Bijlage 2a - Toelichting
Tekst van het document
Ontsluiting Figuur 4.1 toont dat het gemotoriseerd van en naar het plangebied via twee aansluitingen ontsluit op de Heiligenboom. Het fietsverkeer ontsluit zowel op de Heiligenboom als aan de westzijde van het plangebied naar de naastgelegen woonwijk. Voetgangers kunnen zowel via de Heiligenboom als aan de (noord-)westzijde van het plangebied naar de naastgelegen woonwijk ontsluiten. Vanuit het oogpunt van veiligheid is het belangrijk dat een gebied bereikbaar is in geval van calamiteiten. Dit houdt in dat bewoners minimaal twee vluchtroutes wordt geboden en dat hulpdiensten de locatie kunnen bereiken. In het geval dat de toegangsweg tot het gebied gestremd is door een calamiteit wordt de hulpdienst de toevoer ontnomen en hebben bewoners geen vluchtroute. Voor de hulpdiensten zijn er twee routes beschikbaar. Daarnaast is er een mogelijkheid voor een route via de westelijke fietsverbinding. Mocht dit blad 29 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
wenselijk zijn dan moet de fietsverbinding dusdanig worden ingericht dat deze in geval van een calamiteit kan worden gebruikt door hulpdiensten. De aansluiting van het plangebied op de Heiligenboom kan worden uitgevoerd als gelijkwaardig kruispunt. Een gelijkwaardig kruispunt met voorrang van rechts past binnen het bestaande wegbeeld en voldoet aan de verwachtingen van de weggebruikers. Het wegprofiel van de Heiligenboom moet voor de ontwikkeling worden aangepast. De functie van de Heiligenboom blijft een erftoegangsweg, maar gezien de toekomstige ontwikkelingen is het wenselijk een breder wegprofiel met fietsstroken te realiseren.
Figuur 4.1 Ontsluitingsroutes plangebied Verkeersafwikkeling Uit een netwerktoedeling blijkt dat dat circa 22% van het verkeer van en naar het noorden (route Heiligenboom – Stokske) rijdt en dat de overige 78% via zuidelijke ontsluitingsroutes rijdt. Hiervan rijdt 47% door de bebouwde kom van Moergestel (route Heiligenboom – Oirschotseweg – Raadhuisstraat – Kerkstraat – Schoolstraat – A58) en de overige 31% via de Oirschotseweg richting Oirschot. De verkeerstoename op de Heiligenboom leidt niet tot knelpunten, maar het wegprofiel dient wel verbreed te worden en er dienen voldoende brede fietsstroken te worden gerealiseerd. Hierdoor zal de kruising met de Oirschotseweg ook moeten worden aangepast, waardoor deze ook conform het ASVV 2021 kan worden ingericht. Rondweg Moergestel Op een aantal andere wegen (Raadhuisstraat, Kerkstraat en Schoolstraat) bestaan in de huidige situatie reeds knelpunten op het gebied van doorstroming, oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Met de ontwikkeling van Heiligeboom verslechtert deze situatie, maar de realisatie van de nieuwe woonwijk is niet de oorzaak van de slechte doorstroming. Om voor blad 30 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
de verkeersdruk in het centrum een oplossing te vinden, heeft Sweco een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd, bijgevoegd als Bijlage 5. Tijdens deze studie is met behulp van het verkeersmodel onder andere onderzocht welke verkeerseffecten een eventuele rondweg aan de noord- of oostzijde (of een combinatie van beide) van Moergestel heeft. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek is dat een zuidoostelijke rondweg voldoende verlichting van de verkeersdruk in het centrum biedt. De slechte doorstroming is niet het gevolg van de ontwikkeling van Heiligeboom, maar de noodzaak om aanvullende maatregelen te nemen, wordt hierdoor wel groter. Door Antea Group is geadviseerd om lokale maatregelen op wegvak- en kruispuntniveau te onderzoeken en voor de lange termijn (na realisatie plan Heiligeboom) een alternatieve route voor het doorgaand verkeer (dat nu nog door de kern van Moergestel rijdt) te faciliteren. Naar verwachting verbeteren daarmee de doorstroming, verkeersveiligheid, oversteekbaarheid en leefbaarheid in de dorpskern sterk. Deze maatregelen zijn nu niet onderzocht. Conclusie Met de toevoeging van de woonwijk verslechteren de reeds bestaande knelpunten op het gebied van doorstroming en verkeersveiligheid. De realisatie van Heiligeboom is echter niet de oorzaak van deze knelpunten. Er is in het plangebied voldoende ruimte om het parkeren op te vangen.
4.4
Bodem Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet - als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening - worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt te zijn voor de beoogde functie, in dit geval voor woningbouw. Toetsing Door Bodem Inzicht is in 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 6 bijgevoegd. De resultaten worden hieronder kort toegelicht. In de mengmonsters van de visueel schone bovengrond van de vaste bodem zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes aan barium gemeten. Plaatselijk zijn gehaltes aan koper, zink en cadmium gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhogingen aan metalen zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaardes en behoeven geen nader onderzoek. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
blad 31 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
4.5
Water Algemeen Nederland is groot geworden door het leven met en de strijd tegen het water. In de 20e eeuw is, doordat er te weinig rekening is gehouden met het waterbelang, veel ruimte aan het water onttrokken en veel afvalwater direct geloosd op oppervlaktewater. Om de toekomst van Nederland veilig te stellen is het nodig om te anticiperen op klimaatsveranderingen en bij de ruimtelijke planvorming goed rekening te houden met water. De waterbeheerder heeft de taak, kennis en kunde om daar zorg voor te dragen. Daarom is het belangrijk om hem vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
4.5.1
Beleid Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet vormt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning: de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater.
Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016- 2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Kamerbrief 'Water en bodem sturend' In een brief aan de Tweede Kamer in november 2022 hebben minister Harbers en staatsecretaris Heijnen principes en structurerende keuzes geformuleerd over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. De brief presenteert principes waarbij water en bodem een leidende rol spelen bij toekomstige besluitvorming. De veranderende klimatologische omstandigheden zorgen voor toenemende uitdagingen op
blad 32 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
het gebied van water en bodem. De zeespiegel stijgt en er zijn periodes van extreme droogte en wateroverlast. Het grond- en oppervlaktewater raakt verzilt en de waterkwaliteit laat te wensen over. Om deze problemen aan te pakken werkt de overheid vanuit voorwaarden in programma’s zoals Ruimte voor de Rivier, Integraal Rivier Management en de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Het doel is om deze aanpak standaard te maken bij nieuwe ontwikkelingen, zodat alle betrokken partijen rekening kunnen houden met deze aanpak. Relevante artikelen met betrekking tot water en bodem gerelateerd aan het voorliggende plan zijn: 7. Ruimte creëren voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in de ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. Hiermee vergroten we de veerkracht van zowel het hoofdwatersysteem als regionale watersystemen. Dit wordt vanaf heden door het Rijk, de waterschappen, provincies en gemeenten uitgewerkt en in de gebiedsprogramma’s opgenomen. 13. 5% tot 10% reserveren van diepe polders voor waterberging, bij voorkeur de diepste delen. Wateroverlast als gevolg van aanhoudende regenval of piekbuien wordt hiermee voorkomen. Hier is geen nieuwe bebouwing toegestaan, tenzij het niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen. 15. Versterken van regie op de inrichting van de ondergrond.
Daarmee wordt een efficiënte inrichting ervan bereikt, zodat ontwikkelingen als woningbouw en energietransitie mogelijk worden gemaakt zonder de bodem aan te tasten. Rijk en gemeenten ontwikkelen hiervoor een gezamenlijk instrument. 16. Bij verstedelijking en infrastructuur streven naar zo efficiënt mogelijk gebruik van ruimte, dekken de bodem zo min mogelijk af en herstellen de bodem waar mogelijk. Zo wordt de waardevolle organisch rijke landbouw- en natuurbodems behouden en blijft ook de sponswerking van de bodem behouden. Samen met gemeenten en provincies wordt ingezet op beperking van onnodig landgebruik. 19. Tegengaan van bodemverstoring door ontgraving tegen en hergebruiken grond hoogwaardig. Daarmee blijven gezonde en vitale bodems behouden. Samen met provincies en waterschappen start het Rijk hier als opdrachtgever zelf pilots voor. 21. Risico’s van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid zijn sturend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw. Hierme wordt voorkomen dat nieuwbouw wordt gerealiseerd op locaties waar we later spijt van gaan krijgen. Provincies nemen in hun ruimtelijke arrangementen het (concept) richtinggevend kader mee. 23. De maatlat voor een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwde omgeving wordt toegepast. Daarmee worden gebieden klimaatbestendiger ontwikkeld.
Overheden sturen zo min mogelijk op afdekking van de bodem. 24. Overheden sturen zo min mogelijk op afdekking van de bodem. Daarmee blijft buiten het bebouwd gebied goede landbouwgrond behouden en wordt hittestress gereduceerd. De waterinfiltratie binnen het bebouwd gebied wordt bevorderd. Samen met provincies en gemeenten wordt dit gewerkt wordt ingezet op op minder netto landgebruik in de ladder duurzame verstedelijking. Regionaal Water- en Bodemprogramma Noord-Brabant 2022-2027 Het Regionaal Water- en Bodemprogramma 2022 – 2027 (RWP) bevat de ambitie, opgaven, doelen en de aanpak, inclusief de zeven leidende principes bij het tot stand komen van een klimaatbestendig en verkeerkrachtig water- en bodemsysteem binnen de provincie Noord-Brabant. In het RWP zijn de volgende leidende principes opgenomen:
blad 33 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Watervoorraad in balans; Elke druppel telt; Niet alles kan overal; Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen; Bescherming van water- en bodemkwaliteit; Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk; Circulair denken en doen. Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Het waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’ schetst de visies en ambities van het waterschap voor de lange termijn. In 2050 wil De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Het klimaat verandert, daardoor is het watersysteem van Midden-Brabant kwetsbaar geworden. Daarbij speelt mee dat het weer extremer wordt, de vraag naar ruimte toeneemt en er meer (grond)water wordt verbruikt. Bovendien is het water, ondanks alle inspanningen, nog steeds niet schoon genoeg. Daarnaast zijn er ook andere uitdagingen in de leefomgeving. Denk aan natuurherstel, de energie- en landbouwtransitie en de woningbouwopgave. Het watersysteem speelt een cruciale rol in al deze uitdagingen. De komende zes jaar maakt het waterschap het verschil door de focus in de aanpak te verleggen.
De ambitie en de verandering zijn gericht op: van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat vanaf nu ook naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied, niet alleen naar het beekdal; een sectorale aanpak naar een integrale aanpak; samen met overheden en gebiedspartners werken we aan meerdere doelen in het gebied; van ‘water afvoeren’ naar ‘elke druppel telt’; we richten het waterbeheer in op maximaal water vasthouden, we gaan minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. De Dommel wil samen met partners en andere watergebruikers werken aan concrete uitvoeringsplannen, waarin samen gezocht wordt naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Het waterschap wil meer water vasthouden in het gebied, dit water benutten voor gebruik in droge periodes én voor de noodzakelijke aanvulling van het grondwater. Ook werkt De Dommel aan een betere waterkwaliteit in ons gebied. Naast de wateropgaven, ziet het waterschap kansen om opgaven in het gebied slim met elkaar te verbinden. Het waterschap heeft daarnaast het waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld waarin de visie en ambities van het waterschap in opgenomen zijn. De visie voor 2050 vanuit waterschap De Dommel is dat de leefomgeving en het watersysteem toekomst bestig zijn. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio.
De drie doelen waaraan gewerkt worden zijn: Droge voeten: voorkomen van wateroverlast. Schoon water: Waterkwaliteit moet voldoen aan de KRW eisen. Voldoende water: Voldoende water beschikbaar houden voor periodes waarin weinig tot geen neerslag valt, dit doormiddel van: 1. Meer water vasthouden om het grondwater aan te vullen. 2. Minder grondwater onttrekken. 3. Het watersysteem slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast blad 34 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. De vigerende keur is inwerking getreden op 18 november 2019. Met het ingaan van de Omgevingswet worden de keur en de legger overgenomen in de waterschapsverordening. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
In de Keur is aangegeven dat neerslag, afkomstig van toename verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, die direct tot afvoer naar een (keur)waterlichaam komt, verplicht gecompenseerd dient te worden middels de aanleg van waterbergende voorzieningen. Het waterschap verleent in enkele gevallen vrijstelling van deze verplichting. Dit wordt gedaan indien: De toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² bedraagt, of; De toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² bedraagt en middels de rekenregels afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, of; Het af te koppelen verhard oppervlak maximaal 10.000 m² bedraagt, of; Er binnen het plangebied andere hydraulische afspraken gelden (bv. met de gemeente) De rekenregel voor de benodigde compensatie betreft: Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m). De gevoeligheidsfactor is voor het huidige plangebied in principe 1, aangezien de doorlatendheid van de bodem voldoende is. Indien een voorziening nodig is, dan bedraagt de maximale toegestane afvoer uit een voorziening 2 l/s/ha bij een neerslagsituatie van 60 mm. Groene (vegetatie)daken gelden hierbij niet als verhard oppervlak.
Bij meer dan 10.000 m² toename nieuw verhard oppervlak of het afkoppelen van 10.000 m² bestaand verhard oppervlak is altijd een voorziening noodzakelijk volgens de geldende beleidsregels van het waterschap. Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer blad 35 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die ervoor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd.
Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2015-2019 Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het VGRP vertaalt de gemeente de ambities van de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie, de benodigde activiteiten en de benodigde middelen. Verordering afvoer hemelwater en grondwater 2022 Binnen de gemeente Oisterwijk is het hemelwater en grondwater beleid ingebed binnen de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022. Hierbij zijn relevante eisen voor de nieuwe woonwijk beschreven: De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein; Voor de aanleg van nieuw verharding geldt de bergingsnorm van 60 mm per m2 als uitgangspunten. De randvoorwaarde hierbij betreft dat het opgevangen water niet eerder dan 24 uur afgevoerd mag worden en de berging na 48 uur weer volledig beschikbaar dient te zijn; In gebieden waar een gemeentelijke voorziening aanwezig is, heeft de eigenaar van een perceel de verplichting minimaal 40% van het hemelwater te lozen in de gemeentelijke of eigen voorziening; Het is niet toegestaan hemelwater te lozen op het gemeentelijk vuilwater riool. Toetsing Door Antea Group is een watertoets uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als Bijlage 7 opgenomen.
Hierna wordt ingegaan op de conclusies uit het rapport. Huidige situatie Maaiveld In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als agrarische grond, het perceel is voor een groot deel onbebouwd en onverhard. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied varieert tussen NAP 10 m en NAP 10,7 m. De ondergrond bestaat vanaf maaiveld tot een diepte van circa 11 m-mv uit Formatie Boxtel. Volgens het REGIS II-model wordt de horizontale doorlatendheid geschat tussen 5 m/d en 10 m/d. Onder de Formatie van Boxtel blad 36 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
tot een diepte van 44 m-mv is een tweede zandige eenheid aangetroffen (k-waarde tussen 25 en 50 m/d). Grondwater Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele of historische peilbuizen. Om inzicht te krijgen in het freatische grondwater is het Landelijk Hydrologisch Model (LHM 4.1) geraadpleegd. Vanuit het LHM-4.1 blijkt dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) voor de periode 2011- 2018 tussen 0,0 m en 0,8 m-mv ligt. De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt circa 1,2 m-mv. Oppervlaktewater In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. De watergangen betreffen wateren van de categorie primair en secundair. De dichtstbijzijnde primaire watergang bevindt zich op ca. 300 m ten westen van het plangebied. Wateroverlast door hevige neerslag Volgens de kaart ‘water op straat’ van de klimaateffectatlas is er in het plangebied sprake van een zeer kleine kans op water op straat. Het water op straat kan een waterdiepte tussen 5 cm en 15 cm bereiken. Waterkering Volgens de legger ‘waterkeringen’ van het waterschap De Dommel ligt het plangebied buiten de kern- en beschermingszone van waterkeringen. Toekomstige situatie Het plangebied beslaat in totaal circa 79.185 m2 . In de huidige situatie het plangebied is volledige onverhard.
In de nieuwe situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van 31.450 m2 . Het onverhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt 33.625 m2 . Het gebied met een waterbergende functie beslaat 14.110 m2 . Op basis is van het ontwerp Oostelvoortjes II is de wateropgave en invulling hiervan bepaald. Bij de ontwikkeling moet worden voldaan aan de eisen van het waterschap De Dommel en de gemeente Oisterwijk. Ter compensatie van de toename verhard oppervlakte geldt een compensatieregel van 60 mm per m2 van verhard oppervlak. Om te voldoen aan de beleidsregel geldt een benodigd waterberging van 1.572 m3 . Binnen de stedenbouwkundige plan is er ruimte gereserveerd voor de aanleg van wadi's, het graven van nieuwe greppel/sloot en houtsingels met waterbergende functie. De totale potentiële waterberging van deze voorzieningen is in het ontwerp van maart 2024 berekend op 1.618 m³. Op basis van de totale bergingscapaciteit wordt voldaan aan de gestelde eisen ten aanzien van de benodigde waterberging binnen het plangebied. Watersysteem Voor het toekomstige watersysteem geldt het uitgangspunt ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’. Dit geldt voor zowel het oppervlakte- als grondwatersysteem.
blad 37 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Ontwateringsdiepte Het toekomstige aanlegpeil ligt op ca. NAP +10,85 m. Rekeninghouden met een gemiddeld bestand maaiveld van NAP +10,5 m, is de GHG ingeschat op ca. NAP +10,1. m (ca. 0,4 m-mv). De ontwateringsdiepte bij het voorgenomen aanlegpeil is daarmee 0,75 m (NAP +10,85 m – NAP +10,1 m), dit is voldoende ten opzichte van de minimumvereiste (bouw)peilen van 0,7 m in de toekomstige situatie. Oppervlaktewater Wanneer waterberging gerealiseerd wordt in de vorm van nieuwe watergangen, gelden de volgende uitgangspunten vanuit het waterschap de Dommel: Om een robuust watersysteem te garanderen, moeten doodlopende watergangen worden vermeden; Het watersysteem moet zo aangepast worden dat dit goed blijft functioneren. De ontwikkeling voldoet aan de bovengenoemde criteria, zolang de wadi's met duikers op het bestaande oppervlaktewatersysteem wordt aangesloten. Bovendien is op advies van het waterschap een dam/stuw/overstort nodig om de langzame afvoer te garanderen. In het ontwerp is deze voorzieningen reeds opgenomen met een overstort op een hoogte van NAP +10,5 m. Voor het aanleggen, wijzigen of dempen van oppervlaktewaterlichamen geldt een vergunningplicht. Voor de aanleg van duiker geldt een vergunningplicht. Ook door de toename verharding geldt een vergunningplicht. Waterkwaliteit In de toekomstige situatie mag de waterkwaliteit niet verslechteren.
Derhalve dient gewerkt te worden met materialen die geen uitloging veroorzaken. Afstromend hemelmater is in de basis schoon (op parkeerterreinen en wegen na). Indien nodig dient het hemelwater vanuit parkeergarages, parkeerterreinen en wegen via bermen/wadi's te worden geïnfiltreerd in de bodem. Hiermee accumuleert de vervuiling in de bodem en komt het niet terecht in het oppervlaktewater. Periodiek onderhoud van de bermen en wadi's is daarbij wel van belang voor een goed werkend systeem. Vuilwater De realisatie van de woonwijk leidt tot een toename van de afvoer van afvalwater, als gevolg van een toename van het bewonersaantal. Het toekomstige vuilwateraanbod is berekend op ongeveer 6,6 m3 per dag (ca. 0,28 m3 /uur). Bij de realisatie van het rioleringsplan dient te worden aangetoond dat het toekomstige vuilwateraanbod geen negatieve effecten veroorzaakt in het bestaande DWA-riool of dat het rioolsysteem hier voldoende op is aangepast. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.6
Natuur Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is er de Wet natuurbescherming in. Deze wet heeft 3 wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en
blad 38 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. De uitvoering van de Wet natuurbescherming ligt bij de Provincie. Toetsing In het plangebied is door Antea Group in juni 2023 een natuurtoets/voortoets Wet natuurwetbescherming uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als Bijlage 8 opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de conclusies uit het rapport. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Kampina & Oisterwijkse Vennen' en ligt op circa 380 meter ten noorden van het plangebied (zie figuur 4.2). Dit gebied is aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Binnen een straal van 15 km liggen nog vier andere Natura 2000-gebieden. Het betreft 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen', 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek', 'Regte Heide & Riels Laag' en 'Kempenland West'. Deze Natura 2000-gebieden en de overige Natura 2000-gebieden die op een nog grotere afstand liggen, liggen buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft bijvoorbeeld geluid- en lichtverstoring.
Vanwege de afstand, de tussenliggende gebieden, wegen en watergangen en de relatief geringe omvang van de ontwikkeling in het plangebied worden geen effecten (anders dan als gevolg van stikstof) in deze Natura 2000-gebieden verwacht. De voortoets heeft alleen betrekking op Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. De resultaten worden beschreven in Bijlage 8.
Figuur 4.2: Natura 2000-gebied ten opzichte van het plangebied Effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en de gebruiksfase niet op voorhand uit te sluiten. Op de mogelijk negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie wordt later in deze paragraaf ingegaan.
blad 39 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
NNB-gebieden In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. Het plangebied ligt op 12 meter van het NNB landschapstype L01.02 – Houtwal en houtsingel. De dichtstbijzijnde natuurtypes zijn “N00.01 – Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur” op 165 meter ten zuiden en 200 meter ten oosten van het plangebied (figuur 4.3). Effecten van het planvoornemen op N00.01 zijn uitgesloten aangezien deze gebieden nog geen natuurtype betreffen en hierom nog geen wezenlijke kenmerken en waarden hebben. Landschapstype L01.02 betreft Houtwal en Houtsingel. Er zijn geen soorten aangewezen voor dit landschapstypen. De criteria voor het landschapstype bestaan uit beheersmaatregelen, welke niet worden veranderd door het voornemen. Effecten van het planvoornemen op het landschapstype zijn hierom uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde wat betreft NNB.
Figuur 4.3: Natuurnetwerk Nederland ten opzichte van het plangebied Het plangebied ligt in de omgeving van gronden die in de interim omgevingsverordening zijn aangeduid als groenblauwe mantel. Er is geen sprake van externe werking. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Houtopstanden Als gevolg van het planvoornemen worden er geen bomen gekapt. Daarnaast zijn binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden geen beschermde houtopstanden aanwezig. Beschermde houtopstanden Wnb zijn daarom niet relevant voor voorliggend planvoornemen. Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.
blad 40 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Vogels met een jaarrond beschermd nest (boomvlak, ransuil, sperwer) De aanwezigheid van nestplaatsen en essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de boomvalk, ransuil en sperwer in (de directe omgeving van) het plangebied niet worden uitgesloten. De nesten worden niet direct aangetast door het voornemen, aangezien de bomen niet gekapt worden. Wel kan sprake zijn van indirecte effecten door verstoring. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd. Later in deze paragraaf wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus) In het plangebied (en de directe omgeving) is bebouwing aanwezig. De daken van Heiligenboom 1 zijn bedekt met riet (woonhuis) of platen (bijgebouwen). Op enkele locaties tussen deze platen zijn openingen aanwezig. Dergelijke bebouwing is geschikt voor de huismus. Tevens bevinden zich potentiële essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving voor huismus binnen het plangebied, waaronder een dichte haag die kan dienen als schuilplaats/overnachtings- en winterverblijfplaats. Tijdens het terreinbezoek zijn huismussen gehoord in deze haag. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd. Later in deze paragraaf wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek.
Vogels met een jaarrond beschermd nest (steenuil) De bebouwing van Heiligenboom 1 en de omliggende boerderijen (in de directe omgeving: Heiligenboom 6 en 8) bieden geschikt broedbiotoop voor de steenuil. Ook kan het plangebied deel uitmaken van essentieel foerageergebied van de steenuil. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd. Later in deze paragraaf wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Vleermuizen De woningen aangrenzend aan het plangebied kunnen verblijfplaatsen bieden aan vleermuizen. Deze gebouwen worden niet direct aangetast, wel dient in de gebruiksfase rekening gehouden te worden met lichtuitstraling op de omgeving om de functionaliteit van deze verblijfplaatsen te garanderen. In het plangebied zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als (essentiële) vliegroute. De aanwezigheid van (essentiële) vliegroutes in het plangebied kan worden uitgesloten. Wel grenst het plangebied mogelijk aan essentiële vliegroutes. De Heiligenboom is te open om als vliegroute te dienen, maar de bomenlanen en rijen woningen aan de noord-, west-, en zuidzijde van het plangebied kunnen als vliegroute dienen. Deze structuren worden niet aangetast door het voornemen, maar kunnen wel verstoord worden indien hier licht naar uitgestraald wordt (bouwbelichting).
Gedurende de werkzaamheden kan hier rekening worden gehouden door tussen zonsondergang en zonsopkomst de bouwbelichting uit te zetten. Lichtuitstraling naar de omgeving dient voorkomen te worden. Indien lichtuitstraling niet voorkomen kan worden, dienen vliegroutes in de omgeving middels nader onderzoek in beeld gebracht te worden. In het plangebied is marginaal geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen, vanwege het agrarisch karakter en afwezigheid van opgaande beplanting. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is vergelijkbaar alternatief foerageergebied aanwezig. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.
blad 41 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Marterachtigen (boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) Het plangebied grenst aan bosgebied en in het plangebied bevinden zich konijnenholen. Rustplaatsen van de boommarter zijn daarom niet uit te sluiten van het plangebied. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Het plangebied betreft agrarisch landschap met ruige vegetatiestroken en konijnenburchten in het noorden. Verblijfplaatsen van de bunzing zijn hierom niet uit te sluiten van het plangebied. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’ ). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. Het plangebied betreft agrarisch landschap met ruige vegetatiestroken en konijnenburchten in het noorden. Verblijfplaatsen van de steenmarter zijn hierom niet uit te sluiten van het plangebied. De wezel leeft bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland).
Verblijfplaatsen van de wezel zijn hierom niet uit te sluiten van het plangebied. Het is nog onbekend of de konijnenburchten worden aangetast door het voornemen. Indien de konijnenburchten worden aangetast en deze zijn in gebruik door een marterachtige, is deze aantasting/verstoring/vernietiging een overtreding van de Wet natuurbescherming. Ook de ruige vegetatie kan een essentiële functie hebben. Om deze reden is nader onderzoek naar het gebruik van de het plangebied door marterachtigen noodzakelijk. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd. Later in deze paragraaf wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Nader onderzoek De natuurtoets geeft aanleiding om nader ecologisch onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van vogels met een jaarrond beschermd nest en marterachtigen in het plangebied te onderzoeken. Door Antea Group zijn deze onderzoeken uitgevoerd. De rapportage is als Bijlage 9 bijgevoegd. Hieronder worden de resultaten kort samengevat. Vogels met een jaarrond beschermd nest De boomvalk, ransuil en sperwer zijn niet waargenomen tijdens het nader onderzoek. Om deze reden is de aanwezigheid van een nestlocatie uitgesloten. Negatieve effecten van het voornemen op de boomvalk, ransuil en sperwer zijn uitgesloten. De huismus heeft acht nestplaatsen in de bebouwing aan de Heiligenboom 1.
Ook zijn er rustplaatsen voor circa 30 huismussen aanwezig in de haagbeukhagen om het perceel aan de Heiligenboom 1. Er is sprake van verstoring en aantasting van nest- en rustplaatsen en uiteindelijk bij het uiteindelijke ontwerp mogelijk ook van verwijdering van rust- en nestplaatsen. Om deze reden dient een ontheffing aangevraagd te worden en is mogelijk ook sprake van een compensatieopgave. Er zijn twee steenuilterritoria aanwezig nabij het plangebied. Het noordelijke steenuil territorium ligt op voldoende afstand om geen negatieve effecten van het planvoornemen te ondervinden. Het steenuilterritorium rond de Heiligenboom 8 ondervindt wel negatieve effecten doordat essentieel foerageergebied wordt aangetast. Hierom dient een ontheffing aangevraagd te worden en is er sprake van een compensatieopgave.
blad 42 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Marterachtigen Aan de noordelijke zijde van het plangebied zijn de bunzing (vijf keer) en steenmarter (twee keer) waargenomen. In de huidige plannen wordt deze bosschage en het omliggende groen niet aangetast, waardoor er geen sprake is van aantasting van essentieel leefgebied of verblijfplaatsen van de bunzing. Indien het voornemen verandert en deze bosschage wel wordt aangetast, dient een ontheffing aangevraagd te worden en is er sprake van een compensatieopgave. Ontheffing De verwachting is dat de ontheffing voor de huismus en steenuil op basis van het van toepassing zijnde provinciale beleid ook verleend kan worden. De Wet natuurbescherming staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Effectbeoordeling stikstofdepositie Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2024 zijn de effecten met betrekking tot stikstofdepositie als gevolg van de voorliggende ontwikkeling in beeld gebracht. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 10. Er zijn twee verschilberekeningen uitgevoerd, waarbij de emissies van de realisatiefase en de gebruiksfase zijn vergeleken met de emissies van de referentiesituatie. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator voor de realisatiefase en de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie nergens een verschil groter dan 0,00 mol/ha/jaar.
Uit de berekening van de realisatiefase en de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Op basis van bovenstaande rekenresultaat worden significante negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Conclusie Het aspect natuur is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Archeologie en cultuurhistorie Algemeen De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een plantoelichting dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De gemeente Oisterwijk is in 2018 begonnen met het opstellen van een Erfgoedvisie. In de visie staat het beleid voor het behoud van monumenten en erfgoed voor de komende jaren weergegeven. Wat is van cultuurhistorische waarde? Moeten we alles wat oud is behouden? Wat is wettelijk beschermd? Hoe kan cultureel erfgoed ingezet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen? In de erfgoedvisie wordt aangegeven wat er allemaal gedaan wordt aan (het behoud van) erfgoed en welke kernprojecten de gemeente kiest om uit te voeren. Belangrijk hierbij is dat de inwoners meer betrokken worden bij het eigen erfgoed door dit te benoemen, zichtbaarder te maken en bekendheid te geven.
blad 43 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Toetsing Archeologie Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, moet worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Voor het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. Door Antea Group is een bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 11 bijgevoegd. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Op basis van de resultaten uit het bureauonderzoek kunnen er archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot de late middeleeuwen worden aangetroffen. De resten kunnen voorkomen in het hele plangebied, uitgezonderde de ontgronde zones. De omvang kan verschillen tot puntvondsten aan het oppervlak tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Kenmerken voor archeologische resten zijn onder andere cultuurlagen, paalkuilen of gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen en sporen van agrarische activiteiten. Door de ligging van het plangebied in het landschap en de verwachte bodemopbouw is de archeologische verwachting in het plangebied hoog.
Deze verwachting hangt sterk af van de intactheid van de bodemopbouw, die invloed heeft op de conservering archeologische resten. Om de intactheid van de bodem in kaart te brengen en daarbij de verwachting op archeologische resten te specificeren, adviseert Antea Group een vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen. Om een goed beeld te krijgen van de bodemopbouw en intactheid hiervan wordt geadviseerd om de boringen in een grid van 40 bij 50 m (6 boringen per hectare) waarbij gebruik wordt gemaakt van een edelmanboor met een boordiameter van 7 cm. Dit onderzoek wordt in een later stadium uitgevoerd. Om de archeologische waarden te beschermen, blijft de vigerende dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' behouden. Cultuurhistorie De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft ze haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Dit belang hangt nauw samen met het provinciaal ruimtelijk belang, zoals benoemd in de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening. Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft.
Volgens de cultuurhistorische waardenkaart zijn geen monumenten gelegen in de omgeving van het plangebied. Verder is in het plangebied geen sprake van cultuurhistorisch waardevol gebied, cultuurhistorische landschappen, archeologische landschappen en/of complex van cultuurhistorisch belang. Beschermde maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 44 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
4.8
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Daarnaast mogen omliggende bedrijven ook niet in hun mogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG-afstanden) tot gevoelige objecten. Deze milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. Indien aan de VNG-afstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. Richtafstanden en omgevingstypen In de VNG-publicatie is een richtafstandenlijst opgenomen. Deze richtafstandenlijst geeft voor een scala aan typen van bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen.
Daarbij worden indicatieve richtafstanden gegeven voor de milieuaspecten geluid, stof, geur en veiligheid. Het aspect geluid heeft hierbij de maatgevende (grootste) afstand. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een nieuwe gevoelige functie. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor de omgevings- en gebiedstypen 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied' opgenomen. Een ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’ kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kan (gemotiveerd) worden uitgegaan van gemengd gebied. Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Hierbij is vanwege de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al sprake van een hogere milieubelasting. In gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Toetsing Door de Roever Omgevingsadvies is in oktober 2023 onderzoek naar bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 12 bijgevoegd.
Hierna worden de resultaten toegelicht. In de omgeving van het plangebied is in de huidige situatie, maar ook in de situatie na de bestemmingswijziging geen sprake van een dusdanige bedrijvigheid dat sprake van een ‘gemengd gebied’. Daarom is uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald. De richtafstanden behorende bij de milieubelastende functies zijn toegelicht in onderstaande tabel.
blad 45 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Tabel 4.3 Richtafstanden behorende bij de omliggende milieubelastende functies
De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op figuur 4.4.
blad 46 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Figuur 4.4: Richtafstanden Het plangebied ligt deels binnen de richtafstanden van enkele inrichtingen. De overlappingen worden hieronder toegelicht en beoordeeld. Geur Het plangebied ligt binnen de richtafstand van het aspect geur vanwege de recreatiebestemming met functieaanduiding ‘manege’ aan Heiligenboom 1B. Bij de Heiligenboom 1B is echter sprake van een rijvereniging aan waar feitelijk geen dieren worden gehouden en geen sprake is van een mestopslag. Er zijn geen geurbronnen. Daarnaast worden door de gemeente geen nieuwe bedrijfssituaties (vergunning of melding) toegelaten. De bestaande vergunde (of gemelde) situatie wordt gerespecteerd, zodat de bedrijfsactiviteiten kunnen worden voortgezet. Eventuele uitbreidingen van het bedrijf zijn slechts mogelijk en vergunbaar wanneer deze niet leiden tot extra geuruitstoot. In de toekomst kan daarom ook geen sprake zijn van geurbronnen. De richtafstand voor Heiligenboom 1B kan daarom worden genegeerd. Het plangebied ligt binnen de richtafstand van het aspect geur vanwege de paardenhouderij aan Heiligenboom 1 en de rundveehouderij aan Heiligenboom 8A. Het aspect geur vanwege deze veehouderijen is beoordeeld in het separaat uitgevoerde geuronderzoek. In paragraaf 4.9 wordt hier verder op ingegaan. Het plangebied ligt binnen de richtafstand voor het aspect geur vanwege het rioolgemaal aan Kriekenakker.
Het rioolgemaal betreft een gesloten systeem waar bij regulier gebruik geen geuremissie optreedt. Het enige moment dat er sprake kan zijn van geuremissie is wanneer het gemaal incidenteel wordt gespoeld; dan is gedurende korte tijd een zoete geur waarneembaar. Incidenteel kan er geuremissie optreden bij vervangingswerkzaamheden. Beide incidentele situaties zullen maatschappelijk aanvaardbaar zijn en niet leiden tot onevenredige geurhinder in de omgeving. De gemeente zou ten slotte na kunnen gaan of sprake is van geurklachten rondom dit rioolgemaal.
blad 47 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
Stof Het plangebied binnen de richtafstand van het aspect stof vanwege de paardenhouderij aan Heiligenboom 1, de rijvereniging aan Heiligenboom 1B en de rundveehouderij aan Heiligenboom 8A. Echter, het aspect stof bij een manege of een rundveehouderij vormt in de praktijk geen belemmering, aangezien de luchtvoorschriften uit het Activiteitenbesluit voldoende garanderen dat geen sprake is van stofhinder in de omgeving. Uit de Handreiking fijnstof bij veehouderijen blijkt ook dat de afstanden die aangehouden moeten worden op basis van de geurwetgeving in veel gevallen al voldoende zijn. Geluid Het plangebied ligt binnen de richtafstand voor het aspect geluid vanwege de trafo aan Heiligenboom 4. Het gaat om een 10/20 kV middenspanningsstation. Deze installaties zijn continu in werking. Op basis van een locatiebezoek is geen relevante geluidemissie waargenomen. Bij trafo’s zou geluidemissie plaats kunnen vinden door ventilatoren. Omdat hier sprake is van een natuurlijk geventileerde ruimte, is geen sprake van een geluidemissie door ventilatoren. Daarnaast ligt het plangebied binnen de richtafstand van het aspect geluid vanwege de paardenhouderij aan Heiligenboom 1, de rijvereniging aan Heiligenboom 1B en de rundveehouderij aan Heiligenboom 8A.
Op de verbeelding bij dit bestemmingsplan, voor zover deze contour reikt tot de geluidgevoelige functies, een 'milieuzone - geluidzone' opgenomen. In deze zone mag alleen bebouwing worden gerealiseerd, mits aangetoond is dat de geluidshinder geen belemmering vormt voor de geluidsgevoelige functies of technische voorzieningen worden getroffen (aan de bron, overdrachtsgebied of ontvanger) dat de geluidshinder van de belendene bedrijvigheid voldoende is afgenomen en de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt door de realisatie van geluidgevoelige functies. In paragraaf 4.12 wordt verder ingegaan op het aspect geluid. Gevaar Het plangebied ligt niet binnen de richtafstand voor het aspect gevaar van enige inrichting. Nevenactiviteiten agrarische percelen ten zuiden van plangebied Het plangebied grenst in het zuiden aan percelen die in het bestemmingsplan 'Buitengebied geconsolideerd' bestemd zijn als 'Agrarisch'. Op deze gronden is de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - ontheffingsgebied 6' opgenomen, waardoor de nevenactiviteiten uit tabel 3.1 van de regels bij het bestemmingsplan (artikel 3.4 onder n) van toepassing zijn. In de huidige situatie grenzen reeds woningen aan deze agrarische percelen. De planologische mogelijkheden op de agrarische gronden worden daarom al door deze woningen belemmerd.
Conclusie Met het opnemen van de 'milieuzone - geluidzone' in de regels van dit bestemmingsplan vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De aspecten stof en gevaar vormen geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Aan de richtafstanden voor geur van de bedrijven aan de Heiligeboom 1 en Heiligeboom 8a wordt niet voldaan. In paragraaf 4.9 wordt verder ingegaan op het aspect geur. De rijvereniging aan de Heiligeboom 1b voert geen geurbelastende activiteiten uit. Als het bestemmingsplan is vastgesteld, dient de rijvereniging rekening te houden met de nieuwe woningen. Naar verwachting zijn er dan geen nieuwe geurbelastende activiteiten mogelijk. blad 48 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
4.9
Geur Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader als het gaat om geurhinder vanwege veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Het is van belang dat ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd en dat een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Toetsing Door De Roever Omgevingsadvies is in oktober 2023 geuronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 13 bijgevoegd. Hieronder worden de resultaten toegelicht. In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. Deze veehouderijen en hun geuremissies zijn aangegeven op figuur 4.5. Aangenomen is in dit onderzoek dat de aanwezige veehouderij aan Heiligenboom 6 stopt. Met deze veehouderij wordt in dit onderzoek geen rekening gehouden. Aan Heiligenboom 1B is sprake van een recreatiebestemming met functieaanduiding ‘manege’. Feitelijk is hier een rijvereniging aanwezig waar geen dieren worden gehouden en geen sprake is van een mestopslag. Het aspect geur vanwege de rijvereniging wordt daarom niet betrokken in dit onderzoek.
Figuur 4.5: Veehouderijen en hun geuremissies in de omgeving van het plangebied Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld geldt een minimaal aan te houden afstand van 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 blad 49 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Oisterwijk heeft geen geurverordening. Daarom gelden bovenstaande standaard afstandseisen. In het plangebied geldt dus een minimaal aan te houden afstand van 100 meter tot een geurgevoelig object. Op afbeelding 4.6 zijn de afstandscontouren van 100 meter rondom de bouwvlakken van de relevante veehouderijen weergegeven.
Figuur 4.6: Afstandscontouren van 100 meter rondom bouwvlakken van relevante veehouderijen Het plangebied ligt binnen de afstandscontour van 100 meter rondom de bouwvlakken van de veehouderijen aan Heiligenboom 1 en 8A. Voor deze bedrijven geldt dat in de richting van het plangebied geen bestaande burgerwoningen binnen de afstandscontouren liggen. Omdat geen sprake is van een overbelaste situatie in de richting van het plangebied moet worden uitgegaan van de rand van het bouwvlak (maximale planologische mogelijkheden). Wanneer woningen binnen de afstandscontouren van 100 meter worden gerealiseerd, vormt dit in beginsel een belemmering voor de betreffende bedrijven. Uit de geurberekeningen op basis van de feitelijke en/of vergunde situatie blijkt dat de geurcontouren niet over de nieuw geplande woningen liggen. Er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Uit de berekeningen blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De bestaande vergunde (of gemelde) situatie wordt gerespecteerd, zodat de bedrijfsactiviteiten kunnen worden voortgezet. Eventuele uitbreidingen van het bedrijf zijn slechts mogelijk en vergunbaar wanneer deze niet leiden tot extra geuruitstoot, omdat de toekomstige woningen geurgevoelig zijn en dichtbij betreffende bedrijven worden gebouwd.
Dit heeft gevolgen voor de bedrijven, maar het belang van de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk weegt zwaarder dan de uitbreidingsmogelijkheden van de bedrijven. Heiligenboom 6 Omdat de veehouderij ter plaatse nog aanwezig is en ook het bestemmingsplan dat ter plaatse in procedure is nog niet is vastgesteld is bij vaststelling van voorliggende bestemmingsplan alsnog de geurcontour van dit perceel gerespecteerd. Met het opnemen blad 50 van 65
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Heiligeboom, Moergestel Gemeente Oisterwijk Projectnummer 0479561
van de 'milieuzone - geurzone' rondom Heiligenboom 6 in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie De bestaande bedrijfsactiviteiten en geurcontouren van omliggende bedrijven worden gerespecteerd en met het opnemen de 'milieuzone - geurzone' rondom Heiligenboom 6 vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Gezondheid Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dienen risico's voor de volksgezondheid onderzocht te worden. Beoordeeld dient te worden of een nader advies van de GGD noodzakelijk is bij een ruimtelijke ontwikkeling. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Toetsing Het aspect gezondheid is getoetst aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart achtergrond geurbelasting van de atlas van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant weergegeven. Het grootste deel van het plangebied heeft een zeer goed, goed of redelijk goed leefklimaat. Voor een deel van het plangebied geldt een achtergrondbelasting van 14-19 ouE/m³, afkomstig van de veehouderij aan Heiligenboom 6. De veehouderij aan Heiligenboom 6 stopt. Daarmee is geen sprake meer van belemmerende endotoxinencontouren. Zowel agrarische bedrijven met endotoxinencontouren als geitenhouderijen zijn in de toekomstige situatie op voldoende afstand gelegen.