Bijlage 1.3 - Toelichting bestemmingsplan Heiligenboom 6 Moergestel
Tekst van het document
27
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
veranderen van een overwegend agrarische- en woonomgeving naar een meer gemengde omgeving waar een verdere verkleuring naar wonen aan de orde is. Verder is aan de Heiligenboom sprake van een aantal (agrarische)erven, waaronder het erf aan de Heiligenboom 6. De gemeente en de Provincie hebben aangegeven een woningbouwontwikkeling passend te vinden binnen de ontwikkelingsrichting van deze erven. In de visie Buitengebied is de locatie niet
opgenomen
als
bebouwingsconcentratie.
In
de
visie
is
aangegeven
dat
er
een
uitzonderingsmogelijkheid is opgenomen voor maatschappelijk zeer gewenste ontwikkelingen, zoals sanering van IV-locaties. In die gevallen wordt toch gekeken of sprake is van een aanvaardbare locatie. De Provincie heeft inmiddels ingestemd met de locatie voor woningbouw. Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling zullen, naast de eigen te realiseren bouwtitel, geaccordeerde bouwtitels worden aangeleverd waardoor een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst verzekerd is. De landschappelijke inpassing is nader uitgewerkt in het beplantingsplan en paragraaf 2.3.4. 2. Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. De in het verleden gedane investering is nog niet terugverdiend. Dit artikel is dan ook niet van toepassing. 3. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied, eerste lid, onder a. Voor de realisatie van de beoogde woningen worden twee bouwtitels Ruimte voor Ruimte ingezet en één maatwerktitel. Geen toepassing hoeft te worden gegeven aan de genoemde artikelen.
Ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwe woningen zullen, bij het doorlopen van de procedure om te komen tot een bestemmingsplanherziening, zijn geaccordeerde bouwtitels aangeleverd, waarmee is aangetoond dat voldaan is aan de voorwaarden voor milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst zoals gesteld in ‘Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte’. Één maatwerktitel wordt ontwikkeld op grond van de regeling voor maatwerk op de eigen locatie door de sloop van de stallen en de erfverharding. Voor twee woningen zijn de bouwtitels betrokken. Door middel van het realiseren van de eigen bouwtitel en de aankoop van de bouwtitels Ruimte voor Ruimte is voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening. 3.2.2.11 Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Lid 1. Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
28
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Als gevolg van deze ontwikkeling wordt de geurcontour en de endotoxinecontour van de varkenshouderij gesaneerd. Tevens komt de stikstofemissie te vervallen en worden de varkensstallen afgebroken. De nieuwe vergunning Wet Milieubeheer wordt ook niet meer gerealiseerd. De te ontwikkelen nieuwe woonwijk zal hiermee dan ook volledig gerealiseerd kunnen worden. In de nieuwe situatie zal de landschappelijke structuur tevens aanzienlijk versterkt worden. Het plan leidt dan ook tot een versterking van de omgevingskwaliteit. De sanering van de stallen en voorzieningen levert hiervoor een deel van de benodigde middelen. b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; Op een andere wijze is de versterking van de omgevingskwaliteit niet verzekerd. Het niet doorgaan van het bestemmingsplan betekent dat de initiatiefnemer de nieuwe vergunning voor zijn varkensbedrijf gaat realiseren. c.
de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; Saneren van de varkenshouderij betekent dat de bebouwing ten dienste van de varkenshouderij wordt gesloopt en dat de milieubelasting ter plaatse aanzienlijk afneemt. In samenhang met de ontwikkeling van de nieuwe woningen zal tevens een robuuste groenstructuur ontwikkeld worden. De geplande woonwijk tegenover het plangebied kan dan in zijn geheel ontwikkeld. De varkenshouderij en de hiermee samenhangende milieubelasting wordt definitief gesaneerd.
d. de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77; De ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. De nieuwe woonwijk kan in zijn geheel gerealiseerd worden en een passende groenstructuur wordt ontwikkeld. De ongewenste varkenshouderij met een aanzienlijke milieubelasting wordt gesaneerd. Voor een nadere motivatie zie de voorgaande passages. e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; Door sanering van de varkenshouderij en het toestaan van woningbouw is deze activiteit volhoudbaar bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt. De varkenshouderij wordt door de woningbouw in voldoende mate gecompenseerd. De milieubelasting en groene inbedding verbeterd aanzienlijk. f.
de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en
g. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. De tegenover het plangebied te ontwikkelen nieuwe woonwijk is in de interim omgevingsverordening aangeduid als verstedelijking afweegbaar. De verstedelijking zal voor een deel niet gerealiseerd kunnen worden omdat ter plaatse van het plangebied een varkenshouderij is gelegen. Een varkenshouderij in de kernrandzone is geen passende functie in de directe nabijheid van het stedelijk gebied. Sanering van de
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
29
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
varkenshouderij is dan ook gewenst. Een ontwikkeling van woningbouw is passend op deze locatie en draagt bij aan de versterking van de groenstructuur. Het plan is in overleg met deskundigen op het gebied van omgevingskwaliteit van de gemeente en de Provincie Noord-Brabant vorm gegeven. Lid 2. De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; Het plangebied is een voor woningbouw aanvaardbare locatie in het Landelijk gebied. Met de komst van de woonwijk is het plangebied gelegen in een kernrandzone direct grenzend aan deze woonwijk. 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; In de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit 2023 Noord-Brabant is een nadere uitwerking gegeven van de benodigde fysieke tegenprestatie. Het plan voldoet hieraan. In de bijlage is een ‘Rekenmodule beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit NoordBrabant’ opgenomen. b.
als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, alle daarvoor
aanwezige
rechten
en
toestemmingen,
waaronder
de
verleende
vergunningen, zijn ingetrokken; Alle benodigde vergunningen, rechten en toestemmingen zijn in relatie met de het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan ingetrokken. 400 m² van de sloopmeters wordt ingezet om het bijgebouw bij Heiligenboom 6 op te mogen plussen van 100 m² naar 500 m². Er is geen sprake van de ontwikkeling van een nieuw landgoed of een Cultuurhistorisch complex. De subartikelen 3.78 Lid 2 c en d zijn dan ook niet van toepassing. Lid 3. Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; of b. de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. De locatie is gelegen in een kernrandzone direct grenzend aan de nieuwe woonwijk. Sanering van de varkenshouderij maakt de ontwikkeling van de woonwijk mogelijk. De groenstructuur van het plangebied sluit aan bij de omgeving. Door het opnemen open ruimtes tussen en ten noorden van de woningen blijven zichtlijnen behouden richting het achtergelegen akkercomplex. Het plan voorziet daarmee in een passende invulling van een saneringslocatie binnen een bebouwingsconcentratie. Lid 4. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing:
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
30
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
a. artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c.
artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste lid, onder a.
In de vorige paragraaf is dit artikellid reeds behandeld. In de bijlage bij de toelichting is een maatwerkberekening opgenomen. 400 m² van de te slopen bebouwing is niet in de maatwerkberekening opgenomen, omdat deze worden ingezet voor het opplussen van de toegestane bijgebouwen bij de woonbestemming (figuur 11). De opgenomen voorzieningen in de maatwerkberekening bestaan uit silo’s en verharding rondom de bebouwing (290 m²). Daarnaast is een kostenpost opgenomen voor inleveren van de ammoniakrechten. Deze zijn bepaald door de totale NH³ emissie op de aanwezige vergunning 2.698,5 NH³. Dit wordt vermenigvuldigd met €15,- per kilo NH³. Voor de algemene sloopkosten is een offerte opgevraagd bij van der Zanden BV. Hierin staan posten voor onder andere het verwijderen van asbesthoudende daken, het aanvullen van mestputten met zand en de kosten voor het verontreinigen van de met asbest vervuilde grond. Voor de asbesthoudende daken wordt voor 2070 m² daken €4140,- gerekend (€2,- per m²). De mestputten worden aangevoerd met zand. Het gaat om 850 m³ zand, waarvoor men maximaal €5,- rekent per m³ zand. Dit bedrag komt hiermee uit op €4.250,-. Voor de sloop van de bebouwing is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. Hierna wordt het beeld weergegeven waaruit blijkt dat 400 m² niet is meegerekend voor de maatwerkberekening, maar voor de extra m² bijgebouwen.
Figuur 12: te saneren bebouwing Heiligenboom 6
3.2.2.12 Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied Vanuit de provincie gelden voor regionale oppervlaktewateren normen voor wateroverlast. Het waterschap moet zich als beheerder van het watersysteem aan deze normen houden. De normen staan
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
31
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
in de provinciale omgevingsverordening en zijn vormgegeven als de gemiddelde kans op overstroming per jaar. De norm verschilt per vorm van grondgebruik. Voorwaarde bij ‘Attentiezone waterhuishouding’ is dat de beoogde ontwikkeling, waarvoor de wijziging nodig is, geen nadelig effect heeft op de waterhuishouding ter plaatse. Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding bevat o.a. regels gericht op de bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Het saneren van een intensieve veehouderij heeft een positief effect op de waterhuishouding. Daarbij geldt binnen het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur – Attentiegebied’. De voor 'Waarde - Natuur - Attentiegebied' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de natte natuurparel.
Gemeentelijk beleid Vigerende bestemmingsplannen Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oisterwijk’ van de gemeente Oisterwijk is op 29 juni 2011 vastgesteld. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschap, natuur en cultuurhistorie 1’ en kent de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Natuur – Attentiegebied’. Naar aanleiding van onder andere de reactieve aanwijzing van de provincie Noord-Brabant op het vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de gemeente Oisterwijk een herziening doorlopen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De gemeente Oisterwijk heeft op 16 april 2015 het bestemmingsplan ‘Buitengebied, correctieve herziening’ vastgesteld. In deze correctieve herziening is tevens de provinciale Verordening ruimte 2014 meegenomen (thans Interim omgevingsverordening), evenals een aantal verbeteringen van het vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied, correctieve herziening’ heeft inhoudelijk geen wijzigingen tot gevolg ter plaatse van het plangebied aan Heiligenboom 6. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied geconsolideerd’ d.d. 14 december 2017 zijn deze twee bestemmingsplannen samengevoegd. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied geconsolideerd’ is een versie zonder juridische status.
Derhalve zijn beide bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ en ‘Buitengebied ,correctieve herziening’ van de gemeente Oisterwijk ter plaatse van het plangebied de vigerende bestemmingsplannen. Het plangebied is bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschap, natuur en cultuurhistorie 1’ met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Natuur – Attentiegebied’. De oprichting van drie woningen en de herbestemming van de bedrijfswoning naar een burgerwoning met een grotere oppervlakte bijgebouwen wordt ter plaatse van de agrarische bestemming niet rechtstreeks toegestaan. De wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan in artikel 4.7.2 van de planregels is niet toepasbaar in combinatie met de realisatie van een groter bijgebouw en de beoogde woningen. Derhalve dient het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied te worden herzien om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken. VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
32
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Omgevingsvisie Oisterwijk 2016 De gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk heeft op 22 december 2016 de Omgevingsvisie Oisterwijk vastgesteld. In de Omgevingsvisie Oisterwijk geeft de gemeente haar visie op Oisterwijk, waarbij de gemeente in meerdere gebieden is opgedeeld en per gebied een aantal kaders geformuleerd worden. Doel van de Omgevingsvisie Oisterwijk is het inspireren van inwoners, ondernemers en bestuurders. De visie is niet bindend, maar biedt een rode draad bij ontwikkelingen binnen de gemeente. Het plangebied behoort tot het deelgebied ‘Stokske, Heiligenboom en de Hild’. Voor dit gebied wordt het volgende omschreven: Stokske, Heiligenboom en de Hild Dit is het gebied rondom ’t Stokske en Draaiboompje. De gronden liggen ten noordoosten en oosten van de kern Moergestel. De gronden worden gebruikt voor agrarische doeleinden, wonen, recreatie, en horeca. De Oirschotseweg loopt door het gebied. Kenmerken Op de oude ontginningsassen aan de rand van de beekdalen ontstonden concentraties van agrarische bebouwing (akkercomplexen). Rondom deze agrarische bebouwing werden de aanliggende gronden ontgonnen en in gebruik genomen als akkers waarop voedsel werd verbouwd. De beslotenheid van houtwallen, erven en bosschages contrasteert hier met de open akkers. Dit zorgt voor een onregelmatig patroon en een afwisselend en kleinschalig landschap.
De Reusel loopt ook door dit gebied, maar is minder beeldbepalend aanwezig dan in het beekdal. Daarentegen heeft het wel een belangrijke rol voor de natuurwaarden (ecologische hoofdstructuur). Agrarische sector Over het thema ‘Agrarische sector’ wordt het volgende geschreven: Het veehouderijbeleid is gericht op een duurzame groei waarbij wordt ingezet op de ontwikkellijn ‘gemengde plattelands economie’. De functies, die in het bestemmingsplan Buitengebied worden genoemd als mogelijke nevenfuncties bij de agrarische bestemming, lenen zich in beginsel goed om zich als nieuwe zelfstandige functie te ontwikkelen (in met name VAB’s). Uitgangspunt is dat de functies niet mogen concurreren met de functies in het stedelijk gebied en dat zij de kwaliteiten in het gebied niet mogen aantasten. De aard en schaal van de functies dienen aan te sluiten bij de waarden van het omliggende landschap. Vanuit de aspecten gezondheid en geur in het veehouderijbeleid wordt rondom de woonkernen een zone van 250 meter voorzien, waarin uitbreiding van de bebouwing voor de veehouderij niet langer is toegestaan. De sanering van de intensieve veehouderij en de omzetting in een woonfunctie met 3 extra woningen is passend binnen het beleid van de omgevingsvisie. De nieuwe functies passen qua aard en schaal bij het buitengebied ter plaatse zeker nadat het nieuwe woongebied is ontwikkeld.
De intensieve veehouderijfunctie
in
de
nabijheid
van
het
stedelijk
gebied
verdwijnt.
De
voorgenomen
woningbouwplannen kunnen hierdoor verder vorm krijgen. De groenstructuur binnen het plangebied wordt aanzienlijk versterkt aansluitend aan de groenstructuur van de nieuwe woonwijk. De versterking van de groenstructuur voldoet hiermee aan de ambitie ‘landschapspark Oisterwijk’.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
33
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Visie Buitengebied Oisterwijk De gemeente Oisterwijk heeft op 29 september 2022 een nieuwe Visie Buitengebied Oisterwijk vastgesteld. De Visie Buitengebied Oisterwijk bevat ambities waarmee richting wordt gegeven aan toekomstige ontwikkelingen binnen de gemeente. In de Visie Buitengebied Oisterwijk wordt gestreefd naar de balans tussen de belangrijkste functies in het buitengebied, zo ook herontwikkeling van vab’s in combinatie met een Ruimte voor Ruimte ontwikkeling (of vergelijkbare ontwikkeling). De relevante toetsingscriteria die aansluiten op onderhavig bestemmingsplan worden getoetst in deze paragraaf. -
Ruimte voor Ruimte (of vergelijkbare ontwikkeling) moet plaats vinden binnen een in de visie aangeduide bebouwingsconcentratie. Daarbuiten kan een Ruimte voor Ruimteontwikkeling (of vergelijkbare ontwikkeling) bij hoge uitzondering worden toegepast in het geval sprake is van een maatschappelijk zeer gewenste ontwikkeling, bijvoorbeeld bij sanering van een intensieve veehouderijlocatie. In een dergelijk geval zal moeten worden onderbouwd dat er sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie.
De locatie is niet rechtstreeks aangeduid als een bebouwingsconcentratie, maar is wel planologisch aanvaardbaar. De locatie is wel gelegen in een kernrandzone zeker nu de plannen voor de nieuwe woonwijk Heiligeboom voldoende concreet zijn. Bovendien wordt een intensieve veehouderij gesaneerd en derhalve een ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt en een belemmerende geurcontour gesaneerd. Een nader motivering van de bebouwingsconcentratie is opgenomen in paragraaf 2.3.3.. Nadere criteria betreffen tevens: -
Behoud zichtrelaties/doorzichten op het achterliggende open gebied;
-
Inpasbaarheid binnen bestaande ruimtelijke en landschappelijke structuur en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Behoud van de bestaande landschappelijk een groenstructuur geldt hierbij als uitgangspunt;
-
Uitbreiding van het lint is in principe niet wenselijk;
-
De historische bebouwingslinten mogen niet vastgroeien aan de kernen en dienen het landelijke karakter te behouden. Verstedelijking is niet gewenst;
-
De bebouwing dient aan te sluiten op de omgeving.
Met de sanering van de veehouderij, wordt het achtererf van de locatie Heiligenboom 6 veel minder bebouwd. Daarmee wordt ingezet op ontstening. Er is geen sprake van uitbreiding van het lint. Het lint bevindt zich nu reeds aan de Heiligenboom. De nieuwe woningen worden gerealiseerd tussen belendende bebouwing, passend in het ritme van de omgeving. Er vindt geen uitbreiding of oprekking van het lint plaats maar herontwikkeling op een aanvaardbare locatie. Er blijft voldoende ruimte voor behoud van zichtlijnen. In samenhang wordt de historische groenstructuur versterkt met streekeigen landschappelijke beplanting (middels een houtsingel, bomenrij en hagen). Het landelijke karakter van het bebouwingslint wordt hierdoor tevens versterkt. Ten noorden en zuiden van de locatie blijven zichtlijnen behouden en blijft het achtergelegen akkercomplex beleefbaar. De bebouwing zal qua korrelgrootte en maatvoering aansluiten bij de omgeving. De ambitie is om ook voor verbreding en bedrijvigheid in het buitengebied enkele kaders te stellen. Uitgangspunt hierbij is dat verbreding van de bedrijvigheid plaats vindt binnen bestaande bebouwing en
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
bestaand ruimtebeslag. Dit onder de voorwaarde dat de functie geen afbreuk doet aan het landelijke karakter van het buitengebied en de balans van het buitengebied niet verstoord. Voor wat betreft nevenfuncties wordt opgemerkt dat het vereist is dat deze ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie, kleinschalig zijn en een directe relatie hebben met de hoofdfunctie. Verder dienen de nevenfuncties en de bedrijvigheid te passen bij het karakter van het buitengebied, een bijdrage te leveren aan een betere omgevingskwaliteit, gepaard te gaan met landschappelijke inpassing en in het verlengde te liggen van de functie die daar aanwezig is en/of de omgeving. Door de toevoeging van twee verblijfsrecreatieve eenheden voor logies en ontbijt wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar hoogwaardige extensieve verblijfsrecreatievormen. De nevenfunctie (bed an breakfast)’ is ondergeschikt aan de hoofdfunctie wonen. Het plangebied bevindt zich in de directe nabijheid van het Natura-2000 gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’, en de kern Moergestel. Daarmee leent deze locatie zich goed voor deze nevenfunctie. De nevenfunctie is kleinschalig waarmee de invloed op het Natura 2000 gebied zeer beperkt is. Door de sanering van de intensieve veehouderij neemt de stikstofbelasting op de Natura-2000 gebieden alleen maar af.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
4.
MILIEUASPECTEN
4.1
Bedrijvigheid Inleiding
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijke relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen/handhaven van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies als wonen. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.
Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.” Een rustig buitengebied is een buitengebied dat is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Naast woningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven) voor. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het plangebied is gelegen aan een lint in het buitengebied waarbij sprake is van functiemenging. Sprake is van gemengd gebied.
Toets In de omgeving van het plangebied bevinden zich twee niet-agrarische bedrijfsfuncties. De meest dichtbij gelegen bedrijfsfunctie betreft een recreatiebedrijf met de aanduiding ‘dagrecreatie’ en is gelegen op een afstand van circa 70 meter ten oosten van de dichtstbij gelegen woonbestemming. Het
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
bedrijf valt in milieucategorie 3.1, waarbij een richtafstand geldt van 50 meter. Met een afstand van 70 meter wordt ruimschoots aan deze richtafstand voldaan. Daarnaast is een horecabedrijf gevestigd aan Hild 1. Dit bedrijf is op een afstand van 140 meter gelegen van het plangebied. In de handreiking wordt ten aanzien van dergelijke bedrijvigheid een richtafstand van 30 meter aangegeven. Daarnaast liggen in de omgeving twee agrarische bedrijven, te weten Heiligenboom 1 en Heiligenboom 8a. Heiligenboom 1 betreft een paardenhouderij. Een paardenhouderij betreft een bedrijf in milieucategorie 3.1. voor de factoren ‘geluid’ en Voor de factoren en ‘stof’ geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Daaraan wordt ruimschoots voldaan. Het aspect geur wordt behandeld in paragraaf 4.2. dit aspect vormt echter eveneens geen bezwaar. Aan Heiligenboom 8a is een agrarisch bedrijf gevestigd waar het houden van melkrundvee is toegestaan. Een melkveehouderij betreft een bedrijf in milieucategorie 3.2. voor de factoren ‘geluid’ en Voor de factoren en ‘stof’ geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Daaraan wordt ruimschoots voldaan. Het aspect geur wordt behandeld in paragraaf 4.2. Dit aspect vormt echter eveneens geen bezwaar.
Het realiseren van drie bouwkavels en het omzetten van een bedrijfswoning in een reguliere woning is op grond van het aspect bedrijven en milieuzonering dan ook geen bezwaar.
Conclusie De beoogde ontwikkeling van het plangebied is in het kader van Bedrijven en Milieuzoneringen geen bezwaar. De bedrijven zijn op voldoende afstand gelegen en worden hierdoor niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Bij de nieuwe woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op grond van de toets ‘Bedrijven en milieuzonering’.
Agrarische bedrijvigheid Inleiding De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Gemeenten mogen bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken, binnen bepaalde grenzen (artikel 6 van de wet). Afwijkende normen gelden binnen een bepaald gebied. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd vanuit een ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het gebied, de zogenaamde gebiedsvisie. Daarbij moet een relatie worden gelegd met de bestaande en te verwachten achtergrondbelasting aan geur in het gebied. Anders dan voorheen is het mogelijk maatwerk te leveren, niet per bedrijf of object, maar per gebied. De gemeente Oisterwijk VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
heeft in 2008 de ‘Gebiedsvisie in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij’ vastgesteld. De gemeente Oisterwijk heeft ervoor gekozen om geen verordening met afwijkende normen op te stellen. In de gemeente Oisterwijk blijven derhalve de wettelijke normen van 3 oue/m³ op de kernen en 14 oue/m³ in het buitengebied van toepassing. De herontwikkeling van het plangebied mag geen belemmerende werking hebben op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven. Tevens moet ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd kunnen worden.
Veehouderijbedrijven in de omgeving van het plangebied Op navolgende figuur is de ligging van veehouderijen in de omgeving van het plangebied weergegeven. In de directe nabijheid van het plangebied zijn 2 veehouderijbedrijven gelegen. Het betreft de veehouderijen Heiligenboom 8-8a en Heiligenboom 1. De veehouderijbedrijven zijn aangeduid met een groene stip. De rode stippen geven voormalige veehouderijbedrijven aan. Het plangebied is hierbij indicatief weergegeven met de zwarte cirkel.
Heiligenboom 8B Heiligenboom 8A
Heiligenboom 1
Oirschotseweg 40
Figuur 13: Ligging veehouderijen in omgeving plangebied
Navolgende dieraantallen zijn vergund op deze veehouderijen:
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Figuur 14: Vergunde dieraantallen Heiligenboom 8B (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 15: Vergunde dieraantallen Heiligenboom 8A (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 16: Vergunde dieraantallen Heiligenboom 1 (Bron: KRD Noord-Brabant)
Figuur 17: Vergunde dieraantallen Oirschotseweg 40 (Bron: KRD Noord-Brabant)
Ligging plangebied Voor het bepalen van de aan te houden afstand tussen veehouderijbedrijven in de omgeving en de toe te voegen geurgevoelige functies is het van belang of het plangebied is gelegen binnen of buiten de bebouwde kom. Om dit te bepalen kan worden gekeken naar de Wgv en/of jurisprudentie.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
De bebouwde kom is volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft' en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven'. Verder staat er, dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door
de
Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur.' Het gaat dus niet om de plek van een verkeersbord dat de bebouwde kom aanduidt of de grenslijn van verkeerstechnische aard. Wel moet in ieder geval sprake zijn van een structurele samenhang van de bebouwing - bijvoorbeeld een aaneengesloten woonbebouwing. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. Er is namelijk sprake van een duidelijke afwisseling tussen rood en groen, tussen bebouwing en cultuurgrond. Daarnaast is sprake van een zekere functiemening. Van aaneengesloten bebouwing die het gebied een overwegende woon- en verblijffunctie geeft is in casu geen sprake. Aan Heiligenboom is weliswaar sprake van een bebouwingslint doch is het plangebied aan drie zijden omgeven met cultuurgrond. Achter de woningen ligt een akkercomplex. Op dat vlak is van ‘veel bebouwing met een woon- of verblijfsfunctie’ geen sprake. De Heiligenboom vormt daarmee een duidelijke (toekomstige) scheidingslijn tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Bij de beoordeling van de aard van de omgeving (binnen of buiten de kom) van de omgeving is de feitelijke situatie bepalend.
Eventuele toekomstige woonbebouwing speelt geen rol (zie onder meer ABRvS, 201211481/1/A4 van 11 december 2013 en ABRvS, 201201544/1/R1 23 januari 2013. Daarmee kan worden geconstateerd dat er sprake is van een ligging buiten de bebouwde kom. Daarmee geldt voor de omliggende veehouderij bedrijven (Heiligenboom 8-8a en Heiligenboom 1) een vaste afstand geldt van 50 meter.
Woon- en leefklimaat 4.2.4.1
Inleiding
Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. 4.2.4.2
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting verstaan van díe individuele veehouderij (de dominante veehouderij) welke de meeste geur bij het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtbij het geurgevoelige object gelegen is. 4.2.4.3
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting is de totale geurbelasting veroorzaakt door alle veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting bepaalt het leefklimaat in een gebied.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Toets 4.2.5.1
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting is door de Omgevingsdienst op kaart (oktober 2024) inzichtelijk gemaakt. Wanneer de veehouderij binnen het plangebied gesaneerd wordt, gaat de achtergrondbelasting beduidend omlaag. Een dergelijke achtergrondbelasting correspondeert met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Voor de genoemde veehouderijen zijn geen geuremissies vastgesteld, waardoor een vaste afstand geldt in het buitengebied. Aan deze vaste afstand wordt voldaan. Er treedt dan ook geen belemmering op voor woningbouw op grond van de achtergrondbelasting.
Figuur 18: Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied (oktober 2024). De emissie van de veehouderijlocatie binnen het plangebied is hierbij bepalend. Deze veehouderij wordt met het planvoornemen gesaneerd.
4.2.5.2
Voorgrondbelasting
Binnen een afstand van 400 meter bevinden zich geen intensieve veehouderijbedrijven. De voorgrondbelasting is mede hierom en vanwege het goede tot zeer goede woon- en leefklimaat (bij wegvallen van de geuremissie Heiligenboom 6) in het kader van de achtergrondbelasting niet doorgerekend. Aan de vaste afstand voor de veehouderijbedrijven in de nabijheid van het plangebied wordt voldaan. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan. 4.2.5.3
Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijen
De herontwikkeling van het plangebied aan de Heiligenboom, ten behoeve van de oprichting van drie woningen in het kader van de maatwerkregeling of de regeling Ruimte voor Ruimte en het herbestemmen van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning, mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Voor dieren waarvoor geen emissiefactor is vastgesteld geldt een aan te houden afstand van minimaal 50 meter in het buitengebied. Het plangebied is gelegen in het buitengebied. In de omgeving van de planlocatie is enkel een paardenhouderij en een rundveehouderij gelegen. Voor beide diercategorieën is geen emissiefactor vastgesteld en geldt derhalve een aan te houden afstand van 50 meter. De stallen van de rundveehouderij op de locatie Heiligenboom 8 zijn gelegen op een afstand van ten minste 72 meter of meer tot de meest noordelijk gesitueerde woonbestemming. De veehouderij kent nog uitbreidingsmogelijkheden aan de zuidzijde. Er mogen nieuwe stallen worden gebouwd op een afstand van ten minste 5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens van het bouwvlak. Voor de nieuwe woning geldt dat eveneens een afstand van ten minste 5 meter tot de perceelsgrens. Daarmee wordt een onderlinge afstand van ten minste 50 meter zekergesteld. De afstand tot de woning en het dichtstbij gelegen uitbreidingsmogelijkheid bedraagt daarmee ten minste 53 meter. In de Wet geurhinder en veehouderij is opgenomen dat, wanneer een woning van een veehouderij op of na 2000 van een veehouderij wordt onttrokken en bestemd wordt als burgerwoning, deze woning niet anders beoordeeld dient te worden als ware het nog een bedrijfswoning.
De woning Heiligenboom 6 voldoet in de oude en de nieuwe situatie aan de vaste afstand van 50 meter ten opzichte van de tegenovergelegen paardenhouderij. Deze woning is thans al gelegen op een afstand van exact 50 meter vanaf de dichtstbij gelegen paardenstal op de locatie Heiligenboom 1. Deze bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Ook voor de om te zetten bedrijfswoning volstaat deze afstand dan ook. Alle woningen voldoen daarmee aan de vereiste vaste afstand ten opzichte van de paardenhouderij en het rundveebedrijf. Door de Roever is een notitie opgesteld voor de geursituatie van de nieuwe woningen ten opzichte van Heiligenboom 1. Deze notitie is als bijlage toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan. Herontwikkeling van het plangebied belemmert de agrarische bedrijfsvoering op omliggende veehouderijbedrijven, conform van de notitie van de Roever niet onevenredig planologisch.
Gezondheid Endotoxinen De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Binnen een afstand van tenminste 500 meter zijn geen intensieve veehouderijen gelegen. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat met de sanering van het varkensbedrijf aan de Heiligenboom 6, sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak voor handen is, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van een geitenhouderij in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van een bestaande geitenhouderij. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer is er sprake van een vergroot risico. Binnen een afstand van 2 kilometer tot het plangebied is geen geitenhouderij gelegen. Dit punt is dan ook belemmering voor de herontwikkeling van het plangebied.
Gewasbeschermingsmiddelen Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het gebied waar de bestrijdingsmiddelen worden toegepast terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is een belangrijke en directe bron van
luchtverontreiniging,
waardoor
mens
en
dier
in
contact
kunnen
komen
met
gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bij de toevoeging van een nieuwe gevoelige functies een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Uit rechtspraak volgt dat dit een locatie-specifiek onderzoek moet zijn. Tevens volgt uit de rechtspraak dat met bijvoorbeeld een afschermende beplanting en afschermende bebouwing een kleinere afstand gemotiveerd kan worden. Naast omstandigheden zoals een afschermende beplanting en afschermende bebouwing, blijkt uit de jurisprudentie dat ook andere omstandigheden een rol kunnen spelen bij het bepalen van de afstand voor de spuitzone.
Als voorbeelden kunnen worden genoemd het soort gewas dat wordt geteeld/gekweekt, wijze en frequentie van bespuiten, gehinderden (beperkt of kort van duur) en de heersende windrichting en de aanwezigheid van een sloot of watergang. Bovendien is per 1 januari VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
2018 het Activiteitenbesluit aangescherpt en moet, waar dan ook, minimaal 75% drift-arm gespoten worden. De nieuwe bouwkavels grenzen aan de noord-, oost- en zuidzijde aan agrarische gronden. Het betreft grasland in gebruik bij de initiatiefnemer. Hierbij vindt geen gebruik van bestrijdingsmiddelen plaats. De grond ten zuiden van het plangebied (ca. 0,5 ha.) wordt gebruikt voor extensieve boomteelt. In principe is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hier toegestaan. In de praktijk is er echter geen sprake van het gebruik van bestrijdingsmiddelen anders dan onkruidbestrijding. Het perceel is hiervoor te klein en het gebruik te extensief. Daarbij dient echter reeds rekening te worden gehouden met maatgevende aspecten in de omgeving, zijnde de woning Heiligenboom 6 maar ook de woningen aan de Oirschotseweg. De gronden aan de overzijde van de weg zijn opgekocht door de gemeente dan wel een projectontwikkelaar. Op deze gronden wordt een woonwijk ontwikkeld. Het daartoe strekkende bestemmingsplan is reeds in procedure. Ter afscherming van het plangebied wordt een houtwal van ten minste 5 meter breed geplaatst met drie plantrijen van boom- en struikvormers. Deze houtwal zorgt voor een afschermende werking bij mogelijke drift in de periode dat de boom- en struikvormers in het blad staan. Daarnaast is de overheersende windrichting zuidwest en overwegend afwaarts van de woningen.
De aanleg en instandhouding van de houtwal en haag wordt geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Hiermee kan redelijkerwijs worden gesteld dat ter plaatse van de nabijgelegen woning geen onevenredige nadelige gevolgen als gevolg van drift van bestrijdingsmiddelen zullen ontstaan waardoor strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening ontstaat.
Geluid Inleiding De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: -
via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken;
-
via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;
-
de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.
Onderzoek Het plangebied is gelegen aan de Heiligenboom te Moergestel, waar een maximumsnelheid geldt van 60 km/uur. Binnen het plangebied worden drie woonfuncties toegevoegd. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Daaruit volgt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de aangelegen wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van het bouwplan overschrijdt. VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Het volledige akoestisch onderzoek is als bijlage toegevoegd bij onderhavig bestemmingsplan. De conclusie van het onderzoek is hierna geciteerd. 4.4.2.1
Wet geluidhinder
Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder kunnen de volgende conclusies worden getrokken.
Figuur 19: Conclusies Wet geluidhinder
De voorkeursgrenswaarde wordt nergens overschreden. Derhalve is het niet nodig een hogere waarde aan te vragen. Wet geluidhinder Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit niet aan de orde. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Heiligenboom, bedraagt 51 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘redelijk’ en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevel/buitenruimte. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat bij de achterliggende verblijfsrecreatieve eenheden tevens sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.4.2.2
Karakteristieke geluidwering van de gevel
Figuur 20: Conclusies karakteristieke geluidwering van de gevel VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Aangezien de cumulatieve geluidbelasting kleiner of gelijk is aan 53 dB, is een nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel niet nodig. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd.
Bodemkwaliteit Inleiding Het beleid van de provincie Noord-Brabant gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch bodemonderzoek te worden verricht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden met een verhoogd risico op bodemverontreiniging, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van geconstateerde belemmeringen uit dit onderzoek kan vervolgens worden nagegaan welke maatregelen moeten worden genomen om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren).
Onderzoek De beoogde herontwikkeling betreft de oprichting van drie woningen. Tevens worden er twee verblijfsrecreatieve eenheden voor logies en ontbijt toegevoegd binnen een bijgebouw bij Heiligenboom 6. De gronden ter plaatse van de beoogde woningen zijn in de huidige situatie deels onbebouwd. Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door bureau Bodeminzicht. De conclusie van het onderzoek is hieronder geciteerd. Het volledige onderzoek staat in de bijlage van het bestemmingsplan. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypotheses. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De roodgekleurde druppelzones op onderstaande figuur zijn ernstig verontreinigd met asbest of respirabele asbestvezels. Geadviseerd wordt om de betreffende toplagen te saneren. Door de aanwezigheid van begroeien met gras is geen sprake van urgentie bij de sanering. De bodemkwaliteit ter plaatse van het overige terrein vormt geen belemmering voor de beoogde aanvraag van een bestemmingswijziging en bouw van woningen. Het bodemonderzoek is door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (Omwb) beoordeeld.
De Omwb kan niet instemmen met de conclusies en adviseringen uit dit onderzoek en adviseert een nader asbestonderzoek te verrichten en adviseert het verkennend bodemonderzoek op onderdelen aan te passen. In de regels van dit bestemmingsplan is hiertoe dan ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hiermee is verzekerd dat voor de bouwfase nader bodemonderzoek wordt uitgevoerd waaruit moet blijken dat de bodem geschikt is voor het beoogde woongebruik, dan wel dat sanering is uitgevoerd indien nodig. Gelet hierop staat het aspect bodem niet in de weg aan het planvoornemen.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Luchtkwaliteit Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de nieuwe Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen.
De bouw van drie woningen en het saneren van een agrarische veehouderij inclusief het omzetten van een bedrijfswoning valt binnen het begrip NIBM.
Blootstelling aan verontreiniging 4.6.2.1
Inleiding
In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. 4.6.2.2
Fijn stof
De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.
-
de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM 10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied (aangeduid met de stip) en directe omgeving weer.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Figuur 21: Fijnstof PM10 2022 (Bron: Atlas Leefomgeving)
Figuur 22: Fijnstof PM2,5 2022 (Bron: Atlas leefomgeving)
Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM 10 van 16-18 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. Gesteld kan worden dat hiermee de luchtkwaliteit ter plaatse acceptabel is en dat de beoogde herontwikkeling in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijnstof geen bezwaar is. 4.6.2.3
Stikstof
De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
- De grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³. Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO 2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
48
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
Figuur 23: Stikstofdioxide 2022 (Bron: Atlas leefomgeving)
Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO 2 van 12-14 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.
Conclusie Aangezien het plan slechts de bouw van drie nieuwe woningen in samenhang met de sanering van het varkensbedrijf mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht. Bovendien is aangetoond dat ten aanzien van de aspecten fijnstof en stikstof onder de grenswaarden wordt gebleven, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Externe veiligheid Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende subparagrafen nader toegelicht.
Risico’s Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
49
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10 personen) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Risicovolle inrichtingen In het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), inclusief de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), worden risicovolle inrichtingen (waaronder lpgtankstations) benoemd. Ook wordt voor bepaalde gevallen aangegeven welke afstanden (voor het plaatsgebonden risico) moeten worden aangehouden, of in welk gebied (voor het groepsrisico) nader onderzoek moet worden gedaan.
Toets 4.7.4.1
Bedrijven
Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de risicokaart waarop het plangebied aangeduid is met een zwarte cirkel.
Figuur 24: Uitsnede risicokaart
Het op deze risicokaart aangegeven dichtstbijzijnde risico-object, is een tankstation met LPG gelegen op een afstand van ruim 1.500 meter. Het tankstation is gevestigd aan de Schoolstraat 52 in Moergestel. Het plangebied is niet gelegen in de risicocontour van dit bedrijf.
VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv
50
Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting
4.7.4.2
Vervoer gevaarlijke stoffen
Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Oisterwijk bevindt zich het spoortracé Breda – Eindhoven. Over dit traject kunnen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied is gelegen op een afstand van ruim 3,7 kilometer tot dit spoortracé. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied van de spoorweg, echter vindt op een dergelijke afstand als deze normaal gesproken geen beïnvloeding plaats. Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. In de gemeente nabij het plangebied bevindt zich een autoweg waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden; de Rijksweg A58. Deze route is gelegen op een afstand van ruim 1.700 meter ten zuiden van het plangebied. Het plangebied ligt op een dermate grote afstand van de routes dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden. Wel zal er een verantwoording van het groepsrisico plaats dienen te vinden. In paragraaf 4.7.4.3 en 4.7.4.4 wordt hier nader op ingegaan. Vervoer over het water De afstand tussen het Wilhelminakanaal en het plangebied is circa 4,5 kilometer. Als er al een significant transport over Wilhelminakanaal plaatsvindt, is deze zo gering dat de risico’s aan de oever verwaarloosbaar zijn.
Daarbij is de afstand tussen het plangebied en het kanaal dermate groot, zodat het plangebied duidelijk buiten het invloedsgebied van het kanaal is gelegen. 4.7.4.3
Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch en (beperkt) BLEVE
Algemeen Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreid. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen.