6 Reacties professionals incl. reactie op deze reacties
Tekst van het document
In het boomteeltontwikkelingsgebied werken we samen met de sector aan een afwisselend mozaïeklandschap.” Visie buitengebied Oisterwijk 2022 In het kader van het koersdocument maken we een nadere uitwerking van de visie buitengebied 2022, door op hoofdlijnen te kijken naar percelen die we meer en minder geschikt achten voor boomteelt, gezien de andere opgaven in het gebied, voornamelijk op het gebied van (grond)water, bescherming van beekdalen, nabijheid natura2000, openheid van het landschap en extensivering van de landbouw. Zonering In het koersdocument wordt nu specifiek een hele concrete uitspraak gedaan over de zones van ca. 500m rondom de natuurgebied én de beekdalen. Het bepalen van de precieze afstand van deze overgangszone is mede ook afhankelijk van de GGA- processen. Maar in deze zones willen we wel met elkaar toewerken naar natuurinclusieve vormen van landbouw en boomteelt. Het gaat hierbij om het produceren van voedsel en gewassen in harmonie met milieu, natuur en landschap, door natuurlijke processen in de bedrijfsvoering te integreren en daarmee te zorgen voor een gezond bodem- en watersysteem, een aantrekkelijk landschap en meer biodiversiteit, passend binnen een economisch rendabele bedrijfsvoering. Dit kan bijvoorbeeld door minder kunstmest, minder gewasbeschermingsmiddelen en minder water te gebruiken en meer ruimte te geven aan planten en dieren.
Dit is ook zo opgenomen in het aangepaste koersdocument. In zone A (landbouw) is zonder meer boomteelt mogelijk. In het concept Koersdocument was ook de getekende zone B, landschapsinclusieve landbouw, opgenomen. Gezien de reacties en onduidelijkheid die hierdoor is ontstaan is nu gekozen om de zonering B uit het definitieve koersdocument te verwijderen en deze te integreren met zone A (landbouw). In totaal gaat er ca. 700 ha landbouw verloren, waarvan ca. 500 ha naar natuur gaat en ca. 200 ha naar bebouwing. Verder wordt in ca. 1200 ha landbouw ingezet op ontwikkeling naar meer natuur-inclusieve landbouw (wat deels al de afgelopen jaren gaande is, zoals onder meer uit de inzet van de Duinboeren blijkt). Dit is volwaardige landbouwfunctie. In het koersdocument hebben we voor de zones rondom natura 2000- gebieden opgenomen dat we natuurinclusieve vormen van landbouw daar zien. Met daarbij enkele voorbeelden gericht op het toevoegen van landschapselementen.
44
Laten we in een vervolg proces met alle partijen uitwerken wat dan precies die goede invullingen en natuurinclusieve vormen kunnen zijn. De invulling staat voor de gemeente nog open en hierbij zien wij ook kansen voor de biologische boomteelt en/of boomteelt volgens keurmerk. Dit is nu duidelijker verwoord in het koersdocument. Groei boomteelt/herschikking Het woord “doorgroeien” in kwantitatieve zin ligt gevoelig. Beide gemeenten willen in het Koersdocument ook ruimte voor de landbouwtransitie van de boeren (extensiveren) behouden, om naast voedselproductie ook een afwisselend (mozaïek)landschap te behouden en te kunnen beheren. Dat is ook een zorg van terreinbeheerders (Brabants Landschap) en bijvoorbeeld een Stichting Duinboeren en Maatschappij. Binnen de Oostflank is aangegeven dat er een einde zit aan kwantitatieve groei van boomteelt binnen het totale gebied. Dat wil niet zeggen dat er binnen lokale deelgebieden van de Oostflank geen groei kan zijn, als boomteelt elders door bijvoorbeeld de watertransitie zou moeten schuiven. Dit heeft tevens betrekking op uw vraag over wat er wordt bedoeld met herschikking. Herschikking gaat over o.a. de watertransitie en het vernatten van het landschap.
Hoe kunnen we het boomteeltareaal dan herschikken (verplaatsen of compenseren) naar gronden waar het wel past (en hoe kunnen nattere gronden (die wellicht te nat worden voor de boomteelt) ingezet worden voor een andere vorm van landbouw). Het ligt voor de hand dat groei (lees: verplaatsingen/compensatie) dan eerder plaatsvinden binnen het BOG, maar dat weten we nog niet of dat voldoende haalbaar is. Let wel: als onder “doorgroeien” wordt verstaan een kwalitatieve groei in duurzaamheid en innovatie, dan is er geen verschil van mening en zullen wij dit verder stimuleren. Dit is nu ook zo benoemd in het aangepaste koersdocument. Economie van het buitengebied Rol van de boomteelt We zijn het ermee eens dat de boomteelt een essentiële rol speelt in de vergroening van onze leefomgeving. Dit geldt voor de landbouw in het algemeen en wordt ook zo omschreven in het aangepaste hoofdstuk landbouw in het koersdocument. Zowel de extensivering van de landbouw als behoud van een gezonde boomteelt, die past bij bodem en water sturend is de koers die we willen volhouden. Om dan ook vanwege andere opgaven in het gebied, voldoende ruimte te kunnen geven aan landbouw of het meer extensiveren van de landbouw in de natuur inclusieve zones is het nodig om deze keuze te maken. Het gaat immers om het evenwicht van meerdere vormen van grondgebruik. Er gebeuren inderdaad ook heel goede dingen.
Wij waarderen dan vooral ook de inzet en innovaties die al plaatsvinden, zoals de inzet op een efficiënter watergebruik en minder verspilling van water. In de aangepaste versie van het koersdocument wordt dit nadrukkelijker erkend. Economie van het buitengebied en uitvoering De economie in het buitengebied komt in het aangepaste koersdocument nadrukkelijker aan bod. Niet alle vragen zullen daarmee overigens meteen beantwoord kunnen worden in het koersdocument. De visie is een proces van de komende 15-20 jaar in het gebied. Daarbij zal ook een natuurlijk proces van verandering binnen het gebied en binnen de sector ontstaan. De insteek is niet om bedrijven te beëindigen of om het verdienmodel onderuit te halen. De insteek is om voor de toekomst het gebied bestendig te maken voor de ontwikkelingen die er komen. En door het verplaatsen van functies of door te zoeken naar combinaties van functies, is het streven om invulling te geven aan nieuwe economie in het buitengebied. De uitwerking van de koers vindt plaats in de verschillende deelgebiedsprocessen en is verder omschreven in het hoofdstuk “stap naar uitvoering”. Wij hopen dat deze reactie een antwoord geeft op uw vragen en werken graag o.a. samen met u de koers voor het gebied verder uit in concrete plannen.
45
11.
Fietsforum Tilburg
Een goed begin, nu nog een goede uitwerking Reactie Fietsforum Tilburg op het concept-Koersdocument Oostflank van de gemeenten Tilburg en Oisterwijk 1. Als Fietsforum Tilburg onderschrijven wij volledig de uitgangspunten van de versterking van het OV- en fietsnetwerk en de verluwing autoverkeer in de kernen. Dat is niet alleen een kwestie van aanleg van infrastructuur, maar ook van bevorderen van gedragsverandering van de automobilist. Het gebruik van de auto is op dit moment voor woonwerkverkeer, verkeer naar de winkelcentra en naar de natuurgebieden (te) aantrekkelijk. De tekst over autoluwe dorpskernen is in de aangepaste versie van het koersdocument aangevuld waarbij ook aandacht is besteed aan gedragsverandering. 2. Een nieuw station is een waardevolle aanwinst voor de mobiliteit. Belangrijk voor het gebruik daarvan is een uitstekende fietsverbinding met Berkel-Enschot en Udenhout. Bovendien vragen wij aandacht voor goede en veilige stallingsmogelijkheden bij het station. Zorg hier ook voor een aanbod van deelfietsen, zodat bezoekers van de natuurgebieden het laatste stuk met de fiets kunnen afleggen. Bij de nadere uitwerking van de stationslocatie zullen we hier aandacht aan besteden. 3. Los van het station zijn de ambities met betrekking tot het fietsnetwerk nogal vaag en niet echt SMART geformuleerd. Daar mag wel een schepje bovenop.
We hebben in ieder geval stelliger opgenomen dar het regionale fietsnetwerk een belangrijke rol vervult (in plaats van KAN vervullen). Daarvoor doen we graag enkele suggesties: Vervoersmodaliteit: a) Van de reizigers vanaf het nieuwe station komt straks …% met de fiets, met het OV of lopend. b) Autoluw: In de hoofdstraten van de kernen maakt het autoverkeer nu …% uit van de verkeersbewegingen. In 2040 streven we naar …%. c) Dankzij het nieuwe station komt straks ..% van de bezoekers van de Loonse en Drunense Duinen met OV of fiets (te meten op de verbindingswegen van Udenhout naar de LDD). Het koersdocument leent zich niet voor dergelijke harde percentages. Wel is in het aangepaste koersdocument de doelstelling opgenomen dat men zoveel mogelijk met de fiets, te voet, met het OV of met deelmobiliteit van en naar de huidige en nieuwe stations komt. Dit wordt gefaciliteerd en gestimuleerd. Onder de koers mbt recreatie is tevens toegevoegd dat we inzetten op het autoluwer maken van de natuur- en recreatiegebieden door het aanbieden van andere mobiliteitsvormen: de natuurgebieden willen we beter ontsluiten met fietsroutes, wandelpaden en goede OV verbindingen. En we zorgen bijvoorbeeld voor deelmogelijkheden vanaf het mogelijke nieuwe station in Udenhout/Berkel-Enschot.
We willen ook de Oisterwijkse en Kempense Vennen middels nieuwe mobiliteitsvormen aansluiten op het station in Oisterwijk. Tot slot is ervoor gezorgd dat het (beoogde) fietsnetwerk, inclusief beoogde snelfietsroutes goed op de mobiliteitskaart is opgenomen. 4. In de plannen wordt een aantal keer verwezen naar snelfietsroutes (SFR), zoals van Berkel-Enschot en Oisterwijk naar het nieuwe station in Udenhout. Daar zijn wij natuurlijk een warm voorstander van. Minstens zo belangrijk is echter de kwaliteit van de fietsverbindingen - tussen de kernen onderling, - tussen de kernen en Tilburg (forensenverkeer), - binnen de kernen zelf en daarbij vooral tussen de woonbuurten en de winkelcentra. Zijn er wellicht extra doorsteekjes te maken, zodat fietsen naar de winkelcentra nog aantrekkelijker wordt? Dit zal in de nadere uitwerking van de plannen voor de dorpen uitgewerkt moeten worden. De ambitie hiervoor is in ieder geval opgenomen in het koersdocument: “Voor verplaatsingen in en rondom de kern moet lopen en fietsen de aantrekkelijkste manier zijn.” 5. En hoe staat het met de aanlooproutes voor de snelfietsroutes. Zijn deze op orde? Bij de uitwerking van de snelfietsroutes zal dit nader onderzocht en uitgewerkt worden.
46
6. Het is van belang de kwaliteit van al deze fietsverbindingen te verbeteren. Zorg voor een goed wegdek, heldere belijning, voorrang op kruisingen en een goed strooibeleid in de winter. Dan pas wordt fietsen een volwaardig alternatief voor andere vervoersmodaliteiten in de kernen van de Oostflank. Bij de uitwerking van de fietsroutes en eventuele benodigde aanpassingen aan de infrastructuur op diverse plekken (zoals ook omschreven in het koersdocument) zal dit nader onderzocht en uitgewerkt worden. 7. Bij de uitwerking van het Koersdocument in omgevingsplannen denken wij als Fietsforum Tilburg graag verder mee. We maken graag gebruik van dit aanbod.
47
12.
Bedrijvencontact Oisterwijk
Geacht college, bestuur en ambtenaren van de gemeente Oisterwijk, beste ., Hierbij wil ik namens het Bedrijvencontact Oisterwijk als vertegenwoordiger van het grootste deel van de ondernemers gevestigd op de industrieterreinen Kerkhoven en Laarakkers reageren op het Koersdocument Oostflank. Wij vinden het vanuit ons oogpunt positief dat ruimte is gemaakt voor uitbreiding of toevoeging van industrieterrein. De behoefte aan uitbreiding is duidelijk aanwezig kan ik ook vanuit mijn rol als bedrijfsmakelaar bevestigen. Ondernemers hebben echter behoefte aan concreetheid, duidelijke planning en horizon maar met name ook aan criteria bij toewijzing en verkoop van industriegrond en andere spelregels. Hierover krijg ik vragen als: • Is de visie, naast duurzaam en ingepast, om grotere kavels uit te geven? • Welke kavelgrootte komt beschikbaar? • Hebben lokale ondernemers voorrang? • Gaat de gemeente zelf inrichten en uitgeven of wil ze dat in samenwerking doen met een ontwikkelaar? • Welke duurzaamheidseisen worden gesteld? • Welke milieucategorie is toegestaan? • Wat als de vraag groter is dan het aanbod? • Welke prijzen denkt men aan? Wij begrijpen deze behoefte. Op deze vragen geeft het Koersdocument nog geen antwoord. Het koersdocument stelt de behoefte vast en de opgaven waar we de ruimte voor willen en kunnen inpassen in de Oostflank.
Ook in relatie tot alle andere opgaven die in dit gebied liggen. De aangewezen gebieden Bedrijfsweg en Oisterwijk Noordzijde zijn in onze ogen logisch omdat ze aansluiten op de bestaande terreinen en dicht bij de N65 liggen maar de vraag is op welke wijze de gebieden verder voor (vracht)verkeer ontsloten worden. Onderzoek in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen heeft al uitgewezen dat de doorgaande weg Bedrijfsweg, Sprendlingenstraat en Laarakkerweg (te) veel verkeer heeft te verwerken. In dit verband wordt nog gewacht op een rotonde bij de Heusdensebaan. Een passende ontsluiting is voorwaarde voordat een nieuwe locatie ontwikkeld kan worden. Onderzoeken rondom mobiliteitsvraagstukken worden vooraf uitgevoerd en meegenomen in de ontwikkeling. Er zal bij ondernemers geen voorkeur zijn op welke locatie er bedrijfskavels komen als de horizon en spelregels maar duidelijk en transparant zijn. Als laatste wordt gesproken over wonen met werken op KVL terrein. Welke locatie is hiervoor in beeld want volgens ons is dit terrein bijna volgebouwd? Dit betreft de transformatie van bedrijventerrein Kerkhoven (wonen en werken) conform de Gebiedsvisie Nijverheidsweg e.o. welke is vastgesteld door de gemeenteraad van Oisterwijk. Zoals altijd zijn wij graag bereid verder toelichting te geven en in gesprek te gaan over de uitvoering en om mee te denken met genoemde vragen.
Voor de uitwerking in de deelgebieden nemen we dit aanbod graag aan.
48
13.
TBV Wonen
Geachte colleges van B&W, Graag maakt TBV Wonen gebruik van de gelegenheid te reageren op het concept Koersdocument Oostflank in aanvulling op onze mondelinge inbreng tijdens de bijeenkomst op 27 oktober jl. Wij hebben het koersdocument met belangstelling bestudeerd en zijn onder de indruk van de integrale opzet van de visie. Uiteraard gaat onze belangstelling extra uit naar de woonparagrafen die in het document worden beschreven. Wij onderschrijven de doelstelling van 30% sociaal huur vanuit de analyse dat nu alleen kapitaalkrachtigen in staat zijn een woning te verkrijgen in de kernen en starters en huishoudens met een kleine beurs noodgedwongen de kernen moeten verlaten. Op pagina 52 van het concept staat vermeld dat de verdeelsleutel sociaal/betaalbaar niet gelijk hoeft te worden verdeeld over de kernen. Dit staat echter haaks op de analyse, de afspraken in de regionale woningdeal en het feit dat in alle kernen het aandeel sociaal (ver) onder de 30% is. Wij zijn het niet eens met het feit dat dit haaks staat op de afspraken in regionale woondeal. De woondeal staat en wordt gevolgd. De tekst waar naar verwezen wordt zegt alleen dat de verdeling over de kernen binnen de Oostflank niet overal hetzelfde hoeft te zijn. Voor de Oostflank als geheel geldt de afspraak uiteraard wel.
In de regionale woondeal is het doel gesteld om in de SRBT-regio gezamenlijk voldoende betaalbare woningen toe te voegen om aan de huidige en toekomstige vraag te voldoen. Gemeenten en corporaties werken de opgave betaalbaar wonen verder uit en maken regionaal afspraken over het evenwichtig aandeel dat afzonderlijke gemeenten in deze opgave nemen. Binnen gemeenten kan in wijken/kernen sprake zijn van een andere verdeling van percentages sociale huur. Het gaat om een gemeentelijk gemiddelde. In het koersdocument was overigens per abuis een stuk tekst na deze passage weggevallen en dit is nu teruggezet: “Het uitgangspunt is voldoende diversiteit binnen de dorpen, met de lokale behoefte in ogenschouw. Echter, gezien de dorpen voor een vergelijkbare betaalbaarheidsopgave staan zijn deze percentages voor ieder dorp een redelijk uitgangspunt.” Een fors deel van het aantal benodigde woningen moet voor 2030 gebouwd worden. Wij benadrukken dat we als corporatie graag ons steentje bij willen dragen voor onze doelgroep. In hoofdstuk 5 van het concept staan de goede principes van samenwerking voor de uitwerking van het document. Om samen tempo te maken is meer duidelijkheid nodig over de wijze waarop de stappen van visie naar start bouw worden gezet.
Zo ligt er voor de kern Udenhout een ingewikkelde puzzel, waarbij inhoudelijke uitwerking, financiering infrastructuur en fasering uitgewerkt moet worden. Onduidelijk is hoe daarbij de kerninstrumenten van de a.s. Omgevingswet worden ingezet. Wij zien de breed gedragen visie voor de dorpskern Haaren als een goed voorbeeld om snel de stap naar concreetheid te zetten. Dit wordt nader uitgewerkt in het plan van aanpak om te komen tot een Ruimtelijk Gebiedsperspectief Udenhout. Zie de tekst bij de visie voor Udenhout. Op diverse plaatsen in het concept Koersdocument worden ambities uitgesproken over natuurinclusief bouwen, biobased bouwen, circulair bouwen en gebruik lokale materialen. Wel is het van belang de betaalbaarheid van sociale huurwoningen in de gaten te houden. Stapeling van eisen kan de betaalbaarheid van nieuwbouw voor onze doelgroep verder onder druk zetten. Om die reden kan een mogelijke financiering strategie ‘Rood voor Groen’ voor het gehele plangebied niet aan de orde zijn voor de sociale woningbouw in de kernen. Er is geen sprake van ‘stapeling’ van eisen, maar van noodzakelijke uitgangspunten vanuit de urgente energie- en klimaatopgave waarvan wij aannemen dat woningcorporaties deze van harte ondersteunen. De strategie “Rood voor Groen” hebben we niet opgeschreven in het koersdocument. Het huidige beleid inzake grondwaardes blijft van kracht.
Het is niet de bedoeling dat alle groene ambities worden betaald door de rode ambities. Meer specifiek: de (sociale) woningbouw kan niet bijdragen aan de hogere gebiedsbrede natuurambities voor het buitengebied. De vergroeningsambities binnen de verschillende zullen uiteraard wel gedragen moeten worden door de (woningbouw) ontwikkelingen die daarbij horen.
49
14.
Leystromen
Geachte dames en heren, Naar aanleiding van de publicatie van het Koersdocument Oostflank dat recent is gepresenteerd, maken wij hierbij als maatschappelijk partner van de gemeente Oisterwijk graag gebruik van de mogelijkheid onze reactie te geven op het document. We hebben het document met belangstelling bestudeerd en we zijn onder de indruk van de integrale opzet van de plannen. Uiteraard gaat onze belangstelling extra uit naar de woonparagrafen die in het document worden beschreven. Onze opmerkingen en suggesties hebben dan ook vooral daar betrekking op. We hebben onze opmerkingen gebundeld in algemene opmerkingen en suggesties en, meer specifiek, opmerkingen per woonkern en bijbehorende ontwikkellocaties. Algemeen Kwantiteit maar ook kwaliteit Op basis van de geraamde aantallen woningen, hebben wij de vertaalslag gemaakt naar sociale huurwoningen voor de gehele Oostflank. Uitgaande van vier- tot vijfduizend woningen in het gehele gebied, betekent dit dus een aandeel sociale huur van ca. twaalf- tot vijftienhonderd woningen (30% conform Regionale Woondeal SRBT). Veder gefilterd naar Oisterwijk en Moergestel (werkgebied Leystromen) begrijpen wij dat we tot 2040 rekening kunnen houden met ca. 625 tot 710 woningen in Oisterwijk en ca. 500 woningen in Moergestel.
Doorgerekend met een percentage van 30% sociale huur, komen wij dan dus uit op circa 335 tot 365 woningen in deze twee kernen. Het valt ons op dat verreweg de meeste woningen voor 2030 moeten worden gerealiseerd. Dat is een lovenswaardig streven. Wij vinden het wel, met name voor Moergestel, een vrij groot aantal in een korte tijd. Meer spreiding in de tijd in Moergestel vinden wij niet onverstandig. Onze inschatting is dat op die manier meer kansen worden geboden aan woningzoekenden, met name vanuit het dorp zelf. Een evenwichtige programmering van de woningbouwplannen en goede onderlinge afstemming van het aantal, typen, prijsklassen en de verschillende kwaliteiten van de woningen is zeker nodig. Dit draagt ook bij aan de lokale doorstroming en voorkomt onderlinge concurrentie van de woningbouwprojecten. Dus voldoende variatie en gedifferentieerd aanbod van woningen. Met het motto: de juiste woning, op de juiste plaats voor de juiste doelgroep. Goede afstemming met de inwoners van de woonwensen en de mogelijkheden voor te bouwen woningen. Met de blik op de toekomst: toekomstgerichte en duurzaam en klimaat adaptief gebouwd. In de uitgangspunten van het Koersdocument wordt in de tabel met de aantallen per woonkern ook gesproken over 'inbreiding PM' en over 'bestaande p/ancapaciteit, exclusief'.
Om misverstanden te voorkomen, vragen wij ons af welke bestaande plancapaciteit hiermee wordt bedoeld en of de aantallen die hierbij horen wel of niet bij bovengenoemde aantallen moeten worden opgeteld. Bestaande plancapaciteit moet bij de bovengenoemde aantallen worden opgeteld. Dit betreft de kleinere ontwikkelingen. Ook hiervoor geldt: goede onderlinge afstemming van de programmering van de woningen; gevarieerd aanbod en typen, prijzen en kwaliteiten. Zorg ervoor dat er woningen worden gebouwd, die een toevoeging zijn op de bestaande woningvoorraad, voor nu en in de toekomst Naast de kwantitatieve opgave is ook de kwaliteit van belang. Woningtypologieën moeten aansluiten bij de woningbehoefte van de huishoudens die dorps willen (blijven) wonen in een groene omgeving. Met andere woorden, (compacte) grondgebonden woningen hebben - zeker in Moergestel - buiten centrumlocaties sterk de voorkeur boven (kleine) appartementen. Dit baseren wij op woonbehoefteonderzoeken en rekening houdend met de bestaande woningvoorraad. Doelgroepen worden per locatie en kern bij de planvorming nader onderzocht. In 2021 is voor het laatst een uitgebreid woonbehoeftenonderzoek voor de voorbereiding van de Woonzorgvisie 2022-2027 uitgevoerd door 50
Companen. Daarnaast is onlangs door de provincie een woonbehoeften onderzoek uitgevoerd, met in opdracht van de gemeente Oisterwijk een oversampling van de woonbehoeften in de drie verschillende kernen. Het zeker aan te bevelen om een dergelijk onderzoek te herhalen, om een actueel beeld te krijgen van de woonbehoefte. En hierover ook in gesprek te gaan met de bewoners van de kernen, tijdens de dorpsgesprekken o.l.v. de gebiedsregisseurs van de gemeente. Een gezamenlijk belang en daarom is kostendeling de onderzoeken met de corporaties een aandachtspunt. In het Koersdocument wordt op bladzijde 54 ook gesproken over een mix van woningtypen en over levensloopgeschikte woningen in diverse (geclusterde) woonvormen. Wij onderstrepen het belang van diversiteit in woningtypologieën. Wij willen wel onze zorg uitspreken over een trend die we waarnemen dat, hoe begrijpelijk ook vanuit het perspectief van marktpartijen, sociale huurwoningen in plannen worden geclusterd in gestapelde bouw van veelal kleine eenheden. Dit sluit onvoldoende aan op de (toekomstige) behoefte bij de doelgroepen in de sociale huur sector voor wie de betaalbaarheid van het aanbod van extra groot belang is. Zie hierboven de opmerking en advies om een gevarieerd aanbod van woningen te realiseren, met voldoende keuzemogelijkheden voor de woningzoekenden. Ook is overleg met lokale ouderenverenigingen aan te bevelen.
Wat zijn de specifieke wensen van de senioren in de kernen, woonoppervlakte, praktische indeling van de woningen, aantal slaapkamers enz.
We willen waken voor te eenzijdige producten. Ook vinden wij, naast differentiatie van woningtypes voor meerdere doelgroepen, spreiding over plangebieden belangrijk voor de leefbaarheid van wijken. Wij zijn het hiermee eens. Wij willen er dan ook graag voor pleiten bij planvorming in een vroeg stadium door de gemeente te worden betrokken bij stedenbouwkundige uitgangspunten om gezamenlijk een standpunt te kunnen formuleren naar marktpartijen en concrete haalbare stedenbouw- kundige concepten te formuleren. Met oog voor de belangen van marktpartijen, maar ook van onze huurders. Dit voorkomt vertragende omstandigheden en lastige gesprekken in een later stadium. Ook kan dit helpen in een eenduidige, tijdige communicatie richting marktpartijen zodat ook zij de geformuleerde uitgangspunten beter en tijdig in kunnen rekenen bij verwerving en ontwikkeling van locaties. We pakken dit graag samen op. Goede en zorgvuldige voorbereiding van de woningbouwopgave: wat gaan we bouwen, voor welke doelgroepen, in welke typen en prijsklassen? Met aandacht voor flexibel en toekomstgericht bouwen, de woonbehoefte na de vergrijzing zal anders zijn en daarom ook andere wonings- en leefomgevingskwaliteiten vragen. Op bladzijde 55 van het Koersdocument wordt gesproken over duurzaamheid en circulariteit, uiteraard goede uitgangspunten.
Wel is het van belang de betaalbaarheid van sociale huurwoningen houdbaar te houden. Stapeling van eisen bovenop de duurzaamheidseisen die al worden toegepast, kan de betaalbaarheid verder onder druk zetten. Bouw van woningen kan hierdoor immers nog duurder worden waardoor projecten mogelijk een té hoge onrendabele top krijgen of waardoor dit uiteindelijk de smalle beurs van onze doelgroepen raakt. Ook wordt in het document gesproken over een autoluwe centruminrichting. Dat zal de kwaliteit als verblijfsgebied in de dorpskernen zeker ten goede komen. Een lagere parkeernorm, zeker bij kleine(re) sociale huurwoningen, valt in dit kader goed uit te leggen in combinatie met de ambitie de dorpskernen autoluw te maken. Om nieuwbouwontwikkelingen sneller haalbaar te maken, is een lagere parkeernorm dan de huidige zeer wenselijk, zeker op locaties die op loop- en fietsafstand liggen van een NS-station. We hebben een parkeernormenbeleid, dit is het uitgangspunt. Mits de locatie hierom vraagt kan er beargumenteerd afgeweken worden van dit beleid. Tot slot van de algemene opmerkingen benadrukken we hierbij graag dat we als corporatie ons steentje bij 51
willen dragen aan woningbouw voor onze doelgroepen. Dit willen we niet alleen, wij kunnen dit ook daadwerkelijk vervullen in het ontwikkelen van 30% sociale huur. Indien gewenst zijn wij bereid een voortrekkersrol te vervullen bij nieuw op te starten ontwikkelingstrajecten om zo de voortgang erin te brengen of te houden. Onderstaand geven we ook graag nog wat suggesties mee over meer specifieke locaties en omstandigheden in Moergestel en Oisterwijk. Moergestel In Moergestel constateren wij dat de genoemde aantallen volledig worden opgenomen in de twee ontwikkellocaties Oostelvoortjes Il en Moergestel Noord en dat het streven is alle woningen voor 2030 te realiseren. Om deze aantallen op deze locaties te behalen, hebben de betrokken risicodragende ontwikkelaars op deze locaties de sociale huur grotendeels vertaald in gestapelde woningen. Wij begrijpen de achterliggende (financiële) redenen uiteraard. Wij betwijfelen echter ten zeerste of het wenselijk is om zoveel gestapelde woningen in deze kleine woonkern toe te voegen. Ook zien wij in onze eigen portefeuillestrategie dat zoveel gestapelde woningen niet aansluit bij de woonwensen van onze huurders/woningzoekenden. In een kleine dorpskern zoals Moergestel zijn de specifiek in het Koersplan benoemde doelgroepen (ouderen en starters) die al jarenlang in Moergestel wonen, gewend aan ruimte en aan grondgebonden woningen met tuin.
Wij hebben onze sterke twijfels of deze doelgroepen in grote aantallen behoefte hebben aan (kleine) appartementen. Om niet alleen ouderen, maar juist ook starters die vergrijzing kunnen tegengaan voor het dorp te behouden, zijn wij van mening dat ook in de sociale huursector toevoeging van grondgebonden woningen essentieel is. Zeker in uitleglocaties die relatief ver van de centrumvoorzieningen af liggen, zijn wij geen voorstander van veel appartementen. Wij zien deze veel liever gerealiseerd worden in het dorpscentrum nabij of misschien boven in da toekomst nieuw te realiseren centrumvoorzieningen. Wij zien ook ontwikkelings-/transformatiemogelijkheden in het dorpscentrum van Moergestel. In combinatie met de in het Koersplan beschreven autoluwe centruminrichting geeft dit een goede woonkwaliteit, een levendiger centrum en minder autobewegingen van en naar het centrum van het dorp. Een hierbij passende lagere dan de huidige parkeernorm, kan hier ook eventuele ontwikkelingen sneller haalbaar maken. In het verlengde hiervan willen wij graag de volgende suggestie doen. De ervaring leert dat ontwikkelingsplannen niet allemaal, of niet in zijn geheel, doorgaan. In het Koersplan zien wij geen overcapaciteit naar de toekomst om lagere gerealiseerde aantallen dan geraamd toch nog elders te kunnen realiseren.
Dit is aangepast in het Koersdocument door het opnemen van een potentiële woningbouwlocatie. Wij denken dat de locatie tussen de Scheerman en de A-58 zich bij uitstek leent voor eventuele woningbouw in de toekomst. Wij denken ook aan toekomstige transformatiemogelijkheden van het kleinschalige bedrijventerrein aan de lndustrieweg, mogelijk zijn hier verhuisbewegingen te initiëren richting de geplande uitbreiding van Sonman ll. Tot slot merken wij voor Moergestel op dat bij een toename van circa 500 woningen voor 2030 de druk op scholen en andere voorzieningen ook snel toe gaat nemen. Wordt hierin voorzien? Oisterwijk De grote aantallen woningen die in Oisterwijk zijn voorzien, vragen ons inziens om een voortvarende aanpak van locaties die bij kunnen dragen aan tijdige ontwikkeling van (sociale huur) woningen. Transformatie van de bedrijfsterreinen rondom het KVL-gebied is interessant, maar zal door hoge kosten, verschillende eigenaren en wensen van marktpartijen lastig zijn voor realisatie van sociale huurwoningen. Om 52
de vaart erin te houden lenen locaties waar de gemeente zelf positie heeft zich bij uitstek om wel snel plannen te ontwikkelen. In het Koersdocument wordt gesproken over een inbreiding van het stationsgebied. Hier zijn wij groot voorstander van. Het stationsgebied leent zich ons inziens goed voor verdichting in de vorm van appartementen. De kansen liggen er redelijk concreet zodra de mogelijkheid zich voordoet dat de Jumbo kan verplaatsen. En er zijn rondom en nabij het centrum meer locaties die al dan niet geheel in eigendom zijn van de gemeente en in aanmerking komen voor snelle ontwikkeling. De Nicolaas van Eschstraat 10 is hier een voorbeeld van. Gestapelde bouw is hier wat ons betreft door de ligging in de nabijheid van het NS-station en het centrum goed denkbaar. Ook denken we hierbij onder meer concreet aan de locatie Tilburgseweg (voormalige Toyotagarage), die voor een groot deel al in eigendom is van de gemeente Oisterwijk. Wij zien deze locatie als een binnenstedelijke inbreidingslocatie. Leystromen heeft in deze wijk al het nodige bezit en wij zien op deze locatie ook goede mogelijkheden voor woningontwikkeling. In het Koersdocument zien wij deze locatie echter niet specifiek terugkomen.
Op deze locaties pleiten wij ook voor het terugbrengen van de parkeernorm die nu van kracht is om ontwikkelingen gemakkelijker haalbaar te maken en om gebruik van openbaar vervoer te stimuleren. Zoals eerder aangegeven, is het parkeernormenbeleid uitgangspunt. Tot slot Zoals aangegeven levert Leystromen graag op actieve wijze een bijdrage aan de benodigde woningbouwontwikkelingen. Wij denken én doen mee. We gaan ervan uit dat we onze gedachten en suggesties helder uiteen gezet hebben. Heeft u nog vragen? Wij gaan graag met u in gesprek.
53
15.
Dorpsraad Berkel-Enschot
Hierbij de reactie van de Dorpsraad Berkel-Enschot op het concept Koersdocument Oostflank september 2023. We concentreren ons in onderstaande reactie op die punten waar het concept Koersdocument volgens ons aanpassing en/of aanscherping behoeft. Dit vanwege een goede én toekomstvaste inpassing van de in het concept Koersdocument aangegeven uitbreidingen en veranderingen die Berkel-Enschot en haar inwoners direct raken/aangaan. Onze reactie concentreert zich daarom met name op de volgens ons noodzakelijke aanpassingen en aanscherpingen van de in het Koersdocument aangegeven keuzes en oplossingen, met betrekking tot mobiliteit en de geplande woningbouw uitbreidingen. Dat doen we inhoudelijk in de onderstaande algemene reactie, waarin wij tevens onze eerder geuite zorgen en knelpunten omschrijven. Vervolgens werken wij deze meer concreet en puntsgewijs uit, waarvoor we, gemotiveerd, om uw aanscherping/aanpassing vragen, met een verwijzing naar de betreffende pagina’s in het concept Koersdocument. Als bijlage treft u naast de notitie de presentatie aan, die wij op de bewonersbijeenkomst op 2 november presenteerden. Een lijn die we in deze reactie volgen en waarmee we de noodzakelijke aanpassingen van het concept Koersdocument nader preciseren. Wij voelen ons hierin gesteund door de bewoners op de bijeenkomst en nagekomen input van bewoners.
Tenslotte merken wij op dat ‘de koers’ nog veel uitwerking vraagt, zoals de typen woningen. Wonen staat niet op zichzelf. Voorzieningen, zoals op gebied van zorg en welzijn, scholen, sport, moeten daarmee in de pas lopen. Daar denken wij graag in mee. Daarnaast vragen wij uw aandacht om het gesprek te voeren met ondernemers, zoals onze boomtelers en agrariërs, die door de transities worden geraakt. Algemene reactie op het concept Koersdocument Oostflank Wij complimenteren het gemeentebestuur en de projectleiding met de integrale toekomstvisie op het gebied Oostflank SBRT voor de dorpen en daarmee ook voor Berkel-Enschot. Wij delen en steunen de uitgangspunten m.b.t. een duurzame en milieuvriendelijke gebiedsontwikkeling waarbij de historische lagen van gebied, ondergrond en waterlopen als vertrekpunt voor de planvorming gekozen zijn. Tevens steunen wij het inzetten op een duurzame mobiliteitstransitie waarbij ingezet wordt op het bevorderen van het gebruiken van de vervoerwijzen lopen, fietsen en openbaar vervoer. De keuzes voor omvang en locaties van woning uitbreidingen voor Berkel-Enschot hebben ons (deels) verrast (kleiner Akker-Heikant en nieuwe uitbreiding Nieuwe Warande rond Koningsoord NZ spoor). Wel begrijpen we de daar onderliggende motivatie.
Ernstige zorgen en verwachte knelpunten blijven bestaan bij de Dorpsraad: • Over een veilige en in capaciteit voldoende ontsluiting voor het autoverkeer van Berkel-Enschot richting N65, vanuit de nieuwbouw Akker Heikant en vanuit de nieuwbouw Nieuwe Warande. • Over de slechte bereikbaarheid en de ontsluiting van Berkel-Enschot met het Openbaar Vervoer (OV). Dit zowel richting nieuw gepland station, indien dit bij Udenhout komt, en de ontsluiting van- en aansluiting op de bus van m.n. de nieuwe woongebieden. Beide punten raken de leefbaarheid van ons hele dorp en in het bijzonder de bewoners rondom de nieuw geplande woongebieden. Het baart ons ernstige zorgen omdat: Er voor hen geen passend OV is op een bereikbare afstand te voet; De geplande ontsluiting via bestaande infrastructuur, die nu met een groeiend Berkel-Enschot in de spitsen al tot filevorming leidt, in de toekomst niet afdoende zal blijken. •
Het laatste knelpunt betreft de woningbouwopgave en de gekozen verdeling voor nieuwbouwwoningen. Wij willen dat onze ouderen en jongeren in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. De komst van meer betaalbare woningen voor jongeren en ouderen juichen wij toe. De realiteit is dat ouderen langer zelfstandig ‘thuis’ moeten blijven wonen. Het behoud van hun sociaal netwerk is daarvoor erg belangrijk. Wij voorzien dat het tekort aan levensloopbestendige woonruimte alleen maar toeneemt. Dit raakt zeker ook de sterk groeiende groep (meer welgestelde) ouderen in ons dorp, met een voor hen te grote woning. Zij kunnen door de verdeelsleutel in het concept Koersdocument niet of nauwelijks doorstromen naar een passende levensloop bestendige woning. Met als gevolg dat zij woningen ‘bezet’ houden voor jongere gezinnen.
54
Voor de hierboven genoemde zorgpunten vragen we op de hieronder genoemde punten aanpassing/aanscherping van het concept Koersdocument. Dit voordat het als een definitief rapport ter besluitvorming, bespreking en inspraak wordt voorgelegd. We benoemen hieronder de punten en pagina’s in concreto waar we om aanpassing/aanscherping vragen. De uiteindelijke tekstuele invulling daarvan laten we natuurlijk aan de gemeente. Wel hopen we voor de definitieve publicatie van het Koersdocument de door de gemeente gekozen aanpassingen/ aanscherpingen op basis van onze input te mogen ontvangen voor een laatste reactie van onze kant. Knelpunt: ontsluiting met- en aansluiting op het openbaar vervoer (Pag. 42-44) • M.b.t. de gekozen station voorkeur locatie Udenhout: In het Koersdocument ontbreekt de eerder toegezegde terugval optie Berkel-Enschot, indien bij uitwerking zou blijken dat de voorkeurslocaties Udenhout toch niet maakbaar zijn. Gaarne weer opnemen. In het aangepaste koersdocument is nu opgenomen dat mochten de twee optionele locaties in Udenhout toch onverhoopt niet mogelijk zijn, dan zal alsnog een andere locatie gevonden moeten worden. Uiteraard wordt dan de optie in Berkel-Enschot hier ook in meegenomen. • Opnemen van een goede/uitstekende bereikbaarheid voor alle vervoerwijzen (m.n. ook auto) vanuit Berkel-Enschot (de dorpen) naar een nieuw station Udenhout. Iets wat o.i.
betekent dat de Koningsoordlaan doorgetrokken moet worden naar de nieuwgekozen stationslocatie Udenhout en de Kreitenmolenstraat. Nu wordt alleen de aansluiting op Oisterwijk en de fiets concreet benoemd. De doorgetrokken Koningsoordlaan naar de nieuwe stationslocatie Udenhout en de Kreitenmolenstraat is nu opgenomen in het aangepaste koersdocument. • Het bij voorkeur vermelden dat alleen de stationslocatie sportvelden Udenhout voor de bewoners van Berkel-Enschot een aantrekkelijk alternatief is/kan zijn. Het koersdocument leent zich als type document niet om een specifiek standpunt op te nemen van dorps- wijk of buurtraden. Maar dit standpunt is duidelijk en wordt ook meegenomen in de afwegingen om een keuze te maken tussen beide locaties in Udenhout. • Correctie van Pt. 1 pag. 44 ‘overwegingen stationslocatie Udenhout’ cf. het Goudappel-Coffeng onderzoek mobiliteit: hier wordt ten onrechte vermeld dat Udenhout meer unieke reizigers trekt. Dit is Berkel-Enschot. Indien het de wens is dit punt positief geformuleerd te handhaven dan vermelden dat Udenhout in totaal meer reizigers trekt, dat klopt wel. Dit punt is nu gewijzigd in de volgende tekst: “Prorail heeft onderzoek gedaan naar het aantal potentiële reizigers. Uit dat onderzoek komt naar voren dat de vervoerwaarde voor een station in Udenhout gunstiger is dan een station in Berkel-Enschot.
Samen met ProRail wordt een nadere verkenning naar het station opgesteld.” • M.b.t. de ontsluiting van Berkel-Enschot met de bus: Het bij voorkeur veel concreter benoemen dat nieuw geplande woongebieden (en ook reeds opgeleverde, waaronder Koningsoord) nu en in de toekomst een veel betere aansluiting op het OV/ de bus nodig hebben. Indien, zoals wat het plan in brede zin uitstraalt, inzetten op mobiliteitstransitie, OV, fiets en lopen de sterke voorkeur heeft, dan is wat er nu over de bus en buslijn 9 in staat wel erg mager. ▪ We begrijpen de lastige positie van de gemeente hierin, gezien de andere spelers die dat (mede) bepalen. Echter indien daar geen forse druk op uitgeoefend wordt dan blijft dit de komende 10-15 jaar een mooi geformuleerde ambitie die niet gerealiseerd wordt. Dit is nu verwerkt in het koersdocument onder de koers voor OV en Deelmobiliteit. Hier is opgenomen dat we nadrukkelijk inzetten op een betere OV verbinding van de diverse kernen én nieuw geplande en recent opgeleverde woongebieden. Knelpunt: veilige en in capaciteit voldoende ontsluiting van Berkel-Enschot en nieuw geplande woongebieden voor het autoverkeer 55
• Berkel-Enschot en Akker Heikant richting N65: Pag. 77 tweede tekstblok: terecht wordt opgemerkt dat ‘het op veel plaatsen in Berkel-Enschot te druk is, wat tot leefbaarheidsproblemen’ leidt. Een kleine opening naar verbetering wordt gegeven met de zin: ‘een bescheiden gebied ontsluitende functie van nieuwe infrastructuur in Akker kan de problematiek aan de Oostzijde van Berkel-Enschot wellicht verminderen”. Dit is o.i. onvoldoende en te vaag geformuleerd. Nu al geeft de ontsluiting richting N65 m.n. op de Durendaelweg met kruising Heikantsebaan en Heikantsebaan richting Kreitenmolenstraat problemen en verkeersonveilige situaties door de gekozen inrichting van kruisingen en wegvakken. Hier moet echt ingezet worden op een gedegen analyse en aanpassing van de bestaande infrastructuur. Wij twijfelen daarbij tevens ernstig aan de model uitkomst dat een doortrekken van de Koningsoordlaan langs het spoor, richting Kreitenmolenstraat, deze verkeersdruk zal doen verminderen. Mensen worden dan immers gevraagd eerst een behoorlijk stuk richting NO/Udenhout te rijden om vervolgens weer richting ZW/ N65 af te buigen. Terwijl, gevoelsmatig in ieder geval, via Durendaelweg en Heikantsebaan veel directer richting N65 leidt. Gaarne tekst hier aanpassen zodat problematiek en de aanpak hiervan veel concreter geformuleerd wordt.
Deze tekst is aangepast, als volgt: "Belangrijk is dat de ontwikkelingen geen nadelige impact mogen hebben op de verkeersstromen door de kernen. Nieuwe infrastructuur moet ook geen extra verkeer oproepen dat geen duidelijke herkomst of bestemming in het gebied heeft. Om deze reden wordt de Koningsoordlaan parallel aan het spoor doorgetrokken. Hiermee kan de nieuwe woningbouw in Berkel-Enschot worden ontsloten, maar ontstaat geen verkeersaantrekkende route die sluipverkeer op regionaal niveau faciliteert. De doorgetrokken Koningsoordlaan biedt tevens een goede ontsluiting vanuit Berkel-Enschot naar het treinstation. Om te voorkomen dat verkeer in noord-oostelijke richting alsnog via de Heikantsebaan-Durendaelweg gaat worden maatregelen genomen om het verkeer beter te begeleiden richting de Koningsoordlaan. O.a.: Plaatsen van bewegwijzering op de rotonde Durendaelweg – Pastoor van Tilborgstraat met duidelijke verwijzing voor doorgaand verkeer richting de Koningsoordlaan. Overleg met navigatie bedrijven om de navigatie aan te passen. Maatwerkmaatregelen op de Durendaelweg, welke nog nader uitgewerkt moeten worden.” • Gaarne tevens in tweede tekstblok pag. 77 aanpassen laatste zin: ‘dat goede verbindingen voor alle vervoerwijzen richting potentiële stationslocatie nodig is en dus niet alleen fiets zoals hier vermeld (zie ook boven pt. over OV). Zie bovenstaande aangepaste tekst.
• Gaarne tevens aanpassen op pag. 77 onder de kop Akker-Heikant de zin (2/3 van de tekst) ‘de ontsluiting voor auto’s sluit aan op bestaande infrastructuur van het dorp’. Ook hier aangeven dat nog nadere studie en uitwerking moet plaats vinden, hoe een in capaciteit en veiligheid voldoende ontsluiting van Akker-Heikant richting oostzijde op bestaande dan wel aan te passen infrastructuur kan plaats vinden. Dit is verwerkt in het koersdocument. Na de zin: “De ontsluiting voor auto's sluit aan op de bestaande infrastructuur van het dorp.” is toegevoegd: Er moet nog nadere studie en uitwerking plaatsvinden, hoe een in capaciteit en veiligheid voldoende ontsluiting van Akker-Heikant op bestaande dan wel aan te passen infrastructuur kan plaatsvinden. • Nieuwe Warande en ontsluiting daar geplande nieuwbouw (pag. 78 en 79): Uitstekend dat hier wordt ingezet op ‘Goede verbindingen (vooral langzaam verkeer) tussen bestaande kern en Nieuwe Warande’ en ‘het opwaarderen van wandel-en fietsroutes’. Wij juichen dit van harte toe. Echter er wordt hier nergens met een woord gerept over hoe huidige en toekomstige bewoners dit gebied per auto kunnen bereiken of verlaten. Nu al geeft dit problemen en overlast, zoals al een aantal bewoners op de bijeenkomst van 2 november met emotie aan wethouder Rik Grashoff kenbaar maakte. Via de Kraan is niet ideaal en ook minder gewenst.
Via de overweg Molenstraat is veel te ver om. Dit betekent dat nu al bewoners door en via het nieuw aangelegde woongebied richting Burgemeester Bechtweg rijden (vaak te hard). Met nog 250-350 woningen erbij gaat hier een groot probleem ontstaan m.b.t de beschikbare ontsluiting voor het autoverkeer en idem m.b.t verkeersveiligheid. Wij vragen dan ook in het definitieve Koersdocument aan te geven dat, voordat tot nieuwe woning bouw wordt overgegaan, er een oplossing gevonden moet worden voor de ontsluiting voor autoverkeer van de Nieuwe Warande (bestaande en geplande nieuwbouw) Dit is toegevoegd onder de omschrijving van Nieuwe Warande: Ontsluiting van de Nieuwe Warande vindt bij voorkeur plaats via het zuiden op de Rauwbrakenweg. Het verkeer wordt via de Rauwbrakenweg en Schepersvenweg direct op de N261 ontsloten. De N261 heeft voldoende capaciteit en is geschikt voor de afwikkeling van het verkeer. Hoe meer verkeer via de N261 verwerkt wordt, hoe minder De Kraan 56
wordt belast. Er moet nog nadere studie en uitwerking plaatsvinden, hoe een in capaciteit en veiligheid voldoende ontsluiting van Nieuwe Warande op bestaande dan wel aan te passen infrastructuur kan plaatsvinden. Knelpunt: vastgelegde verhouding geplande nieuwe woning bouw Vastgelegde gekozen verhouding nieuwbouw (pag. 52): DR Berkel-Enschot begrijpt de vastgelegde verhouding voor gebied SBRT. Wij staan volledig achter het bieden van meer betaalbare woningen in Berkel-Enschot voor starters en ouderen. Wij voorzien echter dat in de komende 10-15 jaar onvoldoende geschikte woonruimte beschikbaar is of komt voor de grote en sterk groeiende groep meer welgestelde ouderen die willen (maar niet kunnen) doorstromen naar een levensloop geschikte woonvorm. Temeer daar deze groep simpelweg niet in aanmerking komt voor de ‘betaalbare’ woningen. Alhoewel onder ‘de Koers’ pag. 52 hier in de tekst wel ruimte voor geboden wordt, zouden wij het toejuichen als in het Koersdocument ook wordt opgenomen hoe in Berkel-Enschot/ de dorpen inhoud gegeven kan worden aan passende levensloopbestendige woonvormen ook voor de meer welgestelde ouderen, zodat ook in die groep de doorstroming goed vorm krijgt en mensen in de eigen omgeving kunnen blijven wonen. Dit met inachtneming van de ambitie voor uitbreiding van meer betaalbare woningen voor starters en ouderen.
Pg 54 spreekt over een nieuw type ‘dorps wonen’ en refereert aan verdichting. Pg’s 77 en 78 betreffen de uitbreidingen. Wij vinden dat goed gekeken moet worden naar het behoud van ons dorpskarakter alsook een goede aansluiting met de bestaande woningbouw. Dit met name voor overzijde spoor (Nieuwe Warande). Niet alleen langs de randen te bouwen in harmonie met de omringende natuur, dat is vanzelfsprekend, maar ook richting Koningsoord (dorpshart). Om hier meer invulling aan te geven is in het hoofdstuk Wonen de volgende tekst opgenomen: "Voor ouderen realiseren we een mix van levensloopgeschikte woningtypen en woonvormen waarmee lange verhuisketens ontstaan en doorstroming verbetert. Voor vermogende en minder vermogende ouderen. Om passend en toekomstbestending te bouwen sluiten we aan op de (regionale) woonzorgvisies en in Tilburg tevens op het uitvoeringsprogramma GGoud.” Samenvattend • Dorpsraad Berkel-Enschot is uitermate blij met het concept Koersdocument Oostflank en veel daarin aangegeven ontwikkelingen voor ons dorp en omgeving. Zoals bovenstaand aangegeven zijn en blijven er bij ons ernstige zorgen en knelpunten m.b.t. de ontsluiting van Berkel-Enschot als geheel en de nieuw geplande woongebieden met de auto en het openbaar vervoer in het bijzonder. Het concept Koersdocument is o.i. op diverse punten onvoldoende concreet over de aanpak en/of oplossing hiervan.
We hebben het grootste deel van de voorgestelde aanpassingen overgenomen. • Wij hopen en verwachten dat deze reactie van de Dorpsraad Berkel-Enschot voldoende inhoud en helderheid biedt het eindrapport op deze punten aan te passen en aan te scherpen. Mocht dit nog verduidelijking vragen, dan laat het ons weten. We hebben het grootste deel van de voorgestelde aanpassingen overgenomen. • Tevens hopen we dat onze reactie een startpunt is om gezamenlijk te zoeken, het gesprek aan te gaan en inhoud te geven aan het bieden van passende woonvormen voor alle bewonersgroepen in Berkel-Enschot. Dit zodanig dat jong en oud kan doorstromen en (desgewenst) in het eigen dorp kan blijven wonen. Wij voeren dit gesprek graag met jullie.
57
16.
Dorpsraad Udenhout
Allereerst willen wij waardering uitspreken over het feit dat er een koersdocument is. Het feit dat er richting en uitgangspunten geformuleerd worden die verder gaan dan enkele jaren juichen wij toe. Daarmee ontstaat er een continuïteit in beleid waar onzes inziens ook behoefte aan is. Veel te ontwikkelen beleid vergt een veel langere horizon dan een verkiezingsperiode. Wij denken dat continuïteit in beleid ook bijdraagt aan vertrouwen in de overheid. Wij willen graag allereerst een reactie geven op het proces, vervolgens geven wij een inhoudelijke reactie. Wij waarderen het dat de gemeente een besturingsfilosofie heeft dat zij burgers wil betrekken in haar beleid, wijkgericht wil werken en participatie beoogt. Ook in dit proces zijn wij als Dorpsraad intensief geïnformeerd bij het tot stand komen van dit koersdocument. Herhaalde malen is onze reactie gevraagd en hebben wij input geleverd. Dat de gemeente onze input serieus neemt blijkt onder meer uit het feit dat de sluiting van de Heusdensebaan naar de N65 van de baan is. Dit naar aanleiding van het nader verkeerskundig onderzoek dat is uitgevoerd naar aanleiding van zorgen en bezwaren van zowel de coöperatie Biezenmortel als de Dorpsraad Udenhout. Toch zijn wij teleurgesteld dat van verschillende andere voor ons belangrijke punten bijna niets terug te vinden is.
Datgene wat wel is opgenomen is vaag en weinig concreet geformuleerd. Hoewel wij begrijpen dat harde cijfers niet in een koersdocument thuishoren, kan ook een ambitie of koers stevig en duidelijk worden verwoord. In onze inhoudelijke reactie geven wij hiervan voorbeelden. Als Dorpsraad lezen we een groot deel van onze inbreng niet terug in het concept koersdocument. Wij verwachten, zeker als dit in overleggen is toegezegd, dat punten daadwerkelijk worden opgenomen in het koersdocument. Daar waar het gemeentebestuur vindt dat zij dit niet op kunnen of willen op kunnen nemen, verwachten wij bij participatie dat beargumenteerd wordt waaróm een en ander niet is opgenomen. Dán is er sprake van échte participatie. Vanuit die gedachte zijn wij benieuwd op welke wijze wij een reactie op dit schrijven zullen krijgen. Wij hopen dat daaruit blijkt dat men in Tilburg échte participatie nastreeft en dat onze punten ofwel worden opgenomen ofwel worden beargumenteerd afgewezen worden. Hoe dit proces zal lopen zal ook van grote invloed zijn op onze toekomstige houding en relatie naar de gemeente. Wij betreuren het dat u hierover teleurgesteld bent en hopen dat onderstaande reactie meer vertrouwen geeft in het participatieproces. Inhoudelijke reactie Dorpsraad Udenhout leest in het koersdocument mooie nieuwe kansen voor Udenhout.
Zeker op het gebied van de woningbouw, het nieuwe station en de recreatievoorzieningen. Deze nieuwe kansen gaan echter ook gepaard met nieuwe zorgpunten. De Dorpsraad kan dan ook alleen instemmen met en achter het koersdocument kunnen staan wanneer een aantal zaken worden opgenomen dan wel scherper worden geformuleerd. Deze punten leest u in willekeurige volgorde, hieronder: 1.
Diverse verkeersdeskundigen onderzoeken wijzen uit dat de verkeersintensiteit in Udenhout vele malen hoger is dan wenselijk. In het concept is “autoluw” de koers. Echter, de beoogde ontwikkelingen zullen de verkeersdruk eerder doen toenemen dan afnemen. In het koersdocument willen wij opgenomen zien dat de verkeersintensiteit in de dorpskern sterk terug moet worden gebracht ten opzichte van de huidige situatie. Daarbij willen we benadrukken dat dat we onder dorpskern in principe alle hoofdstraten binnen de kern verstaan. Als in dit document geen ruimte is voor harde getallen en toezeggingen kunnen ten aanzien hiervan wel degelijk stevige ambities worden opgenomen, zoals een verhouding ten opzichte van de huidige situatie en het aansluiten op (CROW-) richtlijnen die passen bij een dorpse 30km zone. Daarnaast ambities opnemen over het weren van doorgaand- en vrachtverkeer in de dorpskern. De maatregelen die voorgesteld zijn op grond van eerdere onderzoeken moeten onderdeel uitmaken van de koers.
We hebben in het aangepaste koersdocument bij de visie over Udenhout nu de volgende passage opgenomen, wat hopelijk grotendeels invulling geeft aan bovenstaande: “In Udenhout zien we dat de huidige verkeersintensiteit niet past bij een goede leefnaarheid en verkeersveiligheid in de kern. Daarom nemen we maatregelen waardoor de intensiteit in de kern in de toekomst met de gerealiseerde woningbouw toch lager is dan de huidige intensiteit en past bij het verblijfsklimaat. Vanuit analyse naar de omgeving en functies in de kern van Udenhout en het oplossend vermogen van onder andere het beter laten functioneren van De Mortel gaan we uit van een streefwaarde van 5.000 mvtg per etmaal in de kern van Udenhout. Maatregelen die al op kortere termijn worden genomen moeten in de lijn van het Koersdocument passen. 58
Om de bereikbaarheid per auto te waarborgen en met name het dorpshart van Udenhout te ontlasten wordt het verkeer geleid via de verlengde Koningsoordlaan richting de Kreitemolenstraat, en daaraansluitend over een verbeterde Spoorakkerweg richting De Mortel of Brabantsehoek-Gommelsestraat. De maatregelen worden genomen alvorens een station wordt gerealiseerd en Udenhout wordt uitgebreid met woningbouw.” 2.
Definitieve instemming kan pas wanneer we een integrale en finale doorrekening hebben gezien van de verkeerseffecten van het definitieve plan. Daarbij willen we weten wat de verwachte hoeveelheid verkeer is door de dorpskern en ontsluitende wegen wanneer er woningbouw bijkomt, een station komt, de Koningsoordlaan doorgetrokken wordt, de Mortel aangesloten wordt enz. Zowel inclusief als exclusief externe factoren en aannames zoals mobiliteitstransitie, parkeerambitie in Tilburg centrum en andere ontwikkelingen. In aansluiting hierop moet opgenomen worden dat de verkeersintensiteit jaarlijks gemonitord wordt. Als blijkt dat de verkeersintensiteit ondanks de maatregelen niet afneemt moeten aanvullende of nieuwe maatregelen worden genomen
Zoals toegezegd zijn deze maatregelen als een integraal pakket doorgerekend. Dit geeft de onderstaande modelmatige intensiteiten voor de situatie 2040. Essentieel hierbij is een goede autoluwe inrichting van het centrum. Zoals eerder aangegeven streven we hiermee naar een streefwaarde van ongeveer 5.000 motorvoertuigen per etmaal in het centrum van Udenhout. Om te kunnen bekijken of maatregelen het gewenste effect hebben, zullen we na het treffen van maatregelen de intensiteit te monitoren.
Intensiteiten variant ‘Geoptimaliseerde voorkeursvariant met Heusdensebaan dicht aan zuidzijde N65’ (motorvoertuigen/etmaal in 2040, afgerond op 100-tallen)
59
3.
Het doortrekken van de Koningsoordlaan moet gebeuren ten gunste van Udenhout en Berkel-Enschot en niet voor (inter)regionaal verkeer. Wij staan dan ook achter de keuze om deze weg aan de rand van de Udenhoutse kern aan te sluiten op de Kreitenmolenstraat. De locatie van de (de aansluiting van) deze weg roept echter veel vragen en onrust op. Evenals de koppeling met de Mortel via het industrieterrein. Zo bleek ook tijdens de informatieavond op 1 november jl. dat de randweg-functie van de Mortel zowel vragen als zorgen oproept. Dit vraagt in het definitieve koersdocument om specifieke onderbouwing en toelichting van de doorgetrokken Koningsoordlaan tot en met de Mortel. Onder meer duidelijkheid over mogelijke locatie, het beeld dat bij dit type weg, de verkeerintensiteit (ten opzichte van nu), ruimte voor snelheid remmende maatregelen enz. Hierbij moet ten minst ook de suggestie voor een alternatieve routing via Brabantse Hoek en Gommelsestraat (zoals genoemd tijdens de informatieavond en in diverse schriftelijke reacties) serieus overwogen worden, doorgerekend en onderbouwd worden.
In het aangepaste koersdocument is de doorgetrokken Koningsoordlaan langs het spoor ingetekend. In de basis wordt uitgegaan van een gebiedsontsluitingsweg met 50 km/uur, zoals nu ook de bestaande Koningsoordlaan is. De aansluiting op de Koningsoordlaan/Spoorakkerweg vindt idealiter in de vorm van een rotonde plaats. Hierbij zou ook het noordelijke deel van de Kreitenmolenstraat ten noorden van de rotonde in het 30 km/uur regime kunnen worden opgenomen. Specifiekere uitspraken over het type weg, de inrichting van de weg en de exacte positie van de weg moeten nog uitgezocht worden in het vervolgtraject waarbinnen deze weg verder uitgewerkt wordt. Binnen de tekst bij de visie voor Berkel-Enschot is nu tevens de onderbouwing en toelichting als volgt opgenomen: "Belangrijk is dat de ontwikkelingen geen nadelige impact mogen hebben op de verkeersstromen door de kernen. Nieuwe infrastructuur moet ook geen extra verkeer oproepen dat geen duidelijke herkomst of bestemming in het gebied heeft. Om deze reden wordt de Koningsoordlaan parallel aan het spoor doorgetrokken. Hiermee kan de nieuwe woningbouw in Berkel-Enschot worden ontsloten, maar ontstaat geen verkeersaantrekkende route die sluipverkeer op regionaal niveau faciliteert.
De doorgetrokken Koningsoordlaan biedt tevens een goede ontsluiting vanuit BerkelEnschot naar het treinstation.” Tevens is in de tekst over Udenhout opgenomen dat: “Om de bereikbaarheid per auto te waarborgen en met name het dorpshart van Udenhout te ontlasten wordt het verkeer geleid via de verlengde Koningsoordlaan richting de Kreitemolenstraat, en daaraansluitend over een verbeterde Spoorakkerweg richting De Mortel of BrabantsehoekGommelsestraat.” 4.
Het afsluiten van de Heusdensebaan richting de N65 leidt volgens adviesbureau Goudappel tot een onaanvaardbare toename van de verkeersdruk in Udenhout. In het definitieve koersdocument mag deze optie dan ook niet meer terugkomen.
Deze optie komt niet meer terug in het koersdocument. 5.
Een koers is een richting. Maar de volgorde waarin zaken gerealiseerd worden zijn minstens zo belangrijk. Ruimtelijke ordening zoals woningbouw en een mogelijk station vergen randvoorwaarden zoals ontsluitingswegen van woonwijken ontsluitingswegen tussen de dorpen en verkeersmogelijkheden van en naar een mogelijk nieuw station parkeervoorzieningen enz. In het definitieve koersdocument willen we terugzien dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen deze (infrastructurele) randvoorwaarden vóóraf of tenminste gelijkmatig gerealiseerd worden.
Specifiek voor Udenhout hebben we het volgende opgenomen bij de visie voor Udenhout in het aangepaste koersdocument. “De maatregelen worden genomen alvorens een station wordt gerealiseerd en Udenhout wordt uitgebreid met woningbouw.” Daarnaast hebben we meer algemeen de volgende passage opgenomen in het laatste hoofdstuk van het koersdocument: “Vanuit de visie kunnen vele deelprojecten gedefinieerd worden. Deze deelprojecten hangen met elkaar samen en zijn soms ook randvoorwaardelijk voor elkaar. Maatregelen op het gebied van mobiliteit, natuur en landschap zullen in tijd zo goed mogelijk worden afgestemd op de realisatie van de diverse woningbouwopgaven. In de komende jaren zullen de deelprojecten nader gespecificeerd worden en zullen de randvoorwaarden en afhankelijkheden steeds duidelijker in beeld gebracht worden.” 6.
Naast de volgorde is ook de snelheid van ontwikkelingen van belang. Wanneer de woningbouw té snel gaat dan heeft dit eerder een aanzuigende werking op mensen van buiten het dorp, waardoor er minder ruimte overblijft voor de woon carrière c.q. levensloop van de eigen jeugd en ouderen. In het hoofdstuk Wonen moet hier aandacht aan worden besteed. 60
Wij zijn van mening dat dit al voldoende is opgenomen in het koersdocument, omdat er in het hoofdstuk Wonen een tabel is opgenomen waarbij het aantal toe te voegen woningen tot 2030 en (separaat) tot 2040 is opgenomen. Overigens is er op dit moment al woningnood onder de huidige jongvolwassenen en ouderen. Door nu te bouwen, bouwen we óók voor de starters en ouderen van de toekomst. Onder de koers van Wonen hebben we nu wel de volgende tekst opnemen, die hier ook meer aandacht aan besteed: “We bouwen woningen passend bij de behoefte van de verschillende doelgroepen. Om doorstroming te faciliteren bouwen we verschillende woningtypen, passend bij de woonbehoefte van de dorpsbewoners en de verschillende doelgroepen. We streven naar ene grotere diversiteit in het aanbod van (geclusterde) woonvormen. Specifiek voor ouderen zetten we in op levensloopgeschikte (nultreden) wonen met een diversiteit aan woningplattegronden en afmetingen en een goede (collectieve en/of individuele) buitenruimte.” 7.