6 Reacties professionals incl. reactie op deze reacties
Tekst van het document
In het Koersdocument wordt uitvoerig ingegaan op uitbreiding van het aantal woningen. Hierbij dient opgenomen te worden dat het voorzieningenniveau in het dorp passend mee dient te groeien. Daarbij is te denken aan onderwijs, kinderopvang, ontmoetings-, kunst-, cultuur-, sport- en speelfaciliteiten maar ook aan voldoende zorgvoorzieningen.
Dit is verwerkt in het aangepaste koersdocument in de koers van Wonen, als volgt: Het voorzieningenniveau in het dorp dient passend mee te groeien met de woningen en inwoners. Daarbij is te denken aan onderwijs, kinderopvang, ontmoetings-, kunst-, cultuur-, sport- en speelfaciliteiten maar ook aan voldoende zorgvoorzieningen. 8.
Udenhout heeft relatief veel ruimte voor inbreiding. De kansen hiervoor zijn vrij beperkt opgenomen in het concept. Ook wordt vrijwel niet ingegaan op de beoogde typering van de woningbouw. Uit het koersdocument moet blijken dat woningbouw moet aansluiten op het dorpse karakter en dat zéér beperkt ruimte is voor appartementen en andere gebouwen hoger dan 3 of 4 bouwlagen. In het koersdocument is opgenomen dat we gaan voor dorpse verdichting. Zie de volgende tekst uit het hoofdstuk wonen: “Dit vraagt om een nieuw type dorps wonen, een typologie die we nog niet kennen in de Oostflank. Het aanplakken van ‘een gewone wijk’ passen daar niet bij. Denk hierbij aan nieuwe collectieve woonvormen met gedeelde voorzieningen en gedeelde openbare ruimte. Per ontwikkellocatie kijken we naar wat het beste past en werken we de typologieën gebiedsgericht uit.” Er worden nog geen uitspraken gedaan over typering en hoogtes. Dit is onderdeel van de verdere ontwikkelvisie voor Udenhout en/of de uitwerking van de specifieke ontwikkellocaties. 9.
De fiets heeft een duidelijke plek in het koersdocument. Echter, alleen ten dienste van de stations en de natuuren recreatievoorzieningen. Voor Udenhout liggen belangrijke voorzieningen niet alleen “in de eigen achtertuin” maar in grote mate in Tilburg. Een ambitie met betrekking tot fietsverbindingen voor onderwijs werk en recreatie in Tilburg ontbreekt. Udenhout verdient veilige, snelle en comfortabele fietsverbindingen met onderwijsvoorzieningen, werkgelegenheid en (het centrum) van Tilburg. Dit is nu nadrukkelijker opgenomen (voor alle kernen) onder de koers in het hoofdstuk Mobiliteit (Langzaam verkeer). 10. In het koersdocument is ook niets opgenomen over het fietsen in de dorpskern. Dit moet veiliger én aantrekkelijker gemaakt te worden. Dit is een randvoorwaarde wil het station in Udenhout een succes worden. En om de mobiliteitstransitie bij de eigen inwoners op gang te krijgen. Bovendien kan dit samengaan met verkeersmaatregelen en het autoluw maken van de kern. Veilig en aantrekkelijk fietsen in het dorp moet een expliciete plek krijgen in het koersdocument.
Er stond al het volgende opgenomen in het hoofdstuk Mobiliteit (Langzaam verkeer): “Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van het langzaam verkeersnetwerk (lopen en fietsen) voor de dagelijkse verplaatsingen in de directe woonomgeving.” Hier is nu het volgende aan toegevoegd: “Voor verplaatsingen in en rondom de kern moet lopen en fietsen de aantrekkelijkste manier zijn.” 11. In aanvulling op het voorgaande moet opgemerkt worden dat er sterk draagvlak in het dorp is om ook kritisch te kijken naar eigen verkeersgedrag en autogebruik. Dit vraagt wel om goede alternatieven. De fiets is er daar één van, maar ambities op het gebied van deelmobiliteit (zoals deelauto’s) kunnen versterkt en versneld worden door deze te stimuleren. Ook is er draagvlak om extremere maatregelen zoals fietsstraten of zelfs voetgangerszones in de kern nader te verkennen. Het stimuleren van deelmobiliteit is al opgenomen in het hoofdstuk OV en deelmobiliteit onder “De Koers”. In de tekst over autoluwe dorpskernen is tevens het volgende toegevoegd: “In de dorpen is er draagvlak voor op actieve mobiliteit gerichte maatregelen zoals fietsstraten of voetgangerszones.” 61
12. De locatie van het station is een groot bepalend element in de gehele koers. Wij dringen aan op een zéér spoedige keuze voor de stationslocatie. De onzekerheid hierover betekent ook onzekerheid over de gevolgen van de locatiekeuze. Zo levert de arcering aan de Mortel (mogelijke locatie sportvelden) vragen op. Tot waar lopen deze ontwikkelingen en wat is het beeld dat men van dit gebied heeft? En gaan deze ontwikkelingen ook door als de huidige sportvelden niet hoeven te wijken voor een station? Of gaan de sportvelden zondermeer verhuizen ten gunste van woningbouw? Wanneer in het definitieve koersdocument (nog) geen definitieve stationslocatie te geven is moet voor beide locatieopties een scenario worden opgenomen. Tevens moet (al dan niet) globaal het scenario beschreven zijn wanneer onverhoopt het station er (voorlopig) helemaal niet komt. We gaan er in het koersdocument vanuit dat het station er wel komt. Het is uiteraard niet voor niets dat we Prorail en NS gevraagd hebben dit nader met ons te onderzoeken. Uit deze onderzoeken is de vervoerswaarde van een station in Udenhout ook aangetoond. We handelen hierbij tevens conform het rijksbeleid met betrekking tot verstedelijking in relatie tot OV locaties. Als uiteindelijk onverhoopt besloten wordt dat dit station er toch niet komt, dan wordt er t.z.t. naar de gevolgen gekeken.
De ontwikkeling van de woningbouw duurt ook nog veel jaren, dus de verwachting is dat het op tijd duidelijk wordt of het station er komt. Het maken van een definitieve keuze voor een van de twee stationslocaties willen we zo snel mogelijk doen, maar is complex en hangt met veel zaken samen. Omdat de keuze nu nog niet is gemaakt zijn de twee mogelijke scenario’s nu duidelijker opgenomen in het koersdocument bij de visie voor Udenhout. De exacte begrenzing van de ontwikkelingen kan nog niet opgenomen worden, omdat dit onderdeel is van de uitwerking van de gebiedsontwikkelingen en daar horen ook zorgvuldige participatieprocessen bij. 13. De arceringen/aanduidingen van het gebied ten oosten van de weg de Mortel zorgen voor veel onduidelijkheid. De “potentiële ontwikkellocaties” in het hoofdstuk Wonen suggereren dat aan de oostzijde van de Mortel (of aan de zijde van de Kreitenmolenstraat) een uitbreidingswijk komt. In de koers per kern is het gebied tussen de Mortel en het spoor aangeduid als “alternatieve locatie sportvelden” en “definitieve groene dorpsrand maken”. In de koerskaarten ‘Natuur’, ‘Bossen’, en ‘Landbouw’ wordt hetzelfde gebied gereserveerd voor natuur inclusieve landbouw. Ook valt dit gebied samen met de bufferzone van 500 meter rondom Natura 2000 gebieden en is het gebied door de Provincie aangeduid als ‘Groen-Blauwe mantel’ en ‘Attentiezone Waterhuishouding’.
Dit gebied vraagt om een duidelijke en specifieke afbakening en uitwerking van de ambities. De kaarten zijn nu beter op elkaar afgestemd. Mochten er sportvelden óf woningbouw in dit gebied komen (keuze afhankelijk van stationslocatie) dan wordt dit uitgewerkt conform de ambities uit het koersdocument o.a. op het gebied van water en groen. De nadere uitwerking moet nog plaatsvinden in een participatieproces. 13. Er is veel aandacht voor de natuur en dat vinden we als Dorpsraad ook zeker belangrijk. Voor Udenhout is het buitengebied echter ook een belangrijk werkgebied en voor velen van economisch belang. Het begrip ‘natuurinclusief’ komt regelmatig terug, maar is nauwelijks gedefinieerd. Hierdoor is niet duidelijk welke ambities of juist beperkingen deze term beschrijft. De invulling van dit begrip ‘natuurinclusief’ en daarmee het beleid voor grote delen van het buitengebied dient in nauwe samenwerking met de betrokken ondernemers en agrariërs in het buitengebied te worden opgesteld. Daarbij willen wij scherper geformuleerd zien dat daarbij het uitgangspunt is dat economisch haalbaar ondernemen mogelijk moet blijven en dat de gemeente daar haar medewerking aan verleend. Met de coöperatie Biezenmortel is afgesproken dat zij samen met de gemeente een formulering op dit onderdeel voor het koersdocument opnemen. Dezelfde formulering willen wij dus voor Udenhout opgenomen zien.
Beide aanbevelingen zijn nu opgenomen in het aangepaste koersdocument in het hoofdstuk landbouw. Voor wat betreft Natuurinclusieve landbouw is opgenomen dat de exacte invulling van het begrip ‘natuurinclusief’ in nauwe samenwerking met de betrokken ondernemers, agrariërs en boomtelers in het buitengebied wordt ingevuld. In het herschreven hoofdstuk Landbouw is tevens opgenomen dat economisch haalbaar ondernemen in het buitengebied moet mogelijk blijven. 14. Het uitgangspunt dat de dorpen niet aan elkaar mogen groeien onderschrijven wij. De minimale afstand van 750 meter is hiervoor opgenomen. Deze afstand is wat ons betreft al heel gering. Wij zien graag opgenomen dat waar de afstand nu méér is, de grotere afstanden gehandhaafd blijven. Waar deze afstand in het gedrang komt zien we graag terug in de kaart.
62
In het koersdocument zijn bij de uitleg van de koerskaart de volgende zinssnedes toegevoegd: Op veel plekken is en blijft de afstand zelfs nog groter (dan die 750 meter). De ontwikkellocaties zijn zodanig gekozen dat er ten alle tijden minimaal 750 meter ruimte blijft tussen de dorpen. Wij zijn van mening dat dit voldoende borging is, te meer ook omdat de ontwikkelgebieden ook al staan aangeduid op de kaart. 15. Het accent in het koersdocument ligt op de ruimtelijke ontwikkelingen en de infrastructuur. Niet aan bod komt dat deze ontwikkelingen en infrastructuur ook belangrijk is voor de sociale cohesie in het dorp en dat wijzigingen in de infrastructuur ook effecten heeft op de sociale cohesie en daarmee ook op de leefbaarheid in het dorp. Wij zien graag opgenomen dat deze aspecten bij de uitwerking van plannen een belangrijke rol speelt in de afwegingen. Dit is nu toegevoegd aan de tekst over autoluwe kernen. Op de volgende manier: “De ontwikkelingen en infrastructuur in de dorpen zijn ook belangrijk voor de sociale cohesie in het dorp. Wijzigingen in de infrastructuur heeft ook effecten heeft op de sociale cohesie en daarmee ook op de leefbaarheid in het dorp. Deze aspecten spelen bij de uitwerking van plannen een belangrijke rol in de afwegingen.” 16. In aansluiting op ons vorige punt: Het hart van Udenhout wordt nu gevormd door een verkeersknooppunt.
Udenhout ontbeert een écht dorpshart. Al vaker is er sprake van dat een onderzoek in Udenhout moet plaatsvinden om te komen tot een goede, aantrekkelijke dorpskern met voldoende ontmoetingsmogelijkheden. In een koersdocument dat richtinggevend is naar 20240 moet een visie op de dorpskern en ontmoetingsmogelijkheden expliciet opgenomen zijn. In de paragraaf over Udenhout is nu het volgende opgenomen: “Om verdichtingskansen in het centrum en het lint nader in beeld te brengen wordt een Ruimtelijk Gebiedsperspectief Udenhout opgesteld. In dat kader wordt ook onderzocht hoe een goede, aantrekkelijke dorpskern met voldoende ontmoetingsmogelijkheden gerealiseerd kan worden.” Op dit moment is het niet mogelijk om dit explicieter uit te werken. Dat is onderdeel van het traject voor de visie (ruimtelijk gebiedsperspectief) Udenhout. Deze standpunten worden breed uitgedragen in het dorp, zo blijkt uit de vele reacties die Dorpsraad Udenhout heeft mogen ontvangen. Hiervoor hebben wij het koersdocument niet alleen besproken met onze adviesraden, maar vooral veelvuldig onder de aandacht van de bevolking van Udenhout gebracht, waarbij we een enquête hebben uitgevoerd. Ook de reacties naar aanleiding van de openbare bijeenkomst op 1 november jl. zijn meegenomen.
Wij gaan er dan ook, als Dorpsraad Udenhout, vanuit dat u onze punten aandachtig behandeld en verwerkt in de definitieve versie van het Koersdocument, welke ter besluitvorming aan de gemeenteraadsleden wordt voorgelegd. Wij zullen dit schrijven ook verspreiden onder de diverse fracties van de gemeenteraad. Graag zien wij u reactie tegemoet. Hierbij verzoeken wij u aan te geven waar en op welke wijze het Koersdocument wél of niet wordt aangepast naar aanleiding van onze inbreng.
63
17.
Dorpscoöperatie Biezenmortel
Mobiliteit; 1. Het stemt ons goed om na gedegen onderzoek te concluderen dat de Heusdensebaan tot aan de N65 open blijft in het Koersdocument. 2.
Het doortrekken van de Koningsoordlaan vanaf Berkel-Enschot richting Udenhout en vervolgens Biezenmortel is een ontwikkeling die wij van harte toejuichen. Dan wordt op een goede manier Biezenmortel ontsloten richting Tilburg en kunnen de inwoners van Biezenmortel ook via fietsverkeer de Tilburgse binnenstad makkelijk bereiken. Wel bestaat het risico dat er extra sluipverkeer gaat ontstaan welke via Gommelsestraat (westzijde Biezenmortel), Biezenmortelsestraat en Runsvoort richting ’s Hertogenbosch rijdt, wat nu al een bekende sluiproute is, gericht op het mijden van de drukte op de N65. Dit pleit voor een zorgvuldige ontwikkeling van het wegennet vanuit de Koningsoordlaan. We nemen dit mee bij de verdere uitwerking van de plannen.
3.
In het koersdocument wordt geen melding gemaakt van een buslijn door Biezenmortel om het dorp via OV te ontsluiten. Met de unaniem aangenomen motie van november ’23 om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor Biezenmortel om een ov verbinding met Tilburg te verkrijgen spreekt de raad vurige wens uit om Biezenmortel te ontsluiten. Dit onderzoek en deze wens zien we graag terugkomen in het Koersdocument om een OV-verbinding te verkrijgen in Biezenmortel. Dit is in het aangepaste koersdocument binnen het hoofdstuk Mobiliteit en de visie op Biezenmortel opgenomen.
4.
Gijzelsestraat – Koolhofweg en daarmee het opwaarderen van de kruising N65 staat in het concept vermeld als wellicht alternatieve ontsluiting van Biezenmortel voor de Heusdensebaan. Nu de Heusdensebaan open blijft voor verkeer is het wat ons betreft overbodig om de doorsteek van de Gijzelsestraat naar de Koolhofweg te realiseren en daarmee een anders noodzakelijke grove opwaardering van de Gijzelsestraat ook uit het koersdocument te laten. Niet omdat een opwaardering zou zorgen voor een betere ontsluiting van Biezenmortel, maar temeer omdat men veel (sluip)verkeer van andere dorpen aan gaat trekken waaronder zwaar verkeer. Niet wenselijk. We zijn het hiermee eens. De opwaardering van de Gijzelsestraat is nu geschrapt uit het aangepaste koersdocument.
Wonen; 5. De “Dorpsvisie Biezenmortel 2040” (nov. 2021) vormt de basis voor de Ontwikkelvisie Biezenmortel die nu wordt opgesteld. Het thema wonen is daardoor al in een volgende fase beland, zodat wij ten aanzien van de Oostflank hierop geen aanvullende vragen hebben. Natuur/Landschap (in relatie tot dorpsidentiteit); Biezenmortel kent een bruisend verenigingsleven wat door de jaren heen is opgebouwd en waarvan elke Biezenmortelnaar in meer of mindere mate wel gebruik maakt. Een gezond verenigingsleven is noodzakelijk om tot leefbaarheid van een dorp te kunnen komen. Daarom hebben we in onze dorpsvisie ook gekozen voor uitbreiding van het dorp gericht op het voeden van onze verenigingen en school met als doel de leefbaarheid van Biezenmortel te borgen. Typerend aan Biezenmortel daarbij is de inzet van een groot deel van de inwoners (samen de schouders er onder), wat belangrijke pijler is onder onze dorpsidentiteit. Daarnaast kent Biezenmortel een rijke historie aan landbouw-, en landbouw gerelateerde bedrijven. Een tweede pijler onder onze dorpsidentiteit wordt bepaald door het buitengebied in de huidige vorm, dit onderschrijven ook vele Biezenmortelnaren.
64
6.
De termen Natuurinclusief en Landschapsinclusief zoals in het concept-Koersdocument ingetekend op landbouwgronden leiden direct tot waardedaling van deze gronden. Natuurinclusief of Landschapinclusief kent nog geen vaste definitie, maar gaat dat wel geven op het moment dat overheid of provincie deze termen vaste waarde gaat geven. Hierdoor worden ondernemers overgelaten aan keuzes die op dit moment niet vast staan. Om ondernemers kans te geven om natuurlijke ambities te behalen maar ook met de markt mee te kunnen bewegen zien wij de aanduiding van de gronden liever terug met minder scherpe bewoordingen. Natuurinclusief wordt; Landbouw met natuurwaarden. Landschapsinclusief wordt; Landbouw met landschapswaarden. De categorie Landschapinclusieve landbouw is vervallen in de nieuwe versie van het koersdocument. Dit is allemaal geschaard onder Landbouw, met een aantal landschappelijk ambities. Voor wat betreft Natuurinclusieve landbouw is opgenomen dat de exacte invulling van het begrip ‘natuurinclusief’ in nauwe samenwerking met de betrokken ondernemers, agrariërs en boomtelers in het buitengebied wordt ingevuld.
7.
Wij zijn voorstander om vanuit participatiegedachte samen met de ondernemingen met veehouderij een analyse maken van de benodigde gronden voor toekomst bestendige houderij. Doel is om veehouderij een status quo (grootte op basis van GVE) te geven vanuit gemeentelijk oogpunt ten behoeve van landschap en voedselvoorziening. Hierbij blijft de economische waarde van deze sector ook in het gebied. Alleen landelijke wetgeving zorgt voor de kaders waarin deze houderijen opereren alsmede de ambities die op landbouwgronden liggen met natuurwaarden of landschapswaarden. We zijn zeker bereid om in de toekomstige processen samen met de ondernemingen met veehouderij, provincie en waterschap deze analyse te maken.
8.
Teelten en kwekerijen; samen met deze sector stelt gemeente een plan van aanpak op om de ambities die we omschrijven binnen landbouw met natuurwaarden en landbouw met landschappelijke waarden vorm te geven. Op de verschillende gebieden zoals gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waterverbruik en meststoffen stellen we gezamenlijk doelen. Deze doelen zullen worden gehaald met de best practices uit het gebied, een reële planning en de mogelijkheid en ruimte om te investeren. Dit is inderdaad wat we verwoord hebben in het koersdocument. We willen het stapsgewijs én samen met de sector, provincie en waterschap doen.
Economie; 9. Vrijkomende (agrarische) bebouwing, het buitengebied is al lange tijd de startmotor van bedrijvigheid voor jonge ondernemingen die niet kapitaalkrachtig zijn. Veelal is voor jonge ondernemingen de stap naar een bedrijventerrein een stap die of te groot is dan wel te kapitaalintensief. Koopsommen en huurtarieven (op commerciële bedrijfsterreinen) zijn vaak (nog) niet rendabel. Een jonge onderneming moet de mogelijkheid hebben om op kleine schaal te kunnen starten. Vrijkomende (agrarische) bebouwing is een uitgelezen kans om deze ondernemingen te laten starten, voor zij de overstap maken naar een industrieterrein of plaats waar een vaste bestemming voor de activiteit ligt. Het doel is om per vrijgekomen locatie te kijken of we een startende ondernemer (of meerdere starters) kunnen faciliteren voor de opstart van het bedrijf, met vaste restricties in tijd/FTE/Transportbewegingen etc. om ook faciliterend te blijven zijn voor startups nadat restricties van kracht gaan. We hebben dit explicieter opgenomen in het aangepaste hoofdstuk landbouw in het koersdocument. Er stonden al ambities voor VAB’s in het hoofdstuk economie. Dit is uitgebreid en opgenomen in het hoofdstuk Landbouw. 10. Recreatie in het buitengebied is in meerdere mate gelegen tegen of vlakbij natuurgebieden, al dan niet met nog een andere vorm van bedrijvigheid (teelt – veehouderij).
Met de uitbreiding van natuurgebieden wordt de druk op deze ondernemingen zodanig groot dat recreatie al snel de hoofdtak dient te worden. Dit komt voort uit de gronddruk en ambities rondom natuur. Wij zien graag meer mogelijkheden voor recreatie bedrijven rondom natuur, waarbij de recreatie tak zowel verbredend als verdiepend ontwikkeld kan worden. Dit is opgenomen in het aangepaste hoofdstuk over landbouw in het koersdocument.
65
18.
Wijkraad ’t Westend
Het document is een helder, overzichtelijk document met een hoog ambitieniveau op allerlei specifiek ruimtelijke onderwerpen voor de komende decennia. Na het document meermalen gelezen te hebben en eerdere bewonersinformatiebijeenkomsten te hebben bijgewoond onderstaand de belangrijkere vragen en aandachtspunten vanuit de Wijkraad ’t Westend: A: Zijn er mogelijke nieuwe bebouwingsmogelijkheden voorzien aan de westzijde van de wijk te weten: : Het gebied tussen het Stroomdalpad en de Kastanjestraat : Ten westen van de Appollolaan tussen Oisterwijksebaan en spoorlijn Tilburg/Oisterwijk : Ten zuiden van de Tilburgse weg tussen Willem de Zwijgerlaan en de spoorwegovergang In het koersdocument zijn bekende potentiële ontwikkellocaties opgenomen. Kleinere ontwikkelingen blijven mogelijk, mits passend binnen de uitgangspunten van het Koersdocument en de Woonzorgvisie. B: Is er een nieuwe snelfietsroute tussen Tilburg en voorzien en zo ja is het bestaande tracé de basis of wordt het tracé deels gewijzigd ( geheel langs de spoorlijn) De gemeente gaat, samen met de regio en andere belanghebbenden, onderzoek doen naar een snelle fietsverbinding tussen Oisterwijk en Tilburg. Het tracé moet nog bepaald worden, maar deze ligt bij voorkeur nabij het spoor. In 2024 hopen we hier meer duidelijkheid over te kunnen geven.
C: De verwachte verkeersintensiteitstoename door de wijk in het bijzonder de Tilburgeweg, Beukendreef en mgr. Verhoevenlaan waardoor knelpunten verwacht worden in de west/oost verbinding rondom: rotonde Poirterstraat/ Mgr. Verhoevenlaan rotonde Past. v. Beugenstraat/Tilburgseweg sluipverkeer vanuit Tilburg via de Oisterwijksebaan sluipverkeer Tilburgseweg vanuit Oisterwijk zuid toename vrachtverkeer vanuit nwe gewenste/geplande op-/afrit A58 bij Moergestel T31 een belangrijke HOV functie kan krijgen in noord/zuidverbinding niet alleen tussen de NS stations Oisterwijk en Udenhout maar ook vanuit de kern Moergestel Toename van verkeer wordt herkend. Dit vraagt om nader onderzoek wat eventuele maatregelen kunnen zijn en hoe deze ingezet kunnen worden. D: De verkeerseffecten van een geplande/gewenste tunnel onder het spoor op de Pannenschuur, indien technisch haalbaar ivm beschikbare ruimte. Bij specifieke ontwikkelingen worden ook de verkeerskundige gevolgen in beeld gebracht en deze worden meegenomen bij de afwegingen en verdere uitwerking. E: Een veilige fiets-voetgangersgebied Tilburgseweg tussen W. de Zwijgerlaan en overweg naar wijk Pannenschuur Buiten en verder. Dit punt wordt herkend, het vraagt om nader onderzoek.
F: Zijn er al initiatieven voor mogelijke inbreidingsplannen in ’t Westend bekend voor bv.: VDW garagelocatie ( eind Tilburgseweg) woning/terrein fam Ruskens ( t.o. overweg) Taxibedrijf Jansen & Jansen ( begin Tilburgseweg ) Voor de locatie VDW garage en woning/terrein fam. Ruskens zijn op dit moment geen concrete uitwerkingen in beeld. Deze locaties zijn reeds een geruime tijd als potentiële ontwikkellocaties bekend, maar worden op dit moment nog niet uitgewerkt. G: Worden de OV bus voorzieningen in de wijk gewijzigd/aangepast OV concessie gaat lopen en kan mogelijk tot wijzigingen leiden. Mocht een eventuele OV concessie consequenties hebben voor de wijk dan koppelen we dit terug.
66
19.
Buurtraad Buren van Pannenschuur VI
Reactie op koersdocument Oostflank Wij vinden een hechte samenwerking tussen Tilburg en Oisterwijk een goede zaak. Met name de integrale afstemming en aanpak van veel verschillende uitdagingen vinden wij positief. Ook de intentie om de lagenaanpak te hanteren voor meervoudige projecten vinden wij interessant. Na grondige bestudering van het koersdocument Oostflank heeft de buurtraad Buren van Pannenschuur VI de volgende vragen en opmerkingen. We hebben gekeken naar de totale samenhang van het koersdocument en specifiek naar de gevolgen voor de Pannenschuur VI. 1.
Algemeen 1.1. Wat is de bestuurlijke of juridische waarde van het koersdocument Oostflank? Kunnen er rechten of plichten aan worden ontleend? Overstijgt het de vastgestelde Woonzorgvisie van Oisterwijk? De Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat het regionale samenwerking toejuicht, maar dat dit geen eigen juridische status heeft. Het Koersdocument is een visiedocument. In het koersdocument wordt de koers uitgezet, de stip op de horizon, tot 2040. Het is geen blauwdruk over hoe de gemeente er over 10 of 20 jaar uitziet. Het koersdocument heeft geen wettelijke status maar geeft wel input voor de omgevingsvisies en omgevingsplannen van de beide gemeenten. De 1500 woningen zoals genoemd in de Woonzorgvisie als ambitie en woonbouwopgave voor Oisterwijk tot medio 2035, is een optelsom van de initiatieven en woningbouwprojecten die nu bekend zijn bij de gemeente. Maar veel van deze projecten zijn ‘zachte’ plannen, waarvan nog niet zeker is dat deze daadwerkelijk zullen uitgevoerd of wanneer hiermee wordt gestart. Ervan uit gaande dat niet alle plannen doorgaan of door verschillende omstandigheden of reden in uitvoering vertragen, wordt bij de woningbouwprogrammering gerekend met 130% bouwcapaciteit, om te voldoen aan de woonbehoefte en de woonopgave voor de gemeente vanuit de SRBT- woondeal 2022-2030.
We onderzoeken met welke aantallen woningen we in de lokale behoefte voorzien en zorgen voor blijvend vitale kernen, met voldoende voorzieningen, voldoende bereikbaarheid, infrastructuur en de leefbaarheid kunnen versterken in de kernen. Dit stemmen we zoveel mogelijk af met de regio gemeenten. Zoals dat ook in de woondeal is vastgelegd. 1.2. Waarom behelst het projectgebied Oostflank slechts een deel van de gemeente Oisterwijk? Het kaartje van het projectgebied op pagina 8 is slechts een deel van de gemeente Oisterwijk. Tegelijkertijd is het belang dat het College van Oisterwijk hecht aan de samenwerking zeer groot. Ook zijn de inspanningen die Oisterwijk levert voor deze samenwerking hoger dat die van andere deelnemende gemeenten. Hoe zijn de grensoverschrijdende samenwerkingen met andere buurgemeenten uitgewerkt? De koerskaart is een indicatieve kaart, de gemeentegrenzen zijn niet exact opgenomen in de koerskaart. De grens in de Koerskaart is niet hard. We hebben ervoor gekozen om een visie te ontwikkelen voor de dorpen en het gebied daar direct omheen. Het Koersdocument is een gezamenlijke, regionale opgave die in samenwerking met provincie, waterschap andere buurtgemeenten en overige partijen opgepakt moet worden. 1.3.
Hoe concreet zijn de afzonderlijke onderdelen in werkelijkheid uitgewerkt? Het koersdocument Oostflank geeft afwisselend inspirerende vergezichten en plannen die worden ondersteund door illustraties en kaarten, maar als deze kaarten op elkaar en op een wijk worden gelegd spreken ze elkaar deels tegen. Je kunt niet op een bodem-waterkaart ergens een waterpartij plannen en op een andere kaart op dezelfde plek een woonwijk. De visiekaarten zijn aangepast op zaken die elkaar tegenspreken, echter de koers- en visiekaarten zijn illustratief en indicatief en doet geen uitspraken over exacte percelen. 1.4. Hoe bindend zijn afspraken? Het koersdocument bevat een afwisseling van voornemens en ideeën en concrete doelen. Het aantal te realiseren woningen wordt hard gesteld. Tegelijkertijd wordt er wel een algemene Natuurdoelstelling geformuleerd, maar deze wordt niet uitgewerkt waar in de gehele oostflank dit moet, of zelfs zou kunnen landen. Ook wanneer deze doelstelling geheeld of gedeeltelijk moet zijn gerealiseerd. Dit geeft ruimte voor een grote vrijblijvendheid. 67
Het Koersdocument is een toekomstvisie op hoofdlijnen, het omschrijft een ambitie. Het Koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet maar geeft wel inzicht in de maatschappelijke opgaven. Sommige opgave en ambities, bijvoorbeeld voor wat betreft wonen, zijn kwantitatief uit te drukken, ook ivm reeds vastgestelde visies. Uitwerkingen van de genoemde thema’s vinden plaats in de uitvoering van de koers waarbij de dan passende participatie plaatsvindt. 1.5. Eisen en kwaliteit? Voor de genoemde onderwerpen per laag worden geen eisen of normen voor kwaliteit vermeld. Dit zorgt voor een grote mate van vrijblijvendheid. Het voert te ver om eisen of normeringen op te nemen in het Koersdocument, hier is het Koersdocument niet voor bedoeld. 1.6. Hoe wordt de regie gevoerd over congruente projecten? De Oostflank-samenwerking is een goed platform om congruente projecten op elkaar af te stemmen. Zo kan bijvoorbeeld de verkoop en oplevering van nieuwe woningen in de verschillende gemeenten op elkaar worden afgestemd. Hiermee kan aanzuigende werking van een enkel project worden verminderd en ongewenste prijsopdrijving worden gemitigeerd. Dit wordt nader vorm gegeven in de uitvoering van het Koersdocument. Er zal frequent bestuurlijk overleg plaatsvinden tussen beide gemeentes om de uitvoeringsparagraaf te monitoren en daar waar nodig bij te sturen. 1.7.
Hoe wordt er omgegaan met bestaande opgaven? Bepaalde opgaven worden specifiek genoemd, zoals het toewijzen van 50 Ruimte voor Ruimte paspoorten, maar bijvoorbeeld de vergroeningsopgave van de gehele Pannenschuurwijk wordt niet vermeld. Een volledig overzicht van bestaande relevante opgaven is een belangrijke toevoeging voor het koersdocument Oostflank. Voor wat betreft de Pannenschuur gaat het over 30 RvR titels. Bestaande relevante opgaven worden benoemd en meegenomen bij de uitwerking per deelgebied. 1.8. Wie is de eigenaar van de Oostflank samenwerking? In het document wordt geen correspondentieadres of verantwoordelijke persoon vermeld voor vragen of opmerkingen. Het ontbreken van duidelijk eigenaarschap of aanspreekpunt is een gemis. Gemeente Tilburg en gemeente Oisterwijk zijn gezamenlijk opdrachtgever voor het Koersdocument. Dit is weergegeven op de laatste pagina van het document. 2. Natuur 2.1. Wij hebben kennisgenomen van de opmerkingen op het koersdocument Oostflank van het Biodiversiteit team en de Duurzaamheidsvallei en ondersteunen de door hen gestelde vragen en opmerkingen volledig zonder uitzondering. 3. Wonen 3.1. Wordt Pannenschuur VI gerealiseerd conform de uitganspunten van het SRBT? De uitgangspunten van SRBT zijn: 1. Bodem en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen.
2 We realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie. 3 De juiste woning op de juiste plek. 4 Versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid. 5 Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking Er worden al lange tijd plannen gemaakt voor Pannenschuur VI. Er zijn de afgelopen jaren verschillende voorstellen en presentaties gemaakt. Nu er nieuwe uitgangspunten zijn vastgesteld in SRBT verband is het redelijk en billijk om de ontwikkeling van Pannenschuur VI volledig langs deze vertrekpunten te leggen. Hierin zal ook naar voren komen dat er een rijke natuur aanwezig is die veel verschillende diersoorten aanwezig zijn in het gebied: vleermuizen, fazanten, dassen, herten, buizerds, egels, spechten, egels, etc. Dit is ook een belangrijke reden om de verstening van het historische coulisselandschap opnieuw af te wegen. Pannenschuur is een van de sleutellocaties die zijn vastgesteld in de woondeal SRBT. Daarbij worden dus de uitgangspunten die zijn verwoord meegenomen. Daarnaast is het koersdocument een verdere uitwerking van het SRBT en zijn de uitgangspunten in lijn met elkaar. 3.2. Inbreiding voor uitbreiding: is de ladder van duurzame verstedelijking correct toegepast op pannenschuur VI/buitengebied? De lokale woningbouwbehoefte van de gemeente Oisterwijk voor de komende tien jaar is 960 woningen. De bovenlokale woningbouwbehoefte is 540.
Dit is de vastgestelde opgave uit de woonzorgvisie 2022-2027 voor 68
de periode t/m 2030. De totale woningbehoefte voor de komende tien jaar is daarmee vastgesteld op 1.500. Dit vertaalt zich concreet naar 150 woningen per jaar. De gemeente Oisterwijk is primair gericht op de ontwikkeling in de buitengebieden (Oostelvoortjes, Pannenschuur VI en Haarendael). Dit is niet in overeenkomst met de besluiten in de woonzorgvisie én de Ladder voor duurzame verstedelijking, dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Onderstaand overzicht laat zien dat met de huidige initiatieven de reden om in het buitengebied woningen te realiseren kom te vervallen. Plancapaciteit gemeente Oisterwijk 2023 Binnen de bebouwde kom
Aantallen Buiten de bebouwde kom
Aantallen
Haaren (Kern)
200 Haaren (Haarendael)
300
Moergestel (Kern)
200 Haaren (ri N65)
120
Moergestel (Noord)
185 Moergestel (Oostelvoorntjes)
250
Oisterwijk (West) Moestuinen ?
75 Oisterwijk (Pannenschuur VI)
250
Oisterwijk (Kern)
250 Oisterwijk (sportvelden)
30
Oisterwijk (Leerfabriek)
350
??
Overige initiatieven (niet gestimuleerd)
?? Overige initiatieven (niet gestimuleerd)
??
Plancapaciteit binnen de bouwde kom
1260 Plancapaciteit buiten de bebouwde kom
950
Met de huidige 1260 woningen die op dit moment kunnen worden gerealiseerd, komt de gemeente ruimschoots tegemoet aan haar eigen verplichtingen voor de komende jaren. Het lijkt ons onredelijk om met het oog op woningbehoefte in de toekomst, als éérste te beginnen in een gebied dat daar het meeste mee te verliezen heeft. Is het niet verstandiger om eerst alle bestaande projecten te realiseren en alleen als blijkt dat het echt niet anders kan waardevol natuurlandschap te verstenen? In de woonzorgvisie Oisterwijk 2022-2027 (hierna woonzorgvisie Oisterwijk) heeft de gemeenteraad de keuze gemaakt, om meer te bouwen dan provinciale prognose. De raad wil 1500 woningen toevoegen aan de bestaande woningvoorraad in de gemeente en verspreid over de vier kernen gemiddeld 150 woningen per jaar bouwen. In plaats van 96 woningen per jaar volgens de prognoses en woonbehoeften berekening van de provincie in 2021. Met de ambitie van de gemeenteraad om meer woningen te bouwen dan de lokale woonbehoefte in de gemeente, wil de raad ook een bijdrage leveren aan de grote vraag naar betaalbare woningen vanuit de regio Hart van Brabant. Het woningmarktonderzoek dat voor de woonzorgvisie Oisterwijk in 2021 is uitgevoerd, liet al zien dat er een grote druk op de woningmarkt van Oisterwijk en de regio Hart van Brabant staat.
Zo wijken veel mensen vanuit de Tilburg en ook ’s-Hertogenbosch uit naar Oisterwijk. Zij kunnen ook vaak meer bieden dan de lokale woningzoekenden, omdat ze hun woning met veel overwaarde kunnen verkopen. Er is hierdoor echter geen sprake van verdringing van lokale woningzoekenden, die ook graag een in aanmerking willen komen voor een koopwoning in Oisterwijk. Het probleem is meer, dat er nu nog onvoldoende betaalbare koopwoningen worden gebouwd. Daarom zetten we in lijn van de woonzorgvisie en SRBT- woondeal 2022-2030 bij alle woningbouwprojecten in op de bouw en concreet aanbod van 75% betaalbare woningen (huur en koop). Met de focus op passende huisvesting voor senioren en betaalbare woningen voor jonge gezinnen en starters. 3.3. Is het landschap leidend voor de ontwikkeling van Pannenschuur VI? De structuurvisie voor Pannenschuur VI is een prachtig document met veel foto’s van lanen met bomen, beekjes en wandelpaden. Echter, de concrete invulling van in totaal 250 woningen geven een totaal ander beeld. De reële invulling zal zeer sterk lijken op de bebouwing van de andere wijken van de Pannenschuur. Als je 11,7 ha deelt door 250 percelen, dan wijkt de gemiddelde perceel grootte niet veel af van de huidige Pannenschuur. Het is opmerkelijk te noemen dat in geen enkele schets het daadwerkelijk aantal woningen is geprojecteerd.
Volgens ons is het onmogelijk om op basis van de huidige uitganspunten een wijk te realiseren met landelijke uitstraling, houtwallen, bossen wandelpaden en lanen. We dagen hiermee het projectteam van de Oostflank uit om een presentatie te verzorgen die recht doet aan de vertrekpunten van het koersdocument Oostflank én de gepresenteerde structuurvisie voor Pannenschuur VI. 3.4. Is de woonbehoefte van de dorpsbewoners leidend? 69
De woonbehoefte van Oisterwijk is vastgesteld op 960 woningen, te realiseren over een periode van tien jaar. Bovenop deze aantallen heeft Oisterwijk vrijwillig zich opgeworpen om extra 540 woningen te realiseren, met name voor mensen die nog niet in onze gemeente wonen. Hoe zal Oisterwijk ervoor zorgen dat de nieuwe woningen daadwerkelijk toevallen aan eigen inwoners? De provincie werkt nu aan een drie jaarlijkse woonbehoefte onderzoek voor de regio Oost- Brabant, waarvan het onderzoeksresultaat in Q2 2024 beschikbaar is. Ook voor Oisterwijk wordt een extra (verdiepings) onderzoek uitgevoerd naar de lokale woonbehoefte. Uit de recente bevolkingsprognoses van de provincie blijkt dat de migratie in de regio in de komende jaren zal toe nemen en daarmee ook de vraag naar woonruimte. De verwachting is ook de woonbehoefte voor de regio Oost- Brabant voor de langere termijn zal toenemen en leiden tot meer vraag naar woningen. Oisterwijk heeft nog fysieke ruimte om extra woningen te bouwen (Oostflank) in de toekomst en zoekt daarom naar mogelijkheden om ook na 2035 te kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar woningen. 3.5.
Hoe kan de Gemeente Oisterwijk bewaken dat sociale woningcategorie echt sociaal blijft en ook niet ten prooi valt aan speculatie? Veel woningen bouwen is geen garantie op het goed bedienen van de eigen dorpse vraag naar betaalbare woningen, gelet op de vraag en druk van buitenaf. We zetten daarom in op de regie van de bouw van woningen, die aansluiten bij de woonbehoefte van nu en in de toekomst. Met het motto: de juiste woning op de juiste plaats. Hierbij maken we gebruik van privaat- en publiekrechte instrumenten, zoals een doelgroepenverordening, anti-speculatiebeding en zelfbewoningsplicht voor nieuwbouwwoningen in het sociaal en middensegment. Hierdoor blijven de woningen voor langere tijd bereikbaar en beschikbaar voor de lage inkomens. 3.6. Hoe voorkomen we het aan elkaar groeien van stedelijke gebieden? De ecologische verbindingszone loopt langs de N65. In de woonzorgvisie is gekozen om de verschillende kernen niet aan elkaar te laten groeien. Hiervoor is een afstand van 750m vastgesteld. Dit is overgenomen in het koersdocument Oostflank. Oisterwijk grenst aan de N65. Berkel-Enschot mag bouwen tot aan de N65. Dit houdt in dat in een zone van 750m langs de N65 niet gebouwd mag worden. Pannenschuur VI valt hier gedeeltelijk in. Deze nieuwe besluitvorming beïnvloed de bestaande plannen m.b.t. Pannenschuur VI.
Dit is ook een reden om de gemaakte besluiten tegen het licht te houden. Conclusie Het Koersdocument Oostflank is op z’n best een goede bundeling van wensen, ideeën, ontwikkelingen en visievorming. Maar het is ook een wolf in schaapskleren. Onder de mooie illustraties schuilt een grote mate van procedurele onduidelijkheid en bestuurlijke vrijblijvendheid. Respectievelijke colleges kunnen velerlei rechten ontlenen aan het koersdocument waar gemeenteraden lastig nog invloed op kunnen uitoefenen. Pas als een R.O.-plan of bestemmingsplan is ontwikkeld en ter inzage ligt kan inhoudelijk worden gereageerd. Dit sluit niet aan bij de geest van vroegtijdige samenwerking tussen stakeholders, terwijl dat de wel intentie is achter de pan-regionale samenwerking. De fixatie t.o.v. Pannenschuur VI is opmerkelijk te noemen in een document dat voornamelijk vergezichten en voornemens beschrijft. Dit lijkt op een grote mate van en vooringenomenheid en staat een creatieve dialoog in de weg. Terwijl de informatie en participatiefase van het Koersdocument Oostflank nog loopt zijn er al afspraken en stappen gezet in de bebouwing van Pannenschuur VI.
Hierbij valt op: - Er is niet gekeken naar de bodemkwaliteit - Er is niet gekeken naar de aanwezige natuur of diersoorten - Er is niet gekeken naar cultuurhistorie - Er is niet gekeken naar financiële haalbaarheid van het realiseren van 200 woningen - BBP is al 15 jaar eigenaar van verschillende percelen in Pannenschuur VI Daarom zijn wij van mening: o Woningen realiseren in Pannenschuur VI past niet bij de uitgangspunten van Ladder van duurzame verstedelijking: Inbreiding voor uitbreiding. o De huidige plannen voldoen niet aan de lagen benadering van SRBT/Koersdocument Oostflank. De bodem is deels vervuild en er is geen enkele ondergrondse infra aanwezig. o Het verstoort waardevol cultuurhistorisch landschap o Het verstoort waardevolle en beschermde dierpopulaties o Het is niet nodig om te bouwen in het buitengebied. De bestaande bouwopgave is toereikend. 70
Het Koersdocument Oostflank bevat geen haalbaarheidsstudies, effectrapportages of doorrekeningen. Tijdens de informatiebijeenkomst op het gemeentehuis van Tilburg spaken zowel een woningbouwvereniging als projectontwikkelaar BPD hun zorgen uit over de (financiële) haalbaarheid van de plannen. De ontwikkeling van woningen moet voldoen aan veel eisen en wensen. Tegelijkertijd wordt de uitvoering overgelaten aan marktpartijen. Dit staat op gespannen voet met elkaar. Namens de Buurtraad Buren van Pannenschuur VI
71
20.
Buurtraad Heukelom
WONINGBOUW - 1 Een definitieve scheidslijn tussen stedelijke bebouwing Oisterwijk en het landschappelijke Heukelom doormiddel van een groene buffer bestaande uit bijvoorbeeld bebossing en/of houtwallen is daarom een uitermate sterke wens vanuit de Heukelomse gemeenschap. Verder zou het voorstel zijn dat er een strook van1oo·meter open blijft gemeten vanaf de nieuw te bouwen woningen t.o.v. de historische bebouwing in Heukelom en t.o.v. de bestaande wegen rondom het ontwikkelingsgebied. Daarnaast is verdere uitbreiding tot aan de Hoog Heukelomseweg ongewenst. De woorden van landschapsarchitect Strootman; "Laat tussen de dorpen een afstand van 750 m onbebouwd , passen volledig bij de visie van Heukelom. Dit geldt dus ook voor Ruimte voor Ruimte.(RvR) woningen.Als we kijken naar de dichtstbijzijnde bebouwing van BerkelEnschot (Jan Tinbergenlaan) tot de rand van de'beoogde wijk Pannenschuur 6 dan is er nog net 750 m ruimte over, maar feitelijk ligt daar nog hinderlijk de N65 tussen en kun je al niet meer spreken van een "open te beleven gebied" van 750 m (zie afbeelding links - rode stippellijn). Er is gebleken dat er bij zowel de jongere, uit-huis-gaande Heukelommers, als bij de oudere buurtgenoten die kleiner willen gaan wonen, de grote behoefte is om dit binnen de Heukelomse grenzen te kunnen doen.
We zouden het daarom bijzonder op prijs stellen als in het stedenbouwkundig plan van pannenschuur 6 ruimte wordt opgenomen voor een kleinschalige collectieve woonvorm waarin zowel de oudere als de uit-huis-gaan- de Heukelommer zich zou kunnen vestigen om zodoende in ons buurtschap woonachtig te kunnen blijven. Deze collectieve woonvorm zou bij voorkeur gesitueerd worden aan de rand van Pannenschuur 6 op de meest zuidwestelijke locatie (zie afbeelding links - oranjedriehoekl. Voor deze collectieve woonvorm hebben we, net zoals bij de overige pannenschuur 6 randen, een groene afscheiding voor ogen als grensgebied t.o.v. de overi- ge bebouwing in pannenschuur 6. Dit om het gevoel te ondersteunen dat het daadwerkelijk onderdeel van Heu- kelom uitmaakt en niet van de stedelijke nieuwbouwwijk. Daarnaast heeft de Heukelomse gemeenschap zich uitgesproken tegen het, in grote getalen, bouwen van RvR woningen in Heukelom. Het overgrote deel van de Heukelomse gemeenschap is groot voorstander van slechts een beperkte hoeveelheid toegestaneR-ontwikkelingen. Op basis van de enquêteresultaten varieert dit aan- tal grotendeels tussen de maximaal 1 tot maximaal 10 woningen per 10 jaar. Gemiddeld komt dit aantal uit op afgerond maximaal 3 RvR-woningen per 5 jaar.
Tevens zijn wij als gemeenschap van mening dat, mocht er on- der voorwaarden toch RvR-ontwikkelingen plaatsvinden, de bijbehorende RvR-titel(s) afkomstig moeten zijn van een in de gemeente Oisterwijk beëindigd landbouwbedrijf. Er liggen contractuele afspraken onder de RvR titels. Deze zijn niet eenzijdig aan te passen. Daarom is niet af te dwingen dat de bijbehorende RvR titels afkomstig zijn van een in gemeente Oisterwijk beëindigd landbouwbedrijf. Binnen de zoeklocatie voor WVG zijn voor 30 Ruimte voor Ruimte titels opgenomen. Een klein deel hiervan ligt binnen de 750 meter. Echter de uitgeefbare clusters mogen gezamenlijk maximaal 10% van de oppervlakte van het gebied beslaan. Het bebouwingspercentage is maximaal 25%. De rest van het landschap wordt vrij gehouden en inricht met landschapselementen. Het zijn kleine clusters met een landschappelijke afronding. Dit is aangepast in de kaart van Pannenschuur VI. We moeten kritisch kijken naar de invulling van de RvR titels. Maar ook RvR kijkt naar de actuele vraag naar woningen. Daarbij gaat het ook om kleinere woningen voor bijvoorbeeld jongeren of senioren, en niet alleen meer ruimte kavels met soortelijke bebouwing.
72
73
VERKEER & VEILIGHEID Het autoverkeer dat vanuit (het zuidwestelijk deel van) Oisterwijk richting Tilburg en de N65 gaat, rijdt voorna- melijk via de Heukelomseweg en in mindere mate ook via de Oisterwijksebaan en de Hoevenseweg (sluipver- keer). Vooral de Heukelomseweg is drukbezet. Temeer omdat deze weg ook intensief gebruikt wordt door leveranciers (veevoer-, melk- en vee-vervoer) en landbouwverkeer gedurende de oogstperiodes. Ook het toerisme zorgt voor extra verkeer op de genoemde wegen. Hierdoor is ook oversteken bij de zijwegen een uitdaging. Wij als buurtschap vragen aandacht voor deze problematiek al beseffen wij dat dit geen eenvoudige opgave is. Elke nieuwe stedelijk uitbreiding grenzend aan Heukelom gaat logischerwijs ook extra verkeersbewegingen opleveren. Het is voor Heukelom van het grootste belang dat de gemotoriseerde verkeersafwikkeling_echter niet Door of via Heukelom plaats vindt. Het historische en landelijke beeld van Heukelom zal bij een drukkere verkeersstroom verder worden aangetast in kwaliteit, leefbaarheid en, niet onbelangrijk, verkeersveiligheid. En dat is iets wat onze inwoners absoluut willen voorkomen. Extra ontsluitingen, vanuit bijvoorbeeld Pannenschuur 6, door Heukelom zouden desastreus zijn voor de identiteit en het landschappelijke karakter wat Heukelom reeds sinds jaar en dag typeert en is voor Heukelom dan ook uit den boze.
De beste oplossing is volgens ons om het verkeer te laten lopen via de (te verbreden) Pannenschuurlaan, er is daar geen sprake van een historische bebouwing en de aansluiting bij de N65 is beter te regelen. Nogmaals, wij beseffen dat de ontsluitingsproblematiek niet eenvoudig is en er zal goed moeten worden ge- zocht naar een oplossing die geen afbreuk doet aan het landschappelijke karakter van Heukelom. Een passende ontsluiting is voorwaarde voordat een nieuwe locatie ontwikkeld kan worden. Onderzoeken rondom mobiliteitsvraagstukken worden vooraf uitgevoerd en meegenomen in de ontwikkeling. De buurtraad zal hierbij betrokken worden.
74
21.
Bewonerscollectief Kerkhoven Oisterwijk
Reactie op (concept) Koersdocument Oostflank Aan:
Gemeente Oisterwijk, t.a.v. projectleiding (concept) Koersdocument Oostflank Van:
Bewonerscollectief Kerkhoven Oisterwijk (ca. 45 huishoudens uit de Spreeuwenburgerweg, Kreitenstraat, Pannenschuurlaan, Langvennen-Oost en Molenacker) In het kader van een integrale gebiedsontwikkeling in de kernen Berkel-Enschot, Biezenmortel, Haaren, Moergestel, Oisterwijk, Heukelom en Udenhout is in 2021 door de gemeenten Tilburg en Oisterwijk opdracht gegeven om in een zo breed mogelijk overleg te komen tot een ‘concept Koersdocument Oostflank’. Conform uw verzoek tijdens de inloopavond van 25 oktober jl. willen wij hierbij graag onze opmerkingen op het voorliggende concept Koersdocument bij u kenbaar maken. Indien e.e.a. u niet duidelijk is, of indien u vragen heeft over onze inbreng, willen wij u uiteraard graag bijpraten. 1. Kwaliteit van samen iets doen Het concept Koersdocument is tijdens de in oktober 2023 gehouden inloopavonden aan de bewoners voorgelegd. Voor de bewoners van Oisterwijk en Heukelom was dit op 25 oktober 2023. Helaas hebben wij moeten constateren dat deze inloopavond voor de meesten onder ons meer vragen heeft opgeroepen dan dat hierdoor duidelijkheid is verschaft. Die onduidelijkheid heeft vooral te maken met de manier van presentatie van het plan.
In plaats van een algehele presentatie waarbij met stappen uitleg gegeven kon worden over het plan (met mogelijkheid tot het stellen van vragen), is gekozen voor het ophangen van kaarten van diverse onderdelen van het plan. Deze kaarten waren helaas niet voor iedereen technisch goed herkenbaar en dus ook niet te beoordelen. Wij vonden het een beetje een ‘zoek het zelf maar even uit verhaal’. Jammer, en een gemiste kans. Overigens vonden wij de avond vanwege een grote opkomst in een te kleine ruimte erg rommelig en onoverzichtelijk. Daarnaast weinig en gevaarlijke parkeergelegenheid. Tip: organiseer dit soort bijeenkomsten een volgende keer bij voorkeur op een centrale locatie, met meer ruimte, bereikbaar op fietsafstand en voldoende en veilige parkeergelegenheid. In het kader van interactief beleid had naast het organiseren van inloopavonden natuurlijk ook gekozen kunnen worden voor het vormen van klankbordgroep(en). 2. Raadsplein op 28 november 2019 Op deze bijeenkomst werd de ‘Gebiedsvisie bedrijventerrein, noordzijde Nijverheidsweg e.o.’ besproken. In deze gebiedsvisie werd de locatie aan de Bedrijfsweg genoemd als een van de mogelijke locaties voor het realiseren van een nieuw bedrijventerrein. Deze plannen waren nieuw voor ons bewonerscollectief Buurtschap (Oud)-Kerkhoven, wij hadden daarover geen enkele informatie ontvangen, waren onaangenaam verrast en verbolgen.
Realisatie van deze grootschalige plannen zouden ingrijpende en niet te herstellen negatieve consequenties hebben voor het betreffende gebied in het algemeen en voor ons als bewoners in het bijzonder. Als direct aanwonenden en belanghebbenden ageerden wij met klem tegen deze plannen omdat meer bebouwing op Kerkhoven (en zeker op genoemde locatie) onwenselijk is. Immers, in de afgelopen decennia heeft Kerkhoven al veel kostbaar gebied ingeleverd voor vooral economische doelstellingen. Dit alles ondanks diverse eerdere toezeggingen dat de lijn Bedrijfsweg- Pannenschuurlaan de uiterste uitbreidingslijn zou blijven. De Spreeuwenburgerweg ligt in het hart van Kerkhoven. Vanuit de Spreeuwenburgerweg is het zicht op de eeuwenoude akkers rondom en de Kerkhovense molen het mooiste uitzicht wat je in Oisterwijk kan vinden. Vanuit de molen geniet je van eenzelfde uitzicht in de richting van groen Kerkhoven. Als je Oisterwijk binnen rijdt via de Pannenschuurlaan rijd je recht op de molen, tussen het groen, met doorzichten naar de 75
landerijen; het is een magnifieke entree, hier komt een Oisterwijker thuis. Met succes pleitten wij er toentertijd voor om de besluitvorming met betrekking tot de transformatie van een deel van het huidige bedrijventerrein Kerkhoven (Sprendlingenstraat/ Nijverheidsweg) naar woningen, los te koppelen van de besluitvorming over een eventuele alternatieve locatie om nieuwe bedrijfslocaties te ontwikkelen. Belangrijk voor ons was dat wij bij brief van 20 januari 2020 de toezegging kregen dat indien de locatie Bedrijfsweg, los van de gebiedsvisie, in de toekomst ontwikkelt zou gaan worden, hiervoor een aparte ruimtelijke procedure zou worden doorlopen. Onderdeel van deze procedure zou zijn een onderzoek of de gewenste functies ruimtelijk inpasbaar zijn en communicatie/participatie van de omwonenden hierin. Onze vragen Is het onderzoek of de gewenste functies ruimtelijk inpasbaar zijn inmiddels doorlopen? En zo ja, wat is de uitkomst daarvan en waarom zijn wij daar conform de afspraak niet bij betrokken? Nee, dit onderzoek is nog niet doorlopen. 3. Eerdere input Op o.a. 28 november 2022 zijn voor belanghebbenden en andere geïnteresseerden inloopavonden georganiseerd met het doel reacties/meningen/adviezen ‘op te halen’ met betrekking tot wat zij belangrijk vinden voor het Koersdocument.
Van onze aangegeven opmerkingen zien wij helaas weinig tot niets terug in het voorliggende concept Koersdocument van september 2023. Onze vraag Wat is er gedaan met de eerdere reacties en inbreng van omwonenden en andere belanghebbenden naar aanleiding van de info-/bewonersavonden van o.a. 28 november 2022? De vragen en opmerkingen welke bij de bewonersavonden zijn gemaakt, zijn verzameld. Input is meegenomen in de verdere opstelling van het concept Koersdocument. Echter participatie betekent niet dat alle gegeven input meegenomen of verwerkt wordt. De opgaven zijn complex, ontwikkelingen raken veel betrokkenen en de belangen zijn soms tegenstrijdig. In het koersdocument Oostflank bepalen we onze gezamenlijke ambities, maar stellen we ook prioriteiten en maken we keuzes. 4. ‘Verstening en verdozing’ Binnen het concept Koersdocument is helaas weinig of geen aandacht voor het probleem van ‘verdozing’ van bedrijventerreinen en de nadelige gevolgen voor het aanliggende landschap. Ook wij maken ons daarover grote zorgen. Daarom hebben wij samen met 7 andere verontruste bewoners- en belangengroepen uit heel Brabant bij brief van 14 februari 2020 aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Brabant hierover onze zorgen geuit.
Omdat diverse onderwerpen die in deze brief naadloos aansluiten bij het concept Koersdocument, vinden wij het waardevol om deze brief als bijlage toe te voegen. De brief is in goede orde ontvangen. 5. Inhoudelijke reactie op Koersdocument Oostflank Het concept Koersdocument telt maar liefst 100 pagina’s. An sich prima natuurlijk, maar de tijd die u ons gunt om daarop te reageren (16 dagen tussen inloopavond van 25 oktober en de uiterlijke reactietermijn van 10 november) vinden wij bijzonder kort. Een goede afstemming met de medeondertekenaars van deze brief is nauwelijks mogelijk gebleken. Toch hebben wij geprobeerd om zo gedetailleerd mogelijk te reageren. We sluiten echter niet uit dat er later in het proces nieuwe bezwaren ontstaan. U vraagt ons om in korte tijd bezwaar in te dienen met betrekking tot een voor ons totaal nieuwe situatie. Het is voor ons dus lastig om te verbeelden wat hier de risico’s van zijn en wat de impact zal zijn op onze leefomgeving. We behouden onszelf derhalve het recht voor om ook na 10 november 2023 eventuele relevante zaken aan u kenbaar te maken. Het concept Koersdocument Oostflank heeft vanaf 21 september 2023 ter inzage gelegen. Vanaf dat moment was het concept Koersdocument te downloaden en in te zien op de website.
Hieronder onze inhoudelijke opmerkingen en vragen met betrekking tot het concept Koersdocument welke op 25 oktober 2023 is gepresenteerd. 76
Voorwoord (blz.2) “Doel van het Koersdocument is dat het gebied zich in de periode tot 2040 verder kan ontwikkelen tot een gebied met sterke natuur, passende mobiliteit, voldoende woningen en een sterke lokale economie.” Onze opmerking en vraag Wij slaan aan op de term ‘natuur’. Wat is de definitie van ‘natuur’? Wat is een Nederlands landschap? Nederland heeft 'boerennatuur', maar dat lijkt u vergeten te zijn. Met Natura 2000 willen we sterke natuurgebieden beschermen. De natuur, planten en dieren mogen in deze kansrijke gebieden niet verslechteren. Tegelijkertijd investeren we ook in natuurgebieden die er slecht voor staan. Maar het rijke cultuurlandschap waar het grootste deel van Nederland uit bestaat is niet in deze richtlijnen opgenomen. We zien natuur en landbouw als twee verschillende entiteiten, geloven in minder landbouw en meer natuur maar zijn vergeten te definiëren wat we bedoelen met natuur. Daardoor valt een belangrijk aspect van Nederland buiten de boot: het verwevingsgebied tussen natuur en boerenland. Er zal blijkens de integrale koerskaart ook in Oisterwijk op termijn 700 ha van deze zogenoemde ‘boerennatuur’ verdwijnen. Bent u het met ons eens dat dit enorm jammer zou zijn? Om de maatschappelijke urgenties aan te pakken moeten de gronden anders worden gebruikt. Er verdwijnt geen 700 ha boerennatuur.
In totaal gaat er 700 ha landbouw verloren, waarvan 500 ha naar natuur gaat en 200 ha naar bebouwing. Verder wordt ca. 1200 ha landbouw omgezet naar natuurinclusieve landbouw, maar dit is dus nog steeds landbouw. Voor duidelijkheid zullen categorieën A & B (landbouw en lanschapsinclusieve landbouw) samengevoegd worden als landbouw (met wel nog steeds landschappelijke ambities). De landbouwtransitie kan er voor zorgen dat rondom Natura2000 gebieden weer in balans komen met de belangen op bodem, water en ecologie. Schematische weergave van koers (blz. 4). “Duurzame landbouw in een aantrekkelijk landschap.” Onze opmerking Behoud van goede/geschikte (landbouw)grond en aantrekkelijk landschap dus! Dit impliceert ook het behoud van onbedekt (niet bebouwd/onverhard) oppervlak. Ook van belang met het oog op klimaatadaptatie, waterinfiltrerend oppervlak, CO2-opslag, e.d. Ja, maar wel in een bredere belangenafweging dan alleen landbouw. Inleiding (blz. 7). “Opgave nr. 6: Bereikbaar blijven.” Onze opmerking en vraag De Pannenschuurlaan en Bedrijfsweg zijn nu al meer dan overbelast. Op beide wegen maar vooral op de Bedrijfsweg is de situatie momenteel zo ernstig dat 5 tot 6 keer per dag het verkeer muurvast staat. Dit geeft veel extra geluidsoverlast en uitstoot. Wij hebben sterk het vermoeden dat de uitstoot zodanig is dat nu al wettelijke normen worden overschreden.
Dit zal met de komst van extra bedrijvenlocaties snel verergeren. Dit zorgt naast drukte en overlast ook voor een grote mate van verkeersonveiligheid en vormt een risico ten aanzien van de bereikbaarheid voor hulpdiensten, ten tijde van eventuele calamiteiten. Hoe denkt u de intensiteitsproblemen op de Pannenschuurlaan en Bedrijfsweg op te gaan lossen? En kunt u garanderen dat de huidige en toekomstige uitstoot geen onaanvaardbare risico’s oplevert ten aanzien van de volksgezondheid? De toename van de automobiliteit is een maatschappelijk fenomeen. Als onderdeel van het bereikbaar houden van de (auto)wegen streven we naar meer fietsmobiliteit. In het Koersdocument is toegevoegd dat de drukte op de Pannenschuurlaan gevolgen heeft voor de oversteekbaarheid en de veiligheid. Dit is een opgave die nader uitgewerkt moet worden. Dit geldt voor meerdere wegen in de kern Oisterwijk. “Wij gaan aan de slag om het klimaat robuuster te maken, door bodem en water sturend te laten zijn. Dit doet we onder meer door de sponswerking van de bodem te vergroten en…”. Onze opmerking 77
Door eeuwenlang gebruik (en toevoegen organische stof) is sponswerking op de locatie Bedrijfsweg al groot. Als ter plaatse gebouwd gaat worden, wordt alles teniet gedaan. Wij volgen het beleid van de Watertransitie van Waterschap de Dommel om meer water op de koppen en flanken vast te houden. Uitgangspunten (blz. 10) “Een van de belangrijkste uitgangspunten van Oostflank SRBT is volgens het rapport het toepassen van een zogenaamde lagenbenadering, waarbij de onderste laag randvoorwaarden stelt aan de bovenliggende lagen. Voorts is er de ambitie om primair in te zetten op natuur- en landschapsontwikkeling.” Onze opmerkingen In geval van de voornaamste ontwikkellocatie voor uitbreiding van bedrijventerreinen in Oisterwijk, zijnde de Bedrijfsweg, betreft de onderste laag cultuurlandschap /cultuurhistorisch waardevol gebied. Waarom wordt waardevol cultuurlandschap dan toch aangeduid als uitbreidingslocatie voor bedrijven? Dat staat haaks op de uitgangspunten en ambitie. Hiermee lijkt sprake te zijn van willekeur; "Dit zijn onze uitgangspunten en ambitie, wanneer ons dit echter niet uitkomt, dan wijken we hier van af...". Uit nader onderzoek zal moeten blijken of de bedrijfsweg een geschikte locatie voor een werklocatie is. Uitgangspunten (blz. 10).
“We zetten primair in op natuur- en landschapsontwikkeling met een kwantitatieve ambitie om minimaal 500 hectare nieuwe natuur - waarvan 200 hectare bos -, 20 strekkende km houtwallen en singels, en 20 strekkende km lanen te ontwikkelen.” Onze opmerking Dit lijkt ons een sociaal gewenste weergave/beschrijving van de werkelijkheid. Je wilt meer natuur, maar in feite haal je alleen maar (bestaande) natuur weg! Als hier primair op wordt ingezet, waarom moet reeds bestaand (cultuur)landschap dan wijken voor bedrijventerrein? Wij zeggen: het mooie wat je al hebt behouden en koesteren! Natuur kan heel goed gecombineerd worden met een agrarisch cultuurlandschap. Uitgangspunten blz. 10). “We kiezen eerst voor passende inbreiding en transformatie van bestaande bebouwing dan voor uitbreiding…” In het Bestuursakkoord 2021-2026 valt te lezen onder het kopje “Bedrijventerreinen en bedrijvigheid”: “We richten ons primair op revitalisering van bestaande bedrijventerreinen, maar we kijken ook naar mogelijkheden van nieuwe terreinen…” Onze opmerking en vraag Ons is toegezegd dat de verschillende alternatieven met elkaar zouden worden vergeleken. In de begroting van 2023 staat echter weer alleen specifiek de locatie ‘Bedrijfsweg’ vermeld voor aanvullend onderzoek. Het is voor ons onduidelijk of er in het verleden iets met de genoemde toezegging is gedaan en zo ja, wat.