CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 - Toelichting bestemmingsplan Heiligenboom 6 Moergestel

RAAD 10 april 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiligenboom 6, Moergestel - vastgesteld24.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie.

Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. 4.7.4.4

Verantwoording groepsrisico (beperkt) BLEVE

Algemeen Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een BLEVE ("boiling

liquid

expanding

vapour

explosion"

(kokendevloeistof-gasexpansie-explosie))

het

maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het plangebied ligt op circa 250 Meter. Het invloedsgebied strekt zich uit tot 355 meter voor GF3. De ernst van de effecten van een BLEVE neemt bij een afstand van >200 meter sterk af en blijft beperkt tot

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

herstelbare schade en niet levensbedreigende verwondingen. Vanwege deze reden kan volstaan worden met deze standaard verantwoording van het groepsrisico. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit De bestrijdbaarheid van een BLEVE is matig. Propaan wordt vervoerd in niet- geïsoleerde tankwagens. Als gevolg van externe hittestraling kan deze na ca.12 minuten ontploffen. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid Voor de scenario BLEVE is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan van de risicobron af gevlucht worden. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest.

De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Conclusie De veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn vanen het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. In de bijlage is een standaardadvies van de veiligheidsregio opgenomen. 4.7.4.5

Hoogspanningslijnen

In de directe omgeving van het plangebied is een bovengrondse hoogspanningslijn gelegen. Een hoogspanningslijn kent een magneetveldzone. De magneetveldzone van een hoogspanningslijn is het gebied links en rechts van een bovengrondse hoogspanningslijn waar het magneetveld gemiddeld over een jaar sterker is dan 0,4 microtesla. De desbetreffende hoogspanningslijn (150 kV) bevindt zich in de directe nabijheid van het plangebied. De bestaande hoogspanningslijn wordt in de nabije toekomst (2026 onder voorbehoud) verwijderd. Het magneetveld komt op dat moment tevens te vervallen. Omdat de nieuwe woningen in de aangegeven periode gebouwd en bewoond kunnen worden is een magneetveldonderzoek uitgevoerd.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Derhalve is door Physixfactor d.d. 01-11-2022 een onderzoek ‘Magneetveldzone Hoogspanningslijn te Moergestel, Heiligenboom 6’ uitgevoerd naar de specifieke magneetveldzone ter plaatse. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “In opdracht van de heer S. Ketelaars is door Physixfactor onderzoek uitgevoerd naar de specifieke zone van de Hoogspanningsverbinding in de nabijheid van de Heiligboom 6 in Moergestel. De methode voor het vaststellen van de specifieke zone is vastgelegd in de ‘handreiking voor het berekenen van de magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen’ van het RIVM; 26 oktober 2015, versie 4.1. De netwerkgegevens van de hoogspanningslijn zijn aangereikt door de netwerkbeheerder TenneT, waarin in hoofdstuk 3 in de tabel enige essentiële gegevens staan vermeld die voor de berekening zijn gebruikt. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat de afstand van de 0,4 μT contour tot het hart van de hoogspanningslijn 2x39 m meter bedraagt. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat mogelijk een deel van de geplande nieuwbouw zich vlakbij de specifieke zone van de hoogspanningslijn ligt. Op basis van de huidige aangereikte gegevens en gegevens uit Google Maps en ArcGis wordt geschat dat de afstand van de oranje cirkel, weergegeven in figuur 2-2 op een afstand ligt van ongeveer 50 meter.

Als de nieuwbouw op een grotere afstand dan 39 meter tot de hartlijn wordt uitgevoerd, vindt er geen overschrijding plaats. De noordzijde van het aangegeven gebied ligt op 50 meter van de hartlijn, en derhalve zal er geen overschrijding plaatsvinden. ‘ Het uitgevoerde onderzoek (Onderzoek Magneetveldzone Hoogspanningslijn te Moergestel, Heiligenboom 6

d.d. 1 november 2022) is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd. De

woonkavels worden in zijn geheel buiten de magneetveldzone (39 meter uit het hart) gesitueerd. Hiermee is zeker gesteld dat dit aspect geen bezwaar vormt. 4.7.4.6

Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen)

Er zijn voor zover bekend geen ruimtelijk relevante leidingen gelegen binnen het plangebied. De meest dichtbij gelegen buisleiding betreft een aardgasleiding. Deze leiding is gelegen op een afstand van circa 1.800 meter ten westen van het plangebied. Voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied bestaan derhalve geen beperkingen.

Conclusie Er bestaan in het kader van bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen) geen bezwaren voor de beoogde herontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet ook geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Ecologie Inleiding Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt

bestaande

natuurgebieden

die

vallen

onder

de

Europese

Vogelrichtlijn-

of

de

Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof.

De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden.

Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Toets 4.8.2.1

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt in gebied aangeduid als ‘Attentiezone waterhuishouding’. Het plangebied is in de directe nabijheid van het Natura 2000 gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen’ gelegen. Dit Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 600 meter ten noorden van het plangebied. Daarnaast is er een Natuurnetwerk Brabant gebied gelegen ten oosten van het plangebied. Navolgende figuren geven de ligging van het plangebied weer ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen’ en NNB gebied. Het plangebied is hierbij rood omcirkeld.

Figuur 25: Ligging plangebied ten opzicht van Natura 2000-gebied 'Kampina & Oisterwijkse Vennen'.

Kampina en de naastgelegen Oisterwijkse vennen en bossen vormen samen een voorbeeld van het licht glooiende Brabants dekzandlandschap, met U-vormige paraboolduinen, met bossen, vennen, heide en overgangen naar schraalgraslanden in beekdalen. Het gebied kent een oppervlakte van circa 2278 hectare en is gelegen binnen de gemeenten Boxtel, Oirschot, Oisterwijk en Tilburg. Kampina is een restant van het halfnatuurlijke Kempense heidelandschap, met droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, een meanderend riviertje, voedselarme vennen en blauwgraslanden. De vennen in de Oisterwijkse bossen zijn merendeels ontstaan als uitgestoven laagten in een stuifzandlandschap, waar veentjes in ontstonden. Door vervening is hierin sinds de Middeleeuwen weer open water ontstaan. In het gebied zijn reeds in 1950 de eerste herstelmaatregelen in de vennen uitgevoerd. Vanwege het kleinschalige karakter en de afstand van deze ontwikkeling kan worden uitgesloten dat dit leidt tot aantasting zoals verstoring van dit natuurgebied. Relevant is tevens dat de negatieve effecten waaronder de ammoniakemissie van de veehouderij worden opgeheven. Eveneens wordt het VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

56

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

plangebied na het saneren van het bedrijf extensiever gebruikt. Door Lomans Ecoworks is een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze quickscan staat in de bijlage, en hierna wordt de conclusie voor Beschermde gebieden geciteerd. Natura 2000- gebied De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk op het nabijgelegen Natura 2000- gebied. In de nieuwe situatie met de realisatie van drie reguliere woningen, twee verblijfsrecreatieve eenheden en een groter bijgebouw zal in de gebruiksfase naar verwachting sprake zijn van een beperkte toename van stikstofemissie door verkeersbewegingen van gasten. Per saldo zal er sprake zijn van een sterke afname van stikstofdepositie. Gezien de aard van de herontwikkeling en de afstand tot de Natura 2000-gebieden kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor (stikstofgevoelige) habitattypen en leefgebieden van soorten worden uitgesloten. Mogelijk dient een Aerius berekening te worden uitgevoerd ter onderbouwing. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator (d.d. 7-10-2024) is de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van de ontwikkeling berekend.

Onderhavige ontwikkeling draagt niet bij aan een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr. Een AERIUS berekening met een memo is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Onderstaand is de conclusie van deze Aerius-berekening weergegeven. Conclusie Op het perceel aan de Heiligenboom 6 te Moergestel bestaat het voornemen om het aanwezige varkensbedrijf met 5 varkensstallen en landbouwloods te saneren. Hiervoor in de plaats worden drie woningen en twee bijgebouwen gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoning wordt daarbij omgezet naar een reguliere woning. Dit wordt middels een bestemmingsplanprocedure mogelijk gemaakt. Uit dit onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van dit plan vrijkomt in zowel de sloop-, bouw- als gebruiksfase leidt tot een depositietoename van 0,00 mol N/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie. Er is zelfs sprake van een afname tot - 0,01 mol N/ha/jaar. Hierbij is het uitgangspunt dat Stage IV bouwmaterieel (met 6% AdBlue) wordt ingezet en worst-case is niet gesaldeerd met de emissies van het vee. Het is evident dat wanneer de emissie op basis van de vergunde situatie van de veehouderij, leidt tot veel meer stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dan de beoogde situatie met vier woningen en twee verblijfsrecreatieve eenheden. Per saldo is vanuit stikstof dus sprake van een gewenste ontwikkeling.

Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en vormt het plan geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is derhalve niet aan de orde. Stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmeringen voor de ruimtelijke procedure.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard, de omvang, het effectbereik en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied zijn negatieve overige effecten bij voorbaat uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt op ruim 200 meter afstand van een NNB-gebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB-gebied. Houtopstanden Met de beoogde ontwikkeling worden mogelijk 3 bomen gekapt. Art. 4.2 Wnb is niet aan de orde. 4.8.2.2

Soortenbescherming

Het plangebied is in de huidige situatie ingericht ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Diverse opstallen zullen gesaneerd worden. Om zeker te stellen dat geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvindt is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd door Lomans Ecoworks. De Quickscan is als bijlage bij dit bestemmingsplan toegevoegd. Navolgend worden de belangrijkste delen van de samenvatting en van de conclusie na toetsing aan de Wet natuurbescherming weergegeven. Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In de te slopen werktuigenschuur en varkensstallen zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-5 aanwezig. De bedrijfswoning biedt potenties voor jaarrond beschermde nesten. De bedrijfswoning

blijft

in

de

huidige

vorm

gehandhaafd.

Het

plangebied

ligt

binnen

het

steenuilenleefgebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van afname van functioneel steenuilenbiotoop. In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-5 jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling worden mogelijk 3 bomen gekapt. Het groen rond de bedrijfswoning blijft behouden en het nieuwe plan wordt landschappelijk ingepast. Overige vogelrichtlijnsoorten Het plangebied vormt matig geschikt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Met de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan zullen foerageer- en nestmogelijkheden voor algemene vogels met een éénmalig nest toenemen. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Binnen het plangebied zijn geen lijnvormige (groen)structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vlieg- of foerageerroute. In de huidige situatie vormt plangebied foerageergebied van redelijke kwaliteit. Het groen rond de bedrijfswoning blijft gehandhaafd en mogelijk dienen drie walnoten te worden gekapt. De landschappelijke inpassing met inheemse groenstructuren in het nieuwe plan zal leiden tot een versterking van foerageergebied voor vleermuizen ten opzichte van de huidige situatie.

Vleermuizen: verblijfplaatsen Gelet op de huidige staat van de te slopen stallen, de constructie en gebruikte materialen kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen redelijkerwijs uitgesloten worden. De bedrijfswoning biedt potenties voor vleermuizenverblijfplaatsen. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Ook zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in bomen. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van landzoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied en directe omgeving worden verder geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Negatieve effecten niet aan de orde. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals haas, konijn, egel, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene spit- en woelmuizen. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling van verbodsbepalingen uit de Wnb bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht (zie blz. 11) is altijd van kracht. Zie onder paragraaf 8 blz. 26 voor toepassing van de algemene zorgplicht voor vrijgestelde soorten.

Water Inleiding Nederland is groot geworden door het leven met en de strijd tegen het water. In de 20e eeuw is, doordat er te weinig rekening is gehouden met het waterbelang, veel ruimte aan het water onttrokken en veel afvalwater direct of indirect geloosd op oppervlaktewater. Om de toekomst van Nederland veilig te stellen is het nodig om te anticiperen op klimaatsveranderingen en bij de ruimtelijke planvorming goed rekening te houden met water. De waterbeheerder (Waterschap de Dommel) heeft de taak, kennis en kunde om daar zorg voor te dragen. Daarom is het belangrijk om het waterschap vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

Beleidskader Op Europees, nationaal en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer staat in de belangstelling. Thema’s zoals ‘water in de stad’ en ‘water als ordenend principe’ zijn beleidsspeerpunten op alle overheidsniveaus. Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang is, door middel van de Watertoets, sinds 1 november 2003 verankerd in het ruimtelijk beleid. Het belangrijkste instrument vanuit het Waterschap is de Keur 2015 van Waterschap de Dommel. In de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022 heeft de gemeente Oisterwijk haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. In de gemeentelijke Verordening is o.a. een voorkeursvolgorde aangegeven voor het verwerken van hemelwater. Aan de hand van de waterparagraaf wordt duidelijk gemaakt hoe binnen het plan aan Heiligenboom 6 te Moergestel, met water wordt omgegaan. Verder is opgenomen op welke wijze de VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

59

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

inrichtingsmaatregelen bijdragen aan ‘Veiligheid, Voldoende en Schoon Water’. In het laatste deel is een omschrijving en tekening opgenomen van de aan te leggen voorzieningen.

Gebiedsomschrijving in relatie tot water Het buitengebied van de gemeente Oisterwijk is een zeer gevarieerd gebied met belangrijke landbouwkundige kwaliteiten, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en een bijzondere ecologische en recreatieve betekenis. Ten oosten van het plangebied is de Natte Natuurparel Oisterwijkse Bossen en Vennen gelegen. Het plangebied is daarom aangewezen als attentiegebied op grond van de Keur.

Huidige en toekomstige situatie van het plangebied 4.9.4.1

Verdeling verhard oppervlak

Uitgangspunt bij nieuwbouw is dat er hydrologisch neutraal wordt gebouwd. Dit betekent dat het hemelwater (dat valt op daken en verhardingen) niet versneld mag worden afgevoerd naar het oppervlaktewater of naar het riool. De beoogde herontwikkeling betreft de oprichting van drie woningen, een bijgebouw en twee verblijfsrecreatieve eenheden aan de Heiligenboom. Dit kan door het vasthouden of bergen van het water door het aanleggen van een waterberging of een infiltratievoorziening. In de huidige situatie is er sprake van een verhard oppervlak van 3.385 m² (stallen met tussenliggende erfverharding, woning met bijgebouwen en erfverharding). Met de beoogde herontwikkeling wordt ter plaatse een nieuw verhard oppervlak verwacht van circa 450 m² per woning, bestaande uit 200 m² hoofdgebouw, 150 m² bijgebouwen en 100 m² erfverharding. In totaal betreft dit 1.350 m² nieuwe verharding op de kavels voor de nieuwe woningen. De beoogde verharding bij de huidige woning met de nieuwe bijgebouwen waaronder de 2 verblijfsrecreatieve eenheden bedraagt (1.615 m²). De verharding neemt hierdoor af met 420 m². Verderop in deze waterparagraaf wordt een berekening uitgevoerd voor de wateropvang. 4.9.4.2

Bodem

De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 12-14 meter boven NAP. De grond ter plaatse van het plangebied betreft volgens de provinciale wateratlas Hoge bruine enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (code zEZ21). 4.9.4.3

Grondwater

Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

60

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 26: Uitsnede kaartlaag GHG (plangebied indicatief aangeduid met een zwarte cirkel)

De gemiddelde hoogte grondwaterstand bedraagt 40-80 cm beneden maaiveld. De ontwateringsdiepte (het verschil tussen de maaiveldhoogte en de gemiddelde hoogste grondwaterstand) dient volgens de gemeente Oisterwijk ten minste 70 centimeter beneden maaiveld te bedragen. 4.9.4.4

Oppervlaktewater

Met de beoogde herontwikkeling zullen geen handelingen plaatsvinden welke effect zullen hebben op A-, of B-watergangen. 4.9.4.5

Afvalwater

In het buitengebied van de gemeente Oisterwijk is een drukrioleringsstelsel aanwezig. Ten behoeve van de beoogde nieuwe woningen zullen er extra aansluitingen komen op de drukriolering. In de beoogde situatie wordt het huishoudelijk afvalwater via de nieuwe aansluiting geloosd op de bestaande drukriolering. Alvorens deze wordt aangelegd zal dit met het bevoegd gezag worden afgestemd, waarbij beoordeeld zal worden of de toename afvalwater verantwoord is op het betreffende stelsel. 4.9.4.6

Hemelwater

Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Het schoon hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem, dan wel tijdelijk opgeslagen in een retentie en gedoseerd afgevoerd naar oppervlaktewater. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

61

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen. Binnen het plangebied zal slechts schoon hemelwater infiltreren in de bodem.

Vergunningen Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling aan Heiligenboom 6 te Moergestel wordt geen watervergunning vereist.

Infiltratievoorzieningen Voor de waterparagraaf dient rekening gehouden te worden met een berging voor een bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt + 10% (T=10+10%). Binnen het plangebied wordt rekening gehouden met een afname in verhard oppervlak van circa 420 m² (3.385 m² in de huidige situatie minus 2.965 m² in de nieuwe situatie). Het hemelwater dat valt op de daken van de nieuwe woningen en de nieuw te ontwikkelen bebouwing alsmede op de bestaande en te handhaven woning en de bestaande en nieuwe bijgebouwen dient geïnfiltreerd te worden. Het gaat hierbij om een oppervlakte van 2.965 m² verharding. De benodigde compensatie bedraagt dan derhalve totaal 178 m³ (2.965 m² * 0.06 mm). In de regels van onderhavig bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor voldoende hemelwaterberging op eigen terrein. De individuele woningen zullen elk voor de eigen hemelwaterberging garant staan. Binnen het bouwperceel dient een bui van 60 mm regen in één uur op eigen terrein opgevangen en binnen 48 uren verwerkt te worden. Er mag geen afvloeiing naar riolering of andere percelen plaats vinden. Bij hevigere buien dan het hierboven gestelde mag het meerdere wel geloosd worden op, bij voorkeur, een sloot of gemeentelijke infiltratievoorziening middels een overstortconstructie.

De waterberging kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een groen mosdak, een verlaging in het maaiveld, een natuurlijke vijver, grindkoffers, of combinaties hiervan. De voorziening dient binnen 48 uren weer beschikbaar te zijn voor een herhalingsbui. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met een GHG van 40-80 cm-mv. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven in navolgende figuur.

Figuur 27: Voorbeelden infiltratievoorzieningen in maaiveld

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

62

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 28: Waterberging op daken

Voorgesteld wordt het hemelwater middels een infiltratieriool of infiltratie goot richting een infiltratieveld of laagte te brengen. Een infiltratieriool moet boven de GHG (40-80 cm-mv) liggen zodat het in natte perioden geen drainerende functie krijgt. Een bovengrondse voorziening is goedkoper, minder onderhoudsgevoelig en minder fout gevoelig dan een ondergrondse voorziening. Uiteraard dient de infiltratievoorziening over voldoende capaciteit te beschikken. In de nieuwe situatie zal de infiltratie voor de nieuwe bouwkavels en de bestaande woning worden bewerkstelligd door het schone hemelwater dat valt op de bebouwing via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar bovengrondse infiltratievoorziening in de vorm van aan te leggen goten in het grasveld, welke uitkomen op een wadi, beiden met een diepte van maximaal 35 centimeter. Deze wadi zal zich bevinden op het achterterrein van de kavels. Het plangebied biedt voldoende ruimte om deze wadi’s te kunnen realiseren. De kopers van de kavels kunnen er aanvullend tevens voor kiezen om de waterberging gedeeltelijk op de platte daken plaats te laten vinden. Langs de Heiligenboom en aan de zuidkant van het plangebied ligt een sloot hier kan de leegloopvoorziening en noodoverloop van de waterbergingsvoorzieningen op worden aangesloten.

Indien bij de bouw van de woningen niet (enkel) gekozen wordt voor een wadi kan in plaats van of daarnaast gebruik worden gemaakt van andere maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van infiltratiekratten of grindkoffers. Voorbeelden van manieren van infiltreren zijn in bovenstaande figuren weergeven. Bij een eventuele verkoop van het perceel dient initiatiefnemer de verplichting tot het realiseren van adequate infiltratievoorzieningen, zoals hierboven beschreven, te vermelden aan de kopers. In de regels is middels een voorwaardelijke verplichting zeker gesteld dat er wordt voorzien in adequate infiltratievoorzieningen.

Archeologie Inleiding Om te voldoen aan de Wet op de archeologische monumentenzorg, maar ook om vast te leggen hoe de gemeente Oisterwijk in uiteenlopende omstandigheden om wil gaan met historische bodemschatten, heeft de gemeente Oisterwijk archeologiebeleid opgesteld. Op 8 november 2018 heeft de gemeenteraad van Oisterwijk het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Om een goede afweging te kunnen maken van het archeologisch belang is ten eerste een verwachtingskaart voor de gemeente VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

63

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Oisterwijk opgesteld. De verwachtingskaart geeft inzicht in het archeologisch erfgoed van de gemeente. Op de verwachtingskaart is aangegeven wat de archeologische verwachtingen zijn als laag, middelhoog, hoog verwachtingsvol gebied. De verwachtingskaart kan worden gezien als een archeologisch bureauonderzoek voor het grondgebied van de gemeente Oisterwijk.

Toets Ter plaatse van de beoogde nieuwe woningen is sprake van deels een middelhoge verwachtingswaarde en deels geen verwachtingswaarde. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Oisterwijk. Het plangebied is hierbij aangeduid in de zwarte cirkel.

Figuur 29: Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Oisterwijk.

De verwachtingskaart is vertaald in een beleidskaart. Op de beleidskaart is opgenomen hoe wordt omgegaan met archeologie in de betreffende verwachtingsvolle gebieden. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de beleidskaart. Het plangebied is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

64

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 30: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Oisterwijk.

Ter plaatse van het plangebied is deels sprake van ‘Waarde - Archeologie 5’ voor een deel is sprake van een verstoord gebied. Navolgende figuur geeft de daarbij behorende ondergrenzen bij bodemverstoring weer.

Figuur 31: Ondergrenzen bij bodemverstoring VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

65

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Conclusie Met de beoogde herontwikkeling wordt voorzien in bebouwing van drie nieuwe woningen met een verwacht oppervlak aan bodemverstoring van 450 m² per woning (inclusief bijgebouwen en terras). Dit betekent in totaal een oppervlakte van 1.350 m² bodemverstoring. Het realiseren van een bijgebouw(en) bij de woning Heiligenboom 6 betekent naar verwachting circa 500 m² extra bodemverstoring. In totaal bedraagt het verstoringsoppervlakte daarmee circa 1.850 m². De realisatie van het bijgebouw bij de woning Heiligenboom 6 vindt plaats op de huidige locatie van de stallen. De stallen kennen thans al putten voor mestopslag. De bodem is daarmee reeds verstoord. Een deel van de nieuwe woningen en de bijgebouwen zijn conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart gesitueerd in een gebied met middelhoge archeologische verwachting. In het vigerende bestemmingsplan is o.a. de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie – 4’ opgenomen. Een archeologisch onderzoek is slechts benodigd indien de bodemverstoring meer dan 2.500 m² bedraagt. Door KSP Archeologie heeft een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek) verkennende en karterende fase plaats gevonden met rapportnummer 22115. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

Op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aan het niet-ontgronde deel van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting toegekend. Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode. Voor de resultaten van het onderzoek wordt verwezen naar het onderzoeksrapport dat is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Onderstaand is de voornaamste conclusie aangaande het selectieadvies opgenomen: “Selectieadvies Op grond van het ontbreken van archeologische indicatoren op het erf en ten zuiden van het erf en de verstoringen in de lage zones ten noorden en oosten van het erf geldt er een lage archeologische verwachting voor het gehele onderzoeksgebied. Zones met een lage archeologische verwachting hebben geen archeologische voorschriften / dubbelbestemming elders inde gemeente Oisterwijk. KSP Archeologie adviseert om de archeologische dubbelbestemming in het plangebied te laten vervallen. Er is dan geen verder archeologisch onderzoek nodig.” Het aspect archeologie vormt derhalve geen bezwaar.

Cultuurhistorie Inleiding Naast de rijks- en gemeentelijke monumenten is een aantal gebouwen binnen de gemeente door de provincie aangewezen als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.

Onderzoek Ten behoeve van de oprichting van drie woningen zal een deel van de bouwtitels worden aangekocht en een deel voortkomen uit de sloop en sanering van de stallen bij het eigen agrarisch bedrijf. Bij de

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

66

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

samenstelling van deze bouwtitel elders in de provincie Noord-Brabant, is reeds aangetoond dat geen cultuurhistorische bebouwing is gesloopt. Zeker is dan ook gesteld dat er geen cultuurhistorische bebouwing verloren gaat met de sloop van stallen, de stallen zijn immers niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. In het plangebied is in de huidige situatie de bedrijfswoning aanwezig. De bedrijfswoning is cultuurhistorisch karakteristiek en verkeerd in goede staat. Deze langgevelboerderij blijft intact. Hiermee wordt uitgesloten dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing verloren gaat met de oprichting van nieuwe woningen ter plaatse van het plangebied. Een cultuurhistorisch waardevolle landschapsstructuur wordt hersteld.

Conclusie Het plangebied is net zoals heel het buitengebied, aangeduid als cultuurhistorische landschappen. Er zullen geen cultuurhistorische waarden verloren gaan met de oprichting van drie woningen ter plaatse van het plangebied. De bestaande cultuurhistorisch karakteristieke langgevelboerderij blijft behouden. De

stallen

zijn

allerminst

cultuurhistorisch

waardevol.

Een

cultuurhistorisch

waardevolle

landschapsstructuur wordt hersteld.

Figuur 32: Cultuurhistorische waardekaart ter plaatse van het plangebied.

Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1.

In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

67

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2.

In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets of een activiteit die zodanige gevolgen voor het milieu heeft dat de procedure van een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is een lijst van mogelijke ontwikkelingen (kolom 1) opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, indien er wordt voldaan aan de voorwaarden (drempelwaarden). De beoogde ontwikkeling komt niet voor in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Met onderhavig initiatief worden drie woningen toegevoegd in samenhang met de sanering van een varkensbedrijf, daarmee is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingstraject. Aangesloten wordt bij de uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1879. Naar het oordeel van de Afdeling kan de ontwikkeling van twee woningen buiten de bebouwde kom die in het plan is voorzien, gelet op de omvang ervan, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Daarbij is van belang dat het nieuwe ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. De bebouwing vindt nagenoeg in zijn geheel plaats binnen het thans aanwezige agrarische bouwvlak. De agrarische bebouwing wordt hiervoor gesaneerd. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (en aanmeldnotitie) behoeft daarom niet te worden uitgevoerd.

Naar het oordeel van de afdeling Een m.e.r.-procedure dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde. De beoogde herontwikkeling komt niet voor in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-procedure dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

68

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

5.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

Algemene toelichting verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken en functieaanduidingen opgenomen.

Algemene toelichting regels Voor de regels bij het bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’ is aangesloten bij de systematiek van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 en bij het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oisterwijk’. De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft de inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsplanregels weergegeven. In dit hoofdstuk worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen waaronder de antidubbeltelbepaling en algemene afwijkingsregels. In hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1

Begrippen

In dit artikel zijn de bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemene spraakgebruik onvoldoende vast gedefinieerd zijn en waarbij derhalve verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels voor kunnen komen. Artikel 2

Wijze van meten

In dit artikel wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken en percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

De regels in een bestemming zijn conform de SVBP als volgt opgebouwd en benoemd: 1.

Bestemmingsomschrijving

2.

Bouwregels

3.

Nadere eisen

4.

Afwijken van de bouwregels

5.

Specifieke gebruiksregels

6.

Afwijken van de gebruiksregels

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

69

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

7.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

9.

Wijzigingsbevoegdheid

Een bestemmingsregel hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit verschilt per bestemming. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen, bijgebouwen, overige bebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor een toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen overzichtelijk is. In de planregels betreft artikel 3 de regels inzake de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap, natuur en cultuurhistorie - 1’. Artikel 4 betreft regels voor de bestemming ‘Groen’. Artikel 5 betreft regels voor de bestemming ‘Tuin’. Artikel 6 betreft regels voor de bestemming ‘Wonen – 1’. Artikel 7 betreft regels voor de bestemming ‘Wonen – 2’. De regels voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ staan in artikel 8. In artikel 9 staan de regels voor de bestemming ‘Waarde – Natuur – Attentiegebied’. Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

In dit artikel zijn regels opgenomen ten opgenomen ter voorkoming van het dubbeltellen van gronden bij het toestaan van een bouwplan, bij het beoordelen van latere bouwplannen. Artikel 11

Algemene bouwregels

In artikel 11 zijn regels gegeven voor het overschrijden van de bouwgrenzen, bestaande maten, en afstanden van woningen tot wegen en spoorwegen. Artikel 12

Algemene gebruiksregels

In dit artikel zijn algemene gebruiksregels met betrekking tot gebruik strijdig met de bestemming gegeven. Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

In dit artikel zijn algemene regels voor het afwijken van de regels gegeven waarvoor burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kunnen verlenen. Artikel 14

Algemene wijzigingsregels

In dit artikel wordt een algemene wijzigingsregel gegeven ten behoeve van het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Artikel 15

Overige regels

In artikel 15 is opgenomen dat de wettelijke regelingen waar in de regels naar verwezen wordt, luiden zoals op het moment van vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 16

Overgangsrecht

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

70

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

In artikel 16 wordt omschreven hoe wordt omgegaan met het bestaand gebruik en met de bestaande bebouwing ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Artikel 17

Slotregel

In artikel 17 worden de regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’.

Toelichting bestemmingen Agrarisch met waarden – Landschap natuur en cultuurhistorie 1 De voor Agrarisch met waarden - Landschap, natuur en cultuurhistorie - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: de uitoefening van (vollegronds)teeltbedrijven, en - buiten bouwvlakken - niet -intensieve veehouderij en paardenhouderij, behoud, versterking en ontwikkeling van aanwezige landschaps-, natuur en cultuurhistorische waarden.

Wonen – 1 De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, de uitoefening van nevenfuncties, ondergeschikt aan het wonen en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Ter plaatse wordt per bestemmingsvlak één woning toegestaan met een inhoud van maximaal 900 m³ en bijgebouwen met een oppervlakte van maximaal 150 m².

Wonen – 2 De voor ‘Wonen – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten op voormalige agrarische bedrijfslocaties en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Ter plaatse wordt één woning toegestaan met een maximum van 500 m² aan bijgebouwen en maximaal twee recreatieve verblijfseenheden voor logies en ontbijt.

Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en de aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals omschreven in het beplantingsplan dat als bijlage bij de regels is opgenomen.

Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

Waarde - Natuur – Attentiegebied Aan het plangebied is eveneens de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur - Attentiegebied’ toegekend. De voor Waarde - Natuur - Attentiegebied aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de natte natuurparel.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

71

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

6.

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Oisterwijk zal middels een overeenkomst in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt en zes weken ter inzage liggen. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Waterschap De Dommel, veiligheidsregio en de provincie Noord-Brabant zijn in het kader van het vooroverleg betrokken bij onderhavig bestemmingsplan. Van de provincie en het waterschap is een vooroverlegreactie ontvangen. De veiligheidsregio heeft per mail goedkeuring gegeven. Van de zijde van de Provincie is aangegeven dat ze voorstander zijn van de sanering van de varkenshouderij. Het voorontwerp voldoet echter nog niet aan de Interim Omgevingsverordening. Het is de Provincie nog niet duidelijk welke duurzame ontwikkelingsrichting voor dit gebied in een groter verband de gemeente voor ogen staat.

Ook is de Provincie van mening dat de verschillende ontwikkelingen die in dit gebied op stapel staan zoals de stedelijke afronding en de ontwikkeling binnen de bebouwingsconcentraties, als ook de ontwikkelingen van mogelijke initiatieven aan de Heiligenboom binnen de landschappelijke structuur met veel NNB nader uitgewerkt moet zijn. Deze nadere uitwerking heeft inmiddels plaats gevonden en is besproken met de Provincie. Het Waterschap heeft enkele opmerkingen gemaakt t.a.v. de waterparagraaf. Deze opmerkingen zijn verwerkt.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

72

Bestemmingsplan ‘Heiligenboom 6, Moergestel’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft een omgevingsdialoog gevoerd. Hiervan is een verslag opgesteld. Het verslag is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De omgevingsdialoog heeft bij alle betrokkenen (9 adressen) persoonlijk plaats gevonden. Op ieder adres is ingegaan op de specifieke veranderingen die het plan voor dat adres teweegbrengt. Na de gesprekken gaven alle buurtbewoners aan voldoende bekend te zijn met de beoogde plannen. De buurtbewoners vonden het ook prettig dat de geuroverlast verdwijnt. Specifiek is door enkele buurtbewoners aangedrongen om de beoogde erfbeplanting niet te hoog te laten zijn. Deze bewoners gaven aan meer voor struiken dan voor bomen te voelen. Hieraan is gedacht bij de grenzen van het plangebied. De gewijzigde verkaveling die tussen het voorontwerp en het ontwerp heeft plaatsgevonden is eveneens met de buurt gecommuniceerd.

Zienswijzentermijn Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van vrijdag 22 december 2023 tot en met donderdag 15 februari 2024 gedurende 8 weken ter inzage gelegen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Navolgend worden de zienswijzen kort toegelicht. Een volledige beantwoording is opgenomen in de nota van zienswijzen. Provincie Noord-Brabant -

De voorgenomen opzet van bebouwing is een geheel nieuwe opzet die niet in lijn is met de stedenbouwkundige opzet van het bestaande boerenerf. Met het plan wordt niet aangesloten op de afmetingen van de oorspronkelijke kamerstructuur. Tevens wordt onvoldoende rekening gehouden met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

-

De regeling Maatwerk omgevingskwaliteit is onvoldoende uitgewerkt.

-

Het landschappelijk inpassingplan is momenteel nog niet volledig. De analyse van het landschap ontbreekt. In de regels van het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken van het landschappelijke inpassingsplan. Dit is niet wenselijk.

-

De bewijsstukken zijn nog niet aangeleverd.

-

De sloopborging nog niet goed is verwerkt in de regels.

-

Het niet in de systematiek van de IOV om een solitaire vakantiewoning te realiseren.

Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het plan. Linssen CS advocaten -

Er wordt onvoldoende afstand gehouden tussen de paardenhouderij Heiligenboom 1 en de nieuw op te richten gevoelige functies binnen het plangebied. Zienswijze indiener stelt dat ten onrechte uit is uitgegaan van een afstand van 50 meter in het kader van ‘geur’ en dat onvoldoende verantwoording is gegeven over het aspect ‘geluid’.

Naar aanleiding van de zienswijze is een aanvullende notitie voor geur gemaakt en een voorgevellijn opgenomen..

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15172610/2