CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-149 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan buitengebied herziening 2020- toelichting- bijlage

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-149 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan buitengebied, herziening 202052.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

Aangezien de uitzonderlijk hoge kwaliteit van het buitengebied van onze beide gemeenten één van de belangrijkste troeven is van de aantrekkelijkheid vrezen wij met de voorgestane verruiming voor een verstening en verrommeling van het buitengebied. In deze zienswijze geven wij daarom de grote verschillen Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 16

aan tussen de bestemmingsplannen Buitengebied van de gemeente Haaren en Oisterwijk. Diverse punten worden ook gedeeld door twee andere ontvangende gemeenten, namelijk Boxtel en Vught. Hieronder geven wij eerst de gezamenlijk gedeelde punten weer. Vervolgens benoemen wij onze specifieke punten. Vastgesteld kan worden dat beleid op veel terreinen binnen de gemeenten, niet congruent is. Dat valt niet te betreuren, het is een groot goed dat mensen de vrijheid hebben lokaal eigen keuzes te maken. De verschillen die ontstaan zijn inherent aan een herindeling en het gaat er dus niet om welk beleid dominant moet zijn. De wet arhi beschermt die democratische beginselen en regelt het proces hoe gemeentebesturen daarmee moeten omgaan bij een herindeling. Bij bestemmingsplannen is wettelijk bepaald dat die gewoon overkomen naar de ontvangende gemeenten, die, na de datum van herindeling en na de verkiezingen, democratisch gelegitimeerd kunnen kiezen welke lijn gevolgd dient te worden. Er mag van de gemeenteraad van Haaren niet verlangd worden om rechten van haar inwoners terzijde te schuiven voor beleid waarbij de Haarense inwoners op geen enkele wijze betrokken zijn geweest. De nu voorliggende herziening (actualisatie) is een vertaling van de wensen van die inwoners, die in een langlopend zorgvuldig openbaar proces, bottom up, tot stand is gekomen.

Wij zien door de herindeling geen verandering van die wensen ontstaan en roepen de ontvangende gemeenten op deze serieus te nemen en op zijn minst begrip te hebben voor een eigen kijk van de dorpen wat wenselijk en toelaatbaar is in de eigen woonomgeving. Dat lijkt ons een warm welkom. Wijziging: Geen. 1. Wijzigingsbevoegdheid vrijkomende agrarische bebouwing en sloopregeling Binnen de agrarische bestemmingen zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Daarbij kan de bestemming worden gewijzigd in een woon- of bedrijfsbestemming waarbij de oppervlakte van de bebouwing meer dan 200m2 mag bedragen. Allereerst merken wij op dat deze wijzigingsbevoegdheid onvoldoende afgebakend is qua type bedrijf. Verwezen wordt naar de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering 2009' waarmee geen onderscheid wordt gemaakt in de mate waarin een functie passend is in het landelijk gebied. Daarnaast hebben wij er bezwaar tegen dat het VAB-beleid expliciet onderdeel gaat uitmaken van het bestemmingsplan. De beleidsregels zijn dusdanig geformuleerd dat per geval met maatwerk wordt gekeken of en hoe de beoogde ontwikkeling past. Door deze beoordeling nu vast te leggen als wijzigingsbevoegdheid is dit niet meer mogelijk.

Verder betekent deze keuze dat er bij een noodzakelijke wijziging van de beleidsregels (bijvoorbeeld gewijzigde landelijke regelgeving) een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Het implementeren van het VAB-beleid in het bestemmingsplan maakt het VABbeleid zelf minder flexibel omdat het bestemmingsplan ervoor moet worden aangepast. Tenslotte maken wij bezwaar tegen de sloopregeling die aan het VAB-beleid gekoppeld is. Het bestemmingsplan biedt namelijk de mogelijkheid, om bij wijziging van de agrarische bestemming ongelimiteerd bijgebouwen te laten staan. Deze mogelijkheid is opgenomen in het afsprakenkader Kwaliteitsverbetering landschap. Daarin is bepaald, dat indien niet aan de sloopverplichting kan worden voldaan, een bijdrage moet worden gestort in het sloopfonds. Dit vinden wij onwenselijk omdat daarmee de sloop van gebouwen kan worden afgekocht. Om ongewenste verstening van het buitengebied tegen te gaan, dient een striktere bepaling voorzien van een maatvoering te worden opgenomen om overtollige bebouwing te slopen. Er vindt geen verstening van het buitengebied plaats. Er kan namelijk geen enkele vierkante meter bebouwing bij komen. De wijzigingsbevoegdheid biedt uitsluitend mogelijkheden om onder voorwaarden het gebruik van bestaande gebouwen te wijzigen met daarbij een sloopverplichting.

Het klopt dat de Regeling Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren voor die sloopverplichting ook de mogelijkheid biedt niet op de locatie zelf te slopen maar de sloopverplichting te voldoen middels een bijdrage in het sloopfonds. Om te voorkomen dat bij een actualisatie van dit afsprakenkader Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren ook een herziening van dit bestemmingsplan nodig is, is ruimte voor een beleidswijziging van deze regels opgenomen. Dit maakt dat straks de ontvangende gemeenten meer ruimte hebben hierin eigen keuzes te maken. Verder is de inpasbaarheid van een functie locatie afhankelijk. De opgenomen regeling biedt juist een uitgebreid beoordelingskader voor die inpasbaarheid. Niet alleen met bepalingen gericht op milieukundige, landschappelijke en verkeerskundige inpasbaarheid, maar ook op draagvlak in de omgeving en meerwaardetoets. Wijziging:

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 17

Geen. 2. Huisvesting seizoenwerknemers In de algemene afwijkingsregels wordt de huisvesting van seizoenswerknemers van een agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt. Momenteel werkt de gemeente Oisterwijk aan beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarin is de kwaliteit van de woon- en leefomgeving belangrijker dan de duur waarvoor werknemers mogen worden gehuisvest. Daarom stellen wij voor om een verwijzing naar de SNF norm in de afwijkingsregels op te nemen. Verder zetten wij vraagtekens bij de handhaafbaarheid van de tijdelijkheid van de huisvesting. Denk hierbij aan de vereiste controle op een maximaal verblijf van negen maanden en de controle op het weghalen van woonunits of stacaravans na negen maanden. De aangehaalde afwijkingsregeling is geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Wel is een verruiming van de termijn van 6 naar 9 maanden onderdeel van de bestemmingsplanherziening. In de toelichting van het bestemmingsplan is de motivering daarbij omschreven. Wijziging: Geen. 3. Inhoud en bijbehorende bouwwerken recreatiewoningen In het ontwerp is voor de bestemming Recreatiewoning 1' de toegestane inhoud verhoogd van 200 naar 260 m3. Een dergelijke verruiming is voor een recreatiewoning niet wenselijk. Bovendien werkt een verruiming van de bouwmogelijkheden permanente bewoning in de hand.

Als onderbouwing wordt aangevoerd dat naar aanleiding van de handhavingsinventarisatie in recreatiegebied Spechtbos, Eekhoornbos en Fazantenbos uitgegaan is van de bestaande maten. Oisterwijk hanteert in haar bestemmingsplan Buitengebied voor recreatiewoningen de bestaande maten en verzoekt de gemeente Haaren om de gehanteerde inhoud van 200 m3 voor Recreatiewoning 1' te handhaven in combinatie met de bestaande maten voor situaties waarin de inhoud reeds groter is. Daarnaast is voor bijbehorende bouwwerken bij zowel recreatiewoning 1 als 2 een maatvoering van 30 m2 opgenomen. Een dergelijke maatvoering staat niet in verhouding tot de maatvoering van een recreatiewoning. Zo zou bij een recreatiewoning 2 van 60 m2 een bijgebouw van 30 m2 kunnen worden gerealiseerd. Deze oppervlakte achten wij te groot. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. De relatie omvang en permanent verblijf is overigens een onbewezen veronderstelling. Wijziging: Geen. 4. Gemengde bestemmingen Artikel 11 en 12 gaan over de bestemmingen gemengd gebied. Binnen deze bestemmingen is het mogelijk zonder vergunning functies uit te wisselen. Zo kan direct van wonen naar kantoor, horeca of drie recreatiewoningen worden omgeschakeld.

Een dergelijke omschakeling van functies heeft zijn ruimtelijke effecten onder meer ten aanzien van de uiterlijke verschijningsvorm en verkeer en parkeren. Een wijziging van functie zou daarom middels een wijzigingsbevoegdheid ter overweging aan het college voorgelegd moeten worden. De aangehaalde bestemmingen met daarbij behorende gebruiksmogelijkheden zijn onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en vormen geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Daarnaast zijn deze bestemmingen enkel van toepassing op specifiek benoemde locaties. Wijziging: Geen. 5. Splitsing langgevelboerderil Met toepassing van de afwijkingsmogelijkheid kan een langgevelboerderij worden gesplitst in twee wooneenheden. Deze langgevelboerderij hoeft niet cultuurhistorisch waardevol te zijn en er is geen minimale inhoud aan gekoppeld. Bovendien ontbreekt een eis van minimale maatvoering. Wij achten dit onwenselijk. Door het niet opnemen van de voorwaarde dat sprake moet zijn van een cultuurhistorisch waardevol pand kan elke langgevelboerderij gesplitst worden in twee woningen. Dit is in strijd met de regels van de interim omgevingsverordening

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 18

Noord-Brabant, waarin is opgenomen dat dit uitsluitend is toegestaan bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De aangehaalde afwijkingsregeling is geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Overigens moet het object behoren tot de hallenhuisgroep (zie begripsbepaling) waarmee gemeente minder ruimte biedt dan de provincie toelaatbaar acht. Wijziging: Geen. 6. Inhoud Woning In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de inhoud van een woning 750m3 mag worden. In het vigerende plan is de inhoud gelijk aan die uit het bestemmingsplan Buitengebied van Oisterwijk, nl. 600 m3. Door de beoogde verruiming wordt er een afwijking van het Oisterwijkse beleid gecreëerd hetgeen leidt tot rechtsongelijkheid tussen burgers die straks allen op Oisterwijks grondgebied wonen. Omdat deze regeling niet alleen voor nieuwbouw geldt, maar ook voor bestaande woningen is het straks mogelijk om woningen vergunningsvrij te vergroten waardoor er geen toets aan welstand c.q. de beeldkwaliteit kan plaatsvinden. Dit kan een negatieve ruimtelijke effect hebben. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. Wijziging: Geen. 7. Afwijken van oppervlakte en hoogte bijbehorende bouwwerken (woonbestemming) In het vigerende plan geldt voor bijbehorende bouwwerken binnen de woonbestemming een maximale goothoogte van 3 m.

en een maximale bouwhoogte van 5,5 m. Daarbij is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om bijbehorende bouwwerken te verhogen naar 8 meter. Oisterwijk hanteert hiervoor een bouwhoogte van 6 meter met een afwijkingsmogelijkheid van 10%. Ondanks de randvoorwaarde dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing heeft dit ruimtelijk gezien erg veel impact op de omgeving. De afwijking tot 8 meter vinden wij te ruim. Binnen de woonbestemming is in het vigerende beleid een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de oppervlakte aan bijbehorende bijgebouwen te verhogen naar 200 m2. De sloopbonusregeling die hieraan gekoppeld zit, is in het aangepaste plan geschrapt. Gelet hierop vinden wij deze verruiming niet wenselijk, omdat hierdoor de verstening in het buitengebied toeneemt. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. Daarnaast mag de bebouwing uitsluitend binnen het bestaande bouwvlak plaatsvinden er ontstaan dus geen nieuwe bouwrechten buiten alle bestaande bouwvlakken. Wijziging: Geen. 8. Plattelandswoning In het bestemmingplan is ook een regeling opgenomen die het mogelijk maakt om middels een afwijkingsprocedure een agrarische bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning.

Oisterwijk maakt ook gebruik van de bestemming plattelandswoning' met dit verschil dat daarbij in de definitie van plattelandswoning is opgenomen dat deze gebruikt mag worden door één huishouden waarbij tevens een definitie voor huishouden' is opgenomen. Met de huidige definitie kan het voorkomen dat er arbeidsmigranten dan wel kamerverhuur gaat plaatsvinden. Er is in de huidige regeling geborgd dat ook een plattelandswoning bewoond mag worden door niet meer dan één afzonderlijk huishouden, doordat in de begripsbepaling is opgenomen dat een plattelandswoning een woning betreft. Wijziging: Geen 9. Wijzigingsbevoegdheid naar intensieve veehouderij agrarisch In het ontwerpbestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om een reguliere agrarische bestemming te wijzigen naar intensieve veehouderij. Weliswaar zijn aan deze

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 19

wijzigingsbevoegdheid voorwaarden verbonden, maar een dergelijke ontwikkeling brengt zodanige ruimtelijke effecten en planologische gevolgen voor de omgeving met zich mee dat daarbij een zeer zorgvuldige afweging nodig is. Medewerking aan een dergelijk verzoek dient, ons inziens, via de raad te lopen. Het is niet wenselijk om een dergelijke ontwikkeling middels een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingplan te regelen. De aangehaalde wijzigingsbevoegdheid maakt al onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan en is geen onderdeel van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. Afsluitend merken wij op dat het proces om te komen tot het bestemmingsplan helaas niet geheel volgens onze verwachting is verlopen. Onze vooroverlegreacties zijn (deels) slechts kort beantwoord en wij missen daarin de intentie om zoveel mogelijk tot harmonisatie van beleid te komen. Gelet op de forse verschillen tussen het voorontwerp- en ontwerpbestemmingsplan was het aan te bevelen geweest om het ontwerpplan al eerder dan de terinzagelegging ambtelijk aan onze gemeente voor te leggen. Temeer omdat de terinzagelegging in de vakantie gepland is en de ambtelijke voorbereiding en het intergemeentelijke overleg daarover onder tijdsdruk moeten worden uitgevoerd omdat de collegevergaderingen tot vaststelling van de zienswijzen worden opgeschort vanwege het zomerreces.

Tenslotte spijt het ons te moeten vaststellen dat het bestemmingsplan de verschillen met ons beleid vergroot. Juist nu het integratieproces op een constructieve manier steeds meer vorm krijgt in de dagelijkse organisatie werd verwacht dat het bestemmingsplan zou leiden tot een verdergaande harmonisatie van het beleid. In oktober 2018 hebben we alle ontvangende gemeenten een procesvoorstel voor de actualisatie van dit bestemmingsplan voorgelegd met de uitnodiging daarin mee te denken. Bovendien is in het proces om te komen tot de in- en ontvlechtingslijst meerdere malen met elkaar besproken hoe om te gaan met majeure projecten waaronder herziening van het bestemmingsplan Buitengebied. Wij begrijpen dus niet waar de verwachtingen op gebaseerd zijn dat harmonisatie een gezamenlijk doel zou zijn. Dat zou niet alleen onmogelijk zijn geweest, het zou dan moeten aansluiten bij de vele verschillende bestemmingsplannen van de ontvangende gemeenten, maar het is ook niet bestuurlijk afgesproken. Het gemeentebestuur van Haaren is daarover in het kader van de in- ontvlechtingslijst helder geweest en ook de Wet Ahri biedt daartoe geen ruimte omdat dat doel en die werkwijze democratisch niet gelegitimeerd is.

Wij vinden het ook jammer dat, in reactie op de ambtelijke informatie die bij elke processtap vanuit Haaren over het bestemmingsplan buitengebied is gedeeld, Oisterwijk geen ruimte heeft gevoeld om om meer tijd, ruimte of hulp te verzoeken. Wijziging: Geen.

Zienswijze 14. Cliënt is voornemens een ruimte-voor-ruimte-woning te bouwen op het perceel HRNO2E 2115/2116 behorende bij de Nemelaerstraat 29 te Haaren. Hierbij worden de geldende rechten voor het glastuinbouwbedrijf op het achtergelegen perceel ingeperkt. Om de gewenste planvorming te kunnen realiseren is het bestemmingsplan 'Nemelaerstraat 27 en ong. (naast 35) Haaren' met identificatiecode NLIMR0.0788.BP17BGNmIrstr27-0N01 opgesteld. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 19 mei 2020 tot en met 29 juni 2020 ter inzage gelegen. In het ontwerp bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' wordt het gebied welke betrekking heeft op het bestemmingsplan 'Nemelaerstraat 27 en ong. (naast 35) Haaren' ook bestemd. Indien het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' later wordt vastgesteld dan het bestemmingsplan 'Nemelaerstraat 27 en ong. (naast 35) Haaren', wat aannemelijk is, wordt deze vigerend en is de ruimte-voor-ruimte-woning en omliggend gebied niet meer vastgelegd. Daarom willen we u verzoeken het plangebied welke betrekking heeft op het bestemmingsplan 'Nemelaerstraat 27 en ong. (naast 35) Haaren' uit het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' te halen. Alle partiële herzieningen die eerder dan deze actualisatie zijn vastgesteld worden uit het plangebied geknipt.

Vaststelling van het genoemde bestemmingsplan vindt pas na de vaststelling van deze actualisatie plaats. Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 20

Wijziging: Geen.

Zienswijze 15. Hierbij willen wij graag onze zienswijze kenbaar maken tegen het door u ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan Herziening Buitengebied Haaren. In de toelichting op het plan geeft u aan dat het plan niet ziet op nieuwe ontwikkelingen en dat uitsluitend nieuwe provinciale en landelijke regels in het plan worden vastgelegd. In dit kader vragen wij ons af of het zinvol is om binnen een jaar voor de herindeling nog aan een herziening van het bestemmingsplan Buitengebied te beginnen. Op 1 januari 2021 zal de gemeente Haaren ophouden te bestaan. Het gevaar bestaat dan ook dat de gemeente Haaren met de vaststelling van dit plan de verkrijgende gemeenten voor de voeten loopt. Ook hier wordt immers gewerkt aan nieuwe omgevingsplannen. Wellicht ontbreek straks de aansluiting met deze plannen. Een bestemmingsplan maakt een gemeente niet voor zichzelf, of het nu Haaren, Vught, Boxtel, Oisterwijk of Tilburg heet. Een bestemmingsplan dient maatschappelijke vraagstukken te adresseren. Zo vragen de ondernemers in het buitengebied al jaren om ruimte voor de aan hen gevraagde transitie en is in Haaren al in 2015 gestart met dit proces. Die maatschappelijke behoeften veranderen natuurlijk ook niet door een herindeling en de herindeling is daarom ook geen argument voor uitstel van de ordening van die behoeften.

Evenmin is het streven naar harmonisatie een vanzelfsprekend hoger gelegen doel. Hoewel dat voor gemeentebesturen vooral pragmatisch kan zijn, wil de nieuwe Omgevingswet juist een einde maken aan die praktijk. Bestemmen wordt meer dynamisch, maatwerk, ondernemend, onderbouwde keuzes en een open dialoog daarover met belanghebbenden die ook direct met de ontwikkeling te maken zullen krijgen. De Omgevingswet vraagt een overheid die luistert in plaats van ge- en verbiedt. Wijziging: Geen. De kritische depositiewaarden op de Natura 2000-gebieden Oisterwijkse Vennen en Kampina en de Loonse en Drunense Duinen worden ruimschoots overschreden. Hierdoor staan de natuurwaarden in de Natura2000- gebieden zwaar onder druk. Door de grote hoeveelheden stikstof zijn aantoonbaar natuurwaarden aangetast. Wij verzoeken u daarom een sluitende regeling op te nemen om te voorkomen dat de emissies en deposities met name vanuit de veehouderij nog kunnen toenemen. Immers, meer dieren leidt ook tot effecten van emissies buiten de stal, bijvoorbeeld door mest uitrijden, transport, mestbewerking, beweiding. Daartoe dient een emissiestandstill en depositiestandstill in de regels te worden opgenomen. Nieuwvestiging en omschakeling naar veehouderij en/of paardenhouderij dienen te worden uitgesloten. Er moet worden voorkomen dat de dieraantallen toenemen.

Daartoe dienen per bedrijf de dieraantallen en de vigerende bouwpercentages en/of bouwvlakken te worden vastgelegd. De beperkingsgebieden en de stalderingsregeling uit de provinciale verordening moeten in het bestemmingsplan worden opgenomen. Uitbreiding van hokdierhouderij is alleen mogelijk mits wordt voldaan aan de stalderingsregeling, het emissie- en depositiestandstill en de regels van de zorgvuldige veehouderij. Het hobbymatig houden van dieren binnen agrarische bestemmingen kan op gespannen voet staan met de stikstofregels en de Wet Natuurbescherming. In uw reactie op hetgeen door ons naar voren is gebracht in het kader van de inspraak, wordt door u gesteld dat het plan geen uitbreidingen mogelijk maakt. Uitsluitend uitbreidingen welke niet gepaard gaan met een toename van de stikstofemissies worden toegestaan. Wij merken hierbij op dat het plan wel mogelijkheden biedt voor de oprichting of uitbreiding van paardenverblijven. Daarbij is ook sprake van een toename van stikstofemissie. Wij missen in het kader van het plan dan ook een plan MER waarin bekeken is wat de effecten van het plan voor de Natura 2000-gebieden zullen zijn. De regeling voor stikstofdepositie wordt uitgebreid zodat deze ook toeziet op paardenhouderijen. Wijziging: De regeling voor stikstofdepositie wordt uitgebreid zodat deze ook toeziet op paardenhouderijen.

In onze inspraakbijdrage hebben wij uw aandacht gevraagd voor de effecten van teeltondersteunende voorzieningen op het landschap. Wij zien in het plan en de planregels Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 21

onvoldoende maatregelen om de openheid van het landschap te beschermen. In dit kader vragen wij ook uitdrukkelijk uw aandacht voor de in het plan aanwezige beekdalen. Teeltondersteunende voorzieningen en kassen moeten uit deze beekdalen worden geweerd. Een ruime zonering achten wij in dit kader op zijn plaats (minimaal 500 meter). In het vigerende bestemmingsplan is al een zonering opgenomen met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen. In de agrarische gebieden met landschappelijke en natuurlijke waarden zijn de mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen beperkt. Wijziging: Geen. Wij handhaven onze bezwaren tegen uw voornemen om de bebouwingsvlakken in Spechtbos, Fazantbos et cetera te verruimen. Die verruiming doet afbreuk aan de bosrijke omgeving in de rand van het Nationaal Park. Daarnaast achten wij het toestaan van permanente bewoning in dit gebied niet wenselijk. Permanente bewoning is ook in strijd met het jarenlang door u gevoerde saneringsbeleid van de recreatiewoningen in de omgeving van het Natura 2000gebied Loonse en Drunense Duinen. Bovendien zou, voor zover een uitbreiding van de bouwvlakken zou worden toegestaan, er ook in natuurcompensatie moeten worden voorzien als gevolg van de verloren gegane natuur. Er vindt met deze actualisatie geen verruiming van de bouwvlakken van recreatiewoningen plaats. Wijziging: Geen.

In onze reactie op het voorontwerp hebben wij uw aandacht gevraagd voor de bescherming en het behoud van zandpaden. Deze paden fungeren als belangrijke verbindingsroutes tussen natuurgebieden voor fauna. In het ontwerpplan vinden wij nog onvoldoende aanknopingspunten dat uw gemeente deze zandpaden ook van belang vindt. Naast het bestemmen op de plankaart en het stellen van beschermingsregels dient in dit kader uiteraard ook de handhaving van deze regels aandacht te hebben. In het vigerende bestemmingsplan is al een specifieke bestemming opgenomen voor zandwegen om op die wijze de instandhouding hiervan te borgen. Wijziging: Geen. Ten aanzien van de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen merken wij op dat het plan een vrijstellingsbevoegdheid kent voor het toelaten van bedrijven uit milieucategorie 3. Het betreft hier bedrijven zoals autohandels, autowasserijen et cetera. Wij achten het niet wenselijk dat deze bedrijven in het buitengebied worden toegelaten. Deze bedrijven horen op een industrieterrein. Er vindt met de wijzigingsbevoegdheid voor omschakeling naar bedrijf geen verstening van het buitengebied plaats. Er kan namelijk geen enkele vierkante meter bebouwing bij komen. Verder is de inpasbaarheid van een functie locatie afhankelijk. De opgenomen regeling biedt juist een uitgebreid beoordelingskader voor die inpasbaarheid.

Niet alleen met bepalingen gericht op milieukundige, landschappelijke en verkeerskundige inpasbaarheid, maar ook op draagvlak in de omgeving en meerwaardetoets. Wijziging: Geen. Voorts vragen wij ons af of een burgerwoning in het buitengebied een bijgebouwen regeling nodig heeft waarbij 200 m² aan bijgebouwen wordt toegestaan. Uitgangspunt van de Verordening Ruimte is zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Een dergelijke ruime regeling voor burgerwoningen in het buitengebied voldoet naar onze mening niet aan deze eis. De afwijkingsbevoegdheid om bijgebouwen bij een woning uit te breiden tot maximaal 200m2 bevat strikte voorwaarden om een goede inpasbaarheid te borgen. Daarnaast vindt met deze regeling geen verdere verstening van het buitengebied plaats doordat bijgebouwen uitsluitend binnen het bestaande bouwvlak zijn toegestaan.

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 22

Wijziging: Geen.

Zienswijze 16. Hier een reactie en medewerking gevraagd om het volgende aan te passen. Het betreft Biezenmortelsestraat 8, te Biezenmortel. Onze locatie is buiten het plangebied gehouden omdat wij al een apart bestemmingsplan hebben, waarin alles geregeld is, maar u heeft onze stikstofrechten benoemd in de bijlage bij de regels. Hierin zijn slechts 19 schapen opgenomen in tegenstelling tot de 27 schapen zoals vergund in de VVGB van 2018. Vandaar onze zienswijze voor het behoud van onze rechten. Dus vragen wij u de vergunde rechten uit dit bestemmingsplan te laten, omdat onze locatie niet meegenomen is in dit plan en de goede rechten op te nemen. Het klopt dat deze vergunning ten onrechte is opgenomen in het overzicht. Dit wordt aangepast. Wijziging: Het adres Biezenmortelsestraat 8 wordt verwijderd uit het overzicht Vergunningen Natuurbeschermingswet.

Zienswijze 17. Naar aanleiding van mijn reactie op het voorontwerp zijn in het plan specifieke gebruiksregels toegevoegd voor het gebruik van gronden voor fruitteelt en boomgaarden. Deze regels zijn opgenomen in de besternmingsregels voor de functie "Agrarisch" onder artikel 3.4.1 sub a7. Zij houden in dat gebruik van gronden voor fruiteelt en boomgaard binnen 50 meter van onder andere woningen aangemerkt wordt als strijdig gebruik tenzij in het geheel geen gewasbeschermingsmiddelen toegepast worden dan wel voorzien wordt in een windcirkel en gebruik gemaakt wordt van driftarme spuitkoppen. Uiteraard kan ik instemmen met de voorgestelde toevoeging. Mijn reactie op het voorontwerp had echter een ruimere strekking en was met name gericht op de nadelige effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in open teelten van sierplanten en bomen voor het woon- en leefklimaat en de gezondheid van omwonenden. Ook in die teelten worden op ruime schaal en met grote frequentie gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Daarom dient ook bij dergelijke teelten voorzien te worden in een spuitvrije zone ten opzichte van gevoelige functies, zoals woningen.

Het valt immers niet in te zien, dat de effecten op het woon'en leefklimaat en de gezondheid van blootstelling aan op (zeer) korte afstand van woningen gebruikte gewasbeschermingsmiddelen in de sierplanten- en boomteelt anders zouden zijn dan in het geval van fruitteelt en boomgaarden. Om die reden verzoek ik u om de open teelten van sierplanten en bomen toe te voegen aan de voor de functie "Agrarisch" in artikel3.4.1 sub a7 opgenomen specifieke gebruiksregels. Inderdaad is het passend om deze regeling ook te laten gelden bij sierplanten- en boomteelt. Dit wordt daarom aangepast. Daarnaast blijkt dat ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen bij open teelten het Activiteitenbesluit milieubeheer sinds 1 januari 2018 is gewijzigd. De regels ten aanzien van driftreducerende maatregelen zijn verscherpt en op het gehele perceel van toepassing. In Artikel 3.78a van het Activiteitenbesluit staat dat bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen er een techniek moet worden gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75%. Uit het onderzoek van de universiteit Wageningen blijkt dat als gebruik gemaakt wordt van een spuit waarbij een driftreductietechniek van 75% wordt gebruikt er een afstand van 30 meter kan worden aangehouden.

Bij deze berekening is uitgegaan van een standaardsituatie waarbij geen haag of oppervlaktewater aanwezig is, en het meest schadelijke gewasbeschermingsmiddel. De specifieke gebruiksregel wordt daarom aangepast, door op te nemen dat er een afstand van 30 meter dient te worden gehouden. Wijziging: Artikel 3.4.1 en dit artikel in de overige agrarische bestemmingen wordt als volgt gewijzigd: a. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: … 7. het gebruik van gronden voor open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden, binnen een afstand van 30 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, uitgezonderd en voor zover: • het bestaande en vervanging van bestaande open teelten van sierplaten en bomen betreft; Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 23

• aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen; • het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast. Toevoegen aan artikel 1: “gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen: gronden en percelen waar geregeld en gedurende langere periode mensen kunnen verblijven of samenkomen zoals (bedrijfs)woningen, tuinen, erven, zorgfuncties en kampeerterreinen;” In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt onderbouwd waarom de regeling inzake gewasbeschermingsmiddelen wordt opgenomen.

Zienswijze 18. In het ontwerp heeft de gemeente Haaren gekozen voor flexibiliteit en ruime ontwikkelingsmogelijkheden op agrarische percelen. De belangrijkste documenten die de basis vormen van het ontwerpbestemmingsplan dat nu ter inzage ligt, zijn het beleid Vrijkomende Agrarische bebouwing en de beleidsregels in het afsprakenkader Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren. Dit beleid is eerder door het college van Haaren vastgesteld, maar gaat nu geïmplementeerd worden in het bestemmingsplan. Door het beleid te implementeren in het bestemmingsplan krijgt het beleid een andere juridische status. Wij hebben verder geconstateerd dat zowel het vigerende als het nieuwe bestemmingplan op diverse vlakken fors afwijkt van het bestemmingsplan Buitengebied van onze gemeente. Door deze verschillen ontstaat er een vorm van rechtsongelijkheid tussen de inwoners van Boxtel en Esch. Wij zijn ons ervan bewust dat voor een goede harmonisatie tussen Boxtel en Esch ook naar ons beleid moet worden gekeken. Echter, de verschillen worden naar onze mening door het nieuwe bestemmingsplan alleen maar groter. Wij kunnen ons in het voornoemde niet vinden en maken in deze brief dan ook tijdig onze zienswijze kenbaar. In onze zienswijze gaan wij in op de verschillen die door het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied herziening 2020 ontstaan.

Hierbij merken wij op dat de huidige verschillen ook worden betreurd, maar aangezien dit om een bestaande situatie gaat, wordt met uitzondering van de langgevelboerderijen hiertegen geen zienswijze ingediend. De hiervoor genoemde rechtsongelijkheid is ook een zorg die door de twee andere ontvangende gemeenten (Oisterwijk en Vught) wordt onderschreven. Diverse punten uit onze zienswijze zullen daarom zeer waarschijnlijk ook ingebracht worden door de hiervoor genoemde ontvangende gemeenten.Uiteraard heeft iedere gemeente haar eigen motivatie en afweging om voor bepaalde aspecten een zienswijze in te brengen. Vastgesteld kan worden dat beleid op veel terreinen binnen de gemeenten, niet congruent is. Dat valt niet te betreuren, het is een groot goed dat mensen de vrijheid hebben lokaal eigen keuzes te maken. De verschillen die ontstaan zijn inherent aan een herindeling en het gaat er dus niet om welk beleid dominant moet zijn. De wet arhi beschermt die democratische beginselen en regelt het proces hoe gemeentebesturen daarmee moeten omgaan bij een herindeling. Bij bestemmingsplannen is wettelijk bepaald dat die gewoon overkomen naar de ontvangende gemeenten, die, na de datum van herindeling en na de verkiezingen, democratisch gelegitimeerd kunnen kiezen welke lijn gevolgd dient te worden.

Er mag van de gemeenteraad van Haaren niet verlangd worden om rechten van haar inwoners terzijde te schuiven voor beleid waarbij de Haarense inwoners op geen enkele wijze betrokken zijn geweest. De nu voorliggende herziening (actualisatie) is een vertaling van de wensen van die inwoners, die in een langlopend zorgvuldig openbaar proces, bottom up, tot stand is gekomen. Wij zien door de herindeling geen verandering van die wensen ontstaan en roepen de ontvangende gemeenten op deze serieus te nemen en op zijn minst begrip te hebben voor een eigen kijk van de dorpen wat wenselijk en toelaatbaar is in de eigen woonomgeving. Dat lijkt ons een warm welkom. Wijziging: Geen. 1. Wijzigingsbevoegdheid vrijkomende agrarische bebouwing en sloopregeling Binnen de agrarische bestemmingen zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Daarbij kan de bestemming worden gewijzigd in een woon- of bedrijfsbestemming waarbij de oppervlakte van de bebouwing meer dan 200m2 mag bedragen. Deze wijzigingsbevoegdheid is onvoldoende afgebakend, omdat alle type bedrijven Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 24

mogelijk zijn. Wij vinden het onwenselijk dat door de wijziging ruime gebruiksmogelijkheden kunnen ontstaan met een divers aantal functies zonder dat gekeken is wat passend is binnen een specifiek gebied. Deze functies zijn gebaseerd op de gehele handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’, waardoor er vooraf geen keuze is gemaakt welk type bedrijf passend is. Verder verwijst deze wijzigingsbevoegdheid naar de Beleidsregels vrijkomende agrarische bebouwing en de beleidsregels Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren. Wij zijn uiteraard niet tegen het opnemen van mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bebouwing, maar kunnen niet instemmen dat het VAB-beleid expliciet onderdeel gaat uitmaken van het bestemmingsplan. Naar onze mening is voor het omzetten van een VAB-locatie altijd maatwerk nodig, waardoor er een goede ruimtelijke afweging voor specifieke gevallen kan plaatsvinden. Sterker nog in paragraaf 2.2. en 2.3 van het VAB beleid is dit zelfs opgenomen. In deze paragraaf staat dat aan de gemeenteraad kan worden verzocht om een herziening van het bestemmingsplan. Doordat dit nu niet meer gebeurt, brengt dit onevenredige en onvoorzienbare consequenties met zich mee. Ook betekent deze keuze dat er bij een noodzakelijke wijziging van het VAB beleid (bijvoorbeeld gewijzigde landelijke regelgeving) een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is.

Naar onze mening ontstaat er door de implementatie van de beleidsregels rechtsonzekerheid voor verschillende partijen in het Buitengebied. Immers, de beleidsregels zijn dusdanig geformuleerd dat per geval met maatwerk wordt gekeken hoe toepassing wordt gegeven aan een beoogde ontwikkeling ten aanzien van een VAB-locatie. Door het nu vast te leggen als wijzigingsbevoegdheid met voorwaarden in het bestemmingsplan is dit niet meer mogelijk. Bovendien is het toetsingskader in de beleidsregels op deze manier te ruim geformuleerd en komt daarmee de rechtszekerheid in het gedrang. Het bestemmingsplan biedt tevens de mogelijkheid, om bij wijziging van de agrarische bestemming ongelimiteerd bijgebouwen te laten staan. Deze mogelijkheid is opgenomen in het afsprakenkader Kwaliteitsverbetering landschap. Daarin is bepaald, dat indien niet aan de sloopverplichting kan worden voldaan, een bijdrage moet worden gestort in het sloopfonds. Dit vinden wij ook onwenselijk. Om ongewenste verstening van het buitengebied tegen te gaan (juist ontstening te bevorderen), dient een striktere bepaling, voorzien van een maatvoering, te worden opgenomen om overtollige bebouwing te slopen. Er vindt geen verstening van het buitengebied plaats. Er kan namelijk geen enkele vierkante meter bebouwing bij komen.

De wijzigingsbevoegdheid biedt uitsluitend mogelijkheden om onder voorwaarden het gebruik van bestaande gebouwen te wijzigen met daarbij een sloopverplichting. Het klopt dat de Regeling Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren voor die sloopverplichting ook de mogelijkheid biedt niet op de locatie zelf te slopen maar de sloopverplichting te voldoen middels een bijdrage in het sloopfonds. Om te voorkomen dat bij een actualisatie van dit afsprakenkader Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren ook een herziening van dit bestemmingsplan nodig is, is ruimte voor een beleidswijziging van deze regels opgenomen. Dit maakt dat straks de ontvangende gemeenten meer ruimte hebben hierin eigen keuzes te maken. Verder is de inpasbaarheid van een functie locatie afhankelijk. De opgenomen regeling biedt juist een uitgebreid beoordelingskader voor die inpasbaarheid. Niet alleen met bepalingen gericht op milieukundige, landschappelijke en verkeerskundige inpasbaarheid, maar ook op draagvlak in de omgeving en meerwaardetoets. Wijziging: Geen. 2. Huisvesting seizoenwerknemers Sinds een aantal jaren zijn voor buitenlandse werknemers de mogelijkheden verruimd om bijvoorbeeld in Nederland tijdelijk arbeid te verrichten. Binnen de gemeenten worden deze werknemers ingezet in met name de landbouw.

Voor de huisvesting van de tijdelijke werknemers worden mogelijkheden opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. Het voorontwerpbestemmingsplan maakt met de afwijkingsmogelijkheid tijdelijke huisvesting van seizoenwerknemers mogelijk voor een periode van 9 maanden. De motivering voor de verruiming van deze termijn van 6 naar 9 maanden ontbreekt. De maximale oppervlakte bedraagt 300m2. De norm voor de huisvesting voor seizoenwerknemers bedraagt 12m2 per werknemer. Dat betekent, dat per bedrijf 25 seizoenwerknemers tijdelijk (gedurende 9 maanden) kunnen worden gehuisvest. Wij achten dit grote aantal seizoenmedewerkers per bedrijf en de grote oppervlakte aan huisvestingsmogelijkheden (zelfs in stacaravans) niet wenselijk. Er ontbreekt namelijk een ruimtelijk afwegingskader voor bijvoorbeeld de

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 25

aantrekkende werking van verkeer en het parkeren. Hierdoor kan er overlast ontstaan, maar mogelijk zelfs tot gevaarlijke situatie leiden. De aangehaalde afwijkingsregeling is geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Wel is een verruiming van de termijn van 6 naar 9 maanden onderdeel van de bestemmingsplanherziening. In de toelichting van het bestemmingsplan is de motivering daarbij omschreven. Wijziging: Geen. 3. Bijbehorende bouwwerken recreatiewoningen In het voorontwerp is bij recreatiewoningen een maatvoering van 30 m2 aan bijbehorende bouwwerken opgenomen. Dit is opgenomen in de artikelen 18.2.2. en 19.2.2 van het voorontwerp. Een dergelijke maatvoering staat niet in verhouding tot de maatvoering van een recreatiewoning. Er wordt niet onderbouwd waarom 30m2 aan bijbehorende bouwwerken nodig is. Een dergelijk groot bijgebouw is voor een recreatiewoning niet wenselijk. Bovendien werkt het permanente bewoning in de hand. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. De relatie omvang en permanent verblijf is overigens een onbewezen veronderstelling. Wijziging: Geen. 4. Gemengde bestemmingen Artikel 11 en 12 gaat over de bestemmingen gemengd gebied. Dit zijn een aantal percelen, maar binnen deze bestemmingen is het mogelijk zonder vergunning functies (het gebruik) uit te wisselen.

Bijvoorbeeld kantoor kan horeca worden. Deze uitwisseling van functies voldoet niet aan een goede ruimtelijke ordening. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan problemen die kunnen ontstaan ten aanzien van verkeer en parkeren. Deze artikelen brengen rechtsonzekerheid met zich mee. De aangehaalde bestemmingen met daarbij behorende gebruiksmogelijkheden zijn onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en vormen geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Daarnaast zijn deze bestemmingen enkel van toepassing op specifiek benoemde locaties. Wijziging: Geen. 5. Afwijken oppervlakte bedrijfsgebouwen In artikel 8.3.1 van het voorontwerp is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de oppervlakte van bedrijfsgebouwen uit te breiden. Bij het toepassen van deze mogelijkheid wordt niet getoetst aan een goede ruimtelijke ordening, terwijl door de uitbreiding ook de intensiteit toeneemt. De aangehaalde afwijkingsbevoegdheid is onderdeel van het vigerend bestemmingsplan en maakt geen deel uit van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. 6. Splitsing langgevelboerderij Met toepassing van de afwijkingsmogelijkheid kan een langgevelboerderij worden gesplitst in twee wooneenheden. Deze langgevelboerderij hoeft niet cultuurhistorisch waardevol te zijn en er is geen minimale inhoud aan gekoppeld. Bovendien ontbreekt een eis van minimale maatvoering. Wij achten dit onwenselijk.

Door het niet opnemen van de voorwaarde dat sprake moet zijn van een cultuurhistorisch waardevol pand kan elke langgevelboerderij gesplitst worden in twee woningen. Dit is in strijd met de regels van de interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin is opgenomen dat dit uitsluitend is toegestaan bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De aangehaalde afwijkingsregeling is geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Overigens moet het object behoren tot de hallenhuisgroep (zie begripsbepaling) waarmee gemeente minder ruimte biedt dan de provincie toelaatbaar acht.

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 26

Wijziging: Geen. 7. Afwijken van oppervlakte en hoogte bijbehorende bouwwerken (woonbestemming) Binnen de woonbestemming is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om bijbehorende bouwwerken te verhogen naar 8 meter. Ondanks dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing heeft dit ruimtelijk gezien te veel impact op de omgeving. Binnen de woonbestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de oppervlakte aan bijbehorende bijgebouwen te verhogen naar 200m2. De sloopbonusregeling die hieraan gekoppeld zit, is geschrapt. Gelet hierop vinden wij deze verruiming niet wenselijk, omdat hierdoor de verstening in het buitengebied toeneemt. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. Daarnaast mag de bebouwing uitsluitend binnen het bestaande bouwvlak plaatsvinden er ontstaan dus geen nieuwe bouwrechten buiten alle bestaande bouwvlakken. Wijziging: Geen. 8. Inhoud Woning In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de inhoud van een woning 750m3 mag worden. Aangezien deze regeling niet alleen voor nieuwbouw geldt, maar ook voor bestaande woningen vinden wij deze regeling niet wenselijk. Het is daardoor namelijk mogelijk de woningen vergunningsvrij te vergroten waardoor er geen toets aan welstand c.q. de beeldkwaliteit kan plaatsvinden. Dit kan een negatief ruimtelijk effect hebben.

Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. Wijziging: Geen. 9. Plattelandswoning In het bestemmingplan is ook een regeling opgenomen die het mogelijk maakt om middels een afwijkingsprocedure een agrarische bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. Deze keuze begrijpen wij. Echter, wij zijn het niet eens met de juridische afbakening van het begrip plattelandswoning. Ook een plattelandswoning moet naar onze mening worden bewoond door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. Met de huidige definitie kan het voorkomen dat er arbeidsmigranten worden gehuisvest dan wel kamerverhuur gaat plaatsvinden en dat vinden wij niet wenselijk. Er is in de huidige regeling geborgd dat ook een plattelandswoning bewoond mag worden door niet meer dan één afzonderlijk huishouden, doordat in de begripsbepaling is opgenomen dat een plattelandswoning een woning betreft. Wijziging: Geen. 10. Wijzigingsbevoegdheid naar intensieve veehouderij agrarisch In het ontwerpbestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om een reguliere agrarische bestemming te wijzigen naar intensieve veehouderij. Weliswaar zijn aan deze wijzigingsbevoegdheid voorwaarden verbonden, maar wij vinden dit ruimtelijk gezien niet wenselijk.

Dit is een dusdanig grote ontwikkeling waarbij altijd maatwerk noodzakelijk is, waardoor het niet wenselijk is om dit soort ontwikkelingen middels een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingplan te regelen. Dit brengt daarnaast voor de omwonenden veel onzekerheid met zich mee. De aangehaalde wijzigingsbevoegdheid maakt al onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan en is geen onderdeel van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen.

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 27

Zienswijze 19. Cliënt exploiteert op de locatie Belversedijk 2-4 een gemengd bedrijf met melkvee en vleesvarkens. Het agrarisch bedrijf beschikt over twee bedrijfswoningen. Cliënt woont in één van deze bedrijfswoningen, in de andere wonen de ouders van cliënt. Dit zijn de voormalige agrariërs. De voormalige agrariërs zijn op leeftijd. Gezien het feit dat het bestemmingsplan een doorlooptijd heeft van 10 jaar is het gewenst om de agrarische bedrijfswoning op nummer 2 aan te duiden als plattelandswoning. Hierdoor wordt het in de toekomst mogelijk om een derde, die geen binding heeft met het agrarisch bedrijf ter plaatse, in de bedrijfswoning te laten wonen. Cliënt heeft in haar inspraakreactie d.d. 10 december 2019 verzocht om de woning op nummer 2 in deze bestemmingsplanherziening aan te duiden als plattelandswoning. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven. Echter, er is niet gemotiveerd waarom de woning op nummer 2 niet als plattelandswoning is aangeduid. Cliënt heeft in haar inspraakreactie tevens aangegeven dat de afwijkingsmogelijkheid in artikel 4.5.3 van de regels niet in overeenstemming is met de Wet plattelandswoningen, de jurisprudentie daarover omtrent het aspect luchtkwaliteit en het gemeentelijk beleid met betrekking tot plattelandswoningen. Hierna wordt dit nogmaals toegelicht.

In artikel 4.5.3 van de regels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, waarmee het bevoegd gezag kan toestaan dat een bestaande bedrijfswoning wordt gebruikt als plattelandswoning. Er is een aantal voorwaarden opgesteld, waaraan moet worden voldaan. Cliënt heeft bezwaar tegen de bepaling onder c. Hier staat dat ‘de woning geen onevenredige milieubelemmeringen ondervindt op de aspecten geur, geluid, trilling, fijnstof en/of verkeer van het ter plaatse van het bouwvlak gevestigde agrarische bedrijf’. Op grond van de Wet plattelandswoningen hoeft een plattelandswoning echter niet beschermd te worden tegen milieuhinder, afkomstig van het bedrijf waarvan het onderdeel uitmaakt. Er is één uitzondering, namelijk de luchtkwaliteit van het eigen bedrijf. De wet is voor wat betreft de luchtkwaliteitseisen ‘onderuit’ gegaan bij de Raad van State. De luchtkwaliteit van het eigen agrarisch bedrijf dient wel meegenomen te worden in de toetsing. De regeling in het bestemmingsplan is dus een stuk strenger dan de ‘Wet plattelandswoningen’ voorschrijft. Op de onderdelen geur, geluid, trilling en verkeer hoeft niet getoetst te worden, voor zover het gaat om de hinder afkomstig van het eigen bedrijf. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op het ‘Beleid plattelandswoningen gemeente Haaren’.

Eén van de voorwaarden (voorwaarde 3) die in dit gemeentelijk beleidsstuk is opgenomen is: ‘De woning ondervindt geen onevenredige milieubelemmeringen op de aspecten volksgezondheid, geur, geluid, trilling, fijnstof of verkeer’. Die voorwaarde heeft men doorvertaald in de regels van het nieuwe bestemmingsplan. In de toelichting op deze voorwaarde is in het beleidsstuk aangegeven dat voor het toestaan van een plattelandswoning vooral wordt gekeken naar het op de locatie aanwezige bedrijf. De gemeente wil dus borgen dat het eigen bedrijf geen overlast creëert of gaat creëren ten aanzien van het woongebruik. Bij het bepalen van het woon- en leefklimaat spelen in het kader van de Wet plattelandswoningen voornamelijk geurhinder, geluidhinder en fijn stof een belangrijke rol. Onder andere de Wet geurhinder en veehouderij en Wet geluidhinder zijn als gevolg van de Wet plattelandswoningen ook op onderdelen aangepast dan wel aangevuld, waarmee de plattelandswoning juridisch gezien gelijk wordt gesteld aan de bedrijfswoning. Op het moment dat een derde kiest voor bewoning van een plattelandswoning, accepteert deze derde in feite een minder goed woon- en leefklimaat. Het agrarisch bedrijf is immers nog steeds binnen hetzelfde bouwvlak actief. Overheden dienen zelf nader te concretiseren wat wordt verstaan onder een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’.

Dit dient meetbaar te zijn in het kader van de toetsing bij een aanvraag. Een plattelandswoning wordt, net als bij reguliere agrarische bedrijfswoningen het geval is, beschermd tegen hinder van omliggende (agrarische) bedrijven, maar - met uitzondering van luchtkwaliteit - niet tegen hinder van de eigen inrichting. De Wet plattelandswoningen regelt dus dat een plattelandswoning niet wordt beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf. De woning vormt immers onderdeel van de inrichting en wordt dan ook gelijkgesteld aan een bedrijfswoning. Op basis van jurisprudentie dient de plattelandswoning wel op het aspect luchtkwaliteit te worden beoordeeld, eveneens voor wat betreft de eigen inrichting. De toelichting op voorwaarde 3 in het ‘Beleid Plattelandswoning gemeente Haaren’ staat hier haaks op. Tegen een gemeentelijk beleidsdocument kan men niet procederen. Tegen een beleidsstuk kan men immers alleen een zienswijze indienen. Men kan pas daadwerkelijk een juridische procedure voeren als het beleid wordt doorvertaald in een juridisch document. In dit geval is het bestemmingsplan het juridisch document en is de bestemmingsplanprocedure de Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 28

procedure waarin bezwaar gemaakt kan worden op de voorwaarden uit het ‘Beleid Plattelandswoning gemeente Haaren’. Cliënt heeft in haar inspraakreactie verzocht om artikel 4.5.3 onder c. van de regels aan te passen. Indirect is dit tevens een verzoek om de toelichting bij voorwaarde 3 in het ‘Beleid plattelandswoningen gemeente Haaren’ aan te passen. Cliënt verzoekt u nu nogmaals artikel 4.5.3 onder c. van de regels aan te passen en in overeenstemming te brengen met de Wet plattelandswoningen, aangevuld met de jurisprudentie omtrent luchtkwaliteit. Het uitgangspunt van deze herziening van het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid op te nemen op basis waarvan een in te dienen verzoek kan worden gewogen. Het daarbij opgenomen toetsingskader is overgenomen van het geldend Beleid Plattelandswoning gemeente Haaren waarin de gemeenteraad voor deze aanscherping heeft gekozen. Wijziging: Geen. Afwijking toename oppervlakte dierenverblijf In artikel 4.5.9 van de regels wordt verwezen naar het verbod op toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij in artikel 4.4.1. Artikel 4.5.9 bevat een afwijkingsmogelijkheid, waarmee het bevoegd gezag, onder voorwaarden, medewerking kan verlenen aan uitbreiding van het aantal m2 dierenverblijf voor een veehouderij.

Maar ook in de artikelen 39.3 en 40.1 zit een bouw- respectievelijk gebruiksverbod op de toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij. Daar moet dus in artikel 4.5.9 ook naar verwezen worden. Anders wordt de afwijkingsmogelijkheid in artikel 4.5.9 teniet gedaan door het verbod in de artikelen 39.3 en 40.1. Verzocht wordt artikel 4.5.9 aan te passen. Het klopt dat in artikel 39.3 en 40 onterecht de verbodsbepaling nog is opgenomen om dierenverblijven uit te breiden nu dit in de agrarische bestemmingen zelf is geregeld. Deze verbodsbepaling wordt daarom geschrapt. Verder klopt het dat op grond van de begripsbepaling een geitenhouderij ook gezien wordt als een veehouderij. Nu hiervoor op grond van de IOV een specifieke regeling geldt is het logisch dit ook specifiek te benoemen in artikel 4.5.9 en deze bepaling in de overige agrarische bestemmingen. Wijziging: De verbodsbepaling voor het uitbreiding dierenverblijven uit artikel 39.3 en 40 wordt geschrapt. Stikstofemissie In artikel 4.5.9 onder g is een regel opgenomen met betrekking tot de toename van stikstofemissie. In dit artikel wordt verwezen naar een ‘Bijlage Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming’. In de bijlage staat onder andere een VVGB van 15 december 2016. De datum van de VVGB moet echter zijn: 16 november 2016.

Daarnaast is uitsluitend melkrundvee vermeld in de tabel, terwijl er sprake is van een gemengd bedrijf met melkvee en vleesvarkens. Verzocht wordt de tabel aan te passen. Klopt, de tabel wordt aangepast. Wijziging: De Bijlage overzicht vergunningen Wet natuurbescherming wordt aangepast. Hier wordt toegevoegd dat op de locatie Belversedijk 2-4 sprake is van melkrundvee en vleesvarkens en dat de VVGB van 16 november 2016 is. Staldering In artikel 4.5.9 onder h is het zogenaamde ‘stalderen’ opgenomen. Voor een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij moet bewijs worden overgelegd dat elders binnen hetzelfde stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming. De eis van stalderen is echter van toepassing op alle veehouderijen, dus ook een veehouderij die geen hokdierhouderij is. Dit is niet conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin bepaald is dat uitsluitend hokdierhouderijen moeten stalderen bij uitbreiding van het aantal m2 dierenverblijf. Verzocht wordt dan ook om deze regel in overeenstemming te brengen met het provinciale beleid. Klopt, in alle agrarische bestemmingen bij de regels over stalderen wordt veehouderij vervangen door hokdierhouderij conform de Interim Omgevingsverordening.

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 29

Wijziging: In alle agrarische bestemmingen bij de regels over stalderen wordt veehouderij vervangen door hokdierhouderij conform de Interim Omgevingsverordening.

Zienswijze 20. Ingevolge artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moeten bestemmingen in het bestemmingplan op basis van een goede ruimtelijke ordening worden aangewezen. De ruimtelijke ordening heeft als doel zo gunstig mogelijk voorwaarden te creëren voor het gebruik en de ontwikkeling van een gebied. Hierbij moet de vraag worden gesteld in hoeverre bestemmingen naast elkaar kunnen bestaan. Een goede belangenafweging van de verschillende met de bestemming gemoeide belangen is noodzakelijk. Het momenteel in voorbereiding zijnde plan, ontbeert een deugdelijke motivering en daarmee ook een goede ruimtelijke ordening. Dit is in strijd met artikelen 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van het in artikel 3:2 van de Awb opgenomen zorgvuldigheidsbeginsel dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit alle nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, te vergaren. De voor de belanghebbende nadelige gevolgen mogen op grond van artikel 3:4 lid 2 van de Awb niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. U hebt in het ontwerpbestemmingplan onvoldoende blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging. U heeft de belangen van cliënt onvoldoende onderkend en meegewogen in de besluitvorming.

Het perceel heeft in het ontwerpplan de enkelbestemming "Agrarisch" gekregen: Om meerdere redenen is er onvoldoende aandacht besteed aan de belangen van cliënt en is er strijd met een goede ruimtelijke ordening. Zo is geen rekening gehouden met de voor de locatie verleende natuurtoestemming, bieden de planvoorschriften te weinig flexibiliteit en gaan de planvoorschriften ten onrechte verder dan de provinciale voorschriften. Naar de mening van cliënten is de voorliggende planregeling om die redenen in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Namens cliënten licht ik dat hierna toe. • Bouwregels Voor de locatie van mijn cliënt geldt de gebiedsaanduiding "stalderingsgebied". In artikel 39.3, onder"algemene bouwregels" hebt u bepaalt dat het niet is toegestaan de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren ter plaatse van de aanduiding 'overige zone stalderingsgebied' binnen een bouwperceel te vergroten. Onder de 3.5 "Afwijken van de gebruiksregels" geeft u onder 3.5.8 onder h. aan dat een toename van bestaande oppervlakte dierenverblijf is toegestaan als er een stalderingsbewijs is overgelegd. Van de ene kant wordt er dus een bouwverbod opgelegd onder 39.3 en wordt er een afwijkingsmogelijkheid geregeld via de gebruiksregels. Dat is niet correct omdat er geen afwijkingsmogelijkheid voor de activiteit "bouwen" is geregeld. Voorschrift 3.5.8.

gaat immers over de toename van de bestaande oppervlakte en dat ziet niet op het gebruik. Zoals het nu is bepaald, bestaat er geen mogelijkheid om via staldering een uitbreiding van de oppervlakte gerealiseerd te krijgen. Daarbij komt dat u in planvoorschrift 40.1 onder g., eveneens een gebruiksregel, bepaalt dat een toename van bestaande oppervlakte dierenverblijf niet is toegestaan terwijl in voorschrift 3.5.8. onder h. een afwijkingsmogelijkheid van de gebruiksregels is opgenomen. Voorschrift 40.1 is dan ook overbodig en schept verwarring omdat er voor 40.1 geen afwijkingsbevoegdheid is opgenomen. Het voorstel is om dat planvoorschrift te schrappen. Het klopt dat de verbodsbepalingen voor uitbreiding dierenverblijven in artikel 39.3 en 40 kunnen vervallen nu dit al in de agrarische bestemmingen zelf is geregeld. Dit wordt aangepast. Wijziging: De verbodsbepaling voor het uitbreiding dierenverblijven uit artikel 39.3 en 40 wordt geschrapt. •Stikstof In 3.5.8. onder g. is via de gebruiksbepaling vergroting van het bouwoppervlak toegestaan mits er is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van een verleende natuurtoestemming zoals opgenomen in bijlage 20 "Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming".

Het bedrijf van mijn cliënt komt niet voor in de betreffende bijlage terwijl voor de varkenshouderij op het adres Winkelsestraat 31 te Biezenmortel op 8 oktober 2014 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend. De vergunning is bijgevoegd en ik verzoek u de bijlage hierop aan te passen.

Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 30

Klopt, het overzicht vergunningen Natuurbeschermingswet wordt aangevuld met genoemde vergunning. Wijziging: Het overzicht vergunningen Natuurbeschermingswet wordt aangevuld met de voor Winkelsestraat 31 te Biezenmortel op 8 oktober 2014 verleende vergunning. Verder is onder 3.5.8. onder g. de vergunningverlening gekoppeld aan de voorwaarde dat er geen toename mag zijn van de toename van stikstofemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie zoals vergund op grond van de Wet natuurbescherming. Bij de beoordeling van de mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied gaat het echter om de stikstofdepositie. Daarbij komt dat door extern salderen de emissie op bedrijfsniveau zou kunnen toenemen terwijl de depositie afneemt. Het bepaalde in de planvoorschriften strookt dan ook niet met de provinciale regels die er zijn gesteld met betrekking tot in- en extern salderen en werken onnodig belemmerend. In dat kader zou aansluiting gezocht kunnen worden bij de planvoorschriften van het onlangs vastgestelde bestemmingsplan van Oss waarbij in de planvoorschriften wordt uitgegaan van stikstofdepositie en niet van stikstofemissie. Bij de beoordeling van de mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied gaat het inderdaad om de stikstofdepositie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540019/1