CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren- bijlage 2a0 Toelichting

RAAD 7 februari 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren25.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Achtergrondbelasting

Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. De achtergrondbelasting is voor het plangebied doorgerekend met behulp van het programma V-Stacks Gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Haaren ingevoerd. De invoergegevens van de veehouderijbedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant. Navolgende tabel geeft de gemeten achtergrondbelasting voor het plangebied weer. Rasterpunt linksonder

x: 142 382 m

Rasterpunt linksonder

y: 400 804 m

Gebied lengte

(x): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Gebied breedte

(y): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 144 414 402 863 3,930 1002 144 460 402 842 3,882 1003 144 413 402 756 4,440 1004 144 346 402 796 4,420 Tabel 6: Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied

Ter plaatse van de planlocatie bedraagt de maximale achtergrondbelasting 4,4 oue/m3. Ingevolge de Wet geurhinder en veehouderijen is er ter plaatse van het plangebied sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

65

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.5.2.4

Conclusie

Uit de berekeningen van de voorgrond- en achtergrondbelasting blijkt dat de voorgrondbelasting minimaal de helft van de achtergrondbelasting betreft. Dit betekent dat de voorgrondbelasting leidend is voor de bepaling van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Ter plaatse van de planlocatie is zowel in het kader van de voor- als achtergrondbelasting sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De beoogde herontwikkeling aan Helvoirtseweg 23 is in het kader van de geursituatie geen bezwaar.

4.5.3

Woon- en leefklimaat planlocatie Helvoirtseweg 11a

4.5.3.1

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect milieu van een veehouderij wordt getoetst aan in de wet vastgelegde standaardwaarden voor maximale voorgrondbelasting of aan de wettelijk vastgelegde standaardwaarden voor vaste afstanden dan wel aan de waarden welke vastgelegd zijn in een gemeentelijke verordening. Op de bedrijven aan de Oude Baan 7, Helvoirtseweg 1, Helvoirtseweg 13, Roonsestraat 22 en Roonsestraat 26 worden alleen dieren gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Tussen de beoogde woningen en deze veehouderijen dient op basis van de Wet geurhinder en veehouderij een vaste afstand aangehouden te worden van 50 meter. Het veehouderijbedrijf aan de Helvoirtseweg 13 is het meest dicht tot de planlocatie gelegen. Het agrarisch bouwvlak van het bedrijf bevindt zich direct aansluitend aan het perceel. De overige bedrijven bevinden zich op een afstand van meer dan 200 meter. Op de bedrijven Roonsestraat 5 en Roonsestraat 9 worden (ook) dieren gehouden waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissie is vastgesteld. Van het bedrijf aan Roonsestraat 5 kan echter gesteld worden dat de geuremissie verwaarloosbaar is.

Om te bepalen of in het kader van de voorgrondbelasting sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat is de voorgrondbelasting van het veehouderijbedrijf aan Roonsestraat 9 berekend. De voorgrondbelasting is inzichtelijk gemaakt op de hoekpunten van de beoogde woonbestemming. De geurbelasting is berekend met behulp van het programma V-Stacks Vergunning. De resultaten van deze berekeningen zijn hierna weergegeven. Berekende ruwheid: 0,27 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens:

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

66

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Volg

BronID

X-coord. Y-coord. EP

nr. 1

Roonsestraat 9

144 608

402 147

Gem.geb.

EP

EP

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Uittr. EAanvraag

6,0

6,0

0,50

4,00

34 141

Geur gevoelige locaties: Volgnummer

GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

Geurbelasting

2

NW

144 126

402 382

10,0

1,6

3

NO

144 178

402 353

10,0

2,0

4

ZO

144 160

402 317

10,0

1,8

5

ZW

144 108

402 346

10,0

1,6

Tabel 7: Voorgrondbelasting Roonsestraat 9

De voorgrondbelasting bedraagt maximaal 2,0 oue/m³ en blijft daarmee ruimschoots onder de toegestane norm van 10 oue/m³. In het kader van de voorgrondbelasting is sprake van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. De vaste afstand is in het kader van onderhavige ontwikkeling de beperkende factor. Om deze reden is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De nieuwe woning kan pas gerealiseerd worden als het agrarisch bedrijf aan Helvoirtseweg 13 is gesaneerd. 4.5.3.2

Achtergrondbelasting

Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. De achtergrondbelasting is voor het plangebied doorgerekend met behulp van het programma V-Stacks Gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Haaren ingevoerd. De invoergegevens van de veehouderijbedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant. De geuremissie van het eigenbedrijf is hierbij reeds op nul gezet. Navolgende tabel geeft de gemeten achtergrondbelasting voor de planlocatie weer. Rasterpunt linksonder

x: 142 108 m

Rasterpunt linksonder

y: 400 346 m

Gebied lengte

(x): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Gebied breedte

(y): 4000 m , aantal gridpunten: 50

Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 144126 402382 5,737 1002 144178 402353 6,296 1003 144160 402317 5,759 1004 144108 402346 5,322 Tabel 8: Achtergrondbelasting ter plaatse

Ter plaatse bedraagt de maximale achtergrondbelasting 6,2 oue/m3. Ingevolge de Wet geurhinder en veehouderijen is derhalve sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

67

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.5.3.3

Conclusie

Ter plaatse van de planlocatie Helvoirtseweg 11a is zowel in het kader van de voor- als achtergrondbelasting sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De beoogde herontwikkeling is in het kader van de geursituatie geen bezwaar omdat er gebruik wordt gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid.

4.5.4

Belangenafweging

4.5.4.1

Helvoirtseweg 23

De herontwikkeling van de planlocatie mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. Door middel van het herbestemmen van de agrarische bedrijfswoning wordt geen nieuw geurgevoelig object opgericht. De woning betreft thans een bedrijfswoning horende bij een agrarisch bedrijf. De bescherming van de woningen ten opzichte van agrarische bedrijvigheid door derden wijzigt niet door de omzetting van de woningen van agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De Ruimte voor Ruimte woningen worden opgericht op een afstand van meer dan 50 meter tot omliggende agrarische bedrijven. Herbestemming van de woning brengt geen belemmeringen voor agrarische bedrijven met zich mee. 4.5.4.2

Helvoirtseweg 11a

De herontwikkeling van de planlocatie mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. De nieuwe woning dient te worden opgericht op een afstand van minimaal 50 meter tot omliggende veehouderijbedrijven. Het veehouderijbedrijf aan Helvoirtseweg 13 is gesitueerd direct aansluitend aan het plangebied. Zolang de milieuvergunning van het agrarische bedrijf in stand blijft is realisatie van een nieuwe woning binnen het plangebied niet mogelijk. Derhalve is aan een gedeelte van het plangebied een wijzigingsbevoegdheid toegekend. Zodoende kan op termijn een woning worden gerealiseerd zodra er geen agrarische bedrijven in hun ontwikkelmogelijkheden belemmerd worden.

4.6

Volksgezondheid in relatie tot veehouderijbedrijven

4.6.1

Inleiding

De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. Op basis van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0 versie mei 2018 opgesteld door het ondersteuningsteam BPO speerpunt veehouderij kan worden afgewogen of een advies van de GGD nodig is voor het plan.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

68

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.6.2

Toets van de ontwikkeling aan Handreiking

4.6.2.1

inleiding

In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Er is een berekening gemaakt van de afstand waarop de adviesnorm van 30 EU/m3 wordt overschreden. In navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen. 4.6.2.2

Helvoirtseweg 23

Na volgende toetsing ziet toe op de locatie Helvoirtseweg 23. Veehouderij Oude Baan 9 Helvoirtseweg 13

Fijn stof emissie 359 kg/jaar varkens 84 kg/jaar varkens

Aan te houden afstand Feitelijke afstand 122 m >380 m 34 m >400 m

Tabel 9: Toets aan de aan te houden afstanden in het kader van fijnstof

De planlocatie ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2, toename emissies, is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden: − 5 ou/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden; − 10 ou/m3 voor de achtergrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden; − 100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. Er wordt voldaan aan de vaste afstand in het kader van de Wgv. Zoals aangegeven wordt voldaan aan stap 3. Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden: • Varkens en pluimvee; • Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); • Kleine herkauwers onderling. Aan stap 4 wordt voldaan. In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij en pluimveebedrijf. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. In navolgende paragraaf wordt dit aspect nader toegelicht.

Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Er wordt wel voldaan aan de normen voor fijn stof en de concentratie endotoxine. Een GGD-advies is hierom niet noodzakelijk. Er zijn

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

69

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

tevens geen maatregelen op te leggen bij de omliggende veehouderijen in het kader van dit plan. Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Ook is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan stap 6 en 7 wordt daarmee voldaan. 4.6.2.3

Helvoirtseweg 11a

Na volgende toetsing ziet toe op de locatie Helvoirtseweg 11a. In navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen. Veehouderij

Fijn stof emissie

Roonsestraat 9

295 kg/jaar varkens

Aan te houden afstand 122 m

Feitelijke afstand >400 m

De planlocatie ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2, toename emissies, is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden: − 5 ou/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden; − 10 ou/m3 voor de achtergrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden; − 100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object. De nieuwe woning wordt pas gerealiseerd zodra het bedrijf aan Helvoirtseweg 13 gestaakt is. Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden: • Varkens en pluimvee; • Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); • Kleine herkauwers onderling. Aan stap 4 wordt voldaan. In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij en pluimveebedrijf. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. In navolgende sub paragraaf wordt dit aspect nader toegelicht.

Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Er wordt wel voldaan aan de normen voor fijn stof en de concentratie endotoxine. Een GGD-advies is hierom niet noodzakelijk. Er zijn tevens geen maatregelen op te leggen bij de omliggende veehouderijen in het kader van dit plan. Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Ook is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan stap 6 en 7 wordt daarmee voldaan. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

70

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.6.3

Geitenhouderijen

4.6.3.1

Inleiding

Verspreid over het grondgebied van de gemeente Haaren zijn vijf geitenhouderijen aanwezig. Van deze bedrijven zijn er twee gesitueerd binnen een afstand van 2 kilometer tot het plangebied. Uit de VGO-onderzoeken is naar voren gekomen dat tot 2 km rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Eerder zijn hiervoor al aanwijzingen gevonden, die nu nader onderbouwd zijn over een langere periode. Het bevoegd gezag mag een eigen afweging maken over de mogelijkheid tot het planologisch toestaan van nieuwe gevoelige objecten binnen de invloedsfeer van geitenhouderijen. Op respectievelijk 950 en 1.300 meter ten oosten van de planlocaties aan Helvoirtseweg 23 en Helvoirtseg 11a is een geitenhouderij gelegen. De geitenhouderij is gelegen aan Noenes 16. Navolgend wordt de actueel vergunde situatie van de veehouderij weergegeven.

Figuur 42: Actueel vergunde situatie Noenes 16 te Haaren (BVB-Brabant)

Tevens is op het adres Belversestraat 10a een geitenhouderij gesitueerd. Deze locatie bevindt zich op circa 1.600 meter ten zuidoosten van de locatie Helvoirtseweg 11a. De planlocatie aan Helvoirtseweg 23 ligt buiten de richtafstand van 2 kilometer tot dit bedrijf. Navolgend wordt de actueel vergunde situatie van de veehouderij weergegeven.

Figuur 43: Actueel vergunde situatie Belversestraat 10a te Haaren (BVB-Brabant)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

71

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.6.3.2

Achtergrond

VGO-onderzoeken In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO). Op 16 juni 2017 is een tweede VGO-rapport gepubliceerd (aanvullende studies). Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning). De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. Vervolgonderzoeken Het tweede VGO-onderzoek (aanvullende studies) heeft betrekking op analyses over de jaren 20092013. De onderzoekers zijn de jaren 2014-2016 op vergelijkbare wijze aan het analyseren. Daarnaast laat het Rijk nu versneld een vervolgonderzoek uitvoeren naar de mogelijke bron(nen) die het verhoogde risico op longontstekingen rond geitenhouderijen veroorzaken. De onderzoekers verwachten daarvoor mogelijk twee jaar nodig te hebben.

Wanneer de bron(nen) bekend zijn, dan zijn waarschijnlijk bedrijfsgerichte maatregelen mogelijk die de emissies verminderen of vermijden en daarmee het risico op longontsteking verlagen. Aan de vergunningverlening kunnen dan regels worden verbonden voor het toepassen van de bedrijfsgerichte maatregelen (best beschikbare technieken) en de sector geitenhouderij kan zich verantwoord ontwikkelen. 4.6.3.3

Afweging gemeente

Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. De Brabantse GGD vindt tevens dat gemeenten bij het verstrekken van vergunningen aan veehouders de aangetoonde effecten op de gezondheid van omwonenden in aanmerking moeten nemen. Het bevoegd gezag mag een eigen afweging maken over de mogelijkheid tot het planologisch toestaan van nieuwe gevoelige objecten binnen de invloedsfeer van geitenhouderijen. Gemeente Haaren heeft hiervoor geen beleid vastgesteld, waardoor er ruimte is voor maatwerk. Het bevoegd gezag kan hiertoe een GGD advies aanvragen. 4.6.3.4

Toetsing

Het bedrijf aan Noenes 16 is gelegen op een afstand van circa 950 tot 1.300 meter vanaf beide planlocaties. Uit het VGO-rapport naar voren dat het niet mogelijk is om een veilige afstand aan te geven. De lokale omstandigheden verschillen daarvoor te sterk. De volgende omstandigheden zijn van invloed: -

landgebruik (akkers, weilanden, bebouwing, bos)

-

het type veehouderij (koe, varken, geit, pluimvee)

-

de soort uitstoot (fijnstof, endotoxinen, bacteriën)

-

het aantal dieren in een stal.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

72

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Tevens speelt de windrichting een voorname rol bij de verspreiding van de uitstoot van een veehouderij. Windrichting en windsterkte spelen een rol bij de verspreiding van fijnstof (inclusief endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur. Omdat de overwegende windrichting in Nederland uit het zuidwesten komt zal de verspreiding van geur en fijnstof zich doorgaans verplaatsen uit de richting van het plangebied. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer. Een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind aan de grond, waardoor een zekere mate van turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Verder wijdt het rapport uit over de gezondheidseffecten van veehouderijbedrijven in samenhang met de uitstoot van ammoniak. Een verhoogde concentratie ammoniak in de lucht hangt volgens het VGOonderzoek samen met een verlaging van de longfunctie. Het is zeer waarschijnlijk niet het ammoniak zelf dat dit effect veroorzaakt. Ammoniak moet gezien worden als marker van alle mogelijke emissies van veehouderijbedrijven, waaronder fijnstof en endotoxine. Geitenhouderijen dragen slechts weinig bij aan de totale ammoniakuitstoot. In de veehouderij zijn twee soorten fijnstof van belang.

Stofdeeltjes die direct van de bron in de lucht terecht komen noemen we primair fijnstof. Stofdeeltjes die gevormd worden door chemische reacties in de atmosfeer worden secundair fijnstof genoemd. Ammoniak uitstoot door de veehouderij is een bron van secundair fijnstof omdat ammoniak met zwavel- en stikstofoxiden in de lucht omgevormd wordt tot de fijnstofbestanddelen ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat. In de veehouderij is primair fijnstof vooral afkomstig van pluimveebedrijven en in mindere mate van varkensbedrijven. Middels onderhavige ontwikkeling worden slechts drie nieuwe woningen beoogd, waarvan één op termijn middels een wijzigingsprocedure. In samenhang met deze ontwikkeling worden twee agrarische bouwvlakken wegbestemd. Hierdoor de milieusituatie voor de directe omgeving per saldo aanzienlijk verbeteren. Onderhavig plan draagt in die zin bij aan kwaliteitsverbetering van de omgeving en daarmee aan de leefbaarheid ter plaatse. Er zijn inmiddels diverse uitspraken (ECLI:NL:RVS:2017:1301 en ECLI:NL:RVS:2016:2687) gedaan door de Raad van State met betrekking tot het VGO-onderzoek van juli 2016. De Raad van State oordeelt tot nu toe dat dit onderzoek geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten bevat, op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat een veehouderij onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt.

Diezelfde conclusie kan getrokken worden voor wat betreft de bevindingen met betrekking tot de effecten van geitenhouderijen op de gezondheid. In de kamerbrief met kenmerk DGAN-DAD/17078454 van 16 juni 2017 geeft voormalige staatsecretaris Van Dam van Economische zaken eveneens aan dat, nu de oorzaak van de ziektedruk rond geitenhouderijen onduidelijk is, meer inzicht nodig is alvorens risico-reducerende maatregelen genomen kunnen of dienen te worden. Omgekeerd zou dit dan ook gelden voor het toestaan van kwetsbare functies vlakbij geitenhouderijen, al geeft de (voormalig) staatsecretaris aan dat het in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en, voor zover mogelijk, bij het nemen van besluiten over het verlenen van vergunningen, rekening houdt met deze zorgelijke signalen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

73

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Op basis van het voorgaande, kan een positieve afweging gemaakt wordt ten aanzien van dit bestemmingsplan. Met het vaststellen van dit bestemmingplan aanvaardt de gemeenteraad expliciet de benoemde gezondheidsrisico's. 4.6.3.5

conclusie

Middels onderhavig plan worden drie nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Dit past binnen de strekking van de ‘niet-in-betekenende-mate’ (nibm). De beoogde nieuwe woningen worden opgericht ten westen van beide geitenhouderijen. De overwegende windrichting in Nederland betreft het ‘zuidwest’. Daardoor begeeft de (geur)emissie zich in overwegende mate weg van beide planlocaties. Niet voorzien wordt ter plaatse ‘meer kwetsbare personen’ te huisvesten. De nieuwe woningen worden niet gebruikt voor bewoning door kwetsbare doelgroepen. Ter plaatse wordt niet voorzien in, bijvoorbeeld, zorgfuncties of kinderopvang. Tussen de beoogde woningen en de geitenhouderij zijn reeds woonbestemmingen gelegen. De Nieuwe woningen bevinden zich daarmee niet dichter tot de geitenhouderij dan bestaande woningen. De nieuwe woningen worden opgericht ter plaatse van een bestaand agrarisch bouwvlak. Tevens wordt middels de beoogde herontwikkeling een intensieve veehouderij gesaneerd, wat een positief effect heeft op het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het plangebied. Middels onderhavige ontwikkeling levert tevens een positieve bijdrage aan de leefbaarheid binnen de gemeente Haaren. Bovendien is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Uit voorgaande motivatie kan worden opgemaakt dat initiatiefnemer de met de onzekerheid samenhangende

risico’s

heeft

gewogen

en

geaccepteerd.

Initiatiefnemer

zal

toekomstige

kopers/bewoners wijzen op het mogelijke gezondheidsrisico. Aan de hand van de gestelde afwegingscriteria kan het gemeentebestuur een positieve afweging maken met betrekking tot onderhavige herontwikkeling omdat onderhavige ontwikkeling bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening.

4.6.4

Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen en driftzonering

4.6.4.1

Inleiding

Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en teeltgebieden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een afstand van 50 meter aangehouden, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Een kleinere afstand is mogelijk mits dat goed onderbouwd wordt. De vaste richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor fruitbomen, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

74

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

neerwaarts worden gespoten, zoals bijvoorbeeld bij aardbeien, maar ook zij- en opwaarts. Vooral het opwaarts spuiten veroorzaakt meer drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico’s. Per 1 januari 2018 is het Activiteitenbesluit aangescherpt en moet, waar dan ook, minimaal 75% drift-arm gespoten worden. 4.6.4.2

Toets planlocatie Helvoirtseweg 23

Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Rond het plangebied is sprake van een agrarische bestemming met een gebiedsaanduiding 'boomteeltontwikkelingsgebied'. Deze gronden rondom het agrarische bouwvlak zijn thans in gebruik voor de boomteelt. De planlocatie zal landschappelijk ingepast middels landschapselementen welke onder meer op de erfgrenzen zullen worden aangeplant. Aan de noord en oostzijde van de kavels wordt gekozen voor een drift reducerende windhaag. Dit is geborgd in de regels van onderhavig plan. Daarnaast bevat het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening

2020’

bepalingen

omtrent

het

toepassen

van

gewasbeschermingsmiddelen

ter

bescherming van gevoelige functies. Het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 30 meter tot gevoelige functies is aangemerkt als strijdig gebruik. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.6.4.3

Toets planlocatie Helvoirtseweg 11a

Er zijn in de omgeving van het plangebied geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. De gronden rondom het agrarische bouwvlak zijn eveneens niet in gebruik voor (boom)teelt.

Wel

zijn

de

achtergelegen

cultuurgronden

aangemerkt

als

boomteelt

ontwikkelingsgebied. De (op termijn) nieuw te realiseren woning wordt opgericht te midden van bestaande woningen. Direct grenzend aan en tegenover het boomteeltgebied zijn daarmee reeds woningen gelegen. Deze woningen bevinden zich nagenoeg even dicht of dichter tot het boomteeltontwikkelingsgebied gelegen dan de (op termijn) beoogde woning. Ter plaatse van deze woningen dient een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd te zijn bij gebruik van drift. Daarnaast bevat het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’ bepalingen omtrent het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen ter bescherming van gevoelige functies. Het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 30 meter tot gevoelige functies is aangemerkt als strijdig gebruik. Tevens is de overwegende windrichting in Nederland zuidwest, waarmee deze zich afwaarts van de planlocatie verplaatst. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Niet-agrarische bedrijvigheid

4.7.1

Inleiding

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

75

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook kernrandzones in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. Beide planlocaties kunnen door de ligging aan een bebouwingslint in het buitengebied, met in de omgeving zowel bedrijfs-, agrarische- als niet-agrarische locaties, worden gezien als gelegen binnen het ‘gemengd gebied’.

4.7.2

Niet-agrarische bedrijvigheid in omgeving

4.7.2.1

Helvoirtseweg 23

In de omgeving van de planlocatie zijn twee niet-agrarische bedrijven aanwezig. Op basis van de VNG-publicatie is voor deze bedrijven nagegaan met welke richtafstand rekening gehouden dient te worden. Op circa 25 meter ten oosten van het plangebied, aan de Roonsestraat 28, is een bedrijf voor statische opslag gevestigd. De bedrijfsactiviteiten ter plaatse vallen, op grond van de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ in milieucategorie 2. Derhalve geldt een aan te houden afstand van 30 meter. De afstand mag in het gemengd gebied worden teruggebracht naar 10 meter. De nieuwe woningen worden opgericht op een afstand van tenminste 65 meter tot de bedrijfsbestemming. Noordelijk van de planlocatie, Aan Helvoirtseweg 25, bevindt zich een bedrijf met de bestemming ‘Gemengd – 2’. Op het bedrijf vindt statische opslag plaats. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is echter een agrarisch technisch hulpbedrijf en een agrarisch verwant bedrijf ter plaatse toegestaan. Uit de bouwregels blijkt dat er geen nieuwbouw of herbouw van gebouwen mag plaats vinden. Dit betekent dat de huidige activiteiten en de activiteiten die op grond van het bestemmingsplan zijn toegestaan, enkel in het bestaande bedrijfsgebouw plaats mogen vinden. De activiteiten zullen dan ook vergelijkbaar zijn met een categorie 2 bedrijf waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter.

Deze afstand mag teruggebracht worden naar 10 meter omdat er sprake is van een ‘gemengd gebied’. De nieuwe woningen worden opgericht op een afstand van meer dan 50 meter tot het bestemmingsvlak. Tegenover de planlocatie, aan Helvoirtseweg 8, is het agrarische bedrijf ‘De Landeleije’ gesitueerd. Ter plaatse worden paarden gehouden. Ingevolge de handreiking bedrijven en milieuzonering geldt voor een dergelijk bedrijf een grootste richtafstand van 50 meter in het kader van geluid. Het bouwvlak van de nieuwe woningen bevindt zich op een afstand van meer dan 50 meter van het agrarische bedrijf.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

76

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Op een afstand van ten minste 220 meter ten zuidwesten van het plangebied liggen eveneens de brandweerkazerne, gemeentewerf en milieustraat. Deze bedrijven vallen in milieucategorie 3.1, waarvoor een richtstand geldt van 50 meter. Deze mag in een gemengd gebied teruggebracht worden naar 30 meter. De beoogde herontwikkeling is in het kader van bedrijven en milieuzonering derhalve geen bezwaar. 4.7.2.2

Helvoirtseweg 11a

Op het bedrijventerrein ten westen van de planlocatie worden bestemmingsplanmatig bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.1. Ten opzichte van deze bedrijven geldt een richtafstand van 50 meter. Deze afstand mag in gemengd gebied worden terug gebracht naar 30 meter. De nieuwe woning zal worden opgericht op een afstand van ten minste 30 meter tot het bestemmingsvlak. Dit wordt geborgd in de regels van een opvolgend wijzigingsplan. De beoogde herontwikkeling is in het kader van bedrijven en milieuzonering derhalve geen bezwaar.

4.8

Geluid

4.8.1

Wegverkeerslawaai

Ingevolge de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting vanwege een weg worden bepaald door middel van een akoestisch onderzoek. Niet alleen wordt hiermee uitsluitsel verkregen over de te verwachten geluidsbelasting over 10 jaar maar ook of en met welke planologische maatregelen eventueel nog wel kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

4.8.2

Toets Helvoirtseweg 23

Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling aan Helvoirtseweg 23 is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. De volledige rapportage betreffende dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. “In opdracht van de initiatiefnemer is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van twee Ruimte voor Ruimte woningen aan de Helvoirtseweg 23 te Haaren. Beoogd wordt het bestaande agrarische bedrijf te saneren. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Helvoirtseweg en de Roonsestraat. Voor de wegen Helvoirtseweg en Roonsestraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. Voor de weg Helvoirtseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts-

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

77

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is tevens niet doeltreffend in onderhavige situatie. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde ten gevolge van verkeer op de Helvoirtseweg nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet erg doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet voor zowel de Helvoirtseweg als de Roonsestraat overwegende bezwaren van financiële aard. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document “Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Haaren” d.d. 27 mei 2009 van de gemeente Haaren. Conform dit beleidsstuk kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder en aan één van de in het beleidsstuk genoemde subcriteria. De beoogde woningen vervangen bestaande bebouwing.

De maximale geluidbelasting op de gevels van de beoogde woningen bedraagt 53 dB. Derhalve geldt de in het geluidbeleid gestelde eis van een geluidluwe gevel niet voor onderhavig plan. Uit de rekenresultaten blijkt echter dat beide woningen wel beschikken over een geluidluwe gevel. Derhalve wordt voldaan aan de subcriteria zoals genoemd in het geluidbeleid van de gemeente Haaren. Er wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woningen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tevens blijkt uit de rekenresultaten dat de woningen kunnen beschikken over een geluidluwe gevel dan wel buitenruimte. Aan deze geluidluwe gevel dient een verblijfsruimte te zijn gelegen. De beoogde herontwikkeling is in het kader van geluid derhalve geen bezwaar.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

78

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.8.3

Toets Helvoirtseweg 11a

Tijdens de wijzigingsplanprocedure zal een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai worden uitgevoerd. Omdat bij een wijzigingsplan de Wet geluidhinder van toepassing is, moet de nieuwe woning in die procedure worden getoetst aan de normstelling uit de Wet geluidhinder. Een eventuele hogere waarde procedure kan in die procedure worden doorlopen. Artikel 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 borgt dan voldoende een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van de nieuw te bouwen woning.

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Inleiding

Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen dit programma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto.

Aangezien het plan de slechts de bouw drie woningen (waarvan één op termijn) mogelijk maakt, kan worden gesteld dat de ontwikkeling onder het begrip ‘Niet in betekenende mate’ valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.

4.9.2

Blootstelling aan verontreiniging

4.9.2.1

Inleiding

In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

79

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.9.2.2

Toets Helvoirtseweg 23

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 en NO2 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer.

Figuur 44: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 45: Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

80

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 46: Fijnstof 2017 NO2 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie NO2 bedraagt 18-20 µg/m³. 4.9.2.3

Toets Helvoirtseweg 11a

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10, PM2,5 en NO2 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer. De planlocatie is aangeduid met een witte stip.

Figuur 47: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

81

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

Figuur 48: Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 49: Stokstofdioxide 2017 No2 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-19 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide bedraagt 18-20 µg/m³.

4.9.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

82

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.10

Bodemkwaliteit

Een bodemonderzoek is conform de NEN 5740 benodigd ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Omdat de nieuw te realiseren woningen worden opgericht ter plaatse van de stallen zal een bodemonderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd voor aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Het uitvoeren van accuraat een bodemonderzoek conform NEN5740 is thans niet mogelijk omdat op bouwkavels stallen aanwezig zijn met mestputten. In het kader van de omgevingsvergunning activiteit bouwen dient na de sloop een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd te worden ter controle op bodemverontreiniging als gevolg van de sloopactiviteiten.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: −

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

−

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

−

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

−

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

−

Structuurvisie buisleidingen;

−

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

−

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

Daarnaast wordt getoetst aan het “Werkdocument verantwoording groepsrisico” van de gemeente Haaren. Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

83

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: -

Bedrijven;

-

Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water);

-

Hoogspanningslijnen;

-

Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen).

4.11.2 Bedrijven Beide planlocaties zijn op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. In de omgeving van beide deellocaties zijn geen bedrijven gelegen waarvoor een risicocontour in het kader van de externe veiligheid geldt. Navolgend figuur betreft een uitsnede van de risicokaart van de provincie NoordBrabant opgenomen waarop beide locaties zijn aangeduid middels een rode cirkel.

Figuur 50: Uitsnede risicokaart provincie Noord-Brabant waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.11.3 Transport 4.11.3.1 Vervoer over het spoor De meest dichtbij gelegen spoorlijn bevindt zich op een afstand van circa 2,1 kilometer ten noordwesten van de locatie Helvoirtseweg en op circa 2,5 kilometer van de locatie Helvoirtseweg 11a. Het betreft de spoorlijn van het tracé Tilburg–’s Hertogen Bosch. Het plangebied bevindt zich op een dermate grote afstand tot de spoorlijn dat interactie normaalgesproken niet zal plaatsvinden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

84

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.11.3.2 Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De doorgaande weg in de omgeving van het plangebied waarover dergelijke transporten plaatsvinden is de rijksweg A65/N65 's-Hertogenbosch-Tilburg. Deze Rijksweg bevindt zich op een afstand van circa 1,1 tot 1,4 kilometer ten westen van beide planlocaties. Het aantal risicovolle inrichtingen in de gemeente Haaren in beperkt, waardoor ook de intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen beperkt zal zijn. Gesteld kan daarom worden dat gemeentelijke wegen geen PR 10-6 contour hebben en er niet of nauwelijks sprake zal zijn van een groepsrisico. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen is zo gering dat de gemeente Haaren de elementen ven de verantwoordingsplicht niet verder beschouwt. 4.11.3.3 Vervoer over het water Op het grondgebied van de gemeente Haaren vindt geen significant vervoer van gevaarlijke stoffen over het water plaats. Dit aspect is dan ook niet van toepassing.

4.11.4 Hoogspanningsleidingen In de omgeving van de planlocaties zijn geen hoogspanningsleidingen aanwezig. Interactie kan dan ook niet plaatsvinden.

4.11.5 Ondergrondse leidingen In de omgeving van beide planlocaties zijn geen buisleidingen gelegen. Het aspect externe veiligheid is hier dan ook niet van toepassing.

4.11.6 Verantwoording groepsrisico 4.11.6.1 Inleiding Het plangebied bevindt zich op circa 2,1 tot 2,5 kilometer tot de spoorlijn Tilburg-’s-Hertogenbosch en op circa 1,1 tot 1,4 kilometer tot de Rijksweg A65. Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand reiken niet tot het plangebied. 4.11.6.2 Ontwikkeling groepsrisico Een toename van personendichtheden voor twee woningen zal niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. 4.11.6.3 Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

85

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.11.6.4 De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. 4.11.6.5 Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-alert.

4.11.7 Advies veiligheidsregio Er is advies gevraagd aan de veiligheidsregio in het kader van artikel 9, Bevt. De veiligheidsregio ziet geen reden voor het maken van op- of aanmerkingen en onderschrijft de conclusie van Crijns Rentmeesters BV. Een nader advies is niet noodzakelijk. Het volledige advies is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

86

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

4.12

M.e.r-beoordeling

4.12.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling

worden de

milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling.

4.12.2 Vormvrije M.e.r.-beoordeling Het realiseren van woningen valt onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit rn.e.r. Aangezien het gaat om het realiseren van in totaal twee extra woningen en een toevoeging van een derde woning via een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders, wordt dit niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is een aanmeldnotitie vormvrije rn.e.r-beoordeling niet noodzakelijk.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

87

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

5.

JURIDISCHE VORMGEVING

5.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De verbeelding en de regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De juridische systematiek van het bestemmingsplan is afgestemd op de ontwikkeling van de geplande ruimtelijke situatie. De mate van gedetailleerdheid van de bestemmingsregelingen en de ruimte die binnen die regelingen wordt geboden voor verdere uitbreiding of ontwikkeling is vooral afhankelijk van de aard van de functie, de planologische inpasbaarheid en de relatie tot andere functies in het plangebied.

5.2 De

Algemene toelichting verbeelding verbeelding

heeft

een

belangrijke

rol

bij

het

bepalen

van

de

gebruiks-

en

bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken en functie-aanduidingen opgenomen.

5.3

Algemene toelichting regels

5.3.1

Inleiding

In de regels staan regels voor het gebruik van gronden binnen de bestemming in het plangebied en voor het oprichten en gebruiken van bebouwing op die gronden. De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken.

5.3.2

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 en 2 zijn begripsbepalingen en regels voor wijze van meten opgenomen die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken.

5.3.3

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bestaat uit de artikelen die corresponderen met de bestemmingen op de verbeelding. De regels in een bestemming zijn als volgt opgebouwd en benoemd: 1.

bestemmingsomschrijving;

2.

bouwregels;

3

afwijken van de bouwregels;

4

specifieke gebruiksregels;

5

afwijken van de gebruiksregels;

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

88

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

6

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;

7

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;

8

wijzigingsbevoegdheid.

Een bestemmingsregel hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit verschilt per bestemming. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien er sprake is van andere aan de grond toekende functies, worden deze daarna omschreven. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in woningen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor een toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen overzichtelijk is.

5.3.4

Hoofdstuk 3: Algemene regels

Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin regels zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en algemene procedure regels.

5.3.5

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

Dit hoofdstuk bevat twee regels, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het hele plangebied, namelijk het overgangsrecht en de slotregel.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

89

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

5.4

Toelichting bestemmingen

5.4.1

Agrarisch

De als ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, landschappelijke inpassing en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden opgericht. Aan de locatie voor de beoogde woning aan Helvoirtseweg 11a is een vlak ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ toegekend. De onderliggende gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ kunnen op basis van een wijzigingsbevoegdheid worden omgezet in de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van de realisatie van één woning. De woning mag een inhoud hebben van 750 m³ met daarbij 100 m² bijgebouwen.

5.4.2

Verkeer

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden in de vorm van ontsluitingen ten behoeve van de aangrenzende bestemming 'Wonen', parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

5.4.3

Wonen

Het plangebied kent drie woonbestemmingen. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen, erven en waterhuishoudkundige voorzieningen. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. De bestemmingsvlakken ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – ruimte voor ruimte’ zijn bestemd voor een Ruimte voor Ruimte woning.

5.4.4

Waarde Archeologie 2

De voor ‘Waarde-Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

90

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

6.

UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening, de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Haaren zal middels een overeenkomst alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemers. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

91

Bestemmingsplan ‘Helvoirtseweg 11a en 23 Haaren’ - Toelichting

7.

OVERLEG, INSPRAAK, ZIENSWIJZEN EN PROCEDURE

7.1

Inspraak

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend. Voor onderhavige ontwikkeling wordt geen inspraak verleend.

7.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg.

7.3

Procedure

De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt:

-

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage; gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10945656/1