CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RM d.d. 15 december 2020 Beleidsregels en financieel besluit Wmo 2021 Z-20-138727 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 21 januari 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken23.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

t.

ln aanvulling op algemene criteria voor een maatwerkvoorziening kan een cliënt in aanmerking komen voor een woonvoorziening als hij: aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, en redelijkerwijs alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen, of een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis, met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen. Een persoon met beperkingen kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet in beginsel de

a. b. c. 2. 3.

4.

5.

goedkoopst adequate voorziening is. Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de persoon met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het logeerbaar of bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft als het hoofdverblijf van de cliënt in een erkende zorginstelling is. lndien cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een erkende instelling kan uitsluitend de woonruimte van het huishouden waar de betrokkene deel van uit maakte, logeerbaar of bezoekbaar worden gemaakt. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op: het treffen van woonvoorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, a. kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur; het treffen van woonvoorzieningen in, specifiek op mensen met beperkingen gerichte b. woongebouwen wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel woonvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing a.

waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig

b. c.

was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen in de zelfredzaamheid of

participatie op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: 1o het verbreden van toegangsdeuren; 2o het aanbrengen van elektrische deuropeners; 3o de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw, mits de woningen in het gebouw te bereiken zijn met een rolstoel; 4" het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; 5o het aanbrengen van een trapleuning bij een portiekwoning; óo het plaatsen van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het

d. e.

gebouw; de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;

23

f

de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen

worden gesteld. Bij grotere bouwkundige aanpassingen moet worden gewerkt met een programma van eisen, waarmee zo nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden conform gemeentelijk inkoopbeleid. Het gaat hierbij om woningaanpassingen die niet worden genoemd in de prijslijst met de gecontracteerde woningaanpasser, waardoor een goede inschatting van de kostprijs ontbreekt. De kosten van een maatwerkvoorziening in de vorm van een bouwkundige aanpassing worden uitbetaald aan de eigenaar van de woning. Het besluit wordt verstuurd aan de aanvrager/belanghebbende met een afschrift aan de eigenaar. ln overleg met de woningbouwvereniging of eigenaar van de woning kan hiervan worden afgeweken.

Bij het bepalen van een maatwerkvoorziening in de vorm van bouwkundige woonvoorzieningen moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden. Er kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt in de vorm van een vergoeding voor het verwijderen van een ingrijpende woningaanoassing, waarvoor op grond van de Wmo een is verstrekt, als de woonruimte Ín de huidige staat niet opnieuw verhuurbaar of verkoopbaar is. De hoogte van de

vergoeding is gelijk aan de werkelijk gemaakte reële kosten. ln overleg met de woningbouwvereniging of eigenaar van de woning kan het verwijderen van woningaanpassingen in natura in opdracht en voor rekening van de gemeente worden uitgevoerd. Er kan eenmalig een maatwerkvoorziening voor een woningsanering worden verstrekt. Hiervoor gelden de volgende drie voorwaarden. Er is een acute noodzaak voor woningsanering, vanwege COPD/astmaklachten in verband met

7.

2. 3. 4.

een allergie voor huisstof of huisstofmijt. Deze noodzaak dient door middelvan een rapport van een longverpleegkundige te worden aangetoond. De aanvraag voor woningsanering is aangevraagd binnen één jaar nadat voor de eerste maal

allergie voor huisstofmijt is vastgesteld. Bij de aanschaf van de huidige vloer- en raambedekking is geen sprake geweest van een (verwachte) noodzaak tot woningsanering en mag de huidige woning niet eerder door de aanvrager op grond van de Wet of andere wet- en regelgeving zijn gesaneerd. Bij het verstrekken van een voorziening voor woningsanering kan de gemeente rekening houden met de leeftijd van de huidige materialen in de woning. lmmers, bij een bepaalde leeftijd zijn de materialen aan vervanging toe. De inwoner heeft dan kunnen sparen voor vervanging van deze materialen.

Het is mogelijk een maatwerkvoorziening te verstrekken voor de keuring en het onderhoud van de woning als deze kosten niet in de met de leverancier overeengekomen prijs zijn opgenomen. Bij het bepalen van de hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van keuring en onderhoud/ reparatie aan voorzieningen, die door de gemeente zijn verstrekt, kunnen alleen de werkelijk gemaakte reële kosten van keuring en onderhoud/reparatie voor vergoeding in aanmerking komen en niet behoren tot de gebruikelijke onderhoudskosten. Hierbij wordt een afweging gemaakt of het verwijtbare/te voorkomen kosten betreft.

5.8.2 Primaat van verhuizen Een persoon met beperkingen kan voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en het de meest adequate en goedkoopstevoorziening is. a

a

het primaat van verhuizen kan worden toegepast indien de kosten van een noodzakelijke woningaanpassing hoger zijn dan €10.000 als het primaat van toepassing is, kan zonder aparte aanvraag een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming in de verhuiskosten worden verstrekt;

24

a

de inwoner kan voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing in aanmerking komen indÍen blijkt dat het primaat van de verhuizing niet binnen een redelijke en/of medische aanvaardbare termijn realiseerbaar is.

5.8.3 Woonwagen, woonschip, binnenschip Voor woonwagens met een vaste standplaats, voor woonschepen met een officiële ligplaats en voor het woonverblijf van binnenschepen gelden dezelfde voorwaarden als voor zelfstandige woningen.

5.9 Maatwerkvoorziening Rolstoelen 5.9.1 Criteria Rolstoelen Een maatwerkvoorziening in de vorm van een rolstoelvoorziening is bedoeld om iemand in staat te stellen zich in en om de woning zittend te verplaatsen. Dat betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om belanghebbenden die voor het dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel.

Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik, zal zo nodig via een medisch en al dan niet ergotherapeutisch advies door het college een programma van eisen worden opgesteld. Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen

Hierbij is bepalend dat de verleende mantelzorg relevant en substantieel is. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een ondersteunende motorvoorziening verstrekt kan worden. Onder het verplaatsen in de woning wordt verstaan dat de inwoner in staat moet zijn de woonkamer, het slaapvertrek enlof de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging indien daar noodzakelijk en regelmatig gebruik van wordt gemaakt, de tuin of het balkon te bereiken en er zich zodanig te redden dat normaal functioneren mogelijk is. De maatwerkvoorzieningen kunnen ook in dit geval nieuw of gebruikt zijn.

5.9.2 lncidenteel rolstoelgebruik De zogenaamde rolstoel voor incidenteel gebruik valt hier niet onder: deze rolstoel wordt immers niet gebruikt voor verplaatsen in, om en nabij de woning, maar wordt vooral gebruikt als men zich elders moet verplaatsen en dat zonder een rolstoel niet kan, zoals tijdens een uitstapje. Voor dit soort rolstoelen kan gebruik gemaakt worden van speciaal hiervoor beschikbare uitleendepots, of van rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikb aar zijn, zoals in pretparken, dierentuinen en dergelijke. Ook is het wellicht in incidentele situaties noodzakelijk om vanwege andere redenen een dergelijke rolstoelvoor incidenteel gebruik te verstrekken. Het gaat hierbij om uitzonderingen: uitgangspunt is dat een rolstoel alleen verstrekt wordt indien die noodzakelijk is voor het verplaatsen in, om en nabij de woning.

5.9.3 Rolstoel via een persoonsgebonden budget Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bijverstrekking in natura vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de verstrekking. Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die betrokkene zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen. De gemeente hanteert een gebruiksduur van 7 jaar voor een rolstoel. De betrokkene is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via het persoonsgebonden budget aangeschafte rolstoel voldoende te

laten onderhouden. De betrokkene is verplicht om gedurende de gebruiksduur voor de via het persoonsgebonden budget aangeschafte elektrische rolstoel een aansprakelijkheidsverzekering (eerste drie jaar all risk) af te

sluiten. De gemeente vergoedt alleen de werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de rolstoel op basis van aankoopbewijs of vooruitbetaald op basis van een offerte. Hierbij gelden als maximum de in het

25 Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2O2t opgenomen bedragen voor de aanschaf inclusief standaard fabrieksopties en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en eventueel verzekering. De kosten die verband houden met noodzakelijke individuele aanpassingen aan de rolstoel worden voor 100% vergoed. 5. 1O Maatwerkvoorziening

Vervoer

5.10.1Algemeen De maatwerkvoorziening vervoer zal ingezet worden wanneer iemand geen gebruik kan maken van het regulier- en het aanvullend openbaarvervoer. Welke vorm van vervoersvoorziening van toepassing is, is afhankelijk van de individuele situatie. Bij maatwerkvoorzieningen voor vervoer moet worden gedacht aan scootmobielen, driewielfietsen, en de Regiotaxi. Ook de voorziening voor de reguliere individuele (rolstoel)taxi of eigen auto, die kan worden vergoed als de Regiotaxi geen of onvoldoende compensatie kan bieden, behoort tot deze categorie. Deze vergoeding wordt op declaratiebasis verstrekt. Andere voorbeelden van mogelijke voorzieningen zijn een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de eigen auto of ander verplaatsingsmiddel. Een maatvoorziening Vervoer is primair gericht op het vervoer in het kader van het leven van alledag in de eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebÍed (de directe woon- of leefomgeving, tot ca

25 km). Een voorziening voor het verplaatsen met een vervoermiddel in de directe woon- of leefomgeving betreft een breed scala van verplaatsingen. Een vervoersvoorziening heeft betrekking op verplaatsingen die nodig zijn voor het doen van boodschappen, om naar artsen, paramedici of specialisten te gaan en voor ziekenhuisbezoek. Verder kan de vervoersvoorziening worden toegekend om betrokkene de mogelijkheid te bieden bestemmingen te bereiken waar men contact heeft met medemensen en/of deel kan nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Daarbij kan gedacht worden aan familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het bezoeken van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen.

5.!O.2 Criteria vervoersvoorzieni ng Om in aanmerking te komen voor een individuele-/maatwerkvervoersvoorziening moet de noodzaak worden vastgesteld. Deze noodzaakzal aanwezig zijn als iemand geen gebruik van het regulier- en het aanvullend openbaarvervoer kan maken. Welke vorm van vervoersvoorziening van toepassing is, zal afhankelijk zijn van de individuele situatie. Het college houdt bij zijn beslissing rekening met de volgende voorliggende voorzieningen.

Vervoer in het kader van betaalde arbeid Uitgesloten zijn verplaatsingen die met een vervoermiddel gemaakt moeten worden voor betaalde arbeid. Dit vervoer wordt op een andere manier (via bv het UWV) geregeld. Heeft men een vervoersvoorziening nodig vanwege een beperking voor het werk, dan kan die, indien noodzakelijk, worden uitgebreid voor het vervoer van alledag. Dat valt echter niet onder de Wmo.

Vervoer in het kader van onderwijs Er kan aanspraak bestaan op vervoer van en naar school op grond van het leerlingenvervoer. Het UWV kan vergoedingen en hulpmiddelen verstrekken voor leerlingen en studenten met een ziekte of

handicap.

Vervoer in het kader van dagbesteding Vervoer naar en van dagbesteding is opgenomen in de maatwerkvoorziening Dagbesteding.

26 Ziekenvervoer via de Zorgverzekeringswet (Zvw) Op grond van de Zvw bestaat aanspraak op zittend ziekenvervoer als de inwoner onder de doelgroep valt (nierdialyses moet ondergaan; oncologische behandelingen met chemotherapie immuuntherapie of radiotherapie moet ondergaan; zich uitsluitend per rolstoel kan verplaatsen;of het gezichtsvermogen zodanig is beperkt dat hij zich niet zonder begeleiding kan verplaatsen;, jonger dan 18 jaar is, en gebruik maakt van verzorging vanwege complexe somatische (lichamelijke) problematiek, of een lichamelijke handicap heeft; aangewezen is op geriatrische revalidatiezorg.) of met succes een beroep kan doen op de hardheidsclausule. Ook ambulancevervoer valt onder de Zvw. De vergoeding van zittend ziekenvervoer is in 2019 verruimd. Hierdoor kunnen patiënten met bepaalde aandoeningen gebruik maken van vervoer (niet ambulance) van en naar consulten, onderzoek en controles, als deze samenhangen met de

behandeling.

Buitenregionaal recreatief vervoer (Valysregeling) Wanneer een inwoner een vervoersbehoefte heeft die verder reikt dan 5 zones openbaar vervoer vanaf het woonadres van de inwoner of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand van meer dan 5 zones openbaar vervoer vanaf het woonadres van de inwoner (met andere woorden: buiten de directe woon- en leefomgeving) kan het vervoer geregeld worden met de Valysregeling. Voordat gebruik gemaakt kan worden van de Valysregeling zal de inwoner hiervoor zelf een pas moeten aanvragen. Toegang tot Valys kan bijvoorbeeld met een Wmotoekenning voor de Regiotaxi of een invalidenparkeerkaa rt. Tijdens het onderzoek naar de vervoersbehoeften houdt het college rekening met de volgende aspecten:

Mobiliteit:

. . r

maximale loopafstand op goede dag; maximale loopafstand op slechte dag; gebruik loophulpmiddel (rollator, wandelstok, kruk, et cetera).

Uithoudingsvermogen: . maximale reisduur; o kan gedurende de reis overstappen;

o o

invloedweersomstandighedenopfunctioneren; invloed tijdstip (overdag/avond) op functioneren.

Organisatie en begeleiding van de reis o kan zonder begeleiding met het OV; e kan met begeleiding in het OV, zonder begeleiding met de taxi; r kan met begeleiding in het OV en met begeleiding met de taxi; r kan alleen met begeleiding met de taxi. Combinatiemogelijkheden bij vervoer in de taxi o kan met iedereen gecombineerd worden; r kan alleen met eigen doelgroep gecombineerd worden; r kan met niemand gecombineerd worden. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde vervoersbehoefte van tenminste 1500 km per jaar. Aan de hand

van deze gemiddelde vervoersbehoefte wordt de omvang van de vervoersvergoeding bepaald en vastgelegd in het in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2027-

5.10.3 Combi natie vervoersvoorzieningen Als gebruik wordt gemaakt van een andere verstrekte maatwerkvoorziening voor vervoer zoals een scootmobiel, dan wel van een eigen verplaatsingsmiddel kan een aanpassing plaatsvinden. Het aantal kilometers wordt dan met 25%,50% dan wel 75%verlaagd, afhankelijk van de mate waarin het andere

verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet. lndien een partner aanwezig is met eenzelfde vervoersvoorziening of ander individueel vervoer, kan het aantal kilometers met25%,50%danwelTSToverlaagd worden, afhankelijkvan de gezamenlijke vervoersbehoefte. Dit geldt niet voor de Regiotaxi. lmmers beide partners betalen ook bij gezamenlijke ritten zelf de zones.

27 Tenslotte kan het aantal kilometers met25To,50% danwelTS%overlaagd worden indien het gaat om kinderen. Kinderen hebben een andere vervoersbehoefte dan volwassenen en hebben geen volledige zelfstandige vervoersbehoefte. Bij personen met een loopafstand van minder dan 800 meter zal het college beoordelen of naast een voorzienÍng als collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de zeer korte afstand. Een dergelijk individueel vervoermiddel kan alleen worden verstrekt indien belanghebbende verantwoord met het middel overweg kan en over een adequate stalling beschikt. lndien deze niet aanwezig is wordt het realiseren van een stalling als maatwerkvoorzieningvervoerverstrekt. De kosten

van deze stalling moeten in redelijke verhouding staan tot de huur- of aanschafkosten én van de verwachte gebruiksduur van de betreffende voorziening.

Bijzonderheden De beschÍkking wordt in principe voor onbepaalde tijd afgegeven. Bij wijzigingen in het soort vervoer, in de hoogte van tegemoetkomingen, de gezinssituatie of het inkomen moet een nieuwe beschikking worden afgegeven. De voorziening gaat in per de eerste van de maand waarin de voorziening is aangevraagd. Er vindt soms toekenning van een vergoeding plaats voor een tijdelijke periode. Dit is het geval als in het medisch advies een herkeuringwordt aangegeven. ln dat geval vindt er een nieuw medisch onderzoek plaats om te kijken of de vergoeding verlengd kan worden.

5.LO.4 Regiotaxi ln de Leidse Regio, en de Duin- en Bollenstreek is het collectief vraagafhankelijk vervoer (CW) beschikbaar via de Regiotaxi Holland Rijnland. De Regiotaxi is een vorm van aanvullend openbaar vervoer. Deze taxi rijdt van deur tot deur. Net als een gewone lijnbus rijdt de Regiotaxi in zones die de ritprijs bepalen. Dit zijn dezelfde zones als in het reguliere openbaar vervoer. Het vervoerssysteem is toegankelijk voor een ieder die, met of zonder rolstoel, zelfstandig of met begeleiding kan reizen. De Regiotaxi kent een aantal vaste opstapplaatsen daar waar er mogelijk misverstanden kunnen ontstaan over de exacte ophaalplaats (station, winkelcentrum). Met de Regiotaxi kan ook buiten de regio (meer dan vijf zones)worden gereÍsd, hiervoor geldt het volledige tarief. Personen met beperkingen die geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer, kunnen in aanmerking komen voor een

vergoeding voor dit collectieve vervoersysteem vanuit de Wmo. Voor wat betreft de Regiotaxi is de gemeente verantwoordelijk voor het voorzien in de vervoersbehoefte van de pashouder tot en met vijf OV-zones vanaf diens woonadres of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand tot en met vijf OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder

Vorm van verstrekken De standaardvergoeding betreft een vergoeding voor het gebruik van de Regiotaxi, waarbij een tegemoetkoming wordt gegeven voor de meerkosten van het CW ten opzichte van het reguliere openbaar vervoer voor een maximaal aantal zones per jaar. Dit aantal is opgenomen in het Financieel besluit maatschappelÍjke ondersteuning Oegstgeest 2O2t.De meerkosten worden door de gemeente rechtstreeks afgerekend met de vervoerder. De persoon met beperkingen heeft een Wmo-pasje en betaalt in de Regiotaxi het gereduceerde tarief. De gemeente kan een aantal specificaties aangeven bij de vervoerder. Bijvoorbeeld of begeleiding noodzakelijk is (wanneer iemand niet alleen kan reizen of wanneer iemand op plaats van bestemming niet zonder begeleiding verder kan). Met een indicatie voor begeleiding kan de persoon met beperkingen gratis één begeleider mee laten reizen in de Regiotaxi.

5.10.5 Rolstoeltaxi en gebruik eigen auto lndien collectief vervoer niet mogelijk is, kan het college een maatwerkvoorziening in de vorm van bijvoorbeeld een (rolstoel)taxi of het gebruik van de eigen auto verstrekken. Om redenen van medische, psychische en/of sociale aard kan het collectief vervoer voor bepaalde mensen geen adequate oplossing voor het vervoersprobleem bieden. Hierbij kan worden gedacht aan: . personen die tijdens de rit noodzakelijk gebruik moeten maken van bepaalde hulpmiddelen en deze hulpmiddelen niet mee kunnen nemen in de regiotaxi;

28

a

a

a

a

personen die vanwege ernstige maag-darm-blaasstoornissen te kampen hebben met niet op te vangen incontinentie; personen die ernstige benauwdheid ondervinden als gevolg van bijvoorbeeld allergie, CARA, longemfyseem waardoor reizen met anderen onmogelijk is; situaties in verband met privacygevoelige zaken die een extreme schaamte of gêne tot gevolg hebben voor de inwoner; personen die ernstige overlast veroorzaken voor medepassagiers.

a) Vergoeding voor het gebruik van de eigen auto

Bij het verstrekken van maatwerkvoorzieningen voor het vervoer met de eigen auto, wordt beoordeeld of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de periode vóórdat de beperkingen ontstonden. Alleen dan kan er sprake zijn van een vervoersprobleem en komt men in aanmerking voor een individuele voorziening. De bijdrage voor het gebruik van de eigen auto is bedoeld voor diegenen die in aanmerking komen voor een vergoeding voor de RegÍotaxi en beschikken over een eigen auto. Voor deze groep mensen is de mogelijkheid gecreëerd om te kiezen tussen de Regiotaxi inclusief het bijbehorende vrij besteedbare budget en een bedrag voor het gebruik van de eigen auto. Uit cijfers en enquêtes blijkt immers dat zij zelden of nooit gebruik (zullen) maken van de Regiotaxi. Deze keuze is niet toegestaan als men meereist in de auto van anderen. De aard en de zwaarte van de beperkingen hebben geen invloed op de hoogte van de bijdrage. Dit heeft immers geen gevolgen voor het benzinegebruik. Het betreft namelijk een kilometervergoeding. Uitbetaling van het bedrag vindt net zoals het vrij besteedbaar bedrag op declaratiebasis in twee termijnen plaats, juli en januari.

Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening in de vorm van een bijdrage voor het gebruik van een eigen auto moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: . er kan geen gebruik worden gemaakt van het reguliere openbaar vervoer; . er kan wel gebruik worden gemaakt van de Regiotaxi; . er is sprake van een gewijzigde situatie waardoor er aanzienlijke meerkosten ontstaan; . er is geen andere adequate voorziening mogelijk die minder duur is; . er is geen voorliggende voorziening beschikbaar (vergoeding via werkgever); . er is een auto die op naam staat van de aanvrager of zijn/haar partner, en minimaal één van beiden is in het bezit van een geldig rijbewijs; o de betrokkene (het betrokken echtpaar) ziet (zien) af van de Regiotaxi-vergoeding in combinatie met het vrij besteedbare bedrag. Er kan alleen bij toekenning en bij de aanvang van een nieuw jaar gekozen worden voor de bijdrage eigen auto. De hoogte van het bedrag ten behoeve van de eigen auto is in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgee st2O2Ivastgesteld. Met dit bedrag kunnen zij, uitgaande van een vergoeding per kilometer, tenminste 1500 kilometer reizen. De vergoeding wordt niet direct aan de Wmogerechtigden uitbetaald. Zij kunnen de verreden ritten eenmaal per half jaar declareren.

b) Vergoeding voor aanpassingen aan de eigen auto Wanneer mensen een eigen auto hebben en geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, een andervervoermiddel optweewielendanwel deRegiotaxi, of wanneermensendeautoveelal in gezinsverband gebruiken, kunnen zij mogelijk in aanmerking voor een maatwerkvoorzieníng in de vorm van een persoonsgebonden budget voor een autoaanpassing. Deze aanpassingen kunnen betreffen: . de bediening en besturing van de auto; r het in en uit de auto komen; . de zithouding;

o deverzorgingvandegehandicapte; . het mee kunnen nemen van hulpmiddelen.

Voorwaarden

29 Het persoonsgebonden budget voor de autoaanpassing wordt voor een periode van zeven jaar toegekend. Een nieuwe aanvraag voor eenzelfde aanpassing binnen deze periode wordt slechts naar rato van de verstreken termijn vergoed. Dit geldt niet bij een calamiteit. De kosten worden alleen vergoed indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: . er kan géén gebruik gemaakt worden van een verplaatsingsmiddel op twee wielen en het (aanvullend)openbaar vervoer of de taxi; óf . de belanghebbende maakt deel uitvan een gezin bestaande uit meer dan 2 personen, o én kan geen gebruik maken van een verplaatsingsmiddel op twee wielen en het openbaar vervoer, o én de gezinssituatie speelt een substantiële rol in de vervoersbehoefte van belanghebbende. Dat wil zeggen: men kan aannemelijk maken dat er veelal Ín gezinsverband wordt gereisd. . de eigen auto kan niet worden gebruikt als de auto niet is aangepast aan de beperkingen van de belanghebbende; . er is geen (medische) contra-indicatie om in een auto te kunnen rijden; o de bestuurder is de aanvrager of lid van het gezin van de aanvrager; o de bestuurder heeft een geldig rijbewijs en is of komt in het bezit (eigenaar)van een auto, gel ij kt'tjdig met de autoaanpassing; r er treedt naar alle waarschijnlijkheid geen ingrijpende wijziging op in de rijbevoegdheid van de bestuurder. Ook aan de eigen auto worden randvoorwaarden gesteld.

Hij moet . redelijk aan te passen en in goede staat zijn; . het goedkoopst aan te passen model zijn; . in principe niet ouder dan drie jaar zijn of nog minimaal zeven jaar mee kunnen. Dit hoeft niet te gelden bij overplaatsbare aanpassingen.

Tenslotte dienen de aanpassingen aan de auto door de eigenaar verzekerd te worden. Kosten van onderhoud en verzekering van uitsluitend de aanpassingen komen voor compensatie in aanmerking. 5. 1 1 M aatwerkvoorziening

L'ljfgebonden ondersteu n i ng

Lijfgebonden Ondersteuning is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de inwoner zodat deze zolang mogelijk inzijn/haar eigen leefomgeving kan blijven. Bij Lijfgebonden Ondersteuning gaat het om inwoners met een beperking bij het verrichten van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. lnwoners kunnen in aanmerking komen voor Lijfgebonden Ondersteuning indien "aansporing" bij het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen niet voldoende is en de verzorgende handelingen om tot de algemene dagelijkse levensverrichtingen te komen feitelijk voor langere tijd overgenomen moeten worden. Daarbij is geen aanspraak op Persoonlijke Verzorging op basis van deZorgverzekeringswet mogelijk gebleken, omdat er onder meer geen sprake van "geneeskundige zorg of een hoog risico daarop". 5. 12 Maatwerkvoorziening

Kortdu rend Verblijf (respijtzorg)

De maatwerkvoorziening kortdurend verblijf is het logeren van een cliënt, met als doel het overnemen van het (permanente) toezicht ter ontlasting van de gebruikelijke zorger of mantelzorger. Er is geen sprake van (medische) opname in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw),of de Wet langdurige zorg(Wlzl. Er is geen sprake van spoed of crisis. Bij kortdurend verblijf logeert iemand maximaal 72 uur per week in een instelling, Hierdoor wordt degene die thuis die persoon verzorgt, tijdelijk ontlast. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die (permanent) toezicht nodig hebben. Bij de uitvoering van deze maatwerkvoorziening is altijd iemand in de buurt aanwezig en meerdere malen per dag zal een medewerker langsgaan bij de cliënt. Het kortdurend verblijf zal maximaalT2uur (3 overnachtingen) per week bedragen, maar kan f lexibel worden ingezet. Het maximaal aantal etmalen per jaar is 52. Het zwaartepunt van de zorg ligt bij Kortdurend Verblijf vooral op logeren, met als doel het overnemen van het permanente toezicht ter ontlasting van de gebruikelijke zorger of mantelzorger. Het verblijf is te karakteriseren als logeren ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet als wonen in een instelling voor het grootste deel van de week

30 Het college kan aan een cliënt een maatwerkvoorziening Kortdurend Verblijf verstrekken, wanneer: . hij of zij een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking heeft, f een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap; OF

.

hij of zij zowel een maatwerkvoorziening begeleiding ontvangt en een indicatie heeft voor persoon lij ke verzorging;

EN

. . .

hij of zij is aangewezen op zorg gepaard gaand met permanent toezicht; en hij of zij hierop gedurende maximaal drie etmalen is aangewezen;en de ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de inwoner levert,

noodzakelijk is.

Kortdurend Verblijf wordt geleverd in drie varianten; te weten basis, speciaal (inclusief verzorging) en speciaal plus (inclusief begeleiding

Kortdurend verblijf basis: De basis zorg wordt doorgeleverd zoals thuis. Er is toezicht, maar niet permanent. Ruimtes worden niet afgesloten. Dit product is gebaseerd op een kamer en verblijf, inclusief huishoudelijke ondersteuning en maaltijden. Kortdurend verblijf speciaal: Hier is hetzelfde beschikbaar als bij kortdurend verblijf basis, aangevuld met lijfelijke verzorging adl en wassen. Medische adl valt hier niet onder. Kortdurend verblijf speciaal plus: Hier is hetzelfde beschikbaar als bij kortdurend verblijf speciaal, aangevuld met individuele begeleiding.

5.13 Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen en beschut wonen (Beschut wonen LVB) Op grond van de Wmo worden (samenwerkende) gemeenten ook verantwoordelijk voor het bieden van een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen en beschut wonen voor personen met een licht verstandelijke beperking (LVB). . Het beschikbaar stellen van deze plaatsen is een taak van de centrumgemeente Leiden. Nadere informatie is te vinden in de geldende beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Leiden.

31

Hoofdstuk ó Beschikking maatwerkvoorziening ln de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. Ook zal worden opgenomen of er sprake is van een te betalen bijdrage, welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is. Als laatste zalworden opgenomen of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage.

Beschikking maatwerkvoorziening in natura ln artikel IO lid 2 van de Verordening is beschreven wat, bij het verstrekken van een voorziening in natura, in ieder geval dient te worden vastgelegd in de beschikking. Aanvullend daarop wordt in de beschikking tevens vastgelegd welke zorgaanbieder de maatwerkvoorziening zal leveren. Beschikking bij persoonsgebonden budget Bij het treffen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt dit bij beschikking bekend gemaakt aan de inwoner. ln artikel 10 lid 3 van de Verordening is beschreven wat, bij het verstrekken van een persoonsgebonden budget, in ieder geval dient te worden vastgelegd. Aanvullend daarop wordt in de beschikking tevens vastgelegd. de'aard'van de zorgverlener die de verstrekte maatwerkvoorziening zal leveren (professional instel ing, professiona I ZZP of non-professiona l) indien van toepassing welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; welke verplichtingen zijn verbonden aan het verstrekken van het persoonsgebonden budget I

ln de beschikkÍng wordt de verplichting gesteld dat het persoonsgebonden budget besteed moet worden aan het resultaat, doel of de activiteit waarvoor het budget is toegekend. De voorziening die de cliënt met het persoonsgebonden budget verwerft, hoeft niet exact dezelfde voorziening te zijn als de voorziening die is beschreven in het programma van eisen, maar het mag geen algemeen gebruikelijke voorziening zijn.

Wordt een voorziening aangeschaft die niet aan het programma van eisen voldoet, dan bestaat de mogelijkheid dat de persoon met beperkingen zijn probleem niet volledig compenseert. Voor de daaruit voortvloeiende consequenties is de persoon met beperkingen zelf verantwoordelijk. ln de beschikking voor huishoudelijke ondersteuning of begeleiding wordt opgenomen dat het budget moet worden besteed aan huishoudelijke ondersteuning of begeleiding, en voor welk resultaat het persoonsgebonden budget wordt toegekend. Daarnaast dient de inwoner een zorgovereenkomst overeen te komen met de zorgverlener. De zorgovereenkomst is een verplicht onderdeel van de verantwoording waarin naast een ondertekening door beide partijen in ieder geval aan de orde moeten

komen:

o De NAW- gegevens van de betrokkene; o Wie de zorg levert; o Welke zorg er wordt geleverd; r Wanneer de zorg wordt geleverd; . Tegen welke prijs de zorg wordt geleverd.

32

Hoofdstu k 7 Maatwerkvoorzien i ng via persoonsgebonden bud get De wet geeft het college de mogelijkheid tot het verstrekken van een persoonsgebonden budget (Pgb). Een inwoner die in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening heeft in principe de keuze voor een

voorziening in natura of een persoonsgebonden budget. Met het persoonsgebonden budget kan ondersteuning op maat geleverd worden en kan innovatie in het ondersteuningsaanbod worden gestimuleerd. Het persoonsgebonden budget sluit goed aan bij de wensen van inwoners voor het verkrijgen en behouden van een grotere mate van zelfstandigheid.

7.1Keuze De keuze voor een persoonsgebonden budget dient altijd een bewuste (en vrijwillige) keuze van de aanvrager te zijn. Gemeenten zorgen ervoor dat de aanvrager (en bij minderjarigen ook de ouders)wordt geïnformeerd over de mogelijkheid om te kiezen voor een persoonsgebonden budget en de gevolgen van

deze keuze.

Voor de Wmo geldt dat de aanvrager zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget geleverd wenst te krijgen. Het kan daarbij ook gaan om de aard van de hulpvraag, waarbij godsdienstige, levensbeschouwelijke of culturele overwegingen een rol kunnen spelen. lndien de aanvrager dit heeft beargumenteerd is deze voorwaarde geen grond voor de gemeente om een persoonsgebonden budget te weigeren. 7.2 Weigering ln artikel 2.3.6.itid 2 van de Wet wordt aangegeven dat als er overwegende bezwaren bestaan tegen het verstrekken van een persoonsgebonden budget, het college geen keuze hoeft te bieden tussen een maatwerkvoorziening in natura en een persoonsgebonden budget. Er wordt een aantal situaties benoemd waarin een persoonsgebonden budget niet verstrekt hoeft te worden.

Onderstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen situaties zijn waarin het verstrekken van een persoonsgebonden budget niet gewenst is. ln deze situaties kan een persoonsgebonden budget worden geweigerd. Om een persoonsgebonden budget af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

a.

Het betreft een toekenning voor het collectief vervoer; Toelichting: het verontwoord kunnen laten functioneren von het collectiefvervoerssysteem kan een zwoarwegend belang zijn voor het college om zoveel mogeliik belonghebbenden te laten deelnemen aon het collectief vervoer, om het collectiefuervoerssysteem in stand te houden:

b. Het is voorzienbaar dat in de (medische) situatie van de persoon met beperkingen zich binnen de looptijd van het persoonsgebonden budget een ingrijpende wijziging voordoet; Toetichting: De moatwerkvoorziening zal kortere tijd adequaat zijn dan de looptijd van het budget. Bii de in natura verstrekking kunnen de in deze situatie verstrekte maatwerkvoorzieningen worden herverstrekt. Omdat herverstrekking van een door een inwoner met een persoonsgebonden budget gekocht middel zeer complex, zo niet onmogelijk is, ontstaan hoge extra kosten. Dit treedt op bij voorzieningen voor kinderen, voor zover die voorzieningen'mee moeten groeien', en bij mensen bijwie te voorzien is dat de (medische) situatie zich binnen de

looptijd van het budget ingrijpend zal wijzigen;

c. Het betreft een toekenning voor een maatwerkvoorziening die al in natura is verstrekt of een aanpassing daaraan; De uitstuiting van een aanpassing aan een al in natura verstrekte maatwerkvoorziening voorkomt dat één voorziening twee 'eigenaren' krijgt. Voor een al verstrekt middel dat nog odequaat is wordt daarom Seen per soo n sgeb o n d en b u d get v er str ekt.

d. De persoon met beperkingen heeft bij een eerder verstrekt persoonsgebonden budget dit niet of niet op de juiste wijze verantwoord;

33

e. De persoon met beperkingen heeft bij een eerderverstrekt persoonsgebonden budget niet voldaan aan de in de beschikking gestelde verplichtingen;

f. De persoon wordt niet in staat geacht om de regie over het persoonsgebonden budget te voeren. Hierbij wordt ook gerekend het beheren van het persoonsgebonden budget via het sociale netwerk dan wel via een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde. Toelichting: Personen die niet in staat worden geacht de regie over het persoonsgebonden budget te voeren betreffen in ieder gevol personen waarbíj sprake is van ernstige cognitieve problemen.

g. lndien de persoon die ondersteuning biedt in de vorm van een pgb ook de persoon is die het pgb beheert.

h. lndien met het persoonsgebonden budget naar het oordeelvan het college niet is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Toelichting: Dit artikel is conf orm de wet. De wet stelt tevens dat het college bij het beoordelen van de kwaliteit meeweegt of de diensten, hulpmiddelen, woningaonpassingen en andere maatregelen in redeliikheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

i.

lndien het persoonsgebonden budget niet is aangewend volgens de eisen zoals gesteld in de beschikking. Toelichting: lndien een voorziening wordt aangeschaft die niet aan de gestelde eisen en voorwaarden voldoet zal gedurende de looptijd van het budget een oonvraag voor een voorziening voor hetzelfde probleem ols woorvoor het budget is toegekend niet in behandeling worden genomen. Ook eventuele meerkosten van onderhoud en verzekering aan de niet adequote voorziening worden door de gemeente niet vergoed.

7.3 Omvang van het persoonsgebonden budget Het persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorzieningen dient in beginsel toereikend en vergelijkbaar te zijn met een voorziening in natura. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op de kostprijs van de goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. lndien dit een tweedehands voorziening betreft, dan kan het college de hoogte daar dus op baseren, mits de cliënt met dit bedrag dan ook daadwerkelÍjk de voorziening kan aanschaffen bij een aanbieder.

Wanneer de voorziening via het persoonsgebonden budget duurder is dan de voorziening in natura, wordt alleen een budget verstrekt ter hoogte van de kosten van de natura-voorziening (of het bedrag wat voor de betreffende maatwerkvoorziening is opgenomen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest2O2T). De inwoner kan dan de extra kosten zelf bijbetalen.

7.3.1 Geen uitruil budgetten Per verstrekte maatwerkvoorziening wordt een budget toegekend om de vastgestelde doelen te bewerkstelligen. Uitruil tussen de verstrekte persoonsgebonden budgetten behorend bij de verschil lende maatwerkvoorzien ingen is niet toegestaa n.

7.4 Kwaliteit van het persoonsgebonden budget De budgethouder heeft zelf de regie over de ondersteuning die hij met het persoonsgebonden budget

contracteert of inkoopt. Daarmee krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde ondersteuning en kan hij zo nodig bijsturen. Voor de ondersteuning die ingekocht wordt met een persoonsgebonden budget gelden dezelfde kwaliteitscriteria als voor maatwerkvoorzieningen in natura Het college kan voor- of achteraf toetsen of de veiligheid en doeltreffendheid voldoende is gegarandeerd. De kwaliteitseisen die gelden voor ingekochte ondersteuning in natura kunnen niet één op één worden toegepast. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt mee of diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen ín redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De aanvrager dient inzichtelijk te maken in zijn motivatie:

. . r

waar hij zijn ondersteuning zal inkopen; oP welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn partÍcipatie en zelfredzaamheid; hoe de veiligheid en doeltreffendheid van ondersteuning is gewaarborgd.

34 7.5. Pgb voor Woonvoorzieni ngen, hu I pmiddelen en vervoersvoorzieningen Het persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening in de vorm van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen wordt vastgesteld op maximaal het niveau van de kosten van de maatwerkvoorziening als de maatwerkvoorziening in natura zou worden verstrekt. De kosten van de maatwerkvoorziening bijverstrekking in natura worden bepaald op basis van contracten die met leveranciers zijn afgesloten. Deze pgb-bedragen worden opgenomen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2O2t en zijn inclusief kosten voor verzekering en onderhoud. Als er voor de maatwerkvoorziening geen contract is afgesloten worden de kosten bepaald op basis van een door de gemeente op te vragen offerte waarin, indien van toepassing, dan ook bedragen worden gevraagd voor het onderhoud en de verzekering. Voor woonvoorzieningen wordt in principe geen budget toegekend voor onderhoud en verzekering. Hier zijn uitzonderingen mogelijk zoals de onderhoudskosten van een traplift of een plafondlift. Het gaat daarbij om voorzieningen waarbij de gemeente verplicht is om de technische staat te keuren en te onderhouden. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor deze kosten is dan gelijk aan de kosten voor onderhoud van een voorziening in natura.

Voor roerende woonvoorzieningen worden na toestemming vooraf, op declaratiebasis, reparatiekosten toegekend. Bij maatwerkvoorzieningen in de vorm van vervoersvoorzieningen en bij hulpmiddelen wordt voor verzekering een budget toegekend dat tenminste gelijk is aan de prijs die de leverancier waarmee een contract is afgesloten in rekening brengt.

7.5.1 Eenmalige uitkering voor materiële voorzieningen Wanneer sprake is van een persoonsgebonden budget voor materiele maatwerkvoorzieningen in de vorm van eenmalige uitkering voor een woonvoorziening, individuele vervoersvoorziening en rolstoel levert de persoon met beperkingen binnen zes maanden een aankoopverplichting aan bij de gemeente. De betaling van het budget vindt plaats na aanlevering van het bewijs van aankoop, een onderhoudscontract en - indien van toepassing - een verzekeringsbewijs. De component voor de voorziening wordt in één keer volledig uitbetaald; de componenten voor het onderhoud en de verzekering worden betaald in jaarlijkse termijnen.

7.5.2 Beëindiging van het persoonsgebonden budget materiële voorziening Bij intrekking of beëindiging van het persoonsgebonden budget gedurende de looptijd (zoals bij overlijden) dient de aangeschafte materiele maatwerkvoorziening in principe te worden overgenomen, door inwoner of bij overlijden door erfgenamen of nabestaanden, tegen de restwaarde. ln het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2021 Oegstgeest zijn hiervoor percentages vastgelegd. ln bijzondere gevallen kan vanuit de gemeente verzocht worden het eigendomsrecht over te dragen aan de gemeente in verband met hergebruik. Deze voorwaarden dienen in de beschikking opgenomen te worden.

7.6Pgb voor Huishoudelijke Ondersteuning en Begeleiding Voor de maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke Ondersteuning en Begeleiding is de hoogte van het persoonsgebonden budget per resultaat vastgelegd in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest2O2t. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van het te bereiken resultaat. Voor dit persoonsgebonden budget geldt dat het budget per kalenderjaar wordt vastgesteld. Daarnaast geldt dat reiskosten alleen vergoed worden indien dit onderdeel uitmaakt van het resultaattarief. Huishoudelijke ondersteuning en begeleiding worden toegekend voor het hoofdverblijf in de gemeente. Bij verblijf van drie maanden of langer in een recreatiewoning of in het buitenland, wordt geen budget toegekend voor deze periode. Voor het persoonsgebonden budget geldt dat: . het persoonsgebonden budget niet aangewend kan worden voor een feestdagenuitkering; . er geen eenmalige uitkeringen uit het persoonsgebonden budget gedaan kunnen worden; . bemiddelingskosten niet vergoed kunnen worden vanuit een persoonsgebonden budget; . er geen aparte reiskosten kunnen worden gedeclareerd.

35

7.6.1. Pr of essioneel en niet professioneel Er wordt onderscheid gemaakt tussen professionele (professionele hulp die wordt ingekocht bij een zorginstelling of een ter zake kundig gediplomeerde zzp-er of éénmansbedrijf ) en nonprofessionele/informele hul p.

a)

Tarief non-professionele zorg:

De zorg wordt verleend door personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig zorg verlenen. lnwoners die een PGB aanvragen voor de ondersteuning van iemand in dezelfde leefeenheid worden altijd als een

non-professional beschouwd. Hetzelfde geldt voor ouders die voor kinderen zorgen en kinderen die voor ouders zorgen.

b)

Tarief professionele zorg geleverd door zzp-eri

De zorg wordt geleverd door een ter zake kundig persoon die beroepsmatig Ís gekwalificeerd voor de

betreffende ondersteuning en bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer. Dit kan aangetoond worden door een kopie van een inschrijving van het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van een onderneming die geheel of voor het grootste deel bestaat uit het verlenen van (Wmo)zorg.

c)

Tarief professionele zorg geleverd door zorginstelling

De zorg wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling. ln dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke

zorginstelling. Dit kan aangetoond worden door het overleggen van een kopie van een inschrijving van het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van een onderneming die geheel of voor het grootste deel bestaat uit het verlenen van (Wmo)zorg en een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke voor de betreffende sector relevante cao wordt toegepast. Voorwaarden: Het betalen van ondersteuning of hulp die anders geleverd zou worden uit het sociale netwerk van de inwoner komt niet voor vergoeding in aanmerking.. Er zijn situaties die hierop een uitzondering kunnen zijn. Aan de hand van de volgende criteria wordt bepaald of dit het geval is:

7.

Er moet sprake zijn van zorg die de algemeen gebruikelijke hulp overstijgt; Als iemand vanuit het netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet dat gepaard gaan met een wijziging in de bestaande situatie, omdat tijdens het gesprek blijkt dat vanuit de bestaande situatÍe de inzet van het sociale netwerk ontoereikend is. Er is dus extra inzet nodig buiten de Ínzet die al door het sociale

netwerk geleverd wordt.

2. De inzet van het sociaal netwerk is (aantoonbaor beter en flexibeler) don professionele ondersteuning; Het uitgangspunt is dat het persoonsgebonden budget voor niet-professionele zorgverleners beperkt moet blijven tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt. Het belang van de inwoner staat hierbÍj centraal. Het gaat om argumenten zoals: - zorgcontinuiteit: partner of ouder kan zorgen voor permanent toezicht. Een professional kan dit niet. - emotionele binding: partner, ouder of andere familie/kennis heeft een emotionele band, dat bijdraagt aan de effectiviteit van de ondersteuning/hulp.

- veiligheid: hulp of zorg in de eigen leefomgeving door ouder, partner of andere familie/kennis is vertrouwd en veilig en draagt daarmee bij aan de resultaten in het arrangement of de beschikking.

- praktische reden: partner of ouder kan taken flexibel combineren die anders door meerdere professionals op verschillende tijdstippen/locaties worden uitgevoerd.

3.

De ondersteuning moet passend, adequaat en veilig zijn. Als iemand vanuit het sociale netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet diegene wel de juÍste vaardigheden hebben. Of een persoon in staat is om de juiste ondersteuning te bieden wordt besproken tijdens het gesprek en is afhankelijk van de specifieke situatie. Eventueel worden de mogelijkheden besproken om door middel van scholing te komen tot de juiste vaardigheden.

36

4.

Het netwerk moet zich bewust zijn van de consequenties. De persoon die vanuit het netwerk de ondersteuning biedt moet zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die hij, mogelijk langdurig, op zich neemt. Vraag die daarbijgesteld moet worden is, kan de degene die de hulp levert een keer overslaan als hij ziek is of op vakantie gaat, en hoe wordt de hulp dan geleverd?

5. Geen persoonsgebonden budget bij dreigende overbelasting. Wanneer ondersteuning wordt ingezet in situaties waarin sprake is van (dreigende) overbelasting van de PGB-houder en/of de verlener, zal zorgvuldig gekeken worden of het inzetten van persoonsgebonden budget de juiste oplossing is.

7.6.2Betaling van het persoonsgebonden budget voor begeleiding en huishoudelijke ondersteu ning (het trekkingsrecht) ln de Wmo 2015 is sprake van trekkingsrecht. Trekkingsrecht wil zeggen dat de gemeente het persoonsgebonden budget niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op de rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten of de ondersteuning is geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. Het niet volledig besteedde persoonsgebonden budget wordt door de SVB na af loop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Het trekkingsrecht is alleen aan de orde bij een persoonsgebonden budget voor Begeleiding, Huishoudelijke Ondersteuning en beschermd wonen. Na ontvangst van de gegevens en de goedgekeurde zorgovereenkomst zal de SVB op basÍs van declaratie tot betaling overgaan. De klant dient vervolgens facturen in bij de SVB. Door het trekkingsrecht is het voor inwoners niet meer mogelijk om te betalen via een automatische incasso. Wanneer aanbieders hiervoor extra kosten rekenen mogen deze kosten worden voldaan vanuit het persoonsgebonden budget.

7.7 Verantwoording van het persoonsgebonden budget Voor begeleiding, huishoudelijke ondersteuning en beschermd wonen vindt de controle van het persoonsgebonden budget in principe plaats via de Sociale Verzekeringsbank (zie paragraaf 7.6van deze beleidsregels). De SVB betaalt op declaratiebasis het persoonsgebonden budget uit aan de in de zorgovereenkomst benoemde persoon of zorgverlenende organisatie.

Voor andere voorzieningen voert de gemeente de controle uit. Declaratie vindt plaats op basis van een van de volgende stukken (afhankelijk van de voorziening): . de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; . het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; . het bewijs van verzekering van de voorziening - indien van toepassing; . het onderhouds- en reparatiecontract voor de voorziening; . een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen; . de met de zorgverlener overeengekomen zorgovereenkomst. De gemeente kan daarnaast steekproefsgewijs onderzoeken of het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en wordt gebruikt om het resultaat, zoals omschreven in de beschikking, te realiseren. Blijkt bijcontrole dat het budget is besteed aan het doel of de activiteit waarvoor het is toegekend, dan hoeft er niets teworden terugbetaald. ls het persoonsgebonden budget anders besteed

dan bedoeld, dan kan het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Daarbijwordt in redelijkheid en billijkheid gehandeld.

37

Hoofdstu k 8 Maatwerkvoorziening tegemoetkomi ng Het college kan op basis van de Verordening (artikel 20) een tegemoetkomingverstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie aan inwoners die, als gevolg van een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, aantoonbare of aannemelijke meerkosten hebben, die met de beperking of de chronische psychische of psychosociale problemen verband houden. Tijdens het gesprek met de burger zal aangetoond moeten worden of er sprake is van aannemelijke meerkosten. Het kan hierbij gaan om een verhuizing die door plotseling optredende beperkingen eerder plaatsvindt. Een tegemoetkoming kan in ieder geval worden verstrekt voor de hiernavolgende meerkosten in verband met verhuis- en inrichtingskosten. De tegemoetkoming wordt rechtstreeks uitbetaald aan de inwoner. De hoogte van de tegemoetkoming is een vast bedrag en is opgenomen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2O2I.De tegemoetkoming wordt betaalbaar gesteld op declaratÍebasis. Een verhuiskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de goedkoopst-compenserende wijze kunnen worden opgelost.

De verhuiskostenvergoeding is bedoeld als goedkoopst-compenserend alternatief voor een (dure) woningaanpassing in gevallen waarin die verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op leeftijd, gezins- of woonsituatie. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op de Nibud prijzengids en een bedrag voor verhuizing.

Uitsluitingsgronden Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandÍg te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren. De verhuiskostenvergoeding is een tegemoetkoming in de meerkosten van verhuizing. Er wordt tevens geen verhuiskostenvergoeding verstrekt voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning, of die niet geschikt zijn voor de specifieke situatie van de inwoner.

Het college verstrekt in beginsel geen verhuiskostenvergoeding indien de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt, tenzij achteraf alsnog kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning.

38

Hoofdstuk 9 Biidrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en algemene voorzieningen 9.1 Abonnementstarief

Voor de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen geldt het landelijke abonnementstarief. Dat wil zeggen dat een inwoner maximaal € 19,00 per maand als eigen bijdrage krijgt opgelegd en dat het CAK deze int.

lndeVerordeningzijninartikel 12enT3uitzonderingengeregeldvoorhetabonnementstarief volgende voorzieningen. De eigen bijdrage geldt niet voor - het collectief vraagafhankelijk vervoer - een rolstoel (inclusief aanpassingen)

voorde

- een maatwerkvoorziening in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen - een hulpmiddel voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar

- losse dagbesteding beschermd wonen - begeleiding individueel intensiteit waakvlam (lage frequentie van ondersteuning) - kortdurend verblijf - individueelvervoer - verhuiskosten

a. Voor de maatwerkvoorzieningen in de vorm van diensten, zoals Huishoudelijke ondersteuning, en Begeleiding geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner de maatwerkvoorziening

ontvangt; b. Voor hulpmiddelen zoals scootmobielen geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner het hulpmiddel in bruikleen heeft; c Voor woningaanpassingen geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd totdat 75%ovan de kostprijs is betaald. d. Voor een persoonsgebonden budget geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner het persoonsgebonden budget ontvangt.

9.2 Start eigen bijdrage De gemeente meldt aan het CAK vanaf welke datum de inning van de eigen bijdrage moet gaan

plaatsvinden: - Bij maatwerkvoorzieningen: Vanaf de datum dat de zorgaanbieder de zorg start. De zorgaanbieder levert hiervoor een geautomatiseerd bericht aan (iWmo-bericht). - Bij hulpmiddelen:Vanaf de datum van levering. - Bij woningaanpassingen/trapliften: Vanaf de datum van (op)levering.

9.3 Einde eigen bijdrage De gemeente meldt aan het CAK vanaf welke datum de inning van de eigen bijdrage beëindigd moet worden: - Bij maatwerkvoorzieningen: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de levering van de zorg beëindigd Ís. - Bij scootmobielen: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de verstrekking van de scootmobiel beëindigd is. - Bijwoningaanpassingen/trapliften: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de verstrekking van de woningaanpassing / traplift beëindigd is.

39

Hoofdstuk 10 Overige bepalingen 10. 1 Kwal iteitseisen aanbieders maatschappel'tjke ondersteuning Onder kwaliteitsinstrumenten verstaan we begrippen als richtlijnen, standaarden, samenwerkingsafspraken, protocollen en productbeschrijvingen die tot doel hebben de ondersteuning voor de inwoner te optimaliseren.

10.2 Klantervaringsonderzoek Jaarlijks dienen gemeenten uitvraag te doen naar de ervaringen van inwoners (i.p.v. meten van tevredenheid) die maatschappelijke ondersteuning hebben ontvangen. De ministeriële regeling geeft nadere regels over de inrichting van het onderzoek. Het onderzoek is bedoeld om te meten hoe inwoners de aan hen geboden maatschappelijke ondersteuning ervaren en geeft de gemeente input voor de lokale beleidscyclus.

10.3 Klachten en bezwaren Uitgangspunt is het voorkomen van klachten en bezwaren en het voorkomen van juridisering wanneer klachten of bezwaren zich voordoen. Klachtbehandeling is laagdrempelig en informeel met oog voor maatwerk en persoonlijk contact. Voor de afhandeling van klachten hanteert de gemeente de volgende route: Voor de afhandeling van klachten hanteert de gemeente de volgende route:

r

Klachtafhandeling bij de behandelende persoon (aanbieder, medewerker SociaalTeam Oegstgeest). Als een inwoner een klacht heeft zal betrokkene eerst in gesprek gaan met de desbetreffende organisatie. Dit gesprek met de inwoner is er op gericht om tot overeenstemming te komen;

r o

Klachtafhandeling bij de direct leidinggevende, als stap 1 niet naar wens is afgerond; Klachtafhandeling bij de gemeente: Om in deze situatie en/of bij conflict met een zorgverlener inwoners de mogelijkheid te bieden hun klacht kenbaar te maken, is er de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de gemeente. De klacht wordt dan opgepakt door de toezichthoudende ambtenaar (bij klachten over zorgverleners), of door de klachtencoórdinator (bij klachten over medewerkers gemeente). Deze zorgen ook voor registratie, toetsing en afhandeling van de klachten. Uitgangspunt bij de klachtenafhandeling is om door middel van mediatÍon en mondeling horen klachten af te handelen. De mogelijkheid om klachten schriftelijk in te dienen staat ook open. Dit kan per post of digitaalvia de website van de gemeente. De procedure die hierbijwordt gehanteerd is conform de klachtenverordeni ng Oegstgeest 2014; o Hierna staat nog de mogelijkheid open een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman (tweedel ijns voorziening). Een klacht betreft geen bezwaar. Een bezwaar naar aanleiding van een besluit kan via de mogelijkheid van bezwaar en beroep worden afgehandeld. Een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking wordt ter behandeling voorgelegd aan de afdeling Juridische Zaken van ServicepuntTl. Ook in de werkwijze bij behandeling van bezwaren kan mediation een belangrÍjke rol vervullen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9632962/1