D1 Bijlage bij RM d.d. 6 juli 2021 Jaarverslag bezwaarbehandeling 2020 Z-21-145451 Oegstgeest
Tekst van het document
2 9 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id erdorp
Bezwaarbehandeling
Gemeente Leiden Algemene zaken
478
264
24%
46% in 2019 46% in 2018
167 in 2019 147 in 2018
INGEKOMEN BEZWAREN
COMMISSIE HOREN
424 in 2019 412 in 2018
Waaronder: 237 omgevingsvergunningen 58 Fiets Fout/Fiets Weg 38 onttrekkingsvergunningen
ADVIES
51% 70% in 2019 64%3 in 2018
350
328 in 2019 2664 in 2018
BOB
BOB
INFORMELE AANPAK
BESLISSING OP BEZWAAR
115
INTREKKINGEN
116
AMBTELIJK HOREN
(24%)
117 (28%) in 2019 140 (34%) in 2018
3 0 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
171 in 2019 98 in 2018
81% 84% in 2019 73% in 2018
3 en 4
excl. clusterzaak Van Vollenhovekade
TOELICHTING Invloed Coronamaatregelen
In 2020 is het bezwarensecretariaat vanwege de coronamaatregelen omgeschakeld naar alternatieve manieren van horen van bezwaarmakers. Het proces is omgegooid en daarnaast zijn de in de regio veel meer bezwaren ontvangen, onder meer vanwege de Tozo-regeling. Dit bijzondere jaar heeft de nodige invloed gehad op de werkzaamheden rond de bezwaarbehandeling. Zie daarover meer in hoofdstuk 1.
Meer bezwaren
In 2020 zijn er voor het derde jaar op rij meer bezwaarschriften ontvangen (478) dan in voorgaande jaren. In 2019 waren er 424 ingekomen bezwaarschriften en in 2018 waren het er 412. Bovendien is het aantal Fiets Fout Fiets Weg-zaken heel erg afgenomen van 151 in 2019 naar 58 in 2020. Deze zaken zijn vaak eenvoudiger af te doen. De toename in 2020 ziet daarmee zowel op aantallen als inhoudelijke complexere zaken.
Uitgebrachte adviezen en concept beslissingen op bezwaar
In 2020 heeft de commissie ten aanzien van 264 bezwaarschriften advies uitgebracht. In vergelijking met 2019 (167) heeft de commissie in 97 bezwaarschriften meer adviezen uitgebracht. Dat is een stijging van 58%. Dit verschil komt met name door het advies in een grote clusterzaak inzake een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de kelder tot een horecagelegenheid op de locatie Langebrug te Leiden. Met dit advies zijn 112 bezwaarschriften behandeld. Na ambtelijk horen zijn in 2020 116 concept beslissingen op bezwaar aangeboden aan het bestuursorgaan. In 2019 waren dit 171 concept beslissingen op bezwaar, waardoor er een daling is van 32% op concept beslissingen op bezwaar. In totaal zijn daarmee 380 adviezen en concept beslissingen aangeboden aan het bestuursorgaan in 2020. Het bestuursorgaan heeft in 2020 in 6 bezwaarzaken een besluit op bezwaar genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
Intrekkingen
Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is in 2020 redelijk gelijk gebleven ten opzichte van 2019, in 2020 waren er 115 ingetrokken bezwaarschriften en in 2019 waren het er 117. Bezwaarschriften worden om verschillende redenen ingetrokken. Dat kan vanwege uitleg van het besluit of doordat er (deels) wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren of dat er een alternatieve oplossing is gevonden. In 2020 is er in 17% van de ingetrokken bezwaren sprake geweest van een alternatieve oplossing, in eveneens 17% is het bestreden besluit aangepast en in 25% is de gegeven uitleg reden geweest het bezwaar in te trekken. In 40% gold een ‘overige’ reden voor de intrekking. Voor alle ingetrokken bezwaren geldt dat deze tijdig zijn afgedaan. Alle ingetrokken bezwaren zijn tijdig afgehandeld. Het betrof 82 commissie zaken en 33 ambtelijk horen bezwaarschriften.
3 1 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
Tijdigheid Horen door commissie
Voor het proces van bezwaarbehandeling door de commissie zijn procesafspraken gemaakt. Deze afspraken gaan over de stappen van ontvangst van het bezwaar door de gemeente tot en met het uitbrengen van het advies aan het bestuursorgaan. Voor het doorlopen van dat proces is een werktermijn afgesproken van 14 weken na het einde van de bezwaartermijn. De tijdigheid van de bezwaarbehandeling na ontvangst van het bezwaar bij de gemeente tot het opleveren van het commissieadvies is gedaald naar 24% in 2020 (64 van de 264 commissieadviezen) tijdig. In 2019 was 46% (76 van de 167 commissieadviezen) tijdig. In 2020 hebben een aantal grote clusterzaken gespeeld waaronder de bezwaarprocedure inzake het verbouwen van een kelder tot een horecagelegenheid waartegen 113 bezwaarschriften zijn ingekomen. Ook hebben veel zaken gespeeld als gevolg van de op 1 januari 2020 in werking getreden Beleidsregels onttrekking en woningvorming 2019. Met name aanvragen op grond van het zes maanden geldende overgangsrecht, maar ook legalisatieverzoeken buiten het overgangsrecht om leverden veel, soms complexe, bezwaarzaken op. Daarnaast speelt het omschakelen naar de online en hybride hoorzittingen en het lastiger maken van afspraken met bezwaarmakers en vakafdeling een rol, wat tot vertraging heeft geleid.
Ambtelijk horen
Voor het proces van ambtelijk horen door het bezwarensecretariaat is een werktermijn afgesproken van 8 weken na einde bezwaartermijn. De tijdigheid van het opleveren van de concept beslissingen op bezwaar is in 2020 licht gedaald naar 81% (94 van de 116 tijdig). Het was 84% in 2019 en 73% in 2018.
Beslissingen op bezwaar
In 2020 zijn in totaal na zowel commissie horen als ambtelijk horen 350 beslissingen op bezwaar genomen. Dat zijn er meer dan in 2019 (328). In het geval van horen door de commissie was 32% (77 van 239) binnen de wettelijke termijn van 18 weken na einde bezwaardatum. In 2019 was dit 55% (90 van 164). Bij ambtelijk horen was 91% (101 van de 111) binnen de wettelijke termijn van 12 weken. In 2019 was dit 85% (140 van de 164). Gemiddeld was 51% van de beslissingen op bezwaar op tijd. Minder dan in 2019, toen was 70% van de beslissingen op bezwaar op tijd. Van alle behandelde bezwaren zijn er ook een heel aantal informeel afgedaan en ingetrokken. De intrekkingen zijn allen 100% tijdig tot stand gekomen. In combinatie met de ingetrokken bezwaren komen we op een tijdigheid van alle afgehandelde bezwaarzaken in 2020 van 63%.
INGEKOMEN BEZWAREN
CONTRAIR
Het bestuursorgaan heeft in 2020 in geval van 6 bezwaarzaken een besluit genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
111 157
7 6
226
5 4
367 255
198
ambtelijk horen commissie
2018
2019
2 1
2020
DICTA BESLISSINGEN OP BEZWAAR 198 ongegrond 263 225
0
contrair advies
2018
2019
2020
Beslissing op bezwaar afwijzing verzoek tot handhaven – contrair
22 gegrond 26 12 46 niet- 38 ontvankelijk 113 doorgezonden
3
0 1 0 2018
2019
2020
3 2 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
In 2019 heeft het college een verzoek om handhavend op te treden afgewezen, omdat de genoemde punten uit het verzoek geen vergunningsvoorschriften zijn en er geen overtreding van de voorschriften uit de omgevingsvergunning is geconstateerd. De commissie heeft op het bezwaar geadviseerd dat de voorwaarden waarvan wordt verzocht deze te handhaven zijn verbonden aan het Besluit hogere grenswaarden. Deze voorwaarden zijn niet als voorschrift aan de vergunning verbonden. Er zijn geen geluidsisolerende maatregelen genomen waardoor niet aan de voorwaarden verbonden aan het Besluit hogere grenswaarden wordt voldaan. Nu het pand in gebruik is gegeven zonder dat is voldaan aan de voorschriften verbonden aan het Besluit hogere grenswaarden had het college tot handhaving over moeten gaan. Geadviseerd wordt de bezwaren gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen. Bij beslissing op bezwaar besluit het college het advies van de commissie niet over te nemen. Het college is van mening dat het college niet de bevoegdheid heeft om tot handhaving van de voorwaarden over te gaan. De voorwaarden uit het Besluit hogere grenswaarden zijn niet als vergunningsvoorwaarden opgenomen in de omgevingsvergunning en dus kan handhaving van deze voorwaarden in het kader van de omgevingsvergunning niet aan de orde zijn. Tegen de beslissing op bezwaar is beroep aangetekend.
Beslissing op bezwaar verleende onttrekkingsvergunning – contrair
Op grond van het overgangsrecht van de Beleidsregels onttrekking en woningvorming 2019 is een onttrekkingsvergunning verleend. Vergunninghouder was al voor 1 april 2017 eigenaar van het pand en het pand was ook al voor die datum verkamerd. Er is sprake van een gebruiksvergunning waarmee het pand bekend is bij de brandweer en er periodiek controle van de brandveiligheidsvoorschriften plaatsvindt. De commissie heeft geadviseerd dat het overgangsrecht ervoor zorgt dat het straatquotum niet geldt en de vergunning in beginsel wordt verleend. De aanvragen om een onttrekkingsvergunning o.b.v. het overgangsrecht moeten naar het oordeel van de commissie echter wel worden getoetst aan de criteria voor het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad en worden voorzien van een belangenafweging. Nu het niet aannemelijk is dat met het stellen van nadere voorwaarden en voorschriften overlast aan de omgeving kan worden voorkomen, leidt de betreffende verkamering tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het pand. De commissie adviseert het besluit te herroepen en de onttrekkingsvergunning alsnog te weigeren.
Het college heeft bij het besluit op bezwaar overwogen dat de aanvraag in dit geval valt onder het overgangsrecht van de beleidsregels en daarom slechts marginaal hoeft te worden getoetst aan de criteria van eigendom, duur van de verkamering en brandveiligheid. Daar voldoet de betreffende aanvraag aan, waardoor de bezwaren ongegrond verklaard worden en het besluit in stand blijft. Er hoeft in de overgangssituatie naar het oordeel van het college geen afweging te worden gemaakt op basis van artikel 5, lid 1 onder a en onder b van de Huisvestingsverordening (behoud woonruimtevoorraad en inbreuk woon- en leefmilieu).
Beslissingen op bezwaar verleende onttrekkingsvergunning – contrair
Tegen twee besluiten tot het op grond van het overgangsrecht verlenen van onttrekkingsvergunningen voor twee naastgelegen panden zijn namens meerdere omwonenden twee bezwaarschriften ingediend. Bij de behandeling van de bezwaren is gebleken één van de twee onttrekkingsvergunningen per abuis alleen ziet op pand 4, maar ook bedoeld was voor pand 4A. Er had dus nog een onttrekkingsvergunning verleend moeten worden voor 4A. Daar is een nieuwe aanvraag voor gedaan door de eigenaar en ook deze onttrekkingsvergunning is verleend. De bezwaren worden beschouwd te zijn gericht tegen de inmiddels drie verleende onttrekkingsvergunningen. De commissie merkt op dat de bezwaren zich niet zozeer richten tegen de toepassing van het overgangsrecht, maar meer tegen de Beleidsregels onttrekking en woningvorming 2019 in het algemeen. Daar is geen bezwaar tegen mogelijk. De panden voldoen aan de criteria voor het overgangsrecht. Wel adviseert de commissie de motivering van het besluit aan te passen wat betreft het aantal kamers en het voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften.
3 3 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
Net als in eerder genoemde contrairzaak is de commissie van oordeel dat ook bij een onttrekkingsvergunning op grond van het overgangsrecht wel moet worden getoetst aan de weigeringsgronden bedoeld voor het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het besluit moet zijn voorzien van een belangenafweging. Indien het college tot het oordeel komt dat de genoemde weigeringsgronden zich niet voordoen, kunnen de onttrekkingsvergunningen naar het oordeel van de commissie in stand blijven. Het college neemt het advies tot aanvulling van de besluiten met het aantal kamers en de brandveiligheidsvoorschriften over, maar gaat contrair voor zover het college volgens de commissie gehouden zou zijn de aanvragen voor een onttrekkingsvergunning op grond van het overgangsrecht expliciet te toetsen aan artikel 5 van de Huisvestingsverordening of artikel 5 van de Beleidsregels. De besluiten worden op dat punt niet heroverwogen en er zal geen belangenafweging worden toegevoegd op dat punt.
Beslissingen op bezwaar verleende omgevingsvergunning vervangen en vergroten aanbouw achterzijde woning – contrair
Tegen het besluit een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen en vergroten van een aanbouw aan de achterzijde van een woning zijn twee bezwaarschriften ingediend. Gelet op het besluit in afwijking van het advies van de commissie is het volgende van belang. Het bouwplan voldoet niet aan het bestemmingsplan, maar is in afwijking van het bestemmingsplan verleend. Wat betreft het afwijken van het bestemmingsplan qua afmeting van het maximaal bebouwde oppervlakte overweegt de commissie dat het college vrijstelling mag verlenen onder voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van lichtinval en bezonning bij aangrenzende perscelen. In lijn met de uitspraak van de Voorzieningenrechter neemt de commissie de overwegingen over in het advies. Het bouwplan betreft een beperkte afname van lichtinval en bezonning op het perceel van bezwaarmakers. Dit volgt ook uit de bezonningsstudie. De formulering van de vrijstelling van het bestemmingsplan, laat het college geen ruimte voor belangenafweging op dit punt. Nu niet wordt voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarde kon geen vrijstelling van het bestemmingsplan worden verleend op dit punt. De bezwaren zijn op dit punt gegrond en het besluit dient te worden herroepen. De overige bezwaren treffen geen doel. Het college wordt geadviseerd te onderzoeken of het gebrek te herstellen is door middel van een zogenaamde buitenplanse afwijking.
Bij de beslissingen op bezwaar volgt het college dit advies niet. Het college volgt het advies van de commissie in die zin dat is onderzocht of medewerking kon worden verleend op grond van een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid. Het college acht dit mogelijk. Het besluit kan dan ook na heroverweging in stand blijven met aanpassing van de motivering en de grondslag. De bezwaren worden in afwijking van het advies van de commissie ongegrond verklaard.
(HOGER) BEROEP In 2020 zijn vijf uitspraken in beroep of hoger beroep bij de commissie bekend over besluiten van de gemeente Leiden waarbij voorafgaand aan het (hoger) beroep een bezwaarprocedure is doorlopen.
Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak inzake omgevingsvergunning legalisering serre
In een reeds lange tijd lopende procedure is met deze uitspraak een einduitspraak gekomen. Het betreft een oorspronkelijk in 2012 verleende omgevingsvergunning. Betrokkene heeft destijds bezwaar en beroep aangetekend tegen het verlenen van een omgevingsvergunning aan een café aan de overkant voor de legalisering van een serre. Betrokkene ervaarde overlast van het café, met name van bezoekers die buiten staan te roken en te drinken. In een eerdere uitspraak uit 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft de Afdeling het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het college opdracht gegeven om een nieuw besluit te nemen waarin het college twee opties heeft: de omgevingsvergunning weigeren of het opnieuw verlenen van de omgevingsvergunning, onder voorwaarde dat de vergunninghouder een plan aanbiedt om op zijn kosten geluidreducerende voorzieningen aan te brengen op de eerste en tweede verdieping van het pand tegenover het café. Na aanvaarding van het aanbod dienen de maatregelen binnen een te stellen termijn te worden aangebracht. Met inachtneming van deze voorwaarde heeft het college in 2018 opnieuw omgevingsvergunning verleend voor de serre. Betrokkene heeft het pand inmiddels verkocht aan de huidige eigenaar. De huidige eigenaar heeft beroep aangetekend tegen de verleende omgevingsvergunning.
Hij vreest voor de gevolgen van brand en is van mening dat het college voorbij is gegaan aan zijn belangen bij het aan de nieuwe omgevingsvergunning verbinden van de eerder door de Afdeling gestelde voorwaarden met betrekking tot geluidreducerende voorzieningen. De Afdeling overweegt dat wat betreft brandveiligheid in de eerdere procedure al is geconstateerd dat de situatie geen negatieve invloed heeft op de wijze waarop de hulpdiensten hun taken kunnen uitoefenen in geval van calamiteiten. De Afdeling ziet verder geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de totstandkoming van het voorstel over geluidreducerende voorzieningen op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De nieuwe eigenaar is wel degelijk betrokken bij de totstandkoming van het voorstel. Dat hij de maatregelen niet acceptabel vindt en de voorkeur geeft aan een andere oplossing, maakt dat niet anders. Het beroep is ongegrond en het besluit kan in stand blijven.
3 4 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak inzake geweigerde handhaving op woonoverlast
Bij besluit uit 2017 heeft de burgemeester het verzoek van bezwaarde om handhavend op te treden wegens woonoverlast van verbouwactiviteiten en bijbehorende geluiden van de naburige woning afgewezen. De commissie heeft overwogen dat niet is gebleken van ernstige woonoverlast waartegen de burgemeester zou moeten optreden. De burgemeester heeft conform advies het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten. De rechtbank vernietigt zowel in een tussenuitspraak als in de einduitspraak de beslissingen op bezwaar van de burgemeester. Er wordt, ook in de nieuwe beslissing op bezwaar na de tussenuitspraak, niet deugdelijk gemotiveerd waarom de verbouwingswerkzaamheden geen ernstige en herhaalde hinder vormen. Na de einduitspraak wordt het bezwaar wederom ongegrond verklaard door de burgemeester. Tegen de tussen- en einduitspraak is door bezwaarde hoger beroep ingesteld en het beroep wordt tevens door de Afdeling behandeld. De nieuwe beslissing op bezwaar en het beroep daartegen is van rechtswege onderdeel van het geding in hoger beroep. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep ongegrond is, de tussen- en einduitspraak van de rechtbank moeten worden bevestigd. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar is gegrond. De burgemeester heeft de nieuwe beslissing op bezwaar niet met in achtneming van de tussen- en einduitspraak van de rechtbank genomen.
Er is geen navraag gedaan bij de bezwaarmaker en ook zijn geen stukken overgelegd uit objectieve bronnen waaruit blijkt of zich ernstige of herhaaldelijke hinder heeft voorgedaan. Het besluit komt om die reden voor vernietiging in aanmerking. In het kader van finale geschilbeslechting en nu de verbouwing inmiddels is beëindigd, beziet de Afdeling of de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten kunnen worden. Gelet op de diverse processen-verbaal en het tijdsverloop valt niet (meer) vast te stellen of zich vanuit de woning ernstige en herhaaldelijke hinder voordeed en kon de burgemeester in 2019 ten tijde van de laatste beslissing op bezwaar dus niet overgaan tot handhavend optreden. Nu terecht niet is overgegaan tot handhavend optreden, kunnen de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand blijven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitspraak rechtbank inzake geweigerde drank- en horecavergunning
Tegen de weigering van een drank- en horecavergunning is bezwaar ingediend in oktober 2018. De vergunning werd geweigerd vanwege slecht levensgedrag. Het café waarvan bezwaarde de exploitant was, is gebruikt als uitvalsbasis voor het handelen in verdovende middelen. Dit blijkt uit een eerdere uitspraak die eerder door de rechtbank is gedaan en waar bezwaarde geen beroep tegen heeft ingesteld. De burgemeester heeft zich bij zijn besluit op die uitspraak gebaseerd. In bezwaar werd die uitspraak betwist door de exploitant en voorts stelde hij zich op het standpunt dat hij niet verwijtbaar heeft gehandeld. In april 2019 is
conform advies van de commissie de beslissing op het bezwaar genomen, waarbij het besluit in stand bleef. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard omdat de burgemeester terecht de eerder gewezen uitspraak als uitgangspunt heeft genomen en heeft geoordeeld dat hier sprake is van enig slecht levensgedrag.
Uitspraak rechtbank inzake last onder dwangsom innemen
ligplaats zonder vergunning Bezwaarmaker heeft zonder ligplaatsvergunning met zijn pleziervaartuig ligplaats gehouden op een locatie in Leiden. Daarop heeft het college handhavend opgetreden. Volgens het college geldt op deze locatie een ligplaatsvergunningplicht en is deze locatie geen passantenhaven. De commissie heeft geadviseerd dit besluit te handhaven en het college heeft conform advies de beslissing op bezwaar genomen. De rechtbank is echter in afwijking van het advies van de commissie van oordeel dat het niet ‘buiten redelijke twijfel’ is dat bezwaarmaker een overtreding heeft begaan. Door het college is aangegeven dat het water op de betreffende locatie nooit in gebruik is geweest als passantenhaven, maar als ‘passantenligplaats’ waarbij er enkel voor een korte tijd mocht worden aangelegd. Dit was ter plaatse echter niet kenbaar aangegeven. De rechtbank oordeelt dan ook dat door het college niet is opgehelderd of het vergunningvereiste gold voor het aanleggen aan de betreffende locatie zoals door bezwaarmaker is gedaan. In de van toepassing zijnde verordening wordt de betreffende locatie (deels, maar niet nader gespecificeerd) juist als passantenhaven aangemerkt, zodat bezwaarmaker geen aanleiding had daaraan te twijfelen. Het college was niet bevoegd om handhavend op te treden met een last onder bestuursdwang. Het besluit wordt vernietigd.
Uitspraak rechtbank inzake last onder dwangsom illegale onttrekking en strijd met bestemming
Er is bezwaar gemaakt tegen de opgelegde last onder dwangsom wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. Ook is bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van het verzoek om de begunstigingstermijn van de last te verlengen. En vervolgens is bezwaar gemaakt tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom. In alle drie de bezwaarzaken is het bezwaar conform advies van de commissie ongegrond verklaard. De daartegen ingestelde beroepen zijn door de rechtbank gevoegd behandeld. De rechtbank overweegt dat het college ten onrechte strijd met de Huisvestingsverordening (onttrekking aan de bestemming tot bewoning) ten grondslag heeft gelegd aan de last. Deze grondslag beperkt zich tot woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens dan wel een huurprijs beneden de huurprijsgrens. Nu niet is vastgesteld of de betreffende woonruimten hieronder vallen kan de rechtbank niet vaststellen of het college deze grondslag terecht heeft gebruikt. De besluiten zijn daarnaast echter ook gebaseerd op een andere zelfstandige grondslag, namelijk strijd met het bestemmingsplan. Nu niet in
3 5 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
geschil is dat door het gebruik van de woonruimten voor toeristische verhuur sprake is van overtreding van de planvoorschriften, beoordeelt de rechtbank de bestreden besluiten in dit kader. De rechtbank acht het op grond van de diverse constateringsrapporten, het overzicht van Booking.com en de overgelegde huurovereenkomsten voldoende aannemelijk dat de woonruimten in strijd met de bestemming werden verhuurd als vakantieverblijf, terwijl niet was voldaan aan de voorwaarden voor vakantieverhuur. Gelet op de overtreding en strijd met het bestemmingsplan was het college bevoegd een last onder dwangsom op te leggen. Er is geen sprake van concreet zicht op legalisatie en er zijn geen omstandigheden aangevoerd waardoor de last als onevenredig moet worden geacht. De duur van de begunstigingstermijn wordt niet te kort of anderszins onredelijk geacht en de hoogte van de ingevorderde dwangsom is niet onredelijk of onevenredig. De beroepen zijn ongegrond.
UITVOERING AANBEVELINGEN 2020 Toesturen uitspraken (hoger) beroep
Jaarlijks keert de aanbeveling terug om uitspraken in zaken, waaraan een bezwaarprocedure vooraf is gegaan, door te sturen aan het bezwarensecretariaat. Dit gebeurt niet altijd. Het ontvangen van de uitspraken is voor de commissie van belang om inzicht te krijgen in hoeverre de advisering door de commissie door rechtbank, de Afdeling of Centrale Raad van Beroep is beoordeeld en welke afwegingen zijn gemaakt. De afspraak is dat de uitspraken door de vertegenwoordigers aan het bezwarensecretariaat worden gemaild. Graag bespreken we wat er bij de gemeente voor nodig is om dit laatste stapje uit het bezwaarproces ingebed te krijgen.
Optimaliseren bezwaarproces
In 2019 is het project ter optimalisatie van het bezwaarproces uitgevoerd. Daarbij zijn in samenspraak met alle betrokken partners (gemeenten, commissie en bezwarensecretariaat) de afspraken in het bezwaarproces nogmaals onder de aandacht gebracht, knelpunten gesignaleerd en verbeteringen doorgevoerd. Hieruit zijn diverse pilots gestart, zoals het werken met een pre-advies. Met als doel de pilots eind 2020 te evalueren. In 2020 is de bezwaarbehandeling in het 2e kwartaal vanwege de coronamaatregelen in een kort tijdsbestek omgegooid naar online hoorzittingen in combinatie met fysiek of hybride horen. Daarnaast was er in de regio een grote toename van het aantal bezwaren. Nu de werkwijze van de commissie als gevolg van de coronamaatregelen in 2020 behoorlijk veranderd is, is de evaluatie uitgesteld naar eind 2021. De pilots zijn waar mogelijk wel doorgezet en de ervaringen van deze nieuwe tijd met de digitale werkwijze nemen we mee in het project ter optimalisatie van het bezwaarproces.
Bezwaarbeleving
Het onderzoek naar de beleving van bezwaarmakers van de gesprekken en de hoorzittingen is als gevolg van de coronamaatregelen niet voortgezet. De gesprekken en hoorzittingen hebben in 2020 grotendeels digitaal plaatsgevonden. Ondanks dat we van deze werkwijze in de toekomst mogelijk bepaalde aspecten blijven behouden, is het de intentie de gesprekken en hoorzittingen weer met name fysiek te organiseren, zodra dit mogelijk is. Op dat moment kunnen we ook het onderzoek naar de bezwaarbeleving hervatten.
3 6 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
AANBEVELINGEN 2021 Toesturen uitspraken (hoger) beroep
Deze aanbeveling wordt herhaald en benadrukken we dit jaar extra. Het doorsturen van uitspraken in zaken waaraan de bezwaarprocedure vooraf is gegaan, is voor de commissie en het bezwarensecretariaat van belang om inzicht te krijgen in hoeverre de advisering door de commissie in (hoger) beroep overeind is gebleven. De afspraak is dat uitspraken aan het bezwarensecretariaat worden gemaild. Als er behoefte is aan ondersteuning om dit actiepunt in de organisatie van de gemeente in te bedden, denken we graag mee.
UITVOERING AANBEVELINGEN 2020
AANBEVELINGEN 2021 Proces ingebrekestellingen verduidelijken
In 2020 is het in de regio een aantal maal voorgekomen dat ingebrekestellingen niet tijdig konden worden afgedaan. Dit is mede veroorzaakt door het hoge werkdruk als gevolg van omschakelen naar een ander proces als gevolg van corona en het meenemen van bezwaarmakers en vakafdeling daarbij, alsmede het aantal bezwaarzaken dat is binnengekomen, maar ook het niet altijd direct doorsturen van bezwaren aan het secretariaat draagt daaraan bij. De termijn van twee weken die geldt om na een ingebrekestelling alsnog tot een besluit te komen, biedt een kans om alsnog tijdig tot een besluit te komen. Deze kans lijkt niet altijd benut te worden door alle betrokkenen. Indien er onverhoopt een ingebrekestelling binnenkomt, is het van belang dat hier door alle betrokken partijen snel op geacteerd wordt. Het doel is alsnog binnen twee weken na de ingebrekestelling op het bezwaar te beslissen, waardoor het verbeuren van een dwangsom wordt voorkomen. Er is per 2021 een vaste contactpersoon op het bezwarensecretariaat, die bij een ingebrekestelling onderzoekt in welke stap het bezwaar zich bevindt en het tijdig afdoen zoveel als mogelijk in samenwerking met de gemeenten bespoedigt.
Persoonsgegevens in het dossier (Privacy / AVG)
Het dossier zoals aan de commissie wordt aangeboden, dient te voldoen aan de vereisten die de AVG daaraan stelt. Voor 2020 is daar bij de vertegenwoordigers extra aandacht voor gevraagd. Bepaalde gegevens die voor de behandeling van een aanvraag mogelijk vereist zijn, horen niet in het bezwaardossier thuis. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Regionaal zou in 2020 een toepassing beschikbaar komen voor gegevensbescherming, waarmee het weglakken van gegevens kan worden vereenvoudigd. Deze toepassing is momenteel nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat deze in de loop van 2021 alsnog beschikbaar komt. Ook is een richtlijn beschikbaar ten behoeve van de vakafdelingen waaruit blijkt welke privacy-gevoelige gegevens niet in het bezwaardossier thuishoren.
3 7 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
Persoonsgegevens in het dossier (Privacy / AVG)
Dit blijft ook in 2021 een belangrijk aandachtspunt. Regionaal zou in 2020 een toepassing beschikbaar komen voor gegevensbescherming, waarmee het weglakken van gegevens kan worden vereenvoudigd. Deze toepassing is momenteel nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat deze in de loop van 2021 alsnog beschikbaar komt. Uitgangspunt blijft dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor het dossier en de daarin opgenomen (persoons)gegevens. Ter ondersteuning van de bestuursorganen is een richtlijn beschikbaar.
3 8 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
3 9 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Al gemene Zaken
Bezwaarbehandeling
Gemeente Leiden Sociale zaken
434
58
45%
38% in 2019 74% in 2018
61 in 2019 66 in 2018
68%
ADVIES
276 53% in 2019 80% in 2018
INGEKOMEN BEZWAREN
353 in 2019 363 in 2018
Waaronder: 344 Participatiewet, met specifiek: 102 Tozo 98 bijzondere bijstand 46 terugvordering 41 afwijzing/beëindiging uitkering 35 Wmo
220 in 2019 214 in 2018
COMMISSIE HOREN
BOB
INFORMELE AANPAK
BESLISSING OP BEZWAAR
142 INTREKKINGEN
221
AMBTELIJK HOREN
(33%)
119 (34%) in 2019 107 (29%) in 2018
4 0 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
160 in 2019 155 in 2018
56% 38% in 2019 60% in 2018
BOB
TOELICHTING Invloed Coronamaatregelen
In 2020 is het bezwarensecretariaat vanwege de coronamaatregelen omgeschakeld naar alternatieve manieren van horen van bezwaarmakers. Het proces is omgegooid en daarnaast zijn er in de regio veel meer bezwaren ontvangen, onder meer vanwege de Tozo-regeling. Dit bijzondere jaar heeft de nodige invloed gehad op de werkzaamheden rond de bezwaarbehandeling. Zie daarover meer in hoofdstuk 1.
Meer bezwaren
In 2020 zijn er meer bezwaarschriften (434) ontvangen dan in 2019 (353). De toename is te verklaren door de bezwaarzaken op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) die is ingesteld als maatregel om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Deze regeling valt onder het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en daarmee onder de Sociale Kamer van de commissie. De regeling is uitbesteed aan gemeente Rotterdam om uit te voeren.
Uitgebrachte adviezen en concept beslissingen op bezwaar
In 2020 heeft de commissie ten aanzien van 58 bezwaarschriften advies uitgebracht. Dit is bijna gelijk aan 2019 (61). Veel van de bezwaren op gebied van de Tozo-regeling zijn niet voorgelegd aan de commissie, maar teruggekoppeld naar de uitvoeringsorganisatie. In veel gevallen ontbrak een duidelijke motivering. In het afstemmen over deze zaken door het bezwarensecretariaat is veel capaciteit gaan zitten. Er is contact opgenomen met bezwaarden, werkafspraken gemaakt met de uitvoeringsorganisatie en besluiten aangepast. Na ambtelijk horen zijn in 2020 221 concept beslissingen op bezwaar uitgebracht. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar. In 2019 werden er 160 concept beslissingen op bezwaar uitgebracht. In totaal zijn er in 2020 279 adviezen en concept beslissingen aangeboden aan het bestuursorgaan. Dit is een stijging van 26% ten opzichte van 2019, toen werden er 221 adviezen en conceptbeslissingen aangeboden aan het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan heeft in 2020 één besluit op bezwaar genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
Intrekkingen
Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is gestegen naar 142 (was 119). Dat is 31% van het aantal ingekomen bezwaren. In 2019 was dit 34%. Bezwaarschriften worden om verschillende redenen ingetrokken. Dat kan vanwege uitleg van het besluit of doordat er (deels) wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren of omdat er een alternatieve oplossing is gevonden. In 2020 is er in 4% van de ingetrokken bezwaren sprake geweest van een alternatieve oplossing, in 54% is het bestreden besluit aangepast en in 23% is de gegeven uitleg reden geweest het bezwaar in te trekken. In 19% gold een ‘overige’ reden voor de intrekking. Voor alle ingetrokken bezwaren geldt dat deze tijdig zijn afgedaan. Voor de ingetrokken bezwaren geldt dat deze
4 1 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
allen tijdig zijn afgedaan. Van de Tozo-zaken zit een aantal nog in de heroverweging en is het de verwachting dat daar nog meer intrekkingen uit voort gaan komen.
Tijdigheid Horen door commissie
Voor het proces van bezwaarbehandeling door de commissie zijn procesafspraken gemaakt. Deze afspraken gaan over de stappen vanaf ontvangst van het bezwaarschrift door de gemeente tot en met het uitbrengen van het advies aan het bestuursorgaan. Voor het doorlopen van dat proces is een werktermijn afgesproken van 14 weken na het einde van de bezwaartermijn. De tijdigheid van de bezwaarbehandeling na ontvangst van het bezwaar bij de gemeente tot het opleveren van het commissieadvies is gestegen naar 45% (26 van de 58 tijdig). Daarvoor was het in 2019 38% (23 van de 61 tijdig).
Ambtelijk horen
Voor het proces van ambtelijk horen door het bezwarensecretariaat is een werktermijn afgesproken van 8 weken na einde bezwaartermijn. De tijdigheid van het opleveren van de concept beslissingen op bezwaar is gestegen naar 56% (123 van de 221 tijdig) in 2020. In 2019 was 38% (61 van de 160 tijdig).
Beslissingen op bezwaar
In 2020 zijn in totaal na zowel commissie horen als ambtelijk horen 276 beslissingen op bezwaar genomen. Dit is een stijging in vergelijking met 2019 (220). In geval van horen door de commissie was 46% (26 van de 57) binnen de wettelijke termijn van 18 weken na einde bezwaartermijn. In 2019 was dit 54%. In geval van ambtelijk gehoorde bezwaren was 74% (161 van de 219) binnen de wettelijk termijn van 12 weken. In 2019 was dit 53% (86 van de 163). Gemiddeld was 68% van de beslissingen op bezwaar op tijd. In 2019 was dit 53%. Van alle afgehandelde bezwaren is ook een deel informeel afgehandeld en ingetrokken. Deze intrekkingen zijn allen tijdig afgedaan. In combinatie met de ingetrokken bezwaren komen we op een tijdigheid van alle afgehandelde bezwaarzaken in 2020 van 79%.
INGEKOMEN BEZWAREN
CONTRAIR EN ANDERE BIJZONDERHEDEN
Het bestuursorgaan heeft in 2020 in één bezwaar een besluit genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair). 261 267
4 3
273
2 173
96
80
2018
2019
ambtelijk horen
1
commissie
0
2020
In 2020 zijn in totaal 434 bezwaarschriften ontvangen. Dit betreft een stijging van het aantal bezwaarschriften ten opzichte van 2019 met 23% (81 bezwaarschriften meer).
DICTA BESLISSINGEN OP BEZWAAR 141 ongegrond 147 218 29 gegrond 35 19 44 niet-ontvankelijk 38 39 2018
2019
2020
contrair advies
2018
2019
2020
Contrair besluit inzake afwijzing verlenging Begeleiding individueel Wmo
In deze zaak gaat het om een afwijzing van de aanvraag voor verlenging van individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Betrokkene heeft in 2019 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing. De commissie heeft (in lijn met een eerder advies in een vergelijkbaar bezwaar in 20219) geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren, het besluit te herroepen en bij het nemen van een nieuw besluit rekening te houden met de overwegingen uit het advies. Naar het oordeel van de commissie hoeft het begrip ‘eigen leefomgeving’ niet per definitie beperkt te zijn tot de eigen fysieke omgeving. De memorie van toelichting geeft aan dat het begrip ‘eigen leefomgeving’ ook breder kan worden opgevat. De begeleiding vindt ook nog plaats vanuit Nederland, zoals dat ervoor ook was, en nog steeds in het kader van een studie die hoofdzakelijk in Nederland wordt gevolgd. De commissie acht het dan niet redelijk en billijk om betrokkene nu niet te compenseren, terwijl de gemeente eerder wel heeft gecompenseerd in de wetenschap dat het tijdelijke verblijf in het buitenland een integraal en verplicht onderdeel van de studie van betrokkene is. Het college heeft in afwijking van het advies besloten het bezwaar ongegrond te verklaren en de afwijzing in stand te laten.
(HOGER) BEROEP
In 2020 is één uitspraak in beroep of hoger beroep bij de commissie bekend over besluiten van de gemeente Leiden in sociale zaken waarbij voorafgaand aan het (hoger) beroep een bezwaarprocedure is doorlopen.
Uitspraak rechtbank inzake stopzetten Begeleiding individueel Wmo in verband met verblijf in buitenland In een procedure uit 2019 (en vergelijkbaar met eerder genoemde contrair besluit, maar inzake een andere betrokkene en bezwaar) heeft het college
4 2 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
de het persoonsgebonden budget (pgb) van bezwaarde stopgezet in verband met verblijf in het buitenland. De commissie heeft geadviseerd het gemaakte bezwaar gegrond te verklaren en over de periode in het buitenland alsnog pgb te verstrekken. Bij beslissing op bezwaar heeft het college contrair aan dit advies beslist en de stopzetting gehandhaafd. De rechtbank oordeelt dat de toepassing van de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Leiden 2018 zich in het onderhavige geval niet verdraagt met de uitgangspunten van de Wmo, gelet op het doel van de Wmo: het in staat stellen van een betrokkene tot participatie. Een stage in het buitenland wordt gerekend tot de studeeromgeving, voor studenten een essentieel onderdeel van het normale dagelijkse verkeer waar zij ondersteuning in nodig kunnen hebben. De eigen leefomgeving kan ook tijdelijk buiten Nederland zijn gelegen in het kader van voornoemde participatie. Nu er geen enkele indicatie is dat betrokkene gedurende de stage in het buitenland minder of geen behoefte had aan de toegekende vorm van begeleiding, had het college artikel 27 van de Beleidsregels in dit specifieke geval buiten toepassing moeten laten. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd.
4 3 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
UITVOERING AANBEVELINGEN 2020 Toesturen uitspraken (hoger) beroep
Jaarlijks keert de aanbeveling terug om uitspraken in zaken, waaraan een bezwaarprocedure vooraf is gegaan, door te sturen aan het bezwarensecretariaat. Dit gebeurt niet altijd. Het ontvangen van de uitspraken is voor de commissie van belang om inzicht te krijgen in hoeverre de advisering door de commissie door rechtbank, de Afdeling of Centrale Raad van Beroep is beoordeeld en welke afwegingen zijn gemaakt. De afspraak is dat de uitspraken door de vertegenwoordigers aan het bezwarensecretariaat worden gemaild. Graag bespreken we wat er bij de gemeente voor nodig is om dit laatste stapje uit het bezwaarproces ingebed te krijgen.
Optimaliseren bezwaarproces
In 2019 is het project ter optimalisatie van het bezwaarproces uitgevoerd. Daarbij zijn in samenspraak met alle betrokken partners (gemeenten, commissie en bezwarensecretariaat) de afspraken in het bezwaarproces nogmaals onder de aandacht gebracht, knelpunten gesignaleerd en verbeteringen doorgevoerd. Hieruit zijn diverse pilots gestart, zoals het werken met een pre-advies. Met als doel de pilots eind 2020 te evalueren. In 2020 is de bezwaarbehandeling in het 2e kwartaal vanwege de coronamaatregelen in een kort tijdsbestek omgegooid naar online hoorzittingen in combinatie met fysiek of hybride horen. Daarnaast was er in de regio - met uitzondering van Zoeterwoude, waar het aantal bezwaren gelijk bleef - een grote toename van het aantal bezwaren. Nu de werkwijze van de commissie als gevolg van de coronamaatregelen in 2020 behoorlijk veranderd is, is de evaluatie uitgesteld naar eind 2021. De pilots zijn waar mogelijk wel doorgezet en de ervaringen van deze nieuwe tijd met de digitale werkwijze nemen we mee in het project ter optimalisatie van het bezwaarproces.
Bezwaarbeleving
Het onderzoek naar de beleving van bezwaarmakers van de gesprekken en de hoorzittingen is als gevolg van de coronamaatregelen niet voortgezet. De gesprekken en hoorzittingen hebben in 2020 grotendeels digitaal plaatsgevonden. Ondanks dat we van deze werkwijze in de toekomst mogelijk bepaalde aspecten blijven behouden, is het de intentie de gesprekken en hoorzittingen weer met name fysiek te organiseren, zodra dit mogelijk is. Op dat moment kunnen we ook het onderzoek naar de bezwaarbeleving hervatten.
4 4 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
AANBEVELINGEN 2021 Toesturen uitspraken (hoger) beroep
Deze aanbeveling wordt herhaald en benadrukken we dit jaar extra. Het doorsturen van uitspraken in zaken waaraan de bezwaarprocedure vooraf is gegaan, is voor de commissie en het bezwarensecretariaat van belang om inzicht te krijgen in hoeverre de advisering door de commissie in (hoger) beroep overeind is gebleven. De afspraak is dat uitspraken aan het bezwarensecretariaat worden gemaild. Als er behoefte is aan ondersteuning om dit actiepunt in de organisatie van de gemeente in te bedden, denken we graag mee.
UITVOERING AANBEVELINGEN 2020
AANBEVELINGEN 2021 Proces ingebrekestellingen verduidelijken
In 2020 is het in de regio een aantal maal voorgekomen dat ingebrekestellingen niet tijdig konden worden afgedaan. Dit is mede veroorzaakt door het hoge werkdruk als gevolg van omschakelen naar een ander proces als gevolg van corona en het meenemen van bezwaarmakers en vakafdeling daarbij, alsmede het aantal bezwaarzaken dat is binnengekomen, maar ook het niet altijd direct doorsturen van bezwaren aan het secretariaat draagt daaraan bij. De termijn van twee weken die geldt om na een ingebrekestelling alsnog tot een besluit te komen, biedt een kans om alsnog tijdig tot een besluit te komen. Deze kans lijkt niet altijd benut te worden door alle betrokkenen. Indien er onverhoopt een ingebrekestelling binnenkomt, is het van belang dat hier door alle betrokken partijen snel op geacteerd wordt. Het doel is alsnog binnen twee weken na de ingebrekestelling op het bezwaar te beslissen, waardoor het verbeuren van een dwangsom wordt voorkomen. Er is per 2021 een vaste contactpersoon op het bezwarensecretariaat, die bij een ingebrekestelling onderzoekt in welke stap het bezwaar zich bevindt en het tijdig afdoen zoveel als mogelijk in samenwerking met de gemeenten bespoedigt.
Persoonsgegevens in het dossier (Privacy / AVG)
Het dossier zoals aan de commissie wordt aangeboden, dient te voldoen aan de vereisten die de AVG daaraan stelt. Voor 2020 is daar bij de vertegenwoordigers extra aandacht voor gevraagd. Bepaalde gegevens die voor de behandeling van een aanvraag mogelijk vereist zijn, horen niet in het bezwaardossier thuis. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Regionaal zou in 2020 een toepassing beschikbaar komen voor gegevensbescherming, waarmee het weglakken van gegevens kan worden vereenvoudigd. Deze toepassing is momenteel nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat deze in de loop van 2021 alsnog beschikbaar komt. Ook is een richtlijn beschikbaar ten behoeve van de vakafdelingen waaruit blijkt welke privacy-gevoelige gegevens niet in het bezwaardossier thuishoren.
4 5 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
Persoonsgegevens in het dossier (Privacy / AVG)
Dit blijft ook in 2021 een belangrijk aandachtspunt. Regionaal zou in 2020 een toepassing beschikbaar komen voor gegevensbescherming, waarmee het weglakken van gegevens kan worden vereenvoudigd. Deze toepassing is momenteel nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat deze in de loop van 2021 alsnog beschikbaar komt. Uitgangspunt blijft dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor het dossier en de daarin opgenomen (persoons)gegevens. Ter ondersteuning van de bestuursorganen is een richtlijn beschikbaar.
4 6 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
4 7 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ge m e e n te L e id en | Soci al e Zaken
Bezwaarbehandeling
Omgevingsdienst West-Holland
76
68
21% 33 in 2019 59 in 2018
ADVIES
39% in 2019 46% in 2018
INGEKOMEN BEZWAREN
81 in 2019 77 in 2018
15%
COMMISSIE HOREN
Waaronder: 32 handhaving 27 omgevingsvergunningen 9 duurzaamheid 8 overig
46
INTREKKINGEN
30% in 2019 11% in 2018
61
23 in 2019 55 in 2018
BOB
(30%)
21 (26%) in 2019 17 (22%) in 2018
BESLISSING OP BEZWAAR
4 8 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Om g e vin g sd ie n st West-H ol l and
BOB
TOELICHTING De bezwaarschriften van de Omgevingsdienst West-Holland (verder: de Omgevingsdienst) worden ook behandeld door de regionale commissie. Deze bezwaarschriften kunnen betrekking hebben op één van de vier regionale gemeenten, maar ook op andere gemeenten die deel uitmaken van de Omgevingsdienst. De Omgevingsdienst voert de gemeentelijke taken op het gebied van milieu uit voor al haar deelnemers. Voor de gemeente Noordwijk voert de Omgevingsdienst ook de bouw- en ruimtelijke ordeningstaken uit. Ook deze bezwaarschriften worden door de commissie behandeld.
Invloed Coronamaatregelen
In 2020 is het bezwarensecretariaat vanwege de coronamaatregelen omgeschakeld naar alternatieve manieren van horen van bezwaarmakers. Het proces is omgegooid en daarnaast zijn er in de regio in totaal veel meer bezwaren ontvangen, onder meer vanwege de Tozo-regeling. Dit bijzondere jaar heeft de nodige invloed gehad op de werkzaamheden rond de bezwaarbehandeling. Zie daarover meer in hoofdstuk 1.
Minder bezwaren
In 2020 zijn minder bezwaarschriften ontvangen (76) dan in 2019 (81). Het grootste deel van de bezwaarschriften ziet op besluiten inzake de bouw- en ruimtelijke ordeningstaken die de ODWH voor gemeente Noordwijk uitvoert.
Uitgebrachte adviezen
In 2020 heeft de commissie ten aanzien van 68 bezwaarschriften advies uitgebracht. Dit is een verdubbeling van het aantal bezwaarzaken waarover in 2019 advies is uitgebracht. Dit is deels het gevolg van een grote clusterzaak met 18 bezwaarschriften uit 2019 waarop in 2020 advies is uitgebracht inzake een verleende omgevingsvergunning ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. Maar ook zonder deze clusterzaak ligt het aantal uitgebrachte adviezen in 2020 duidelijk hoger dan in 2019 (33). Het bestuursorgaan heeft in 2020 geen besluiten op bezwaar genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
Intrekkingen
Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is ook gestegen naar 46. In 2019 waren er 21 intrekkingen. Vanaf 2018 wordt meer ingezet op het toepassen van de informele aanpak vanuit de uitgangspunten van Prettig Contact met de Overheid. Bezwaarschriften worden om verschillende redenen ingetrokken. Dat kan vanwege uitleg van het besluit of doordat er (deels) wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren of omdat er een alternatieve oplossing is gevonden. In 2020 is er in 30% van de ingetrokken bezwaren sprake geweest van een alternatieve oplossing, in 25% is het bestreden besluit aangepast en in 15%
4 9 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Om g e vin g sd ie n st West-H ol l and
is de gegeven uitleg reden geweest het bezwaar in te trekken. In 30% gold een ‘overige’ reden voor de intrekking. Voor alle ingetrokken bezwaren geldt dat deze tijdig zijn afgedaan.
Tijdigheid
Voor het proces van bezwaarbehandeling door de commissie zijn procesafspraken gemaakt. Deze afspraken gaan over de stappen van ontvangst bij de gemeente tot en met het uitbrengen van het advies aan het bestuursorgaan. Voor het doorlopen van dat proces is een werktermijn afgesproken van 14 weken na het einde van de bezwaartermijn. De tijdigheid van de bezwaarbehandeling na ontvangst van het bezwaar bij de gemeente tot het opleveren van het commissieadvies gedaald naar 21% (14 van de 68 tijdig) in 2019 was 39% tijdig (13 van de 33). Oorzaak van deze daling in de tijdigheid is gelegen in de meerdere oorzaken. In het begin van 2020 zijn, als gevolg van hoge werkdruk door minder capaciteit bij de ODWH, meerdere bezwaren met grote vertraging aan het secretariaat doorgezonden. Sommige waarvan de beslistermijn al (grotendeels) was verstreken. De commissie ziet ook dat dit in de loop van 2020 is opgepakt en de personele bezetting is verbeterd. Daarnaast heeft het noodgedwongen plotseling annuleren van hoorzittingen en omschakelen naar een andere werkwijze als gevolg van de coronamaatregelen tijd gekost. Daarbij zijn er meer adviezen opgesteld voor ODWH en zijn er regionaal veel meer bezwaarschriften binnengekomen dan vorig jaar.
Ook is het de ervaring van de commissie dat de bezwaarzaken van de ODWH die door de commissie behandeld worden, vaak meer complex qua inhoud en qua organisatie zijn, bijvoorbeeld vanwege een grote hoeveelheid bezwaarmakers. Daarnaast speelt het omschakelen naar de online en hybride hoorzittingen. Als gevolg daarvan was het lastiger afspraken maken met bezwaarmakers en vakafdeling, wat tot vertraging heeft geleid.
Beslissingen op bezwaar
In 2020 zijn 61 beslissingen op bezwaar genomen, dit is bijna drie maal het aantal van 2019 (23). Hiervan was 16% binnen de wettelijk termijn van 18 weken na einde bezwaartermijn (10 van 61), dit is in vergelijking tot 2019 (30%) een daling. Van alle behandelde bezwaren zijn er ook een heel aantal informeel afgedaan en ingetrokken. De intrekkingen zijn allen 100% tijdig tot stand gekomen. In combinatie met de ingetrokken bezwaren komen we op een tijdigheid van alle afgehandelde bezwaarzaken in 2020 van 52%.
CONTRAIR EN ANDERE BIJZONDERHEDEN
INGEKOMEN BEZWAREN
Het bestuursorgaan heeft in 2020 geen besluiten op bezwaar genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
4 81
77
3
76
2 1 ingekomen bezwaren
2018
2019
0
2020
In 2020 zijn in totaal 76 bezwaarschriften ontvangen. Dit betreft een afname van het aantal bezwaarschriften ten opzichte van 2019 met 6% (5 bezwaarschriften minder).
DICTA BESLISSINGEN OP BEZWAAR ongegrond
42 17 29
gegrond
11 3 25
niet-ontvakelijk
2 3 7 2018
2019
5 0 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Om g e vin g sd ie n st West-H ol l and
2020
contrair advies
2018
2019
2020
UITVOERING AANBEVELINGEN 2020 Bezwaarbeleving
Het onderzoek naar de beleving van bezwaarmakers is als gevolg van de coronamaatregelen niet voortgezet. De gesprekken en hoorzittingen hebben in 2020 grotendeels digitaal plaatsgevonden. Ondanks dat we van deze werkwijze in de toekomst mogelijk bepaalde aspecten blijven behouden, is het de intentie de gesprekken en hoorzittingen weer met name fysiek te organiseren, zodra dit mogelijk is. Op dat moment kunnen we ook het onderzoek naar de bezwaarbeleving hervatten.
Werkafspraken
Over de werkafspraken blijven de Omgevingsdienst en het secretariaat met elkaar in gesprek. Aanbeveling blijft om nieuwe (tijdelijke) medewerkers te informeren over de werkafspraken en de uitgangspunten van de informele bezwaarbehandeling volgens de principes van PCMO (Prettig Contact met de Overheid).
Pilots optimaliseren bezwaarproces
In 2020 is de bezwaarbehandeling vanwege de coronamaatregelen in een kort tijdsbestek omgegooid naar online hoorzittingen in combinatie met fysiek of hybride horen. Daarnaast was er in de regio een grote toename van het aantal bezwaren. Nu de werkwijze van de commissie als gevolg van de coronamaatregelen in 2020 behoorlijk veranderd is, is de evaluatie uitgesteld naar eind 2021. De pilots zijn waar mogelijk wel doorgezet en de ervaringen van deze nieuwe tijd met de digitale werkwijze nemen we mee in het project ter optimalisatie van het bezwaarproces.
AANBEVELINGEN 2021 Toesturen uitspraken (hoger) beroep
Deze aanbeveling wordt herhaald en benadrukken we dit jaar extra. Het doorsturen van uitspraken in zaken waaraan de bezwaarprocedure vooraf is gegaan, is voor de commissie en het bezwarensecretariaat van belang om inzicht te krijgen in hoeverre de advisering door de commissie in (hoger) beroep overeind is gebleven. De afspraak is dat uitspraken aan het bezwarensecretariaat worden gemaild. Als er behoefte is aan ondersteuning om dit actiepunt in de organisatie van de gemeente in te bedden, denken we graag mee.
Proces ingebrekestellingen verduidelijken
In 2020 is het in de regio een aantal maal voorgekomen dat ingebrekestellingen niet tijdig konden worden afgedaan. Dit is mede veroorzaakt door het hoge werkdruk als gevolg van omschakelen naar een ander proces als gevolg van corona en het meenemen van bezwaarmakers en vakafdeling daarbij, alsmede het aantal bezwaarzaken dat is binnengekomen, maar ook het niet altijd direct doorsturen van bezwaren aan het secretariaat draagt daaraan bij. De termijn van twee weken die geldt om na een ingebrekestelling alsnog tot een besluit te komen, biedt een kans om alsnog tijdig tot een besluit te komen. Deze kans lijkt niet altijd benut te worden door alle betrokkenen. Indien er onverhoopt een ingebrekestelling binnenkomt, is het van belang dat hier door alle betrokken partijen snel op geacteerd wordt. Het doel is alsnog binnen twee weken na de ingebrekestelling op het bezwaar te beslissen, waardoor het verbeuren van een dwangsom wordt voorkomen. Er is per 2021 een vaste contactpersoon op het bezwarensecretariaat, die bij een ingebrekestelling onderzoekt in welke stap het bezwaar zich bevindt en het tijdig afdoen zoveel als mogelijk in samenwerking met de gemeenten bespoedigt.
Persoonsgegevens in het dossier (Privacy / AVG)
Dit blijft ook in 2021 een belangrijk aandachtspunt. Regionaal zou in 2020 een toepassing beschikbaar komen voor gegevensbescherming, waarmee het weglakken van gegevens kan worden vereenvoudigd. Deze toepassing is momenteel nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat deze in de loop van 2021 alsnog beschikbaar komt. Uitgangspunt blijft dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor het dossier en de daarin opgenomen (persoons)gegevens. Ter ondersteuning van de bestuursorganen is een richtlijn beschikbaar.
5 1 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Om g e vin g sd ie n st West-H ol l and
Bezwaarbehandeling
Holland Rijnland
41
43
95% 52 in 2019 29 in 2018
ADVIES
92% in 2019 97% in 2018
INGEKOMEN BEZWAREN
62 in 2019 37 in 2018
95%
COMMISSIE HOREN
Waaronder: 36 urgentieaanvraag 2 handhaving (ontruiming) 1 zoekprofiel 8 huisvestingsvergunning 1 afwijzing woning
8
INTREKKINGEN
92% in 2019 97% in 2018
43
52 in 2019 29 in 2018
BOB
(20%)
7 (11%) in 2019 3 (8%) in 2018
BESLISSING OP BEZWAAR
5 2 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ho lla n d Rijn la n d
BOB
TOELICHTING Onderdeel sociale kamer
Per 1 januari 2020 is de Regionale bezwaarschriftencommissie Holland Rijnland opgeheven en zijn de werkzaamheden ondergebracht bij de sociale kamer van de Regionale bezwaarschriftencommissie Servicepunt71. Een deel van de leden van de bezwaarschriftencommissie Holland Rijnland neemt ook deel aan de Regionale bezwarencommissie Servicepunt71. In het jaar 2020 zijn ook de andere leden van de sociale kamer op het onderwerp huisvesting ingewerkt. De continuïteit van de kwaliteit van de advisering is hiermee gewaarborgd. Deze zaken betreffen bezwaren gericht tegen besluiten die genomen worden op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019. Het gaat daarbij in hoofdzaak om besluiten tot afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een urgentieverklaring of tot intrekking van een urgentie, toekenning van een zoekprofiel bij de urgentieverklaring, toekenning of wijziging van inschrijfwaarde, uitschrijving als woningzoekende en toepassing van bestuursdwang bij de handhaving van deze verordening. De commissie behandelt alle bezwaarschriften van de via Woonzicht en Huren in Holland Rijnland ingeschreven woningzoekenden, met uitzondering van bezwaarschriften die door de commissies van gemeente Katwijk en gemeente Alphen aan den Rijn worden behandeld.
Minder bezwaren
In 2020 zijn minder bezwaarschriften ontvangen (41) dan in 2019 (62). De commissie heeft in 2020 met name veel bezwaarschriften behandeld over urgenties. In 2020 zijn geen bezwaren ingediend met betrekking tot inschrijvingen, waarschijnlijk mede doordat in dit verslagjaar op dit onderdeel geen grote wijzigingen in de nieuwe verordening zijn opgenomen. Het aantal bezwaren tegen afwijzing van urgentieverzoeken is nog steeds het merendeel van de bezwaren, wat in 2020 iets is afgenomen (van 40 naar 36). Er zijn dit jaar 2 bezwaren ontvangen tegen de toepassing van bestuursdwang (ontruiming). Deze bezwaren zijn vaak complexer en vragen van de commissie relatief meer capaciteit dan de advisering over bezwaren tegen bijvoorbeeld de beëindiging van inschrijving of de wijziging van de inschrijfduur. In het verslagjaar 2020 heeft de commissie 37 bezwaarschriften behandeld met betrekking tot besluiten behandeld door de Regionale Urgentiecommissie. In 36 gevallen werd het bezwaar ongegrond geadviseerd, in 1 geval was het bezwaar gegrond.
5 3 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ho lla n d Rijn la n d
Uitgebrachte adviezen
In 2020 heeft de commissie ten aanzien van 43 bezwaarschriften advies uitgebracht. Dit is 17% minder dan in 2019 (52). Het bestuursorgaan heeft in 2020 één besluit op bezwaar genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
Intrekkingen
Naar aanleiding van hetgeen naar voren is gekomen ter zitting en voor de zitting, zijn in 2020 8 bezwaarschriften ingetrokken. In 7 gevallen is het bezwaar voor de zitting ingetrokken. In 1 geval hebben de bezwaarmakers ter zitting of na de zitting kenbaar gemaakt het bezwaar te willen intrekken. De voornaamste reden hiervoor was dat het primaire besluit door het bestuursorgaan is herroepen of dat bezwaarmakers inmiddels een woning hadden gevonden. De commissie heeft in deze gevallen geen advies uitgebracht.
Tijdigheid
Voor het proces van bezwaarbehandeling door de commissie zijn procesafspraken gemaakt. Deze afspraken gaan over de stappen van ontvangst van het bezwaar bij Holland Rijnland tot en met het uitbrengen van het advies aan het bestuursorgaan. Voor het doorlopen van dat proces is een werktermijn afgesproken van 14 weken na het einde van de bezwaartermijn. Deze werktermijn wordt aangehouden, zodat het bestuursorgaan nog minimaal 4 weken de tijd heeft om de beslissing op bezwaar te nemen. De tijdigheid van de commissieadviezen is in 2020 (95%) iets gestegen ten opzichte van 2019 (92%).
Beslissingen op bezwaar
In 2020 zijn 43 beslissingen op bezwaar genomen, dit is 17% minder ten opzichte van 2019 (52). Hiervan was 95% binnen de wettelijke termijn van 18 weken na einde bezwaartermijn, dit is een kleine stijging in vergelijking tot 2019 (92%).
CONTRAIR EN ANDERE BIJZONDERHEDEN
INGEKOMEN BEZWAREN
Het bestuursorgaan heeft in 2020 één besluit op bezwaar genomen in afwijking van het advies van de commissie (contrair).
4 3 2 1
62
0 41
37
contrair advies
2018
2019
2020
Contrair – weigering huisvestingsvergunning op grond van inkomensgrens ingekomen bezwaren
2018
2019
2020
In 2020 zijn in totaal 41 bezwaarschriften ontvangen. Dit betreft een afname van het aantal bezwaarschriften ten opzichte van 2019 met 34% (21 bezwaarschriften minder).
DICTA BESLISSINGEN OP BEZWAAR ongegrond
42 17 41
gegrond
11 3 1
niet-ontvakelijk
2 3 1 2018
5 4 J aarv e r s l a g b e z w a a r b e h a n d e lin g 2 0 2 0 | Ho lla n d Rijn la n d
2019
2020
Deze zaak betrof de weigering van een huisvestingsvergunning vanwege een te hoog inkomen in 2018 (peildatum) als gevolg van een eenmalige gratificatie wegens ambtsjubileum. De commissie had geadviseerd om op basis van de hardheidsclausule alsnog een huisvestingsvergunning te verlenen. Dit advies is door het bestuursorgaan niet overgenomen. Een gratificatie wordt volgens de regelgeving bij het loon gerekend. Ook over 2019 (zonder gratificatie) is het inkomen hoger dan de inkomensgrens. Het bestuursorgaan ziet in het specifieke geval ook geen aanleiding om een huisvestingsvergunning te verstrekken binnen de 10% vrije beleidsruimte. Dit wordt alleen gedaan indien sprake is van hoge medische kosten of aanzienlijke medische aanpassingen aan de woning.