CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

22-15 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27- bijlage 1a. Toelichting met bijlagen

RAAD 7 februari 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 22-15 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 2726.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10 verkeersbewegingen per dag (auto) 20 verkeersbewegingen per dag (10 per auto en 10 per bestelbus) 10 verkeersbewegingen per dag (auto)

Verkeersbewegingen Helvoirtseweg 25b (burgerwoning)

In de bijlage 3 zijn de resultaten van de berekeningen toegevoegd. Zowel de resultaten van de berekening voor de realisatiefase als die voor de gebruiksfase laten zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van de verschillende fases. Daarnaast zijn geen significante effecten te verwachten op de gebieden als gevolg van de overige verstorende factoren. Natuur Netwerk Brabant Natuur Netwerk Brabant is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang in de provincie Noord-Brabant met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in 25 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit Natuur Netwerk. Het Natuur Netwerk Brabant bestaat uit zowel het rijksdeel (Natuur Netwerk Nederland) als het provinciale gedeelte. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot Natuur Netwerk Brabant is gelegen op een afstand van circa 100 meter ten oosten van het gedeelte van het plangebied waar de bestemmingswijziging op ziet en waar een wijziging in het gebruik plaatsvindt. Het deel van het perceel van de kwekerij dat als natuur wordt ingericht is gelegen tegen de NNB (zie volgende figuur).

NNB

Figuur 15: Natuur Netwerk Brabant (plangebied rood omkaderd)

Het NNB-gebied betreft een bosgebied dat grenst aan de Ruysbossche Waterloop. Deze beek is ook aangewezen als onderdeel van Natuur Netwerk Nederland. Door onderhavige ontwikkeling wordt dit gebied niet aangetast c.q. doorkruist. De inrichting van het deel van het perceel van de kwekerijgronden dat tegen de NNB is gelegen als natuur levert juist een relevante bijdrage aan de bescherming en behoud van de ecologische en natuurwaarden van de NNB. 4.1.2

Soortenbescherming

In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: 26 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

• Vogels Dit betreffen alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb) en de onder de voormalige Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. • Internationaal beschermde soorten Dit betreffen alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); • Overige beschermde soorten Dit betreffen soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de voormalige Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016).

Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De beoogde ontwikkeling betreft een bestemmingswijziging. Er wordt geen nieuwbouw opgericht en er wordt geen bestaande bebouwing gesloopt. Permanente verstoring door menselijke activiteiten, zoals licht en geluid, zullen beperkt blijven tot het plangebied. Daarnaast wordt door middel van het aanbrengen van erfbeplanting de ontwikkeling landschappelijk ingepast. De erfbeplanting sluit aan bij de bestaande structuren en gebiedssoorten en draagt bij aan een aantrekkelijkere leefomgeving waardoor nieuwe rust- en verblijfplaatsen voor eventueel voorkomende soorten worden gecreëerd. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de ecologische en landschappelijke waarden van het gebied.

De geplande activiteiten leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming; de ontwikkeling heeft naar verwachting geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten.

4.2

Landschappelijke waarden

In de Structuurvisie Haaren is het grondgebied van de gemeente ingedeeld in een aantal landschappelijke deelgebieden. Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied ‘Beekdal Ruysbossche Waterloop’. De Ruysbossche Waterloop voert vanaf de zuidoostzijde van Haaren richting het noorden. Daar gaat de loop over in de Broekleij. Alhoewel er (op de ecologische verbindingsfunctie na) geen specifiek beleid voor het beekdal van de Ruysbossche Waterloop is gedefinieerd en de ruimtelijke samenhang niet overal even herkenbaar is, is het in de structuurvisie toch goed het beekdal te benoemen. Enerzijds vanwege het samenvallen met de natuurlijke kwaliteiten van het Helvoirts Broek aan de benedenloop en anderzijds vanwege de ruimtelijke scheiding die de bovenloop vormt tussen de kern Haaren en de Belverse Akkers en Weiden. • Smalle watergang met overwegend steile oevers ; 27 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

• • • •

Relatief open beekdal met haaks op de beek gelegen ontwateringssloten; Bovenloop ingeklemd tussen de lintbebouwing van Haaren en ‘t Eind / Belverse Akkers en Weiden; Benedenloop (bij N65) vormt landschappelijke eenheid met Helvoirts Broek; Ontwikkelingen in het gebied in samenhang met aangrenzende gebieden beschouwen.

Voor de locaties Helvoirtseweg 25a en 25b is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Aangezien op de locatie Helvoirtseweg 25b onvoldoende ruimte aanwezig is voor een voldoende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, wordt een deel van de kwekerijgronden van Helvoirtseweg 27 dat is gelegen nabij de Ruysbossche Loop ingericht als natuurlijk terrein De volgende figuur toont een uitsnede van de landschappelijke inpassingsplannen.

Helvoirtseweg 25a

Helvoirtseweg 25b

28 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Perceel kwekerij nabij Ruysbossche Loop Figuur 16: Uitsnede landschappelijke inpassingsplannen

Bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan zijn de uitgangspunten behorende bij het deelgebied in acht genomen. De beplanting bestaat uit inheemse soorten en sluit aan bij de karakteristieken van het landschap. Het plan is toegevoegd als bijlage 4. De landschappelijke inpassing, evenals het beheer en onderhoud van de beoogde ontwikkeling, wordt verankerd in de regels van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting.

4.3 4.3.1

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de regio van cultuurhistorisch belang ‘Meierij’ (zie volgende figuur).

29 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Plangebied Meijerij Plangebied

Dekzandrug Tilburg-Den Bosch

Plangebied Helvoirtseweg: historisch-geografische lijn van redelijk hoge waarde

Figuur 17: Uitsnede ‘Cultuurhistorische Waardenkaart, herziening 2016’ provincie Noord-Brabant

De Meierij bestaat uit oude en jonge ontginningslandschappen afgewisseld met woeste gronden. De woeste gronden werden gebruikt voor beweiding, waardoor er op enkele plekken stuifzanden ontstonden. De oude ontginningen ontstaan uit dorpen met oude akkercomplexen. Het gebied kent een verscheidenheid aan landschapsstructuren; vochtige bossen, heiden, vennen en beekdalen. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd. De belangrijkste kenmerken van het agrarisch cultuurlandschap van de Meierij zijn de akkercomplexen met aanliggende buurtschappen en groenstructuren, de langgevelboerderijen, de landgoederen, de plantages met populieren en kloostercomplexen. In de Meierij worden mogelijkheden geboden voor menging van functies in het buitengebied. De ontwikkeling van dorpen en de landbouw kan plaatsvinden in samenhang met het versterken van landschapselementen die bijdragen het karakter van de Meierij: zoals poelen, houtwallen, open graslanden, bomenlanen en onverharde wegen. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen het archeologische landschap ‘Dekzandrug Tilburg-Den Bosch’. Het gebied loopt van Goirle tot Vught en heeft een langgerekte vorm. Het gebied herbergt relatief veel middelgrote woonkernen. Naast beide hiervoor genoemde plaatsen zijn dat Haaren, Oisterwijk, BerkelEnschot, Udenhout en Helvoirt.

Rondom de bebouwde kommen is voornamelijk landbouwgrond aanwezig. Door het gebied lopen verschillende snelwegen (A58, A65) en spoorlijnen. Het landschap is opgebouwd uit de beekdalen van de Leij en de Essche Stroom en de hoger gelegen dekzandruggen ten noordwesten daarvan. De begrenzing bij Den Bosch in het noorden, wordt gevormd door het riviertje de Dommel vanaf de plaats waar de Essche Stroom hierin uitmondt. In het noordwesten wordt het landschap begrensd door de Zandleij en haar zijbeken. Een groot deel van de dekzandruggen tussen Goirle en Helvoirt is bedekt met plaggendekken (oude bouwlanden). Verder komen tussen Vught en Helvoirt enkele kleinere stuifzandcomplexen voor. Dit gebied herbergt naar verwachting goed geconserveerde archeologische waarden. Verder is de Helvoirtseweg aangewezen als historisch-geografisch waardevolle lijn van redelijk hoge waarde; dit betreft de oude hoofdweg van Haaren naar Helvoirt. De cultuurhistorische waarden worden intact gehouden. Er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Met de aanleg van erfbeplanting worden de landschapskenmerken van de Meierij juist ook versterkt. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden.

30 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

4.3.2

Archeologische waarden

Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Gemeenten hebben een belangrijke rol in het archeologisch stelsel; in bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ moet worden bewaard. In een plantoelichting dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologie, de archeologische waarden door middel van vooronderzoek in kaart worden gebracht. Het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2 ’. Hier geldt dat voor ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is. Voor een klein gedeelte op het agrarisch bouwvlak Helvoirtseweg 27 is ‘Waarde - Archeologie 3’ van toepassing, maar op deze locatie blijft het bouwvlak ongewijzigd. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het oprichten of slopen van bebouwing of andere bodemingrepen; alle bestaande bebouwing blijft gehandhaafd.

Er is derhalve geen sprake van aantasting van mogelijk voorkomende archeologische waarden, waarmee nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Indien echter tijdens grondwerkzaamheden alsnog archeologische sporen en/of materialen worden aangetroffen, dan moet dit conform art. 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet, direct worden gemeld bij de bevoegde overheid.

4.4

Verkeer, ontsluiting en parkeren

4.4.1

Verkeer en ontsluiting

De locatie Helvoirtseweg 25a wordt door middel van één centrale bestaande inrit direct ontsloten op de Helvoirtseweg; deze blijft in de beoogde situatie gehandhaafd en staat ten dienste van zowel de bedrijfswoning als het bedrijf. Ook aan de ontsluiting van de voormalige bedrijfswoning Helvoirtseweg 25b en de kwekerij Helvoirtseweg 27 wijzigt niets (zie volgende figuur). De wijziging van de bestemming leidt voor de locatie Helvoirtseweg 25b niet tot een toename van verkeersbewegingen van en naar de woning en daarmee niet tot een verhoging van de verkeersintensiteit op de Helvoirtseweg. Het aantal maximale dagelijkse verkeersbewegingen bedraagt 10. Voor de locatie Helvoirtseweg 25a geldt dat de verkeersbewegingen in de beoogde situatie ten behoeve van het niet-agrarische bedrijf ten opzichte van de verkeerbewegingen als gevolg van de varkenshouderij niet noemenswaardig toenemen. Het maximaal aantal dagelijkse verkeersbewegingen bedraagt 30 (inclusief bedrijfswoning).

31 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Inrit Helvoirtseweg 27 (bedrijf en bedrijfswoning)

Inrit Helvoirtseweg 25b

Inrit Helvoirtseweg 25a (bedrijf en bedrijfswoning)

Figuur 18: Ligging inritten (plangebied rood omkaderd)

4.4.2

Parkeren

Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein. Binnen de bedrijfsinrichting Helvoirtseweg 25a is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor bezoekers en huurders van de bedrijfsruimten. De statische opslag op het bedrijf heeft een beperkte parkeerbehoefte. Ten behoeve van de opslag zullen enkel kortstondige laad- en losmomenten plaatsvinden. Voor wat betreft de verhuur van bedrijfsruimten aan derden zal de duur van het merendeel van de parkeermomenten kort zijn. Ook bij de bedrijfswoning is voldoende parkeergelegenheid voor de bewoners (minimaal 3 parkeerplaatsen). Hiermee wordt te allen tijde parkeren in de openbare ruimte voorkomen. Voor de locatie Helvoirtseweg 25b geldt dat er bij de woning voldoende parkeerplaatsen zijn voor de bewoners van de burgerwoning (minimaal 3 parkeerplaatsen). Het aspect parkeren vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

32 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

5. Milieuaspecten Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.

5.1

M.e.r.-beoordeling

Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dient op basis van wet- en regelgeving vaak een m.e.r.-procedure doorlopen te worden. Om te beoordelen of een plan of besluit m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, dient te worden bepaald of het project is opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. is per 1 juli 2017 gewijzigd. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden van kolom 2 vallen dient een toets te worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De ontwikkelingen komt niet voor in de lijst van het Besluit m.e.r. Derhalve is geen m.e.r.-beoordeling van het plan noodzakelijk.

5.2

Bodem

In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of bij een buitenplanse afwijkingsprodedure. In artikel 8 van de Woningwet is aangegeven dat een gemeente in de gemeentelijke bouwverordening regels moet opnemen om het bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De gemeente heeft de taak om alleen een omgevingsvergunning (aspect bouwen) te verlenen als de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiertoe toetst de gemeente de informatie omtrent de bodemkwaliteit aan de Circulaire bodemsanering. Als de bouwlocatie daaraan niet voldoet, dan kan de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning weigeren, of nadere eisen in de vergunning opnemen. Bodemtoets Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. In bepaalde gevallen dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak.

In de beoogde situatie wordt op de locatie Helvoirtseweg 25a de totale bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing hergebruikt ten behoeve van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten; er wordt geen bebouwing gesloopt. Verder wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Aangenomen kan worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse reeds geschikt is voor de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten en het wonen in de bedrijfswoning.

33 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Voor de locatie Helvoirtseweg 25b geldt dat de bedrijfswoning wordt omgezet in een burgerwoning; de woonfunctie blijft ongewijzigd. Daarnaast hebben in de loods in het verleden geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Een bodemonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.3

Water

Het plangebied is niet gelegen binnen of in de nabijheid van een drinkwaterwingebied voor de openbare drinkwatervoorziening of een waterbergingsgebied. Het is wel gelegen binnen een boringvrije zone (zie volgende figuur).

Plangebied

Plangebied

Plangebied

Figuur 19: Uitsnede verbeelding Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging

In de boringsvrije zone geldt de minst strikte vorm van bescherming, namelijk behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Hieraan kan bijvoorbeeld invulling gegeven worden door middel van een aanlegvergunningenstelsel voor activiteiten in de bodem die de beschermende kleilaag kunnen doorboren. In de vigerende bestemmingsplannen is deze zone vertaald door middels van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – boringsvrije zone’. Deze aanduiding wordt ook in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering c.q. bedreiging voor de hydrologisch waardevolle en kwetsbare gebieden. De waterhuishoudkundige gevolgen binnen het plan worden behandeld in de waterparagraaf (hoofdstuk 6).

5.4

Geluid

In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving.

34 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

5.4.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Door de omzetting van de bedrijfswoning naar een burgerwoning op de locatie Helvoirtseweg 25b worden geen geluidsgevoelige objecten toegevoegd. Hetzelfde geldt voor de locatie Helvoirtseweg 25a, waar de bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Er wijzigt niets aan het beschermingsregime van de woningen. Het aspect wegverkeerslawaai vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 5.4.2

Industrielawaai

Ten aanzien van het aspect industrielawaai worden de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden. In paragraaf 5.7 wordt onderbouwd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect geluid sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.5

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Om versnippering van ‘in betekenende mate’ (IBM) projecten in meerdere NIBM-projecten te voorkomen is een anti-cumulatieartikel opgenomen. In de Handreiking NIBM is de toepassing van het Besluit NIBM en de Regeling NIBM toegelicht en uitgewerkt. De bijdrage van NIBM-projecten aan de luchtverontreiniging wordt

35 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) gecompenseerd met algemene maatregelen. Toetsing initiatief De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt ter plaatse van het plangebied 18,24 µg/m³. Er wordt voldaan aan de wettelijke norm. De ontwikkeling heeft geen invloed op de luchtkwaliteit. Met behulp van de NIBM-tool (versie 2021) is berekend of de ontwikkeling in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide in de buitenlucht. In het rekenmodel is uitgegaan van een ‘worst-case’ scenario waarin sprake is van 40 dagelijkse voertuigbewegingen van en naar de locaties Helvoirtseweg 25a en 25b, waarbij gerekend wordt met een aandeel van 10% vrachtverkeer (‘worst-case’ scenario). Onderstaande figuur geeft een overzicht van het resultaat.

Figuur 20: Resultaat berekening bijdrage aan luchtkwaliteit (NIBM-tool)

De ontwikkeling heeft geen significante invloed op de luchtkwaliteit; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Woon- en leefklimaat Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt voor de parameters fijn stof (PM10), zeer fijn stof (PM2,5) en stikstofdioxiden (NO2) in beeld gebracht of ter plaatse van het plangebied aan de wettelijke normen wordt voldaan. De huidige achtergrondconcentraties van deze stoffen bedragen: • fijn stof (PM10): 18,24 µg/m³ (wettelijke norm: 40 µg/m³); • zeer fijn stof (PM2,5): 11,46 µg/m³ (wettelijke norm: 25 µg/m³); • stikstofdioxiden (NO2): 15,2 µg/m³ (wettelijke norm: 40 µg/m³)1. Er wordt voldaan aan de wettelijke normen; er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

1 Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN): https://geodata.rivm.nl/gcn/

36 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

5.6

Geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv, 2007) schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij).

Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied(belang geurgevoelig object). 5.6.1

Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting)

In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Helvoirtseweg 23 (vleesvee- en varkenshouderij): afstand 105 meter; • Helvoirtseweg 8 (paardenhouderij): afstand 120 meter; • Molenstraat 28 (melkrundveehouderij): afstand 250 meter; • Molenstraat 26 (paardenhouderij): afstand 350 meter; • De Voort 1 (melkrundveehouderij): afstand 370 meter; • Molenstraat 22 (varkenshouderij): afstand 440 meter; • Oude Baan 9 (varkenshouderij): afstand 460 meter; • De Voort 2 (rundveehouderij): afstand 500 meter; • Molenstraat 20 (melkrundveehouderij): afstand 570 meter. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur.

37 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Molenstraat 20 melkrundveehouderij

Molenstraat 22 varkenshouderij

De Voort 2 rundveehouderij

Molenstraat 26 paardenhouderij Molenstraat 28 melkrundveehouderij

Oude Baan 9 varkenshouderij

Plangebied De Voort 1 melkrundveehouderij

Plangebied

Plangebied

Helvoirtseweg 23 vleesvee- en varkenshouderij

Helvoirtseweg 8 paardenhouderij

Figuur 21: Ligging meest nabijgelegen veehouderijbedrijven

Deze veehouderijbedrijven worden beschermd tegen geurgevoelige objecten. Dit betekent dat de rechten van de veehouderijbedrijven die kunnen worden ontleend aan de vigerende vergunning gerespecteerd dienen te worden. Verordening geurhinder en veehouderij 2019 gemeente Haaren In april 2019 heeft de gemeenteraad van Haaren de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2019 gemeente Haaren’ vastgesteld met een bijbehorende normenkaart. Dit geurbeleid is na de herindeling van de gemeente Haaren van kracht gebleven voor het voormalige Haarense grondgebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oisterwijk zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan. De volgende figuur toont een uitsnede van deze normenkaart en de ligging van het plangebied.

38 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Plangebied

Figuur 22: Uitsnede Normenkaart Verordening geurhinder en veehouderij 2019 gemeente Haaren

Het plangebied is gelegen binnen deelgebied ‘Agrarisch- en boomteelt ontwikkelingsgebied’ waar een geurnorm geldt van 14 ouE/m³. Ingevolge artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder een veehouderij (Wgv) bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of een voormalige veehouderij (beëindigd na 19 maart 2000) ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen. De locatie Helvoirtseweg 25a betreft een voormalige agrarische bedrijfswoning; hier dient dan ook te worden voldaan aan de vaste afstanden met betrekking tot geur. De afstand van deze woning tot de dichtstbijzijnde veehouderij (Helvoirtseweg 23) bedraagt circa 105 meter. Er wordt dan ook voldaan aan de minimale afstand. Een deel van de nieuwe bedrijfsruimten op de locatie Helvoirtseweg 25a waar mensen verblijven in de beoogde situatie (werkplaatsen, kantoortjes) betreffen nieuwe geurgevoelige objecten. Echter, andere geurgevoelige objecten (woning Helvoirtseweg 23 en 25b) zijn dichter bij omliggende veehouderijbedrijven gelegen dan deze nieuwe objecten Voor de woning Helvoirtseweg 25b wijzigt het beschermingsregime niet; in de huidige situatie betreft dit een bedrijfswoning bij een niet-veehouderij en in de beoogde situatie een burgerwoning.

Deze worden in het kader van de Wgv beschouwd als eenzelfde type geurgevoelig object. Er hoeft dan ook niet te worden getoetst aan de geurnormen. Daarnaast zijn andere (burger)woningen in de omgeving dichter bij de omliggende veehouderijen gelegen dan de woning Helvoirtseweg 25b. Onderhavig initiatief vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling van omliggende veehouderijbedrijven. 5.6.2

Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting)

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. Deze bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie.

39 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Op 19 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren de ‘Beleidsregel geur en ruimtelijke plannen 2019 gemeente Haaren’ vastgesteld. Deze beleidsregel is na de herindeling van de gemeente Haaren van kracht gebleven voor het voormalige Haarense gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oisterwijk zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan. Het doel van de beleidsregel is om een helder toetsingskader te geven voor de afweging van het woon- en leefklimaat bij alle ruimtelijke ontwikkelingen, waarvoor een herziening, wijziging of afwijking van het geldende bestemmingsplan nodig is. De beleidsregel wordt toegepast bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van (nieuwe) geurgevoelige objecten. Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied ‘Agrarisch- en boomteelt ontwikkelingsgebied’ (zie vorige figuur). Hiervoor zijn in de beleidsregel toetswaarden opgenomen voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat: • 0 – 10 ouE/m³: goed woon- en leefklimaat; • 10 – 20 ouE/m³: afweegbaar woon- en leefklimaat; • > 20 ouE/m³: slecht woon- en leefklimaat. Voor onderhavige ontwikkeling is een berekening uitgevoerd middels het programma V-Stacks Gebied. De bedrijven binnen een straal van 2 kilometer afstand rondom het plangebied zijn meegenomen.

Voor het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de gegevens gebruikt uit het Bestand Veehouderij Bedrijven (webBvB) van 16 juli 2019. De invoergegevens en resultaten van de berekeningen zijn opgenomen in de bijlage 5. De volgende tabellen geven een overzicht van de resultaten. Er wordt getoetst aan de maximale toetswaarden waarbij nog sprake is van een acceptabel (‘afweegbaar’) woon- en leefklimaat. Tabel 3: Achtergrondbelasting en beoordeling woon- en leefklimaat Helvoirtseweg 25a Receptorpunt Toetswaarde beleidsregel Geurbelasting [ouE/m3] Beoordeling woon- en (afweegbaar woon- en leefklimaat leefklimaat) [ouE/m3] Hoekpunt 1 20,0 5,5 Goed Hoekpunt 2 20,0 4,7 Goed Hoekpunt 3 20,0 4,7 Goed Hoekpunt 4 20,0 6,3 Goed Tabel 4: Achtergrondbelasting en beoordeling woon- en leefklimaat Helvoirtseweg 25b Receptorpunt Toetswaarde beleidsregel Geurbelasting [ouE/m3] Beoordeling woon- en (afweegbaar woon- en leefklimaat leefklimaat) [ouE/m3] Hoekpunt 1 20,0 3,8 Goed Hoekpunt 2 20,0 3,7 Goed Hoekpunt 3 20,0 3,7 Goed Hoekpunt 4 20,0 3,6 Goed

Uit bovenstaande resultaten volgt de conclusie dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor het initiatief.

40 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

5.7

Bedrijven en milieuzonering

Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft per bedrijfsactiviteit richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. Uitgangspunt hierbij is dat de richtafstand in principe geldt tussen de randen van de bestemmingsvlakken. De volgende figuur laat de ligging van de bedrijfsactiviteiten en het plangebied zien binnen en in de directe omgeving van het plangebied.

Molenstraat 27a aannemersbedrijf

De Voort 2 rundveehouderij

Molenstraat 28 melkrundveehouderij

Plangebied

De Voort 1 melkrundveehouderij

Plangebied

Helvoirtseweg 27 kwekerij

Plangebied

Helvoirtseweg 25 gemengd

Helvoirtseweg 8 paardenhouderij

Helvoirtseweg 23 vleesvee- en varkenshouderij

Figuur 23: Ligging bedrijfsactiviteiten en plangebied binnen en in de omgeving van het plangebied

De volgende tabel toont het type bedrijfsactiviteiten en de bijbehorende richtafstanden.

41 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Tabel 5: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Helvoirtseweg 23 (varkenshouderij) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de Geur Stof Geluid Gevaar landbouw Fokken en houden van varkens 200 30 50 0 Molenstraat 28, De Voort 1, De Voort 2 (rundveehouderi) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de Geur Stof Geluid Gevaar landbouw Fokken en houden van rundvee 100 30 30 0 Helvoirtseweg 25 (gemengd) Agrarisch-technisch Geur Stof Geluid Gevaar hulpbedrijf/agrarisch-verwant bedrijf 30 10 50 10 (maximaal) Helvoirtseweg 8 (paardenhouderij) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de Geur Stof Geluid Gevaar landbouw Fokken en houden van paarden 50 30 30 0 Molenstraat 27a (aannemersbedrijf) Bouwnijverheid Geur Stof Geluid Gevaar Aannemersbedrijven met werkplaats: 10 30 50 10 b.o. > 1.000 m² Helvoirtseweg 27 (kwekerij) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de Geur Stof Geluid Gevaar landbouw Akkerbouw, fruitteelt, tuinbouw 10 10 30 10 Helvoirtseweg 25a (opslag en bedrijven milieucategorie 1 en 2) Maximale milieucategorie 2 Maximale richtafstand 30 meter

Werkelijke afstand (meters)

105

250, 370, 500

0

120

350

0 0

Er wordt voldaan aan alle richtafstanden, uitgezonderd van de richtafstanden die gelden voor de bedrijven op de locaties Helvoirtseweg 25 en 27. Voor het aspect geur voor de varkenshouderij wordt ook niet voldaan; hier geldt echter dat geur in paragraaf 5.6 is onderbouwd. Typering gebied De richtafstanden uit de VNG-publicatie gelden ten opzichte van een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied. De omgeving waar het plangebied is gelegen kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’ onder meer omdat dit een gebied is met een matige tot sterke functiemenging. Hier bevindt zich een menging van burgerwoningen, agrarische en niet-agrarische bedrijven. De richtafstanden uit de publicatie kunnen in geval van omgevingstype ‘gemengd gebied’ met één afstandsstap worden verlaagd. Helvoirtseweg 25 vs. Helvoirtseweg 25a Het bestemmingsvlak van het bedrijf Helvoirtseweg 25 grenst aan het bestemmingsvlak van de locatie Helvoirtseweg 25a. Door de ligging binnen een gemengd gebied kunnen de afstanden voor beide locaties worden verlaagd (zie volgende tabel). Tabel 6: Verlaagde richtafstanden Helvoirtseweg 25 (gemengd) Agrarisch-technisch Geur Stof Geluid Gevaar hulpbedrijf/agrarisch-verwant bedrijf 10 0 10 10 (maximaal) Helvoirtseweg 25a (opslag en bedrijven milieucategorie 1 en 2) Maximale milieucategorie 2 Maximale richtafstand 10 meter

0

0

42 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

De woning Helvoirtseweg 25a wijzigt door de herziening van de bestemming van een agrarische in een nietagrarische bedrijfswoning. Voor het aspect geluid wijzigt het toetsingskader niet ten opzichte van de huidige situatie. Er is hier sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de bedrijfsvoering van Helvoirtseweg 25 wordt niet belemmerd door de bestemmingswijziging naar bedrijf op Helvoirtseweg 25b. Voor het aspect geur en gevaar geldt een afstand van 10 meter. De woning Helvoirtseweg 25a is gelegen op een afstand van 52 meter van de rand van het naastgelegen bestemmingsvlak ‘Gemengd – 2’ (Helvoirtseweg 25). Daarnaast kan deze woning (bij eventuele herbouw binnen de inrichting) niet dichter dan 23 meter van het bestemmingsvlak ‘Gemengd’ worden gebouwd. Dit betekent dat aan de verlaagde richtafstanden voor geluid en geur wordt voldaan en dat ter plaatse van de bedrijfswoning Helvoirtseweg 25a sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat deze niet belemmerend werkt voor het bedrijf Helvoirtseweg 25. Omgekeerd dient te worden gekeken het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bedrijfswoning Helvoirtseweg 25 als gevolg van eventuele milieuhinder vanuit het nieuwe bedrijf op de locatie Helvoirtseweg 25a. Er dient te worden getoetst aan de verlaagde afstand van 10 meter.

De feitelijke afstand van de woning Helvoirtseweg 25 tot de rand van het nieuwe bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ bedraagt 34 meter. Binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’ mag de bedrijfswoning uitsluitend worden herbouwd op de bestaande fundering met de voorgevel op niet minder dan de bestaande afstand tot de weg. Dit betekent dat de woning nooit dichter bij de bedrijfsbestemming Helvoirtseweg 25a mag worden herbouwd, dus nooit op een afstand kleiner dan 34 meter tot de nieuwe bedrijfsbestemming ‘Bedrijf’. Verder is de inrit van de bedrijfsbestemming Helvoirtseweg 25a op een afstand van 56 meter van de woning Helvoirtseweg 25 gelegen. Alle verkeersbewegingen van en naar de bedrijfslocatie vinden aan de noordzijde van het bedrijfsgebouw plaats; het bedrijfsgebouw heeft een afschermende werking waardoor geluidemissie als gevolg van verkeer van en naar de locatie tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast vinden de nieuwe kleinschalige bedrijfsactiviteiten met diverse geluidbronnen alle inpandig plaats, in de voormalige stal en loods. Echter, doordat deze in afgesloten ruimten plaatsvinden is het geluid hiervan buiten niet hoorbaar en derhalve akoestisch gezien niet relevant. Gelet hierop is een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning Helvoirtseweg 25 gegarandeerd. Helvoirtseweg 25b vs.

Helvoirtseweg 27 Het bestemmingsvlak van het bedrijf Helvoirtseweg 27 grenst aan het bestemmingsvlak van de locatie Helvoirtseweg 25b. Door de ligging binnen een gemengd gebied kunnen de afstanden voor beide locaties worden verlaagd (zie volgende tabel). Tabel 7: Verlaagde richtafstanden Helvoirtseweg 27 (kwekerij) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw Akkerbouw, fruitteelt, tuinbouw

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

0

0

10

0

0

Alleen voor wat betreft het aspect geluid wordt nog niet voldaan aan de richtafstand van 10 meter ten opzichte van de woonbestemming Helvoirtseweg 25b; voor de andere aspecten geldt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Echter, de werkelijke afstand tussen de woning Helvoirtseweg 25b en het agrarisch bouwvlak aan de noordzijde bedraagt minstens 25 meter. Direct ten noorden grenst de woonbestemming aan de tuin van de bedrijfswoning Helvoirtseweg 27; de afstand van de woning Helvoirtseweg 25b tot deze tuin bedraagt 25 meter. Hier vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats.

43 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

De afstand van de woning tot het agrarisch bouwvlak aan de zuidoostzijde bedraagt 35 meter. Daarbij heeft de loods binnen de woonbestemming een afschermende werking voor geluidproducerende activiteiten. Direct ten zuiden van de woning, op een afstand van 5 meter van de woning, zijn kwekerijgronden gelegen behorende bij de kwekerij Helvoirtseweg 27. Deze gronden zijn echter buiten het bouwvlak van de kwekerij gelegen en mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van de opkweek van planten. De werkzaamheden die hier plaatsvinden brengen geen (structurele) geluidemissie met zich mee; er bevinden zich hier geen grote geluidbronnen. De hoofdactiviteiten van de kwekerij vinden binnen het bouwvlak plaats aan de noordzijde van de woonbestemming Helvoirtseweg 25b. Er is dan ook geen sprake van geluidhinder vanaf de zuidelijk gelegen kwekerijgronden. Verder is de toegang tot de kwekerij op een afstand van circa 75 meter gelegen van de woning. Gelet op deze grote afstand is geluidhinder als gevolg van verkeersbewegingen van en naar het bedrijf is dan ook niet te verwachten (zie volgende figuur). Inrit kwekerij Helvoirtseweg 27

Grens bouwvlak kwekerij

Afstand woning tot inrit kwekerij: 75 m

Afstand woning tot grens bouwvlak kwekerij: 25 m

Afstand woning tot grens bouwvlak kwekerij: 35 m Afstand woning tot grens kwekerij: 5 m

Woonbestemming Helvoirtseweg 25b

Figuur 24: Afstanden woning Helvoirtseweg 25b tot grenzen agrarisch bouwvlak en kwekerij en inrit Helvoirtseweg 27

Daarbij is ter plaatse van de woningen de achtergrondgeluidbelasting als gevolg van het verkeer op de doorgaande weg Helvoirtseweg hoger dan de eventuele geluidbelasting als gevolg van de omliggende bedrijfsactiviteiten. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling voor het initiatief; het woon- en leefklimaat verslechtert niet of nauwelijks door de beoogde ontwikkeling. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven.

44 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Voor het aspect externe veiligheid worden twee risicomaten onderscheiden: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) wordt uitgedrukt in de kans op overlijden van een denkbeeldig aanwezige persoon op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico is vastgelegd in een grenswaarde of een richtwaarde. Deze normen zijn vastgesteld op een kans van 10-6 (kans van 1 op de één miljoen) per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt. Het groepsrisico (GR) wordt uitgedrukt in de kans op overlijden ineens van een groep personen als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt gepresenteerd in een curve waarbij de omvang van de groep dodelijke slachtoffers wordt uitgezet tegen de kans dat die groep komt te overlijden. De normstelling voor het groepsrisico heeft een status van oriëntatiewaarde.

Daarbij wordt ingezoomd op het gebied waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen kan komen te overlijden. Dit wordt ook wel het invloedsgebied van het groepsrisico genoemd. Op grond van het Bevi en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) moet bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten, het GR in het invloedsgebied van de buisleiding of de risicovolle inrichting worden verantwoord. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het vervoer van gevaarlijke stoffen brengt risico's met zich mee. Bij een ongeval tijdens het transport kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen met schadelijke of zelfs dodelijke gevolgen voor mens en milieu. Om dit te voorkomen moet het vervoer van gevaarlijke stoffen aan eisen voldoen. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. Hierin zijn de veiligheidsnormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, weg of water wettelijk verankerd. De afspraken die zijn gemaakt in het besluit zijn vastgelegd in wetgeving over het Basisnet en wordt ook wel ‘Wet Basisnet’ genoemd. De ‘Wet Basisnet’ is een heel stelsel van wetten en regels die hun oorsprong hebben liggen in verschillende gebieden.

Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur zoals hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen. Conform de Bevt hoeven er in principe geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 m1 van een route of tracé ligt. In het kader van het Basisnet zijn de externe veiligheidsrisico’s bij vervoer van gevaarlijke stoffen geïnventariseerd voor diverse wegen. In de regeling Basisnet is aangegeven voor welke wegen welk risico bestaat. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), in werking getreden op 1 januari 2011, regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. Ook hier gelden de normen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico (zoals in het Bevi). Er is onderzocht of in en in de omgeving van het plangebied zich situaties bevinden welke van invloed kunnen zijn op de externe veiligheid.

Hierbij is gekeken naar de invloed van het transport van gevaarlijke

45 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

stoffen over de weg, over het spoor en door buisleidingen. Tevens is onderzocht of er risicorelevant bedrijvigheid in de nabijheid van het plangebied plaatsvindt. Activiteitenbesluit Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. In het besluit en de bijbehorende regeling staan de regels waar de bedrijven waarop het besluit van toepassing is, aan moeten voldoen. In het besluit staan ook de aan te houden afstanden tot externe objecten. Deze externe veiligheidsafstanden gelden voor een beperkt aantal bedrijven. Het gaat onder meer om: • bedrijven met opslag van meer dan 2.500 kg (of liter) gevaarlijke stoffen in één opslagvoorziening en; • locaties waar een bovengrondse propaantank in gebruik is (het besluit geldt ook voor het gebruik van een propaantank door particulieren). Barro In het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) zijn externe veiligheidsafstanden vastgelegd voor munitiecomplexen en civiele inrichtingen voor explosieven. Hierin is onder andere aangegeven welke veiligheidszones van toepassing zijn rond munitieopslagen en is geregeld dat de veiligheidssituatie rond munitieopslagen bevorderd wordt door opname van de veiligheidszones met hun beperkingen in bestemmingsplannen. In het Barro staat dat deze zones in ruimtelijke plannen moeten worden vastgelegd, zodra deze worden gewijzigd.

Werkdocument Verantwoording Groepsrisico Haaren De gemeente Haaren heeft in het werkdocument ‘Verantwoording Groepsrisico Haaren’ beschreven hoe de gemeente omgaat met externe veiligheidsvraagstukken binnen haar gemeente. Dit werkdocument dient aanvullend op de landelijke wetgeving betrokken te worden bij de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s. Toetsing plangebied Op basis van de Risicokaart is bekeken welke risicobronnen en risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied zijn gelegen (zie volgende figuur).

Spoorweg Tilburg – ‘s-Hertogenbosch

N65 (vervoer gevaarlijke stoffen)

Plangebied

Figuur 25: Uitsnede Risicokaart 46 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Rijksweg A65/N65 Het meest nabijgelegen risicovolle object betreft de N65 op een afstand van circa 1,0 kilometer van het plangebied. Op de N65 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Uit de Regeling basisnet blijkt dat deze weg voor het traject Knooppunt Vught – afrit 3 (Tilburg-Noord) geen PR-contour (10-6) en/of plasbrandaandachtsgebied heeft. Conform het werkdocument ‘Verantwoording groepsrisico Haaren’ valt het plangebied binnen de in het werkdocument gehanteerde zone 3a: 200-1.500 meter. Vanaf 200 meter zijn mensen binnenshuis in principe voldoende veilig voor een BLEVE en wordt vanaf deze afstand daarom alleen nog rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten. Voor alle objecten geldt verantwoordingsniveau 3. De bedrijfswoning en bijbehorende gebouwen op de locatie Helvoirtseweg 25a vormen een beperkt kwetsbaar object en hiervoor geldt dan ook conform het werkdocument ‘Verantwoording groepsrisico Haaren’ het verantwoordingsniveau 3a. Verantwoording groepsrisico Conform het werkdocument ‘Verantwoording groepsrisico Haaren’ kan voor de verantwoording van het groepsrisico een standaard verantwoordingstekst worden toegepast. De standaardtekst voldoet tevens aan de vereisten uit het Bevt artikel 7, 8 en 9. Inleiding Het plangebied bevindt zich op grote afstand van de risicobron.

Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand of BLEVE reiken niet tot het plangebied. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario.

In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-alert. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Werkdocument verantwoording groepsrisico gemeente Haaren en de daarin gemaakte keuzes.

47 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Spoorlijn Tilburg–’s-Hertogenbosch Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 2,0 kilometer van de spoorlijn Tilburg–’sHertogenbosch en valt daarmee binnen het toxische invloedsgebied van de spoorlijn (tot 4000 meter). De ontwikkeling voorziet in een personentoename binnen de bedrijfsbebouwing op de locatie Helvoirtseweg 25a. Binnen de oppervlakte te verhuren bedrijfsbebouwing zullen naar schatting (‘worst case’) maximaal 10 personen tegelijk (langdurig) aanwezig zijn (kleinschalige werkplaatsen en opslagruimten voor zzp’ers en kleine zelfstandigen). Er dient invulling gegeven te worden aan artikel 7 van het Bevt omdat voor de bestemmingswijziging een nieuw ruimtelijk besluit nodig is. Aangezien het plan niet binnen 200 meter van de transportroute ligt, volstaan worden met beperkte verantwoording. Hierin dient in elk geval ingegaan te worden op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hiervoor wordt verplicht advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Brabant Noord. Conform het werkdocument ‘Verantwoording groepsrisico Haaren’ valt het plangebied buiten de in het werkdocument gehanteerde zonering (deze gaat tot 1.500 meter). Op basis van dit document is dan ook geen nadere verantwoording noodzakelijk. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico.

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Tilburg–‘s-Hertogenbosch en de Rijksweg A65/N65. Het groepsrisico is beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: • het geringe groepsrisico en gelijkblijvende hoogte hiervan, en • de goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen en het geringe aantal personen. Verder bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen die van invloed zijn op de externe veiligheid. Advies Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft advies uitgebracht op het plan. Dit advies is toegevoegd als bijlage 7. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.9

Volksgezondheid

Veehouderij en gezondheid Geitenhouderijen In juni 2017 heeft het RIVM een aanvulling op het VGO-rapport ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden (aanvullende studies). Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen’ uitgebracht waarin de uitkomsten en resultaten van verschillende aanvullende studies ten aanzien van potentiële gezondheidseffecten van veehouderijen zijn opgenomen. In deel 3 van het onderzoek is vastgesteld dat er een verhoogd risico op longontstekingen rondom geitenhouderijen bestaat. Een verhoogde kans op longontsteking voor omwonenden komt voor in een straal van 2 kilometer rond geitenhouderijen. In dit onderzoek is gekeken naar verschillende afstanden tussen woningen en geitenhouderijen (500, 100, 1500 en 2000 meter). Bij een kleinere afstand neemt het risico op longontsteking toe. Daarnaast neemt het risico op longontsteking toe als er meer geitenhouderijen in de omgeving van de woning zijn. Binnen een straal van 2 kilometer rondom het plangebied is één geitenhouderij gelegen (Noenes 16 te Haaren), op een afstand van circa 920 meter van het plangebied.

48 Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 25a-b en 27, Haaren

Afweging Bij onderhavig initiatief worden geen nieuwe woningen gerealiseerd; de bestaande woningen blijven gehandhaafd. Het beschermingsregime van de woningen wijzigt door de bestemmingswijziging niet. Verder is de geitenhouderij oostelijk van het plangebied gelegen; bij de overheersende zuidwestelijke windrichting worden mogelijke ziekteverwekkers overwegend in noordelijke richting getransporteerd en is de kans deze via de lucht het plangebied bereiken beperkt. Gelet hierop zijn de gezondheidsrisico’s afkomstig van omliggende geitenhouderijen aanvaardbaar en kan de ontwikkeling doorgang vinden. Varkens- en pluimveehouderijen Op 25 november 2016 is de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxinetoetsingskader 1.0’ uitgebracht. Reden is dat de huidige toetsingskaders voor fijn stof en geur in veel gevallen onvoldoende beperkend zijn om een ongewenste toename van gezondheidsrisico’s te voorkomen. Volgens de Gezondheidsraad is endotoxine een goede indicator voor de blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen van veehouderijbedrijven die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Op advies van de Gezondheidsraad is het Rijk momenteel bezig een landelijk toetsingskader voor endotoxine te ontwikkelen.

Het doel is om voor endotoxine een toetsingskader te maken zowel voor geur als voor fijn stof dat werkt met emissiefactoren en verspreidingsberekening. Daarvoor worden emissiefactoren vastgesteld voor verschillende typen stalsystemen en reductiemaatregelen. Daarnaast moet een speciale, voor endotoxine doorontwikkelde versie van het landelijke Stacks verspreidingsmodel bruikbaar worden gemaakt voor de vergunningverlening. Zolang een landelijk toetsingskader voor endotoxine niet beschikbaar is, kan bij de vergunningverlening de gezondheid van omwonenden onvoldoende worden gewaarborgd. Derhalve is een voorlopig endotoxinetoetsingskader ontwikkeld (endotoxinetoetsingskader 1.0), dat de mogelijkheid biedt om bij de vergunningverlening aan veehouderijen uit voorzorg bescherming te bieden aan omwonenden. Het toetsingskader haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. Het kader heeft alleen betrekking op pluimvee- en varkenshouderijen. Op basis van het toetsingskader wordt getoetst of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in geval van aanvragen om een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van veehouderijen. Hierbij wordt de ontwikkeling zowel individueel (bedrijf alleen) als cumulatief (met omliggende veehouderijbedrijven) getoetst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10913743/1