CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Motivering TAM-Omgevingsplan hoofdstuk 22a De Noenes;

RAAD 5 maart 2026, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Vaststelling herziening Omgevingsplan De Noenes - aangenomen39.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

• De kenmerken van een bos met een gevarieerde begroeiing overheersen in het beeld naar de omgeving. • Het interne beeld is sterk gevarieerd en versnipperd met deels dichte bosbeplanting die vanuit de omgeving nauwelijks zichtbaar is.

blad 41 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Figuur 3-16 uitsnede Structuurvisie Haaren, plangebied in rood omlijnd De structuurvisie stelt dat ontwikkelingen binnen De Noenes niet mogelijk zijn voor zover deze ten koste gaan van of een negatief effect hebben op de bospercelen. Volgens de structuurvisie zijn ontwikkelingen mogelijk wanneer dit niet ten koste gaat of een negatief effect heeft op de bospercelen. De ontwikkeling zal een legalisering zijn van de feitelijke situatie en een actualisering van het oude bestemmingsplan, welke nu onderdeel is geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Nagenoeg het gehele plangebied wordt aangeduid met de functie “Bos”, waarbij het behoud, herstel en/of ontwikkeling van bos, bebossing en natuurwaarden als belangrijkste kan worden gezien. Een aantal van de percelen zullen worden aangeduid als “Natuur”. Binnen deze functie staat het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van deze functie centraal. Ten behoeve van het herstel en de ontwikkeling van natuur en bos zal een kwaliteits- en landschapsverbeteringsplan gemaakt worden voor De Noenes. De Noenes voorziet nu reeds in recreatiewoningen. Met de mogelijkheid om permanent de woningen te gaan bewonen, zullen er geen negatieve effecten op de bospercelen zijn. In de recreatiewoningen kon reeds 24/7 en jaarrond worden gerecreëerd.

Eventuele uitbreidingsmogelijkheden zijn slechts toegestaan op eigen percelen, niet zijnde bospercelen. Door de strakke aanduiding rond de bebouwing wordt kleinschalig permanent wonen in het bos mogelijk gemaakt en blijft de woonfunctie ondergeschikt aan de natuurlijke omgeving en het bos. Het karakter binnen De Noenes blijft met de functie ‘Bos’ behouden. Hierbij worden gebouwen gecentraliseerd op een perceel zodat binnen het gebied natuur en bos zo veel mogelijk centraal staan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Structuurvisie Haaren 2013.

blad 42 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

3.3.2

Visie Buitengebied Gemeente Oisterwijk Op 29 september 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk de Visie Buitengebied vastgesteld. De Visie Buitengebied is van toepassing voor het gehele buitengebied van de gemeente Oisterwijk en is tot stand gekomen aan de hand van een interactief proces met stakeholders. De visie buitengebied van de gemeente Oisterwijk betreft een visie met balans tussen de belangrijkste functies in het buitengebied. Er is balans gezocht tussen de belangrijkste functies: natuur, landbouw, toerisme en wonen. De visie is uitgezet in 6 verschillende thema’s. Dit betreffen: • Klimaat & duurzaamheid • Landschap & cultuurhistorie • Natuur & biodiversiteit • Landbouw • Wonen & bedrijvigheid • Recreatie & Toerisme Klimaat & Duurzaamheid Vanuit dit thema is het onder andere de ambitie voor de gemeente om de overstap naar duurzame energiebronnen in de vorm van wind- en zonne-energie te maken. Daarbij is het vanwege de klimaatverandering van belang het watersysteem hiervoor zo goed en snel mogelijk op orde te krijgen. De wijziging van het omgevingsplan ziet binnen De Noenes voornamelijk op het (deels) legaliseren van de feitelijke situatie en het actualiseren van het bestemmingsplan uit 1987 en de latere herziening van het bestemmingsplan uit 1996.

Volgens de basiskaart ‘Klimaat & Duurzaamheid’ vanuit de Visie Buitengebied, heeft het plangebied de aanduidingen ‘overstromingsrisico’; ‘Regionale waterberging’ en ‘Reservering waterberging’. De wijziging van het omgevingsplan gaat gepaard met de realisatie van voldoende waterberging. Bij de aanleg van verhard oppervlakte dient te worden voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen. Hiermee wordt eventueel wateroverlast voorkomen binnen het plangebied. Tevens is binnen de wijziging van het omgevingsplan de aanduiding ‘overige zone- attentiezone waterhuishouding’ opgenomen en zijn er specifieke regels opgenomen. Daarnaast dient het omgevingsplan te worden voorzien van een onderbouwing van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. Deze onderbouwing is opgenomen bij de “Weging van het waterbelang” in paragraaf 4.10. Binnen de wijziging van het omgevingsplan is de aanduiding ‘overige zone – reservering waterberging’ opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding strekken de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens tot het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. Landschap & cultuurhistorie en Landbouw Vanuit het thema ‘Landschap & cultuurhistorie’ is het onder andere de ambitie om de beekdalen open te houden door deze te reserveren voor waterberging en extensieve functies.

Vanuit het thema ‘Landbouw’ is het onder andere de ambitie om in de beekdalen te streven naar openheid en mogelijkheden voor (tijdelijke) waterberging door landbouw die de landschappelijke en natuurwaarden versterkt zodat we beter bestand zijn tegen de klimaatverandering. Volgens de basiskaarten ‘Landschap & cultuurhistorie’ én ‘Landbouw’ vanuit de Visie Buitengebied, heeft het plangebied de aanduiding ‘Beekdal’. In de Visie geeft de gemeente aan dat voor de beken wordt gesteld dat de ecologie leidend moet zijn direct langs de beek en dat aan de randen van het beekdal combinaties met recreatie mogelijk zijn. Binnen De Noenes is er sprake van een specifiek watersysteem dat te maken heeft met het reliëf en de afstroom van bovengronds en ondergronds water. Dit watersysteem is van hoge hydrologisch-ecologische waarde en mag niet verstoord worden. De beekdalen binnen De Noenes werken als buffers voor de berging van regenwater op regionaal gebied. Daarnaast zijgt ter plaatse van De Noenes regenwater in de grond, om als kwel in het Helvoirts Broek op te treden. Dit heeft belangrijke ecologische waarde. Ten behoeve van de belangrijke waarde van De Noenes voor de berging van water op regionaal niveau wordt hier bij de wijziging van het omgevingsplan rekening mee gehouden.

Voor landbouw geldt dat in de beekdalen, voor zover die nog niet in bezit zijn van natuurorganisaties, er alleen nog landbouw worden toegestaan die natuur- en landschapswaarden in dat gebied versterken. Dat betekent het telen blad 43 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

van gewassen die de openheid intact houden en die bestand zijn tegen overstromingen. Dit ook in het belang van de klimaatadaptatie. Daarbij is binnen De Noenes is de functie “Bos” vooraanstaand. Deze gronden hebben als functie: het behoud, het herstel en de ontwikkeling van bos, bebossing en de natuurwaarden. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de instructieregels vanuit de Provincie voor de “Groenblauwe waarden”. Daarnaast staat bij het legaliseren van de bestaande situatie ook het verbeteren van de kwaliteit van de omgeving centraal. Ten behoeve van de kwaliteit- en landschapsverbetering wordt een kwaliteitsverbeteringsplan opgesteld. Aan het gebruik van de permanente woningen is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld ten behoeve van de planologische borging. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de kwaliteitsverbetering van De Noenes. De smalle strookvormige percelering blijft met de kwaliteitsverbetering aanwezig en wordt versterkt door nieuwe houtwallen. Langs de twee beekdalen (Ruybossche waterloop en de Broekley) wordt beoogd om beekbegeleidende beplantingen aan te brengen om de beekdalen natuurlijker en gevarieerder in te richten. Natuur & biodiversiteit Vanuit dit thema is het onder andere de ambitie om te streven naar basiskwaliteit natuur of hoger in het buitengebied.

In de bossen, heide en vennen blijft de gemeente beschermen door stringente (planologische) regelingen. In de schil er omheen neemt de gemeente maatregelen om een verdere teloorgang van natuurwaarden te voorkomen. In de Natura 2000-gebieden en andere natuurgebieden helpt de gemeente de terreinbeheerders en eigenaren om de natuurwaarden te behouden en versterken. Gemeente Oisterwijk heeft zelf weinig natuurgebieden en andere gronden in het buitengebied in eigendom. De belangrijkste natuurterreinen worden beheerd door de terrein beherende organisaties: Natuurmonumenten, Brabants Landschap en Staatsbosbeheer. Daarnaast heeft het waterschap een belangrijke rol in het beekherstel, vispassages en de realisatie van watergebonden ecologische verbindingszones. De rol van de gemeente zou zich met name moeten richten op het samen met deze organisaties en andere betrokkenen realiseren van de natuurdoelstellingen. Volgens de basiskaart ‘Natuur & biodiversiteit’ vanuit de Visie Buitengebied, heeft het plangebied de aanduidingen ‘Natuurnetwerk Brabant (NNB) - Gerealiseerd’; ‘Natuurnetwerk Brabant (NNB) - Nog in te richten’ ; ‘Natuurnetwerk Brabant (NNB) - Nog te verwerven en in te richten’ en ‘Natte natuurparels’. Conform het provinciaal beleid strekt een wijziging van het omgevingsplan binnen het NNB tot behoud en ontwikkeling van de ecologische waarden.

Daarbij wordt de bestaande planologische situatie gerespecteerd. Op grond van het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege zijn er een aantal percelen welke deel uitmaken van het NNB. Deze percelen worden bij deze wijziging van het omgevingsplan aangeduid met de functie ‘Natuur’. Hiermee worden de ecologische waarden en kenmerken, alsmede de cultuurhistorische waarden en kenmerken binnen het plangebied geborgd. Daarbij is, om de kwaliteit van het landschap binnen De Noenes te verbeteren, een landschapsplan opgesteld. Perceeleigenaren die ervoor hebben gekozen om een aanduiding ‘permanente woning’ op hun gronden te krijgen, zijn verplicht om een financiële bijdrage te leveren ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze kwaliteitsverbetering is een verplichting vanuit de provincie. Ten behoeve van de ontwikkeling is een ‘Landschapsvisie de Noenes’ opgesteld waarmee invulling gegeven is aan de vereiste kwaliteitsverbeteringsopgave die door de provincie wordt gesteld. Wonen & Bedrijvigheid Vanuit dit thema is onder andere de ambitie om meer ruimte voor flexibiliteit te bieden voor ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar in het buitengebied, waarbij kwaliteitsverbetering van het landschap centraal staat. Ook heeft de gemeente aangegeven dat nieuwe of collectieve woonvormen onder voorwaarden in het buitengebied mogelijk zijn.

Provinciaal beleid schrijft voor dat binnen het Landelijke gebied alleen bestaande burgerwoningen zijn toegestaan. Hierop is een aantal uitzonderingen van toepassing. Onder de noemer maatwerk, met als doel omgevingskwaliteit, is het mogelijk om onder voorwaarden woningen toe te voegen aan het buitengebied. Leidend hierbij is de kwaliteitsverbetering die hiermee wordt behaald. Bij het toevoegen van een woning moet er sprake zijn van een aanvaardbare locatie in landelijk gebied én dient de fysieke tegenprestatie, gericht op het versterken van de omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk te zijn aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel. Voor de ontwikkeling van een woning betreft een

blad 44 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

aanvaardbare locatie een locatie binnen een bebouwingsconcentratie, of wanneer de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Volgens de basiskaart ‘Wonen & Bedrijvigheid’ vanuit de Visie Buitengebied is het plangebied niet expliciet aangeduid. Wel laat een en ander zien dat ter plaatse en verspreidt gelegen over het plangebied, de aanduidingen ‘Bestemming ‘Wonen’’ en ‘Bestemming ‘Natuur’’ voorkomen. In de Provinciale Omgevingsverordening is het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ geïntroduceerd voor grotere bestaande clusters van aaneengesloten bebouwing in het landelijk gebied. Het is mogelijk dat op verzoek van een gemeente het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ op basis van een concrete ontwikkeling op een gebied wordt gelegd. Vanuit provinciaal belang is verdichting binnen deze gebieden, met maatwerk, mogelijk. De gemeente Oisterwijk heeft de provincie verzocht op De Noenes het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ te leggen. Voor het opnemen als ‘Bebouwd gebied’ geldt een aantal uitgangspunten, waaraan is getoetst in paragraaf 3.2.2 van deze motivering. Recreatie & Toerisme Vanuit dit thema is onder andere de ambitie om een gevarieerd toeristisch aanbod te behouden. Nieuwe initiatieven moeten van toegevoegde waarde zijn op het huidige toeristische aanbod.

Ook wil de gemeente bestaande recreatiebedrijven de mogelijkheid te bieden om te ontwikkelen en te vernieuwen. De focus ligt daarbij op kwaliteitsverbetering en/of ontwikkeling van bestaande exploitaties. Daarbij blijft de huidige zonering een goed uitgangspunt. Een nadere uitwerking van de huidige zonering komt aan bod in de nieuwe toeristische visie (zie paragraaf 3.3.3 van deze motivering). Volgens de basiskaart ‘Recreatie & Toerisme’ vanuit de Visie Buitengebied, is het plangebied aangeduid als een afzonderlijk en op zichzelf staand gebied, te weten ‘De Noenes’. Dit met het oog op een eventueel maatwerktraject om ter plaatse permanente bewoning toe te staan. In de visie buitengebied is ten aanzien van deze specifieke aanduiding geen nadere beschrijving opgenomen. Het huidige recreatiebeleid (voor het grondgebied Oisterwijk) gaat uit van een zonering. Er worden drie zones onderscheiden: hogere, gemiddelde en lagere dynamiek. De waardevolle delen van de Oisterwijkse bossen en vennen zijn aangewezen als lagere (lage) dynamiek. Ontwikkelingen daar zijn gericht op het verder ontwikkelen van het recreatief product (routes en verbindingen), kleinschalige overnachtingen en kwaliteitsverbetering bestaande bedrijven.

Ontwikkelingsplannen worden in hoge mate beoordeeld op landschappelijke inpassing en het niet verstoren van natuurwaarden.’ De Noenes bestaat in hoofdzaak uit circa 240 percelen die in het vigerende bestemmingsplan zijn aangewezen voor verblijfsrecreatie. Met de voorgenomen ontwikkeling, waar deze motivering onderdeel van is, wordt de feitelijke situatie gelegaliseerd: permanent wonen. In de eerder genoemde opgaven (met name opgave 4) waar de gemeente zich op wil focussen komt onder andere naar voren dat ze zich wil focussen op het behouden en versterken van het huidige toeristisch aanbod. Dit onder meer door bestaande recreatiebedrijven de mogelijkheid te bieden om te ontwikkelen en te vernieuwen. De focus ligt daarbij op kwaliteitsverbetering en/of ontwikkeling van bestaande exploitaties. De gemeente geeft daarbij aan dat ze alert wil blijven op het feit dat bedreigingen als permanente bewoning op bestaande parken zorgt voor een disbalans in de directe omgeving. Anders dan in de visie opgenomen, wordt op basis van bovenstaande met de voorgenomen permanente bewoning toegestaan binnen De Noenes. Binnen de Noenes is namelijk reeds geruime tijd geen sprake van toeristisch perspectief vanwege het feit dat De Noenes nooit als recreatiepark (planmatig) is opgericht en als recreatiepark geëxploiteerd is.

Tevens is de feitelijke situatie dat een groot deel (+/- 80%) van de percelen permanent wordt bewoond. Hierdoor is het toekomstperspectief als recreatiepark, met al deze individuele eigenaren niet meer mogelijk. Echter verandert er weinig aan de feitelijke situatie met de voorgenomen ontwikkeling: de feitelijke situatie wordt met de wijziging van het omgevingsplan gelegaliseerd. De disbalans waar de gemeente over spreekt in haar visie is op dit moment al realiteit en zal naar verwachting alleen maar slechter worden wanneer er geen toekomstperspectief wordt geboden aan dit gebied. De mismatch tussen gebruik en planologie en de onduidelijkheid over het toekomstperspectief is namelijk één van de oorzaken van de verrommeling en dreigende verpaupering van het gebied. Dit maakt eigenaren en bewoners terughoudend in investeringen in blad 45 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

kwaliteitsverbetering. Met de wijziging van het omgevingsplan en bijbehorende stukken wordt perspectief geboden aan het gebied en kan de omgevingskwaliteit gewaarborgd worden. Conclusie Anders dan in de visie opgenomen, wordt met de voorgenomen ontwikkeling permanente bewoning toegestaan ter plaatse van De Noenes. Echter, de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een duurzame oplossing waarbij planologie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie en voorkomt de dreigende verrommeling en verpaupering van het gebied. De feitelijke situatie wordt immers gelegaliseerd. Met de wijziging van het omgevingsplan worden eveneens de omgevingskwaliteiten in en om De Noenes juridisch geborgd. Hiermee is de voorgenomen ontwikkeling grotendeels in lijn met de Visie Buitengebied.

3.3.3

Visie Toerisme & Recreatie Gemeente Oisterwijk In 2022 heeft de gemeente Oisterwijk de Visie Toerisme & Recreatie Gemeente Oisterwijk vastgesteld. De visie beschrijft de belangrijkste kansen en uitdagingen op het gebied van recreatie en toerisme voor de gemeente Oisterwijk op de middellange termijn (2030) en geeft richting aan de aanpak van de uitdagingen en de rol die de gemeente hierin wil vervullen. Op basis van een evaluatie van het vorige (recreatie) beleid en meerdere analyses van de gemeente blijkt dat recreatie van groot belang is voor de gemeente. De gemeente ziet de kansen en uitdagingen die recreatie en toerisme te bieden hebben. Door in te spelen op deze kansen kan de sector nog meer floreren en wordt bij het oplossen van de uitdagingen het toeristisch product nog beter benut. Vanuit de analyse zijn vier opgaven naar voren gekomen waar de gemeente zich op wil focussen: 1. Onderlinge samenhang tussen kernen Oisterwijk, Haaren, Moergestel, Heukelom en buitengebied versterken. 2. Betere spreiding van bezoek over de gehele gemeente, zowel in ruimte als in tijd. 3. Initiatieven/projecten dienen - behalve economische waarde – maatschappelijke waarde toe te voegen. 4. Bij nieuwe functies: de juiste vrijetijdsvoorziening op de juiste locatie, met versterking van de omgevingskwaliteit.

Om de ambities te realiseren en de opgaven op te pakken, zet de gemeente in haar strategie de bestemming centraal. De uitdagingen en kansen doen zich voor in de verschillende (deel)gebieden van de gemeente. Om ervoor te zorgen dat de inzet op bestemmingsmanagement en –ontwikkeling zo effectief mogelijk is, wil de gemeente ook inzetten op het creëren van de juiste voorwaarden. Voorwaarden die noodzakelijk zijn en als handvaten dienen bij het behalen van de ambities. Bestemmingsmanagement kan uitgedrukt worden als; regie op basis van evaluaties, analyses en samenwerking met daarbij een gezamenlijke visie. Het management gedeelte ziet de gemeente als de ‘software kant’ van de strategie: gezamenlijk wordt er voor gezorgd dat de basis op orde is. Op het gebied van bestemmingsontwikkeling heeft de gemeente maar een beperkte rol. De inzet van de gemeente richt zich hier voornamelijk op het realiseren van koppelkansen voor recreatie en toerisme, zoals cultuur, natuur, wateropgaven of woningbouw. Omdat het toeristisch-recreatieve product samengesteld is, richt bestemmingsontwikkeling zich op alle onderdelen van de toeristische beleving, van het verblijf tot het vervoer en van de omgeving tot de bezienswaardigheden. De gemeente kijkt daarbij voornamelijk naar de mogelijkheden om recreatie en toerisme te koppelen aan andere ruimtelijke opgaven.

De gemeente heeft de in lijn met deze visie de kaart ‘Toerisme & Recreatie Zoneringskaart’ opgesteld. De kaart geeft globaal aan waar de gemeente welk type ruimtelijke ontwikkeling voorstaat. Om balans te zoeken en te behouden in het toeristische product, is besloten om de bestaande (toeristische) zonering (uit eerdere visies) te behouden in deze visie. De zonering is gericht op recreatie als hoofdactiviteit. De keuzes in profilering en functie hebben een ruimtelijke weerslag. De kaart onderscheidt drie zones: Hogere dynamiek: Deze dynamiek beslaat voornamelijk de zone richting Moergestel en het KVL-terrein. Gemiddelde dynamiek: Deze dynamiek beslaat voornamelijk het overige buitengebied m.u.v. Oisterwijkse bossen en vennen: ruimte voor kleinschaligere toeristischrecreatieve ontwikkelingen. Lagere dynamiek: Deze dynamiek beslaat voornamelijk de Oisterwijkse bossen en vennen: Nieuwvestiging is in principe niet toegestaan en de focus ligt op bestaande exploitaties.

blad 46 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Volgens de kaart is het plangebied aangeduid als een afzonderlijk en op zichzelf staand gebied, te weten ‘De Noenes’. Dit met het oog op een eventueel maatwerktraject om ter plaatse permanente bewoning toe te staan. De Noenes bestaat in hoofdzaak uit 240 percelen die in het vigerende bestemmingsplan zijn aangewezen voor verblijfsrecreatie. Met de voorgenomen ontwikkeling, waar deze motivering onderdeel van is, wordt de feitelijke situatie gelegaliseerd: permanent wonen. In de eerder genoemde opgaven (met name opgave 4) waar de gemeente zich op wil focussen komt onder andere naar voren dat ze zich wil focussen op het behouden en versterken van het huidige toeristisch aanbod. Dit onder meer door bestaande recreatiebedrijven de mogelijkheid te bieden om te ontwikkelen en te vernieuwen. De focus ligt daarbij op kwaliteitsverbetering en/of ontwikkeling van bestaande exploitaties. De gemeente geeft daarbij aan dat ze alert wil blijven op het feit dat bedreigingen als permanente bewoning op bestaande parken zorgt voor een disbalans in de directe omgeving. Anders dan in de visie opgenomen, wordt op basis van bovenstaande met de voorgenomen ontwikkeling permanente bewoning toegestaan binnen De Noenes.

Binnen de Noenes is namelijk reeds geruime tijd geen sprake van toeristisch perspectief vanwege het feit dat De Noenes nooit als recreatiepark (planmatig) is opgericht en als recreatiepark geëxploiteerd is. Tevens is de feitelijke situatie dat een groot deel (+/- 80%) van de percelen permanent wordt bewoond. Hierdoor is het toekomstperspectief als recreatiepark, met al deze individuele eigenaren niet meer mogelijk. Echter, de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een duurzame oplossing waarbij planologie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie en voorkomt de dreigende verrommeling en verpaupering van het gebied. Verder verandert er weinig aan de feitelijke situatie met de voorgenomen ontwikkeling: de feitelijke situatie wordt met de wijziging van het omgevingsplan gelegaliseerd. De disbalans waar de gemeente over spreekt in haar visie is op dit moment al realiteit en zal naar verwachting alleen maar slechter worden wanneer er geen toekomstperspectief wordt geboden aan dit gebied. De mismatch tussen gebruik en planologie en de onduidelijkheid over het toekomstperspectief is namelijk één van de oorzaken van de verrommeling en dreigende verpaupering van het gebied. Dit maakt eigenaren en bewoners terughoudend in investeringen in kwaliteitsverbetering.

Met de wijziging van het omgevingsplan en bijbehorende stukken wordt perspectief geboden aan het gebied en kan de omgevingskwaliteit gewaarborgd worden.

Conclusie Anders dan in de visie opgenomen, wordt met de voorgenomen ontwikkeling permanente bewoning toegestaan ter plaatse van De Noenes. Echter, de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een duurzame oplossing waarbij planologie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie en voorkomt de dreigende verrommeling en verpaupering van het gebied. De feitelijke situatie wordt immers gelegaliseerd. Met de wijziging van het omgevingsplan worden eveneens de omgevingskwaliteiten in en om De Noenes juridisch geborgd. Hiermee is de voorgenomen ontwikkeling grotendeels in lijn met de Visie Toerisme & Recreatie Gemeente Oisterwijk.

blad 47 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

4.

Omgevingsaspecten

4.1

Mer-beoordeling

4.1.1

Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. Voor ontwikkelingen geldt het wettelijk kader voor milieueffectrapportages dat is omschreven in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. De toepassingsregels zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Uit afdeling 16.4 van de Omgevingswet blijkt dat de gemeentelijke instrumenten vallen onder de in deze afdeling opgenomen regels. Zij zijn dus aangemerkt als plannen of programma’s waarvoor, afhankelijk van de activiteiten die er in voorzien zijn, mogelijk een mer moet worden uitgevoerd.

Artikel 16.36 lid 1 van de Omgevingswet bepaalt dat een plan of programma dat een kader vormt voor te nemen besluiten over projecten als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Ow in beginsel plan-mer-plichtig is. De plannen of programma’s waarvoor eerst een plan-mer-beoordeling kan worden uitgevoerd, zijn vermeld in het derde en vierde lid, van artikel 16.36 van de Ow. Het gaat dan om: • een plan of programma dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden op lokaal niveau óf voor kleine wijzigingen van een dergelijk plan of programma; • of een plan of programma dat een kader vormt voor andere projecten dan de projecten als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Ow.

4.1.2

Toetsing Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een gebied op lokaal niveau. Lokaal niveau betekent ook wel gemeentelijk niveau. Om te bepalen of sprake is van een klein gebied moet gekeken worden naar de verhouding tot het totale grondgebied van het bevoegde lokale gezag. Het planvoornemen bevindt zich in een klein deel binnen de gemeentelijke grenzen van Oisterwijk. Om deze reden volstaat de omgevingsplanwijziging met een plan-mer-beoordeling. Deze mer-beoordeling (d.d. 26-11-2024) is opgenomen als Bijlage 4 bij deze motivering.

4.1.3

Conclusie Uit de mer-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse. Het voornemen heeft weliswaar mogelijke effecten, maar deze zijn in aard en omvang niet aanzienlijk. De onderzochte aspecten leiden geen van alle tot aanzienlijke milieueffecten die noodzaak geven tot het opstellen van een milieueffectrapport.

4.2

Geluid

4.2.1

Kader Voor geluidgevoelige functies zijn geluidsgrenswaarden opgenomen waaraan een ontwikkeling getoetst moet worden. De geluidsnormen zijn onder de Omgevingswet neergelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een omgevingsplan dient bij de toevoeging van een nieuw geluidgevoelig gebouw ervoor te zorgen dat het geluid op dat gebouw niet de standaardwaarde overschrijdt (5.78t Bkl). De waardes die gelden worden weergegeven in tabel 6-1. Echter, in het omgevingsplan kan van deze standaardwaarden onder voorwaarden worden afgeweken. blad 48 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Indien afwijking mogelijk is, dan gelden de grenswaarden uit artikel 5.78u Bkl. Afwijking van de standaardwaarde is mogelijk indien geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen, de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u Bkl. Tabel 4.1 Standaarwaarde en grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (artikel 5 78t Bkl jo 5.87u Bkl) Geluidbronsoort

Standaardwaarde (5.78t Bkl)

Grenswaarde (5.87u Bkl)

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

60 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

Industrieterrein

50 Lden 40 Lnight

55 Lden 45 Lnight

Geluidgevoelige gebouwen Een geluidgevoelig gebouw is conform artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: • Woonfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; • Onderwijsfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; • Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of • Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Dit geldt niet voor het gedeelte van het gebouw waar het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. Onder een geluidgevoelig object wordt ook een geluidgevoelig gebouw verstaan, wat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. Een recreatiewoning kan niet gezien worden als een geluidgevoel gebouw. Bij de definitie van woonfunctie wordt aangehangen bij de definitie van woonfunctie uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het gaat dan om de “gebruiksfunctie voor het wonen”.

4.2.2

Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft een functiewijziging van de huidige functie die toegekend is aan de percelen binnen het plangebied. Er zullen geen ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, oftewel de huidige situatie blijft ongewijzigd. Om inzichtelijk te maken wat de geluidbelasting is op geluidgevoelige gebouwen in de toekomstige situatie is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Antea Group (zie bijlage 5). In het onderzoek is wegverkeerslawaai als gevolg van gemeentewegen inzichtelijk gemaakt. Aan de hand van verkeersgegevens en het rekenmodel zijn conform Bijlage IVe Omgevingsregeling berekeningen gemaakt. Uit de rekenresultaten is gebleken dat het geluid ter plaatse van het plangebied voldoet aan de standaardwaarde van 53 dB. Noemenswaardig is het feit dat in onderhavig onderzoek gebruik is gemaakt van een ‘worst-case’ benadering en alsnog voldaan kan worden aan de geldende standaardwaarde. Tabel 6.2 laat waarden zien ter plaatse van de gebruikte toetspunten. De hoogste geluidbelasting betreft 50 dB behorend bij de woning aan de ‘Uilenpad 1’.

blad 49 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk Tabel 4.2 Hoogst berekende rekenresultaten

Aan de hand van geluidcontouren is nog dieper ingegaan op het plangebied (Figuur 4-1). De figuur geeft het plangebied (rood omkaderd) weer, ook de bebouwing en wegen zijn zichtbaar op de kaart. Op de geluidcontourenkaart is te zien dat de geluidbelasting binnen het gehele plangebied lager is dan de standaardwaarden (Lden). De hoogste geluidwaarden liggen vanzelfsprekend nabij een weg. Hoe groter de afstand vanaf de weg, des te lager de geluidswaarde wordt.

Figuur 4-1 Kaart geluidcontouren 'De Noenes'

4.2.3

Conclusie Binnen het plangebied kan er ruimschoots worden voldaan aan de standaardwaarde. Uit de berekende toetspunten blijkt dat de hoogst berekende waarde 50 dB betreft. Uit de geluidcontourenkaart blijkt dat ook de woningen waar geen toetspunt op geplaatst is, ruim voldoet aan de standaardwaarde. Het aspect geluid vormt geen belemmering.

blad 50 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

4.3

Trillingen

4.3.1

Kader Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van mensen of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. De regels voor trillingen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. In paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat zijn eveneens regels voor trillingen opgenomen. Deze regels gelden voor trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en 5.87a van het Bkl. Onder de Omgevingswet zijn de regels van trillingen door bedrijven (activiteiten) gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten zelf regels mogen stellen over trillingen van activiteiten.

4.3.2

Toetsing De meest relevante trillingsbronnen zijn wegverkeer, railverkeer en industriële activiteiten. Voor wegverkeer en railverkeer geldt dat dit afhankelijk is van het aandeel zwaar vrachtverkeer. Voor alle trillingsbronnen geldt dat trillingen afnemen als de afstand tot de bron groter wordt. Voor trillingen door wegverkeer moet dan ook worden gekeken naar het aandeel zwaar vrachtverkeer en de ligging ten opzichte van het plangebied. In het geval van dit planvoornemen geldt dat op basis van het aandeel zwaar vrachtverkeer en de afstand tot het plangebied geen effecten van trillinghinder te verwachten zijn. Voor trillingen door railverkeer moet dan ook worden gekeken naar het aandeel goederenvervoer en de ligging ten opzichte van het plangebied. In het geval van dit project geldt dat op basis van de afstand van circa 2,1 kilometer tot het plangebied geen effecten van trillinghinder te verwachten zijn. Voor trillingen door industriële activiteiten moet worden gekeken naar de ligging ten opzichte van het plangebied. In het geval van onderhavige ontwikkelingen geldt dat op basis van de afstand tot het plangebied er geen effecten van trillinghinder te verwachten zijn gelet op de afstand tot industriële activiteiten.

4.3.3

Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering.

4.4

Geur

4.4.1

Kader Paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl bevat instructieregels voor omgevingsplannen met betrekking tot geur bij geurgevoelige gebouwen. De Omgevingswet bepaalt dat bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening dient te worden gehouden met de gezondheid (2.1 lid 4 Ow). In het omgevingsplan stelt de gemeente regels over geur (artikel 5.92 lid 1 Bkl). Uiteindelijk moet geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Wanneer geur aanvaardbaar is, dient het bevoegd gezag zelf te beoordelen. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met achtergrondbelasting, welke de geurbelasting van alle veehouderijen samen inhoudt. blad 51 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

4.4.2

Toetsing Door De Roever Omgevingsadvies is een onderzoek naar geurhinder verricht ten behoeve van De Noenes (bijlage 6). Hierbij is gekeken naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten ten aanzien van het beoogde plan. In Figuur 4-2 zijn de veehouderijen in de omgeving van De Noenes weergegeven.

Figuur 4-2 Veehouderijen en geuremissies Voor dieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld, dient een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object buiten een bebouwde kom in acht te worden genomen. In Figuur 4-3 is de afstandscontour van 50 meter rondom de relevante veehouderijen weergegeven.

Figuur 4-3 Veehouderijen met afstandscontour 50 meter Uit Figuur 4-3 blijkt dat alleen de afstandscontour van 50 meter rondom de veehouderij aan de Heesakker 5A overlapt met het plangebied. Echter, uit Figuur 4-4 blijkt dat de daadwerkelijke emissiepunten van dierenverblijven op meer dan 50 meter van het dichtstbijzijnde beoogde geurgevoelige object ligt. Hiermee kan worden gesproken van een aanvaardbare geurhinder. Aangezien er al sprake is van een bestaand geurgevoelig

blad 52 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

object wordt de veehouderij niet in haar belangen geschaad. De veehouderij kan immers geen nieuwe emissiepunten van dierenverblijven op kortere afstand dan 50 meter van dat geurgevoelig object oprichten. Aangezien er wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter is er wat betreft de afstanden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Figuur 4-4 Detail afstanden Heesakker 5A Voorgrondbelasting Binnen het plangebied geldt een geurnorm van 14 ouE/m3. Gelet op de geuremissie van de omliggende veehouderijen in relatie tot de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan Noenes 16 maatgevend voor de geurbelasting. Overige veehouderijen liggen verder weg van het plangebied én hebben een lagere geuremissie. Voor de veehouderij aan de Noenes 16 is een berekening gemaakt van de voorgrondbelasting (Figuur 4-5). Hierbij is uitgegaan van de emissiepunten volgens het milieudossier, aangezien op voorhand duidelijk is dat bestaande woningen buiten het plangebied maatgevend zijn voor de maximale planologische mogelijkheden en niet de bestaand een beoogde woningen binnen het plangebied. De hoogst berekende voorgrondbelasting ter plaatse van een bestaande woning binnen het plangebied bedraagt 14,6 ouE/m3. De veehouderijen worden niet in hun belangen geschaad, omdat sprake is van bestaande woningen en omdat woningen buiten het plangebied maatgevend zijn, zoals de woning aan de Blazeveldweg 2.

blad 53 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Figuur 4-5 Emissiepunten en toetspunten Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen. Figuur 4-6 toont de achtergrondbelasting. In bijlage 6 wordt de exact berekende achtergrondbelasting getoond. De achtergrondbelasting is op de hoogst belaste (bestaande) woning binnen het plangebied 11,66 ouE/m3. Echter, de voorgrondbelasting is maatgevend.

Figuur 4-6 Achtergrondbelasting

4.4.3

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering.

4.5

Verkeer

4.5.1

Kader Ten gevolge van een ontwikkeling kunnen er veranderingen ontstaan ten aanzien van verkeer. Ten behoeve van de ontwikkeling dient bepaald te worden wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. blad 54 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

4.5.2

Toetsing Voor de omgevingsplanwijziging moet de oude situatie met de nieuwe situatie worden vergeleken. De omgevingsplanwijziging zet de bestaande recreatiefunctie om in een woonfunctie. De referentiesituatie voor plannen betreft de huidige planologisch legale situatie voorafgaand aan de wijziging. Er is echter bij een groot deel van de percelen al jarenlang permanente bewoning aanwezig, waardoor in de realiteit het wegverkeer nauwelijks zal veranderen door de wijziging van het omgevingsplan. Het gaat dus om maatwerk dat zich in de praktijk meer richt op de mogelijkheid tot uitbreiding van de bebouwing dan een wijziging van het gebruik. Bekend is dat er 240 percelen aanwezig zijn in het gebied. Op dit moment is er een toegestane bouwoppervlak van 60 m² per perceel. Dit is in de huidige situatie dan ook per perceel bebouwd. In de nieuwe situatie zal maximaal 90 m² mogelijk gemaakt worden. Omdat er geen goede referentie is voor deze situatie in bijvoorbeeld de cijfers van het CROW zijn voor deze wijziging van gebruik en de grotere bebouwingsoppervlakte, voor het aantal extra verkeersbewegingen de kengetallen van de CROW 4 gebruikt voor een tiny house. Hierbij wordt het verschil tussen de oude en de nieuwe situatie aangeduid als een verschil van één extra kamer (1,8 extra bewegingen per etmaal).

Dit zou betekenen dat er 1,8 bewegingen per perceel x 240 percelen = 432 extra bewegingen per etmaal bijkomen. Echter, niet alle percelen gaan een gebruikswijziging krijgen in de omgevingsplanwijziging. Daarnaast zal niet iedere bewoner van de uitbreidingsmogelijkheden gebruik gaan maken. Er is daarom uitgegaan van een uitbreidingspercentage van 50%. Dit is een worst case aanname voor één rekenjaar (12 aaneengesloten maanden), terwijl de uitbreidingen ook nog eens verspreid gaan worden over meerdere jaren. Dit betekent dat er voor (240/ 2 =) 120 percelen 1,8 lichte verkeersbewegingen per etmaal bijkomen (= 120 x 1,8 =216). Dit leidt tot een worst case toename van 216 extra bewegingen in het gehele gebied van de Noenes. Deze verkeersbewegingen vinden ook nog verspreid over een groot aantal wegen in het gebied plaats, die deze extra bewegingen goed op kunnen vangen. Ook op de grotere wegen in de directe omgeving is deze toename goed op te vangen.

4.5.3

Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering.

4.6

Parkeren

4.6.1

Kader Ten gevolge van een ontwikkeling kunnen er veranderingen ontstaan ten aanzien van parkeren. De gemeente stelt parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan moet worden voldaan. De parkeereis wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen en geeft inzicht in de te realiseren parkeerplaatsen. Het voldoen aan de parkeernormen draagt bij aan een gunstig leef- en woonklimaat. Immers met voldoende parkeerplaatsen voorkomen we parkeeroverlast. De gemeente Oisterwijk beschikt over Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024. De parkeercijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Oisterwijk “weinig stedelijk” op basis van de demografische kerncijfers van het CBS per gemeente.

4 CROW publicatie 381: ‘Parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie, 2018’

blad 55 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Tabel 4.3 Parkeernormen woningen

4.6.2

Toetsing Binnen De Noenes worden er geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Alle parkeerplaatsen zijn reeds gerealiseerd op eigen terrein. Gelet op de gemiddelde omvang van de percelen binnen De Noenes van circa 500-1.000 m² is hier op eigen terrein dan ook meer dan voldoende ruimte voor. Dit is tevens planologisch verankerd in het omgevingsplan. Bij het realiseren van parkeerplaatsen dient degene die gaat bouwen rekening te houden met het parkeerbeleid van de gemeente zoals vastgelegd in de “Nota parkeernormen 2024”. Dit geldt voor zowel de parkeereis voor bewoners als voor de parkeereis voor bezoekers. Daarbij is er een voorwaardelijke verplichting parkeren opgenomen in de regels van de wijziging van het omgevingsplan. Hierin is geregeld dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen slechts wordt verleend als op eigen terrein is voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van voldoende parkeergelegenheid conform de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024' van de gemeente Oisterwijk dan wel conform het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen. Ook is hierin vastgelegd dat een gebruik conform de functieomschrijving enkel is toegestaan als op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd conform de gelende parkeernormen.

4.6.3

Conclusie Het aspect parkeren vormt geen belemmering.

4.7

Bodemkwaliteit

4.7.1

Kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in blad 56 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • • •

beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen

Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

4.7.2

Toetsing Met de ontwikkeling wordt de huidige feitelijke situatie gelegaliseerd en wordt het oude bestemmingsplan, welke nu onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, geactualiseerd. In de huidige situatie zijn er recreatiewoningen aanwezig. Op dit moment is dus ook recreatief gebruik toegestaan waardoor de gronden al intensief in gebruik zijn; er kunnen zich al meer dan twee uur per dag mensen begeven op het terrein. Daarbij is het is zo dat in de huidige feitelijke situatie al permanent wonen plaatsvindt op De Noenes. Om deze reden is er geen sprake van de toevoeging van een gevoelige functie. Tevens is er geen sprake van een gebruikswijziging, waardoor gesteld kan worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het gebruik ter plaatse. Ook worden er met de voorgenomen ontwikkeling geen bodemingrepen verricht, maar wordt enkel de huidige feitelijke situatie planologisch gelegaliseerd. Enkel in het geval van een bouwplan kan er sprake zijn van bodemingrepen. Wanneer dit het geval, wordt het specifieke geval getoetst aan het daarvoor bedoelde kader. Op basis van het huidige gebruik en de planologische mogelijkheden mag ervan uit worden gegaan dat er geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de bodemkwaliteit en dat de gronden reeds geschikt zijn voor de daar toegestane functies.

4.7.3

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering.

4.8

Cultureel Erfgoed

4.8.1

Kader In bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet is de definitie van cultureel erfgoed opgenomen. Dit omvat monumenten, archeologische vindplaatsen, historische stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen, en ander cultureel erfgoed zoals beschreven in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet regelt het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is verplicht om bij de belangenafweging de aspecten van historische (steden)bouwkunde en historische geografie te betrekken, zowel voor beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De bescherming van erfgoed wordt verder geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130 lid 1). Dit geldt ook voor het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed (artikel 5.131 Bkl) blad 57 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

De gemeente kan lokale regels stellen over archeologisch onderzoek (artikel 5.130 lid 3, 4 en 5 Bkl). Dit kan de gemeente doen om archeologische monumenten in de bodem te beschermen of om ze deskundig te laten opgraven. Het archeologisch onderzoek kan verschillende vormen aannemen. Voor de bescherming van het landschap geldt in Nederland het Europees landschapsverdrag, dat erkent dat landschappen een integraal onderdeel vormen van de fysieke leefomgeving. Artikel 1.2 lid 1 sub g van de Omgevingswet classificeert 'landschappen' als een onderdeel van de fysieke leefomgeving. Het landschapsbeleid kan worden vastgelegd in een omgevingsvisie door het Rijk, provincie of gemeente.

4.8.2

Toetsing Archeologie Binnen het plangebied bevindt zich geen gemeentelijk monument blijkens de “Lijst met gemeentelijke monumenten” van de gemeente Oisterwijk. Daarnaast zijn er ook geen rijksmonumenten binnen het plangebied gelegen. Met de ontwikkeling zullen er geen bodemingrepen of andere verstoringen van de bodem plaatsvinden. Het betreft slechts de omzetting van de functie recreatie naar wonen waarbij in beperkte mate de bouwmogelijkheden worden uitgebreid. Echter, de bouwmogelijkheden bestonden onder het oude bestemmingsplan, welk nu onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, op het gehele perceel. Dit zal nu meer gecentraliseerd worden naar één aanduidingsvlak. Aangezien bebouwing reeds mogelijk was op het gehele perceel, zal er met de wijziging van het omgevingsplan geen grond worden bebouwd die eerder niet bebouwd mocht worden met gelijksoortige bouwwerken. Op de gronden gelden verder geen archeologische waarde waardoor archeologisch onderzoek ook niet benodigd was bij het bouwen van bouwwerken. Er zal derhalve geen effect zijn op de mogelijke archeologische waarde van het gebied. Deze wijziging van het omgevingsplan. Tevens zijn onderstaande uitsneden van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en de archeologische beleidsadvieskaart opgenomen.

Figuur 4-7: Uitsnede Archeologische waarden- en verwachtingenkaart.

blad 58 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Figuur 4-8: Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart Bovenstaande uitsneden van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en de archeologische beleidsadvieskaart laat zien dat binnen het plangebied sprake is van een hoge archeologische verwachting. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vervolgens vervat in het huidige planologische kader middels het toekennen van archeologische dubbelbestemmingen. In overeenstemming met omringende gronden conform het bestemmingsplan voor het buitengebied (nu Omgevingsplan gemeente Oisterwijk), wordt de archeologische dubbelfunctie "Waarde - Archeologie 2" opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan. Hierbij is een ondergrens voor bodemingrepen van toepassing van 100 m². De voorgenomen ontwikkeling (toestaan van permanente bewoning) is in principe een functiewijziging zonder bodemingrepen. Echter, wanneer later bodemingrepen plaatsvinden binnen het plangebied aan de hand van een concreet bouwplan zijn de archeologische waarden binnen voldoende (juridisch) geborgd middels de dubbelfunctie. Cultuurhistorie Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is te zien dat een deel van het plangebied als “Cultuurhistorisch waardevol gebied” is aangewezen (Figuur 4-9). Dit gebied heet “Het Helvoirtsche Broek”.

De cultuurhistorische waarde ziet op de smalle strookvormige percelering, de broekbosjes en de openheid van het gebied. Voor dit gebied is een strategie opgenomen ter bescherming van de waarden en kenmerken. Deze gronden dienen namelijk planologisch te worden beschermd.

blad 59 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

Figuur 4-9 uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024 In de planregels hebben deze gronden de functie “Natuur”. Ten behoeve van deze functie is een omgevingsvergunning vereist voor onder andere het verwijderen van perceelsindelingen en het verwijderen van natuur- en landschapselementen. Met deze vergunningplichtige werken en werkzaamheden worden de waarden en kenmerken van Het Helvoirtsche Broek beschermd. Tevens hebben deze gronden de functieaanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch vlak’ gekregen. Ter plaatse van deze aanduiding hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de volgende functies: (1) het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden en kenmerken en (2) de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorisch waarden en kenmerken. Ook heeft het plangebied overlap met de landschappelijke eenheid Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Voor dit gebied is een strategie opgenomen dit is gericht op behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de desbetreffende regio en de cultuurhistorische waarden in hun samenhang verder ontwikkelen.

De omgevingsplanwijziging naar permanent bewoning en de beperkte verruiming van de bouwmogelijkheden zijn niet van negatieve invloed op de cultuurhistorische waarden. Het omgevingsplan laat geen directe concrete aanpassingen toe binnen het gebied van de Noenes. Eventuele extra bouwmogelijkheden zijn slechts mogelijk bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Met bovenstaande functieaanduidingen worden de waarden juridisch geborgd en beschermd. Wel vindt er direct een gebruikswijziging plaats. Echter, deze gebruikswijziging legaliseert de feitelijke situatie. Hierdoor heeft de wijzing van het omgevingsplan geen invloed zijn op het algehele karakter van het gebied binnen de Noenes en dus ook geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarden. Tevens is de Scheurbroeksesteeg aangeduid als lijn van redelijk hoge waarde op het gebied van historische geografie. De Scheurbroeksesteeg heeft de functie ‘Verkeer-Onverhard’ in de wijziging van het omgevingsplan. Een als ‘Verkeer-Onverhard’ aangewezen locatie heeft onder andere de functie van ‘onverharde en halfverharde wegen en de instandhouding daarvan als zodanig’. De wijziging van het omgevingsplan ziet dus toe op de instandhouding van de Scheurbroeksesteeg als historisch geografische waarde en is hierin dus ook planologisch geborgd.

Daarnaast ligt op korte afstand ten zuiden van het plangebied het gebied de Beleversche Akkers, welke is aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Dit is een groot open akkercomplex, omgeven door een krans blad 60 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

van bebouwing op de rand van de akkers en de omringende beekdalen van de Essche Stroom, de Ruysbossche Loop en de Broekleij. De Beleversche Akkers liggen buiten de voorgenomen ontwikkeling. Hierdoor heeft de voorgenomen omgevingsplanwijziging geen negatieve invloed op dit beschermde cultuurhistorische gebied. Daarnaast wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de kwaliteitsverbetering van De Noenes. Figuur 4-10 laat het wensbeeld zien van de kwaliteitsverbetering. De smalle strookvormige percelering blijft met de kwaliteitsverbetering aanwezig en wordt versterkt door nieuwe houtwallen. Langs de twee beekdalen (Ruybossche waterloop en de Broekley) wordt beoogd om beekbegeleidende beplantingen aan te brengen om de beekdalen natuurlijker en gevarieerder in te richten.

Figuur 4-10 Integratiekaart landschapskwaliteitsverbeteringen de Noenes e.o.

4.8.3

Conclusie Het aspect cultureel erfgoed vormt geen belemmering.

4.9

Omgevingsveiligheid

4.9.1

Kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’.

Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen blad 61 van 94

TAM-omgevingsplan De Noenes projectnummer 0492485.100 12 januari 2026 revisie 02 Gemeente Oisterwijk

binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning.

Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl. • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl. • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl). • Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl).

4.9.2

Toetsing Door Antea Group is een onderzoek verricht naar de omgevingsveiligheid rondom De Noenes (bijlage 7). In de omgeving van het plangebied bevindt zich één relevante risicobron, namelijk een propaantank (Figuur 4-11).

Figuur 4-11 ligging van het plangebied ten opzichte van de risicobron (in rood) Plaatsgebonden risico De propaantank maakt onderdeel uit van het Buurtschap De Noenes. Een propaantank heeft een plaatsgebonden risicocontour van 25 meter (zie Figuur 4-12). Binnen de risicocontour bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico. blad 62 van 94

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16520007/1