Bijlage 1.3 Motivering TAM-Omgevingsplan hoofdstuk 22a De Noenes;
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Figuur 4-12 ligging van de risicocontour (in blauw) Aandachtsgebied Een deel van het plangebied valt binnen het brand- en explosieaandachtsgebied van de propaantank. Conform artikel 5.15 van het Bkl dient het bevoegd gezag in het omgevingsplan te beschouwen hoe groepen mensen worden bescherm en of deze bescherming afdoende is. Daarnaast kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn binnen de aandachtsgebieden. Voor zeer kwetsbare gebouwen gelden in ieder geval bouwkundige maatregelen. Voor niet zeer kwetsbare gebouwen mag een bevoegd gezag dit zelf afwegen. In het aandachtsgebied zijn geen zeer kwetsbare gebouwen aanwezig.
Figuur 4-13 ligging van het plangebied ten opzichte van het brand- (in rood) en explosieaandachtsgebied (in oranje) Beschouwing van bescherming van groepen mensen Vanwege de ligging in het brand- en explosieaandachtsgebied van de propaantank dient het omgevingsplan te beschouwen hoe groepen mensen beschermd worden en of deze bescherming afdoende is.
blad 63 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Mogelijkheden van zelfredzaamheid Bij een propaantank zal het in geval van brand gaan om een fakkelbrand. Hierbij is vluchten niet mogelijk. In het geval van een ‘koude’ BLEVE (explosieaandachtsgebied) is vluchten ook geen optie. Binnen schuilen biedt daarmee het beste handelingsperspectief. Vluchtroutes In sommige gevallen kan vluchten nodig zijn, bijvoorbeeld als reactie op secundaire branden. Figuur 4-14 laat de ligging zien van vluchtroutes binnen het plangebied.
Figuur 4-14 ligging vluchtroutes in het plangebied Beperkte zelfredzame groepen Binnen het plangebied worden geen specifieke functies mogelijk gemaakt die de aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen faciliteren. Bestrijdbaarheid Directe effecten van een ‘koude’ BLEVE zijn niet te bestrijden. Secundaire branden dienen wel bestreden te worden. In het geval van een fakkelbrand spuit propaan onder hoge druk uit de opslagtank. Voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven, maar dient wel de omgeving afgezet te worden, dienen de slachtoffers te worden gered, dienen panden te worden gekoeld en dienen secundaire branden te worden bestreden. Hierbij moet het gas tussen inblokking opbranden waardoor de fakkelbrand na verloop van tijd dooft. De brandweer Haaren heeft een kazerne aan de Helvoirtseweg 6B te Haaren. Deze kazerne bevindt zich op circa 1,5 tot 2,5 kilometer afstand van het plangebied. De locatie is goed bereikbaar voor de brandweer.
4.9.3
Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering.
4.10
Weging van het waterbelang
4.10.1 Kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk, provinciaal en rijks beleid als het beleid van het waterschap. blad 64 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Waterschapsverordening waterschap De Dommel In de waterschapsverordening staan de regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij beken, sloten en gemalen. De waterschapsverordening is de vervanger van de Keur. De verordening stelt regels over verschillende activiteiten bij oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen, bergingsgebieden en grondwater. De waterschapsverordening stelt daarnaast ook regels voor compenserende maatregelen bij het toevoegen van verhard oppervlak. Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022 Binnen de gemeente Oisterwijk geldt de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022. Hierin heeft de gemeente aangegeven hoe zij de wettelijke zorgplichten over afvalwater, hemelwater en grondwater invult. Deze verordening is op grond van artikel 4.6 lid onder f onderdeel geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In de verordening schrijft de gemeente dat bij een nieuwe situatie hemelwater wordt afgekoppeld voor het totale verharde oppervlak. Dit betekent dat ook reeds bestaande verharding wordt meegenomen in de berekeningen. Hierdoor wordt ook de volledige verantwoordelijkheid bij particulieren neergelegd. Hiervoor geldt de rekenregel: 0,06 (in m) x oppervlakte (in m²) x gevoeligheidsfactor (waterschapsverordening) in 1 uur verwerken of tijdelijk bergen.
De snelheid van de verwerking van het borgen van hemelwater dient na 48 uren weer leeg te zijn en beschikbaar voor nieuwe neerslag. Overtollig hemelwater, meer dan de gestelde 60 mm per m² verhard oppervlak, mag enkel via een overstortconstructie geloosd worden naar een gemeentelijke voorziening, niet zijnde drukriolering. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning dient dit beschreven en berekend te worden. De benodigde voorziening dient uiterlijk gelijk aan het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of de aanleg van de nieuwe verharding gerealiseerd te worden.
4.10.2 Toetsing Natte Natuuparels Door Waterschap De Dommel is een kaart beschikbaar gesteld voor de weging van het waterbelang. In figuur 415 is een uitsnede van deze kaart met kaartlaag “Natte Natuurparels” gemaakt ter hoogte van het plangebied. Binnen het plangebied zijn “Natte Natuurparels” aanwezig. Dit zijn natuurgebieden met natuurdoelen die zich alleen goed ontwikkelen op natte plekken. Ontwikkelingen in en rondom deze gebieden mogen niet zorgen voor verdroging: lagere grondwaterstanden, snellere waterafvoer, extra verdamping enzovoort. Met de wijziging van het omgevingsplan worden deze gronden aangeduid als “Natuur”. Hierbij is het behoud, herstel en de ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden het voornaamste doel. Er worden verder geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt op deze gronden.
blad 65 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Figuur 4-15 uitsnede kaart "Weging van het waterbelang" van Waterschap De Dommel, “Natte Natuurparels” Grondwaterstanden In Figuur 4-16 is een uitsnede van deze kaart met kaartlaag “Grondwaterstanden (indicatief)” gemaakt ter hoogte van het plangebied. Deze kaart geeft de grondwaterstanden (in centimeters onder de maaiveldhoogte) die door het waterschap is berekend met het grondwatermodel. De grondwaterstanden uit het model betreft een schatting. Veranderingen die invloed hebben op de grondwaterstanden zijn: veranderingen in maaiveldhoogte, sloten, grondwaterputten of grondgebruik. Het grondgebruik zal planologisch wel wijzigingen, maar feitelijk is deze reeds aanwezig. Er zal geen wijziging plaatsvinden van de maaiveldhoogte, de sloten of grondwaterputten. Hierdoor zal de ontwikkeling geen invloed hebben op de grondwaterstand.
Figuur 4-16 uitsnede kaart "Weging van het waterbelang" van Waterschap De Dommel, "Grondwaterstanden (indicatief)"
blad 66 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Grondwaterdynamiek (GXG) Om de grondwaterstand in het plangebied te bepalen is openbare peilbuisdata geraadpleegd. Hiervoor zijn zowel de peilbuizen beschikbaar in DINOLoket als de peilbuizen in BRO-loket. De gegevens van deze peilbuizen zijn weergegeven in Tabel 4 en de locatie van deze peilbuizen zijn in Figuur 4-17 weergegeven. De peilbuizen in de directe omgeving van De Noenes bevatten grondwatermetingen over de periode 2014–2020. Recente meetgegevens ontbreken, waardoor de uitzonderlijk natte periode van 2023–2024, waarin in grote delen van Nederland extreem hoge grondwaterstanden zijn waargenomen, niet in de dataset is vertegenwoordigd. Als gevolg hiervan geven de beschikbare gegevens mogelijk geen volledig beeld van de maximale grondwaterstanden die in het plangebied kunnen optreden. Op basis van de meetgegevens van peilbuis B45C1323 bevindt het 90-percentiel van de grondwaterstand (GHG) zich op circa NAP +5,54 m (ca 0,74 m m-mv). Voor peilbuis B45C1325 is de GHG bepaald op circa NAP +6,30 m (ca. 0,41 m -mv). Tabel 4.4 Samenvatting van de peilbuizengegevens
Peilbuis
Meetdatum Filter m + NAP Peilbuizen in de direct omgeving van De Noenes B45C1323 jul 2014 - mrt 2019 3,88 tot 2,88 B45C1324 jul 2014 - mrt 2019 2,99 tot 1,99 B45C1325 jul 2014 - mrt 2019 4,18 tot 3,18 B45C0016 sep 1980 - okt 2020 1,10 tot 0,90 Peilbuizen binnen een buffer van 1.0 km B45C1326 jul 2014 - mrt 2019 3,10 tot 2,10 B45C0422 jan 1981 - okt 2020 0,00 tot 2,00 B45C1028 okt 2007 - nov 2,96 tot 2018 1,96 B45C1029 okt 2007 - nov 3,58 tot 2018 2,58 B45C1283 okt 2014 - nov 3,82 tot 2018 2,82 B45C0492 nov 1992 - mrt 4,91 tot 2019 3,91
Maaiveld m + NAP
10-perc. m + NAP
Gemiddelde m + NAP
90-perc. m + NAP
6,29
4,53
5,07
5,55
5,29
4,05
4,39
4,75
6,71
5,84
6,09
6,30
7,58
4,80
5,41
6,00
5,46
3,95
4,47
4,99
5,68
4,53
4,85
5,12
4,47
3,86
4,05
4,20
4,91
3,83
4,18
4,48
5,39
4,38
4,89
5,29
7,08
4,30
4,77
5,24
blad 67 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Figuur 4-17 Locatie van peilbuizen Beekdalen en Keur beschermde gebieden Figuur 4-18 is een uitsnede van de kaart “Weging van het waterbelang” waarop de beekdalen en Keur beschermde gebieden te zien zijn. Dit zijn gebieden die gevoelig zijn voor veranderingen in de waterhuishouding. Het zijn natuurgebieden en beekdalen, met buffers eromheen. In deze kwetsbare gebieden wil het waterschap water extra beschermen. Daarom worden hier strengere regels geleld. Met de wijziging van het omgevingsplan zullen geen concrete aanpassingen worden gedaan binnen het plangebied behalve de gebruikswijziging. Eventuele nieuwe bebouwing kan slechts worden verricht na verlening van een omgevingsvergunning. De gebruikswijziging zal geen invloed hebben op de beekdalen dan wel op de beschermde gebieden.
Figuur 4-18 uitsnede kaart "Weging van het waterbelang" van Waterschap De Dommel, "Beekdalen WDD" en "Keur beschermde gebieden WDD” Oppervlaktewatersysteem Het plangebied valt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. Volgens de legger (zie Figuur 4-19) bevinden zich in en rond het plangebied meerdere A- en B-wateren, waaronder de Ruijsbossche Waterloop en de Broekleij. Ten noorden van het plangebied ligt het gestuurde waterbergingsgebied Helvoirts Broek Zuid. De onderstaande beschrijving van het watersysteem is gebaseerd op de Watertoets N65-Haaren, uitgevoerd door Antea Group op 28 februari 2020. blad 68 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Broekleij De Broekleij wordt gevoed door de Ruijsbossche Waterloop en kleinere zijbeken en loost uiteindelijk op het Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch–Drongelen. Het gemiddelde waterpeil ligt rond NAP +3,4 m, met fluctuaties tussen NAP +3,2 m en +4,6 m. Het gemiddelde debiet bedraagt circa 0,15 m³/s. Binnen de natte natuurparel zijn twee stuwen aanwezig. Het noordelijk deel van het Helvoirtsche Broek kan onder water worden gezet; dit gebeurde voor het laatst in 2011. In een worstcasescenario (T100 met hoge Maas, toekomstig klimaat T150 WH) stijgt het waterpeil in en rond de Broekleij en Ruijsbossche Waterloop tot circa NAP +5,72 m. Helvoirts Broek Dit gebied ligt in het beekdal van de Broekleij en Oude Leij en was oorspronkelijk een moerasgebied. Tegenwoordig is het grotendeels ontgonnen en gedraineerd, maar het blijft ecologisch waardevol. Het streven van Brabants Landschap is herstel van een moerassig beekdal, waarvoor verhoging van het waterpeil in de beek noodzakelijk is. Het gebied strekt zich uit tussen Cromvoirt en Haaren en wordt door de N65 verdeeld in een noordelijk en zuidelijk deel. Door de ligging tussen grote natuurgebieden (Loonse en Drunense Duinen, De Brand en Kampina) heeft het potentie als ecologische verbindingszone.
Figuur 4-19 Overzicht oppervlaktewatersystemen (Bron: Legger waterstaatswerken 2023 Waterschap de Dommel) De Noenes Het gebied Noenes ligt op een overgang van hoge gronden (voormalige) akkers naar de lager gelegen gronden in de beekdalen eromheen. Door de grote hoogteverschillen tussen de Noenes en het lager gelegen Helvoirts Broek leiden de hogere waterstanden die in dit gebied worden nagestreefd en het feit dat dit gebied gebruikt kan worden om natuurlijk te overstromen bij hoge waterstanden, niet tot wateroverlast bij de woningen van de Noenes, die hier vaak al tientallen jaren staan.
blad 69 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Figuur 4-20 Hoogtekaart gebied (rood omkaderd de Noenes) Gevoeligheidsfactor en waterberging In Figuur 4-21 is een uitsnede van de kaart “Weging van het waterbelang” opgenomen. Deze uitsnede laat de gevoeligheidsfactor van het gebied zien. Dit is relevant voor de berekening van de benodigde waterberging wanneer wordt gebouwd. Voor het plangebied is deze gevoeligheidsfactor 1. Dit betekent dat de volgende formule gebruikt dient te worden voor de berekening van de benodigde waterberging in m 3: toename verhard oppervlak (in m²) x 1 x 0,06 (in m) ofwel toename verhard oppervlak (in m²) x 0,06 (in m). Conform het gemeentelijk waterbeleid wordt in hoofdzaak uitgegaan van dezelfde formule. Echter, wordt er niet uitgegaan van de toename van het verhard oppervlak, maar van de totale oppervlakte van het verhard oppervlak.
Figuur 4-21 Uitsnede kaart "Weging van het waterbelang" van Waterschap De Dommel, "Algemene regels verhard oppervlak PNB" Het omgevingsplan laat geen directe concrete aanpassingen toe binnen het gebied van de Noenes. Wel gaat er direct een gebruikswijziging zijn. De gebruikswijziging heeft geen invloed op de waterhuishouding binnen het gebied. Eventuele extra bouwmogelijkheden zijn slechts mogelijk bij het verlenen van een omgevingsvergunning. In de regels van het omgevingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin de verlening van de voorgenoemde omgevingsvergunning afhankelijk wordt gemaakt van de aanleg van voldoende waterberging. Ook is opgenomen dat een gebruik conform de functieomschrijving enkel is toegestaan als voorzien wordt in voldoende waterberging conform relevant gemeentelijk waterbeleid. Hierbij dient zowel het bestaande als nieuw
blad 70 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
toe te voegen verhard oppervlak te worden meegenomen in de berekening. De waterberging dient ook gerealiseerd te worden op het eigen terrein. Verder geldt een voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van gebouwen ten behoeve van wonen welke bepaalt dat een goede waterhuishouding moet zijn gerealiseerd en in stand wordt gehouden; waarbij hemelwater wordt afgekoppeld via het riool. Dit is in lijn met het beleid van de gemeente Oisterwijk. Hiermee heeft de voorgenomen ontwikkeling een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie tot gevolg. Aanduidingen bescherming waterbelang Verder zijn aan het plangebied tevens diverse aanduidingen toegekend ter bescherming van het waterbelang. Voor een nadere motivatie wordt verwezen naar de verbeelding, alsook naar de toetsing van het planvoornemen aan provinciaal beleid.
4.10.3 Conclusie Het aspect weging van het waterbelang vormt geen belemmering.
4.11
Ecologie
4.11.1 Kader In het Bkl zijn regels opgenomen voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten- en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. Voorheen werd dit geregeld in de Wet natuurbescherming. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en /of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling.
4.11.2 Toetsing Soortenbescherming Binnen de Noenes worden geen directe concrete aanpassingen gedaan met uitzondering van de gebruiksverandering. De gebruiksverandering is van recreatie naar wonen. Echter, bijna overal binnen het plangebied vindt al permanent wonen plaats, waarmee met de wijziging van het omgevingsplan de feitelijke situatie wordt gelegaliseerd. Daarbij vindt er geen fysieke verandering plaats aan de openbare ruimte waardoor er geen negatieve effecten plaatsvinden op ecologische aspecten in en om het plangebied. Vanuit ecologisch oogpunt is er derhalve geen directe noodzaak tot het uitvoeren van een natuurtoets. Bij concrete sloop- of bouwactiviteiten komt men in aanraking met de Omgevingswet waarin de voorheen geldende Wet natuurbescherming is overgegaan. Gronden met recreatiewoningen werden in het oude bestemmingsplan, welke onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, aangeduid als “Beperkte verblijfsrecreatieve doeleinden”. Deze gronden worden in het nieuw deel van het omgevingsplan aangeduid als “Bos” waarbij de recreatiewoningen en permanente woningen slechts zijn toegestaan binnen de daarvoor opgenomen aanduiding. Het behoud, herstel en ontwikkeling van het bos, de bebossing en de natuurwaarden hebben de voornaamste functie binnen de locatie “Bos”.
Bouwen binnen de functie “Bos”, met uitzondering van vergunningvrije bouwwerken uit de bruidsschat en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), zijn slechts toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning. Dus, ten opzichte van de huidige planologische situatie zijn flora en fauna met de wijziging van het omgevingsplan beter beschermd. Te meer nu in de bosfunctie een aanlegvergunningenstelsel is opgenomen ter behoud van eventuele voorkomende waarden. Op grond hiervan is het onder meer verboden om zonder omgevingsvergunning bos te vellen of te rooien of om houtopstanden te verwijderen, oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m² aan te brengen en om natuur- en landschapselementen te verwijderen. Een omgevingsvergunning wordt enkel verleend als geen afbreuk wordt blad 71 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
gedaan aan aldaar voorkomende natuur- en landschapswaarden. Hiermee is in de herziening van het Omgevingsplan geborgd dat indien binnen het plangebied werken of werkzaamheden plaatsvinden, is verzekerd dat deze geen negatieve impact hebben op eventueel voorkomende beschermde soorten. Het verrichten van een flora- en fauna-activiteit is vergunningplichtig gesteld in artikel 5.1 lid 2 onder g van de Omgevingswet. In het Besluit activiteiten leefomgeving is het verbod op het verrichten van een flora- en faunaactiviteit verder uitgewerkt met verwijzingen naar de vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn. Bij het verrichten van sloop- en bouwactiviteiten dient getoetst te worden aan de beoordelingsregels die in het Bal zijn opgenomen. Stikstof Ten behoeve van onderhavig plan is door Antea Group een stikstofonderzoek opgesteld (bijlage 8). Het doel van het uitgevoerde stikstofdepositie-onderzoek is het in kaart brengen van mogelijke stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de omgevingsplanwijziging. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is “Kampina & Oisterwijkse Vennen” op circa 2,4 kilometer afstand. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2025) is de mogelijke toename van stikstofdepositie in beeld gebracht.
Uit de AERIUES-berekening blijkt dat het voornemen niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden.
4.11.3 Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering.
4.12
Luchtkwaliteit
4.12.1 Kader De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Dit betekent dat een gemeente een initiatief soms moet toetsen aan de omgevingswaarden in een nabijgelegen aandachtsgebied.
Het gaat dan om een locatie van een initiatief dat zelf buiten het aandachtsgebied ligt. Dit kan nodig zijn bij activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben. Denk aan extra verkeer of bedrijfsemissies. De vergunningverlener toetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de emissie van stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. Dit is opgenomen in artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl. Uit de artikelen 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3.
blad 72 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
4.12.2 Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling is voornamelijk toegespitst op het (deels) legaliseren van de feitelijke situatie en het actualiseren van het bestemmingsplan uit 1987 en de latere herziening van het bestemmingsplan uit 1996. Binnen De Noenes liet het oude bestemmingsplan ‘beperkte verblijfsrecreatieve doeleinden’ toe. Feitelijk is bijna 80% van de percelen permanent bewoond. Met het nieuwe omgevingsplan is aan eigenaren van recreatiewoningen de mogelijkheid geboden om hun woning om te laten zetten naar een permanente woning. Daarnaast zal ook de minicamping en de theetuin binnen De Noenes worden gelegaliseerd. Bestaande permanente woningen met tuinen binnen De Noenes zullen ook onderdeel zijn van het plangebied. Voor deze woningen blijven zoveel mogelijk dezelfde gebruiks- en bouwmogelijkheden gelden. Dit geldt ook voor de percelen met bos, de agrarische gronden en de wegen binnen De Noenes. Uit oogpunt van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is eerst gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (zowel PM10 als PM²,5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruikgemaakt van de resultaten van Atlas Leefomgeving (2022). Met deze tool kan worden nagegaan hoeveel stikstofdioxiden en fijnstof er in een gegeven jaar gemiddeld in de lucht zaten.
De meest recente data hierover is afkomstig uit 2022. De (maximale) concentraties ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht voor de meest kritische stoffen in Nederland: NO2, PM10 en PM²,5. Stof
2022
Stikstofdioxide (NO2)
12.00
Fijn stof (PM10)
16.80
Fijn stof (PM²,5)
9.40
Op basis van de resultaten van de Atlas Leefomgeving kan worden geconcludeerd dat de concentraties ruimt onder de maatgevende omgevingswaarden voor deze stoffen liggen. De luchtkwaliteit ter plaatse is hiermee aanvaardbaar. Zie hieronder ook de uitsneden van de verschillende kaarten.
Figuur 4-22: Uitsnede Stikstofdioxide 2022 (WHO-advieswaarde) Atlas Leefomgeving
blad 73 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Figuur 4-23: Uitsnede Fijnstof (PM10) 2022 (WHO-advieswaarde) Atlas Leefomgeving
Figuur 4-24: Uitsnede Fijnstof (PM²,5) 2022 (WHO-advieswaarde) Atlas Leefomgeving Uit het stikstof onderzoek blijkt dat de verkeerstoename 216 verkeersbewegingen gaat zijn. Dit is op basis van de planologische situatie voor de wijziging van het omgevingsplan en de planologische situatie na de wijziging van het omgevingsplan. Om te bepalen of een ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt aan de emissie van stikstofdioxide – (NO2) of fijnstof- (PM10)concentraties kan gebruik worden gemaakt van de NIBM-tool (versie 2022). De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. Onderstaande is de berekening met de NIBM-tool opgenomen. Op basis van de uitkomst van de NIBM-tool wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van de luchtkwaliteit de voorgenomen ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt aan de toename van luchtverontreinigende stoffen. blad 74 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
4.12.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering.
4.13
Bedrijven en milieuzonering Het begrip “milieubelastende activiteit” (hierna: mba) is als volgt gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”. Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Het is een breed begrip; er vallen namelijk ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, ook niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten onder het mba-begrip. Het Bal wijst in hoofdstuk 3 een aantal mba’s aan waarvoor het Rijk algemene regels stelt. Deze subgroep mba’s wordt verder aangeduid als ‘Bal-mba’s’. In deze paragraaf worden regels over mba’s bedoeld die op gemeentelijk niveau kunnen worden geregeld. Zie bijvoorbeeld afdeling 2.3 van de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege in het tijdelijke deel van elk gemeentelijk omgevingsplan wordt opgenomen. Deze afdeling 2.3 is getiteld “Milieubelastende activiteiten” en bevat gemeentelijke regels over mba’s. Het Bkl bevat in hoofdstuk 5 onder andere instructieregels voor het omgevingsplan over milieu.
De Bkl-regels spreken daarbij van “activiteiten”. Uit de NvT van het Bkl blijkt dat daarmee “milieubelastende activiteiten” worden bedoeld.
4.13.1 Kader Onder de Omgevingswet is een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: ‘Milieuzonering nieuwe stijl’. Ook onder deze nieuwe regeling blijven de doelen van milieuzonering, zoals deze onder de Wro golden, gelden. Deze doelen betreffen de volgende: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen en het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Het toepassen van de ‘milieuzonering nieuwe stijl’ is echter vrijwillig. Er kan op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen. Er dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden bereikt wanneer er voldoende afstand wordt gehouden tussen de milieubelastende activiteiten en de woonactiviteiten. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten. De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ biedt hierbij nog steeds een basis voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit en kan nog steeds worden gebruikt.
blad 75 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
De VNG-brochure bevat maat een onderscheid tussen “gemengde gebieden” en “rustige woonwijk”. Bij gemengde gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Tabel 4.5 toont de milieucategorieën met bijbehorende indicatieve afstand. Tabel 4.5 Milieucategorieën met bijbehorende indicatieve afstand
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstand tot gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
omgevingstype
4.13.2 Toetsing De Noenes is gelegen in een gebied met een sterke functiemenging waarbij zowel agrarische gronden, gronden met bos en natuur, gronden met woningen, gronden met zowel een agrarische functie als een woning en gronden met bedrijven aanwezig zijn. Gelet op een worst-case benadering wordt ervoor gekozen om uit te gaan van een rustige woonwijk. Gevoelige functies zijn slechts toegestaan binnen de aanduiding ‘Wonen’ en ‘Recreatie’ binnen de functie ‘Bos’ en binnen de functie ‘Wonen’. Figuur 4-25 toont in de aanduidingen voor de permanente woningen en de recreatiewoningen. Daarnaast geeft het aan waar de functie ‘Wonen’ geldt. De gevoelige functies zijn derhalve mogelijk waar deze aanduidingen zijn opgenomen en waar de functie ‘Wonen’ is gelegen zoals in Figuur 4-25 duidelijk zichtbaar is.
Figuur 4-25 plankaart De Noenes
blad 76 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
In onderstaande tabel zijn omliggende bedrijven weergegeven. Daarnaast is aangegeven welke richtafstand geldt volgens de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Vervolgens is aangegeven wat de huidige dichtstbijzijnde woning is en wat de dichtstbijzijnde woning binnen het plangebied zal zijn. Tabel 4.6 omliggende bedrijven en afstanden
Bedrijf (maximaal planologisch mogelijk)
Milieucategorie
Adres
Veehouderij
3.2
Agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarischverwante bedrijven
Richtafstand voor rustige woonwijk
Bestaande afstand tot woningen buiten het plangebied circa
Afstand tot woning binnen De Noenes circa
Beekweg 3 100 meter (perceel 2228/ 2361)
0m
189 m
3.1
Blazeveldweg 2 (perceel 2552)
50 meter
64 m
103 m
Agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarischverwante bedrijven
3.1
Perceel 2553 (‘Gemengd’)
50 meter
66 m
106 m
Agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarischverwante bedrijven
3.1
Heesakker 3
50 meter
0m
350 m
Veehouderij
3.2
Heesakker 5A
100 m
36 m
5,8 m
Dierenpension
3.2
Heesakker 6
100 meter
38 meter
480 meter
Grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij
2
Heesakker 10
30 meter
0 meter
210 meter
Houthandel
3.1
Heesakker 12
30 meter
15 meter
240 meter
Agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarischverwante bedrijven
3.1
Heesakker 14
50 meter
89 meter
164 meter
Agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarischverwante bedrijven
3.1
Heesakker 16
50 meter
19 meter
119 meter
Drinkwaterwinningsbedrijf
3.1
Groenstraat 2
50 meter
14 meter
220 meter
Nutsvoorziening
2
Noenes 1a
30 meter
12 meter
230 meter
Veehouderij
3.2
Noenes 4
100 meter
3,6 meter
490 meter
Intensieve veehouderij
4.1
Noenes 10
200 meter
0 meter
390 meter
Intensieve veehouderij
4.1
Noenes 14
200 meter
45 meter
192 meter
Intensieve veehouderij
4.1
Noenes 16
200 meter
36 meter
147 meter
Veehouderij
3.2
De Voort 1
100 meter
84 meter
144 meter
Veehouderij
3.2
De Voort 2
100 meter
139 meter
150 meter
blad 77 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Figuur 4-26 Bedrijven binnen De Noenes Bovenstaande tabel laat zien dat in het geval van het merendeel van de omliggende bedrijvigheid wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. Hierdoor kan worden aangenomen dat binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de beoogde ontwikkeling geen beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvigheid tot gevolg heeft. Te meer omdat gevoelige functies buiten het plangebied reeds binnen de geldende richtafstanden zijn gelegen. Enkel wordt ten aanzien van de intensieve veehouderijen aan de Noenes 14 en 16 en de veehouderij aan de Heesakker 5A niet voldaan aan de geldende richtafstanden. Echter, hierbij wordt enkel niet voldaan aan de geldende richtafstand ten aanzien van het aspect geur. Ten aanzien van overige hinderfactoren wordt wel voldaan aan de geldende richtafstanden. Het aspect geur is afzonderlijk getoetst in paragraaf 4.4. In deze paragraaf is tot de conclusie gekomen dat sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat en dat de beoogde ontwikkeling geen beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden tot gevolg heeft. Met betrekking tot het aspect geur kan verder opgemerkt worden dat door de Afdeling is bepaald dat recreatiewoningen ook geurgevoelige objecten zijn (zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2015:422).
Hierdoor wijzigt de situatie met de wijziging van het omgevingsplan niet. Legalisering van bedrijven Met de wijziging van het omgevingsplan wordt daarnaast een theetuin en een minicamping mogelijk gemaakt. In dit geval gaat het om een theetuin die slechts van 1 april tot 1 oktober op zaterdagen en zondagen van 10:00 tot 17:00 open is en er zijn slechts 22 bezoekers toegestaan. Voor cafés en bars geldt een richtafstand van 10 meter. De afstand vanaf de theetuin tot aan de dichtstbijzijnde gevoelige functie is meer dan 10 meter. Voor de minicamping geldt het volgende. De minicamping is het best te vergelijken met een kampeerterrein. Hiervoor geldt voor geur en gevaar een richtafstand van 30 meter. Voor geluid geldt een richtafstand van 50 meter. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object is op een afstand gelegen van circa 3 meter. Zowel de blad 78 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
minicamping als de geluidgevoelige objecten zijn feitelijk reeds aanwezig. Daarnaast gaat het om een kampeerterrein met maximaal vijf standplaatsen, hetgeen als kleinschalig kan worden beschouwd. De richtafstand van 50 meter houdt rekening met kampeerterrein en vakantiecentra inclusief een keuken. De onderhavige minicamping betreft een minder ingrijpende vorm waarbij een kortere afstand tot gevoelige objecten, hetgeen feitelijk reeds aanwezig is, aanvaardbaar is.
4.13.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering.
4.14
Duurzaamheid
4.14.1 Kader Onder huidig recht stellen de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geen eisen aan duurzaamheid die bij een bestemmingsplanprocedure in acht genomen moeten worden. Als er sprake is van dergelijke eisen vloeien die meestal voort uit gemeentelijk beleid. Wel stelt artikel 1.3 van de Omgevingswet dat de doelen van de wet gesteld zijn met het oog op duurzame ontwikkeling. Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Deze bepaling kan duurzaamheid een prominente positie in planvorming geven.
4.14.2 Toetsing De wijziging van het omgevingsplan ziet op de legalisering en actualisering van het huidige bestemmingsplan, welke deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit betekent dat een groot deel van de bebouwing reeds aanwezig is. Ten behoeve van duurzaamheid wordt er geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap in het gebied. In Figuur 4-27 is de landschapsvisie te zien voor het gebied.
Figuur 4-27 Integratiekaart landschapskwaliteitsverbeteringen de Noenes e.o. In het landschapsplan zijn de volgende maatregen opgenomen: Nieuwe (laan)bomen; Nieuwe houtwallen; Nieuwe poelen en moeraszone; Recreatieve voorzieningen/ educatieve voorzieningen; en Omvormen bermen.
blad 79 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Voor recreatiewoningen die worden omgezet naar permanente woningen wordt tevens een mogelijkheid geboden in het omgevingsplan om de goothoogte te verhogen wanneer een groendak wordt gerealiseerd. Deze daken isoleren goed en vangen daarnaast water op. Ook dragen ze bij aan de biodiversiteit. In het kader van duurzaamheid wordt tevens voorzien in een beperkte verruiming van de bouwmogelijkheden. Met de huidige beperkte maatvoering is niet of nauwelijks ruimte voor technische installaties die de duurzaamheid van de gebouwen kan bevorderen (zoals bijvoorbeeld een warmtepomp). Voor reeds aanwezige permanente woningen is expliciet opgenomen dat voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie zijn toegestaan. De opwekking van duurzame energie draagt bij aan het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen door het gebruik van natuurlijke bronnen.
4.14.3 Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering.
4.15
Gezondheid
4.15.1 Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Omdat de Omgevingswet het begrip niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken, bijvoorbeeld regels voor het beweegvriendelijk maken van de omgeving. Milieunormen zijn in het verleden ook gesteld om gezondheid te beschermen. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. In de volgende artikelen van de Omgevingswet staan de regels over de gezonde fysieke leefomgeving: • In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.
• In artikel 3.3 van de Omgevingswet van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgbeginsel en andere milieubeginselen. • In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. • In artikel 5.32 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan weigeren wanneer deze zou leiden tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid en in artikel 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en artikelen 8.101 en 8.102 van het Bkl staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan wijzigen of intrekken in het kader van het treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid. De GGD geeft een praktische invulling aan dit kader door middel van verschillende kernwaarden met bijbehorende gezondheidsadviezen. De GGD heeft de volgende kernwaarden opgesteld: 1. rookvrije omgeving; 2. aantrekkelijke plekken; 3. gezond gewicht; 4. wonen en druk verkeer; 5. voorzieningen dichtbij; 6. actief vervoer; 7. fiets- en ov-verbindingen; blad 80 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
8. gezond binnenklimaat; 9. prettig wonen 10. geschikte woningen. Verder stelt de GGD dat het voldoen aan de wettelijke normen niet automatisch betekent dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. In het GGD omgevingsadvies zijn daarom gezondheidskundige advieswaarden opgenomen. De GGD heeft gezondheidskundige advieswaarden voor de thema’s luchtkwaliteit, geur, geluid, bodem, elektromagnetische velden (straling), veehouderijen en akkerbouw.
4.15.2 Toetsing Door de GGD is een gezondheidskundige beoordeling voor De Noenes opgesteld (zie bijlage 9 bij deze motivering). Door de GGD is het volgende advies uitgegeven. Voor het woon- en leefklimaat van de beoogde woningen geldt dat: Het plangebied ligt binnen 2 km van een geitenhouderij. Dit betekent dat de bewoners een verhoogd risico op een longontsteking lopen. Dit risico is het grootst de eerste 500 meter vanaf de geitenhouderij. Het advies is in elk geval de bewoners op dit risico te wijzen. Op dit moment is niet bekend wat de oorzaak is van het verhoogd voorkomen van longontsteking, waardoor geen preventieve maatregelen te nemen zijn. De voorgrondgeurbelasting op de woningen is niet berekend. Het advies is om voor de meest nabijgelegen woningen van veehouderijen met dieren met een wettelijke geuremissiefactor dit inzichtelijk te maken en te toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarde. De achtergrondgeurbelasting ligt onder de gezondheidskundige advieswaarde voor het buitengebied (10 OU/m3) maar niet altijd onder die van een woonkern. De GGD adviseert het gebied te beschouwen als woonkern gezien het grote aantal woningen. De afstand van de woningen tot de rand van het dichtstbijzijnde bedrijf met dieren zonder emissiefactor is groter dan 100 meter en voldoet aan de door de GGD aangehouden VNG richtlijn.
De fijnstofconcentratie (PM10, PM²,5) voldoen niet aan de aangescherpte gezondheidskundige advieswaarde. Omdat het hier gaat om de legalisering van een bestaande situatie en er geen woningen worden toegevoegd, zal de luchtkwaliteit niet veranderen door de ontwikkeling. De woning ligt niet in de directe nabijheid van snelwegen/ drukke wegen; hetgeen positief is met betrekking tot de luchtkwaliteit. De geluidsbelasting op de gevel van (enkele) woningen ligt mogelijk boven de gezondheidskundige advieswaarden voor Lden en Lnight. Het advies is om dit inzichtelijk te maken en te toetsen aan deze advieswaarden. Zorg voor een goede loop-/ fietsroute naar de woonkern en laat ook bewoners van de woonkern gebruik maken van de recreatiemogelijkheden (wandelen/ fietsen) in het gebied. Het advies van de GGD heeft geleid tot het verrichten van een tweetal onderzoeken. Door De Roever Omgevingsadvies is een geuronderzoek verricht. Deze wordt in paragraaf 6.3 verder toegelicht. Door Antea Group is een akoestisch onderzoek verricht. Het akoestisch onderzoek wordt in paragraaf 6.2 onder het aspect “Geluid” verder toegelicht. Daarnaast blijft de realisatie van paden en wegen een mogelijkheid binnen de functies welke zijn aangeduid als ‘Bos’.
Hiermee is het mogelijk om loop- en fietsroutes te realiseren van en naar De Noenes en zo de recreatiemogelijkheden voor bewoners van andere delen van de gemeente toegankelijk te maken. Endotoxine Veehouderijen hebben impact op hun fysieke omgeving. Uit onder andere het Veehouderij en Gezondheid (VGO) -onderzoek is bekend dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld worden aan verhoogde concentraties geur, fijn stof, endotoxinen en biologische agentia. Deze blootstelling kan tot hinder en gezondheidsklachten leiden. Vooralsnog betreft dit VGO onderzoek met name epidemiologische gegevens, onderzoek naar oorzakelijke factoren is nog in volle gang. Het ligt voor de hand dat vrijkomende emissies van veehouderijen ((biologisch) fijnstof, endotoxinen, mogelijk zoönotische ziekteverwekkers, stoffen die vrijkomen bij mestverwerking) hierbij een rol spelen. Uit onderzoek blijkt dat hoe dichterbij een veehouderij ligt bij woningen, hoe hogere blootstelling aan stofdeeltjes, endotoxinen en micro-organismen; hetgeen tot een toename van gezondheidsrisico’s leidt.
blad 81 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Endotoxine blootstelling, gezondheidskundige advieswaarde • Endotoxinen zijn een betere parameter dan fijnstof voor de beoordeling van blootstelling afkomstig van veehouderijen. Endotoxinen kunnen via inademing acute luchtwegklachten en chronische effecten op de luchtwegen (niet allergische astma en COPD) veroorzaken. Op basis van de handreiking endotoxine, opgesteld door het Ondersteuningsteam, is aan de hand van de fijnstofemissie vanuit stallen van varkens en pluimveebedrijven de afstand te berekenen waarbinnen naar verwachting de gezondheidskundige advieswaarde van endotoxine (30 EU/m3) wordt overschreden. Op dit moment is het enkel mogelijk om voor individuele varkenshouderijen en pluimveebedrijven de endotoxinerichtafstand te bepalen. Aan de Noenes 10 worden vleesvarkens gehouden. De fijnstofemissie bedraagt 34 kg/jaar. De hierbij behorende endotoxineafstand is nihil. Verder komen in de nabijheid van het plangebied geen pluimveehouderijen voor. Zover bekend ligt het plangebied niet binnen de endotoxine richtafstand van individuele varkenshouderijen/ pluimveebedrijven. Spuitzones In de omgeving is ook een aantal akkers gelegen waarop akkerbouw/open teelt plaatsvindt of kan plaatsvinden. Als vuistregel wordt in jurisprudentie een afstand van 50 meter gehanteerd (zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2009:BJ8308).
De indicatieve afstand van gevoelige objecten tot open teelten volgt uit het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tijdens het bespuiten van de gewassen komt als gevolg van de wind een deel van het beschermingsmiddel buiten het teeltgebied terecht (drift). De genoemde afstand van 50 meter is indicatief en zeer algemeen. Rondom het plangebied zijn met name percelen te vinden die bestaan uit graslanden met of zonder de functie natuur. Op deze percelen worden geen of nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. De akkers waar wél gewasbeschermingsmiddelen op worden gebruikt liggen op een afstand groter dan 50 meter van de gevoelige functies binnen het plangebied. Daarnaast zijn er in de huidige situatie reeds gevoelige functies aanwezig, namelijk in de vorm van recreatiewoningen die bijna overal al permanent bewoond worden. De ontwikkeling betreft enkel een legalisering en voegt geen nieuwe functies toe. Aangezien de huidige recreatiewoningen reeds gevoelige functies zijn, zijn deze recreatiewoningen reeds maatgevend voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit betekent dat er bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een afstand van 50 meter moeten worden gehouden tot recreatiewoningen.
Aangezien de recreatiewoningen reeds maatgevend waren, leidt de wijziging van het omgevingsplan niet tot een beperking van de ontwikkelings- en uitbreidingsmogelijkheden en is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Te meer omdat in het huidige planologische regime voor het buitengebied het gebruik van gronden voor open teelt van sierplanten, bomen en boomgaarden binnen een afstand van 30 meter van gevoelige functies strijdig gebruik is (zie bijvoorbeeld artikel 3.4.1 onder a onder 6 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’, welke nu onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan). In de regels van dit TAM-omgevingsplan is deze 30 meter gewijzigd naar 50 meter conform de in de jurisprudentie opgenomen vuistregel.
4.15.3 Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering.
4.16
Klimaatadaptatie
4.16.1 Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van beleid en uitvoering. Daarvoor is in de eerste plaats een landelijke aanpak nodig. Die landelijke aanpak gebeurt vanuit twee programma’s: het nationaal Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS).
blad 82 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Nationaal Deltaprogramma In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven, onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema’s: • Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken, maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen. • Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater, nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. • Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen. Alle 3 de onderdelen bevatten een deltaplan en een deltabeslissing. In het Deltaplan staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In de Deltabeslissing staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden.
Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De Nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de koers uit om deze risico’s aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 - 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema’s hieruit aan. Met het rapport ‘Nationaal perspectief klimaatadaptatie’ uit 2020 blikt het team terug op wat er tot dan toe bereikt is en biedt het perspectief voor de toekomst. Regionaal Energie- en Klimaatstrategie De bod Regionale Energie- en Klimaatstrategie 1.0 (REKS 1.0) is in maart 2021 vastgesteld. De REKS 1.0 is een samenwerking tussen negen gemeenten van Hart van Brabant, drie waterschappen en de provincie NoordBrabant. Hierin laten zij zien welke ambities zij hebben voor de regio Hart van Brabant op het gebied energiebesparing, opwek van duurzame energie en aanpassingen als gevolg van de klimaatveranderingen.
4.16.2 Toetsing De wijziging van het omgevingsplan ziet op de legalisering en actualisering van het huidige bestemmingsplan, welke deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit betekent dat een groot deel van de bebouwing reeds aanwezig is. Ten behoeve van klimaatadaptie is het van belang dat het mogelijk wordt gemaakt voor permanente woningen om groene daken te realiseren. Dit zorgt voor de opvang van regenwater, verkoeling en daarnaast zorgt het voor biodiversiteit. In de planregels is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van het realiseren van voldoende waterberging. Elke bewoner die wil gaan bouwen en verhard oppervlakte toevoegt, dient voldoende waterberging te realiseren op het eigen terrein. Dit geldt voor zowel bestaand verhard oppervlak als voor nieuw toe te voegen verhard oppervlakte. Binnen de Noenes is de woon- en de recreatiefunctie ondergeschikt aan de natuur. Voldoende groen zoals bomen zorgt voor het tegengaan van hittestress. Het herstel en de ontwikkeling van de landschapswaarden en de natuurwaarden wordt uitgewerkt middels een kwaliteitsverbeteringsplan. Zo wordt het beoogd om houtwallen, (laan-)bomen en bospercelen aan te leggen. Ook dit kan bijdragen aan klimaatadaptatie binnen het gebied.
4.16.3 Conclusie Het aspect klimaatadaptatie vormt geen belemmering. blad 83 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
4.17
Infrastructuur, kabels en leidingen
4.17.1 Kader Kabels en leidingen vervullen verschillende functies. De omvang en inhoud, en daarmee het risico bij beschadiging, verschilt hierdoor ook. Daarnaast kunnen kabels en leidingen in zowel openbare als gronden gelegen zijn, waardoor verschillende belangen geraakt worden. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn de bestaande regels met betrekking tot de bescherming van kabels en leidingen opgenomen. Dit bestaat uit de ruimtelijke regels (beheersverordeningen en bestemmingsplannen) en de bruidsschat.
4.17.2 Toetsing Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen gelegen.
4.17.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering.
blad 84 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
5.
Planopzet
5.1
Algemeen Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat buiten te zien, te horen en te ruiken is. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven. Om ervoor te zorgen dat de leefomgeving een gezonde, veilige en prettig leefbare plek is, zijn in Nederland regels gemaakt. Zowel voor inwoners als bedrijven. Die regels gaan onder andere over hoe we omgaan met natuur, milieu, bouwen en wonen.
5.1.1
Het omgevingsplan Tot 1 januari 2024 golden in de gemeente meerdere bestemmingsplannen waarmee ontwikkelingen mogelijk werden gemaakt. Vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente één omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat onder andere uit alle voor 1 januari 2024 geldende bestemmingsplannen. Elke gemeente heeft nu dus maar één omgevingsplan voor het gehele grondgebied. De bestemmingsplannen moeten op termijn worden omgezet naar het nieuw deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan stelt regels over de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan stelt zij welke activiteiten wel of niet worden toegestaan en welke regels gelden voor de activiteiten. Het omgevingsplan van de gemeente is digitaal raadpleegbaar via het Omgevingsloket. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen een aantal regels op rijksniveau. Deze regels worden overgeheveld naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze zogeheten bruidsschat is opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan. Gemeenten kunnen deze regels (gewijzigd) overnemen in het nieuw deel van het omgevingsplan.
5.1.2
Aanpassen van het omgevingsplan Het omgevingsplan kan gewijzigd worden. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet dient een wijziging van het omgevingsplan te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en deze dient te worden gedaan via STOPTPOD. STOP-TPOD is de afkorting van de Standaard voor officiële publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). Het is, gelet op de grote veranderingen van de Omgevingswet en de nog niet altijd werkende techniek, mogelijk om gebruik te maken van de tijdelijke maatregel voor het wijzigen van het omgevingsplan. Er is voor 2024 een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) genomen zodat het omgevingsplan van de gemeente wel gewijzigd kan worden met gebruik van de ‘oude’ bestemmingsplan software ‘Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). Dit is inmiddels verlengd met één jaar. TAM-IMRO is door de Minister in 2021 beschikbaar gesteld om urgente gebiedsontwikkeling niet te laten vertragen. Dit plan is een TAM-omgevingsplan ten behoeve van De Noenes. De gemeente Oisterwijk heeft besloten dat in ieder geval voor haar zogenoemde ‘Kompasprojecten’, waaronder de Noenes, de TAM-IMRO systematiek kan worden ingezet om onnodige vertraging te voorkomen. Dit plan ziet op het (deels) legaliseren van de huidige situatie binnen De Noenes.
Dit houdt in het omzetten van de recreatiewoningen naar permanente woningen, het legaliseren van een minicamping en het legaliseren van een theetuin. Daarbij wordt het bestemmingsplan, welke nu onderdeel is geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, geactualiseerd. Hierin worden de bestaande permanente woningen, de agrarische gronden, de gronden met bos en de wegen opgenomen.
5.1.3
Wat is een TAM-omgevingsplan TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die hun omgevingsplan nog niet kunnen of willen wijzigen in STOP. Dit geldt zowel voor gemeenten die om technische redenen niet kunnen werken met STOP, als voor gemeenten die technisch al wel kunnen werken met STOP, maar om andere redenen ervoor kiezen om in de beginfase TAMIMRO te gebruiken om hun omgevingsplan te wijzigen. Een TAM-omgevingsplan kan eruit zien als een
blad 85 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
bestemmingsplan, maar deze kan er ook al uitzien als een omgevingsplan. Bij het TAM-omgevingsplan behoort ook een plankaart. Het TAM-omgevingsplan wordt gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl en wordt automatisch doorgestuurd naar het Omgevingsloket. Het TAM-omgevingsplan is juridisch onderdeel van het omgevingsplan, maar ziet eruit als een losstaand plan. Het TAM-omgevingsplan wordt een nieuw hoofdstuk van het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan wordt in hoofdstuk 22a ingevoegd in het omgevingsplan.
5.2
Toelichting op de planregels
5.2.1
Preambule De preambule regelt de verhouding tussen het TAM-omgevingsplan en het omgevingsplan. Zo bepaalt de preambule dat het TAM-omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk 22a en dat de artikelen gelezen moeten worden als artikel 22a.1, 22a.2, etc.
5.2.2
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Toepassingsbereik Lid 1 Dit lid bepaalt op welke locatie het dit hoofdstuk van toepassing is en koppelt de plankaart aan het TAMomgevingsplan. Lid 2 Dit lid bepaalt dat de regels uit onder andere oude bestemmingsplannen niet van toepassing zijn op de locatie zoals bedoeld in lid 1. Het TAM-omgevingsplan kan er niet voor zorgen dat de onderliggende regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan vervallen. Hierdoor dienen deze niet van toepassing te worden verklaard. Lid 3 Dit lid bepaalt de verhouding ten opzichte van hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk. In dit hoofdstuk zitten de regels uit de bruidsschat. Dit zijn de voormalige rijksregels die het Rijk heeft overgeheveld naar gemeenten. Dit hoofdstuk bevat onder andere regels uit: • het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling; • Besluit omgevingsrecht; • Bouwbesluit 2012; • Woningwet. Hoofdstuk 22 bevat dus regels over bouwen én regels over de milieubelastende activiteit. De regels uit de afdelingen 22.1 tot en met 22.5 zijn van toepassing ter plaatse van de Noenes, tenzij in dit hoofdstuk 22a, ofwel dit TAM-omgevingsplan, anders is bepaald. Artikel 2 Begripsbepalingen In dit artikel wordt allereerst bepaald dat de begrippen zoals opgenomen in de Omgevingswet en diens uitvoeringsregelingen ook van toepassing zijn op de regels in dit hoofdstuk 22a.
Deze begrippen zijn niet van toepassing als in 2.2 een afwijkende begripsomschrijving is opgenomen. Deze uitzondering geldt niet voor begrippen die reeds in de Omgevingswet staan, aangezien deze landelijk gelden. In 2.2 zijn verder de voor dit hoofdstuk noodzakelijke begrippen opgenomen. Dit zorgt voor duidelijkheid en daarmee rechtszekerheid. Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen Dit artikel legt uit hoe bij de toepassing van een regel gemeten moet worden.
blad 86 van 94
TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk
Artikel 4 Aanvraagvereisten Door dit artikel worden de aanvraagvereisten uit de bruidsschat ook van toepassing verklaard op een omgevingsvergunning op grond van dit hoofdstuk. Bij het opnemen van een vergunningplicht in het omgevingsplan worden tevens beoordelingsregels en aanvraagvereisten opgenomen.
5.2.3
Hoofdstuk 2 Regels over functies en activiteiten Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod Met het algemeen gebruiksverbod wordt al het gebruik verboden dat niet is toegestaan op grond van dit hoofdstuk. Dit artikel is noodzakelijk om ander gebruik van de gronden uit te sluiten. Artikel 6 Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden 2 ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden 2’ is opgenomen voor het exploiteren van grondgebonden agrarische bedrijven, hobbymatig houden van dieren, het behoud en herstel van landschapswaarden, het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden, instandhouding als zodanig van de aldaar voorkomende zandwegen, recreatieve activiteiten in de vorm van landschappelijke en extensieve dagrecreatie water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie. Om in aanvulling op artikel 5 en ter verduidelijking aan te geven welke vormen van gebruik in ieder geval niet zijn toegestaan is er een lijst met verboden vormen van gebruik opgenomen in 6.3. Binnen ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden 2’ zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde (niet zijnde overkappingen), toegestaan in de vorm van bouwwerken voor waterhuishouding en extensieve openluchtrecreatie, perceelafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.