Bijlage 6 Reacties professionals incl. reactie op deze reacties
Tekst van het document
REACTIES PROFESSIONALS Koersdocument Oostflank najaar 2023 Inhoudsopgave is klikbaar Ingestuurde reacties professionals in zwart. Reacties gemeenten Tilburg & Oisterwijk in rood.
1.
Provincie Brabant ........................................................................................................................................... 2
2.
Gemeente Vught ............................................................................................................................................ 6
3.
Veiligheidsregio Midden en West Brabant ..................................................................................................... 7
4.
Landschapspark Pauwels ................................................................................................................................ 9
5.
Stichting duurzaamheidsvallei ...................................................................................................................... 11
6.
Biodiversiteitsteam Oisterwijk ...................................................................................................................... 14
7.
Brabantse Milieufederatie, Natuurmonumenten, Brabants Landschap ...................................................... 23
8.
Heemkundekring de Kleine Meijerij ............................................................................................................. 28
9.
ZLTO (kantoor Den Bosch en afdeling Hart van Brabant) ............................................................................. 32
10. Treeport Midden Brabant ............................................................................................................................. 40 11. Fietsforum Tilburg ........................................................................................................................................ 46 12. Bedrijvencontact Oisterwijk ......................................................................................................................... 48 13. TBV Wonen ................................................................................................................................................... 49 14. Leystromen ................................................................................................................................................... 50 15. Dorpsraad Berkel-Enschot ............................................................................................................................ 54 16. Dorpsraad Udenhout .................................................................................................................................... 58 17. Dorpscoöperatie Biezenmortel ..................................................................................................................... 64 18.
Wijkraad ’t Westend ..................................................................................................................................... 66 19. Buurtraad Buren van Pannenschuur VI ........................................................................................................ 67 20. Buurtraad Heukelom .................................................................................................................................... 72 21. Bewonerscollectief Kerkhoven Oisterwijk .................................................................................................... 75 22. Collectief ondernemers bedrijventerrein Kerkhoven Oisterwijk .................................................................. 86 23. Bewonersgroep Kerkhovensestraat ............................................................................................................. 90 24. Vereniging bewoners van Rijckevorsellaan Moergestel ............................................................................. 101
1
1. Provincie Brabant Met waardering hebben wij kennisgenomen van het (concept) koersdocument 'Oostflank’ van de gemeentes Tilburg en Oisterwijk. Onze reactie op het voorliggende Koersdocument is geen onvoorwaardelijke instemming met een specifiek aantal woningen, het toewijzen van ontwikkelingslocaties, of het toezeggen van nieuwe mobiliteitsoplossingen en/of nieuwe stations etc. Het document schetst ambitieuze en fraaie vergezichten voor het gebied, gelegen tussen een tweetal N2000-gebieden, te weten de Kampina en Oisterwijkse Vennen en de Loonse en Drunense Duinen. Echter behoeft het programma zoals opgenomen nog de nodige inhoudelijke afstemming, zowel met ons, als met de regio in het kader van regionale samenwerking en afspraken. Onze reactie is daarmee een uitnodiging om verder over het programma in gesprek te gaan, zodat op alle schaalniveaus en gebiedsgericht gekeken kan worden naar de nut, noodzaak en wens van het programma gericht op de regionale afstemming en behoefte. Provinciaal belang De ruimtelijke ordening in Nederland staat weer prominent op de agenda. Als provincie zetten wij ons in voor de kernwaarden en opgaven zoals uiteengezet in de omgevingsvisie.
Daarnaast werken wij volgens het principe "diep, rond en breed werken" welke geïntroduceerd is in de omgevingsvisie en verder is uitgewerkt in het beleidskader Leefomgeving, vastgesteld door Provinciale Staten op 27 oktober 2023. Daarbij gaat de diepe manier van werken in op de lagenbenadering, de ronde manier van werken in op de verschillende opgaven strategieën, en de brede manier van werken in op de samenwerking tussen de verschillende belanghebbende partijen. We hebben het (concept) koersdocument 'Oostflank' langs deze principes gelegd en zijn tot de volgende reactie gekomen. Lagenbenadering In het (concept] koersdocument 'Oostflank' wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende lagen binnen het gebied. We zijn daarbij positief over hoe uitvoerig het gebied is doorgelicht, voornamelijk op de occupatielaag en de fysieke ondergrond. De analyse van de occupatielaag laat zien dat het gebied dynamisch is en diverse uitdagingen kent, terwijl de ambities in het gebied eveneens hoog zijn. De analyse kan helpen bij een evenwichtige toedeling van functies. Een zorgvuldige benadering van de verschillende lagen is essentieel, vooral om de interactie tussen deze lagen te begrijpen. De effecten van een ruimtelijke inpassing kunnen daarmee beter in beeld gebracht worden.
In de verdere uitvoeringsfase van het koersdocument waar daadwerkelijk de keuzes gemaakt kunnen worden, kan de uitgebreide lagenbenadering gebruikt worden. Het koersdocument zet in op een klimaatbestendig gebied. Voor een klimaatbestendig gebied moet er veel aandacht besteed worden aan en landschapskwaliteiten. Daarbij is een belangrijk onderdeel het principe water en bodem sturend. In het koersdocument wordt daarop ingegaan. Dit is in lijn met het standpunt van de provincie die ook onderschreven wordt in de Brabantse omgevingsvisie en het beleidskader Leefomgeving. Waar in het koersdocument een eerste aanzet gedaan wordt voor dit principe merken wij op dat het principe nog wel voornamelijk gericht is op het wateraspect. Echter zijn beide aspecten, zowel water als bodem, niet los van elkaar te zien. Zo zou het koersdocument scherpte kunnen geven op welke functie bij verschillende bodemtypes in het gebied past, hoe het bodemtype samenhangt met de grondwatertrap, wat de kans is op verdroging (verstuiving) of vernatting, en wat ook de effecten van het water op de bodem zijn. Tijdens het toevoegen van deze scherpte kunnen de nieuwe klimaatscenario's van het KNMI meegenomen worden in de gehele analyse van de onderlaag. Ook is de onzichtbare laag van de atmosfeer nog (bijna) niet terug te lezen in het koersdocument.
In de omgevingsvisie zetten we in op een steeds schonere, veiligere en gezondere leefomgeving. Dit betekent ook dat de milieu- en luchtkwaliteit meegenomen moeten worden in ruimtelijke ontwikkelingen. Door deze nu al in kaart te brengen, kan er bij de uitwerkingen van het koersdocument en de keuzes voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen beter onderbouwd worden vanuit alle lagen in onze leefomgeving. Daarnaast kunnen we ook lessen trekken uit het verleden door een analyse te maken van de cultuurhistorie in het landschap, waardoor bepaalde (verdwenen) patronen in de tijd zichtbaar worden. Deze patronen kunnen helpen bij de ontwikkeling van de Oostflank en kunnen tevens dienen als een belangrijke inspiratiebron om kwaliteiten uit het 2
verleden te herstellen of nieuwe ontwikkelingen te versterken, bijvoorbeeld het versterken van de kwaliteiten van de dorpen. Voor nu is cultuurhistorie in het landschap nog maar beknopt aan bod gekomen. We missen verder nog de extra verdiepingsslag over de wisselwerking tussen de lagen en wat dit specifiek kan betekenen voor bepaalde opgaven in het gebied. De scherpte moet daarbij opgezocht worden, en de schuurpunten moeten worden benoemd voor de verder uitwerking van de gebiedsontwikkeling Oostflank. De Ambities Zoals eerder aangegeven, zien we dat het gebied met verschillende opgaves te maken heeft. Het koersdocument neemt daarbij de vijf ontwikkelprincipes van het SRBT mee, die in het gebied moeten worden geïntegreerd. Daarnaast worden in het koersdocument nog twee aanvullende uitgangspunten uiteengezet die voornamelijk gebaseerd zijn op het programma. Hiermee legt het koersdocument een duidelijke richting vast voor de ontwikkeling van het gebied. Desalniettemin hebben we nog een aantal aandachtspunten met betrekking tot de uitgangspunten die in het koersdocument worden benoemd en op de manier van toepassen van de uitgangspunten. De uitgangspunten worden namelijk interessant wanneer deze gaan schuren op het moment dat daadwerkelijke locatiekeuzes in beeld komen.
Hoe om te gaan met de schuurpunten hebben wij vastgelegd in het beleidskader Leefomgeving, waarbij de gezamenlijke vastgestelde ontwikkelprincipes in NOVEX-Stedelijk Brabant dienen als uitgangspunt voor de verstedelijking. De definitieve (locatie)keuzes zullen volgen in de verdere uitwerking van het koersdocument. Het energievraagstuk wordt bijvoorbeeld slechts minimaal behandeld in het koersdocument, terwijl er wel degelijk uitdagingen zijn met betrekking tot de energietransitie en de benodigde ruimte hiervoor in het gebied. Zo moet nog de nodige aandacht besteed worden voor structurerende energie- en grondstoffeninfrastructuur in het gebied, zoals de Delta Rhine Corridor en de bestaande RRP-leidingen en de Nafta-leiding. Deze kunnen namelijk ruimtelijke beperkingen opleveren voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Opvallend is dat de Delta Rijn Corridor (of de reserveringsstrook uit het Rijksbeleid) niet op de integrale kaart te vinden is. In het koersdocument wordt gesproken over een groot aantal woningen, de complexiteit voor een toekomst bestendig mobiliteitssysteem met eventueel een nieuw station en het toevoegen en/of uitbreiden van bedrijventerreinen. Dit zijn verstedelijkingsopgaven die veel met elkaar samenhangen. Tijdens het benoemen van deze opgaven wordt de samenhang nog gemist. Een aantal ontwikkelingen zijn afhankelijk van elkaar.
Wat gebeurt er als bijvoorbeeld het nieuwe station niet doorgaat? Kunnen er dan nog steeds zoveel woningen worden toegevoegd, of leidt dit tot een volledige verstoring van de rest van het mobiliteitssysteem? Opvallend is dat er ook veel over toevoeging van ruimtelijke ontwikkelingen wordt gesproken terwijl de uitdaging voornamelijk is om met zo min mogelijk nieuw ruimtebeslag een kwaliteitssprong in het gebied te maken. Daarbij zetten wij in op het (concept] koersdocument 'Oostflank' als een middel om de kwaliteitsslag binnen de bestaande dorpen te creëren en de intensivering van de dorpen op een duurzame manier in te zetten. Wij zouden dan ook de kwalitatieve verstedelijkingsopgave centraal willen stellen boven de kwantitatieve verstedelijkingsopgave. Het koersdocument geeft gebiedsgericht richting aan de landbouw in het gebied. Daarbinnen heeft de boomteeltsector specifieke aandacht. De basis voor het perspectief is een zonering rondom de natuurgebieden en beken. Dit geeft een navolgbare indeling. Het landelijk gebied kent in de huidige situatie echter meer dan landbouwbedrijven. Wij zijn benieuwd hoe uw gemeente het perspectief voor andere functies in het landelijk gebied ziet. En ook hoe de voorgestelde zonering daarin doorwerkt.
Hoe ziet u de kansen voor andere bedrijvigheid, wonen, verbrede landbouw, recreatie en dergelijke in het gebied? Dat bredere perspectief, wat wij in de Interim omgevingsverordening een ontwikkelingsrichting noemen, missen wij nog. Bij de verdere uitwerking van het (concept) koersdocument 'Oostflank' zien wij nog ruimte voor verbetering wat betreft het in kaart brengen van samenhang en verbanden tussen de verschillende onderwerpen. Ontwerpend onderzoek kan daarbij helpen om alternatieve en/of nieuwe oplossingen te vinden voor de ruimtelijke ordening. De lagenbenadering kan daarbij een sturende rol spelen bij zowel de verstedelijking als de inrichting van het buitengebied. 3
Proces In het koersdocument komt nu nog onvoldoende naar voren hoe de Oostflank zich verhoudt tot de regio. Daarbij is het in- en uitzoomen op verschillende schaalniveaus belangrijk. Op Brabant breed niveau zien we nog onvoldoende samenhang met Novex-Stedelijk Brabant zoals tevens opgenomen in het Ruimtelijk Voorstel. Maar ook op regionaal niveau zien we nog onvoldoende de koppeling met het SRBT als regio. Zo constateren we op verschillende plekken in de SRBT-regio stedelijke ontwikkelingen op het gebied van (grootschalige] woningbouwlocaties, werklocaties en ook verschillende natuur- en landschapsontwikkelingen, ontwikkelingen rondom de energietransitie en mobiliteitstransitie alsmede een transitie in het landelijk gebied. Daarbij is het van belang om deze ontwikkelingen (regionaal) op elkaar af te stemmen om zo een evenwichtige verdeling in functies te krijgen binnen het gebied van de SRBT-regio en eventueel daarbuiten. Dat is ons inziens ook nodig om het uiteindelijke programma binnen een gebiedsontwikkeling als de Oostflank te kunnen laden. Wij vinden dat de regionale afstemming tot op heden onvoldoende is gebeurd.
Een document als het (concept) koersdocument 'Oostflank', en de ambities die hier benoemd worden, heeft namelijk veel invloed op de regio, en daarbij is de vraag of het gehele programma op deze plek moet landen of dat er ook een aantal ruimtelijke ontwikkelingen beter elders in de regio passen. We gaan graag met u in gesprek over een verder uitwerking van het koersdocument om de ambities af te stemmen en aan te scherpen. Ook willen wij met u onderzoeken of en op welke manier een (intensievere) samenwerking op Oostflank mogelijk is. Wij willen nogmaals benadrukken dat het koersdocument Oostflank voort vloeit uit de regionale samenwerking. Reactie Hartelijk dank voor uw reactie op het concept koersdocument Oostflank. We vinden het goed om te horen dat u met waardering kennis hebt genomen van het (concept) koersdocument “Oostflank”. Hartelijk dank hiervoor. Wij hebben in het koersdocument belangrijke provinciale beleidsambities doorvertaald naar het gebied. Gezien uw provinciale bevoegdheden en middelen om de samenhang in het plan te borgen en uitvoering dichterbij te brengen, zien wij het ook als logisch en noodzakelijk om in de nadere uitwerking van de koers gezamenlijk op te trekken. Graag trekken wij verder samen met u en de partners in de SRBT regio op om tot verdere uitwerking en uitvoering te komen.
Wij zien daarbij ook nadrukkelijk de relatie met de provinciale GGA-aanpak Loonse en Drunense Duinen en de GGA Kampina. Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. Het is een integrale visie, waarbinnen integrale keuzes zijn gemaakt. Middels de integrale visiekaart hebben we er ook voor gezorgd dat we verbeeld hebben hoe alle opgenomen ambities passen binnen het gebied. Het Koersdocument Oostflank vloeit voort uit de regionale samenwerking binnen de SRBT en is in lijn met de vastgestelde Ontwikkelstrategie SRBT. Deze strategie is doorvertaald in het Ontwikkelperspectief Novex Stedelijk Brabant. U bent intensief bij deze processen betrokken. U heeft ons tevens toegezegd dat het Ontwikkelperspectief Novex Stedelijk Brabant en daarmee ook de Ontwikkelstrategie SRBT integraal zijn doorvertaald in het Ruimtelijk Voorstel. Uw standpunt dat regionale afstemming nog onvoldoende heeft plaatsgevonden wekt daarom verbazing en vraagt nadere ambtelijke en bestuurlijke toelichting. Wij zijn van mening dat regionale afstemming op o.a. SRBT niveau en binnen het BPLG en de GGA-processen op dit moment dus al plaatsvindt.
Voor deze gesprekken hanteren wij het koersdocument Oostflank als uitgangspunt en gebruiken het Koersdocument om na vaststelling de maatschappelijke urgenties in en met het gebied aan te pakken. Het is daarom ook zo dat het Koersdocument wat ons betreft volledig in lijn is met de regionale koers waar wij gezamenlijk met u voor staan. Voor het vervolgproces is het volgende van belang. Zoals we in ook het koersdocument schrijven: Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. In die uitwerking kan de scherpte waar u om verzoekt verder gezocht worden. Alle (deel)projecten en gebiedsprocessen hangen met elkaar samen en zijn soms ook randvoorwaardelijk voor elkaar. Maatregelen op het gebied van mobiliteit, natuur en landschap zullen in tijd zo goed mogelijk worden afgestemd op de 4
realisatie van de diverse woningbouwopgaven. In de komende jaren zullen de deelprojecten nader gespecificeerd worden en zullen de randvoorwaarden en afhankelijkheden steeds duidelijker in beeld gebracht worden (Dit is overigens nu ook zo opgenomen in het laatste hoofdstuk van het aangepaste koersdocument.) Inhoudelijke wijzigingen in het koersdocument naar aanleiding van uw opmerkingen: Bij de koers op hoofdlijnen, onderste laag, is toegevoegd dat we bodemgebruik ook afstemmen op de bodemgesteldheid van de ondergrond. Een verdere uitwerking vindt plaats bij de uitwerking van de diverse ontwikkelingen en in de diverse deelgebieden. Tevens is bij het thema Water een passage toegevoegd over de klimaatscenario’s van het KNMI: “Op 9 oktober 2023 zijn de KNMI"23-klimaatscenario's gepubliceerd. De scenario's maken duidelijk dat het weer nog extremer wordt dan al werd gedacht, met meer droogte, extreme piekbuien en kans op overstromingen en meer waterschade tot gevolg. Bij de nadere uitwerking van de plannen zal hier dus ook rekening mee gehouden moeten worden.”. De onzichtbare laag van de atmosfeer is wat ons betreft geen specifieke laag voor in dit koersdocument, maar we vinden een schonere, veiligere en gezonde leefomgeving uiteraard van groot belang.
Dit is nu ook opgenomen in het aangepaste koersdocument, onder de koers op hoofdlijnen, bovenste laag: "We zetten stevig in op een schonere, veiligere en gezonde leefomgeving". Dit pakken we o.a. op in de verdere uitwerking in gebiedsprocessen die ook GGA gerelateerd zijn. De Delta Rijn Corridor stond inderdaad per abuis niet op de kaart, maar is nu alsnog opgenomen. De overige relevante leiding ligt in Akker Heikant, deze is op de kaart van Akker Heikant opgenomen (Vrijwaringszone kabels en leidingen). Het hoofdstuk landbouw is in het aangepaste koersdocument uitgebreid waar ook het onderwerp “economie in het buitengebied” nadrukkelijk aan bod komt. Het Koersdocument geeft de koers voor de transitie van het landelijk gebied aan. Dit pakken we na vaststelling in de diverse projectgebieden op. Opmerkingen die geen aanleiding geven tot wijzigingen: We hebben cultuurhistorie in het landschap in het hoofdstuk cultuurhistorie al nadrukkelijk aan bod laten komen. Een nadere invulling en uitwerking hiervan komt in de gebiedsprocessen aan de orde. (Voor wat betreft de gemeente Tilburg willen we tevens verwijzen naar de Routekaart Ruimtelijk Erfgoed en de gebiedsbiografien die op basis hiervan worden gemaakt.) We nemen geen scenario op voor als het nieuwe station in Udenhout niet doorgaat. We gaan er in het koersdocument vanuit dat het station er wel komt.
Het is uiteraard niet voor niets dat we Prorail en NS gevraagd hebben dit nader met ons te onderzoeken. Uit deze onderzoeken is de vervoerswaarde van een station in Udenhout ook aangetoond. We handelen hierbij tevens conform het rijksbeleid met betrekking tot verstedelijking in relatie tot OV locaties. Wij verwachten daarom de volle steun van de provincie in het streven om hier een station te realiseren. Als uiteindelijk onverhoopt besloten wordt dat dit station er toch niet komt, dan wordt er t.z.t. naar de gevolgen gekeken. De ontwikkeling van de woningbouw duurt ook nog veel jaren, dus de verwachting is dat het op tijd duidelijk wordt of het station er komt. U stelt dat we de kwalitatieve verstedelijkingsopgave centraal moeten stellen boven de kwantitatieve verstedelijkingsopgave. Uiteraard stellen wij de kwalitatieve opgave centraal, sterker nog, een kwalitatief zeer hoogwaardige invulling van de verstedelijkingsbehoefte, is dé redengeving geweest voor het totstandkoming van dit document. (Daarbij merken wij wellicht ten overvloede op dat over de kwantitatieve opgave er een niet mis te verstane “opdracht” ligt van Rijks zijde om het nijpende woningtekort in Nederland op te lossen!) Zie hiervoor bijvoorbeeld de Kwalitatieve uitgangspunten wonen Oostflank in het hoofdstuk Wonen in het koersdocument.
Hier staat bijvoorbeeld dat we de dorpen niet aan elkaar willen laten groeien, het landschap leidend willen laten zijn en het principe van inbreiding voor uitbreiding hanteren. We willen nieuw stedelijk ruimtebeslag laten samengaan met robuuste landschapsontwikkeling. Landschap is een leidend principe in de verdere uitwerking van nieuwe woningbouw locaties. Tevens hebben we de opgave gesteld om te zoeken naar een manier om dorps-landschappelijk te verdichten. Dit vraagt ontwerpend onderzoek naar nieuwe woningtypen. Er is ten aanzien van het aantal toe te voegen woningen in de dorpen flink afgeschaald qua aantallen en oppervlaktes ten opzichte van eerdere plannen. Zoals ook al aan het begin van onze reactie vermeld achten wij het noodzakelijk om in de nadere uitwerking van de koers samen op te trekken. Wij gaan er dan ook vanuit dat u dit samen met ons verder wil oppakken en kijken uit naar een vruchtbare samenwerking. 5
2. Gemeente Vught De ontwikkeling van dit gebied heeft gevolgen voor gemeente Vught. We zien de raakvlakken en aanknopingspunten van de ingezette koers op verschillende vlakken en zien het document als een handreiking om samen te werken op verschillende onderwerpen. Het gesprek willen we graag voeren over de natuur en landbouw (waaronder de boomkwekerij). In de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA’s) werken we gezamenlijk aan oplossingen. Graag willen we met onze buren op één lijn zitten. We vragen wel specifieke aandacht voor de gevolgen op het vlak van mobiliteit omdat ook deze niet stoppen bij de gemeentegrenzen. Een woningbouwopgave van 4.000-5.000 woningen en ontwikkeling van bedrijventerrein(en) in Oisterwijk van 5 tot 8 hectare of zelfs 10 hectare betekent extra mobiliteit. Extra (auto)mobiliteit zal op een goede en veilige manier opgevangen moeten worden. We hebben begrepen dat de verkeersstudie, die is uitgevoerd door Goudappel, laat zien dat de beoogde verkeersstructuur met een afsluiting van de Heusdensebaan-N65, op bepaalde wegvakken verkeersintensiteiten laat zien die daar niet passend zijn. We zien vanuit Vught deze studie graag in om de effecten van de gekozen koers op het Vughtse wegennet te zien en op de N65 die dwars door de kern van Vught loopt.
Als voorbeeld noemen we hierbij de Udenhoutseweg welke u als hoofdontsluiting heeft aangeduid en bij een grotere verkeersbelasting natuurlijk direct gevolgen kent voor Helvoirt. Het heeft onze voorkeur om de verkeersstudie voorafgaande aan het aangekondigde mobiliteitsoverleg te mogen ontvangen. Vanuit onze gemeente en specifiek vanuit Helvoirt is er een relatie met de Oostflank en Tilburg en is er mobiliteit in deze richting. Er zijn mogelijk koppelkansen met de structuren voor fiets en openbaar vervoer, zoals aansluiting op het beoogde station van Udenhout via fietsroutes en buslijnen. Vanuit Vught zijn wij voorstander van de stationslocatie die het dichtst bij Helvoirt ligt. We missen helaas de snelfietsroute F65 in het document waarvan we denken dat dit voor zowel de Oostflank als Helvoirt en Vught van toegevoegde waarde is in de mobiliteitstransitie. Natuurlijk heeft de N65 onze aandacht. U zet de N65 neer als ruggengraat van de Oostflank en geeft daarbij aan dat u de doorstroming en veiligheid van de weg wilt verbeteren. Het verbeteren van de veiligheid en het verminderen van de barrièrewerking zijn, in combinatie met het verbeteren van de leefbaarheid, doelen die we voor de N65 ook binnen de gemeente Vught nastreven. We zijn erg benieuwd naar uw visie op de N65, zowel het deel binnen de Oostflank als het deel daar ten oosten van waar de visie op aansluit.
Zowel van uw kant als vanuit onze kant is de handreiking gedaan om de casus N65 ofwel het toekomstbeeld N65 eens door te spreken. Tijdens het overleg voor professionele stakeholders Koersdocument Oostflank op 27 oktober jongstleden is aangegeven dat voor de sessie over de mobiliteitsaspecten een nieuw moment wordt gezocht. We sluiten hier graag bij aan en ontvangen ook graag de rapportage over de verkeersaspecten en de presentatie zoals deze aan dorpsraden is gegeven. Reactie Hartelijk dank voor uw reactie op het concept koersdocument Oostflank. Wij vinden het fijn om te zien dat onze buurgemeente met ons meekijkt en met ons meedenkt over de koers voor dit gebied. Onze reactie op uw inhoudelijke opmerkingen op het koersdocument: De snelfietsroute Tilburg-Den Bosch is nu ook opgenomen in het aangepaste koersdocument. Onze reactie op uw procesmatige opmerkingen: Wij zijn het met u eens dat gevolgen op het gebied van mobiliteit zich niet beperken tot gemeentegrenzen en hebben inmiddels ook de studie van Goudappel met u gedeeld. Het traject rond het toekomstbeeld voor de N65 is inmiddels in gezamenlijkheid opgestart. De sessie over de mobiliteitsaspecten heeft inmiddels plaatsgevonden en u was hier ook bij aanwezig. We kijken uit naar een vruchtbare samenwerking in het vervolgproces van diverse onderdelen uit het koersdocument.
6
3. Veiligheidsregio Midden en West Brabant Op de website van de gemeente Tilburg zagen wij de mogelijkheid input te leveren op de conceptversie van Koersdocument Oostflank. Middels dit schrijven willen wij u voorzien van input op het stuk. Een en ander is geregistreerd onder zaaknummer VRMWB2023-009264. Graag wil ik de reactie onderverdelen in de algemene kernwaarden en een gebiedsgericht deel. Algemene kernwaarden Veiligheidsregio’s bij het ontwerpen van de fysieke leefomgeving Samen werken aan een veiligere leefomgeving Een veilige leefomgeving draagt bij aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Dit maakt uw gemeente en de woon-, werk- en leefgebieden voor de burgers aantrekkelijker. Initiatiefnemers (burgers en ondernemers), maatschappelijke organisaties en de overheid streven samen naar een veiligere leefomgeving, dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak voor hun initiatief. Of deze wordt verkregen, hangt onder andere samen met de professionele onderbouwing van de veiligheid van het desbetreffende initiatief. Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid Ondanks de maatregelen die de veiligheid ten goede komen bij het risico zelf, blijft er een kans bestaan dat er incidenten plaatsvinden met gevolgen voor en effecten op de omgeving en haar bewoners.
Dit is extra belangrijk voor de kwetsbare mensen die zichzelf niet kunnen redden zonder hulp zoals jonge kinderen in kinderdagverblijven, gehandicapten en zorgbehoevenden. Denk bij een risico aan bijvoorbeeld droog bos, hoog water, een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen, of de vrachtwagen of spoorketelwagon die gevaarlijke stoffen vervoert. Het aantal slachtoffers wordt verlaagd door de afstand tussen de risico’s en de gebieden waar mensen verblijven te vergroten. Naast afstand kan ook vegetatie en geografische ligging het aantal slachtoffers verlagen. Hiermee kan letsel, hinder en overlast beperkt blijven. Een grotere afstand levert ook meer tijd op om het gebied veilig te verlaten; dit vergroot de veiligheid bij incidenten. De afstand tot een risico is dusdanig groot dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen en dat ook mensen die niet zelfredzaam zijn in veiligheid kunnen worden gebracht. Daarnaast zorgt afstand tussen verschillende risico’s voor een beperking van gevolgeffecten. Bebouwing en omgeving bieden bescherming Hoeveel voorzieningen er ook worden getroffen, de kans blijft bestaan dat er incidenten plaatsvinden met nadelige gevolgen voor de leefomgeving en haar bewoners en bezoekers. Het is belangrijk dat de leefomgeving mogelijkheden biedt om te schuilen of die de nadelige effecten vertraagt.
Dit kan gerealiseerd worden door bewuste keuzes te maken in bouwwijze, het type bebouwing en de inrichting van gebouwen. Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; Als de bebouwing en de omgeving onvoldoende bescherming bieden bij incidenten, voorkomt een veilige ontvluchting (evacuatie) verdere slachtoffers. De aanwezigheid van goede vluchtroutes in een gebied zorgt ervoor dat de zelfredzaamheid van mensen in het gebied omhooggaat. Op basis van een analyse van de risico’s houdt het ontwerp van de gebouwen en ontsluitingswegen zelf rekening met de mogelijkheid om veilig en snel naar een veilige omgeving te vluchten. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk De inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan snelle en effectieve hulpverlening. Hulpverleners kunnen sneller optreden als de bereikbaarheid en aanrijdroutes van gebieden, gebouwen, bedrijven en evenemententerreinen doordacht is. Zo kunnen hulpdiensten de mensen sneller bereiken, in veiligheid brengen (bijvoorbeeld met ambulances) en de gevolgen van incidenten beperken. Toegesneden voorzieningen voor bluswater zorgen voor een snelle en efficiënte bestrijding van incidenten. Daardoor beperkt dit de gevolgen voor de omgeving en haar bewoners en is naderhand een snellere terugkeer naar de ‘normale’ 7
situatie mogelijk. Ook de opvang van bluswater is belangrijk, want zonder maatregelen kan vervuild bluswater het milieu langdurig vervuilen. Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat. Een samenleving heeft altijd te maken met risico’s. Communicatie over risico’s zelf en de voorbereiding erop, draagt bij aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van bewoners. Iedereen die in de gemeente verblijft weet welke risico’s er zijn, hoe ze zich kunnen voorbereiden en wat ze kunnen doen in het geval van crisissituaties. Daar hoort ook kennis van de inrichting van de omgeving en van de mogelijkheden om te handelen bij. Hierdoor stijgt het veiligheidsbewustzijn van mensen en is het handelingsperspectief bekend. Mensen krijgen bij crisis de passende medische zorg (zorgcontinuïteit) Onder zorgcontinuïteit worden de planvorming en handelingen verstaan die zorginstellingen verrichten ter voorbereiding op, tijdens en na een ramp of crisis, om de zorg die zij leveren te continueren. Calamiteiten hebben een grote invloed op de zorgvraag en daarmee op de continuïteit van zorg binnen de zorgsector. Gebiedsgericht Vanuit het gebiedsgerichte veiligheidsbeeld zijn er in het gebied diverse risicobronnen aan te duiden. - De spoorlijnen van Tilburg naar Den Bosch en van Tilburg naar Oisterwijk. Over beide spoorlijnen worden gevaarlijke stoffen vervoerd.
Aan weerszijden van het spoor is sprake van aandachtsgebieden voor plasbrand, explosie en gifwolkscenario's. - De autoweg N65 met eveneens vervoer van gevaarlijke stoffen. - De Rotterdam-Rijn Pijpleiding waardoor aardolieproducten worden vervoerd. - De geprojecteerde buisleiding Delta-Rijn-corridor met o.a. ammoniak, aardgas en waterstof als te transporteren stoffen. Deze leidingstraat is reeds ruimtelijk gereserveerd. - In het buitengebied diverse propaanopslagtanks. - Het waterstoftankstation aan de Schepersvenweg 7 in Tilburg. Bij het uitbreiding en ook inbreiding van de bebouwing dient met deze risicobronnen rekening te worden gehouden. Uit de globale schetsen is dit met name relevant bij de verdichting rond het mogelijke treinstation Udenhout en de uitbreiding van Berkel-Enschot in Noordwestelijke richting in relatie tot het waterstoftankstation. In het proces vanaf de eerste initiatieven, de keuzes voor de inrichting van onze de fysieke omgeving tot en met de realisatie en het gebruik hiervan zijn veiligheidsaspecten continu een belangrijk thema.
Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden en andere ongevallen, rampen en crises, het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld en het zorgdragen voor een hulpvaardige en slagvaardige bestrijding van branden en andere ongevallen, rampen en crises. Het verdere verloop van het proces; van concept-koersdocument tot plan, zien wij met belangstelling tegemoet. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Reactie Hartelijk dank voor uw reactie op het concept koersdocument Oostflank en de uitgebreide toelichting op het gebied van een veiligere leefomgeving. In uw reactie noemt u nog enkele specifieke risicobronnen in het gebied. Wij zullen de consequenties van deze risicobronnen uiteraard meenemen bij de verder uitwerking van de diverse gebiedsontwikkelingen. De Spoorlijnen en de N65 stonden uiteraard al op de verschillende kaarten. De DRC ontbrak nog op de integrale koerskaart maar is daar nu ook aan toegevoegd. De RRP (ook aangeduid op de ontwikkelkaart van AkkerHeikant in Berkel-Enschot), de propaanopslagtanks en het waterstoftankstation worden bij de verschillende gebiedsontwikkelingen onder de aandacht gebracht en betrokken bij de uitwerking.
We kijken uit naar een vruchtbare samenwerking in het vervolgproces van diverse onderdelen uit het koersdocument.
8
4. Landschapspark Pauwels Ik heb vanmiddag de bijeenkomst bijgewoond over het landelijk gebied. Dat was voor mij een waardevolle bijeenkomst om het draagvlak vanuit de omgeving te proeven. Aanvullend hierop zet ik vanuit landschapspark Pauwels graag een aantal opmerkingen en aandachtspunten op de mail. In eerste plaats wil ik benadrukken dat de opgaven en ambities voor de Oostflank goed aansluiten op de ambities en opgaven die we in Pauwels met elkaar geformuleerd hebben. In de Oostflank zijn een aantal aanvullende opgaven geformuleerd voor woningbouw en mobiliteit die er hopelijk voor kunnen zorgen dat we de opgaven die we gezamenlijk hebben (met name natuur en landschap) kunnen versnellen. Ik zie dat als een grote kans. Mijn belangrijkste vraag is echter: Hoe gaan we deze koers tot uitvoering brengen? Ik zou hiervoor graag samen optrekken. Om ook met de provincie te verkennen hoe we in Pauwels en de Oostflank gezamenlijk kunnen optrekken om de GGA opgaven voor Loonse en Drunense Duinen en Kampina & Oisterwijkse Vennen aan te pakken. Welke uitvoeringsorganisatie hebben jullie hiervoor voor ogen? Ik mis op de kaart in het koersdocument de verbinding met landschapspark Pauwels.
Er staat wel een aanduiding voor het Water- en Klimaatlandschap Pauwels, maar dit doet wat mij betreft onvoldoende recht aan de opgaven die we in Pauwels ook hebben voor wat betreft verduurzaming van de landbouw en vergroten van de recreatieve aantrekkelijkheid en bereikbaarheid. Kunnen we daar een oplossing voor vinden? Een aantal aandachtspunten of vragen wil ik in deze mail nog op een rij zetten: Wat betekenen de opgaven en ambities voor de landbouw? In Pauwels hebben we ook een grote opgaven rond het verduurzamen van de landbouw. Hiervoor zijn niet de scherpe keuzes gemaakt die in het koersdocument voor de Oostflank wel worden gemaakt. Deze opgave leidt echter wel ook tot een behoefte aan meer grond. En die is schaars. Hoe gaan we dit met elkaar oplossen? Komen er met de koers voor de Oostflank ook middelen beschikbaar om de landbouw om te vormen naar de landschapsinclusieve of natuurinclusieve landbouw die in de koers beoogd is? We willen koeien in de wei behouden in het gebied van Pauwels. Dat betekent dat er perspectief moet zijn voor de melkveehouderijbedrijven in het gebied. Is onderzocht of er voldoende perspectief is voor de melkveehouders in de Oostflank? En wat betekent dit voor de melkveehouders in Pauwels? Het nieuwe station in Udenhout biedt kansen om ook onze ambities voor het spreiden van de recreatiedruk en de recreatieve bereikbaarheid te verwezenlijken.
Ik zou dit heel graag specifiek als aandachtspunt meegenomen willen hebben in de verkenning die nu uitgevoerd wordt. Een dergelijke functie vraagt namelijk om een aantal specifieke voorzieningen (denk aan horeca, informatievoorziening en routes), maar dit betekent ook dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn en een goede infrastructuur voor bijvoorbeeld fietsen vanaf deze locatie. In Pauwels gaan we vanuit de programmalijn recreatieve aantrekkelijkheid en bereikbaarheid aan de slag met een recreatieve zonering voor het gebied. Gekoppeld hieraan moeten ook wensen geformuleerd worden voor het aanpakken van de recreatieve infrastructuur. Is hierover in de Oostflank ook nagedacht? Hoe is dit vertaald in het koersdocument? Zouden we hiervoor niet zowel het gebied van Pauwels als de Oostflank moeten bekijken? Is de cultuurhistorie van het gebied nader beschouwd? Ten behoeve van het Masterplan Pauwels is een cultuurhistorische atlas opgesteld. Hierin is het gebied wat nu tot de Oostflank behoort niet meegenomen. Heeft deze cultuurhistorische analyse voor dit gebied nu wel plaatsgevonden? In landschapspark Pauwels hopen we een startgebied te worden voor het project groene dooradering dat in Van Gogh Nationaal Park van start gaat. Het lijkt kansrijk om ook de opgaven en ambities op het gebied van groene dooradering voor de Oostflank hierin mee te nemen.
Hoe zien jullie dit? Ik hoop dat deze opmerkingen jullie helpen om de koers wellicht op enkele punten nog iets scherper weg te zetten en ik hoop dat we elkaar in de uitvoering (beter) gaan vinden. Als mijn opmerkingen leiden tot vragen vanuit jullie, bel me dan gerust om er een keer over door te praten!
9
Reactie Hartelijk dank voor uw reactie op het concept koersdocument Oostflank en input vanuit de afstemming met landschapspark Pauwels. Allereerst willen wij reageren met betrekking tot uw vraag over het tot uitvoering brengen van de koers: Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. Zoals we ook in het koersdocument schrijven: Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. Een eerste aanzet over hoe we het vervolgproces voor ons zien nemen we op in het laatste hoofdstuk van de nieuwe versie van het koersdocument. We werken dit graag nader gezamenlijk uit. Met het besluit over het koersdocument Oostflank komen niet direct middelen beschikbaar. Dit zal in de uitwerking van de plannen en de verschillende (deel)gebiedsprocessen nader tot uitwerking moeten komen. Zie tevens het laatste hoofdstuk van het aangepaste koersdocument. Onze reactie op uw inhoudelijke opmerkingen op het koersdocument: De verbinding met landschapspark Pauwels: In de inleiding wordt verwezen naar het Masterplan Pauwels.
Daarnaast hebben we op de integrale visiekaart nu ook rondje Pauwels opgenomen om een duidelijke verbinding te leggen. Uiteraard zijn er nog veel meer opgaven vanuit Pauwels en Oostflank die met elkaar samenhangen. In de uitwerking van de plannen zal die afstemming verder plaatsvinden. De vraag of cultuurhistorie in het gebied nader is beschouwd: Het aspect cultuurhistorie is opgenomen in het hoofdstuk Cultuurhistorie van het koersdocument. Voor wat betreft de gemeente Tilburg willen we tevens verwijzen naar de Routekaart Ruimtelijk Erfgoed en de gebiedsbiografien die op basis hiervan worden gemaakt. Zaken die we in de vervolgprocessen en projecten in gezamenlijkheid graag verder oppakken: Perspectief voor de melkveehouders (o.a. in Pauwels) Specifieke voorzieningen nabij station Udenhout ten behoeve van de recreatieve bereikbaarheid Uitwerking aanpak recreatieve infrastructuur i.r.t. Pauwels Afstemming omtrent het project groene dooradering vanuit het Van Gogh Nationaal Park. We kijken uit naar een vruchtbare samenwerking in het vervolgproces en uitvoering van het koersdocument.
10
5. Stichting duurzaamheidsvallei De gemeenten Tilburg en Oisterwijk hebben gezamenlijk een concept Koersdocument over de ontwikkeling van de Oostflank opgesteld. Vanuit stichting de Duurzaamheidsvallei geven wij via dit schrijven onze reactie op het Koersdocument in de hoop dat onze opmerkingen en aanbevelingen worden overgenomen in de definitieve versie. In de eerste plaats willen we onze waardering uitspreken voor de integrale invulling van het Koersdocument. Vanuit verschillende behoeften (wonen, werken, natuur, landbouw etc.) ligt er een grote uitdaging om op een evenwichtige wijze invulling aan de schaarse ruimte te geven. Het streven naar een evenwichtige invulling is in het concept herkenbaar. Ook het organiseren van betrokkenheid bij een grote diversiteit van stakeholders bij de totstandkoming van het Koersdocument verdient respect. Wij voelen ons een serieuze partner en zijn dan ook graag bereid onze input te leveren voor verdere aanscherping van het Koersdocument, maar ook betrokken te blijven van de verdere uitvoering. Tot zover de complimenten. Als Duurzaamheidsvallei hebben we natuurlijk een bepaalde kijk op de benutting van de schaarse ruimte in de Oostflank. In het vervolg van deze notitie benadrukken wij onze standpunten.
Betekenis van het Koersdocument In onze ogen geeft het Koersdocument richting en houvast bij het maken van toekomstige keuzes over de benutting van schaarse ruimte. Keuzes hebben betrekking op de verdeling van ruimten, maar ook de invulling daarvan. Wij hechten er belang aan dat het Koersdocument ‘harde’ uitgangspunten bevat voor het maken van toekomstige keuzes, waar dan ook niet aan getornd kan/mag worden. Voor de Duurzaamheidsvallei zijn de volgende ‘harde’ uitgangspunten van belang: - het beschermen van de beekdalen leidend tot duidelijke beperkingen van wat wel en niet mag in de beekdalen; - het realiseren van landschapsecologische zones tussen de kernen en tussen de belangrijke natuurgebieden, zodat er ruimte is voor migratie van flora en fauna; - het maximaal inzetten op ‘indikking’ van nieuwbouwwoningen in de bestaande woonkernen en in zeer beperkte mate kiezen voor uitbreiding van woonlocaties, en dan nog aansluitend op de bestaande kernen. Wij hopen dat bij de definitieve invulling van het Koersdocument deze uitgangspunten als ‘hard’ worden bestempeld, zodat deze leidend worden bij het maken van keuzes over de aanwending en inrichting van ruimten. Het belang van deze ‘harde’ uitgangspunten hebben we in het vervolg van de notitie toegelicht, ook vanuit de ‘bedoeling’.
Bescherming van de Beekdalen Het werkgebied van de Duurzaamheidsvallei loopt van Tilburg (Moerenburg) via Heukelom tot aan Oisterwijk, met als kern het stroomgebied van de Voorste Stroom. Bescherming van de Beekdalen betekent voor ons het volgende: - het ruimtegebruik van de beekdalen is voorbehouden aan (een diversiteit van) natuur, ‘slow’ toerisme en landschapsinclusieve of natuurinclusieve landbouw en dus géén andere bestemmingen: - zoals al aangegeven in het Koersdocumenten vervullen de beekdalen een belangrijke rol bij het vasthouden van water en ‘vernatten’ van de bodem, ook voor het beheersen van de verwachte toekomstige wateroverlast als gevolg van de klimaatverandering, hetgeen eisen stelt aan de beschikbare ruimte (afstand houden) en inrichting van de beekdalen om deze functies naar behoren in te vullen; - zorg voor een beheersing van het waterpeil ofwel zorg ervoor dat de grondwaterstand niet wordt verlaagd door bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden (nieuwbouw, verbindingen) of andere activiteiten. Het realiseren van landschapsecologische zones Tussen Gilze Rijen en Tilburg is ooit een begin gemaakt met de aanleg van de Groene Mal, een soort van ‘stepping stones’ om planten en dieren de kans te geven zich te handhaven en verstevigen door het bieden van migratie-paden.
De Groene Mal is slechts doorgetrokken tot aan de gemeentegrens van Oisterwijk in de omgeving van de Oisterwijksebaan in het buitengebied. De Groene Mal kan nu mooi worden doorgetrokken tot aan de Leemkuilen en daarmee de landschapsecologische verbindingszone vormen tussen Berkel-Enschot, Oisterwijk en Udenhout. Van belang is dat dan de inrichting van de verbindingszone zodanig wordt vormgegeven dat migratie van flora en fauna wordt gestimuleerd en gerealiseerd. Bijvoorbeeld door het versterken, aanleggen/inrichten van diverse vormen van natuurelementen (houtwallen, lanen en andere landschapselementen), zoals ook in het Koersdocument worden benoemd. 11
Ruimte voor wonen Wij hebben uiteraard begrip voor het belang van voldoende woningen, maar ongecontroleerde woningbouw heeft in de afgelopen jaren wel afbreuk gedaan aan de functie van de Beekdalen en ruimte voor natuur, inclusief biodiversiteit in flora en fauna. Wij maken ons dan ook sterk voor strikte handhaving van de ‘750 meter’ eis tussen de kernen. In deze zone mag niet worden gebouwd, ook niet in de vorm van Ruimte-voor Ruimte-kavels of een meer landschappelijke inrichting van nieuwe woningen. Heel concreet, de nieuwbouwplannen voor de uitbreiding van Heukelom doen afbreuk aan het vasthouden van de 750 meter. Zeker als je ook nog rekening houdt met het feit dat ca. 50 - 60 meter van die 750 meter al teniet wordt gedaan door de N65 (niet echt een ‘groene verbindingszone’). De bouw van woningen binnen de 750 meter doet zonder meer afbreuk aan het realiseren van landschapsecologische zones. Het plaatsen van nieuwbouwwoningen in dat gebied, ook al zijn de woningen omgeven door tuinen, belemmert de migratie van flora en fauna. Een hard uitgangspunt! In de afgelopen jaren zijn ook al diverse Ruimte voor Ruimte-woningen gerealiseerd in de Duurzaamheidsvallei. Ook deze ontwikkeling doet afbreuk aan het uitgangspunt de Beekdalen alleen nog te benutten voor natuur, ‘slow’ recreatie en landschapsinclusieve of natuurinclusieve landbouw.
Het scheppen van duidelijkheid waar in de toekomst wel en niet ruimte is voor het bouwen van woningen biedt ook duidelijkheid voor projectontwikkelaars. Nu al is bekend dat projectontwikkelaars grondeigenaren geld bieden in ruil voor het recht op koop. Ook al liggen deze gronden midden in de Beekdalen en in het buitengebied waar in het Koersdocument geen ruimte is voor nieuwbouw. De stap naar uitvoering Het koersdocument moet leiden tot heldere uitgangspunten en doelstellingen. Vanuit onze visie dringen we aan om op een aantal aspecten nog ‘hardere’ uitgangspunten te definiëren. Die geven duidelijkheid en helpen bij het maken van keuzes, vooral ook in de uitvoering en realisatie. Stichting Duurzaamheidsvallei heeft in de afgelopen 10 jaar bewezen een betrouwbare partner te zijn bij het realiseren van diverse duurzaamheidsprojecten. Of het nu gaat om de aanleg van zonnepanelen op daken bij boeren, het aanleggen en beheren van wandelpaden, maar vooral ook het ontwikkelen en beheren van nieuwe natuur. De realisatie van de Benedictus is daarvan een heel mooi voorbeeld. Vanuit een in overleg met betrokkenen uitgewerkte visie op de inrichting van de Benedictus ontwikkelen we de komende jaren in een aantal fasen ca. 80 ha natuur.
De Duurzaamheidsvallei voert daarbij de regie voert en verzorgt voor een belangrijk deel de uitvoering; met een grote groep vrijwilligers daadwerkelijk aanplanten van natuur. Wij zijn bereid om ook bij de uitvoering van het Koersdocument een dergelijke rol te vervullen. Als betrouwbare partner verwachten we daarbij tijdig te worden ingeschakeld, zodat we aan de voorkant onze inbreng kunnen leveren, ook vanuit de bedoeling en verwijzend naar de uitgangspunten en voorwaarden in het Koersdocument. Door onze contacten met andere partijen, zijn we ook in staat anderen te mobiliseren, zodat er draagvlak en acceptatie gaat ontstaan voor plannen en ontwikkelingen. Financiering Een laatste aandachtspunt vormt de financiering. In het Koersdocument is daar geen aandacht aan besteed. Wellicht terecht: eerst denken in kansen en dan pas in beperkingen. Maar toch. Het realiseren van de doelen vergt de nodige financiële middelen en investeringen. Landbouwers zullen gecompenseerd moeten worden voor hun overgang naar landschapsinclusieve of natuurinclusieve landbouw. De aanleg en het beheer van natuur zal ook de nodige investering vragen, met name voor de verwerving van gronden. We gaan er zonder meer vanuit de gemeenten bewust zijn van een onderbouwde financiering. Maar ook hier geldt dat de noodzaak van financiering niet leidt tot andere keuzes.
Woningbouw of ontwikkeling van bedrijfsterreinen leidt (indirect) wellicht tot meer opbrengsten/kostenneutrale realisatie, terwijl de ontwikkeling van natuur niet direct leidt tot financiële opbrengsten. Maar natuur leidt wel tot verbetering van leefbaarheid en duurzaamheid. En ook dat mag geld kosten! Reactie Hartelijk dank voor uw reactie op het concept koersdocument Oostflank. U heeft vragen en opmerkingen geplaatst bij een aantal thema’s waar wij graag op reageren. 12
Betekenis van het koersdocument U heeft enkele uitgangspunten benoemd die voor u van belang zijn en wenst dat deze uitgangspunten als “hard” worden bestempeld om leidend te laten zijn bij het maken van keuzes over de aanwending en inrichting van de ruimten. Wij delen uw mening in deze. Wij zijn van mening dat de genoemde uitgangspunten op een juiste manier als leidende principes zijn verwoord in het koersdocument. Deze uitgangspunten zijn leidend geweest bij het maken van keuzes over de aanwending en inrichting van de ruimten, maar zullen ook in de toekomst leidend zijn bij nog te maken keuzes. Bescherming van de beekdalen U geeft aan wat u verstaat onder de bescherming van Beekdalen. Wat wij verstaan onder het beschermen van de beekdalen is opgenomen in het hoofdstuk over het thema Water, met name onder “De Koers” en is verder verduidelijkt in de definitieve versie van het koersdocument. Het realiseren van landschapsecologische zones U geeft aan dat de Groene Mal nu mooi doorgetrokken kan worden tot aan de Leemkuilen en daarmee de landschapsecologische verbindingszone kan worden tussen Berkel-Enschot, Oisterwijk en Udenhout. U geeft aan dat het van belang is dat dan de inrichting van de verbindingszone zodanig wordt vormgegeven dat migratie van flora en fauna wordt gestimuleerd en gerealiseerd.
Bijvoorbeeld door het versterken, aanleggen/inrichten van diverse vormen van natuurelementen (houtwallen, lanen en andere landschapselementen), zoals ook in het Koersdocument worden benoemd. Dit type inrichting is inderdaad wat we voor ogen hebben met de landschapsecologische verbindingszone tussen Berkel-Enschot, Oisterwijk en Udenhout. Bij de nadere uitwerking van dit deelgebied willen we jullie graag betrekken om hierover mee te denken (zie het schema in het laatste hoofdstuk van het koersdocument). Ruimte voor wonen U geeft aan dat u zich sterk maakt voor een strikte handhaving van de 750 meter eis tussen de kernen en u vraagt specifieke aandacht voor de nieuwbouwplannen voor de uitbreiding van Heukelom en de Beekdalen. Tussen de dorpen blijft altijd een afstand van minimaal 750 meter onbebouwd, ofwel drie minuten fietsen van dorp naar dorp door het buitengebied. Op veel plekken is en blijft de afstand dus nog groter. De ontwikkellocaties zijn zodanig gekozen dat er minimaal 750 meter ruimte blijft tussen de dorpen. In het koersdocument is tevens opgenomen dat Beekdalen zoveel mogelijk vrij blijven van stedelijke ontwikkeling, en uiteraard dat water en bodem sturend zijn bij de ontwikkelingen. Binnen de zoeklocatie voor WVG Pannenschuur zijn voor 30 Ruimte voor Ruimte (RvR) titels opgenomen. Een klein deel hiervan ligt binnen de 750 meter.
Echter de uitgeefbare clusters mogen gezamenlijk maximaal 10% van de oppervlakte van het gebied beslaan. Het bebouwingspercentage is maximaal 25%. De rest van het landschap wordt vrij gehouden en inricht met landschapselementen. Het zijn kleine clusters met een landschappelijke afronding. Dit is aangepast in de kaart van Pannenschuur VI in het aangepaste koersdocument. We moeten kritisch kijken naar de invulling van de RvR titels. Maar ook RvR kijkt naar de actuele vraag naar woningen. Daarbij gaat het ook om kleinere woningen voor bijvoorbeeld jongeren of senioren, en niet alleen meer ruimte kavels met soortelijke bebouwing. De stap naar uitvoering en financiering Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. Zoals we ook in het koersdocument schrijven: Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met alle partijen in het gebied verder uit te werken en op te pakken. Een eerste aanzet over hoe we het vervolgproces voor ons zien is opgenomen in het laatste hoofdstuk van de nieuwe versie van het koersdocument.
Wij zijn erg blij met uw rol in de afgelopen jaren bij het realiseren van diverse duurzaamheidsprojecten en willen jullie ook graag verder betrekken bij de uitwerking en uitvoering van het koersdocument. We kijken uit naar een vruchtbare samenwerking.
13
6. Biodiversiteitsteam Oisterwijk Aan het college van B&W van Oisterwijk, én aan de projectleider van het Koersdocument Oostflank C.c. Brabantse Milieufederatie C.c. Griffie gemeente Oisterwijk Dit is onze reactie op het concept Koersdocument Oostflank (versie 22 september 2023). Onze primaire invalshoek is onze zorg over de biodiversiteitscrisis; wij beperken ons in deze tot de gemeente Oisterwijk. Wij vinden dat het concept Koersdocument goede ambities bevat voor natuur en landschap. Tegelijk hebben wij ook zorgen over het Koersdocument bezien vanuit de biodiversiteitscrisis. Zorgen die om aanpassingen van het koersdocument vragen en waarvoor wij constructieve suggesties aanreiken. Daarover gaat ons advies. Samenvattend adviseren wij u: 1) Wees expliciet dat behoud en herstel van biodiversiteit een eigenstandig uitgangspunt en doel is. Leg in de lagenbenadering uw focus niet op natuur- en landschapsbeleving, maar op de bijdrage die landschap moet leveren aan biodiversiteitsherstel. Geef aan dat er voor biodiversiteitsherstel niet alleen een kwantitatieve groene ambitie maar ook een kwalitatieve ambitie nodig is. En vertaal dit o.a. door niet alleen nadruk te leggen op beleving en zichtbaarheid van het landschap maar ook op haar functie voor biodiversiteitsherstel. Neem op dat landschapsmaatregelen áltijd ten dienste staan van biodiversiteit.
Stel uw kwantitatieve groene ambities niet alleen in termen van bos en singels en lanen, maar ook in struweel, poelen, plasdrasplekken, hoogteverschillen, e.d. Stel de landbouwtransitie in het teken van biodiversiteitsherstel. En beschrijf dat u bij het stimuleren van duurzame landbouw expliciet uitgaat van Basiskwaliteit Natuur. Zorg voor met elkaar verbonden groene dooradering, en ga uit van landschap-ecologische verbindingszones. 2) Bied garanties dat uw groene ambitie daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Neem - vanwege uw afhankelijkheid van de mogelijkheden die de Provincie u moet bieden - een (intentie)verklaring van de Provincie op waarin zij bevestigt dat zij zal bijdragen aan het haalbaar maken van de groene ambities door voldoende middelen en instrumenten, menskracht en grond beschikbaar te stellen. Neem koppelingen op tussen uw rode ambities en groene ambities, zoals: door rode ambities afhankelijk te stellen van het realiseren van groene ambities, door groene normen op te nemen bij bouwplannen die bepalend zijn voor vergunningverlening en door aan te geven hoe u de groene ambities integraal RO-technische gaat vertalen. Zorg dat u tijdig over voldoende grond beschikt om de groene ambities te realiseren. 3) Zorg dat u koersvast bent bij uitwerking van uw groene ambities. Vermijd dat uw landschappelijk jargon bij uitwerking voor meerdere uitleggen vatbaar is.
Voorkom misverstanden bij uitwerking door duidelijk aan te geven wat u voor ogen staat bij gehanteerde landschappelijke termen – variërend van ‘landschappelijk afronden van bedrijventerreinen’ tot ‘een interactie/verbinding aangaan met het omliggende landschap’. Maak duidelijk dat behoud en herstel van biodiversiteit altijd uitgangspunt en beginsel is bij uitwerking van de gehanteerde landschappelijke termen. 4) Houd (in de plannen rond Oisterwijk/Heukelom) de 750 m echt onbebouwd en projecteer daar dus geen RvRtitels. Voorkom versnippering door nieuwe wegenaanleg. 5) Heroverweeg (in de plannen rond Moergestel) de locatie van uitbreiding én ontwikkeling van Sonman II. Voorkom dat een eventuele nieuwe aansluiting op de A58 en een eventuele rondweg negatieve effecten geeft op omliggende natuurgebieden. 6) Houd (in de plannen rond Haaren) bij het bepalen van de begrenzing (breedte) van het beekdal van de Ruysbossche Loop rekening met voorwaarden die het functioneren als ecologische verbindingszone van dit beekdal stelt. Na deze samenvatting volgt hieronder ons advies. 14
Ons advies bestaat uit de volgende zes punten: 1) Wees expliciet dat behoud en herstel van biodiversiteit een eigenstandig uitgangspunt en doel is. 2) Bied garanties dat de groene onderdelen van het Koersdocument daadwerkelijk worden gerealiseerd. 3) Verduidelijk landschappelijke termen. 4) Verduidelijk en stel de koers voor Oisterwijk/Heukelom op onderdelen bij. 5) Verduidelijk en stel de koers voor Haaren op onderdelen bij. 6) Verduidelijk en stel de Koers voor Moergestel op onderdelen bij. Ad 1. Wees expliciet dat behoud en herstel van biodiversiteit een eigenstandig uitgangspunt en doel is. U beschrijft dat de opgaven van het Koersdocument voortvloeien uit de (Verstedelijkingsstrategie van de) SRBT Stedelijke Regio Breda-Tilburg, maar dat er ook urgenties spelen in het water- en ecosysteem. En dat er met het koersdocument een kans is om alle opgaven op elkaar af te stemmen. Behoud en herstel van biodiversiteit is in het Koersdocument – tot onze verbazing - geen (eigenstandig) uitgangspunt en doel. Daarmee gaat u voorbij aan de biodiversiteitscrisis. In uw uitvoeringsparagraaf (05) vertaalt u ten onrechte de urgente opgave ‘transitie landelijk gebied’ alleen in een toekomstbestendige landbouw.
Waarom noemt u niet het herstel van de biodiversiteit die afgelopen decennia mede door de landbouw is verdwenen? Het is tekenend dat het woord ‘biodiversiteit’ in het 100 pagina dikke Koersdocument slechts 5 keer is genoemd, en pas voor het eerst op pagina 36. De biodiversiteitscrisis vraagt om volwaardige aandacht: wij vinden dat u niet duidelijk analyseert waaruit het probleem van de biodiversiteitscrisis bestaat, geen uitgangspunten kiest die herstel biodiversiteit ondersteunen en daardoor geen doelen stelt die recht doen aan de crisis waarin we verkeren. Ja, u kiest als uitgangspunt voor de lagenbenadering en ja, u kiest voor een natuur- en landschapsontwikkeling met een kwantitatieve ambitie. Maar de oplossingen voor de biodiversiteitscrisis zitten niet alleen in ruimtelijke keuzes, maar ook in termen van (voorwaarden aan) kwaliteit. Uw focus op natuur- en landschapsbeleving in de lagenbenadering, ontneemt het zicht op de bijdrage die landschapselementen moeten en kunnen leveren aan herstel van biodiversiteit. ‘Natuur- en landschapsontwikkeling met een kwantitatieve ambitie’ is een middel en geen doel of uitgangspunt. Behoud en herstel van de biodiversiteit moet uitgangspunt voor de Visie zijn. Wij adviseren u: o Wees expliciet over de eigenstandige plaats van biodiversiteit in het koersdocument.