CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - toelichting met bijlagen

RAAD 12 december 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Nijverheidsweg West - AANGENOMEN24.763 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2

Akoestiek Algemeen Bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen dient inzichtelijk te worden gemaakt of de geluidsinvloed van omliggende wegen en spoorlijnen voldoet aan de grenswaarden die zijn gesteld in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh hanteert de volgende hoofdindeling van geluidgevoelige gebouwen: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven); geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).

blad 35 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Onderzoek In het kader van de plannen voor het KVL-terrein is een (geactualiseerd) akoestisch onderzoek verkeerslawaai (Bijlage 7) uitgevoerd om de invloed van de omliggende wegen en de aangrenzende spoorlijn te bepalen. Het doel van het akoestisch onderzoek is te bepalen of binnen het plangebied KVL sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten opzichte van de geluidbronnen in de omgeving. Op basis van de berekende geluidbelasting kan worden beoordeeld of er hinder ontstaat ten gevolge van wegverkeers- en spoorweglawaai en wat de wettelijke gevolgen daarvan zijn. Wegverkeer 50 km/uur wegen Uit de berekeningsresultaten blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer op de Ambachtstraat/ Nijverheidsweg, Nijverheidsweg en de Sprendlingenstraat de geluidbelasting maximaal respectievelijk 48 dB, 44 dB en 27 dB bedraagt inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Hierbij wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. 30 km/uur wegen Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting als gevolg van de omliggende 30 km/uur wegen (Almijstraat en Gasthuisstraat) en de wegen binnen het plangebied in beeld gebracht. Er is bekeken of maatregelen ter beperking van de geluidbelasting als gevolg van deze wegen zijn toe te passen.

Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied terug te brengen tot de 48 dB zijn echter niet mogelijk of niet doelmatig toe te passen. Railverkeerslawaai De geluidbelasting ten gevolge van railverkeer bedraagt ten hoogste 78 dB. De (voorkeurs)grenswaarde van 55 dB wordt daarmee overschreden. De maximaal te ontheffen geluidbelasting van 68 dB wordt tevens overschreden. Gelet op de overschrijding van de (voorkeurs)grenswaarde is onderzocht of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. In overleg met Prorail is besloten om de geluidbelasting ten gevolge van het spoor te verminderen door het toepassen van raildempers en door het toepassen van een geluidscherm van 1,5 meter hoog ten opzichte van de bovenkant van het spoor. Het scherm wordt ter hoogte van de eerstelijns bebouwing geplaatst (zie figuur 4.1). Om stedenbouwkundige redenen is een hoger geluidscherm op deze locatie niet wenselijk. Om nieuwbouwwoningen op de eerstelijns bebouwing mogelijk te maken, dient een 'dove gevel' te worden toegepast, met uitzondering van de gevels op de begane grond. De woningen aan de eerstelijns bebouwing hebben aan de achterzijde een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Deze woningen dienen als afscherming voor de achterliggende bebouwing. Voor dove gevels hoeft geen hogere waarde te worden verleend.

Wel dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de eisen voor de binnenwaarden gesteld vanuit het Bouwbesluit. De gevels van de woningen worden met een zodanige gevelgeluidwering uitgevoerd, zodat wordt voldaan aan de normen uit het Bouwbesluit. Voor de overige woningen, waarvan de geluidbelasting hoger is dan de (voorkeurs)grenswaarde, wordt een hogere waarde aangevraagd. Voor twee vrijstaande woningen op de hoek van de Gasthuisstraat en de Almijstraat geldt dat zowel de westelijke als de zuidelijke gevel met waarneemhoogten 4,5 meter en 7,5 meter als dove gevel dienen te worden uitgevoerd. Voor de begane grond wordt geen dove gevel toegepast, maar wordt een hogere waarde verleend. blad 36 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Figuur 4.1: toetspunten geluidonderzoek en locatie te realiseren geluidscherm Conclusie Voor de ontwikkeling van het KVL-terrein dienen hogere waarden vastgesteld te worden voor de woningen met een geluidbelasting tussen de 53 dB en de 68 dB. Deze zijn opgenomen in bijlage 6 van het Akoestisch onderzoek verkeerslawaai. De vaststelling van de hogere waarden is op dezelfde wijze doorlopen als het bestemmingsplan. Tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerpbesluit hogere waarden ter visie gelegd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden ook de uiteindelijke hogere waarden verleend. In het bestemmingsplan is aan de Almijstraat en een deel van de Gasthuisstraat de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' opgenomen. De eerstelijns-woningen dienen hier met een dove gevel uitgevoerd te worden, met uitzondering van de begane grond van de woningen. Op de begane grond is geen dove gevel nodig omdat een geluidscherm parallel aan het spoor wordt gerealiseerd alsmede een scherm in de vorm van een tuinmuur op de hoek van de Gasthuisstraat/Almijstraat. Verder is een 'gevellijn' opgenomen. De eerstelijns-woningen dienen hier met de voorgevel in of maximaal 5 meter uit deze lijn te worden gebouwd. Hiermee wordt de geluidafscherming ten opzichte van het spoor geborgd voor het achtergelegen deel van het KVL-terrein.

De plaatsing van dove gevels aan de Almijstraat is bewust gedaan vanwege de geluidafschermende werking. Elders in het plangebied wordt hierdoor een beter woon- en leefmilieu verkregen. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar.

4.3

Bodem Algemeen In het kader van een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de voorgenomen bestemming/functie. In het belang van de bescherming van het milieu zijn regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op

blad 37 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. Onderzoek Binnen het plangebied zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (= grond en grondwater) te bepalen. Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken kan worden geconcludeerd dat er op de locatie sprake is van zeven gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Naar aanleiding van de aanwezige bodemverontreinigingen is een saneringsplan opgesteld dat uitgaat van gefaseerde sanering van de locatie KVL. De bodemverontreiniging in het gebied wordt functioneel gesaneerd: Fase 1: hier bevindt zich (immobiele) verontreiniging, die voornamelijk is geconcentreerd in de bovenste meter van de bodem. In de bovenste meter wordt alle verontreinigde grond afgegraven, dieper wordt alle niet toepasbare grond afgegraven. Het afgegraven gedeelte wordt vervolgens opgehoogd met schone grond (kwaliteit wonen). Fase 1a: het Cultuurhistorisch Cluster is grotendeels verhard. Dit is ook na herontwikkeling het geval. Daardoor is hier een beperkte sanering nodig. Er wordt 0,5 meter afgegraven en een leeflaag aangebracht van 0,5 meter. Het overige deel bestaat na herontwikkeling uit openbaar groen. Dit gedeelte wordt 1 meter afgegraven en vervolgens opgehoogd met 1 meter schone grond. Fase 1b: er wordt 0,5 meter afgegraven en een leeflaag aangebracht van 0,5 meter.

Ter plaatse van de woon-werk kavels wordt in een later stadium de meest geschikte variant gekozen. Het gaat om mogelijke varianten waarbij het terrein functioneel wordt gesaneerd, zodat het terrein geschikt is voor het toekomstige gebruik (bedrijven). Fase 2:. hier is uitgegaan van het afgraven van 1 meter en het aanbrengen van een leeflaag van 1 meter omdat hier gewoond gaat worden. Omdat de niet toepasbare grond in deze fase dieper zit dan in fase 1, zal in fase 2 bij toepassing van een functionele sanering niet alle niet toepasbare grond worden ontgraven. Dit betekent dat de te realiseren grondgebonden woningen een kadastrale aantekening krijgen.

blad 38 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Figuur 4.2: Fasering bodemsanering KVL-terrein Conclusie Na de sanering van het plangebied vormt het aspect bodemkwaliteit geen belemmering (meer) voor de voorgenomen functiewijziging. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar.

4.4

Cultuurhistorie en archeologie

4.4.1

Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn monumenten aanwezig (zie paragraaf 2.2). Deze monumenten zijn beschermd op grond van de Monumentenwet. Binnen de planvorming van het KVL-terrrein worden de monumenten behouden, gerenoveerd en voorzien van een nieuwe functie. De panden hebben een prominente plaats binnen het KVL-terrein en de geplande, omliggende nieuwbouw wordt aangesloten op het karakter van het cultuurhistorisch ensemble. Om dit te borgen, worden de nieuwbouwplannen beoordeeld door een stedenbouwkundig supervisor of kwaliteitsteam. Ter bescherming van de monumenten is in dit bestemmingsplan aan de betreffende panden de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' toegekend. Op basis van deze regeling en de Monumentenwet geldt een sloopverbod voor de panden.

4.4.2

Archeologie Algemeen Het is verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij specifieke bodemverstorende activiteiten rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het belangrijkste doel van de archeologische regelgeving is de bescherming van

blad 39 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

het archeologische materiaal in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor goede conservering. Onderzoek In mei 2014 in een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Bijlage 8). Het plangebied is in de historische situatie sterk beïnvloed geweest door de aanleg van het fabriekscomplex van de Koninklijke Verenigde Leder. Grote delen van het plangebied zijn in de huidige situatie nog bebouwd met fabrieksgebouwen van de lederfabriek. In het verleden is het bebouwde gebied nog groter geweest. Aangenomen wordt dat door de (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden van de verschillende panden grote verstoringen zijn opgetreden in het plangebied. Het plangebied is op basis van deze veronderstelling opgedeeld in twee deelgebieden: het bebouwde deel van het plangebied waar in de ondergrond waarschijnlijk nog bouwhistorische resten van de lederfabriek kunnen worden aangetroffen en het overige deel van het plangebied waar mogelijk nog (een restant van) een esdek aanwezig is.

Figuur 4.3: archeologische verwachting plangebied De archeologische verwachting voor het bebouwde deel van het plangebied kan worden bijgesteld naar laag en worden vrijgegeven voor toekomstige ontwikkelingen. Enkele historische fabriekspanden genieten een monumentale status, waarmee de bouwhistorische waarde van het plangebied voldoende geborgd is. Voor het deel van het plangebied dat nooit intensief bebouwd is geweest, blijft de middelhoge archeologische verwachting van kracht. Er zijn op basis van het bureauonderzoek voor deze delen van het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van grote bodemverstoringen. Aangezien voor het gehele plangebied een bodemsanering wordt uitgevoerd, kunnen de saneringswerkzaamheden archeologisch blad 40 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

worden begeleid, zodat eventuele archeologische vondsten kunnen worden veiliggesteld. In het kader van de begeleiding wordt een Programma van Eisen opgesteld. Conclusie Ter bescherming van de mogelijk aanwezig archeologische waarden, is voor het deel van het plangebied dat nooit intensief bebouwd is geweest, een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' opgenomen. Ter plaatse van dit deel wordt bodemsanering archeologisch begeleid. Na de sanering van het plangebied vormt het aspect archeologie geen belemmering (meer) voor de voorgenomen ontwikkeling. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar.

4.5

Ecologie Algemeen Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. De Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet vormen het belangrijkste juridische kader voor natuurbescherming in Nederland. Er kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient te worden onderzocht of het plangebied in of bij een speciale beschermingszone (sbz) als bedoeld in de Natuurbeschermingswet 1998 ligt. De kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten mogen niet worden aangetast. Soortbescherming Het doel van de Flora- en faunawet is het in stand houden van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Beschermde soorten zijn onder andere bijna alle zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen die van nature in het wild in Nederland voorkomen. Voor ingrepen waarbij soorten of objecten die vallen onder de Flora- en faunawet zijn betrokken, moet een ontheffing worden aangevraagd. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen beschermde status als Natura 2000-gebied en maakt geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Op of in de directe omgeving van het KVL-terrein is ook geen ecologische verbindingszone gelegen.

De ontwikkeling van het KVL-terrein leidt niet tot wezenlijke negatieve effecten voor de Natura 2000-gebieden in de omgeving (Kampina & Oisterwijks vennen en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen). In mei 2014 is een voortoets (Bijlage 9) uitgevoerd om te bepalen of er als gevolg van de ontwikkeling van het KVL-terrein significant negatieve effecten zijn te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Hieruit blijkt dat negatieve effecten of een significante verstoring van de Natura 2000-gebieden uit te sluiten zijn bij de ontwikkeling zoals deze door dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. De inrichting van het KVL-terrein leidt niet tot een wezenlijke toename van stikstofemissie in de nabijheid van Natura 2000-gebieden. Het opstellen van een Passende beoordeling is dan ook niet aan de orde. Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn beschermde plant- en diersoorten aangetroffen. Diverse beschermde dier- en plantsoorten zijn aanwezig in enkele gebouwen. Het gaat om de Gewone

blad 41 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Dwergvleermuis, de Laatvlieger (vleermuissoort), Kerkuil, Tongvarens en Steenbreekvarens. Vleermuizen Vanwege de aanwezigheid van vleermuizen is ontheffing aangevraagd bij de Dienst Regelingen (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). De Dienst Regelingen heeft een zogenaamde positieve afwijzing (Bijlage 10) op het verzoek gegeven, aangezien geen sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Deze afwijzing is als bijlage opgenomen. Dit houdt in dat de geplande werkzaamheden zijn toegestaan zonder ontheffing, mits de in de brief genoemde maatregelen worden uitgevoerd. Deze maatregelen hebben onder meer betrekking op het realiseren van een vleermuiskelder, het aanbrengen van inheems plantmateriaal en inmetselverblijven alsmede de uitvoeringstermijn van de werkzaamheden. Varens Met betrekking tot de aanwezige varens binnen het plangebied is een verplantingsplan opgesteld. Het verplanten van de varens heeft als doel om de gunstige staat van instandhouding van de lokaal in het gebied, en de directe omgeving, aanwezige populaties voor de toekomst te kunnen blijven garanderen. De verplantbare varens zijn ondergebracht op een tijdelijke locatie op het KVL-terrein, te weten achter de voormalige verbrandingstoren van het Ketelhuis. In het nieuwe plan wordt ruimte gereseveerd om de varens hun definitieve standplaats te kunnen geven.

Kerkuil Op de locatie is de aanwezigheid van een Kerkuil aangetoond. Het betreft hier een roestplek (slaapplaats) van een dier. Nestlocaties zijn, ondanks een uitgebreid broedvogelonderzoek, niet aangetoont. Om te zorgen dat de soort toch een onderkomen krijgt in de toekomstige situatie is een een geschikte verblijfplaats aangebracht. Er is een nieuwe kast aangebracht in één van de niet te gebruiken daktorentjes. Door het openhouden van het gebouwtje bovenop het hoofdgebouw blijft deze ruimte ter beschikking voor de soort. Conclusie Vanuit het aspect ecologie zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het KVL-terrein. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar.

4.6

Externe veiligheid De externe veiligheidsaspecten van het plangebied zijn onderzocht door Antea Group (Bijlage 11). Deze rapportage maakt integraal deel uit van onderhavig bestemmingsplan/ besluit. Voor de inhoudelijke toelichting op dit aspecten wordt verwezen naar bijgevoegde rapportage. In bijgevoegde rapportage van 18 augustus 2014 zijn enkele adviezen opgenomen in het kader van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico ten aanzien van de spoorlijn Tilburg-Oost - Station Boxtel. Ook de Veiligheidsregio heeft advies uitgebracht: Antea Group en de Veiligheidsregio adviseren om de nieuwbouwwoningen en andere verblijven, die uitgerust worden met een mechanische ventilatie, te voorzien van een afschakelmechanisme. Hierdoor kan bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen de toetreding van toxisch gas relevant vertraagd worden. Wij onderschrijven deze veiligheidswinst. De initiatiefnemers hebben ons inmiddels aangegeven dat een

blad 42 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

dergelijke afschakelmogelijkheid geboden zal worden. Wij zien dan ook geen noodzaak om hiervoor nadere juridische regels op te nemen. Antea Group adviseert de interne vluchtwegen van nieuwbouw (niet zijnde woningen) op externe veiligheid af te stemmen (via ontruimingsplannen). Omdat deze maatregel niet in dit besluit kan worden geborgd, hebben we de initiatiefnemers op de meerwaarde van deze maatregel gewezen. Zowel de Veiligheidsregio als Antea Group geven het belang van gerichte risicocommunicatie aan. Wij onderstrepen dit. Antea Group adviseert een zelfredzaamheidsplan op te stellen voor het gehele plangebied. Omdat deze maatregel niet kan worden uitgewerkt binnen onderhavig besluit, maar we wel de veiligheidswinst van een dergelijk gebiedsdekkend plan willen bereiken, wordt in afstemming met de initiatiefnemers van het plan besproken op welke manier deze maatregel kan worden uitgewerkt. De Veiligheidsregio geeft ten aanzien van de bestrijdbaarheid aan dat de opkomsttijden voldoen aan de normen. Wat de bluswatervoorzieningen en de opstelplaatsen betreft wenst de Veiligheidsregio bij de definitieve invulling van het terrein aanvullend advies uit te brengen. Wij zullen hier te zijner tijd gebruik van maken.

Verantwoording/conclusie Alle externe veiligheidsaspecten overwegend, zijn wij van mening dat wij de verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico zorgvuldig hebben ingevuld en aanvaarden wij het restrisico.

4.7

Luchtkwaliteit Algemeen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk vijf (luchtkwaliteitseisen) van de Wet milieubeheer (Wm). Het doel is het beschermen van mens en milieu tegen de effecten van luchtverontreiniging. De Wet Luchtkwaliteit (Titel 5.2 van de Wet milieubeheer), het Besluit niet in betekenende mate en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM). Onderzoek In het kader van het aspect luchtkwaliteit is een onderzoek (Bijlage 12) uitgevoerd naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 ) uitgerekend op een groot aantal beoordelingspunten langs de in het onderzoek betrokken wegvakken. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle beoordelingspunten wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Derhalve kan worden geconcludeerd dat Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geen belemmering vormt voor verdere besluitvorming.

Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

blad 43 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

4.8

Water Algemeen Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang is, door middel van de Watertoets, sinds 1 november 2003 verankerd in het 'Besluit op de ruimtelijke ordening 1985'. Het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer staat landelijk in de belangstelling. Thema's zoals 'water in de stad' en 'water als ordenend principe' zijn als speerpunten aangegeven in het vigerende beleid zoals vastgelegd in de Vierde Nota Waterhuishouding (ministerie van V&W), de Nota Ruimte (ministerie van VROM), de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw (WB21), de Handreiking Watertoets (VROM), het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant), De beleidsnota Stedelijk Water (Waterschap De Dommel), Wet gemeentelijk watertaken en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). In het V-GRP heeft de gemeente Oisterwijk haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Op Europees, nationaal en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (geen verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit).

Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën: Waterkwantiteit (hergebruik, vasthouden, bergen, afvoeren); Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). Aan de hand van de waterparagraaf (Bijlage 13) wordt duidelijk gemaakt hoe het vigerend waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen in het plan, hoe met water in dit plan wordt omgegaan en op welke wijze de inrichtingsmaatregelen bijdragen aan 'Veiligheid, Voldoende en Schoon Water'. Onderzoek Beschrijving van het watersysteem (huidige situatie) De bodem ter plaatse van het KVL-terrein is vrij uniform van opbouw. De bodem bestaat tot 35 m -mv. voornamelijk uit matig fijn tot zeer fijn zand, dat zwak tot matig siltig is en de maaiveldhoogte ligt op circa NAP +11 m. Bij het milieukundig bemonsteren van de peilbuizen door Arcadis zijn de grondwaterstanden ten opzichte van het huidig maaiveld opgenomen. Uit de metingen (augustus 1998, april/mei 2006 en juni 2006) blijkt dat de grondwaterstand zich in de zomerperiode op circa 2,5 a 3,0 m -mv. (circa NAP +8,5 tot NAP +8,0 m) bevindt. In april/mei/juni 2006 is de grondwaterstand lokaal dichter aan het maaiveld aanwezig en varieert dan van 2,0 tot 3,0 m -mv. (circa NAP +9,0 m tot NAP +8,0 m). Het gebied is nooit aangesloten geweest op het rioolstelsel binnen de rest van Oisterwijk.

De droogweerafvoer (DWA) is nog steeds gekoppeld aan de stalen (pers)leiding (rond 500 mm) tot de opvoergemalen van de RWZI-Haaren. Als uitzondering daarop geldt een klein gedeelte van het gebied (zuidwestzijde) dat voorheen aangesloten was met hemel- en afvalwaterafvoer op de riolering in de Gasthuisstraat. De betreffende bebouwing is reeds gesloopt zodat op dit moment geen enkele afvoer van het KVL-terrein aanwezig is naar het gemeentelijk stelsel van Oisterwijk.

blad 44 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Water in relatie tot de toekomstige situatie Op het KVL-terrein staan circa 300 nieuwe woningen gepland. Dit zijn vrije kavels, vrijstaande woningen, 2 onder 1 kapwoningen, rijwoningen en appartementen. De historische gebouwen worden gerestaureerd en bieden straks ruimte voor werken, cultuur, retail, horeca, werkplaatsen, expositieruimte en verblijfsaccommodatie. In onderstaande tabel is de toekomstige oppervlakteverdeling in het plangebied weergegeven. Tabel 4.1: Oppervlakteverdeling plangebied toekomstige situatie*

*De definitieve inrichting van het terrein ligt nog niet vast. Het stedenbouwkundige plan en bijbehorende oppervlakteverdeling moet daarom als indicatief worden beschouwd. Voldoende water Wateroverlast (WO) Voor het totale oppervlak verharding in het plan is ruimte voor waterberging benodigd omdat al het hemelwater afkomstig van het plan niet naar de DWA-riolering of de directe omgeving wordt afgevoerd. Al het hemelwater wordt opgevangen, gebufferd en vervolgens afgevoerd naar een waterberging aan de oostzijde van Oisterwijk. Om de piekafvoeren vanuit het plangebied op te vangen zijn compenserende maatregelen benodigd. Dit kan door het vasthouden of bergen van het water door het aanleggen van een waterberging. Het totaal verhard oppervlak bedraagt 9,7 ha. Voor dit gebied geldt de afvoernorm voor stedelijk gebied. De maximale afvoer uit het gebied is daarbij 1,67 l/s/ha bij een neerslagsituatie met een herhalingstijd van 10 jaar. Waterschap de Dommel en de gemeente Oisterwijk hanteren voor het bepalen van de benodigde berging een neerslaggebeurtenis die eens in de 10 jaar voorkomt, vermeerderd met 10% (T=10+10% (40 mm+4 mm)). Bovendien dient in beeld te worden gebracht wat er gebeurt in bij een extreme neerslaggebeurtenis T=100+10% (60 mm+6 mm)).

Rekeninghoudend met deze cijfers valt circa 3.867 m³ (T=10+10% (40 mm + 4 mm)) tot 5.322 m³ (T=100+10% (60 mm + 6 mm)) water op de toekomstige verharding in het plangebied (hierbij is het uitgangspunt dat al het aanwezig verhard oppervlak, zowel bestaand als nieuw, meegerekend is). Binnen het plan wordt een traditioneel systeem aangelegd van DWA- en HWA-leidingen, blad 45 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

waarbij de hemelwater- en vuilwaterafvoer 100% gescheiden worden. Doormiddel van de HWA-leidingen wordt het hemelwater opgevangen en getransporteerd naar de in de zuidoosthoek aanwezige stalen (pers)leiding vanuit het KVL naar de zuivering. De leiding moet worden losgekoppeld van de afvoerleiding naar de RWZI. Via de leiding zal het schone hemelwater worden getransporteerd naar een nog nader te bepalen locatie buiten het plangebied waar de waterberging voor het plan wordt aangelegd. Via de waterberging kan het schone hemelwater infiltreren in de bodem met eventueel een overloop naar oppervlaktewater. Omdat de stalen (pers)leiding niet over voldoende capaciteit beschikt om al het hemelwater bij een pieksituatie tijdig af te voeren naar het perceel ten oosten van Oisterwijk dient binnen het plangebied berging aangelegd te worden om het hemelwater tijdelijk te bufferen bij een pieksituatie. Goed functionerend watersysteem (WF) De huidige afvoer van oppervlaktewater wordt niet aangepast, er ligt namelijk geen oppervlaktewater in de directe omgeving van het plan. Wel zal er waterberging aangelegd worden. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) is niet aan de orde aangezien er zich geen oppervlaktewater in de omgeving bevindt. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor en door (grond)water in de omgeving.

Schoon water Goede structuur diversiteit (SU) Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Hiertoe worden de volgende maatregelen genomen. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Er worden geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zinken dakgoten) gebruikt. Voor de waterhuishoudkundige kunstwerken worden alleen milieuvriendelijke en niet-uitlogende materialen gebruikt. Goed omgaan met afvalwater De hoeveelheid gemengd water dat in het verleden afgevoerd werd vanuit het plangebied naar de gemeentelijke riolering in de Gasthuisstraat komt nagenoeg overeen met de toekomstige behoefte aan afvoercapaciteit voor afvalwater (DWA) in het totale plan. Het bestaande stelsel kan dan naar verwachting ook gebruikt worden voor de afvoer van de toekomstige DWA-stroom vanuit het KVL-terrein. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de capaciteit van het ontvangende rioolstelsel voldoende is. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt ook het DWA-rioolstelsel verder uitgewerkt waarbij uitgegaan moet worden van tenminste drie aansluitingen op het gemeentelijk rioolstelsel (Gasthuisstraat, Nijverheidsweg en Ambachtstraat). Afstromend hemelwater van al het aanwezig verhard oppervlak wordt afgekoppeld van het rioolstelsel (gescheiden rioolstelsel).

Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en moeten via de daarvoor bedoelde procedures worden verkregen. blad 46 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Conclusie In het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro is de waterparagraaf ter toetsing aangeboden aan het Waterschap. Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het KVL-terrein en is het bestemmingsplan op dit aspect uitvoerbaar.

4.9

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Om te komen tot een ruimtelijke inpassing van milieubelastende functies en gevoelige objecten op het KVL terrein en haar directe omgeving is een milieuzonering aangebracht op basis van de systematiek zoals omschreven in de VNG brochure "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009. Rekening houdend met het omgevingstype van het KVL terrein en haar directe omgeving is bepaald welke afstand aangehouden moet worden tussen bedrijfsactiviteiten en gevoelige objecten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een zonering aangebracht te worden waarmee huidige en toekomstige bewoners en gebruikers van het terrein een aanvaardbaar woon- en leefmilieu hebben. Tevens dient (door maatregelen) gegarandeerd te worden dat bestaande bedrijven door de ontwikkelingen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Onderzoek In het kader van de herontwikkeling van het KVL-terrein is een onderzoek (Bijlage 14) uitgevoerd om de invloed van de omliggende bedrijvigheid te bepalen. Het KVL terrein is een binnenstedelijke locatie in Oisterwijk. Het plangebied wordt omringd door het bedrijventerrein Kerkhoven en ligt tegen de spoorlijn Tilburg - Eindhoven aan. Op bedrijventerrein Kerkhoven bevinden zich vele (kleinschalige) bedrijven (tot maximaal milieucategorie 3.2) en enkele bedrijfswoningen.

Gebiedstype In de VNG brochure is een onderscheid gemaakt tussen de gebiedstypen "rustige woonwijk" en "gemengd gebied". Vervolgens worden per gebiedstype richtlijnen gegeven voor de mate waarin milieubelastende activiteiten onder welke voorwaarden verenigbaar zijn met gevoelige functies. Voor het gebiedtype "rustige woonwijk" bevat de VNG brochure richtafstanden welke aangehouden kunnen worden tussen milieubelastende functie en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden geven een indicatie van de afstand die nodig is om milieuhinder te reduceren tot een voor gebiedstype "rustige woonwijk" aanvaardbaar niveau. De brochure omvat eveneens richtlijnen voor het gebiedstype "gemengd gebied". Dit is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. De indicatieve milieuzonering zoals gegeven voor het gebiedstype "rustige woonwijk" mag dan met één stap verlaagd worden. Het KVL terrein wordt ontwikkeld met een menging van verschillende functies: wonen, bedrijvigheid en voorzieningen. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook het omliggende bedrijventerrein Kerkhoven bestaat uit vele soorten (kleinschalige) bedrijven en bedrijfswoningen. Voor het bepalen van de milieuzonering wordt voor het KVL terrein en omgeving dus uitgegaan van het gebiedstype “gemengd gebied”.

blad 47 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Bedrijvigheid op het KVL terrein zelf In bijlage 4 van de VNG brochure (Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging') is een aparte categorie-indeling gemaakt voor milieubelastende activiteiten binnen gebieden met functiemenging zelf (uitgaande van categorie A, B en C). In deze bijlage 4 worden bedrijfscategorieën weergegeven die verenigbaar zijn met de functie wonen in een gebied met functiemenging, zie tabel 4.2. Tabel 4.2: Categorie indeling conform bijlage 4 "Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging".

Voor het bepalen van de inpasbaarheid van bedrijven en woningen op het KVL terrein zelf is gebruik gemaakt van deze systematiek. Het bestemmingsplan staat op het KVL terrein alleen de bedrijfscategorieën toe die conform deze bijlage inpasbaar zijn met de functie wonen. Omliggende bedrijvigheid Om de afstand te bepalen tussen het KVL terrein en de bedrijvigheid in de directe omgeving worden de in bijlage 1 van de VNG-brochure genoemde richtafstanden toegepast. Omdat sprake is van een gemengd gebied worden deze met één stap verlaagd. De toegepaste milieuzonering is weergegeven in onderstaande figuur 4.5.

blad 48 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Figuur 4.5: milieuzonering In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is akoestisch onderzocht (Akoestisch onderzoek industrielawaai) en aangetoond dat de gehanteerde milieuzonering toereikend is om de bedrijfsvoering van de aangrenzende bedrijven te waarborgen. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder - daar waar relevant - aangehaald. Zone west (Gasthuisstraat) De bedrijven aan de Gasthuisstraat zijn kleinschalige bedrijven uit milieucategorie 2 met bijbehorende bedrijfswoningen. Ten aanzien van deze bedrijven wordt een milieuzonering aangehouden van 10 meter, behorende bij gemengd gebied. Binnen deze zone van 10 meter worden geen gevoelige objecten toegestaan. Hiermee wordt een aanvaardbaar woon- en leefmilieu gegarandeerd en worden de aanwezige bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Dit is aangetoond in het akoestisch onderzoek Industrielawaai dat als bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Zone noord (Nijverheidsweg - oneven) Aan de Nijverheidsweg bevinden zich bedrijven uit milieucategorie 2 tot en met 3.2. Per bedrijf wordt vanaf hier een milieuzone aangehouden van 10, 30 of 50 meter, behorende bij gemengd gebied van respectievelijk milieucategorie 2, 3.1 en 3.2. Binnen deze zone is de realisatie van gevoelige functies alleen toegestaan wanneer aan de noordzijde een dusdanige voorziening is getroffen dat hinder voorkomen wordt.

Hiermee wordt een aanvaardbaar woon- en leefmilieu gegarandeerd en worden bedrijven niet in hun blad 49 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

bedrijfsvoering belemmerd. Het aspect geluid is bepalend voor de milieuhinder van de bedrijven aan de Nijverheidsweg. De voorziening betreft zodoende een geluidwerende constructie in de vorm van aaneengesloten bebouwing aan de noordzijde van KVL terrein. In het akoestisch onderzoek Industrielawaai is aangetoond dat met een bebouwing van gedeeltelijk 6 en 7 meter hoog aan de Nijverheidsweg (oneven nummers) een afdoende afschermende werking wordt bereikt. Met een zogenaamde 'voorwaardelijke verplichting' is vastgelegd dat eerst de afschermende bebouwing moet zijn gebouwd voordat de woningen daarachter mogen gebouwd. Hiervoor is de aanduiding 'Milieuzone - zones wet milieubeheer - 1' opgenomen. Zone noord (Nijverheidsweg 10 en 12/12a) Voor de bedrijven Nijverheidsweg 10 en 12 wordt uitgegaan van bedrijven uit mileucategorie 3.2 bedrijven. Binnen een afstand van 50 meter van deze bedrijven zijn woningen niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat dit geen belemmeringen oplevert voor de bedrijfsmogelijkheden van aangrenzende bedrijven. Hiervoor is de aanduiding 'Milieuzone - zones wet milieubeheer - 2' opgenomen. In het akoestisch onderzoek Industrielawaai is aangetoond dat de geplande woningen mogelijk zijn en geen belemmeringen opleveren voor de bedrijfsactiviteiten op de Nijverheidsweg 10 en 12/12a.

Mochten er in de toekomst bedrijven op deze percelen komen met meer geluiduitstraling dan kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen om een hogere geluidbelasting op woongevels op het KVL-terrein toe te staan. Dit is aanvaardbaar omdat de bedrijven grenzen aan de Nijverheidsweg en afschermende maatregelen op de weg niet mogelijk zijn: hierdoor onstaat een 'geluidgat'. Zone oost (Ambachtsstraat) Aan de Ambachtsstraat bevinden zich bedrijven tot en met milieucategorie 2. Ten aanzien van deze bedrijven wordt een milieuzonering aangehouden van 10 meter, behorende bij gemengd gebied van milieucategorie 2. Hierbinnen worden geen gevoelige objecten toegestaan. Hiermee wordt een aanvaardbaar woon- en leefmilieu gegarandeerd en worden de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Woon-werkwoningen Ten oosten van de Nijverheidsweg 12/12a is een tweetal percelen met woon-werkwoningen voorzien. Door de gevel van de woon-werkwoningen aan de oostkant van het perceel in te richten als werkgedeelte, zijn deze (werk)gevels niet geluidgevoelig waardoor de geluidbelasting op deze gevel niet getoetst hoeft te worden in het kader van de Wet geluidhinder. Deze unit is derhalve niet relevant voor de bedrijfsvoering van het perceel Nijverheidsweg 12/12a.

De werkgedeelten vormen op deze manier een afscherming voor de wooneenheid, waardoor er geen belemmering is voor de bedrijfsvoering van de bedrijven op Nijverheidsweg 12/12a. Conclusie Aan de oost- en westzijde van het KVL terrein worden binnen de VNG afstanden geen gevoelige objecten (zoals woningen) toegestaan. Aan de noordzijde worden binnen de VNG-afstanden alleen gevoelige objecten toegestaan wanneer een dusdanige voorziening is getroffen dat hinder voorkomen wordt. Het aspect geluid is bepalend voor de milieuhinder van de bedrijven aan de Nijverheidsweg. De voorziening betreft zodoende een geluidwerende constructie in de vorm van aaneengesloten bebouwing aan de noordzijde van KVL terrein blad 50 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

danwel een geluidscherm. Met deze zonering wordt een aanvaardbaar woon- en leefmilieu gegarandeerd en worden bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

4.10

Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig, die van invloed zijn op de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied is een gasleiding aanwezig. Deze leiding wordt in de loop van 2014 verwijderd. De leiding heeft daarmee geen beperkingen in het kader van de herontwikkeling van het KVL-terrein.

4.11

Duurzaamheid De gemeente heeft de ambitie om het KVL terrein duurzaam te ontwikkelen. In dat kader is een onderzoek naar duurzaamheid op het KVL-terrein uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een duurzaamheidsbalans (Bijlage 15). De duurzaamheidsbalans is opgebouwd rondom de drie niveaus 'locatiegebonden', 'plangebonden' en 'aanvullende initiatieven'. Deze zijn voor het plan KVL nader ingevuld aan de hand van de thema's 'energie', 'materialen en gebouwen', 'natuur en landschap', 'water', 'afval en goederentransport', 'personentransport', 'openbare ruimte, gedrag en levensstijl' en 'gezondeheid en welzijn'. Op basis van de balans zijn er duurzame oplossingen geformuleerd voor onder meer: de sanering van de grondvervuiling; het behoud van het Historisch Erfgoedcomplex; de omgang met water; de verwijdering van asbest; de ontsluiting/verbinding met het centrum (in studie); de mogelijkheden voor warmte-koude opslag.

blad 51 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

blad 52 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak aangepast hoeft te worden. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is gekozen voor het gebruik van een eindbestemming. Op basis van de bepalingen van een eindbestemming kunnen direct omgevingsvergunningen worden afgegeven, indien deze passen binnen de bestemmingsomschrijving en de bebouwingsbepalingen. In deze gevallen is sprake van een 'directe bouwtitel'. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat ook bij een eindbestemming niet te allen tijde sprake moet zijn van een zeer gedetailleerde bestemming. Afhankelijk van de situatie kan een eindbestemming een globaal karakter hebben en meerdere functies bevatten (bestemmingen). Een flexibel bestemmingsplan betekent overigens niet dat geen rekening wordt gehouden met de bestaande omgeving en omliggende functies. Zo zijn onder meer voorwaarden opgenomen voor de maximale bouwhoogtes en de maximaal te realiseren woningen.

5.1

Bestemmingsplan

5.1.1

Opbouw Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en een of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen.

5.1.2

Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding van het analoge bestemmingsplan zijn met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen).

5.1.3

Toelichting op de regels De regels bevatten de juridisch regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2012. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2012, te raadplegen via de website van het ministerie van I&M, onderdeel standaarden. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen.

blad 53 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen en het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Afwijkingen van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Eventuele wijzigingsbevoegdheden. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen en waarden. In 5.2 is een beschrijving gegeven per bestemming.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; Algemene bouwregels: deze regeling regelt dat indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in de regels is bepaald, deze afwijkende maatvoering mag worden gehandhaafd; Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening: deze regeling stelt voorwaarden aan de toepasbaarheid van de regels uit de bouwverordening; Algemene afwijkingsregels: deze regeling bevat algemene regels voor het afwijken van o.a. de opgenomen maten, afmetingen en percentages; Algemene wijzigingsregels: deze regeling bevat algemene regels voor de wijziging ten behoeve van de wijziging van bestemmingsgrenzen; Overige regels: deze regels gaan in op parkeren en nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen:

blad 54 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven. Slotregel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen.

5.2

Beschrijving van de bestemmingen Bestemming 'Gemengd' Aan het cultuurhistorisch cluster is de bestemming 'Gemengd' toegekend. Dit gelet op de verscheidendheid aan functies die hier zijn gepland. Omdat het cluster aanvullend op de centrumvoorziening moet zijn en niet concurrerend is specifiek aangegeven welke functies/ activiteiten zijn toegestaan. Voor verschillende functies is daarbij het maximaal te gebruiken brutovloeroppervlak bepaald. Aan de vestiging van bedrijven is de voorwaarde gekoppeld dat het 'ambachtelijke bedrijven' dienen te zijn. De definitie van een ambachtelijk bedrijf is opgenomen in artikel 1 (Begrippen). De gemeente biedt op het KVL-terrein ruimte aan ambachtelijke bedrijvigheid, culturele functies, wonen en ondergeschikte horeca/detailhandel. Het is niet de bedoeling om alle in de SvB genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten toe te staan. Dit is gelimiteerd tot 'ambachtelijke bedrijven' (zie artikel 4.1.1). De toegestane horeca- en verblijfsactiviteiten zijn in artikel 4.1.1 lid f. en g. benoemd. De evenementenlocatie De Leerfabriek in het ketelhuis (een categorie 3 horecafunctie) betreft een tijdelijke functie en is daarom niet opgenomen in dit bestemmingsplan. De evenementenlocatie is middels een tijdelijke ontheffing van vijf jaar vergund tot 31 december 2016. Voor het U-gebouw is de aanduiding 'wonen' opgenomen.

Op de derde en vierde bouwlaag zijn vijftien appartementen/ loftwoningen mogelijk. Burgemeester en wethouders kunnen met een wijzigingsbevoegdheid vijf extra appartementen hier aan toevoegen. Vanwege het cultuurhistorisch waardevolle karakter zijn de bouwvlakken om de bestaande bebouwing gelegd. Er zijn geen nieuwe gebouwen toegestaan. Bestemming 'Bedrijventerrein' Aan het noordelijke deel van het plangebied is de bestemming 'Bedrijventerrein' toegekend. Op deze gronden zijn bedrijven toegestaan, alsmede een tweetal woon-werkwoningen op het meest zuidelijke deel van de Nijverheidsweg. Het plangebied is aangemerkt als een 'gemengd gebied' conform de landelijk bekende VNG-systematiek. De toegelaten bedrijven zijn daarmee gekoppeld aan de Lijst van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage bij de regels is opgenomen. Alle in deze Staat opgenomen bedrijfsactiviteiten uit categorie 2 zijn vanuit milieuoogpunt toelaatbaar in de nabijheid van de geplande woningen. Voor de meest noordelijke rand aan de Nijverheidsweg is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - specifieke bouwregeling' opgenomen. In deze aanduiding is bepaald dat het bouwvlak volledig mag worden bebouwd én dat de gebouwen aaneen moeten worden gebouwd. Dit om een geluidafschermende werking ten opzichte van de bedrijven op Kerkhoven te bewerkstelligen.

Aan deze aanduiding is in de bestemming 'Wonen' een voorwaardelijke verplichting gekoppeld.

blad 55 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Bestemming 'Verkeer' Voor een deel van de Almijstraat is de bestemming 'Verkeer' opgenomen. Dit deel van de Almijstraat is opgenomen in dit bestemmingsplan omdat voor de ontwikkeling van het KVL-terrein hier een geluidscherm parallel aan het spoor moet worden gerealiseerd. Om de ontsluiting van de percelen Nijverheidsweg 12 tot en met 14 te garanderen is de Nijverheidsweg ook bestemd als 'Verkeer'. Bestemming 'Wonen' Voor het grootste deel van het KVL-terrein is de bestemming 'Wonen' toegekend. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn maximaal 378 woningen mogelijk; vrijstaande, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde en/of gestapelde woningen, maar ook de bijbehorende wegenstructuur, de openbare ruimtes, de verblijfsgebieden en de bijbehorende voorzieningen. Alleen de plekken waar gestapelde woningen zijn toegestaan, zijn vastgelegd op de verbeelding met de aanduiding 'gestapeld'. Het betreft een globale bestemming waarin flexibiliteit is opgenomen voor de gebiedsontwikkeling. In de bestemming zijn regels opgenomen om de rechtszekerheid van omwonenden en gebruikers van gronden rondom het plangebied te waarborgen. Zo is ondermeer de locatie van de hoofdontsluitingen vastgelegd en zijn aan de randen van het plangebied de bouwvlakgrenzen op voldoende afstand van de (bedrijfs-)percelen aan de Gasthuisstraat en de Ambachtstraat gelegd.

Op de verbeelding zijn de toegestane goot- en bouwhoogten vastgelegd, waarbij voor de grondgebonden woningen wordt uitgegaan van een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter. Gestapelde woningen kunnen - grenzend aan het cultuurhistorisch cluster een hogere bouwhoogte krijgen. Aan de Gasthuisstraat en de Almijstraat is een gevellijn opgenomen. Hier dienen de eerstelijns-woningen met de voorgevel in gebouwd te worden danwel binnen een afstand van 5 meter. Dit vanuit enerzijds stedenbouwkundig oogpunt, maar ook vanuit geluidoogpunt (geluidafscherming ten opzichte van spoor). Aan de gronden met de aanduiding 'Milieuzone - zones wet milieubeheer - 1', ten zuiden van de Nijverheidsweg, is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld. Op deze gronden mogen pas woningen worden gebouwd op het moment dat aan de Nijverheidsweg (ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding - specifieke bouwregeling) aaneengesloten bedrijfsbebouwing is opgericht danwel geluidschermen met een minimale hoogte. Op deze wijze wordt geborgd dat pas geluidgevoelige functies kunnen worden opgericht nadat de afschermende bebouwing is gerealiseerd, zodat enerzijds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu en anderzijds de aanwezige bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt vanuit het aspect geluid.

Aan de gronden met de aanduiding 'Milieuzone - zones wet milieubeheer - 2', in de omgeving van de Nijverheidsweg 10 en 12, is de voorwaarde gekoppeld dat op deze gronden pas woningen mogen worden gebouwd op het moment dat aangetoond is dat de bedrijfsvoering van de belendende bedrijfspercelen niet in het geding is, danwel dat technische voorzieningen worden getroffen, danwel dat maatwerkvoorschriften worden genomen. Op deze wijze wordt geborgd dat de aanwezige bedrijven en toekomstige bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' Voor een deel van het KVL-terrein is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Dit zijn de onbebouwde delen die nog niet vrijgegeven kunnen worden vanuit het aspect archeologie. Voordat op deze gronden bodemverstorende activiteiten kunnen plaatsvinden dient of archeologisch vervolgonderzoek te worden uitgevoerd of dienen de blad 56 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

bodemverstorende activiteiten archeologisch begeleid te worden.

blad 57 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

blad 58 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid Inleiding In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit op de ruimtelijke ordening is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk gemaakt worden binnen het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn en gerealiseerd kunnen worden. Onderhavig plan betreft de ontwikkeling van de verschillende functies (waaronder wonen en bedrijvigheid). Gelet hierop dient de economische uitvoerbaarheid inzichtelijk gemaakt te worden.

6.2

Toepassing Grondexploitatiewet In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vast moet stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij drie ruimtelijke besluiten kan het nodig zijn om een exploitatieplan vast te stellen, namelijk bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of een omgevingsvergunning. Om daadwerkelijk na te kunnen gaan of een exploitatieplan noodzakelijk is, dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In dit artikel is omschreven om welke bouwplannen het gaat, namelijk: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² brutovloeroppervlak (bvo) of met één of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1.500 m² bvo bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 bvo m².

Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is. Indien de kosten minder dan €10.000,- bedragen, kan ervoor gekozen worden deze middels andere wijze dan een exploitatieplan te verhalen.

6.3

Financiële uitvoerbaarheid KVL De gemeente Oisterwijk heeft de grondexploitatie voor de herontwikkeling van het KVL-terrein inzichtelijk. Deze is weergegeven in onderstaande tabel.

blad 59 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Er is sprake van een negatieve netto contante waarde (d.d. 1 januari 2013) van € 966.518,00. Voor dit tekort is door de gemeenteraad een voorziening opgenomen, zodat de grondexploitatie sluitend is en het plan financieel haalbaar is.

blad 60 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan KVL-terrein Gemeente Oisterwijk Projectnummer 267115

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voortraject In het kader van de planvorming rondom het Masterplan zijn diverse informatie- en inspraakmomenten geweest, waarbij de gelegenheid is geboden om op de plannen te reageren.

7.2

Inspraak en vooroverleg In het kader van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Bro is het concept van het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de verschillende overlegpartners. Gelijktijdig is op grond van de gemeentelijke inspraakverordening het concept van het ontwerpbestemmingsplan voor de duur van vier weken ter inzage gelegd. Eenieder heeft daarbij de gelegenheid om op de plannen te reageren. Hierop zijn 5 inspraakreacties ingediend. Van het gevoerde vooroverleg en de inspraak is een verslag gemaakt dat bij het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd (Bijlage 17). In april 2014 hebben drie informatiebijeenkomsten plaatsgevonden, waarbij achtereenvolgens de direct omwonenden, de omliggende bedrijven en de ondernemers uit het centrum zijn geïnformeerd over de opzet van het KVL-terrein en de wijze van bestemmen in het bestemmingsplan. Tijdens de terinzagelegging van het concept ontwerpbestemmingsplan is op 1 juli 2014 ook een infomatieavond gehouden om de eerder betrokken omwonenden, omliggende bedrijven en de ondernemers uit het centrum verder te informeren.

7.3

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode vanaf 23 december 2014 tot 3 februari 2015 ter visie gelegen. Gedurende deze periode van de tervisielegging kon iedereen schriftelijk of mondeling zienswijzen op het plan of onderdelen daarvan inbrengen. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingebracht. Na de ter visie legging volgde de formele vaststellingsprocedure, waarin het bestemmingsplan door de raad is vastgesteld.

7.4

Beroep Na vaststelling wordt het plan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

blad 61 van 61

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan KVL-Nijverheidsweg west Gemeente Oisterwijk Projectnummer 416529

blad 72 van 598

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan KVL-Nijverheidsweg west Gemeente Oisterwijk Projectnummer 416529

Bijlage 2

blad 73 van 598

Moederplan: vormvrije m.e.r.-beoordeling

Ruimte - Antea Nederland B.V.

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

1

0416529.01 13 augustus 2018 Gemeente Oisterwijk Antea Group Oisterwijk, KVL-terrein locatie Nijverheidsweg (oost) 0416529.00 Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling herontwikkeling KVL terreinlocatie Nijverheidsweg (oost) te Oisterwijk

Inleiding

Tot 2000 was Koninklijke Verenigde Leder (KVL) in Oisterwijk de grootste leerlooier van Europa. In dat jaar sloot de fabriek met bijbehorend gebouwencomplex op een terrein van circa 11 hectare ten noorden van het centrum haar deuren. Vanaf dat moment zijn er verschillende stappen ondernomen om tot herontwikkeling van de locatie te komen. Omdat deze herontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan is in 2015 het bestemmingsplan KVL terrein (NL.IMRO.0824.BPKVLterrein-VA01) vastgesteld. BPD en Leystromen (hierna: initiatiefnemer) zijn voornemens een deel van het KVL terrein in Oisterwijk te herontwikkelen. Het plan bestaat uit het herbestemmen van twee bedrijfspercelen aan de noordzijde van het KVLterrein tot woonbestemming. Leystromen is voornemens een appartementencomplex te realiseren ter plaatse van deellocatie A uit figuur 1.1. BPD wil grondgebonden woningen realiseren ter plaatse van deellocatie B. De plannen zijn strijdig met het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'KVL-terrein'. Het vigerende bestemmingsplan staat namelijk geen reguliere woonfunctie toe binnen het plangebied. Om deze strijdigheid op te heffen, worden nieuwe bestemmingsplannen opgesteld, voor elk bedrijfsperceel apart. Hierbij wordt de bedrijfsbestemming omgezet naar een woonbestemming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14785742/1