CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij RM d.d. 9 maart 2021 Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan NRZ (Wonen) Z-17-104210 Oegstgeest

Oordeelsvorming Ruimte 13 april 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)20.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Welstandnota (herziening 20í 5) De gemeente Oegstgeest heeft sinds 2004 een welstandsnota zoals aangegeven in de Woningwet en is eerder hezien in 2009. Met de heziening van 2015 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen, veranderingen in de wetgeving en ervaring met de uitvoering van het welstandstoezicht. Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondememer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde.

Volgens de Woningwet moet een plan voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze eisen betreffen het bouwwerk op zichzell en in zijn omgeving. De gemeente heeft in het welstandsbeleid met name het algemeen belang op het oog. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer \ran een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 23

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen) architectonische waarden te benoemen en een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling tran bouwplannen. Met de gebiedsgerichte benadering wil de gemeente in principe de waardevolle eigenschappen van de kern behouden. Oegstgeest is onderverdeeld in 15 welstandsgebieden. Het plangebied is in het navolgende kaartbeeld aangegeven met paars, het gebied'Wonen Nieuw-Rhijngeest'en grijs het gebied'Bedrijventeneinen'.

WelstandsgeLried*r-l ! oo.ncttrran{gEbl€d 1) ! xertoruttOrt*cag€esl€n 3l !

I !

wttmfnnaFsrk s!

{g€bi€d

o-nS",f G#41 ruinÊenGÉrid5l

R€Èhbw{kaÍtbstasdÊ} I tieend€nË€n{g€tddt} I @l rnarn*UO: dbraift?Bn {lnblêdgf8} WoÍran l.lárrv-Éryru*sl ígFH€d I ffi nan*Arre LdeÍ#lÍ{ff {getid !{ï} tr*gu"n O.d*odge€Ét {g€à*$ t r} I

I I E I

lnsffiqÊn sn cotíd€sr igËfisd l2l EedrtEÍrHf8lnm lg€bhd l3l

SoÍt ên r€deEËE {g€tasd 14}

Afbeelding 4.3 Uitsnede kaaft welstandnota Nieuw-Rhijngeest is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op de totstandkoming en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bij de beoordeling rran voorliggend plan zal onder meer aandacht geschonken worden aan de totstandkoming en het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau wn de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. De gevraagde inzet en kwaliteit is hoog. Op minder beeldbepalende plekken kan de uitvoering eenvoudiger worden, mits het gebied als geheel bovengemiddeld goed vezorgd en samenhangend blijft. Het beeldkwalttefisl€der voor de ontwiKKeirng Nieuw-Rhijngeesi Zuicj siuii aan bij de uiigangspurtfert varr de welstandsnota. Dit kader maakt onderdeel uit van de Nota ran uitgangspunten voor dit bestemmingsplan. Deze is door de Raad vastgesteld op 9 juli 2020.

Woonvisie Gemeente Oegstgeest2025, Samen investeren in karakter en kwaliteit ln de gemeentelijke Woonvisie 2025 (2016) is aangegeven dat Oegstgeest een dorp met karakter en een hoogwaardig woonmilieu is, en dat dit op de regionale woningmarkt ook zo wordt ervaren. Zotruel de gemeente als de regio zien het als een groot goed om dit karakter te behouden of zelfs te versterken. Mede door dit prettige woonklimaat heeft de gemeente ook een grote aantrekkingskracht op mensen van buiten. De provincie heeft voor Oegstgeest een totale behoefte van 1.600 woningen tol2O25 berekend: vanuit Oegstgeest 500 woningen, van buiten de gemeente 1.100 woningen. Gevolg is dat woningprijzen stijgen en betaalbare woonruimte steeds schaarser wordt. Ook is de wachttijd voor een sociale huurwoning is lang en dat wordt naar venruachting niet minder (ondanks het 'passend toewijzen'). ln de huidige plancapaciteit van Oegstgeest kan de groeiende woningbehoefte niet opgevangen worden. Uitzondering hierop is de behoefte aan sociale huurwoningen: de groei van de behoefte aan sociale huur wordt in de harde plancapaciteit opgevangen. Binnen de overige inkomensgroepen, die zijn aangewezen op de markt, hebben met name (lage) middeninkomens het moeilijk. De sociale huurmarkt is voor hen niet toegankelijk, en de prijzen in commerciële huur en koop zijn voor hen onbetaalbaar.

Gevolg is dat de middeninkomens moeilijk terecht kunnen in Oegstgeest.

Als de gemeente deze vraag lan de middeninkomens wil faciliteren, is het nodig woningen in de lagere segmenten bij te bouwen. Aantallen en programmering in de harde plancapaciteit liggen echter al behoorlijk vast. Hierin zijn geen vrije sector huurwoningen opgenomen en slechts 18 sociale 24 ontwerp)

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestemmi ngsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

koopwoningen. Ook de resterende zachte plancapaciteit biedt weinig mogelijkheden: hier kunnen in

totaal 120-170 woningen gerealiseerd worden tot 2025. Daama zijn er geen bouwlocaties meer beschikbaar. Nieuwbouw moet bijdragen aan het versterken van het huidige karakter: een aantrekkelijk, hoogwaardig woonmilieu met ruime woningen in een groene omgeving, waarmee Oegstgeest zich onderscheidt op de regionale woningmarkt. De gemeente wil dit bewerkstelligen door de resterende nieuwbouwmogelijkheden in zowel harde als zachte plancapaciteit goed te laten aansluiten op het huidige, hoogwaardige woonmilieu. Bovenop de bestaande plancapaciteit wordt geen extra plancapaciteit meer gecreëerd, zodat de ruime opzet en het groene karakter nan het woonmilieu behouden blijft. Teveel nieuwbouw tast de gewaardeerde kleinschaligheid en het dorpse karakter aan.

Dit betekent dat er na 2025 niets meer bijgebouwd wordt en niet meer wordt uitgebreid. Actualisatie van de woningvoonaad en overig vastgoed zal op termijn vooral uit herstructurering en renovaties moeten komen. De locatie Nieuw Rhijngeest Zuid is aangemerkt als plancapaciteit waar verdere verdichting gelet op de huidige woningmarkt wordt ovenrogen. De ontwikkeling vooziet in een aantrekkelijk, hoogwaardig woonmilieu. Er zal een mix aan woningen gerealiseerd worden, waaronder sociale huur en woningen in de middenklasse.

Stedenbouwkundig Masterplan Nieuw-Rh ij ngeest Zuid (2008) ln 2008 is het Masterplan Nieuw-Rhijngeest Zuid opgesteld als ruimtelijk-programmatisch kader voor de ontwikkeling wn het bedrijvenpark en het woongebied in Nieuw Rhijn-geest-Zuid.

Uitgangspunt van het masterplan is dat er strakke contouren worden getrokken aan de randen wn het gebied, waardoor het in zijn omgeving duidelijk afleesbaar is. De wes2ijde wordt begrensd door een te gruven zijarm parallel aan de Oude Rijn, de noordrand wordt gevormd door park Landskroon. Aan de oost- en zuidzijde grenst het gebied aan infrastructuur, de A44 en de N206. Binnen het plangebied is gekozen voor een eenvoudig en rationeel intern stratenpatroon, dat op een logische manier gekoppeld is aan het omliggende wegennet. Daar waar de Johann Kepplerstraat in het verlengde van de Wassenaarseweg eindigt en afbuigt naar het zuiden wordt aan de Binnenrijn een kleine recreatiehaven gegraven, die het einde wn de weg, en het middelpunt van Nieuw-Rhijngeest markeert. De landschappelijke randen aan de noord- en wes2ijde lenen zich bij uitstek voor woningbouw. Deze zijn onderverdeeld in een rand met appartementen langs de Binnenrijn en (urlcan) villa's aan de parkrand. Aan de haven is ruimte voor bijzonder functies zoals een horecagelegenheid.

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuíd (wonen)" (ontwerp) 25

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

tÀND60tó

ot ot llr.r

À,1,4

clt tttot twaaR

N 20ó

Afbeetding 4.4 Contourcn en bouvwelden uit het Stedenbouwkundig Masterplan (binnen rode liin ligt plangebied) De ontwikkeling zoals beschreven in voorliggend bestemmiongsplan betreft deelgebied 9 en í0 van het Stedenbouwkundig Masterplan Nieuw-Rhijngeest Zuid. Het bedrijventenein is in een apart bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Corpus, Hilton Garden lnn, DuPont en Avery Dennison zijn inmiddels gerealiseerd.

Nota van Uitgangspunten Nieuw-Rhijngeest Zuid (2020) Op 9 juli 2020 is de Nota ran Uitgangspunten voor Nieuw-Rhijngeest Zuid vastgesteld door de gemeenteraad wn Oegstgeest. De Nota ran Uitgangspunten vormt het kader voor het op te stellen bestemmingsplan. De uitgangspunten van deze nota zijn gebaseerd op vastgesteld beleid, het eerder opgestelde Masterplan Rijngeest-Zuid, enkele reeds uitgevoerde ondezoeken en afspraken die tussen gemeente en universiteit tot stand zijn gekomen inclusief Stedenbouwkundige Ambitiekaart d.d. 15 apnl2020. ln deze nota zijn de plangrens ran het bestemmingsplan alsook de stedenbouwkundige, programmatische en beleidsmatige uitgangspunten vastgelegd. Ook is aangegeven welke aspecten nader ondezocht worden in het kader rran het bestemmingsplan.

26 ontwerp)

bestemmi ngsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Afbeelding 4.5 Ambitiekaaft 15 april 2020 Nieuw-Rhijngeest Zuid

4.5 Conclusie De ontwikkeling van de Nieuw-Rhijngeest Zuid past in het beleid van rijk, provincie, regio en de gemeente. Er wordt binnenstedelijk gebouwd. De onwikkeling wordt hoogwaardig, passend bij de structuur van Oegstgeest en sluit goed aan bij de directe omgeving rran de locatie. En de ontwikkeling vooziet in de behoefte aan woningbouw in diverse segmenten.

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 27

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Hoofdstuk 5

Waar hebben we rekening mee gehouden?

ln dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor het plangebied.

5.1 Algemenebeoordeling milieueffecten(m.e.r.) Kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve \ían een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r.

Plangebied De beoogde ontwikkeling (woningbouw en voozieningen) valt onder 'D11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' uit de D-lijst van het Besluit MER. De activiteit blijft echter onder de drempelwaarden van kolom 2:

. . .

een oppervlakte tran 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De aanleg van de sloepenhaven valt onder'D10, b, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een jachthaven'. De activiteit blijft echter onder de drempelwaarden van kolom 2:

. . . .

250.000 bezoekers of meer per jaar, een oppervlakte van25 hectare of meer, 100 ligplaatsen of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.

Nu in beide categorieën van activiteiten het bestemmingsplan is opgenomen in kolom 4, geldt in beginsel dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als hieruit blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zijn, kan een verdere m.e.r.-procedure achterwege bluven. ln onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de relevante milieuaspecten voor deze ontwikkeling. Uit

deze paragrafen blijkt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn. Deze paragrafen tesamen vormen de vormvrije mer-beoordeling. Er is geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen.

Conclusie Uit de milieuondezoeken die zijn uitgevoerd vmr dit bestemmingsplan blijkt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen.

5.2 Bedrijven en milieuzonering Kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroozaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen wn speciale maatregelen Voor de milieuzonering in dit plan is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering

(vNG,2009). Methodiek ln de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend ran lichte tot zeer

28

ontwerp)

bestem mingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestem mingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. ln tabel 5.1 zijn deze richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur.

Richtafstanden in'rustige woonwijk'

Richtafstanden in'gemengd gebied'

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

5.1

500 meter

300 meter

5.2

1.000 meter

700 meter

6

1.500 meter

1.000 meter

Milieu-

categorie

Tabel 5. 1 : Richtafstanden per milieucategorie. De VNG-publicatie is geen wet, maar wel een algemeen aanvaarde richtlijn voor de toepassing van milieuzonering in een ruimtelijk plan. Niettemin gaat de publicatie uit van richtafstanden, die in algemene zin bepaald zijn op basis van gemiddelde productieprocessen. Dat betekent dat bij de toepassing tran de publicatie altijd ook de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw moet worden genomen.

Plangebied Het plangebied, dat wordt aangemerkt als 'rustige woonwijk' grenst aan het Oegstgeestse deel rran het Bio Science Park. Het Leidse deel ligt aan de ovezijde rran de A4 op ruim voldoende afstand rran het plangebied. De afstand wn het plangebied tot het dichtstbijgelegen bedrijfskavel op het Leidse deel van hetn Bio Science Park is 150 meter. Op het Leidse deel rran het Bio Science Park zijn bedrijven van ten hoogste milieucategorie 3.1 toegestaan, dus vormen deze functies geen belemmering voor elkaar. Ook de lichte bedrijven binnen het aangrenzende bestemmingsplan 'Oegstgeest aan de Rijn'zijn niet rran invloed op de woningbouwmogelijkheden binnen het plangebied. Voor het Oegstgeestse deelvan het Bio Science Park geldt het bestemmingsplan'Nieuw-Rhijngeest Zuid (bedrijven)'. ln dat bestemmingsplan is een milieuzonering opgenomen die is afgestemd op de in tabel 5.1 vermelde richtafstanden. Dat houdt in dat de richtafstanden zijn uitgezet ten opzichte van de plangrens tussen het bedrijven- en woningbouwdeel, waardoor er voldoende afstand wordt aangehouden tussen de nieuwe bedrijven en de nieuwe woningen. Omdat in de zuidwesthoek van het plangebied woningen worden toegestaan dichter op de weg (nieuwe aansluiting op de N206) en daarmee ook dichter op de bedrijvenbestemming ter plaatse, is er een partiële heziening van het bestemmingplan vastgesteld.

ln de partiële heziening is de bedrijvenbestemming verkleind en de milieuzonering afgestemd op de plangrens van het voorliggende bestemmingsplan voor het woningbouwdeel. Op deze wijze is juridisch verankerd dat de in tabel 5.1 vermelde richtafstanden minimaal worden aangehouden.

Conclusie De woningbouwmogelijkheden binnen het plangebied vormen geen belemmering voor de vestigingsmogelijkheden van bedrijven in de omgeving ran het plangebied, waaronder het bedrijvendeel wn Nieuw-Rhijngeest Zuid. Ook zijn de gebruiksmogelijkheden rran de gronden met een bedrijvenbestemming in het bestemmingsplan 'Nieuw-Rhijngeest Zuid (bedrijven)' en de 1" partiële heziening daarvan niet van invloed op het woon- en leefklimaat rran het nieuwe woongebied.

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 29

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

5.3 Luchtkwaliteit Kader Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties rran verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging is het van belang om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de luchtkwaliteit. Dit is vastgelegd in 'Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien:

. .

. .

de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie wn de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo veÈetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht wn een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwal iteit.

Plangebied Er is ondezoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit (zie Bijlage 6 Luchtkwaliteit). De ontwikkeling betreft de bogw van circa 800 woningen met daamaast voozieningen. Uit de NlBMtool blijkt dat het plan mogelijk niet als Niet ln Betekenende Mate bijdragend aan de luchtkwaliteit mag worden gezien. Daarom is de luchtkwaliteit in de omgeving getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Daarnaast is het voor het bestemmingsplan wenselijk dat de invloed van de omgeving op het plangebied in kaart wordt gebracht, omdat nieuwe gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. r.. L-r --l^---lll I I lgl, ut tu(itzuEi^

i- L^-^-i^^ll tJ utiwtuQ;ctu

^Íl^-lEr plqatos ^l^^Í^^.,^^.1^Yqr r ve vl

+a raaliaaran re res[evrvr

rrnninnan rralz{aan r rrvr Ír rver I Ívrvuur

rrraz{l

aan

da

grenswaarden voor luchtkwaliteit conform de Wet milieubeheer, om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect luchtkwaliteit te kunnen waarborgen. Daarbij is het effect van het wegverkeer in de omgeving op de woonbestemmingen binnen het plangebied ondezocht, inclusief eventuele toename van het wegverkeer ten gevolge wn de planontwikkeling zelf. De bijdrage van de andere bronnen is opgenomen in de achtergrondconcentratie.

Uit het ondezoek blijkt dat voor de stoffen frjnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) overal ruimschoots voldaan wordt aan de normstelling. Dit geldt zowel binnen het plangebied, als in de omgeving. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. En ook ter plaatste ran de nieuwe woningen wordt voldaan aan deze grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor de

ontwikkeling.

5.4 Geluidhinder Kader Met de Wet geluidhinder wil de overheid burgers beschermen tegen overmatige geluidbelasting. Hiervoor dient de geluidbelasting als gevolg ran verkeersbewegingen of bedrijfsactiviteiten (industrielawaai) ondezocht te worden. Ondezoek naar verkeerslawaai is verplicht voor wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 kilometer per uur. Voor wegen waarop een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt moet wel aangetoond worden dat er in de woningen nabij die wegen sprake is 30

ontwerp)

bestemmi ngsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestem mingsplan Nieuw-Rhrjngeest Zuid (wonen)

van aanvaardbare gel uidbelasting

Plangebied Voor dit bestemmingsplan is akoestisch ondezoek uitgevoerd (Bijlage 7 Akoestisch ondezoek). Uit dit ondezoek blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidszones van de A44 en de N206. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook berekend wat de geluidsbelasting is op de nieuwe woningen als gevolg rran de inteme wegenstrcutuur (30km/u). Het bestemmingsplan bevat grotendeels de uit te werken bestemming wonen. Alleen voor het zuidelijke deel is een directe bestemming voor studentenwoningen opgenomen. Daarom zijn voor het zuidelijke deel gedetaillerdere geluidsberekeningen gedaan dan voor de rest rran het plangebied. Voor het deel met de uit te werken bestemming zal bij de uitwerkingsplannen aanvullend akoestisch ondezoek uitgevoerd worden om de concreet benodigde maatregelen (hogere waarden, dove gevel, etc) te bepalen. Bij de uitwerkingsplannen worden ook (vooaover nodig) de hogere waarden voor de desbetreffende gebieden vastgesteld. Uit te werken delen ln het akoestisch ondezoek is de globale geluidscontour rran de A44 en de N206 bepaald. Daarnaast is met een voorbeeldverkaveling beoordeeld of het mogelijk is bij de uitwerking aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid te voldoen. Uit het ondezoek blijkt dat als gevolg van de N206 en de A44 hogere waarden nodig zijn.

Nabij de A44 zt1n, zonder maatregelen, dove gevels nodig en kan niet zondermeer voldaan worden aan het geluidbeleid rran de gemeente (geluidluwe gevel). Door het veíengen van het geluidsscherm langs de A44 (verlening 100 m, 6 meter hoog) kan wel voldaan worden aan het geluidbeleid. De maatregelen worden bij het uitwerkingsplan definitief bepaald.

Deel met directe woonbestemming (perceel 1) Voor het zuidelijke deel (perceel 1 in het akoestisch ondezoek) is berekend wat de geluidbelasting is op de grenzen wn het bouwvlak en zijn de benodigde hogere waarden bepaald. Hieruit blijkt dat de geluidsbelasting als gevolg van de N206 maximaal 58 dB bedraagt. De geluidsbelasting als gevolg van de 444 bedraagt maximaal 53 dB. De maximale ontheffingswaarde (63 dB volgens de Wet geluidhinder, 58 dB volgens het gemeentelijk geluidbeleid) wordt niet overschreden. Voor het gebouw op perceel 1, dat het dichtst bij de N206 geprolecteerd staat, zijn de zuid- en weskijde van het plangebied niet geluidluw (>53 dB). Voor aan deze zijden gelegen woningen gelden aanvullende eisen met betrekking tot geluidluwe gevel. Het realiseren van een geluidluwe gevel is bijvoorbeeld mogelijk door afgesloten loggia's of balkons met voozetramen. Op deze locatie zijn studentenwoningen voozien. Deze hebben vaak een eenzijdige oriëntatie. Bij eenzijdig georiënteerde woningen is hetmaken van een geluidluwe zijde niet altijd mogelijk. Om toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen, moeten dan compenserende maatregelen worden getroffen. Daarbij kan gedacht worden aan:

1. eÍra geluidwering van de gevels met minimaal 5 dB (op basis van cumulatieve geluidbelasting) en; 2. verbetering inteme lucht- en contactgeluidisolatie met minimaal 5 dB en; 3. een geluidluwe gezamenlijke buitenruimte of; 4. een maatregel met vergelijkbaar akoestisch effect. ln de regels bij dit bestemmingsplan is geborgd dat dergelijke maatregelen worden getroffen. Uitgaande van de maximale bouwmogelijkheden binnen het bor.rwvlak heeft de bovenste bouwlaag aan de achtezijde géén geluidluwe gevel, wat wel gewenst is vanuit het gemeentelijk geluidbeleid. Het betreft hier echter nog geen concreet bouwplan. Bij de uitwerking van het bouwplan zal rekening worden gehouden met het geluidbeleid ran de gemeente. Dit is ook in de regels van dit bestemmingsplan geborgd.

Oveige vtqen ln het kader \€n een goede ruimtelijke ordening is tevens berekend wat de geluidsbelasting is ten gevolge wn de overige (30 en 50 km/u) wegen in het plangebied voor het peiljaar 2035.

Als we analoog aan de gezoneerde wegen 5dB aftrek toepassen, bedraagt de geluidbelasting in de bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 31

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen) eerste lijn maximaal 61 dB (uitsluitend op de plint bij een deel van perceel 1, op de verdiepingen maximaal 58dB). ln de tweede lijnsbebouwing en verder weg is geluidsbelasting als gevolg van de 30 km/u wegen lager. Voor deze woningen worden ook hogere waarden verleend als gevolg ran de N206 en de A44. Daarom geldt al een eis voor de geluidwerendheid rran de gevel om de binnenwaarde te kunnen halen en de voorwaarde voor een geluidluwe gevel. Er zal daarom een aanvaarbare geluidssituatie ontstaan. Ten gevolge van de gezoneerde (50 km/u) wegen rond het plangebied bedraagt de geluidsbelasting maximaal 47 dB (na aftrek 5 dB art. 1109 Wgh). De voorkeursgrenswaarde wordt hiermee niet overschreden, zodat de aanvraag wn hogere waarde ten gevolge van een lokale weg niet aan de orde is.

Gonclusie Uit het ondezoek blijkt dat een verkaveling die voldoet aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid haalbaar is. Daarvoor zijn enkele maatregelen noodzakelijk. Het is van belang dat tijdens de uitwerking van het plan aandacht is voor de voonaaarden die het geluidbeleid stelt. Voor het gedeelte met een directe woonbestemming kan eveneens voldaan worden aan het gemeentelijk geluidbeleid. Geluidluwe zijdes zijn mogelijk waar dat verplicht is. De ontwikkelaar moet bij de indeling wn het pand rekening houden met de realisatie van deze geluidluwe gevels en buitenruimten. Voor dit deel van het plangebied worden hogere waarden vastgesteld. De geluidmaatregelen (dove gevel en gemeentelijk geluidbeleid) zijn geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. De verlening van het geluidscherm langs de A44 is reeds mogelijk binnen het geldende tracébesluit.

5.5 Externe veiligheid Kader Bij externe veiligheid gaat het om de risico's, die ontstaan als gevolg van gevaarlijke stoffen. Het juridisch kader voor externe veiligheid wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Hierin staan de begrippen plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) centraal. Flaatsgebonden nsico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijt weg, spoorlijn etc.). Groepsn'slbo Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval\Ían een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 1 0, 100 of I .000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het groepsrisico (aÊ of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid rran deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte wn het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling ran het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel rran deze verantwoording is overleg met (advies vÍagen aan) de regionale brandweer. (Bepe rki) l<vvetsba re objecten

Er moet getoetst worden aan het Bevi, het Bevt en Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels en restaurants. 32

ontwerp)

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestemmi ngsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Onderzoek Uit het ondezoek naar externe veiligheid (zie Bijlage 8 EÍerne veiligheid) blijkt dat voor het plangebied alleen het transport rran gevaarlijke stoffen over de N206 en de A44 relevant zijn. De volgende risicobronnen zijn wel beschouwd, maar niet relevant voor het plangebied: het LPGtankstation Jongeneel, propaantanks bij transportbedrijf Jongeneel, een propaantank bij het internaat Bouwlust, het Huygens laboratorium en de hogedruk aardgasleidingen A-560 en W-535-01.

Langs de A44 geldt geen veiligheidscontour (deze is 0 meter). Daarmee wordt aan het plaatsgebonden risico voldaan. Ook geldt langs deze snelweg geen plasbrandaandachtsgebied. Het groepsrisico neemt bij planrealisatie toe van 0,47 keer de oriëntatiewaarde naar 0,48 keer de oriëntatiewaarde. Het transport van de N206 leidt niet tot een 10-6 PR-contour. Daarmee wordt aan het plaatsgebonden risico voldaan. Het groepsrisico neemt toe rran 0,25 keer de oriëntatiewaarde naar 0,28 keer de oriëntatiewaarde.

Bij beide wegen vormt het plaatsgebonden risico geen probleem. Uit de berekeningen voor het groepsrisico blijkt dat de het groepsrisico zeer beperkt toeneemt als gevolg van de ontwikkeling, maar ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. PM verantwoording groepsrisicogemeentê / reactie veiligheidsregio

Conclusie Het groepsrisico blijft ruim onder de orientatiewaarde. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.6 Bodemkwaliteit Kader ln het Besluit ruimtelijke ordening is geregeld dat een bodemondezoek gedaan moet worden bij ruimtelijke ontwikkeling van een gebied. Uit het ondezoek moet blijken of de bodeml<waliteit voldoende is voor de functie die wordt gerealiseerd.

Ondezoek Uit het uitgevoerde historisch en verkennend bodemondezoek(Bijlage g Bodemondezoek) blijkt het volgende:

Op basis van het voorondezoek worden de voormalige volkstuinen als 'verdacht op het voorkomen \ían bodembelasting beschouwd (deellocatie A). De verdachte parameters betreffen OCB's en lood. Voor de overige terreindelen (deellocatie B) geldt dat er afgezien ran sporadisch voorkomende lichte overschrijdingen geen verdenkingen zijn op bodembelasting anders dan de regionale bodembelasting.

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 33

bestemmingsplan Nieuw-Rhtjngeest Zuid (wonen)

rlr

tàt

vwm.l!É I a\ \-./

ríí .trr

b+

lfit

ag .lli

atil

J'rt

7 r*l

/ ta,

Jar

{!}t*tsrrdr

=

rládl a*t

*lta

)ttí

.t*

lll

a{tl a,n .,8

{tD

]

** attt

att

Afbeelding 5.1 Deeltocaties uit voorondeEoek. Deellocatie 1 = deellocatie A (voormalige volkstuinen) Deellocatie A

volkstuinen)

Ter plaatse van deellocatie A zijn plaatselijk licht verhoogde gehaltes aan hexachloorbenzeen aangetroffen. Hexachloorbenzeen is in het verleden veel gebruikt als zaadbehandeling/ -bescherming in de land- en tuinbouw. De somparameter HCH's wordt niet overschreden, waarmee de bodemkwaliteit wel voldoet aan de achtergrondwaarde. ln de overige grondmonsters van zowel boven- als ondergrond zijn geen achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond. De ondezoeksresultaten passen in de vooraf gestelde hypothese en sluit aan bij de regionale bodemkwaliteitsgegevens. ln het grondwater ter plaatse van boring 01 overschrijdt het gehalte aan barium de streeflryaarde. ln het grondwater ter plaatse van boring 02 zijn geen streefi,vaarde-overschrijdingen gemeten.

u ontwerp)

bestem mi ngsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Afbeelding 5.2 Boringen verkennend bodemondezoek De voonaf gestelde hypothese 'verdacht' wordt op basis nan de ondezoeksresultaten verworpen. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren ran nader ondezoek. De locatie is voldoende ondezocht.

Deellocatie B (onverdachte overiqe teneindelen) Ter plaatse van deellocatie B zijn in de bovengrond plaatselijk bijmengingen van puin en baksteen waargenomen. Ook zijn er in de bovengrond plaatselijk verhoogde gehaltes aan hexachloor-benzeen, PCB'S, minerale olie en PAK gemeten. De verhoogde gehaltes zijn vermoedelijk te relateren aan de bijmenging van het bodemvreemd materiaal. ln het grondwater zrln zeer plaatselijk licht verhoogde gehaltes aan kwik, molybdeen en barium gemeten. De verontreinigingen hebben vermoedelijk een regionaal karakter. ln het overige grondwater zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De locatie van de boringen waar hexachloorbenzeen en PCB's zijn aangetrofien waren voonaf niet voozien als verdachte locatie vmr het aantreffen van bestrijdingsmiddelen. De resultaten sluiten wel aan

bij de regionale bodemlevaliteitsgegevens van het gebied. De vmraf gestelde hypothese 'onverdachf wordt op basis rran de aangetoonde lichte overschrijdingen niet geheel bevestigd. Gelet op het regionale karakter uan de verontreinigingen en het feit dat de

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 35

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen) gemeten gehalten zich ruim beneden de tussenwaarden bevinden, wordt nader bodemondezoek niet nodig geacht.

Conclusie Uit het bodemondezoek blijkt dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen functiewijziging en nieuwbouw op de ondezoekslocatie. Bij uifuoering ran werkzaamheden waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels rran het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop van toepassing.

5.7 Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico ran overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit ran het water hoog gehouden worden.

Kader Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Het aspect water vormt een belangrijk aspect bij nieuwe ontwikkelingen. Om overlast van water te voorkomen is het wettelijk verplicht het toevoegen ran verhard oppervlak te compenseren door het realiseren rran nieuw of extra oppervlaktewater. Er moet voozien worden in een robuust watersysteem (regenwater en afualwater).

Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport'Anders omgaan met water, Waterbeleid vmr de21e eeuw' (WB21). De kern van het rapport \N821 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. ln het Waterbeleid vmr de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duuzaam waterbeheer geïntroduceerd:

.

.

vasthouden, bergen en afuoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.

Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal wateóeheer op basis wn de'watersysteembenadering'. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterl<waliteit, -kwantiteit, oppervlakte en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterlceheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. ln de integrale watervergunning gaan zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) op in één aparte watervergunning. Nationaal Waterylan Op basis rran de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is het rijksplan voor het waterbeleid in Nederland . Op 22 december 201 5 is het Nationaal Waterplan 2016-2021vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting

36

ontwerp)

bestem mingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestem mingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

van het nationale waterbeleid in de planperiode2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voorwelzijn en welvaart.

Beleid Hoogheemraadschap van Rijnland Waterbeheerpl a n Hoqheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap wn Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer wn waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water.

Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkveóeteringen. Wat betrefr voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken zoals gemalen op orde en toekomstvast worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren ran afualwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kadenichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Het voorkómen ran verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het zuiveren van afualwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties.

Aan de hand van het Waterbeheersplan werkt Rijnland aan zijn ambities. ln het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. ln de uitvoerings- en beheersfase lan ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. Keur en Beleidsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij:

. . . .

waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden;

Maar ook aan:

. .

Onttrekken en lozen rran grondwater; Het aanbrengen wn verhard oppervlak.

De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bv. op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvftrgen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). ln de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt. Riolering en afkoppeling Voor nieuwe ontwikkelingen is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afualwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit ran een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan ran (verontreinigd) afualwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden rran vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuilwater te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen wn hemelwaterafuoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren wn het afualwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen.

De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid wn de oplossing centraal staat.

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 37

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Zorgplicht en prcventieve maatregelen voor Hemelwater Voor de verwerking ren hemelwater wijst het hoogheemraadschap op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven'end-of-pipe' maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen signiÍlcante verslechtering wn de kwaliteit van het onfuangende oppervlaktewater mag veroozaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen door bijvoorbeeld:

. . . . .

. . .

duuzaam bouwen; het toepassen rran berm- of bodempassage; toezicht en controle tijdens de aanlegfase en handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen; het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voozien van eÍra zand- slibvang of zakpuften (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel; adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kolken/putten zuigen); het toepassen van duuzaam onkruidbeheer; de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de riolering en een juist

gebruik hiervan; het vermijden rran vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en repareren en chemische

onkruidbestrijding. Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar

verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen de gemeente en het hoogheemraadschap gekozen worden voor aanvullende voozieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of - als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke 'end-of-pipe' aanpak. Deze keuze

moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP. Watertoets

De'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen nan ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo woeg mogelijk stadium. ln de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten \ran een eventueel overleg oogenomen. Het hoo-oheemraadschap is in het kader van het vooroverleg betrokken bij de totstandkoming van dit plan. Waterafuoer De bebouwing dient te voldoen aan het beleid van het hoogheemraadschap over de afuoer van hemelwater en vuilwater. Dit houdt in dat het hemelwater wordt afgekoppeld en het vuilwater via het riool wordt afgevoerd. Het aÍkoppelen draagt bij aan de doelstelling zoals die zijn gesteld in het Waterbeheerplan, namelijk de volgorde ran vasthouden, bergen en afuoeren van water. De voordelen van

het afkoppelen van hemelwater zijn:

. .

de riolering wordt ontlast waardoor minder overstorten van ongezuiverd rioolwater optreden; de zuivering krijgt minder schoon water te verwerken waardoor het zuiveringsrendement verbetert; hemelwater wordt geloosd in het gebied waar het valt, zodat er in droge tijden geen gebiedsvreemd water ingelaten hoeft te worden.

Compensatie De regels en voorwaarden \Ían het beleid voor watercompensatie zijn afgeleid uit de Keur (artikel 14lid 1, 2 en 3). De toename aan verharding dient volgens de regels van het hoogheemraadschap in de vorm van nieuw open water te worden gecompenseerd. Een toename aan verharding zorg er voor dat het regenwater sneller op het oppervlaktewater zal afstromen. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat er geen verslechtering van de huidige situatie mag optreden. Het hoogheemraadschap hanteert bij een toename aan verharding van meer dan 500 m', de 15 % regeling. Deze regeling houdt in dat toename aan verharding met 15 % oppervlakte water gecompenseerd dient te worden. Gezien de voorgenomen ontwikkeling een toename \ran meer dan 500 m'omvat zal bij de nadere uitwerking van voorliggend initiatief overleg plaats vinden met het Hoogheemraadschap.

Onderzoek

38 ontwerp)

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestem mi ngsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Watercompensatie Voor het gehele plangebied Nieuw-Rhijngeest is een keurvergunning verleend N.46432 dd.21 september 2009) door het Hoogheemraadschap. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is daar onderdeel van. De keurvergunning is gebaseerd op het raamwerk van Tauw dd. 03.07.2009, waarin afspraken tussen universiteit en gemeente zijn opgenomen over:

. .

de hoeveelheid verharding die partijen in dat gebied maken en de aanleg van het benodigde water ter compensatie

Deze afspraken zijn als volgt:

. .

de universiteit heeft binnen haar grondgebied 131.927m2 verharding in de eindsituatie de universiteit heeft binnen haargrondgebiedT.TO2m2 water in de eindsituatie

De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt komt grotendeels overeen met de keurvergunning. Afgesproken is dat extra verharding gecompenseerd wordt met extra water (15% van de extra verharding zal als water worden aangelegd). Deze extra compensatie zal in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied worden gerealiseerd.

Bij de uitwerking van de plannen zal steeds getoetst worden of nog voldaan wordt aan de uitgangspunten voor watercompensatie.

Oveige aspecten ln het plangebied zijn geen primaire waterkeringen of watergangen gelegen. De ontwikkeling wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel. En het uitgangspunt is dat het plan duuzaam ontwikkeld wordt met aandacht voor de waterkwaliteit en voldoende opvang van water. Zie ook paragraaf 5.11. van dit bestemmingsplan.

Conclusie Met de ontwikkeling zal de verharding in het plangebied toenemen. Deze extra verharding wordt gecompenseerd door de aanleg rran eÍra water, overeenkomstig de verleende keurvergunningvan2l september 2009. Als er in de uiteindelijke plannen meer verharding plaats vindt, zal dit gecompneseerd worden met extra water in of direct nabij het plangebied. Het aspect water vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.8 Natuur Kader De Wet natuurbescherming is gericht op de bescherming van gebieden, soorten en bossen. Bij gebieden gaat het om het Natuumetwerk, waaronder Natura 2000 gebieden. De bescherming van soorten is gebaseerd op de Vogel- en habitatrichtlijn, maar er zijn ook andere soorten beschermd. Dit kan per provincie verschillend zijn.

Voor houtopstanden (bos) binnen de bebouwde kom en in tuinen en erven is de Wet Natuurbescherming niet van toepassing. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom.

Plangebied Gebiedsbescherming Natura 2000

Het plangebied ligt op 2,7 km afstand van het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide. Het tussenliggende gebied bestaat uit de bebouwing wn 't Duyfrak, vliegveld Valkenburg en agrarisch gebied. Het wordt doorkruist door de N206 en N441, twee drukke provinciale wegen, waarvan de laatste langs de grens van het Natura 2000-gebied loopt. lndirecte effecten rran de realisatie rran woningbouw (zoals geluid, verlichting, verstoring) vallen - mede gelet op de afstand rran tot het Natura 2000-gebied bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 39

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen) weg tegen de huidige infrastructuur in het tussenliggende gebied en de naast het plangebied gelegen

444. Door het gebruik wn de 800 woningen, voozieningen en verkeer zal sprake zijn wn extra

stikstofemissie. De depositie is berekend met AERIUS (Bijlage 10 Stikstofrapportage). Zowel vmr de bouwfase als de gebruiksfase zijn berekeningen uitgevoerd. Bouwfase:

Voor het berekenen len de emissie en depositie rran de bouwfase is een inschatting gemaakt wn het voor de bouwwerkzaamheden in te zetten materieel, plus een inschatting ran het aantal benodigde vekeersbewegingen. Uitgangspunt van de berekening van de bouwfase is dat de bouwwerkzaamheden gedurende 2 jaar plaatsvinden. Voor het berekeningsjaar is 2020 genomen voor een worst-case scenario.

Gebruiksfase: De woningen en voozieningen binnen het plangebied worden aardgasvrij gerealiseerd. De installaties

van de nieuwe woningen en voozieningen veroozaken daarom geen emissie van stikstof. Voor de berekening ran de stikstofdepositie in de toekomstige gebruiksfase is daarom alleen de verkeersgeneratie ran het nieuwe gebied relevant. De verkeersgegevens zijn overgenomen uit het verkeersondezoek uitgevoerd (Bijlage 3 Verkeersondezoek en Bijlage 4 Actualisering

verkeersondezoek). Uit de AER|US-berekening volgt dat de bouwfase een extra stikstofdepositie oplevert van maximaal 0,03 mol N/ha/jr op habitattypen/leefgebieden in Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide en 0,01 mol N/ha/jr op de Natura 20O0-gebieden Coepelduynen en Kennemerland-Zuid. ln de gebruiksfase vindt maximaal 0,01 mol N/ha/jr extra depositie plaats op habitattypen/leefgebieden in het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide.

Voor een deel betreft dit habitattypen waar geen overschrijding van de kritische depositie plaatsvindt. Niettemin is er lokaal wel depositie op enkele overbelaste habitat$pen. Voor deze habitattypen is het effect van de eÍra depositie als gevolg rran de bourivfase en de gebruiksfase ecologisch beoordeeld (Bijlage 1 1 Ecologische beoordeling). ln de ecologische beoordeling is geconcludeerd dat er geen significant negatieve effec{en zullen optreden op de beschermde habitattypen/leefgebieden in de Natura 200O-gebieden Meijendel & Berkheide, Coepelduynen en Kennemerland-Zuid als gevolg van de bouwfase en de gebruiksfase. Houtopstanden

Met de ingreep worden geen houtopstanden gekapt. De regels ten aanzien van houtopstanden zijn dus niet wn toepassing. Eventueel te kappen bomen staan binnen de bebouwde kom of vormen een onderdeel van de wegbeplanting. De regels ten aanzien wn houtopstanden zijn in dergelijke gevallen niet van toepassing. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op meer dan 600 meter afstand van het Natuurnetwek Nederland, aan de andere zijde van de A44. Directe effecten op de NNN zijn uit te sluiten en het toetsingskader van de NNN is niet

wn toepassrng.

40 ontwerp)

bestemmingsplan "N ieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestemmi ngsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

\

Brritt nl rr.s I () rrrri ep ark

\-,,,

iii,1rl*'

lihíjr:;;*st1 il. .{ 1

!1.

ï og*lrr'ijk ,, ::rl * tr 1,e 'atl

.:

ti

iï;!í; ai.)nI.t| ïa l;E'1

-.r]

fr

t'l

,: J:

,.: èu

Afbeelding 5.3 U itsnede Natuumetwetu Nederland SoorÍenóescherming Beschermingsregime soorten Voqelrichtl iin Het plangebied heeft geen betekenis voor vogels met een jaanond beschermde nestplaats. Het gebied is wel geschikt voor enkele algemeen voorkomende broedvogels van stedelijk gebied. Om effecten op in gebruik zijnde nesten van broedvogels te voorkomen zal opgaande begroeiing (riet, ruigte, bomen en struiken) buiten het broedseizoen moeten worden veruijderd. Bescherminqsregime soorten Habitatrichtliin De toekomstige haven en huidige sloot langs de Rhijnhoflareg hebben betekenis voor de Platte schijÍhoren. De sloot zal worden verbreed en krijgt een aansluiting op de Oude Rijn. Dit kan de waterl<waliteit in een deel van de sloot ten goede komen. Met uitbreiding van het water kan ook het leefgebied van de Platte schijfhoren in omvang toenemen, mits de toekomstige Binnenrijn geen stroming heeft en een oevezone met ondergedoken waterplanten aanwezig is.

Het plangebied heeft in de huidige situatie geen betekenis als verblijfplaats of vliegroute voor vleermuizen. De huidige betekenis als jachtgebied is eveneens (zeer) beperkt. Alleen de waterplas is geschikt als jachtgebied. Verlichting van deze plas en tevens toekomstige sloepenhaven moet worden voorkomen of beperkt zodanig dat de functie als jachtgebied behouden blijft. Met het uitbreiden \Ían de sloot tot Binnenrijn kan geschikt jachtgebied voor vleermuizen ontstaan voor boven het water jagende dieren, een jachtgebied dat aansluit op de Oude Rijn. De nieuw te bouwen woningen kunnen in de toekomst geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen vormen. De ontwikkeling kan daarmee een positief effect hebben op gebouwbewonende soorten bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 41

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

vleermuizen.

Het plangebied heeft geen betekenis voor andere soorten ran de Habitatrichtlijn, zoals rugstreeppad. Het gebied is voor de rugstreeppad niet interessant vanwege de aanwezigheid van vis en het ontbreken ran flauwe oevezones. Er zijn in de NDFF ook geen waamemingen bekend ran rugstreeppad uit het plangebied. De braakliggende terreinen zijn droog en ten opzichte van2017 deels opgehoogd, tijdelijk plassen zijn niet aanwezig. Waamemingen van rugstreeppad uit de ruime omgeving zijn bekend ten westen rran Vliegveld Valkenburg, in het noorden van Oegstgeest en ten oosten van de Oude Rijn. Deze gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied met daartussen intensief gebruikte inÍrastructuur als belangrijke banières. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor rugstreeppad. Het risico dat de dieren het gebied bijjaren braakliggen koloniseren is verwaarloosbaar. Bescherminqsreqi

andere soorten

De ontwikkeling van het plangebied zal leiden tot aantasting van leefgebied van een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieèn en grondgebonden zoogdieren. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling.

Conclusie Uit het ondezoek blijkt dat de ontwikkeling geen nadelig effect heeft op de nabijgelegen Natura 2QQ0-gebieden, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied heeft geen betekenis

voor beschermde soorten waarvoor ontheffing nodig is.

5.9 Archeologieencultuurhistorie Kader Wet op de archeologische monumentenzorg

/ Monumentenwet

ln de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is bepaald dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. ln dit verband dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan een inventariserend archeologisch ondezoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. ln het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een besehrgrring moet staan op wqlkq wiize rekenino oehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Plangebied Archeologie De resultaten van het archeologisch ondezoek zijn opgenomen in het evaluatierapport van de definitieve opgraving (Bijlage 13 Evaluatierapport archeologie). Uit het evaluatierapport blijkt dat het hele gebied archeologisch ondezocht is en dat geen andere archeologische sporen te verwachten zijn. Het gebied werd op 26 september 2017 bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest vrijgesteld van toekomstig archeologisch ondezoek (Bijlage 14 Brief vrijgave archeologie). Eerder was dit gebied ook reeds vrijgesteld van archeologisch ondezoek door de Provincie Zuid-Holland (Bijlage 15 Brief vrijgave archeologie Provincie).

Cultuurhistoie Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in of nabij het plangebied.

Gonclusie Het plangebied is vrijgesteld wn archeologisch ondezoek en er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in of nabij het plangebied.

5.10 Kabels en leidingen Kader

42 ontwerp)

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

Voor het bestemmingsplan zijn alleen buisleidingen met veiligheidszone, bovengrondse hoogspanningsleidingen, straalpaden of andere leidingen die risico's of beperkingen kunnen geven voor de omgeving van belang. Gewonen nutsleidingen worden niet opgenomen in een omgevingsplan.

Plangebied en conclusie ln het plangebied zijn geen kabels, leidingen en straalpaden aanwezig die risico's of beperkingen geven.

5.11 Duuzaamheid Met betrekking tot de groene en duuzame inrichting sluit het plan aan bij de ambities van de geslaagde woonwijk'Oegstgeest aan de Rijn'. Dit wordt in het plan nader uitgewerkt. Duuzaamheid is venr'ieven in alle planonderdelen en de keuzes die gemaakt worden. Duuzaamheid, en met name duuzaamheid in stedenbouwkundige plannen, houdt rekening met de cultuurhistorie ran de plek maar houdt ook rekening met mogelijke toekomstige ontwikkelingen, het garandeert een veilige en gezonde woon- en werkomgeving, het vermindert de milieudruk, heeft zorgvuldig ruimtegebruik en garandeert een hoge ruimtelijke kwaliteit (uit: Nationaal Pakket Duuzame Stedenbouw). Dit wordt met de voorliggende plannen voor de woningbonw in Nieuw-Rhijngeest Zuid onderschreven. Hiema wordt een aantal aspecten benoemd met als doel inzicht te geven in de breedte lan dit (container)begrip.

Energie (opwekken en besparen) De openheid van de huidige omgeving maakt het zeer voor de hand liggend om gebruik te maken lan zonne-energie. Op het bedrijvengedeelte van Nieuw-Rhijngeest Zuid wordt momenteel vra warmte-koudeopslag (WKO) energie bespaard. Uitbreiding van de WKO richting de woongebieden lijkt voor de hand liggend te zijn maar zal verder moeten worden uitgezocht.

Milieuprestatie Ten aanzien van energiezuinig bouwen met een lage milieubelasting zijn er in het bouwbesluit richtlijnen (EPC-norm) opgenomen. Bij de ontwikkeling van het plangebied staat duuzaamheid hoog in het vaandel en bij de selectie van ontwikkelende partijen zal een beschrijving rran de milieuambitie worden meegegeven.

Vanuit de gemeente wordt gescheiden afualinzameling georganiseerd (glas, papier, groen, grijs). Het ligt voor de hand afualvezamelplekken bij de toegangen tot de woongebieden op te nemen. Afhankelijk van de loopafstand tot de woningen zal mogelijkerwijs ook ergens meer in het midden wn het plangebied een afualvezamelplek worden ingepast.

Mobiliteit Verminderen autogebruik, stimuleren van het fietsgebruik zijn goede ambities, die moeten worden gedragen door de toekomstige bewoners. Bij het stedenbouwkundig plan zijn parkeernormen een gegeven. Ook kan in de uitwerking van de bourwplannen ten aanzien rran het autogebruik elektrische laad-punten worden opgenomen en gestreefd worden naar het aanbieden van deelauto's en deelfletsen.

Ecologie (diversiteit, beheer, nestgelegenheden) Voor het Leidse deel van het Biosciencepark (LBSP) heeft Universiteit Leiden gewerkt aan een adviesrapport over de verbetering van de biodiversiteit in het LBSP. Doel is om de biodiversiteit te verbeteren en het verlies door gebiedstransformatie te beperken. Het gaat daarbij om verlcinden van groenstructuren, verbeteren van de waterkwaliteit en mogelijkheden voor natuur-inclusief bouwen. ln juli 2018 is een uitgebreid adviesrapport opgeleverd waaruit bij de realisatie van de woongebieden in het Oegstgeester deel kan worden geput.

Synergie Het bedrijvendeel van het Bio Science Park kent een sterk economisch gebiedsprofiel gericht op life sciences & health waarin toonaangevende onderwijs- en ondezoeksinstellingen en ondememingen natru samenwerken. De woningbouw en de voozieningen in Nieuw-Rhijngeest Zuid-Wonen kunnen bijdragen aan meer cohesie en levendigheid. Niet alleen het gemengde programma, maar ook de inrichting van de openbare ruimte met water en groen lokt ontmoeting en veólijf uit, waardoor meer

bestemmingsplan "Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)" (ontwerp) 43

bestemmingsplan Nieuw-Rhijngeest Zuid (wonen)

synergie ontstaat.

Bronnen - energie en materiaal Het doel is om zo energiezuinig mogelijk te werk gaan in het Nieuw-Rhijngeest Zuid, zowel in de openbare ruimte als bij de bebouwing. Denk aan de opslag van warmte en koude, opwekking van duuzame energie en het beperken ran het verhad oppervlak in de openbare ruimte.

Ruimtelijke ontwikkeling De ligging en inrichting rran Nieuw-Rhijngeest Zuid-Wonen is duuzaam: het sluit goed aan op het openbaar vervoemetwerk (trein en R-Net). De ambitie is om (verkeersveilige) fiets- en voetgangersroutes uit te breiden en sterk te verbeteren. Het parkeren zal zoveel mogelijk in collectieve voozieningen gerealiseerd worden. Het uitgangspunt is dat de bestaande kwaliteiten en groen- en ecologiestructuren zoveel mogelijk blijven behouden. Groen en water zijn altijd zichtbaar, vanuit de routes én de gebouwen. Hierdoor ontstaat er een prettig leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9903090/1