastructuur kunnen

herstel van

aangepast aan

veroorzaken.

schade aan

gewijzigde

infrastructuur

omstandigheden.

en eventueel extra inkoop R220

VerSaaSing van applicaties. Momenteel hebben we nog veel systemen waarbij het netwerkbeheer bij Equalit ligt. Tegenwoordig gaat er steeds meer in de Cloud en daar brengen leveranciers beheerkosten voor in rekening.

R227

problemen en inzet duurdere zorg. R204

Risico op dumping (drugs)afval in buitengebied

R226

vergunninghou ders, meer calamiteiteninz et bij huidige AZC door uitzichtloze situatie en risico exploitatie onderwijs AZC

Begroting 2026 | 80

Risiconr Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Financieel

Invloed

gevolg R56

Brand, ontploffing of

Financieel -

Actief - In

10% max.€ 500.000

1.51%

10% max.€ 500.000

1.51%

10% max. € 500.000

1.50%

50% max. € 100.000

1,32%

ander soort van ramp als Inbreuk op de bestemmingsplanne gevolg van aanwezigheid bedrijfsvoering n wordt zo veel

R200

risicovolle bedrijven en

van de

mogelijk ingespeeld

vervoer gevaarlijke

gemeente

op deze risico's. We

stoffen via

werken met

spoorverbinding door het

milieuzonering en

centrum

toezichthouders.

Aanbestedingen

Financieel - Bij Actief het volgen van Inkoopproces is ivm een foutieve

opmerkingen

procedure

accountant

loopt de

aangescherpt.

gemeente kans Hierdoor is de kans op een

dat het risico zich

rechtszaak

voordoet kleiner

door een

geworden.

benadeelde partij. R56

Brand, ontploffing of

Financieel –

Actief- in

ander soort ramp als

Inbreuk op

bestemmingsplanne

gevolg van risicovolle

bedrijfsvoering n wordt zoveel

bedrijven en vervoer

van de

mogelijk ingespeeld

gevaarlijke stoffen via

gemeente

op deze risico’s. We

spoor

werken met milieuzonering en toezichthouders

R207

Aansprakelijkheid

Financieel

gemeente Oisterwijk

Kengetallen Alle gemeenten moeten een tabel met financiële kengetallen opnemen in de begroting en de jaarstukken. Deze cijfers geven de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Ook moet er in de jaarstukken een toelichting worden gegeven op de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen en wat dat betekent voor de financiële positie van de gemeente. De verplichte kengetallen die in de begrotingjaarstukken moeten staan, zijn: 1A. Netto schuldquote: Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

Begroting 2026 | 81

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Dit kengetal wordt zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden, omdat bij leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal worden terugbetaald. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. 2. Solvabiliteit: Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 3. Structurele exploitatieruimte: Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 4. Grondexploitatie: De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee.

Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. 5. Belastingcapaciteit: Dit cijfer geeft inzicht in hoe de gemeentelijke woonlasten zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente mogelijk meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Begroting 2026 | 82

1A netto schuldquote 1B netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Jaar rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

40%

46%

54%

61%

71%

74%

37%

42%

50%

57%

66%

69%

2

Solvabiliteitsrisico

30%

23%

23%

22%

21%

21%

3

Structurele exploitatieruimte

2,8%

1,9%

2,3%

2,1%

0,6%

0,9%

4

Grondexploitatie

4%

2,3%

4,1%

4,5%

1,7%

0%

5

Belastingcapaciteit

110%

110%

110%

110%

110%

110%

Toelichting op de kengetallen De schuldquote (nr. 1A en 1B) loopt op door de verwachte investeringen in de toekomstige jaren. Geld voor investeringen lenen wij voor een groot gedeelte bij de bank. De solvabiliteit (nr. 2) is door het overschot in de jaarrekening 2024 toegenomen. Door de verwachte investeringen de komende jaren zal hij weer gaan dalen. Doordat de gemeente meer geld leent (vreemd vermogen), neemt de ratio af. De structurele exploitatieruimte (nr. 3.) is de komende jaren positief. Grondexploitatie (nr. 4) heeft in het algemeen een laag percentage. Een groot deel van de grondexploitaties worden de komende jaren afgerond. De belastingcapaciteit (nr 5.) is de belastingdruk in Oisterwijk afgezet tegen de gemiddelde landelijke belastingdruk. We nemen de getallen over die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties publiceert (Findo).

Begroting 2026 | 83

Paragraaf Financiering Deze paragraaf vloeit voort uit bepalingen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet beoogt het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van decentrale overheden en het beheersen van financiële risico’s. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in ieder geval de beleidsvoornemens van het risicobeheer van de financieringsportefeuille genoemd worden in deze paragraaf. Deze financieringsparagraaf is zowel voor de begroting als voor de programmarekening, in samenhang met de financiële verordening, een belangrijk instrument voor het transparant maken, het sturen, het beheersen en het controleren van de financieringsfunctie.

De rentevisie voor de komende vier jaar De wet Financiering decentrale overheden (Fido) beoogt de risico’s die gemeenten lopen bij financiering te beperken. Hiervoor is ons Treasurystatuut van toepassing. Belangrijke elementen zijn:

Kasgeldlimiet Onzekerheid over de toekomstige te betalen rente op de korte termijn brengt een risico met zich mee. In de Wet Fido is een kasgeldlimiet vastgelegd om het renterisico bij decentrale overheden te beheersen door een grens te stellen aan financiering op korte termijn. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente-typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekening-courant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Renterisiconorm Voor de lange termijn wordt de renteonzekerheid uitgedrukt in het renterisico. In de Wet Fido is een renterisiconorm voor decentrale overheden vastgelegd. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen, dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen.

Visie college Het college onderschrijft het belang van een adequate beheersing van rentekosten, zeker nu de rente het afgelopen jaar opgelopen is. De bepalingen van de wet Fido en het treasurystatuut vormen het uitgangspunt van het handelen. De rente vormt een redelijk onberekenbare factor en is nauwelijks te sturen. Daarom staan wij op het standpunt dat we optimaal gebruik moeten maken van de mogelijkheden die de wet Fido biedt, uiteraard met inachtneming van de hiervoor genoemde limieten. Meer dan het rentepercentage van een moment is voor ons van belang om de gemiddelde rente in de loop van de jaren zo laag en zo stabiel mogelijk te houden.

Begroting 2026 | 84

Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000)

Begrotingstotaal (totaal lasten) Percentage regeling Kasgeldlimiet

2025

2026

113.064 8,5% 9.610

107.776 8,5% 9.160

Toelichting De kasgeldlimiet voor de gemeente bedraagt € 9.160.000. Bij het opnemen van kasgeldleningen wordt rekening gehouden met deze limiet. We beoordelen periodiek of herfinanciering van onze leningenportefeuille tot de mogelijkheden behoort.

Renterisiconorm (Bedragen x € 1.000)

2025

1. Renteherzieningen 2. Aflossingen 3. Renterisico (1 + 2) 4a. Begrotingstotaal

2026

2027

2028

2029

-

-

-

-

-

3.533

7.033

3.533

3.533

3.533

3.533

7.033

3.533

3.533

3.533

113.064

107.776

106.494

106.137

105.542

4b. Percentage regeling

-

-

-

-

-

4. Renterisiconorm

22.613

21.553

21.299

21.227

21.108

5a. Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)

19.080

14.431

17.749

17.670

17.555

5b. Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Toelichting Volgens de huidige prognose zal de gemeente voor de begrotingsjaren 2026 – 2029 onder de renterisiconorm blijven.

Overzicht van opgenomen geldleningen

BNG (1068) NWB (1069) BNG (1070) BNG (1071)

Start jaar 2018 2018 2019 2020

Loop tijd 15 15 30 10

Rente Saldo % 01-01-26 0,915 4.533 0,970 4.800 0,180 12.000 0,060 6.000

Haaren BNG

2016

10

1,020

3.500

0

36

3.500

BNG (1074) 2022 15 Herfinanciering 2026 10 Totaal langlopende geldleningen

2,464 2,700

8.000 0 38.833

0 25.700 25.700

197 347 694

667 2.570 9.604

(Bedragen x € 1.000)

Nieuw 0 0 0 0

Rente Aflossing kosten 41 567 47 600 22 500 4 1.200

Saldo 31-12-26 3.966 4.200 11.500 4.800

-

7.333 23.130 54.929

Begroting 2026 | 85

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen In de openbare ruimte in onze gemeente komt alles samen: van straten tot pleinen, van speelplekken tot groenstructuren. Deze fysieke voorzieningen – onze “kapitaalgoederen” – zijn niet zomaar objecten, maar vormen de ruggengraat van hoe onze gemeente functioneert en beleefd wordt. Ze hebben een langdurig economisch én maatschappelijk nut en kennen een behoorlijke financiële (vervangings-)waarde. Daarom investeren we in zorgvuldig beheer, (groot) onderhoud en tijdige vervanging met de Visie Openbare Ruimte als uitgangspunt om kwaliteit en duurzaamheid te waarborgen. Met ‘openbare ruimte’ bedoelen we de ruimte in onze kernen die voor iedereen vrij toegankelijk is. Denk daarbij aan straten, pleinen, groenstroken, speeltuinen en parken. In deze openbare ruimte vinden veel dagelijkse activiteiten plaats. We gebruiken deze om ons te verplaatsen van A naar B, we ontmoeten elkaar hier, we sporten, spelen en recreëren hier. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is verdeeld over 5 kapitaalgoederen:

• • • • •

infrastructuur civieltechnische kunstwerken openbare verlichting bomen en groen riolering*

* Het beheer van riolering en waterwegen vindt plaats onder bijzondere wettelijke eisen en een aparte financiering.

Beleidskaders Na 2021 is ook gestart met het actualiseren van de beleidskaders openbare ruimte. Als basis hiervoor dient de Visie Openbare Ruimte, die de 15 basisprincipes voor het inrichten en in stand houden van de openbare ruimte aangeeft. Na vaststelling in 2023 werken we verder de nieuwe beleidskaders voor de verschillende disciplines. Beleid

Jaar Herziening

Integrale Visie Openbare Ruimte

2023

Kadernota Rood (Wegen, Openbare verlichting, Wegmeubilair, Civieltechnische kunstwerken)

2026

Handboek Openbare Ruimte

2026

Leidraad Toegankelijke Openbare Ruimte Oisterwijk

2026

Programma Groen

2026

Programma Water en Riolering (voorheen V-GRP)

2023

Beheerplan Groen

2026

Beheerplan Rood

2026

Kadernota vastgoed

2025

Nota Rationeel Gebouwenbeheer

2024

Het beleid, zoals in bovenstaande beleidsnota’s opgenomen, wordt geactualiseerd indien daar noodzaak is.

Begroting 2026 | 86

Algemeen De financiële beheerplannen vormen de basis voor de meerjarenonderhouds- en investeringsplanningen. In 2026 lopen de meerjarenonderhoudsbestekken voor het onderhoud van de bomen en beplantingen, het maaien van bermen en sloten, en het vegen-/onkruidvrij maken van verhardingen af. Dat betekent dat we opnieuw gaan aanbesteden. Hierbij onderzoeken we andere vormen van samenwerkingen tussen disciplines en marktpartijen om zo tot betere resultaten te komen en onze middelen efficiënter in te zetten. Aansluitend aan deze aanbesteding maken we een grote onderhoudsronde om onze areaaldata nauwkeuriger in beeld te brengen, te inspecteren en nieuwe beheerplannen in te regelen. In combinatie met de overstap naar een nieuw beheersysteem (2025) ontstaat hiermee een nieuwe basis om beter grip te krijgen op de staat van ons areaal en de bijbehorende kosten.

Infrastructuur Binnen de gemeente beheren we ongeveer 2,5 miljoen m² aan wegverharding en in totaal 75 km aan onverharde wegen. Het college hanteert de genormeerde beheerkostensystematiek volgens de stichting CROW (Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en Verkeerstechnieken). Op basis van deze norm worden de kwaliteitsniveaus weergegeven van de wegen. Voor onze gemeente geldt dat we beheren op onderhoudsniveau B (‘voldoende’) en voor de centrumgebieden een onderhoudsniveau A (‘goed’). Eind 2026 ronden we de inhaalslag op de achterstand onderhoud verharding af. Deze inhaalslag is tot stand gekomen op basis van de weginspectie 2022. In nagenoeg alle wijken in de gemeente voeren we werkzaamheden aan zowel asfalt- als elementenverharding uit. Een deel van het areaal heeft naast schade ook te maken met technisch afgeschreven materialen. Waar we kunnen voeren we werk met werk uit. Aan de hand van de nieuwe weginspectie stellen we een nieuw onderhoudsplan op voor de komende jaren. Zaken als afgeschreven materialen en boomwortelproblematiek blijven punten van aandacht die we niet meer met alleen onderhoud kunnen oplossen. De leeftijd van het areaal in combinatie met de vele belangen in de openbare ruimte gaan daarom steeds meer vragen om investering in reconstructies. Aan de Schoolstraat 60 wordt een nieuw bedrijfsverzamelgebouw ontwikkeld.

Om voor zowel de ontwikkelaar als de andere aanwezige ondernemers, en het fietsverkeer richting de Sonman op een verantwoorde manier van de openbare ruimte gebruik te kunnen laten maken dient deze opnieuw te worden ingericht. De ontwikkelaar betaalt hiervoor het merendeel van de kosten. In 2026 werken we in het kader van groot onderhoud aan de reconstructies van de Gemullehoekenweg, Schoutenbuurt, Kantstraat, Haarenseweg en Heusdensebaan, en Burgemeester Verwielstraat.

Openbare Verlichting Hoewel energiekosten de laatste jaren (tijdelijk) voor nu enigszins stabiel lijken nemen met name de netwerkkosten (Enexis) kosten sterk toe. Efficiënt omgaan met energie wordt alleen maar belangrijker. In 2025 zijn we gestart met een grootschalig project het openbare verlichtingnet in onze gemeente zo duurzaam mogelijk te maken. In 2026 is nagenoeg elke armatuur omgebouwd naar LED, daarmee horen we tot de ongeveer eerste 20% van Nederlandse gemeenten die deze verduurzamingslag gemaakt hebben. Begroting 2026 | 87

In met name het buitengebied verplaatsen, verslimmen en verwijderen we dit en mogelijk nog komend jaar enkele honderden lichtmasten. Hiermee voorkomen we onnodige lichtvervuiling en besparen we aanzienlijk op energie-, vastrecht- en beheerkosten.

Civieltechnische Kunstwerken Onder onze civieltechnische kunstwerken vallen ongeveer 50 bruggen, vlonders en geluidschermen. Iedere 4 jaar voeren we een inspectie uit aan alle kunstwerken. Hierbij toetsen we op veiligheid, constructies en de instandhouding voor de langere termijn. Met de opgehaalde gegevens wordt een meerjarenonderhoudsplanning samengesteld die we vervolgens aanbesteden in een raamovereenkomst voor de komende 4 jaar. 2026 is het laatste jaar van de huidige raamovereenkomst. Daarmee zijn we voor nu bij met onderhoud. Uit de nieuwe inspectie volgt een nieuw beheerplan en vervolgens een nieuwe raamovereenkomst. Groen De gemeente Oisterwijk heeft circa 40.000 bomen in eigendom en beheer, circa 234.780 m² aan openbaar groen in de vorm van heesters en beplantingen, 42 ha gazon en 200 km bermen en sloten. De hoofdlijnen voor het beleid voor de openbare ruimte is opgenomen in de 2023 vastgestelde Visie Openbare Ruimte. Ook ten aanzien van het groen zijn hierin beleidskaders opgenomen. Begin 2026 wordt een nieuw Groenprogramma vastgesteld waarin deze kaders verder zijn uitgewerkt. In de begroting zijn budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de bomen en de overige beplantingen en gazons. Hierbij is uitgegaan van de in 2023 vastgestelde onderhoudsniveaus: • Voor de centrumgebieden kwaliteitsniveaus A. • De rest van de bebouwde kom kwaliteitsniveau B.

• Bosplantsoen en ruig gras op kwaliteitsniveau C. Aan de hand van het nieuw vastgestelde Programma Groen werken we dit jaar de strategie voor het inlopen van de achterstand in onderhoud groen uit. De afgelopen jaren is te weinig geïnvesteerd in het planmatig onderhoud van onze groenarealen. Beplanting is verouderd, en klimaatverandering heeft steeds meer invloed op de bestaande beplantingssoorten en de manier waarop we dit moeten beheren. Dit vraagt om actief inzetten op vervanging en (kleinschalige) reconstructies. Deels doen we dit in combinatie met de integrale projecten, deels zelfstandig. We besteden hierbij extra aandacht aan klimaatadaptieve en biodiverse inrichtingsconcepten.

Riolering en water De huidige rioolstelsels bestaan bij benadering uit: • Hoofdriool incl. putten • Sloten en duikers • Huisaansluitingen • Kolken incl. leiding • Hoofdgemalen • Minigemalen • Retentievijvers • Infiltratie voorzieningen - kratten • Infiltratiekelders

208,6 km 204,1 km 12.500 stuks 14.325 stuks 19 stuks 449 stuks 42 stuks 225 m2 5 stuks

Begroting 2026 | 88

Het onderhoud en beheer hieraan is gewaarborgd volgens het vastgestelde Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR) die in 2023 door de raad is vastgesteld. De hydraulische werking van alle rioolstelsels in gemeente Oisterwijk is berekend in het Basis Rioleringsplan. Hieruit zijn aanbevelingen gekomen ter verbetering van de werking. Gefaseerd worden deze of andere verbeteringen doorgevoerd, waar mogelijk in combinatie met gepland onderhoud of uit kwaliteitsoogpunt geplande vervangingen. De recente geschiedenis leert ons dat gemeenten extra inspanningen moeten verrichten om water vast te houden in de bodem in tijden van droogte, maar ook moeten zorgen voor een goede afwatering tijdens hevige perioden van regenval. Op diverse plaatsen binnen de gemeente Oisterwijk liggen in bebouwde omgeving onderhoudsopgaven in de openbare ruimte. Dit zijn natuurlijke momenten waarop klimaat adaptieve maatregelen financieel het meest aantrekkelijk getroffen kunnen worden. Wijkgericht zijn er ’masterplannen’ opgesteld om hemelwater gestructureerd te transporteren en waar mogelijk te infiltreren. Afhankelijk van het voordoen van onderhoudsopgaven wordt het ontworpen stelsel gerealiseerd.

Voor de volgende gebieden is een masterplan opgesteld: • Oisterwijk Baerdijk zuid • Oisterwijk centrum • Oisterwijk zuidoost • Haaren Noord Tevens wordt er gewerkt aan een masterplan voor de wijk Oostelvoortjes te Moergestel. De doelstelling hiervan is om wijkgericht te investeren in een robuuste hemelwaterafvoer structuur.

Gebouwen Vastgoedbeleid. De gemeente heeft een brede verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van haar vastgoedportefeuille. Deze portefeuille omvat ruim vijftig vastgoedobjecten, onder andere het gemeentekantoor, raadhuis, onderwijsgebouwen, sportfaciliteiten, culturele instellingen en maatschappelijke accommodaties. Goed onderhoud is essentieel voor het waarborgen van veiligheid, functionaliteit, duurzaamheid en kostenefficiëntie. Doelstellingen Het vastgoedonderhoud is gericht op: - Het waarborgen van de veiligheid en gezondheid van gebruikers. - Het behouden en verbeteren van de technische staat van gebouwen. - Het voldoen aan wettelijke verplichtingen en normen. - Het efficiënt inzetten van middelen op basis van lange termijnplanning. - Het faciliteren van maatschappelijke en bestuurlijke functies. Uitgangspunten Planmatig onderhoud De gemeente werkt met meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s) per object. Deze plannen zijn gebaseerd op inspecties en technische beoordelingen en worden periodiek geactualiseerd. Preventief onderhoud heeft prioriteit om storingen en hoge herstelkosten te voorkomen. Vanaf 2026 werken we met een voorziening voor het meerjarenonderhoudsplan. Daartoe doen we een eerste storting van € 1.200.000 en daarna jaarlijks een vaste storting in de voorziening. De werkelijke onderhoudskosten komen vervolgens ten laste van deze voorziening.

Begroting 2026 | 89

Wettelijke kaders Alle onderhoudswerkzaamheden voldoen aan relevante wet- en regelgeving, waaronder het Bouwbesluit, Arbowetgeving, brandveiligheidsvoorschriften en milieuwetgeving. De gemeente borgt dat haar vastgoed voldoet aan actuele eisen op het gebied van veiligheid, toegankelijkheid en energieprestatie. Toegankelijkheid De gemeente streeft ernaar dat alle gebouwen toegankelijk zijn voor iedereen, inclusief mensen met een fysieke, visuele, auditieve of cognitieve beperking. Bij onderhoud en renovatie wordt expliciet rekening gehouden met toegankelijkheidsnormen, zoals drempelvrije ingangen, automatische deuren, aangepaste sanitaire voorzieningen en duidelijke bewegwijzering. Dit draagt bij aan inclusiviteit en gelijke toegang tot gemeentelijke diensten en voorzieningen. Duurzaamheid Bij renovatie en vervanging wordt, waar mogelijk, gekozen voor energiezuinige en toekomstbestendige oplossingen. Denk aan isolatiemaatregelen, efficiënte installaties en het toepassen van circulaire materialen. Transparantie en verantwoording Het vastgoedbeheer is transparant en controleerbaar. Er wordt gerapporteerd over de staat van het vastgoed, uitgevoerde werkzaamheden en financiële bestedingen. Dit draagt bij aan goed bestuur en publieke verantwoording. Bedragen x € 1.000

Exploitatie Kapitaallasten 0nderhoudskosten Dotatie onderhoudsvoorziening Totaal

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 281 381 1.189 471 523 568 1.616 1.629 1.730 1.717 2.046 1.974 1.374 2.101 0 0 0 0 0 0 2.066 866 866 866 3.271

4.112

4.985

3.053

3.435

3.407

Begroting 2026 | 90

Paragraaf Grondbeleid Doelstelling Het voeren van gemeentelijk grondbeleid is geen doel op zich, maar biedt ondersteuning aan verschillende beleidsvelden om ambities en beleidsdoelen te halen. Het grondbeleid vormt een kapstok voor een integrale benadering van deze beleidsvoornemens in gebiedsontwikkelingen. Door het grondbeleid integraal in te zetten wordt de gemeente in staat gesteld het maatschappelijk rendement te halen dat ze wil realiseren door middel van ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het maatschappelijke rendement speelt ook het financiële rendement. Het maatschappelijke rendement wordt afgezet tegen het financieel rendement van de ruimtelijke ontwikkeling op de gemeentebegroting. Zo ontstaat een afwegingskader dat het gemeentebestuur in staat stelt om weloverwogen beslissingen te nemen over verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. De kaders zijn vastgelegd in de kadernota Grondbeleid. Deze nota is in 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de kadernota is vastgelegd dat integraliteit en flexibiliteit de uitgangspunten zijn bij het voeren van grondbeleid. Er wordt gestreefd naar een integrale benadering van gebiedsontwikkelingen.

Zoals aangegeven zijn daarbij niet alleen naar de financiële gevolgen van een ontwikkeling van belang, maar wordt nadrukkelijk ook gekeken, naar de maatschappelijke impact, waarbij de beleidsthema’s die raakvlak hebben met deze ontwikkeling integraal worden meegenomen.

Doelstellingen De doelstellingen van het grondbeleid zijn als volgt geformuleerd: • Invloed uitoefenen op het ruimtegebruik, opdat op diverse beleidsterreinen van de gemeente een gewenst maatschappelijk rendement gerealiseerd kan worden. • Het realiseren van een zo goed mogelijk integraal resultaat in een ruimtelijke ontwikkeling, dat bestaat uit de optimale mix van maatschappelijk en financieel rendement. • Een kader scheppen waardoor het gemeentebestuur in staat wordt gesteld om op basis van het integrale resultaat van de ruimtelijke ontwikkeling, keuzes te maken over: − De rol die de gemeente zelf wenst aan te nemen om een ontwikkeling gerealiseerd te krijgen. − De gewenste maatschappelijke doelen versus de daarmee verband houdende financiële gevolgen voor de gemeente. − De verschillende scenario’s om tot ontwikkeling van een locatie/gebied te komen. − Eventueel noodzakelijke prioriteringen voor verschillende ontwikkelmogelijkheden. • Duidelijkheid verschaffen over processen, spelregels en kaders die de gemeente hanteert in gebiedsontwikkelingen.

Begroting 2026 | 91

Kaders In de kadernota Grondbeleid 2019 is aangegeven dat het grondbeleid:

Inzicht geeft in rendement van gebiedsontwikkelingen • Grondbeleid geeft inzicht in de gevolgen van een gebiedsontwikkeling. Dit is belangrijk omdat dit inzicht gebruikt kan worden om verschillende scenario’s die mogelijk zijn voor een bepaalde locatie op een goede manier te kunnen beoordelen en om prioriteiten voor een ontwikkeling af te wegen. • Grondbeleid geeft een kader voor de verschillende ambities die samen moeten komen in een ontwikkeling door deze met elkaar in verband te brengen en afwegingen daarin mogelijk te maken. • Doordat de aanleiding van een ontwikkeling als uitgangspunt wordt genomen, kan voorafgaand aan besluitvorming over een ontwikkeling in beeld worden gebracht welke ambities de gemeente Oisterwijk daadwerkelijk hiermee wil realiseren. Dit stelt de gemeente ook in staat om de juiste vragen te stellen aan partijen die willen ontwikkelen en hierdoor een goed overwogen besluit te kunnen nemen. Situationeel grondbeleid • De gemeente Oisterwijk hanteert situationeel grondbeleid. Dit houdt in dat er per gebiedsontwikkeling via een afwegingskader tot een advies wordt gekomen voor een door de gemeente aan te nemen rol. Het doel is om de gemeente op een verantwoorde manier zo soepel mogelijk te laten inspelen op de actuele vraag.

Juridische instrumenten • De gemeente wil bij voorkeur resultaten op het gebied van grondaankopen bereiken op minnelijke (vrijwillige) basis. • Wanneer dit niet mogelijk blijkt kan de gemeente de publiekrechtelijke instrumenten Wet voorkeursrecht gemeenten en/of de Onteigeningswet inzetten. • Kostenverhaal in eigen projecten wordt verrekend door het hanteren van marktconforme verkoopprijzen. Kostenverhaal bij projecten derden wordt bij voorkeur via een anterieure overeenkomst verhaald. • Wanneer bij projecten derden niet tot overeenstemming kunnen komen dit alsnog afdwingen door het opnemen van financiële kostenverhaalsregels. • Bovenplanse kosten worden verhaald via de Nota kostenverhaal. Financiële kaders • Hanteren van de voorschriften volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). • Transparant grondbeleid tijdens de planning en control cyclus (PPN, begroting en de jaarrekening). Bepalingen bij gronduitgifte • De verkoop/uitgifte van gemeentegrond wordt, waar mogelijk, afgestemd op de gewenste programmering uit het meest actuele woningbehoefteonderzoek (aantallen, soort woningen, planning, doelgroepen). • Bij de uitgifte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de prioritaire maatschappelijke thema’s die genoemd zijn in hoofdstuk 4 van de Kadernota grondbeleid; wonen, duurzaamheid (inclusief groen) en economie.

Afhankelijk van de locatie zijn meer/minder thema’s mogelijk. Verder wordt rekening gehouden met demografische factoren en veranderingen in de markt. Begroting 2026 | 92

•

•

Bij grondverkoop voor woningen voor bijzondere doelgroepen en/of bedrijven wordt het antispeculatiebeding toegepast (aangegeven in de algemene verkoopvoorwaarden). Het college kan, gemotiveerd, ontheffing hiervoor verlenen. Uiteindelijke bestemming van de grond wordt bepaald door afweging van alle opties en prioriteitstelling. Bij de besluitvorming wordt dit aangegeven.

Grondprijzen • De gemeente hanteert bij verkoop/uitgifte van grond op het betreffende beleid afgestemde marktconforme grondprijzen. Deze prijzen zijn opgenomen in de Grondprijsbrief. • Elk jaar worden de richtprijzen voor verkoop van diverse categorieëngronden via een raadsinformatiebrief ter kennisname aangeboden aan de raad. In de grondprijsbrief worden richtprijzen aangegeven. Deze richtprijzen zijn door een externe deskundige gewaardeerd. Bij het waarderen van woningbouwkavels is gekozen voor een residuele benadering. Bij het waarderen van overige gronden is veelal gekozen voor de comparatieve benadering. In een beperkt aantal gevallen wordt de kostprijsbenadering gehanteerd. • De definitieve grondprijs wordt op basis van een taxatie bepaald. Hiermee wordt op een transparante wijze gegarandeerd dat de grondprijs marktconform is. • Voor sociale huurwoningen worden vaste grondprijzen per kavel gehanteerd. De grondprijs voor sociale huurwoningen ligt ongeveer 35% lager dan voor een vergelijkbare sociale koopwoning. • De Grondprijsbrief wordt jaarlijks vastgesteld. De in de Grondprijsbrief genoemde prijzen zijn geldig vanaf 1-1 tot en met 31-12. Per 1-1-2026 zal er dus weer een nieuwe Grondprijsbrief worden vastgesteld.

Risico’s en weerstandsvermogen • Voor niet voorzienbare/moeilijk kwantificeerbare risico’s binnen de grondexploitaties wordt, op basis van een jaarlijkse actuele risicoanalyse, de gewenste reserve bepaald. • Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken worden, waar nodig, beheersmaatregelen genomen. • Jaarlijks bij de begroting en jaarrekening kunnen voorstellen gedaan over de hoogte van de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf. Jaarlijks worden risicoanalyses uitgevoerd.

Transparant grondbeleid Het toepassen van de kadernota Grondbeleid van de gemeente Oisterwijk door onder andere: • Jaarlijks de grondexploitaties te actualiseren en door de raad vast te laten stellen ten behoeve van de begroting. • Verantwoording afleggen over de financiën en voortgang van de grondexploitaties in de paragraaf grondbeleid en in de Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG). Dit is een rapportage waarin informatie wordt gegeven over de financiële voortgang en risico's van grondexploitaties. Het doel van de MPG is om inzicht en overzicht te bieden over alle grondexploitaties. • Actuele risico-inventarisatie van de lopende grondexploitaties. Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf wordt telkens bij de jaarrekening hierop afgestemd.

Begroting 2026 | 93

Belangrijkste ontwikkelingen grondexploitaties Zoals aangegeven in de kadernota Grondbeleid worden de grondexploitaties jaarlijks geactualiseerd. Bij de actualisatie wordt gekeken naar wijzingen op de onderdelen kosten en opbrengsten, rente, (woning)programma en de planning. Ook de indexeringen van kosten en opbrengsten wordt meegenomen. Hoe hiermee wordt omgegaan en welke afweging hieraan ten grondslag hebben gelegen is vastgelegd in een afzonderlijk door het college vastgestelde Notitie parameters. De verantwoording is opgenomen in de MPG. De jaarlijkse actualisatie heeft als peildatum 1-1 van het komende jaar. De actualisatie in het kader van de jaarrekening 2024 heeft dus als peildatum 1-1-2025. Bij de actualisatie wordt teruggekeken waarbij de daadwerkelijke resultaten worden vergeleken met de eerder gemaakte ramingen (back-testing). Daarnaast wordt in een nieuwe raming vooruitgekeken en wordt ingegaan op hetgeen er naar verwachting gerealiseerd gaat worden in de resterende jaren van de verschillende grondexploitaties. De rente is volgens de geldende spelregels van BBV aangepast en de planning van de kosten en opbrengsten is bijgesteld. De waardering vindt plaats op basis van Netto Contante Waarde (NCW). Daarnaast wordt ook de Eindwaarde (EW) aangegeven. Deze waarde laat immers zien wat een ontwikkeling daadwerkelijk heeft gekost.

Onderstaande tabel geeft de resultaten weer uit de Notitie parameters 2025. Deze notitie is gebruikt bij de herziening in het kader van de jaarrekening 2024. In december 2025 zal een Notitie parameters 2026 worden opgesteld. Rente Disconteringsvoet Kostenstijging GWW en overige kosten Plankosten Gemiddeld Opbrengstenstijging Vrije sector Betaalbare koop Sociale koop Middenhuur Sociale huur Bedrijventerrein Overige opbrengsten Gemiddeld

2025 0,70% 2,00%

2026 0,70%

2027 0,70%

2028 e.v. 0,70%

4,00% 5,00% 4,50%

3,00% 3,00% 3,00%

3,00% 3,00% 3,00%

2,00% 2,00% 2,00%

Grondprijsbrief Grondprijsbrief Grondprijsbrief Grondprijsbrief Grondprijsbrief Grondprijsbrief 2,00% 2,00%

5,00% 3,00% 3,00% 2,00%

5,00% 3,00% 3,00% 2,00%

2,00% 2,00% 2,00% 2,00%

3,00% 2,00% 3,00%

3,00% 2,00% 3,00%

2,00% 2,00% 2,00%

Het resultaat van een aantal grondexploitaties is de afgelopen jaren verslechterd vanwege de indexering van de kosten terwijl de opbrengsten nagenoeg niet stegen. De grond uitgifteprijzen zijn per 1-1-2025 geactualiseerd. Voor het eerst sinds 2019 is er weer een prijsverhoging doorgevoerd. Op grond van het BBV dient er over een boekjaar van een grondexploitatie winst of verlies genomen te worden. Voor verliesgevende exploitaties worden voorzieningen gevormd, danwel afgeboekt op eindwaarde. De gemeente Oisterwijk kiest voor het vormen van een voorziening.

Begroting 2026 | 94

Belangrijkste wijzigingen per project. Pannenschuur Buiten In Pannenschuur Buiten zijn inmiddels alle zelfbouw kavels van fase I overgedragen aan de kopers en zijn de opbrengsten gegenereerd. Er volgt nog een verkaveling van de laatste 5 kavels, die op dit moment nog in een stankcirkel liggen. De opbrengsten van deze kavels zijn geraamd op € 0,9 miljoen. De voorbereidingen om het bestemmingsplan te wijzigen zijn reeds gestart en het gesprek met de eigenaar van het uit te plaatsen bedrijf wordt op constructieve wijze gevoerd, maar is nog niet afgerond. De grondopbrengsten kunnen pas gerealiseerd worden wanneer het agrarisch bedrijf is verplaatst, verwachting is dat de opbrengsten pas in 2028 en 2029 gegenereerd kunnen worden.

KVL - Terrein Het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van de 27 appartementen door Leystromen is inmiddels onherroepelijk. Leystromen is bezig met de voorbereidingen voor de daadwerkelijke bouw. De ontwikkeling van het perceel aan de Gasstraat – Ambachtstraat is in 2024 verder uitgewerkt, voor het totale gebied is een initiatiefplan ingediend wat ter bespreking op de interne omgevingstafel ligt. Voor het gedeelte gemeentegrond zal bij verkoop een residuele berekening worden gemaakt waarbij de uitgangspunten worden gehanteerd zoals besproken met de ontwikkelaar van de supermarkt. Voor dit gedeelte van het plan zal naar alle waarschijnlijkheid een nieuwe grondexploitatie worden opgesteld. Wanneer alle gegevens bekend zijn zal de grondexploitatie door de raad worden vastgesteld. De resterende werkzaamheden zijn geïnventariseerd en conform huidige parameters geraamd. De laatste geactualiseerde grondexploitatie resulteert in een contante waarde van € 6,2 miljoen negatief. Dit is ten opzichte van de grondexploitatie vorig jaar een daling van het tekort met € 0,4 miljoen.

KVL Studiegebied (naast KVL) In 2021 zijn de werkzaamheden in het kader van de herinrichting door de gemeente afgerond en het lag dan ook in de verwachting dat deze grondexploitatie eind 2021 zou worden afgesloten. Bij de geraamde opbrengsten staat nog wel een rekening open van de marktpartij met wie was overeengekomen dat hij over een periode van zes jaar (een deel van) de parkeeropbrengsten zou afdragen aan de gemeente. Tot nu toe heeft de marktpartij zich onttrokken aan haar verplichtingen, met als excuus dat er geen opbrengsten zijn geweest voor het parkeerterrein. De gemeente voert samen met een externe adviseur gesprekken die alsnog moeten leiden tot de volledige invordering van het openstaande bedrag. De grondexploitatie zal per 31-12-2025 worden afgesloten. Voor het openstaande bedrag bij de ontwikkelaar zal een voorziening worden gevormd. Het tekort in de grondexploitatie is € 2.2 miljoen negatief.

Begroting 2026 | 95

Locatie de Leye In opdracht van de raad is in september 2022 de opbrengstpotentie van een aantal scenario’s van het vastgestelde concept Beekdal Park in hoofdlijnen en kengetallen doorgerekend en gepresenteerd. Hieruit is een voorkeursvariant met voldoende sociale huur en betaalbare koopwoningen gekozen. Dit scenario is ruimtelijk vertaald in een stedenbouwkundige uitwerking. Er is een verdeling gemaakt in vier bouwblokken. Eén van de bouwblokken wordt door Leystromen ontwikkeld. Hier komen 25 sociale huurappartementen. De andere drie locaties worden via een openbare uitvraag in de makt gezet. Partijen wordt gevraagd om binnen de vastgestelde ruimtelijke kaders een plan te maken. Uitgangspunt is dat de gemeente bouwrijpe grond levert aan de partij met het beste plan. De uitvraag zal in de loop van 2025 plaatsvinden, zodat in 2026 kan worden gestart met de bouw. Bij de actualisatie is gekeken naar de kosten en de opbrengsten. De kosten zijn geïndexeerd. Het budget voor het slopen is bijgesteld omdat het werk voordeliger is gegund dan verwacht. De opbrengsten zijn naar boven bijgesteld waarbij de opbrengsten uit de Grondprijsbrief 2025 worden gehanteerd. Het verwachte resultaat op contante waarde is licht gestegen van € 89.000 positief naar € 246.351. Dit is slechts een indicatie van het saldo wanneer de gemeente het gebied geheel zelf zou inrichten.

De inrichting van het gebied wordt grotendeels overgelaten aan de creativiteit van de partij met het winnende plan. Op het moment dat de resultaten uit de uitvraag bekend zijn zal blijken wat de locatie waard is.

Bedrijfsweg (Uitbreiding bedrijventerrein) De herziene grondexploitatie sluit op een verwacht positief resultaat van € 2.140.239 Netto Contante Waarde. De civieltechnische kosten per vierkante meter zijn naar boven. In 2025 zal gewerkt worden aan de nadere uitwerking van de grondexploitatie met bijbehorende kosten en opbrengstenramingen. Beekdal 2.0 (Haaren) De grondexploitatie Beekdal is in 2021 aan de gemeente Oisterwijk overgedragen. Op de locatie Beekdal is een sporthal gesloopt en is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. De sociale huurwoningen en de vrije sector woningen zijn inmiddels gerealiseerd. De grondexploitatie is geactualiseerd en door hogere kosten voor het woonrijp maken dan geraamd negatief uitgevallen. Het project zal naar verwachting op 31-12-2025 afgesloten worden met een verwacht negatief resultaat van € 60.440. ’t Hopveld Deze grondexploitatie is eveneens overgekomen van de gemeente Haaren. In totaal zijn er zeven kavels in het project. Vijf hiervan zijn bedrijfskavels, één kavel is een bedrijfs-woonkavel en één kavel is een woonkavel. In 2024 is de laatste woonkavel weer actief op de markt gezet, hierop zijn enkele reacties geweest, 2 x heeft dit geleid tot het voorleggen van een koopovereenkomst. Beide keren hebben de aspirant kopers zich teruggetrokken.

Mocht de verkoop van de kavel niet lopen zal er medio 2025 gekeken worden of de kavel eventueel gesplitst kan worden om zo de verkoop actief te stimuleren. De civieltechnische kosten zijn in 2024 opnieuw geraamd, waardoor er voor de inrichting van de Oude Baan een budget van € 250.000 is opgenomen. Na verkoop van de kavel en woonrijp maken kan de grondexploitatie eind 2026 worden afgesloten. Op contante waarde sluit de grondexploitatie met een tekort van € 611.083. De grondexploitatie zal worden afgesloten wanneer ook het laatste kavel is verkocht.

Begroting 2026 | 96

Risico’s In het kader van de herziening van de jaarrekening 2024 is per project gekeken naar projectgebonden en conjuncturele risico’s. Projectgebonden risico’s zijn beïnvloedbaar door het nemen van beheersmaatregelen. Conjuncturele risico’s zijn niet beïnvloedbaar. Projectgebonden risico’s De projectgebonden risico’s zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, waarbij gekeken is naar de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet en de impact die dit heeft op het project. Op deze manier ontstaat er een gewogen risicobedrag per project. Categorie indeling projectgebonden risico's - Ruimtelijk / planologisch - Organisatorisch - Juridisch - Financieel / Commercieel - Bestuurlijk / politiek / maatschappelijk - Technisch / raming - Programma

81.210 108.000 404.717 1.255.845 233.656 860.001

Totaal

2.943.428

De Leye Bij de Leye speelt een combinatie van risico’s. Deze hebben betrekking op het ruimtelijk programma, de bieding van de marktpartij en een wijziging in het programma. KVL – terrein + KVL - Studiegebied Het risico in de grondexploitaties KVL + KVL Studiegebied is toegenomen omdat er een gefaseerde betaling is overeengekomen voor het parkeerterrein. Onduidelijk is of en wanneer de inkomsten van het parkeerterrein binnenkomen. De afgelopen jaren is er door de ontwikkelaar nagenoeg niets betaald, omdat er geen inkomsten waren. Onduidelijk is hoe de verdere ontwikkeling van het KVL-studiegebied gaat verlopen. Het grootste risico is dat pas in een veel later stadium wordt ontwikkeld dan dat er nu wordt voorzien. Ook wordt rekening gehouden met een wijziging van het programma.

Bedrijfsweg Bij de behandeling van de begroting voor 2026 heeft de raad een motie ingediend waarin de voorkeur werd uitgesproken om de bedrijfsweg niet als bedrijventerrein te ontwikkelen omdat men bedrijvigheid op deze locatie niet meer vond passen. Bureau Buiten heeft opdracht gekregen om de behoefte aan bedrijventerreinen in Oisterwijk te ramen. De resultaten van het onderzoek zullen met de raad worden gedeeld, waarna een besluit wordt genomen over de verdere ontwikkeling. Het opgenomen risico heeft betrekking op de winst die niet wordt gerealiseerd indien het complex in zijn huidige vorm niet wordt ontwikkeld.

Begroting 2026 | 97

Beekdal 2.0 Het grootste risico in dit project is het hoger uitvallen van de civieltechnische raming. Pannenschuur buiten Om de laatste kavels in dit project te kunnen uitgeven moet een agrarisch bedrijf worden verplaatst. De gemeente en de eigenaar zijn hierover in gesprek. Helaas is er nog geen concreet zicht op resultaat. ’t Hopveld Dit project wordt afgerond. Er bestaat een risico op vertraging vanwege het ontbreken van ambtelijke capaciteit. Projectgebonden risico’s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16102254/2