Bijlage 5 Eindrapport ruimtelijke toets Sweco
Tekst van het document
30
1010
3
19
klk
6
46
6A
-27C
36-3
27A
7
18
14
1004
13
1011 4
10 1003
21
65
1012
44
2
34
2A 1002
8
1013 11
5
8
16
6 14
63
1001
2B
7
25-2
21
28 1014
32
6A 9
4 24-26
18
klk
16
26
3
7A
61
2
30
23
20
22
16
klk
20
23
9
7
18
28
18
4
16 ri
20
ri
ri
59
18
26A
ri
1 14
ri
5
2C
22
12 7
24
26
20
20
10
-12
10A
2
5 24
8
3
11
21 6
22 1
klk
42
1 57
4
22 klk
22
24
10C
10-
3 5
2
40
22 19
55
2
26 15F
5 4
13
80
28 7
11
11-13
53
1-10 15
13-13/1
2
15E
3
4
21
17-17H
9
6
10
19
8
12
9
30
6
8
51
15D
9 8
17
14 16
11
15C
1
1
18 15
20
1
25
7
3
15B
9A 3
3
1-7B
21A
10
5 2
4
6A
7 27
4 5
25 12
13
6 2-6
14
27
24 8
3
15
49 23A
24
5 10
6
9
15A
16
31
11
47
1
12
7
13
6
17
1
ABRI
22
29
1A
19
18
33
H
9
5
5
11
4 20
2
29
14
45
7
20
2
16
12
8
21
14
18
22
35
43
20
23
16
10
25
20
2
eilig enb
21
3
8 31
18
2A 27
2
22
7
29
4
1
3A
23
8
6
4
31
37 4
12
18
33
41
38
24 35
7
10
6
14 10
1 5-5A
6
25
16
24
36
26
39
9 3
19
16
34 42
37
26
26
18
5
32
28
9
40
2
15
27
20
17 8-10
28
14
28-28 /BIJ
4
30
22 13
7
38
15 13
12
3
11
24
13 11
11
oom
32 14
26
34 30
3A
36 1
10
12
35
13 28A
22
28
20A
11
8
1/1
36
33
20
22A 24
34A
38
9
28
24A
1 26
9
30
1-5
12A 9
26A
31
4
8-8A
16
7 32
7
29
34
15 6
34 37
2
5 18A
4-6
14
32-7
8
36
7
27
32B
16
1
3
17
35
5
25
18
38
16-16A 8
9
33
30
5 28
33
16
32A
28
18 3 2 1-1A
26
3-3A
11 2-38
14
23
17
20 13
70
32
21
31
12
19
10
15
68
15
30
10
22
29
5
20
13 24
5
12 19
66 1 14-5
28
11
11
0
21
17
22
22
46
27
64
26
3
25 8
20
6
9
2
1
62
4 19-25
24
2 8A
14
15
3
7
22 23
60
44
13 5 30
42
20 25
16
18
58
2
14
12
1 3 18
15
2A
11
56 1
10
4
9
40
3-3A
30A
31
16 54 4
38
8
13-2
14
5
27
35
6
29
7
5-27
1
32
16
12
27
52
6
8
5
36 5 3
10 2-12
34
50
4
1-11
3
25
23
5
12
7-7A
3
23
14 48
2
1C
7
37
21
20
20 34
22
9
32 1
6-6B
9
30
5 19 11
11
8-8G
8
2 17
7
6
17
22
24
28
46
39
26 36 9
19
3 4
10 26
41
24
2
24
10A
22
26A
19A
2
11 20 2
12
21
18
26 19
44
19B
4 5
2
12A
4 38
15-17
1
43
19C
14
6
A
21
21A
19-21
1A
19A-
14A
7
23
15
30
45
6
2A
15A-17
17
SPT
1B
34 32
23-2
36
30
3A
SPT 6
38
28
42 1B
16
1A
22
25 25
8
1
25A
8
27
20
11 4
10
40
27
47
18
29
27A
16
1C
4 27B 4A
12
18 3
27C
12
6
14
27D
14
14
5 12
27E 8
20
49
1 16
3
10
8
2
26
11A
8
5
42
7
10 5
11B
13
10
4
6
22
9
7
11C
6
4
11
24
1
11D
2 9 24
22
8
11E
9
15
1
11
14 7
10
20
11F
3
18 15C
13
7
16
5
2-40
12 5 26
17
16
7
14
15
14
9 2
3
19
42
28
11
12 18
44
4
10
15
16
1A-
1B
13 17
8
51
30
12
17
46
15
6
19 21
1
32
14
23
25
48
4 20
27
18
48
29
2 3
49
31 3
17
29
33
46
5 16
20
21
35A
19
50
6
19
44
34
7
18
35
29A
9
52
47
8
17
42
31
36
15
11
3A
39
10
21
37
40
21A 13
23
12
11 38 45
9
22 41
31A 5
43
25
7
12A
43A 5 14
27
45 1A
klk
3
38
2
1
43 36
29
4 1
34 klk
31
3
49 32
16
6
10
21
20 33
8
10
30
33
5
12
28
39
2
41
18
26
37 26
1001 20
7
49B
4
20A
35 24
54
40
22
33
22
35
6 7
56
20
24
37
58
31 18
8
22
26
29
60
16
26A
40B 35
14
12
7A 10
62
27 3
25
40A
25
64
12 23 51
66
23
51A
9
1
68
35A
21
26
70
5
Oirs
19
21 20
37
42
17
18 37A
chot s
2
16
30
9
37B
15 14
28
11
13
12
eweg
10 32
37C
7
8
1 28A
44
6 11A
4
4
SPT
11
2 2
SPT 21
23
SPT
30
53
44A
3 3
34
13
25
37D
39
27
13
4
6
6
SPT 11
SPT
44B
29
5
9
31
41
7 46
33 8
15
5
35
36A
24
22
3
43
1 46A
36
26 10
2
36C
20
28 36B
46B 55
45
30 9
38
18
12
34
47
16
11
31
37
29 49A
ol
en r
30
39
27
5/1-5/3 25
oton
16
de
22
Sc ho
real iser
5A
26
51
4 24 40
23 57
21 22
24
5
16
19
19
22
17
17
22A
50C
14
42
20A
53
0D
28
32
35
12 50-5
50B
33
49
46D
48
40
st ra
14
at
46C
20
18 18
15
5/4
15 14
50A 13
13
22B
20
16 11 30
14
11
9
28
12
12
9
26 ri
20
24
klk
10 18
24
22
10
7
20 26
18
8
5 16
klk
7 6
16
14 klk
8
5
4
klk
klk
2 12 klk
klk
ri
3
10 klk
ri
klk
6
klk
52
2
klk
1
39
8
klk
4
14 klk
4
6 klk
12
klk
40
10
6
37
1 38 23
8
klk
8
2
6
21
klk
ri
19
4
3
35
17 36
klk
2 ri
klk
15
ri
34 3 ri
13 5
11
33
9
7
1
4
5
32
31 3 30 6
1 28
26
7
2
29 65 24
25 22
67 20
1A
2
18
27
23
4
8
16 9
1 14
12
6
10
8
3
21
69
17
5
19
15
7
11
69A
9
13
71
11
16
71A
aan bes sluiten taan de r op oton de
10
Hil d
2A
4
12
rea ove liseren r de n Reu ieuwe b sel rug 14
18
16A 20
19
20A
17
22
Rijweg Minimale obstakelvrije zone, 1.50m Gewenste obstakelvrije zone, 2.50m 0
25
50
75
100m
Schaal 1:2500 Maten in meters, tenzij anders aangegeven Materialen in millimeters Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P.
IN BEWERKING
Opdrachtgever
G I P O
Gemeente Moergestel Project
Onderzoek Randweg Moergestel Onderdeel
Overzicht Luchtfoto Schetsontwerp Tracé Projectnummer
Tekeningnummer
51020826
01
Blad
Van
Schaal
01
03
1:2500
O V
www.sweco.nl
P:\5525\51020826_Onderzoek_randweg_Moergestel\300 Werkdocumenten\Afd_Techniek\W500-Ontwerp\51020826-Randweg
73
L R O
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
Versie
Datum van uitgave
Ontwerpfase
01
-
-
Formaat
Kantoor
A0-S (ISO)
-
Contractnummer
.
Get.
Gez.
Acc.
.
.
Bijlage 4
Omgevingswet
Omgevingswet: Natura 2000-gebieden Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Voor habitattypen en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau bevinden (kwalitatief en kwantitatief) kunnen behoudsdoelstellingen bestaan. Voor habitattypen en leefgebieden van soorten die nog niet het gewenste niveau hebben bereikt, kunnen uitbreidings- en/of verbeterdoelstellingen bestaan. In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden (art. 11.6 Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel als mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.6, lid 1 Bal). Er moet worden nagegaan of nadelige gevolgen (verslechterende of significant verstorende gevolgen) op instandhoudingsdoelstellen op grond van objectieve gegevens op voorhand uitgesloten kunnen worden (art. 11.6, lid 2 Bal).
Als nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn, dan verplicht de specifieke zorgplicht passende preventieve maatregelen te nemen (art. 11.6, lid 2, onder d), of, als dit niet gaat, om passende herstelmaatregelen te treffen (art. 11.6, lid 2, onder f). Daarnaast dient de effectiviteit van de maatregelen gemonitord te worden. De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000-activiteiten, maar ook voor activiteiten die conform een Natura 2000-beheerplan worden uitgevoerd. Vergunningplicht projecten Een activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt aangeduid met een ‘Natura 2000-activiteit'. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een ‘Natura 2000-activiteit' en andere activiteiten. Een Natura 2000-activiteit is vergunningplichtig (art. 5.1, lid 1 Ow), tenzij er sprake is van een ‘vergunningsvrij geval’ (art. 11.16 t/m 11.21 Bal). Activiteiten die nodig zijn voor het beheer van Natura 2000-gebieden (om de doelstellingen te kunnen halen) of geen significante gevolgen hebben, vallen niet onder de regels voor een Natura 2000activiteit. Er dient getoetst te worden of een activiteit (al dan niet significante) negatieve gevolgen kan hebben.
Wanneer na een eerste verkennende effectbeoordeling effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten kunnen de volgende vervolgstappen aan de orde zijn: •
Een voortoets geeft een aanwijzing over de mogelijke negatieve effecten van een project op Natura 2000-gebieden. Uit de voortoets volgt ook welke vervolgstappen nodig zijn. Soms blijkt uit de voortoets dat er zeker geen significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden zijn. Er zijn dan geen vervolgstappen nodig. Indien er sprake is van een Natura 2000-activiteit die niet vergunningsvrij is en/ of significante effecten niet kunnen worden uitgesloten, volgt een Passende Beoordeling.
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
•
Passende beoordeling: beoordeling of significante gevolgen van het plan of project zijn uit te sluiten rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. De regels waar een Passende Beoordeling aan moet voldoen staan in art. 16.53c Ow en art. 8.74b Bkl. Als significante gevolgen ondanks mitigatie niet uit te sluiten zijn, volgt een ADC-toets.
•
ADC-toets: Aangetoond dient te worden dat er geen Alternatieven zijn met minder grote effecten, er sprake is van een Dwingende reden van groot openbaar belang en in afdoende Compensatie is voorzien (art. 8.74b, lid 2 en 3 Bkl).
Mogelijke nadelige gevolgen als gevolg van de depositie van stikstof dienen bij Natura 2000-activiteiten getoetst te worden door middel van de Aerius Calculator (art. 4.15 Or). Als uit de voortoets blijkt dat het niet gaat om een ‘Natura 2000-activiteit' of als het een vergunningsvrij geval betreft, is er mogelijk nog wel sprake van een ‘activiteit die nadelige (maar zeker geen significante) gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied’. Ondanks dat er geen vergunningplicht geldt, blijft de specifieke zorgplicht van toepassing. Vastlegging van toetsing aan de specifieke zorgplicht wordt sterk aangeraden. Mogelijkheid tot vaststelling plannen De term ‘Natura 2000-activiteit' geldt alléén voor projecten. Een plan mag worden vastgesteld als uit een Passende Beoordeling, bedoeld in art. 16.53c, eerste lid Ow, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet zal aantasten (art. 10.24 Bkl). Is er ondanks mitigatie nog steeds sprake van een significant gevolg, dan kan het plan alleen worden vastgesteld als de zogenaamde ADC-toets met succes is doorlopen (art. 10.24, lid 2 en 3 Bkl). In het Bal zijn een aantal vergunningsvrije gevallen aangewezen waarvoor geen vergunningplicht geldt. Dit betreft onder meer: •
In een programma (bijv. Natura 2000-beheerplan) aangewezen Natura 2000activiteiten die voldoen aan art. 11.21 Bal, mits het programma voldoet aan de eisen zoals aangegeven in art. 11.18, lid 2 Bal.
•
In een omgevingsverordening aangewezen Natura 2000-activiteiten die voldoen aan art. 11.19 en art. 11.21 Bal.
•
In een ministeriele regeling aangewezen Natura 2000-activiteiten die voldoen aan art. 11.20 en 11.21 Bal.
Omgevingswet: soortenbescherming Bescherming van soorten wordt in de Omgevingswet geregeld in hoofdstuk 5. Alle activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild voorkomende dieren of planten zijn zogeheten flora- en fauna-activiteiten (bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet). Indien er sprake is van schadelijke handelingen, leidt dit tot een vergunningplichtig geval. De schadelijke handelingen komen voort uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en Internationale Verdragen en betreffen de volgende handelingen: •
Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal): •
Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in art. 1 Vrl.
•
Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels.
•
Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels.
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
•
•
•
Het opzettelijk storen van vogels.
•
Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.
•
Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Schadelijke handelingen Habitatrichtlijn (art. 11.46 Bal): •
Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levend dieren Hrl bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I (ex. Vogels art. I Vrl).
•
Het opzettelijk verstoren van dieren.
•
Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren.
•
Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren.
•
Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Hrl of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijk verspreidingsgebied.
•
Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Schadelijke handelingen andere soorten (art. 11.54 Bal): •
Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A.
•
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren.
•
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
•
Het verbod geldt niet voor bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
•
Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden, en dat exemplaren niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. In gebruik zijnde nesten van vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Van een aantal vogelsoorten geniet de vaste rust- en verblijfplaats een aanvullende jaarronde bescherming. Er is een indicatieve landelijke lijst opgesteld 4, maar provincies hebben de mogelijkheid deze aan te passen. Voor provincie NoordBrabant geldt de landelijke lijst. Onderzoeken naar het voorkomen van soorten uit de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn hebben een geldigheidsduur van drie jaar. Na deze termijn dient het onderzoek te worden geactualiseerd. Vogels met jaarrond beschermde nesten zijn ingedeeld in 5 categorieën, waarbij de nesten van soorten van categorie 1 t/m 4 in principe altijd jaarrond beschermd zijn, en nesten van soorten van categorie 5 enkel wanneer er een zwaarwegend ecologisch belang is om het nest wel jaarrond te beschermen. Zie Tekstbox 1 voor een toelichting 4
RVO, 2021. Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
per categorie. Ook voor soorten van categorieën 1 t/m 4 kunnen zich uitzonderingssituaties voordoen waarbij een nest geen jaarronde beschermd behoeft. Dit wordt beoordeeld door een ecoloog. Soorten van categorie 1 t/m 4 zijn de volgende: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Van een aantal andere soorten zijn de nesten enkel beschermd indien er onvoldoende alternatieven zijn. Tekstbox 1
Vogels met jaarrond beschermde nesten.
Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Ow jaarrond: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Op soorten van de volgende categorie gelden de verbodsbepalingen van de Ow niet jaarrond: 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.
Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd.
Voor Andere soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van deze soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verstoring van deze soorten is geen schadelijke handeling die leidt tot een vergunningplichtig geval. Ten aanzien van de Andere soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies, dan wel ministerie van LVVN) de vrijheid heeft om soorten binnen deze categorie onder voorwaarden vrij te stellen. Voor provincie Noord-Brabant zijn deze soorten genoemd in onderstaande tabel (tabel 1). Onderzoeken naar het voorkomen van Andere soorten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar. Na deze termijn dient het onderzoek te worden geactualiseerd. Tabel 1. Vrijgestelde soorten in provincie Noord-Brabant (Omgevingsverordening Noord-Brabant).
Zoogdieren
Amfibieën
Aardmuis
Ondergrondse woelmuis
Bruine kikker
Bosmuis
Ree
Gewone pad
Dwergmuis
Rosse woelmuis
Kleine watersalamander
Dwergspitsmuis
Tweekleurige bosspitsmuis
Meerkikker
Egel
Veldmuis
Middelste groene kikker
Gewone bosspitsmuis
Vos
Haas
Wild zwijn
Huisspitsmuis
Woelrat
Konijn
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
Een aantal uitzonderingen op de vergunningplicht en de vergunningsvrije gevallen zijn benoemd. Er geldt geen vergunningplicht wanneer: •
Schadelijke handelingen uitgevoerd worden ten behoeve van instandhoudings- en passende maatregelen in het kader van het bereiken van Natura-2000 doelstellingen (zie art. 11.37, lid 2 onder b, art. 11.46, lid 2 onder b en art. 11.54 lid 2 onder c Bal);
•
Flora- en fauna-activiteiten aangewezen zijn in een programma (bijvoorbeeld in een Natura 2000-beheerplan);
•
Flora- en fauna-activiteiten zijn aangewezen in een omgevingsverordening (bijvoorbeeld door de provincie vrijgestelde soorten en handelingen);
•
Flora- en fauna-activiteiten zijn aangewezen in een ministeriële regeling (bijvoorbeeld door de Minister van LVVN vrijgestelde soorten en handelingen);
•
Flora- en fauna-activiteiten aantoonbaar worden uitgevoerd conform een per ministeriële regeling aangewezen gedragscode.
Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld of voor voorgenomen schadelijke handelingen geldt een vergunningplicht. Een omgevingsvergunning kan enkel worden verleend als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (art. 8.74l Bkl): •
De activiteit nodig is vanwege bepaalde belangen.
•
Geen andere bevredigende oplossing mogelijk is.
•
De activiteit niet nadelig is voor de gunstige staat van instandhouding van populaties.
•
Verder geldt in geval van populatiebeheer een aanvullende beoordelingsregel.
Voor vogels gelden zwaardere belangen dan voor soorten van Habitatrichtlijn of verdragen, en voor andere soorten. Voor andere soorten wordt ook vergunning verleend voor activiteiten in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud en voor een zelf nader te specificeren ‘Algemeen belang’. Specifieke zorgplicht Voor alle flora- en fauna-activiteiten is een specifieke zorgplicht opgenomen (art. 11.27 Bal). Deze houdt in dat iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, nadelige gevolgen zo veel als mogelijk dient te voorkomen, beperken of ongedaan te maken (art. 11.27, 1e lid Bal). Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht dient eenieder onderzoek te doen naar het voorkomen van een aantal type soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn (art. 11.27, 2e lid Bal). Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: •
Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in art. 4, 2e lid Vrl.
•
Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II, IV en V Hrl.
•
Nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal).
•
Dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten.
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
Rode lijst soorten De rode lijsten hebben geen juridische status. Rode lijst-soorten vallen derhalve niet automatisch onder specifieke beschermingsregels. Voor rode lijst-soorten van nationaal belang, zoals vermeld in Bijlage IX van het Bal, gelden wel specifieke beschermingsregels. Soms kan het verrichten van activiteiten nadelig zijn voor een rode lijstsoort. De activiteit is dan een flora- en fauna-activiteit waarvoor de specifieke zorgplicht geldt.
Natuurnetwerk Nederland De juridische basis voor het NNN ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro); in de Ow is dit opgenomen in het Bkl art. 7.7. De verantwoordelijkheden voor het NNN veranderen niet: voor NNN op het land zijn provincies verantwoordelijk, voor NNN grote wateren is het Rijk verantwoordelijk. De bescherming van het NNN vindt plaats via het omgevingsplan. In een omgevingsverordening staan regels hierover met betrekking tot omgevingsplannen, omgevingsvergunningen voor een afwijkactiviteit en projectbesluiten van gedeputeerde staten of van een waterschap die het belang dienen van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk. In het Bkl staan instructieregels waar bestuursorganen aan moeten voldoen bij het vaststellen van onder andere de omgevingsverordeningen. In deze verordeningen worden NNN-gebieden aangewezen met hun wezenlijke kenmerken en waarden en beschermingsregime. Het Bkl schrijft verder voor dat de provinciale regels niet alleen zijn gericht op bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, maar ook op verbetering van die waarden. In het Bkl is geen afwegingskader voorgeschreven voor beoordeling van nieuwe activiteiten die schade kunnen toebrengen aan NNN-gebieden.
Kwaliteit en de oppervlakte van het NNN mogen in de betreffende provincie niet achteruitgaan en aan de samenhang tussen de gebieden (inclusief de samenhang met gebieden in aangrenzende provincies) mag geen afbreuk worden gedaan. Het is aan de provincie te bepalen welke regels passend zijn om aan deze resultaatsverplichting te voldoen. Mogelijk vertaalt zich dit in meer gedetailleerde voorschriften t.a.v. NNN in omgevingsverordeningen. Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Het NNB hangt samen met het Natuur Netwerk in de andere delen van Nederland (NNN) en met het Europese net van natuurgebieden (Natura 2000). Het NNB wordt beschermd krachtens art.
5.30, lid 1, onderdeel a en b van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, welke stelt dat een omgevingsplan van toepassing op het NNB a) strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en daarbij b) regels bevat gericht op de bescherming van deze ecologische waarden en kenmerken en ook rekening houdt met andere aanwezige waarden en kenmerken Bij de bepaling van de effecten van de voorgenomen ingreep op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB zijn drie onderdelen van belang, te weten; •
Er mag geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden plaatsvinden. Wezenlijke kenmerken en waarden zijn, onder andere:
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
•
Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem;
•
De aanwezigheid van bijzondere soorten;
•
Robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNB;
•
De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen.
•
Er mag geen significante vermindering van de oppervlakte van het NNN plaatsvinden.
•
De voorgenomen ontwikkeling mag niet leiden tot een significant verminderde samenhang van het NNN.
Mocht uit de effectenanalyse blijken dat de voorgenomen ontwikkeling blijvende negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB teweegbrengt, zal bepaald moeten worden of de ontwikkeling alsnog plaats kan vinden krachtens art. 5.32 van de Omgevingsverordening. Deze laat middels afwijkende regels ontwikkelingen in het NNB alsnog toe, als is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor: •
Nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant, overeenkomstig art. 5.33.
•
Het ‘Nee, tenzij’-principe, overeenkomstig art. 5.34.
•
De saldo-benadering, overeenkomstig art. 5.35.
•
Een kleinschalige uitbreiding met beperkte gevolgen, overeenkomstig art. 5.36.
Ecologische verbindingszones De ecologische verbindingszones (EVZ’s) vormen een essentiële bouwsteen van het Natuurnetwerk Brabant. Deze gaan versnippering van de Brabantse natuur tegen, doordat zij natuurgebieden verbinden waarbij zij ervoor zorgen dat flora en fauna niet geïsoleerd raken en tevens functioneren als trekroutes en/of als (tijdelijk) leef- en voortplantingsgebied. Een omgevingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone strekt tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van ten minste 50 m in ‘Stedelijk Gebied’ en in ‘Landelijk gebied waar een stedelijke ontwikkeling is voorzien’ en ten minste 25 m in alle overige gebieden (art. 5.40 van de Omgevingsverordening). Daarnaast stelt deze regels om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Zo kan de oprichting van bebouwing en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten worden beperkt. Art. 5.30 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de bescherming van een gerealiseerde ecologische verbindingszone. Groenblauwe waarden Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied; de Groenblauwe waarden.
De groenblauwe waarden zijn gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Binnen de groenblauwe waarden is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. Nieuwe ontwikkelingen binnen de groenblauwe waarden zijn mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. De versterking van de binnen de groenblauwe waarden aanwezige leefgebieden voor plant- en diersoorten vraagt daarbij specifieke aandacht.
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
De Groenblauwe waarden worden beschermd krachtens art. 5.46 van de Omgevingsverordening, welke stelt dat een omgevingsplan van toepassing op de Groenblauwe waarden a) strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken, b, c) beschrijving en regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied stelt en d) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Attentiezone waterhuishouding Een omgevingsplan ter plaatse van Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Hierin worden in art. 5.41 lid 2 regels gesteld over het verzetten van grond, aanleg van drainage, verlagen van de grondwaterstand en het aanbrengen van verharde oppervlakten. Behoud en herstel van watersystemen Een omgevingsplan ter plaatse van Behoud en herstel van watersystemen strekt mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Hierin worden in art.
5.42 lid 2 regels gesteld die het oprichten van bebouwing, het aanbrengen van verharde oppervlakten en het ophogen van gronden beperken.
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
Bijlage 5
Instandhoudingsdoelstellingen
Hieronder volgt een overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 7.2: Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen voor het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H2310 H2330 H3110 H3130 H3160 H4010A H4030 H6410 H7110B H7150 H7210 H9120 H9190 H91D0 H91E0C
Stuifzandheiden met struikhei Zandverstuivingen Zeer zwakgebufferde vennen Zwakgebufferde vennen Zure vennen Vochtige heiden (hogere zandgronden) Droge heiden Blauwgraslanden Actieve hoogvenen (heideveentjes) Pioniervegetaties met snavelbiezen Galigaanmoerassen Beuken-eikenbossen met hulst Oude eikenbossen Hoogveenbossen Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief
> > > > = (<) > > = > > = = = = =
> > > > > > > > > = > = > = >
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruitgaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 7.3: Instandhoudingsdoelstellingen habitatrichtlijnsoorten voor het Natura 2000gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1831 H1082 H1042 H1166 H1149 H1163
Drijvende waterweegbree Gestreepte waterroofkever Gevlekte witsnuitlibel Kamsalamander Kleine modderkruiper Rivierdonderpad
Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief Definitief
> > > > = =
> > > > = =
> > > > = =
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<).
Tabel 7.4: Instandhoudingsdoelstellingen broedvogels voor het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Soortcode
Soort
Status doel
Aantal broedparen
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
A004 A276
Dodaars Roodborsttapuit
Definitief Definitief
30 35
= =
= =
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<).
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
Tabel 7.5: Instandhoudingsdoelstellingen niet-broedvogels voor het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Instandhoudingsdoelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
A701
Taigarietgans
Definitief
100
Slaap- en rustplaats
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<).
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
Bijlage 6 Rapportage onderzoek stikstofdepositie
Sweco | Rapportage quickscan ruimtelijke inpassing Randweg Moergestel Projectnummer 51020826-001 Datum 15-08-2024
Versie D2.0
Documentreferentie NL24-648800269-99717
Randweg Moergestel Quickscan onderzoek stikstofdepositie
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer
Handelsregister 30129769 Quickscan Randweg Moergestel 51020826
Klant Versie
Gemeente Moergestel 01
Datum Auteur Document referentie
07-08-2024 Willem Fenten NL24-
Gecontroleerd door
Rik Zegers
Vrijgegeven door
Rob Cornelis
2/14
Inhoudsopgave
1
Inleiding ......................................................................................................................... 4
2
Toetsingskader .............................................................................................................. 6 2.1 Inleiding ............................................................................................................... 6 2.2 Rekenmodel ........................................................................................................ 6 2.3 Beoordelingslocaties ........................................................................................... 6 2.4 Beoordeling projecten ......................................................................................... 6
3
Uitgangspunten ............................................................................................................. 8 3.1 Onderzochte situatie ........................................................................................... 8 3.2 Realisatiefase............................................. ........................................................9 3.2.1 Transportbewegingen wegverkeer ........................................................ 9 3.2.2 Laden/lossen vrachtwagens ................................................................10 3.2.3 Mobiele werktuigen ..............................................................................10 3.3 Gebruiksfase ..................................................................................................... 11 3.3.1 Transportbewegingen wegverkeer ...................................................... 11
4
Resultaten ................................................................................................................... 13 4.1 Realisatiefase.................................................................................................... 13 4.2 Gebruiksfase ..................................................................................................... 14 4.3 Conclusie........................................................................................................... 14
5
Kanttekeningen............................................................................................................ 15 5.1 Emissies en modellering ................................................................................... 15 5.2 Overige uitgangspunten .................................................................................... 15
Bijlage 1 Uitgangspunten realisatiefase ................................................................................16 Bijlage 2 AERIUS Calculator rekenresultaat realisatiefase Randweg Noordoost ................. 17 Bijlage 3 AERIUS Calculator rekenresultaat realisatiefase Randweg Zuidoost.................... 18 Bijlage 4 AERIUS Calculator rekenresultaat gebruiksfase.................................................... 19
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51007360-003 Datum 07-08-2024
Versie 01
Document referentie c:\users\nlwfen\desktop\voor verwerking\51020826 (randweg moergestel)\voor opsturen notitie\51020826_randwegmoergerstel_20240809.docx
3/14
1
Inleiding
In het Brabantse dorp Moergestel wordt al geruime tijd hinder ondervonden van de hoeveelheid verkeer in het centrum. Recente verkeerstellingen wijzen uit dat de huidige wegen tegen de maximale capaciteit zitten. Niet alleen in het centrum, maar ook in het buitengebied zijn er klachten. Dit vanwege de smalle wegen waarop in verhouding erg grote (landbouw) voertuigen rijden. Moergestel ligt binnen de invloedssfeer van de A58. Congestie op deze snelweg betekent sluipverkeer door het dorp. De verbreding van de A58 tussen Tilburg en Eindhoven is op de lange baan geschoven. Ook staan er enkele woningbouwprojecten in de planning, die de verkeersdruk binnen Moergestel verder vergroten. Sweco heeft in een eerder onderzoek (NL24-648800269-92907, versie 26-062024) de verkeerskundige effecten van een randweg (Noordoost en Zuidoost) onderzocht. In deze quickscan wordt er gekeken naar de stikstofeffecten van de realisatie en in gebruik name van deze randweg. In het kader van de wet- en regelgeving voor natuur is er daarom een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het doel is om te bepalen of er mogelijke belemmeringen zijn vanuit deze wet- en regelgeving. Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het project op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt.
Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het project een toename van de stikstofdepositie optreedt in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden. In dit rapport zijn de mogelijke uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de mogelijke insteek van de ontwikkeling.
Figuur 1-1 Locatie van het plangebied (zwart gemarkeerd) en de omliggende Natura 2000-gebieden (groen gemarkeerd) met de daarin gelegen stikstofgevoelige habitats (paars gemarkeerd). Ondergrond: OpenTopo achtergrondkaart, PDOK
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 4/14
Figuur 1-2 Huidige planvorming voor de realisatie van de randweg te Moergestel. De gestippelde lijnen worden nieuw gerealiseerd ten bate van de nieuwe randweg.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 5/14
2
Toetsingskader
2.1
Inleiding
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Het netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen op basis van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Het uiteindelijke doel is het bereiken van een gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Onder de Omgevingswet is de gebiedsbescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden geregeld. In de Nederlandse Natura 2000-gebieden is door een overbelasting met stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) de staat van instandhouding van veel soorten en habitats niet gunstig en worden de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald. Nieuwe ontwikkelingen die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben kunnen negatieve effecten hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Voor nieuwe plannen of projecten, binnen of buiten een Natura 2000-gebied, moet daarom worden onderzocht of deze significant negatieve effecten hebben op het behalen van een gunstige staat van instandhouding van soorten en habitats. Onder de omgevingswet worden activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied Natura 2000-activteiten genoemd.
2.2
Rekenmodel
Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatiefase en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan deze stikstofdepositie op de relevante stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen Natura 2000gebieden worden berekend. Het gebruik van dit rekeninstrument is in de Omgevingsregeling voorgeschreven.
2.3
Beoordelingslocaties
Voor elk Natura 2000-gebied zijn habitattypen en/of soorten aangewezen. Elk habitattype of het leefgebied van deze soorten is in meer of minder mate gevoelig voor de gevolgen van stikstofdepositie. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft voor elk habitattype en elk leefgebied van soorten aan bij welke mate van stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) er een risico is dat de kwaliteit verslechtert ten gevolge van de verzuring en/of vermesting die de stikstofdepositie veroorzaakt. Voor de beoordeling van de stikstofdepositie wordt gekeken naar de locaties binnen Natura 2000-gebieden waar er een overbelasting met stikstof is. Dat wil zeggen dat de heersende achtergronddepositie groter is dan de KDW van de aanwezige habitattypen en/of leefgebieden. Uit voorzorg worden ook locaties beoordeeld waar de achtergronddepositie tot 70 mol N/ha/jaar onder de KDW ligt (een naderende overschrijding KDW).
2.4
Beoordeling projecten
Indien uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) op overbelaste habitats, dan kunnen significante effecten ten gevolge van stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderdeel stikstofdepositie is er dan geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000activteit nodig.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 6/14
Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) op overbelaste habitats, maar wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden, dan is er ook geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activteit nodig: · Verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen of habitats van soorten kan, ondanks een toename van de depositie, volledig uitgesloten worden in een ecologische beoordeling (voortoets); · Na intern salderen is de toename van de stikstofdepositie niet groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename aan stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, is een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Een vergunning kan worden verleend als uit een passende beoordeling eventueel inclusief extern salderen en eventueel het succesvol doorlopen van de ADC-toets1 blijkt dat zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden niet zal aantasten.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 7/14
3
Uitgangspunten
3.1
Onderzochte situatie
Effecten ten gevolge van de herontwikkeling op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen ontstaan in de Realisatiefase of de gebruiksfase. Beide fasen zijn hier onderzocht. Hierbij is gekeken of het aspect stikstofdepositie, bezien in het kader van de Omgevingswet, een belemmering vormt voor de haalbaarheid van het project. Voor dit stikstofonderzoek is gekeken naar de realisatie en de verhoogde verkeersintensiteiten tijdens de gebruiksfase. Tijdens de realisatiefase zijn er activiteiten omtrent de aanleg van de nieuwe wegen en rotondes (figuur 1-2). Tijdens de gebruiksfase zullen er verhoogde verkeersintensiteiten zijn over de randweg (over zowel de al gerealiseerde en nieuw gerealiseerde delen). De Realisatiefase is opgesplitst in twee delen: · Randweg Noordoost · Randweg Zuidoost Voor beide situaties wordt apart berekend of activiteiten ten bate van de realisatie zorgen voor een significante depositietoename. Voor de gebruiksfase wordt het gehele traject van de randweg beschouwd zoals weergeven in figuur 1-1 en figuur 1-2. Daarnaast zal in deze quickscan alleen worden gekeken naar de invloed van licht verkeer in de gebruiksfase.
Figuur 3-1 Locatie plangebied van de Randweg Noordoost (rood) en de omliggende Natura 2000gebieden (groen) met de daarin gelegen stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden (paars). Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 8/14
Figuur 3-2 Locatie plangebied van de Randweg Zuidoost (rood) en de omliggende Natura 2000gebieden (groen) met de daarin gelegen stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden (paars). Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo.
3.2
Realisatiefase
Tijdens de Realisatiefase zijn er emissies van de transportbewegingen van en naar de bouwplaatsen (personeel en materialen), emissie ten gevolge van het stationair draaien van de motor van vrachtwagens tijdens het laden en lossen en emissies door de inzet van mobiele werktuigen. In dit onderzoek is gekeken wat de maximale inzet van mobiele werktuigen kan zijn gedurende de bouwfase en waarbij op elke locatie in de natuurgebieden de effecten, afgerond op 2 decimalen, nergens hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hierbij zijn het transport en de emissies tijdens laden en lossen als een vaste waarde gehanteerd. Er wordt vanuit gegaan dat de realisatie van de randweg plaatsvindt in één jaar, te weten 2025, dit is ook gehanteerd als rekenjaar.
3.2.1
Transportbewegingen wegverkeer
Voor de transportbewegingen zijn de aannamen in Tabel 3-1 en bijlage 1 opgenomen. Omdat in dit stadium onbekend is hoe de aan- en afvoerroutes voor het bouwverkeer zal zijn, zijn de transportbewegingen zijn gemodelleerd over één route. Deze route loopt over de gehele lengte van het projectgebied. Deze werkwijze is zowel de realisatie van de Randweg Noordoost als de Randweg Zuidoost toegepast. Voor de vervoersbewegingen is het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom, doorstromend’ gehanteerd. De emissies bij transportbewegingen worden automatisch bepaald door het rekenmodel op basis van emissiefactoren (g/km) per type voertuigen en per snelheidsprofiel, het aantal vervoersbewegingen per voertuigtype en de lengte van de afgelegde weg per vervoersbeweging.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 9/14
Tabel 3-1
Uitgangspunten transportbewegingen Realisatiefase voor zowel Randweg Zuidoost en Randweg Noordoost tenzij anders aangegeven in bijlage 1.
Werkdagen (werkdag/ jaar)
260
Auto/busje (#/ werkdag)
5
Auto/busje (beweging/ jaar (heen + terug))
2.600
Vrachtwagen (#/ werkdag)
1,25
Vrachtwagen (beweging/ jaar (heen + terug))
650
3.2.2
Laden/lossen vrachtwagens
De emissies van het stationair draaien zijn berekend conform de methode uit Instructie gegevensinvoer AERIUS-Calculator 2023.2 van BIJ121. Met deze methode wordt de emissie bepaald op basis van het aantal uur stationair draaien van de motor en een set emissiefactoren. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor het jaar 2025. In Tabel 3-2 en in bijlage 1 zijn de emissies tijdens het stationair draaien opgenomen. Tabel 3-2
Uitgangspunten stationair draaien vrachtverkeer Realisatiefase voor zowel Randweg Zuidoost en Randweg Noordoost tenzij anders aangegeven in bijlage 1.
Vrachtwagen (#/ jaar)
650
Tijd stationair (min/ vracht)
5
Tijd stationair (uur/ jaar)
27
Emissie NOX (g/uur)
74,574
Emissie NH3 (g/uur)
0,896
Emissie NOX (kg/jaar)
2,02
Emissie NH3 (kg/jaar)
0,02
De emissies zijn in het rekenmodel ingevoerd als een vlakbron met een uitstoothoogte van 0,5 m, een spreiding van 0,25 m, een warmte-inhoud van 0 MW, met een etmaalvariatie van het standaardprofiel voor industrie.
3.2.3
Mobiele werktuigen
Voor de mobiele werktuigen is berekend wat, inclusief de emissies van het transport en het stationair draaien, de maximale emissie van de mobiele werktuigen kan zijn waarbij op elke locatie in de natuurgebieden de effecten van de bouwfase, afgerond op 2 decimalen, nergens hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hierbij zijn de realisatie van de Randweg Noordoost (figuur 3-1) en de Randweg Zuidoost (figuur 3-2) apart beschouwd. Deze maximale emissie is vervolgens vertaald naar een totaal aantal draaiuren per jaar. Voor het omrekenen van de emissies naar draaiuren, is gebruik gemaakt van de AUB-methode van TNO 2. De berekeningen van de NOX en NH3 emissies zijn hierbij gebaseerd op (A) AdBlue verbruik (liter), (U) totale
1 2
BIJ12 (2024) Instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator-2023.2. April 2024. Versie 04. TNO (2021) AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOxen NH3-uitstoot van mobiele werktuigen. 10-12-2021. TNO-2021-R12305
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 10/14
aantal draaiuren en (B) brandstofverbruik (liter). Hierbij worden onderstaande formules gehanteerd: NOx (kg) = Qb * liter brandstof + Qu * draaiuren + Qa * liter AdBlue. NH3 (kg) = Pb * liter brandstof + Pu * draaiuren. De coëfficiënten (Qb, Qu, Qa, Pb en Pu) zijn afhankelijk van de stageklasse en de vermogensklasse. Voor het toepassen van deze methode, is voor de mobiele werktuigen uitgegaan van de gemiddelde kenmerken in Tabel 3-3. De uitgewerkte berekening is ook opgenomen in bijlage 1 Tabel 3-3
Uitgangspunten mobiele werktuigen Realisatiefase voor zowel Randweg Zuidoost en Randweg Noordoost tenzij anders aangegeven in bijlage 1.
Categorie
Stage IV, 75-560 kW
Dieselverbruik (l/uur)
22,5
AdBlue-verbruik (l/uur) (6% van dieselverbruik)
1,35
Qb
0,033
Qu
0,005
Qa
-0,46
Pb
0,00024
Pu
0
De emissies van de mobiele werktuigen zijn in het rekenmodel opgenomen als een vlakbron met een uitstoothoogte van 2,5 m, een spreiding van 1,25 m, een warmteinhoud van 0,035 MW met een etmaalvariatie van het standaardprofiel voor industrie.
3.3
Gebruiksfase
Door de ingebruikname van de nieuwe randweg zal de verkeersgeneratie over de weg toenemen. Naast verkeersbewegingen zijn er geen andere activiteiten op de weg. Hiermee zijn er geen emissies van stikstofoxiden ten gevolge van stookinstallaties op aardgas. Er is door Sweco een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de effecten door de realisatie van de randweg, op basis van deze getallen is er een inschatting gemaakt voor de verkeersintensiteiten tijdens de gebruiksfase na realisatie van de gehele randweg3. Het totale aantal verkeersbewegingen is vermeld in tabel 3-5 per wegdeel en in zijn geheel geprojecteerd in de gebruiksfase. Verwachting is dat de randweg direct na realisatie in gebruik wordt genomen in 2026. Dit is ook aangehouden als rekenjaar.
3.3.1
Transportbewegingen wegverkeer
Het verkeer is meegenomen over de wegen welke ook worden aangepast in de realisatiefase (figuur 1-1). Daarmee ontsluit het verkeer aan de noordkant de Oisterwijkseweg en aan de zuidkant naar de Akkerweg. Vanaf daar heeft de verkeersgeneratie zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer, is de verkeersgeneratie qua rijsnelheid en stopgedrag niet meer onderscheidend van het overige verkeer, en gaat het daarmee op in het heersende verkeersbeeld. Voor de transportbewegingen is 3
Verkeersonderzoek Moergestel, Sweco, 9 april 2024 plot: 5-9-2030_Variant_Randweg_CompleetVerschil MVT Etmaal (tov projectreferentie 2030)
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 11/14
het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom, doorstromend’ gehanteerd. De emissies bij transportbewegingen worden automatisch bepaald door het rekenmodel op basis van emissiefactoren (g/km) per type voertuigen en per snelheidsprofiel, het aantal vervoersbewegingen per voertuigtype en de lengte van de afgelegde weg per vervoersbeweging. Tabel 3-4
Verkeersintensiteiten over de nieuwe randweg te Moergestel over de verschillende wegdelen.
Wegdeel
Verkeers intensiteit (MVT/etmaal)
Wegdeel Oost 1
5.335
Wegdeel Oost 2
4.227
Wegdeel Noord 1
0
Wegdeel Noord 2
722
Wegdeel Noord 3
742
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 12/14
4
Resultaten
In dit hoofdstuk zijn de rekenresultaten opgenomen van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator 2023.2. De resultaatbestanden van AERIUS Calculator zijn opgenomen in bijlage 2, 3 en 4, en zijn los meegeleverd met deze rapportage. Voor de berekeningen omtrent de bouwfase is het rekenjaar 2025 gehanteerd. Voor de gebruiksfase is 2026 aangehouden als eerste jaar na realisatie. De hier gepresenteerde resultaten betreffen de maximale toename van de stikstofdepositie op locaties waar er sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW.
4.1
Realisatiefase
Voor de mobiele werktuigen is op basis van de beschreven uitgangspunten berekend wat de maximale emissie kan zijn, inclusief transport en stationair draaien vrachtverkeer, waarbij op elke locatie in de natuurgebieden de effecten van de realisatiefase, afgerond op 2 decimalen, nergens hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er is naar twee situaties gekeken. Een situatie waarbij de Randweg Noordoost wordt gerealiseerd en een situatie waarbij de Randweg Zuidoost wordt gerealiseerd. Voor de situatie waarbij alleen de Randweg Noordoost wordt gerealiseerd mag in de realisatiefase geen emissies in betrekking tot mobiele werktuigen zijn. Voor de situatie waarin de Randweg Zuidoost wordt gerealiseerd in de realisatiefase de maximale emissie van de mobiele werktuigen ongeveer 5,05 kg NOx/jaar en 0,22 kg NH3/jaar bedragen. In Tabel 4-1 is de totale maximale inzet per situatie en per jaar samengevat waarbij er geen depositietoename plaatsvindt. Tabel 4-1 Situatie Randweg Noordoost
Randweg Zuidoost
Maximale inzet materieel in de bouwfase Stationair Draaiuren per Transport draaien jaar Auto/busje 500 beweging/jaar 0 minuten/ 0 Vrachtwagen 0 vracht bewegingen/jaar Auto/busje 2.600 beweging/jaar 5 minuten/ 40 Vrachtwagen vracht 650 bewegingen/jaar
Mobiele werktuigen Dieselmaterieel Stage IV/V 0 l diesel/jaar, 6% AdBlue Dieselmaterieel Stage IV/V 899 l diesel/jaar, 6% AdBlue
Voor de Randweg Noordoost is er de conclusie dat er naast een minimale inzet van vrachtverkeer en personeel geen ruimte voor emissies is ten bate van mobiele werktuigen. Vanwege de afstand van de aan te leggen weg tot het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ is hier weinig emissieruimte voor realisatie beschikbaar zonder een depositietoename. In tabel 4-1 staat de maximale inzet mogelijk tot er een depositie toename optreed. Zelfs met minimale inzet van transportbwegingen is er geen ruimte voor de inzet van mobiele werktuigen. Voor de Randweg Zuidoost is de inzet omgerekend naar een inzet van 40 uur/jaar. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de emissiebronnen in de bouwfase communicerende vaten zijn. Meer transport betekent meer emissie van transport en meer emissies van stationair draaien en daarmee minder draaiuren mogelijk voor mobiele werktuigen mogelijk. En vice versa. Om de inzet van materieel te vergroten, zijn een aantal maatregelen mogelijk. Voor het
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 13/14
vrachtverkeer is nu uitgegaan van het gemiddelde Nederlandse wagenpark. Door uit te gaan van bijvoorbeeld Euro 6, dalen de emissies van het vrachtverkeer en is er meer ruimte voor draaiuren mobiele werktuigen. Het elektrisch laden/lossen van vrachtwagens zorgt ook voor minder emissies tijdens stationair draaien en zou meer ruimte geven voor draaiuren mobiele werktuigen. Voor de mobiele werktuigen is uitgegaan van de minst vervuilende norm. Hierin is dus geen winst te behalen. Enige optie om voor mobiele werktuigen meer draaiuren te verkrijgen, is door een deel van de werkzaamheden met elektrisch materieel, of materieel op waterstof, uit te voeren.
4.2
Gebruiksfase
De maximale toename van de depositie ten gevolge van de beoogde situatie na de herontwikkeling, op stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW bedraagt 2,06 mol N/ha/jaar.
4.3
Conclusie
In dit onderzoek zijn voor de gemeente Moergestel de effecten onderzocht van de ontwikkeling en ingebruikname van een mogelijke randweg in Moergestel op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er in de realisatiefase voor de Randweg Noordoost weinig ruimte is (in totaal ~0,4 kg NOx/jaar & ~0,01 kg NH3/jaar) voor activiteiten ten bate van de ontwikkeling. Voor de realisatie ten bate van de Randweg Zuidoost is er naast de standaard inzet ook nog ruimte voor 40 uur inzet van mobiele werktuigen per jaar (in totaal ~13,9 kg NOx/jaar & ~0,4 kg NH3/jaar). In beide situaties geld dat dit het geval is zolang er aan de randvoorwaarden wordt voldaan zoals beschreven in Tabel 4-1. Voor beide situaties geld ook dat deze inzet niet breed genoeg is om een volledige ontwikkeling te realiseren en dus zal er moeten worden nagedacht over alternatieve opties. Er is ook oriënterend bekeken of een volledige realisatie van de randweg in de gebruiksfase kan zorgen voor een depositie toename. Na volledige ingebruikname van de randweg kan er een toename plaats vinden van 2,06 mol N/ha/jaar. Hiermee kunnen significante effecten ten gevolge van de ontwikkeling niet worden uitgesloten voor de gebruiksfase.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 14/14
5
Kanttekeningen
De resultaten van deze quickscan zijn slechts indicatief. Voor het uitvoeren van de berekeningen zijn een aantal grove aannames gemaakt. Wanneer projectspecifieke uitgangspunten worden gehanteerd, waarin o.a. rekening wordt gehouden met de ruimtelijke spreiding van de werkzaamheden, zullen de resultaten afwijken van de quickscan. De maximale depositietoename kan zowel toenemen als afnemen.
5.1
Emissies en modellering
Omdat er in de ontwerpen nog niet is vastgesteld op welke locaties aanpassingen worden gerealiseerd en waar niet, is voor deze berekening aangenomen dat er over de gehele lengte van de te realiseren wegen activiteiten gaan plaatsvinden. Deze emissies zijn vervolgens gemodelleerd als een homogene vlakbron (emissie mobiele werktuigen) met een lijnbron (bouwverkeer en wegverkeer) over de gehele lengte. In werkelijkheid verschillen de emissies van locatie tot locatie. In een volgende projectspecifieke berekening kan hier beter rekening mee worden gehouden. Uit deze realistischere modellering kan blijken dat de stikstofdepositie in de quickscan is onder- of overschat. Indien de werkzaamheden niet binnen één kalenderjaar plaatsvinden, dient ook de fasering in acht te worden genomen. Per jaar zal de maximale depositietoename daarmee afnemen.
5.2
Overige uitgangspunten
Voor een gedetailleerde, project-specifieke berekening dienen de volgende punten in acht te worden genomen:
·
·
·
Daar waar nog geen wegen zijn in de realisatiefase zullen bouwwegen moeten worden gerealiseerd en deze zullen voor extra emissies zorgen. Daarnaast zullen activiteiten ten bate van het slopen van eventueel al aanwezige bouwwerken ook moeten worden meegenomen. Er is nu in de gebruiksfase gerekend met een projectie op basis van het verkeersmodel. Hierin is alleen naar het licht verkeer gekeken. Om een duidelijk en realistisch beeld te geven moet er aan de hand van een verkeersmodel berekend worden welk effect het verkeer zal hebben. Indien uit de project-specifieke berekening blijkt dat het project leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden, kunnen enkele optimalisaties worden overwogen. Zo kan de ruimtelijke verdeling van de werkzaamheden mogelijk worden herzien, of kan er op specifieke locaties gebruik gemaakt worden van elektrisch materieel of wellicht zijn er mogelijkheden tot (intern/extern) salderen. Op basis van de huidige wet- en regelgeving omtrent stikstofdepositie is het onwaarschijnlijk dat een vergunning niet nodig is.
Sweco | Randweg Moergestel Projectnummer 51020926 Datum 07-08-2024 Document referentie NL24-
Versie 01 15/14
Bijlage 1 Uitgangspunten realisatiefase
Randweg Moergestel Noordoost adblue cat C (max 4%)
0,00%
adblue cat D (max 7%)
6,00%
rekenjaar:
Bouwrijp Maken
Categorie
Naam
Stage
Mobiel Werktuig
Stage 4
2025
Draaiuren
Bouwjaar
uren/jaar D
0
2014
Vermogen
Belasting Motorefficientie
Dieselverbruik
kW
fractie
l/uur
200
0,40
0,96
adblue (l/jaar) adblue (l/jaar) NOx l/jaar Cat C
22,5
0
Cat D
Qb 0
0,033
NH3 Qu 0,005
Qa -0,46
Pb 0,00024
NOx NH3 Pu kg/j 0
0,0
kg/j 0,0
0,00 0,00
Verkeer
Huidig project Eenheid
Vervoer werknemers Vrachten
Uitleg
~1 aantal/dag -
aantal/dag
Vervoersbewegingen Licht Verkeer Zwaar verkeer
lossen vrachtwagens Aantal vrachten
500,00 bewegingen/jaar -
bewegingen/jaar
Huidig project Eenheid -
vrachtwagens/jaar
Stationair vrachtwagen (laad/los tijd)
5 minuten/vrachtwagen
Tijd stationair
0 uur/jaar
Uitleg
Bron
er wordt uitgegaan van een realisatiefase van 260 dagen Aaname
Emissie NOX
74,574 g/uur
Emissiefactoren AERIUS gegevensinvoer AERIUS Calculator 2023
Emissie NH3
0,896 g/uur
Emissiefactoren AERIUS gegevensinvoer AERIUS Calculator 2023
Emissie NOX
0 kg/jaar
Emissie NH3
0 kg/jaar
Totaal Verkeer
Huidig project Eenheid
Licht verkeer
500,00 bewegingen/jaar
Zwaar Verkeer
0 bewegingen/jaar