21-149 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan buitengebied herziening 2020- toelichting- bijlage
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020 vastgesteld
bestemmingsplan Bijlagen Toelichting
Buitengebied, herziening 2020 vastgesteld 14 oktober 2021
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
Inhoudsopgave
Bijlagen Toelichting
5
Bijlage 1
Lijst bestaande nevenactiviteiten
7
Bijlage 2
Nota van zienswijzen en wijzigingen
11
3
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
4
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
Bijlagen Toelichting
5
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
6
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
Bijlage 1 Lijst bestaande nevenactiviteiten
7
Lijst bestaande nevenactiviteiten Locatie Biezenmortelsestraat 8 Biezenmortel Belversestraat 4 Haaren Belversestraat 5 Haaren Belversestraat 24 Haaren De Gijzel 30 Helvoirt De Ruiting 4 Esch Gijzelsestraat 3 Helvoirt Gijzelsestraat 8 Biezenmortel Gommelsestraaqt 30 Biezenmortel Hal 19 Heikant 15 Esch Heikant 10a Esch Hoge Raam 4 Haaren Oisterwijkseweg 9 Haaren Oude Bosschebaan 14 Biezenmortel Oude Bosschebaan 35 Helvoirt Ruiting 15 Haaren Roonsestraat 2 Eind 19c Haaren
Udenhoutseweg 6 Helvoirt Udenhoutseweg 17 Helvoirt
Activiteit Verkoop in streekeigen producten Transportbedrijf Verkoop in streekeigen producten Verkoop in streekeigen producten Stalling en verhuur landbouwmaterieel Verkoop in streekeigen producten, landbouweducatie Statische opslag Agrarisch verwantbedrijf Zorgboerderij, biologische landbouweducatie Zorgboerderij Handelsactiviteiten Zorgboerderij, excursie boerderij Recreatie Verkoop in streekeigen producten Groepsaccommodatie Statische opslag Verkoop in streekeigen producten Educatie in milieuvriendelijke land- en tuinbouwmethoden, verkoop streekeigen producten, zorgboerderij Agrarisch verwantbedrijf Verkoop in streekeigen producten
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
10
bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020
Bijlage 2 Nota van zienswijzen en wijzigingen
11
NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN WIJZIGINGEN
ONTWERPBESTEMMINGSPLAN: “Buitengebied Haaren, herziening 2020”
Gemeente Haaren September 2020
Inhoud Inhoud ...................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 3 2. Zienswijzen .......................................................................................................................................... 4 2.1 Indieners zienswijzen ..................................................................................................................... 4 2.2 Ontvankelijkheid ............................................................................................................................. 5 2.3 Inhoudelijke behandeling zienswijzen ............................................................................................ 5 3. Overzicht wijzigingen bij vaststelling ............................................................................................... 151 3.1. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen:...........................................................................
151 3.2 Ambtshalve wijzigingen:............................................................................................................ 154
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 2
1. Inleiding Op 20 september 2018 heeft de gemeenteraad het startsein gegeven voor de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied. Aanleiding voor deze actualisatie is de in 2015 uitgesproken wens om het beleid Vrijkomende agrarische bebouwing een plek te geven in het bestemmingsplan Buitengebied en zo procedures voor deze initiatieven te vereenvoudigen. Doordat deze actualisatie ook kansen biedt om het bestemmingsplan op andere punten meer actueel te maken is iedereen in 2018 in de gelegenheid gesteld wensen en ideeën daarvoor aan ons kenbaar te maken. Dit heeft geleid tot de Notitie plansystematiek en uitgangspunten actualisatie bestemmingsplan Buitengebied die op 6 juni 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hierin is opgenomen op welke punten en welke wijze het bestemmingsplan Buitengebied wordt aangepast. Deze notitie is uitgewerkt tot het voorontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, herziening 2020” dat ter inzage lag van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 en is het plan gelijktijdig voor vooroverleg aan diverse instanties voorgelegd. Er heeft een afweging plaatsgevonden over de ingekomen reacties en waar passend is het voorontwerpbestemmingsplan aangepast. Dit heeft geleid tot het ontwerpbestemmingsplan dat van 11 juni t/m 22 juli 2020 ter inzage heeft gelegen.
In deze termijn heeft iedereen de gelegenheid gehad een zienswijze over dit plan kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Deze notitie is het eindverslag van de ingekomen zienswijzen en wijzigingen ten aanzien het ontwerpbestemmingsplan. In dit verslag wordt een weergave gegeven van de gevolgde procedure, de ingebrachte inzienswijzen en de gemeentelijke reactie hierop. Daarnaast wordt in deze notitie een overzicht gegeven van de wijzigingen bij vaststelling. Dit betreft wijzigingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen en een aantal ambtshalve wijzigingen ter verbetering van het plan.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit eindverslag wordt een weergave gegeven van de ingekomen zienswijzen. Deze zienswijzen worden puntsgewijs, kort samengevat weergegeven en vervolgens beantwoord. Ook is hierbij terug te lezen of de betreffende zienswijze tot wijziging van het plan heeft geleid. Er is voor gekozen om iedere zienswijzen van een reactie te voorzien om voor de lezer te voorkomen dat hij/zij met verwijzingen geconfronteerd wordt. Het derde hoofdstuk bevat een overzicht van de wijzigingen die met de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn vastgesteld.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 3
2. Zienswijzen 2.1 Indieners zienswijzen Gedurende de termijn van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, herziening 2020” zijn in totaal 65 zienswijzen binnengekomen. De ingekomen zienswijzen zijn afkomstig van: 1. (registratienummer 103347); 2. (registratienummer 103695); 3. (registratienummer 103843); 4. (registratienummer 104035) 5. (registratienummer 104039); 6. (registratienummer 104041); 7. (registratienummer 104208); 8. (registratienummer 104652 en 104236); 9. (registratienummer 104278); 10. (registratienummer 104344); 11. (registratienummer 104357); 12. (registratienummer 104448); 13. (registratienummer 104501); 14. (registratienummer 104502); 15. (registratienummer 104515); 16. (registratienummer 104528); 17. (registratienummer 104531); 18. (registratienummer 104601); 19. (registratienummer 104602); 20. (registratienummer 104609); 21. (registratienummer 104610); 22. (registratienummer 104625); 23. (registratienummer 104627); 24. (registratienummer 104635); 25. (registratienummer 104650); 26. (registratienummer 104656 en 104686); 27. (registratienummer 104658); 28. (registratienummer 104667); 29. (registratienummer 104668 en 104764); 30. (registratienummer 104669); 31. (registratienummer104670) 32. (registratienummer 104671); 33. (registratienummer 104684); 34. (registratienummer 104687); 35. (registratienummer 104688); 36.
(registratienummer 104689); 37. (registratienummer 104698); 38. (registratienummer 104702); 39. (registratienummer 104703); 40. (registratienummer 104704); 41. (registratienummer 104723); 42. (registratienummer 104728); 43. (registratienummer 104730); 44. (registratienummer 104731); 45. (registratienummer 104729); 46. (registratienummer 104732); 47. (registratienummer 104733); 48. (registratienummer 104734); 49. (registratienummer 104735); 50. (registratienummer 104737); Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 4
51. (registratienummer 104741); 52. (registratienummer 104742); 53. (registratienummer 104743); 54. (registratienummer 104744); 55. (registratienummer 104745); 56. (registratienummer 104746); 57. (registratienummer 104749); 58. (registratienummer 104750); 59. (registratienummer 104751); 60. (registratienummer 104752); 61. (registratienummer 104754); 62. (registratienummer 104755); 63. (registratienummer 104756); 64. (registratienummer 104757); 65. (registratienummer 104758). 2.2 Ontvankelijkheid Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 11 juni tot en met 22 juli 2020 ter inzage gelegen. In deze termijn had iedereen de gelegenheid een zienswijze aan de gemeenteraad kenbaar te maken. Alle ingediende zienswijzen kwamen binnen deze termijn binnen en zijn daarmee ontvankelijk.
2.3 Inhoudelijke behandeling zienswijzen De zienswijzen worden puntsgewijs, kort samengevat, weergegeven (cursief) en vervolgens beantwoord (normaal lettertype). Is een zienswijze aanleiding voor wijziging van het plan dan wordt ook omschreven wat er gewijzigd wordt.
Zienswijze 1. Locatie Roonsestraat 24 is gesitueerd in de gebiedsbestemming Agrarisch met waardenlandschapswaarden 1. Op grond daarvan gelden de planvoorschriften als bepaald in artikel 6. In artikel 6.5.9 wordt bepaald dat een toename van het bestaand oppervlak dierenverblijf voor een veehouderijbedrijf tot de mogelijkheden behoord met inachtneming van diverse randvoorwaarden. Met name in lid g is bepaalt dat aangetoond moet worden dat er geen toename is van stikstofemissie. Hierbij wordt verwezen naar de opgenomen bijlage 20, als zijnde overzicht vergunningen en/of Wet natuurbeschermingsvergunning. De betreffende pagina's heb ik bijgevoegd als bijlage 1 alsmede de opgenomen bijlage 20. Zoals volgt uit het artikel in samenhang met bijlage 20 valt hieruit op te maken als zou er geen sprake zijn van een verleende beschikking Wet natuurbescherming voor de locatie van cliënt. Dit is echter niet juist. Als bijlage 2 treft u aan een afschrift van de aan cliënt verleende vergunning op 16 juli 2014. Om die reden verzoek ik u bijlage 20 aan te vullen, met dien verstande dat verwezen wordt naar de verleende vergunning en verzoek ik uw gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Het klopt dat deze ten onrechte in het overzicht ontbreekt.
Bijlage 20 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming wordt daarom uitgebreid met Roonsestraat 24 en hier wordt beschikking NB 16-72014 met nummer C2081282/3613097 genoemd. Wijziging: De lijst in bijlage 20 bij de regels wordt uitgebreid met Roonsestraat 24 en beschikking NB 16-7-2014 met nummer C2081282/3613097.
Zienswijze 2. Op mijn verzoek heeft u een vrijwaringszone voor de rijkswegen opgenomen. In de regels (artikel 41.15 vrijwaringszone – snelweg) wordt echter verwezen naar de A59, terwijl dit dient te zijn voor de rijkswegen N65 of A2. Ik verzoek u dit aan te passen. Mogelijk is het ook beter om de benaming van aanduiding aan te passen naar vrijwaringszone – wegverkeer aangezien de N65 een autoweg (dus geen autosnelweg) is.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 5
Voor een klein deel van het wegtraject van de N65 ontbreekt de vrijwaringszone (zie onderstaande tekening in rood). Ik verzoek u de aanduiding ook voor dit gebied op te nemen. Het klopt dat de verwijzing in de regels naar de A59 onjuist is en het de N65 en A2 betreft. Ook is het meer passend de benaming aan te passen naar autoweg nu de N65 een autoweg betreft. Het onbrekende deel van de vrijwaringszone langs de N65 wordt aangevuld. Wijziging: In artikel 41.15.1 wordt A59 vervangen door N65. Ook wordt de aanduiding 'vrijwaringszone - snelweg' op de verbeelding gewijzigd in ''vrijwaringszone - autoweg' en deze benaming wordt ook aangepast in de regels. Ook wordt het ontbrekende deel van de vrijwaringszone bij de N65 op de verbeelding aangevuld.
Zienswijze 3. Voor de locatie op de biezenmortelsestraat 38 en 40 te Haaren wordt het volgende verzocht: Het aanpassen van de definitie van de bestemmingsomschrijving in art. 8.7 Tabel bedrijven 'sb -12' naar: 'agrarisch-technisch hulpbedrijf en agrarisch verwant bedrijf met 1.000 m2 aan opslag t.b.v. derden' In het bestemmingsplan Buitengebied is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee onder voorwaarden mogelijkheden zijn vergunning te verlenen voor een ander soort bedrijf. Eerder was voor een agrarisch technisch hulpbedrijf deze omschakeling niet mogelijk. Met de actualisatie wordt dit geactualiseerd en krijgen agrarisch -technische hulpbedrijven ook mogelijkheden om van deze binnenplanse afwijkingsbevoegdheid gebruik te maken. Aanpassing van het bestemmingsplan is dus niet aan de orde. Wijziging: Geen. De oppervlakte bedrijfsgebouwen (incl. bedrijfswoning) aanpassen naar 2.125 m2. Conform art. 8.7 'Tabel bedrijven' blijkt dat op onderhavige locatie een agrarisch-technisch hulpbedrijf gevestigd mag zijn, waarbij 1.830 m2 aan oppervlakte bedrijfsgebouwen is toegestaan. Door de realisatie van een nieuwe loods enkele jaren geleden is het bestaande oppervlak aan bedrijfsgebouwen — zonder bedrijfswoning - 1.925 m3. Het oppervlak van de bedrijfswoning betreft 160 m2 en het bijbehorende bijgebouw betreft 40 m2.
Het totale oppervlak aan gebouwen betreft derhalve 2.125 m2. Het klopt dat hier een vergunning is verleend waarmee 2125m2 aan bebouwing is toegestaan. Dit wordt aangepast. Wijziging: In de tabel binnen de bestemming bedrijf wordt voor de locatie Biezenmortelsestraat 38-40 het oppervlakte toegestane bedrijfsbebouwing aangepast in 2125m2.
Zienswijze 4. Graag geven wij u onze zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan buitengebied Haaren 2020 (hierna:'het Plan'). Onze stichting behartigt de belangen van de natuur, het landschap en het milieu inVught en omstreken. Onze scope omvat ook Helvoirt, gezien de komende gemeentelijke herindeling. Het buitengebied van Helvoirt heeft bijzondere landschappelijke betekenis. Het is nog een betrekkelijk onbeschadigd landschap met prachtige plekken. Het Plan levert daarvoor o.i. grote risico's op. Er is geen noodzaak tot snelle actualisering van het bestemmingsplan, kort vóór de herindeling. Integendeel. Het gemeentebestuur van Vught werkt in het kader van de nieuwe Omgevingswet aan uniformering van regels voor het hele grondgebied. Na 2020 dus met Helvoirt erbij. Wij juichen dat toe. Het Plan staat in de weg van goede en samenhangende zorg voor natuur en landschap in de nieuwe gemeente. De Raad Vught kan moeilijk snel na de herindeling de regels uit dit Plan opnieuw aanpassen, zeker als daardoor net ontstane rechten worden aangetast. Het Eindverslag Inspraak zegt over nut en noodzaak slechts: "De ondernemers in het buitengebied vragen al jaren om ruimte voor de aan hen gevraagde transitie en al in 2015 is in Haaren gestart met dit proces. (...) De herindeling is daarom ook geen argument voor uitstel van de ordening van die behoeften." De herindeling is o.i.
wél een zwaar argument voor uitstel. Bovendien, nergens blijkt dat ondernemers vragen om Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 6
vereenvoudigde procedures voor de VAB. Die wens is niet te vinden in het 'Overzicht van ingekomen reacties en adviseringen' m.b.t. tot dit Plan, dat op 6 juni 2019 in de Raad Haaren werd besproken. Verder stelt het Eindverslag Inspraak: "Met dit plan wordt de rechtszekerheid voor de inwoners van Haaren geborgd inzake het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd." Ook dat snijdt geen hout. De gemeente Haaren heeft binnenkort geen inwoners meer. Die vallen dan onder andere gemeenten, waar andere regels gelden. Het Plan schaadt daardoor juist hun rechtszekerheid omdat voor afzonderlijke dorpen zoals Helvoirt nu nog gauw andere regels worden opgelegd dan in de rest van de nieuwe gemeente. Ook staat in het Plan niet het beleid dat hier de afgelopen jaren is gevoerd. De wijzigingsbevoegdheid van B&W staat niet in het VAB-beleidskader. Het beleidskader VAB kan prima náást het bestaande bestemmingsplan fungeren, zoals de praktijk sinds december 2016 aantoont. De overnemende gemeenten erven ook dit beleidskader en zullen zich er na 2020 aan moeten houden. Er is geen dwingende reden het Beleidskader VAB te verheffen tot bestemmingsregels en er bovendien uitbreiding aan te geven in de vorm van wijzigingsbevoegdheden voor B&W. Uw Raad besloot op 6 februari jl.
om de ontwikkeling van drie andere bestemmingsplannen in het buitengebied van de gemeente Haaren wél over te dragen aan de ontvangende gemeenten: 'Eekhoornbos/ Fazantbos' en 'Duinoord' aan Vught en 'De Noenes' aan Oisterwijk. Voor dit laatste nam de Raad unaniem een amendement aan waarin alle fracties het belang van een zorgvuldige overgang van het dorp Haaren naar de gemeente Oisterwijk benadrukten. Voor het bestemmingsplan buitengebied geldt dat belang kennelijk niet. Dit duidt op willekeur en politiek opportunisme. Onjuist is dat het Plan alleen maar de Beleidsregels VAB overneemt die de Raad eerder had vastgesteld. Wijziging van een agrarische bestemming naar 'niet-agrarisch bedrijf' is nieuw beleid. De BeleidsregelsVAB bepalen dat voor zo'n wijziging de gemeenteraad gevraagd moet worden om herziening van het bestemmingsplan. Het Plan wijkt daarvan af door B&W een wijzigingsbevoegdheid te geven. Ook de nieuwe regels voor reclameborden, paardenbakken, ambulante handel en grotere woningen zijn wel degelijk nieuw beleid. Het plan stelt een 'actualisatie' te zijn, maar negeert dringende actualiteit. Zoals de noodzaak van ruimte-voor-ruimte-beleid, regels voor zonneweides en windmolens, de Nota Zorg voor Landschap van het Planbureau v.d.
Leefomgeving, de Brabantse Versnelling Transitie Veehouderij, de Brabantse Aanpak Stikstof, de Beleidsregel Wet Bibob Noord-Brabant 2018, de Beleidslijn Bibob 2013 Haaren, de oprichting van het Van Gogh Nationaal Park en de Spoedwet Stikstof. Alle hebben gevolgen voor de inrichting van het buitengebied. Er is intussen wel wat méér aan de hand in het buitengebied! Daarom juist is een samenhangende benadering volgens de Omgevingswet nodig. En een tussentijdse zeer gedeeltelijke actualisatie ongewenst. B&W van Haaren beloofden in de raadsvergadering van 6 juni 2019 om te onderzoeken of de omliggende gemeenteraden betrokken kunnen worden bij dit planproces. Daarvan is niet gebleken. De Gemeenteraad van Vught is niet gekend. Voor het Plan zijn alleen bestuurders of ambtenaren geraadpleegd. Maar dat voldoet niet, omdat het Plan ingrijpt in de bevoegdheden van de gemeenteraad. Daar gaan wethouders en ambtenaren niet over. Het Plan wil vrijkomende agrarische bestemmingen eenvoudiger kunnen wijzigen in nietagrarische bedrijfsbestemmingen tot milieucategorie 3 van de VNG-bedrijvenlijst. Daar vallen bijvoorbeeld ook onder: autohandelsbedrijven, autoverhuurbedrijven, autowasserijen, groothandelsbedrijven, discotheken, muziekcafés, parkeergarages, machineverhuurbedrijven, evenementenhallen, bowlingcentra, casino's, amusementshallen, saunabedrijven en fitnesscentra.
Deze kunnen in het buitengebied komen in vrijkomende agrarische gebouwen die ook groter kunnen zijn dan 200m2. Dat vinden wij zeer ongewenst en niet kunnen. Het Plan bepaalt dat de inhoud van een woning tot 750m3 groot mag worden. In het oude bestemmingsplan was dit 600m3. Wij menen dat grotere woningen kunnen leiden tot verdere verstening van het landschap. Wij vinden deze verruiming ongewenst en ongemotiveerd. Dat geldt ook voor het toelaten van paardenbakken in alle agrarische bestemmingen. Evenals voor het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid voor B&W om in diverse bestemmingen ambulante handel mogelijk te maken. En ook dat in agrarische bestemmingen, bos, natuur, verkeer en zandwegen informatieborden mogen komen tot maximaal 3m hoogte. Dit alles kan leiden tot verrommeling van het landschap. In het plangebied ligt het Natura2000-gebied Loonse en Drunense Duinen. Op korte afstand liggen de Natura2000-gebieden Vlijmens Ven en Kampina. Deze natuur doet het slecht door een overbelasting van stikstof. Het Plan heeft daar mogelijk gevolgen voor, vanwege grotere woningen, ambulante handel en bedrijfsvestigingen. Niet is aangetoond dat Natura2000 door het Plan geen schade kan leiden. De reactie van B&W in het Eindverslag Inspraak, dat het Plan geen nieuw beleid bevat en daarom geen stikstoftoename tot gevolg kan hebben, bestrijden wij. Om al deze redenen vragen wij u om af
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 7
te zien van vaststelling van het plan en de ruimtelijke ordening van het buitengebied over te laten aan de overnemende gemeentebesturen, in elk geval aan dat van Vught. Vastgesteld kan worden dat beleid op veel terreinen binnen de gemeenten, niet congruent is. Dat valt niet te betreuren, het is een groot goed dat mensen de vrijheid hebben lokaal eigen keuzes te maken. De verschillen die ontstaan zijn inherent aan een herindeling en het gaat er dus niet om welk beleid dominant moet zijn. De wet arhi beschermt die democratische beginselen en regelt het proces hoe gemeentebesturen daarmee moeten omgaan bij een herindeling. Bij vastgestelde bestemmingsplannen is wettelijk bepaald dat die gewoon overkomen naar de ontvangende gemeenten, die, na de datum van herindeling en na de verkiezingen, kunnen kiezen welke beleid gewenst is. Er mag van de gemeenteraad van Haaren bij de nu voorliggende overwegingen niet verlangd worden om rechten van haar inwoners terzijde te schuiven voor beleid waarbij de Haarense inwoners op geen enkele wijze betrokken zijn geweest. Om dezelfe reden is het gemeentebestuur van Vught ook niet bevoegd om nu al te verordenen over Haarens grondgebied. De nu voorliggende herziening (actualisatie) is een vertaling van de wensen van die inwoners, die in een langlopend zorgvuldig openbaar proces vooruitlopend op deze actualisatie, bottom up, tot stand is gekomen.
Wij zien door de herindeling geen verandering van die wensen ontstaan. Het is een illussie te denken dat er perfecte momenten ontstaan waarop in één keer een alles adresserend bestemmingsplan kan worden gemaakt. Daarom heeft de gemeente Haaren jarenlang het beleid gevoerd om met regelmatige actualisaties maatschappelijke vraagstukken een plek te geven in het bestemmingsplan. De wijzigingsbevoegdheid voor vrijkomende agrarische bebouwing biedt uitsluitend mogelijkheden om onder voorwaarden het gebruik van bestaande gebouwen te wijzigen. De inpasbaarheid van een functie is daarbij locatie afhankelijk. De opgenomen regeling biedt juist een uitgebreid beoordelingskader voor die inpasbaarheid. Niet alleen met bepalingen gericht op milieukundige, landschappelijke en verkeerskundige inpasbaarheid, maar ook op draagvlak in de omgeving en meerwaardetoets. Tot slot, er zijn op diverse plekken in het plan bepalingen opgenomen om te borgen dat met dit bestemmingsplan geen toename van stikstofuitstoot is toegestaan. Wijziging: Geen.
Zienswijze 5. Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied, Herziening 2020. Bij bestudering van dit plan hebben wij geconstateerd dat een gedeelte van ons landgoed Nemerlaer als Gemengd-1 is bestemd. Het gaat hierbij om het gedeelte binnen de gracht. Op zich een prima bestemming voor het landgoed, alleen niet geheel passend als wij naar de toekomst kijken. Op dit deel van het gehele landgoed ontbreekt namelijk een opslagplek voor onder andere terrasmeubilair, tuingereedschap, technische ruimte etc. In de regels van artikel 11 lezen wij dat de oppervlakte bebouwIng niet uitgebreid mag worden. In onze denkrichting voor de toekomst van het landgoed en haar historische bebouwing voorzien wij order andere een meer maatschappelijke functie, horeca en (sier-)tuin. Concrete bouwplannen zijn er nog niet, vandaar dat wij opteren voor een wijzigingsbevoegdheid voor het college van B&W. Wij denken hierbij aan een bijgebouw van maximaal 100 m2. Vanzelfsprekend zal te zijner tijd het bijgebouw vormgegeven worden en een afmeting krijgen passend bij de historische-, landschappelijke- en natuurkwaliteit van het landgoed.
In artikel 2.12, lid 1 sub a onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 4 van bijlage II van Besluit omgevingsrecht is voorzien in de mogelijkheid voor Burgemeester en wethouders om omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b. de oppervlakte niet meer dan 150 m².
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 8
Aanpassing van het bestemmingsplan is hiervoor dus niet nodig. Er kan ter zijner tijd een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend en dan door het bevoegdgezag een afweging worden gemaakt over de inpasbaarheid daarvan. Wijziging: Geen. De afgelopen periode hebben wij nogal wat eigendommen verworven in het Natuur Netwerk Brabant. Wij verzoeken u deze eigendommen als Natuur te bestemmen. Een van de uitgangspunten van de actualisatie van dit bestemmingsplan is het hierin verwerken van het provinciaal beleid. Op grond hiervan is het passend voor de natuurgronden binnen het Natuur Netwerk Brabant ook daadwerkelijk een natuurbestemming op te nemen. DIt wordt daarom aangepast. Wijziging: Opnemen bestemming Natuur voor de gronden van Brabantslandschap binnen het Natuur Netwerk Brabant.
Zienswijze 6. Wij stemmen in met het ontwerpbestemmingsplan Op 11 december 2019 hebben wij in onze reactie op het voorontwerpbestemmingsplan (brief Z59640/U127280) verschillende opmerkingen gegeven op de plantoelichting, de verbeelding en de regels. Bijna al onze opmerkingen heeft u in de planregels en verbeelding verwerkt. Voor het bestemmen van de ingerichte natuurpercelen aan de Essche Stroom als “Natuur” heeft u een wijzigingsplan in procedure gebracht. Ons verzoek om de A-watergangen in de gemeente te bestemmen als “Water”, is niet verwerkt in de verbeelding. Dit vinden wij geen reden om een zienswijze in te dienen op het plan, want watergangen met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen zijn bij de toegekende bestemmingen zonder meer zijn toegestaan. Wij hebben geen aanvullende opmerkingen meer op het plan. Fijn om deze bevestiging te ontvangen. Wijziging: Geen.
Zienswijze 7. In het Eindverslag inspraak en vooroverleg voorontwerp bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" d.d. Juni 2020 lezen wij dat onze zienswijzen tegen het voorontwerp respectievelijk d.d.4 en 10 december 2019 geen wijzigingen tot gevolg hebben gehad. Wij hadden gemotiveerd gevraagd om ook de bestemmingsomschrijvingen voor de Recreatiewoning 1 en Recreatiewoning 2 te harmoniseren. (Reactie 14). Dit verzoek is afgewezen omdat in de bestuursopdracht is vermeld dat de bouwmogelijkheden worden geharmoniseerd en vereenvoudigd. Ook worden er geen ad hoc aanpassingen doorgevoerd. In hetzelfde eindverslag staat te lezen dat veel zienswijzen, die helemaal niet in de bestuursopdracht terug te vinden zijn, wel ad hoc zijn gehonoreerd. Daarom ons herhaald verzoek om de bestemmingsomschrijvingen voor de RW1 en de RW2 te vereenvoudigen en te actualiseren. "In uw bestuursopdracht van 20 september 2018 actualisatie bestemmingsplan Buitengebied is duidelijk opgenomen "harmonisatie" en "synchronisatie" terwijl in het Voorontwerp Bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' ons inziens onnodig veel onderscheid wordt gemaakt in de bestemmingsomschrijving Artikel 18 Recreatie -Recreatiewoning 1 /18.1 Bestemmingsomschrijving en Artikel 19 Recreatie Recreatiewoning 2 / 19.1 Bestemmingsomschrijving.
In Artikel 19 Recreatie Recreatiewoning 2 / 19.1 wordt de bestemmingsomschrijving bondig en duidelijk omschreven terwijl in Artikel 18 Recreatie - Recreatiewoning 1 / 18.1 bij de bestemmingsomschijving nog, inmiddels achterhaalde en/of onnodige bepalingen, vermeld worden. De voor 'Recreatie - Recreatiewoning 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bosbouw; Binnen de R1 bestemming liggen uitsluitend particuliere kavels waarop geen bosbouw plaatsvindt. Daarnaast valt het gebied binnen de bebouwde kom houtopstanden. Verzoek om 18.1.a. te laten vervallen. 18.2.1 Gebouwen Voor het bouwen Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 9
van gebouwen gelden de volgende bepalingen; a. Het totaal aantal recreatiewoningen en andere recreatieverblijven mag niet meer dan 37 bedragen. b. Recreatiewoningen en andere recreatieverblijven mogen uitsluitend worden gebouwd op de bestaande fundering. Er mogen slechts 37 recreatiewoningen en andere recreatieverblijven worden opgericht. In het bedoelde gebied zijn al 37 recreatiewoningen aanwezig. Er kunnen dus volgens deze voorschriften geen andere recreatie verblijven meer gebouwd worden. Verzoek om "en andere recreatie verblijven" te laten vervallen. "Op de bestaande fundering "De vraag is of dit letterlijk wordt bedoeld of figuurlijk, bijvoorbeeld op de zelfde plaats van de bestaande woning herbouwen. Er zijn al diverse nieuwe woningen op of min of meer dezelfde plaats met een geheel nieuwe fundering nieuw gebouwd. Van die woningen zijn diverse - geheel of gedeeltelijk onderkeldert. Verzoek om de tekst "op de bestaande fundering" te vervangen door; "her -verbouw of vernieuwing dient te geschieden op dezelfde locatie waar de huidige recreatiewoning zich bevond/bevindt "(of een andere tekst betreffende de bestaande situering). e.
extensieve openluchtrecreatie en voorzieningen ten behoeve daarvan, zoals fiets- en voetpaden, picknickplaatsen en bij een en ander behorende parkeervoorzieningen; Binnen de R1 bestemming ontbreken deze openbare recreatieve voorzieningen en zullen ook niet worden aangelegd op de particuliere kavels. Verzoek om 18.1.e. te laten vervallen. f. agrarisch medegebruik in de vorm van beweiding; Binnen de R1 bestemming bevinden zich uitsluitend particulier kavels /percelen, openbare halfverharde wegen en enkele openbare reststroken groen. Er is en kan dus geen sprake zijn van agrarisch medegebruik. Verzoek om 18.1.f. te laten vervallen. g. verblijf in recreatiewoningen en andere recreatieverblijven; Er mogen slechts 37 recreatiewoningen en andere recreatieverblijven worden opgericht. Zie artikel 18.2.1. In het bedoelde gebied zijn al 37 recreatiewoningen aanwezig. Er kunnen dus volgens de voorschriften geen andere recreatie verblijven meer gebouwd worden. Verzoek om "en andere recreatie verblijven" te laten vervallen." Ook hebben wij opnieuw verzocht om de inhoud van de recreatiewoning bij harmonisatie vast steilen op 375 m3 i.p.v. 260 m3. (Reactie 14) Ook dit verzoek is afgewezen omdat bij de bepaling van de uitgangspunten voor de herziening uitgebreid stilgestaan is bij de diverse verzoeken van eigenaren van recreatiewoningen op het Haarens grondgebied.
Dit is onjuist want alle verzoeken in deze die wij deden hebben tot de dag van vandaag nog steeds niet geleid tot een inhoudelijke discussie over een acceptabele inhoud met oppervlakten voor recreatiewoningen. De inhoudsmaat van 260 m3 is door de ambtelijke organisatie zonder enige onderbouwing en zonder overleg met ons vastgesteld. Ons is alleen medegedeeld dat wij onze wensen in een afzonderlijke gebiedvisie kunnen verwerken. De thans door Corona stilliggende maar nog steeds in ontwikkeling zijnde gebiedsvisie zien wij als losstaand t.o.v. deze actualisatie van het bestemmingsplan, anders; bij tegenvallend resultaat zijn wij in lengte der jaren gebonden aan "ouderwetse" volumebeperkingen. De huidige tendens in Nederland is dan ook dat bij de bouw van recreatiewoningen sprake is van voldoende ruime en comfortabele volumes, passend bij huidige bouwvoorschriften met hoge isolatiewaarden (lees; muurdikten van 400 mm en dakpakketten van 250 mm). Het streven is immers een actualisatie waaronder uiteraard ook actuele bouwregelgeving valt. Daarom ons herhaald verzoek om bij harmonisatie de inhoud van de woning vast te stellen op 375 m3 i.p.v. 260 m3. "De inhoud van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 260 m3. Volgens bijlage 2 Bor is er geen vergunning vereist voor het bouwen van een recreatie verblijf met een oppervlak van 70 m2 en een hoogte van 5 ml. (350m3). M.a.w.
voor het bouwen tot de maten in het bestemmingsplan kan men maar raak bouwen. Dit leidt tot verkrotting e. d. ( Zie wat het weef-foutje in het bestemmingsplan Buitengebied 2011 m.b.t. overkappingen in de praktijk tot gevolg heeft gehad. Een vergunningenplicht biedt in meer of mindere mate wel de garantie dat er volgens de gangbare normen gebouwd wordt. Daarom het verzoek de inhoudsmaat voor de recreatiewoning te verruimen tot boven de normen van vergunningsvrij naar 375 m3. Overigens, dit voorgestelde bouwvolume is nog steeds behoorlijk minder dan het bouwvolume van recreatiewoningen welke de laatste jaren in geheel het land, ook in Noord-Brabant, op de diverse bestaande- en nieuw gerealiseerde recreatieparken gebouwd zijn / worden." Wij constateren ook dat de bebouwingsregels voor de RW1 en RW2 woningen opnieuw
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 10
weer afwijken, dus niet meer harmoniëren. (Zie Reactie 52 in het Eindverslag) "Voor recreatiewoningen RW 2 geldt geen inhoudsbeperking. In het nieuwe bestemmingsplan wordt zomaar een inhoudsbeperking opgenomen van 260 m3. Wij gaan met deze inhoudsbeperking niet akkoord. Het provinciale beleid staat een woonbestemming ter plekke niet toe. Het is verder niet de intentie geweest om de inhoud binnen de bestemming Recreatie-Recreatiewoning 2 te beperken. Deze aanpassing wordt ongedaan gemaakt en de maximale oppervlakte van 60m2 wordt weer opgenomen. Wijziging: In artikel 19.2.1 wordt de bepaling over de maximale inhoud van een recreatiewoning geschrapt. De doorhaling van de regel over de maximale oppervlakte van een recreatiewoning wordt verwijderd"Deze wijziging heeft tot gevolg dat de bebouwingsmogelijkheden voor een RW2 recreatiewoning ongewijzigd blijven. ( 60 m2 oppervlak, goothoogte max 3 ml en nokhoogte max 4,5 ml.) Echter er wordt van de ontwerper heel veel creativiteit en vindingrijkheid gevraagd om binnen deze maatvoering een woning met een inhoud van 260 m3 te realiseren. Wij denken daarom dat 260 m3 juist wel een verruiming is van de bebouwingsmogelijkheden voor de RW2.Wij stellen voor om geen ad hoc besluit te nemen op verzoek van slechts één eigenaar maar om alle eigenaren van de RW2 woningen hierna te bevragen.
Daarbij kan het helpen om een Bijlage toe te voegen met daarop de adressen van alle RW2 woningen want het vergt veel zoekwerk om op de plankaarten alle RW2 bestemmingen op te sporen. Ook de nieuwe recreatie woningen die sedert 2009 binnen de gemeente Haaren gebouwd zijn zouden aan deze RW2 bestemming toegevoegd moeten worden.(Bijv Gestelstraat 3 Heivoirt). Wij stellen voor om vast te houden aan de harmonisatie bouwregel van 375 m3 en maximale goothoogte 3 ml voor een recreatiewoning binnen de gemeente Haaren en aan het plan een Bijlage van de adressen van de RW2 woningen toe te voegen. Tot slot: Eerder heeft u, gemeenteraad van Haaren, unaniem ingestemd met het omzetten van de recreatieve- woonfunctie naar een permanente- woonfunctie voor de RW1 woningen. Tijdens de gemeenteraad van 20 september 2018, actualisatie bestemmingsplan Buitengebied, is door diezelfde raad echter het besluit genomen om voor genoemde functie wijziging een afzonderlijk traject te starten. In onze zienswijze wordt dit herhaald. (Reactie 14) Dit wordt afgedaan met de gemeente Vught is als rechtsopvolger al geïnformeerd over dit proces. Maar inmiddels staat dit onderwerp, wonen in recreatiewoningen, weer prominent op de agenda van de landelijke politiek.
De door de Tweede Kamer aangenomen motie van de leden Koerhuis en van Eijs d.d.19 februari 2020, verzoekt de regering om de gemeenten de mogelijkheid te geven om snel permanente bewoning van recreatiewoningen toe te staan door objectgebonden vergunningen af te geven voor recreatiewoningen die voor 2019 gebouwd zijn. Bij brief van 3 april 2020 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer de Staten-Generaal meldt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat zij in afwachting van de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortvarend aan de slag gaat met een tijdelijke wijziging van het Besluit Omgevingsrecht om zodoende gemeenten de mogelijkheid te geven om snel permanente bewoning van recreatiewoningen toe te staan door objectgebonden vergunningen af te geven voor recreatiewoningen die voor 2019 gebouwd zijn. Dit vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet die gemeenten straks meer ruimte zal bieden om snel en flexibel af te wijken van het geldende bestemmingsplan / Omgevingsplan voor het bewonen van recreatiewoningen. Wij verzoeken u om nu al te anticiperen op de aangekondigde wijziging van zowel het Besluit Omgevingsrecht en de Nieuwe Omgevingswet door een vrijstellingsbepaling op te nemen voor het permanent bewonen van een recreatiewoning.
In de uitgangspunten is opgenomen dat naar aanleiding van de handhavingsinventarisatie in recreatiegebied Spechtbos, Eekhoornbos en Fazantenbos de bouwmogelijkheden voor alle recreatiewoningen in het bestemmingsplan Buitengebied worden geharmoniseerd en vereenvoudigd. Dit betekent dat de inhoudsmaat van een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 260 m3 en de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan 30 m2. Dit is ook zo opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Bij de bepaling van de uitgangspunten voor de herziening is vervolgens uitgebreid stilgestaan bij de diverse verzoeken (bouwvolumes, bewonen etc.) van eigenaren van recreatiewoningen op het Haarens grondgebied. Uitgesproken is dat die wensen in afzonderlijke gebiedvisies kunnen worden verwerkt om aldoende ook een breed draagvlak voor die wensen te genereren. Niet alleen de eigenaren van recreatiewoningen hebben
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 11
daarover opvattingen maar ook andere belanghebbende partijen en een gebiedsvisie is ons inziens een prima instrument om al die belangen af te wegen. Wijziging: Geen.
Zienswijze 8. De wijzigingen in het ontwerp bestemmingsplan hebben als doel om duidelijkheid te scheppen omtrent de inrichting van het perceel en de invulling van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen bij het beëindigen van een agrarisch bedrijf. In de beschrijvingen in artikel 3.7.9 en 3.7.10 wordt beschreven wat er mogelijk is nadat het agrarisch bedrijf beëindigd is en er een ander bedrijf wordt opgestart waarbij bij art 3.7.9 de grens van 200 m2 bedrijfsruimte wordt aangehouden en bij 3.7.10 de grens van 200 m2 bedrijfsruimte wordt overschreden. In beide artikelen missen wij echter de mogelijkheid om de volgende bedrijven c.q. bedrijfstypen op te richten nadat het agrarisch bedrijf is beëindigd. Deze zijn: Zorgboerderij, Groepsaccommodatie, Bed and Breakfast, Mini camping, Enkele (aantal is uiteraard te maximeren) vakantiewoningen, Boerderijwinkel, Theetuin met bijbehorende horeca accommodatie. 2) Agrarisch bedrijf extensiveren in combinatie met opstart van een andersoortig bedrijf Daarnaast is het uiteraard ook denkbaar dat een agrarisch ondernemer zijn bedrijf geleidelijk wil afbouwen of deels wil afbouwen .
Te denken valt als voorbeeld aan het stoppen van de melkveehouderij en het bedrijf omzetten naar (extensievere) akkerbouw echter in combinatie met de 7 punten zoals hierboven genoemd, dus een akkerbouwbedrijf met groepsaccommodatie of een akkerbouwbedrijf met zorgboerderijtak en theetuin. Het is naar mening van ondergetekenden mogelijk om in het bestemmingsplan voorschriften op te nemen wat is toegestaan op de betreffende locatie als een ondernemer overweegt zijn bedrijf te gaan extensiveren. Momenteel zijn deze opties in het bestemmingsplan niet of slechts zeer summier opgenomen en naar mening van ondergetekenden zou dit een aanvulling zijn. In het vigerende bestemmingsplan is een binnenplanse afwijking opgenomen voor nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf. Hier is destijds bewust gekozen dat deze activiteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de agrarische bedrijfsactviteiten om de agrarische bestemming te rechtvaardigen. Wel kunnen er bij omschakeling naar een andere bestemming mogelijkheden gehandhaafd worden voor kleinschalig agrarisch gebruik. Voor wat betreft de opgenomen wijzigingsbevoegdheid naar 'Bedrijf' is hiermee ook bedoeld horeca, recreatie of maatschappelijke bedrijf. Om dit te verduidelijken wordt de wijzigingsbevoegdheid met deze begrippen aangevuld.
Wijziging: Wijzigingsbevoegdheid voor omschakeling naar bedrijf wordt aangevuld met de begrippen horeca, recreatie en maatschappelijk. In het ontwerp bestemmingsplan staat weergegeven dat op het bedrijf aan de Biezenmortelsestraat 14 te Biezenmortel 1036 kg NH3 geproduceerd mag worden. Dit moet feitelijk zijn 1074 kg NH3 en op basis van de nieuwste regeling ammoniak en veehouderij staat weergegeven dat dit 1338 kg NH3 betreft en dit moet feitelijk zijn 1361,2 kg NH3. Het overzicht vergunningen Natuurbeschermingswet is aangepast, zodat uitsluitend nog de betrefffende vergunningen en verklaringen van geen bedenkingen worden genoemd. Wijziging: Overzicht Vergunningen Wet Natuurbescherming is aangepast zodat alleen een verwijzing naar de vergunning of verklaring van geen bedenkingen is opgenomen.
Zienswijze 9. Het Bestemmingsplan Buitengebied is het instrument om sturing te geven aan de landschappelijke inrichting van het Buitengebied. Daar hoort ook bij hoe de zandwegen en andere on- of halfverharde wegen in dat landschap passen en in stand gehouden worden. Daarom pleit ik ervoor twee extra onderwerpen in het Bestemmingsplan op te nemen, bijvoorbeeld in artikel 23. 1. Inpassing en in stand houden in het landschap van onbewoonde zandwegen en andere on- of halfverharde wegen. Hoe minimaal dat ook zal zijn. Bijvoorbeeld Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 12
het verwijderen van begroeiing op deze wegen. 2. Inpassing en in stand houden in het landschap van bewoonde zandwegen en andere on- of halfverharde wegen. Waarbij ook tegemoet wordt gekomen aan de belangen van de omwonenden van deze wegen m.b.t. de veiligheid (vaak diepe kuilen, die gevaarlijk zijn, vooral in het donker lopend en fietsend), gezondheid (veel overtrekkend stof na enkele dagen zon) en hygiëne (viezigheid tot in huis na een regenbui). Toelichting. In het “Eindverslag Inspraak en Vooroverleg Voorontwerpbestemmingsplan: Buitengebied, herziening 2020” heeft u mij het volgende laten weten: - De wegbeheerder zal worden geattendeerd op dit verzoek (nu onderwerp punt 2 van mijn zienswijze). - De Wegenwet en de Wegenverkeerswet regelt waartoe de wegbeheerder verplicht is. - Er vindt geen wijziging plaats. De wegbeheerder heeft inderdaad gereageerd, rechtstreeks naar mij en ook in het Pomphuiske van mei 2020. Citaat reactie op mijn ingediend verzoek: “Beste … na aanleiding van je vraag over het sproeien van de puinweg kan ik zeggen dat dit onmogelijk is vanwege de capaciteit die we hebben. Er zijn namelijk ook nog vele puinwegen meer en die zouden we dan ook niet over kunnen slaan. Daarnaast zijn dit al jaren zand/puin wegen en dus bekend dat die in droge perioden stoffig zijn dat is niet te voorkomen helaas.
Nat maken van de rijbaan is dan ook maar zeer tijdelijk dat dit helpt. Bewoners en andere weggebruikers zouden er rekening mee dienen te houden i.v.m. deze droge perioden, Hopende u zo van voldoende informatie te hebben voorzien, Met vriendelijke groet buitendienst gemeente Haaren” Citaat Pomphuiske mei 2020: “Woont u in de buurt van een zand- of puinpad dan kunt u eventueel bij overlast van stof het stuk voor uw huis sproeien” Dit toont wel aan dat het bestemmingsplan meer eisen moet stellen aan de landschappelijke inpassing en instandhouding van de zandwegen en andere on- of halfverharde wegen. De Wegenwet geeft hier onvoldoende richting aan want gaat niet verder dan: Artikel 15 punt 1 Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat openbare lichaam dien tot openbaren weg heeft bestemd. Artikel 16 De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of eene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeeren in goeden staat. En de Wegenverkeerswet zegt hier helemaal niets over. Vandaar het verzoek om beide door mij genoemde extra onderwerpen in het Bestemmingplan op te nemen en van inhoud te voorzien.
In het vigerende bestemmingsplan is al een specifieke bestemming opgenomen voor zandwegen om op die wijze de instandhouding hiervan te borgen. Een bestemmingsplan is geen instrument om in te regelen hoe het beheer en onderhoud van zaken plaats dient te vinden. Wijziging: Geen.
Zienswijze 10. In het ontwerp staan een aantal kleine afwijkingen, die gecorrigeerd dienen te worden. Onze opmerkingen hebben betrekking op meerdere percelen en zullen hieronder per perceel worden behandelt. Tegen het voorontwerp bestemmingplan hebben wij een inspraakreactie ingediend. Deze is in het “eindverslag inspraak en Vooroverleg” behandeld, met het resultaat “Geen wijziging”. Onze inspraak wordt afgedaan met de mededeling “Deze wens vraagt om een aparte herziening van het bestemmingsplan ter plaatse. Hiervoor kan initiatiefnemer een principeverzoek indienen.” Wij kunnen deze redenatie niet volgen en hebben de indruk dat er niet op de juiste wijze naar ons verzoek is gekeken. Zoals in de publicatie wordt aangegeven gaat het om een actualisatie van het bestemmingsplan “Buitengebied”. De door ons aangehaalde punten zijn kleine afwijkingen in het bestemmingsplan die gecorrigeerd dienen te worden en hier is een actualisatie van het bestemmingsplan bij uitstek geschikt voor, zonder dat daarvoor een uitgebreide en tijdrovende procedure gevolgd hoeft te worden.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 13
Wij verzoeken u om onze zienswijzen te beoordelen en de genoemde punten in het ontwerpbestemmingsplan te corrigeren, zodat het definitieve bestemmingsplan een juiste weergave geeft van de bestemming van de percelen. Nieuwkuikseweg 5 Het perceel heeft de bestemming bedrijf “B” met de aanduiding (sb-02). Het paars gekleurde perceel komt niet overeen met de werkelijkheid en de feitelijke vorm van het perceel/erf. Aan de noordzijde van het perceel is, ruim 20 jaar geleden, een strook grond van de buren gekocht en bij het bedrijfsterrein (erf) gevoegd. De strook is kadastraal bekend, gemeente Helvoirt, sectie E, nr 1015. De strook wordt sindsdien als parkeerterrein voor personenauto’s (personeel) gebruikt. Deze strook dient op de kaart, met de bestemming “B. Bedrijf” (paars) ingekleurd te worden. Staat nu nog als “W. Wonen” (geel). Bijgevoegd vindt u een kadastrale kaart, waarop het perceel “Nieuwkuikseweg 5” is ingekleurd met het bestaande terrein en de aanpassing, het toe te voegen strookje. Volgens de tabel 8.7 “Tabel bedrijven” is het bedrijf als volgt omschreven: sb-02, Nieuwkuikseweg 5, Helvoirt, Nadere bestemming: Transport- en agrarisch-technisch hulpbedrijf, Bebouwd oppervlak: 2441 m2 De omschrijving van de nadere bestemming van het bedrijf komt niet geheel overeen met de feitelijke situatie.
Aan de omschrijving moet het volgende worden toegevoegd: “Fourage- en veevoerhandel”. De gewenste omschrijving wordt: “Transport- en agrarisch-technisch hulpbedrijf en fourage- en veevoerhandel.” Nieuwkuikseweg 11a en 11b Het perceel heeft de bestemming bedrijf “B” met de aanduiding (sb-04). Volgens de tabel 8.7 Tabel bedrijven, is het bedrijf als volgt omschreven: sb-04, Nieuwkuikseweg 11a, Helvoirt, Nadere bestemming: Agrarisch-technisch hulpbedrijf, Bebouwd oppervlak: 1800 m2 De omschrijving van de nadere bestemming van het bedrijf komt niet overeen met de feitelijke situatie. Aan de omschrijving moet het volgende worden toegevoegd: “Transportbedrijf en Fourage- en veevoerhandel”. Gewenste beschrijving nadere bestemming: “Transport- en agrarisch-technisch hulpbedrijf en fourage- en veevoerhandel” Deze wensen vragen om een aparte herziening van het bestemmingsplan ter plaatse om de inpasbaarheid van de gevraagde aanpassingen op de betreffende locaties zorgvuldig af te kunnen wegen. De geschetste situaties zijn immers niet als zodanig vergund en vragen om een locatiespecifieke afweging en omgevingsdialoog. Wijziging: Geen.
Zienswijze 11. Initiatiefnemer exploiteert een stekbedrijf. Initiatiefnemer doorloopt momenteel de procedure van een wijzigingsplan wat voorziet in de uitbreiding van het ter plaatse gelegen stekbedrijf. Het college van burgemeester en wethouders van uw gemeente heeft met ingang van donderdag 4 juni jl. het ontwerpbestemmingsplan "Hooghoutseweg 27, Biezenmortel" voor een ieder ter inzage gelegd. De termijn van terinzagelegging loopt tot en met 15 juli. Het ontwerpbestemmingsplan "Hooghoutseweg 27, Biezenmotel" is dus enkele dagen eerder ter inzage gelegd dan het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020". Middels deze zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" willen wij de gemeenteraad attenderen op het feit dat de veranderingen op de plankaart en toebehoren naar aanleiding van de wijzigingen met het ontwerpbestemmingsplan "Hooghoutseweg 27, Biezenmortel"momenteel nog niet zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020". De verwachting is dat, mede gelet op het feit dat er sprake is van een procedure behorende bij een wijzigingsplan, het bestemmingsplan "Hooghoutseweg 27, Biezenmortel" eerder zal worden vastgesteld dan het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020".
Middels deze zienswijze verzoeken wij u dan ook om bij vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" de wijzigingen naar aanleiding van het bestemmingsplan "Hooghoutseweg 27, Biezenmortel" accuraat over te nemen. Hiermee wordt voorkomen dat de geleverde inspanningen van dhr. van der Loo te niet worden gedaan door de vastgestelde herziening van het bestemmingsplan buitengebied. Voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan zijn alle vastgestelde wijzigingsplannen hierin verwerkt. Vaststelling van het genoemde wijzigingsplan heeft echter nog niet plaatsgevonden. Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 14
Wijziging: Geen.
Zienswijze 12. Cliënten kunnen zich niet verenigen met het bepaalde in artikel 3.5.5 van het ontwerpplan, dat betrekking heeft op het hobbymatig houden van dieren. De achterliggende ratio van de bewuste wijziging van het plan is helder: de gemeente heeft een aanzienlijke versoepeling aan willen brengen voor het hobbymatig houden van dieren. De eerdere bepalingen hebben vaker geleid tot complexe slepende en onwenselijke (juridische) discussies over het hobbymatig houden van dieren, hetgeen vanzelfsprekend vanuit maatschappelijk en sociaal oogpunt een ongewenste belemmering met zich heeft meegebracht. Met het oog daarop heeft de gemeente willen voorzien in een vereenvoudiging voor het hobbymatig houden van dieren. De thans voorliggende bepaling betekent echter aanzienlijke verscherping en verzwaring van de mogelijkheid om hobbymatig dieren te houden. Een en ander is gelegen in het bepaalde in artikel 3.5.5 sub a, waarin de koppeling wordt gelegd met de stikstofemissie zoals die is toegestaan op basis van de Wet natuurbescherming. Deze koppeling betekent een vergaande belemmering voor het normaal houden van dieren, waarvoor ook een redelijke grond valt aan te wijzen.
Bij het hobbymatig houden van dieren kan gedacht worden aan het houden door agrariërs maar vooral ook burgers in het buitengebied van bijvoorbeeld één of meer dieren zoals geiten, een aantal kippen, wellicht een pony of paard of iets vergelijkbaars. Het gaat hier, zoals ook het geval was bij cliënt Blom die een aantal pony's heeft gehouden, om een volstrekt onschuldige en feitelijk niet relevante en eigenlijk niet noemenswaardige activiteit. Het gaat hier om een zodanige vorm van het hobbymatig houden van dieren, dat hiervoor vanzelfsprekend geen vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming voor is aangevraagd en ook geen administratie door burgers is bijgehouden. Anders gezegd: in vrijwel alle gevallen is sprake van een onmogelijkheid om op grond van artikel 3.5.5 af te wijken, omdat niet is aan te tonen wat de planologisch legale activiteit/situatie was ten tijde van belang. Het is juist inherent aan dergelijke hobbymatige activiteiten dat er vergunningen zijn en ook overigens geen administratie of boekhouding is of werd bijgehouden. Dat is overigens nu ook juist inherent aan dergelijke activiteiten: noch op grond van de Wet natuurbescherming, noch op grond van de Wabo, noch op grond van de Meststoffenwet is een administratie of vergunning vereist, juist omdat het om hobbymatige activiteiten ging of gaat.
Het is dus eenvoudigweg niet meer aan te tonen, er vanuit gaande dat er in vrijwel alle gevallen geen vergunning was, wat de legale planologische situatie was als ook de daarmee gepaard gaande emissie. Bovendien is het vanzelfsprekend redelijkerwijs niet wenselijk en zeker niet beoogd, nu het bij de bewuste bepaling ging om een versoepeling, om burgers te dwingen een vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming aan te vragen met alle bijkomende kosten (leges van ettelijke duizenden euro's en kosten van de adviseurs en berekeningen op grond van Aerius en dergelijke), nog los van de administratieve rompslomp die een en ander met zich meebrengt. De facto gaat het om een ontmoedigingsbepaling, terwijl nu juist een versoepeling is beoogd. De bepaling kan derhalve als zodanig niet worden vastgesteld, omdat die nu juist leidt tot een belemmering omdat er een drempel wordt opgeworpen in de zin van een vergunningeis danwel een administratie terwijl het nu juist aan deze activiteit inherent is dat die er per definitie niet zijn. Verder dringt zich de vraag op waarom het hobbymatig houden van dieren op deze wijze wordt belemmerd, terwijl een dergelijke belemmering bijvoorbeeld niet plaats vindt voor het hobbymatig hebben van tractoren, zitmaaiers, quads en andere voertuigen, om maar voorbeelden te noemen.
Het is immers inherent aan dergelijke (landbouw)voertuigen, die ook hobbymatig kunnen worden gebruikt, dat deze een aanzienlijke hoeveelheid stikstof kunnen uitstoten, doorgaans meer dan een enkele sporadische geit, pony of een handvol kippen. Anders gezegd: het bestemmingsplan beoogt klaarblijkelijk geen belemmeringen op te werpen voor dergelijke machines, met alle uitstoot van dien, terwijl dat nu wel gebeurt voor huisdieren. Het gaat echter in beide gevallen om uitstoot van stikstof, terwijl bij de activiteiten ook vrijwel altijd hobbymatig zijn zodat vergunningen en dergelijke ontbreken. Niet valt in te zien op welke grond dergelijk onderscheid wordt gemaakt. Anders gezegd: het hobbymatig houden van dieren zou niet door verdergaande restricties moeten worden tegengehouden dan het hobbymatig hebben van bijvoorbeeld (oude) landbouwtractoren of vergelijkbare voertuigen. Een en ander verdraagt zich naar het oordeel van cliënten niet met het gelijkheidsbeginsel en ook overigens valt niet in te zien, mede gelet Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 15
op artikel 3:2 en artikel 3:4 lid 2 Awb dat een dergelijke belemmering voor hobbymatige dieren wél en voor andere activiteiten niet wordt opgeworpen. Tenslotte verzetten cliënten zich tegen het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid, af te geven door het College van B&W. Cliënten bepleit daarentegen een algehele voorziening, zoals die ook in het voorontwerp was opgenomen, inhoudende dat het hobbymatig houden van dieren (als ook het hebben van bijvoorbeeld tractoren door burgers) bij recht is toegestaan, en derhalve niet afhankelijk wordt gemaakt van een ontheffing of toestemming van het bevoegd gezag, aangezien dat nu juist de hiervoor bedoelde belemmering met zich meebrengt terwijl nu juist een versoepeling is beoogd. Daarbij heeft uiteraard te gelden dat indien de activiteit te groot wordt of teveel emissie of anderszins hinder veroorzaakt, uiteraard door het bevoegd gezag opgetreden kan worden op basis van bijvoorbeeld de APV danwel de Wabo. Bovendien zal alsdan geen sprake meer zijn van een hobbymatige activiteit en is er rechtstreeks strijd met het bestemmingsplan. Van belang in dit verband is dat er legio jurisprudentie is gerezen over wanneer nog wel en niet sprake is van een hobbymatige activiteit.
Deze jurisprudentie is vanzelfsprekend één-op-één van toepassing en ook daaruit volgt in feite automatisch dat wanneer een activiteit te groot is, er op basis van (andere) sectorale regelgeving vergunningen vereist zijn, zoals bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming zodat het planologisch regime hier niet afzonderlijk in hoeft te voorzien. Het hobbymatig houden van dieren is een al deccenia lang bestaande praktijk maar vraagt nu in het kader van de stikstofproblematiek aandacht in dit bestemmingsplan. Het doel van dit regelen is dat het hobbymatig houden van dieren niet leidt tot een toename van de stikstofemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie. Het hobbymatig houden van dieren valt onder de grens van een inrichting zoals genoemd in de Wet milieubeheer, waarvoor geen omgevingsvergunning of melding noodzakelijk is. Gericht op de doelstelling wordt nu een gebruiksbepaling opgenomen. Wijziging: De afwijkingsbevoegdheid voor het hobbymatig houden van dieren binnen de agrarische bestemmingen wordt geschrapt.
Hiervoor in de plaats komt de volgende gebruiksbepaling: Het hobbymatig houden van dieren is toegestaan indien dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, welke zijn opgenomen in Bijlage 20 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof of, indien een vergunning/melding ontbreekt, de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt. Deze wijziging wordt ook doorgevoerd in overige agrarische bestemmingen.
Zienswijze 13. In dit ontwerp heeft de gemeente Haaren gekozen voor flexibiliteit en ruime ontwikkelingsmogelijkheden op agrarische percelen. Deze flexibiliteit heeft als doel om leegstand van agrarische bebouwing te beperken. Dit beleid is al eerder vastgesteld in het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing' en in de 'Afspraken Kwaliteitsverbetering landschap gemeente Haaren' maar wordt nu geïmplementeerd in het bestemmingsplan waardoor het een andere status krijgt. Wij hebben daar, vanuit verder omschreven redenen, bezwaar tegen. Daarnaast zijn nieuwe regels toegevoegd in een aantal bestemmingen en zijn regels ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan verruimd. Wij hebben geconstateerd dat zowel het vigerende als nieuwe bestemmingsplan op diverse vlakken fors afwijkt van het bestemmingsplan 'Buitengebied correctieve herziening 2015' van de gemeente Oisterwijk. Met het oog op de rechtsongelijkheid die in 2021 gaat ontstaan tussen de bewoners en grondeigenaren van de voormalige gemeente Haaren en die van de gemeente Oisterwijk zou naar onze mening het bestemmingsplan moeten streven naar harmonisatie van beleid. Hoewel ook Oisterwijk in dit streven naar het eigen beleid zal kijken, leidt het nieuwe bestemmingsplan echter tot een vergroting van de verschillen.