Bijlage 6 Reacties professionals incl. reactie op deze reacties
Tekst van het document
Maak een expliciete analyse van de biodiversiteitscrisis en noem expliciete doelen voor biodiversiteit. Zonder expliciete plaats voor biodiversiteit, blijft het een bijzaak die op elk niveau en op elk moment opnieuw bevochten moet worden. o Stel de landbouwtransitie in het teken van biodiversiteitsherstel. De grootste en nog steeds toenemende achteruitgang van biodiversiteit vindt plaats in de landbouwgebieden. U gaat voorbij aan de kern van de biodiversiteitscrisis wanneer u in de ‘landbouw opgave’ (pag. 66) aangeeft dat de stikstofaanpak een ‘hefboom’ kan vormen voor (o.a.) ‘het vergroten van de biodiversiteit’. Door stikstof holt de natuur achteruit. De stikstofaanpak is juist bedoeld om het herstel van de biodiversiteit mogelijk te maken (wel kan de stikstofaanpak een hefboom zijn om de landbouw beter met de natuur samen te laten gaan). Ook gaat u voorbij aan de kern, wanneer u als opgave slechts aangeeft: ‘we willen dat het landbouwkundig gebruik meer past bij de ligging ten opzichte van steden en dorpen en de grote hoeveelheid natuurgebieden’. Op geen enkele wijze noemt u dat het moet gaan om samengaan van landbouw en natuur. Dát moet de kern van uw opgave zijn om de landbouw te veranderen. Uiteraard met economisch perspectief voor de landbouw, waarbij natuurbeheer en recreatie kansen bieden.
Herstel van biodiversiteit moet een uitgangspunt zijn voor de opgave van de landbouwtransitie. o Basiskwaliteit natuur. Maak duidelijk dat landschapselementen (kunnen) bestaan uit: houtwallen, heggen, hagen, struweel, singels, lanen, kleine bosjes, poelen, greppels, sloten, plasdrasplekken, hoogteverschillen en losse bomen en struiken. Het gaat dus ook om elementen die minder zichtbaar zijn in het landschap, maar wel van belang zijn voor de biodiversiteit. En dat het gaat om ‘aders’, dus om verbinding. Omschrijf dat hierbij altijd de versterking van biodiversiteit voorop staat. Geef duidelijk aan dat dat biodiversiteit in de vorm van basiskwaliteit natuur als uitgangspunt geldt, daarmee aansluitend bij de ‘Visie Buitengebied van de Gemeente Oisterwijk. In de tekst van de Visie ontbreekt het, maar alleen op de ‘Koerskaart Natuur’ staat: ‘ecologische basiskwaliteit herstellen in het Brabants Cultuurlandschap’. Landschapsmaatregelen moeten altijd ten dienste staan van biodiversiteit. Leg niet alleen landschapselementen aan, maar bescherm deze ook via de planologie en zorg dat het (ecologisch) beheer is geregeld. En handhaaf hierop. 15
o
o o
o
o
o
o o
o
o
o
o
Vanuit de opgave voor erfgoed geeft u aan: ‘het bijzondere cultuurlandschap blijvend te beschermen gaan we (historisch) structuren en landschapselementen verankeren in planologische elementen’. Verbreed dit ‘verankeren in planologische elementen’ tot álle elementen en structuren die van belang zijn voor de biodiversiteit, zoals (die van) het mozaïeklandschap. Zandpaden. Bescherm in bestemmingsplannen niet alleen ‘cultuurhistorische’ zandpaden, maar alle zandpaden omdat die voor biodiversiteit van groot belang zijn. Verander focus in lagenbenadering. Leg in uw lagenbenadering niet alleen de focus op natuur- en landschapsbeleving maar ook op biodiversiteitsherstel en -behoud. Door focus op de zichtbaarheid van het landschap mist u kansen voor (verbinding van) biodiversiteit. Afronden Natuurnetwerk Brabant. Neem op dat de niet-gerealiseerde delen van het Natuurnetwerk Brabant, inclusief de provinciale ecologische verbindingszones (omzetting van landbouw naar natuur, zowel in planologie als in feitelijk grondgebruik) moeten worden gerealiseerd. Overweeg om uw gemeentelijke gronden daarvoor in te zetten. Verbindingszones voor natuur. Verduidelijk hoe u de ‘landschaps-ecologische zones’ voor ogen ziet, zeker in de 750 m zone tussen Berkel-Enschot en Oisterwijk – die nu al onder druk staat als je kijkt naar de afstand tussen bebouwing Berkel-Enschot en Pannenschuur.
Spreek over landschaps-ecologische ‘verbindingszones’ (in plaats van zones). Voor de biodiversiteit is het belangrijk dat natuur met elkaar verbonden is. Geef aan dat deze niet alleen voor ‘diersoorten’ moeten functioneren, maar ook voor planten, insecten, amfibieën etc. Verduidelijk dat verbindingen door groenblauwe dooradering via een landschappelijk raamwerk/mozaïeklandschap essentieel zijn voor biodiversiteit. Beschrijf hierbij dat ook bermen moeten fungeren als verbindingszones. Planten én aanleggen. Versterk bestaande natuurgebieden niet alleen met het planten van landschapselementen, maar ook met het realiseren van poelen, plasdras-plekken, hoogteverschillen/ gradiënten e.d. Prioritering ontwikkelen netwerk van landschapselementen. Motiveer waarom gestart moet worden met het maken van een netwerk van landschapselementen bij de Leemkuilen. Start bij voorkeur daar waar zich kansen voordoen. Juist in de zones rond de kwetsbare (want op zandgrond) Oisterwijkse natuurgebieden of in de ecologische te realiseren landschaps ecologische verbindingszones tussen Loonse- en Drunense Duinen en Oisterwijkse Bossen. Verduidelijk wie er een ‘uitvoeringsplan’ opstelt voor aanleg landschapselementen bij de Leemkuilen. Er mag geen sprake zijn dat ‘geleidelijk een netwerk van landschapselementen’ wordt opgebouwd.
Dit dient gelijk op te lopen met woningbouw en bedrijventerrein-uitbreiding: Er is niet alleen sprake van een woningbouwcrisis maar zeker ook van een biodiversiteitscrisis. Biodiversiteit rond én in de dorpen. Niet alleen ‘rond de dorpen’ moeten (landschaps-)elementen worden toegevoegd voor biodiversiteitsherstel, maar ook ‘in’ de dorpen. Voeg deze toe aan de hand van een kansenkaart voor herstel van de Basiskwaliteit Natuur in de dorpen. Duurzame landbouw. Verbreed de tekst over het ‘stimuleren naar duurzame landbouw’ van boomkwekerij naar alle vormen van agrarisch grondgebruik, inclusief paardenhouderij. Volsta niet met het ‘samen met agrariërs ontwikkelen van een perspectief op duurzame landbouw’. Het uitsluitend ontwikkelen van een perspectief is te mager. U zorgt als overheid wél voor een oplossing van de woningbouwcrisis (planologie, WVG), maar pakt in onze ogen onvoldoende door bij andere crises. U dient in onze ogen als overheid ook een oplossing te bieden voor de biodiversiteits- en landbouwcrisis. En dit niet (alleen) van de markt – boeren, supermarktsector etc.) - af te laten hangen. De oplossing die u moet bieden: Vertaal de groene ambities instel planologische voorwaarden, stel voorwaarden aan agrarisch gebruik (bestrijdingsmiddelen, groenaanleg, e.d.) via vergunningverlening. Maak koppelingen tussen vergunningverlening en de landbouwtransitie.
Werk zo snel mogelijk ‘functie volgt peil’ uit in bestemmingsplannen en vergunningverlening. Geef het goede voorbeeld, bijvoorbeeld via duurzame uitgifte en verhuur van uw gemeentelijke gronden, gebaseerd op criteria die ook het provinciale Groenontwikkelfonds Brabant hanteert. Landschapsherstel in alle landbouwzones. Beschrijf in de ‘landbouw-zonering in verschillende hardheden’ dat in de zone ‘overige landbouwgebieden’ in het bestaande mozaïeklandschap niet alleen de bijbehorende landschapselementen worden behouden, maar óók versterkt. Zorg dat er in het mozaïeklandschap aaneengesloten structuur ontstaat, zodat er verbindingen ontstaan voor planten en dieren. T Vermijd een te beperkt natuurbegrip. Leg uit dat herstel van biodiversiteit niet alleen plaatsvindt door ‘weelderige natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn en waar biodiversiteit gevonden kan worden’. Vermijd de term ‘weelderige natuur’. Dit past niet bij de natuur in Midden Brabant en duidt op een overdaad aan voedingsstoffen 16
o o
o o
o o
in de bodem (zoals ammoniak). Leg uit dat via een groenblauwe dooradering verbindingen ontstaan. Leg uit dat er overal sprake moet zijn van biodiversiteit, ook in landbouwgebieden, ook binnen dorpen, en zeker ook op bedrijventerreinen. Vermijd versnippering door nieuwe ontwikkelingen, zoals RvR (Ruimte-voor-Ruimte)-ontwikkeling en nieuwe wegen en paden in het buitengebied, om aantasting van biodiversiteit te voorkomen. Verminder de milieudruk door bij te dragen via planologie, via vergunningverlening, via bijdragen aan opkopen van piekbelasters, vermindering uitspoeling meststoffen als voorwaarde bij uitgifte en verhuur van gemeentelijke gronden etc. Handhaaf op het juiste gebruik van de nieuwe landschapselementen en handhaaf op het in afwijking van de planologische regels gebruik van gronden met bestaande bestemming natuur. Pas de tekst ‘opgave voor natuur’ aan. Beschrijf in de ‘opgave voor natuur’ een basis voor biodiversiteitsherstel en – behoud. De huidige beschrijving wordt voor 2/3-deel ingenomen door het instrument Brabantse Bossenstrategie (die geldt voor geheel Noord-Brabant en die primair voortvloeit uit klimaatbeleid) als een van de instrumenten waarmee de opgave later moet worden gerealiseerd. In het overige 1/3-deel legt u de ‘natuur’ op een beperkte wijze uit.
Voorbeelden: ‘de natuurgebieden staan onder druk en moeten beter verbonden worden’, maar het is veel te beperkt om verder alleen als opgave te volstaan met ‘het investeren in landschapsontwikkeling in de agrarische cultuurlandschappen om te fungeren als landschaps-ecologische zones tussen natuurgebieden’: er moet worden geïnvesteerd in biodiversiteitsherstel en – behoud. Dat betekent met name transitie van de landbouw en maatregelen om te komen tot Basiskwaliteit Natuur in zowel binnen als buiten de stedelijke omgeving. De huidige beschrijving doet geen recht aan de werkelijke natuuropgave – te weten de biodiversiteitscrisis. Leg bij natuurinclusief bouwen (waarbij bewust ruimte wordt gecreëerd voor biodiversiteit op, aan, of in het gebouw of de omgeving) de lat op minimaal het bereiken van Basiskwaliteit Natuur. Scherp de koers voor het ‘vergroenen’ van bedrijventerreinen aan. Wij willen het vergroenen graag aangescherpt zien, want juist op bedrijventerreinen zijn er veel kansen voor biodiversiteit. Vergroening betekent in onze ogen het bereiken van minimaal basiskwaliteit Natuur en ook dat de (openbare) bermen een cruciale rol spelen, waarbij het niet alleen gaat om aanleg van beplanting of poelen, maar óók om goede afspraken over beheer. Wij zien graag dat er geen kortgeschoren grasvelden meer op bedrijventerreinen voorkomen.
Verder is het zeer wenselijk om het bebouwingsoppervlak per perceel op het bedrijventerrein vast te leggen.
Ad 2. Garanties dat de groene onderdelen van het Koersdocument bij integrale uitvoering worden gerealiseerd. Een integrale visie die leidt tot een toekomstbestendig gebied – waarbij alle opgaven op elkaar zijn afgestemd en afgewogen - is toe te juichen, maar daar hoort ook de zekerheid bij dat de realisatie van die afstemming en die afweging daadwerkelijk plaats gaat vinden. Voorkom dat er krenten uit de pap worden gehaald. En dat er – gechargeerd gesteld - in 2040 wel bedrijventerreinen zijn uitgebreid en woonwijken zijn gerealiseerd, maar het beoogd koerslandschap niet is ontwikkeld. Want dat voorgespiegelde landschap is voor veel mensen juist de reden om uw visie te waarderen. U geeft aan dat u ‘ruimte ziet om 500 ha bos toe te voegen’, ‘invulling gaat geven aan het GGA (Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak) -gebied waarbij de focus ligt op vernatting, uitbreiding van bossen en landschapselementen, zoals bosjes, hagen, houtwallen en lanen’ en ‘van plan bent om 20 kilometer nieuwe houtwallen, singels en 20 kilometer nieuwe laanbeplanting te realiseren’. En u kiest voor een integrale aanpak (= uitvoering) van de integrale visie. Over dit – en andere koersonderdelen die positief zijn voor herstel van biodiversiteit -, zijn wij verheugd.
Tegelijk hebben wij zorgen of u deze groene ambities met uw beoogde integrale aanpak waar kunt maken, waardoor de realisatie van koersonderdelen voor biodiversiteit (sterk) achterblijft bij realisatie van andere koersonderdelen. En waarmee uw integrale visie en integrale aanpak geen werkelijkheid wordt. Wij beseffen dat het Koersdocument een Visie is en geen uitvoeringsdocument. Maar een Visie waarvan de hardheid van de kwantitatieve ambities over woningbouw en uitbreiding bedrijventerreinen ‘stevig’ zijn en de kwantitatieve ambities voor natuur en landschap slechts ‘richtgetallen’ – zoals aangegeven tijdens de informatiebijeenkomst op 27 oktober jl – kunnen wij niet als integraal beschouwen. Er zal een gelijke mate van zekerheid van realisatie moeten zijn, anders zal de Visie - met zijn mooie groene ambities - nooit werkelijkheid worden. 17
De gronddruk in het Oostflankgebied is enorm. Voor al uw ambities hebt u grond nodig. U bent wat betreft rode ambities al een stap verder en maakt melding dat u de WVG (Wet Voorkeursrecht Gemeenten) inzet voor woningbouw en uitbreiding bedrijventerreinen, zodat er zekerheid ontstaat dat die koersonderdelen worden gerealiseerd. Integrale visie en - aanpak (=uitvoering) vraagt ook zekerheden voor realisatie voor andere koersonderdelen. Zeker wanneer realisatie van koersonderdelen negatief inwerkt op overblijvende koersonderdelen. Voor uw ambities op het vlak van groen en landbouw bent u afhankelijk van grond van particulieren en agrariërs. Onze zorg is dat u meer doorzettingsmacht moet organiseren. Het verloop van de uitvoering van de huidige groene regelingen (STILA (Stimuleringsregeling Landschap), Bossenstrategie, etc.) laat ons zien dat zonder extra (integrale) inspanning onvoldoende terecht zal komen van de groene koersonderdelen. Een WVG, een planologisch vastleggen en sluitende exploitatiebegroting voor een te bouwen woonwijk is onvergelijkbaar krachtiger dan het verleiden van grondgebruikers met subsidies om groen aan te leggen. Wij adviseren u: •
•
•
•
Koppelingen. Bouw zekerheden in dat er daadwerkelijk sprake zal zijn van integrale aanpak van de visie. Door gekoppelde voorwaarden te stellen, zodat realisatie van het ene (rode) koersonderdeel (woningbouw/uitbreiding bedrijventerreinen) gekoppeld is aan realisatie van het andere (groene) koersonderdeel. Eerst - of gelijktijdig realisatie van groene doelen alvorens andere ontwikkelingen. Concreet: woningbouw koppelen aan realisatie van mozaïeklandschap en landschaps-ecologische zones, etc. Landbouwvergunningen afhankelijk maken van de mate van landbouwtransitie, etc. Neem groene normen op voor rode plannen zodat deze benut kunnen worden bij goedkeuring en vergunningen. Intenties. Neem een intentieverklaring over daadwerkelijke realisatie van groene ambities op van Provincie en van Waterschap. U bent voor daadwerkelijke realisatie van groene ambities grotendeels afhankelijk van provincie en waterschap. Neem daarom een (intentie)verklaring van de Provincie op waarin zij bevestigt dat zij zal bijdragen aan het haalbaar maken van de groene ambities haalbaar door voldoende middelen en instrumenten, menskracht en grond beschikbaar te stellen. Meer zekerheid van uitvoering. Vul uw ‘nieuwe rol’ (p 97) zo in dat u ook daadwerkelijk zorgt voor realisatie. Bouw zekerheden in door in de visie intentieverklaringen van mede-uitvoerders op te nemen.
Geef aan dat u zelf verantwoordelijkheid neemt voor resultaat door – naast ‘afspraken maken met Provincie en Waterschap’ – zelf actief aan de slag te gaan. Wees consistent en neem bij ‘zo doen we dat/lokaal’ (p 97) op dat u ook gaat realiseren, zoals u wel in de schema’s op p 98 doet. Neem een actievere rol bij de integrale aanpak. Neem in het koersdocument op dat u een grondbank organiseert, in combinatie met kavelruil, om zo de groene ambities te realiseren. Pas WVG toe voor groene doelen als het met een grondbank niet lukt. Neem op dat u een koffer vult met instrumenten die nodig zijn om grondeigenaren (naast geld/subsidie) te verleiden of anderszins mee te doen. Denk ook aan compensatie via uitruil van belangen. Verduidelijking. Geef aan hóé u de groene ambities gaat verankeren in het RO-spoor (omgevingsvisie en – plan). Verduidelijk wat u bedoelt met ‘stappen we in als overheid’ (p 98). Verduidelijk hoe we in hoofdstuk 05 kunnen lezen hoe u de natuur en landschap (mozaïeklandschap) de noodzakelijke planologische bescherming biedt. Geef aan wat u gaat doen om te zorgen dat de beekdalen bij Oisterwijk in 2027 voldoen aan KRW. En wat u gaat doen om de provinciale ecologische verbindingszones in de beekdalen te realiseren (zodat deze aan het NNB (Natuurnetwerk Brabant) kunnen worden toegevoegd.
Verduidelijk hoe u ‘functie volgt peil’ gaat verankeren in uw beleid, het RO-spoor en vergunningverlening. En hoe u het huidige grondgebruik daarmee gaat bijsturen.
Ad 3. Landschappelijke benaderingen te verduidelijken. Het Koersdocument gebruikt uitspraken over landschap die een beeld oproepen of een handeling veronderstellen, maar geen houvast bieden voor uitwerking. Daarnaast kiest u in de lagenbenadering voor focus op natuur- en landschapsbeleving. Wij vrezen dat door nadruk op de zichtbare landschapsmaatregelen deze niet altijd inhoudelijk ten dienste zullen staan aan herstel en behoud van diversiteit. Bovendien vrezen wij dat koersonderdelen voor natuur en landschap bij uitwerking niet eenduidig in het belang van biodiversiteit worden uitgelegd en dat nadruk komt te liggen op visuele beleving en zichtbaarheid. Natuurlijk is het koersdocument een visie op een bepaald abstractieniveau, maar uw landschappelijke termen zijn nu veel te ruim uitlegbaar. Dat vraagt om misverstanden bij uitwerking. Voorbeelden: landschappelijk raamwerk versterken, het landschappelijk afronden van bedrijventerreinen, een interactie aangaan met het omliggende landschap, woningbouwontwikkelingen gaan een verbinding aan met het 18
landschap, natuur- en landschapsontwikkeling, natuurinclusieve landschap integraal onderdeel uit laten maken van de bouwopgave, een bijzonder landschappelijk woonmilieu met zachte dorpsrand creëren, het bijdragen aan een fraai landschap door een toekomstbestendige land- en tuinbouwsector, woningbouwlocaties vormgegeven als groene dorpsranden met een bijzondere landschappelijke signatuur, natuurinclusieve uitbreiding van een woonwijk. Wij adviseren u: o o
Maak landschappelijk termen eenduidig uitlegbaar. Formuleer uw uitspraken over landschap zo dat deze later, bij integrale aanpak/uitvoering, eenduidig uitlegbaar zijn voor behoud en herstel van biodiversiteit. Neem biodiversiteit als uitgangspunt. Geef aan dat landschapsmaatregelen altijd behoud en herstel van biodiversiteit als uitgangspunt hebben.
Ad 4. De koers voor Oisterwijk/Heukelom op onderdelen te verduidelijken en bij te stellen Onder ad 1 t/m ad 3 gaven wij onze zorgen aan en deden wij voorstellen. Deze zijn onverkort van kracht voor de koers voor Oisterwijk/Heukelom. Specifiek vragen wij aandacht voor het volgende. Wij adviseren u: o o
o
o
o
o
o
o
o
Completeer de tekst door in par 5.1 (de ligging in de nabijheid van) het beekdal Achterste Stroom toe te voegen. Neem biodiversiteit als uitgangspunt. Geef aan dat ‘een goede kwalitatieve landschappelijke inpassing’ van uitbreiding van bedrijventerreinen behoud en herstel van biodiversiteit als uitgangspunt heeft. En dat ook de inrichting en beheer van de openbare ruimte in deze uitbreidingen het versterken van biodiversiteit tot uitgangspunt heeft. Dit geldt ook voor groenblauwe dooradering. Verduidelijk dat herstel en behoud van biodiversiteit via groenblauwe dooradering uitgangspunt is voor de beoogde versterking van het landschappelijk raamwerk. Kies de juiste volgorde. Maak expliciet dat u eerst het landschappelijk raamwerk versterkt, alvorens u bedrijventerreinen uitbreidt. U geeft aan dat u (alternatieven voor) bedrijfslocaties inpast in het versterkte landschappelijk raamwerk. Deze volgorde juichen wij toe. Dit is een mooi voorbeeld van gewenste koppeling tussen rood en groen. Waarborg realisatie groene wijken. Verduidelijk wat de waarborgen zijn dat binnen het WVG gebied ‘verschillende buurtschappen gepositioneerd worden in een landschappelijk raamwerk van houtwallen, boomsingels, nieuwe bosjes en poelen’. Wij juichen dit toe, maar vragen ons af hoe (economisch) haalbaar dit is met een aanzienlijk percentage betaalbare woningen en sociale huur.
Voorkom versnippering Hoog Heukelom. Ontsluit Pannenschuur 6 via de bestaande (en te upgraden) Pannenschuurlaan. Dit omdat u aangeeft dat ‘Vanaf Hoog Heukelom enkele straten het plangebied in kunnen gaan, om het voor auto’s te ontsluiten’. Wij zijn geen voorstander van verdere versnippering van het buitengebied door nieuwe wegen. Verduidelijk de landschaps-ecologische verbindingszone’s. Verduidelijk hoe u de landschaps-ecologische verbindingszone van de Loonse en Drunense Duinen via de Leemkuilen naar de Oisterwijkse Bossen & Vennen en Kampina (zowel ten noordwesten als ten noordoosten van de kern Oisterwijk) wil gaan vormgeven. En stel die in het teken van migratie van de gewenste planten- en diersoorten. Geef expliciet aan wat dit betekent voor de plaats die deze krijgt ten noordwesten van Oisterwijk in de 750 m zone - die nu al onder druk staat als je kijkt naar de afstand tussen bebouwing Berkel-Enschot en Pannenschuur 6. Verplaats de locatie van de (max 30 RvR-titels. Positioneer de (maximaal) 30 RvR titels niet in de 750 m zone, maar – op voorstel van de Buurtraad Heukelom - op een locatie ten noorden-oosten van het WVG gebied. Wij zijn tegen toepassing van ruimte-voor-ruimte-titels in landschappelijk, ecologisch en cultuurhistorisch waardevolle dorpsranden.
De positionering van de (maximaal) 30 RvR-titels in de 750 m zone is inhoudelijk niet consistent (want die zone zou onbebouwd blijven) en staat op gespannen voet met de te realiseren landschaps-ecologische zone in de 750 m. De 750 m mag door geen enkele bebouwing worden aangetast. Koppel rood aan groen. Leg een expliciete koppeling tussen woningbouw Pannenschuur 6 en max 30 RvR woningen en de beoogde versterking van het mozaïeklandschap ten noorden en westen van Oisterwijk. Er zijn negatieve ervaringen met het stoppen van de Groene Mal; deze is nooit afgerond. Kies ook andere oplossingen om de recreatiedruk op Oisterwijkse Bossen te verminderen. Wij denken dat uw oplossing om de recreatiedruk te verlichten door ‘bestaande Natuurpoorten beter te benutten, aan te vullen, en 19
mogelijk uit te breiden’ niet voldoende is. Los de recreatiedruk op de Oisterwijkse natuur – in het bijzonder het bezoekerscentrum Oisterwijk – structureler op door: ▪ ▪
▪
1.
natuurgebieden in Midden Brabant uit te breiden (verdunnen van bezoekersdruk); het gehele agrarisch landelijk gebied beter te ontsluiten voor wandelen en fietsen en zo de onderlinge samenhang tussen de kernen en het buitengebied te versterken (dit biedt ook kansen voor de landbouwtransitie). de toeristen-aantrekkende werking door organisaties achter van Gogh Nationaal Park af te remmen. Het Van Gogh Nationaal park biedt onmiskenbaar voordelen en kansen voor biodiversiteit. Tegelijk is het van Gogh park onderdeel van een nationaal spreidingsbeleid om toeristen vanuit de randstad naar gebieden elders in het land te leiden. Veel organisaties achter het van Gogh-park hebben belang bij extra toeristen. Dit belang ligt ten grondslag aan de ‘noodzaak om de piekbelasting op de Oisterwijkse natuur te managen’. Het aantrekken van meer toeristen is echter niet in het belang van biodiversiteit in Midden Brabant/Oostflank. Wij vragen u daarom om kritisch te zijn op de aantrekkende werking van Van Gogh Nationaal park op de N2000gebieden.
Breid verkeersmaatregelen uit. In het koersonderdeel ‘we zetten andere mobiliteitsvormen in om recreatie toegankelijker te maken’ missen wij aandacht voor het verkeersaanpassing op wegen naar de natuurpoorten (in ieder geval Bezoekerscentrum Natuurmonumenten) door snelheidsbeperking naar 30 km/u en het ‘auto te gastprincipe’.
Ad 5. De koers voor Haaren op onderdelen te verduidelijken en bij te stellen. Onder ad 1 t/m ad 3 gaven wij onze zorgen aan en deden wij voorstellen. Deze zijn onverkort van kracht voor de koers voor Haaren. Specifiek vragen wij aandacht voor het volgende. Wij adviseren u: o
Begrenzing Ruysbossche Loop. Houd bij het bepalen van de begrenzing (breedte) van het beekdal van de Ruysbossche Loop rekening met voorwaarden die het ecologisch functioneren van het beekdal stelt. Het is een provinciale ecologische verbindingszone die nog gerealiseerd moet worden voor soorten die wettelijk beschermd zijn. Geef aan wat u onderneemt om deze verbindingszone (en daarmee NNB) te realiseren. Wees terughoudend met het bouwen en teelt-ondersteunende voorzieningen op de flanken van dit beekdal –waar infiltratie moet plaatsvinden.
Ad 6. De koers voor Moergestel op onderdelen te verduidelijken en bij te stellen. Onder ad 1 t/m ad 3 gaven wij onze zorgen aan en deden wij voorstellen. Deze zijn onverkort van kracht voor de koers voor Moergestel. Wij hebben zorgen over de beoogde uitbreiding van De Sonman II. Met uitbreiding van De Sonman verdwijnt waardevol buitengebied. Daarom zijn wij kritisch op nut en noodzaak van de uitbreiding. Deze kritieke houding vloeit ook voort uit de sluipende aantasting door de gemeente van dit gebied door in afgelopen tijd een steeds volwaardiger en grotere parkeerplaats in dit gebied aan te leggen. Dit baart ons zorgen als het gaat om de groene uitvoering van het koersdocument. Specifiek vragen wij aandacht voor het volgende. Wij adviseren u: o
Motiveer de uitbreiding. ▪ U geeft aan dat ‘De Sonman II ruimte biedt voor een bijzonder -werkmilieu in het groen, dat een schakel kan vormen tussen het dorp en landgoed Zonnewende’. Welke motivatie/behoefte is er voor het creëren van een bijzonder werkmilieu in het groen en voor het vormen van een schakel? ▪ Voor alle werkterreinen van de Oostflank geldt dat er ‘eerst wordt gekeken naar optimaal ruimtegebruik en kansen voor verdichting, verduurzaming en vergroening, voordat bedrijventerreinen worden uitgebreid.’ Wij zien in de uitwerking niet terug welke voornemens de gemeente hiervoor heeft.
20
▪
o
o
o
o
o
De ontwikkellocatie samen met de uitbreiding van het bedrijventerrein, gaat de aangegeven behoefte van ca. 4 ha ruim te boven. Heroverweeg de locatie, vanwege het volgende. ▪ De lokalisering van uitbreiding én ontwikkeling van dit bedrijventerrein is gelegen in een gebied dat in het Koersdocument is aangeduid voor natuurinclusieve landbouw, waar plaats is voor een netwerk van landschapselementen (met daartussen vormen van biologische en extensieve landbouw en boomteelt). En het ligt vrijwel tegen het NNB (Natuurnetwerk Brabant)-gebied aan. Bovendien is dit gebied in eerdere gemeentelijke planvormen niet eerder in beeld geweest. Daarnaast blijkt de ontwikkellocatie met kleine kavels voor bijzondere werkconcepten en bedrijfsverzamelgebouwen in de natuur bedoeld voor bovenlokale behoefte. ▪ De beoogde locatie fungeert als een groene overgang tussen de bossen en bebouwing en benadrukt de ligging van Moergestel in het groen. ▪ De open ruimte bevat elementen die van groot belang zijn voor de biodiversiteit: houtwal met oude eikenbomen, blauwe dooradering; bewoners waarderen dit gebied waar een zwaluwtoren en insectenhotel staan. Vanwege zijn ligging zijn er hoge natuurwaarden aanwezig. Oude bomen zijn zeer waardevol en kunnen niet met jonge aanplant worden gecompenseerd. Voorkom aanleg van infrastructuur in/ bij het voor natuurontwikkeling bedoelde gebied.
▪ Volgens het plaatje ‘Illustratief landschappelijk raamwerk Moergestel De Sonman II’ gaat het overblijvende gebied tussen bestaande woonwijk en bedrijventerrein ruimte bieden voor infrastructuur voor wijkontsluiting en voor ‘langzaam verkeersverbinding tussen dorp en Galgenven’. Wij vinden dit een slecht idee. Er zijn paden ingetekend in het bos dat eigendom is van Brabants Landschap. Dit gebied is nu verboden toegang/ stiltegebied. De wandelpaden leiden naar het privéterrein van het landgoed Dennenhoef. Dit betekent versnippering en toename van drukte in de gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Brabant. Bovendien kan er op deze wijze geen sprake zijn van serieuze natuurontwikkeling direct grenzend aan de bestaande woonwijk. Serieuze natuurontwikkeling is door de ingetekende infrastructuur niet haalbaar Motiveer dat de lagenbenadering hier juist is toegepast. Wij vragen ons af of hier de ‘lagenbenadering’ op juiste wijze is toegepast: het is een nat gebied, dat een aantal oude waterlopen en sloten bevat. Het biedt eerder kansen om water op te vangen in tijden van pieken dan om verder bebouwd te worden. Zie af van ontsluiting A58 via ‘het zwarte pad’. Het is zorgwekkend dat er wordt onderzocht of de afrit van de A58 verplaatst kan worden in westelijke richting naar De Sonman.
Wij vinden het ongewenst als de afrit langs de rand van het natuurgebied over het zogenoemde ‘zwarte pad’, dat zelf van cultuurhistorische waarde is, wordt geleid. Plaats passende foto’s en wees duidelijk in uw intenties. Uw foto’s onder de ‘Legenda illustratief landschappelijk raamwerk Moergestel De Sonman II’ verontrusten ons. Te zien zijn zeer hoge gebouwen die totaal niet passen bij het dorpse karakter van Moergestel en zeker niet op deze plek, die een overgang is van dorp naar buitengebied. Wij vinden de hoogte van de gebouwen, zoals te zien op de foto’s, niet toelaatbaar.
Graag blijven wij betrokken bij het Koersflankproces. Hartelijk dank voor uw reactie en uitgebreide adviezen m.b.t. het concept Koersdocument. Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. In die uitwerking van de diverse deelgebieden worden adviezen die u heeft gegeven voor de kernen Haaren, Moergestel en Oisterwijk verder afgewogen en meegenomen. Dit doen we graag samen. Wij zien in deze gebiedsuitwerkingen een rol voor het B-team Oisterwijk en kijken dan ook uit naar de samenwerking. De opmerking over het missen van de biodiversiteitsopgave heeft geleid tot aanpassing in het concept Koersdocument: Biodiversiteit is een belangrijk onderdeel in de diverse koersen van het Koersdocument. Wij streven in de Oostflank naar een natuur inclusief landschap waarin het gebruik van dat landschap in balans wordt gebracht met een natuurlijk bodem-, water- en ecosysteem. De waterkwaliteit is niet overal op orde en de biodiversiteit neem nog steeds af. Bodem en water zijn sturingsprincipes die wij met de landbouwsector in een langdurig gebiedsproces willen implementeren.
Dit gebiedsproces, als onderdeel van de transitie van het landelijk gebied, moet leiden tot concrete uitvoeringsprojecten en daarmee de transitie in gang zetten naar een natuur inclusief landschap waar ruimte is voor 21
genoeg biodiversiteit. Landschapsbeleving is van belang voor het welzijn van onze inwoners, met een aantrekkelijk landschap trekken zij er eerder op uit voor een wandeling en dit bevordert de gezondheid en sociale contacten. Tevens maakt het de gebruiker bewust van de ecologische betekenis van dat landschap. Als je landschap enkel ziet in het kader van biodiversiteit(sherstel) creëer je minder aantrekkelijke landschappen en mis je het bovenstaande aspect. De bijdrage die landschapselementen moeten en kunnen leveren aan herstel van biodiversiteit en het behoud en herstel van de biodiversiteit zijn opgaven die bij de uitwerking tot uiting komt. Zoals ook aangegeven in de bijeenkomst partijen buitengebied van 27 oktober jl. wordt de biodiversiteitsopgave steviger in de tekst van het Koersdocument verankerd. Dit is in de aangepaste versie van het concept Koersdocument uitgewerkt. Biodiversiteitsontwikkelingen maken integraal onderdeel uit van het landschap en landgebruik. Het is echter niet zo dat landschapsmaatregelen altijd het behoud en herstel van biodiversiteit als uitgangspunt hebben. Het landschap heeft ook intrinsieke waarde en naast biodiversiteit ook andere waarden, zoals vanuit het oogpunt van cultuurhistorie. Door het landschap enkel in te richten ten gunste van biodiversiteit wordt aan deze andere waarden voorbij gegaan.
Verder vraagt u naar garanties voor de realisering van groene onderdelen van het concept Koersdocument bij een integrale uitvoering en dat we koersvast zijn bij de realisatie hiervan. Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. We hebben de uitgangspunten voor de transitie omschreven in het concept Koersdocument. Deze uitgangspunten zijn leidend geweest bij het maken van keuzes over de aanwending en inrichting van de ruimten, maar zullen ook in de toekomst leidend zijn bij nog te maken keuzes. Het Koersdocument is onze leidraad voor de verdere uitwerking. Ook vraagt u om voor de kernen het Koersdocument te verduidelijken en/of aan te passen. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende zaken aangepast in het concept Koersdocument. -
-
-
het beekdal Achterste Stroom is toegevoegd aan de tekst voor de kern Oisterwijk. binnen de zoeklocatie voor WVG Pannenschuur zijn voor 30 Ruimte voor Ruimte (RvR) titels opgenomen. In plaats van het gehele gebied als zoekgebied te definiëren zijn nu 3 kleine clusters met een landschappelijke afronding opgenomen. Dit is aangepast in de kaart van Pannenschuur VI in het concept koersdocument. Een klein deel hiervan ligt binnen de 750 meter. De uitgeefbare clusters mogen gezamenlijk maximaal 10% van de oppervlakte van het gebied beslaan. Het bebouwingspercentage is maximaal 25%. De rest van het landschap wordt vrij gehouden en inricht met landschapselementen.. We moeten kritisch kijken naar de invulling van de RvR titels. Maar ook RvR kijkt naar de actuele vraag naar woningen. Daarbij gaat het ook om kleinere woningen voor bijvoorbeeld jongeren of senioren, en niet alleen meer ruimte kavels met soortelijke bebouwing. U vraagt om te voorkomen dat er infrastructuur wordt aangelegd in/bij het voor natuurontwikkeling bedoelde gebied bij Sonman II. De keuze van nieuwe infrastructuur wordt altijd vanuit een bredere belangenafweging gemaakt. Nieuwe infra kan ook ontlastend werken voor andere gebieden. De wijkontsluitingen en paden door het weiland bij Sonman II zijn uit de koerskaart verwijderd.
Naar aanleiding van diverse opmerkingen over referentiebeelden, zijn de foto’s bij Sonman II aangepast.
Nogmaals bedankt voor uw uitgebreide reactie, en we kijken uit naar de uitvoering en de samenwerking in deze.
22
7. Brabantse Milieufederatie, Natuurmonumenten, Brabants Landschap Hierbij willen Brabants Landschap, Vereniging Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie een inhoudelijke reactie geven op het concept Koersdocument Oostflank. De koers op hoofdlijnen, gebaseerd op de lagenbenadering, ondersteunen wij van harte. Het concept Koersdocument geeft ook goed blijk van de opgaven zoals die voorliggen in de verschillende gebiedsprocessen en van de ambities van het Van Gogh Nationaal Park. Het concept Koersdocument geeft ook goed rekenschap van de opgaven zoals die vanuit het NPLG/BPLG geformuleerd zijn (waaronder ‘onontkoombare doelen’ met betrekking tot stikstof en water, ‘functie volgt peil’ et cetera). U pakt uw verantwoordelijkheid goed door een substantiële kwantitatieve opgave te formuleren voor onder andere de bossenstrategie en aanleg van nieuwe natuur (tezamen 500 ha) en de realisatie van groene dooradering (20 km nieuwe houtwallen/singels en 20 km nieuwe lanen). Wij complimenteren u hiermee. De robuuste landschapsecologische maatregelen zijn cruciaal om de noodzakelijke verbindingen tussen de Natura 2000-gebieden op langere termijn te waarborgen. Het is goed dat u die een prominente plaats geeft in uw koers voor de ontwikkeling van de Oostflank.
Goed dat u keuzes durft te maken en daarbij kiest voor een integrale benadering, waarbij niet alleen de woningbouwopgave een plek krijgt, maar tegelijkertijd ook onder andere versterking van natuur en landschap en transitie van de landbouw naar meer natuur- en landschapsinclusief ten doel gesteld wordt. Wij vinden het dus positief dat de lagenbenadering als uitgangspunt is gekozen voor de ontwikkeling van de Oostflank. Graag delen we per laag onze complimenten, vragen en zorgen met u. Onderste laag: fysieke ondergrond De fysieke ondergrond stelt daarbij als onderste laag randvoorwaarden aan bovenliggende lagen: in het concept Koersdocument verwoord als ambities dat bodem en water sturend zijn en er fors wordt ingezet op natuur- en landschapsontwikkeling. Graag zouden wij zien dat alle bestaande zandpaden in het gebied in kaart worden gebracht en een beschermde status krijgen, vanwege hun ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief belang, zoals u zelf in het concept Koersdocument onderkent. In het koersdocument stond al opgenomen dat de cultuurhistorische zandpaden een belangrijke bijdrage leveren aan de uitstraling en beleving van ons buitengebied. We hebben dit in het aangepaste koersdocument nog eens extra onderstreept. Het voert op dit moment te ver om ze allemaal in beeld te brengen, daar leent het koersdocument zich niet voor.
Bovendien is het koersdocument geen juridisch bindend instrument en kunnen we ze dus geen beschermde status geven met het koersdocument. Onder de omschrijving van categorie A (bij Landbouw) is tevens het behoud en herstel van bestaande landschapselementen, zoals zandpaden, microreliëf en oude kavelpatronen opgenomen. Het is ons opgevallen dat het landgoed Nemerlaer niet genoemd wordt in het document. Terwijl dit complex van grote (cultuur-)historische, landschappelijke en natuurwaarde is. In het aangepaste koersdocument is dit landgoed op de kaart opgenomen. U geeft aan beekdalen zoveel mogelijk te vrijwaren van bebouwing: Wij vertrouwen er daarom op dat we niet opnieuw worden geconfronteerd met bouwplannen zoals aan de orde was in het beekdal van de Reusel in Moergestel. Graag ontvangen we uw bevestiging op dit punt. De bouwplannen die op de planning staan, zijn opgenomen in het koersdocument. Samenhang met GGA-processen Binnen het plangebied bevinden zich een tweetal Natura 2000-gebieden: Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen. Voor deze gebieden is een Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA-) proces opgestart. De doelen die binnen de GGA-processen worden vastgesteld, moeten wat ons betreft als uitgangspunt gelden voor de ontwikkeling van de Oostflank.
Dat geldt ook voor het bepalen van de grootte van de overgangszones rondom Natura 2000- gebieden. Omdat de twee genoemde Natura 2000-gebieden ook vallen binnen de categorie Natte Natuurparels, hanteren we een zoekgebied van ca. 500m, die ook indicatief gehanteerd worden in het BPLG, op basis van de huidige attentiezones waterhuishouding in de IOV van de provincie (zie Houtskoolschets BPLG 14 maart 2023, pagina 27, onder 2B.). Middelste laag: netwerken Energienetwerk
23
Ten aanzien van de netwerklaag vragen wij aandacht voor de geplande Delta Rhine Corridor (DRC) die het gebied zal gaan doorsnijden. De DRC wordt op p. 41 van het concept Koersdocument wel genoemd, maar we kunnen het tracé en een beschrijving van de gevolgen van deze ontwikkeling nergens terugvinden in de tekst. In het aangepaste koersdocument is het tracé nu op de kaart opgenomen. Voor zover wij nu weten mag er binnen een bepaalde zone (van ca. 20-25 meter breed, wordt nader onderzocht) in elk geval géén bebouwing en opgaand groen (diep wortelende bomen) worden gerealiseerd. Deze gevolgen zijn op de schaal van het koersdocument beperkt, vandaar dat ze niet verder in beeld zijn gebracht. Deze ontwikkeling heeft grote impact op de aanwezige natuur- en landschapswaarden, met name het natuurgebied Huis ter Heide. Betrokkenheid van de lokale overheden, terreinbeherende organisaties en andere grondeigenaren in een vroeg stadium van dit proces is daarom van groot belang voor het uiteindelijke tracé, de wijze van uitvoering en de wettelijk verplichte compensatie. Dit is een proces vanuit grote marktpartijen i.s.m. de landelijke overheid dat buiten dit koersdocument valt. Infrastructuur Het is goed om te lezen dat u duurzame mobiliteit vooropzet.
Wij verzoeken u om, naast het autoluw maken van kernen, ook het autoluw maken van natuurgebieden als doel toe te voegen, evenals het doel op te nemen om het autoluw maken van kernen niet af te wentelen op de (omgeving van) Natura 2000-gebieden. We denken hierbij speciaal aan de Oude Bossche Baan die precies op de gradiënt ligt van de Loonse en Drunense Duinen en De Brand. In het aangepaste koersdocument is opgenomen dat we op een spreiding van bezoekers van de natuurgebieden willen, zowel in tijd als in ruimte. Tevens is opgenomen dat we inzetten op het autoluwer maken van de natuur- en recreatiegebieden door het aanbieden van andere mobiliteitsvormen ten behoeve van de recreatiegebieden: de natuurgebieden willen we beter ontsluiten met fietsroutes, wandelpaden en goede OV verbindingen. En we zorgen bijvoorbeeld voor deelmogelijkheden vanaf het mogelijke nieuwe station in Udenhout. We willen ook de Oisterwijkse en Kempense Vennen middels nieuwe mobiliteitsvormen aansluiten op het station in Oisterwijk. Specifiekere uitwerking voert te ver voor het koersdocument en vindt plaats in de verschillende deelgebiedsprocessen. Wij spreken onze grote zorg uit over een mogelijke rondweg bij Moergestel die op de Koerskaart ingetekend staat. Die randweg doorsnijdt namelijk het Natuur Netwerk Brabant en betekent een bedreiging voor het Moergestelse Broek.
Wij verzoeken u dringend om deze optie te laten vervallen. We vinden het positief dat u de rijksweg N65 en andere wegen wilt ont snipperen. Deze optie kan op dit moment nog niet vervallen. Hiervoor is eerst nader onderzoek nodig. Zie paragraaf 5.6 uit het koersdocument. Wij hebben wel vraagtekens of de op de kaart voorgestelde locaties voor ecopassages/recroducten overal op de goede plek liggen en willen graag meedenken over de beste locaties. Overigens ontbreekt uw visie op het ontsnipperen van de spoorlijnen in het concept Koersdocument, terwijl deze infrastructuur ook een aantal belangrijke ecologische verbindingszones en natuurgebieden doorsnijdt. We denken op dit moment de juiste posities te hebben gekozen voor ecopassages/recroducten, maar maken graag gebruik van het aanbod om met u samen na te denken over de juiste exacte posities van ecopassages/recroducten in het vervolgproces. De recroducten zijn overigens nu ook opgenomen op de aangepaste Natuurkaart. Overigens is op de kaart recreatie wel een ongelijkvloerse verbinding voor mensen óf dieren bij het spoor ter hoogte van Udenhout ingetekend. In het vervolgproces willen we dit graag verder met u specificeren. Om het landschap van de Oostflank te kunnen ervaren vanaf de rijksweg N65 wordt voorgesteld om hier een ‘Parkway’ van te maken. Graag vernemen wij wat u hier exact onder verstaat.
Graag denken we mee over de toekomst van deze weg. Het is duidelijk dat de rijksweg N65 veiliger moet worden. We roepen u op om dit op een manier te doen waarbij de huidige bomen gespaard worden en het een 80 km/uur weg blijft: een eikencorridor in het Van Gogh Nationaal Park. Wat ons betreft wordt vrachtverkeer in de toekomst zoveel mogelijk van de rijksweg N65 geweerd, met uitzondering van bestemmingsverkeer naar de dorpen die aan de weg gelegen zijn. In het oude (vernietigde) plan worden 1.100 bomen gekapt. Deze bomen zijn onderdeel van de cultuurhistorie van Brabant en dragen sterk bij aan de landschappelijke kwaliteit en beleving van de weg. Ook bieden de bomen schaduw en verkoeling in de steeds warmer wordende zomers. We denken graag met u mee over hoe we de rijksweg N65 als Parkway optimaal kunnen ontwikkelen. In het hoofdstuk Auto, onder “De Koers” staan deze ambities ook grotendeels beschreven. Bij de uitwerking van de verdere plannen voor de N65 zullen we u zeker betrekken. 24
Risicoparagraaf Zowel de reconstructie van de rijksweg N65 als de verbreding van de rijksweg A58 staan op dit moment ‘on hold’. Mede door gebrek aan de benodigde stikstofruimte is het onduidelijk of deze plannen ooit tot uitvoering zullen komen. Het provinciebestuur heeft reeds aangegeven dat “als het op korte termijn niet mogelijk is vergunningen te krijgen om grote aanpassingen aan de infrastructuurte doen of nieuwe infrastructuur aan te leggen, dan zetten we in op (grootschalig) onderhoud. Hiermee borgen wij de veiligheid van onze wegen en voorkomen wij verslechtering van onze wegen-net.” (p. 21 Bestuursakkoord 2023-2027). We vragen ons af wat de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van de Oostflank als deze ontwikkelingen niet doorgaan. Wij adviseren daarom voor deze en andere onzekere externe ontwikkelingen een risicoparagraaf op te nemen. Het ligt niet in het karakter van het koersdocument om een risicoparagraaf op te nemen. Ook voor het spoor kiezen we hier niet voor. Bovenste laag: occupatie Wonen Het is goed dat Tilburg haar woningbouwopgave grotendeels binnenstedelijk wil realiseren, want het buitengebied hebben we hard nodig voor vele andere opgaven die er liggen (landbouwtransitie, natuur- en landschapsversterking, klimaatadaptatie, enzovoorts). Desondanks is de opgave van maximaal 4.000-5.000 woningen in het buitengebied fors.
Alhoewel de voorgestelde ontwikkelings-gebieden voor woningbouw qua locatie in algemene zin acceptabel lijken, zou het wel goed zijn om te kijken of de oppervlakte die nodig is voor de woningen verkleind kan worden. Bijvoorbeeld nabij het beoogde nieuwe station, maar ook elders, lijkt hoogbouw een goede optie en de beoogde bouw voor starters kan ook in de vorm van compacter woonoppervlakten gezocht worden. Ook verdergaande herstructurering van bestaand bebouwd gebied in de dorpen kan aanzienlijke woningaantallen opleveren en daarmee kostbaar buitengebied, die hard nodig is voor andere functies, sparen. Bovenstaande is ook wat we beogen met dit koersdocument. Echter moeten de woning typologieën wel blijven passen bij het dorps verdichten, bij de woningbouwopgave én bij de behoefte. Kleinere woningbouwgebieden dan nu gedacht is lijkt niet mogelijk, maar de doelstelling is om dorps te verdichten en de uitbreidingen zo compact mogelijk te houden. We willen nieuw stedelijk ruimtebeslag laten samengaan met robuuste landschapsontwikkeling. Landschap is een leidend principe in de verdere uitwerking van nieuwe woningbouw locaties. Tevens hebben we de opgave gesteld om te zoeken naar een manier om dorps-landschappelijk te verdichten. Dit vraagt ontwerpend onderzoek naar nieuwe woningtypen. Terecht legt u veel nadruk op het belang van het niet aaneengroeien van de dorpen.
Wij verzoeken u om daaraan toe te voegen dat dichtslibbing van die ruimten van binnenuit (bijvoorbeeld door lint- bebouwing en dergelijke) ook wordt tegengegaan. Dat is heel belangrijk om te voorkomen dat de landschapsecologische zones straks doodlopen op bebouwing. Tussen de dorpen blijft altijd een afstand van minimaal 750 meter onbebouwd, ofwel drie minuten fietsen van dorp naar dorp door het buitengebied. Op veel plekken is en blijft de afstand groter. De ontwikkellocaties zijn zodanig gekozen dat er minimaal 750 meter ruimte blijft tussen de dorpen. Dichtslibbing van binnenuit is dus niet aan de orde. Ook de plannen voor realisatie van 30 Ruimte voor Ruimte-woningen binnen de toch al smalle zone (750 m) tussen Oisterwijk en Berkel-Enschot (Pannenschuur VI) is in onze ogen in strijd met uw doel om dichtslibbing tussen kernen te voorkomen en betekent een bedreiging van de landschapsecologische zone. Binnen de zoeklocatie voor WVG Pannenschuur zijn voor 30 Ruimte voor Ruimte (RvR) titels opgenomen. Een klein deel hiervan ligt binnen de 750 meter. Echter de uitgeefbare clusters mogen gezamenlijk maximaal 10% van de oppervlakte van het gebied beslaan. Het bebouwingspercentage is maximaal 25%. De rest van het landschap wordt vrij gehouden en inricht met landschapselementen. Het zijn kleine clusters met een landschappelijke afronding.
Dit is aangepast in de kaart van Pannenschuur VI in het aangepaste koersdocument. We moeten kritisch kijken naar de invulling van de RvR titels. Maar ook RvR kijkt naar de actuele vraag naar woningen. Daarbij gaat het ook om kleinere woningen voor bijvoorbeeld jongeren of senioren, en niet alleen meer ruimte kavels met soortelijke bebouwing. In Moergestel-Noord is de woningbouw naar onze mening te diep in het dal van de Reusel gepland; dat staat wat ons betreft haaks op de ambitie om klimaatrobuuste beekdalen te realiseren. Op de kaart staan indicatief ideeën opgenomen hoe dit plan eruit zou kunnen zien, het is echter nog niet bepaald op welke percelen wat precies wordt gemaakt en hoe ontsluitingen in het gebied worden opgenomen. De uitgangspunten 25
uit het koersdocument worden meegenomen bij het maken van toekomstige keuzes. In de eerste stedenbouwkundige concepten wordt daarnaast terdege rekening gehouden met het water door hier ruimte aan te geven in het plan. Dit wordt verder afgestemd met onder meer het waterschap. Recreatie Het is goed dat u in het concept Koersdocument aangeeft dat bij het bevorderen van recreatie de draagkracht van het gebied in de gaten gehouden moet worden. Wij verzoeken u dit scherper te formuleren, met als doel een afwaartse beweging van de recreatieve druk op de Natura 2000- gebieden. Het belang hiervan volgt ook uit de Natuurdoelanalyses voor de Natura 2000-gebieden, waarin recreatie als een van de belangrijke drukfactoren op de natuur wordt benoemd. De beoogde betere bereikbaarheid van de Natura 2000-gebieden moet in onze ogen ook genuanceerd worden, om een toename van de recreatieve druk te voorkomen. Met name in de overgangszones van de Natura 2000-gebieden, en niet pal ertegenaan, liggen de kansen voor opvang van recreatiegroei. Zie eerder antwoord onder “Infrastructuur”. Tevens dient aangesloten te worden bij de recreatievisie die de natuurorganisaties voor hun gebieden hebben. Bijvoorbeeld het bosgebied westelijk van Moergestel tussen de rijksweg A58 en de Tilburgseweg is al sinds de jaren ‘80 niet toegankelijk voor de mens.
Maar ook het bosgebied rondom de Snippenpoel zuidelijk van de rijksweg A58 kent bijna geen wandelpaden. Een aansluiting vanuit het dorp Moergestel en over de rijksweg A58 via deze gebieden zal nadelig van invloed zijn op de hoge natuurwaarden. Rust is een belangrijke kwaliteit voor de aanwezige fauna. In de nadere uitwerking van de deelgebieden kan hier specifiek bij stilgestaan worden. In het concept Koersdocument maakt u de ambitie kenbaar voor het ontwikkelen van een natuur- inclusieve recreatiezone Strijdhoef-Groene Wellen. U geeft aan zich te richten op een lokale behoefte aan kleinschalige recreatievoorzieningen. Wij vragen ons af welke voorzieningen dit zijn? Wij maken ons zorgen dat deze zone een grotere aantrekkingskracht krijgt dan u nu voorziet, waardoor de kwetsbare natuur van het naastgelegen Natura 2000gebied De Brand onder druk komt te staan. Deze ontwikkeling staat ook haaks op de ambitie van indertijd het Overlegorgaan Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen en De Brand (waarvan de gemeente Tilburg ook deel uitmaakte) en die thans uitgewerkt wordt in de gebiedstafel van GGA Loonse en Drunense Duinen.
Het is toch de bedoeling om de schil rondom de Natura 2000-gebieden aantrekkelijker te maken zodat daar meer gerecreëerd kan worden, waardoor de Natura 2000-gebieden rustiger worden? Het is inderdaad de bedoeling om de schil rondom de Natura 2000-gebieden aantrekkelijker te maken, om daar meer te recreëren zodat de Natura-2000 gebieden rustiger worden, vandaar ook het idee voor een natuurinclusieve recreatiezone Strijdhoef-Groene Wellen. De ideeën voor deze zone zijn overigens nog niet uitgewerkt maar we willen inderdaad geen grotere (verkeers)aantrekkende werking hier. We zullen u betrekken bij de uitwerking van deze plannen. Landbouw We zijn verheugd om te lezen dat u de verduurzaming van de landbouw als grote kans voor dit gebied ziet. Zodat het landbouwkundig gebruik meer aansluit bij de gebiedskenmerken. Ook hier is het belang van de lagenbenadering evident; de fysieke ondergrond dient sturend te zijn voor het type landbouwkundig gebruik dat wordt toegestaan. Wij adviseren u dit goed te verankeren in toekomstige omgevingsplannen. Zoals eerder aangegeven, vinden we een bufferzone van 500 meter als overgangszone rondom Natura 2000-gebieden te smal. We hanteren een zoekgebied van ca.
500m, die ook indicatief gehanteerd worden in het BPLG, op basis van de huidige attentiezones waterhuishouding in de IOV van de provincie (zie Houtskoolschets BPLG 14 maart 2023, pagina 27, onder 2B.). Ook buiten de 500 meter is er immers forse negatieve beïnvloeding van de natuur, onder andere op het gebied van stikstofdepositie en verdroging (als gevolg van beregening, waterpeil verlaging en dergelijke). In zone A wordt behoud van landschapselementen genoemd. Wij zouden daar graag aan willen toevoegen: ‘zandpaden, microreliëf, oude kavelpatronen’. Dit is in het aangepaste koersdocument verwerkt onder de beschrijving bij zone A (Landbouw). Tot slot onderschrijven we uw ambitie voor kringlooplandbouw. Graag zouden we ook zien dat u de biologische boeren in het gebied extra aandacht geeft. We zien biologische bedrijven als koplopers in de transitie naar een natuurinclusieve landbouw. Ze zijn relatief extensief, gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en 26
werken juist samen met de natuur voor bijvoorbeeld natuurlijke plaagbeheersing. Ook scoren ze goed op dierenwelzijn. Het hoofdstuk landbouw is geheel herschreven en hier is ook extra aandacht aan besteed. Let op: die 500 meter wordt ook gehanteerd voor natte natuurparels en voor overgang tussen Natura 2000-gebieden en bebouwing. Onze vraag is welke afstand er geldt voor beekdalen? Uit de nitraatbrief van minister Adema valt op te maken dat de bufferzones in beekdalen op de zuidelijke zandgronden 2 x 250 meter breed moeten worden. Graag denken we met u mee bij de verdere uitwerking van de plannen voor de ontwikkeling van de Oostflank. Wij gaan ervan uit dat u doelt op het document: Aanvullende maatregelen op het pakket van het zevende Actieprogramma Nitraatrichtlijn met een gebiedsgerichte oriëntatie, van o.a. Wageningen Universiteit, uit november 2011. (https://open.overheid.nl/documenten/ronl-27a72918-b544-41ef-9e92-0ba2ef757bac/pdf) Hierin wordt door de schrijvers 100-250 meter geadviseerd als maatregel. Wij zijn van mening dat we geen één maat op kunnen nemen voor alle beekdalen. Dit echt per beekdal bekeken te worden. Vandaar dat we dit nu niet in het koersdocument opnemen. Uitwerking vindt plaats in de verschillende deelgebiedsprocessen.
27
8. Heemkundekring de Kleine Meijerij Met veel interesse hebben kennis genomen van het Koersdocument Oostflank. Het valt op dat het koersdocument voor 80 % het verzorgingsgebied van onze heemkundekring omvat. Heemkundekring “De kleine Meijerij” kent de navolgende plaatsen als verzorgingsgebied, Berkel Enschot, Heukolom, Moergestel, Oisterwijk, Udenhout, Biezenmortel, Helvoirt, Haaren en Esch. Alleen Helvoirt en Esch liggen buiten het plangebied van dit koersdocument. Maar zijn daarom niet minder belangrijk vanuit cultuurhistorisch perspectief gezien en vormen een goede verbinding/overgang naar de gebieden gelegen oost van he plangebied “De oostflank”. Zeker omdat de meeste beken en grote natuurlijke landschappelijke element zoals de Loonse en Drunense duinen en het vennengebied zuid van Oisterwijk in het gebied van west naar oost lopen, de N65 een soort van centrale as vormt en bewoning op de (deels doorlopende) hogere zandruggen in de loop der eeuwen is ontstaan. Wij ervaren het Koersdocument als een goed middel te komen tot een integrale gebiedsvisie met ruimte en respect voor de cultuurhistorische waarden in de Oostflank. Helaas waren wij verhinderd om bij uw presentatie van 28 oktober aanwezig te zijn. Dat was zeker geen desinteresse, maar kwam agenda technisch niet uit.
Echter wel willen wij vanuit de heemkunde kring graag uw gesprekspartner zijn in de verdere uitwerkingsfase van dit koersdocument. Bij de afmelding hebben wij al enige zaken naar voren gebracht die onzes inziens vanuit cultuurhistorisch perspectief belangrijk zijn. Citaat mail correspondentie 26 oktober 2023: Graag geef ik al namens de heemkundekring De kleine Meijerij een paar schoten voor de boeg. Meer algemeen kan ik u melden dat wij als heemkundekring van alle overheden verwachten dat zij er samen met betrokkenen er alles aan zullen doen dat ons materieel en immaterieel erfgoed in stand blijft. Daar waar nodig en mogelijk het nog aanwezige erfgoed versterkt gaat worden. En bovendien dit erfgoed door passend onderhoud en beheer voor de toekomstige generaties behouden blijft. Daarbij zullen de overheden vanuit hun voorbeeldfunctie minimaal de wettelijke kaders op dit beleidsterrein dienen te volgen en geen pogingen te doen om via “slimme trucs” de grenzen van de wet op te rekken. Wij denken in het voorliggende kader hierbij, zonder uitputtend te zijn, niet alleen aan erfgoed waardige gebouwen bruggen, etc.
maar ook aan landschappen, laanbeplantingen zoals langs de N65, De leemkuilen, historisch belangrijke bomen, zoals de zojuist bekroonde 600 jarige Linde in Oisterwijk, open ruimten rond en tussen bebouwingsconcentraties, zichtbare hoogteverschillen in terreinen, bolle akkers, voldoende ruimte rond historisch belangrijke panden, zoals boerderijen, molens, landhuizen, in stand houding van het “Voorpootrecht” en historisch belangrijke zandpaden etc. In ons gezamenlijke speciale werkgebied “De Oostflank” wijzen wij hierbij ook op de grote noodzaak om te komen tot een erfgoed waardige oplossing voor het voormalig Groot seminarie te Haaren, vrijkomende kerken, kloosters, begraafplaatsen en andere kerkelijk erfgoed. Naast de zorg voor in stand houden en herbestemmen van erfgoed wat samenhangt met het bestuurlijke verleden. Zoals voormalige gemeentehuizen e.d. Daarbij kan de leeftijd van dergelijke gebouwen en erfgoed soms nog van recente datum zijn om toch nu al als erfgoed betiteld te worden. Nogmaals zonder uitputtend te zijn. Erfgoed zijn inderdaad ook stenen, maar ook waarden, gebruiken, cultuur, bevochten verleden, Gildes, maar ook onze omgeving. Ik wil dan ook graag eindigen met de volgende woorden: “Je mist iets pas echt, als het er niet meer is.” Tot zover het citaat.
Positie Koersdocument in relatie tot de Omgevingswet Hierover leven er bij de heemkundekring zeker nog een aantal algemenere vragen; Centrale vraag die opkomt is hoe is de planologische en juridische verhouding tussen dit Koersdocument en de omgevingswet en de daaruit voortvloeiende omgevingsvisie(s)? Wat is de wettelijke status van dit koersdocument? Welke bescherming gaat er uit van dit koersdocument? Als we dit koersdocument (gebiedsvisie) moeten zien als “De omgevingsvisie” van een gemeente, in het kader van de omgevingswet. Hoe werkt dat dan als deze omgevingsvisie zich uitstrekt, deels en geheel, over meerdere gemeenten? 28
-
Wat zijn dan hiervan de gevolgen voor de wettelijke status en de juridische beschermings- en inspraakmogelijkheden voor derden?
Immers op 1 januari lijkt de nieuwe omgevingswet in werking te treden. Omgevingswet De Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat je buiten ziet, hoort en ruikt. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven en treedt op 1 januari 2024 in werking. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige, gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Een goede omgevingskwaliteit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden, cultureel erfgoed en aan dier- en plantensoorten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht hun erfgoedbeleid en omgang met gemeentelijke monumenten vast te leggen in een omgevingsplan. Maar niet alleen de monumenten zelf. Ook houdt het omgevingsplan rekening met de omgeving van beschermde monumenten, zodat deze niet wordt ontsierd.