Bijlage 1 bij RM d.d. 15 december 2020 Beleidsregels en financieel besluit Wmo 2021 Z-20-138727 Oegstgeest
Tekst van het document
10.4 Toezichthoudende ambtenaar Gemeenten zijn conform de Wmo 2015 verplicht een toezichthoudende ambtenaar aan te stellen voor
deWmo. De toezichthoudende ambtenaar moet toezien dat de uitvoering van de taken door derden aan deze
kwaliteitsvereisten voldoet. Het gaat hier niet (alleen) om controleren, maar juist ook om voortdurend monitoren en in gesprek zijn en blijven over de kwaliteit én de meetinstrumenten die daarvoor ingezet worden en om onderzoek te doen bij eventuele calamiteiten. Toezichthouden betekent ook tijdig signaleren van factoren die de kwaliteit van de dienstverlening en ondersteuning negatief kunnen beïnvloeden. Daarnaast hoort tot de taak van de toezichthoudende ambtenaar het zogenaamde calamiteiten toezicht. Aanbieders zijn ingevolge de Wmo 2015 verplicht een eventueel bij hen opgetreden calamiteit te melden aan de toezichthouder. De toezichthouder zal na een opgetreden calamiteit onderzoek verrichten naar de oorzaken die hebben geleid tot de calamiteit. Dit onderzoek is er vooral op gericht om aanbevelingen
40 te kunnen doen waarmee in de toekomst de kans op het optreden van een dergelijke calamiteit wordt verkleind. Het toezicht voor de gemeente Oegstgeest is per l oktober 201ó ondergebracht bij de GGD Hollands Midden.
10.5 Ondersteuning aan 76-27 iarigen
10.5.1lnleiding Jongvolwassen in de leeftijd van 77 tot27 jaar die kampen met de volgende problematiek kunnen in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening: problemen op het gebied van wonen, school enlof werk, tekorten op het gebied van zowel sociale als praktische vaardigheden, moeite met leefritme en bijbehorende discipline, gebrekkig sociaal netwerk.
10.5.2 Zorgconti n uiteit ledere jeugdige die al in jeugdhulp is, wordt door de betreffende aanbieder tijdig voorbereid op de achttiende verjaardag: jeugdhulpaanbieders in Holland Rijnland wordt verplicht om uiterlijk bij 77%jaar,samen met de jongere een (perspectief)plan opgesteld te hebben. ln dit plan worden alle relevante leefdomeinen opgenomen, van werk of school tot f inanciën, zorg en welzijn, inclusief mogelijke vervolgtrajecten. Dit plan heeft als doel zorgcontinuiteit beter te regelen, en zorgt er daarnaast voor dat jongeren goed voorbereid zijn op alle veranderingen en verplichtingen als zij achttien worden. Hierbijwordt ook gekeken of de situatie qua problematiek het best afgehandeld kan worden door het jeugd- en gezinsteam of door het loket Zorg, Werk en lnkomen van de gemeente. Dit kan per situatie variëren. Nauwe afstemming tussen de Jeugdlge zelf, het Jeugd- en gezlnsteam, de zorgconsulent en de betrokken aanbieder(s) is daarom ten alle tijden cruciaal. De invulling van de voort te zetten begeleiding is zowel afhankelijk van de mogelijkheden van de aanbieder(s), als van de behoefte van de jongere.
10.5.3 Verlengde jeugdhulp Soms kan de begeleiding vanuit de jeugdhulp doorlopen. Het gaat dan om verlengde jeugdhulp. Of, en op welke wijze, dit het geval is, zal in nauwe onderlinge afstemming met de jongere, het jeugd- en gezinsteam, en het loket Zorg, Werk en lnkomen beoordeeld worden. Van verlengde jeugdhulp kan alleen sprake zijn als er geen ander wettelijk kader is waarin hulp kan worden aangeboden. Om in aanmerking te komen voor verlengde jeugdhulp dient tijdig - tenminste een half jaar voor de 18e verjaardag - een perspectiefplan te worden gemaakt op basis waarvan een besluit voor verlengede jeugdhulp kan worden genomen.
10.ó Meldcode Huiselijk geweld De gemeente heeft een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. De gemeente bevordert de kennis en het
gebruik van de meldcode.
10.7 Privacy Eén van de uitgangspunten van de decentralisaties is dat de eigen verantwoordelijkheid van burgers
voorop staat. Burgers die vrijwillig een beroep doen op hulp hebben zélf de regie over hun gegevens. De informatie-uitwisseling staat ten dienste van de dienstverlening aan de burger. Voordat de professional besluit samen te werken met andere professionals en wel of geen informatie over een inwoner met andere professionals te delen, dient hij/zij zorgvuldig af te wegen waarmee het uiteindelijke belang van de inwoner het meest gediend is: het respecteren van diens privacy, of een inbreuk op deze privacy (en het eventueel doorbreken van de geheimhoudingsplicht). Wanneer is gegevensuitwisseling mogelijk . Als de inwoner hiervoor (expliciet) toestemming geeft, of . Als de wet (Algemene verordening gegevensbescherming AVG, Jeugdwet, Wmo, Participatiewet
.
e.d.) het toestaat. Als de veiligheid van de inwoner in het geding is.
ln geval van gegevensuitwisseling gelden o.a. de voorwaarden van de AVG
41
Dat houdt onder meer het volgende in: o De betrokkene kan op verzoek inzicht krijgen in de eigen gegevens, in welke gegevens met welke partijen zijn uitgewisseld en welke (vroeg)signalen zijn gemeld; o Als informatie niet direct getoond kan worden (bijvoorbeeld in het gedwongen kader)wordt achteraf alsnog inzichtelijk gemaakt welke gegevens zijn ingezien of uitgewisseld; . Het doel is niet te bereiken met een ander (of minder vergaand) middel (subsidiariteitsbeginsel); . Daarnaast geldt het proportionaliteitsbeginsel, wat betekent dat er alleen strikt noodzakelijke gegevens worden u itgewisseld.
10.8 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels indien toepassingvan de beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
10.9 Citeertitel en inwerkingtreding. 1. Deze beleidsregels worden aangehaald als: "Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2027". 2. De "Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2O2O" worden ingetrokken. 3. Dit besluit treedt in werking op I januari 2O2!.
Aldus besloten in de vergadering van 15 december 2020. Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest, J. Versluis
E.R. Jaensch
secretarÍs
burgemeester
42
Bijlage 1 Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen
WOONVOORZIENINGEN Airco - losse eenheid Antislip tegels bii nieuwbouw of renovatie Centrale verwarming Douchecabine Eengreepsmengkranen
Aankleedtafel voor kinderen en volwassenen Antislip coating Automatische deuropeners voor garages Dakkapellen Douchekop en glijstang / standaard douche(toilet)beueel Eenhendelmengkraan (m.u.v. lange hendel) Elektrische bediening zonwering H andgrepen/beugels (m.u.v. stationaire/opklapbare toiletbeugels, wastafelbeugels) Renovatie badkamer (2O iaar\ Screens en zonneschermen Toi letpot (verste ba a r/ver aagd/verhoogd 6+ tl m I
I
Elektrische bediening inrichtingselementen (licht, sordiinen. zonwering) Kookplaten lnductie en keramisch Raamopeners (m.u.v. rolstoelgebonden personen)
Renovatie keuken (15 iaar) Thermostatische mengkraan Toilet verhoger (los)
9+)
Vervanging lavet door douchc
Vervangi ng keu kena ppa ratuur
VERVOERSVOORZI EN I NGEN
Auto - airconditioning Auto - blindering Auto - stuurbekrachtieing Fiets - aankoppelfiets voor kinderen Fiets - bugey (tot 18 kilo) Fiets - fietskarretje voor kinderen (voor fiets en scootmobiel) Fiets - fiets met lage instap Fiets - tandem (normale uitvoering en uitvoering
Auto - automatische transmissie Auto - elektrische raambediening Fiets - bakfiets Fiets - elektrische fiets Fiets - fiets met hulpmotor Fiets - lisfiets
met hulpmotor OVER!GE
boodschappendienst f inancieel-administratieve ondersteu ning Hondenuitlaatservice Maaltiidservice
crèche Gastouder Kinderopvans
43
Bijlage 2
Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Onder een leefeenheid wordt verstaan alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Onder een huisgenoot wordt iedere persoon verstaan die tot de leefeenheid van de inwoner behoort. Bij een commerciële huurders- of kostgangersrelatie worden volwassen huisgenoten geacht geen deel uit te maken van de leefeenheid. Algemeen uitgangspunt Bij een ondersteuningsvraag wordt eerst bezien of en in hoeverre iemand zelf of met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt bepaald door wat op dat moment naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht. ln onze samenleving wordt het normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten als dat nodig en mogelijk is hun rol nemen in het huishouden. Gebruikelijke hulp vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie, waarin het voeren van een gemeenschappelijk huishouden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich brengt.
Gebruikelijke hulp is dan ook de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden. Afwegingskader gebruikelijke hulp Het is wenselijk om een objectief afwegingskader vast te stellen wat betreft de afbakening en inzet van gebruikelijk hulp om te voorkomen dat sprake is van toeval of van willekeur. Het college neemt daarbij een aantal uitgangspunten over zoals die golden in de AWBZ en voor wat betreft het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden blijven de regels gelden zoals onder de Wmo 2007. Begeleiding en overnemen huishoudelijke werkzaamheden Het college houdt bij de boordeling of van de huisgenoot gebruikelijke hulp kan worden gevergd in ieder geval rekening met: r De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner; o De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de inwoner; o De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; r De mogelijkheid om de gebruikelijke hulp aan te leren. Daarbij kan onderscheid bestaan tussen gebruikelijke hulp íngeval van begeleiding enlof het overnemen van huishoudelijke taken door huisgenoten. De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner De aard van de ondersteuningsbehoefte kan zeer divers zijn.
De inwoner kan aangewezenzijnop hulp bij zelfzorg, de thuisadministratie, het plannen of ondernemen van dagelijkse activiteiten in het kader van participatie of bij problematisch gedrag. De mate van zelf redzaamheid is enerzijds afhankelijk van de beperkingen die de inwoner daarbij ondervindt. Anderzijds wordt de mate van zelf redzaamheid bepaald door wat de inwoner wel zelf kan al dan niet met hulp van anderen of met gebruikmaking van
bijvoorbeeld algemene voorzieningen. Het college houdt in ieder geval rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Ook de omvang van de ondersteuningsbehoefte kan divers van aard zijn.Zo kan de inwoner zijn aangewezen op permanent toezicht wat zware eisen kan stellen aan de persoon van wie gebruikelijke hulp wordt gevergd. Daarnaast kan de totale omvang van de ondersteuningsbehoefte met zich meebrengen dat (deels) niet meer van gebruikelijke hulp kan worden gesproken. Dat deel daarvan kan daarom als boven-gebruikelijk worden aangemerkt, tenzij het uitstelbare ondersteuning betreft of bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van andere oplossingen. ls dat niet aan de orde, dan kan het college een maatwerkvoorzieningverlenen. Het kan echter ook gaan om een meer incidentele vorm van hulp die wel een structureel karakter heeft. Denk bijvoorbeeld aan hulp bijzelfzorgof participatie. De omvang van de hulp kan onder de normale routine van de leefeenheid vallen. Denk bijvoorbeeld aan het
44 uitzoeken en klaarleggen van kleding, het gezamenlijk eten, et cetera. ln die gevallen zal de hulp al snel als gebruikelijke hulp kunnen worden aangemerkt. Kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte Afhankelijk van de aard van de beperking kan er een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte bestaan bij de inwoner. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is er uitzicht op herstel in de mate van de zelfredzaamheid van de inwoner. ln het algemeen geldt hiervoor een periode van drie maanden. Bij langdurig gaat het om een situatie waarbij de ondersteuningsbehoefte naar verwachting langer dan drie maanden aanwezig zalzijn.lndien er sprake is van hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden, is het in principe niet van belang of sprake is van een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte. Bij de beoordeling van de duur in het kader van het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden
wordt ook in principe geen rekening gehouden met een onderscheid tussen een kortdurende of een langdu rige ondersteu ningsbehoefte. De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de inwoner Als algemeen uitgangspunt geldt dat huisgenoten elkaar onderling gebruikelijke hulp moeten bieden. lmmers huisgenoten binnen de leefeenheid hebben de keuze gemaakt om een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Dat maakt hen verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden. Het college moet wel rekening houden met de aard van de relatie die de persoon binnen de leefeenheid heeft met de inwoner. Dat betekent dat er onderscheid kan bestaan tussen wat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar als gebruikelijke hulp kan worden aangemerkt, tussen kinderen ten opzichte van hun ouders en huisgenoten die bijvoorbeeld geen bloedverwantschap hebben met de inwoner. Bij de beoordeling van de duur in het kader van het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden
wordt in principe geen rekening gehouden met de aard van de relatie. Het gaat er om of sprake is van een huisgenoot binnen de leefeenheid. Het college houdt wel rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden. Voorbeelden zijn: hulp bij een bezoek aan de familie, vrienden, huisarts, et cetera; hulp bij of het overnemen van taken die tot een gezamenlijk huishouden behoren zoals de
. . .
.
thu isad ministratie; Hulp aan derden, die behoren tot de omgeving van de cliënt, in het omgaan met de beperkingen van de cliënt. Denk aan familie, vrienden, leerkracht, et cetera;
Hulp van ouders aan kinderen, waaronder ook toezicht, bij activiteiten zoals zwemmen of andere activiteiten die kinderen normaal gesproken doen en waar zij door hun ouders bij begeleid
worden. Er zijn meer voorbeelden denkbaar die afhankelijk zijn van de individuele situatie. Verder kan het zijn dat de naar algemene maatstaven geldende'gebruikelijke hulp'substantieel wordt overschreden bij ouders en kinderen. Hier kan het gaan om een langdurige ondersteuningsbehoefte, die in vergelijking tot gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel, substantieelwordt overschreden. ln die gevallen kan een maatwerkvoorziening zijn aangewezen.
Als uitgangspunt geldt dat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar meer wordt verwacht in het kader van gebruikelijke hulp dan van kinderen ten opzichte van hun ouders. Dat heeft te maken met wat gebruikelijk is volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer: de onderhoudsplicht. Zo wordt het normaal geacht dat de ene partner de ander aanspoort tot bijvoorbeeld zelfzorg of hulp biedt bij de sociale redzaamheid.
Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van kinderen naar hun ouders. Het hoeft niet in alle gevallen zo te zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer gebruikelijk is dat kinderen hun ouder(s)
45 bijvoorbeeld aansporen tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tof zelfzorg bepalend zijn. Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van huisgenoten ten opzichte van elkaar. Gelet op aard van de relatie (bijvoorbeeld niet familierechtelijk) kan het zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer niet gebruikelijk is dat ene huisgenoot de ander aanspoort tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalend zijn. De zorgplicht van ouders voor hun kinderen strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer af hankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de'zorg' bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp voor de kinderen over. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Het overnemen van de gebruikelijke hulp van de kinderen kan een Wmo-aanspraak zijn, maar structurele opvang van kinderen in beginsel niet.
De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen Als de inwoner thuiswonende kinderen heeft, dan gaat het college er in beginsel vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en de ontwikkelingsfase, een bijdrage kunnen leveren aan het overnemen van huíshoudelijke werkzaamheden. Ondersteuning bieden, zoals begeleiding, ligt minder voor de hand en dat beoordeelt het college in het individuele geval. ln geval de leefeenheid van de inwoner mede bestaat uit kinderen, dan gaat het college er vanuit dat de kinderen, af hankelijk van hun leeftijd en psychosocÍaal functíoneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Een volwassenen huisgenoot van 23 jaar en ouder dient het huishouden geheel over te nemen. Een 1B- tot 23-jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Als uitgangspunt hanteert het college 2 uur voor uitstelbare taken en 3 uur per week voor nietuitstelbare taken. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Onder omstandigheden kan ook andere hulp of ondersteuning van het meerderjarige kind aan de ouder(s) onder de gebruikelijke hulp vallen. Verder geleden de volgende uitgangspunten.
r Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding; r Kinderen tussen 5-I2 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand doen; r Kinderen vanaf t3jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen; Hier wordt door het Sociaal Team Oegstgeest gekeken of dit redelijk en reëel van kinderen
verwacht kan worden. De mogelijkheid om de gebruikelijke hulp aan te leren. Het kan voorkomen dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden gevergd. Een reden daarvoor kan zijn dat de huísgenoot niet weet op welke manier zij gebruikelijke hulp kan of moet verlenen, maar dat wel kan aanleren. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin men wordt geconfronteerd met een ondersteuningsbehoefte van de inwoner door niet eerder aanwezige beperkingen zoals een niet aangeboren hersenletsel (NAH) of (beginnende) dementie. Of een huisgenoot die bijvoorbeeld nooit heeft geleerd huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren, maar wel leerbaar is. Het college kan dan tijdelijk een maatwerkvoorziening inzetten om de gebruikelÍjke hulp aan te leren. De ondersteuning is dan ook gericht op het in staat te stellen om te gaan met (de gevolgen van) de beperkingen van de inwoner. Ook de leerbaarheid van de inwoner speelt hierbij een belangrijke rol. Die kan betrekking hebben op het (leren) accepteren van de gebruikelijke hulp.
Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft enlof kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan de inwoner te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht.
46 Overbelasting en gebruikelijke hulp De vraag is of in individuele situaties van een uitzondering sprake is op grond waarvan toch taken of activiteiten in het kader van gebruikelijke hulp moeten worden overgenomen. Een van de redenen daarvoor kan zijn dat degenen van wie wordt verwacht dat zij gebruikelijke hulp bieden, overbelast zijn (geraakt) en niet meer in staat zijn dat te doen. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden. ln voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de huisarts over de ouder, partner of huisgenoot helpen om een oordeel te vormen.
Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten. Niet alleen de omvang van de planbare hulp, maar ook de mate van de noodzaak tot het continu aanwezig zijn om onplanbare ondersteuning te bieden is van invloed op de belastbaarheid van de degene geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. Met andere woorden: het uitvoeren van enkele taken op vooraf afgesproken momenten is vaak minder belastend dan het uitvoeren van dezelfde taken waarbij continue aanwezigheid en alertheid van degene die geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. Het college zal bij de beoordeling over (dreigende) overbelasting ook rekening moeten houden met de gebruikelijkezorgin het kader van verpleging en verzorging op grond van deZorgverzekeringswet (Zvw) of Jeugdwet. Het kan dus zijn dat deze zorgof hulp wordt verleend zonder dat aanspraak wordt gedaan op de betreffende wet.
47 Bijlage 3 Onderzoek dreigende overbelasting Algemeen Het college onderzoekt altijd of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Een van de redenen om in de individuele situatie af te wijken kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat zij taken overneemt, reeds overbelast dreigt te raken. Overbelasting is: "meer belasten dan het prestatievermogen toelaat". ln medische kringen praten we over het (on)evenwicht tussen draagkracht(= belastbaarheid) en draaglast (= belasting). Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke en/of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren. Het kan soms heel duidelÍjk zijn dat de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert overbelast is, in ander gevallen is dat minder duidelijk en zal dit in het gesprek moeten worden uitgediept. Factoren die van invloed zijn op de draagkracht zijn onder meer: r lichamelijke conditie; r geestelijke conditie; . wijze van omgaan met problemen (coping); o motivatie voor zorgtaak; r sociaal netwerk. Factoren die van invloed zijn op de draaglast zijn onder meer . omvang en mate van (on)planbaarheid van zorgtaken; o ziektebeeld en prognose; o inzicht van mantelzorger in ziektebeeld van de zorgvrager;
r woonsituatie; r bijkomende sociale problemen; o bijkomende emotionele problemen;
. bijkomende relationele problemen.
Hieronder volgt een reeks van vragen die tijdens het gesprek zouden kunnen helpen bij het verkrijgen van een indruk over de eventuele overbelasting van de mantelzorger. a a a a
a
a
a a
a a
a
a
Wat zegt de mantelzorger er zelf over, hoe ervaart hij of zij het zorgen? Hoe is de (lichamelijke en geestelijke) gezondheid van de mantelzorger? Zijn er signalen van overbelasting: nervositeit, vermoeidheid? Heeft de mantelzorger een "uitlaatklep"? Heeft hij of zij de mogelijkheid om activiteiten buitenshuis te doen? Kan iemand zijn verhaal kwijt bij vrienden, familie of professionals? Wordt er respijtzorg geboden zodat de mantelzorger even op adem kan komen? Hoe is de relatie tussen de mantelzorger en de cliënt? Hoe stelt de cliënt zich op, veeleisend of juist dankbaar? Kan de mantelzorger grenzen aangeven en'nee'zeggen? ls er irritatie tussen de mantelzorger en cliënt? Heeft de mantelzorger inzicht in de ziekte van de cliënt? (Als men weet dat bepaald gedrag uit de ziekte voortkomt, kan het gemakkelijker zijn dat gedrag te accepteren.) Hoeveel tÍjd heeft de mantelzorger? Heeft iemand een baan, een eigen gezin, een ander familielid dat zorg behoeft? Voorbeeld: een echtgenoot wordt ziek, terwijl zijn vrouw ook al voor haar ouders zorgt.
ls de zorg te plannen of is er continue controle en toezicht nodig? Hoe is de prognose? (Een terminale situatie is altijd zwaar, maar een situatie die langdurig en stabiel is, kan ook veeleisend zijn.) Wat zijn de knelpunten in de zorg? Hoe is de woonsituatie? Woont men afgelegen, of in een flat zonder lift zodat de cliënt en de mantelzorger min of meer samen opgesloten zitten.
Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. Het is mogelijk, dat slechts één van deze symptomen waarneembaar is. Over het algemeen zullen meerdere symptomen gecombineerd
48 optreden. De mate, waarin zezich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Daarnaast dient men zich te bedenken dat het hierbij om veelal, aspecifieke symptomen gaat, die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaalworden opgevat. lndien er meerdere van onderstaande symptomen aanwezig zijn, is het raadzaam dat de mantelzorger zijn huisarts raadpleegt, omdat bij langdurige aanwezigheid en/of verwaarlozing van dergelijke symptomen weer kunnen leiden tot andere, ernstige stoornissen. Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:
r Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug; r Hoge bloeddruk; r Gewrichtspijn; o Gevoelens van slapte; o Slapeloosheid;
. Migraine, duizeligheid; o Spierkrampen;
r Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid; . opvliegingen; o Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst;
o Plotseling hevig zweten; o Gevoelens van beklemming in de hals; o Spiertrekkingen in het gezicht;
r Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale)agressie, zwijgen;
. Ongeduld; o Vaak huilen;
o Neerslachtigheid; o lsolering;
r Verbittering; o Concentratieproblemen;
o Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen; o Rusteloosheid; o Perfectionisme; o Geen beslissingen kunnen nemen; o Denkblokkades.
49
Bijlage 4 Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning
Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning maakt onderdeel uit van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van de gemeenten in de Leidse regio. Het betreft een leidraad waarin werkzaamheden en uitgangspunten geformuleerd worden die leiden tot een schoon en leefbaar huis. Benadrukt wordt dat het een leidraad betreft en dat samen met de inwoner gekeken wordt welke werkzaamheden in de specifieke situatie overgenomen moeten worden of welke keuzes en afwegingen de inwoner in overleg met zorgaanbieder maakt. Het leveren van maatwerk is het uitgangspunt. Huishoudelijke Ondersteuning wordt resultaatgericht ingezet. "Hoe" de resultaten het beste gerealiseerd kunnen worden, wordt overgelaten aan de zorgaanbieder in overleg met de inwoner. Hierbij wordt ook gekeken welke werkzaamheden de inwoner zelf nog kan uitvoeren (of het sociale netwerk). Afspraken hierover leggen de inwoner en de zorgaanbieder vast in een zorgovereenkomst/ondersteuningsplan. Daar waar inwoner en zorgaanbieder niet gezamenlijk tot een plan/overeenkomst kunnen komen, zal de gemeente betrokken worden om in goed overleg met partijen tot een werkbare oplossing te komen.
Begrippen
a. Leefruimten; a. Primaire leefruimten: Het gaat om de ruimten die frequent (dagelijks of in ieder geval
meerdere keren per week) in gebruik zijn, zoals de woonkamer, de kamer(s) die als slaapkamer worden gebruikt, de hal, de keuken, het toilet en de badkamer; b) Overige ruimten: Het gaat om de ruimten die niet frequent gebruikt, zoals een berging, een zolder of balkon.
b. Opmerkzaamheid: Van de hulpverlener wordt verwacht dalhij/zij alert is op veranderingen in de situatie van de cliënt.
Variatie in Huishoudelijke Ondersteuning (te behalen resultaten) Onder Huishoudelijke ondersteuning vallen: a) Huishoudelijke ondersteuning basis, b) Huishoudelijke ondersteuning speciaal en c) Thuisondersteu ning. Bij het bepalen welke ondersteuning nodig is en de intensiteit waarmee ondersteuning geboden moet worden, wordt gekeken naar de te behalen resultaten, de aanwezigheid van verzwarende omstandigheden en de noodzaak om (eventuele) begeleiding in te zetten bij het dagelijks f unctioneren. a) Huishoudelijke ondersteuning basis De te behalen resultaten bij het inzetten van huishoudelijke ondersteuning basis zijn het
schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimten van de woning en het optioneel verzorgen van de was. De begrippen schoon en leefbaar huis en het verzorgen van de was zijn a ls
volgt gedefinieerd.
Schoon en leefbaar huis: De primaire leefruimten van het huis moeten schoon en opgeruimd zijn
volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Daarmee wordt voorkomen dat de woning vervuild.
50
Wasverzorging: Verzorging van de was omvat het machinaal wassen, laten drogen en opvouwen
van kleding en linnen- en beddengoed. Het strijken van kleding en/of linnen- en beddengoed vindt in principe niet plaats. ln overleg met de inwoner kan eventueel bovenkleding worden gestreken zolang dit niet ten koste gaat van andere noodzakelijke werkzaamheden. b) Huishoudelijke ondersteuning speciaal De te behalen resultaten bij het inzetten van huishoudelijke ondersteuning speciaal zijn naast het realiseren van een schoon en leefbaar huis en optioneel de wasverzorging, de regievoering over het huishouden. Het regie voeren over het huishouden is als volgt gedefinieerd. Regievoeren over het huishouden: Er wordt van uitgegaan dat inwoners zelf in staat zijn om hun dagelijkse huishouden te plannen. lndien dit niet het geval is, maar iemand dat wel zou kunnen aanleren, wordt (tijdelijke) ondersteuning geboden gericht op het aanleren hiervan. c) Thuisondersteuning ln sommige situaties kan het nodig zijn dat naast huishoudelijke ondersteuning ook individuele begeleiding noodzakelijk is. De combinatie van huishoudelijke ondersteuning en begeleiding, zetten we in als Thuisondersteuning. Het heeft als doel te zorgen dat inwoners zo zelfstandig
mogelijk kunnen blijven wonen. Deze begeleiding kan nodig zijn bij: . Beperktezelfredzaamheid. r Gevaar van eenzaamheid of risico op verwaarlozing. . Onvoldoende aanwezigheid van hulp van anderen (geen sociaal netwerk). o Fors gebrek aan regie bijdagelijks leven. Het is niet mogelijk om naast Thuisondersteuning ook nog lndividuele Begeleiding in te zetten. lndien de behoefte aan "begeleiding bij het dagelijks functioneren" groter is dan binnen de Thuisondersteuning kan worden ingezet zullen aparte beschikkingen voor Huishoudelijke Ondersteu ni ng e n I nd ividuel e Bege leid i ng worden afgegeven. Dit normenkader heeft alleen betrekking op het huishoudelijke ondersteuning gedeelte van thuisondersteuning.
Verzwarende omstand igheden Er kunnen factoren zijn die ervoor zorgen dat schoonmaakwerkzaamheden met een hogere frequentie of intensiever moeten plaatsvinden. lnwoners zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om de factoren die leiden tot een hogere frequentie weg te nemen. Het kan daarbijgaan om roken door inwoners of eventuele huisgenoten, het aantal en de grootte van de meubels, de aanwezigheid van veel kleine spullen of het hebben van huisdieren.
ln deze situaties is er (in principe)geen sprake van verzwarende omstandigheden. Per inwoner zal beoordeeld worden of er in die specifieke situatie sprake is van verzwarende omstandigheden. Onder verzwarende omstandigheden kunnen vallen (niet limitatief): De aanwezigheid van drie of meer kinderen onder de 72 jaar, Ernstige beperkingen in het gebruik van armen en handen bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen, bijvoorbeeld vanwege reuma, spasticiteit, verlamming of
. o
amputatie.
o Ernstige beperkingen als gevolg van bedlegerigheid. r Een sterkere vervuiling van uw woning of de noodzaak van een hoger niveau van hygiëne vanwege rolstoelgebondenheid, incontinentie, allergie voor huisstofmijt of COPD.
51
De verzwarende omstandigheden kunnen van toepassing zijn bij huishoudelijke ondersteuning basis, huishoudelijke ondersteuning speciaal en thuisondersteuning. lndien sprake is van verzwarende omstandigheden gelden de volgende categorieën: HO Basis lntensief HO Speciaal lntensief
o . o Thuisondersteuninglntensief
Veranderende situatie De situatie van inwoners kan veranderen. Bijvoorbeeld door dat de gezondheid verandert of doordat de ondersteuning vanuit het netwerk wijzigt. Daarmee kan ook de behoefte aan ondersteuning wijzingen. Door korte lijnen tussen aanbieder en cliënt is er ruimte om daar waar nodig aanpassingen te verrichten in de mate van ondersteuning. lndien zorgaanbieder en cliënt concluderen dat het resultaat niet bereikt kan worden binnen de ingezette voorziening nemen zij contact op met het Sociaal (wijk)Team.
Activiteiten We maken onderscheid tussen basisactiviteiten en incidentele activiteiten. Het gaat daarbij om activiteiten ten behoeve van een schoon en leefbaar huis, wasverzorgingen het voeren van regie over het huishouden. Samen met de inwoner wordt gekeken welke werkzaamheden de cliënt of zijn sociale netwerk uit kunnen uitvoeren en welke activiteiten de zorgaanbieder uitvoert. De daadwerkelijke frequentie en activiteiten zijn afhankelijk van de situatie van de inwoner. Resultaat Schoon en Woonkamer leefbaar huis
Slaapkamer
Keuken
Basisactiviteit Opruimen Stofzuigen Dweilen Stof afnemen Stof afnemen Opruimen Stofzuigen Bed verschonen Dweilen Dweilen
Afvalopruimen Keu kenblok (bu itenzijde)
Sanitaire ruimtes Hal/gang
Wasverzorging
Regie voeren
Resultaat
Kookplaat, spoelbak en tegelwand afnemen Stofzuigen Toilet schoonmaken Natte cel schoonmaken Stofzuigen Dweilen Stof afnemen
Frequentie 1x per week 1x per week lx per 2 weken 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per 2 weken 1x per 4 weken 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week 1x per week
Striiken van bovenkledine
1x per 2 weken 1x per 2 weken
Plannen en beheren van middelen voor het huishouden Plannen van huishoudeliike taken
1x per week 1x per week
Wassen en drogen van kleding
I
ncidentele activiteit
Frequentie
52
Schoon en leefbaar huis
Keukenkasties (binnenziide) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron (bi n nenzijde) Vriezer reinigen binnenziide (ontdooit)
1x aar 4x per iaar 2xper jaar 1x per iaar 3x per iaar 2x per iaar 1x per jaar
Afzuigkap reinigen Teeelwand natte cel afnemen Trap stofzuigen
2xper iaar 4x per iaar 1x per 4 weken
Gord
n wassen
Ramen binnenziide
Deur/deu rposten nat af nemen
53 Bijlage 5 Mogelijke Activiteiten Begeleiding
Ondersteunen bij het aanbrengen van structuur en/of het voeren van regie Deze activiteiten richten zich met name op de beperkingen en stoornissen in de sociale redzaamheid en het psychisch functioneren, op oriëntatiestoornissen en op probleemgedrag. Begeleiden in verband met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend
vermogen. Hulp bij ínitiëren of compenseren van eenvoudige of complexe taken, besluiten nemen en de gevolgen daa rvan wegen. Hulp bij het regelen van randvoorwaarden op het gebied van wonen, onderwijs, werk, inkomen, iets kopen/ betalen, het stimuleren tot en voorbereiden van een gesprek (dit betreft niet het meegaan naar en aanwezig zijn bij het gesprek). Hulp bij plannen, stimuleren en voorbespreken van activiteiten. Hulp bij het initiëren of compenseren van oplbijstellen van daglweekplanning; dagelijkse
routine. lnzicht geven in (mogelijke) gevolgen van besluiten. Hulp bij zich aan regels, afspraken houden, corrigeren van besluiten of gedrag. Ondersteunen bij praktische vaardigheden / handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid. Deze activiteiten richten zich met name op de beperkingen in de sociale redzaamheid en het zich bewegen en verplaatsen. Hulp bij uitvoeren of overnemen van eenvoudige of complexe taken/activiteiten, of hulp bij oplossen van praktische problemen die buiten de dagelijkse routine vallen. Hulp bij het beheren van geld. Hulp bij de administratie (alleen in de zin van oefenen).
Hulp bij openbaar vervoer gebruik (alleen in de zin van oefenen). Hulp bij of overnemen van post openmaken, voorlezen en het regelen van de afhandeling praktische zaken.
lnstructie bij en/of het toezien op de persoonlijke verzorging (zelfzorg). Hulp b'tj plannen en stimuleren van contact in de persoonsgebonden sociale omgeving, bijvoorbeeld hulp bij het opbouwen van een sociaal netwerk). Hulp bijcommunicatie in de persoonsgebonden omgeving bij bijvoorbeeld afasie.
Ondersteunen van de mantelzorger/gebruikelijke zorger Oefenen van de mantelzorger/gebruikelijke zorger hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de inwoner. Bieden van toezicht
-
Overnemen van toezicht gericht op het bieden van fysieke zorg,zodattijdig ingegrepen kan
54 worden bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte en medicijngebruik. Het overnemen van toezicht en het aansturen van gedrag ten gevolge van een stoornis, thuis of elders.
Aansturen van gedrag
-
Aansturen van gedrag met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen.
-
Begeleiden bij socíaal-emotionele problematiek die samenhangt met de stoornis.
Bieden van een dagprogramma ter vervanging van onderwijs, arbeid of andersoortige
dagstructu rering
-
Begeleiden bij onderwijs, arbeidsmatÍge dagbesteding (activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de inwoner).
-
Begeleiden bij activering (activiteiten gericht op zinvol besteden van de dag, aangepast aan de mogelijkheden en interesse van de inwoner, waaronder handvaardigheid, expressie, beweging, belevingsactiviteiten).
-
Begeleiden bij activering (belevingsgerichte activiteiten op een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat).