CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ruimtelijke motivering omgvingsvergunning BOPA Den Domp 20251106

RAAD 11 december 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bindend advies Den Domp/Mgr. Bekkersplein - aangenomen27.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

bij de gemeente Oisterwijk heeft gevoegd heeft het voormalige gemeen-

Lid 2

tehuis momenteel een tijdelijke (verhuur)functie. De gemeente ambieert

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in arti-

zien worden als duurzame stedelijke ontwikkeling.

om deze kernlocatie een nieuwe invulling te geven. Eveneens heeft het

kel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de

Lid 2

SGH de behoefte om het verouderde pand van Den Domp in te ruilen

meerwaardecreatie.

Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, wer-

voor iets anders. Samen met de toenemende vraag naar betaalbare wo-

De herontwikkeling van het voormalige gemeentehuis Haaren is vanuit

ken of voorzieningen als:

ningen is er gekozen om de locatie te herontwikkelen en ruimte te bie-

verschillende invalshoeken onderzocht. Er is aangetoond dat het initia-

a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige

den voor een nieuw gemeenschapshuis met sociale huurwoningen.

tief niet zal zorgen voor onnodige leegstand en dat er sprake is van

en gezonde leefomgeving;

zorgvuldig ruimtegebruik. Ook is er, zoals hiervoor beschreven, gekeken

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een nieuwe multifuncti-

Doordat het bestaande pand nog in redelijk tot goede technische staat

naar de verschillende lagen waarbij de waarden en structuren in en

oneel pand waarbij het gemeenschapshuis gecombineerd wordt met

is, is er in het haalbaarheidsonderzoek de afweging gemaakt om de her-

rondom het gebied zoveel mogelijk behouden, al dan niet versterkt zul-

verschillende woonfuncties. Met de beoogde ontwikkeling wordt er een

ontwikkeling uit te voeren in transformatie van het bestaande pand of de

len worden. Het planvoornemen draagt bij aan de opwaardering van het

opwaardering gegeven aan het dorpshart van Haaren doordat ook de

keuze te laten vallen op sloop/nieuwbouw. Er zijn verschillende scena-

bestaand stedelijk gebied en het ontwikkelen van duurzaam, toekomst-

omliggende infrastructuur opnieuw zal worden ingedeeld. De totale ont-

rio’s uitgewerkt die gericht zijn op de korte maar ook op de lange termijn.

bestendig vastgoed. Met realisatie van het nieuwe multifunctionele pand

wikkeling zal ten goede komen aan de omgevingskwaliteit ten opzichte

Na een zorgvuldige afweging is de herontwikkeling in de vorm van

waarbij het gemeenschapshuis, die ook veel diverse gebruikers kent,

van de bestaande situatie. Door rekening te houden met het (cul-

sloop/nieuwbouw als meest gunstige naar voren gekomen. Gekeken

gecombineerd wordt met woonfuncties is er tevens sprake van efficiënt

tuur)historisch verleden die de locatie en de kern van Haaren kent en

naar de kapitaallast voor de gemeente is nieuwbouw van Den Domp

ruimtegebruik. Kortom draagt het planvoornemen bij aan diverse opga-

deze aspecten terug te laten komen in het ontwerp zullen die kwaliteiten

een beter scenario dan transformatie van het gemeentekantoor naar ge-

ves.

ook niet verloren gaan. Het aanpassen van de infrastructuur zal even-

meenschapsvoorziening, door een verschil in afschrijven. Voor renovatie

eens resulteren in een veiligere leefomgeving als het gaat om verkeers-

geldt een afschrijvingstermijn van 20 jaar, terwijl dit voor nieuwbouw 40

(werkingsgebied) Stedelijk gebied

veiligheid. Opgaves als parkeren worden hier ook in verwerkt zonder dat

jaar is.

Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling

dit ten koste gaat van de behoefte en het aanbod. Door een efficiëntere

Lid 1

indeling in de openbare ruimte kan er worden gewerkt aan een groenere

Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor

indeling van het plein voor het nieuwe gebouw, wat weer bij zal gaan

wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen

dragen aan een gezonde leefomgeving.

Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat:

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

18

b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Zoals voorgaan onder art. 5.8 en 5.9 is aangetoond is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De ontwikkelingsstrategie voor de locatie van

Lid 3

ruimtelijke motivering. Tevens is er een weging van het waterbelang op-

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, stelt

gesteld waarin wordt aangetoond dat het planvoornemen in lijn is met

het omgevingsplan regels over:

de Artikel 2.2. Dit rapport is toegevoegd in de bijlage van onderhavige

1. [ …]

het voormalige gemeentehuis is aan de hand van verschillende scena-

Onderhavig initiatief is niet gesitueerd op een bedrijventerrein. De regels

rio’s zorgvuldig afgewogen. Door ook de openbare ruimte en infrastruc-

zoals omschreven in lid 3, artikel 5.55 van de omgevingsverordening

tuur te betrekken bij het plan, waarbij er wel aandacht en oog wordt ge-

Noord-Brabant zijn derhalve niet van belang.

houden voor (cultuur)historische kenmerken, kan de kern van Haaren op toekomstbestendige wijze worden getransformeerd. c.

optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

De beoogde nieuwbouw zal op een toekomstbestendige manier worden ontwikkeld. Bij de bouw zal er gebruik worden gemaakt van duurzaam materiaal. Waar mogelijk zullen elementen van het bestaande voormalige gemeentehuis opnieuw worden gebruikt. Een nadere toelichting van het aspect duurzaamheid volgt in paragraaf 5.15. d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; In paragraaf 5.13 wordt toegelicht hoe het planvoornemen zich verhoudt tot de eisen en normen omtrent water en op welke manier er in de uitwerking rekening wordt gehouden met klimaatverandering. Door de herindeling van het plein en omliggende infrastructuur kan er in het ontwerp voldoende ruimte worden geboden aan een klimaatadaptieve ontwikkeling. e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f.

wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie.

De locatie is multimodaal bereikbaar. Voor fietsers worden fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd. Bij de nieuwe parkeerplaatsen zullen ook laadvoorzieningen worden opgenomen.

Artikel 2.2 Omgevingswaarde wateroverlast stedelijk gebied Lid 1 Binnen Norm wateroverlast Stedelijk gebied geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor grasland en overige gebieden. Lid 2 Binnen Afwijkende Norm wateroverlast Stedelijk gebied geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van: a. 1/150 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming bebouwing, hoofdinfrastructuren spoorwegen; b. 1/50 per jaar voor gebieden met glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; c. 1/25 per jaar voor gebieden met akkerbouw; d. 1/10 per jaar voor grasland en overige gebieden. Lid 3 Het verwezenlijken van de omgevingswaarde wateroverlast betreft een inspanningsverplichting.

ruimtelijke motivering. 4.2.3

Bevolkings- en woonbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2023

In 2023 heeft de Provincie Noord-Brabant haar bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. Om goed zicht te houden op de demografische ontwikkelingen actualiseert de provincie regelmatig haar prognoses, gemiddeld eens in de 3 jaar. Zo bestaat steeds een actueel beeld van de veranderingen in de omvang en samenstelling van de Brabantse bevolking, evenals van de effecten hiervan op ‘het wonen’. Bevolkingsgroei in Brabant De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 375.000 mensen, tot ruim 3 miljoen inwoners. Het landelijk gebied kent als gevolg van (een groter wordende) natuurlijke afname, en zeker na het midden van de jaren '30, nog maar een bescheiden bevolkingsgroei, die in de loop van de jaren '40 zal omslaan in een (lichte) krimp. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant is aangegeven dat het de verwachting is dat de bevolkingsomvang van de gemeente Oisterwijk met 1.160 bewoners zal toenemen in de periode 2023-2030. Daarnaast is van belang, dat de regionale verscheidenheid rond het thema 'bevolking en wonen' groot is en ook groter lijkt te worden; binnen Nederland, maar ook binnen Brabant. Naast gebieden met groei zullen er meer ontspannen gebieden zijn en (op termijn) gebieden met krimp.

Voor een nadere uitwerking van de waterhuishoudkundige opgave binnen het planvoornemen wordt verwezen naar par. 5.13 van onderhavige

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

19

Ontwikkeling van de Brabantse woningvoorraad

De prognose laat een toename van het aantal huishoudens zien, wat in-

De komende jaren wacht Brabant nog een behoorlijke woningbouwop-

vloed heeft op de woningbehoefte in de regio. Er worden verschillende

gave. Naar verwachting zijn er in 2050 circa 1.444.000 woningen nodig

scenario's doorgerekend om de effecten van hogere of lagere bevol-

in de provincie.

kingsgroei op de woningbehoefte te begrijpen. In maart 2023 hebben gemeenten en corporaties in de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT)

Tussen 2023 en 2050 zal de woningvoorraad dus nog toe moeten ne-

een woondeal gesloten met de provincie en het Rijk, waarin afspraken

men met circa 265.000 woningen (+22,5%). Een groot deel van die

zijn gemaakt over het aantal te bouwen woningen. Deze update biedt in-

groei – bijna 165.000 woningen (62%) van de totale opgave tot 2050 –

zicht in de toekomstige woningbehoefte en helpt bij het plannen van wo-

zal voor 2035 moeten worden gerealiseerd. En circa 120.000 woningen

ningbouwprojecten om aan de groeiende vraag te voldoen.

al voor 2031. Dat betekent dat er alleen al tot medio jaren '30 in de provincie gemiddeld jaarlijks circa 13.500 woningen netto aan de voorraad

Vraag sociale huurwoningen

zullen moeten worden toegevoegd.

De toename van de behoefte aan huurwoningen in het sociale segment bedraagt in totaal 5.335 woningen in 2022 tot 2030 (woondeal variant).

In de prognose van de provincie is aangegeven dat de indicatieve toe-

Op basis van de uitgangspunten in de woondeals (30% sociaal) be-

name van de woningvoorraad in Oisterwijk 895 woningen bedraagt in de

draagt de uitbreidingsopgave minimaal 6.590 sociale huurwoningen.

periode 2023-2030.

Naast de 5.330 woningen die benodigd zijn om de huishoudensgroei op te vangen, komen er bij realisatie van de afspraken dus regionaal

Figuur 9 Ontwikkeling behoefte aan huurwoningen in het sociale segment in 2022 tot 2030 (woondeal variant) en de beleidsmatig vastgestelde samenstelling van de uitbreidingsopgave (30% sociale huur) in de gemeenten in Hart van Brabant

Doorwerking projectgebied Binnen het planvoornemen zal er worden voorzien in een woonprogramma dat zal bestaan uit 12 sociale huurwoningen. Uit de update toekomstverkenning Hart van Brabant blijkt dat er binnen de gemeente Oisterwijk niet direct behoefte is aan sociale huurwoningen, maar dat de behoefte regionaal wél aanwezig is. Ook dient de gemeente conform beleid de komende jaren nog extra huurwoningen in het sociale segment te realiseren. Het planvoornemen draagt hieraan bij en is zodoende in lijn met het woningmarktonderzoek Hart van Brabant.

Doorwerking plangebied

1.260 extra sociale huurwoningen beschikbaar om het actuele tekort op

Met de beoogde ontwikkeling worden er 12 nieuwe appartementen (so-

te lossen en om bijvoorbeeld kwetsbare groepen als statushouders en

4.4

ciale huurwoningen) toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad van

mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd

De gemeente Oisterwijk heeft na de gemeentelijke herindeling van 1 ja-

de gemeente Oisterwijk. De woningen zullen op een duurzame en circu-

wonen op te vangen.

nuari 2021 de verschillende beleidsdocumenten van de voormalige ge-

laire wijze worden gerealiseerd in het bestaand stedelijk gebied. Deze

Verhouding tot gemeentelijk beleid

meente Haaren van toepassing verklaard voor het grondgebied dat

toevoeging draagt bij aan de groei van het aantal woningen dat noodza-

Op gemeentelijk niveau moeten de afspraken ook leiden tot een betere

hoort bij het dorp Haaren. Dit geldt ook voor de Structuurvisie Haaren en

kelijk is om de woningbehoefte op te vangen.

spreiding van de sociale huurwoningvoorraad (en de kwetsbare aan-

het dorpsontwikkelingsplan Haaren.

4.3

Verhouding tot regionaal beleid

4.3.1

Woningmarktonderzoek Hart van Brabant (Update toekomstverkenning Hart van Brabant)

De update van de toekomstverkenning voor Hart van Brabant, gepubliceerd in maart 2024, richt zich op de woningmarktontwikkelingen in de regio. Het rapport is gebaseerd op de provinciale bevolkingsprognose van 2020 en bevat nieuwe prognoses die in november 2023 zijn gepre-

dachtsgroepen). Gemeenten met nu weinig sociale huur, hebben in samenhang daarmee een welvarende bevolking. Daardoor laat een ra-

4.4.1

ming van de ‘eigen behoefte’ slechts een beperkte toename van de be-

De Structuurvisie Haaren is op 22 januari 2015 vastgesteld en bevat de

hoefte aan sociale huur zien. Deze gemeenten bouwen de komen de

visie van de gemeente op een vijftal ruimtelijk-functionele thema’s:

periode vooral sociale huurwoningen als bijdrage aan de regionale op-

•

wonen en woonomgeving;

gaven (zie ook tabel). De behoefte uit Tilburg wordt volgens de afspra-

•

werken en economie;

ken deels in de regiogemeenten opgevangen.

•

welzijn en voorzieningen;

•

omgevingskwaliteit;

•

mobiliteit.

senteerd.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

Structuurvisie Haaren

20

De gemeente wil met de structuurvisie zelfbewust regie voeren op de

binnen het in de Structuurvisie Haaren vastgelegde beleid op het gebied

mee er in de toekomst ook weer ruimte ontstaat voor bijvoorbeeld wo-

ontwikkelingen en processen die voor de gemeente van belang zijn met

van woningbouw en voorzieningen.

ningbouw op deze locatie. Onderdeel van de ontwikkeling is ook het ver-

betrekking tot deze thema’s. In de structuurvisie worden de basisverant-

groenen van de openbare ruimte en daarbij herindelen van de infra-

woordelijkheden, ambities en kansen en bedreigingen met betrekking tot

4.4.2

Dorpsontwikkelingsplan Haaren

deze thema’s beschreven.

Dit plan dateert van maart 2008 en is opgesteld voor en door de inwo-

is waarmee het de leefbaarheid van de kern Haaren ten goede zal ko-

ners van Haaren. Het dorpsontwikkelingsplan besteedt onder andere

men.

structuur. Uit het ontwikkelingsplan blijkt dan ook dat hier behoefte aan

Wat betreft het thema wonen en woonomgeving is het hoofduitgangs-

aandacht aan ruimtelijke zaken (mogelijke locaties voor woningbouw,

punt dat wordt ingezet op de kwaliteit van de woningvoorraad door het

natuur en landschap) en economische zaken (mogelijkheden voor star-

4.4.3

bieden van onderscheidende woonmilieus, een voldoende woningaan-

tende bedrijven). Daarnaast speelt de leefbaarheid binnen de kern van

De gemeente Oisterwijk heeft een ambitieuze en toekomstgerichte

bod (continuïteit in woningbouw), een duurzame planontwikkeling en het

Haaren een belangrijke rol. Binnen het dorpsontwikkelingsplan worden

woonzorgvisie opgesteld voor de periode 2022 - 2027. Deze visie richt

toegankelijk maken van de woningmarkt voor doelgroepen.

voor diverse aspecten verschillende doelen gesteld. Voor het aspect wo-

zich op het creëren van een leefbare, inclusieve en duurzame woonom-

nen wordt onder andere het volgende doel gesteld: realiseren van ge-

geving voor alle inwoners. Met een focus op betaalbare nieuwbouw,

Eén van de uitgangspunten met betrekking tot het thema werken en

schikte woonruimte voor ouderen en eigen jongeren uit Haaren behou-

duurzame kwaliteit, en ondersteuning van bijzondere doelgroepen,

economie in de dorpskernen is het concentreren van de gemengde be-

den door voldoende starterswoningen te bouwen. Daarnaast wordt ge-

streeft de gemeente ernaar om aan de groeiende woningbehoefte te

drijfsomgevingen. Ook wordt multifunctionele en duurzame bebouwing

steld dat er zorg moet worden gedragen voor een goed voorzieningen-

voldoen en tegelijkertijd de leefbaarheid in de wijken te verbeteren.

gestimuleerd.

aanbod in Haaren.

Doorwerking projectgebied

Sfeer en uitstraling van het dorp

Gestapelde woningbouw is slechts beperkt mogelijk, onder meer als ste-

Uit het plan blijkt dat veel respondenten van mening zijn dat het ge-

woningen in de komende tien jaar. Deze woningen zijn bedoeld om

denbouwkundig accent bij centrumlocaties. Van een dergelijk geval is in

meentehuis te nadrukkelijk op het plein aanwezig is. Het plein moet de

zowel aan de lokale behoeften als aan de vraag van nieuwe vesti-

casu sprake. Het projectgebied is gelegen in het centrumgebied en dient

functie van een ontmoetingsplaats krijgen, zodat mensen weer in con-

als nieuw hart voor Haaren. Met de ontwikkeling, waaronder ook de aan-

tact komen met elkaar en zodat het dorp wat levendiger wordt. Maar ook

pak van de omliggende openbare ruimte en infrastructuur valt, wordt

de verstening van het dorpshart is niet wat de inwoners van Haaren

ningbouw. Op uitbreidingslocaties wordt natuur-inclusief gebouwd,

multifunctioneel aangesloten op de gestelde thema’s. Hierbinnen valt

wensen. Het dorpshart zou meer met groen aangekleed kunnen wor-

wat betekent dat er rekening wordt gehouden met de natuur en bio-

ook de realisatie van een nieuw gemeenschapshuis op de beoogde pro-

den, waardoor het een vriendelijker uitstraling heeft in het dorp.

diversiteit.

Woonzorgvisie Gemeente Oisterwijk 2022-2027

Meer woningen bouwen •

Aantal woningen: De gemeente Oisterwijk plant de bouw van 1.500

gers te voldoen. •

Locaties: Waar mogelijk worden inbreidingslocaties benut voor wo-

jectlocatie. Op lange termijn kan zo het huidige gemeenschapshuis Den Betaalbare nieuwbouw

Domp (ten noorden van het projectgebied) verhuizen, waardoor op die

•

locatie ruimte ontstaat voor een nieuwe ontwikkeling eveneens passend

Doorwerking projectgebied

bij het centrumgebied.

De beoogde ontwikkeling past binnen het beleid uit het dorpsontwikke-

baar, gericht op woningzoekenden met een laag- en middeninko-

lingsplan. Het multifunctionele gebouw biedt een passende oplossing

men. Dit omvat zowel sociale huur als middeldure huur en koopwo-

Het initiatief is al met al passend op deze locatie en houdt rekening met

voor zowel de vraag naar woonruimtes als voor een sterk voorzienin-

ningen onder de NHG-grens.

bestaande waarden en structuren. Deze worden behouden en waar mo-

genaanbod in Haaren. De functie van het gemeenschapshuis in het hui-

gelijk geaccentueerd of versterkt. De voorgenomen ontwikkeling past

dige verouderde Den Domp krijgt zo een nieuwe bruisende locatie waar-

•

Percentage betaalbare woningen: 75% van de nieuwbouw is betaal-

Sociale woningbouw: De gemeente streeft naar 35% sociale woningbouw binnen de nieuwbouwopgave. Dit betekent dat 25% van de nieuwbouw sociale huurwoningen zal zijn.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

21

•

Maatregelen voor betaalbaarheid: Er worden maatregelen genomen

Haaren en Heukelom. Dit betekent dat er maatwerk wordt geleverd

om koopwoningen langer betaalbaar te houden, zoals zelfbewo-

om aan de specifieke behoeften van elke gemeenschap te voldoen.

ningsplicht en anti-speculatiebedingen. Daarnaast wordt ingezet op •

het vergroten van de voorraad middeldure huurwoningen.

Doorwerking projectgebied

Doelgroepen: De belangrijkste doelgroepen voor de nieuwbouw zijn

Het planinitiatief voorziet in de beschreven behoefte. De beoogde ap-

starters en senioren. Er wordt gestreefd naar aantrekkelijke nieuw-

partementen worden beoogd in het sociale huursegment en voorziet

bouw voor senioren op goede locaties en ruimte voor initiatieven

daarmee in een betaalbaar aanbod. Met de realisatie van een nieuw ge-

voor vernieuwende woonvormen, mits er een concrete behoefte en

bouw zal er gebruik worden gemaakt van duurzaam materiaal en duur-

passende bouwlocatie is.

zame energie wat bevorderlijk zal zijn voor de levensloopbestendigheid van de woningen. Als laatste wordt de openbare ruimte rondom het

Duurzame kwaliteit •

nieuwe multifunctionele gebouw groen ingericht.

Transformatie van bestaande woningen: Waar mogelijk worden bestaande woningen en ander vastgoed getransformeerd tot nieuwe en/of verbeterde woonruimte.

•

Duurzame energie: In 2030 moeten 2.800 bestaande woningen zijn overgestapt op een duurzame energiebron. Dit omvat ook het optimaal verduurzamen van bestaande woningen en het creëren van bewustwording bij woningeigenaren over het levensloopbestendiger maken van hun woningen.

Bijzondere doelgroepen •

Initiatieven voor vernieuwende woonvormen: De gemeente biedt ruimte voor initiatieven voor vernieuwende woonvormen, mits er een concrete behoefte en passende bouwlocatie is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om woonvormen voor ouderen, mensen met een zorgvraag of andere specifieke doelgroepen.

Inclusieve samenleving •

Gemixte, groene wijken: Er wordt gestreefd naar het creëren van gemixte, groene wijken die bijdragen aan een inclusieve samenleving. Dit betekent dat er aandacht is voor diversiteit en dat verschillende bevolkingsgroepen samen in dezelfde wijken kunnen wonen.

•

Wijkgericht werken: De gemeente werkt wijkgericht per dorp, met specifieke aandacht voor de behoeften van Oisterwijk, Moergestel,

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

22

5

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

5.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

5.1.1

Toetsingskader

Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met:

het zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Be-

a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn;

sluit-m.e.r..

b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles

Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage op basis van paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt bepaald op basis van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Daarnaast kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

Uit jurisprudentie is meer duidelijk geworden welke concrete omstandig-

deningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het

heden een kunnen rol spelen bij het bepalen of sprake is van een stede-

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-

lijk ontwikkelingsproject. Onderstaand worden een aantal aspecten be-

gen.

noemd die een rol spelen bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.

Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren deelt dit voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel

Geringe verandering in het bestaand ruimtebeslag

16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel

Van belang is in welke omgeving de ontwikkeling plaatsvindt. Vanuit de

van een aanmeldnotitie.

achtergrond van het Omgevingsbesluit, de beoordeling van de mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu, is het logisch dat de locatie en de be-

5.1.2

Onderzoek

staande situatie van invloed is op het risico dat deze gevolgen ontstaan.

Onderhavig planvoornemen is niet direct opgenomen in Bijlage V bij het

Zo zal een herontwikkeling op een bedrijventerrein veel minder snel tot

Omgevingsbesluit. In de bijlage wordt onder J.11. als activiteit de aan-

nadelige gevolgen leiden dan een nieuwe ontwikkeling in een natuurge-

leg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject ge-

bied. Dit blijkt ook uit de uitspraken1 met betrekking tot de transformatie

noemd. Voor wat betreft de vraag óf sprake is van een stedelijk ontwik-

van een schoolgebouw in Stokkum en de realisatie van 12 woningen in

kelingsproject in de zin van het Omgevingsbesluit (voorheen Besluit

Maastricht:

m.e.r.) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in

•

Naar het oordeel van de Afdeling kan hetgeen in het plan is voor-

de uitspraken van 15 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:694), 31 januari

zien, gelet op de aard en omvang ervan, niet worden aangemerkt

2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) en 18 juli 2018 (ECLI:RVS: 2018:2414)

als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar is sprake van een

bepaald dat:

geringe toename van de bebouwingsmogelijkheden en weliswaar

•

het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ruimte laat voor interpreta-

verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van 12 wo-

tie;

ningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet

het afhangt van de concrete omstandigheden van het geval of

moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject…

sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het

…Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied

Besluit-m.e.r., waarbij onder meer aspecten als de aard en de om-

en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is.

•

Of een project, die voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag.

of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van veror-

vang van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen; •

het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevol-

•

Naar het oordeel van de Afdeling kan de ontwikkeling van de twaalf vrijstaande woningen die in het plan is voorzien, gelet op de omvang

gen voor het milieu kunnen ontstaan, niet doorslaggevend is voor

1

Zie RvS, ECLI:NL:RVS:2020:729, 11 maart 2020 en RvS, ECLI:NL:RVS:2020:100, 15 januari 2020

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

23

ervan, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingspro-

Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indicatie van de

Parkeerbehoefte Monseigneur Bekkersplein 2

ject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van

met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bie-

Functie

de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is ook van belang dat het

den ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De

ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is.

CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden. Ge-

dige pand is de ruimtelijke impact en het ruimtebeslag van het nieuwe te

5.2.2

realiseren gebouw slechts beperkt. Onderdeel van de ontwikkeling is

Parkeren

Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo Bibliotheek Evenementenruimte (filmtheater/filmhuis) Multifunctionele zaken Multifunctionele ruimtes Technische ruimte

ook de herinrichting van het plein en omliggende infrastructuur. Op

De parkeerbehoefte is berekend volgens de stedelijkheidsgraad ‘Weinig

Totaal

grond van de geldende functies binnen het vigerende bestemmingsplan

stedelijk’ in de zone ‘rest bebouwde kom’, behorende bij de functie ‘Huur

onder het huidige omgevingsplan gelden hier geen strijdigheden. Er zal

appartementen, sociale huur’ en ‘Buurt- en dorpscentrum’ conform de

enkel sprake zijn van een optimalisatie waarbij er ook in wordt gezet op

Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024’. Omdat er ver-

groen. Het ruimtebeslag van dit onderdeel is dan ook beperkt.

schillende functies voorkomen in het nieuwe gemeenschapshuis is deze

meenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeernorIn de huidige situatie is het voormalige gemeentehuis van de voormalige

men vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen.

gemeente Haaren gesitueerd. Dit pand is van ruime omvang. Met de be-

De gemeente Oisterwijk hanteert de ‘Beleidsregels Parkeernormen ge-

oogde ontwikkeling zal er een nieuw pand worden gerealiseerd die pas-

meente Oisterwijk 2024’.

sender is binnen de omgeving. Gelet op de aanwezigheid van het huiOnderzoek

niet als één functie aan te wijzen. In vergelijkend onderzoek naar par5.1.3

Conclusie

keernormen in andere gemeenten voor een cultureel centrum/wijkge-

Gelet op de jurisprudentie kan gesteld worden dat het initiatief niet kan

bouw lopen normen uiteen van 3,0 per 100m2 tot 1,0 per 100m2. De

worden aangemerkt als een ‘’stedelijk ontwikkelingsproject’’ als bedoeld

normen die worden gehanteerd voor een dansstudio of fitnesscentrum

in categorie J.11 van het Omgevingsbesluit. Er is geen m.e.r.(beoorde-

liggen op respectievelijk 1,6 en 1,7 en hebben vergelijkbare activiteiten

lings)-procedure noodzakelijk. Er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoorde-

die vooral in de middag en avond plaatsvinden. Daarbij is de verwach-

lingsbesluit genomen te worden.

ting dat relatief veel mensen op de fiets komen vanwege de beperkte af-

5.2

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

5.2.1

Toetsingskader

Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of

standen in het dorp. Er wordt daarom een norm van 2 parkeerplaatsen per 100m2 gehanteerd voor de functionele ruimtes. Navolgende tabel weergeeft de totale parkeerbehoefte van het plan.

sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden. Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in grond-, Wa-

Aantal/m2

Kencijfer

Totale parkeerbehoefte

12 60

0,9 0,5

10,8 0,3

200 300 682 100

2,6 2,0 2,0 2,0

5,2 6,0 13,6 2,0 37,9

Daarmee heeft het initiatief in totaal een parkeerbehoefte van 38 parkeerplaatsen. Op de aangeleverde schetsen is voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor het nieuwe gemeenschapshuis en de omliggende functies. Omdat er in deze centrumomgeving nog diverse andere functies zoals een supermarkt en kapper voorkomen is er op zaterdag 24 mei 2024 (zie hiervoor ook de bijlage) een parkeerdrukmeting uitgevoerd op 250 en 100 meter vanaf het projectgebied op een zaterdagmiddag. Daarnaast is er ook een nachtmeting uitgevoerd binnen 100 meter van het projectgebied. Hieruit blijkt dat de parkeerdruk slechts 61% binnen 250 meter en 66% binnen 100 meter van het projectgebied bedraagt. In de nacht betreft dit percentage zelfs maar 31%. Verkeer Het initiatief leidt tot een verandering in de verkeersgeneratie. Voor de 12 sociale huurwoningen is de verkeersgeneratie berekend op basis van CROW-publicatie 744, stedelijkheidsgraad ‘Weinig stedelijk’ en de zone ‘rest bebouwde kom’.

ter- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publicatie 744).

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

24

Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 3,0 tot 3,8 motorvoertuigbe-

5.2.3

wegingen per woning per etmaal, oftewel 36 tot 45,6 mvt/etmaal.

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de be-

initiatief.

paling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooron-

Voor het gemeenschapshuis is de verkeersgeneratie afgeleid van de parkeerbehoefte, die conform de gehanteerde normstelling uitkomt op 38 parkeerplaatsen (zie ook voorgaande paragraaf). Van deze parkeerplaatsen is 90% bestemd voor bezoekers en 10% voor personeel. De verkeersgeneratie wordt vervolgens berekend op basis van het aantal bewegingen per parkeerplaats en de verwachte bezettingsgraad (‘turnover’) per dag: •

Bezoekers: 34,2 parkeerplaatsen × 2 bewegingen × 5 keer bezet = 342 mvt/etmaal

•

Personeel: 3,8 parkeerplaatsen × 2 bewegingen × 2 keer bezet = 15,2 mvt/etmaal

•

Totaal gemeenschapshuis: 357 mvt/etmaal

De totale verkeersgeneratie van het plan bedraagt daarmee: •

Woningen: 36 – 45,6 mvt/etmaal

•

Gemeenschapshuis: 357 mvt/etmaal

•

Totaal: 393 – 403 mvt/etmaal

Deze berekening betreft een worst-case benadering op een gemiddelde weekdag. In de praktijk zal de verkeersgeneratie naar verwachting lager liggen, mede vanwege de spreiding van activiteiten over de dag en het gebruik van alternatieve vervoerswijzen zoals de fiets. De omliggende infrastructuur is geschikt om deze verkeersgeneratie op te vangen. Bovendien vervallen de verkeersbewegingen die in de huidige situatie plaatsvinden ten behoeve van de voormalige gemeentefunctie en de tijdelijke onderverhuur. De ontwikkeling leidt daarmee niet

Conclusie

5.3

Bodem

5.3.1

Toetsingskader

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening met de interventiewaar-den voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. 5.3.2

Onderzoek

Met de beoogde ontwikkeling worden er een nieuw gemeenschapshuis beoogd met daarbij 12 sociale huurwoningen op de verdieping. Omdat een woning een bodemgevoelig gebouw betreft, is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage hiervan is opgenomen in de bijlage. Navolgend worden de belangrijkste conclusies beschreven.

tot onevenredige effecten op de verkeersafwikkeling in de omgeving.

Conclusie vooronderzoek

derzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie wordt hierbij als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van eerdere onderzoeken worden mogelijk licht verontreinigingen verwacht in de grond en in het grondwater. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht). Dit vanwege de recente reconstructie van de openbare ruimte (2022) en op basis van voorgaande onderzoeken waarbij asbest is aangetoond in een maximale concentratie van 22 mg/kg d.s. waardoor aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is gebleken. Conclusies en aanbevelingen bodemonderzoek Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk bijmengingen met beton, baksteen en asfalt waargenomen, hoofdzakelijk op het westelijk deel van de onderzoekslocatie. Eveneens plaatselijk is op diverse plekken een laag menggranulaat aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en ondergrond geen overschrijding van de interventiewaarde gemeten is. In grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,15 – 0,7 m – mv.) is een licht verhoogde concentratie met PAK aangetroffen. Indicatief voldoet de samenstelling van dit mengmonster aan bodemkwaliteitsklasse ‘wonen’.

In grondmengmonster MM4 (dieptetraject 0,08 – 0,5 m - mv.) is een marginaal verhoogde concentratie met lood aangetoond. In de overige grondmengmonsters zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond. Al deze grondmengmonsters, inclusief MM4, voldoen indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

25

In het grondwater afkomstig uit beide peilbuizen zijn geen van de onder-

5.4

Cultuurhistorie

zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

zochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van

5.4.1

Toetsingskader

en ontwikkelen kennis en informatie voor medeoverheden.

de signaleringswaarde (of voorkeurswaarde). In het kader van dit onder-

De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is

zoek is geen asbest in bodemonderzoek conform de NEN 5707 / 5897

sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefom-

verricht naar het voorkomen van asbest in de bodem en op het maai-

maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel

geving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen samen

veld. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn visueel geen as-

erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevings-

bevatten wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel

bestverdachte materialen aangetroffen. De aangetroffen bijmengingen

plan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed

erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht

met beton, baksteen en asfalt worden door de erkend veldwerker niet

en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van

de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de belangenaf-

als asbestverdacht beschouwd. Ook het aangetroffen menggranulaat

het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is.

weging.

wordt niet gezien als asbestverdacht vanwege voorgaand onderzoek en

Voor de provincie Noord-Brabant zijn deze stukken door vertaald in de

het moment van aanbrengen in 2022. Het voorliggende onderzoek doet

‘Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024’. Op basis daarvan

5.4.2

echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest

wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opge-

Voorliggende planlocatie is aan de hand van de cultuurhistorische waar-

in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

nomen.

denkaart van de provincie Noord-Brabant niet gelegen in een cultuurhis-

Onderzoek

torisch gebied en betreft geen cultuurhistorisch waardevol complex. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het

Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit

uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische condi-

vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurland-

Echter maakt de voorgenomen projectlocatie wel prominent onderdeel

tie van de bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen in

schappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en

uit van de historische kern van Haaren. De totstandkoming van het plan

het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op de

stads- en dorpsgezichten.

komt dan ook voor uit een historische analyse van de ontwikkeling van de kern van het dorp. Dit geldt als basis voor het ontwikkelkader ‘Hart

locatie staat nog bebouwing. Er wordt geadviseerd om na sloop van deze bebouwing een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren tot 1,0

Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel

m -mv. conform NEN 5740. Dit onderzoek kan gecombineerd met een

erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen

verkennend onderzoek naar asbest in grond conform NEN 5707 daar

van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de pro-

Historische analyse

waar zintuiglijk bijmengingen met puin worden/ zijn aangetroffen.

vinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten, en wat wil men (of

De kern Haaren is ontstaan op de hoge dekzandrug nabij het beekdal

moet men) daarvan beschermen? Daarbij wordt rekening gehouden met

van de Ruijsbossche Waterloop en heeft zich als lintdorp ontwikkeld.

de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwali-

Het lint ontwikkelde zich langs de route Helvoirtseweg, Kerkstraat, Lan-

Vanuit het milieuaspect ‘bodem’ is er sprake van een evenwichtige toe-

teit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14

geweg en Kerkeind. Archeologisch onderzoek wijst uit dat tijdens de

deling van functies aan locaties.

van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en we-

Vroege en Late ijzertijd op de huidige locatie van Haaren al sprake was

relderfgoed).

van bewoning. Voor het ontstaan van Haaren zijn eerst de nederzettin-

5.3.3

Conclusie

van Haaren’.

gen Kerkeind en Belveren gevestigd. Aan het Kerkeind staat de uit 1472 Provincies en gemeenten worden daarbij ondersteund door specialisten

stammende Sint Lambertuskerk die moest worden verlaten op last van

van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie

de gereformeerde overheid in 1640. De bewoners vertrokken naar het

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries wer-

Belveren (Eind) omdat hier een nieuwe kerk werd gebouwd. In 1825

ken mee met de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels,

werd de oude Sint Lambertuskerk onder gezag van Koning Wilhelm I weer teruggegeven aan de katholieken.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

26

Aangezien de kerk in een zeer bouwvallige staat verkeerde werd in

Doorwerking initiatief

5.5.2

Onderzoek

1853 zelfs een groot deel van het gebouw afgebroken. Ondanks bezwa-

Binnen het ontwikkelmodel is er rekening gehouden met de (cultuur)his-

Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Haaren’ zijn er slechts be-

ren uit Belveren werd in 1913, ter vervanging van de Waterstaatskerk uit

torische waarden van deze centrumlocatie. Bestaande onderdelen zoals

perkt archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Onderhavig

1855, die in 1911 door brand werd verwoest, de huidige Sint Lambertus-

de kiosk en het bevrijdingsmonument welke kenmerkend zijn voor de

projectgebied is conform het bestemmingsplan niet aangewezen met

kerk opgericht aan de ‘Drie Hoeven’. Hier werd de kern Haaren geves-

historie van de kern, blijven een prominente rol binnen het plangebied

een dubbelbestemming. Om dit te bevestigen heeft er daarom afstem-

tigd (tekst afkomstig uit: Ontwerpbestemmingsplan Kom Haaren, Ge-

behouden. Ook komt de beoogde nieuwbouw langs de historische route

ming plaatsgevonden met de gemeente. Zie hiervoor de adviesmemo in

meente Haaren, 6 december 2012). De afgelopen eeuw heeft de kern

van de dorpskern met het gemeenschapshuis aan de noordzijde. Door-

de bijlage en bijbehorend onderzoek. Op basis van de beschikbare in-

van Haaren de nodige transformaties ondergaan, zowel voor de ge-

dat er aan de voorkant gekeken is naar de belangrijke (cultuur)histori-

formatie ten aanzien van het aspect archeologie geldt dat er een geen

bouwde omgeving als in de openbare ruimte. Tot ruim halverwege de

sche kenmerken van het projectgebied en de omgeving kan worden ge-

archeologische verwachting aanwezig is op een deel van de locatie,

vorige eeuw liep de Kerkstraat vanuit het noorden voor de kerk langs in

steld dat hier zorgvuldig is omgegaan. Het initiatief tast daarmee de cul-

voornamelijk ter plaatse van het gemeentehuis en het westelijk deel van

het verlengde van de Driehoeven. De open ruimte waar de voormalige

tuurhistorische waarden niet aan. Waar mogelijk zorgt het initiatief zelfs

het projectgebied. Zie hiervoor ook navolgend figuur. Voor het overig

Waterstaatskerk stond met haar begraafplaats, markeerde de open

voor het versterken van de cultuurhistorie door specifieke elementen te-

terrein geldt dat ingrepen die dieper gaan dan 50 cm – maaiveld archeo-

ruimte in het ‘centrum’ tegenover de nieuwe kerk. De omgeving van de

rug te brengen.

logisch dienen te worden onderzocht.

kerk werd gekenmerkt door historische gebouwen, zoals het oude Raadhuis, de kiosk op het plein, het klooster Haarensteyn en de kleuter-

5.4.3

school waar nu het gemeenschapshuis Den Domp in is gevestigd. Van

De ontwikkeling levert geen onevenredige aantasting van cultuurhistori-

deze gebouwen zijn alleen de kleuterschool en de kapel van het oude

sche waarden op.

klooster nog aanwezig. In de tussentijd heeft de doorgaande infrastructuur twee transformaties ondergaan, beiden gekoppeld aan de ontwikkeling van een nieuw gemeentehuis voor Haaren. In de jaren-60 werd de Kerkstraat-Noord met de Kerkstraat-Zuid verbonden om een betere doorstroming van autoverkeer te faciliteren. Er kwam een groter gemeentehuis aan het plein, dat echter alweer snel te klein bleek en uitgebreid diende te worden. De pleinruimte bestond uit een grasveld voor het gemeentehuis en de kerk en een busstation aan de westzijde van de doorgaande weg. In de jaren-90 werd het meest recente gemeentehuis van Haaren gerealiseerd. Hiervoor werd de weg om het (parkeer)plein gelegd, evenwijdig aan de recente nieuwe bebouwing aan het plein waar nu o.a. de Albert Heijn in is gevestigd. Inmiddels is het oude verzorgingshuis Haarensteyn gesloopt en vervangen door nieuwbouw en is enkele jaren geleden de openbare ruimte opnieuw ingericht.

Conclusie

5.5

Archeologie

5.5.1

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving zijn overgegaan naar de Omgevingswet. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

Figuur 10 Archeologische verwachting plangebied

De geplande herinrichtingswerkzaamheden voor de riolering, bomen, verharding, nuts en werkzaamheden voor het nieuwe gebouw die dieper gaan dan 50cm -maaiveld, dienen onder archeologische begeleiding (met evt. een doorstart naar opgraving) plaats te vinden. De strategie

27

hiervoor moet worden vastgelegd in een PvE dat voorafgaand aan de

•

woongebieden;

bevinden. In navolgende tabel komt naar voren in welke geluid- en geur-

werkzaamheden door de bevoegde overheid (gemeente Oisterwijk)

-

gemengd gebied met wonen;

zonede activiteiten vallen en aan welke eventuele minimale richtafstan-

moet worden goedgekeurd.

-

rustig woongebied;

den moet worden voldaan.

• 5.5.3

Conclusie

buitengebied.

De handreiking Activiteiten en milieuzonering is gebaseerd op inwaartse

Vanuit het milieuaspect ‘archeologie’ is er sprake van een evenwichtige

zonering. Hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer ge-

toedeling van functies aan locaties.

bruiksruimte voor geluid en geur per activiteit beschikbaar kan zijn. Deze

5.6

Activiteiten en milieuzonering

5.6.1

Toetsingskader

Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is; 2. scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

mering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Er kan daarbij gebruik worden gemaakt van de nieuwe handreiking Activiteiten en milieuzonering van de VNG (oktober 2024). Onder een milieugevoelige activiteit wordt verstaan: een activiteit waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Naast wonen zijn dat onder meer scholen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen. In de VNG-handreiking zijn de volgende gebiedstypen beschreven: •

bedrijventerreinen;

•

andere werkterreinen;

Categorie

(basis, beperkt en verruimd) en twee voor geur (basis en verruimd). De

Huisartsenparktijk Artsenpraktijken, klinieken Haaren en dagverblijven Dinercafe Café's, bars Restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met Restaurant eigen ijsbereiding, viskramen e.d.

ligging van de zones is afhankelijk van de ligging ten opzichte van ge-

Supermarkt AH

Supermarkten, warenhuizen

Fysiofit Haaren

Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid

bieden met milieugevoelige activiteiten.

St. Lambertus kerk Kerkgebouwen e.d.

Er bestaan drie mogelijkheden om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of geschikt is voor functiemenging: •

een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur;

•

een indicatie aan de hand van bijlage A5 (Indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur) van handreiking Activiteiten en

Daarbij moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl ten aanzien van geluid en geur door activiteiten. Met als gevolg dat milieunor-

Functie

milieuzonering; •

het uitvoeren van gericht onderzoek.

5.6.2

Onderzoek

Gebiedstype Het projectgebied is gelegen in het centrum van Haaren. Rondom het gebied wordt gewoond en komen er diverse horeca- en detailhandelsfuncties voor. Het projectgebied kan worden gekenmerkt als ‘gemengd

Haarstudio Estremo

Adres

Zone Minimale geluid geur richtafstand

Daadwerkelijke Voldoet? afstand

Driehoeven 3

FM

FM

0 meter

16 meter

Ja

Driehoeven 2

FM

FM

0 meter

11 meter

Ja

Kerkstraat 45

FM

FM

0 meter

34 meter

Ja

FM

FM

0 meter

28 meter

Ja

FM

FM

0 meter

27 meter

Ja

1

FM

10 meter

23 meter

Ja

Monseigneur Bekkersplein 3 Monseigneur Bekkersplein 9 Monseigneur Bekkersplein 4

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

Kerkstraat 30

FM

FM

0 meter

18 meter

Ja

(beoogde) Buurt- en clubhuizen Gemeenschapshuis

Monseigneur Bekkersplein 2

1

FM

10 meter

0 meter

Nee

Tabel 2 Beschouwing inwaartse zonering

Hieruit blijkt dat de beoogde woningen in principe op voldoende afstand van de bestaande milieuhinderlijke activiteiten in de omgeving liggen. De beoogde ontwikkeling betreft een gemeenschapshuis waar eveneens gebruik gemaakt van wordt bij festiviteiten en inpandige woningen. Bij het plaatsvinden van festiviteiten kan een afwijking van het reguliere geluidregime worden toegestaan door het gemeentebestuur. Dat is geregeld in de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Oisterwijk (de Apv). Dat betekent dat bepaalde geluidnormen niet van toepassing zijn bij het plaatsvinden van festiviteiten. Er zou daarmee meer ge-

gebied’.

luidruimte bestaan voor het kunnen plaatsvinden van festiviteiten.

Inwaartse zonering

tele festiviteiten in de Apv.

Met het planvoornemen is sprake van een milieugevoelige activiteit, namelijk de realisatie van 12 nieuwe appartementen. Middels een quickscan activiteiten en milieuzonering is onderzocht welke milieuhinderlijke activiteiten er zich in de directe omgeving van het projectgebied

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

Er bestaat een onderscheid tussen collectieve festiviteiten en inciden-

Ten aanzien van de kern Haaren is carnaval een collectieve festiviteit (van zaterdag tot en met dinsdag). De geluidnormen die te gelden hebben voor activiteiten op grond van voorheen het Activiteitenbesluit en

28

thans het gemeentelijk omgevingsplan gelden daarom niet tijdens festi-

Het is niet zo dat woningen niet zijn toegestaan indien festiviteiten niet

viteiten vanwege carnaval. Wel geldt er tijdens het plaatsvinden van

zouden voldoen aan de geluidnormen. Er geldt daarentegen dat de fes-

deze collectieve festiviteit een alternatieve geluidregeling. Dat betekent

tiviteiten ten aanzien van de woningen minder geluid mogen produce-

(onder meer) dat er zogenoemde C-waarden te gelden hebben. Dit zijn

ren. Tijdens een aantal festiviteiten is dit niet te reguleren. Daarom is na-

geluidnormen die zien op (met name) de bastonen van geluid.

dere besluitvorming noodzakelijk, waarmee voor nu wordt geborgd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Ten aanzien van collectieve festiviteiten geldt tijdens de dagperiode (07.00 - 19.00 uur) een dB(C)-norm van 59 in in- en aanpandige gevoe-

Bij incidentele festiviteiten moet het college echter wel het gebied van

lige gebouwen. In de avondperiode (19.00 - 23.00 uur) is de norm 54 en

de beoogde appartementen gemotiveerd aanmerken als gebied waar

in de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) is de norm 49.

(ten hoogste viermaal per jaar) een hogere geluidbelasting is toegestaan. Bij collectieve festiviteiten is eenzelfde aanpak vereist. Hierbij is

Incidentele festiviteiten zijn de festiviteiten die op maximaal vier dagen

de gemeenteraad echter het bevoegd gezag. De besluitvorming rondom

of dagdelen per kalenderjaar worden gemeld door een initiatiefnemer.

deze afwijking is dan ook momenteel in voorbereiding. Wat betreft het

Ook hiervoor geldt dat de geluidnormen die te gelden hebben voor acti-

aspect geluid door festiviteiten zal dan ook voor de woningen sprake zijn

viteiten op grond van voorheen het Activiteitenbesluit en thans het ge-

van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

meentelijk omgevingsplan niet van toepassing zijn tijdens incidentele festiviteiten. Er geldt een alternatieve geluidregeling. Dat betekent (on-

Uitwaartse milieuzonering

der meer) dat er zogenoemde C-waarden te gelden hebben.

Tevens dient er beschouwt te worden of de nieuwe beoogde functie geen belemmeringen oplevert ten opzichte van de omgeving. Een deel

Ten aanzien van incidentele festiviteiten geldt tijdens de dagperiode

van de ontwikkeling voorziet in een nieuwe woonfunctie waarmee op

(07.00 - 19.00 uur) een dB(C)-norm van 59 in in- en aanpandige gevoe-

voorhand kan worden gesteld dat de ontwikkeling niet voor belemmerin-

lige gebouwen. In de avondperiode (19.00 - 23.00 uur) is de norm 54 en

gen zorgt in de omgeving. Uit voorgaande paragraaf blijkt echter dat het

in de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) is de norm 49.

er voor het beoogde gemeenschapshuis wel een middels een indicatieve richtafstand zal moeten worden beschouwd of deze functie op ba-

Het bovenstaande betekent (onder meer) dat festiviteiten niet zijn toege-

sis van geluid voor belemmeringen zorgt in de omgeving. In navolgend

staan indien zij leiden tot een overschrijding van de geluidnormen die

figuur is deze richtafstand (10 meter) ten opzichte van de omliggende

hiervoor te gelden hebben. Zij moeten voldoen aan deze normen.

geluidgevoelige gebouwen (woningen) weergegeven. Het gemeenschapshuis zorgt daarmee niet voor belemmeringen. Voorgaand onder

Uit onderzoek is echter wel gebleken dat, ondanks de bouwkundige

inwaartse zonering is reeds beschreven dat het gemeenschapshuis ook

maateregelen die genomen worden, er tijdens festiviteiten binnen het

niet voor belemmeringen zal zorgen ten aanzien van de nieuwe wonin-

gemeenschapshuis ter plaatse van de woningen die in het pand worden

gen in hetzelfde gebouw.

gerealiseerd er niet wordt voldaan aan bepaalde geluidnormen die hier-

Figuur 11 Indicatieve richtafstand (10 meter) functie beoogde gemeenschapshuis ten opzichte van omliggende bebouwing

over zijn gesteld in de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

29

5.6.3

Conclusie

Maatregelen om het geluid te reduceren tot de standaardwaarde zijn on-

Middels een in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning

Ten aanzien van het aspect ‘Activiteiten en milieuzonering’ geldt dat er

derzocht, waarbij aangetekend wordt dat deze niet noodzakelijk zijn als

bouwen uit te voeren onderzoek dient aangetoond te worden dat de ka-

sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

geen woningen aan de zuidwestzijde van het pand worden gepland. Het

rakteristieke geluidwering van de geluidbelaste gevels van de geluidge-

toepassen van asfaltverharding op de Kerkstraat is doelmatig. Het al

voelig gebouwen voldoet aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leef-

dan niet uitvoeren van de Kerkstraat in een dergelijke verharding zal af-

omgeving.

5.7

Geluid (Spoor)wegverkeer

5.7.1

Toetsingskader

Geluid door (spoor)wegen Het Bkl bevat geluidsregels voor onder meer (spoor)wegen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. 5.7.2

gewogen moeten worden. Op woningniveau is een afgeschermde loggia (beglaasd balkon met spuivoorziening) een mogelijke maatregel om te

5.7.3

voldoen aan de standaardwaarde.

Ten aanzien van het milieuaspect ‘geluid bij (spoor)wegverkeer’ is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties omdat

Overige bron- en overdrachtsmaatregelen stuiten op overwegende be-

op goede gronden afgeweken kan worden van de standaardwaarden en

zwaren van stedenbouwkundige en/of verkeerskundige aard.

de woningen een voldoende gevelwering heeft.

Indirecte akoestische effecten Als gevolg van die toename van de verkeersintensiteit vanwege de beoogde ontwikkeling zal geen sprake zijn van een toename van het geluid op geluidgevoelige gebouwen met meer dan 1,5 dB. Er wordt voldaan aan artikel 5.78af lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

Onderzoek

Op de beoogde projectlocatie zal een nieuwe geluidgevoelige functie worden gerealiseerd, namelijk 12 woningen. De locatie wordt omringd door de Kerkstraat en de Driehoeven. Deze (30 km/u-)wegen vormen belangrijke verkeersaders door het centrum van Haaren waardoor de verkeersintensiteit hier hoog is. Er is daarom een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd welke is opgenomen in de bijlage. Navolgend worden de belangrijkste conclusies beschreven. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gemeentewegen Het geluid vanwege gemeentewegen bedraagt ter plaatse van de maatgevende zuidwestzijde meer dan de standaardwaarde van 53 dB, echter niet meer dan de grenswaarde van 70 dB. Ter plaatse van de overige gevels wordt wel voldaan aan de standaardwaarde.

Conclusie

Aangezien de woningen niet zijn gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van spoorwegen, gezoneerde industrieterreinen en luchtvaart, en er ook geen sprake is van andere geluidbronnen (windturbine, windpark, buitenschietbaan of militair springterrein), is enkel sprake van gecumuleerd en gezamenlijk geluid vanwege de beschouwde gemeentewegen. Het gecumuleerd geluid bedraagt ten hoogste 56 dB. Aangezien nagenoeg alle woningen kunnen beschikken over een geluidluwe gevel, en voorzien zal worden in voldoende geluidwering op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving, kan het gecumuleerd geluid als aanvaardbaar worden beoordeeld. Voor de woningen dient de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden vastgelegd.

Ruimtelijke Motivering Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren, BOPA

5.8

Geur

5.8.1

Toetsingskader

Geurhinder is onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bkl ‘Geur’, onderdeel van paragraaf 5.1.4 ‘Beschermen van de gezondheid en van het milieu’. Geurhinder kan door verschillende bedrijfs- of hobbyactiviteiten veroorzaakt worden. Hierbij valt te denken aan veehouderijen en andere agrarische activiteiten maar ook bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor een evenwichtige toedeling van geurhinder dient het aspect geur onderzocht te worden: •

indien geurveroorzakende activiteiten in de buurt van bestaande geurgevoelige gebouwen en/of locaties worden toegelaten;

•

indien geurgevoelige gebouwen en/of locaties in de buurt van bestaande geurveroorzakende activiteiten worden toegelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16190371/2