Bijlage 6 Reacties professionals incl. reactie op deze reacties
Tekst van het document
Omgevingsvisie en omgevingsplan gemeenten In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Daarin zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. Participatie In de Omgevingswet is geregeld dat overheden, belanghebbenden en geïnteresseerden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) in een vroeg stadium worden betrokken bij de voorbereiding van beleid of plannen. Zo komen belangen, meningen en creatieve ideeën op tijd op tafel. Wie daadwerkelijk wordt betrokken hangt af van wat er op dat moment op tafel ligt: de omgevingsvisie, het omgevingsplan of een uitvoeringsbesluit. Het zijn dus niet altijd dezelfde mensen te zijn met wie de gemeente het proces aangaat. Behoud van cultureel erfgoed Om rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed in het omgevingsplan maakt de gemeente een inventarisatie en analyse van het binnen de gemeente aanwezige en te verwachten cultureel erfgoed. Voor het te behouden cultureel erfgoed moet de gemeente een toereikend beschermingsregime instellen.
Bij cultureel erfgoed kan het gaan om: Monumenten zoals (bouw)werken, tuinen en parken , bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en (delen van) cultuurlandschappen. De gemeente dient de te beschermen gemeentelijke en provinciale monumenten vast te leggen in het omgevingsplan. Gelet op het bovenstaande vragen wij ons af hoe het Koersdocument zich verhoudt tot de gemeentelijke omgevingsvisies. Committeren de onderscheiden gemeentes zich in hun gemeentelijk beleid aan de gezamenlijk vast te stellen Koersvisie? Hoe wordt die intergemeentelijke afstemming in de uitwerking geborgd? Het koersdocument is geen planologisch juridisch instrument en heeft dus ook geen wettelijke status. Het koersdocument zal wel input geven voor de omgevingsvisies en omgevingsplannen van de beide gemeenten. Maar het koersdocument is dus niet een omgevingsvisie of omgevingsplan. Enkele opmerkingen bij het koersdocument op zich Graag gaan wij nu inhoudelijk verder op het koersdocument. Waarbij we nogmaals willen benadrukken dat het gestelde in onze mail wisseling van 26 oktober 2023, hiervoor in deze reactie aangehaald, als citaat, volledig van kracht blijft in onze reactie. Lagenbenadering De cultuurhistorie krijgt een belangrijke plaats in uw lagenbenadering, waarbij u het zwaartepunt legt op de onderste laag.
Wij delen uw mening dat die laag heel erg belangrijk is, maar zijn ook van mening dat zowel in de middelste als ook bovenste laag cultuurhistorische waardevolle elementen voorkomen die van zeer grote waarde zijn en beschermd en behouden dienen te worden. Dit om ze te bewaren, beschermen en door te kunnen geven aan volgende generaties. Cultuurhistorische en erfgoed elementen die materieel maar ook immaterieel van aard kunnen zijn. Wij denken hierbij 29
zeker aan de relatie met de 4 verhaallijnen van de provincie Noord Brabant waarin deze elementen nadrukkelijk naar voren komen. Wij bedoelen hierbij de verhaallijnen: Bevochten Brabant, Religieus Brabant, Innovatief Brabant, Bestuurlijk Brabant. De heemkunde kring zou graag zien dat de uitwerking van de impact van de visie van dit koersdocument op de diverse deelgebieden, de verhaallijnen en het totaal op het aspect “onomkeerbare impact” breder onderzocht gaat worden. Dit laatste effect zal zichtbaar gemaakt moeten worden om de te nemen besluiten naar de toekomst goed te kunnen onderbouwen. In het bijzonder voor die gebieden waar door de voorgestelde transities in de onderste, middelste en bovenste laag onomkeerbare veranderingen worden aangebracht. Bij de laag cultuurhistorie in het koersdocument is nu toegevoegd dat we ook aandacht hebben voor het erfgoed in de middelste en bovenste laag. En dat we bestaande erfgoedkarakteristieken willen versterken en/of herstellen. Bij de uitwerking van de plannen zal hier dus rekening mee gehouden moeten worden. (In Tilburg is een uitgebreide Routekaart Ruimtelijk Erfgoed opgesteld en vanuit daar wordt in Tilburg gewerkt aan gebied biografieën.) Wij waarderen uw uitgangspunt om de eigen karakteristiek en identiteit van de dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel te behouden en te versterken.
Wij vragen ons af of dat voor de rest van het plangebied van de Oostflank ook zo is en hoe dit uitgewerkt gaat worden voor de Stad Oisterwijk en het dorp Haaren? Ja, dit hebben we ook opgenomen in het koersdocument. Onder andere onder “Wonen”, waar staat dat: “De dorpen hebben elk hun eigen karakteristiek die we willen behouden en versterken.” Daarnaast is in de inleiding het volgende opgenomen: De dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel hebben elk hun eigen karakteristieken en identiteit. Deze willen we behouden en versterken”. Gemeente Oisterwijk heeft dit principe ook vastgelegd in haar ‘Woonzorgvisie 2022-2027’: “De huidige structuur van afzonderlijke dorpen van elkaar gescheiden door groenzones (Brabantse Mozaïek) houden we in stand”. Tot slot hebben we onder “De koers” op het gebied van Cultuurhistorie ook opgenomen dat we het oude cultuurlandschap tussen- en rond Berkel-Enschot, Udenhout én Oisterwijk willen versterken. Verder dan wat we hierover op dit moment in het koersdocument is uitgewerkt, in de verschillende thema- en dorpskaarten is het nog niet uitgewerkt. Bij de bepaling van de afstand tussen de dorpen hopen wij dat niet alleen rekenkundig wordt gekeken naar 750 meter maar ook de inpassing in het landschap daarin meegenomen en meegewogen wordt. Dit nemen we zeker mee. Dit hebben we ook opgenomen onder de koers van wonen waar o.a.
staat dat het landschap leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. We onderschrijven uw focus op stad-landverbinding; natuur-, landschaps- en erfgoedbeleving & duurzaam toerisme. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er in de activiteiten, ruimte is voor educatie & participatie en voor natuur & gezondheid. Dit voert te ver voor dit koersdocument, maar is wat ons betreft een goed uitgangspunt. In grote lijnen kunnen wij instemmen met de globaal uitgewerkte koerslijnen op p. 27 en 28 inzake met betrekking tot het versterken van het (cultuur)landschap en de aanwezige erfgoedkwaliteiten en op p. 36 inzake het versterken en behouden van het landschap. Wij zijn blij met die aandacht voor deze aspecten. Daarnaast willen wij ook aandacht vragen voor de bekende en onbekende archeologische waarden die zich onder het oppervlak bevinden. Bij het thema cultuurhistorie is hier nu een extra koerspunt over opgenomen: We houden rekening met archeologie en waardevolle bodemschatten in de ondergrond bij nieuwe ontwikkelingen. Een groot deel van het gebied kent een hoge archeologische verwachting. Gronden met hoge verwachtingswaarde zijn vaak hoger gelegen vanwege (historische) watercondities, maar zullen daardoor ook gunstig zijn om te ontwikkelen. Omdat deze belangen vaak strijdig kunnen zijn, moeten bij nieuwe ontwikkelingen nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische verwachtingen.
Voor wat betreft natuur- en landschapsontwikkeling streeft u naar een kwantitatieve ambitie. Wij hechten er aan hier te vermelden dat wij hopen en verwachten dat die kwantitatieve ambitie ook gepaard gaat met kwalitatieve uitwerkingsambitie gestoeld op versterking en behoud van aanwezige of te herstellen erfgoedkarakteristieken. Dit is een terechte opmerking. Het is een goed uitgangspunt om een kwalitatieve uitwerkingsambitie te maken die gestoeld is op versterking en behoud van aanwezige of te herstellen erfgoedkarakteristieken. Een op te stellen gebiedsbiografie met daarbij een goede inventarisatie van Rijks- en provinciale databases is noodzakelijk om de 30
natuur- en landschapsontwikkeling ook te laten bijdragen aan herstel en ontwikkeling van belangrijke, historische karakteristieken van het landschap. Tot slot willen wij u via deze weg nu al danken voor de mogelijkheid die u ons geeft tot participatie. Wij zien uw reactie met grote belangstelling tegemoet.
31
9. ZLTO (kantoor Den Bosch en afdeling Hart van Brabant) Beantwoording is gecombineerd voor beide reacties van de ZLTO. Allereerst een volledige weergave van beide reacties. Reactie ZLTO afdeling Hart van Brabant Ik wil graag een ontvangstbevestiging van u ontvangen! Laten we beginnen dat we ontzettend trots zijn op ons gebied! Het gebied wat wordt bestempeld als de Oostflank is een gebied waar geschiedenis tastbaar is. Grootse landschappelijke ingrepen vanuit de ijstijd hebben het landschap gevormd waarop de mens heeft ingespeeld en een bloeiende ontwikkeling heeft doorgemaakt. Een ontwikkeling vanuit de Brabantse innovatiegeest van hard werken en meebewegen in de maatschappelijke vraag. We zien de gezamenlijke trots totaal niet terug in het koersdocument en vinden dit dan ook gebiedsonwaardig. Het perspectief voor de toekomst: De Oostflank is een doorlopend mozaïeklandschap waarin de dorpen stevig in het groen verankerd liggen. Het is een prachtig Brabants cultuurlandschap gebouwd en in stand gehouden door trotse boeren en boomkwekers. Robuuste beken en laagtes vormen de stevige ruggengraat van dit gebied, die als levensader het landschap van west naar oost doorkruisen. Weelderige natuurgebieden zijn stevig met elkaar verbonden, waardoor een samenhangend geheel ontstaat. Hier vinden we een diversiteit aan flora en fauna, van bos tot ruigtes en van boomkikker tot dassen.
Rond de Leemkuilen vormt een sterke groene kern het hart, met de parkway N65 die een belangrijke rol speelt als entree en centrale as die het hart van de Oostflank doorkruist. Waar zit hierin enige noodzaak om er iets aan te veranderen? Dit prachtige landschap beïnvloeden en herontwerpen is voor een selecte groep mensen een verdienmodel zonder enige noodzaak. Kunnen we het geld en inzet van ambtenaren niet beter besteden? Wij betreuren het dat de brancheorganisatie van de agrarische sector, ZLTO, niet betrokken is in de planvorming en het participatieproces! Zowel de lokale afdeling niet als overkoepelend gevestigd in Den Bosch is niet betrokken om inhoudelijk mee te werken aan het document. De agrarische sector in het gebied kenmerkt zich door een brede ondernemersgeest waaruit combinatie zijn gemaakt met winkels, zorg, kinderopvang, natuur en landschap op het bedrijf, biologische teelten, enz.. Coöperaties om te ondersteunen bij transities, het maken van mooie producten en versterken van afzet. De landbouwtransitie vindt hier al heel lang plaats en is een voorbeeld voor andere regio’s. Deze ontwikkelingen waarin juist deze regio vooroploopt wordt niet gewaardeerd en veelvuldig genegeerd. Er wordt gedaan alsof de agrarische sector geen rekening houdt met de verschillende grond kwaliteiten.
Terwijl juist de grote diversiteit aan agrarische bedrijven hier een direct gevolg van zijn. Je ziet dat terug in de invulling van meer boomteelt in het ene deel van het gebied en juist meer veehouderij in andere delen. Tabel pag. 19 grond, landbouw gaat terug van 3500 naar 600 ha!! Daarbij wordt het gebied in hokjes geknipt alsof het landschap er nu al niet is. Door dit te doen wordt in grote delen van het gebied iedere vorm van ondernemersvrijheid afgenomen. Het is een vorm van afwaarderen van eigendommen door beperkingen op te leggen waarvan niet duidelijk is wat het betekent. Wat geen rekening houdt met marktomstandigheden en waarbij volkomen onduidelijk blijft hoe dit gecompenseerd wordt en of dit compenseren wel financieel uitvoerbaar/haalbaar is! Het is volledig onacceptabel om de landbouw op deze wijze op te knippen, wat is de onderbouwing hiervan? Zijn de gevolgen in beeld? De agrarische sector kan je niet even aan en uit zetten omdat er een andere politieke wind waait. Landbouw heeft een vaste waarde opgebouwd uit generaties boeren die weldegelijk veel inspeelt op maatschappelijke behoeftes. Door het uitvergroten van wat een selecte groep door politieke invloed behoeft wordt er net gedaan dat het er nog niet is.
De gemeente speelt daar ook nadrukkelijk op in door bijvoorbeeld (zeer ongepaste) vergelijkingen te maken met Peter Gillis als zogenaamde megakweker, zie presentatie van gemeente Oisterwijk. In een maatschappelijke trend van meer local to local food wordt de oppervlaktes landbouw in de gemeente Tilburg en Oisterwijk niet meer toereikend om stad Tilburg en dorp Oisterwijk te voeden. En het ontneemt voor bestaande ontwikkelingen hierin (w.o. boerderijwinkels en/of zorgboerderijen) mogelijk een verdienmodel c.q. bestaansrecht. 32
Wordt dat beseft? De doelen van 500 ha bossen is eenvoudig te realiseren bij de ngo’s die hebben ruimschoots deze oppervlaktes in bezit, waar voorheen reguliere landbouw was en nu geen bos is. De door de overheid opgelegde bossenstrategie kunnen natuurorganisaties zelf makkelijk invullen, dat hoeft helemaal geen schaarse grond op te eisen. Het is een keuze om dat in te vullen met agrarische grond en is het dus een keuze om onnodig veel druk te leggen op de ruimte in het gebied. Waarom wordt er niet gekozen voor het invullen van de bossenstrategie op het bestaande natuur oppervlak? Waarom hoort dit niet in de GGA thuis en wordt het hierin opgenomen? Met op water en bodem sturen wordt rekening gehouden met de impact van de klimaatverandering. In de natuurdoelen wordt echter geen rekening gehouden met het feit dat klimaatverandering plaats vindt. Er wordt niet gekeken naar toekomst bestendige aanplant of ontwerpen. De landschappen die worden geschetst zijn van ver terug in de tijd en niet klimaat robuust. Waarom wordt er geen rekening gehouden in met klimaat verandering in de landschappelijke en natuur doelen? Woningbouw is nu al ingetekend binnen zones rond NATURA 2000 gebieden, waar geen nieuwe woningen gewenst zijn.
Wat zijn de gevolgen op de woningbouw ten opzichte van NATURA 2000 grenzen die de plannen geheel of deels overlappen? Is het wel realistisch om te stellen dat er betaalbare woningen gebouwd kunnen worden met de opgelegde beperkingen? Wie betaald welke rekening van de kosten verhogende factoren vanuit NATURA 2000? Welke onderbouwing hebben gemeente Oisterwijk en Tilburg dat er wel huizen gebouwd mogen worden in de NATURA 2000 grenzen? Het bestaande landschap wordt op het ene moment geprezen en het andere moment bediscussieerd alsof het hoognodig is een nieuw landschap te ontwerpen. Wees trots op het mooie landschap dat er is en ga het samen met ons ook waarderen. Wees dankbaar voor wat er al is in plaats van afbreken. Waardeer en integreer de huidige ontwikkelingen waarbij middels diverse (GLB) ‘eco-regelingen’ de transitie in gang gezet wordt. Is in beeld wat het effect van GLB beleid al is op het gebied? De transitie van de landbouw vraagt om meer grond voor een gelijk aantal vee. Dit is een gegeven. Opnemen in de stukken dat de landbouw transitie vormgegeven moet worden is tegenstrijdig met de claim op grond.
Is op voorhand niet de conclusie te trekken dat de gronddruk die door de plannen wordt vergroot in conflict met elkaar is en een verdere transitie helemaal niet realistisch is? Waar gaat gemeente Oisterwijk en gemeente Tilburg de extra grond vandaal halen om naast de huizenbouw en natuurplannen ook nog eens de landbouw transitie uit te voeren? Verschillende aangelegde waterlopen worden bestempeld als beekdal terwijl dat ver af staat van beekdal omschrijving. Een aantal gegraven afwaterende sloten zijn ook onderdeel van de rioolstelsels, water afkomstig van de rioolzuiveringen en riool overstorten. Waarom worden deze slotenstelsels verzwaard als beekdal terwijl er stedelijke vervuiling plaats vindt en niet van nature zijn ontstaan maar door mensen gegraven? Bovenstrooms gebied Ruijsbosche waterloop, Raamse Loop, Koolvenseloopen Winkelseloop, hebben een inkleuring op de kaart die overeenkomt met beekdalen. Allemaal gegraven door de mens en geen beekdal wat wel wordt gesuggereerd. De term beekdal wordt hiermee dus niet ingezet voor de bescherming van werkelijke beekdalen maar tegen de agrarische sector omdat het gepaard gaat met enorm grote beperkingen voor de sector.
Deze beperkingen horen er niet thuis Wat is het effect van het benoemen van beekdalen in het gebied op het huidige agrarische areaal? Over hoeveel oppervlakte gaat het dat beïnvloed wordt door het pakket aan wet en regelgeving die gepaard gaat met beekdalen beleid? De gemeenteraad van Oisterwijk heeft dit ook erkend ten tijde van het vaststellen van de visie Buitengebied, 29 september 2022. Gaat de gemeenteraad een jaar na dato het tegenovergestelde besluiten? Het zoekgebied grootschalig vernatten rondom de leemputten vraagt om uitleg. Lage gronden gelegen rondom de leemputten zijn ontstaan door uitgravingen, van nature zijn het hoge gronden en wil er dus geen water naar toe lopen. Er loopt water van weg door onnatuurlijke kwel die is ontstaat door de diepte van de putten. Is het de bedoeling om die kwel de omgeving te laten vernatten want gebiedswater stroomt er dus niet naar toe. Welke onderbouwing is er voor deze keuze? Wat is het vernattings effect op de omgeving? Wordt de Koolvenseloop die water uit dat gebied weg voert dan overbodig gemaakt? 33
Actieplan Brabantse bomen druist in tegen de koers per laag. Het ene deel van het document gaat over behoud en versterken van het mooie bestaande landschap terwijl vervolgens koerskaart natuur daar weer dwars doorheen gaat. Er wordt regelmatig gesproken over transitie van de landbouw terwijl het landelijk gebied waarin de landbouw een waardevolle functie vervuld ook als waardevol beoordeeld wordt. Wij zien hierin geen tegenstijdigheden. Laat voorop staan dat het inderdaad een mooi en uniek landschap is. Daarbij hebben we met elkaar een opgave als het gaat om natuur, klimaat en woningbouw. Om deze functies, passend bij de draagkracht van het gebied, in te kunnen passen zien wij het als noodzakelijk om daarbij de landbouw te betrekken. Het is daarbij dan ook echt onze intentie om de landbouw, als drager van het landschap, te behouden en waar mogelijk im combinatie met andere functies te versterken. Waarom start de woningbouwopgave pas op pagina 51 en niet op 1? SRBT is bedoeld voor woningbouw ontwikkeling niet voor natuurdoelen. Bijzaak wordt hoofdzaak gemaakt, het proces wordt gebruikt voor andere doelen dan het hoofddoel dat vanuit Den Haag is opgelegd.
Wie heeft bepaald dat de natuuropgave zo dominant is geworden naast of zelfs over het hoofddoel van huizenbouw? Wat is de onderbouwing hiervoor? Is daar vooraf extra budget voor vrij gemaakt? Is daarvoor extra ambtelijke inzet voor vrij gemaakt? Wat gaan de extra doelen naast het hoofddoel van de SRBT extra kosten? Een grotere opgave betekent meer werk, meer werk betekent in veel gevallen ook meer tijd. Waarom wordt het risico gelopen op vertraging van huizenbouw door het vergroten van de opgave? Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 9, 10 en 11 november 2022 Onder de titel Bedrijvigheid: Woningbouw gaat gepaard met uitdagingen voor bedrijven, maar is ook een kans: door een slimme combinatie van opgaven ontstaan aantrekkelijke gebieden om te wonen, leven en werken. Voor een succesvolle gebiedsontwikkeling is zorgvuldig omgaan met gevestigde bedrijvigheid cruciaal. Waar is de agrarische bedrijvigheid hierin zorgvuldig meegenomen? Er wordt de agrarische sector veel opgelegd zonder vorm van overleg. Dit druist in tegen de opdracht die de SRBT heeft gekregen.
Waarom zijn er geen inhoudelijke gesprekken gevoerd met de collectieven van de sectoren zoals wij en eigenaren van de grond die de grond ook moeten leveren voor de daadwerkelijke uitvoering? Bekend is dat er selectief op individueel niveau gesprekken gevoerd zijn openbaar? Wat is het gespreksonderwerp geweest op de individueel benaderde bedrijven? Met welke opdracht zijn ambtenaren op pad gestuurd naar individuele ondernemers? Wordt hier een raadsmeerderheid en de inbreng van de inwoners omzeilt door alsnog te doen wat eerder niet gewenst was? Of beter gezegd terzijde geschoven? De agrarisch sector i.c. ZLTO Hart van Brabant zijn niet tegen huizenbouw en natuur en staan heel realistisch in de wereld van nu dat huizenbouw nodig is en daar waar kwetsbare natuur aanwezig is deze ook beschermd moet worden. Het voorliggende document lijkt op een populistisch politiek pamflet die woningbouw en natuurontwikkeling tegen hun eigen inwoners inzet. Haal al die extra doelen ervan af en ga gefocust werken aan het doel dat vanuit Den Haag is afgesproken namelijk huizen bouwen! Laat het gebiedsproces liggen bij de GGA zoals vastgelegd in de wet en afgesproken met de provincie. Ga terug naar het hoofddoel, huizenbouwen en richt het in met elementen die er al zijn. Om vervolgens te gaan kijken hoe je dingen die er al zijn samen kunt gaan verbeteren.
Een proces dat versnelling en energie geeft in plaats van onnodig veel vertraging en hakken in het zand door een proces dat inwoners die het betreft frustreert. Met de provincie zijn in het gebied afspraken gemaakt over de gebiedsgerichte aanpakken. Een overduidelijke afspraak is dat de GGA leidend is. We hebben hier met twee GGA processen te maken die van de Kampina en van de Drunense Duinen, De Brand en Leemputten. Veel doelstelling die zijn opgenomen voor natuurdoelen gaan hier dwars doorheen en frustreren beide processen enorm. Waarom houdt de wethouder van Oisterwijk zich niet aan de afspraken gemaakt in de visie? Waarom houden beide wethouders zich niet aan de hoofdafspraak gemaakt in Den Haag? Waarom negeren ze de afspraken in het gebied met de Provincie? Wie heeft hun die legitimatie gegeven om betrokken inwoners collectief te negeren en negatief te profileren?
34
De ZLTO wil dat haar naam uit dit document wordt verwijderd omdat we totaal niet inhoudelijk betrokken zijn en ons voor de schijn ervan ophouden niet laten gebruiken. Als jullie het wel van belang vinden dat we als grootste brancheorganisatie van de agrarische sector betrokken worden dan zien we het proces graag op een respectvollere manier (deels) overgedaan worden. Op deze basis is er voor ons geen vorm van gelijkwaardigheid en respect om een volwaardige gesprekspartner te zijn. Verwijderen jullie onze naam? De keuze van deze werkwijze druist in tegen ieder vorm van respect en roept weerstand tegen en teleurstelling in de overheid op. We zijn immer bereid om in een constructief overleg een bijdrage te leveren, waarbij uitgangspunt is dat de primaire doelstelling voor SRBT ‘woningbouw’ betreft en de gebiedsvisie in de GGA aan de orde dient te komen. Wij zien graag uw reactie en antwoorden op de vragen tegemoet.
35
Reactie ZLTO (kantoor Den Bosch) Geachte lezer, Met verbazing hebben wij kennisgenomen van het Koersdocument Oostflank wat door de gemeenten Tilburg en Oisterwijk is opgesteld. Verbazing in de negatieve zin omdat het geen recht doet aan de opgaven, en vooral ook oplossingen, van en voor het gebied. Laten we vooropstellen dat het huidige gebied waar in het koersdocument over wordt geschreven een prachtig gebied is waar we trots op zijn. Het is een gebied wat zich kenmerkt door innovatiegeest en ondernemerschap in een spannend landschap met afwisseling, goede natuurwaarden en waar ook nog gewoond en gerecreëerd kan worden. Ook een gebied waar de wil is om samen te werken, vooruit te kijken en vraagstukken op te lossen. Deze kenmerken missen we in het koersdocument waardoor het haar doel totaal voorbij schiet. Wat ons betreft gaat het document, inclusief het proces, richting de prullenbak en proberen we het in gezamenlijkheid opnieuw. In deze zienswijze gaan we slecht heel selectief in op de inhoudelijke kant van het koersdocument maar zullen we vooral het procesmatige kant en de overige grote ontwikkelingen belichten. Hiermee is het een aanvulling op de zienswijzen welke worden verstuurd door ZLTO Hart van Brabant, door Treeport Midden Brabant en de agrarische ondernemers in het gebied.
Huidige speelveld Zowel de gemeente Tilburg als de gemeente Oisterwijk zijn partners binnen de Gebiedsgerichte aanpak GroenBlauw (GGA) van de Loonse- en Drunense duinen alsmede de Kampina en Oisterwijkse Bossen en Vennen. Deze GGA trajecten zijn opgestart door de provincie Noord-Brabant om een gunstige staat van instandhouding van de beide N2000 gebieden te verkrijgen. Hierbij is de opdracht naast het realiseren van de natuurdoelen binnen het N2000 gebied ook de bijpassende wateropgaven en een goede bodem mee te nemen als ook toekomstperspectief voor de agrarische sector te blijven behouden. Deze pijlers dragen de GGA. Daarnaast zijn er natuurlijk bredere opgaven in de gebieden als woningbouw, mobiliteit en recreatie. Onderwerpen welke ook aandacht moeten krijgen. De GGA trajecten worden zorgvuldig ingestoken. Naast de gemeenten zitten verschillende overheden en stakeholders aan tafel om een integrale gebiedsontwikkeling voor elkaar te krijgen welke bijdragen aan de bovenstaande doelen. Het koersdocument van uw gemeenten haalt hierin een aantal zaken door elkaar. Er wordt namelijk niet op doelen gestuurd maar er worden maatregelen genoemd welke het onmogelijk maken om de doelen te behalen. Een voorbeeld hiervan is het wegnemen van een grote hoeveelheid landbouwgrond en in grote gebieden enkel nog maar ruimte geven voor biologische of natuurinclusieve landbouw.
Wat dat betreft is het paard op deze manier achter de wagen gespannen en zal hij eerder een remmende werking hebben in plaats van met trots de leiding te nemen. Waar de GGA juist naartoe wil, en dit is ook in lijn met de verschillende transitiepaden voor de landbouw van zowel de provincie (beleidskader Landbouw) als ook het rijk (rapport van de heer Remkes), is een divers gebied waarbij ondernemers keuzevrijheid hebben om stappen te kunnen zetten naar het behalen van natuurdoelen binnen de N2000 gebieden. En waarbij ze in samenwerking met onder andere de overheden de ruimte krijgen om te werken aan de maatschappelijke vraagstukken van het gebied. Wanneer slechts een deel van de transitiepaden wordt gevolgd worden er ook kansen gemist. Onderwerpen als circulariteit als ook de energietransitie zijn hierdoor het ondergeschoven kind en zullen niet behaald kunnen worden wat een gemiste kans is voor een leefbaar gebied. Van Gogh Nationaal Park i.o. en Versailles van het Noorden We zien in het koersdocument dat beide gemeenten zijn geïnspireerd door de boerenschilder Vincent van Gogh en dat dit zich ook vertaald naar verwijzingen richting het Van Gogh Nationaal Park i.o (VGNP). Dit is ook niet geheel verwonderlijk want minimaal 50 partijen, waaronder Tilburg en Oisterwijk, maken zich hard voor de beweging en hebben dit in 2019 onderschreven met het opstellen van het Masterplan.
In het koersdocument van de Oostflank is zelfs te lezen dat ‘de Oostflank de eerste gebiedsgerichte uitwerking is van de visie en daarmee wordt beoogd als ‘uithangbord’ van het VGNP.’ Wanneer het koersdocument dit had willen zijn dan had er een andere koers gevaren moeten worden. De enkelvoudige insteek is in onze ogen totaal niet VGNP waardig. In het Masterplan staan vier verschillende ontwikkellijnen die met elkaar werken aan vooruitgang. Ontwikkellijnen welke ook niet uitgewisseld 36
kunnen worden maar juist in gezamenlijkheid met elkaar optrekken. Het doet geen recht aan de beweging om selectief te ‘shoppen’ uit het Masterplan. Versailles van het Noorden is een traject wat de afgelopen drie jaar heeft gelopen onder de vlag van het VGNP. De partners van het VGNP dagen hierin de boomkwekerijsector uit om met een integraal plan te komen waarin de toekomst van de bedrijven is verwoven met de anderen pijlers uit het Masterplan. Ongeveer 20 vooruitstrevende kwekers binnen hetzelfde gebied wat de Oostflank wordt genoemd, hebben deze handschoen opgepakt. Dit is in samenwerking met Brabants Landschap, waterschap De Dommel, de gemeenten Tilburg en Oisterwijk, de provincie Noord-Brabant en ZLTO gedaan mede onder begeleiding van Adriaan Geuze. We zijn ontzettend trots op het schetsboek wat deze zomer is opgeleverd, waarin de realistische toekomstbeelden worden neergezet. Met ruimte voor boomteelt, met ruimte voor biodiversiteit, met ruimte voor de wateropgave, met ruimte voor wonen, met ruimte voor mobiliteit en met ruimte voor recreatie. Het is onwijs knap dat deze groep inclusief de stakeholders deze stappen hebben kunnen zetten. Het schetsboek is reeds met beide gemeenten gedeeld en is uiteraard openbaar beschikbaar. Mocht de behoefte er zijn om een digitaal exemplaar te ontvangen dan is dit uiteraard mogelijk en horen we dit graag.
De snelste weg hier naartoe is door een mail te sturen naar @. Ondanks dat Versailles van het Noorden een aantal keer genoemd staat in het koersdocument van de Oostflank doet het geen recht aan de integrale benadering van deze ontwikkeling. Ook hier is selectief ‘geshopt’ uit het document wat tot grote irritatie leidt bij verschillende partijen. Er worden onderdelen wel overgenomen die niet mogelijk zijn wanneer andere onderdelen achterwege blijven, en er worden op voorhand keuzes gemaakt die onrealistisch zijn vanuit een integrale aanpak. Op die manier wordt niet enkel het ondernemerschap eruit gehaald maar zal het landschap ook zo’n drastische verandering doormaken dat het niet meer past binnen de midden-Brabantse structuur. Proces De grote ingrijpende veranderingen in het koersdocument hebben ook grootschalige impact op de sociale en economische structuur van het gebied. Gronden worden meer of minder waard, verhoudingen veranderen, bedrijven hebben wel of geen toekomstperspectief, etc. In het koersdocument wordt hier niet over gesproken. Dit is onterecht want in een gedegen gebiedsvisie is dit één van de essentiële onderdelen. Wanneer ZLTO, als grootste boeren organisatie, op de juiste manier aangehaakt was geweest bij het proces hadden dit soort punten meegenomen kunnen worden.
Wij betreuren het dan ook ten zeerste dat de boerenorganisaties zo slecht, lees inhoudelijk niet, meegenomen zijn in het proces om te komen tot het koersdocument. In de huidige tijd van omgevingsvisies, participatie en dialoogsessies (die ook van ondernemers worden verwacht), verwachten we van de overheid ook een gelijke en proactieve houding. Dit maakt trajecten niet enkel interessanter maar ook veel beter en eerlijker. Bovendien ontstaat er energie in het gebied, leren mensen van elkaar en kan er uiteindelijk in de uitvoeringsfase veel sneller met een veel positievere houding stappen worden gezet. Dat gun je toch ook de inwoners en ondernemers en het gebied? In onze ogen heeft het gebied daar recht op! Conclusie Nogmaals, in onze ogen is er geen andere optie dan het koersdocument te beschouwen als een document wat bij iedere inwoner en ondernemer in het buitengebied van gemeente Tilburg en gemeente Oisterwijk de ogen heeft geopend dat er opgaven zijn maar dat de huidige inhoud en het huidige doorlopen proces niet de juiste zijn. Hierdoor zal het proces van de Oostflank opnieuw moet worden doorlopen.
Naast de kennis en kunde van de lokale ZLTO afdeling Hart van Brabant, Treeport Midden-Brabant en de lokale inwoners en ondernemers welke zeker meegenomen dient te worden, bieden de samenwerkingen in bijvoorbeeld de GGA van de Loonse- en Drunense Duinen als ook de Kampina en Oisterwijkse bossen en vennen, alsmede de samenwerking binnen het Van Gogh Nationaal Park i.o. hier mogelijkheden voor. Wanneer deze zienswijze een toelichting behoeft, dan staan we hier graag voor open. We zien uw bericht dan ook graag tegemoet om met de verschillende agrarische partijen in gesprek te gaan.
37
Reactie Hartelijk dank voor uw reactie en uitgebreide adviezen m.b.t. het concept Koersdocument. Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. Wij willen ZLTO danken voor hun inbreng. Weliswaar constateren wij dat ZLTO, zowel de afdeling midden Brabant als ook het hoofdkantoor, zich negatief uitspreken over het voorliggend koersdocument. Dat betreuren wij. Naar ons inzicht zijn hierbij een aantal misverstanden aan de orde. Daarnaast heeft (mede) de reactie van ZLTO ons tot aanpassingen gebracht in met name de landbouwparagraaf van het koersdocument. In deze reactie gaan wij hier in meer algemene termen op in. Graag gaan wij in een uitgebreider gesprek met vertegenwoordigers van ZLTO in gesprek om een en ander nader toe te lichten en waar mogelijk de misverstanden weg te nemen en te onderzoeken hoe wij onze samenwerking in dit gebied verder vorm kunnen geven. Allereerst vragen de grote maatschappelijke opgaven van zowel de noodzakelijke transitie en verduurzaming van de landbouw, de wateropgave, de woningbouwopgave, als ook de stikstofproblematiek en daarmee samenhangende noodzaak van natuurherstel om verandering.
Deze vraagstukken zijn ruimschoots beschreven in tal van beleidsambities op Rijks en Provinciaal niveau en zullen, hoe dan ook, op gebiedsniveau ruimtelijk moeten worden vertaald en leiden daar ontegenzeggelijk tot wezenlijke veranderingen. Het koersdocument sluit naadloos aan bij deze ontwikkelingen en maakt, in grote lijn, die vertaling. Wij hebben er begrip voor dat dit voor een organisatie als ZLTO confronterend wordt ervaren, maar het is daarmee niet minder realistisch en noodzakelijk. In die zin geeft het koersdocument mede regionaal richting aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)/Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) traject en de GebiedsGerichte Aanpak Loonse en Drunense Duinen en Kampina en Oisterwijkse Bossen en Vennen waarin wij reeds samen aan tafel met elkaar spreken. In het koersdocument wordt het totale landbouwareaal van ca 3500 ha (geleidelijk) teruggebracht naar 2800 ha. Er komt ca 200 ha woningbouwgebied bij en ca 500 ha natuur en bos. Het overgrote deel van het bestaande landbouwareaal blijft dus bestaan. Ten opzichte van eerdere ruimtelijke plannen in de afgelopen jaren, is het areaal te verstedelijken buitengebied (woningbouw en bedrijventerreinen) in het koersdocument juist verkleind..
Een deel van het landbouwgebied ontwikkelt zich nu reeds naar natuurinclusieve landbouw (zoals de duinboeren), wij willen die ontwikkeling versterken en zijn er van overtuigd dat natuurinclusieve landbouw geleidelijk mede een belangrijke economische drager in het gebied zal worden. Uit de reacties van ZLTO lijkt bij deze organisatie de indruk te bestaan dat de landbouwfunctie in de oostflank een ondergeschikte rol zou gaan vervullen. Dit is dus niet het geval. In het concept koersdocument was de landbouwfunctie in 3 onderling verschillende typologieën verdeeld. Dit bleek bij nader inzien te gedetailleerd. Op basis van verschillende inbreng, waaronder die van ZLTO hebben wij de landbouwfunctie in het koersdocument nu in 2 categorieën ingedeeld: landbouw (waarbij landschapsversterking mede een doel is) en (natuurinclusieve) landbouw in overgangsgebieden. Wij onderkennen dat in het concept koersdocument er te weinig aandacht is geschonken aan de economische dragers van het buitengebied. Wij zijn daarop door meerdere partijen gewezen, naast ZLTO ook door Treeport Midden Brabant en door de dorpscoöperatie Biezenmortel.
Wij hebben daarom een paragraaf toegevoegd hierover, waarin wij waardering uitspreken voor de transities die al plaatsvinden, een verbreding schetsen van economische dragers, zoals kleinschalige recreatie en toerisme, zorgfunctie, verkoop van streekproducten, omzetting van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) naar woon- en zorgfuncties etc. Tevens willen wij verdere innovatie ondersteunen en stimuleren en zien wij kansen om de relatie tussen “stad en land” te versterken door het ondersteunen van korte voedselketens van duurzame streekproducten naar verkoop in de regio. ZLTO geeft aan dat zij en verwante organisaties zoals de boomkwekers en boerenorganisaties niet betrokken zijn geweest bij de inhoudelijke totstandkoming van het koersdocument. Ook hier lijkt sprake van een misverstand. Met de boomkwekers is ruimschoots contact geweest: Na de 1e gezamenlijke raadsbijeenkomst in februari 2022 is er gesproken met 12-15 kwekers. Daaropvolgend is er medio 2022 ook een tweede sessie georganiseerd waarbij alle kwekers uit het gebied zijn uitgenodigd, waarbij er ongeveer 25 aanwezig zijn geweest. De gemeenten hebben toen gevraagd of er een werkgroep van kwekers geformeerd kon worden. Daaruit hebben 6 a 7 kwekers zich opgegeven.
38
De gemeenten hebben een concept Plan van Aanpak gestuurd na de zomer van 2022 om gesprekken met de kwekers op gang te brengen. Tot december is er meerdere keren door de gemeenten geprobeerd om gemeenten en werkgroep bij elkaar te krijgen. In februari 2023 is de gemeente Tilburg uitgenodigd bij ZLTO, waar ook >80 kwekers uit MiddenBrabant bij waren uitgenodigd. Hieruit is de werkgroep Midden-Brabant van Treeport Zundert uit ontstaan. Parallel heeft zich onder de vlag van Van Gogh Nationaal Park (VGNP) het proces Versailles van het Noorden voltrokken, waaruit ook wij een aantal noties, zoals de inzet op verdere fundamentele verduurzaming van de boomteeltsector, van grote waarde vinden en graag omarmen. Op 23 juni 2023 heeft nog een bestuurlijk overleg met ZLTO plaatsgevonden. ZLTO is ook uitgenodigd geweest voor de brede stakeholdersbijeenkomst op 27 oktober 2023, maar kon helaas niet aanwezig zijn.. Vertegenwoordigers van de boomtelers waren wel aanwezig. Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. Zoals we ook in het koersdocument schrijven: Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden.
De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. In het hoofdstuk “De stap naar uitvoering” hebben we beschreven met wie en hoe we dat willen doen. In het aangepaste koersdocument is dit nog wat verder toegelicht en hebben we ook beschreven hoe we dit in samenspraak met de Provincie in de GGA’s willen oppakken. ZLTO refereert in de reactie aan het traject “Versailles van het Noorden”. Dit is een parallel proces geweest met het koersdocument Oostflank, specifiek gericht op de toekomst van de boomteelt. Wij hebben waardering voor dit proces vanuit de sector zelf en een aantal gedachten die daaruit voortvloeien. In het koersdocument hebben wij echter een integrale benadering gekozen, gericht op het samenbrengen van álle belangen in het gebied, zoals dat van gemeenten verwacht mag worden. Wij hebben daarbij goed gekeken naar “Versailles van het Noorden” en zien goede kansen voor het verweven van duurzame boomteelt met landschapsversterking en bos ontwikkeling. Wij hebben de teksten in het koersdocument daar nu op aangepast. Een aantal vragen en opmerkingen van ZLTO hebben betrekking op de keuzes rond natuur- en bosontwikkeling en vernatting. Wij hebben in het koersdocument bewust gekozen voor een (bescheiden) uitbreiding van natuur areaal van bij elkaar opgeteld ca 500 ha.
Enerzijds als invulling van de vereiste stikstofaanpak en daarmee samenhangende (vanuit de natuurbeschermingswet dwingende) natuurherstel ambities, die het Rijk en de provincies thans voor ogen hebben, anderzijds vanuit de door verdere verstedelijking steeds meer toenemende behoefte aan aantrekkelijk landschap en natuur ten behoeve van recreatie. Wij combineren deze ambities met name in de randzones rondom de bestaande natura 2000 gebieden, Loonse en Drunense Duinen, Oisterwijkse vennen en Kampina en de Leemputten. Tevens zien wij kansen deze gebieden beter met elkaar te verbinden door middel van ecologische verbindingszones. Zoals eerder in deze reactie aangegeven, is de ruimte daarvoor vooral gevonden door inperking van verdere verstedelijking van het buitengebied t.o.v. eerdere plannen, meer dan door inperking van het landbouwareaal. Zoals bekend is verdroging op de Brabantse zandgronden een groot probleem en dreigt ook een groot tekort aan drinkwater. Zo bepaalde de provincie in het gezaghebbende rapport “Zonder water geen later” dat er een aanzienlijke toevoeging moet plaatsvinden van de grondwatervoorraad, hetgeen alleen kan door water beter vast te houden in het gebied en te laten inzijgen. Wij willen met dit koersdocument hieraan onze bijdrage leveren.
Wij sluiten in de uitwerking aan bij het Brabantse beekdalenlandschap en volgen hierin de aanwijzingen van het waterschap. Als gevolg van de uitwerking van de 500 meter zone rondom de Natte Natuurparels zullen overgangsgebieden mogelijk natter kunnen worden. Dit geldt echter niet specifiek voor de Leemkuilen en moet nog nader uitgewerkt worden. De specifieke ambitie voor de Leemkuilen komt tevens ook niet voor in het handelingsperspectief va het waterschap. In het koersdocument is daarom ook de specifieke arcering rondom de Leemkuilen nu weggehaald. Wij hopen met deze reactie de nodige misverstanden te hebben weggenomen, en nodigen ZLTO nogmaals van harte uit voor verder gesprek. Uiteraard werken wij ook graag samen in de meermaals genoemde GGA’s.
39
10.
Treeport Midden Brabant
De boomtelers verenigd in Treeport Midden-Brabant hebben het koersdocument nauwgezet gelezen en hebben tevens de informatiebijeenkomsten hierover bezocht. Het zal u niet verbazen dat wij nogal geschrokken zijn van de mogelijke zeer negatieve impact van de voorgestelde koers op de ontwikkeling van de landbouw en de boomteelt in het bijzonder. Dat wil niet zeggen dat de boomkwekers tegen verandering zijn. In mei 2008 is de "Boomteeltvisie, boomteeltparagraaf Bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Haaren" opgesteld. De boomteeltvisie is opgesteld in samenwerking met de provincie Noord-Brabant, ZLTO en de boomtelers. Verder is destijds overleg gevoerd met de Brabantse Milieufederatie en heeft de reconstructiecommissie met de boomteeltvisie ingestemd. Uit de boomteeltvisie volgde dat een specifieke afweging is gemaakt met betrekking tot de vraag in welke gebieden boomteelt al dan niet is gewenst. De boomtelers hebben destijds ingestemd met het zogeheten boomteeltontwikkelingsgebied en daarbuiten af te zien van verdere uitbreiding. Het boomteelt-ontwikkelingsgebied is nogmaals herbevestigd in de Visie Buitengebied van september 2022 en dreigt nu een jaar later alweer naar de prullenbak verwezen te worden.
Sinds 2021 hebben de boomtelers met de werktitel ’Versailles van het Noorden’ onder de vlag van Van Gogh Nationaal Park en de ZLTO gewerkt aan de doorontwikkeling van de boomteelt om deze meer natuur-inclusief te maken. Met dit plan houden zij rekening met de uitdagingen die de gemeente heef om woningbouw te realiseren, de bossenstrategie, natuurlijke verbindingszones, recreatie (Van Gogh Homeland) en de uitdagingen van het waterschap. De wateropgave voor de toekomst, minder onttrekken, meer infiltreren en verhogen waterkwaliteit is een van de belangrijke opgaven waar we samen met het waterschap aan gaan werken. Met het Waterschap de Dommel wordt in navolging van Treeport Zundert gekeken naar mogelijkheden om water langer vast te houden in het gebied en worden de feitelijke effecten gemeten van beregening op de grondwaterstand. Los daarvan passen de boomtelers continue nieuwe technieken en methodes toe om de boomteelt meer duurzaam en biologisch te maken. Dit doen we onder meer door het terugdringen van het watergebruik via druppelsystemen, de toepassing van biologische bestrijdingsmiddelen, mechanische onkruidbestrijding, gebalanceerde bemesting telen volgens “on the way to planetproof’ en biologisch (SKAL). Voor de hele samenleving in Nederland speelt de boomteelt tenslotte een essentiële rol als het gaat om vergroening van onze leefomgeving.
Willen we de vergroening van onze leefomgeving waarmaken dan is een gezonde boomteelt in Midden-Brabant van essentieel belang. Juist dit gebied is erg belangrijk. Dat de boomteelt al meer dan 240 jaar in dit gebied is gevestigd is niet toevallig. De leemhoudende ondergrond is hierbij essentieel. Het is een misvatting om te denken dat het uitsluitend gaat om individuele bedrijven. In de geschiedenis is het samenspel tussen alle boomkwekers uitgegroeid tot een uniek ecosysteem dat noodzakelijk is om onze leefomgeving te vergroenen. Gediversifieerd werken alle boomtelers, toeleveranciers, dienstverleners en afnemers samen aan een breed totaal aanbod en delen ook kennis met elkaar. De boomtelers steken de hand uit maar met dit koersdocument lijkt het dat deze op voorhand wordt afgehakt door de sector het doorgroeien te ontzeggen. Het koersdocument wekt de indruk dat er uitgebreid met ons is gesproken bij het opstellen daarvan. Er is recent één keer ambtelijk overleg en één keer bestuurlijk overleg geweest waarin ons min of meer werd meegedeeld dat het koersdocument nagenoeg gereed was en dat we er dan een zienswijze op konden geven. Terug naar de inhoud van het koersdocument. Op 9 maart 2023 is de regionale SRBT-Woondeal besloten door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de provincie NoordBrabant, de gemeenten en corporaties binnen het gebied van de SRBT.
Met de ondertekening van deze woondeal zetten partijen zich langjarig in om de woonopgave in de regio aan te pakken. In de woondeal zijn afspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen, voor wie er gebouwd moet worden en de locaties. Het bevreemdt ons dat deze afgesproken woningbouwopgave wordt verpakt met natuur als belangrijkste insteek. Verder wordt gemakshalve het eerste uitgangspunt van de verstedelijkingsstrategie – bodem en watersystemen zijn leidend voor de ruimtelijke 40
ontwikkeling –op het hele gebied van toepassing verklaard. Uiteraard snappen wij de urgentie van de woonopgave en het belang van leefbare en vitale dorpen en bevelen van harte aan om daarmee door te gaan. Maar het andere stuk van het koersdocument is volgens ons vooral politiek ingestoken en houdt onvoldoende rekening met de bestaande belangen in het gebied. Wat ons betreft moet dat huiswerk worden overgedaan om tot een in het gebied gedragen visie te komen. Als boomtelers zijn wij van harte bereid om daaraan bij te dragen, zonder vooropgezette agenda, maar wel met perspectief voor de sector. Aanvullend hebben wij de volgende inhoudelijke vragen: Wat is de juridische status van het koersdocument als dit straks is vastgesteld door de gemeenteraden? Buiten de dorpskernen faciliteren we nieuwe economische functie in samenhang met de landbouwtransitie, boomteelt en natuurontwikkeling: Wat voor nieuwe economische functies worden hier beoogd? We zeten primair in op natuur- en landschapsontwikkeling met een kwantitatieve ambitie om minimaal 500 hectare nieuwe natuur - waarvan 200 hectare bos - , 20 strekkende km houtwallen en singels en 20 strekkende km lanen (totaal 300 ha) te ontwikkelen.
Waarom kan biologische boomteelt en/of boomteelt volgens keurmerk “on the way to planet proof” geen alternatief zijn voor natuur? In het landelijk gebied richten we ons op de verduurzaming van landbouw, bos- en natuurontwikkeling en meer gereguleerde ontwikkeling van de boomteelt: Wat betekent dit concreet voor de ontwikkeling van de boomteelt? Welke maatregelen worden concreet overwogen? NB wethouder Grashof (Tilburg) zei hierover in het Brabants Dagblad van 3 oktober 2023: Speciale aandacht is er voor de vele boomkwekers in het gebied. Die sector kan niet meer doorgroeien, dus wordt er gekeken naar een herschikking. Wat bedoelt de wethouder concreet met herschikking? Inclusief de 200 ha nieuwe bebouwing moet de landbouw 20% van het huidig beschikbare areaal inleveren volgens het koersdocument. Van de resterende 80% zal 80% daarvan te maken met grote beperkingen voor de productie landschap-inclusief en natuur-inclusief). In welke mate gaat dit ten koste van het effectief voor productie beschikbare areaal van de boomteelt (gespecifieerd voor landschap-inclusief en natuur-inclusief)? (NB wij denken dat dit ca.
-50% is van het huidige in gebruik zijnde areaal) Wat voor effect heeft dit op de grondprijzen en pacht voor de overblijvende landbouwgrond? Wat voor impact heeft dit op de economische vitaliteit en de bestaanszekerheid van de boomteelt? In het koersdocument wordt er vanuit gegaan dat de landbouw 20% van het in gebruik zijnde areaal inlevert (700 ha), waarvan 500 ha voor natuur en 200 ha voor woningbouw. Hoe verhoudt zich deze enorme ambitie met de provinciale ambities op dit terrein? Wat zijn effectief de bevoegdheden van de gemeente in deze? We willen het oude cultuurlandschap tussen- en rond Berkel-Enschot, Udenhout en Oisterwijk versterken: Hoe ziet dit oude cultuurlandschap er precies uit en hoever moeten we daarvoor terug in de tijd? (ter info: de boomkwekerijen zijn al ruim 240 jaar actief in dit gebied). Hoe verhoudt zich de overmatige aandacht voor cultuurhistorie (verleden) in relatie tot het landschap met de noodzaak om vanwege klimaatverandering vooral vooruit te kijken? Grondwaterpeilen zullen volgens het Waterschap mogelijk met 10 tot 35 centimeter worden verhoogd: Is duidelijk wat dit voor schade toebrengt aan de (laan)boomteelt en hoe dit wordt gecompenseerd? Wat voor impact heef dit concreet op de nieuw aan te leggen bossen en de bestaande natuur? 41
De afgelopen twee jaar is al veel gesproken met betrokken partijen over de Oostflank. Partijen als: Provincie Noord-Brabant, Waterschap, Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Brabantse Milieufederatie, ZTO, Buitengebied management, ProRail, SRBT, Van Gogh Homeland, Stichting Duinboeren, boomtelers, Treeport Haaren, Stichting Duurzaamheidsvallei, dorpsraden, Biodiversiteitsteam Oisterwijk, projectontwikkelaars, dorps-, buurt- en wijkraden en de dorpen. Deze gesprekken geven we een vervolg en intensiveren we in de komende jaren: Los van het feit dat wij ons hier niet in herkennen; in welke mate is bijstelling van de koers nog mogelijk bij deze gesprekken in de komende jaren? In de Visie Buitengebied van de gemeente Oisterwijk van september 2022 is vastgesteld dat de Raamse Loop en de bovenloop van de Ruysbossche Waterloop geen beekdalen zijn maar een stelsel van sloten. Hoe kan het dat de Raamse Loop en de bovenloop van de Ruysbossche Waterloop een jaar later weer worden benoemd als een beekdal in het koersdocument? Het plangebied is niet gelijk aan het gebied binnen de gemeentegrenzen. Bijvoorbeeld de Bolle Akkers (Haaren) worden wel benoemd in het plan, maar vallen buiten de plankaart. Ook is het areaal voor bebouwing zeer geflatteerd door het grootste deel van Tilburg (stad) buiten het plangebied te laten.
Wat is de reden voor deze keuze? Een financiële paragraaf ontbreekt geheel. "Ik droom mijn schilderij en schilder mijn droom." Zo luidt het in het plan aangehaalde citaat van Vincent van Gogh. Wat gaat dit schilderij (wensbeeld, droom) kosten om te realiseren; wie gaan dat betalen; wat is de impact in negatieve zin op de economie en leefbaarheid van het (buiten)gebied? Reactie Hartelijk dank voor uw reactie. We zullen hieronder reageren op de diverse aspecten die in de reactie worden aangehaald. Wij hebben de vragen en opmerkingen, inclusief onze reactie hierop als volgt samengevat en gegroepeerd: • Het doel • Het proces • De toekomst van de boomteelt • Economie van het buitengebied Het doel Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. Zoals we ook in het koersdocument schrijven: Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. In het hoofdstuk “De stap naar uitvoering” hebben we beschreven met wie en hoe we dat willen doen. In het aangepaste koersdocument is dit nog wat verder toegelicht.
Perspectief voor de sector is daarin een gezamenlijk thema. Integraliteit Het koersdocument is bedoeld als integraal document en gaat niet alleen over woningbouw, maar ook over werken, mobiliteit, natuur, water, landbouw etc. De SRBT opgave is de aanleiding geweest om breder naar het gebied te kijken en juist wég te blijven van de sectorale keuzes door enkel voor woningbouw een plan maken. Het Koersdocument omvat alle aspecten van de ruimtelijke planvorming om een passende invulling te bieden aan opgaves die er spelen en integrale keuzes te kunnen maken. Het een heeft gevolgen voor het ander en het een is ook nodig voor het ander. Keuzes op het gebied van woningbouw hebben effect op mobiliteit, keuzes op het gebied van de landbouwtransitie kunnen effect hebben op woningbouw en natuur etc. We hebben ook elkaar nodig. We hebben bijvoorbeeld wegen of een station én natuurontwikkeling nodig om woningen te kunnen bouwen. Er is ook geen overmatige aandacht gegeven aan het cultuurhistorisch verleden, maar het oude cultuurlandschap kan inspiratie geven om eerder genoemde ambities en opgaven op de juiste plek vorm te geven, zoals bij de groen-blauwe dooradering en de bossenstrategie. Dit komt juist voort uit vooruitkijken: meer landschapsontwikkeling rondom de dorpen kan het landschap ook duurzaam behouden en is beter bestand tegen de druk van toekomstige woningbouw en dergelijke. 42
Daarnaast zijn water en bodem sturend niet alleen van toepassing op woningbouw, maar juist ook op het landelijk gebied (zie ook Nota handelingsperspectieven watertransitie WS De Dommel). Wie overigens de actualiteit van het landelijke nieuws volgt, die ‘landen’ in de BPLG en de GGA processen, kan niet concluderen dat deze opgaven voortkomen uit de lokale politiek. Politiek framen van de grote transitieopgaven in de landbouw is dus onjuist. Juridische status Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het koersdocument is geen planologisch juridisch instrument en heeft dus ook geen wettelijke status. Het koersdocument zal wel input geven voor de omgevingsvisies en omgevingsplannen van de beide gemeenten. Maar het koersdocument is dus niet een omgevingsvisie of omgevingsplan. Alles wat formeel ruimtelijk geregeld moet worden, gebeurt op deelplannen via omgevingsplanwijzigingen met de daarbij behorende procedures aangaande termijnen voor zienwijzen indienen en beroepsprocedures. Bijstelling van de koers mogelijk? De koers is de visie van de gemeentes op dit moment voor de komende 15-20 jaar. Als er gewijzigde inzichten zijn op welk gebied dan ook zal dit wellicht effect kunnen hebben op de koers en verdere uitwerking van de plannen.
Deze nieuwe inzichten worden dan altijd afgewogen tegen de uitgangspunten en ambities die staan opgenomen in het koersdocument om zo de integraliteit te bewaren. Contouren plangebied Het Koersdocument gaat over de gezamenlijke dorpen en de landschappelijke context. Buitengebied wat niet direct relevant is voor de dorpen is daarom buiten beschouwing gelaten. Ambities van andere overheden In het koersdocument is onder andere beleid van andere (hogere) overheden vertaald in een ruimtelijk beeld voor dit gebied. Een van de uitgangspunten van de Provincie vormt bijvoorbeeld de Brabantse bossenstrategie, waarvan de gemeenten in het Koersdocument een 10% meenemen in dit gebied. Gemeenten mogen deze ambitie vrij vertalen naar hun grondgebied, maar dit kan alleen gerealiseerd worden als overheden en grondeigenaren samenwerken en er ook verdienmodellen bestaan. Op het gebied van water volgen wij in het koersdocument het Handelingsperspectief watertransitie van Waterschap de Dommel. Effecten van o.a. het ophogen van grondwaterpeilen door het waterschap en de schade die dit met zich mee kan brengen zijn niet in het koersdocument in beeld gebracht. Beekdalen zijn overigens benoemd in het handelingsperspectief van het waterschap de Dommel en van het waterschap overgenomen. Dit zijn van nature ook de lager gelegen delen van de ondergrond.
We maken hierbij enkel gebruik van de bestaande contouren, om ook voor de toekomst voldoende klimaatbestendig te zijn. Het proces Wij herkennen ons niet in uw omschrijving van het doorlopen proces. Hieronder een korte beschrijving van het proces dat doorlopen is met de ZLTO en de specifiek de boomkwekers: Na de 1e gezamenlijke raadsbijeenkomst in februari 2022 en de ontstane commotie is er bijvoorbeeld gesproken met 12-15 kwekers. Daaropvolgend is er medio 2022 ook een tweede sessie georganiseerd waarbij alle kwekers uit het gebied zijn uitgenodigd, waarbij er ongeveer 25 aanwezig zijn geweest. De gemeenten hebben toen gevraagd of er een werkgroep van kwekers geformeerd kon worden. Daaruit hebben 6 a 7 kwekers zich opgegeven. De gemeenten hebben een concept Plan van Aanpak gestuurd na de zomer van 2022 om gesprekken met de kwekers op gang te brengen. Tot december is er meerdere keren door de gemeenten geprobeerd om gemeenten en werkgroep bij elkaar te krijgen, maar de kwekers waren daar nog niet klaar voor: ze hadden zich nog niet georganiseerd en er ontbrak nog teveel kennis. Daarnaast zijn de bedrijven en gewasgroepen ook heel verschillend. In februari 2023 is de gemeente Tilburg uitgenodigd bij ZLTO, waar ook >80 kwekers uit Midden-Brabant bij waren uitgenodigd. Hieruit is de werkgroep Midden-Brabant van Treeport Zundert uit ontstaan.
Tilburg heeft toen in een korte presentatie aangegeven dat het in het Koersdocument de bedoeling is om juist wel die integraliteit te zoeken en daarmee ook aangegeven samen te willen werken. Ondertussen hebben een aantal kwekers uit de eerder genoemde werkgroep gewerkt aan Versailles van het Noorden. 43
Mogelijk hebben we elkaar de afgelopen jaren onvoldoende gevonden in de uitwerking van onze beide parallel lopende koersen. De uitdaging met elkaar is dan ook om het plan Versailles van het Noorden te integreren met de andere ambities (ook op het gebied van andere landbouw), zodat het een integrale visie wordt. Wij willen daarom ook graag de kaarten over elkaar heen leggen om te kijken waar we verschillen en overeenkomsten zitten. Laat hierbij voorop staan dat onze beide intenties die kunnen ontstaan door integraal samenwerken niet (veel) uit elkaar liggen. De vraag is vooral ‘hoe’ we dit met elkaar invullen en uitwerken. Wij hebben gezien hoe u zich de afgelopen periode heeft verenigd onder Treeport en zo de dialoog zoekt. Wij juichen dit toe en zien in uw organisatie een waardevolle gesprekspartner voor het uitwerken van de koers en samenwerking in projecten. Wij nodigen uit in de verdere uitwerking in de deelgebieden deel te nemen. De toekomst van de boomteelt Boomteeltonwikkelingsgebied Het is niet aan de orde dat het bestaande boomteeltontwikkelingsgebied vm. gemeente Haaren naar de prullenbak wordt verwezen.
Over het boomteeltontwikkelingsgebied in de visie buitengebied van september 2022 is het volgende opgenomen: “Door de vraag naar bomen voor het vergroenen van Nederland, de ambities van de provincie voor het planten van duizenden bomen en de wens om veel CO2 neutraler te werken en te leven groeit de boomteeltsector flink door. In de voormalige gemeente Haaren was daarvoor al beleid door boomteeltontwikkelingsgebied op te nemen in het bestemmingsplan. De sector wil graag doorgroeien, verder innoveren en verduurzamen. De ambitie is om de mogelijke groei van de boomteeltsector met name langs de N65 te concentreren om de openheid en de doorzichten in het overige buitengebied te behouden. In deze visie is op kaart ‘potentieel boomteeltontwikkelingsgebied’ opgenomen. Het op kaart opgenomen 'potentieel boomteeltontwikkelingsgebied' bestaat uit het reeds bestaande boomteeltontwikkelingsgebied in Haaren en een potentiële uitbreiding richting N65. In het kader van het toekomstige omgevingsplan zal worden onderzocht welke percelen hiervoor het meest geschikt zijn en stellen we de exacte begrenzing ervan vast. In de beekdalen geldt de primaire functie van het beekdal boven het boomteeltontwikkelingsgebied.