CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren- bijlage 2a0 Toelichting

RAAD 7 februari 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren25.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De woningen worden ingepast met behulp van streekeigen beplanting. De landschappelijke inpassing is uitgewerkt in een beplantingsplan. Dit beplantingsplan is als bijlage bij de regels gevoegd. Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar paragraaf 2.2.1. d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Met de beoogde herontwikkeling is geen sprake van een aanzet tot stedelijke ontwikkeling maar van een

duurzame

inpassing

van

twee

Ruimte

voor

Ruimte

woningen

binnen

een

bebouwingsconcentratie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per Ruimte voor Ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c.

de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij;

d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f.

de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd;

g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i.

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

De bouwtitels voor de te realiseren Ruimte voor Ruimte woningen worden geaccordeerd door de provincie Noord-Brabant. Daarmee is zeker gesteld dat wordt voldaan aan boven gestelde voorwaarden. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een Ruimte voor Ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Niet van toepassing Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Deze omvang is nog niet behaald. Artikel 3.77 bepaalt dat wanneer “toepassing wordt gegeven aan de bepalingen van deze paragraaf [3.7], is voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap”. De bewijsstukken Ruimte voor Ruimte zijn als separate bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Haaren

3.3.1.1

Inleiding

De gemeenteraad van de gemeente Haaren heeft op 22 januari 2015 de Structuurvisie Haaren vastgesteld. De structuurvisie beschrijft de mogelijkheden voor woningbouw, bedrijven, recreatie en toerisme. Ook gaat de visie in op de toekomstperspectieven voor agrarische ontwikkeling, milieu, water, cultuurhistorie en verkeer. De structuurvisie levert geen directe rechten of verboden op, zoals een bestemmingsplan. De visie is gericht op de langere termijn: 2025-2030. De structuurvisie bestaat uit 3 delen: A.

De visie (weergave van strategieën, keuzes en afwegingskader);

B.

Het uitvoeringskader (Haarens Kwaliteitsmenu en structuurvisiekaart);

C.

De atlas (achtergrond).

In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op deel A en deel B van de structuurvisie. In deze delen worden kaders gesteld waarmee rekening dient te worden gehouden bij realisatie van (Ruimte voor Ruimte) woningen. 3.3.1.2

Deel A

In deel A van de structuurvisie zijn de gemeentelijke ambities wat betreft ‘omgevingskwaliteit’ verwoord.

De

beoogde

ontwikkelingen

binnen

het

plangebied

hebben

invloed

op

de

omgevingskwaliteit. In de structuurvisie is aangegeven dat kleinschalige initiatieven die bijdragen aan het landschap specifieke aandacht van de gemeente vragen. Dit betreffen onder andere ‘Ruimte voor ruimte woningen’ en ‘Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)’, ‘Wonen en woonomgeving’ en ‘Omgevingskwaliteit’ Navolgend wordt afzonderlijk ingegaan op deze thema’s. Omgevingskwaliteit Het begrip ‘omgevingskwaliteit’ heeft betrekking op de kwaliteit van de bebouwde omgeving in de vier verschillende dorpen en de kwaliteit van het landschap in het buitengebied. Een van de kernwaarden die de gemeente Haaren hierbij hanteert is dat de bestaande kernwaarden en kwaliteiten behouden blijven. Tevens dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bij te dragen aan het in stand houden van deze ruimtelijke kwaliteit en bij voorkeur zelfs de kwaliteit van de omgeving te verbeteren. Voor, onder andere, navolgende onderdelen bestaat ruimte voor verbeterpunten of het versterken van de ruimtelijke kwaliteit:

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

-

De inpassing van bebouwing in het buitengebied in een groene omgeving; De woon- en leefkwaliteit in de dorpen of het buitengebied; De heersende milieucondities; Verkeersbewegingen en/of verkeerdruk; Aanbod van voorzieningen/woonfuncties; Bijdragen aan algehele omgevingskwaliteit; Nieuwe gebruiksfuncties binnen VAB-locaties;

Bij de afweging of ontwikkelingen al dan niet worden ondersteund, wordt in de structuurvisie tevens een aantal potentiële bedreigingen benoemd. Indien bijvoorbeeld de biodiversiteit wordt verminderd als gevolg van verstoring of vernietiging van leefgebieden van soorten, of cultuurhistorische waarden gaan verloren, wordt overwogen of een ontwikkeling al dan niet doorgang kan vinden. De beoogde herontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor milieu, cultuurhistorie of de groenstructuur. Middels onderhavige ontwikkeling worden kansen benut ten aanzien van de omgevingskwaliteit, zowel binnen het plangebied als daarbuiten. Het saneren van de intensieve veehouderijbedrijven heeft een positieve uitwerking met betrekken tot natuurwaarden in als aansluitend aan het plangebied. Aan zowel Helvoirtseweg 11a en Helvoirtseweg 23 wordt, voor een agrarisch bedrijf dat is gesitueerd aansluitend aan de kern van Haaren, een passende herbestemming gevonden. De agrarische bouwvlakken worden gesaneerd, alle stallen worden gesloopt en de milieuvergunningen worden ingetrokken. De voormalige agrarische bedrijfswoning een Helvoirtseweg 23 wordt omgezet naar reguliere burgerwoning. In samenhang met de sanering wordt een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd aan een erfmodel, passend in de omgeving. De bouwtitels Ruimte voor Ruimte worden gegenereerd uit de sanering van het eigen bedrijf.

Ter plaatse van de planlocatie Helvoirtseweg 11a wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen zodat op termijn op de locatie één vrijstaande woning uit het reguliere woningbouwcontingent kan worden gerealiseerd. Geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gaat verloren. Het herbestemmen van het plangebied heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Het ter plaatse gevestigde varkensbedrijf wordt gesaneerd en de geurcontour komt derhalve te vervallen. Daarbij komen binnen de kern ook vervoersbewegingen te vervallen, wat leidt tot een positief effect met betrekking tot vervoersbewegingen, van onder andere bulkvervoer en diertransporten. Op de locatie Helvoirtseweg 11a wordt circa 1.850 m² aan agrarische bedrijfsgebouwen gesaneerd, aan Helvoirtseweg 23 wordt 1.595 m² aan agrarische bedrijfsgebouwen gesaneerd. Dit draagt bij aan ontstening in het beekdal van de Ruysbossche Loop. Onderhavig initiatief ziet toe op een maatwerk oplossing voor de locatie Helvoirtseweg 11a. Op termijn zal de locatie landschappelijk worden ingepast met streekeigen beplanting.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Ruimte voor Ruimte woningen In de structuurvisie is aangegeven dat de gemeente Haaren de Ruimte voor Ruimte regeling wil toepassen als zich daartoe een initiatief aandient. Door de gemeente Haaren worden in de structuurvisie locatievoorwaarden gesteld aan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen. Ruimte voor Ruimte woningen kunnen enkel worden gebouwd: −

in een extensiverings- of verwevingsgebied. De locatie is op basis van het vigerende bestemmingsplan gelegen in verwevingsgebied.

−

in het agrarisch gebied of groenblauwe mantel, met uitzondering van de ecologische hoofdstructuur of een landbouwontwikkelingsgebied. het plangebied is op basis van de (voorheen) Verordening ruimte gelegen in het gemengd landelijk gebied.

−

in bebouwingsconcentraties, welke op basis van de volgende criteria kunnen worden onderscheiden: − kernrandzone: een overgangszone van bestaand stedelijk gebied, naar landelijk gebied, waar een verzameling hoofdgebouwen op beperkte onderlinge afstand is gelegen en waar een agrarische functie ondergeschikt is of ontbreekt; − bebouwingslint: een verzameling hoofdgebouwen in een lijn, waarbij de gebouwen aan weerszijden van een weg zijn gesitueerd op beperkte onderlinge afstand, waarbij het lint historisch is gegroeid en waardevolle doorzichten tussen de hoofdgebouwen aanwezig zijn; − bebouwingscluster: hoofdgebouwen rondom één punt geconcentreerd, niet grenzend aan bestaand stedelijk gebied, waarbij het cluster historisch gegroeid is. In paragraaf 2.1.2 van onderhavige toelichting is gemotiveerd dat het plangebied in een bebouwingsconcentratie gelegen is.

−

indien dit geen aanzet tot verstedelijking geeft en de realisatie van een of meerdere woningen recht doet aan de aanwezige omgevingskwaliteiten, zoals benoemd in het Haarens Kwaliteitsmenu. Dit kan bijvoorbeeld de sanering van een bedrijf betreffen of de afronding van een dorpsrand. De ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimte in het buitengebied van de kern Haaren geeft geen aanzet tot verstedelijking. De ontwikkeling vindt in samenhang met de herontwikkeling van de intensieve veehouderij plaats. Het Haarens Kwaliteitsmenu wordt nader uitgewerkt in navolgende subparagraaf.

−

indien de ontwikkelingsruimte van het ‘agrarisch ontwikkelingsgebied’ niet onevenredig wordt aangetast. In paragraaf 4.4 is gemotiveerd dat de ontwikkeling geen beperkingen oplevert voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijbedrijven.

Vrijkomende agrarische bebouwing In de structuurvisie is aangegeven dat circa 60% van de agrariërs in de gemeente Haaren het agrarische bedrijf voor 2020 beëindigen, een gedeelte daarvan kan of wil zijn agrarische bedrijfsomgeving niet meer aanpassen. Deze trend heeft tot gevolg dat veel bebouwing die in gebruik was voor het agrarische bedrijf in onbruik raakt. Vanuit de strategie ‘groen groener maken’ wordt gepoogd het buitengebied in samenhang met deze ontwikkeling te ontstenen; mede om oneigenlijk gebruik en verval van resterende bebouwing te voorkomen. Op basis van het functionele beleid is het daarom mogelijk om op VAB-locaties Nieuwe Economische Dragers (NED’s) of woonfuncties te

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

vestigen. Door de gemeente worden de volgende voorwaarden gesteld voor de vestiging van NED’s of woonfuncties: −

Relatie met voorzieningenniveau in kernen; de vestiging van een NED is een kans als die geen negatief effect heeft op het voorzieningenniveau van de kernen. Slechts als sprake is van een specifieke formule wijken we hiervan af. De ontwikkeling betreft geen vestiging van een NED, maar van een woonfunctie. De toevoeging van een woonfunctie heeft een positief effect op het draagvlak voor het voorzieningenniveau binnen de gemeente.

−

Relatie met bedrijventerreinen; de vestiging van een NED is een kans als die naar aard en omvang in het buitengebied thuishoort. NED’s die qua aard en omvang op een bedrijventerrein thuishoren worden geweerd, anders wordt het uitgiftebeleid voor die terreinen ondermijnd. De ontwikkeling betreft geen vestiging van een NED, maar van een woonfunctie.

−

Aard en maat bebouwing; de vestiging van een NED of woonfunctie is een kans als de aard, maat en verschijningsvorm van de bebouwing past in het buitengebied. Daarnaast moet sprake zijn van een kwaliteitsverbetering. De woonfunctie aan Helvoirtseweg wordt gevestigd in de huidige bedrijfswoning. Er wordt geen nieuwe

hoofdbebouwing

opgericht.

De

vestiging

van

de

woonfunctie

heeft

een

kwaliteitsverbetering tot gevolg in de vorm van de sanering van de bedrijfsgebouwen ter plaatse met een oppervlakte van circa 1.595 m². De vestiging van de woonfunctie aan Helvoirtseweg 11a heeft een kwaliteitsverbetering tot gevolg in de vorm van de sanering van de bedrijfsgebouwen ter plaatse met een oppervlakte van circa 1.800 m², het intrekken van de milieuvergunning en een afname van vervoersbewegingen. −

De mate van verstoring van de ontwikkelingsmogelijkheden van agrariër die willen schaalvergroten of intensiveren. De vestiging van een NED is in principe overal in het agrarische buitengebied mogelijk. In het agrarisch ontwikkelingsgebied mag de vestiging van een NED niet ten koste gaan van de ontwikkelingsmogelijkheden van agrariërs die willen schaalvergroten of intensiveren. Vanuit dit oogpunt laten wij geen activiteiten toe die een belemmering voor agrariërs kunnen vormen. Daarnaast zijn ook uitsluitend activiteiten toegestaan die niet veel grond claimen, zodat er voldoende ruimte blijft voor de landbouw. Nieuwe activiteiten moeten zich in dit gebied dus beperken tot het voormalige agrarische bouwvlak. In paragraaf 4.4 van onderhavige toelichting is gemotiveerd dat de herontwikkeling van intensieve veehouderijlocatie

naar

woonlocatie

geen

beperkingen

oplevert

voor

de

ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijbedrijven. 3.3.1.3

Deel B

In deel B van de structuurvisie wordt ingegaan op de drie verschillende groepen instrumenten die de gemeente Haaren hanteert om aan de beleidsuitgangspunten invulling te geven. In de structuurvisie wordt aan één van de procesinstrumenten invulling gegeven door het ontwikkelen van het Haarens Kwaliteitsmenu. Onderdeel van deel B is tevens de structuurvisiekaart. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de structuurvisiekaart weer waarbij de ligging van beide planlocaties is aangeduid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Helvoirtseweg 23

Helvoirtseweg 11a Figuur 28: Uitsnede structuurvisiekaart met daarop de planlocaties aangeduid

Beide planlocaties zijn op de structuurvisiekaart gelegen in het beekdal van de Ruijsbossche Waterloop. In het Haarens Kwaliteitsmenu is het volgende opgenomen over de Ruijsbossche Waterloop: ”De Ruijsbossche Waterloop voert vanaf de zuidoost zijde van Haaren richting het noorden. Daar gaat de loop over in de Broekleij. Alhoewel er (op de ecologische verbindingsfunctie na) geen specifiek beleid voor het beekdal van de Ruijsbossche Waterloop is gedefinieerd en de ruimtelijke samenhang niet overal even herkenbaar is, is het in deze structuurvisie toch goed het beekdal te benoemen. Enerzijds vanwege het samenvallen met de natuurlijke kwaliteiten van het Helvoirts Broek aan de benedenloop en anderzijds vanwege de ruimtelijke scheiding die de bovenloop vormt tussen de kern Haaren en de Belverse Akkers en Weiden”. De realisatie van de beoogde woningen aan Helvoirtseweg 23 vindt plaats binnen het agrarisch bouwvlak tast geen natuurwaarden aan. De locatie aan Helvoirtseweg 11 is op de structuurvisiekaart aangeduid als gelegen aan een historisch lint in de kern van Haaren. In het Haarens Kwaliteitsmenu is het volgende opgenomen over (Historische) linten in de dorpen: “De vier dorpen Biezenmortel, Esch, Haaren en Helvoirt liggen verspreid over het grondgebied van de gemeente Haaren.

Ze voegen zich met zachte, gevarieerde dorpsranden en een silhouet met uitstekende kerktorens op een vanzelfsprekende, dorpse wijze in het landschap. De begrenzingen van de dorpen, zoals die op de Structuurvisiekaart zijn aangegeven, zijn bepaald aan de hand van

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

de contouren van de Verordening Ruimte, voor zover die mogelijkheden bieden voor stedelijke ontwikkelingen. Binnen de dorpen is onderscheid aangebracht tussen de (historische) linten, de woongebieden en de bedrijfslocaties. Tevens zijn de sportcomplexen aangegeven. Het meest karakteristiek zijn de (historische) linten van de dorpen. Per dorp is hiervan de ruimtelijke karakteristiek beschreven. Ontwikkelingen dienen binnen deze karakteristieken vorm te krijgen, om zo de eigenheid van de dorpen ook in de toekomst te blijven benadrukken.” Onderhavige ontwikkeling aan Helvoirtseweg 11a draagt bij aan de belevingswaarde en de ruimtelijke kwaliteit van het lint Helvoirtseweg. De nieuwe woning zal worden opgericht in een passende verschijningsvorm en zal landschappelijk worden ingepast in het lint. Er wordt tevens bijgedragen aan ontstening in het beekdal van de Ruysbossche Loop. 3.3.1.4

Conclusie

Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit en is passend in het kader van de structuurvisie.

3.3.2

Herijkte woonvisie 2011 – 2021 Oisterwijk

De gemeente Oisterwijk heeft haar woonbeleid geformuleerd in de woonvisie 2011-2021. Sinds de vaststelling van de woonvisie 2011 - 2021 hebben zich de nodige ontwikkelingen voorgedaan op de woningmarkt en in de wetgeving op het gebied van het wonen. Daartoe is de herijkte woonvisie 20112021 vastgesteld. De centrale uitgangspunten zoals die zijn geformuleerd in de woonvisie van 2011 zijn nog onverminderd actueel en blijven daarom de basis van het woonbeleid.

-

De hoofddoelstelling van het woonbeleid in Oisterwijk is zorgdragen voor een zodanig groot en gedifferentieerd aanbod van woningen dat dit aansluit bij primair de vraag van de Oisterwijkse woonconsument en secundair de vraag van woonconsumenten elders uit de regio.

-

De gemeente zet in op duurzame investeringen in kwaliteit. Voor het wonen betekent dit een streven naar een evenwichtige samenstelling van de bevolking, een hierop afgestemd woningaanbod met ruimte voor jong en oud en specifieke doelgroepen. Oisterwijk, Moergestel en Heukelom moeten hun eigen identiteit behouden.

-

De nieuwbouwproductie van Oisterwijk is gebaseerd op de regionale woningbouwafspraken gemaakt in de regio Hart van Brabant en de ambities geformuleerd in het coalitieprogramma, maar houdt rekening met de actuele marktomstandigheden.

-

Woningbouw moet bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke manieren waarop dit gebeurt zijn de herontwikkeling van binnenstedelijke locaties en behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen.

-

De groep huishoudens met lage inkomens is een belangrijke aandachtsgroep in het woonbeleid. Dat geldt ook voor de groep huishoudens met een laag middeninkomen die door de toewijzingsregels niet meer terecht kan bij Leystromen. Binnen deze primaire en secundaire doelgroepen verdienen starters, senioren en bijzondere doelgroepen extra aandacht.

-

Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad is een belangrijke doelstelling van het woonbeleid, zowel vanwege milieudoelstellingen als vanwege beperking van de woonlasten.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

-

De uitvoering van het woonbeleid wordt gewaarborgd door een nauwe samenwerking tussen de gemeente en de partners in het woonbeleid.

Voor wat betreft de nieuwe woning aan Helvoirtseweg 11a geldt dat het toevoegen van een reguliere vrijstaande eengezinswoning bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied. In dit geval wordt een knelpunt opgelost, doordat op de plaats van de reguliere vrijstaande eengezinswoning agrarische bedrijfsgebouwen en bijbehorende milieuoverlast worden gesaneerd binnen een historisch lint van het stedelijk gebied van Haaren. Middels het saneren van overtollige bebouwing en het landschappelijk inpassen van de woning levert het initiatief een bijdrage aan de kwaliteit van de omgeving. Het toevoegen van één woning binnen het bestaand stedelijk gebied past binnen de regionale afspraken over de kwantitatieve woningbehoefte. Aan Helvoirtseweg 23 worden twee Ruimte voor Ruimte woningen gesitueerd binnen het huidige agrarische bouwvlak. Deze woningen komen niet ten laste van het gemeentelijke contigent. Op deze locatie wordt eveneens een bijdrage geleverd aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet en bij voorkeur energieneutraal. Onderhavige ontwikkeling is derhalve passend binnen de kaders van de woonvisie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.

MILIEUHYGIËNISCHE- EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN

4.1

Water

4.1.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de ontwikkeling van drie woningen binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel.

4.1.2

Beleidskader waterschap De Dommel

4.1.2.1

Keur 2015

Waterschap De Dommel beheert het grond- en oppervlaktewater (zoals rivieren en beken) en waterkeringen met bijbehorende kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen en gemalen). Om het grond- en oppervlaktewater en de waterkeringen goed te kunnen beheren en beschermen zijn er regels nodig, vastgelegd in een verordening, de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’. In de Keur staan algemeen geformuleerde geboden en verboden. Naast deze geboden en verboden zijn er een groot aantal algemene regels opgesteld. Daarnaast zijn in veel gevallen activiteiten in en rondom kleine waterlopen helemaal vrijgesteld van regels. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied op de kaart ‘Beschermde gebieden keur’ weer.

Figuur 29: Uitsnede kaart ‘Beschermde gebieden keur’ waarop de ligging van de planlocaties is aangeduid middels rode cirkels

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

De planlocaties zijn niet gelegen in een beschermd- of attentiegebied. 4.1.2.2

Waterbeheerplan De Dommel 2016-2021 ‘Waardevol water’

In het Waterbeheerplan van Waterschap De Dommel ‘Waardevol water’ is aangegeven wat de doelen van het waterschap zijn voor de periode 2016 - 2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het waterbeheerplan geeft vier uitgangspunten weer die de richting aangeven van de plannen en oplossingen van het waterschap voor de periode 2016 – 2021. Deze vier uitgangspunten luiden als volgt: 1.

De beekdalbenadering: Door het beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan het waterschap integraler en effectiever werken. Wel is samenwerking met andere overheden, andere waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het ommeland. Water verbindt mensen.

2.

De gebruiker centraal: De omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt. Ook veranderen de behoeften en belangen van gebruikers. De waarde van water verandert met de maatschappij mee. Daar heeft het waterschap oog voor en speelt daarop in.

3.

Samen sterker: Door de handen ineen te slaan met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven, bereikt het waterschap meer dan op eigen houtje. Zij aan zij zoekt het waterschap naar de beste oplossingen en maakt daar werk van. Het waterschap wil inspireren en ruimte geven. Door flexibel te zijn in de samenwerking met ideeën van derden versterkt het waterschap de uitvoeringskracht.

4.

Gezonde toekomst: Ook toekomstige generaties wil het waterschap voldoende, veilig en schoon water kunnen bieden. Overal in de maatschappij streeft het waterschap naar duurzaamheid. Het denken in kringlopen is daarbij de basis. Mensen bewust maken van de waarde van water om zo tot duurzaam gebruik te komen zal de komende jaren in het werk van het waterschap verweven zijn.

De werkzaamheden van het waterschap zijn onder te verdelen in de volgende thema’s:

-

Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen);

-

Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater;

-

Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren;

-

Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen;

-

Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik.

4.1.2.3

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² en toename van een verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Binnen het plangebied wordt circa 3.400 m² aan agrarische bedrijfsgebouwen gesaneerd. Ook de bijbehorende erfverharding wordt gesaneerd. Op Helvoirtseweg 11a wordt circa 560 m² aan verharding verwijderd, aan Helvoirtseweg 23 betreft dat circa 650 m². in totaal wordt er derhalve circa 4.400 m² verhard oppervlak verwijderd. In samenhang worden twee Ruimte voor Ruimte woningen opgericht aan Helvoirtseweg 23 en één reguliere woning aan Helvoirtseweg 11a. Het bouwplan voor de nieuwe woningen is nog niet beschikbaar. Derhalve wordt gerekend met standaardwaarden voor vergelijkbare woningen. Voor elk van de nieuwe woningen wordt een gerekend met een toename van verhard oppervlak van circa 400 m² bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouw(en).

Na de beoogde herontwikkeling zal het verhard oppervlak binnen het plangebied derhalve (fors) afnemen. Verdeling verhard oppervlak Helvoirtseweg 23 Oppervlaktes

Huidig m2

Toekomstig m2

Daken

1.595 m²*

800 m²*

Erfverharding

650 m²

400 m²

Tabel 2: Verdeling verhard oppervlak Helvoirtseweg 23 *bestaande woning buiten beschouwing gelaten

Verdeling verhard oppervlak Helvoirtseweg 11a Oppervlaktes Huidig m2 Daken 1.850 m²* Erfverharding 560 m²

Toekomstig m2 400 m²* 100 m²

Tabel 3: Verdeling verhard oppervlak Helvoirtseweg 11a

Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.1.3

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan

In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) is het gemeentelijk beleid ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen. Als beleidsdoelstelling is geformuleerd dat de gemeente verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het woon- en leefmilieu. De voorzieningen voor stedelijk afvalwater, regen en grondwater dragen daaraan bij. Ze waarborgen de maatschappelijke belangen. Dit gebeurt op de volgende wijze: •

bescherming van de volksgezondheid door de verwijdering van stedelijk afvalwater uit de directe leefomgeving;

•

droge voeten en voldoende water door de inzameling en verwerking van hemelwater (en mogelijk grondwater) verwijdert de gemeente water uit de bebouwde omgeving of voegt de gemeente water toe aan de omgeving;

•

schoon water en een schone bodem door de aanleg van voorzieningen voorkomt de gemeente dat ongezuiverd stedelijk afvalwater of verontreinigd regenwater op of in de bodem of het oppervlaktewater terechtkomt;

•

mooi en natuurlijk water door de inrichting en het onderhoud van waterpartijen zorgt de gemeente voor een zo aantrekkelijk en natuurlijk mogelijk beeld van water in de openbare ruimte waardoor de belevingswaarde toeneemt of gelijk blijft;

•

Voor bergingsberekening in het kader van de watertoets moet uitgegaan worden van alle aanwezige verharding (100% afkoppelen). Uitgangspunt bij deze berekeningen is de neerslag met herhalingstijd T=10 + 10 % en de T=100 + 10%.

4.1.4

Hemelwaterafvoer na herontwikkeling

De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse van de beide deellocaties is gelegen tussen 40-60 cm-mv. De bodem bestaat uit Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand. Navolgend figuren geven de GHG binnen het plangebied weer.

Figuur 30: GHG ter plaatse van de locatie Helvoirtseweg 23

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 31: GHG ter plaatse van de locatie Helvoirtseweg 23

Om grondwateroverlast te voorkomen moet een voldoende ontwateringsdiepte mogelijk zijn. Binnen de gemeente Oisterwijk wordt daarvoor een peil gehanteerd van 0,70 m onder maaiveld. met een overschrijdingskans van maximaal 4 weken per jaar tot een hoogte van 0,50 m onder maaiveld. Het wenselijk om het hemelwater zoveel mogelijk op eigen terrein vast te houden door bijvoorbeeld hemelwater in de tuin te laten infiltreren. Voor het totaal aan verhard oppervlak kan de vereiste bergingsopgave berekend worden door het verhard oppervlak (m²) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m). Om een globale inschatting te maken van de benodigde compensatie als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt deze methode voor het plan toegepast. Het verhard oppervlak binnen het plangebied ten behoeve van de nieuwe woningen (twee extra woningen aan Helvoirtseweg 23, één extra woning aan Helvoirtseweg 11a) bedraagt circa 1.700 m². De benodigde compensatie bedraagt dan derhalve totaal 102 m³ (1.700 m² * 0.06 mm). In de regels van onderhavig bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor voldoende hemelwaterberging op eigen terrein. Binnen elk bouwperceel dient een bui van 60mm regen in één uur op eigen terrein opgevangen en binnen 48 uren verwerkt te worden. Er mag geen afvloeiing naar riolering of andere percelen plaats vinden.

Bij hevigere buien dan het hierboven gestelde mag het meerdere wel geloosd worden op, bij voorkeur, een sloot of gemeentelijke infiltratievoorziening middels een overstortconstructie. De waterberging kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een groen mosdak, een verlaging in het maaiveld, een natuurlijke vijver, grindkoffers, of combinaties hiervan. De voorziening dient binnen 48 uren weer beschikbaar te zijn voor een herhalingsbui. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met een GHG van 40-60 cm-mv. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven navolgende figuur.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 32: Voorbeelden infiltratievoorzieningen

Voorgesteld wordt hemelwater middels een infiltratieriool richting een infiltratieveld of laagte te brengen. Een infiltratieriool moet boven de GHG liggen zodat het in natte perioden geen drainerende functie krijgt. Een bovengrondse voorziening is goedkoper, minder onderhoudsgevoelig en minder fout gevoelig dan een ondergrondse voorziening. Uiteraard dient de infiltratievoorziening over voldoende capaciteit te beschikken. In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met inachtname van deze paragraaf. Bij verkoop van de percelen dient initiatiefnemer de verplichting tot het realiseren van adequate infiltratievoorzieningen, zoals hierboven beschreven, te vermelden aan de kopers.

4.1.5

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

4.1.6

Vuilwater

De aansluiting van de woningen op de riolering wordt in overleg met de gemeente Oisterwijk bepaald.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.2

Ecologie

4.2.1

Inleiding

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, de Wetland-Conventie, de Conventie van Bern, Cites en het Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).

4.2.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te wetende Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het Natuur Netwerk Brabant is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich gemakkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aantal planten en dieren) bevorderd. Het meest dicht bij het plangebied gelegen Vogel- en Habitatrichtlijngebied betreft ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ en is gelegen op een afstand van circa 2,3 tot 2,6 kilometer ten westen van het plangebied. Door de ligging van het plangebied op dermate grote afstand van dit Vogel- en Habiotatrichtlijngebied, kan de beoogde herontwikkeling ter plaatse van het plangebied geen invloed hebben op de aanwezige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van flora en fauna waarden in de omgeving.

4.2.3

Soortenbescherming

4.2.3.1

Inleiding

In de Wet natuurbescherming geldt een aantal verbodsbepalingen ter bescherming van planten- en diersoorten. Er is sprake van twee beschermingsniveaus, te weten: Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht wil zeggen dat men deze niet onnodig mag doden, verwonden of beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waarnaar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora en faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Door Loomans Ecoworks is voor beide locaties een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. De rapportages zijn als separate bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd. Navolgend zijn de conclusies en aanbevelingen uit de rapportage weergegeven. 4.2.3.2

Quickscan flora en fauna Helvoirtseweg 23

“Toetsing aan de Wet natuurbescherming

Beschermde gebieden Natura 2000- gebieden Natura 2000- stikstofdepositie De dichtstbij gelegen Natura 2000- gebieden liggen op ca. 3 kilometer ten (zuid)westen en op ca. 3 kilometer ten zuiden van het plangebied. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen heeft tot gevolg een sterk verminderde milieudruk op nabijgelegen Natura 2000- gebieden. Overschrijding van de grenswaarde van stikstofdepositie in het nieuwe plan is niet aan de orde. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en omvang van het voornemen, effectbereik van de ingrepen en afstand t.o.v. Natura 2000-gebied, is aannemelijk dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door overige effecten op voorhand zijn uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het dichts bij zijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op ruim 250 meter ten oosten van het plangebied. Met de beoogde herbestemming van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ is geen sprake is van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB-gebied. Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn geen vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen of in te slopen bedrijfsgebouwen aangetroffen. Er zijn nestplaatsen van Huismus aanwezig in het woonhuis.

Het woonhuis en groene tuin vormen het functionele leefgebied van de Huismus. De nestplaatsen in het woonhuis, en het overige functionele leefgebied voor de Huismussen blijft in stand. Overtreding van verbodsbepalingen beschermingsregime Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb is niet aan de orde. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. De aanwezigheid van vaste rust- en VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

verblijfplaatsen voor vleermuizen kan worden uitgesloten. Het plangebied zelf vormt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Met de herontwikkeling worden meer groenstructuren aangeplant waardoor foerageermogelijkheden worden verbeterd. Mogelijke vliegroutes voor vleermuizen zijn aanwezig in de laanbomenstructuur aan de Roonsestraat en Helvoirtseweg. Deze blijven ongewijzigd aanwezig. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van soorten uit deze categorie aangetroffen. Er worden wel enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals Gewone pad, Bruine kikker, Egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.

Conclusie Indien de aanbevelingen voor Vogels algemeen, Huismus en Rugstreeppad worden opgevolgd, zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet aan de orde. 4.2.3.3

Quickscan flora en fauna Helvoirtseweg 11a

“Toetsing aan de Wet natuurbescherming

Beschermde gebieden Natura 2000- gebieden Natura 2000- stikstofdepositie De dichtstbij gelegen Natura 2000- gebieden liggen op ca. 2,5 kilometer ten westen en op ca. 2,6 kilometer ten zuiden van het plangebied. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen heeft tot gevolg een sterk verminderde milieudruk op de nabijgelegen Natura 2000- gebieden. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en omvang van het voornemen, effectbereik van de ingrepen en afstand t.o.v. Natura 2000-gebied, is aannemelijk dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door overige effecten op voorhand zijn uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het dichts bijzijnde gebied dat is begrensd als NNB/EVZ ligt op ruim 130 meter ten oosten van het plangebied. Met de beoogde sloop van de stallen is geen sprake is van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB-gebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In de te slopen noordelijke varkensstal zijn enkele huismussennesten aanwezig onder het golfplaten dak. Met de sloop van de stal gaan de jaarrond beschermde nesten verloren en vindt mogelijk overtreding plaats van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming. Hiervoor dient een mitigatieplan te worden opgesteld conform Kennisdocument Huismus Versie 1.0, juli 2017 om de functies van de nestlocaties in stand te houden en overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb te voorkomen. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen in de te slopen stallen kan worden uitgesloten. Vlieg- en foerageerroutes zijn niet aanwezig, het plangebied vormt foerageergebied van matige kwaliteit voor vleermuizen. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van soorten uit deze categorie aangetroffen.

Er worden wel enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals Gewone pad, Bruine kikker, Egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.

Conclusie •

voor het verwijderen van de nesten van huismussen dient een mitigatieplan te worden opgesteld.

•

de aanbevelingen voor ‘vogels algemeen’ en ‘rugstreeppad’ dienen te worden opgevolgd.

Aan Helvoirtseweg 11a worden mitigerende maatregelen te worden genomen conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus (Passer domesticus).

4.3

Stikstof

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

56

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

(het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Middels onderhavige ontwikkeling wordt op beide deellocaties een agrarisch bouwvlak met bijbehorende agrarische bedrijfsgebouwen gesaneerd. Deze sanering draagt bij aan een extensivering van het grondgebruik ter plaatse en de milieuvergunning wordt doorgehaald. Per saldo wordt 2.454 kg ammoniak

uit

de

markt

genomen.

Het

intensieve

agrarische

gebruik

waaronder

de

vervoersbewegingen van landbouw- en transportvoertuigen wordt beëindigd. In de beoogde situatie vindt door de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen en het gebruik daarvan binnen het plangebied een beperkte toename van stikstofemissie door verkeersbewegingen en de aanlegfase plaats. Daarnaast worden de agrarische opstallen gesaneerd. Voor deze uitstoot is een Aerius berekening uitgevoerd, daarbij is tevens de afname van ammoniak meegenomen. Deze berekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit deze berekening blijkt dat de herbestemming geen effect heeft groter dan 0,00 mol per hectare per jaar.

4.4

Cultuurhistorie en archeologie

4.4.1

Cultuurhistorie

4.4.1.1

Ontstaansgeschiedenis

Haaren is een oud boerendorp met als oudste kern het buurtschap Belveren. Vondsten uit de prehistorie en de Romeinse Tijd tonen dat aan. De oudste vermelding in schriftelijke bronnen dateert van 1147, als in een akte de kerk van Haaren een dochterkerk van Moergestel wordt genoemd. Het dorp bestaat behalve uit de kom en het buurtschap Belveren uit de gehuchten de Noenes, de Voort, Heesakker, Eind, Gever, Kerkeind, Holleneind en de Raam. Al deze buurtschappen hebben overwegend een langgerekt patroon: ze liggen aan verschillende beekjes, zoals de Raamse Loop, de Kempenloop, de Ruybosche Waterloop, het Elsbroeks Waterloopje en de Essche Stroom, als uitloper van de Leij. Aan de noordoostkant van Haaren ligt het beekdal van de Oude Leij. De planlocaties zijn gelegen aan de Helvoirtseweg, de doorgaandeweg tussen Haaren en Helvoirt. Ten oosten van het plangebied ligt het beekdal van de Ruybosche Waterloop. Aan deze weg was in de periode rond 1900 reeds op frequente schaal bebouwing aanwezig. 4.4.1.2

Cultuurhistorische waarden

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant zijn de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Het plangebied is gelegen in de regio Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Tevens bevindt het plangebied zicht even ten zuidoosten van De Loonse en Drunense Duinen. De Loonse en Drunense Duinen zijn Brabants grootste stuifzandgebied. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bezien liggen de

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

waarden in de elementen en structuren uit verschillende perioden, die tezamen een beeld geven van de geschiedenis van bewoning en gebruik van dit bijzondere gebied en de strijd die geleverd moest worden tegen de natuurlijke krachten, die dorpen en akkers bedreigden. Ook de Loonse en Drunense Duinen is een in aardkundig en ecologisch opzicht buitengewoon belangrijk gebied. De Helvoirtseweg betreft een lijn van redelijk hoge waarde. Ter plaatse van beide locaties is geen (cultuurhistorisch waardevolle) bebouwing aanwezig. Tevens wordt de huidige verkavelingsstructuur niet aangetast door realisatie van de drie woningen binnen het huidige agrarische bouwvlak.

4.4.2

Archeologie

4.4.2.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. 4.4.2.2

Archeologiebeleid gemeente Haaren

Ter plaatse van het plangebied is de dubbelbestemming ten behoeve van het behoud van archeologische waarden opgenomen. Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Op de locatie Helvoirtseweg 23 wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning herbestemd naar een reguliere burgerwoning. In samenhang hiermee wordt beoogd twee woningen toe te voegen binnen het plangebied. Deze twee woningen worden gerealiseerd ter plaatse van de huidige stallen. Ten gevolge van de bouw van deze stal is de grond ter plaatse reeds verstoord. Onder de stal zijn mestputten gelegen, waarbij de bodem dan ook dieper dan 50 centimeter beneden maaiveld is geroerd. Het wordt dan ook niet aannemelijk geacht dat ter plaatse van de bestaande fundering nog sprake kan zijn van archeologische waarden in de bodem. Om mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden te beschermen, is de thans aanwezige dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ in onderhavig bestemmingsplan overgenomen.

Zodoende dient ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woningen te worden getoetst of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, dan wel bouwen onder archeologisch toezicht noodzakelijk is. Dit laatste geldt eveneens voor de locatie Helvoirtseweg 11a.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.5

Agrarische bedrijvigheid

4.5.1

Inleiding

4.5.1.1

Wet geurhinder en veehouderij

Bij besluitvorming omtrent de herontwikkeling dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:

-

Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Gemeenten mogen, binnen bepaalde grenzen, bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken (artikel 6 van de wet). 4.5.1.2

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect milieu van een veehouderij wordt getoetst aan in de wet vastgelegde standaardwaarden voor maximale voorgrondbelasting of aan de wettelijk vastgelegde standaardwaarden voor vaste afstanden dan wel aan de waarden welke vastgelegd zijn in een gemeentelijke verordening. 4.5.1.3

Achtergrondbelasting

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie. 4.5.1.4

Geurverordening

De Wgv biedt middels artikel 6 de mogelijkheid aan gemeenten om bij verordening, binnen gestelde marges, afwijkende normen vast te stellen. Op 15 mei 2019 is de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2019 gemeente Haaren’ in werking getreden. Op basis van deze verordening gelden voor een drietal invloedsgebieden, binnen het gebied ‘beperking veehouderij’ en ‘natuur en beekdalen’ en ten aanzien van de bebouwde kom van de gemeente Haaren andere normen dan wel andere afstanden dan vastgelegd in de Wgv. Het plangebied is niet in een dergelijk invloedsgebied gelegen. Het plangebied is gelegen in een agrarisch- en boomteelt ontwikkelingsgebied, ter plaatse geldt een norm van 14,0 ou/m3. 4.5.1.5

Huidige situatie

In de huidige situatie zijn ter plaatse navolgende vergunningen aanwezig:

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

59

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 33: Actueel vergunde situatie Helvoirtseweg 23 Haaren (BVB-Brabant)

Figuur 34: Actueel vergunde situatie Helvoirtseweg 11a Haaren (BVB-Brabant)

4.5.1.6

Bedrijven in omgeving planlocatie Helvoirtseweg 23

In de omgeving van de planlocatie liggen een aantal veehouderijbedrijven. Navolgende kaart geeft een overzicht van de veehouderijbedrijven in de omgeving.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

60

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Plangebied

Oude Baan 9 Helvoirtseweg 8

Oude Baan 7

Kantstraat 44 (gesaneerd)

Helvoirtseweg 13

Helvoirtseweg 11

Roonsestraat 26

Figuur 35: Uitsnede veehouderijbedrijvenkaart

Op deze veehouderijen zijn navolgende dieraantallen vergund:

Figuur 36: Actueel vergunde situatie Oude Baan 7 Haaren (BVB-Brabant)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

61

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 37: Actueel vergunde situatie Oude Baan 9 Haaren (BVB-Brabant)

Figuur 38: Actueel vergunde situatie Roonsestraat 26 Haaren (BVB-Brabant)

Figuur 39: Actueel vergunde situatie Helvoirtseweg 8 Haaren (BVB-Brabant)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

62

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 40: Actueel vergunde situatie Helvoirtseweg 11 Haaren (wordt gesaneerd) (BVB-Brabant)

Figuur 41: Actueel vergunde situatie Helvoirtseweg 13 Haaren (BVB-Brabant)

4.5.1.7

Voormalige agrarische bedrijfswoning

Wgv is opgenomen dat voor Ruimte voor Ruimte woningen, of een geurgevoelig object, dat na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij én is gebouwd in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij de artikelen 3 tot en met 6 van de Wgv niet van toepassing zijn op deze woningen. Op grond van deze regels geldt voor de huidige bedrijfswoning en de nieuw te realiseren woningen een minimumafstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object.

4.5.2

Woon- en leefklimaat planlocatie Helvoirtseweg 23

4.5.2.1

inleiding

Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgend worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk gemaakt. 4.5.2.2

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect milieu van een veehouderij wordt getoetst aan in de wet vastgelegde standaardwaarden voor maximale voorgrondbelasting of aan de wettelijk vastgelegde standaardwaarden voor vaste afstanden dan wel aan de waarden welke vastgelegd zijn in een gemeentelijke verordening.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

63

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Op de bedrijven aan de Oude Baan 7, Roonsestraat 26, Helvoirtseweg 8 en Helvoirtseweg 13 worden alleen dieren gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Tussen de beoogde woningen en deze veehouderijen dient op basis van de Wet geurhinder en veehouderij een vaste afstand aangehouden te worden van 50 meter. Het veehouderijbedrijf aan de Helvoirtseweg 8 is het meest dicht tot het plangebied gelegen. Het agrarisch bouwvlak van het veehouderijbedrijf is gesitueerd op een afstand van circa 25 meter tot het plangebied. De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen worden opgericht op een afstand van circa 60 meter. De te herbestemmen bedrijfswoning dient na herontwikkeling te worden beschouwd als het ware een bedrijfswoning. De bescherming van de woningen ten opzichte van agrarische bedrijvigheid door derden wijzigt niet door de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Op de bedrijven Oude Baan 9 en Helvoirtseweg 13 worden dieren gehouden waarvoor een geuremissie is vastgesteld. Om te bepalen of in het kader van de voorgrondbelasting sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat is de voorgrondbelasting van deze veehouderijbedrijven berekend.

De

voorgrondbelasting

is

inzichtelijk

gemaakt

op

de

hoekpunten

van

de

woonbestemmingen aan de planlocatie Helvoirtseweg 23. De geurbelasting is berekend met behulp van het programma V-Stacks Vergunning. De resultaten van deze berekeningen zijn hierna weergegeven. Berekende ruwheid: 0,24 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg

BronID

X-coord.

Y-coord.

nr. 1

Helvoirtseweg 11

144 177

402 318

EP

Gem.geb.

EP

EP

Uittr. E-

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Aanvraag

4,0

4,0

0,50

4,00

9 459

Geur gevoelige locaties: Volgnummer

GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

2

NW

144 414

402 863

14,0

Geurbelasting 0,5

3

NO

144 460

402 842

14,0

0,5

4

ZO

144 413

402 756

14,0

0,7

5

ZW

144 346

402 796

14,0

0,6

Tabel 4: Berekende voorgrondbelasting van het bedrijf aan Helvoirtseweg 11

Navolgend wordt de voorgrondbelasting van het veehouderijbedrijf aan Oude Baan 9 inzichtelijk gemaakt. Berekende ruwheid: 0,14 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens:

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

64

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Volg

BronID

X-coord.

Y-coord.

nr. 1

Oude Baan 9

143 874

402 919

EP

Gem.geb.

EP

EP

Uittr. E-

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Aanvraag

4,0

4,0

0,50

4,00

50 519

Geur gevoelige locaties: Volgnummer

GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

2

NW

144 414

402 863

14,0

Geurbelasting 3,3

3

NO

144 460

402 842

14,0

2,9

4

ZO

144 413

402 756

14,0

3,0

5

ZW

144 346

402 796

14,0

3,5

Tabel 5: Berekende voorgrondbelasting van het bedrijf aan Helvoirtseweg 11

Uit de V-Stacks Vergunning berekeningen blijkt het bedrijf aan Oude Baan 9 het dominante veehouderijbedrijf is in het kader van de voorgrondbelasting. De voorgrondbelasting op de planlocatie bedraagt ten hoogste 3,5 oue/m³. De voorgrondbelasting blijft daarmee ruimschoots onder de toegestane norm van 14 oue/m³ voor het buitengebied. In het kader van de voorgrondbelasting is sprake van een ‘goed’ tot ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. 4.5.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10945656/1